• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Wonderbare groei van de H. Hart verering in de moderne tijd
ENCYCLIEK

van Onze Heilige Vader in Christus Pius de XIIe door Gods Voorzienigheid Paus

Aan Zijn eerbiedwaardige Broeders de Patriarchen, Primaten,
Aartsbisschoppen, Bisschoppen en andere Plaatselijke Ordinarii,
die leven in gemeenschap met de Apostolische Stoel

OVER DE VERERING VAN HET ALLERHEILIGST HART VAN JEZUS

Eerbiedwaardige Broeders
Heil en Apostolische Zegen.

"Met vreugde zult gij water scheppen uit de bronnen des Zaligmakers" (Jes. 12, 3). Met deze woorden heeft de profeet Isaias in betekenisvolle beelden de talloze en overvloedige gaven Gods voorzegd, die het Messiaanse tijdperk brengen zou. En zij komen Ons als vanzelf voor de geest, nu Wij herdenken, dat Onze voorganger Pius de IXe onsterfelijker gedachtenis, van harte gehoorgevend aan de wensen, die uit de hele Katholieke wereld tot Hem kwamen, honderd jaar geleden voorschreef het feest van het Allerheiligst Hart van Jezus in de hele Kerk te vieren.
Het is wel onmogelijk alle hemelse gaven op te sommen, die de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus stort in de zielen der gelovigen, want zij reinigt, beurt op met hemelse vertroosting en zet aan tot het verwerven van alle deugden. Maar toch, een woord vol wijsheid van de Apostel Jacobus indachtig: "Elke goede gave en elk volmaakt geschenk komt van boven en daalt neer van de Vader der lichten" (Jak. 1, 17), zien Wij in deze verering, die overal ter wereld in vurigheid en kracht toeneemt, met recht een onschatbare gave, die het mensgeworden Woord, onze goddelijke Verlosser, als enige Middelaar van genade en waarheid tussen de hemelse Vader en het menselijk geslacht, aan de Kerk, Zijn mystieke Bruid, in de loop dezer laatste eeuwen, waarin zij zoveel lijden moest doorstaan en met zoveel moeilijkheden te worstelen had, heeft verleend. Want in het genot van deze onschatbare gave is de Kerk in staat een vuriger liefde te tonen jegens haar Stichter en in nog ruimere mate gehoor te geven aan de oproep, die zoals de Evangelist Joannes meedeelt, door Jezus Christus zelf is gedaan:"Op de laatste dag nu, de grote dag van het feest stond Jezus daar en riep: 'zo iemand dorst heeft hij kome tot Mij; en hij drinke, die in Mij gelooft". Zoals de Schrift zegt: Uit Zijn binnenste zullen stromen vloeien van levend water". Dit zeide Hij van de Geest, die zij zouden ontvangen, die in Hem zouden geloven" (Joh. 7, 37-39). Voor degenen, die Jezus hoorden spreken moet het wel niet moeilijk geweest zijn de woorden, waarmee hij beloofde, dat uit Zijn binnenste een bron van "Levend water" zou ontspringen, in verband te brengen met de uitspraken van de profeten Jesaja, Ezechiël en Zacharias, die de komst van het Messiaanse rijk voorspelden, en ook met de rots, die een voorafbeelding was, waaruit op wonderbare wijze water sprong, toen Mozes er op sloeg. Vgl. Jes. 12, 3 Vgl. Ez. 47, 3-12 Vgl. Zach. 13, 1 Vgl. Ex. 17, 1-7 Vgl. Num. 20, 7-13 Vgl. 1 Kor. 10, 4 Vgl. Openb. 7, 17 Vgl. Openb. 22, 1
De goddelijke liefde neemt haar oorsprong uit de H. Goest, die de als persoon bestaande liefde is van de Vader maar ook van de Zoon in de schoot der verheven Drie-eenheid. Zeer terecht kent dan ook de Apostel der heidenen, daarmede als een echo de woorden van Jezus Christus herhalend, de uitstorting der liefde in de harten der gelovigen toe aan deze Geest van Liefde: "De liefde Gods is uitgegoten in onze harten, door de H. Geest, die ons is gegeven" (Rom. 5, 5).
Deze allernauwste samenhang, die volgens de verzekering van de H. Schrift bestaat tussen de goddelijke liefde, die moet branden in de zielen der Christenen, en de H. Geest, die uit Zichzelf Liefde is, toont ons, eerbiedwaardige Broeders, allerduidelijkst het diepste wezen van de verering, die wij verschuldigd zijn aan het Allerheiligst Hart van Jezus Christus. Immers, het is zonder meer duidelijk, wanneer wij de eigen aard van deze verering beschouwen, dat zij een religieuze daad bij uitstek is, omdat zij van ons vraagt, de algehele en onbeperkte wil ons toe te wijden en te binden aan de liefde van onze goddelijke Verlosser, waarvan het gewonde Hart het levende bewijs en teken is. En zonder twijfel staat ook op nog onwrikbaarder wijze vast, dat deze verering voornamelijk met zich meebrengt, dat wij de goddelijke liefde met ónze liefde beantwoorden. Immers alleen uit de kracht der liefde kunnen de zielen der mensen zich geheel en volmaakt onderwerpen aan de heerschappij van de verheven God; omdat namelijk onze liefde zich dan zo hecht aan de goddelijke wil, dat zij er a.h.w. één mee wordt volgens het woord: "Wie zich hecht aan de Heer is één geest met Hem" (1 Kor. 6, 17).

Document

Naam: HAURIETIS AQUAS IN GAUDIO
Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus
Soort: Paus Pius XII - Encycliek
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 15 mei 1956
Copyrights: © 1956, Katholiek Archief
Bewerkt: 14 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam