• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Met een levendige en angstvolle zorg zijn wij helaas, nu genoodzaakt voor onze oogen met onverbloembare duidelijkheid de geestelijke ruïnen te zien, die opeengestapeld worden van oogenblik tot oogenblik, om reden van een breeden stortvloed van ideeën. Daardoor wordt de waarheid in de geesten van zooveel enkelingen en van zooveel volkeren min of meer met opzet of op verborgen wijze verduisterd en misvormd en dat gebeurt of die menschen al dan niet in den oorlog zijn medegesleept. Vandaar dat bij ons de gedachte opkomt, welk een matelooze arbeid nodig zal zijn – als de wereld eenmaal, moe van het elkander beoorlogen, den vrede zal willen herstellen – om de cyclopische muren van afkeer en haat weer af te brengen, die in de hitte van den strijd zijn opgeworpen.
Wij waren ons bewust van de excessen, waartoe leerstellingen en werken van een politiek die de wet Gods niet eerbiedigt, den weg openen en heendrijven. Daarom hebben wij, zooals ge wel weet, toen de tegenstellingen dreigend werden, met al het vuur van onze ziel, tot het laatste toe getracht het ergste te voorkomen en de menschen, die beschikken over de macht en op wier schouders zulk een zware verantwoordelijkheid rustte, over te halen, de gedachte aan een gewapend conflict te laten varen en de wereld rampen te besparen waarvan het einde niet te zien is. Onze pogingen en die van andere invloedrijke en geëerbiedigde zijden hadden jammer genoeg niet de gewenschte uitwerking, vooral omdat het diepe wantrouwen, dat in de laatste jaren de gemoederen reusachtige verhoudingen had aangenomen en dat tusschen de volkeren onoverkomelijke geestelijke scheidsmuren had opgeworpen, niet weg te krijgen was.
De problemen, die tusschen de naties bestonden, waren niet onoplosbaar; maar dat wantrouwen, dat zijn oorzaak vond in een reeks bijzondere omstandigheden, belette, als met een onweerstaanbare macht, dat men nu nog geloof hechtte aan de krachtdadigheid van eventueele beloften en aan de duurzaamheid en de levenskracht van mogelijke overeenkomsten. De herinnering aan het zoo brooze en bestreden leven van zulke onderhandelingen en accoorden deed ten slotte alle poging stranden om een vreedzame oplossing te bewerken.
Niets anders bleef ons over, eerbiedwaardige broeders en geliefde zonen, dan het woord te herhalen van den profeet: ”Wij verwachten den vrede, en er kwam geen goed; den tijd van beterschap, en zie, verschrikking” (Jer. 14, 19) en ons intusschen er op toe te leggen, om, zooveel het in ons vermogen was, de ellenden die uit den oorloog voortkomen te verzachten, alhoewel deze actie niet weinig gestremd wordt door de nog niet overwonnen onmogelijkheid, om de hulp van de christelijke charitas te brengen in streken, waar men er meer levendig en dringend behoefte aan gevoelt. Met een onuitsprekelijke zielezorg beschouwen wij al vier maanden lang dezen oorlog en zien wij hoe hij, begonnen en doorgezet in zulke ongewone omstandigheden, op tragische wijze ruïnen op ruïnen stapelt. En als tot nu toe – als men den met bloed gedrenkten bodem van Polen en Finland uitzondert – het getal der slachtoffers geringer kan worden geacht, dan men vreesde, toch is het geheel van lijden en offers tot zulk een toppunt gekomen, dat degenen, die bezorgd zijn voor den toekomstigen economischen, socialen en geestelijken toestand van Europa, en niet van Europa alléén, hevig daarover beangstigd zijn. Hoe verder het monster van den oorlog voortdringt, en de stoffelijke middelen aangrijpt en verslindt die alle onverbiddelijk ten dienste van de oorlogsbehoeften gesteld worden, terwijl die oorlogsbehoeften nog van uur tot uur toenemen, des te meer wordt voor de naties, die direct of indirect door den geesel zijn getroffen, het gevaar meer acuut voor, zouden wij zeggen, een pernicieuse bloedarmoede, en dringt zich de vraag op, die ons niet meer loslaat: hoe kan bij het einde van den oorlog een economie die heelemaal is uitgeput of ten minste die krachteloos is geworden, de middelen vinden voor den economischen en socialen opbouw, en dat wel te midden van moeilijkheden die van alle kanten buitensporig vermeerderd zijn, en waarvan de krachten en de valsche handgrepen van de revolutie, die op de loer liggen, zullen trachten gebruik te maken, in de hoop aan het christelijke Europa den genadeslag te kunnen toebrengen?

Document

Naam: IN QUESTO GIORNO
Op de vigilie van het hoogfeest der geboorte van Onzen Heer Jezus Christus 1939 in tegenwoordigheid van HH. Em. De kardinalen van HH. Exc. de bisschoppen en prelaten der Romeinsche curie
Soort: Paus Pius XII - Toespraak
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 24 december 1939
Copyrights: © 1940, Ecclesia Docens 0120, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum, pag. 79-98
Vert.: Dr. Jos. Maria Drehmanns C.ss.R.
In ongecorrigeerde spelling
Bewerkt: 4 augustus 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam