• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

AAN DE ZONDAGSE MISVIERING DEELNEMEN EN ZICH DOOR HET EUCHARISTISCHE BROOD LATEN VOEDEN IS VOOR DE CHRISTEN EEN NOODZAAK
Bij de afsluiting van het Nationale Eucharistische Congres te Bari

"Jeruzalem, prijs de Heer, brengt lofzangen, Sion, uw God" (Antwoordpsalm).

De uitnodiging van de Psalmist, die ook in de Sequentie tot uitdrukking wordt gebracht geeft zeer goed de bedoeling van deze Eucharistieviering aan: Wij zijn samengekomen om de Heer te loven en te prijzen. Dat is de reden dat de Italiaanse Kerk hier, in Bari, bij elkaar gekomen is voor het Eucharistisch Congres.

Ook ik wilde heden mij met u allen verenigen, om op een bijzondere eerbiedwaardige wijze het Hoogfeest van het Lichaam en Bloed van Christus te vieren en op deze wijze Christus, in het sacrament van zijn liefde, eer te geven en tegelijk de band van de eenheid, die mij met de Kerk van Italië en met haar herders verbind, te verstevigen. Ook mijn dierbare voorganger, Paus Johannes Paulus II, zou deze belangrijke kerkelijke gebeurtenis graag met u gevierd hebben. Wij voelen, dat hij ons nabij is en met ons Christus, de Goede Herder, verheerlijkt, die hij nu zelf direct mag aanschouwen.

Allen, die aan deze feestelijke liturgie deelnemen, begroet ik van harte. Ik groet Kardinaal Camilio Ruini en de hier aanwezige Kardinalen; Aartsbisschop Francesco Cacucci van Bari-Bitonte, de Bisschop van Apuliën en de vele Bisschoppen uit de andere delen van Italië; de priesters, mannelijke en vrouwelijke religieuzen, zowel als alle leken - bijzonder diegene die aan de organisatie van dit Congres hebben meegewerkt. Ik begroet alle officiële vertegenwoordigers van de staat, die door hun aanwezigheid aantonen, dat het Eucharistische Congres deel is van de geschiedenis en de cultuur van het Italiaanse volk.
Dit Eucharistische Congres, die we vandaag besluiten, heeft zich o.a. ten doel gesteld de zondag opnieuw als de "wekelijkse Paasfeest" centraal te stellen, als uitdrukking van de identiteit van de Christelijke gemeenschap en als middelpunt van haar leven en haar zending. Het gekozen motto - "Zonder zondag kunnen we niet leven" - brengt ons terug naar het jaar 304, toen Keizer Diocletianus de Christenen met de doodstraf bedreigde, wanneer ze een Heilige Schrift bezitten, op zondag de Eucharistie te vieren en cultusplaatsen voor hun verzamelingen op te richten. In Abitine, een klein dorp in het huidige Tunesië, werden 49 Christenen op een zondag gedurende de Eucharistieviering in het huis van Octavius Felix bij de overtreding van het keizerlijke verbod betrapt. Ze werden vastgenomen en naar Carthago gebracht, om door de Proconsul Anulinus verhoord worden.

Veelzeggend was vooral het antwoord van een zekere Emeritus, die door de Proconsul gevraagd werd, waarom hij het bevel van de keizer overtreden hadden. Hij zei:

"Sine dominico non opossumus":
"Zonder dat we op de zondag bij elkaar zijn geweest, kunnen wij niet leven. We zouden dan niet de kracht hebben de dagelijkse moeilijkheden aan te kunnen en niet na te laten."
Na een gruwelijke foltering werden de 49 martelaren van Abitene ter dood gebracht. Met het vergoten bloed hebben ze getuigd van hun geloof. Ze stierven, maar ze hebben overwonnen. Vandaag herdenken we hen die in de heerlijkheid zijn van de opgestane Christus.
Ook wij Christenen van de 21e eeuw moeten de ervaring van de martelaren van Abitene herdenken. Ook voor ons is het niet gemakkelijk als Christen te leven. Spiritueel leven we in een wereld die vaak gekenmerkt wordt door een ongeremde consumentisme, van religieuze indifferentie en van secularisme, die van iedere transcendentie verstoken blijft. Een soortgelijke wereld kan als een woestijn lijken, die niet minder hard is als de "grote en verschrikkelijke woestijn" (Dt. 8, 15), waarvan in de eerste lezing uit het Boek Deuteronomium sprake is.

God komt het Joodse volk in hun nood tegemoet met de gave van het Manna, om het laten weten "dat de mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat uit de mond van Jahwe komt" (Dt. 8, 3). In het Evangelie van vandaag legt Jezus ons uit, op welke wijze God het volk van het Nieuwe Verbond door de gave van het Manna heeft willen voorbereiden. " Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven" (Joh. 6, 58) De mens geworden Zoon van God kon tot Brood worden, om daardoor voedsel voor Zijn volk te worden, dat zich op reis bevind naar het beloofde land van de Hemel.

We hebben dit Brood nodig opdat we de beproevingen en de uitputting van deze reis te boven komen. De zondag - dat is de Dag van de Heer - is de grote gelegenheid om voor Hem, de Heer van het leven, kracht te verkrijgen. Het zondagsgebod is dus niet alleen een van buitenaf opgelegde verplichting. Deelnemen aan de misviering op de zondag en zich door het Eucharistische Brood te laten voeden, is voor de Christen een noodzaak, die hem de nodige kracht geeft om op de weg, die nog voor hem ligt, verder te kunnen. Het is een reis, die geen verwarring oplevert, want de weg, die God door zijn geboden geeft, brengt hem in de richting die in het wezen van de mens zelf is ingelegd. Deze weg te volgen betekent voor de mens, zich zelf te verwerkelijken; het te verliezen betekent dat men zichzelf verliest.

De Heer laat ons op die reis niet alleen. Hij is bij ons. Hij wil zelfs graag het lot met ons delen, doordat Hij het op Zich neemt. In het gesprek, waarvan in dit Evangelie zojuist sprake was, zegt Hij: "wie Mijn vlees eet en Mijn Bloed drinkt, die blijft in Mij en Ik blijf in hem." (Joh. 6, 56). Hoezeer zouden we ons niet moeten verheugen over zulk een belofte? Toch hebben we gehoord, dat de Mens op de eerste verkondiging begonnen te morren en te protesteren, in plaats van zich te verheugen: "Hoe kan Hij ons Zijn vlees te eten geven?" (Joh. 6, 52).

{...}
Op dit punt komen we met een verdere dimensie van de Eucharistie in aanraking, waarop ik aan het einde nog kort wil ingaan: Christus, die wij in het Sacrament ontmoeten is hier in Bari precies Dezelfde als die in Rome, in Europa, Amerika, Afrika, Azië of de Oceaniën. Het gaat om de ene en zelfde Christus, zoals overal in de wereld in het Eucharistische Brood aanwezig is. Dat wil zeggen, dat wij hem alleen samen met alle anderen kunnen ontmoeten. Wij kunnen Hem alleen ontvangen, wanneer wij onder elkaar één zijn.

Is dat niet juist precies datgene dat de Apostel Paulus ons in de zojuist gehoorde lezing gezegd heeft? In zijn brief aan de Korintiërs schrijft hij: "Omdat het brood één is, vormen wij allen tezamen één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood." (1 Kor. 10, 17). De consequentie is duidelijk: Wij kunnen niet met de Heer communiceren, wanneer we niet met elkaar communiceren. Wanneer we voor Hem willen verschijnen, dan moeten we vanuit de anderen Hem tegemoet treden. Om dat te doen, moeten we de grote les van de vergeving leren. We mogen de vernietigende larf van de afwijzing geen kans geven, maar wij moeten ons hart vol barmhartigheid openen, die daarin bestaat, de ander toe te behoren, hen te begrijpen, mogelijke verontschuldigingen aannemen en ons zelf grootmoedig overgeven.

De Eucharistie is, en dat willen we herhalen, het Sacrament van de eenheid. Maar helaas zijn de Christenen juist in dit Sacrament van de eenheid niet een. Dit is nog een reden temeer, waarom wij ons - gesterkt door de Eucharistie - bemoedigd weten met alle krachten naar de volle eenheid te streven, die Christus in de Avondmaalszaal dringend zich gewenst heeft. Juist hier in Bari, die stad waar de gebeente van de heilige Nicolaus bewaard wordt en waar men voor de ontmoeting en de dialoog met de Christelijke broeders van het Oosten bij elkaar gekomen is, wil ik mijn wil bevestigen, met al mijn krachten voor de hernieuwing van de volle en zichtbare eenheid van alle aanhangers van Christus te werken, wat ik als een fundamentele opgave beschouw.

Ik ben me bewust dat een goede intentieverklaring niet voldoende is. Belangrijker zijn concrete gestes, die de geest doordringen, het geweten beroeren en zo ieder tot deze innerlijke bekering uitnodigen, die de voorwaarde voor iedere vooruitgang op de weg van de oecumene is. Vgl. Paus Benedictus XVI, Boodschap, Na de eerste H. Mis in de Sixtijnse Kapel, gecelebreerd met alle in Rome aanwezige Kardinalen, "Een Kerk ... die geen angst heeft voor de toekomst" (20 apr 2005) Ik vraag iedereen, beslist de weg van de geestelijke oecumene in te slaan, die door het gebed de deuren opent voor de Heilige Geest. Hij alleen kan de eenheid maken.

Beste vrienden die vanuit de diverse delen van Italië naar Bari zijn gekomen om het Eucharistisch Congres te vieren, we moeten de vreugde van de Christelijke zondag opnieuw ontdekken. We moeten trots zijn om opnieuw te ontdekken dat het een voorrecht is om de Eucharistie te mogen delen, het Sacrament van een hernieuwde wereld.

De Verrijzenis van Christus vond plaats op de eerste dag van de week, dat in de Heilige Schrift de dag is van de schepping van de wereld. Daarom wordt de zondag door de eerste Christen gemeenschappen beschouwd als de dag waarop de nieuwe wereld begint, die waarop, door de overwinning van Christus over de dood, de nieuwe schepping begon.

De gemeenschap kreeg het karakter van een nieuw volk van God toen ze zich verzamelde rond de Eucharistische tafel. St. Ignatius van Antiochië beschreef de Christenen als "zij die nieuwe hoop hebben gekregen" en stelde ze voor als mensen "die leefden overeenkomstig de zondag" ("iuxta dominicam viventes"). In aansluiting hierop vroeg de Bisschop van Antiochië zich af: "Wie is in staat om te leven zonder Hem, de Ene die door de profeten zolang verwacht werd?" H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Magnesiërs, Epistula ad Magnesios. 9, 1-2

"Wie is in staat om te leven zonder Hem?" In deze woorden van St. Ignatius horen we de echo van de bevestiging door de martelaren van Abitene: "Sine dominico non possumus".

Dit is hetgeen ons gebed versterkt: dat wij ook, Christenen in deze tijd, het besef zullen herontdekken van het cruciale belang van de Zondagse viering en dat we zullen weten hoe we vanuit de deelname aan de Eucharistie het noodzakelijke dynamisme voor een nieuwe engagement om te getuigen aan de wereld dat Christus is "onze vrede" (Ef. 2, 14).

Amen!

Document

Naam: AAN DE ZONDAGSE MISVIERING DEELNEMEN EN ZICH DOOR HET EUCHARISTISCHE BROOD LATEN VOEDEN IS VOOR DE CHRISTEN EEN NOODZAAK
Bij de afsluiting van het Nationale Eucharistische Congres te Bari
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 29 mei 2005
Copyrights: © 2005, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Stg. InterKerk, Wassenaar
Nummering van de redactie.
Bewerkt: 17 september 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam