• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Catechese en sacramenten

De catechese is intrinsiek verbonden met de liturgische en sacramentele vieringen. Want Christus Jezus is in de sacramenten en vooral in de Eucharistie in volheid bezig met de omvorming van de mensen.

Daarom waren in de oude Kerk catechumenaat en inwijding in de sacramenten van Doopsel en Eucharistie identiek. Hoewel de Kerk wat dit aspect betreft afstapte van de vroegere gewoonte, werd in de oudere christelijke gebieden het catechumenaat nooit geheel afgeschaft. Men mag zelfs zeggen dat het weer opbloeit. Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Orde van dienst voor het catechemunaat, Ordo initiationis christianae adultorum (6 jan 1972) In de jonge kerken van de missie is het veelvuldig in gebruik. In ieder geval bewaart de catechese op een of andere wijze nog steeds haar samenhang met de sacramenten. Enerzijds bestaat een uitnemende vorm van catechese erin de mensen voor te bereiden op het ontvangen van de sacramenten, en leidt ook iedere catechese noodzakelijkerwijze naar de sacramenten van het Geloof. Anderzijds vertoont elke authentieke sacramentspraktijk een catechetisch aspect. Om het anders te zeggen: het sacramentele leven verzwakt en verwordt snel tot zinloos ritualisme als het niet steunt op een juist begrip van de betekenis der sacramenten; en de catechese van haar kant wordt puur intellectueel formalisme, als zij haar levensgrond niet vindt in de praktijk van de sacramenten.

De bron
De catechese zal altijd haar inhoud halen uit de levende bron van Gods woord, doorgegeven in Traditie en Schrift. Want “Traditie en Schrift vormen samen het ene pand van Gods woord, dat aan de Kerk werd toevertrouwd”, zoals het tweede Vaticaans Concilie in herinnering roept. Daar wordt ook de wens uitgesproken dat “de dienst aan het woord, namelijk de pastorale preek, de catechese en ieder christelijk onderricht... door datzelfde woord van de Schrift... heilzaam gevoed en verfrist wordt”. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 10.14 Vgl. Congregatie voor de Clerus, Algemeen directorium voor de catechese, Directorium Catechisticum Generale (11 apr 1971), 45. waar de voornaamste en bijkomende bronnen van de catechese worden gesitueerd

Spreken over Traditie en Schrift als bron van catechese betekent meteen bevestigen dat deze helemaal doordrongen en doortrokken moet zijn van een Bijbelse en evangelische denkwijze, geest en opvatting, dit dan aan de hand van een voortdurend contact met de teksten zelf. Maar het betekent ook in herinnering roepen dat de catechese des te rijker en geslaagder is, naarmate zij die teksten leert lezen met de geest en het hart van de Kerk, en zich laat leiden door de woorden en het werk van tweeduizend jaar kerkleven.

Het onderricht, de liturgie en het leven van de Kerk komen voort uit de overvloed van deze bron en wijzen weer naar haar terug. Dit alles staat onder de leiding van de Pastores, van het leergezag dat hun door de Heer werd toevertrouwd.

Het “Credo”: geprivilegieerde weergave van de leer

Een geprivilegieerde formulering van de levende erfenis, die zij onder hun hoede kregen, vindt men in het Credo, of, om het juister te zeggen, in de Symbola, die in crisismomenten teruggrepen naar het geloof van de Kerk aan de hand van uitstekende samenvattingen.

In de loop der eeuwen was de “overdracht van het Symbolum” (of van de geloofssamenvatting) een belangrijk onderdeel van de catechese, direct gevolgd door de overdracht van het Onze Vader. Deze zinvolle rite is in onze dagen weer ingevoerd in de catechumenale catechese. (58) Dient haar gebruik, aangepast aan onze tijden niet uitgebreid te worden? Zo kon een belangrijke stap onder vele andere in het volle licht geplaatst worden, een stap waarbij de nieuwe leerling van Christus met volle helderheid van geest en met heel de kracht van zijn hart die inhoud aanvaardt die later ernstig zal uitgediept worden.

Mijn voorganger Paulus VI heeft in het H. Paus Paulus VI - Motu Proprio
Solemni hac liturgia - Credo van het Volk van God
Sollemnis Professio Fidei - Ter afsluiting van het jaar van het geloof
(30 juni 1968)
, uitgegeven bij de afloop van het negentiende eeuwfeest van de marteldood van Petrus en Paulus, de voornaamste beginselen van het katholieke geloof bijeengebracht, vooral dan de gegevens die duidelijk een grotere moeilijkheid meebrachten of gevaar liepen verkeerd begrepen te worden. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de jongeren in Gniezno over "Bogurodzica", De christelijke inspiratie in de Poolse cultuur (3 juni 1979). Naast deze belangrijke geloofsbelijdenissen van het leergezang, kan men ook verwijzen naar het volksgeloof dat traditioneel ingeburgerd is in de christelijke cultuur van sommige landen, verg. wat wij op 3 juni 1979 gezegd hebben tot de jongeren van Gniezno over het leergezang, “Bogurodzica”: "Dit is niet alleen een gezang, maar ook een geloofsbelijdenis, een symbolum van het “Poolse Credo”. Het is catechese en ook een document van de christelijke traditie. Daar staan de geloofswaarheden en de beginselen van de moraal bijeen. Het is niet alleen een of ander historisch gegeven; het is een levensdocument. Dit lied wordt ook “de Poolse Catechismus” genoemd: verg. AAS 71 (1979) blz. 754. Hier vindt men zeker een aanwijzing voor de inhoud van de catechese.

Niet te verwaarlozen elementen

Door dezelfde Paus zijn in het derde deel van zijn apostolische aansporing H. Paus Paulus VI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Evangelii Nuntiandi
Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld
(8 december 1975)
“de wezenlijke hoofdzaken of de levende substantie” van de evangelisatie vermeld. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 25 De catechese moet elk van die elementen, evenals de vitale synthese waarin zij samengebracht werden, voor ogen blijven houden. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 26.39 Vgl. Congregatie voor de Clerus, Algemeen directorium voor de catechese, Directorium Catechisticum Generale (11 apr 1971), 47-69. “de krachtlijnen van de christelijke boodschap” worden hier meer systematisch uiteengezet, waar men bovendien de norm vindt voor wat wezenlijk is in de inhoud van de catechese.

Ik kan me hier dus beperken tot het opfrissen van slechts enkele punten. Vgl. Congregatie voor de Clerus, Algemeen directorium voor de catechese, Directorium Catechisticum Generale (11 apr 1971), 37-46. Men houde ook rekening met dit hoofdstuk dat hierover gaat Iedereen begrijpt bijvoorbeeld hoe belangrijk het is aan een kind, een jongere of een volwassen gelovige uit te leggen “wat een mens van God kan weten”; (Rom. 1, 19) op een of andere wijze tot hem te kunnen zeggen: “wat gij vereert zonder het te kennen, dat kom ik U verkondigen” (Hand. 17, 23) Het is belangrijk hun in het kort Vgl. Ef. 3, 3 het mysterie van Gods Woord duidelijk te maken: dat Woord is mens geworden en heeft het heil der mensen hersteld door zijn Pascha, dat is door zijn dood en verrijzenis; eveneens door zijn prediking en door de tekens die Hij voltrok, alsook door de sacramenten van zijn blijvende tegenwoordigheid onder ons. De synodevaders waren goed geïnspireerd, toen zij vroegen ervoor te waken, dat Christus niet herleid werd tot zijn mensheid en zijn boodschap tot haar puur aardse dimensie, maar dat Hij erkend zou worden als Zoon van God de middelaar door wie wij in de H. Geest vrije toegang hebben tot de Vader. Vgl. Ef. 2, 18

Voor het oog van geest en hart moet de catecheet ook, in het heldere licht van het geloof, het sacrament ontvouwen van Gods tegenwoordigheid, het mysterie van de Kerk: weliswaar een vergadering van zondige mensen maar tegelijk ook van mensen die geheiligd zijn en Gods familie vormen, door de Heer bijeengebracht onder leiding van hen, die “de H. Geest tot leiders heeft aangesteld om Gods Kerk te hoeden.” (Hand. 20, 28)

Eveneens is het van belang te onderrichten, dat de geschiedenis van het menselijk geslacht met de eigen kenmerken van genade en zondigheid, van grootheid en ellende, door God is opgenomen in zijn Zoon Jezus Christus en “reeds een aanduiding geeft van de nieuwe tijd.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 39

Men behoort tenslotte zonder enige dubbelzinnigheid de eisen duidelijk maken, die horen bij wat de Apostel graag noemde “de nieuwheid van leven” (Rom. 6, 4) “de nieuwe schepping “, (2 kor. 5,17) bestaan in Christus, Vgl. 2 Kor. 5, 17 “eeuwig leven in Christus Jezus” (Rom. 6, 23). Een dergelijk bestaan is niet alleen met offer maar ook met vreugde verweven, en betekent dan in feite niets anders dan een leven in deze wereld, maar in overeenstemming met de zaligsprekingen en bestemt tot voortzetting en omvorming in de hemel.

Vandaar het belang in de catechese om de persoonlijk morele eisen in overeenstemming te brengen met het Evangelie, het belang van christelijke houdingen ten opzichte van het leven en de wereld, of die nu heldhaftig zijn of heel eenvoudig. Wij spreken dan van christelijke en evangelische deugden. Vandaar ook de aandacht voor de inzet van de mens in dienst van zijn volledige bevrijding, Vgl. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 30-38 voor het zoeken naar een meer solidaire en broederlijke maatschappij, voor de strijd om gerechtigheid en opbouwen van vrede. De catechese zal binnen haar opdracht om het geloof op te voeden niet voorbijgaan aan die realiteiten, maar ze integendeel zoals het hoort duidelijk toelichten.

Toch mag men van de andere kant niet menen dat deze doelstelling van de catechese volledig nieuw is. Want reeds in de tijd van de kerkvaders hebben de H. Ambrosius en de H. Johannes Chrysostomus - om slechts die twee te noemen - de sociale implicaties van de eisen van het Evangelie in het licht gezet. Dichter bij ons: de catechismus van de H. Pius X noemt met name als zonden die de wraak van God afroepen, de verdrukking van de armen en het onthouden van rechtvaardig loon aan de arbeiders. Vgl. H. Paus Pius X, Motu Proprio, Catechismus maior (1 jan 1908). deel V, c. 6, nrs. 965-966 Vooral na de encycliek Paus Leo XIII - Encycliek
Rerum Novarum
Over kapitaal en arbeid
(15 mei 1891)
wordt de zorg voor de sociale problematiek met gloed uiteengezet in het catechetisch onderricht van de Pausen en de bisschoppen. Meerdere synodevaders hebben terecht keer op keer gevraagd dat het sociale erfgoed, besloten in de documenten van de Kerk, op juiste en passende wijze zou worden aangewend in de algemene vorming van de gelovigen.

De integriteit van de inhoud
Wat betreft de inhoud van de catechese zijn er drie zaken, die op onze dagen een nauwgezette aandacht verdienen.

De eerste daarvan heeft betrekking op de integriteit van de inhoud. Met het oog op de volmaakte overgave Vgl. Fil. 2, 17 aan het geloof, heeft hij die leerling van Christus wordt, het recht “het woord van het geloof” (Rom. 10, 8) integraal te ontvangen: niet verminkt, niet vervalst en niet gebrekkig, maar volledig en ongerept, in heel zijn strengheid en kracht. In een of ander punt de integriteit van de boodschap geweld aandoen, betekent de catechese uithollen en de vruchten ervan in gevaar brengen die Christus en de kerkgemeenschap er terecht van mogen verwachten. Zonder twijfel is het geen toeval dat Jezus' opdracht in het Evangelie van Mattheus een totaliteit aanduidt: “Mij is alle macht gegeven... maakt alle volkeren tot mijn leerlingen... door hun te leren alles te onderhouden... Ik ben met u alle dagen.” Als een mens op zoek is naar “de verhevenheid van de kennis van Jezus Christus” (Fil. 3, 8) die hem in het geloof wordt aangeboden, en als in hem - misschien wel onbewust - het verlangen leeft Christus meer en beter te leren kennen volgens een onderricht “naar de waarheid die in Jezus is” (Ef. 4, 20-21) mag hem onder geen enkel voorwendsel enig deel van die kennis onthouden worden. Wat zal het voor een catechese zijn, waar geen plaats gegeven wordt aan de schepping van de mens en aan zijn zonde, aan het verlossingsplan van onze God, de lange en liefdevolle voorbereiding alsook de realisatie daarvan, aan de menswording van Gods Zoon, aan Maria - de onbevlekte maagd en Moeder Gods, die met lichaam en ziel opgenomen is in de hemelse glorie - en aan haar rol in het heilsmysterie, aan het geheim der goddeloosheid dat zijn werking doet voelen in ons leven, (2 Tess. 2, 7) de kracht van God die ons daarvan bevrijdt, aan de noodzaak van boete en ascese, aan de sacramentele en liturgische riten, aan de waarachtigheid van de eucharistische tegenwoordigheid, aan het deelhebben aan het goddelijk leven reeds hier op aarde en ook over de dood heen, enzovoorts? Een catecheet, die deze naam echt verdient, zal nooit naar eigen willekeur een selectie maken in de geloofsschat naargelang zaken die hij wel of niet belangrijk vindt, zodanig dat hij het ene in zijn onderricht opneemt en aan het andere voorbijgaat.

Oecumenische samenwerking op het gebied van catechese
Wanneer er meerdere godsdiensten samen voorkomen, kan het gebeuren dat de bisschoppen het gunstig of zelfs noodzakelijk achten op het gebied van de catechetische activiteit een samenwerking tot stand te brengen tussen katholieken en andere christenen, ter aanvulling van het gewone onderricht dat aan de katholieken in ieder geval moet worden gegeven.

Deze experimenten hebben een theologische grondslag in de elementen die gemeenschappelijk zijn aan alle christenen. (86) Maar die gemeenschap tussen katholieken en andere christenen is niet volledig en volmaakt. Er kunnen zelfs in bepaalde gevallen zeer grote meningsverschillen bestaan. Daarom is het logisch dat de samenwerking waarover wij het hadden krachtens haar eigen aard beperkt is. Op geen enkele wijze mag zij dan ook een reductie insluiten tot een gemeenschappelijk minimum. De catechese houdt bovendien niet alleen de overdracht van de leer in, maar eveneens de inwijding in het hele christelijke leven, met inbegrip van de volledige deelname aan de sacramenten van de Kerk. Daarom moet men, waar deze samenwerking in de catechese reeds in gebruik is, ervoor waken dat de vorming van de katholieken in de Kerk volledig veilig wordt gesteld wat betreft de leer en het christelijk leven.

Tijdens de Synode hebben enkele bisschoppen gewezen op gevallen, die naar hun zeggen steeds meer voorkomen. Door een beslissing van de burgerlijke autoriteiten of door andere omstandigheden wordt in de scholen van sommige landen onderricht gegeven betreffende de christelijke godsdienst waarbij zowel de gebruikte boeken, de lestijden en zo meer, gemeenschappelijk zijn voor katholieken en niet-katholieken. Het hoeft nauwelijks gezegd te worden dat dit geen echte catechese is. Maar een dergelijk onderwijs kan oecumenische waarde hebben, als de katholieke leer er maar getrouw in wordt weergegeven. Waar de omstandigheden dringend vragen om een dergelijke vorm van onderricht, moet men langs andere wegen en zeker met extra grote zorgvuldigheid zorgen voor een echte katholieke catechese.

Kinderen

Heel spoedig volgt dan de tijd dat het kind catechese krijgt in een breder verband: in school of kerk, in de parochie of door catecheten van een katholieke school of een staatsschool, terwijl tegelijk ook de sociale horizon van het kind zich uitbreidt. Nu wordt het kind op systematische en organische wijze ingeleid in het leven van de Kerk en ontvangt het de naaste voorbereiding voor het vieren van de sacramenten. Die catechese zal wel didactisch van allure zijn, maar toch met de doelstelling getuigenis af te leggen van het geloof. Zij zal begincatechese zijn maar niet onsamenhangend. Want, hoe eenvoudig ook, zij moet de belangrijkste mysteries van het geloof leren kennen en deze verbinden met het zedelijke en religieuze leven van het kind. Verder zal die catechese gevoel geven voor de sacramenten terwijl een dergelijke catechese vanuit de sacramentele praxis zelf een levenskracht ontvangt die haar belet alleen maar theorie te blijven. Zo wordt het kind deelgenoot aan de vreugde in zijn eigen leefmilieu getuige te zijn van Christus.

De homilie
Deze opmerking is nog meer van toepassing voor de catechese, die plaats vindt in de viering van de liturgie, meer bepaald voor de homilie tijdens de eucharistische samenkomst. Natuurlijk valt de specificiteit en het eigen ritme van een viering te eerbiedigen. Maar met inachtneming daarvan gebruikt de homilie toch dezelfde weg als de catechese, om die weg bij zijn natuurlijk eindpunt te laten uitmonden. Op een gelijkaardige wijze zet zij de leerlingen van Christus er toe aan dagelijks de geestelijke tocht te aanvaarden in waarheid, aanbidding en dankzegging. In die context kan men terecht zeggen dat de catechetische pedagogie in de Eucharistie haar begin en voltooiing vindt, en dit doorheen de kringloop van het liturgisch jaar.

Een prediking die op de Bijbelse teksten gecentreerd is, bereikt op haar eigen manier dat de christengelovigen alle mysteries van het geloof en de normen van christelijk leven vollediger en dieper leren kennen. Aan de homilie moet dan ook een grote aandacht besteed worden: niet te lang en niet te kort, altijd degelijk voorbereid, rijk aan gedachten, verstaanbaar voor de toehoorders, en voorbehouden aan de gewijde bedienaars. Zij moet haar plaats krijgen in iedere eucharistieviering op de zondagen en de voorgeschreven feestdagen en ook bij de vieringen van doopsel, boete, huwelijk en begrafenis. Daarin ligt een van de weldaden van de liturgievernieuwing.

Belichaming van de boodschap in de culturen

Ik snijd nu een tweede kwestie aan. Zoals ik tot de leden van de Bijbelcommissie gezegd heb: “De term 'acculturatie' of 'inculturatie' is weliswaar een neologisme maar toch een uitstekende uitdrukking voor een van de elementen van het grote mysterie van de menswording.” H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de leden van de Pauselijke Bijbelcommissie (26 apr 1979). AAS 71 (1979), blz. 607 Wij kunnen in volle ernst eerst zeggen dat de catechese, net als de evangelisatie in het algemeen, tot doel heeft de kracht van het Evangelie te laten doordringen tot in het hart van de menselijke cultuur en van de diverse verschijningsvormen van die cultuur. Om dit te bereiken moet de catechese kennis nemen van die culturen en van haar componenten, doorzien welke haar meest markante kenmerken zijn, en haar eigen woorden en rijkdommen eerbiedigen. Zo immers zal zij mensen van uiteenlopende culturen brengen tot de kennis van het verborgen mysterie Vgl. Rom. 16, 25 Vgl. Ef. 3, 5 en hen helpen om, uit de levende eigen traditie verschillende aspecten naar voren te brengen, die op een originele wijze gestalte geven aan de christelijke levenswijze, celebratie en wijze van denken. Twee zaken moet men echter in dat verband voor ogen houden. Ten eerste kan de evangelische boodschap niet zonder meer worden losgemaakt van die culturen waarin zij voor het eerst vorm kreeg. Ik bedoel: heel het Bijbels universum en meer bepaald het menselijk cultuurpatroon waarin Jezus leefde. Ook niet zonder groot verlies zal men die boodschap losmaken van de cultuurvormen waarin zij in de loop der eeuwen een bedding vond. Nooit ontspringt de boodschap als vanzelf uit een of andere cultuurbodem. Maar altijd wordt zij doorgegeven aan de hand van een apostolische dialoog, die noodzakelijkerwijze gepaard gaat met een soort dialoog van de culturen.

Ten tweede moet nadrukkelijk gezegd worden dat de kracht van het Evangelie overal omvormend werkt en een wedergeboorte tot stand brengt. Als het Evangelie een cultuur binnendringt, wie zal er dan over verwonderd zijn, dat niet weinig elementen van die cultuur worden omgevormd? Het zou geen catechese zijn, indien het evangelie zelf diende te veranderen door het contact met de culturen.

Als hier niet op gelet werd, bereikte men, zoals de H. Paulus krachtig formuleert,dat “het kruis van Christus zijn kracht zou verliezen”. Vgl. 1 Kor. 1, 17

Iets heel anders is de handelswijze die, met wijs overleg, vertrekt van religieuze en andere elementen, die behoren tot het culturele erfgoed van een of andere groep of klasse van mensen, om hen te helpen het volledige christelijke mysterie beter te begrijpen. Echte catecheten weten immers heel goed, dat de catechese zich incarneert in verscheidene vormen van menselijke cultuur of in wisselende manieren van menselijke samenleven. Het volstaat te denken aan de onderling zo verschillende volken, aan de adolescenten en jongeren van vandaag, aan de wisselende omstandigheden, waarin de mensen van onze tijd verkeren. Dergelijke catechesen dulden niet dat de catechese uitgehold wordt door van de boodschap af te stappen of haar een domper op te zetten bij middel van zogenoemde aanpassingen, ook voor wat de taal betreft, zodanig dat de “toevertrouwde schat” van het geloof Vgl. 2 Tim. 1, 14 in gevaar komt of dat in geloof en zeden al teveel wordt toegegeven. Dergelijke catechesen zijn er vast van overtuigd, dat echte catechese dergelijke culturen rijker maakt, doordat zij hen helpt overstijgen wat daarin nog onvolmaakt en zelfs onmenselijk is, en doordat zij de goede waarden die ze echt bevatten, opneemt in de volheid van Christus. Vgl. Joh. 1, 16 Vgl. Ef. 1, 10

Bijdrage van de volksdevoties
Een andere kwestie van methode betreft de wijze waarop men voor de catechetische vorming gebruik kan maken van de waardevolle elementen in de volksdevoties. Ik denk aan de devotiepraktijken, die het gelovige volk in sommigen landen beoefent met een vurigheid van geest en een zuiverheid van bedoeling die diepe indruk maken, ook al moet het geloof, dat er aan ten grondslag ligt, gezuiverd worden en grotendeels rechtgetrokken. Ik denk aan sommige gemakkelijke gebeden, die heel wat eenvoudige mensen graag telkens weer herhalen. Ik denk aan vrome handelingen, die gesteld worden met een oprecht verlangen boete te doen of de Heer te behagen. In het grootste deel van dergelijke gebeden en praktijken zijn er, naast sommige te verwerpen zaken, zeker ook elementen, die, als zij goed begeleid worden, heel waardevol kunnen zijn om het mysterie van Christus dieper te leren kennen: de liefde en barmhartigheid van God, de Menswording van Christus, zijn verlossend Kruis en Zijn Verrijzenis, de werkzaamheid van de Geest in afzonderlijke christenen en in de Kerk, het geheim van het hiernamaals, de evangelische deugden die beoefend moeten worden, de aanwezigheid van de christen in de wereld, en meer dergelijke zaken. Waarom zouden wij een beroep doen op niet-christelijke – ja zelfs het christendom vijandige elementen, terwijl wij niet willen steunen op elementen, die weliswaar herzien en verbeterd moeten worden, maar toch in hun wortels iets christelijks hebben?

Document

Naam: CATECHESI TRADENDAE
Catechese geven in onze tijd
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 16 oktober 1979
Copyrights: © 1980, Wereldkerkdocumenten nr. 7
Bewerkt: 3 november 2020

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam