• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Uit die algemene leer van de heilige Boeken volgde ongetwijfeld voor de katholieke Kerk - want zij is Christus' rijk op aarde, werkelijk bestemd om zich over alle mensen en alle landen uit te breiden, - de verplichting om haar Grondlegger en Stichter in de jaarkring van de liturgie als haar Koning en Heer en als Koning van de koningen te huldigen onder menigvuldige vormen van verering. Genoemde eretitels zijn even zovele benamingen, die in een rijke afwisseling van klank een en dezelfde grondgedachte vertolken. Inderdaad, zulke huldeblijken heeft de Kerk reeds gegeven bij het aloude gebruik van het bidden en zingen van de psalmen en in de sacramentaria uit de oudheid; en zij kent ze ook tegenwoordig nog, zowel bij haar dagelijks officieel gebed tot de goddelijke Majesteit, als bij het opdragen van het onbevlekte offer. In deze gedurige lofprijzing op Christus de Koning neemt men gemakkelijk een heerlijke overeenkomst waar tussen onze ritus en de Oosterse kerkgebruiken, zodat ook op dit gebied het bekende beginsel geldt: de regel voor het bidden geeft de regel voor het geloven aan. Legem credendi lex statuit supplicando

Wat nu de grondslag betreft, waarop deze waardigheid en macht berust, deze geeft de heilige Cyrillus van Alexandrië zeer juist aan met de opmerking: „Want Hij bezit - in één woord gezegd - de heerschappij over alle schepselen, zonder dat Hij ze door geweld heeft afgedwongen of van buiten heeft ontleend, maar als Zijn eigen recht krachtens Zijn wezen en natuur.” H. Cyrillus van Alexandrië, Commentaar op het Evangelie volgens Lucas, Commentarii in Lucam. 10 Zijn oppermacht namelijk steunt juist op die wonderbare vereniging, die men de hypostatische vereniging noemt; immers uit deze vereniging vloeit voort, dat Christus niet alleen als God moet aanbeden worden, door engelen en mensen, maar ook dat aan Zijn gezag als mens de engelen zowel als de mensen onderworpen zijn en moeten gehoorzamen. Dat wil dus zeggen, dat Christus alleen al op titel van de hypostatische vereniging macht over alle schepselen bezit.

Als derhalve de mensen eindelijk in hun particulier en in hun openbaar leven de koninklijke macht van Christus zullen erkennen, dan kan het niet uitblijven, dat voor geheel de maatschappij onnoemelijke zegeningen en voordelen daaruit voortvloeien, namelijk rechtmatige vrijheid, orde en tucht, rust, eendracht en vrede. Want terwijl de koninklijke waardigheid van onze goddelijke Heer aan het menselijk gezag van vorsten en bewindvoerders een zekere godsdienstige wijding geeft, veredelt zij van de anderen kant ook de plichtsvervulling en gehoorzaamheid van de staatsburgers. Daarom gaf de apostel Paulus, terwijl hij aan de vrouwen beval om in hun man, en aan de slaven om in hun meesters Christus te eerbiedigen, hun toch de raad, om hen niet als mensen te gehoorzamen, maar enkel omdat zij Christus' plaats bekleedden; want aan mensen door Christus verlost paste het niet slaafs mensen te dienen: „Gij zijt voor een hoge prijs gekocht: weest toch geen slaven van mensen.” (1 Kor. 7, 23)

Document

Naam: QUAS PRIMAS
Over het feest van Christus Koning
Soort: Paus Pius XI - Encycliek
Auteur: Paus Pius XI
Datum: 11 december 1925
Copyrights: © 1940, Ecclesia Docens nr. 119, Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: G.M. Versteegen C.ss.R.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam