Dit is dus de stand van zaken van het evangelische en apostolische geloof en van de bindende traditie, dat wij belijden dat de heilige en ondeelbare Drie-eenheid, dat is de Vader, de Zoon en de Heilige Geloof, van één godheid is, van één natuur en van één substantie oftewel wezen, en dat wij ook verkondigen dat die is van één natuurlijke wil, kracht, werkzaamheid, heerschappij, majesteit, macht en roem. En laten wij al wat wezenlijk gezegd wordt over diezelfde heilige Drie-eenheid, opvatten in het enkelvoud, als vanuit de ene natuur van de drie wezensgelijke personen, hierin onderricht door de bindende leer.
Wanneer wij dus belijden over de ene van dezelfde drie personen van deze heilige Drie-eenheid, namelijk de Zoon van God, God het Woord, en over het mysterie van zijn vererenswaardig heilshandelen volgens het vlees, dan verklaren wij volgens de evangelische overlevering alles in tweevoud betreffende een en dezelfde Heer, onze Redder Jezus Christus, dat wil zeggen, wij verkondigen zijn twee naturen, namelijk een goddelijke en een menselijke, waaruit en waarin Hij zelfs na de bewonderenswaardige en ondeelbare vereniging bestaat. En wij belijden dat elke natuur van hem zijn natuurlijke eigenheid heeft, dat de goddelijke alles heeft, wat goddelijk is, en de menselijke alles wat menselijk is, behalve enige zonde. En wij erkennen dat beide (naturen) aan één en dezelfde God, het vleesgeworden Woord, dat wil zeggen aan het mensgewordene, behoren, onvermengd, ondeelbaar, en onveranderlijk, terwijl alleen het verstand de dingen die verenigd zijn kan onderscheiden, namelijk vanwege de fout van de vermenging. Gelijkelijk wijzen wij de blasfemie zowel van de scheiding als van de vermenging af.
Wanneer wij twee naturen en twee natuurlijke willen en twee natuurlijke werkzaamheden in onze ene Heer Jezus Christus belijden, zeggen wij niet dat de een tegengesteld en tegenstrijdig met de ander is … noch dat ze als het ware gescheiden in twee personen of hypostasen zijn, maar wij zeggen dat dezelfde Jezus Christus onze Heer zoals twee naturen zo ook twee natuurlijke willen en werkzaamheden in zich heeft, namelijk een goddelijke en een menselijke: dat hij de goddelijke wil en werkzaamheid van eeuwigheid af gemeenschappelijk met zijn wezensgelijke Vader heeft, en de menselijke in het tijdelijke uit ons genomen heeft samen met onze natuur …
Voorts erkent de apostolische Kerk van Christus … op grond van de natuurlijke eigenschappen dat elke van deze naturen van Christus volmaakt is, en zij belijdt dat al wat op de eigenschappen van de naturen betrekking heeft als dubbel, omdat onze Heer Jezus Christus zelf zowel volmaakt God als volmaakt mens is, zowel in twee als uit twee naturen…
En dus als consequentie … belijdt en verkondigt zij dat er ook twee natuurlijke willen in Hem zijn en twee natuurlijke werkzaamheden. Want als iemand de wil persoonlijk zou opvatten, is het noodzakelijk, aangezien men spreekt over drie personen in de Heilige Drie-eenheid, dat er dan ook sprake moet zijn van zowel drie persoonlijke willen alsook drie persoonlijke werkzaamheden (wat absurd is en al te goddeloos). Maar als, wat de waarheid van het christelijk geloof behelst, de wil natuurlijk is, volgt als consequentie, waar sprake is van deze ene natuur van de heilige ondeelbare Drie-eenheid, dat men ook één natuurlijke wil en één natuurlijke werkzaamheid moet opvatten. Maar waar wij in de ene persoon van onze Heer Jezus Christus, de middelaar van God en mensen, twee naturen belijden, namelijk een goddelijke en menselijke, waarin hij ook na de wonderbaarlijke vereniging bestaat, belijden wij ook bindend zoals twee naturen van één en dezelfde zo ook zijn twee natuurlijke willen en twee natuurlijke werkzaamheden.
Om RK Documenten te kunnen verbeteren is uw reactie zeer waardevol. Heeft u aanmerkingen of suggesties voor verbeteringen of bent u een fout tegen gekomen? Laat het ons weten.