• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Inhoudstafel

SATIS COGNITUM
Over de eenheid van de Kerk

(Soort document: Paus Leo XIII - Encycliek)

Paus Leo XIII - 29 juni 1886

INLEIDING
1 Het doel der encycliek: de terugvoering der afgedwaalden; het middel tot dat doel: een schets van de eenheid der Kerk
2 De terugkeer tot de Kerk vraagt offers, maar die met Gods genade te brengen zijn
3 De hoop en de bede van den paus
VOORAFGAANDE BEMERKINGEN (PRAENOTANDA)
1 God bedient Zich ten overstaan der menschen dikwijls van tweede oorzaken
2 Mededeelingen, voor menschen bestemd, gaan langs den weg der zintuigen; deze handelwijze is ook bij het verlossingswerk gevolgd
3 Christus heeft aan Zijn verlossingswerk een blijvend karakter gegeven
4 Vandaar de stichting der Kerk, die eenerzijds geestelijk, anderzijds uitwendig en zichtbaar is
5 De Kerk is dus noch een verborgen, noch een louter uitwendige, menschelijke instelling
6 De Kerk moet haar karakter van èn geestelijk èn zichtbaar instituut behouden
7 De groote vraag, als men over de Kerk spreekt, is deze: Wat heeft Christus bedoeld, wat heeft Christus gedaan? - Dit geldt vooral ook, als men spreekt over de eenheid der Kerk
I EENHEID TEGENOVER VEELHEID (UNICITAS ECCLESIAE)
1 Christus heeft niet een agglomeraat van meerdere kerken willen stichten, doch slechts één Kerk. Dit blijkt uit Zijn woorden
2 Dit blijkt ook uit het doel van Christus: de blijvende voortzetting van Zijn werk
3 Zoo had het Isaias voorspeld
4 Gelijk Christus slechts één menschelijk lichaam heeft, zoo heeft Hij ook slechts één mystiek lichaam
5 Ledematen, die van de andere ledematen gescheiden zijn, kunnen niet één zijn met het hoofd
6 Conclusie van dit onderdeel
II EENHEID TEGENOVER INNERLIJKE VERDEELDHEID (UNITAS ECCLESIAE)
Christus heeft onder de Zijnen een volmaakte eenheid gewild
A DE EENHEID IN GELOOF
1 De volmaakte eenheid, door Christus gewild, vordert eenheid in geloof
2 De eenheid in het geloof wordt niet gewaarborgd louter door het bezit der heilige Schrift
3 Het middel tot waarborging der eenheid van geloof is het leergezag
A Er moest ondanks de aanwezigheid der Schrift een ander middel zijn
B Christus eischte met volle recht voor Zichzelf volledig geloof
C Christus zond Zijn apostelen met Zijn eigen zending en Zijn eigen gezag
D De zending der apostelen moest blijvend zijn; daarom stelden zij opvolgers aan
4 De praktijk der Kerk bewijst deze leer: zij heeft altijd door de uitoefening van het leergezag de ongereptheid van het geloof bewaard
5 Bevestiging dezer leer uit den H. Paulus
6 Bevestiging dezer leer uit de oude leeraren en Vaders
7 Conclusies uit het bovenstaande
A Jesus Christus heeft dus een leergezag ingesteld, met Zijn gezag bekleed, en door wonderen bevestigd; men moet zich dus aan dit leergezag onderwerpen
B De leer moet worden aangenomen in haar geheel
C Het Vaticaansch concilie heeft omtrent dit punt slechts de ononderbroken traditie uitgesproken
D Praktische aansporing in schoone woorden van den H. Augustinus
B DE EENHEID IN BESTUUR
1 De plicht der Kerk is niet enkel de prediking der leer, maar ook de heiliging der menschen door haar eeredienst, wetgeving en tucht
2 Evenals de leer zijn ook de middelen ter heiliging aan de apostelen en hun opvolgers toevertrouwd
3 Christus heeft daarom aan de Kerk den vorm gegeven eener maatschappij, en wel eener volmaakte maatschappij
4 Een volmaakte maatschappij is ondenkbaar zonder gezag. Christus heeft daarom een gezag ingesteld
5 Welk is dit gezag en welk is zijn aard?
A Christus wilde een zichtbaar opperhoofd
B Dat zichtbaar opperhoofd is Petrus
C Petrus heeft niet slechts voorrang van eer, maar ware rechtsmacht (jurisdictie)
A Bewijs voor Petrus' rechtsmacht uit de woorden der belofte
B Bewijs voor Petrus' rechtsmacht uit de woorden van de vervulling der belofte
C Daarom heeft Jesus voor Petrus afzonderlijk gebeden, dat zijn geloof niet zou bezwijken, en tot hem alleen gezegd: "bevestig uw broeders"
D Daarom geeft Jesus aan Petrus dezelfde benamingen als aan Zichzelf en kent hem dus hetzelfde gezag toe als aan Zichzelf
D Petrus' gezag moest blijvend zijn; daarom is het ook op zijn opvolgers overgegaan, die dus krachtens goddelijk recht de Kerk besturen
III EENHEID MET GEORDENDE INDEELING (PAUS EN BISSCHOPPEN)
1 Behalve Petrus en zijn opvolgers zijn er ook de apostelen met hun opvolgers, die een eigen gezag hebben
2 Omschrijving van de verhouding der bisschoppen tot den paus
A De bisschoppen moeten één zijn met den paus
B De bisschoppen moeten aan den paus gehoorzamen
C Niet alleen iedere bisschop individueel, maar ook heel het episcopaat collectief genomen moet den paus gehoorzamen
D Getuigenissen der concilies, die het oppergezag van den paus over het college der bisschoppen bevestigen
3 De onderhoorigheid aan een tweevoudige macht schept geen verwarring
4 De pausen steunen het gezag der bisschoppen
IV SLOT
1 Een woord voor de katholieken
2 Een woord voor hen die in Christus gelooven, maar niet tot de Kerk behooren
3 Een woord voor hen wier geloof nog niet geheel en al verdwenen is
4 Samenvatting voor allen met woorden van den H. Augustinus
5 Bede en zegen

 
 
 

Document

Naam: SATIS COGNITUM
Over de eenheid van de Kerk
Soort: Paus Leo XIII - Encycliek
Auteur: Paus Leo XIII
Datum: 29 juni 1886
Copyrights: © 1947, Ecclesia Docens 0141, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: J. Pubben C.ss.R.; tussentitels: redactie Ecclesia Docens
Vertaling ongewijzigd in het oorspronkelijke Oud Nederlands
Bewerkt: 9 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam