Homohuwelijk, homo-ouderschap en adoptie: wat we vaak vergeten te zeggen
x
Gebruik de knoppen om door de historische teksten te lopen:
Informatie over dit document
Mariage homosexuel, homoparentalité et adoption: Ce que l'on oblie souvent de dire
Homohuwelijk, homo-ouderschap en adoptie: wat we vaak vergeten te zeggen
Gilles Bernheim, Opperrabbijn van Frankrijk
1 oktober 2012
Overige auteurs - Artikelen
2012, Gran Rabbin de France / Stg. InterKerk
Bron
Werkvertaling vanuit het Frans
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Zie de gebruiksvoorwaarden van de documenten
Werkvertaling vanuit het Frans
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Zie de gebruiksvoorwaarden van de documenten
2013
Redactie
25 april 2023
4819
nl
Referenties naar dit document: 1
Open uitgebreid overzichtReferenties naar dit document van thema's en berichten
Open uitgebreid overzichtExtra opties voor dit document
Kopieer document-URL naar klembord Reageer op dit document Deel op social mediaInhoudsopgave
uitklappen
- Inhoud

{Nederlandse werkvertaling van het grootste gedeelte van de tekst is geplaatst in een lay-out die die van het orgineel benadert.}
Klik hier voor het orginele Franstalige document
Noot van de redactie: Het artikel wordt geplaatst vanwege het belang van de inhoud voor gedachtenvorming over de moraalleer en verwijzingen ernaar door bijvoorbeeld Paus Benedictus. Gemeld moet worden, dat de rabbijn in 2013 heeft moeten aftreden als opperrabbijn in Frankrijk o.a. omdat er bij sommige passages in deze tekst sprake zou zijn van plagiaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- === Inleiding
1
Veel medeburgers zien in het opeisen van het homohuwelijk slechts een verdere stap in de democratische strijd tegen onrechtvaardigheid en discriminatie, als een verlengde van de strijd tegen het racisme.
Maar uiteindelijk worden we gevraagd om in naam van de gelijkheid, van de openheid van geest, van de moderniteit en de overheersende politieke correctheid te aanvaarden dat een van de fundamenten van onze samenleving aan de kaak wordt gesteld, hetgeen bovendien al aanvaardbaar zou zijn voor een meerderheid van de bevolking, de opiniepeilingen leveren het bewijs. Het aannemen van de wet zou daarom geen enkel debat oproepen dat in verhouding staat tot de ernst van de zaak.
Ik denk integendeel dat het van het grootste belang is om de ware motieven bloot te leggen die betrekking hebben op de ontkenning van de seksuele verschillen, en er een openbaar debat over te voeren, in plaats van te focussen op principes als gelijkheid die door de voorstanders gebruikt worden om het homohuwelijk en adoptie door homo’s erdoor te krijgen maar die bij nadere analyse niet lang standhouden.
Ik zal hier proberen om de retoriek van de voorstanders van deze wet te ontcijferen, om hun argumenten te onderzoeken en de negatieve effecten van hun eisen te belichten. Het is mijn doel om bij te dragen aan een openbaar debat, want dit onderwerp verdient beter dan enkel verdedigd te worden door de voorstanders die ieder die hun doel en hun motieven in twijfel trekt tot bespottelijke persoon maken die buiten spel moet worden gezet.
Dat is geen gemakkelijke rol, en sommigen zullen mijn stellingen graag verwerpen omdat ik rabbijn ben en dus niet buiten de religieuze sfeer zou moeten treden, of omdat de bijbel homoseksualiteit verbiedt en ik er dus niets meer aan toe te voegen heb.
Ik wil al bij voorbaat een antwoord geven op deze twee bezwaren want ik ken de doeltreffendheid van deze aanvallen ad hominem maar al te goed: ze zijn gericht op het ongeloofwaardig maken van een persoon, op het zo min mogelijk analyseren van zijn woorden om zodoende het debat te ontlopen.
Ik spreek hier in mijn hoedanigheid als Opperrabbijn van Frankrijk. Ik ben niet de woordvoerder van een groep mensen maar de woordvoerder van het Franse Jodendom in religieus opzicht.
Net als andere rabbijnen ben ik een lezer, een leraar en een commentator van de teksten over de joodse wijsheid die doordrongen zijn van een grote traditie van dialoog, dialectiek, hermeneutiek, kortom van pluralisme. Ik heb het altijd als een plicht gezien om intellectueel betrokken te zijn bij de belangrijke keuzes in de geschiedenis, en in het bijzonder die van mijn land, Frankrijk. Daarom gaat het toestaan van het homohuwelijk en de adoptie van kinderen door homoparen mij aan.
{...}
Mijn visie op de wereld wordt geleid door de bijbel en door de rabbijnse commentaren- hetgeen niemand zal verbazen. Wat seksualiteit en verwantschap betreft is mijn visie gebaseerd op de complementariteit van de man en de vrouw. Ik zal in dit betoog dus enkel verwijzen naar het boek Genesis en ik heb ervoor gekozen om het verbod op homoseksualiteit zoals vermeld in het boek Leviticus, niet te vermelden. Want ik ga er van uit dat het eigenlijk niet gaat om homoseksualiteit die een feit en realiteit is, maar om het onomkeerbare risico van een opzettelijke verstoring van de stambomen, van de positie van het kind (van kind-subject naar kind-object) en van de identiteiten. Een opzettelijke verstoring die schadelijk is voor de gehele samenleving en die het algemeen belang uit het oog verliest ten voordele van een hele kleine minderheid.
Tot slot zal ik eraan toevoegen dat mijn bijbelse visie van de wereld, waarin rechtvaardigheid een centraal begrip is, mij vanzelf leidt naar het krachtig veroordelen en bestrijden van fysieke en verbale agressie waar veel homo’s het slachtoffer van zijn, en van racistische en antisemitische daden en woorden.
{...}
Maar uiteindelijk worden we gevraagd om in naam van de gelijkheid, van de openheid van geest, van de moderniteit en de overheersende politieke correctheid te aanvaarden dat een van de fundamenten van onze samenleving aan de kaak wordt gesteld, hetgeen bovendien al aanvaardbaar zou zijn voor een meerderheid van de bevolking, de opiniepeilingen leveren het bewijs. Het aannemen van de wet zou daarom geen enkel debat oproepen dat in verhouding staat tot de ernst van de zaak.
Ik denk integendeel dat het van het grootste belang is om de ware motieven bloot te leggen die betrekking hebben op de ontkenning van de seksuele verschillen, en er een openbaar debat over te voeren, in plaats van te focussen op principes als gelijkheid die door de voorstanders gebruikt worden om het homohuwelijk en adoptie door homo’s erdoor te krijgen maar die bij nadere analyse niet lang standhouden.
Ik zal hier proberen om de retoriek van de voorstanders van deze wet te ontcijferen, om hun argumenten te onderzoeken en de negatieve effecten van hun eisen te belichten. Het is mijn doel om bij te dragen aan een openbaar debat, want dit onderwerp verdient beter dan enkel verdedigd te worden door de voorstanders die ieder die hun doel en hun motieven in twijfel trekt tot bespottelijke persoon maken die buiten spel moet worden gezet.
Dat is geen gemakkelijke rol, en sommigen zullen mijn stellingen graag verwerpen omdat ik rabbijn ben en dus niet buiten de religieuze sfeer zou moeten treden, of omdat de bijbel homoseksualiteit verbiedt en ik er dus niets meer aan toe te voegen heb.
Ik wil al bij voorbaat een antwoord geven op deze twee bezwaren want ik ken de doeltreffendheid van deze aanvallen ad hominem maar al te goed: ze zijn gericht op het ongeloofwaardig maken van een persoon, op het zo min mogelijk analyseren van zijn woorden om zodoende het debat te ontlopen.
Ik spreek hier in mijn hoedanigheid als Opperrabbijn van Frankrijk. Ik ben niet de woordvoerder van een groep mensen maar de woordvoerder van het Franse Jodendom in religieus opzicht.
Net als andere rabbijnen ben ik een lezer, een leraar en een commentator van de teksten over de joodse wijsheid die doordrongen zijn van een grote traditie van dialoog, dialectiek, hermeneutiek, kortom van pluralisme. Ik heb het altijd als een plicht gezien om intellectueel betrokken te zijn bij de belangrijke keuzes in de geschiedenis, en in het bijzonder die van mijn land, Frankrijk. Daarom gaat het toestaan van het homohuwelijk en de adoptie van kinderen door homoparen mij aan.
{...}
Mijn visie op de wereld wordt geleid door de bijbel en door de rabbijnse commentaren- hetgeen niemand zal verbazen. Wat seksualiteit en verwantschap betreft is mijn visie gebaseerd op de complementariteit van de man en de vrouw. Ik zal in dit betoog dus enkel verwijzen naar het boek Genesis en ik heb ervoor gekozen om het verbod op homoseksualiteit zoals vermeld in het boek Leviticus, niet te vermelden. Want ik ga er van uit dat het eigenlijk niet gaat om homoseksualiteit die een feit en realiteit is, maar om het onomkeerbare risico van een opzettelijke verstoring van de stambomen, van de positie van het kind (van kind-subject naar kind-object) en van de identiteiten. Een opzettelijke verstoring die schadelijk is voor de gehele samenleving en die het algemeen belang uit het oog verliest ten voordele van een hele kleine minderheid.
Tot slot zal ik eraan toevoegen dat mijn bijbelse visie van de wereld, waarin rechtvaardigheid een centraal begrip is, mij vanzelf leidt naar het krachtig veroordelen en bestrijden van fysieke en verbale agressie waar veel homo’s het slachtoffer van zijn, en van racistische en antisemitische daden en woorden.
{...}
Referenties naar alinea 1: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- DEEL 1 Analyse van de argumenten van de voorstanders van een wet
- Paragraaf 1 Het homohuwelijk in naam van de gelijkheid?
2
Dit hoort men vaak:
“Homoseksuelen zijn slachtoffer van discriminatie. Zij moeten, net als de heteroseksuelen, het recht hebben om te mogen trouwen.”Dit vergeet men meestal te zeggen:
Het argument dat het huwelijk er moet zijn voor allen die elkaar beminnen houdt geen stand: van elkaar houden betekent nog niet dat je systematisch het recht hebt om te mogen trouwen, of je nu homo of hetero bent. Een man kan bijvoorbeeld niet met een getrouwde vrouw trouwen, ook al houden ze van elkaar. Een vrouw kan ook niet met twee mannen trouwen, ook al bemint ze beide mannen en willen zij allebei met haar trouwen. En een vader kan ook niet met zijn dochter trouwen, zelfs niet als het een normale vader-kindliefde is.
In naam van de gelijkheid, van de verdraagzaamheid, van de strijd tegen discriminatie en in naam van nog vele andere principes, kun je niet allen die van elkaar houden het recht geven om te mogen trouwen.
We hebben het hier niet over de oprechtheid van een liefde. Ook is het begrijpelijk dat verliefde mensen hun liefde erkend willen zien. Er zijn echter strikte regels die bepalen welke verbintenissen toegestaan zijn en welke niet en dat zal in de toekomst ook zo blijven. In die zin is het huwelijk voor iedereen enkel een leus, want het toestaan van het homohuwelijk zou de ongelijkheid en de discriminatie in stand houden ten aanzien van al diegenen die van elkaar houden maar nooit zullen mogen trouwen.
Het argument van het huwelijk voor iedereen verhult de twee huidige zienswijzen van het huwelijk.
Volgens de zienswijze van de wereld, die ik met zeer velen deel, gelovig of niet, is het huwelijk niet alleen maar de erkenning van een liefde. Het huwelijk is de scharnier die het verbond tussen man en vrouw verbindt met de opeenvolging van de geslachten. Het huwelijk is de instelling van een gezin, d.w.z. van een kern die een relatie van direct verwantschap voortbrengt. Het huwelijk bestaat niet alleen uit het gemeenschappelijke leven van twee personen, maar reikt verder: het betreft het leven van een Gemeenschap van voorouders en nakomelingen. In die zin is het huwelijk een fundamentele handeling voor de opbouw en de stabiliteit van zowel het individu als van de samenleving.
Een andere zienswijze beschouwt het huwelijk als een ouderwetse instelling, als een absurde erfenis van een traditionele en vervreemdende samenleving. Maar is het dan niet tegenstrijdig dat de aanhangers van deze zienswijze hun stem laten horen ten voordele van het homohuwelijk? Waarom lopen degenen die het huwelijk afwijzen en vóór vrijheid zijn nu mee met de militante LGBT Lesbiennes, Gays,...Lesbiennes, Gays, Biseksuelen, Transgenders in hun strijd om het homohuwelijk?
Of we nu de ene of de andere zienswijze aanhangen, we kunnen constateren dat het ‘huwelijk voor iedereen’ gewoon een vervanging is: een instelling met een juridische, culturele en symbolische lading zou vervangen worden door een juridisch object, ontdaan van alle geslachtelijkheid, dat de fundamenten van het individu en het gezin ondermijnt.
Moeten we dan inderdaad in naam van de gelijkheid en de strijd tegen de discriminatie alle geslachtelijke verwijzingen in de betrekkingen tussen burger en staat afschaffen, te beginnen met de plechtigheid van het huwelijk en het trouwboekje dat daarna wordt overhandigd?
Referenties naar alinea 2: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Paragraaf 2 Het homohuwelijk in naam van de bescherming van de partner?
3
Dit hoort men vaak:
“Homoseksuelen hebben na een overlijden of scheiding het recht niet aan hun kant en bevinden zich in een situatie van grote onzekerheid. Het homohuwelijk zou daar een einde aan kunnen maken.”Dit vergeet men meestal te zeggen:
Overlijden en scheiding brengen veel pijn en verdriet met zich mee en kunnen ook oorzaak zijn van zeer moeilijke sociale situaties, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting. Dit geldt voor alle paren, of ze nu homo of hetero zijn, getrouwd of samenwonend. Als je het huwelijk bekijkt vanuit concrete en materiële oogpunten zoals huishouden, schulden, belasting, erfenis en dergelijke, dan zie je al snel dat het huwelijk niet alleen maar een affectieve verbintenis is of een lang geleden gemaakte belofte om elkaar te steunen. Want de belofte kan op een dag veranderen in een juridische kwestie. Ik ben begaan met de bescherming van de partner, ongeacht het geslacht van die persoon en ongeacht het geslacht van degene die vertrokken is na een periode van samenleven.
Wat de bescherming van de partner betreft wil ik graag beginnen met een vanzelfsprekende waarheid. Uit het huwelijk, en dit geldt ook voor het samenlevingscontract, vloeien alleen maar rechten en verplichtingen voort als het ook daadwerkelijk gesloten is. Met andere woorden, het toestaan van het homohuwelijk in Frankrijk garandeert niet automatisch de bescherming van de partners binnen alle homoseksuele paren. Ze moeten wel willen trouwen! Dit geldt ook voor heteroseksuele stellen die er massaal voor kiezen om samen te wonen.
Als er steeds meer heteroseksuele stellen kiezen voor een geregistreerd partnerschap vlg. peilingen van de INSEE...vlg. peilingen van de INSEE in paragraaf 1.8, dan moeten zij daar toch een belang bij hebben, met name in juridische en economische zin (huisvesting, belasting, sociale bescherming...).
Op het internet kun je gemakkelijk vergelijkende tabellen hierover vinden. Ook al vloeien bepaalde schikkingen niet automatisch voort uit het geregistreerde partnerschap, ze zijn wel mogelijk.
Laat ik het voorbeeld nemen van het erfrecht. Een samenwonende partner kan net zo goed erven als een getrouwde partner, maar dan moet er wel een testament zijn gemaakt en dan moet de achterblijvende partner tot erfgenaam zijn benoemd. Zowel binnen het huwelijk als binnen het geregistreerde partnerschap zijn de erfgenamen vrijgesteld van successierechten.
Een analyse van vergelijkende tabellen toont aan dat de verschillen tussen de twee samenlevingsvormen heel beperkt zijn. Blijft daar nog de kwestie van een eventuele financiële compensatie in geval van scheiding, wanneer de achterblijvende partner er flink op achteruit zou gaan, zelfs als hij in geval van samenwonen de rechter zou kunnen vragen om uitspraak te doen over de vermogensrechtelijke gevolgen en de vergoeding van de schade.
{...}
Ik zou liever zien dat er technische oplossingen gevonden worden om de gehuwde en de samenwonende partner dezelfde bescherming toe te kennen in geval van overlijden en scheiding. Maar ik wil vooral benadrukken dat, met het oog op de reeds bestaande regelgeving binnen het geregistreerd partnerschap in Frankrijk, de bescherming van de partner geenszins een reden mag zijn om het instituut huwelijk aan de kaak te stellen zoals dat nu op zo’n radicale wijze gebeurt met de toestemming voor het homohuwelijk.
Referenties naar alinea 3: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Paragraaf 3 Homo-ouderschap in naam de liefde?
4
Dit hoort men vaak:
“Het belangrijkste is de liefde. Een homoseksueel paar kan veel liefde geven aan een kind, soms zelfs meer dan een heteroseksueel stel.”Wat men vaak vergeet te zeggen:
Liefde alleen is niet voldoende, ook al twijfelen we absoluut niet aan het vermogen van homoseksuelen om lief te hebben.
Je kunt van een kind houden, maar van een kind houden met een opbouwende liefde is iets anders. Er bestaat geen twijfel over dat homoseksuelen net zoveel van een kind kunnen houden als heteroseksuelen, echter de rol van de ouders bestaat niet alleen uit het betuigen van hun liefde. Als je de ouderrol beperkt tot affectieve en opvoedkundige facetten, dan verloochen je dat de familieband een psychologische drager is en aan de basis ligt van de identiteit van het kind.
Alle genegenheid van de wereld is inderdaad niet voldoende om de psychologische basisstructuren te leveren die beantwoorden aan de behoefte van het kind om te weten waar het vandaan komt. Want het kind bouwt zichzelf op door zich te onderscheiden, hetgeen in de eerste plaats veronderstelt dat het weet op wie het lijkt. Daarom heeft een kind het nodig om te weten dat het is verwekt uit de liefde tussen zijn vader, een man, en zijn moeder, een vrouw, dankzij de seksuele verschillen tussen beide ouders. Ook geadopteerde kinderen weten dat zij voortkomen uit de liefde en het verlangen van hun ouders, ook al zijn zij niet de verwekkers.
De vader en de moeder laten het kind zijn afkomst zien. Het kind heeft behoefte aan een duidelijke en samenhangende afstamming om zich als individu te definiëren. Wat de mens altijd al, en voor altijd, tot mens maakt is een woord in een lichaam met een geslacht, staande in een lijn van afstamming.
De verwantschap benoemen betekent niet alleen dat je aangeeft door wie het kind opgevoed zal worden en met wie het affectieve relaties zal onderhouden, maar dat "betekent" ook en vooral dat het kind de mogelijkheid krijgt om zich te plaatsen in de lijn van de generaties.
Al sinds duizenden jaren is onze samenleving gebaseerd op het systeem van een stamboom met twee lijnen, die van de vader en de moeder. Het voortbestaan van dit systeem geeft elk individu de zekerheid dat hij zijn plaats in de samenleving kan vinden, omdat hij weet wie hij is en waar hij vandaan komt. Een veel voorkomende oefening op school is trouwens het maken van je eigen stamboom, want dankzij deze oefening kan het kind zijn plaats vinden ten opzichte van zijn vader en zijn moeder, en ten opzichte van de samenleving.
Het risico dat we de lijn van de generaties verstoren is vandaag de dag immens en onomkeerbaar. Zoals we de fundamenten van een huis niet kunnen vernietigen zonder dat het huis instort, zo kunnen we ook geen afstand doen van de fundamenten van onze samenleving zonder haar in gevaar te brengen.
Homo-ouderschap is niet hetzelfde als ouderschap. De term ‘homo-ouderschap’ is bedacht om de onmogelijkheid te overbruggen dat homoseksuelen ouders kunnen zijn. Dit nieuwe woord, dat bedacht is om het principe van een homoseksueel ouderpaar in te voeren en om het juridisch mogelijk te maken om twee ouders van hetzelfde geslacht een kind te geven, is een verzinsel. Het is inderdaad niet de seksualiteit van het individu die het huwelijk of het ouderschap gesticht heeft, maar in de eerste plaats het geslacht, dat wil zeggen het antropologische verschil tussen man en vrouw.
Zo, door het onderscheid tussen man en vrouw weg te laten en het verschil homo-hetero op de voorgrond te stellen, eisen de homoseksuelen niet de verwantschap op (het vaderschap of het moederschap), dat betrekking heeft op de biologische band tussen verwekker en kind, maar het "ouderschap", dat de rol van ouder met name beperkt tot het uitoefenen van educatieve taken. En zelfs in het geval van geadopteerde kinderen gaat het niet alleen om opvoeden, maar om het scheppen van een nieuw verwantschap.
We moeten hier dus nogmaals krachtig bevestigen dat het vader- of moederzijn niet slechts een affectieve, culturele of sociale aangelegenheid is. De term ‘ouder’ is geen neutrale term: hij heeft betrekking op het geslacht. Wanneer je de term homo-ouderschap accepteert, dan ontneem je het woord ‘ouder’ zijn intrinsieke lichamelijke, biologische, en vleselijke betekenis.
‘L’Association des Parents et futurs Parents Gays et Lesbiens (APGL) stelt voor om het woord ‘ouder’ te vervangen door: stiefouder, mede-ouder, homo-ouder, meemoeder, biologische ouder, wettelijke ouder, sociale ouder, tweede ouder. Het is niet waarschijnlijk dat het kind zich op een natuurlijke en opbouwende wijze zal weten te plaatsen ten aanzien van al deze verschillende terminologieën.
Referenties naar alinea 4: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Paragraaf 4 Homo-ouderschap in naam van de bescherming van het kind?
5
Dit hoort men vaak:
“Het homo-ouderschap is een feit: honderdduizenden kinderen worden opgevoed door homoseksuele paren. Er moet een juridisch kader geschapen worden om deze kinderen te beschermen.”Dit vergeet men meestal te zeggen:
De wet maakt het voor samengestelde gezinnen reeds mogelijk om hun dagelijks leven te organiseren. Artikel 372 van de Code civil het Burgerlijk Wetboekhet Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de uitoefening van het ouderlijk gezag toekomt aan de vader en de moeder van het kind, en dat het voor de ouders niet mogelijk is om hun gezag, als hen dat uitkomt, over te dragen aan een derde. Daarentegen schept de Code civil de mogelijkheid om het ouderlijk gezag aan een derde over te dragen via de kinderrechter. Artikel 377 en volgende van...Artikel 377 en volgende van de Code civil Hierbij kan het gaan om een overdacht van volledig ouderlijk gezag (alles wat het kind aangaat behalve toestemming tot adoptie), of een gedeeltelijke overdracht (betreft alleen bepaalde aspecten zoals zorg). Alleen de kinderrechter kan over deze zaken beslissen.
Wanneer echter het ouderlijk gezag wordt overgedragen aan een derde, verliezen de ouders de daarbij behorende rechten. Omdat het aantal samengestelde gezinnen groeit in Frankrijk is deze wet sinds 2002 versoepeld (Wet nr.2002-305 van 4 maart 2002 m.b.t. het ouderlijk gezag). De kinderrechter kan voortaan beslissen dat ouders het ouderlijk gezag delen met een derde als dit nodig is voor het kind en met toestemming van de ouders (artikel 377-1 van de Code civil).
Voortaan kan een derde meedoen aan de uitoefening van het ouderlijk gezag zonder dat dit gevolgen heeft voor de ouders.
De homoseksuele partner kan al delen in de uitoefening van het ouderlijk gezag, samen met de moeder. Het Hof van Cassatie heeft op 24 februari 2006 uitspraak gedaan over deze kwestie en heeft bepaald dat de homoseksuele partner van de moeder mede het ouderlijk gezag mag uitoefenen. {...}
Het is niet nodig om de wet verder uit te breiden. Het Franse recht beantwoordt in voldoende mate aan de behoeften van de samengestelde gezinnen, met inbegrip van de ‘gezinnen’ van homo-ouders. Is het niet eenvoudiger om datgene wat er al is meer bekendheid te geven, in plaats van nog meer wettelijke bepalingen toe te voegen? Betere informatie zal leiden tot een beter gebruik van de wet en tot het bedenken van soepele, op maat gemaakte, oplossingen om de ‘mede-ouder’ of een andere derde te laten delen in de uitoefening van het ouderlijk gezag als dit nodig mocht zijn en in het belang van het kind is.
Referenties naar alinea 5: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Paragraaf 5 Adoptie in naam van het recht op een kind?
6
Dit hoort men vaak:
“Homoseksuelen zijn slachtoffer van discriminatie. Zij moeten, net als heteroseksuelen, recht hebben op kinderen.”Dit vergeet men meestal te zeggen:
Het recht op een kind bestaat niet. Er bestaat geen recht op een kind, niet bij heteroseksuelen en niet bij homoseksuelen. Niemand heeft recht op een kind onder het voorwendsel dat hij dat graag wil.
Neen, het recht op een kind bestaat noch voor heteroseksuelen, noch voor homoseksuelen. Een paar met een kinderwens kan besluiten om samen een kind te maken. Een paar dat graag wil adopteren kan daarvoor de nodige stappen ondernemen. Maar geen van deze paren hebben recht op het gewenste kind, alleen maar omdat zij een kinderwens hebben. Je kunt een heteroseksueel paar toestemming weigeren om te adopteren als de voorwaarden voor het kind niet optimaal zijn, bijv. doordat de voorkeur wordt gegeven aan een jong en gezond paar, in plaats van een ouder paar met slechte gezondheid.
Mochten de homoseksuelen recht krijgen op adoptie van een kind dan zouden alle heteroseksuele paren aan wie de adoptie geweigerd is, zich gediscrimineerd voelen en in hun recht staan als zij dezelfde rechten zouden opeisen.
Hoe pijnlijk het ook is, kinderloosheid geeft geen recht op een kind. Veel mensen hebben te maken met kinderloosheid vanwege ziekte, te hoge leeftijd, omdat ze alleen zijn of omdat ze als homoseksuelen leven. We willen geenszins het lijden ontkennen dat voortvloeit uit de kinderloosheid van zowel homo- als heteroseksuele paren. Homoseksuele paren vragen nu dat hun lijden erkend en verlicht wordt. Maar niemand heeft het recht om zijn last te verlichten ten koste van anderen, en nog minder ten koste van onschuldigen en zwakken. Het lijden van kinderloze paren is geen voldoende reden voor het verkrijgen van het recht op adoptie.
Het kind is geen rechtsobject maar een rechtssubject. Als ieder die een kind wil, ook recht heeft op een kind, dan wordt het kind een kind-object. In het huidige debat over adoptie door homoseksuele paren is het kind als zodanig, als subject, afwezig. En door die afwezigheid hoeven zij zich niet af te vragen wat het kind nodig zou hebben, waar het recht op zou hebben, of het liever een vader en moeder heeft of twee ouders van hetzelfde geslacht. Hier grenst de nonchalance soms aan cynisme. Het recht van het kind verschilt radicaal van het recht op een kind. Dit recht is fundamenteel, want het bestaat met name uit het feit dat het kind een gezin krijgt waarin het de grootste kansen heeft om zichzelf te ontwikkelen.
Referenties naar alinea 6: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Paragraaf 6 Adoptie in naam van de kinderen die wachten om geadopteerd te worden?
7
Dit hoort men vaak:
“Duizenden kinderen wachten op adoptie en dan kun je beter bij een homoseksueel paar zijn dan in een weeshuis.”Dit vergeet men meestal te zeggen:
Het geadopteerde kind heeft behoefte aan een vader en een moeder, meer nog dan een ander kind. Het feit dat het in de steek gelaten is voelt het kind al als een diepe verwonding. Het verlaten kind zoekt naar houvast en wil graag terugvinden wat het verloren is. In zijn diepste wezen wenst het terug te keren naar de kernbasis die hem het leven heeft gegeven: een vader en een moeder. Het geadopteerde kind moet zowel het trauma van het in de steek gelaten zijn als dat van de dubbele familiale identiteit verwerken. Meer dan andere kinderen heeft het kind behoefte aan een duidelijke biologische verwantschap. Want, meer dan een ander, gelooft het kind dat het geen vrucht is van de liefde. Het is niet gewenst, het heeft de ogen van een onbekende en het herkent zich niet in het ontvangende gezin. Het komt vaak voor dat het geadopteerde kind een van de ouders ( van het mannelijke of van het vrouwelijke geslacht) verwerpt. Het is dus belangrijk dat het geadopteerde kind zich kan identificeren met twee ouders van verschillend geslacht: met zijn moeder want het kind moet zich verzoenen met zijn moeder; met zijn vader om de aanwezigheid van een man te leren kennen zonder wie zijn moeder nooit een kind had kunnen krijgen.
Gezien dit feit zou adoptie door een homoseksueel paar het trauma van het verlaten kind alleen maar verergeren, want de lijn van verwantschap zou dubbel verbroken worden: in de realiteit van het feit dat het in de steek is gelaten, in symbolisch opzicht vanwege de homoseksualiteit van de adoptie-ouders. Heeft men het recht om een kind, dat reeds verwond is door zijn verleden, te vragen om zich aan te passen aan het affectieve leven van zijn ouders, dat anders is dan dat van verreweg de meeste andere kinderen, en ook anders dan waar het naar verlangde? Komt het op het kind neer om zich aan te passen aan de affectieve keuze van zijn ouders?
Adoptie is er om een kind een gezin te geven, en niet andersom. Adoptie is bedoeld om de situatie van nood waarin het kind verkeert te herstellen. Het is dus noodzakelijk om de motieven van elk paar dat een verzoek tot adoptie indient, goed te onderzoeken: wordt het kind geadopteerd om hemzelf of is het uit een behoefte van het paar zelf? Wil het paar tegemoetkomen in de noodsituatie van het kind, of willen ze tegemoetkomen aan hun eigen pijnlijke situatie van kinderloosheid? Natuurlijk adopteert een paar geen kind als zij daar geen behoefte aan hebben. Toch moet er gewaakt worden dat de behoefte van het kind op de eerste plaats komt, zoals het familierecht het ook samenvat: elk kind heeft recht op een gezin, en wel op het eigen gezin in de eerste plaats, maar bij gebrek daaraan op een gezin dat zich geroepen voelt om het kind te adopteren als dat in zijn belang is. Daarom is het noodzakelijk om te bedenken dat de kinderwens niet voldoende is om te adopteren en dat de ogenschijnlijk eenvoudige en uit medelijden bewogen oplossingen niet altijd de beste oplossingen zijn: het is mogelijk dat we met de beste bedoelingen veel verwondingen veroorzaken.
Referenties naar alinea 7: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Paragraaf 7 Nieuwe vormen van homo-ouderschap in naam van de gelijkheid?
8
Dit hoort men vaak:
"Het ouderschap evolueert, de feiten bewijzen het: met name dankzij IVF. Daar moet het recht rekening mee houden."Dit vergeet men meestal te zeggen:
De feministische en lesbische organisatie ‘Les Biens Nées’ geeft op haar internetsite http:/association-lesbiennees....http:/association-lesbiennees.org vier vormen van homo-ouderschap aan: “Het ouderschap kan voortkomen uit een samengesteld gezin van twee partners van hetzelfde geslacht na een heteroseksuele relatie. Het kan gevormd worden door een soort van co-ouderschap tussen een homopaar en een lesbisch paar die besluiten om samen een kind te krijgen en waarbij het kind opgroeit in twee verschillende huishoudens. Het ouderschap kan ook voortkomen uit adoptie. Of tot slot, als resultaat van kunstmatige inseminatie of een IVF-behandeling.”
Bovenstaande tekst is geen theoretisch kader, noch een praktische gids, maar een waar platform van politieke eisen: zij eisen nieuwe rechten voor homoseksuelen. En ja, als het homo-huwelijk gelegaliseerd zou zijn in naam van de gelijkheid, waarom zou de gelijkheid dan niet gelden voor het ouderschap - een woord dat in de plaats is gekomen van (bloed)verwantschap, vaderschap, moederschap, zoals we eerder al gezien hadden?
De militante LGBT probeert het idee post te laten vatten dat er sprake is van een incoherentie ten aanzien van het principe van gelijkheid, en dus van onrechtvaardigheid, en daarmee minimaliseren zij het feit dat een kind altijd geboren wordt uit de vereniging van een man en een vrouw (ook al kan dit proces medisch ondersteund zijn). Zij gebruiken deze ‘incoherentie’ als hefboom en om meer gedaan te krijgen, met name toegang tot IVF-behandelingen voor lesbiennes.
Hiermee bevestigen zij dat het toestaan van het homohuwelijk voor velen onder hen een paard van Troje is. Hun plannen zijn veel ambitieuzer: namelijk het ontkennen van alle seksuele verschillen (zie volgende paragraaf[al:9]).
De nieuwe vormen van homo-ouderschap openen de weg voor verbijsterende combinatiemogelijkheden. Bijvoorbeeld: een lesbienne doneert haar eicel aan haar partner die zich hiermee laat insemineren en dan dus ‘hun’ kind draagt. De zaadcellen kunnen worden aangeleverd door een homopaar dat vervolgens een ‘co-ouderschap’ zal uitoefenen over het kind, dat dus vier ouders zal hebben. Of als het homopaar zo’n vorm van ouderschap niet kan of wil aangaan met een lesbisch paar, dan kunnen ze nog altijd hun toevlucht nemen tot een draagmoederschap, maar dat kan alleen in bepaalde landen en dat roept weer vragen op ten aanzien van de erkenning van het kind bij terugkeer in Frankrijk.
Deze combinatiemogelijkheden zijn vandaag de de dag realiteit. Dat kan niemand ontkennen, ook al zijn er geen duidelijke cijfers voorhanden (wij veronderstellen dat het om een heel kleine minderheid gaat, uitgaande van 827.000 geboorten per jaar in 2011). Deze mogelijkheden nu zijn onderwerp van twee eisen: het toestaan van nieuwe vormen van homo-ouderschap, omdat ze nu eenmaal al bestaan. En het recht voor iedereen om toegang te krijgen tot die nieuwe vormen, met als motief dat de huidige praktijken in het buitenland kostbaar zijn en bron van ongelijkheid.
Iedereen begrijpt dat een overtreding, d.w.z. het niet respecteren van een verbod, geen goede reden is om het verbod op te heffen, op allerlei gebieden van het leven. Met andere woorden, omdat de feiten realiteit zijn, wil dat nog niet zeggen dat deze realiteit in het recht een vorm moet krijgen. En dat geldt ook voor de nieuwe vormen van homo-ouderschap.
Tevens begrijpt iedereen dat de belangen rondom IVF en draagmoederschap veel verder reiken dan die van het homohuwelijk alleen, en dat ze uitstijgen boven het familierecht. Het is dus heel belangrijk dat deze onderwerpen binnen het wettelijke kader van de bio-ethiek behandeld blijven en dat dit kader niet gegijzeld wordt door eisen die gericht zijn op het laten verdwijnen van alle seksuele verschillen binnen onze samenleving.
Referenties naar alinea 8: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Paragraaf 8 De Wet en het algemeen belang zijn bestand tegen de cijfers.
9
8
8
Dit hoort men vaak:
"Het gaat om honderdduizenden volwassenen en kinderen. De Fransen staan positief tegenover het homohuwelijk. Andere landen staan het al toe. Waarom blijven wij achter?"Dit vergeet men meestal te zeggen:
De genoemde cijfers voor het geregistreerde partnerschap waren ruimschoots overschat in 1999, en zijn dat nu weer in 2012 voor het homohuwelijk.
In 1999 was het noodzakelijk om het geregistreerde partnerschap (PACS) mogelijk te maken, want er werd aangekondigd dat er vijf miljoen mensen voor zouden kiezen. Uit de analyses van de INSEE blijkt nu dat er 904.746 geregistreerde partnerschappen zijn geteld tussen 2000 en 2010, slechts 7% daarvan bestond uit homoparen (ofwel 63.609 partnerschappen in elf jaar tijd). Nu zien we dezelfde overdrijving in de cijfers: een wetsvoorstel geeft aan dat er drieënhalf miljoen homo’s en lesbiennes zijn in Frankrijk, en gaat uit van de cijfers van de Association des Parents et futurs Parents Gays et Lesbiennes (APGL) dat 45% van de lesbiennes en 36% van de homo’s een kinderwens heeft. Als we deze drie cijfers bij elkaar leggen dan komen we uit op ongeveer 700.000 homohuwelijken.
Het is nuttig om eraan toe te voegen dat in Spanje, een land met 46 miljoen inwoners, ongeveer 3.100 homohuwelijken per jaar gesloten worden, na een eerste jaar, in 2006, van 4.300 huwelijken.
De cijfers over het aantal kinderen binnen homohuwelijken wijken ook sterk af.
Volgens de AGPL moet er dringend een wetgeving komen want in Frankrijk zou het gaan om 300.00 kinderen die door ouders van hetzelfde geslacht worden opgevoed. Het is wel nuttig om de cijfers van deze militante beweging te vergelijken met de cijfers van het Institut National des Etudes Demografiques (INED): zij schatten het aantal kinderen tussen de 24.000 en 40.000. Een cijfer dat gemakkelijk te verifiëren is en waar dus geen discussie over mogelijk is, is het aantal aanhangers van de APGL: 1.800 leden in heel Frankrijk.
Het toestaan van het homohuwelijk is noch een teken van vooruitgang, noch een sprong vooruit voor een land. Er wordt vaak gezegd dat Frankrijk achterloopt op andere landen waar het homohuwelijk of de adoptie wel toegestaan is.
Maar het is de moeite waard om stil te staan bij het begrip ‘achterlopen’. Zou het voldoende zijn om de dingen die in de meeste landen verboden zijn toe te staan om als land een eersterangs natie te kunnen zijn?
Als teken van vooruitgang van een land zou ik liever verwijzen naar het welzijn van de bevolking en haar vertrouwen in de toekomst, dan naar de traditionele gegevens omtrent economie, sociaal leven, opvoeding en wetenschap. Als je je zorgen maakt over de sociale rechtvaardigheid, zijn er dan niet allerlei andere internationale rangschikkingen te maken, met het risico te moeten constateren dat er zowel achterstand als vooruitgang is?
Je kunt jezelf inderdaad een plezier doen met een internationale rangschikking van het homohuwelijk, maar dan zou je nog moeten bewijzen dat het in het algemeen belang van het land is om bovenaan te staan in het klassement. Zeker, je kunt een rangschikking maken van rechten die aan minderheden worden toegekend, maar is het ook daar niet veel belangrijker om je te concentreren op de integratie van bepaalde minderheden in de Republiek en vooral om het aantal racistische, homofobe en antisemitische uitingen van agressie te verminderen?
De meting van de sociale aanvaarding moet betrekking hebben op alle eisen en de consequenties ervan.
De laatste tien jaar zijn er onder de bevolkingsgroep van boven de achttien regelmatig onderzoeken gedaan: er werd gevraagd naar hun mening over het homohuwelijk en de adoptie van kinderen door paren van hetzelfde geslacht. Deze twee vragen hebben vooral ten doel om rechten te verkrijgen voor homoseksuelen, en de achterliggende gedachte is de strijd voor gelijkheid en tegen discriminatie.
Uit deze onderzoeken komt onbetwistbaar naar voren dat een ruime meerderheid van de Fransen vóór het homohuwelijk is, en dit is een stijgende lijn die al tien jaar geleden is ingezet: 65% volgens de meest recente onderzoeken van het IFOP in augustus 2012. De resultaten betreffende adoptie zijn wat genuanceerder, want 53% van de Fransen zou ervoor zijn, en vooral de positieve stemmers zijn in een jaar tijd met 5 procentpunt gedaald.
Het zou dus nuttig zijn om te discussiëren over een bepaalde opvatting van de politiek die erop gericht is om feiten te vertalen in rechten, zodra opiniepeilingen zouden hebben aangetoond dat een meerderheid positief staat tegenover een bepaald onderwerp. Met andere woorden, of de feiten wel sociaal aanvaardbaar zijn. Zo’n debat zou ons echter van het thema homohuwelijk en adoptie verwijderen.
Iedereen kan constateren dat de publieke opinie op allerlei gebieden vluchtig is. Onderzoeksresultaten van meer dan 50 % zijn dus niet voldoende om een wet te rechtvaardigen of te verkondigen dat er geen debat over gevoerd hoeft te worden.
Als je de opiniepeilingen gebruikt als maatschappelijk kompas, zou het dan niet gepaster zijn om de Fransen te ondervragen over alle eisen van de militante LGBT in naam van de gelijkheid en de strijd tegen discriminatie? Zou het niet ook en vooral gepaster zijn om hen vragen te stellen over het gezichtspunt van het geadopteerde kind of over de concrete gevolgen in hun dagelijks leven van het uitvlakken van seksuele verschillen? Wanneer een peiling deze twee onderwerpen vanuit een andere gezichtshoek zou benaderen door de ondervraagde personen te vragen naar een uitdrukkelijke keuze en de definitie van prioriteiten, dan zouden de uitkomsten heel anders uitpakken.
Het bewijs hiervan wordt geleverd door de opiniepeiling die op 27 en 28 september 2012 is gehouden door het IFOP, en waarvan de resultaten op 10 oktober op internet zijn gezet. Wanneer gevraagd wordt welke van de twee principes als eerste gegarandeerd moet worden, dan vindt 63% (48% linkse stemmers en 70% rechtse stemmers) van de Fransen dat geadopteerde kinderen recht hebben op een vader en een moeder, terwijl 34% van de Fransen (49% linkse stemmers en 17% rechtse stemmers) vindt dat homoseksuele paren kinderen mogen adopteren.
Referenties naar alinea 9: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- DEEL 2 Wat zit er achter de argumenten, de confrontatie van twee visies
- Paragraaf 1 De wil van de militante LGBT om de seksuele verschillen te ontkennen
10
De ‘gendertheorie’
In eerste instantie werd deze theorie gebruikt door de feministen in hun strijd voor de gelijkheid van de seksen, maar is later overgenomen door de militante homoseksuelen in hun strijd tegen de seksedifferentiatie. In de jaren zestig klaagden de Britse feministische bewegingen de sociale ongelijkheid aan tussen mannen en vrouwen, die enkel voortkwam uit het feit dat zij van geslacht verschilden. Deze ideeën hebben ten grondslag gelegen aan het begrip ‘gender’, dat gedefinieerd kan worden als de sociale rol die aan het geslacht wordt toegekend. Het gender heeft betrekking op normen, op sociale waarden die bepalen wat mannelijk en vrouwelijk is. Met andere woorden, het gender definieert het verschil en de hiërarchische ordening van de sociale betrekkingen tussen mannen en vrouwen naar gelang hun seksuele identiteit.
Het gender zou de vrouw systematisch in een onderdrukte positie behouden.
Als het geslacht verwijst naar de biologische verschillen tussen man en vrouw, verwijst het gender dus naar de sociale verschillen die nu juist te wijten zijn aan het verschil in geslacht. Je zou het gender dus eigenlijk het ‘sociale geslacht’ kunnen noemen. Theorieën die individuen in de traditionele rolpatronen bevestigen worden aangeklaagd als zijnde onderdrukkend.
Referenties naar alinea 10: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
11
“Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt het.”
De theoretici van het gender denken, zoals Simone de Beauvoir, dat je ‘niet als vrouw wordt geboren, maar dat je het wordt’ vanwege deze ‘kenmerken van het gender’, dat grotendeels een culturele constructie is die zij aan de kaak stellen. Volgens hen word je neutraal geboren, en het is de maatschappij die mannen oplegt om man te zijn vanwege hun mannelijk geslacht, en vrouwen om vrouw te zijn vanwege hun vrouwelijk geslacht, met alle ongelijkheid van dien.
Deze theoretici definiëren het individu niet naar hun geslacht (man of vrouw), maar naar seksueel gedrag (homo, hetero, ...). Zij wissen de biologische en anatomische dimensie die de beide geslachten van elkaar scheidt uit en zien slechts allerlei genders die opgelegd zijn door de cultuur en de geschiedenis.
Omdat zij de seksuele ontwikkeling van mensen beschouwen als een sociale en culturele en dus kunstmatige constructie, stellen de feministische bewegingen de sociale verhoudingen aan de kaak en eisen een cultuur die de vrouwen beschermt. Een bescherming die, onder andere, tot stand zou moeten komen door afstand te doen van de heteroseksualiteit.
Referenties naar alinea 11: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
12
De ‘queer theorie’: weg met de seksuele verschillen als natuurlijk gegeven
De radicalere theoretici gaan nog veel verder: zij willen alle verschillen tussen mannen en vrouwen wegnemen om te komen tot een volmaakte gelijkheid.
In naam van deze gelijkheid, en ervan uitgaand dat er geen verschillen kunnen bestaan zonder ongelijkheid (er is echter geen enkele tegenstrijdigheid tussen verschillen en gelijkheid; het tegendeel van gelijkheid is niet het verschil en gelijkheid is niet in strijd met de seksuele ontwikkeling) vragen zij dat de seksuele verschillen tussen mannen en vrouwen verdwijnen (het verschil als een probleem zien, wat een paradox in een samenleving waarin men zweert bij de aanvaarding van het verschil!)
Omdat het verschil in geslacht verantwoordelijk zou zijn voor de onderdrukking van de vrouw, moet de gelijkheid zich noodgedwongen voltrekken door een einde te maken aan de seksedifferentiatie. Het lijkt er dus op dat het definitieve doel van de feministische revolutie niet alleen bestaat uit het wegruimen van de mannelijke privileges, maar ook nog van de verschillen tussen de beide geslachten. Als het gender een puur sociale constructie is, dan wordt elke sociale voorstelling van de seksualiteit kunstmatig en verworven. Beetje bij beetje wordt het geslacht als natuurlijk gegeven in twijfel getrokken en de seksuele ontwikkeling gerelativeerd.
Referenties naar alinea 12: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
13
De ontkenning van de ontwikkeling van de seksuele identiteit
De ‘queertheory’ (het Engelse woord voor vreemd, in tegenstelling tot ‘straight’) gaat heel ver in de gendertheorie en verwijt deze gebaseerd te zijn op een hetero-seksistische vooronderstelling: ervan uitgaan dat heteroseksualiteit de norm is en daarom superieur. Zodra de heteroseksualiteit niet meer ‘evident’ is, zijn allerlei vormen van seksuele ontwikkeling mogelijk.
De queertheorie eist het scheppen van een nieuwe antropologie die niet onderworpen is aan de ‘verplichte heteroseksualiteit’, met het doel te komen tot een uitgangspositie waarin geen sprake is van seksuele verschillen. {...} Deze theorie gaat ervan uit dat de woorden ‘man’ en ‘mannelijk’ ook betrekking kunnen hebben op een vrouwelijk lichaam, want het lichaam is geen gegeven realiteit meer. Omdat het slechts een sociale constructie is, is de seksuele identiteit in geen geval bepalend wat betreft de psyche van het individu. Er hoeft dus geen rekening mee te worden gehouden.
Referenties naar alinea 13: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
14
Van het politieke doel om de seksuele identiteit te vervangen door seksuele oriëntatie...
De queertheorie stelt voor om de seksuele identiteit, die uitgewist lijkt te zijn, te vervangen door een seksuele ‘oriëntatie’ die het individu zelf kan kiezen, afhankelijk van de seksuele voorkeur die zich als een innerlijke essentie aan hem opdringt.
De queertheorie, die een onderscheid maakt tussen sekse (als natuurlijk gegeven) en seksualiteit (als gedrag) verdedigt het idee dat je lichamelijk man kunt zijn, maar psychisch vrouw, en andersom. En dat je onafhankelijk van je geslacht een verlangen kunt hebben om hetero, homo of biseksueel te zijn.
Deze queertheorie nodigt het individu dus uit om uit zijn keurslijf van man of vrouw te stappen dat hij niet zelf gekozen heeft, en zich te uiten op de manier zoals hij zichzelf waarneemt. Bijvoorbeeld, een man met het gender van een vrouw zou dus het heteroseksuele verlangen hebben om samen te willen leven met een man.
Vanuit dit perspectief is de gekozen seksuele oriëntatie van het individu nooit definitief en kan veranderen tijdens zijn leven. Als het gender is opgebouwd kan het ook weer afgebroken worden. Mannelijk en vrouwelijk worden gewoon rollen die je wel of niet aanneemt of uitwisselt naar believen. Mannen, vrouwen, hetero’s, homo’s, biseksuelen of transseksuelen... In deze slingerdans van genders worden seksuele identiteiten vervangen door individuen die zichzelf voortdurend maken en opnieuw maken in hun relatie tot anderen.
De voorstanders van de queertheorie eisen sociale erkenning van alle vormen van seksuele oriëntatie in naam van de sociale gelijkheid: homo, bi, trans... Maar de tolerantie speelt hier de rol van een paard van Troje in hun strijd tegen de heteroseksualiteit, die zij beschouwen als een als een ouderwetse en opgelegde sociale norm, omdat hij is gebaseerd op het verschil in geslacht.
Referenties naar alinea 14: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
15
...naar het politieke doel om het huwelijk te vernietigen.
Deze strijd is natuurlijk gericht op het huidige familiemodel, dat beleefd wordt als een sociale conditionering en als een obstakel voor de uiting van hun ‘diepe ik’: hun gender (de medische wetenschap en de burgerlijke stand moeten zich aanpassen aan deze keuze voor een bepaalde seksuele voorkeur).
Inderdaad, als de seksuele oriëntatie belangrijker is dan de seksuele identiteit van een individu, en als een man in psychisch opzicht een vrouw kan zijn en andersom, als het geslacht bepaald wordt door de wil van een individu en niet meer door de natuur, waarom zouden we de verbintenis tussen twee personen, wat ze ook zijn, dan niet legaliseren? En vooral, in naam waarvan zouden we hen mogen verbieden om kinderen te adopteren want de verschillende modellen zijn toch allemaal gelijkwaardig?
Tegenover deze vloedgolf aan eisen is het legitiem om je af te vragen of het doel van deze militante bewegingen uiteindelijk niet is om gewoon het huwelijk en het gezin te vernietigen, in hun traditionele vorm. Vanuit dit gezichtspunt zouden het homohuwelijk en het recht op adoptie door homoparen slechts een middel zijn om de fundamenten van de samenleving te ondermijnen, om alle vormen van verbintenis mogelijk te maken, eindelijk bevrijd van een voorouderlijke moraal, en zo definitief een einde te maken aan het begrip van seksueel verschil.
Referenties naar alinea 15: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Paragraaf 2 De Bijbelse visie van de man-vrouw complementariteit
16
Binnen het Jodendom, maar ook binnen andere religies en niet-religieuze filosofische stromingen is de man-vrouw complementariteit een structurerend beginsel in de organisatie van een samenleving en in de mening van de grote meerderheid van de bevolking. Voor mij vindt dit beginsel zijn basis in de Bijbel. Voor anderen kan dat ergens anders zijn. Hier zal ik mij richten op de Bijbelse visie die niet zoveel verschilt van de andere.
Referenties naar alinea 16: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
17
Een onwrikbaar verschil
En God schiep de mens naar zijn beeld, naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen (Gen. 1, 27)[b:Gen. 1, 27]. Het Bijbelse verhaal legt de grondslag voor het verschil in geslacht in de scheppende daad. De polariteit mannelijk-vrouwelijk doorkruist alles wat bestaat, van de klei tot God. Deze polariteit maakt deel uit van het essentiële werkelijkheidsgegeven dat richting geeft aan de respectievelijke roeping -het zijn en het handelen- van de man en de vrouw. De dualiteit van de geslachten behoort tot de antropologische constitutie van de mensheid.
Zo moet elk individu vroeg of laat erkennen dat hij slechts één van de twee fundamentele varianten van de mensheid bezit, en dat de andere variant nooit toegankelijk zal zijn voor hem. Het verschil in geslacht is zo een teken van onze eindigheid. Ik ben niet al het menselijke. Een mens met een geslacht is niet het hele menselijke soort. Hij heeft het andere geslacht nodig om zijn gelijke voort te brengen.
Referenties naar alinea 17: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
18
Een essentieel verschil over de transcendentie.
Genesis ziet de gelijkenis van de mens met God slechts in de vereniging van man en vrouw (Gen. 1, 27)[b:Gen. 1, 27], en niet in ieder van hen afzonderlijk. Dit veronderstelt dat de definitie van de mens slechts waar te nemen valt in de ontmoeting van de twee geslachten. Want elke persoon moet, vanwege zijn seksuele identiteit, buiten zichzelf treden. Zodra de mens zich bewust wordt van zijn seksuele identiteit, ziet hij zich geconfronteerd met een soort van transcendentie. Die verplicht hem om zich voor te stellen dat er iets buiten hem moet zijn, een ander, waarvan hij moet erkennen dat die wezenlijk op hem lijkt en dat hij ernaar verlangt, en dat die niet toegankelijk is en nooit helemaal begrijpelijk voor hem.
De ervaring van het seksuele verschil wordt zo het model van elke ervaring van transcendentie die een onverbreekbare relatie met een absoluut ontoegankelijke realiteit beschrijft. We kunnen nu begrijpen waarom de bijbel graag gebruikt maakt van de relatie tussen man en vrouw als metafoor van de relatie tussen God en de mensen: niet omdat God mannelijk zou zijn en de mens vrouwelijk, maar omdat de seksuele dualiteit van de mens de meest heldere uiting is van een niet te overschrijden anders-zijn in de meest intieme relatie.
Referenties naar alinea 18: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
19
Van eenzaamheid naar relatie
Het is opmerkelijk dat de bijbel het verschil in geslacht direct noemt na de bevestiging van het feit dat de mens het beeld is van God. Dat betekent dat het verschil in geslacht inherent is aan dit beeld, en gezegend is door God.
Het verschil in geslacht kan dus geïnterpreteerd worden als een natuurlijk feit, doordrongen van spirituele intenties. Wij zien als bewijs hiervoor dat de dieren in de schepping van zeven dagen niet worden voorgesteld als geslachtelijk. Zij worden niet gekenmerkt door een verschil in geslacht, maar door een verschil in orde en binnen elke orde is er het verschil in soort: er zijn vissen in de zee, vogels in de lucht, dieren op aarde... Alle levende wezens worden voortgebracht ‘naar hun soort’ (Gen. 1, 21)[b:Gen. 1, 21].
In Genesis wordt het geslachtelijke slechts genoemd bij de mens, want juist in hun liefdesrelatie, met inbegrip van de seksuele waarbij man en vrouw één vlees worden, realiseren zij hun einddoel: lijken op het beeld van God.
Het geslacht is dus geen toevallig kenmerk van de persoon. Het voortplantingsvermogen is de lichamelijke uiting van een seksualiteit die geheel het wezen van de mens raakt: lichaam, geest en ziel. Juist omdat man en vrouw ervaren dat zij verschillend zijn in hun seksualiteit, kan er complementariteit en vereniging zijn.
‘Mannelijk’ en ‘vrouwelijk’, ‘man’ en ‘vrouw’, zijn betrekkelijke termen. Het mannelijke kan slechts mannelijk zijn in de mate dat het naar het vrouwelijke is gekeerd; en via de vrouw naar het kind -in elk geval naar een vaderschap, lichamelijk of geestelijk. Het vrouwelijke is dat slechts naarmate het naar het mannelijke gekeerd is: en via de man, naar het kind -in elk geval naar een moederschap, lichamelijk of geestelijk.
Het tweede verhaal van de schepping verdiept deze lering: de schepping van de vrouw wordt voorgesteld als een soort chirurgische daad waarbij God een deel neemt van Adam, en dat wordt zijn vrouw (Gen. 2, 22)[b:Gen. 2, 22]. Voortaan zullen de man en de vrouw niet het gehele menselijke zijn, en geen van beiden zal alles weten van het menselijke.
Er wordt een dubbele begrensdheid mee bedoeld:
- Ik ben niet alles, ik ben zelfs niet het geheel menselijke.
- Ik weet niet alles van het menselijke: het andere geslacht zal voor mij altijd deels onkenbaar zijn.
Dit leidt tot de onmogelijkheid van de mens om genoeg aan zichzelf te hebben. Deze beperking is geen verlies of onthouding, maar een gave die hem in staat stelt om de liefde te ontdekken die geboren wordt uit de verwondering over dit verschil.
Het verlangen laat de mens het seksuele anders zijn ontdekken binnen dezelfde natuur: “Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees!” (Gen. 2, 23)[b:Gen. 2, 23], en de openheid naar die ander stelt hem in staat om zichzelf te ontdekken in zijn complementaire verschil: “Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen” (Gen. 2, 23)[b:Gen. 2, 23]. “Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten en zij zullen tot één vlees zijn” (Gen. 2, 24)[b:Gen. 2, 24]. In het Hebreeuws verwijst ‘één vlees’ naar de ‘Enige’, Ehad - de goddelijke naam bij uitstek, volgens het gebed Shema Israël: “Luister Israël, de Heer onze God, de Heer is Een -Adonaï Ehad" (Deut. 6, 4)[b:Deut. 6, 4].
In hun lichamelijke én geestelijke eenwording, mogelijk gemaakt door hun verschil en door hun complementaire seksuele oriëntatie, brengen de man en de vrouw, binnen de geschapen orde, het beeld van de ene God voort.
In hoofdstuk 3 van Genesis daarentegen wordt de zonde voorgesteld als de weigering van de beperking en dus van het verschil: “Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend (Gen. 3, 5)[b:Gen. 3, 5].
“De boom van de kennis van goed en kwaad” - de boom van het goed kennen en van het slecht kennen - symboliseert nu juist de twee manieren om de beperking te vrezen:
- Het ‘goed kennen’ respecteert het anders-zijn, aanvaardt om niet alles te hoeven weten en stemt toe om niet alles te zijn; deze wijze van kennen opent naar de liefde en zo naar de boom des levens, die God midden in de Hof heeft geplant (Gen. 2, 9)[b:Gen. 2, 9].
- Het ‘slecht kennen’ weigert de beperking, het verschil: hij verslindt de ander in de hoop om in zichzelf alles te reconstitueren en de alwetendheid te verwerven. Deze weigering van de relatie van anders zijn leidt tot begeerte, geweld en in het uiterste geval tot de dood.
Is dat niet wat het gender voorstelt: het weigeren van het anders zijn, van het verschil, en de eis om elk seksueel gedrag aan te mogen nemen, onafhankelijk van de sekse, de eerste gave van de natuur? Met andere woorden, de pretentie om de ‘vrouw’ te kennen als man, om het geheel menselijke te willen worden, om over de grenzen te gaan van alles wat ons natuurlijk gegeven is, en zo te zijn ‘als de goden’?
Referenties naar alinea 19: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- DEEL 3 Conclusie
20
Na analyse van de argumenten, na toelichting van de genoemde theorieën zal er een uitweg moeten worden gevonden in het debat. {...}
Het blijkt dat de genoemde argumenten van gelijkheid, liefde en bescherming en recht van het kind niet standhouden en niet voldoende zijn om een wet te rechtvaardigen.
Of de rechten betreffende homohuwelijk en adoptie nu beperkt of uitgebreid worden, het blijkt tevens dat de militante LGBT het homohuwelijk gebruikt als een paard van Troje voor hun veel bredere doel om de seksuele verschillen te ontkennen en uit te wissen en te vervangen door mogelijkheden om uit het ‘natuurlijke keurslijf’ te breken en zo de heteroseksuele fundamenten van onze samenleving op te blazen.
Het getuigt noch van eer, noch van moed om te stemmen voor een wet door gebruik te maken van leuzen in plaats van argumenten, door je te conformeren aan de overheersende politieke correctheid uit vrees voor banvloeken en tegenaanvallen in extremis door bijvoorbeeld vragen als: “Als er geen reden is om voor de wet te stemmen, waarom stoort het jullie dan dat er wel een wet zou zijn?”
Wat mij hierbij stoort is de weigering om vragen te stellen, om open te staan voor andere meningen.
Het probleem met deze voorgenomen wet is de schade die zij aanricht aan de samenleving in zijn geheel, ten voordele van een hele kleine minderheid, wanneer er drie zaken onherstelbaar worden geschaad:
- De stamboom, de geslachtslijst door vaderschap en moederschap te vervangen door ouderschap.
- De positie van het kind, dat van subject wordt tot een object waar men recht op zou hebben.
- De geslachtelijke identiteit als natuurlijk gegeven zou dan uitgewist moeten worden vanwege de gekozen oriëntatie van eenieder, in naam van een strijd tegen ongelijkheid, een strijd die verdorven is door de uitroeiing van de verschillen.
Deze argumenten moeten duidelijk naar voren gebracht worden in het debat over homohuwelijk en homo-ouderschap. Zij verwijzen naar de fundamenten van onze samenleving waarin ieder van ons graag wil leven.
Ik denk dat de mens zich niet kan opbouwen zonder structuur, zonder ordening, zonder positie of zonder regels. Dat de bevestiging van de vrijheid niet betekent dat we moeten ontkennen dat er grenzen zijn, of dat verschillen genivelleerd worden. Dat de macht van de techniek en de verbeelding vereist dat we nooit vergeten dat het wezen een gave is, dat het leven altijd voorrang heeft en dat het zijn wetten heeft.
Ik wil graag een samenleving waarin de moderniteit geheel haar plaats kan vinden zonder dat de elementaire principes van de menselijke en familiale ecologie ontkend worden.
Ik wil graag een samenleving waarin de verschillende manieren van leven, zijn en verlangen aanvaard worden als een kans, zonder dat deze verscheidenheid verwatert in een kleinere gemeenschappelijke noemer die alle verschil uitwist.
Ik wil graag een samenleving waarin, ondanks de ontwikkeling van het virtuele en de kritische intelligentie, de eenvoudigste woorden -vader, moeder, echtgenoten, ouders - hun betekenis behouden die zowel symbolisch als gepersonifieerd zijn.
Ik wil graag een samenleving waarin kinderen worden ontvangen en er hun volledige plaats vinden, zonder het onderwerp te worden van bezit tot elke prijs of een manier om macht te verkrijgen.
Ik wil graag een samenleving waarin het bijzondere dat zich afspeelt in de ontmoeting tussen man en vrouw geïnstitutionaliseerd blijft voortbestaan, onder een specifieke naam.
Referenties naar alinea 20: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
{Nederlandse werkvertaling van het grootste gedeelte van de tekst is geplaatst in een lay-out die die van het orgineel benadert.}
Klik hier voor het orginele Franstalige document
Noot van de redactie: Het artikel wordt geplaatst vanwege het belang van de inhoud voor gedachtenvorming over de moraalleer en verwijzingen ernaar door bijvoorbeeld Paus Benedictus. Gemeld moet worden, dat de rabbijn in 2013 heeft moeten aftreden als opperrabbijn in Frankrijk o.a. omdat er bij sommige passages in deze tekst sprake zou zijn van plagiaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social medialees verder
https://rkdocumenten.nl/toondocument/4819-mariage-homosexuel-homoparentalite-et-adoption-ce-que-l-on-oblie-nl