Inhoudsopgave
- Inhoud
In de encycliek stelt paus Pius XII dat het niet gaat om "een kille en levenloze weergave van gebeurtenissen uit het verleden of een loutere (...) herdenking van realiteiten uit vervlogen tijden. (Het liturgisch jaar) is veeleer Christus zelf, die altijd in zijn Kerk leeft en de weg van onmetelijke barmhartigheid voortzet die Hij (...) in dit sterfelijke leven (...) is begonnen, met als doel de menselijke zielen in contact te brengen met zijn mysteries en hen erdoor te laten leven; mysteries die voortdurend aanwezig en werkzaam zijn.” Het liturgisch jaar moet dus worden opgevat als een voortdurende actualisering van het heilswerk dat Christus in de geschiedenis volbrengt. Door deze tijdcyclus te doorlopen, blijft de Kerk in contact met het verlossingswerk van de Heer, zodat alle gelovigen met zijn genade worden vervuld. De ontmoeting met Jezus, die voor ons is gestorven en opgestaan, is het doel dat de Kerk altijd nastreeft, waarbij de viering van het Paasgebeuren centraal staat in elk moment.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
Daarom beschouwen de concilievaders juist de zondag, „de oorspronkelijke feestdag“, als „het fundament en de kern van het liturgisch jaar.“ In verschillende moderne talen getuigt de naam ervan dat het de “dies Domini” is, “de dag van de Heer”. Zelfs in die talen waarin de verwijzing naar de “dag van de zon” (Sunday, Sonntag) de overhand heeft gekregen, is de band met Christus te ontwaren: Christus is de ware “zon der gerechtigheid” die ieder mens verlicht!
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
De heilige Johannes Paulus II leert in de apostolische brief (31 mei 1998) dat de zondag de dag van de Heer is, de dag van de Kerk, de dag van de mens en ten slotte „de dag der dagen”: "De zondag, het wekelijkse pasen, de dag waarop Christus' verrijzenis uit de doden wordt herdacht en aanwezig gesteld, is ook de dag die de betekenis van de tijd onthult. (...) Deze is voortgekomen uit de verrijzenis en doorboort de tijd, de maanden, de jaren, de eeuwen van de mensen als een pijl en weet deze te keren in de richting van de tweede komst van Christus. De zondag is een voorafbeelding van de laatste dag, de dag van de parousia" , wanneer wij allen zullen opstaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
Om de zondag te heiligen is het van fundamenteel belang de Eucharistie te vieren. Het luisteren naar het Woord en de deelname aan het Lichaam van Christus houden volgens de concilievaders het convenire in unum in , dat wil zeggen de feestelijke bijeenkomst van de gelovigen. In deze vergadering maakt de christelijke gemeenschap haar gemeenschap met de Heer zichtbaar en getuigt zij van haar verbondenheid met Christus en haar trouw aan de Kerk. Deze vergadering kan niet worden vervangen door louter virtuele aanwezigheid, noch kan zij worden gereduceerd tot een louter passieve bijeenkomst. De liturgische vergadering komt namelijk tot stand door de actieve deelname van broeders en zusters, die bijeen zijn geroepen om „God te danken die hen heeft voortgebracht, ‘door de opstanding van Christus uit de doden, tot een levende hoop’ ”
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
Geliefden, het liturgische jaar, dat door de zondagen wordt gekenmerkt, heeft een interessante geschiedenis, waarin het geloof en de devotie van de Kerk met elkaar verweven zijn. Al vanaf de tweede eeuw na Christus werd de wekelijkse paasviering namelijk aangevuld met die van het jaarlijkse Pasen, de „grootste plechtigheid“ , die zich uitstrekt over de „uiterst vreugdevolle periode“ van vijftig dagen, met als hoogtepunt Pinksteren, en die wordt voorbereid door de vastentijd met haar boetvaardige karakter. De ontwikkeling van de kerstcyclus, die later naar het voorbeeld van de paascyclus plaatsvond, heeft het mogelijk gemaakt de mysteries van de incarnatie van het Woord van God, van zijn geboorte en van zijn openbaring aan de wereld te herbeleven. De Kerk heeft vervolgens in de verschillende tijden de verering van de gezegende Maagd Maria opgenomen, „onlosmakelijk verbonden met het heilswerk van haar Zoon” en „de gedenkdagen van de martelaren en de andere heiligen die (…) in de hemel God de volmaakte lof zingen en voor ons bemiddelen.”
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
Het liturgisch jaar brengt zo op sacramentele wijze de pedagogie van de heilsgeschiedenis tot uitdrukking en leidt de gelovigen van de verwachting van de Messias naar de volheid van het paasmysterie en naar de vooruitblik op de toekomstige heerlijkheid. Daarin viert de Kerk de heilsgerichte actualiteit van het mysterie van Christus, waardoor de gelovigen er steeds dieper aan kunnen deelnemen. Daarom vormt het liturgisch jaar het inspirerende uitgangspunt en het essentiële referentiekader voor elke pastorale activiteit.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Print huidige alinea Print huidige sectie
https://rkdocumenten.nl/toondocument/9935-6-het-liturgische-jaar-nl