• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
3.

In de "Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen
Gemeenschappelijke Verklaring over de Rechtvaardigingsleer door de Rooms Katholieke Kerk en Lutherse Wereld Federatie
(31 oktober 1999)
" wordt gezegd dat de rechtvaardigingsleer "een essentieel criterium (is), dat de totale leer en praxis van de Kerk onophoudelijk op Christus moet oriënteren". Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen, Gemeenschappelijke Verklaring over de Rechtvaardigingsleer door de Rooms Katholieke Kerk en Lutherse Wereld Federatie (31 okt 1999), 18 Dit is een vertaling van de oude lutherse formule van het articulus stantis et cadentis ecclesiae. De “Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen
Annex bij de Gemeenschappelijke Verklaring over de Rechtvaardigingsleer door de Rooms Katholieke Kerk en Lutherse Wereld Federatie
(31 oktober 1999)
” drukt het nog scherper uit: "De rechtvaardigingsleer is maatstaf of toetssteen van het christelijk geloof. Geen leer kan in strijd zijn met dit criterium ... ". Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen, Annex bij de Gemeenschappelijke Verklaring over de Rechtvaardigingsleer door de Rooms Katholieke Kerk en Lutherse Wereld Federatie (31 okt 1999), 3 De Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen
Antwoord van de Katholieke Kerk op de gemeenschappelijke verklaring tussen de Rooms Katholieke Kerk en de Lutherse Wereldbond over de rechtvaardigingsleer (1 augustus 1998)
van de Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid van de Christenen van 1 augustus 1998 heeft daarbij gezegd: "Terwijl voor de lutheranen deze leer een heel unieke betekenis gekregen heeft, moet de boodschap van de rechtvaardiging, wat de katholieke Kerk betreft, overeenkomstig de heilige Schrift en sedert de tijd van de Vaders organisch in het grondcriterium der 'regula fidei' betrokken worden, namelijk de op Christus als middenpunt gerichte en in de levende Kerk en haar sacramenteel leven gewortelde belijdenis van de Drie-ene God". Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen, Antwoord van de Katholieke Kerk op de gemeenschappelijke verklaring tussen de Rooms Katholieke Kerk en de Lutherse Wereldbond over de rechtvaardigingsleer (1 aug 1998), 2 Deze beide visies hoeven niet onverenigbaar te zijn, maar zij moeten in hun onderlinge relatie verdiept worden, omdat dan werkelijk het fundament van de christelijke existentie duidelijk te voorschijn treedt. Ten aanzien van het soort godsvoorstellingen waarin God en mens in het geheel niet in een werkelijke betrekking tot elkaar staan, stelt de rechtvaardigingsleer de fundamentele vraag: Wordt God werkelijk als een God voor ons en met ons erkend en geloofd? Wordt Christus als de Zoon van de levende God aangenomen, die voor ons geleden heeft en in zijn lijden de last van ons bestaan meedraagt? Wordt de ernst van de zonde erkend, die het lijden van God veroorzaakt en ons juist zo de hele grootheid van God laat zien, van God die voor ons klein wordt, liefhebbend? Is het in ons opgekomen dat wij nood hebben aan de verzoening met God? "Ja, God was het die in Christus de wereld met Zich verzoende, waarbij Hij de zonden der mensen niet in rekening bracht en aan ons de opdracht gaf de verzoening te prediken. Wij zijn dus gezanten van Christus, God roept u op door ons woord. Wij smeken u in Christus' naam: laat u met God verzoenen" (2 Kor. 5, 19-20). De rechtvaardigingsleer stelt - wanneer ze juist verstaan wordt - daadwerkelijk de beslissende vragen over God, mens, leven en sterven, over onze verhouding tot God en over de juiste weg van ons leven; in die zin is zij een "toetssteen" of wij in het geloof van de apostelen staan of niet.

Maar tegelijkertijd moet vastgehouden worden, dat de verlossingsleer geen vrij beschikbare theologische maatstaf is voor het geloof, een maatstaf die men zuiver intellectueel zou kunnen aan­ wenden en als meetsnoer gebruiken als een metatheorie voor de toetsing van de "theorieën" (dit is van de geloofsleer en de levende Kerk). Ze is geen vrij beschikbare maatstaf waarmee men zich boven de Kerk kan plaatsen en zich boven haar kan bevinden. De rechtvaardigingsleer heeft veeleer, zoals de Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen
Antwoord van de Katholieke Kerk op de gemeenschappelijke verklaring tussen de Rooms Katholieke Kerk en de Lutherse Wereldbond over de rechtvaardigingsleer (1 augustus 1998)
van de Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid van de Christenen met recht vooropstelt, haar innerlijke verankering in de belijdenis van God, de Drie-ene God met het christologische centrum van deze belijdenis. En deze belijdenis op haar beurt is geen theorie, maar een leven dat verankerd is in het sacrament van het doopsel; maar doopsel betekent op zijn beurt ingevoegd worden in het levende Lichaam van Christus, in de geloofsgemeenschap waarin zijn woord leeft. Geloof als leven is deelname aan het gemeenschappelijke leven van het Lichaam van Christus, de Kerk. Er bestaat geen zuiver theoretisch criterium van het geloof, maar geloven is belijdenis (confessio) en als dusdanig bekering (conversio), en deze is wederom, juist omdat wij ons niet zelf bekeren, onszelf niet tot iets nieuws en anders kunnen maken, het handelen van een Ander met mij - sacrament - en aldus tegelijkertijd in de moederbodem van de levende Kerk verankerd.

Over deze grondbetekenis en grondvorm van het geloven, waarover het gaat, moet verder gesproken worden, Daarbij moet zichtbaar worden dat het geloof mij heel persoonlijk voor de levende God plaatst, maar vanuit de Drie-ene God en vanuit de lichamelijkheid van Jezus Christus en zijn historiciteit een wezenlijke communautaire, sacramentele, ecclesiale dimensie bezit, zonder welke er in het geheel geen geloof zou zijn. In deze context zou ik willen wijzen op de volgende zin van de exegeet uit Tübingen, M. Theobald: "Noch eigendom van Paulus noch gemeengoed van de Kerk kan de canon van de rechtvaardiging genoemd worden. Van de eerste niet, omdat Paulus als oudste getuige van de uitspraak bij de gemeente van Antiochië aanleunde, van de laatste niet, omdat hij in de vroege Kerk slechts partieel aanvaard werd. Dat hangt ook daarmee samen dat hij als canon of theologisch richtsnoer met de autoriteitsrang bezat, die aan de andere belangrijke uitspraken van de vroege Kerk toekwam (1 Kor. 15, 3b-5; Rom. 10, 9), waarvan de geschiedenis in het credo van de Kerk uitmondt. Hadden deze uitspraken een liturgische 'Sitz im Leben', ... de canones formuleerden theologische principes die aanwijzingen bevatten voor het handelen; ze droegen zo in sterkere mate het merkteken van de tijdgebondenheid in zich ... Hermeneutisch beduidt deze door Paulus ondernomen vermenging van canon en credo-uitspraken (vgl. ook Gal. 2, 16-20c) dat zijn rechtvaardigingsleer toegepaste christologie is". M. Theobald, "Der Kanon von der Rechtfertigung (Gal 2, 16 ; Rom 3, 28) - Eigentum des Paulus oder Gemeingut der Kirche?", in: Th. Söding (ed.), Worum geht es in der Rechtfertigungslehre?, QD, Freiburg 1999; Diocesi di Arezzo - Cortona - Sansepolcro, Instituto di Scienze Religiose, Puriticazione della memoria, Arezzo 2000, p. 131 - 192 ; citaat 191. 

Document

Naam: DE CONSENSUS OVER DE RECHTVAARDIGINGSLEER
Soort: Joseph Kardinaal Ratzinger
Auteur: Joseph Kardinaal Ratzinger
Datum: 4 november 1999
Copyrights: © 2000, International Katholiek Tijdschrift 'Communio', jrg. 25, nr. 6, p. 433-448
Vert. uit het Duits: P. Gilis; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam