Inhoudsopgave
- Inhoud
Broeders en zusters, goedemorgen en welkom!
We vervolgen onze toelichting op de pastorale constitutie '' van het Tweede Vaticaans Concilie en komen nu bij het derde hoofdstuk van het eerste deel, dat een aansprekende titel draagt: „Het menselijk handelen in het universum". De kernvraag luidt: wat is de waarde van menselijke activiteit in de wereld en dus van technische, sociale en wetenschappelijke vooruitgang? We mogen niet vergeten dat, minder dan vier jaar na de afsluiting van het Concilie, in de nacht van 20 op 21 juli 1969, de mens voor het eerst voet op de maan zou zetten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
De mens, geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, is een subject van vooruitgang. Met vrijheid en intelligentie vergroot hij zijn kennis en brengt zo de hele samenleving vooruit. We zien dit duidelijk aan de verbeteringen in de levensomstandigheden van generatie op generatie. Het document stelt immers: „Veel goederen, die de mens vroeger van hogere machten verwachtte, verwerft hij vandaag de dag door zijn eigen initiatief en met zijn eigen krachten."
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
Daarom hebben sommige denkers de technisch-wetenschappelijke vooruitgang voorgesteld als iets dat de relatie met God verzwakt, tot het punt dat deze overbodig lijkt, of zelfs als een tegenstander van het christelijk geloof. En deze interpretatie heeft bij de hedendaagse mens geleid tot een andere kijk op de wereld dan in vroegere tijdperken. Een dergelijk vooroordeel komt vooral tot uiting in dat deel van de westerse cultuur dat zijn verwijzing naar de christelijke Openbaring heeft verloren. In de postchristelijke humanismen worden de mens en God ten onrechte als rivalen voorgesteld: om zijn kennis, zijn vrijheid en zijn vooruitgang te bevestigen, zou de mens zich van God moeten emanciperen. Maar door de relatie met God te ontkennen, gaat uiteindelijk ook de mogelijkheid verloren om de transcendente waarde van de menselijke persoon te bevestigen. Dit is het „drama van het atheïstisch humanisme", dat treffend is beschreven door een vooraanstaande theoloog van het Tweede Vaticaans Concilie, Henri de Lubac.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
Het Concilie wil hierop een duidelijk antwoord geven: „Voor gelovigen", zo stelt , „is één ding zeker: op zichzelf beschouwd beantwoordt de individuele en collectieve menselijke activiteit – dat wil zeggen de enorme inspanning waarmee de mensen door de eeuwen heen trachten hun levensomstandigheden te verbeteren – aan de bedoelingen van God." Sterker nog, zo vervolgt de Constitutie, "het komt bij christenen niet eens in de gedachte om de vruchten van het menselijk verstand en de moed tegenover de macht van God te plaatsen, alsof het rationele schepsel een rivaal van de Schepper zou zijn; integendeel, zij zijn er veeleer van overtuigd dat de overwinningen van de mensheid een teken zijn van Gods grootheid en de vrucht van zijn onuitsprekelijke plan." In wezen heeft God in de handen van de man en de vrouw een schepping gelegd die nog in statu viae is, dat wil zeggen onderweg, in groei, opdat zij deze door hun wijze handelen tot voltooiing mogen brengen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
Hierin ligt een belangrijke verwijzing naar het mysterie van de Incarnatie. De mensheid – en daarmee ook het werk, de vooruitgang en de autonomie van de geschapen werkelijkheden – wordt niet opgeslokt of tenietgedaan door de ontmoeting met God, maar in haar geheel opgenomen, waarbij zij in Christus vrij en actief blijft: in Hem vindt zij immers de volle waarheid en vrijheid. Bovendien wordt in de eucharistieviering de vrucht van het menselijk werk, voorgesteld door brood en wijn, elke dag op het altaar gelegd om te worden omgevormd tot het Lichaam en het Bloed van Christus.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
Vanuit dit perspectief komt een belangrijke waarheid naar voren: om God te ontmoeten hoeft de mens zijn aardse bezigheden niet op te geven, maar kan hij zijn roeping ten volle beleven door zijn dagelijkse werk goed te verrichten en te heiligen. Christenen zijn net als iedereen betrokken bij de opbouw van de menselijke samenleving, waarbij zij het einddoel van alle dingen en de ontmoeting met God voor ogen houden, en dit uiteindelijke doel in herinnering brengen aan degenen met wie zij het avontuur van vooruitgang, wetenschap en het leven delen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
Zeker moet de aardse vooruitgang duidelijk worden onderscheiden van de ontwikkeling van het koninkrijk van Christus; niettemin stelt het Concilie dat „deze vooruitgang, voor zover zij kan bijdragen aan een betere ordening van de menselijke samenleving, van groot belang is voor het koninkrijk van God. (...) Alle goede vruchten van de natuur en van onze ijver zullen we, nadat we ze in de Geest van de Heer en volgens Zijn gebod over de aarde hebben verspreid, later weer terugvinden, maar dan gezuiverd van elke smet, verlicht en verheerlijkt."
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
Ten slotte herinneren wij eraan dat technische en wetenschappelijke vooruitgang, om authentieke menselijke vooruitgang te worden – dat wil zeggen voor de hele mens en voor alle mensen –, bezield en geleid moet worden door naastenliefde. Alleen zo kan zij altijd in dienst staan van de menselijke waardigheid en de levensomstandigheden van iedereen bevorderen, in het bijzonder van de meest kansarmen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
https://rkdocumenten.nl/toondocument/9981-de-zin-van-het-menselijk-handelen-in-het-universum-gs-33-39-nl