3. De roepstemmen van de genade
x
Gebruik de knoppen om door de historische teksten te lopen:
Informatie over dit document
3. The Calls of Grace
3. De roepstemmen van de genade
Faith and Prejudice and Other Sermons
Zondag Sexagesima
John Henry Newman
27 februari 1848
Kerkelijke schrijvers - Homilieën
Vert. uit het Engels
Bron
Opgenomen als in “Faith and Prejudice and Other Sermons”, ed. Birmingham Oratory (New York: Sheed & Ward, 1956); later ook uitgegeven als “Catholic Sermons of Cardinal Newman” (London: Burns & Oates, 1957).
Zie de gebruiksvoorwaarden van de documenten
Bron
Opgenomen als in “Faith and Prejudice and Other Sermons”, ed. Birmingham Oratory (New York: Sheed & Ward, 1956); later ook uitgegeven als “Catholic Sermons of Cardinal Newman” (London: Burns & Oates, 1957).
Zie de gebruiksvoorwaarden van de documenten
1 juli 2026
Pater Geraldo C.O.
3 juli 2026
9914
nl
Referenties naar dit document van thema's en berichten
Open uitgebreid overzichtExtra opties voor dit document
Kopieer document-URL naar klembord Reageer op dit document Deel op social mediaInhoudsopgave
- Inhoud
Er is één ding dat het Woord van God niet kan. Geen muur houdt het buiten, geen duisternis slokt het op, geen vijand overwint het - zo verzekeren ons de profeten en de apostelen. Het gaat uit als een pijl, het snijdt als een zwaard. En toch: het faalt. Niet zelden. Niet in uitzonderlijke gevallen.
Niet de goddelozen zijn het gevaarlijkst, niet de vijanden van de Kerk, niet de luidruchtige godslasteraars. Het meest huiveringwekkende geval voor Gods Woord is de mens die het woord ooit hoort, er even door wordt aangeraakt - en daarna, langzaam, zonder dat iemand het ziet - en gewend raakt… en de godsdienst achter zich laat als een jeugdsentiment.
Op welk moment verhardt een hart? Wanneer precies sluit een ziel zich voor God?
De preek “The Calls of Grace” werd gehouden in St. Chad’s Cathedral te Birmingham, op Sexagesima, 27 februari 1848.Sexagesima is de voorlaatste zondag vóór het begin van de Veertigdagentijd. Newman was pas recent teruggekeerd uit Rome, waar hij tot priester was gewijd, en had zich gevestigd in Maryvale bij Birmingham. Zijn dagboek noteert voor die dag: “Walked into Birmingham in afternoon, & preached.” Geen enkele bijzonderheid gesignaleerd. De preek was, anders dan zijn eerdere anglicaanse gewoontes, niet voorgelezen maar vrij uitgesproken - “preached not read at St. Chad’s” staat er in het handschrift. De verwijzing naar de abdicatie van de koning der Fransen was een verse gebeurtenis: Louis-Philippe trad af op 24 februari 1848 - drie dagen voor deze preek. Het nieuws was letterlijk net binnen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaIn de gelijkenis van de zaaier (Lc. 8, 4-15)[b:Lc. 8, 4-15], die het Evangelie van deze dag vormt, worden ons vier soorten mensen voor ogen gesteld. Allen ontvangen zij het Woord van God. De zaaier zaait eerst op de harde grond, of op de weg; dan op ondiepe aarde, of op rotsgrond; vervolgens op grond waar ook ander zaad was gezaaid; en ten slotte op werkelijk goede, rijke, goed toebereide grond. Met de zaaier wordt de prediker bedoeld; met het zaad het woord dat wordt verkondigd; en met de rots, de weg, de reeds bezette grond en de goede aarde worden vier verschillende gesteltenissen bedoeld van mensen die het woord horen. Hier hebben wij dus een beeld voor ons, dat ons, door Gods barmhartigheid, vanavond een passend onderwerp tot overweging zal geven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaLaat ons eerst kijken naar het geval van de harde grond en het zaad dat daarop werd gezaaid: “En bij het zaaien viel een gedeelte op de weg en het werd vertrapt en de vogels uit de lucht aten het op.” Zo groot is de kracht van het goddelijke woord, wanneer het gesproken wordt door de prediker die daartoe is aangesteld; zo gezegend en vruchtbaar wordt het gemaakt door goddelijke genade, dat het uitgaat als een pijl of een schicht. De profeet Amos zegt: “Hun pijlen zijn zeer scherp, in het hart van de vijanden van de Koning.”² En een andere profeet zegt: “Ik heb op u ingeslagen door de profeten; ik heb de dood gebracht door de woorden van mijn mond” (Hosea 6,5). En zo lezen wij in het boek Apokalyps over onze Heer dat Hij wordt voorgesteld met een scherp zwaard dat uit zijn mond komt (Openb. 1, 16; Openb. 19, 15)[[b:Openb. 1, 16; Openb. 19, 15]]; en de heilige Paulus spreekt over het zwaard van de Geest, dat het woord van God is. (Ef. 6, 17)[[b:Ef. 6, 17]] Het woord gaat uit, zoals de profeet Jesaja zegt, en het keert niet vruchteloos tot Hem terug, maar volbrengt datgene waartoe Hij het zendt. (Jes. 55, 11)[[b:Jes. 55, 11]] Niets kan het tegenhouden behalve een gesloten hart. Niets kan het weerstaan behalve een opzettelijk wereldse, vleselijke en goddeloze wil - en zo’n wil kan het inderdaad weerstaan. Maar waar het hart ook maar een weinig verzacht is, daar dringt het goddelijke woord binnen. Waar het niet verzacht is, blijft het aan de oppervlakte liggen. Het blijft aan de oppervlakte liggen, en uit de gelijkenis leren wij wat daarvan het onmiddellijke gevolg is: “de vogels uit de lucht aten het op.” Het bleef daar niet lang liggen. Er waren maar twee mogelijkheden: óf het werd binnengelaten, óf de wind, de vogels of de voet van een voorbijganger vernietigde het, al naargelang het geval.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaNu kan ik mij voorstellen dat sommigen van hen die mij horen, denken dat dit een uitzonderlijk geval is - terwijl het misschien juist hun eigen geval is. Wanneer zij dit beeld lezen of horen, van het zaad dat op de harde wegrand valt, horen zij het misschien zonder betrokkenheid, alsof het hen niet aangaat, terwijl de beschrijving hen juist in hoge mate kan aangaan. Er zijn heel veel mensen wier hart lijkt op de harde wegrand. Ik zal uitleggen wat ik bedoel. Ik neem aan dat het ons allen wel overkomt dat wij namen van personen horen noemen, of dat wij horen van gebeurtenissen of voorvallen die wij het ene ogenblik horen en het volgende ogenblik weer vergeten. Ze gaan eenvoudig door onze geest heen en maken geen indruk. Waarom? Omdat wij er nooit eerder van gehoord hebben; wij stellen er geen belang in, en daarom grijpen ze ons niet aan. Ze zijn als een onbekende taal: ze gaan zoals ze gekomen zijn. Maar stel nu dat de persoon die genoemd wordt iemand is van wie wij de geschiedenis kennen. Stel dat het een publieke figuur is over wie wij jarenlang hebben gehoord of gelezen. Als wij dan horen dat hem iets is overkomen, dat hij het land heeft verlaten, in tegenspoed is geraakt, ziek is geworden, bevorderd is, of gestorven is, dan wekt zijn naam een hele geschiedenis in ons op, en dan hebben wij grote belangstelling voor het nieuws dat ons wordt gebracht. Wij verbinden wat wij nu horen met wat wij al weten. Daarom kunt u, wanneer u in een gezelschap komt en dit of dat zegt over een bepaalde persoon, vaak merken dat het nieuws op de één grote indruk maakt, terwijl het voor een ander eenvoudig niets betekent. De laatste wendt zich meteen tot een ander onderwerp en wordt er niet door geraakt; maar de eerste geeft blijk van verbazing, vreugde of verdriet, en zegt: “Is het mogelijk?” “Ik herinner mij die man van twintig jaar geleden - wat is hij veranderd, wat is hij hoog gestegen, of wat een treurig einde.” Wij zouden, zoals zojuist, kunnen horen dat de koning der Fransen afstand heeft gedaan van de troon. De een zegt: “Ik herinner mij dat hij de troon besteeg,” en hij zal erover nadenken. Voor een ander is het nieuws niet meer dan een paar lege woorden, en hij denkt er verder niet over na.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaNog sterker is dat het geval wanneer het nieuws een dierbare vriend of een naaste verwant betreft. Als wij zelfs maar zijn naam in een gesprek horen noemen, zijn onze oren zo scherp dat wij hem onmiddellijk opvangen; want het beeld van iemand die wij goed kennen, is in onze geest verbonden met duizend gedachten. Hij heeft een plaats in ons; hij is als het ware een deel van ons. Hij heeft een lange geschiedenis in ons geschreven; zijn naam heeft een diepe betekenis.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDaarin ziet u het verschil tussen iemand wiens hart hard is en iemand wiens hart verzacht is. De ene mens heeft vaak over de godsdienst nagedacht; een ander nooit. De laatste zal genoeg belangstelling hebben als u met hem spreekt over zaken die met deze wereld te maken hebben. Als u alleen spreekt over hoe men oogsten kan vergroten, of hoe men op welke manier dan ook geld kan verdienen, of over een werelds vermaak of genoegen, dan wordt zijn aandacht onmiddellijk gewekt. Maar als u met hem spreekt over de vier uitersten, over hemel of hel, dood of oordeel, dan kijkt hij u glazig aan, of hij barst in lachen uit. Als u goede en heilige woorden tot hem spreekt, hoort hij ze en vergeet ze. Dat is het vreselijke geval van velen bij hun dood: godsdienstige mensen zeggen wat zij kunnen om de stervende te raken, en de arme zieke hoort het inderdaad, maar hij hoort zonder ontroering, zonder enige gedachte. De woorden glijden van hem af en hebben geen enkel effect - en zo sterft hij. Daarentegen is een heilige plaats of een heilige naam als een machtige spreuk voor hen wier hart gewend is aan de gedachte aan de godsdienst, of die op enige wijze door Gods genade bereid en voorbereid zijn. Neem iemand die door tegenspoed is beproefd, of die het verlies van een dierbare verwant heeft geleden, of die in zonde gevallen is en door berouw wordt gekweld. Wanneer hij dan de woorden hoort: “Wat moet ik doen om gered te worden?” (Hand. 16, 30)[b:Hand. 16, 30] of: “Het is het lot van de mens eenmaal te sterven, en daarna komt het oordeel” (Hebr. 9, 27)[b:Hebr. 9, 27], of: “Geloof en gij zult gered worden” (Mc. 16, 16)[b:Mc. 16, 16] (Hand. 16, 31)[[b:Hand. 16, 31]], of: “Troost, troost mijn volk” (Jes. 40, 1)[b:Jes. 40, 1], of: “Christus is voor zondaars gestorven” (Rom. 5, 6-8)[b:Rom. 5, 6-8], dan passen zulke weinige woorden precies bij de gesteltenis van zijn geest. Zij steken hem onmiddellijk in brand. Hij kan niet anders dan luisteren. Hij grijpt het woord en verslindt het. Ja, wij weten dat voor heilige mensen zelfs de naam van Jezus een naam is om zich mee te voeden, een naam die in vervoering brengt; of de naam van Maria, of de namen van beiden: Jesu Mariae en Alma Redemptoris Mater. Heiligen zijn bij het horen van die naam in extase geraakt. Het beeld dat daardoor voor de geest verschijnt - Moeder en Zoon, de eeuwige Zoon en zijn hoogbegunstigde Moeder, een ontzagwekkende en in vervoering brengende betrekking, zeer menselijk en toch zeer goddelijk - dat zijn de woorden die doden kunnen opwekken en levenden kunnen omvormen en zalig maken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaU zult opmerken dat in de gelijkenis niet alleen de vogels het Woord van leven wegdroegen, maar dat ook de voet van de voorbijganger het vertrapte. Tot nu toe heb ik gesproken over mensen die onwetend, zorgeloos en harteloos zijn, en van wie de duivel de goddelijke schat wegsteelt terwijl zij die aan de oppervlakte van hun geest laten liggen. Maar er zijn anderen die erger zijn dan dat: mensen die als het ware de goddelijke woorden vertrappen. Dat zijn zij die minachting en haat voelen voor de waarheid. Het is verschrikkelijk om te zeggen, maar wij zien het met eigen ogen: hoeveel mensen er zijn die de leer haten die Christus heeft geopenbaard en die de Kerk onderwijst. Natuurlijk doen velen dat uit louter onwetendheid, en zij zouden anders voelen en handelen als zij de gelegenheid hadden gehad. Maar er zijn er ook, en niet weinig, die de verkondiging van het Woord van leven verachten en zich eraan ergeren, en die het van zich afstoten. Zo is het vanaf het begin geweest. Kaïn doodde Abel (Gen. 4, 8)[[b:Gen. 4, 8]]; Jozef werd door zijn broers uitgekleed en verkocht (Gen. 37, 23-28)[[b:Gen. 37, 23-28]]; David werd door Saul gehaat (1 Sam. 18, 8-12)[[b:1 Sam. 18, 8-12]]; en bovenal werd onze Heer door de Joden bespuwd en ter dood gebracht (Mt. 26, 67)[b:Mt. 26, 67] (Mc. 15, 15)[[b:Mc. 15, 15]]. “Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen namen Hem niet aan” (Joh. 1, 11)[b:Joh. 1, 11]. En zoals Hij door een zondig geslacht werd verafschuwd en uitgeworpen, zo wordt, sinds Hij is heengegaan, ook zijn woord nog steeds door de wereld verafschuwd. Soms komt dat door gebrek aan liefde. U hoort mensen de Kerk beschimpen, de heiligste zaken belachelijk maken, meteen boos worden zodra ze genoemd worden, fronsen en van gezicht veranderen, ja, zelfs helemaal beven wanneer zij een priester zien. Zij verdenken monniken en zusters van alles wat schokkend en verfoeilijk is, alsof dat hun kenmerk zou zijn, en vanuit een diep vooroordeel verspreiden zij de meest onware verhalen. Soms komt het door gebrek aan geloof. Zij vinden het volstrekt wonderlijk, onuitsprekelijk vreemd en verbazingwekkend dat er mensen te vinden zijn die deze of die leer kunnen geloven. Zij willen niet geloven dat zij dat kunnen; zij denken dat zij doen alsof zij geloven wat zij niet geloven; zij beschouwen alle ontwikkelde katholieken als huichelaars. En soms komt het voort uit een slecht geweten en uit ongeduld wanneer hun hun plicht wordt voorgehouden. Onze Heer gebiedt ons onze parels niet voor de zwijnen te werpen; maar zij vertrappen ze met hun poten. (Mt. 7, 6)[[b:Mt. 7, 6]] Dat is wat vleselijke, zinnelijke mensen doen. Zij willen op hun eigen manier leven. Zij houden er niet van gewaarschuwd te worden voor hel en oordeel; en wanneer de waarschuwende stem tot hen komt, komen zij ertegen in opstand en beschouwen zij het als een persoonlijke belediging dat die stem Gods waarheid uitspreekt. Zij zetten hun voet erop en trappen de hemelse vlam uit.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaMaar ik zal nu een derde geval van hardheid van hart noemen, dat niet zelden voorkomt: het geval van hen die vertrouwd raken met het woord van leven en er daarna niet meer door bewogen worden. Wanneer mensen die in zonde leven voor het eerst de klank van de katholieke waarheid horen, worden zij erdoor geraakt. Het is iets nieuws, en de nieuwheid van de leer is Gods werktuig. Zij wordt door God gezegend om indruk op hen te maken. Zij beweegt hen en trekt hen. En dan is de eredienst van de katholieke Kerk zo overweldigend: de heilige vormen, de gewijde handelingen, de ontzagwekkende functies - de zegen met het Allerheiligste bijvoorbeeld - zij brengen hen tot overgave. Zij geven zich als het ware gewonnen, zij leveren zich aan God over, zij voelen zich in de handen van hun Verlosser. Zij worden ertoe gebracht uit te roepen: Neem mij; doe met mij wat U wilt. Dit duurt een tijd, en in een aantal gevallen, God zij geprezen, eindigt het gelukkig: deze opwinding en vervoering van de geest leidt tot een blijvende bekering. Maar in andere gevallen niet. Iemand wordt voor een tijd geraakt, en daarna verdwijnt de ontroering. Ik heb zulke gevallen gezien; veel mensen kennen ze misschien. Een man staat op het punt zich werkelijk te bekeren; hij staat op het punt de godsdienst ernstig ter hand te nemen. Hij staat op het punt één ding, en één ding alleen, voor zich te stellen als het doel van zijn bestaan en het doel van zijn leven: God behagen en zijn ziel redden. Maar plotseling komt er een verandering over hem. Bijna terwijl wij ons hoofd omdraaien en even ergens anders naar kijken, is het gebeurd. Wij kijken weer naar hem, en hij is een heel andere man - of liever, hij is dezelfde: dezelfde als hij was. Hij is teruggevallen in zijn oude vergetelheid van de godsdienst; en wanneer hij eenmaal verslapt is, is het onmogelijk hem nog te bewegen. Zo blijft hij dan voorgoed. En zo is het ook wanneer iemand de godsdienst niet precies vergeet, maar wel een vorm van godsdienst heeft; wanneer hij volgens een regel leeft en een godsdienstig mens genoemd wordt, en dat in zekere zin ook is; maar wanneer hij op een bepaald moment bewogen wordt om die ene ware vorm van godsvrucht te omhelzen die uit de hemel komt, en zijn afgoden en ijdelheden terzijde te leggen. Als hij dan nalaat die stap te zetten, als zijn moed hem begeeft, of zijn trots hem tegenhoudt, of de liefde voor de wereld hem terugtrekt, en hij de gedachte opgeeft, dan is hij niet meer wat hij vroeger was. Nee, hij is erger. “Het laatste is voor die mens nog erger dan het eerste” (Mt. 12, 45)[b:Mt. 12, 45]. (Lc. 11, 26)[[b:Lc. 11, 26]] Hij was tevoren hard, en nu is hij tienmaal zo hard. Niet alleen is het goede zaad vertrapt, maar ook zijn hart is platgetreden; het is hard als plaveisel, en niets zal hem nog bewegen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDit is helaas vaak het geval op plaatsen waar de waarheid al vele jaren wordt verkondigd, vergeleken met nieuwe plaatsen. Op de nieuwe plaats ziet men dat het woord gedijt; maar op de oude plaats is er kilte, doodsheid, loomheid, lauwheid, terughoudendheid, onechtheid.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaEr is een geval van deze hardheid van hart dat nog huiveringwekkender is. Ik heb iemand gekend die de godsdienst een tijdlang ter hand nam en godsdienstig leek, om hem daarna van zich af te werpen en zelfs het geloof in God op te geven, zomaar als een dier van het veld; en hij bekende het, hij bekende het in woorden als deze: Ik was ooit godsdienstig. De godsdienst heeft zijn tijd bij mij gehad. Hij is opgekomen als het gras, en hij is als gras tot niets geworden. (Ps. 103, 15-16; 1 Pt. 1, 24)[[b:Ps. 103, 15-16; 1 Pt. 1, 24]] Ik kan hem niet doen herleven. Hij was een bepaalde geestestoestand uit een bepaalde periode van mijn leven, maar ik ben hem ontgroeid. En nu, mijn dierbare broeders, welke andere les kan ik uit deze overwegingen trekken dan die welke de profeet ons in de psalm geeft, en die de apostel van hem overneemt: “Hoort heden naar zijn stem: verhardt niet uw hart, als bij Meriba, als bij Massa, toen in de woestijn...” (Ps. 95, 7-8)[b:Ps. 95, 7-8] “Spreekt elkaar moed in, elke dag, zolang dat ‘heden’ duurt, zodat niemand zich door de zonde tot zulk een halsstarrigheid laat verleiden” (Hebr. 3, 13)[b:Hebr. 3, 13]. Wanneer het hart hard is, nemen de vogels het goddelijke zaad weg. Zij brengen het niet terug; het is voorgoed weg. Maak het beste gebruik van de kostbare tijd. Stel niet uit - menige ziel is door uitstel verloren gegaan. Gods gelegenheden wachten niet; zij komen en zij gaan. Het woord van leven wacht niet. Als u het zich niet toe-eigent, zal de duivel het zich toe-eigenen. Hij stelt niet uit, maar houdt zijn ogen altijd wijd open en staat klaar om neer te schieten en de gave weg te dragen waarvan u het gebruik uitstelt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaEn als u merkt dat uw hart hard is, en als u verlangt dat het verzacht wordt, wanhoop dan niet. Door Gods genade is alles voor u mogelijk. (Mt. 19, 26)[[b:Mt. 19, 26]] Kom tot Hem om de wil en de kracht te ontvangen om te doen waartoe Hij u roept. Hij verlaat nooit iemand die Hem aanroept. (Rom. 10, 13)[[b:Rom. 10, 13]] Hij legt een mens nooit een beproeving op zonder hem ook de genade te geven om haar te overwinnen. (1 Kor. 10, 13)[[b:1 Kor. 10, 13]] Wanhoop dus niet; ja, raak zelfs niet moedeloos wanneer u wel tot Hem komt, maar niet onmiddellijk wordt verheven tot de kracht om uzelf te overwinnen. Hij geeft genade beetje bij beetje. Door dagelijks in zijn tegenwoordigheid te komen, merken wij geleidelijk dat die tegenwoordigheid ontzag in ons wekt en dat wij in staat worden gesteld Hem te geloven en te gehoorzamen. Daarom: als iemand verlichting verlangt om Gods wil te kennen, en kracht om die te doen, laat hij dan dagelijks naar de Mis komen, als dat enigszins mogelijk is. Laat hij zich ten minste dagelijks voor het Allerheiligst Sacrament plaatsen en als het ware zijn hart aanbieden aan zijn mensgeworden Verlosser, het aanbieden als een redelijke offergave, opdat het onder het oog en door de genade van de eeuwige Zoon wordt beïnvloed, veranderd en geheiligd. (Rom. 12, 1)[[b:Rom. 12, 1]] En laat hij nu en dan, door de dag heen, een kort gebed of schietgebed richten tot de Heer en Verlosser, en ook tot zijn gezegende Moeder, de onbevlekte, allerheiligste Maagd Maria, of tot zijn engelbewaarder, of tot zijn patroonheilige. Laat hij nu en dan zijn geest verzamelen en zich plaatsen alsof hij in de hemel was, in de tegenwoordigheid van God; alsof hij stond voor Gods troon. Laat hij zich voorstellen dat hij het allerheiligste “Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt” (Joh. 1, 29)[b:Joh. 1, 29]. Dit zijn de middelen waardoor hij, met Gods genade, in de loop van de tijd zijn hart zal kunnen verzachten - niet ineens, maar geleidelijk; niet door zijn eigen kracht of wijsheid, maar door de genade van God die zijn inspanning zegent. Zo zijn de heiligen begonnen. Zij zijn begonnen met deze kleine dingen, en zo zijn zij uiteindelijk heiligen geworden. Zij waren niet ineens heiligen, maar beetje bij beetje. En zo moeten ook wij, die geen heiligen zijn, toch langs dezelfde weg voortgaan: door nederigheid, geduld, vertrouwen op God, het besef dat wij in zijn tegenwoordigheid zijn, en dankbaarheid voor zijn barmhartigheden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaEn nu, mijn broeders, al heb ik over een groot onderwerp slechts weinig gezegd, ik heb genoeg gezegd - niet genoeg voor het onderwerp zelf, maar genoeg voor u, genoeg opdat u er een les uit kunt trekken. Moge u het ter harte nemen, zoals ik zeker weet dat u doet en zult doen; moge u er een zegen uit ontvangen; en moge in dit alles, zoals in alle dingen, de zegen van de almachtige God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.
Amen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediahttps://rkdocumenten.nl/toondocument/9914-3-the-calls-of-grace-nl