• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In de Kerk is het teken van de vrouw meer dan ooit centraal en vruchtbaar. Dit hangt samen met de identiteit die de Kerk van God ontvangen en in geloof aangenomen heeft. Men moet deze mystieke, fundamentele, essentiële identiteit voor ogen houden als men nadenkt over de rol van mannen en vrouwen in de Kerk. Vanaf het begin van het christendom beschouwt de Kerk zich als een gemeenschap die door Christus in het leven is geroepen en aan Hem verbonden is door een verhouding van liefde, waarvan de bruidservaring de meest bijzondere uitdrukking is. Hieruit volgt dat het de eerste taak van de Kerk is in de aanwezigheid te blijven van dit mysterie van Gods liefde, geopenbaard in Jezus Christus, het te beschouwen en te vieren. Hier vormt Maria het fundamentele referentiepunt in de Kerk. Men zou de beeldspraak kunnen gebruiken dat Maria de Kerk een spiegel voorhoudt, waarin zij haar eigen identiteit moet herkennen, maar ook de gesteltenissen van het hart, de houdingen en de handelingen die God van haar verwacht. Het bestaan van Maria is voor de Kerk een uitnodiging haar bestaan te verankeren in het luisteren naar en het ontvangen van Gods Woord. Het geloof is namelijk niet zozeer het zoeken van de mensen naar God, als wel de erkenning van de mensen dat God tot hen komt, hen bezoekt en tot hen spreekt. Dit geloof dat "bij God niets onmogelijk is" Vgl. Gen. 18, 14 Vgl. Lc. 1, 37 leeft en groeit door de nederige en liefhebbende gehoorzaamheid waardoor de Kerk kan zeggen: "Mij geschiede naar Uw woord" (Lc. 1, 38). Het geloof verwijst altijd naar Jezus: "Doe maar wat Hij u zeggen zal" (Joh. 2, 5) en volgt Jezus op zijn weg, tot aan de voet van het kruis. In het uur van de duisternis volhardt Maria moedig in het geloof, omdat ze met volledige zekerheid vertrouwt op het woord van God. Van Maria leert de Kerk de vertrouwelijkheid met Christus. Maria, die het kleine kind van Bethlehem in haar armen heeft gedragen, leert ons de oneindige nederigheid van God te erkennen. Zij die het gebroken lichaam van Christus van het kruis ontving, toont de Kerk hoe zij allen moet ontvangen die in deze wereld door geweld en zonde gebroken zijn. Van Maria leert de Kerk de betekenis van de macht van de liefde, zoals God die in het leven van zijn veelgeliefde Zoon toont en openbaart: "Vermetelen drijft Hij uiteen ... eenvoudigen brengt Hij tot aanzien" (Lc. 1, 51-52). Van Maria ontvangen de leerlingen voortdurend de zin en de vreugde om het werk van Gods handen te prijzen: "omdat Hij aan mij zijn wonderwerken deed, die machtig is" (Lc. 1, 49). Ze leren dat ze in de wereld zijn om de herinnering te bewaren aan deze "wonderwerken" en waakzaam te zijn tot de dag van de Heer komt.

Naar Maria kijken en haar navolgen betekent echter niet dat de Kerk een passieve houding zou moeten aannemen, die gebaseerd is op een achterhaald idee van vrouwelijkheid en haar gevaarlijk kwetsbaar maakt in een wereld die gedomineerd wordt door overheersing en macht. De weg van Christus is noch die van overheersing Vgl. Fil. 2, 6 , noch die van macht in wereldlijke zin Vgl. Joh. 18, 36 . Van de Zoon van God kunnen we leren dat deze 'passiviteit' in feite de weg van de liefde is; het is een koninklijke macht die alle geweld overwint; het is 'passie' die de wereld verlost van zonde en dood en de mensheid herschept. De Gekruisigde die de apostel Johannes aan Zijn moeder toevertrouwde nodigt Zijn Kerk uit van Maria het geheim te leren van de liefde die overwint.

De verwijzing naar Maria, en haar houding van luisteren, verwelkomen, nederigheid, trouw, lofprijzing en wachten, geeft de Kerk op geen enkele wijze een identiteit die gebaseerd is op een toevallig, historisch bepaald model van vrouwelijkheid, doch plaatst haar in het verlengde van de geestelijke geschiedenis van Israël. In en door Jezus wordt deze houding de roeping van iedere gedoopte. Onafhankelijk van levensomstandigheden, verschillende roepingen met of zonder openbare verantwoordelijkheid, vormt deze houding een essentieel aspect van het christelijk leven. Terwijl de genoemde eigenschappen kenmerkend zouden moeten zijn voor iedere gedoopte, beleven vrouwen deze op een bijzonder intense en natuurlijke wijze. Zo spelen vrouwen een zeer belangrijke rol in het leven van de Kerk. Ze roepen bij alle gelovigen de houding van Maria in herinnering en dragen op unieke wijze bij tot het tonen van het ware gezicht van de Kerk, de Bruid van Christus en de Moeder van de gelovigen.

In dit perspectief begrijpen we ook dat het feit dat de priesterwijding aan mannen is voorbehouden Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Priesterwijding voorbehouden aan mannen, Ordinatio Sacerdotalis (22 mei 1994) Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Twijfel over de leer van de Apostolische Brief "Ordinatio Sacerdotalis" (28 okt 1995) op geen enkele wijze een belemmering is voor de vrouw om door te dringen tot het hart van het christelijk leven. Vrouwen zijn geroepen om unieke voorbeelden en getuigen te zijn voor alle Christenen van de wijze waarop de Kerk als Bruid met liefde op de liefde van de Bruidegom moet antwoorden.

Document

Naam: BRIEF AAN DE BISSCHOPPEN VAN DE KATHOLIEKE KERK OVER DE SAMENWERKING VAN MAN EN VROUW IN DE KERK EN IN DE WERELD
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Joseph Kardinaal Ratzinger
Datum: 31 mei 2004
Copyrights: © 2004, rkkerk.nl / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert.: dr. N. Stienstra, met medewerking van drs. N.M. Schnell, pr.
Bewerkt: 23 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam