Homilia in Dormitionem I
x
Gebruik de knoppen om door de historische teksten te lopen:
Informatie over dit document
Homilia in Dormitionem I
Johannes Damascenus
749
Kerkelijke schrijvers - Homilieën
Datering onzeker
Vert. op basis van de Latijnse vertaling van preek XII in de Codex Augiensis 80 die een vertaling uit het Grieks is. (PG 96, 700-721 / CPG 8061 / Voulet, SC 80 pp. 80-121 / Kotter, Johannes von Damaskos V, pp. 483-500)
Verwerken van de Bijbelreferenties tot en met paragraaf 6. gereed.
Zie de gebruiksvoorwaarden van de documenten
Vert. op basis van de Latijnse vertaling van preek XII in de Codex Augiensis 80 die een vertaling uit het Grieks is. (PG 96, 700-721 / CPG 8061 / Voulet, SC 80 pp. 80-121 / Kotter, Johannes von Damaskos V, pp. 483-500)
Verwerken van de Bijbelreferenties tot en met paragraaf 6. gereed.
Zie de gebruiksvoorwaarden van de documenten
1988
W.M.M. Cruts-Sauren
21 februari 2025
1069
nl
Referenties naar dit document: 8
Open uitgebreid overzichtReferenties naar dit document van thema's en berichten
Open uitgebreid overzichtExtra opties voor dit document
Kopieer document-URL naar klembord Reageer op dit document Deel op social mediaInhoudsopgave
- Inhoud
Van Johannes de nederige monnik van Damascus en presbyter van Nova Laura. De preek over de eerwaardige inslaping van onze zeer roemrijke vrouwe, moeder van God en altijd Maagd Maria.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media1.
'De nagedachtenis aan gerechtvaardigen gebeurt met loftuitingen', zoals de zeer wijze Salomon zegt. (Spr. 10, 7 LXX)[b:Spr. 10, 7] Kostbaar is immers in de ogen van de Heer de dood van zijn heiligen (Ps. 115, 6 LXX)[b:Ps. 116, 6], heeft David, voorvader van God, voorzegd. Derhalve, als de nagedachtenis aan alle heiligen met loftuitingen gebeurt (Spr. 10, 7 LXX)[[b:Spr. 10, 7]], wie zou er dan geen lof brengen aan de bron van gerechtigheid en schatkamer van heiligheid, niet opdat hij roemt, maar opdat hij verheerlijkt wordt met altijddurende roem? Want de tent van de Heer heeft geen behoefte aan roem van onze kant, de stad Gods, over welke roemrijke woorden gesproken zijn, zoals dezelfde David tot haar gezegd heeft: "Roemrijke woorden zijn over U gesproken, stad Gods" (Ps. 86, 3 LXX)[b:Ps. 87, 3]. Immers welke stad van de onzichtbare en onomschreven God, die alles in zijn eigen hand houdt (Jes. 40, 12)[[b:Jes. 40, 12]], zullen wij erkennen, dan zij die werkelijk alleen boven de natuur uit en bovenwezenlijk en onomschreven het bovenwezenlijke Woord van God en God schijnt te bevatten, over welke roemrijke woorden door de Heer zelf gesproken zijn? (Ps. 86, 3 LXX)[[b:Ps. 87, 3]] Wat is immers roemrijker dan het oude en ware plan van God te aanvaarden? (Jes. 25, 1 LXX)[[b:Jes. 25, 1]]
'De nagedachtenis aan gerechtvaardigen gebeurt met loftuitingen', zoals de zeer wijze Salomon zegt. (Spr. 10, 7 LXX)[b:Spr. 10, 7] Kostbaar is immers in de ogen van de Heer de dood van zijn heiligen (Ps. 115, 6 LXX)[b:Ps. 116, 6], heeft David, voorvader van God, voorzegd. Derhalve, als de nagedachtenis aan alle heiligen met loftuitingen gebeurt (Spr. 10, 7 LXX)[[b:Spr. 10, 7]], wie zou er dan geen lof brengen aan de bron van gerechtigheid en schatkamer van heiligheid, niet opdat hij roemt, maar opdat hij verheerlijkt wordt met altijddurende roem? Want de tent van de Heer heeft geen behoefte aan roem van onze kant, de stad Gods, over welke roemrijke woorden gesproken zijn, zoals dezelfde David tot haar gezegd heeft: "Roemrijke woorden zijn over U gesproken, stad Gods" (Ps. 86, 3 LXX)[b:Ps. 87, 3]. Immers welke stad van de onzichtbare en onomschreven God, die alles in zijn eigen hand houdt (Jes. 40, 12)[[b:Jes. 40, 12]], zullen wij erkennen, dan zij die werkelijk alleen boven de natuur uit en bovenwezenlijk en onomschreven het bovenwezenlijke Woord van God en God schijnt te bevatten, over welke roemrijke woorden door de Heer zelf gesproken zijn? (Ps. 86, 3 LXX)[[b:Ps. 87, 3]] Wat is immers roemrijker dan het oude en ware plan van God te aanvaarden? (Jes. 25, 1 LXX)[[b:Jes. 25, 1]]
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media2.
Noch de menselijke tong, noch het bovenaardse intellect van de engelen zal haar, door wie het ons gegeven is de heerlijkheid van de Heer duidelijk te aanschouwen, waardig kunnen prijzen. (2 Kor. 3, 18)[[b:2 Kor. 3, 18]] Wat? Zullen wij dus zwijgen omdat wij niet waardig kunnen prijzen, weerhouden zonder reden door de angst? Of zullen wij "onze voet boven de graad van waardigheid zetten", zoals men dikwijls zegt, en zullen wij onze eigen grenzen niet kennen en zullen wij schaamteloos aan zaken komen waar we niet aan mogen komen, omdat we de teugel van de vrees versmaden? Geenszins. Waar laten we, terwijl we liever door liefde de vrees matigen en een krans, samengesteld uit beide, vlechten, met een heilige eerbied en met trillende hand en met een verlangend hart de bescheiden eerstelingen van onze geest teruggeven aan de koningin, moeder, weldoenster van de gehele natuur, eerbiedig, zoals net behoort.
Noch de menselijke tong, noch het bovenaardse intellect van de engelen zal haar, door wie het ons gegeven is de heerlijkheid van de Heer duidelijk te aanschouwen, waardig kunnen prijzen. (2 Kor. 3, 18)[[b:2 Kor. 3, 18]] Wat? Zullen wij dus zwijgen omdat wij niet waardig kunnen prijzen, weerhouden zonder reden door de angst? Of zullen wij "onze voet boven de graad van waardigheid zetten", zoals men dikwijls zegt, en zullen wij onze eigen grenzen niet kennen en zullen wij schaamteloos aan zaken komen waar we niet aan mogen komen, omdat we de teugel van de vrees versmaden? Geenszins. Waar laten we, terwijl we liever door liefde de vrees matigen en een krans, samengesteld uit beide, vlechten, met een heilige eerbied en met trillende hand en met een verlangend hart de bescheiden eerstelingen van onze geest teruggeven aan de koningin, moeder, weldoenster van de gehele natuur, eerbiedig, zoals net behoort.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaWant ook het verhaal doet de ronde, dat enkele boeren die met hun ploegossen voren in het land trokken, de keizer voorbij zagen gaan, sierlijk gekleed in purper en schitterend door de glans van de diadeem en rondom omgeven door een onmetelijke menigte lijfwachten. Vervolgens, omdat er niets in de buurt was dat zij de heerser konden aanbieden, bracht een van hen water, dat hij snel met zijn handen geschept had - er stroomden immers in de buurt tamelijk rijkelijk stromen - als geschenk voor de zelfheerser. Tot hem nu sprak de koning: "wat is dat, jongen?" Maar hij antwoordde kordaat: "Wat tot mijn beschikking stond, dat heb ik gebracht, omdat ik het het beste vind dat de ijver in geen geval verborgen mag worden door armoede. U hebt immers niets van het onze nodig, U wilt niets van ons behalve welwillendheid. Wat echter door ons wordt gedaan, is voor ons tegelijkertijd plicht en lof. De roem verstaat de kunst zoals vele andere dingen de toegewijden te volgen." De keizer vervolgens prees vol bewondering weliswaar zijn wijsheid, hij nam waarlijk met goedgunstigheid de ijver aan, maar ook overlaadde hij hem met zeer vele geschenken en weldadige wederdiensten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaAls derhalve die verheven heerser liever genegenheid toeliet dan rijkdom, zal de waarlijk goede vrouwe zelf, die de moeder is van God die alleen goed is, van wie de mildheid oneindig is, en die twee penningen (Mc. 12, 42; Lc. 21, 2)[[b:Mc. 12, 42; Lc. 21, 2]] verkiest boven kostbare gaven, niet veeleer ons toelaten, terwijl ze onze intentie, niet onze verdienste, beoordeelt? Zij zal ons zeker toelaten als mensen die een plicht volbrengen, maar terwijl zij onvergelijkbare dingen teruggeeft. Omdat het derhalve geheel en al noodzakelijk is te spreken opdat wij onze plicht vervullen, welaan, laten wij het woord tot haar richten, terwijl we als volgt spreken:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media3.
Hoe zullen wij U toespreken, vrouwe? tet welke woorden zullen wij ons tot U wenden of met welke lofredenen zullen wij Uw heilig en verheerlijkt hoofd kronen, geefster van goede gaven en van rijkdom, schoonheid van het menselijk geslacht, trots van de gehele schepping, wegens wie zij waarlijk gelukzalig gemaakt is? Hem immers, die zij tevoren niet had kunnen bevatten, was zij waardig door U te bevatten, Hem, op wie zij eerst niet haar blik had kunnen richten, aanschouwt zij nu met onverhuld gelaat door Uw toedoen. Open, Woord van God, onze traagsprekende mond. Geef ons, om onze lippen te openen, een zeer welgevallig woord. Blaas in ons de genade van de geest, door welke vissers als redenaars spreken en ongeletterden wijsheid spreken die boven de mensen is, opdat ook wij, die een tamelijk zwakke stem hebben, althans tamelijk onaanzienlijk op een of andere manier de grote daden van Uw zeer beminde moeder kunnen uitspreken.
Hoe zullen wij U toespreken, vrouwe? tet welke woorden zullen wij ons tot U wenden of met welke lofredenen zullen wij Uw heilig en verheerlijkt hoofd kronen, geefster van goede gaven en van rijkdom, schoonheid van het menselijk geslacht, trots van de gehele schepping, wegens wie zij waarlijk gelukzalig gemaakt is? Hem immers, die zij tevoren niet had kunnen bevatten, was zij waardig door U te bevatten, Hem, op wie zij eerst niet haar blik had kunnen richten, aanschouwt zij nu met onverhuld gelaat door Uw toedoen. Open, Woord van God, onze traagsprekende mond. Geef ons, om onze lippen te openen, een zeer welgevallig woord. Blaas in ons de genade van de geest, door welke vissers als redenaars spreken en ongeletterden wijsheid spreken die boven de mensen is, opdat ook wij, die een tamelijk zwakke stem hebben, althans tamelijk onaanzienlijk op een of andere manier de grote daden van Uw zeer beminde moeder kunnen uitspreken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaZij immers, verkoren uit de oude geslachten door het vaststaande plan en de goede wil van God de Vader, die U buiten de tijd ondeelbaar (vgl. 1 Joh. 2, 2: 'propitiatio')[[b:1 Joh. 2, 2]] en pijnloos voortbracht, zoenoffer en heil, gerechtigheid en verlossing (1 Kor. 1, 30)[[b:1 Kor. 1, 30]], U uit het leven leven en uit het licht licht en uit de Ware God Ware God, uit haar vleesgeworden op het einde der tijden baarde zij, wier baren buitengewoon is, de geboorte bovennatuurlijk en bovenzinnelijk en heilbrengend voor de wereld, de inslaping waarlijk echt roemrijk, heilig en in alles lofwaardig.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaHaar nu heeft de Vader voorbestemd, haar hebben de profeten door de Heilige Geest voorspeld, over haar kwam waarlijk de heiligmakende kracht van de geest, reinigde haar, heiligde haar en heeft haar a.h.w. van te voren besproeid. En toen hebt U, definitie en Woord van de Vader, onomschreven naar bewoond, terwijl U het uiterste van onze natuur terugriep naar de onmetelijke verhevenheid van uw onbegrensde goddelijkheid. Nadat U van deze als eerstelingen door het zeer reine en onbezoedelde en vlekkeloze bloed van de Heilige Maagd het vlees aangenomen had, hebt U het, bezield met een rationele en intellectuele ziel, in U zelf bevestigd, terwijl U deze in Uzelf in stand houdt. En U bent een volmaakte mens geworden, zonder het op te geven een volmaakte God te zijn en één in wezen met Uw Vader, maar terwijl U wegens een onuitsprekelijke barmhartigheid onze zwakheid hebt aangenomen. En U bent uit haar voortgekomen één Christus, één Zoon van God en van de mens, dezelfde tegelijkertijd volmaakte God en volmaakte mens, geheel God en geheel mens, één persoon samengesteld uit de twee volmaakte naturen van de goddelijkheid en van de menselijkheid, en in beide volmaakte naturen, goddelijkheid en menselijkheid, niet alleen God, niet eenvoudig mens, zonder verwarring te dulden, zonder verdeeldheid te verdragen, terwijl U in Uzelf zelfs de natuurlijke eigenschappen van twee naturen die van verschillende wezens zijn die naar de persoon niet verward en tegelijk onverdeeld één zijn, nl. het geschapene en het ongeschapene, het sterfelijke en het onsterfelijke, het zichtbare en het onzichtbare, het omschrevene en het onomschrevene, goddelijke wil en menselijke wil, goddelijke werkzaamheid desniettemin ook menselijke werkzaamheid en beide met een eigen vrije wil, de goddelijke evenzeer als de menselijke, deze niet alleen goddelijke wonderen, maar ook menselijke eigenschappen, nl. de natuurlijke en de onvermijdelijke. Immers de gehele eerste Adam, die voor de zondeval vrij van zonden was, Heer, hebt U aangenomen ten gevolge van de innigheid van Uw barmhartigheid (Lc. 1, 79)[[b:Lc. 1, 79]], het lichaam, de ziel, het intellect en hun natuurlijke eigenschappen, opdat U uit het geheel mij heil zou schenken. Waarlijk immers "wat niet aangenomen is, is niet te genezen".
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaEn op die manier bemiddelaar tussen God en de mensen geworden (1 Tim. 2, 5)[[b:1 Tim. 2, 5]], hebt U aan de vijandschap een einde gemaakt en hebt U Uw Vader de vluchtelingen gebracht, wat gedwaald had gekeerd, wat verbrijzeld was vernieuwd (Lc. 1, 78)[[b:Lc. 1, 78]], wat in duisternis gehuld was verlicht, het vergankelijke naar onvergankelijkheid overgebracht, de schepping verlost van de dwaling van veel goden. U hebt de mensen tot zonen van God gemaakt (Joh. 1, 12; 1 Joh. 3, 2)[[b:Joh. 1, 12; 1 Joh. 3, 2]], als deelhebbers aan Uw goddelijke luister degenen die onaanzienlijk waren getoond, de veroordeelde in de onderste delen van de aarde hebt U boven elke heerschappij en macht gebracht (Ef. 1, 21)[[b:Ef. 1, 21]], op de koninklijke troon, nl. in U zelf, hebt U hem geplaatst, die ertoe veroordeeld was om in aarde te veranderen en in de hel te wonen. (vgl. Ps. 93, 17 LXX)[[b:Ps. 94, 17]] (Job 17, 13)[[b:Job 17, 13]] Wie derhalve werd het instrument van deze en menselijke voortgebracht oneindige goede dingen die elk begrip waardering te boven gaan? Niet zij die U heeft, de altijd-maagd?
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media4.
U ziet, door God zeer beminde vaderen en broeders, de genade van de huidige dag. U ziet de verhevenheid en de verheerlijking van haar die nu geprezen wordt. lijn haar mysteriën niet huiveringwekkend? Zijn ze niet vol wonderen? Gelukzalig zij die zien zoals het gepast is om te zien. Gelukzalig zij die een verstandige gedachte hebben. O, hoe zijn de flikkeringen van het licht die de huidige nacht opvrolijken. Hoedanig de gevolgen van de engelen, die de inslaping van de moeder van de oorsprong van het leven in luister zetten. Hoedanig de woorden van de apostelen, die de begrafenis van het lichaam, dat God ontving, prijzen. Hoe ontvangt het Woord van God, dat vanwege de barmhartigheid zich verwaardigde haar Zoon te worden, haar gewijde ziel met zijn goddelijke handen, deze zeer heilige en zeer goddelijke als een moeder dienend. O goede wetgever, hij die niet aan de wet onderworpen was, brengt de wet tot vervulling, die hij zelf heeft uitgevaardigd. Want hijzelf verordende door het uitvaardigen van een wet dat de kinderen hun ouders de verschuldigde eer bewijzen, zeggende: "Eer Uw vader en Uw moeder" (Ex. 20, 12)[b:Ex. 20, 12]. Dat dit waar is, is duidelijk voor eenieder die tenminste een beetje ingewijd is in de goddelijke woorden van de H. Schrift. Is immers, zoals de H. Schrift zegt, de zielen van de rechtvaardigen in de hand van God zijn (Wijsh. 3, 1)[b:Wijsh. 3, 1], vertrouwt zij dan niet veeleer haar ziel in handen van haar Zoon en God? De uitspraak is derhalve waar en gaat elke tegenspraak te boven.
U ziet, door God zeer beminde vaderen en broeders, de genade van de huidige dag. U ziet de verhevenheid en de verheerlijking van haar die nu geprezen wordt. lijn haar mysteriën niet huiveringwekkend? Zijn ze niet vol wonderen? Gelukzalig zij die zien zoals het gepast is om te zien. Gelukzalig zij die een verstandige gedachte hebben. O, hoe zijn de flikkeringen van het licht die de huidige nacht opvrolijken. Hoedanig de gevolgen van de engelen, die de inslaping van de moeder van de oorsprong van het leven in luister zetten. Hoedanig de woorden van de apostelen, die de begrafenis van het lichaam, dat God ontving, prijzen. Hoe ontvangt het Woord van God, dat vanwege de barmhartigheid zich verwaardigde haar Zoon te worden, haar gewijde ziel met zijn goddelijke handen, deze zeer heilige en zeer goddelijke als een moeder dienend. O goede wetgever, hij die niet aan de wet onderworpen was, brengt de wet tot vervulling, die hij zelf heeft uitgevaardigd. Want hijzelf verordende door het uitvaardigen van een wet dat de kinderen hun ouders de verschuldigde eer bewijzen, zeggende: "Eer Uw vader en Uw moeder" (Ex. 20, 12)[b:Ex. 20, 12]. Dat dit waar is, is duidelijk voor eenieder die tenminste een beetje ingewijd is in de goddelijke woorden van de H. Schrift. Is immers, zoals de H. Schrift zegt, de zielen van de rechtvaardigen in de hand van God zijn (Wijsh. 3, 1)[b:Wijsh. 3, 1], vertrouwt zij dan niet veeleer haar ziel in handen van haar Zoon en God? De uitspraak is derhalve waar en gaat elke tegenspraak te boven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaMaar laten wij, als U het wilt, voor zover het mogelijk is, nagaan wie zij is en vanwaar en hoe zij geschonken aan het huidige leven - een geschenk verhevener dan alle gaven en ook beminnelijker - gegeven is, en hoe zij in deze wereld geleefd heeft, of welke mysteriën zij waardig geworden is. Als immers de heidenen, wanneer zij de doden met lijkreden eerden, alwat zij aan voordeligs zagen met alle ijver aanvoerden, opdat het voor degene die geprezen werd een volmaakte lofrede werd, voor de onvolmaakten evenwel een ijverige navolging van en tegelijk een aansporing tot deugd en hun relaas echter met fabels, zoals vele andere zaken, en ontelbare verzinsels doorvlochten, omdat zij, die zij met hymnen vereerden, de lof uit zichzelf niet hadden, hoe zullen wij dan niet ons veel gelach op de hals halen en tegen het vonnis aanlopen over hem die, omdat hij zijn talent begroef, het deed verdwijnen, wanneer wij het relaas van die dingen, die zeer waar zijn en vererenswaardig en waarlijk bestaand en voor allen elke zegen en redding tot stand brengen (Mt. 25, 18)[[b:Mt. 25, 18]], met de diepten van de stilte bedekken? Laten wij daarom nu beginnen te spreken, terwijl we zorgen voor een kort woordje, opdat het geen vijand voor de oren wordt, zoals te veel voedsel voor het lichaam.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media5.
Ioachim en Anna nu waren haar ouders. Maar Ioachim was bezorgd om zijn vee, terwijl hij niet minder dan welke schaapsherder dan ook zijn eigen gedachten weidde en naar zijn kunnen lucide waarheen hij wilde. Want hij was verstoken van geen enkel goed, door God als een schaap naar de weide geleid. (Ps. 22, 1 LXX)[[b:Ps. 23, 1]] Maar laat niemand denken dat ik de dingen goed noem die velen ter harte gaan, naar welke blijkbaar altijd het hart van de hebzuchtigen verlangt, waarvan vaststaat dat ze noch blijven noch de bezitter beter kunnen maken, die de aangename dingen van het huidige leven zijn en die geen vaste deugdzaamheid kunnen bezitten, maar in zichzelf verdwijnen en a.h.w. in het tijdsbestek van één uur vernietigd worden, hoewel ze veel pracht hebben. Verre zij het dat deze onze bewondering oogsten. Dat is niet het deel van hen die de Heer vrezen, maar de goede dingen, welke waarlijk door de welgezinden nagestreefd en bemind moeten worden (Ps. 1, 3 LXX)[[b:Ps. 1, 3]], die altijd blijven, die God wel verheugen (Mc. 10, 30)[[b:Mc. 10, 30]], voor hun bezitters nu rijpe vrucht voortbrengen, de deugden bedoel ik, die als vrucht op hun tijd, nl. in het toekomstige leven het eeuwige leven zullen geven aan hen, die op waardige wijze er moeite voor hebben gedaan en hun last naar kracht hebben gedragen. De moeite gaat immers aan de deugd vooraf, de eeuwige gelukzaligheid volgt echter. (Ps. 22, 1-3 LXX)[[b:Ps. 23, 1-3]]
Ioachim en Anna nu waren haar ouders. Maar Ioachim was bezorgd om zijn vee, terwijl hij niet minder dan welke schaapsherder dan ook zijn eigen gedachten weidde en naar zijn kunnen lucide waarheen hij wilde. Want hij was verstoken van geen enkel goed, door God als een schaap naar de weide geleid. (Ps. 22, 1 LXX)[[b:Ps. 23, 1]] Maar laat niemand denken dat ik de dingen goed noem die velen ter harte gaan, naar welke blijkbaar altijd het hart van de hebzuchtigen verlangt, waarvan vaststaat dat ze noch blijven noch de bezitter beter kunnen maken, die de aangename dingen van het huidige leven zijn en die geen vaste deugdzaamheid kunnen bezitten, maar in zichzelf verdwijnen en a.h.w. in het tijdsbestek van één uur vernietigd worden, hoewel ze veel pracht hebben. Verre zij het dat deze onze bewondering oogsten. Dat is niet het deel van hen die de Heer vrezen, maar de goede dingen, welke waarlijk door de welgezinden nagestreefd en bemind moeten worden (Ps. 1, 3 LXX)[[b:Ps. 1, 3]], die altijd blijven, die God wel verheugen (Mc. 10, 30)[[b:Mc. 10, 30]], voor hun bezitters nu rijpe vrucht voortbrengen, de deugden bedoel ik, die als vrucht op hun tijd, nl. in het toekomstige leven het eeuwige leven zullen geven aan hen, die op waardige wijze er moeite voor hebben gedaan en hun last naar kracht hebben gedragen. De moeite gaat immers aan de deugd vooraf, de eeuwige gelukzaligheid volgt echter. (Ps. 22, 1-3 LXX)[[b:Ps. 23, 1-3]]
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaIn deze dingen weidde Joachim naar gewoonte zijn eigen gedachten, terwijl hij in een plaats van de weide verbleef in beschouwing van de heilige uitspraken, en terwijl hij zich verheugde over de goddelijke genade bij het water van de verkwikking, en terwijl hij die gedachten van de dwaalwegen keerde en naar de paden van de gerechtigheid leidde.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaAnna, welke naam genade betekent, die zoals ze met hem in een huwelijk leefde, met hem ook een leefwijze deelde, was weliswaar met alle goede eigenschappen gesierd, maar vanwege een of andere geheimzinnige reden was zij getroffen door de zwakte van de onvruchtbaarheid. In werkelijkheid immers was de genade onvruchtbaar in de zielen van de mensen, niet in staat om vrucht voort te brengen, vanwege het feit dat allen afgedwaald waren en tegelijk onbruikbaar geworden waren, dat er niemand was die God begreep of zocht (Ps. 13, 3.2)[b:Ps. 13, 3.2]. Vervolgens maakte de goede God, omdat hij omkeek en medelijden met het werk van Zijn eigen hand kreeg en omdat Hij dit wilde redden, een eind aan de onvruchtbaarheid van de genade, nl. van Anna die van Godswege wijs was. En zij baarde een dochter, aan welke een gelijke noch tevoren geweest was en niet weer later zal zijn. Verder gaf de opheffing van de onvruchtbaarheid zeer duidelijk te kennen dat de onvruchtbaarheid van de goede dingen van de wereld opgeheven moest worden en dat de loot uit de mystieke gelukzaligheid voortgebracht moest worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media6.
Om deze reden kwam de moeder van God als gevolg van een belofte ter wereld. Een engel immers kondigde de ontvangenis aan haar ouders aan. Het paste immers dat zij, die naar het vlees de moeder van de enige en volmaakte God zou zijn, hierin niet voor iemand zou onderdoen of achtergesteld werd. Vervolgens werd zij naar de heilige tempel van God gebracht en terwijl ze daar verbleef, toonde ze een betere en zuiverdere levenswandel dan anderen, nl. vrij van alle contact met brutale mannen en vrouwen. Maar omdat de bloei van de volwassen leeftijd nabij was en zij er wettelijk van weerhouden werd om binnen het heiligdom te blijven, werd zij door het koor van de toevertrouwd aan een bruidegom, wat hetzelfde is als gezegd wordt aan een bewaker van de maagdelijkheid, aan Jozef, die in vergelijking met anderen de wet tot zijn ouderdom onverminderd in acht hield. Bij hem leefde dit heilige en onbevlekte meisje, terwijl zij bleef bij hen die thuis waren en helemaal niets wist van wat buitenshuis gebeurde.
Om deze reden kwam de moeder van God als gevolg van een belofte ter wereld. Een engel immers kondigde de ontvangenis aan haar ouders aan. Het paste immers dat zij, die naar het vlees de moeder van de enige en volmaakte God zou zijn, hierin niet voor iemand zou onderdoen of achtergesteld werd. Vervolgens werd zij naar de heilige tempel van God gebracht en terwijl ze daar verbleef, toonde ze een betere en zuiverdere levenswandel dan anderen, nl. vrij van alle contact met brutale mannen en vrouwen. Maar omdat de bloei van de volwassen leeftijd nabij was en zij er wettelijk van weerhouden werd om binnen het heiligdom te blijven, werd zij door het koor van de toevertrouwd aan een bruidegom, wat hetzelfde is als gezegd wordt aan een bewaker van de maagdelijkheid, aan Jozef, die in vergelijking met anderen de wet tot zijn ouderdom onverminderd in acht hield. Bij hem leefde dit heilige en onbevlekte meisje, terwijl zij bleef bij hen die thuis waren en helemaal niets wist van wat buitenshuis gebeurde.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media7.
Echter toen de volheid van de tijd gekomen was, zoals de heilige apostel zegt, is door God de engel Gabriel gestuurd naar dit meisje van God, die tot haar sprak: "Gegroet, vol van genade, de Heer is met u!". Hoe mooi is het woord van de engel dat tot haar, die boven de engel is gesproken is. Het brengt immers universele vreugde. Hij echter was in verwarring gebracht bij het woord, omdat zij niet gewend was met mannen te spreken. Zij had zich immers voorgenomen om behoedzaam haar maagdelijkheid te bewaren. Zij overdacht echter in zichzelf wat die groet betekende. En tot haar sprak de aartsengel: "vrees niet, Maria, want U hebt genade gevonden bij God". Inderdaad heeft zij genade gevonden die de genade waardig is. Zij heeft genade gevonden die de inspanningen van de genade met zorg heeft beoefent en een volle aar van de genade heeft geoogst. Zij heeft de afgrond van genade gevonden, zij die het schip van de dubbele maagdelijkheid ongeschonden bewaard heeft. Zij heeft immers haar ziel niet minder dan haar lichaam maagdelijk bewaard, waardoor ook de maagdelijkheid van het lichaam gemakkelijker bewaard is.
Echter toen de volheid van de tijd gekomen was, zoals de heilige apostel zegt, is door God de engel Gabriel gestuurd naar dit meisje van God, die tot haar sprak: "Gegroet, vol van genade, de Heer is met u!". Hoe mooi is het woord van de engel dat tot haar, die boven de engel is gesproken is. Het brengt immers universele vreugde. Hij echter was in verwarring gebracht bij het woord, omdat zij niet gewend was met mannen te spreken. Zij had zich immers voorgenomen om behoedzaam haar maagdelijkheid te bewaren. Zij overdacht echter in zichzelf wat die groet betekende. En tot haar sprak de aartsengel: "vrees niet, Maria, want U hebt genade gevonden bij God". Inderdaad heeft zij genade gevonden die de genade waardig is. Zij heeft genade gevonden die de inspanningen van de genade met zorg heeft beoefent en een volle aar van de genade heeft geoogst. Zij heeft de afgrond van genade gevonden, zij die het schip van de dubbele maagdelijkheid ongeschonden bewaard heeft. Zij heeft immers haar ziel niet minder dan haar lichaam maagdelijk bewaard, waardoor ook de maagdelijkheid van het lichaam gemakkelijker bewaard is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media"En U zult een zoon baren en U zult hem de naam Jezus geven". Jezus nu betekent redder. "Hij zelf immers zal zijn volk redden van hun zonden". Wat zei hierop die schatkamer van de ware wijsheid? Zij deed zeker Eva niet na, die haar stammoeder was. Veeleer verbeterde zij haar zorgeloosheid en zij voerde als verdedigster de natuur aan, terwijl ze met dergelijke woorden als antwoord tot de engel sprak: "Hoe zal dit mij geschieden, daar ik geen man beken? U zegt onmogelijke dingen. Uw woord immers verbreekt de grenzen van de natuur, die Hij vaststelde die schiep. Ik duld het niet de tweede Eva genoemd te worden en tegen de wil van Hem die schiep in te gaan. Maar als U evenwel geen dingen beweert die tegen God ingaan, hef dan de dubbelzinnigheid op door de wijze van de ontvangenis te zeggen." Tot haar sprak de engel van de waarheid: "De heilige Geest zal over U komen en de macht van de Allerhoogste zal U overschaduwen. Daarom zal het heilige wat uit U geboren zal worden Zoon van God genoemd worden." Wat voltrokken wordt is niet aan de wet van de natuur onderworpen. Want de schepper en de meester van de natuur verandert de grenzen van de natuur door zijn macht een keer zus, een keer zo. Maar zij vreesde bij het horen van de naam die altijd verlangd wordt en met gewijde eerbied geëerd wordt de straf voor ongehoorzaamheid, en vervuld van vrees en vreugde sprak zij de woorden: 'Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar Uw Woord.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media8.
O diepte van Gods rijkdom, wijsheid en kennis, want ook ik zal met de apostel op het juiste ogenblik uitspreken: "Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn oordelen en onnaspeurlijk zijn wegen. O overvloed van Gods goedheid, o liefde die geen keuze heeft, die niet bestaande dingen roept zodat ook zij zijn, die de hemel en de aarde vervult, wiens zetel de hemel is en de aarde het voetenbankje en die de schoot van zijn eigen dienstmaagd tot een ruim verblijf maakte. En Hij volvoerde in haar het mysterie dat nieuwer is dan alles wat nieuw is. Want hoewel Hij God was, werd Hij mens en op de tijd van de geboorte werd Hij op bovennatuurlijke wijze geboren en opende Hij de moederschoot, zonder de grendels van de maagdelijkheid te verbreken. En Hij werd als een kindje op aardse armen gedragen, hij die de luister van de glorie is en de afdruk van het vaderlijke wezen, hij die alles met het woord van zijn mond draagt. O waarlijk goddelijke wonderen, o bovennatuurlijke en bovenzinnelijke mysteriën, o bovenmenselijke verheerlijkingen van de maagdelijkheid; welk is dit grote mysterie omtrent U, o heilige moeder en maagd? U zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van Uw schoot. U bent gezegend in de geslachten der geslachten, die alleen waardig gezegend bent. Want zie, alle geslachten zullen U zalig prijzen, zoals U gezegd hebt. U hebben de dochters van Jeruzalem, d.w.z. van de Kerk, gezien en U prijzen de koninginnen zalig, d.w.z. de zielen van de rechtvaardigen, en tot in eeuwigheid.
O diepte van Gods rijkdom, wijsheid en kennis, want ook ik zal met de apostel op het juiste ogenblik uitspreken: "Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn oordelen en onnaspeurlijk zijn wegen. O overvloed van Gods goedheid, o liefde die geen keuze heeft, die niet bestaande dingen roept zodat ook zij zijn, die de hemel en de aarde vervult, wiens zetel de hemel is en de aarde het voetenbankje en die de schoot van zijn eigen dienstmaagd tot een ruim verblijf maakte. En Hij volvoerde in haar het mysterie dat nieuwer is dan alles wat nieuw is. Want hoewel Hij God was, werd Hij mens en op de tijd van de geboorte werd Hij op bovennatuurlijke wijze geboren en opende Hij de moederschoot, zonder de grendels van de maagdelijkheid te verbreken. En Hij werd als een kindje op aardse armen gedragen, hij die de luister van de glorie is en de afdruk van het vaderlijke wezen, hij die alles met het woord van zijn mond draagt. O waarlijk goddelijke wonderen, o bovennatuurlijke en bovenzinnelijke mysteriën, o bovenmenselijke verheerlijkingen van de maagdelijkheid; welk is dit grote mysterie omtrent U, o heilige moeder en maagd? U zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van Uw schoot. U bent gezegend in de geslachten der geslachten, die alleen waardig gezegend bent. Want zie, alle geslachten zullen U zalig prijzen, zoals U gezegd hebt. U hebben de dochters van Jeruzalem, d.w.z. van de Kerk, gezien en U prijzen de koninginnen zalig, d.w.z. de zielen van de rechtvaardigen, en tot in eeuwigheid.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaU immers bent de koningstroon, waarbij de engelen staan die kijken naar hun heer en schepper, die door hen gedragen wordt. U wordt het geestelijke Eden genoemd, die heiliger en goddelijker bent dan het oude. Daarin immers woonde de aardse Adam, in U evenwel de Heer uit de hemel. De ark heeft U voorafgebeeld, die het zaad van de tweede wereld bewaarde. U hebt het heil van de wereld, Christus, gebaard, die de zonde vernietigde en diens stroom kalmeerde. De doornstruik heeft U beschreven, de tafelen van Godswege opgetekend hebben U beschreven, de ark van het verbond heeft U van te voren geschilderd, U hebben de gouden urn en de kandelaar en de tafel en de staf van Aaron, die uitgebot was, duidelijk voorafgebeeld. Uit U immers sprong de vlam van de goddelijkheid op, die de grens en het Woord van de Vader is, het zeer zoete en hemelse manna, de roemvolle naam, die boven elke naam is, het eeuwige en ontoegankelijke licht, het brood van het hemelse leven, de vrucht die zonder bebouwing lichamelijk uitspruit. Bovendien, kondigde U niet van te voren de oven aan, die het vuur tegelijkertijd bedauwde en deed ontvlammen, terwijl hij natuurlijk de gelijkenis van het goddelijk vuur toonde, nl. van hem die in U gewoond heeft? Verder heeft het tabernakel van Abraham U zeer duidelijk van te voren aangekondigd. Want de menselijke natuur brengt aan het Woord van God, dat in Uw schoot woont, het onder de as gebakken brood, nl. haar eerstelingen van het reine bloed, die op een of andere manier door het goddelijke vuur gebakken en tot brood gemaakt worden, en die in de goddelijke persoon hun bestaan hebben en tot het ware zijn komen van een lichaam dat bezield is met een rationele en intellectuele ziel.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaZou ook mij de ladder van Jakob een beetje ontgaan? Het is immers voor allen duidelijk dat zij gezien wordt als een voorafbeelding en een typos van U. Zoals hij nu de hemel en de aarde verbonden zag door de toppen van de ladder en langs haar de engelen afdalen en opstijgen, en Hem, Die waarlijk sterk en onoverwinnelijk is, met hem vechten, zo ook hebt U, door in het midden te komen en door de trap te worden van de afdaling van God naar ons, die ons zeer zwakke wezen heeft aangenomen en door het met zich te verbinden heeft vernieuwd en maakte dat de mens met zijn geest God ziet, de afstanden verenigd. Dientengevolge daalden de engelen naar hem af, hem als Heer en God dienend, en worden de mensen echter, die een engelachtige levenswandel voeren, naar de hemel gebracht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media9.
Waar zullen wij nu de voorspellingen van de profeten plaatsen? Niet boven U, als wij willen aantonen dat ze waar zijn? Wat is immers de vacht van David, boven welke de Zoon van God, van de koning van het heelal, die met zijn eigen Vader zonder begin regeert, als regen neerdaalde? Niet U, zeer luisterrijke? Wie nu is ook de maagd, die Hesaias vooruitziend verkondigd heeft, die zwanger zou worden en een zoon die met ons zou zijn zou baren, nl. God die waarlijk bestaat, d.w.z. hij die nadat hij mens geworden was ook God zou blijven? Welke is bovendien de berg van Daniel, waarvan de hoeksteen, Christus, is afgehouwen, zonder het werktuig van een mensenhand te dulden? Bent U het niet die zonder zaad gebaard hebt en aan de andere kant maagd gebleven bent? Dat Ezechiël, de zeer heilige, komt en dat hij toont dat de poort gesloten is, door welke de Heer binnentrad. En zij is niet geopend, volgens wat hij profetisch voorspeld heeft. Laat hij het resultaat tonen van dat wat gezegd is en hij zal in elk geval U tonen, (nl.) de poort van de maagdelijkheid die hij, die boven alles God is, niet geopend heeft toen hij erdoor ging en het vlees aannam; het zegel blijft immers inderdaad heel. U dus hebben de profeten voorspeld, U dienen de engelen, U, altijd maagd en moeder van God gehoorzamen de apostelen, zelfs de maagdelijke Godsspreker. U die vandaag naar Uw Zoon gegaan bent, begeleidden de engelen, als ook de zielen van de rechtvaardige patriarchen en profeten, desniettemin gehoorzaamden ook de apostelen en een talrijke menigte Goddragende vaderen uit de hoeken der aarde, op het goddelijk bevel van Uw Zoon als op en wolk verzameld bij dat goddelijke en heilige Jeruzalem zelf. Voor U zongen zij heilige hymnen, bewogen door de goddelijke geest, voor U, bron van het levengevend lichaam van de Heer.
Waar zullen wij nu de voorspellingen van de profeten plaatsen? Niet boven U, als wij willen aantonen dat ze waar zijn? Wat is immers de vacht van David, boven welke de Zoon van God, van de koning van het heelal, die met zijn eigen Vader zonder begin regeert, als regen neerdaalde? Niet U, zeer luisterrijke? Wie nu is ook de maagd, die Hesaias vooruitziend verkondigd heeft, die zwanger zou worden en een zoon die met ons zou zijn zou baren, nl. God die waarlijk bestaat, d.w.z. hij die nadat hij mens geworden was ook God zou blijven? Welke is bovendien de berg van Daniel, waarvan de hoeksteen, Christus, is afgehouwen, zonder het werktuig van een mensenhand te dulden? Bent U het niet die zonder zaad gebaard hebt en aan de andere kant maagd gebleven bent? Dat Ezechiël, de zeer heilige, komt en dat hij toont dat de poort gesloten is, door welke de Heer binnentrad. En zij is niet geopend, volgens wat hij profetisch voorspeld heeft. Laat hij het resultaat tonen van dat wat gezegd is en hij zal in elk geval U tonen, (nl.) de poort van de maagdelijkheid die hij, die boven alles God is, niet geopend heeft toen hij erdoor ging en het vlees aannam; het zegel blijft immers inderdaad heel. U dus hebben de profeten voorspeld, U dienen de engelen, U, altijd maagd en moeder van God gehoorzamen de apostelen, zelfs de maagdelijke Godsspreker. U die vandaag naar Uw Zoon gegaan bent, begeleidden de engelen, als ook de zielen van de rechtvaardige patriarchen en profeten, desniettemin gehoorzaamden ook de apostelen en een talrijke menigte Goddragende vaderen uit de hoeken der aarde, op het goddelijk bevel van Uw Zoon als op en wolk verzameld bij dat goddelijke en heilige Jeruzalem zelf. Voor U zongen zij heilige hymnen, bewogen door de goddelijke geest, voor U, bron van het levengevend lichaam van de Heer.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media10.
O, hoe wordt de bron van het leven midden door de dood naar het leven gebracht? O, hoe zwicht zij, die bij het baren de grenzen van de natuur overschreed, nu voor haar wetten en onderwerpt zij het onbedorven lichaam aan de dood? Men moet immers dit sterfelijke lichaam afleggen en de onvergankelijkheid aantrekken, omdat ook niet de meester van de natuur de ondervinding van de dood weigerde. Hij sterft immers naar het vlees en door de dood heft hij de dood op en hij schenkt onvergankelijkheid aan de vergankelijkheid en hij maakt het afsterven tot de bron van de herrijzenis. O, hoe ontvangt de maker van alles met eigen handen de heilige ziel die gescheiden is van het God ontvangende tabernakel, terwijl hij haar rechtmatig eerde en die van nature dienstmaagd was, door de diepte van zijn onnaspeurbare barmhartigheid uit genade moeder maakte, door waarlijk vlees te worden , zonder de menswording te doen vergeten? Want in ieder geval zagen U de gelederen van de engelen die erbij stonden, in afwachting van Uw sterven. O allerbeste verscheiden, dat het beste verblijf bij God toebedeelde. Hoewel ook aan alle Goddragende dienaren van God dit door God gegeven is - het is immers gegeven en wij geloven -, is er toch een groot verschil tussen de dienaren van God en Zijn moeder.
O, hoe wordt de bron van het leven midden door de dood naar het leven gebracht? O, hoe zwicht zij, die bij het baren de grenzen van de natuur overschreed, nu voor haar wetten en onderwerpt zij het onbedorven lichaam aan de dood? Men moet immers dit sterfelijke lichaam afleggen en de onvergankelijkheid aantrekken, omdat ook niet de meester van de natuur de ondervinding van de dood weigerde. Hij sterft immers naar het vlees en door de dood heft hij de dood op en hij schenkt onvergankelijkheid aan de vergankelijkheid en hij maakt het afsterven tot de bron van de herrijzenis. O, hoe ontvangt de maker van alles met eigen handen de heilige ziel die gescheiden is van het God ontvangende tabernakel, terwijl hij haar rechtmatig eerde en die van nature dienstmaagd was, door de diepte van zijn onnaspeurbare barmhartigheid uit genade moeder maakte, door waarlijk vlees te worden , zonder de menswording te doen vergeten? Want in ieder geval zagen U de gelederen van de engelen die erbij stonden, in afwachting van Uw sterven. O allerbeste verscheiden, dat het beste verblijf bij God toebedeelde. Hoewel ook aan alle Goddragende dienaren van God dit door God gegeven is - het is immers gegeven en wij geloven -, is er toch een groot verschil tussen de dienaren van God en Zijn moeder.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaHoe zullen wij nu dit mysterie U aangaande noemen? Dood? Maar ook al wordt Uw zeer heilige en gelukzalige ziel op natuurlijke wijze van het heerlijke en ongedeerde lichaam gescheiden en het lichaam rechtmatig aan het graf overgeleverd, maar toch volhardt het niet in de dood, noch wordt het door het verderf vernietigd. Immers wier maagdelijkheid, toen ze baarde, intact bleef, dier onontbindbaar lichaam is bewaard, toen ze stierf, en het wordt gebracht naar een beter en heiliger leven, dat niet afgesneden is door de dood, maar voortbestaand gedurende de oneindige eeuwen der eeuwen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaZoals men immers denkt dat die geheel heldere en schitterende zon, zolang zij onder het maanlichaam eventjes verduisterd wordt, op een of andere manier verzwakt en door de duisternis bedekt wordt en i.p.v. glans duisternis aanneemt, zichzelf toch niet van het eigen licht verwijdert, maar in zichzelf een bron van licht heeft die voortdurend uitstroomt, Ja zelfs de onuitputtelijke bron van het licht is, zoals God, die haar schiep, het regelde, zo ook bent U de bron van het ware licht, die altijd uitstroomt, de onuitputtelijke schat van het leven zelf, de rijkelijke stroom van zegening, voor ons de oorzaak van alle goed en de verzoening gemaakt, ook al wordt U voor een bepaald tijdsbestek lichamelijk bedekt door de dood, maar U stort in ons uit onvergankelijke, reine en onuitputtelijke overvloedig stromende stromen van een geweldig licht en van goddelijk leven en ook van ware gelukzaligheid, stromen van genade, bronnen van genezing, altijddurende zegening. U bent immers als een appel temidden van de bomen van het bos, en Uw vrucht is een zoetheid voor de keel van de gelovigen. En hierdoor zullen wij Uw heilige overgang allerminst dood noemen, maar inslaping of vertrek of wat beter gezegd is, aankomst. Immers, vertrokken uit het lichaam, bent U aangekomen in betere streken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media11.
Terwijl nu samen met de aartsengelen de engelen U vervoerden s vreesden de onreine en ijdele geesten Uw opstijging. Door Uw overgang wordt de lucht gezegend en de aether echter van boven af geheiligd. Verheugd ontvangt de hemel Uw ziel. U snellen met heilige hymnen en een heilige feestelijke viering de machten tegemoet, terwijl ze alleen maar dit zeggen: "Wie is het die, helder als de oprijzende dageraad opstijgt, mooi als de haan, uitgelezen als de zon? Hoe schoon, hoe zoet. U bent de bloem van het veld, zoals de lelie tussen de doornen. Daarom hebben de jonge meisjes U lief gehad. Wij snellen naar de geur van Uw welriekende zalven. De koning leidt in zijn vertrek, waar U de machten gehoorzaamden, de heerschappijen zegenen, de tronen prijzen, de cherubim verheugd verstomd staan, de seraphim U verheerlijken, die naar de natuur en waarlijk naar de goddelijke heilseconomie de moeder van haar eigen Heer geworden bent.
Terwijl nu samen met de aartsengelen de engelen U vervoerden s vreesden de onreine en ijdele geesten Uw opstijging. Door Uw overgang wordt de lucht gezegend en de aether echter van boven af geheiligd. Verheugd ontvangt de hemel Uw ziel. U snellen met heilige hymnen en een heilige feestelijke viering de machten tegemoet, terwijl ze alleen maar dit zeggen: "Wie is het die, helder als de oprijzende dageraad opstijgt, mooi als de haan, uitgelezen als de zon? Hoe schoon, hoe zoet. U bent de bloem van het veld, zoals de lelie tussen de doornen. Daarom hebben de jonge meisjes U lief gehad. Wij snellen naar de geur van Uw welriekende zalven. De koning leidt in zijn vertrek, waar U de machten gehoorzaamden, de heerschappijen zegenen, de tronen prijzen, de cherubim verheugd verstomd staan, de seraphim U verheerlijken, die naar de natuur en waarlijk naar de goddelijke heilseconomie de moeder van haar eigen Heer geworden bent.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaU bent immers niet zoals Elias naar de hemel opgestegen, noch zoals Paulus tot de derde hemel doorgedrongen, maar tot de koninklijke zetel zelf van Uw Zoon bent U gekomen, en U ziet zelf en verheugt zich en U bent aanwezig met een groot en onuitspreekbaar vertrouwen, U bent voor de engelen een onuitsprekelijk genot en voor alle bovenwereldlijke machten, voor de aartsvaders een oneindige blijdschap, voor de profeten een voortdurende jubel, de wereld zegenend, het heelal heiligend, voor de werkenden rust, voor de rouwenden een troost, voor de zieken genezing, voor de opgezweepten rust, voor de zondaars genade, voor de bedroefden milde troost en voor allen die vragen een bereidwillige hulp.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media12.
O waarlijk verheven wonder, o zaak vol verbazing. De dood, die ooit afschuwelijk en verfoeilijk was, wordt nu geprezen en als zeer gelukzalig verkondigd. Die ooit de oorzaak was van rouw en droefheid, tranen en verdriet, is nu als de oorzaak van vreugde en plechtig feest getoond. Maar als voor alle dienaren van God, wier dood gelukzalig genoemd wordt, en uit wier dood de zekerheid verkregen wordt, dat zij God hebben behaagd, dan wordt ook vanwege die reden hun dood desniettemin gelukzalig genoemd. Want dat zij volmaakt zijn en gelukzalig toont de onveranderlijkheid van de deugd, gegeven volgens de uitspraak die luidt: "prijs een man niet gelukkig voor zijn dood".
O waarlijk verheven wonder, o zaak vol verbazing. De dood, die ooit afschuwelijk en verfoeilijk was, wordt nu geprezen en als zeer gelukzalig verkondigd. Die ooit de oorzaak was van rouw en droefheid, tranen en verdriet, is nu als de oorzaak van vreugde en plechtig feest getoond. Maar als voor alle dienaren van God, wier dood gelukzalig genoemd wordt, en uit wier dood de zekerheid verkregen wordt, dat zij God hebben behaagd, dan wordt ook vanwege die reden hun dood desniettemin gelukzalig genoemd. Want dat zij volmaakt zijn en gelukzalig toont de onveranderlijkheid van de deugd, gegeven volgens de uitspraak die luidt: "prijs een man niet gelukkig voor zijn dood".
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaMaar dit zullen wij riet op U toepassen. Want de dood is niet Uw gelukzaligheid, noch is uw overgang tot voleindiging gemaakt, noch daarentegen brengt Uw vertrek zekerheid. Want voor U is de ontvangenis zonder zaad, de goddelijke inwoning en net onschendbare baren het begin, midden en einde van alle bovenzinnelijk goed, de veiligheid en de ware zekerheid, geworden. Vandaar hebt u naar waarheid gezegd dat U niet sinds Uw dood, maar vanaf de ontvangenis zelf door alle geslachten zalig geprezen wordt. vandaar heeft niet de dood U zalig geprezen, maar veeleer hebt Uzelf de dood schitterend gemaakt, door diens droefenis op te heffen en te tonen dat de dood een vreugde is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDaarom werd Uw heilig en in alles onbezoedeld lichaam overgeleverd aan het heilig graf, terwijl de engelen vooropliepen, in verering, terwijl ze volgden en ik weet niet wat deden, terwijl ook de apostelen haar gepast als moeder van hun Heer dienden, en de hele volheid van de Kerk, terwijl ze Godssprekende hymnen zongen en jubelden in hun geest: "Wij zullen vervuld worden van het goed van Uw huis. Heil1g is Uw tempel, bewonderenswaardig in gerechtigheid". En wederom: "De Allerhoogste heeft Zijn tabernakel geheiligd, berg van God, vruchtbare berg, berg waar het God aangenaam is om op te wonen." U, ware ark van de Heer God, heeft de menigte van de apostelen op hun schouders geheven, zoals eens de priesters de figuratieve ark, en ze hebben U in het graf gelegd en door dit brachtten zij U als door een of andere Jordaan naar het ware land van de belofte, nl. naar het hemelse Jeruzalem, de moeder van alle gelovigen, wier schepper en maker God is. Uw ziel verbleef immers niet in de hel, maar noch zag Uw vlees het verderf. Het onbevlekte en onschendbare lichaam is niet in de aarde achtergelaten, maar in de hemel, nl. in de koninklijke verblijven, o koningin, meesteres en heerseres, moeder van God en ware voortbrengster van God, omdat U daarheen gebracht bent.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media13.
Hoe heeft de hemel haar opgenomen, die groter dan de hemelen was7 Hoe echter heeft het graf de ontvangstplaats van God ontvangen'? Ja, het heeft haar ontvangen, ja het bevat haar reeds. Want niet door de lichamelijke massa's werd het landgoed ruimer dan de hemel. Hoe dan zou een lichaam van drie el, dat steeds vermindert, met de breedten en lengten van de hemel vergeleken kunnen worden? Door de genade evenwel gaat het de maat van elke hoogte en diepte te boven. De goddelijkheid is immers onvergelijkelijk. O heilig, bewonderenswaardig, eerwaardig en vererenswaardig graf, dat nu ook de engelen met eerbied bewaken en bij welk zij met veel vrees staan. De demonen zijn bang, met geloof snellen de mensen toe, erend, vererend, groetend met hun ogen en lippen en het verlangen van hun hart en veelvuldig een overvloed aan goede dingen scheppend.
Hoe heeft de hemel haar opgenomen, die groter dan de hemelen was7 Hoe echter heeft het graf de ontvangstplaats van God ontvangen'? Ja, het heeft haar ontvangen, ja het bevat haar reeds. Want niet door de lichamelijke massa's werd het landgoed ruimer dan de hemel. Hoe dan zou een lichaam van drie el, dat steeds vermindert, met de breedten en lengten van de hemel vergeleken kunnen worden? Door de genade evenwel gaat het de maat van elke hoogte en diepte te boven. De goddelijkheid is immers onvergelijkelijk. O heilig, bewonderenswaardig, eerwaardig en vererenswaardig graf, dat nu ook de engelen met eerbied bewaken en bij welk zij met veel vrees staan. De demonen zijn bang, met geloof snellen de mensen toe, erend, vererend, groetend met hun ogen en lippen en het verlangen van hun hart en veelvuldig een overvloed aan goede dingen scheppend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaZoals immers wanneer iemand kostbare zalf tussen zijn kleren of op een andere plek doet, vervolgens deze weer wegneemt, er na het wegnemen van de zalf de resten van de geur hiervan blijven, zo ook liet nu de zeer overvloedige bron van genade het graf niet los zonder geschenk, toen Uw heilig en in alles onbevlekt lichaam vol goddelijke geur in het graf gelegd was en vervolgens weer naar een betere en verhevenere plaats weggevoerd was, maar hij doet het uit de goddelijke geur geschenken toekomen en genade, en hij liet een bron voor genezingen en alle goed achter voor hen, die naar het graf komen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media14.
Ook wij zitten vandaag bij U, vrouwe, vrouwe en weer zeg ik vrouwe, moeder van God en die het huwelijk niet hebt gekend, terwijl we onze zielen aan de hoop op U als aan een zeer sterk en zeer krachtig anker vastmaken, terwijl we de geest, de ziel, het lichaam, geheel onszelf aan U toevertrouwen, U, voorzover het mogelijk is, erend met psalmen en hymnen en geestelijke gezangen. Want om het te doen zoals het waardig is, is onmogelijk. Als immers, zoals ons het Heilig Woord leerde, de eer aan mededienaren bewezen een bewijs is van getoonde welwillendheid jegens de gemeenschappelijke Heer, hoe moet dan de ijver gezien worden, die Jegens U, die de Heer gebaard hebt, betoond wordt, of hoe moet deze niet vaker betoond worden? Hoe nu moet deze ook niet verkozen worden boven de noodzakelijke adem zelf en geheel en al gesteld worden boven het leven? Zo immers zullen wij veeleer ongetwijfeld welwillendheid jegens de eigen Heer betonen. Wat zou ik nu zeggen tegen de Heer? Voor hen immers, die eerbiedig Uw aandenken indachtig zijn, voldoet een eervol geschenk. De oorzaak immers voor een niet weg te nemen vreugde wordt ten toon gespreid. Met welke blijdschap immers wordt het niet vervuld? Met welk een goed vult hij op zijn minst het heiligdom van Uw zeer heilig aandenken, wanneer hij dit tot zijn eigen geest maakt?
Ook wij zitten vandaag bij U, vrouwe, vrouwe en weer zeg ik vrouwe, moeder van God en die het huwelijk niet hebt gekend, terwijl we onze zielen aan de hoop op U als aan een zeer sterk en zeer krachtig anker vastmaken, terwijl we de geest, de ziel, het lichaam, geheel onszelf aan U toevertrouwen, U, voorzover het mogelijk is, erend met psalmen en hymnen en geestelijke gezangen. Want om het te doen zoals het waardig is, is onmogelijk. Als immers, zoals ons het Heilig Woord leerde, de eer aan mededienaren bewezen een bewijs is van getoonde welwillendheid jegens de gemeenschappelijke Heer, hoe moet dan de ijver gezien worden, die Jegens U, die de Heer gebaard hebt, betoond wordt, of hoe moet deze niet vaker betoond worden? Hoe nu moet deze ook niet verkozen worden boven de noodzakelijke adem zelf en geheel en al gesteld worden boven het leven? Zo immers zullen wij veeleer ongetwijfeld welwillendheid jegens de eigen Heer betonen. Wat zou ik nu zeggen tegen de Heer? Voor hen immers, die eerbiedig Uw aandenken indachtig zijn, voldoet een eervol geschenk. De oorzaak immers voor een niet weg te nemen vreugde wordt ten toon gespreid. Met welke blijdschap immers wordt het niet vervuld? Met welk een goed vult hij op zijn minst het heiligdom van Uw zeer heilig aandenken, wanneer hij dit tot zijn eigen geest maakt?
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDit is voor U van ons de dankbetuiging, dit zijn de eerstelingen van onze uiteenzettingen, dit is de oorsprong van onze arme geest, die door verlangen naar U bewogen is en de eigen zwakheid vergeten is. Maar neem het goedgunstig op, gij die weet dat de liefde de kracht overtreft. Ziet U echter naar ons om, goede vrouwe, moeder van de goede Heer. Breng en voer al het onze waarheen U wilt. En houd de drang van onze zeer slechte gemoedsaandoeningen tegen en bedwing de hartstocht en leid ons naar de rustige haven van de goddelijke wil en maak ons de toekomstige gelukzaligheid waardig als ook de zeer zoete verlichting van het gelaat zelf van het Woord van God, dat uit U is vleesgeworden. Met wie aan de Vader roem is, eer en grote waardigheid, met de heilige en goede en levendmakende geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. AMEN
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaReferenties naar dit document: 8
Open uitgebreid overzichthttps://rkdocumenten.nl/toondocument/1069-in-dormitionem-i-nl