• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Zolang daarom de Heer niet is gekomen in zijn heerlijkheid, vergezeld van alle engelen Vgl. Mt. 25, 31 , en zolang de dood nog niet vernietigd en alles nog niet aan Hem is onderworpen Vgl. 1 Kor. 15, 26-27 , zijn sommigen van zijn leerlingen op hun aardse pelgrimstocht, en worden anderen, die uit dit leven zijn heengegaan, gelouterd; weer anderen genieten de heerlijkheid en zien "in volle klaarheid de drie-éne God, zoals Hij is". Concilie van Florence, Bul, Sessio VI - 6e Zitting: Over de eenheid met de Grieken, Laetentur caeli - Decretum pro Graecis (6 juli 1439), 6. DS 698 (DH 1305) Maar allen zijn wij, hoewel in verschillende graad en op verschillende wijze, één met elkaar in dezelfde liefde tot God en de naaste, en zingen hetzelfde lied van lof voor onze God. Want allen, die Christus toebehoren en zijn Geest bezitten, vormen tezamen één Kerk en zijn met elkaar één in Hem Vgl. Ef. 4, 16 . De verbondenheid van hen, die nog op aarde leven, met hun broeders, die in vrede van Christus zijn ontslapen, wordt dus volstrekt niet opgeheven; ze wordt zelfs volgens het eeuwenoud geloof van de Kerk versterkt door de mededeling van geestelijke goederen. Naast de oudere documenten tegen iedere vorm van het oproepen van geesten, vanaf Alexander IV (27 september 1258) Vgl. Heilig Officie, De magnetismi abusu (4 aug 1856). A.S.S. (1856) 177-178. DS 1653-1654 (DH 2823-2825) Vgl. Heilig Officie, Responsionem (24 apr 1917). A.A.S. 9 (1917) 268, DS 2128 (DH 3642) De zaligen in de hemel immers bevestigen en versterken, op grond van hun inniger vereniging met Christus, de gehele Kerk in de heiligheid, veredelen de eredienst, die zij hier op aarde aan God brengt, en dragen op velerlei wijzen bij tot haar bredere geestelijke uitbouw. Vgl. 1 Kor. 12, 12-27 . Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus, Mystici Corporis Christi (29 juni 1943), 15.16. Men zie hier de synthetische uiteenzetting van deze leer van Paulus Omdat zij zijn binnengegaan in het vaderland en hun intrek hebben genomen bij de Heer Vgl. 2 Kor. 5, 8 , blijven zij voortdurend door Hem, met Hem en in Hem bij de Vader voor ons ten beste bespreken. Vgl. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. 85, 24: PL 37, 1099 Vgl. H. Hieronymus, Contra Vigilantium. 6: P.P. 23, 344 Vgl. H. Thomas van Aquino, In libros Sententiarum. IV, d. 45, q. 3, a. 2 Vgl. H. Bonaventura, In libros Sententiarum Zij bieden Hem de verdiensten aan, die door de éne Middelaar tussen God en de mensen, Christus Jezus Vgl. 1 Tim. 2, 5 , op aarde hebben verkregen, door de Heer in alles te dienen en door datgene, wat aan de kwellingen van Christus ontbreekt, in hun vlees aan te vullen ten bate van zijn Lichaam, dat de Kerk is. Vgl. Kol. 1, 24 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus, Mystici Corporis Christi (29 juni 1943), 107 Zo schenken zij door hun broederlijke zorg aan onze zwakheid een machtige steun.

In het vaste geloof aan deze gemeenschap van geheel het mystieke Lichaam van Jezus Christus, heeft de Kerk op aarde vanaf de oudste tijden van het christendom de gedachtenis van de overledenen met grote piëteit in ere gehouden, Zie de verschillende inscripties in de catacomben van Rome, en, "omdat het een heilige en vrome gedachte is, voor de overledenen te bidden, opdat zij van hun zonden worden verlost" 2 Makk. 12, 46|Vulgaat, heeft zij ook voor hen haar voorbede aan God opgedragen. Verder heeft de Kerk altijd geloofd, dat de apostelen en martelaren van Christus, die door het vergieten van hun bloed, het hoogste getuigenis van geloof en liefde hadden gegeven, in Christus nauwer met ons zijn verbonden. Zij heeft hen, samen met de heilige Maagd Maria en de heilige engelen, met bijzondere liefde vereerd, Vgl. Paus Gelasius I, Decretalis De libris recipiendis, 4.5. 3: P.L. 59, 160; DS 165 (DH 353), en godvruchtig de hulp van hun voorspraak ingeroepen. Naast dezen werden al spoedig ook anderen vereerd, die de maagdelijkheid en armoede van Christus meer uitdrukkelijk hadden nagevolgd, Vgl. H. Methodius van Olympus, Symposion. VII, 3: G.C.S. (Bonwetsch), 74, en tenslotte al degenen, die men, vanwege hun schitterende beoefening van de christelijke deugden, Vgl. Congregatie voor de Riten, Decretum approbationis virtutum in causa beatificationis et canonizationis Servi Dei Ioannis Nepomuceni Neumann (3 dec 1921) verschillende toespraken van Pius XII over Heiligen: Inviti all'eroismo. Discorsi t. I-III, Romae 1941-1942, passim; Paus Pius XII, Discorsi e Radiomessaggi, t. 10, 1949, p. 37-43, en vanwege hun rijkdom aan goddelijke gaven, de gelovigen voorhield ter verering en ter navolging. Vgl. Paus Gregorius XIII, Bul, Over kalenderhervorming, Inter Gravissimas (24 feb 1582), 164

Want het beschouwen van het leven van Christus' trouwe volgelingen ons een nieuwe prikkel om de toekomstige Stad te zoeken Vgl. Hebr. 13, 14 Vgl. Hebr. 11, 10 , en tevens vinden wij daarin een zeer veilige weg om temidden van de wisselvalligheden van deze wereld, ieder volgens zijn eigen staat en stand, de volmaakte vereniging met Christus, de heiligheid, te kunnen bereiken. Vgl. Sir. 44-50 Vgl. Paus Gregorius XIII, Bul, Over kalenderhervorming, Inter Gravissimas (24 feb 1582), 165 In het leven van hen, die, ofschoon mensen zoals wij, toch tot een volmaakter beeld van Christus worden herschapen Vgl. 2 Kor. 3, 18 , toont God aan de mensen op sprekende wijze zijn aanwezigheid en zijn gelaat. In hen spreekt Hijzelf tot ons en geeft Hij ons een teken van zijn Koninkrijk, Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 15, dat ons krachtig aantrekt, nu wij ons omringd zien van zulk een wolk van getuigen Vgl. Hebr. 12, 1 en de waarheid van het Evangelie zo klaar bevestigd vinden.

Wij vieren echter de gedachtenis van de heiligen niet om hun voorbeeld alleen, maar nog meer, opdat de eenheid van de gehele Kerk in de Geest versterkt mag worden door de beoefening van de broederlijke liefde. Vgl. Ef. 4, 1-6 Want gelijk de verbondenheid tussen de christenen op aarde ons dichter tot Christus brengt, zo verenigt de gemeenschap met de heiligen ons met Christus, die, als de Bron en het Hoofd, de oorsprong is van alle genade en van het leven van Gods volk zelf, Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus, Mystici Corporis Christi (29 juni 1943), 50. Het is dus onze plicht deze vrienden en mede-erfgenamen van Jezus Christus, broeders en grote weldoeners van ons, lief te hebben, voor hen aan God de verschuldigde dank te brengen, Voor de dankbaarheid ten opzichte van de heiligen, vgl. E. Diehl, Inscripiones latinae veteres, I, Berlijn, 1925, nn. 200, 2382 et passim, "hen aan te roepen en onze toevlucht te nemen tot hun voorspraak en hun machtige hulp om van God genaden te verkrijgen door zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer en onze énige Verlosser en Redder". Concilie van Trente, 25e Zitting - Decreet over de verering van relikwieën van heiligen en over de afbeeldingen van heiligen, Sessio XXV - De invocatione, veneratione et reliquiis Sanctorum et sacris imaginibus (3 dec 1563), 1 Want elk waarachtig bewijs van liefde, dat wij aan de heiligen geven, is uiteraard gericht op Christus als doel en eindpunt, op Christus, "de kroon van alle heiligen", Romeins Brevier, Invitatorium op het feest van Allerheiligen., en door Hem op God, die wonderbaar is in zijn heiligen en in hen wordt verheerlijkt. Vgl. 2 Tess. 1, 10

Onze eenheid met de hemelse Kerk wordt op de edelste wijze verwezenlijkt, wanneer wij, vooral in de heilige liturgie, waar de kracht van de Heilige Geest over ons werkzaam wordt door de sacramentele tekenen, in gezamenlijke blijdschap, de lof vieren van de goddelijke majesteit, 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 104, en wij allen, door Christus' Bloed vrijgekocht uit elke stam en taal en volk en natie Vgl. Openb. 5, 9 en in één Kerk bijeengebracht, in één groot loflied de Drie-ene God verheerlijken. Door de viering van het eucharistisch offer verenigen wij ons dus op de volmaakste wijze met de eredienst van de hemelse Kerk, waarbij wij met haar in gemeenschap treden en de gedachtenis vieren ellereerst van de glorierijke Maria, altijd Maagd, alsook van de heilige Jozef, de heilige apostelen en martelaren en alle heiligen, Canon van de H. Mis

Dit eerbiedwaardig geloof van onze voorvaderen omtrent het levend contact met onze broeders, die reeds de hemelse glorie bezitten of na hun dood nog een loutering ondergaan, wordt door onze heilige Synode met grote eerbied aanvaard, en zij vernieuwt de besluiten van het Tweede concilie van Nicea 2e Concilie van Nicea, 7e Zitting - De definitie aangaande heilige afbeeldingen, Sessio VII - Definitio de sacris imaginibus (13 okt 787). DS 302 (DH 600), Florence Concilie van Florence, Bul, Sessio VI - 6e Zitting: Over de eenheid met de Grieken, Laetentur caeli - Decretum pro Graecis (6 juli 1439), 5. DS 693 (DH 1304) en Trente Concilie van Trente, 25e Zitting - Decreet over de verering van relikwieën van heiligen en over de afbeeldingen van heiligen, Sessio XXV - De invocatione, veneratione et reliquiis Sanctorum et sacris imaginibus (3 dec 1563), 1-5 Concilie van Trente, 25e Zitting - Decreet over het vagevuur, Sessio XXV - Decretum de purgatorio (3 dec 1563) Tevens echter willen wij, overeenkomstig haar pastorale bewogenheid, allen, wie het aangaat, aansporen om eventueel binnengeslopen misbruiken, overdrijvingen of tekorten, met alle ijver te weren of te corrigeren, en alles te herstellen tot grotere eer van Christus en van God. Zij moeten derhalve de gelovigen leren, dat de ware heiligenverering niet zozeer bestaat in een veelheid van uiterlijke handelingen, als wel in de intensiteit van onze werkzame liefde, die ons bij de heiligen doet zoeken: "In hun levenswandel, ons voorbeeld; in de gemeenschap met hen ons deel hebben met hen; in hun voorspraak onze steun", Uit de Prefatie, die in sommige bisdommen is toegestaan, tot groter welzijn van onszelf en van de Kerk. Van de andere kant moeten zij de gelovigen er op wijzen, dat onze omgang met de heiligen, mits gezien in het volle licht van het geloof, niet in het minst afbreuk doet aan de aanbidding, die men brengt aan God de Vader door Christus in de Geest, maar hiervoor integendeel een grote verrijking betekent. Vgl. H. Petrus Canisius, Catechismus Maior seu Summa Doctrinae christianae. cap III (ed. crit. F. Streicher, Pars I, p. 15-16, n. 44, et p. 100-101, n. 49)

Want, wanneer wij allen, die Gods kinderen zijn en één gezin vormen in Christus Vgl. Hebr. 3, 6 , één zijn met elkaar in onderlinge liefde en in de gezamenlijke lofprijzing van de allerheiligste Drie-eenheid beantwoorden wij aan de diepste roeping van de kerk, en hebben wij door een voorsmaak deel aan liturgie van de voltooide heerlijkheid. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 8. Wanneer immers Christus zal verschijnen en de glorievolle verrijzenis van de doden zal plaats hebben, dan zal de luister van god de hemelse Stad verlichten en het Lam haar lichtende lamp zijn. Vgl. Openb. 21, 24 Dan zal heel de Kerk der heiligen in het hoogste liefdegeluk God en "het Lam, dat geslacht werd" (Openb. 5, 12), aanbidden en het eenstemmig uitjubelen: "Aan Hem die gezeten is op de troon, en aan het Lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen" (Openb. 5, 13-14).

Maria, door Gods genade, na haar Zoon, verheven boven alle engelen en mensen, geniet als de allerheiligste Moeder van God, die heeft deelgenomen aan de geheimen van Christus, terecht een bijzondere verering van de kant van de Kerk. En inderdaad, reeds vanaf de oudste tijden wordt de heilige Maagd vereerd onder de titel van "Moeder Gods", tot wier bescherming de gelovigen in al hun gevaren en noden smekend hun toevlucht nemen Vgl. Catechismus-Compendium, Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk (28 juni 2005), 608. "Sub tuum praesidium" uit de eerste vespers van het klein officie van de maagd Maria in het Romeins Brevier. Vooral sinds het concilie van Efese heeft de verering van Maria door het volk Gods een wonderbare groei gekend in eerbied en liefde, in gebed en navolging, overeenkomstig haar eigen profetische woorden: "Elk geslacht zal mij zalig prijzen, omdat aan mij zijn wonderwerken deed die machtig is" (Lc. 1, 48). Deze verering, zoals die altijd in de Kerk heeft bestaan, draagt zeker een heel bijzonder karakter, maar verschilt wezenlijk van de aanbidding, die gegeven wordt aan het mensgeworden Woord en ook aan de Vader en de Heilige Geest, en bevordert deze aanbidding in hoge mate. Want de verschillende vormen van godsvrucht jegens de Moeder Gods, die de Kerk heeft goedgekeurd, binnen de grenzen van de gezonde en orthodoxe leer, overeenkomstig de omstandigheden van plaats en tijd en naar gelang van de mentaliteit en de geest van de gelovigen, hebben tot gevolg, dat, door de verering van de Moeder, de Zoon, voor wie alles is geschapen Vgl. Kol. 1, 15-16 , en in wie de eeuwige Vader "de gehele volheid heeft willen doen wonen" (Kol. 1, 19), op de juiste wijze wordt gekend, bemind, verheerlijkt, en dat zijn geboden worden onderhouden.

Het heilig Concilie houdt uitdrukkelijk deze katholieke leer voor en wekt tevens alle kinderen van de Kerk op om edelmoedig de verering van de heilige Maagd, vooral de liturgische verering, te bevorderen, een hoge waardering te hebben voor de praktijken en oefeningen van godsvrucht jegens haar, die in de loop van de eeuwen door het leerambt zijn aanbevolen, en de bepalingen uit het verleden omtrent de verering van de afbeeldingen van Christus, de heilige Maagd en de heiligen nauwgezet te onderhouden, 2e Concilie van Nicea, 7e Zitting - De definitie aangaande heilige afbeeldingen, Sessio VII - Definitio de sacris imaginibus (13 okt 787), 0-1. Mansi 13, 378-379; Denz. 302 (600-601) Concilie van Trente, 25e Zitting - Decreet over de verering van relikwieën van heiligen en over de afbeeldingen van heiligen, Sessio XXV - De invocatione, veneratione et reliquiis Sanctorum et sacris imaginibus (3 dec 1563), 3 Verder spoort het Concilie de theologen en de predikanten dringend aan om zich bij de behandeling van de bijzondere waardigheid van de Moeder Gods met zorg te onthouden zowel van alle overdrijvingen als van een te bekrompen opvatting. Paus Pius XII, Radiotoespraak, Tot het internationale Mariacongres te Rome, Inter Complures (24 okt 1954), 5 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Maria Koningin, Ad Caeli Reginam (11 okt 1954), 42 Bij de studie van de heilige Schrift, van de Kerk, onder leiding van het leerambt, moeten zij zuiver de verschillende functies en voorrechten van de heilige Maagd belichten, die altijd op Christus gericht zijn, de oorsprong van alle waarheid, heiligheid en godsvrucht. Zij moeten zorgvuldig alles vermijden, wat in woorden of daden de gescheiden broeders of wie dan ook een verkeerd idee zou kunnen geven omtrent de ware leer van de Kerk. De gelovigen moeten er aan denken, dat de ware godsvrucht niet bestaat in een onvruchtbaar en voorbijgaand sentiment of in een ijdele lichtgelovigheid, maar dat ze voortkomt uit het echte geloof, dat ons brengt tot de erkenning van de hoge waardigheid van de Moeder Gods en dat ons opwekt tot een kinderlijke liefde jegens onze Moeder en tot de navolging van haar deugden.

Document

Naam: LUMEN GENTIUM
Over de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 21 november 1964
Copyrights: © 1965, Ecclesia Docens nr. 0713. Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 26 juli 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam