• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Iedere leek moet voor het forum van de wereld een getuige zijn van de verrijzenis van en het leven van de Heer Jezus en een teken van de levende God. Allen tezamen en ieder afzonderlijk, volgen zijn eigen mogelijkheden moeten de wereld verrijken met geestelijke vruchten Vgl. Gal. 5, 22 en zij moeten in de wereld de geest verbreiden van die armen en zachtmoedigen en vredebrengers, die de Heer in het Evangelie zalig heeft geprezen, Vgl. Mt. 5, 3-9 .

In één woord "wat de ziel is in het lichaam, dat moeten de Christenen zijn in de wereld" Apostolische Vader, Brief aan Diognetus. 6: ed. Funk, 1, p. 400 Vgl. H. Johannes Chrysostomos, Preek over het Evangelie volgens Mattheüs, In Matthaeum Homilia. 46 (47), 2: P.G. 58, 478, het zuurdeeg in de massa.

De Kerk waartoe wij allen geroepen worden in Christus Jezus en waarin wij door Gods genade tot de heiligheid komen, zal slechts haar voltooiing bereiken in de hemelse heerlijkheid, wanneer de tijd komt van het herstel van alle dingen, Vgl. Hand. 3, 21 , en wanneer met het menselijk geslacht ook heel de wereld, die nauw met de mens is verbonden en door de mens tot haar einddoel geraakt, volmaakt hersteld zal worden in Christus Vgl. Ef. 1, 10 Vgl. Kol. 1, 20 Vgl. 2 Pt. 3, 10-13

Toen Christus van de aarde was omhooggeheven heeft Hij allen tot zich getrokken, Vgl. Joh. 12, 32. Grieks , en toen Hij van de doden was verrezen, Vgl. Rom. 6, 9 , heeft Hij zijn levendmakende Geest uitgestort over zijn leerlingen en door Hem zijn lichaam, de Kerk, gemaakt tot het universeel heilssacrament. Gezeten aan de rechterhand van de Vader is voortdurend werkzaam in de wereld om de mensen tot de Kerk te brengen, hen door de Kerk nauwer met zich te verbinden en hen door het voedsel van zijn eigen Lichaam en Bloed deelachtig te maken aan zijn verheerlijkte leven .Het herstel dus, dat ons beloofd is en dat wij verwachten, is reeds begonnen in Christus, wordt doorgezet bij de zending van de Heilige Geest en blijft door Hem verder gaan in de Kerk, waarin wij door het geloof worden onderricht ook omtrent de zin van ons aardse leven terwijl wij het werk, dat de Vader ons in de wereld heeft opgedragen, volbrengen met de hoop op de toekomstige goederen en zo werken aan ons heil, Vgl. Fil. 2, 12 .

Zo is het einde der tijden reeds tot ons gekomen, Vgl. 1 Kor. 10, 11 en de vernieuwing van de wereld is onherroepelijk vastgelegd en wordt in deze tijd op reële wijze geanticipeerd: want de Kerk is reeds op aarde gesierd met een echte, zij het dan onvolmaakte, heiligheid. Maar zolang de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde, waar gerechtigheid zal wonen, Vgl. 2 Pt. 3, 13 , er nog niet zijn draagt de kerk op haar aardse pelgrimstocht in haar sacramenten en instellingen, die tot deze tijd behoren de voorbijgaande gedaante van deze wereld, en maakt zij ook deel uit van de schepping, die zucht en barensweeën lijdt altijd door en met vurig verlangen uitziet naar het ogenblik dat, de heerlijkheid van de kinderen Gods openbaar zal worden. Vgl. Rom. 8, 19-22

Verbonden met Christus in de Kerk en getekend door de Heilige Geest, "die het handgeld is van onze erfenis" (Ef. 1, 14), worden wij dus in waarheid kinderen van God genoemd en zijn wij het ook Vgl. 1 Joh. 3, 1 . Maar wij zijn nog niet met Christus verschenen in de heerlijkheid Vgl. Kol. 3, 4 , waarin wij gelijk zullen zijn aan God, omdat wij Hem zullen zien, zoals Hij is Vgl. 1 Joh. 3, 2 , "Zolang wij derhalve leven in het lichaam, zijn wij ver van de Heer" (2 Kor. 5, 6), en terwijl wij reeds de eerstelingen van de Geest bezitten, verzuchten wij over ons eigen lot Vgl. Rom. 8, 23 en verlangen wij met Christus te zijn. Vgl. Fil. 1, 23 Maar diezelfde liefde dringt ons om meer te leven voor Hem, die ter wille van ons is gestorven en verrezen. Vgl. 2 Kor. 5, 15 Het is daarom ons streven, in alles aan de Heer te behagen Vgl. 2 Kor. 5, 9 , en wij leggen de wapenrusting Gods aan om te kunnen stand houden tegen de listen van de duivel en weerstand te kunnen bieden op de boze dag. Vgl. Ef. 6, 11-13 Omdat wij echter dag noch uur kennen, moeten wij, volgens de vermaning van de Heer, voortdurend waakzaam zijn om, na het voleinden van onze enige aardse levensloop Vgl. Hebr. 9, 27 , met Hem te mogen binnentreden om bruiloft te vieren en te mogen behoren tot de gezegenden Vgl. Mt. 25, 31-46 en niet, als slechte en luie dienaars Vgl. Mt. 25, 26 , verwezen te worden naar het eeuwige vuur Vgl. Mt. 25, 41 , naar de duisternis daarbuiten, waar "geween zal zijn en tandengeknars" (Mt. 22, 13)(Mt. 25, 30). Want, voordat wij met de verheerlijkte Christus mogen heersen, zullen wij allen verschijnen "voor Christus' rechterstoel, opdat ieder het loon ontvangt voor wat hij in dit leven heeft gedaan, goed of kwaad" (2 Kor. 5, 10) ; en bij het einde van de wereld "zullen zij, die het goede deden, te voorschijn treden tot de opstanding ten oordeel" (Joh. 5, 29) Vgl. Mt. 25, 46 . In de overtuiging dus, dat "het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, waarvan ons de openbaring te wachten staat" (Rom. 8, 18) Vgl. 2 Tim. 2, 11-12 , zien wij " sterk door het geloof, uit naar "de zalige hoop en de heerlijke Verschijning van onze grote God en Heiland, Christus Jezus" (Tit. 2, 13), die "ons armzalig lichaam zal herscheppen om het gelijkvormig te maken aan zijn verheerlijkte lichaam" (Fil. 3, 21) en die zal komen "om verheerlijkt te worden onder zijn heiligen en gevierd onder al de gelovigen" (2 Tess. 1, 10).

Zolang daarom de Heer niet is gekomen in zijn heerlijkheid, vergezeld van alle engelen Vgl. Mt. 25, 31 , en zolang de dood nog niet vernietigd en alles nog niet aan Hem is onderworpen Vgl. 1 Kor. 15, 26-27 , zijn sommigen van zijn leerlingen op hun aardse pelgrimstocht, en worden anderen, die uit dit leven zijn heengegaan, gelouterd; weer anderen genieten de heerlijkheid en zien "in volle klaarheid de drie-éne God, zoals Hij is". Concilie van Florence, Bul, Sessio VI - 6e Zitting: Over de eenheid met de Grieken, Laetentur caeli - Decretum pro Graecis (6 juli 1439), 6. DS 698 (DH 1305) Maar allen zijn wij, hoewel in verschillende graad en op verschillende wijze, één met elkaar in dezelfde liefde tot God en de naaste, en zingen hetzelfde lied van lof voor onze God. Want allen, die Christus toebehoren en zijn Geest bezitten, vormen tezamen één Kerk en zijn met elkaar één in Hem Vgl. Ef. 4, 16 . De verbondenheid van hen, die nog op aarde leven, met hun broeders, die in vrede van Christus zijn ontslapen, wordt dus volstrekt niet opgeheven; ze wordt zelfs volgens het eeuwenoud geloof van de Kerk versterkt door de mededeling van geestelijke goederen. Naast de oudere documenten tegen iedere vorm van het oproepen van geesten, vanaf Alexander IV (27 september 1258) Vgl. Heilig Officie, De magnetismi abusu (4 aug 1856). A.S.S. (1856) 177-178. DS 1653-1654 (DH 2823-2825) Vgl. Heilig Officie, Responsionem (24 apr 1917). A.A.S. 9 (1917) 268, DS 2128 (DH 3642) De zaligen in de hemel immers bevestigen en versterken, op grond van hun inniger vereniging met Christus, de gehele Kerk in de heiligheid, veredelen de eredienst, die zij hier op aarde aan God brengt, en dragen op velerlei wijzen bij tot haar bredere geestelijke uitbouw. Vgl. 1 Kor. 12, 12-27 . Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus, Mystici Corporis Christi (29 juni 1943), 15.16. Men zie hier de synthetische uiteenzetting van deze leer van Paulus Omdat zij zijn binnengegaan in het vaderland en hun intrek hebben genomen bij de Heer Vgl. 2 Kor. 5, 8 , blijven zij voortdurend door Hem, met Hem en in Hem bij de Vader voor ons ten beste bespreken. Vgl. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. 85, 24: PL 37, 1099 Vgl. H. Hieronymus, Contra Vigilantium. 6: P.P. 23, 344 Vgl. H. Thomas van Aquino, In libros Sententiarum. IV, d. 45, q. 3, a. 2 Vgl. H. Bonaventura, In libros Sententiarum Zij bieden Hem de verdiensten aan, die door de éne Middelaar tussen God en de mensen, Christus Jezus Vgl. 1 Tim. 2, 5 , op aarde hebben verkregen, door de Heer in alles te dienen en door datgene, wat aan de kwellingen van Christus ontbreekt, in hun vlees aan te vullen ten bate van zijn Lichaam, dat de Kerk is. Vgl. Kol. 1, 24 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus, Mystici Corporis Christi (29 juni 1943), 107 Zo schenken zij door hun broederlijke zorg aan onze zwakheid een machtige steun.

Toen de algoede en alwijze God zijn plan tot verlossing van de wereld ten uitvoer wilde brengen, "zond Hij, toen de volheid van de tijd gekomen was, zijn Zoon, geboren uit een vrouw, ... opdat wij het zoonschap zouden verkrijgen". (Gal. 4, 4-5) Deze is voor ons, mensen en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald. En Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de maagd Maria. 1e Concilie van Constantinopel, Credo van Nicea - Constantinopel (31 juli 381). Het Credo in de Romeinse Mis: Symbolum Constantinopolitanum Zie het concilie van Ephese, Mansi 4, 1130 (en ook 2, 665 en 4, 1071); concilie van Chalcedon, Mansi 7, 111-116; concilie van Constantinopel II, Mansi 9,375-396 Dit goddelijke heilsgeheim wordt ons opgebaard in de Kerk en duurt voort in de Kerk, die de Heer tot zijn lichaam heeft gemaakt, en waarin de gelovigen, één met het Hoofd Christus en in gemeenschap verbonden met al zijn heiligen, ook de gedachtenis moeten eren "op de eerste plaats van de glorierijke Maria, altijd maagd, de moeder van onze God en Heer Jezus Christus". Canon van de Romeinse Mis

In het openbaar leven van Jezus komt zijn Moeder duidelijk naar voren, reeds in het begin, wanneer zij uit medelijden op de bruiloft van Kana in Galilea Jezus de Messias door haar tussenkomst er toe brengt, een begin te maken met de tekenen. Vgl. Joh. 2, 1-11 Tijdens zijn prediking nam zij de woorden in zich op, waarmee haar Zoon het Koninkrijk stelde boven de betrekkingen en de banden van vlees en bloed, en waarmee Hij degenen gelukkig prees, die naar het woord Gods luisteren en het onderhouden Vgl. Mc. 3, 35. par. Vgl. Lc. 11, 27-28 , iets wat zij zelf zo trouw in vervulling bracht. Vgl. Lc. 2, 19.51 Zo ging ook de heilige Maagd vooruit op haar pelgrimstocht van het geloof en volhardde zij trouw in de vereniging met haar Zoon tot aan het kruis, waar zij stond, niet zonder een bepaald plan van God Vgl. Joh. 19, 25 , diep meeleed met haar Eniggeborene en zich met moederlijke gevoelens verenigde met zijn offer, door liefdevol toe te stemmen in de offerdood van het Slachtoffer, dat uit haar was geboren; en tenslotte werd zij door dezelfde Christus Jezus, stervend aan het kruis, als moeder gegeven aan de leerling met deze woorden: Vrouw, ziedaar uw zoon. Vgl. Joh. 19, 26-27 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus, Mystici Corporis Christi (29 juni 1943), 111

Dit moederschap van Maria in de orde der genade duurt ononderbroken voort, vanaf haar jawoord, dat zij vol geloof bij de Boodschap gaf en waarin zij onder het kruis zonder aarzelen volhardde, tot aan de eeuwige bekroning van alle uitverkorenen. Want na haar tenhemelopneming heeft zij niet opgehouden deze heilbrengende taak uit te oefenen, maar zij blijft door haar voorspraak op allerlei wijzen de gaven van het eeuwig heil voor ons verwerven. vgl. Kleutgen, verbeterde tekst De mysterio Verbi incarnati, cap. IV: Mansi 53, 290 Vgl. H. Andreas van Kreta, In Nativitatem Beatae Mariae. sermo 4: P.G. 97, 865A Vgl. H. Germanus van Constantinopel, In Annunt. Deiparae. P.G. 98, 321BC Vgl. H. Germanus van Constantinopel, In Sanctae Dei Genetricis Dormitionem. III: col. 361D Vgl. H. Johannes Damascenus, Homilia in Dormitionem. Hom. 1, 8: P.G. 96, 712BC-713A. Met haar moederlijke liefde draagt zij zorg voor de broeders van haar Zoon, die nog op aardse pelgrimstocht zijn temidden van gevaren en lijden, totdat zij binnentreden in het gelukkige vaderland. Daarom wordt de heilige Maagd in de Kerk aangeroepen onder de titels van voorspreekster, helpster, bijstand, middelares. Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Over de Rozenkrans, Adiutricem populi christiani (5 sept 1895), 1 Vgl. H. Paus Pius X, Encycliek, Over het geheim en de betekenis van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria naar aanleiding van het 50 jarig jubileum van de dogmaverklaring, Ad Diem Illum (2 feb 1904), 15 Vgl. Paus Pius XII, Radiotoespraak, Kroning in Fatima van Maria tot "Koningin van de wereld", Bendita seja o Senhor (13 mei 1946), 10-12 Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het eerherstel aan het Heilig Hart van Jezus, Miserentissimus Redemptor (8 mei 1928), 21

Geen enkel schepsel immers kan ooit in vergelijking komen bij het mensgeworden Woord, onze Verlosser. Maar gelijk de gewijde bedienaars zowel als het gelovige volk op verschillende wijzen deel hebben aan het priesterschap van Christus, en God op verschillende wijzen zijn éne goedheid werkelijk uitstort in de schepselen, zo wordt ook door het enige middelaarschap van de Verlosser een verscheidenheid van medewerking van de schepselen, als aandeel uit de enige bron, niet uitgesloten, maar veeleer gewekt.

Deze ondergeschikte functie van Maria wordt openlijk en zonder aarzelen door de Kerk erkend, voortdurend ervaren, en aan de liefde van de gelovigen aanbevolen, opdat zij, gesteund door deze moederlijke hulp, zich inniger verenigen met de Middelaar en Verlosser.

Document

Naam: LUMEN GENTIUM
Over de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 21 november 1964
Copyrights: © 1965, Ecclesia Docens nr. 0713. Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 26 juli 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam