Apostolicam Actuositatem
x
Gebruik de knoppen om door de historische teksten te lopen:
Informatie over dit document
Apostolicam Actuositatem
Over het lekenapostolaat
2e Vaticaans Concilie
18 november 1965
Concilies en synodes - Decreten
1967, Ecclesia Docens 0820, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
1967
Dr. M. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
24 maart 2025
653
nl
Referenties naar dit document: 11
Open uitgebreid overzichtReferenties naar dit document van thema's en berichten
Open uitgebreid overzichtExtra opties voor dit document
Kopieer document-URL naar klembord Reageer op dit document Deel op social mediaInhoudsopgave
Uitklappen
- Inhoud
1
Sacerdotalis Caelibatus ->=geentekst=
Paenitemini ->=geentekst=
Nota Explivicata bij het decreet over de bestuursregeling in verenigingen van gelovigen ->=geentekst=
In het verlangen om de apostolische activiteit van het volk Gods te intensiveren vgl: Humanae Salutis, 4-11[[[697|4-11]]], wendt het heilige Concilie zich met alle nadruk tot de leken-gelovigen. Op hun eigen en volstrekt onmisbare taak, die zij bij de zending van de Kerk hebben te vervullen, heeft het Concilie reeds bij andere gelegenheid gewezen. vgl: Lumen Gentium, 33[[[617|33]]] vgl: Sacrosanctum Concilium, 26-40[[[570|26-40]]] vgl: Inter Mirifica[[[496]]] vgl: Unitatis Redintegratio[[[618]]] vgl: Christus Dominus, 16-18[[[646|16-18]]] vgl: Gravissimum Educationis, 3,5,7[[[647|3.5.7]]] Het apostolaat immers van de leken, dat voortvloeit juist uit hun roeping als christen, mag nooit in de Kerk ontbreken. Reeds de heilige schrift toon ons duidelijk, hoe spontaan en hoe vruchtbaar deze activiteit is geweest, bij het begin van de Kerk. (Hand. 11, 19-21; Hand. 18, 26; Rom. 16, 1-16; Fil.4, 3)[[b:Hand. 11, 19-21; Hand. 18, 26; Rom. 16, 1-16; Fil.4, 3]]
Onze tijd vraagt een niet geringere ijver van de kant van de leken: de huidige omstandigheden eisen van het zelf dwingend een nog intenser en omvangrijker apostolaat. Want de voortdurende bevolkingsgroei, de vooruitgang van wetenschap en techniek, de steeds nauwe contacten tussen de mensen hebben niet slechts het terrein van lekenapostolaat, dat grotendeels alleen voor hen toegankelijk is. Enorm uitgebreid, maar hebben ook nieuwe problemen opgeroepen die hun bekwame zog en toeleg vereisen. Dit apostolaat wordt des te urgenter, naarmate vele sectoren van het menselijk leven, terecht overigens, een veel groter autonomie hebben verkregen, ofschoon dit soms gepaard is gegaan met een zeker loslaten van de ethische godsdienstige orde en met ernstig gevaar voor het christelijk leven. Bovendien zou de Kerk in vele gebieden, waar zeer weinig Priesters zijn of waar dezen, gelijk niet zeiden voor komt, die nodige vrijheid missen voor de uitoefening van hun bediening, zonder het werk van de leken nauwelijks actief aanwezig kunnen zijn. Dit veelomvattende en dringende noodzakelijkheid manifesteert zich in de duidelijke werking van de heilige Geest, die in onze tijd de leken meer bewust maakt van hun verantwoordelijkheid en hun overal stimuleert om zich in dienst te stellen van Christus en de Kerk. vgl: Tot de nieuwe kardinalen[[[1303]]] vgl: Tot de katholieke arbeidersjeugd[[[1813]]]
In dit decreet nu wil het Concilie het wezen, het karakter en de gevarieerdheid van het lekenapostolaat belichten; het wil de grondbeginselen ervan uiteenzetten en pastorale richtlijnen geven voor een vruchtbaarder uitoefening van dit apostolaat. Dit alles zal de leidraad moeten zijn bij de herziening van het kerkelijk recht, waar dit handelt over het lekenapostolaat.
Onze tijd vraagt een niet geringere ijver van de kant van de leken: de huidige omstandigheden eisen van het zelf dwingend een nog intenser en omvangrijker apostolaat. Want de voortdurende bevolkingsgroei, de vooruitgang van wetenschap en techniek, de steeds nauwe contacten tussen de mensen hebben niet slechts het terrein van lekenapostolaat, dat grotendeels alleen voor hen toegankelijk is. Enorm uitgebreid, maar hebben ook nieuwe problemen opgeroepen die hun bekwame zog en toeleg vereisen. Dit apostolaat wordt des te urgenter, naarmate vele sectoren van het menselijk leven, terecht overigens, een veel groter autonomie hebben verkregen, ofschoon dit soms gepaard is gegaan met een zeker loslaten van de ethische godsdienstige orde en met ernstig gevaar voor het christelijk leven. Bovendien zou de Kerk in vele gebieden, waar zeer weinig Priesters zijn of waar dezen, gelijk niet zeiden voor komt, die nodige vrijheid missen voor de uitoefening van hun bediening, zonder het werk van de leken nauwelijks actief aanwezig kunnen zijn. Dit veelomvattende en dringende noodzakelijkheid manifesteert zich in de duidelijke werking van de heilige Geest, die in onze tijd de leken meer bewust maakt van hun verantwoordelijkheid en hun overal stimuleert om zich in dienst te stellen van Christus en de Kerk. vgl: Tot de nieuwe kardinalen[[[1303]]] vgl: Tot de katholieke arbeidersjeugd[[[1813]]]
In dit decreet nu wil het Concilie het wezen, het karakter en de gevarieerdheid van het lekenapostolaat belichten; het wil de grondbeginselen ervan uiteenzetten en pastorale richtlijnen geven voor een vruchtbaarder uitoefening van dit apostolaat. Dit alles zal de leidraad moeten zijn bij de herziening van het kerkelijk recht, waar dit handelt over het lekenapostolaat.
Referenties naar alinea 1: 4
Sluiting Bijzondere Synode Nederland ->=geentekst=Sacerdotalis Caelibatus ->=geentekst=
Paenitemini ->=geentekst=
Nota Explivicata bij het decreet over de bestuursregeling in verenigingen van gelovigen ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- HOOFDSTUK 1 De roeping van het leken tot het Apostolaat
- Artikel 1 De deelname van de leken aan de zending van de Kerk
2
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Novo millennio ineunte ->=geentekst=
Ad Limina-bezoek Nederlandse Bisschoppen 1988 - Afsluiting ->=geentekst=
Mutuae relationes ->=geentekst=
Mutuae relationes ->=geentekst=
Nota con indicazioni pastorali per l’Anno della fede ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
"Sensus Fidei" in the life of the Church ->=geentekst=
Richtlijnen voor het bestuur en het beheer van de goederen (van kloosters) ... vanwege het afnemend aantal of gevorderde leeftijd ->=geentekst=
In het perspectief van het Heilig Jaar ->=geentekst=
Hartstocht voor de evangelisatie 7. - Het Concilie Vaticanum II. 2. Apostelen zijn in een apostolische Kerk ->=geentekst=
Hartstocht voor de evangelisatie 7. - Het Concilie Vaticanum II. 2. Apostelen zijn in een apostolische Kerk ->=geentekst=
De Kerk heeft tot taak om, door de verbreiding van het rijk van Christus over de gehele aarde tot verheerlijking van God de Vader, alle mensen deelachtig te maken aan de heilbrengende verlossing vgl: Rerum Ecclesiae, (65)[[[642|(65)]]] en door hen heel de wereld daadwerkelijk op Christus te oriënteren. Alle activiteit van het Mystieke Lichaam, die op dit doel is gericht, heet apostolaat, en de Kerk oefent dit uit door al haar leden, zij het op verschillende wijzen; de roeping tot het christendom immers is van nature ook een roeping tot het apostolaat. Gelijk er in een levend lichaam geen enkel lidmaat is, dat zich louter passief houdt, maar ieder lidmaat deelt niet alleen in het leven van het lichaam, maar ook in zijn werkzaamheid, zo is het ook in het lichaam van Christus, de kerk, waar heel het lichaam "door de werking die ieder deel is toegemeten, de lichaamsgroei voltrekt" (Ef. 4, 16)[b:Ef. 4, 16] Ja, in dit lichaam zijn de ledematen zo sterk samengevoegd en samengehouden (Ef. 4, 16)[[b:Ef. 4, 16]], dat een lid, hetwelk niet actief bijdraagt tot de groei van het lichaam volgens zijn eigen functie, als nutteloos moet worden beschouwd zowel voor de Kerk als voor zichzelf. Er is in de Kerk verscheidenheid van bedieningen, maar slechts één zending. De apostelen en hun opvolgers hebben van Christus de opdracht ontvangen om te onderwijzen, te heiligen en te besturen in zijn naam en met zijn gezag. Maar de leken, die deelachtig zijn aan Christus' priesterlijk, profetisch en koninklijk ambt, hebben in de zending van het gehele volk Gods hun eigen taak te vervullen voor de Kerk en voor de wereld. vgl: Lumen Gentium, 31[[[617|31]]] Zij oefenen in feite het apostolaat uit door hun werk voor de evangelisatie en de heiliging van de mensen en door de orde van het tijdelijke te doordringen en te vervolmaken met de geest van de Evangelie, zodat hun activiteit op dit gebied een duidelijk getuigenis is van Christus en ten dienste staat van het heil van de mensen. Omdat het typisch eigene van de leken is, midden in de wereld te leven en te midden van de wereldse aangelegenheden, worden juist zij door God geroepen om met een vurige christelijke geest als een zuurdeeg hun apostolaat in de wereld uit te oefenen.
Referenties naar alinea 2: 13
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Novo millennio ineunte ->=geentekst=
Ad Limina-bezoek Nederlandse Bisschoppen 1988 - Afsluiting ->=geentekst=
Mutuae relationes ->=geentekst=
Mutuae relationes ->=geentekst=
Nota con indicazioni pastorali per l’Anno della fede ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
"Sensus Fidei" in the life of the Church ->=geentekst=
Richtlijnen voor het bestuur en het beheer van de goederen (van kloosters) ... vanwege het afnemend aantal of gevorderde leeftijd ->=geentekst=
In het perspectief van het Heilig Jaar ->=geentekst=
Hartstocht voor de evangelisatie 7. - Het Concilie Vaticanum II. 2. Apostelen zijn in een apostolische Kerk ->=geentekst=
Hartstocht voor de evangelisatie 7. - Het Concilie Vaticanum II. 2. Apostelen zijn in een apostolische Kerk ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 2 De grondslagen van het lekenapostolaat
3
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Pastores Dabo Vobis ->=geentekst=
Vita Consecrata ->=geentekst=
Eucharisticum Mysterium ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
"Sensus Fidei" in the life of the Church ->=geentekst=
Iuvenescit Ecclesia ->=geentekst=
De leken ontlenen de plicht en het recht van apostolaat aan hun eenheid zelf met Christus, het Hoofd. Want, omdat zij door het Doopsel zijn ingelijfd in het mystieke lichaam van Christus, en in het Vormsel worden zij door de Heer zelf bestemd voor het apostolaat. Zij worden gewijd tot een koninklijk priesterschap en een heilig volk (1 Pt. 2, 4-10)[[b:1 Pt. 2, 4-10]] om zo al hun werken te maken tot geestelijke offers en overal ter wereld getuigenis af te leggen voor Christus. In de sacramenten, vooral in de Eucharistie, wordt de liefde geschonken en versterkt, die de ziel is van heel het apostolaat. vgl: Lumen Gentium, 33,10[[[617|33.10]]]
Het apostolaat wordt uitgeoefend in het geloof, de hoop en de liefde, deugden, die de Heilige Geest uitstort in de harten van alle leden der kerk. Ja, het gebod van de liefde, het grootste gebod van de Heer, dringt alle gelovigen ertoe, de glorie van God te bevorderen door de komst van zijn rijk te verwezenlijken en te zorgen, dat alle mensen het eeuwig leven verwerven, doordat zij de enige ware God leren kennen en Hem, die Hij gezonden heeft, Jezus Christus (Joh. 17, 3)[[b:Joh. 17, 3]].
Alle christenen hebben dus de edele taak, zich er voor in te zetten, dat de goddelijke heilsboodschap door alle mensen over de gehele wereld wordt gekend en aanvaard.
Voor de uitoefening van dit apostolaat schenkt de Heilige Geest, die de heiligen van het volk Gods tot stand brengt door het heilig dienstwerk en de sacramenten, bovendien de gelovigen bijzondere gaven (1 Kor. 12, 7)[[b:1 Kor. 12, 7]], die "Hij aan iedereen uitdeelt, zoals Hij het wil" (1 Kor. 12, 11)[b:1 Kor. 12, 11], opdat "allen, elkaar dienend met de gaven, zoals ieder die heeft ontvangen", ook zelf, als "goede beheerders van Gods veelsoortige genade" (1 Pt. 4, 10)[b:1 Pt. 4, 10], mogen bijdragen tot de opbouw van het gehele lichaam in de liefde (Ef. 4, 16)[[b:Ef. 4, 16]]. Door het ontvangen van deze gaven, ook de meer eenvoudige, krijgt ieder gelovige het recht en plicht, deze te besteden, in de Kerk en in de wereld, tot welzijn van de mensen en tot opbouw van de Kerk. Zij moeten dit doen met de vrijheid van de Heilige Geest, die "waait waar Hij wil" (Joh. 3, 8)[b:Joh. 3, 8], en tegelijk in gemeenschap met hun broeders in Christus, vooral met hun herders, die hebben te oordelen over de echtheid en het goede gebruik van deze gaven, niet om de Geest uit te blussen, maar om alles te keuren, op zijn waarde te schatten en het goede te behouden. (1 Tess. 5, 12.19.21)[[b:1 Tess. 5, 12.19.21]] vgl: Lumen Gentium, 12[[[617|12]]]
Het apostolaat wordt uitgeoefend in het geloof, de hoop en de liefde, deugden, die de Heilige Geest uitstort in de harten van alle leden der kerk. Ja, het gebod van de liefde, het grootste gebod van de Heer, dringt alle gelovigen ertoe, de glorie van God te bevorderen door de komst van zijn rijk te verwezenlijken en te zorgen, dat alle mensen het eeuwig leven verwerven, doordat zij de enige ware God leren kennen en Hem, die Hij gezonden heeft, Jezus Christus (Joh. 17, 3)[[b:Joh. 17, 3]].
Alle christenen hebben dus de edele taak, zich er voor in te zetten, dat de goddelijke heilsboodschap door alle mensen over de gehele wereld wordt gekend en aanvaard.
Voor de uitoefening van dit apostolaat schenkt de Heilige Geest, die de heiligen van het volk Gods tot stand brengt door het heilig dienstwerk en de sacramenten, bovendien de gelovigen bijzondere gaven (1 Kor. 12, 7)[[b:1 Kor. 12, 7]], die "Hij aan iedereen uitdeelt, zoals Hij het wil" (1 Kor. 12, 11)[b:1 Kor. 12, 11], opdat "allen, elkaar dienend met de gaven, zoals ieder die heeft ontvangen", ook zelf, als "goede beheerders van Gods veelsoortige genade" (1 Pt. 4, 10)[b:1 Pt. 4, 10], mogen bijdragen tot de opbouw van het gehele lichaam in de liefde (Ef. 4, 16)[[b:Ef. 4, 16]]. Door het ontvangen van deze gaven, ook de meer eenvoudige, krijgt ieder gelovige het recht en plicht, deze te besteden, in de Kerk en in de wereld, tot welzijn van de mensen en tot opbouw van de Kerk. Zij moeten dit doen met de vrijheid van de Heilige Geest, die "waait waar Hij wil" (Joh. 3, 8)[b:Joh. 3, 8], en tegelijk in gemeenschap met hun broeders in Christus, vooral met hun herders, die hebben te oordelen over de echtheid en het goede gebruik van deze gaven, niet om de Geest uit te blussen, maar om alles te keuren, op zijn waarde te schatten en het goede te behouden. (1 Tess. 5, 12.19.21)[[b:1 Tess. 5, 12.19.21]] vgl: Lumen Gentium, 12[[[617|12]]]
Referenties naar alinea 3: 10
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Pastores Dabo Vobis ->=geentekst=
Vita Consecrata ->=geentekst=
Eucharisticum Mysterium ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
"Sensus Fidei" in the life of the Church ->=geentekst=
Iuvenescit Ecclesia ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 3 De lekenspiritualiteit met betrekking tot het apostolaat
4
28
Familiaris Consortio ->=geentekst=
Leken zijn geroepen tot perfectie in het christelijke leven ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Directorium over volksvroomheid en liturgie. Principes en richtlijnen ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
Amoris Laetitia ->=geentekst=
Iuvenescit Ecclesia ->=geentekst=
28
Uit het feit dat Christus, gezonden door de Vader, de bron en oorsprong is van heel het apostolaat van de Kerk, volgt, dat de vruchtbaarheid van het apostolaat van de leken afhangt van hun levensverbondenheid met Christus, volgens het woord van de heer: "Wie in Mij blijft, terwijl Ik blijf in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets" (Joh. 15, 5)[b:Joh. 15, 5]. Dit leven van innerlijke verbondenheid met Christus wordt in de Kerk gevoed door geestelijke hulpmiddelen, die aan alle gelovigen ter beschikking staan, vooral door de actieve deelname aan de heilige liturgie. vgl: Sacrosanctum Concilium, 11[[[570|11]]] De leken moeten deze middelen zó gebruiken, dat zij bij het correct vervullen van hun wereldlijke taken in het gewone leven, de verbondenheid met Christus niet losmaken van hun leven, maar door het verrichten van hun werkzaamheden volgens de wil van God juist groeien in die verbondenheid. Op deze wijze moeten de leken met elan en blijmoedigheid vooruitgaan in de heiligheid en daarbij de moeilijkheden met verstand en geduld trachten te boven te komen. vgl: Lumen Gentium, 32,40-41[[[617|32.40-41]]] Noch de zorgen voor het gezin noch andere tijdelijke aangelegenheden morgen staan buiten de sfeer van hun geestelijk leven, volgens het woord van de Apostel: "Al wat gij doet in woord of wek, doet alles in de naam van Jezus de Heer, God de Vader dankend door Hem" (Kol. 3, 17)[b:Kol. 3, 17].
Zulk een leven vraagt een voortdurende beoefening van geloof, hoop en liefde.
Slechts door het licht van het geloof en door de overweging van het woord Gods kan men altijd en overal God ontdekken, door wie "wij het leven hebben, ons bewegen en zijn" (Hand. 17, 28)[b:Hand. 17, 28], kan men in alles wat gebeurt, Gods wil zoeken, Christus zien in alle mensen, hetzij zij ons na staan of vreemd voor ons zijn, kan men een juist oordeel vormen over de ware betekenis en de waarde die de tijdelijke dingen hebben op zichzelf en met betrekking tot het einddoel van de mens.
Wie dit geloof bezitten, leven in de hoop op de openbaring van de kinderen van Gods, gedachtig het kruis en de verrijzenis van de Heer.
Op de Pelgrimstocht van dit leven zijn zij met Christus verborgen in God en vrij van de slavernij van de rijkdom. Zij richten zich op de eeuwige goederen en wijden zich edelmoedig met al hun krachten aan de uitbreiding van het koninklijk Gods en aan hun taak, de orde van het tijdelijke te bezielen en te vervolmaken met de christelijke geest. Bij de moeilijkheden van dit leven putten zij kracht in de hoop en in de overtuiging, dat "het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, waarvan ons de openbaring te wachten staat" (Rom. 8, 18)[b:Rom. 8, 18].
Gedreven door de liefde, die uit God is, doen zij goed aan allen, vooral aan de geloofsgenoten (Gal. 6, 10)[[b:Gal. 6, 10]], waarbij zij "alle boosheid en alle bedrog afleggen en zich onthouden van alle veinzerij, afgunst en kwaad spreken" (1 Petr. 2, 1)[b:1 Petr. 2, 1]; zo brengen zij de mensen tot Christus. De liefde van god, die "in ons hart is uitgestort door de Heilige Geest, die ons werd geschonken" (Rom. 5, 5)[b:Rom. 5, 5], stelt de leken in staat, de geest van de zaligsprekingen werkelijk tot uitdrukking te brengen in hun leven. Jezus volgend in zijn armoede laten zij zich niet neerdrukken door gebrek en worden zij niet trots bij overvloed. Christus navolgend in zijn nederigheid zoeken zij geen ijdele roem (Gal. 5, 26)[[b:Gal. 5, 26]], maar trachten zij meer aan God te behagen dan aan de mensen. Steeds zijn zij bereid alles te verlaten omwille van Christus (Lc. 14, 26)[[b:Lc. 14, 26]] en vervolging te verduren om de gerechtigheid (Mt. 5, 10)[[b:Mt. 5, 10]], met het woord van de Heer voor ogen: "wie mijn volgeling wil, moet mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen" (Mt. 16, 24)[b:Mt. 16, 24]. In onderlinge christelijke vriendschap komen zij elkaar in iedere nood te hulp.
Deze spiritualiteit van de leken moet een bijzonder stempel krijgen vanuit hun leven in huwelijk en gezin, in celibaat of weduwstaat, vanuit ziekte, beroepsarbeid en sociale activiteit. Laten zij dus de hun geschonken kwaliteiten en gaven, die op deze omstandigheden zijn berekend, voortdurend ontwikkelen en de persoonlijke gaven benutten, die zij van de Heilige Geest hebben ontvangen.
Bovendien zullen de leken, die op de grond van hun speciale roeping zich hebben aangesloten bij een door de Kerk goedkeurende vereniging of instituut, er eerlijk naar streven zich ook de bijzondere spiritualiteit van dergelijke instituten eigen te maken. Zij moeten ook grote waarde hechten aan beroepsbekwaamheid, familiegeest, burgerzin en alle maatschappelijke deugden, zoals rechtschapenheid, zin voor rechtvaardigheid, oprechtheid, voorkomendheid, moed, allemaal deugden, zonder welke zelfs geen echte christelijke leven mogelijk is.
Het volmaakt model van zulk een geestelijk en apostolisch leven is de heilige maagd Maria, de koningin der apostelen. Zij leidde weliswaar op aarde een leven gelijk alle anderen, gevuld met zorgen voor het gezin en met arbeid, maar toch bleef zij altijd verenigd met haar zoon en nam zij op unieke wijze deel aan het werk van de Verlosser. En nu zij in de hemel is opgenomen, "draagt zij met haar moederlijke liefde zorg voor de broeders van haar Zoon, die nog op aardse pelgrimstocht zijn te midden van gevaren en lijden, totdat zij binnentreden in het gelukkige vaderland". vgl: Lumen Gentium, 62,65[[[617|62.65]]] Allen moeten haar met godsvrucht vereren en hun leven en apostolaat aan haar moederlijke zorg toevertrouwen.
Zulk een leven vraagt een voortdurende beoefening van geloof, hoop en liefde.
Slechts door het licht van het geloof en door de overweging van het woord Gods kan men altijd en overal God ontdekken, door wie "wij het leven hebben, ons bewegen en zijn" (Hand. 17, 28)[b:Hand. 17, 28], kan men in alles wat gebeurt, Gods wil zoeken, Christus zien in alle mensen, hetzij zij ons na staan of vreemd voor ons zijn, kan men een juist oordeel vormen over de ware betekenis en de waarde die de tijdelijke dingen hebben op zichzelf en met betrekking tot het einddoel van de mens.
Wie dit geloof bezitten, leven in de hoop op de openbaring van de kinderen van Gods, gedachtig het kruis en de verrijzenis van de Heer.
Op de Pelgrimstocht van dit leven zijn zij met Christus verborgen in God en vrij van de slavernij van de rijkdom. Zij richten zich op de eeuwige goederen en wijden zich edelmoedig met al hun krachten aan de uitbreiding van het koninklijk Gods en aan hun taak, de orde van het tijdelijke te bezielen en te vervolmaken met de christelijke geest. Bij de moeilijkheden van dit leven putten zij kracht in de hoop en in de overtuiging, dat "het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, waarvan ons de openbaring te wachten staat" (Rom. 8, 18)[b:Rom. 8, 18].
Gedreven door de liefde, die uit God is, doen zij goed aan allen, vooral aan de geloofsgenoten (Gal. 6, 10)[[b:Gal. 6, 10]], waarbij zij "alle boosheid en alle bedrog afleggen en zich onthouden van alle veinzerij, afgunst en kwaad spreken" (1 Petr. 2, 1)[b:1 Petr. 2, 1]; zo brengen zij de mensen tot Christus. De liefde van god, die "in ons hart is uitgestort door de Heilige Geest, die ons werd geschonken" (Rom. 5, 5)[b:Rom. 5, 5], stelt de leken in staat, de geest van de zaligsprekingen werkelijk tot uitdrukking te brengen in hun leven. Jezus volgend in zijn armoede laten zij zich niet neerdrukken door gebrek en worden zij niet trots bij overvloed. Christus navolgend in zijn nederigheid zoeken zij geen ijdele roem (Gal. 5, 26)[[b:Gal. 5, 26]], maar trachten zij meer aan God te behagen dan aan de mensen. Steeds zijn zij bereid alles te verlaten omwille van Christus (Lc. 14, 26)[[b:Lc. 14, 26]] en vervolging te verduren om de gerechtigheid (Mt. 5, 10)[[b:Mt. 5, 10]], met het woord van de Heer voor ogen: "wie mijn volgeling wil, moet mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen" (Mt. 16, 24)[b:Mt. 16, 24]. In onderlinge christelijke vriendschap komen zij elkaar in iedere nood te hulp.
Deze spiritualiteit van de leken moet een bijzonder stempel krijgen vanuit hun leven in huwelijk en gezin, in celibaat of weduwstaat, vanuit ziekte, beroepsarbeid en sociale activiteit. Laten zij dus de hun geschonken kwaliteiten en gaven, die op deze omstandigheden zijn berekend, voortdurend ontwikkelen en de persoonlijke gaven benutten, die zij van de Heilige Geest hebben ontvangen.
Bovendien zullen de leken, die op de grond van hun speciale roeping zich hebben aangesloten bij een door de Kerk goedkeurende vereniging of instituut, er eerlijk naar streven zich ook de bijzondere spiritualiteit van dergelijke instituten eigen te maken. Zij moeten ook grote waarde hechten aan beroepsbekwaamheid, familiegeest, burgerzin en alle maatschappelijke deugden, zoals rechtschapenheid, zin voor rechtvaardigheid, oprechtheid, voorkomendheid, moed, allemaal deugden, zonder welke zelfs geen echte christelijke leven mogelijk is.
Het volmaakt model van zulk een geestelijk en apostolisch leven is de heilige maagd Maria, de koningin der apostelen. Zij leidde weliswaar op aarde een leven gelijk alle anderen, gevuld met zorgen voor het gezin en met arbeid, maar toch bleef zij altijd verenigd met haar zoon en nam zij op unieke wijze deel aan het werk van de Verlosser. En nu zij in de hemel is opgenomen, "draagt zij met haar moederlijke liefde zorg voor de broeders van haar Zoon, die nog op aardse pelgrimstocht zijn te midden van gevaren en lijden, totdat zij binnentreden in het gelukkige vaderland". vgl: Lumen Gentium, 62,65[[[617|62.65]]] Allen moeten haar met godsvrucht vereren en hun leven en apostolaat aan haar moederlijke zorg toevertrouwen.
Referenties naar alinea 4: 11
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Familiaris Consortio ->=geentekst=
Leken zijn geroepen tot perfectie in het christelijke leven ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Directorium over volksvroomheid en liturgie. Principes en richtlijnen ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
Amoris Laetitia ->=geentekst=
Iuvenescit Ecclesia ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- HOOFDSTUK 2 De doeleinden van het lekenapostolaat
5
Christifideles laici ->=geentekst=
Ad Gentes Divinitus ->=geentekst=
Octogesima Adveniens ->=geentekst=
Ecclesiae de mysterio ->=geentekst=
Libertatis conscientia ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
Menselijke ontwikkeling en christelijk heil ->=geentekst=
Terwijl het verlossingswerk van Christus van nature gericht is op het heil van de mensen, omvat het tevens de opbouw van heel tijdelijke orde. Daarom is het de zending van de Kerk: niet alleen de boodschap en de genade van Christus te brengen aan de mensen, maar ook de orde van het tijdelijke te bezielen en te vervolmaken met de geest van het Evangelie. Bijgevolg oefenen de leken, bij het vervullen van deze zending van de Kerk, hun apostolaat uit zowel in de Kerk als in de wereld, zowel in de geestelijke orde als in de tijdelijke; ofschoon deze twee van elkaar zijn onderscheiden, zijn ze toch in het éne plan Gods zo nauw met elkaar verbonden, dat God zelf de bedoeling heeft, in Christus de gehele wereld weer samen te brengen tot een nieuwe schepping, in eerste begin hier op aarde en op volmaakte wijze aan het eind der tijden. De leek, die tegelijkertijd gelovige is en burger van deze wereld, moet zich op beide gebieden voortdurend laten leiden door het éne christelijke bewustzijn.
Referenties naar alinea 5: 8
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Christifideles laici ->=geentekst=
Ad Gentes Divinitus ->=geentekst=
Octogesima Adveniens ->=geentekst=
Ecclesiae de mysterio ->=geentekst=
Libertatis conscientia ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
Menselijke ontwikkeling en christelijk heil ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 1 Het apostolaat van evangelisatie en heiliging
6
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Redemptoris Missio ->=geentekst=
Ad Gentes Divinitus ->=geentekst=
Ecclesiae de mysterio ->=geentekst=
Tot het College van Kardinalen ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
Tijdens de Eucharistieviering op 'Parque Mattos Neto', Salto, (Uruguay) ->=geentekst=
De zending van de Kerk beoogt het heil van de mensen, dat zij moeten bereiken door het geloof in Christus en door zijn genade. Het apostolaat van de Kerk en van al haar leden heeft daarom als eerste doel, de boodschap van Christus door woord en daad aan de wereld bekend te maken en haar zijn genade mee te delen. Dit gebeurt voornamelijk door de bediening van het woord en de sacramenten. Dit is de bijzondere taak van de geestelijkheid, maar de leken hebben hierin ook een belangrijke rol te spelen, en hierdoor worden zij "medewerkers van de waarheid" (3 Joh. 8)[b:3 Joh. 8]. Vooral op dit gebied vullen lekenapostolaat en pastoraal dienstnetwerk elkaar aan.
Ontelbare wegen staan voor de leken open om hun apostolaat van evangelisatie en heiliging uit te oefenen. Reeds het getuigenis van een christelijk leven en de goede werken, verricht in het bovennatuurlijke geest, bezitten de kracht, de mensen tot het geloof en tot God te brengen. De Heer zegt immers. "Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is" (Mt. 5, 16)[b:Mt. 5, 16].
Dit apostolaat bestaat echter niet alleen in het getuigenis van het leven. De ware apostel zoekt naar wegen om Christus ook door zijn woord te verkondigen, hetzij aan de niet-gelovigen om hen tot het geloof te brengen, hetzij aan de gelovigen om hen te onderrichten, te versterken en tot een vuriger leven op te wekken, "want de liefde van Christus laat ons geen rust" (2 Kor. 5, 14)[b:2 Kor. 5, 14], en in ieders hart moeten de woorden van de apostel doorklinken: "Wee mij, als ik het Evangelie niet verkondig!" (1 Kor. 9, 16)[b:1 Kor. 9, 16] vgl: Ubi Arcano Dei Concilio, (55)[[[649|(55)]]] vgl: Summi Pontificatus, 74[[[650|74]]]
Omdat zich nu in onze tijd nieuwe problemen voordoen en ernstige dwalingen zich verbreiden die de godsdienst, die de zedelijke orde en zelfs de maatschappij in de wortel driegen aan te tasten, richt het heilig Concilie een dringende aansporing tot de leken om ieder volgens zijn eigen talenten en ontwikkeling en in de Geest van de Kerk nog meer activiteit te ontplooien bij de uiteenzetting en verdediging van de Christelijke beginselen en bij de juiste toepassing ervan op de problemen van onze tijd.
Ontelbare wegen staan voor de leken open om hun apostolaat van evangelisatie en heiliging uit te oefenen. Reeds het getuigenis van een christelijk leven en de goede werken, verricht in het bovennatuurlijke geest, bezitten de kracht, de mensen tot het geloof en tot God te brengen. De Heer zegt immers. "Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is" (Mt. 5, 16)[b:Mt. 5, 16].
Dit apostolaat bestaat echter niet alleen in het getuigenis van het leven. De ware apostel zoekt naar wegen om Christus ook door zijn woord te verkondigen, hetzij aan de niet-gelovigen om hen tot het geloof te brengen, hetzij aan de gelovigen om hen te onderrichten, te versterken en tot een vuriger leven op te wekken, "want de liefde van Christus laat ons geen rust" (2 Kor. 5, 14)[b:2 Kor. 5, 14], en in ieders hart moeten de woorden van de apostel doorklinken: "Wee mij, als ik het Evangelie niet verkondig!" (1 Kor. 9, 16)[b:1 Kor. 9, 16] vgl: Ubi Arcano Dei Concilio, (55)[[[649|(55)]]] vgl: Summi Pontificatus, 74[[[650|74]]]
Omdat zich nu in onze tijd nieuwe problemen voordoen en ernstige dwalingen zich verbreiden die de godsdienst, die de zedelijke orde en zelfs de maatschappij in de wortel driegen aan te tasten, richt het heilig Concilie een dringende aansporing tot de leken om ieder volgens zijn eigen talenten en ontwikkeling en in de Geest van de Kerk nog meer activiteit te ontplooien bij de uiteenzetting en verdediging van de Christelijke beginselen en bij de juiste toepassing ervan op de problemen van onze tijd.
Referenties naar alinea 6: 9
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Redemptoris Missio ->=geentekst=
Ad Gentes Divinitus ->=geentekst=
Ecclesiae de mysterio ->=geentekst=
Tot het College van Kardinalen ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
Tijdens de Eucharistieviering op 'Parque Mattos Neto', Salto, (Uruguay) ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 2 Het doordringen van de tijdelijke orde met de christelijke geest
7
Ad Limina-bezoek Nederlandse Bisschoppen 1998 - Afsluiting ->=geentekst=
Populorum Progressio ->=geentekst=
Ad Gentes Divinitus ->=geentekst=
Compendium van de Sociale Leer van de Kerk ->=geentekst=
Quinque iam anni ->=geentekst=
Libertatis conscientia ->=geentekst=
Inter Ea ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
Rerum Novarum nog altijd vitaal en geldig ->=geentekst=
Menselijke ontwikkeling en christelijk heil ->=geentekst=
Menselijke ontwikkeling en christelijk heil ->=geentekst=
Menselijke ontwikkeling en christelijk heil ->=geentekst=
Omtrent de wereld heeft God onze bedoeling: dat de mensen eensgezind bouwen aan de orde van het tijdelijke en haar tot steeds grotere volmaaktheid opvoeren.
Alles wat de tijdelijke orde uitmaakt, nl. de waarde van leven en gezin, de cultuur, de economie, de vakken en beroepen, de politieke instellingen, de internationale betrekkingen en dergelijke, en ook de ontwikkeling en vooruitgang van dit alles, is niet alleen een hulpmiddel voor de mens ter bereiking van zijn laatste doel, maar heeft ook waarde op zichzelf, een waarde, die God zelf in deze goederen heeft gelegd en die ze bezitten in zich en ook als onderdelen van de gehele tijdelijke orde: "God zag al wat Hij had gemaakt en het was zeer goed" (Gen. 1, 31)[b:Gen. 1, 31]. Deze natuurlijke waarde van de dingen krijgt een bijzonder reliëf door hun gerichtheid op de menselijke persoon tot wiens nut ze zijn geschapen. Tenslotte heeft God alles, het natuurlijke en het bovennatuurlijke, in Christus Jezus tot eenheid willen brengen, "opdat Hij in alles de eerste zou zijn" (Kol. 1, 18)[b:Kol. 1, 18]. Deze bestemming respecteert niet alleen de autonomie van de tijdelijke orde, haar eigen doelstellingen, wetten, hulpmiddelen en betekenis voor het welzijn van de mensheid, maar vervolmaakt ze zelfs in haar bestaan en in haar eigen voortreffelijkheid en schakelt haar tevens in in de totale roeping van de mens op aarde.
In de loop van de geschiedenis heeft men de tijdelijke dingen op ernstige wijze misbruikt, omdat de mensen tengevolge van de erfzonde vaak vervielen tot talrijke dwalingen omtrent de ware God, de natuur van de mens en omtrent de beginselen van de zedenwet. Hierdoor raakten het levensgedrag en de menselijke instellingen in verval en werd de menselijke persoon zelf niet zelden neergehaald. Ook in onze tijd zijn er velen, die in hun overdreven vertrouwen in de vooruitgang van de natuurwetenschappen en de techniek, komen tot een soort verafgoding van het tijdelijke en eerder de slaaf ervan zijn dan de meester. Op heel de Kerk rust de plicht, de mensen het vermogen bij te brengen om de gehele orde van het tijdelijke juist in te richten en haar door Christus op God te oriënteren. En de bisschoppen moeten duidelijk de beginselen uiteen zetten omtrent het doel van de schepping en omtrent het gebruik maken van de wereld; zij moeten hun de morele en geestelijke steun geven voor de opbouw van de tijdelijke orde in Christus. Wat de leken betreft, zij moeten de opbouw van de opbouw van de tijdelijke orde als hun karakteristieke taak op zich nemen en hierbij, verlicht door het Evangelie, in de geest van de Kerk en met christelijke liefde, een rechtstreekse en concrete activiteit ontplooien. Als burgers moeten zij samenwerken met de andere burgers volgens hun specifieke bekwaamheid en met eigen verantwoordelijkheid. Overal en in alles moeten zij de gerechtigheid van het koninkrijk Gods zoeken. De tijdelijke orde moet zó worden opgebouwd, dat ze beantwoordt aan de hogere beginselen van het christelijke leven met volledig behoud van haar eigen wetten, waarbij men dient te streven naar aanpassing aan de variërende omstandigheden van tijd, plaats en bevolking. Onder de werken van dit apostolaat neemt de sociale actie van de christenen een heel bijzondere plaats in, en het Concilie verlangt, dat deze zich in onze tijd uitstrekt tot heel het gebied van het tijdelijke, ook tot de cultuur. vgl: Rerum Novarum, 14[[[651|14]]] vgl: Quadragesimo Anno, 41-43[[[652|41-43]]] vgl: La Solennità, 5[[[778|5]]]
Alles wat de tijdelijke orde uitmaakt, nl. de waarde van leven en gezin, de cultuur, de economie, de vakken en beroepen, de politieke instellingen, de internationale betrekkingen en dergelijke, en ook de ontwikkeling en vooruitgang van dit alles, is niet alleen een hulpmiddel voor de mens ter bereiking van zijn laatste doel, maar heeft ook waarde op zichzelf, een waarde, die God zelf in deze goederen heeft gelegd en die ze bezitten in zich en ook als onderdelen van de gehele tijdelijke orde: "God zag al wat Hij had gemaakt en het was zeer goed" (Gen. 1, 31)[b:Gen. 1, 31]. Deze natuurlijke waarde van de dingen krijgt een bijzonder reliëf door hun gerichtheid op de menselijke persoon tot wiens nut ze zijn geschapen. Tenslotte heeft God alles, het natuurlijke en het bovennatuurlijke, in Christus Jezus tot eenheid willen brengen, "opdat Hij in alles de eerste zou zijn" (Kol. 1, 18)[b:Kol. 1, 18]. Deze bestemming respecteert niet alleen de autonomie van de tijdelijke orde, haar eigen doelstellingen, wetten, hulpmiddelen en betekenis voor het welzijn van de mensheid, maar vervolmaakt ze zelfs in haar bestaan en in haar eigen voortreffelijkheid en schakelt haar tevens in in de totale roeping van de mens op aarde.
In de loop van de geschiedenis heeft men de tijdelijke dingen op ernstige wijze misbruikt, omdat de mensen tengevolge van de erfzonde vaak vervielen tot talrijke dwalingen omtrent de ware God, de natuur van de mens en omtrent de beginselen van de zedenwet. Hierdoor raakten het levensgedrag en de menselijke instellingen in verval en werd de menselijke persoon zelf niet zelden neergehaald. Ook in onze tijd zijn er velen, die in hun overdreven vertrouwen in de vooruitgang van de natuurwetenschappen en de techniek, komen tot een soort verafgoding van het tijdelijke en eerder de slaaf ervan zijn dan de meester. Op heel de Kerk rust de plicht, de mensen het vermogen bij te brengen om de gehele orde van het tijdelijke juist in te richten en haar door Christus op God te oriënteren. En de bisschoppen moeten duidelijk de beginselen uiteen zetten omtrent het doel van de schepping en omtrent het gebruik maken van de wereld; zij moeten hun de morele en geestelijke steun geven voor de opbouw van de tijdelijke orde in Christus. Wat de leken betreft, zij moeten de opbouw van de opbouw van de tijdelijke orde als hun karakteristieke taak op zich nemen en hierbij, verlicht door het Evangelie, in de geest van de Kerk en met christelijke liefde, een rechtstreekse en concrete activiteit ontplooien. Als burgers moeten zij samenwerken met de andere burgers volgens hun specifieke bekwaamheid en met eigen verantwoordelijkheid. Overal en in alles moeten zij de gerechtigheid van het koninkrijk Gods zoeken. De tijdelijke orde moet zó worden opgebouwd, dat ze beantwoordt aan de hogere beginselen van het christelijke leven met volledig behoud van haar eigen wetten, waarbij men dient te streven naar aanpassing aan de variërende omstandigheden van tijd, plaats en bevolking. Onder de werken van dit apostolaat neemt de sociale actie van de christenen een heel bijzondere plaats in, en het Concilie verlangt, dat deze zich in onze tijd uitstrekt tot heel het gebied van het tijdelijke, ook tot de cultuur. vgl: Rerum Novarum, 14[[[651|14]]] vgl: Quadragesimo Anno, 41-43[[[652|41-43]]] vgl: La Solennità, 5[[[778|5]]]
Referenties naar alinea 7: 13
Activiteiten en het gedrag van de Katholieken op het gebied van de politiek ->=geentekst=Ad Limina-bezoek Nederlandse Bisschoppen 1998 - Afsluiting ->=geentekst=
Populorum Progressio ->=geentekst=
Ad Gentes Divinitus ->=geentekst=
Compendium van de Sociale Leer van de Kerk ->=geentekst=
Quinque iam anni ->=geentekst=
Libertatis conscientia ->=geentekst=
Inter Ea ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
Rerum Novarum nog altijd vitaal en geldig ->=geentekst=
Menselijke ontwikkeling en christelijk heil ->=geentekst=
Menselijke ontwikkeling en christelijk heil ->=geentekst=
Menselijke ontwikkeling en christelijk heil ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 3 De charitatieve actie
8
Familiaris Consortio ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Deus Caritas Est ->=geentekst=
Compendium van de Sociale Leer van de Kerk ->=geentekst=
Compendium van de Sociale Leer van de Kerk ->=geentekst=
Uit recht op gerechtigheid voor ieder groeit de vrede voor allen ->=geentekst=
Tot het College van Kardinalen ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
Hoewel iedere apostolaatsbeoefening zijn oorsprong en zijn kracht moet ontlenen aan de liefde, zijn toch bepaalde werken van nature meer geëigend, om deze liefde op markant wijze tot uitdrukking te brengen, en zulke werken heeft Christus, de Heer, gewild als teken van zijn messiaanse zending. (Mt. 11, 4-5)[[b:Mt. 11, 4-5]]
Het voornaamste gebod in de wet is, God lief te hebben met geheel zijn hart en de naaste gelijk zichzelf. (Mt. 22, 37-40)[[b:Mt. 22, 37-40]] Dit gebod nu van de naastenliefde heeft Christus gemaakt tot zijn gebod en er een nieuwe betekenis aan gegeven door zichzelf op één lijn te stellen met zijn broeders als voorwerp van de liefde met de woorden: "Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan" (Mt. 25, 40)[b:Mt. 25, 40]. Want door de menselijke natuur aan te nemen heeft Hij de gehele mensheid door een band van bovennatuurlijke solidariteit als een gezin met zich verbonden, en Hij heeft de liefde gegeven als kenteken van zijn leerlingen, toen Hij zei: "Hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart" (Joh. 13, 35)[b:Joh. 13, 35]. Maar gelijk de Kerk in haar eerste tijd de "agape" verbond met de Eucharistie en daardoor bewees, dat zij geheel rondom Christus verenigd was door de band van de liefde, zo kon men haar in alle tijden herkennen aan dit teken van de liefde; en hoe zij zich ook verheugt over de initiatieven van anderen, toch maakt zij aanspraak op de liefdewerken als haar onvervreemdbare plicht en haar onvervreemdbaar recht. Daarom worden de barmhartigheid en de werken van charitas en onderling hulpbetoon tot leniging van alle soort van menselijke nood door de Kerk hoog in ere gehouden. vgl: Mater et Magistra, 3-4[[[90|3-4]]]
Deze activiteiten en werken zijn in onze tijd nog veel meer urgent en universeel geworden, nu de communicatiemiddelen zo snel werken, nu er bijna geen afstanden meer bestaan en de bewoners van de gehele wereld als het ware één groot gezin zijn gaan vormen. De charitatieve actie kan en moet zich tegenwoordig uitstrekken tot alle mensen zonder uitzondering en tot alle noden. Overal waar mensen zijn, die gebrek hebben aan eten en drinken, aan kleding, huisvesting, geneesmiddelen, werk onderwijs of aan de middelen, die noodzakelijk zijn om een echt menswaardig leven te kunnen leiden, mensen, die gedrukt gaan onder lijden of ziekte, die in ballingschap of gevangenschap zijn, daar moet de christelijke liefde hen zoeken en weten te vinden, hun leed met alle zorg verzachten en hen met daadwerkelijke hulp steunen. En deze plicht rust allereerst op de individuen en de volken, die welvaart genieten. vgl: Mater et Magistra, 164-168[[[90|164-168]]]
Wil deze beoefening van de liefde boven alle verdenking verheven zijn en niet de minste aanleiding geven tot verdenking, dan moet men in de naaste het beeld van God zien, waarnaar hij geschapen is, en Christus de Heer, aan wie men in werkelijkheid schenkt, wat men aan de noodlijdenden geeft. De vrijheid en waardigheid van de persoon, die men helpt, moeten met grote tact worden geëerbiedigd. De zuivere bedoeling mag door geen zoeken van eigen voordeel en door geen heerszucht worden aangetast. vgl: Mater et Magistra, 87-88[[[90|87-88]]] Men moet allereerst voldoen aan de eisen van de rechtvaardigheid om niet als een gift van liefde aan te bieden, wat men reeds uit rechtvaardigheid verschuldigd is. Men moet niet alleen de gevolgen van het kwaad wegnemen, maar ook de oorzaken ervan. De hulpverlening moet zo worden geregeld, dat degenen, die ze ontvangen, geleidelijk onafhankelijk worden van vreemden en voor zichzelf kunnen zorgen.
De leken moeten dus hun waardering en naar vermogen ook hun steun schenken aan de werken van charitas en aan de initiatieven voor sociale bijstand, die uitgaan van particulieren of van publieke en ook van internationale instanties en waardoor noodlijdende individuen en volken daadwerkelijk worden geholpen, en zij moeten hierbij samenwerken met alle mensen van goede wil. vgl: Tot de Pax Romana M.J.J.C., (9-11)[[[4632|(9-11)]]] vgl: A.A.S. 51 (1959) 856-866[[[4633]]]
Het voornaamste gebod in de wet is, God lief te hebben met geheel zijn hart en de naaste gelijk zichzelf. (Mt. 22, 37-40)[[b:Mt. 22, 37-40]] Dit gebod nu van de naastenliefde heeft Christus gemaakt tot zijn gebod en er een nieuwe betekenis aan gegeven door zichzelf op één lijn te stellen met zijn broeders als voorwerp van de liefde met de woorden: "Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan" (Mt. 25, 40)[b:Mt. 25, 40]. Want door de menselijke natuur aan te nemen heeft Hij de gehele mensheid door een band van bovennatuurlijke solidariteit als een gezin met zich verbonden, en Hij heeft de liefde gegeven als kenteken van zijn leerlingen, toen Hij zei: "Hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart" (Joh. 13, 35)[b:Joh. 13, 35]. Maar gelijk de Kerk in haar eerste tijd de "agape" verbond met de Eucharistie en daardoor bewees, dat zij geheel rondom Christus verenigd was door de band van de liefde, zo kon men haar in alle tijden herkennen aan dit teken van de liefde; en hoe zij zich ook verheugt over de initiatieven van anderen, toch maakt zij aanspraak op de liefdewerken als haar onvervreemdbare plicht en haar onvervreemdbaar recht. Daarom worden de barmhartigheid en de werken van charitas en onderling hulpbetoon tot leniging van alle soort van menselijke nood door de Kerk hoog in ere gehouden. vgl: Mater et Magistra, 3-4[[[90|3-4]]]
Deze activiteiten en werken zijn in onze tijd nog veel meer urgent en universeel geworden, nu de communicatiemiddelen zo snel werken, nu er bijna geen afstanden meer bestaan en de bewoners van de gehele wereld als het ware één groot gezin zijn gaan vormen. De charitatieve actie kan en moet zich tegenwoordig uitstrekken tot alle mensen zonder uitzondering en tot alle noden. Overal waar mensen zijn, die gebrek hebben aan eten en drinken, aan kleding, huisvesting, geneesmiddelen, werk onderwijs of aan de middelen, die noodzakelijk zijn om een echt menswaardig leven te kunnen leiden, mensen, die gedrukt gaan onder lijden of ziekte, die in ballingschap of gevangenschap zijn, daar moet de christelijke liefde hen zoeken en weten te vinden, hun leed met alle zorg verzachten en hen met daadwerkelijke hulp steunen. En deze plicht rust allereerst op de individuen en de volken, die welvaart genieten. vgl: Mater et Magistra, 164-168[[[90|164-168]]]
Wil deze beoefening van de liefde boven alle verdenking verheven zijn en niet de minste aanleiding geven tot verdenking, dan moet men in de naaste het beeld van God zien, waarnaar hij geschapen is, en Christus de Heer, aan wie men in werkelijkheid schenkt, wat men aan de noodlijdenden geeft. De vrijheid en waardigheid van de persoon, die men helpt, moeten met grote tact worden geëerbiedigd. De zuivere bedoeling mag door geen zoeken van eigen voordeel en door geen heerszucht worden aangetast. vgl: Mater et Magistra, 87-88[[[90|87-88]]] Men moet allereerst voldoen aan de eisen van de rechtvaardigheid om niet als een gift van liefde aan te bieden, wat men reeds uit rechtvaardigheid verschuldigd is. Men moet niet alleen de gevolgen van het kwaad wegnemen, maar ook de oorzaken ervan. De hulpverlening moet zo worden geregeld, dat degenen, die ze ontvangen, geleidelijk onafhankelijk worden van vreemden en voor zichzelf kunnen zorgen.
De leken moeten dus hun waardering en naar vermogen ook hun steun schenken aan de werken van charitas en aan de initiatieven voor sociale bijstand, die uitgaan van particulieren of van publieke en ook van internationale instanties en waardoor noodlijdende individuen en volken daadwerkelijk worden geholpen, en zij moeten hierbij samenwerken met alle mensen van goede wil. vgl: Tot de Pax Romana M.J.J.C., (9-11)[[[4632|(9-11)]]] vgl: A.A.S. 51 (1959) 856-866[[[4633]]]
Referenties naar alinea 8: 9
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Familiaris Consortio ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Deus Caritas Est ->=geentekst=
Compendium van de Sociale Leer van de Kerk ->=geentekst=
Compendium van de Sociale Leer van de Kerk ->=geentekst=
Uit recht op gerechtigheid voor ieder groeit de vrede voor allen ->=geentekst=
Tot het College van Kardinalen ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- HOOFDSTUK 3 De verschillende terreinen van apostolaat
9
Inter Insigniores ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Ecclesia sub Verbo Dei mysteria Christi celebrans pro salute mundi ->=geentekst=
Aan de Nederlandse Bisschoppen 1 jaar ná de Bijzondere Bisschoppensynode voor Nederland ->=geentekst=
De leken oefenen hun veelzijdig apostolaat uit zowel de Kerk als in de wereld. Op dit dubbele front liggen verschillende terreinen open voor apostolische activiteit, waarvan wij hier de voornaamste willen noemen; het zijn: de gemeenschappen in de Kerk, het gezin, de jeugd, het sociale milieu en de activiteit op nationaal en internationaal vlak. Omdat in onze tijd de vrouwen steeds meer actief deelnemen aan heel het maatschappelijk leen, is het zeer belangrijk, dat zij ook een grotere rol gaan spelen op de verschillende terreinen van het apostolaat van de Kerk.
Referenties naar alinea 9: 5
Mulieris Dignitatem ->=geentekst=Inter Insigniores ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Ecclesia sub Verbo Dei mysteria Christi celebrans pro salute mundi ->=geentekst=
Aan de Nederlandse Bisschoppen 1 jaar ná de Bijzondere Bisschoppensynode voor Nederland ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 1 De gemeenschappen in de Kerk
10
Christifideles laici ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Erga migrantes caritas Christi ->=geentekst=
Erga migrantes caritas Christi ->=geentekst=
Heiligheid van leven en het medisch beroep, van Humanae Vitae tot Laudato si’ ->=geentekst=
Doordat de leken delen in het priesterlijk, profetisch en koninklijk ambt van Christus, hebben zij een actieve taak te vervullen in het leven en het werken van de Kerk. Binnen de gemeenschappen in de Kerk is hun activiteit zo onontbeerlijk, dat de herders zelf zonder de medewerking van de leken meestal hun eigen apostolaat niet met volledig succes kunnen uitoefenen. Want leken met een echte apostolische geest, zoals de mannen en vrouwen waren, die Paulus bij de prediking van het Evangelie hielpen (Hand. 18, 18-26; Rom. 16, 3)[[b:Hand. 18, 18-26; Rom. 16, 3]], vullen het tekort van hun broeders aan en geven nieuwe bezieling aan de herders en aan de andere leden van het volk Gods (1 Kor. 16, 17-18)[[b:1 Kor. 16, 17-18]]. Want gesterkt door een actieve deelname aan het liturgisch leven van hun eigen gemeenschap, werken zij ijverig mee aan haar apostolaatsarbeid; zij brengen mensen tot de Kerk, die misschien ver van haar verwijderd leven; zij spelen, vooral door catechetisch onderricht, een grote rol bij het doorgeven van Gods woord; door de inzet van hun deskundigheid helpen zij mee om de zielzorg en ook de administratie van de kerkelijke goederen doelmatiger in te richten.
De parochie is een markant voorbeeld van een gemeenschapsapostolaat, omdat ze alles wat daar aan menselijke verscheidenheid bestaat, samenbrengt en inschakelt in de universaliteit van de van de Kerk. vgl: A.S.S. 38 (1905) 65-67[[[4634]]] vgl: Tot de parochianen van S. Saba, (39-45)[[[4635|(39-45)]]] vgl: AAS 54 (1962), pp. 656-660[[[4642]]] De leken moeten leren om in de parochie nauw samen te werken met hun priesters; vgl: Acta 14 (1894) 424-425[[[4636]]] zij moeten hun eigen problemen en die van de wereld en de vragen, die het heil van de mensen betreffen, onder de aandacht brengen van de kerkgemeenschap om deze in gezamenlijk overleg te bestuderen en op te lossen. Zij moeten tenslotte ieder apostolisch en missionair initiatief van hun eigen kerkgemeenschap naar vermogen steunen.
Laten zij intens meeleven met het diocees, waarvan de parochie als het ware een cel is, steeds bereid om op verzoek van hun bisschop hun krachten te wijden aan de diocesane initiatieven. Om tegemoet te komen aan de noden van de grote steden en het platteland vgl: Ancora Sotto Il Peso, (22-26)[[[4637|(22-26)]]] vgl: Discorsi e Radiomessaggi di S.S. Pio XII, 5-10[[[4638]]] vgl: Tot de pastoors en vastenpredikers[[[4639]]] vgl: Tot de pastoors en vastenpredikers [[[4640]]] zullen zij hun medewerking niet beperken tot de parochie of het bisdom, maar deze ook uitstrekken tot het interparochiële, het interdiocesane, het nationale of internationale vlak. Dit is des te meer noodzakelijk, omdat de steeds toenemende migratie van de mensen, het groeiende onderlinge contact en de gemakkelijkheid van communicatie het niet veroorloven, dat een of ander deel van de samenleving zich in zichzelf opsluit. Zij moeten zorg hebben voor de belangen van het volk Gods over heel de wereld. Vooral moeten zij hart hebben voor het missiewerk door het verlenen van stoffelijke en ook van persoonlijke hulp. Want het is voor de christenen een plicht en een eer, aan God een gedeelte terug te geven van de goederen, die zij van Hem ontvangen.
De parochie is een markant voorbeeld van een gemeenschapsapostolaat, omdat ze alles wat daar aan menselijke verscheidenheid bestaat, samenbrengt en inschakelt in de universaliteit van de van de Kerk. vgl: A.S.S. 38 (1905) 65-67[[[4634]]] vgl: Tot de parochianen van S. Saba, (39-45)[[[4635|(39-45)]]] vgl: AAS 54 (1962), pp. 656-660[[[4642]]] De leken moeten leren om in de parochie nauw samen te werken met hun priesters; vgl: Acta 14 (1894) 424-425[[[4636]]] zij moeten hun eigen problemen en die van de wereld en de vragen, die het heil van de mensen betreffen, onder de aandacht brengen van de kerkgemeenschap om deze in gezamenlijk overleg te bestuderen en op te lossen. Zij moeten tenslotte ieder apostolisch en missionair initiatief van hun eigen kerkgemeenschap naar vermogen steunen.
Laten zij intens meeleven met het diocees, waarvan de parochie als het ware een cel is, steeds bereid om op verzoek van hun bisschop hun krachten te wijden aan de diocesane initiatieven. Om tegemoet te komen aan de noden van de grote steden en het platteland vgl: Ancora Sotto Il Peso, (22-26)[[[4637|(22-26)]]] vgl: Discorsi e Radiomessaggi di S.S. Pio XII, 5-10[[[4638]]] vgl: Tot de pastoors en vastenpredikers[[[4639]]] vgl: Tot de pastoors en vastenpredikers [[[4640]]] zullen zij hun medewerking niet beperken tot de parochie of het bisdom, maar deze ook uitstrekken tot het interparochiële, het interdiocesane, het nationale of internationale vlak. Dit is des te meer noodzakelijk, omdat de steeds toenemende migratie van de mensen, het groeiende onderlinge contact en de gemakkelijkheid van communicatie het niet veroorloven, dat een of ander deel van de samenleving zich in zichzelf opsluit. Zij moeten zorg hebben voor de belangen van het volk Gods over heel de wereld. Vooral moeten zij hart hebben voor het missiewerk door het verlenen van stoffelijke en ook van persoonlijke hulp. Want het is voor de christenen een plicht en een eer, aan God een gedeelte terug te geven van de goederen, die zij van Hem ontvangen.
Referenties naar alinea 10: 6
Christifideles laici ->=geentekst=Christifideles laici ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Erga migrantes caritas Christi ->=geentekst=
Erga migrantes caritas Christi ->=geentekst=
Heiligheid van leven en het medisch beroep, van Humanae Vitae tot Laudato si’ ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 2 Het gezin
11
Gezin, familie en "De facto verbintenissen" ->=geentekst=
Vademecum voor biechtvaders over de huwelijksmoraal ->=geentekst=
Humanae Vitae ->=geentekst=
Familiaris Consortio ->=geentekst=
Familiaris Consortio ->=geentekst=
Familiaris Consortio ->=geentekst=
Familiaris Consortio ->=geentekst=
Familiaris Consortio ->=geentekst=
Handvest van de Rechten van het gezin ->=geentekst=
Het programma van zijn pontificaat ->=geentekst=
Evangelii Nuntiandi ->=geentekst=
"Ik heb de geboden van mijn Vader onderhouden en ik blijf in zijn liefde" ->=geentekst=
Catechesi Tradendae ->=geentekst=
Antropologische grondslag van het gezin ->=geentekst=
Compendium van de Sociale Leer van de Kerk ->=geentekst=
De ware betekenis van de menselijke seksualiteit ->=geentekst=
De media: een netwerk voor communicatie, gemeenschap en samenwerking ->=geentekst=
Positief beeld van de huwelijksmoraal, geschetst vanuit haar roeping ->=geentekst=
Familie a Deo instituta ->=geentekst=
Voorbereiding op het Sacrament van het Huwelijk ->=geentekst=
Vrouwen en migratie ->=geentekst=
De mensenfamilie, een vredesgemeenschap ->=geentekst=
Caritas in Veritate ->=geentekst=
Het gezin, school van heiligheid ->=geentekst=
Jaar van het Geloof - hoe God in onze tijd ter sprake brengen? ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
De echtelijke liefde en het leven zijn fundamentele waarden van het gezin ->=geentekst=
Relatio Synodi - Familiesynode 2014 ->=geentekst=
Inleidende Relatio op het Instrumentum Laboris voor de 14 Algemene Gewone Bisschoppensynode ->=geentekst=
Inleidende Relatio op het Instrumentum Laboris voor de 14 Algemene Gewone Bisschoppensynode ->=geentekst=
De vrede, de rechten van de mens en van de volken, het menselijk leven, de arbeid en het gezin staan in het middelpunt van de zorg van de Heilige Stoel ->=geentekst=
Relatio Finalis - Synode 2015 ->=geentekst=
Amoris Laetitia ->=geentekst=
De kerk in de hedendaagse wereld ter verdediging van de waardigheid van iedere mens ->=geentekst=
Omdat de Schepper het huwelijk heeft gemaakt tot oorsprong en grondslag van de menselijke samenleving en het door zijn genade heeft verheven tot een groot geheim in Christus en in de Kerk (Ef. 5, 32)[[b:Ef. 5, 32]], heeft het apostolaat van de echtgenoten en de gezinnen een bijzondere betekenis zowel voor de Kerk als voor de maatschappij. De christelijke echtgenoten zijn voor elkaar, voor hun kinderen en hun andere huisgenoten werktuigen van de genade en getuigen van het geloof. Voor hun kinderen zijn zij de eerst aangewezenen om hun het geloof te verkondigen en hen daarin op te voeden. Door woord en voorbeeld vormen zij hen tot een christelijk en apostolisch leven; bij de keuze van hun levensstaat staan zij hen met wijsheid ter zijde en als zij bij hen een geestelijke roeping menen te ontdekken, zullen zij deze met alle zorg omgeven.
Altijd was het de plicht van de echtgenoten, en het is thans het voornaamste onderdeel van hun apostolaat: de onontbindbaarheid en heiligheid van het huwelijk door hun leven uit te drukken en aan te tonen; moedig op te komen voor het natuurlijk recht en de natuurlijke plicht van ouders en voogden om de kinderen christelijk op te voeden; de waardigheid en de wettige autonomie van het gezin te verdedigen. Laten dus zij en de andere gelovigen samenwerken met de mensen van goede wil om deze rechten in de burgerlijke wetgeving gewaarborgd te krijgen; om te bereiken, dat in het regeringsbeleid rekening wordt gehouden met de belangen van het gezin met betrekking tot de huisvesting, de opvoeding van de kinderen, de arbeidsvoorwaarden, de sociale voorzieningen en de belastingen; om bij het regelen van de emigratie waarborgen te verkrijgen, dat het gezinsleven intact blijft. vgl: Casti Connubii, 47-48[[[526|47-48]]] vgl: A.A.S. 33 (1941) 203 (Eccl. Doc. 0144, blz 83-84, n. 26)[[[778|26]]] vgl: A.A.S. 41 (1949) 552 (Eccl. Doc. 0757, blz. 86-87, nn. 4-5)[[[4643|(4-5)]]] vgl: A.A.S. 43 (1951) 731 (Eccl. Doc. 0189, blz. 97-98, n. 7)[[[4585|(7)]]] vgl: A.A.S. 45 (1953) 41 (Eccl. Doc. 21, blz. 35-36, nn. 20-21)[[[2476|(20-21)]]] vgl: Mater et Magistra, 45,71[[[90|45.71]]]
Juist het gezin heeft van God de zending ontvangen, de eerste levenscel te zijn van de samenleving. Wil het deze zending vervullen, dan moet het door onderlinge liefde van de leden en door gemeenschappelijk gebed zich als het ware het familie-heiligdom tonen van de Kerk; dan moet het gehele gezin deelnemen aan de liturgische eredienst van de Kerk; dan moet het metterdaad de gastvrijheid beoefenen en zich inzetten voor de rechtvaardigheid en voor andere goede werken ten bate van alle noodlijdende medemensen. Onder de verschillende werken van het gezinsapostolaat willen wij de volgende noemen: het adopteren van verlaten kinderen, het liefdevol opnemen van vreemdelingen, bijdragen tot een goede leiding van de scholen, jonge mensen helpen met raad en materiële steun, de verloofden ter zijde staan in een goede voorbereiding op het huwelijk, het catechetisch onderricht bevorderen, gehuwden en gezinnen, die in materiële of morele nood verkeren, bijstaan, aan de ouden van dagen niet alleen het noodzakelijke levensonderhoud verstrekken, maar hen ook op billijke wijze laten profiteren van de vruchten van de economische vooruitgang. De christelijke gezinnen, die in alles consequent het Evangelie beleven en het voorbeeld geven van een christelijk huwelijk, leggen in de wereld een waardevol getuigenis af voor Christus, altijd en overal, maar heel bijzonder in streken, waar het Evangelie voor het eerst wordt verkondigd of waar de Kerk nog maar in een beginstadium is of in een ernstig gevaar verkeert. vgl: A.A.S. 43 (1951) 514 (Eccl. Doc. 0186, nn. 37-40)[[[728|(37-40)]]]. Om de doeleinden van hun apostolaat gemakkelijker te kunnen verwezenlijken kan het zijn nut hebben, dat de gezinnen zich in verenigingen organiseren. vgl: A.A.S. 41 (1949) 552 (Eccl. Doc. 0757, blz. 86-87, nn. 4-5)[[[4643|(4-5)]]]
Altijd was het de plicht van de echtgenoten, en het is thans het voornaamste onderdeel van hun apostolaat: de onontbindbaarheid en heiligheid van het huwelijk door hun leven uit te drukken en aan te tonen; moedig op te komen voor het natuurlijk recht en de natuurlijke plicht van ouders en voogden om de kinderen christelijk op te voeden; de waardigheid en de wettige autonomie van het gezin te verdedigen. Laten dus zij en de andere gelovigen samenwerken met de mensen van goede wil om deze rechten in de burgerlijke wetgeving gewaarborgd te krijgen; om te bereiken, dat in het regeringsbeleid rekening wordt gehouden met de belangen van het gezin met betrekking tot de huisvesting, de opvoeding van de kinderen, de arbeidsvoorwaarden, de sociale voorzieningen en de belastingen; om bij het regelen van de emigratie waarborgen te verkrijgen, dat het gezinsleven intact blijft. vgl: Casti Connubii, 47-48[[[526|47-48]]] vgl: A.A.S. 33 (1941) 203 (Eccl. Doc. 0144, blz 83-84, n. 26)[[[778|26]]] vgl: A.A.S. 41 (1949) 552 (Eccl. Doc. 0757, blz. 86-87, nn. 4-5)[[[4643|(4-5)]]] vgl: A.A.S. 43 (1951) 731 (Eccl. Doc. 0189, blz. 97-98, n. 7)[[[4585|(7)]]] vgl: A.A.S. 45 (1953) 41 (Eccl. Doc. 21, blz. 35-36, nn. 20-21)[[[2476|(20-21)]]] vgl: Mater et Magistra, 45,71[[[90|45.71]]]
Juist het gezin heeft van God de zending ontvangen, de eerste levenscel te zijn van de samenleving. Wil het deze zending vervullen, dan moet het door onderlinge liefde van de leden en door gemeenschappelijk gebed zich als het ware het familie-heiligdom tonen van de Kerk; dan moet het gehele gezin deelnemen aan de liturgische eredienst van de Kerk; dan moet het metterdaad de gastvrijheid beoefenen en zich inzetten voor de rechtvaardigheid en voor andere goede werken ten bate van alle noodlijdende medemensen. Onder de verschillende werken van het gezinsapostolaat willen wij de volgende noemen: het adopteren van verlaten kinderen, het liefdevol opnemen van vreemdelingen, bijdragen tot een goede leiding van de scholen, jonge mensen helpen met raad en materiële steun, de verloofden ter zijde staan in een goede voorbereiding op het huwelijk, het catechetisch onderricht bevorderen, gehuwden en gezinnen, die in materiële of morele nood verkeren, bijstaan, aan de ouden van dagen niet alleen het noodzakelijke levensonderhoud verstrekken, maar hen ook op billijke wijze laten profiteren van de vruchten van de economische vooruitgang. De christelijke gezinnen, die in alles consequent het Evangelie beleven en het voorbeeld geven van een christelijk huwelijk, leggen in de wereld een waardevol getuigenis af voor Christus, altijd en overal, maar heel bijzonder in streken, waar het Evangelie voor het eerst wordt verkondigd of waar de Kerk nog maar in een beginstadium is of in een ernstig gevaar verkeert. vgl: A.A.S. 43 (1951) 514 (Eccl. Doc. 0186, nn. 37-40)[[[728|(37-40)]]]. Om de doeleinden van hun apostolaat gemakkelijker te kunnen verwezenlijken kan het zijn nut hebben, dat de gezinnen zich in verenigingen organiseren. vgl: A.A.S. 41 (1949) 552 (Eccl. Doc. 0757, blz. 86-87, nn. 4-5)[[[4643|(4-5)]]]
Referenties naar alinea 11: 35
Redemptoris Custos ->=geentekst=Gezin, familie en "De facto verbintenissen" ->=geentekst=
Vademecum voor biechtvaders over de huwelijksmoraal ->=geentekst=
Humanae Vitae ->=geentekst=
Familiaris Consortio ->=geentekst=
Familiaris Consortio ->=geentekst=
Familiaris Consortio ->=geentekst=
Familiaris Consortio ->=geentekst=
Familiaris Consortio ->=geentekst=
Handvest van de Rechten van het gezin ->=geentekst=
Het programma van zijn pontificaat ->=geentekst=
Evangelii Nuntiandi ->=geentekst=
"Ik heb de geboden van mijn Vader onderhouden en ik blijf in zijn liefde" ->=geentekst=
Catechesi Tradendae ->=geentekst=
Antropologische grondslag van het gezin ->=geentekst=
Compendium van de Sociale Leer van de Kerk ->=geentekst=
De ware betekenis van de menselijke seksualiteit ->=geentekst=
De media: een netwerk voor communicatie, gemeenschap en samenwerking ->=geentekst=
Positief beeld van de huwelijksmoraal, geschetst vanuit haar roeping ->=geentekst=
Familie a Deo instituta ->=geentekst=
Voorbereiding op het Sacrament van het Huwelijk ->=geentekst=
Vrouwen en migratie ->=geentekst=
De mensenfamilie, een vredesgemeenschap ->=geentekst=
Caritas in Veritate ->=geentekst=
Het gezin, school van heiligheid ->=geentekst=
Jaar van het Geloof - hoe God in onze tijd ter sprake brengen? ->=geentekst=
Evangelie van het gezin ->=geentekst=
De echtelijke liefde en het leven zijn fundamentele waarden van het gezin ->=geentekst=
Relatio Synodi - Familiesynode 2014 ->=geentekst=
Inleidende Relatio op het Instrumentum Laboris voor de 14 Algemene Gewone Bisschoppensynode ->=geentekst=
Inleidende Relatio op het Instrumentum Laboris voor de 14 Algemene Gewone Bisschoppensynode ->=geentekst=
De vrede, de rechten van de mens en van de volken, het menselijk leven, de arbeid en het gezin staan in het middelpunt van de zorg van de Heilige Stoel ->=geentekst=
Relatio Finalis - Synode 2015 ->=geentekst=
Amoris Laetitia ->=geentekst=
De kerk in de hedendaagse wereld ter verdediging van de waardigheid van iedere mens ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 3 De jeugd
12
De jongeren oefenen in de huidige maatschappij een zeer belangrijke invloed uit. vgl: A.S.S. 37 (1904-1905) 296-300[[[4644]]] Hun levensomstandigheden, hun mentaliteit en zelfs hun band met hun eigen gezin hebben een sterke verandering ondergaan. Vaak gaat hun overgang nar een nieuwe sociale en economische situatie te snel. Maar terwijl hun sociale en ook hun politieke betekenis met de dag toeneemt, wekken zij de schijn, dat zij de nieuwe taken niet aan kunnen. Hun verhoogde invloed in de samenleving vraagt van heb een evenredige apostolische activiteit, waartoe hun natuurlijke aanleg hen overigens ook in staat stelt. Naarmate het besef van hun eigen persoonlijkheid rijpt, aanvaarden zij, gestuwd door een levensdrift en hun uitbundige energie, hun eigen verantwoordelijkheid en verlangen zij hun rol te spelen in het sociale en culturele leven. Waar deze ijver gedragen wordt door de geest van Christus en bezield wordt door gehoorzaamheid en liefde jegens de herders van de Kerk, daar wettigt hij de hoogste verwachtingen. De jongeren moeten de eerste en onmiddellijke apostelen zijn van de jongeren en een apostolaat uitoefenen door elkaar en voor elkaar, overeenkomstig het sociale milieu, waar in zij leven. vgl: A.A.S. 39 (1947) 257 (Eccl. Doc. 0769, blz. 72-73, n. 3)[[[4645|3]]] vgl: A.A.S. 42 (1950) 640-641 (Eccl. Doc. 0774, blz. 20-22, nn. 6-11)[[[3477|(6-11)]]]. Laten de volwassenen trachten, met de jongeren een vriendschappelijke dialoog aan te gaan, waarbij beide partijen, zonder zich door het verschil in leeftijd te laten hinderen, elkaar kunnen leren kennen en elkaar van hun eigen rijkdom kunnen meedelen. De volwassenen moeten allereerst door hun voorbeeld en eventueel door hun verstandige raad hun krachtige steun, de jongeren stimuleren tot het apostolaat. De jonge mensen van hun kant moeten eerbied en vertrouwen koesteren jegens de volwassenen, en al zijn toch een passende waardering hebben voor gezonde tradities. Ook de kinderen hebben hun eigen apostolaat. Overeenkomstig hun krachten zijn zij echte levende getuigen van Christus onder hun kameraadjes.
Referenties naar alinea 12: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 4 Het sociale milieu
13
Redemptoris Missio ->=geentekst=
Populorum Progressio ->=geentekst=
Quinque iam anni ->=geentekst=
Het apostolaat in het sociale milieu, d.w.z. het streven om de mentaliteit en de zeden, de wetten en de structuren van de gemeenschap, waarin men leeft, te doordringen van een christelijk geest, is bij uitstek de taak en de plicht van de leken, die anderen nooit naar behoren kunnen vervullen. Op dit terrein kunnen de leken het apostolaat uitoefenen onder hun gelijken. Daar vullen zij het getuigenis van hun leven door het getuigenis van hun woord. vgl: Quadragesimo Anno, 141-144[[[652|141-144]]] Hier, op het gebied van de arbeid, het beroep, de studie, het buurt-milieu, de vrijetijdsbesteding, het verenigingsleven, zijn zij het meest geschikt om hun broeders te helpen. Deze zending van de Kerk in de wereld vervullen de leken op de eerste plaats door hun leven zó af te stemmen op hun geloof, dat zij daardoor het licht van de wereld worden; door hun volstrekte eerlijkheid in zaken, waardoor zij bij allen de liefde wekken voor het ware en goede om hen zo tenslotte tot Christus en de Kerk te brengen; door een broederlijke liefde, die hen solidair doet zijn met de anderen in hun levensomstandigheden, hun arbeid, hun leed en hun idealen, en waardoor zij allen geleidelijk ontvankelijk maken voor de genadewerking; door het volle besef van hun verantwoordelijkheid bij de opbouw van de maatschappij, waardoor zij hun activiteit in het gezin, op sociaal gebied, in hun beroep met christelijke edelmoedigheid trachten uit te oefenen. Zo doordringt hun gedrag langzamerhand hun leef- en arbeidsmilieu. Dit apostolaat moet zich uitstrekken tot allen, met wie zij daar in kontakt komen en het mag geen enkele gelegenheid laten voorbijgaan om goed te doen in geestelijk en in tijdelijk opzicht. De ware apostelen echter stellen zich hiermee nog niet tevreden, maar zij zijn er op uit om Christus ook met het woord aan hun medemens te verkondigen. Veel mensen immers kunnen het Evangelie slechts vernemen en Christus leren kennen door de leken in hun omgeving.
Referenties naar alinea 13: 4
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Redemptoris Missio ->=geentekst=
Populorum Progressio ->=geentekst=
Quinque iam anni ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 5 Het nationale en internationale leven
14
Erga migrantes caritas Christi ->=geentekst=
Deus Caritas Est ->=geentekst=
Directorium over volksvroomheid en liturgie. Principes en richtlijnen ->=geentekst=
Ecclesia in Africa ->=geentekst=
Tot het College van Kardinalen ->=geentekst=
Theologie vandaag: perspectieven, principes en criteria ->=geentekst=
Er ligt een onmetelijk apostolaatsterrein open in het nationale en internationale leven, waar vooral de leken de dragers van de christelijke wijsheid moeten zijn. De katholieken moeten het hun plicht achten om door vaderlandsliefde en door het getrouw vervullen van hun burgerplichten het waarachtig algemeen welzijn te bevorderen, en zij moeten door de kracht van hun mening trachten te bereiken, dat er een rechtvaardig regeringsbeleid wordt gevoerd en dat de wetten beantwoorden aan de zedelijke normen, en het algemeen welzijn dienen. Katholieke politici die, zoals verwacht mag worden, vast staan in het geloof en in de christelijke leer, zullen functies in het openbare leven niet weigeren, want door het goed vervullen hiervan kunnen zij het algemeen welzijn hoger opvoeren en tevens de weg bereiden voor het Evangelie.
Laten de katholieken samenwerken met alle mensen van goede wil om zo alles te bevorderen, wat waar, wat rechtvaardig, wat heilig en wat aantrekkelijk is. (Fil. 4, 8)[[b:Fil. 4, 8]] Zij moeten met hen tot een dialoog komen, en hen tegemoet treden met wijsheid en hoffelijkheid en een onderzoek instellen naar de mogelijkheden om de sociale en publieke instellingen te vervolmaken volgens de geest van het Evangelie. Onder de tekenen van onze tijd dient bijzonder vermeld te worden dat groeiende en onweerstaanbare solidariteitsbesef van alle volken; en het is de taak van het lekenapostolaat om dit krachtig te stimuleren en dit te veredelen tot een oprechten en waarachtige broederlijke genegenheid. Bovendien moeten de leken goed op de hoogte zijn van wat er omgaat in het internationale leven en van de problemen die zich daar voordoen, en van de theoretische en praktische oplossingen, vooral met betrekking tot de volken in de ontwikkelingslanden. vgl: Mater et Magistra, 231-239[[[90|231-239]]] Laten allen, die in andere landen werkzaam zijn of daaraan hulp verlenen, er goed aan denken, dat de betrekkingen tussen de volken een uitwisseling van echte broederlijkheid moeten vormen, waarbij beide partijen zowel geven als ontvangen. Wie op reis gaan voor internationale aangelegenheden of voor zaken of voor ontspanning, mogen niet vergeten, dat zij ook op reis overal herauten van Christus zijn, en zij moeten zich inderdaad als zodanig gedragen.
Laten de katholieken samenwerken met alle mensen van goede wil om zo alles te bevorderen, wat waar, wat rechtvaardig, wat heilig en wat aantrekkelijk is. (Fil. 4, 8)[[b:Fil. 4, 8]] Zij moeten met hen tot een dialoog komen, en hen tegemoet treden met wijsheid en hoffelijkheid en een onderzoek instellen naar de mogelijkheden om de sociale en publieke instellingen te vervolmaken volgens de geest van het Evangelie. Onder de tekenen van onze tijd dient bijzonder vermeld te worden dat groeiende en onweerstaanbare solidariteitsbesef van alle volken; en het is de taak van het lekenapostolaat om dit krachtig te stimuleren en dit te veredelen tot een oprechten en waarachtige broederlijke genegenheid. Bovendien moeten de leken goed op de hoogte zijn van wat er omgaat in het internationale leven en van de problemen die zich daar voordoen, en van de theoretische en praktische oplossingen, vooral met betrekking tot de volken in de ontwikkelingslanden. vgl: Mater et Magistra, 231-239[[[90|231-239]]] Laten allen, die in andere landen werkzaam zijn of daaraan hulp verlenen, er goed aan denken, dat de betrekkingen tussen de volken een uitwisseling van echte broederlijkheid moeten vormen, waarbij beide partijen zowel geven als ontvangen. Wie op reis gaan voor internationale aangelegenheden of voor zaken of voor ontspanning, mogen niet vergeten, dat zij ook op reis overal herauten van Christus zijn, en zij moeten zich inderdaad als zodanig gedragen.
Referenties naar alinea 14: 7
Populorum Progressio ->=geentekst=Erga migrantes caritas Christi ->=geentekst=
Deus Caritas Est ->=geentekst=
Directorium over volksvroomheid en liturgie. Principes en richtlijnen ->=geentekst=
Ecclesia in Africa ->=geentekst=
Tot het College van Kardinalen ->=geentekst=
Theologie vandaag: perspectieven, principes en criteria ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- HOOFDSTUK 4 De verschillende vormen van apostolaat
15
Optatam Totius Ecclesiae ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Tot het College van Kardinalen ->=geentekst=
De leken kunnen hun apostolische activiteit uitoefenen ofwel individueel ofwel collectief in verschillende genootschappen of verenigingen.
Referenties naar alinea 15: 4
Populorum Progressio ->=geentekst=Optatam Totius Ecclesiae ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Tot het College van Kardinalen ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 1 Het belang en veelzijdigheid van het individuele apostolaat
16
Populorum Progressio ->=geentekst=
Lumen Gentium ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Het individueel apostolaat, dat als een krachtige stroom voortkomt uit de bron van een echt christelijk leven (Joh. 4, 14)[[b:Joh. 4, 14]], is het begin en de voorwaarde voor alle lekenapostolaat, ook voor dat in groepsverband, en het is onmisbaar.
Dit apostolaat, dat altijd en overal nuttig is, is in bepaalde omstandigheden het enig aangewezene en mogelijke; alle leken van elke stand hebben de roeping en de plicht tot dit apostolaat, ook waar zij niet de gelegenheid hebben of in staat zijn, zich bij een vereniging aan te sluiten.
Er bestaan veel vormen van apostolaat, waardoor de leken kunnen werken aan de opbouw van de Kerk en de wereld kunnen heiligen en haar van de geest van Christus kunnen doordringen.
Een bijzondere vorm van lekenapostolaat, die ook onze tijd ten zeerste aanspreekt, doordat ze laat zien, hoe Christus leeft in zijn gelovigen, is het getuigenis van heel het leven van de leek als gebaseerd op geloof, hoop en liefde. Verder is er het apostolaat van het woord, dat in bepaalde omstandigheden absoluut noodzakelijk is; hierdoor verkondigen de leken Christus, verklaren en verbreiden zij zijn leer, ieder volgens zijn situatie en bekwaamheid, en tonen zij zich getrouwe belijders van deze leer.
Bovendien spelen de leken als burgers van deze wereld een rol bij de opbouw en instandhouding van de tijdelijke orde; in deze hoedanigheid moeten zij, verlicht door het geloof, zich in het gezinsleven, het beroepsleven, het culturele en het sociale leven steeds laten leiden door hogere motieven en deze, waar de gelegenheid zich voordoet, ook laten blijken tegenover anderen, in de overtuiging,, dat zij aldus medewerkers worden van God, de Schepper, Verlosser en Heiligmaker, en Hem eer brengen.
Tenslotte moeten de leken aan hun leven de bezieling geven van de liefde en hiervan naar vermogen getuigen door hun daden.
Laten allen eraan denken, dat ze door de publieke eredienst en het gebed door boetvaardigheid en het bereidwillig aanvaarden van de lasten en het lijden van dit leven, waardoor zij gelijkvormig worden aan de lijdende Christus (2 Kor. 4, 10; Kol. 1, 24)[[b:2 Kor. 4, 10; Kol. 1, 24]], alle mensen kunnen bereiken en kunnen bijdragen tot het heil van de gehele wereld.
Dit apostolaat, dat altijd en overal nuttig is, is in bepaalde omstandigheden het enig aangewezene en mogelijke; alle leken van elke stand hebben de roeping en de plicht tot dit apostolaat, ook waar zij niet de gelegenheid hebben of in staat zijn, zich bij een vereniging aan te sluiten.
Er bestaan veel vormen van apostolaat, waardoor de leken kunnen werken aan de opbouw van de Kerk en de wereld kunnen heiligen en haar van de geest van Christus kunnen doordringen.
Een bijzondere vorm van lekenapostolaat, die ook onze tijd ten zeerste aanspreekt, doordat ze laat zien, hoe Christus leeft in zijn gelovigen, is het getuigenis van heel het leven van de leek als gebaseerd op geloof, hoop en liefde. Verder is er het apostolaat van het woord, dat in bepaalde omstandigheden absoluut noodzakelijk is; hierdoor verkondigen de leken Christus, verklaren en verbreiden zij zijn leer, ieder volgens zijn situatie en bekwaamheid, en tonen zij zich getrouwe belijders van deze leer.
Bovendien spelen de leken als burgers van deze wereld een rol bij de opbouw en instandhouding van de tijdelijke orde; in deze hoedanigheid moeten zij, verlicht door het geloof, zich in het gezinsleven, het beroepsleven, het culturele en het sociale leven steeds laten leiden door hogere motieven en deze, waar de gelegenheid zich voordoet, ook laten blijken tegenover anderen, in de overtuiging,, dat zij aldus medewerkers worden van God, de Schepper, Verlosser en Heiligmaker, en Hem eer brengen.
Tenslotte moeten de leken aan hun leven de bezieling geven van de liefde en hiervan naar vermogen getuigen door hun daden.
Laten allen eraan denken, dat ze door de publieke eredienst en het gebed door boetvaardigheid en het bereidwillig aanvaarden van de lasten en het lijden van dit leven, waardoor zij gelijkvormig worden aan de lijdende Christus (2 Kor. 4, 10; Kol. 1, 24)[[b:2 Kor. 4, 10; Kol. 1, 24]], alle mensen kunnen bereiken en kunnen bijdragen tot het heil van de gehele wereld.
Referenties naar alinea 16: 4
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Populorum Progressio ->=geentekst=
Lumen Gentium ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 2 Het individueel apostolaat in bijzondere omstandigheden
17
Dit individueel apostolaat is zeer urgent in landen, waar de Kerk in haar vrijheid ernstig wordt belemmerd. In deze uiterst moeilijke omstandigheden nemen de leken naar vermogen de plaats in van de priesters; met gevaar voor hun vrijheid en soms voor hun leven onderrichten zij de mensen in hun omgeving in de christelijke leer, vormen hen tot een godsdienstig leven en tot een katholiek denken en brengen hen tot een veelvuldig ontvangen van de sacramenten en tot godsvrucht, vooral tot eucharistische godsvrucht. vgl: De quelle consolation, (11-12)[[[698|(11-12)]]] Het heilig Concilie brengt innige dank aan God, die ook aan onze tijd leken blijft schenken met een heldhaftige moed te midden van de vervolgingen en het betuigt aan deze mensen zijn vaderlijke liefde en erkentelijkheid.
Het individueel apostolaat heeft een bijzonder arbeidsterrein in gebieden waar slechts weinig katholieken wonen, over grote afstanden verspreid. De leken, die daar alleen een individueel apostolaat kunnen uitoefenen om de bovengenoemde redenen of om speciale redenen, tengevolge ook van hun beroepsarbeid, zullen er hoed aan doen om af en toe voor een gesprek bijeen te komen in kleinere groepen zonder nu juist een instituut of organisatie te vormen; zó zal altijd het teken van de gemeenschap van de Kerk voor de anderen zichtbaar zijn als een waarachtig getuigenis van liefde. Op deze wijze helpen zij elkaar op geestelijk gebied door hun vriendschap en de uitwisseling van hun ervaringen en doen zij nieuwe kracht op om de moeilijkheden van een te geïsoleerd leven en werken te boven te komen en overvloediger vruchten van apostolaat voort te brengen.
Het individueel apostolaat heeft een bijzonder arbeidsterrein in gebieden waar slechts weinig katholieken wonen, over grote afstanden verspreid. De leken, die daar alleen een individueel apostolaat kunnen uitoefenen om de bovengenoemde redenen of om speciale redenen, tengevolge ook van hun beroepsarbeid, zullen er hoed aan doen om af en toe voor een gesprek bijeen te komen in kleinere groepen zonder nu juist een instituut of organisatie te vormen; zó zal altijd het teken van de gemeenschap van de Kerk voor de anderen zichtbaar zijn als een waarachtig getuigenis van liefde. Op deze wijze helpen zij elkaar op geestelijk gebied door hun vriendschap en de uitwisseling van hun ervaringen en doen zij nieuwe kracht op om de moeilijkheden van een te geïsoleerd leven en werken te boven te komen en overvloediger vruchten van apostolaat voort te brengen.
Referenties naar alinea 17: 1
Populorum Progressio ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 3 Het belang van het apostolaat in groepsverband
18
Leken zijn geroepen tot perfectie in het christelijke leven ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Nota Explivicata bij het decreet over de bestuursregeling in verenigingen van gelovigen ->=geentekst=
Ofschoon de gelovigen individueel een roeping hebben tot het lekenapostolaat in hun verschillende levensomstandigheden, mogen zij niet vergeten, dat de mens van nature een sociaal wezen is en dat God de gelovigen in Christus heeft willen samenbrengen om hen te maken tot Gods volk (1 Pt. 2, 5-10)[[b:1 Pt. 2, 5-10]] en tot één lichaam (1 Kor. 12, 12)[[b:1 Kor. 12, 12]]. Het gezamenlijk apostolaat beantwoordt dus uitstekend aan een menselijke en een christelijke behoefte van de gelovigen en is tegelijk een teken van de gemeenschap en de eenheid van de Kerk in Christus, die gezegd heeft: "Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ven Ik in hun midden" (Mt. 18, 20)[b:Mt. 18, 20].
Daarom moeten de gelovigen hun apostolaat uitoefenen in een geest van eenheid.vgl: De quelle consolation, (8-10)[[[698|(8-10)]]] Laten zij apostelen zijn zowel in hun gezinnen als in hun parochies en diocesen, die zelf reeds een uitdrukking zijn van het gemeenschapskarakter van het apostolaat, en verder in de vrije groeperingen, waarin zij zich aaneen willen sluiten.
Het gezamenlijk apostolaat is ook daarom zo belangrijk, omdat het apostolaat dikwijls een gezamenlijke actie vereist hetzij in de gemeenschappen van de Kerk hetzij in diverse andere milieus. Want de verenigingen, die voor gezamenlijke apostolaatsacties zijn opgericht, zijn een steun voor hun leden en vormen hen tot het apostolaat; en uit een juiste regeling en leiding van de apostolische arbeid van hun leden mag men veel rijkere vruchten verwachten dan wanneer de individuen los van elkaar optreden.
In de tegenwoordige omstandigheden is het volstrekt noodzakelijk om op het terrein van de lekenarbeid de gezamenlijke en georganiseerde vorm van apostolaat te versterken, want alleen een hechte bundeling van krachten is in staat om alle doelstellingen van het moderne apostolaat volledig te verwezenlijken en de resultaten ervan doeltreffend te beschermen. vgl: Le pélerinage de Lourdes, 16[[[699|16]]] Hierbij is het van bijzonder belang, dat het apostolaat ook de gemeenschappelijke mentaliteit en de sociale situatie weet te bereiken van degenen, tot wie het zich richt; ander zullen dezen niet zijn opgewassen tegen de pressie, die wordt uitgeoefend door de publieke opinie en de bestaande instellingen.
Daarom moeten de gelovigen hun apostolaat uitoefenen in een geest van eenheid.vgl: De quelle consolation, (8-10)[[[698|(8-10)]]] Laten zij apostelen zijn zowel in hun gezinnen als in hun parochies en diocesen, die zelf reeds een uitdrukking zijn van het gemeenschapskarakter van het apostolaat, en verder in de vrije groeperingen, waarin zij zich aaneen willen sluiten.
Het gezamenlijk apostolaat is ook daarom zo belangrijk, omdat het apostolaat dikwijls een gezamenlijke actie vereist hetzij in de gemeenschappen van de Kerk hetzij in diverse andere milieus. Want de verenigingen, die voor gezamenlijke apostolaatsacties zijn opgericht, zijn een steun voor hun leden en vormen hen tot het apostolaat; en uit een juiste regeling en leiding van de apostolische arbeid van hun leden mag men veel rijkere vruchten verwachten dan wanneer de individuen los van elkaar optreden.
In de tegenwoordige omstandigheden is het volstrekt noodzakelijk om op het terrein van de lekenarbeid de gezamenlijke en georganiseerde vorm van apostolaat te versterken, want alleen een hechte bundeling van krachten is in staat om alle doelstellingen van het moderne apostolaat volledig te verwezenlijken en de resultaten ervan doeltreffend te beschermen. vgl: Le pélerinage de Lourdes, 16[[[699|16]]] Hierbij is het van bijzonder belang, dat het apostolaat ook de gemeenschappelijke mentaliteit en de sociale situatie weet te bereiken van degenen, tot wie het zich richt; ander zullen dezen niet zijn opgewassen tegen de pressie, die wordt uitgeoefend door de publieke opinie en de bestaande instellingen.
Referenties naar alinea 18: 4
Populorum Progressio ->=geentekst=Leken zijn geroepen tot perfectie in het christelijke leven ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Nota Explivicata bij het decreet over de bestuursregeling in verenigingen van gelovigen ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 4 De velerlei vormen van apostolaat in groepsverband
19
Christifideles laici ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Communio et Progressio ->=geentekst=
Naar een Kerk die altijd zichzelf gelijk en tevens jong en nieuw blijft ->=geentekst=
Iuvenescit Ecclesia ->=geentekst=
Nota Explivicata bij het decreet over de bestuursregeling in verenigingen van gelovigen ->=geentekst=
Er bestaat een grote verscheidenheid van verenigingen voor apostolaat. vgl: A.A.S. 49 (1957) 26-27[[[2169]]]. Sommige beogen het algemeen apostolaatsdoel van de Kerk, andere richten zich meer in het bijzonder op evangelisatie en heiliging; weer andere willen op verschillende wijzen christelijke bezieling geven aan de tijdelijke orde; andere tenslotte willen getuigenis afleggen voor Christus vooral door werken van barmhartigheid en charitas.
Onder deze verenigingen verdienen allereerst de aandacht die, welke een grotere eenheid voorstaan en stimuleren tussen het praktische leven van de leden en hun geloof. De verenigingen zijn geen doel op zich, maar moeten dienstbaar zijn aan de Kerk bij het vervullen van haar zending voor de wereld. Hun apostolische stootkracht is des te groter naarmate ze meer beantwoorden aan de doelstellingen van de Kerk en naarmate de afzonderlijke leden en de verenigingen als geheel een sterker christelijk getuigenis geven en meer bezield zijn met evangelische geest.
Gezien de toename van allerlei instellingen en met het oog op de snelle ontwikkeling van de moderne samenleving vraagt de universele opdracht van de zending van de Kerk om steeds volmaaktere verenigingsvormen op internationaal terrein voor de apostolische initiatieven van de katholieken. De internationale katholieke organisaties zullen beter hun doel kunnen bereiken, wanneer de groepen die daarin samenwerken, en de leden van die groepen nauwer met de organisatie zijn verbonden. Met inachtneming van de juiste verhouding tot het kerkelijk gezag (zie alinea 24[al:24]) hebben de leken het recht, verenigingen op te richten vgl: A.A.S. 13 (1921) 139[[[4647]]], en te leiden en lid te worden van bestaande verenigingen. Men vermijde echter versnippering van krachten als gevolg van de oprichting van overbodige nieuwe verenigingen en werken of als gevolg van nodeloos handhaven van verouderde verenigingen of methoden. Ook is het niet altijd gewenst om vormen van het ene land zonder meer over te brengen naar andere landen. vgl: Princeps Pastorum, (44)[[[726|(44)]]]
Onder deze verenigingen verdienen allereerst de aandacht die, welke een grotere eenheid voorstaan en stimuleren tussen het praktische leven van de leden en hun geloof. De verenigingen zijn geen doel op zich, maar moeten dienstbaar zijn aan de Kerk bij het vervullen van haar zending voor de wereld. Hun apostolische stootkracht is des te groter naarmate ze meer beantwoorden aan de doelstellingen van de Kerk en naarmate de afzonderlijke leden en de verenigingen als geheel een sterker christelijk getuigenis geven en meer bezield zijn met evangelische geest.
Gezien de toename van allerlei instellingen en met het oog op de snelle ontwikkeling van de moderne samenleving vraagt de universele opdracht van de zending van de Kerk om steeds volmaaktere verenigingsvormen op internationaal terrein voor de apostolische initiatieven van de katholieken. De internationale katholieke organisaties zullen beter hun doel kunnen bereiken, wanneer de groepen die daarin samenwerken, en de leden van die groepen nauwer met de organisatie zijn verbonden. Met inachtneming van de juiste verhouding tot het kerkelijk gezag (zie alinea 24[al:24]) hebben de leken het recht, verenigingen op te richten vgl: A.A.S. 13 (1921) 139[[[4647]]], en te leiden en lid te worden van bestaande verenigingen. Men vermijde echter versnippering van krachten als gevolg van de oprichting van overbodige nieuwe verenigingen en werken of als gevolg van nodeloos handhaven van verouderde verenigingen of methoden. Ook is het niet altijd gewenst om vormen van het ene land zonder meer over te brengen naar andere landen. vgl: Princeps Pastorum, (44)[[[726|(44)]]]
Referenties naar alinea 19: 7
Populorum Progressio ->=geentekst=Christifideles laici ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Communio et Progressio ->=geentekst=
Naar een Kerk die altijd zichzelf gelijk en tevens jong en nieuw blijft ->=geentekst=
Iuvenescit Ecclesia ->=geentekst=
Nota Explivicata bij het decreet over de bestuursregeling in verenigingen van gelovigen ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 5 De Katholieke Actie
20
Christifideles laici ->=geentekst=
Propositiones n.a.v. de 10e Bisschoppensynode over de Leken ->=geentekst=
Libertatis conscientia ->=geentekst=
Naar een Kerk die altijd zichzelf gelijk en tevens jong en nieuw blijft ->=geentekst=
Sinds meerdere tientallen jaren hebben de leken in vele landen zich sterker aan het apostolaat gewijd en zich aaneengesloten in de meest verschillende activiteiten en organisaties, die nauw verbonden blijven met de hiërarchie en strikt apostolische doeleinden hebben nagestreefd en nog nastreven. Onder deze of soortgelijke instellingen uit het verleden verdienen vooral vermelding de instellingen, die weliswaar eigen methoden volgden, maar toch rijke vrucht hebben opgeleverd voor het koninkrijk van Christus; ze zijn door de pausen en talrijke bisschoppen met recht aanbevolen en begunstigd en hebben van hen de naam "Katholieke Actie[d:274]" ontvangen, en heel dikwijls werden ze gekwalificeerd als een medewerking van de leken aan het hiërarchisch apostolaat. vgl: Aan kardinaal Bertram[[[1692]]] vgl: Se a temperare, 1[[[1691|1]]]
Deze apostolaatsvormen, of ze nu Katholieke Actie heten of niet, die in onze tijd een waardevol apostolaat uitoefenen vertonen de volgende kenmerken, die men samen moet nemen.
Het heilig Concilie beveelt deze instellingen, die ongetwijfeld in vele landen tegemoet komen aan de noden van het apostolaat van de Kerk, dringend aan. Het nodigt de priesters en leken, die daarin werkzaam zijn, uit om de genoemde kenmerken steeds meer te verwezenlijken en met alle andere vormen van apostolaat steeds broederlijk in de Kerk samen te werken.
Deze apostolaatsvormen, of ze nu Katholieke Actie heten of niet, die in onze tijd een waardevol apostolaat uitoefenen vertonen de volgende kenmerken, die men samen moet nemen.
- Het onmiddellijke doel van dergelijke organisaties is het apostolische doel van de Kerk, n.l. de evangelisatie en de heiliging van de mensen en de vorming van een christelijk geweten, zodat zij in staat zijn, de verschillende gemeenschappen en de verschillende milieus te bezielen met de geest van het Evangelie.
- De leken schenken bij hun samenwerking met de hiërarchie, op hun eigen wijze, de inbreng van hun ervaring en nemen verantwoording op zich bij de leiding van deze organisaties, bij het beoordelen van de omstandigheden, waaronder een pastorale actie van de Kerk moet worden ontplooid, en bij de uitwerking en doorvoering van het program.
- De leken treden gezamenlijk op als een organisch lichaam, zodat de gemeenschap van de Kerk beter tot uitdrukking komt en het apostolaat vruchtbaarder wordt.
- Of de leken nu op eigen initiatief zich aanbieden voor activiteit en rechtstreekse medewerking met het hiërarchisch apostolaat, ofwel deze op uitnodiging aanvaarden, steeds handelen zij onder de hogere leiding van de hiërarchie zelf, die deze medewerking ook door een uitdrukkelijk mandaat kan bekrachtigen.
Het heilig Concilie beveelt deze instellingen, die ongetwijfeld in vele landen tegemoet komen aan de noden van het apostolaat van de Kerk, dringend aan. Het nodigt de priesters en leken, die daarin werkzaam zijn, uit om de genoemde kenmerken steeds meer te verwezenlijken en met alle andere vormen van apostolaat steeds broederlijk in de Kerk samen te werken.
Referenties naar alinea 20: 5
Populorum Progressio ->=geentekst=Christifideles laici ->=geentekst=
Propositiones n.a.v. de 10e Bisschoppensynode over de Leken ->=geentekst=
Libertatis conscientia ->=geentekst=
Naar een Kerk die altijd zichzelf gelijk en tevens jong en nieuw blijft ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 6 Waardering voor de verenigingen
21
Communio et Progressio ->=geentekst=
Tot het College van Kardinalen ->=geentekst=
Alle verenigingen voor apostolaat hebben recht op waardering; die echter die hiërarchie overeenkomstig de behoeften van tijd en plaats heeft aanbevolen, of als meet noodzakelijk heeft willen oprichten, moeten hoog in ere staan bij priesters, religieuzen en leken en worden bevorderd volgend ieders mogelijkheden. Onder deze moeten tegenwoordig vooral worden gerekend de internationale verenigingen en groeperingen van Katholieken.
Referenties naar alinea 21: 3
Populorum Progressio ->=geentekst=Communio et Progressio ->=geentekst=
Tot het College van Kardinalen ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 7 De leken, die zich op bijzondere wijze in dienst stellen van de Kerk
22
Bijzondere eer en aanbeveling verdienen in de Kerk de leken, die, gehuwd of ongehuwd, zich voorgoed of tijdelijk met hun met hun activiteiten. Het is voor de Kerk een grote vreugde, te mogen zien, hoe steeds meer leken zich in dienst stellen van de verenigingen en werken van de apostolaat, hetzij in hun eigen land, hetzij op internationaal niveau, hetzij vooral in de katholieke gemeenschappen van de missies van de kerken.
De herders van de Kerk zullen dezen leken graag en met dankbaarheid opnemen en er voor zorgen, dat met betrekking tot hun situatie zo goed mogelijk wordt voldaan de eisen van de rechtvaardigheid, de levensonderhoud voor hen en hun gezinnen, en dat zij de nodige vorming, geestelijke steun en aanmoediging ontvangen.
De herders van de Kerk zullen dezen leken graag en met dankbaarheid opnemen en er voor zorgen, dat met betrekking tot hun situatie zo goed mogelijk wordt voldaan de eisen van de rechtvaardigheid, de levensonderhoud voor hen en hun gezinnen, en dat zij de nodige vorming, geestelijke steun en aanmoediging ontvangen.
Referenties naar alinea 22: 1
Populorum Progressio ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- HOOFDSTUK 5 De juiste verhouding bij het Apostolaat
23
Christifideles laici ->=geentekst=
Aan de Nederlandse Bisschoppen 1 jaar ná de Bijzondere Bisschoppensynode voor Nederland ->=geentekst=
Lijst van 44 Voorstellen van de Synode over het Midden-Oosten ->=geentekst=
Het lekenapostolaat, individueel of in groepsverband uitgeoefend, moet vervolgens de juiste orde zijn ingeschakeld in het apostolaat van de gehele Kerk; de verbondenheid met hen, die de Heilige Geest heeft aangesteld om Gods Kerk te hoeden (Hand. 20, 28)[[b:Hand. 20, 28]], is zelfs een wezenlijk element van het christelijk apostolaat. Niet minder noodzakelijk is de samenwerking tussen de verschillende apostolaatsinitiatieven, die door de hiërarchie zo goed mogelijk moet worden geregeld.
Want ter bevordering van de geest van eenheid, dat n.l. heel het apostolaat van de Kerk wordt gedragen door broederlijke liefde, de gemeenschappelijke doeleinden worden bereikt, en nadelige concurrentie wordt voorkomen, is het nodig, dat er een wederzijdse waardering bestaat van alle apostolaatsvormen in de Kerk en dat deze, met eerbiediging van ieders eigen karakter, goed worden gecoördineerd. vgl: A.A.S. 28 (1936) 160-161.[[[4646]]]
Dit is dan vooral van belang, wanneer voor een bepaalde actie de harmonie en de apostolische samenwerking wordt vereist van de seculiere en reguliere geestelijkheid, van religieuzen en leken.
Want ter bevordering van de geest van eenheid, dat n.l. heel het apostolaat van de Kerk wordt gedragen door broederlijke liefde, de gemeenschappelijke doeleinden worden bereikt, en nadelige concurrentie wordt voorkomen, is het nodig, dat er een wederzijdse waardering bestaat van alle apostolaatsvormen in de Kerk en dat deze, met eerbiediging van ieders eigen karakter, goed worden gecoördineerd. vgl: A.A.S. 28 (1936) 160-161.[[[4646]]]
Dit is dan vooral van belang, wanneer voor een bepaalde actie de harmonie en de apostolische samenwerking wordt vereist van de seculiere en reguliere geestelijkheid, van religieuzen en leken.
Referenties naar alinea 23: 4
Populorum Progressio ->=geentekst=Christifideles laici ->=geentekst=
Aan de Nederlandse Bisschoppen 1 jaar ná de Bijzondere Bisschoppensynode voor Nederland ->=geentekst=
Lijst van 44 Voorstellen van de Synode over het Midden-Oosten ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 1 De betrekkingen met de hiërarchie
24
19
Populorum Progressio ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Quinque iam anni ->=geentekst=
Ecclesiae de mysterio ->=geentekst=
Ecclesiae de mysterio ->=geentekst=
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=
19
De hiërarchie behoort het lekenapostolaat te stimuleren, beginselen te formuleren en geestelijke steun te verlenen, de uitoefening van het apostolaat te richten op het algemeen welzijn van de Kerk en de leer en de juiste verhouding te doen eerbiedigen.
De betrekkingen van het lekenapostolaat tot de hiërarchie kunnen verschillend zijn naargelang van de verschillende vormen en objecten van het apostolaat zelf.
Er zijn immers in de Kerk zeer vele apostolische initiatieven, die tot stand komen door een spontane keuze van de leken en verstandig door hen worden geleid. Door deze initiatieven kan de Kerk in bepaalde omstandigheden haar zending beter vervullen, en daarom worden ze niet zelden door de hiërarchie geprezen of aanbevolen. vgl: A.A.S. 13 (1921) 137-140[[[4647]]] Geen enkel initiatief echter mag aanspraak maken op de naam "Katholiek" zonder de goedkeuring van het wettig kerkelijk gezag.
Sommige vormen van lekenapostolaat worden door de hiërarchie uitdrukkelijk erkend, en wel op verschillende wijzen.
Bovendien kan het kerkelijk gezag, omwille van het algemeen welzijn van de Kerk, uit de vereniging en apostolische initiatieven, die een rechtstreeks geestelijk doel beogen, er sommige uitkiezen en meer speciaal begunstigen, waardoor het dan een bijzondere verantwoordelijkheid op zich neemt. Zo verbindt de hiërarchie, bij een regeling van het apostolaat volgens de omstandigheden, de een of andere vorm hiervan nauwer met haar eigen apostolische zending, met eerbiediging echter van beider eigen aard en onderscheid en zonder dus aan de leken de zo noodzakelijke vrijheid te ontzeggen om uit eigen beweging iets te ondernemen. Deze daad van de hiërarchie wordt in diverse kerkelijke documenten "mandaat" genoemd.
Tenslotte vertrouwt de hiërarchie aan de leken enkele taken toe, die nauwer verbonden zijn met de werkzaamheden van de priesters, zoals bij het onderricht in de christelijke leer, bij sommige liturgische handelingen, in de zielzorg. Krachtens deze zending zijn de leken in de uitoefening van hun opdracht volledig afhankelijk van de hogere kerkelijke leiding.
Wat betreft de werken en instellingen van de tijdelijke orde, is het de taak van de kerkelijke hiërarchie, de morele beginselen aangaande de tijdelijke zaken te leren en authentiek te verklaren; zij kan ook, na alles goed te hebben overwogen en met behulp van deskundigen, haar oordeel uitspreken over de vraag, of deze werken en instellingen in overeenstemming zijn met de morele beginselen, en beslissen, wat noodzakelijk is voor het behoud en de bevordering van de bovennatuurlijke waarden.
De betrekkingen van het lekenapostolaat tot de hiërarchie kunnen verschillend zijn naargelang van de verschillende vormen en objecten van het apostolaat zelf.
Er zijn immers in de Kerk zeer vele apostolische initiatieven, die tot stand komen door een spontane keuze van de leken en verstandig door hen worden geleid. Door deze initiatieven kan de Kerk in bepaalde omstandigheden haar zending beter vervullen, en daarom worden ze niet zelden door de hiërarchie geprezen of aanbevolen. vgl: A.A.S. 13 (1921) 137-140[[[4647]]] Geen enkel initiatief echter mag aanspraak maken op de naam "Katholiek" zonder de goedkeuring van het wettig kerkelijk gezag.
Sommige vormen van lekenapostolaat worden door de hiërarchie uitdrukkelijk erkend, en wel op verschillende wijzen.
Bovendien kan het kerkelijk gezag, omwille van het algemeen welzijn van de Kerk, uit de vereniging en apostolische initiatieven, die een rechtstreeks geestelijk doel beogen, er sommige uitkiezen en meer speciaal begunstigen, waardoor het dan een bijzondere verantwoordelijkheid op zich neemt. Zo verbindt de hiërarchie, bij een regeling van het apostolaat volgens de omstandigheden, de een of andere vorm hiervan nauwer met haar eigen apostolische zending, met eerbiediging echter van beider eigen aard en onderscheid en zonder dus aan de leken de zo noodzakelijke vrijheid te ontzeggen om uit eigen beweging iets te ondernemen. Deze daad van de hiërarchie wordt in diverse kerkelijke documenten "mandaat" genoemd.
Tenslotte vertrouwt de hiërarchie aan de leken enkele taken toe, die nauwer verbonden zijn met de werkzaamheden van de priesters, zoals bij het onderricht in de christelijke leer, bij sommige liturgische handelingen, in de zielzorg. Krachtens deze zending zijn de leken in de uitoefening van hun opdracht volledig afhankelijk van de hogere kerkelijke leiding.
Wat betreft de werken en instellingen van de tijdelijke orde, is het de taak van de kerkelijke hiërarchie, de morele beginselen aangaande de tijdelijke zaken te leren en authentiek te verklaren; zij kan ook, na alles goed te hebben overwogen en met behulp van deskundigen, haar oordeel uitspreken over de vraag, of deze werken en instellingen in overeenstemming zijn met de morele beginselen, en beslissen, wat noodzakelijk is voor het behoud en de bevordering van de bovennatuurlijke waarden.
Referenties naar alinea 24: 8
Besluiten Bijzondere Synode van Bisschoppen van Nederland ->=geentekst=Populorum Progressio ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Christifideles laici ->=geentekst=
Quinque iam anni ->=geentekst=
Ecclesiae de mysterio ->=geentekst=
Ecclesiae de mysterio ->=geentekst=
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 2 Hulp van de geestelijken aan het lekenapostolaat
25
De bisschoppen, de pastoors en de andere priesters, zowel seculieren als regulieren, moeten voor ogen houden, dat alle gelovigen, geestelijken en leken, gelijkelijk het recht en de plicht hebben om het apostolaat uit te oefenen en dat de leken een eigen taak hebben te vervullen bij de opbouw van de Kerk. vgl: A.A.S. 49 (1957) 927[[[1568|17]]] Daarom moeten zij met de leken broederlijk samenwerken in de Kerk en voor de Kerk en een bijzondere zorg hebben voor de leken, waar dezen apostolisch werkzaam zijn. vgl: Lumen Gentium, 37[[[617|37]]]
Zorgvuldig moeten er geschikte en goed onderlegde priesters worden uitgekozen om de leken te helpen bij bijzondere vormen van apostolaat. vgl: Menti Nostrae, 4[[[678|4]]] Zij, die zich aan dit werk wijden krachtens opdracht van de hiërarchie, vertegenwoordigen de hiërarchie bij hun pastorale activiteit; zij moeten de goede betrekkingen van de leken met de hiërarchie bevorderen en daarbij altijd trouw blijven aan de geest en de leer van de Kerk; zij moeten zich inzetten voor de verdieping van het geestelijk leven en de apostolische zin van de hun toevertrouwde katholieke verenigingen; met wijze raad zullen zij hun apostolische activiteit begeleiden en hun initiatieven aanmoedigen. In een voortdurende dialoog met de leken zullen zij nauwkeurig de mogelijkheden onderzoeken om de apostolische actie succesvoller te maken.
Zij zullen de geest van eenheid binnen de vereniging zelf en tussen haar en andere verenigingen trachten te versterken.
De kloosterlingen tenslotte, broeders en zusters, moeten waardering hebben voor het apostolisch werk van de leken; volgens de geest en de richtlijnen van hun instituten zullen zij graag hun hulp geven aan het werk van de leken vgl: Perfectae Caritatis, 8[[[677|8]]]; de werkzaamheden van de priesters moeten zij steunen, helpen en aanvullen.
Zorgvuldig moeten er geschikte en goed onderlegde priesters worden uitgekozen om de leken te helpen bij bijzondere vormen van apostolaat. vgl: Menti Nostrae, 4[[[678|4]]] Zij, die zich aan dit werk wijden krachtens opdracht van de hiërarchie, vertegenwoordigen de hiërarchie bij hun pastorale activiteit; zij moeten de goede betrekkingen van de leken met de hiërarchie bevorderen en daarbij altijd trouw blijven aan de geest en de leer van de Kerk; zij moeten zich inzetten voor de verdieping van het geestelijk leven en de apostolische zin van de hun toevertrouwde katholieke verenigingen; met wijze raad zullen zij hun apostolische activiteit begeleiden en hun initiatieven aanmoedigen. In een voortdurende dialoog met de leken zullen zij nauwkeurig de mogelijkheden onderzoeken om de apostolische actie succesvoller te maken.
Zij zullen de geest van eenheid binnen de vereniging zelf en tussen haar en andere verenigingen trachten te versterken.
De kloosterlingen tenslotte, broeders en zusters, moeten waardering hebben voor het apostolisch werk van de leken; volgens de geest en de richtlijnen van hun instituten zullen zij graag hun hulp geven aan het werk van de leken vgl: Perfectae Caritatis, 8[[[677|8]]]; de werkzaamheden van de priesters moeten zij steunen, helpen en aanvullen.
Referenties naar alinea 25: 1
Optatam Totius Ecclesiae ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 3 Enkele wegen voor wederzijdse samenwerking
26
In de bisdommen moeten, voor zover mogelijk, raden worden opgericht voor steun aan het apostolaatswerk van de Kerk, zowel op het gebied van evangelieprediking en heiliging als op charitatief en sociaal gebied en andere terreinen, waarbij een passende samenwerking van de geestelijken en religieuzen met de leken vereist is. Deze raden kunnen goede diensten bewijzen voor de onderlinge coördinatie van de verschillende verenigingen en initiatieven van de leken, met eerbiediging van ieders eigen karakter en autonomie. vgl: l. III, c. IX, nn. VII-VIII: Opera Omnia, vervat in 17 delen, tom. XI, Prato 1844, blz. 76-77[[[2021]]]
Dergelijke raden moeten ook, zo mogelijk, worden opgericht op parochieel of interparochieel, interdiocesaan, nationaal of internationaal vlak. vgl: A.A.S. 28 (1936) 160-161[[[4646]]]
Bovendien moet er, ten dienste en tot stimulering van het lekenapostolaat, bij de heilige Stoel een speciaal secretariaat worden gevestigd, als een centrum, dat langs geschikte wegen inlichtingen kan verstrekken omtrent de verschillende apostolische initiatieven van de leken, de moderne problemen op dit gebied bestudeert en de hiërarchie en de leken van advies dient bij de apostolaatswerken. In dit secretariaat moeten de verschillende bewegingen en initiatieven van het apostolaat over de gehele wereld vertegenwoordigd zijn en hierin moeten de priesters en religieuzen met de leken samenwerken.
Dergelijke raden moeten ook, zo mogelijk, worden opgericht op parochieel of interparochieel, interdiocesaan, nationaal of internationaal vlak. vgl: A.A.S. 28 (1936) 160-161[[[4646]]]
Bovendien moet er, ten dienste en tot stimulering van het lekenapostolaat, bij de heilige Stoel een speciaal secretariaat worden gevestigd, als een centrum, dat langs geschikte wegen inlichtingen kan verstrekken omtrent de verschillende apostolische initiatieven van de leken, de moderne problemen op dit gebied bestudeert en de hiërarchie en de leken van advies dient bij de apostolaatswerken. In dit secretariaat moeten de verschillende bewegingen en initiatieven van het apostolaat over de gehele wereld vertegenwoordigd zijn en hierin moeten de priesters en religieuzen met de leken samenwerken.
Referenties naar alinea 26: 1
Tot de kardinalen en de prelaten van de Romeinse curie ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 4 De samenwerking met de andere christenen en met de niet-christenen
27
Het gemeenschappelijk erfgoed uit het Evangelie en de daaruit voortvloeiende gemeenschappelijke plicht van een christelijk getuigenis maken het raadzaam en dikwijls noodzakelijk, dat de katholieken samenwerken met de andere christenen, zowel individueel als in de gemeenschappen van de Kerk, zowel in de activiteiten als in de verenigingen, op nationaal en internationaal gebied. vgl: Mater et Magistra, 239[[[90|239]]] vgl: Unitatis Redintegratio, 12[[[618|12]]]
Op grond van de gemeenschappelijke menselijke waarden is niet zelden een soortgelijke samenwerking ook vereist van de christenen die in het apostolaat werkzaam zijn met de niet-christenen, die deze waarden erkennen.
Door deze dynamische en verstandige samenwerking. vgl: Unitatis Redintegratio, 12[[[618|12]]] vgl: Lumen Gentium, 15[[[617|15]]] die van groot belang is bij de activiteiten op stoffelijk gebied, zijn de leken een getuigenis voor Christus, de Verlosser van de wereld, en voor de eenheid van de mensenfamilie.
Op grond van de gemeenschappelijke menselijke waarden is niet zelden een soortgelijke samenwerking ook vereist van de christenen die in het apostolaat werkzaam zijn met de niet-christenen, die deze waarden erkennen.
Door deze dynamische en verstandige samenwerking. vgl: Unitatis Redintegratio, 12[[[618|12]]] vgl: Lumen Gentium, 15[[[617|15]]] die van groot belang is bij de activiteiten op stoffelijk gebied, zijn de leken een getuigenis voor Christus, de Verlosser van de wereld, en voor de eenheid van de mensenfamilie.
Referenties naar alinea 27: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- HOOFDSTUK 6 De vorming tot het apostolaat
- Artikel 1 De noodzakelijkheid van de vorming tot apostolaat
28
Wil het apostolaat zijn volle uitwerking kunnen hebben, dan moet er een veelzijdige en algehele vorming aan voorafgaan, en dit niet alleen met het oog op de steeds groeiende geestelijke en doctrinaire vooruitgang van de leek zelf, maar ook vanwege de gevarieerdheid van omstandigheden, personen en taken, waarop zijn activiteit moet zijn afgestemd. Deze vorming tot het apostolaat moet steunen op de beginselen, die door dit heilig Concilie elders zijn uitgesproken en vastgelegd. vgl: Hoofdstuk 2[[[617|12]]] vgl: Hoofdstuk 4[[[617|30]]] vgl: Hoofdstuk 5[[[617|39]]] vgl: Unitatis Redintegratio, 4,6,7,12[[[618|4.6.7.12]]] 4[[al:4]] Naast de vorming, die ieder Christen moet hebben, wordt, gezien de verscheidenheid van personen en omstandigheden, voor vele vormen van apostolaat ook nog een specifieke en bijzondere vorming vereist.
Referenties naar alinea 28: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 2 Beginselen voor de vorming tot het lekenapostolaat
29
Omdat de leken op hun eigen wijze deel hebben aan de zending van de Kerk, krijgt de apostolische vorming van de leek een heel eigen cachet vanwege het eigen wereldlijk karakter van de leek en zijn eigen spiritualiteit.
De vorming tot het apostolaat veronderstelt, dat de leken als mens volledig gevormd zijn volgens ieders aanleg en levensomstandigheden. De leek immers moet goed op de hoogte zijn van de moderne wereld en als lid van zijn eigen gemeenschap op het niveau staan van haar cultuur.
Vooral echter moet de leek leren de zending van Christus en de Kerk te vervullen door te leven uit het geloof in het goddelijk geheim van de schepping en de verlossing en door zich te laten bezielen door de Heilige Geest, die het volks Gods levend maakt, die alle mensen ertoe aandrijft, God de Vader lief te hebben en in Hem de wereld en de mensen. Deze vorming moet beschouwd worden als grondslag en voorwaarde voor elk vruchtbaar apostolaat.
Behalve de geestelijke vorming wordt ook vereist een gedegen doctrinaire opleiding in theologie, ethiek en filosofie, overeenkomstig ieders leeftijd, omstandigheden en talenten. Ook mag men niet vergeten, hoe belangrijk algemene ontwikkeling is, verbonden met een praktische en technische vorming.
In het belang van goede menselijke betrekkingen moet men ook de echt menselijke waarden cultiveren, vooral broederlijke omgangsvormen en samenwerking en de kunst van de dialoog.
Omdat echter de vorming tot het apostolaat niet mag blijven steken in de theorie, moet men de leek vanaf het begin van zijn vorming geleidelijk en verstandig ertoe brengen, alles te zien en te beoordelen in het licht van het geloof en daarnaar te handelen; hij moet leren zichzelf en anderen te vormen en te vervolmaken door zijn activiteit en zo actief dienstbaar te zijn aan de Kerk. vgl: Tot het zevende internationale congres van de Katholieke verkenners, (4)[[[3031|(4)]]] vgl: Mater et Magistra, 240-241[[[90|240-241]]] Vanwege de toenemende rijpheid van de menselijke persoon en het groeien van de problemen moet deze vorming steeds verder vervolmaakt worden; ze eist daarom een steeds grotere verdieping van de kennis en een verdere aanpassing van de activiteit. Bij alles, wat deze vorming vraagt, moet men altijd de eenheid en de gaafheid van de menselijke persoon voor ogen houden, zodat de mens zijn innerlijke harmonie en evenwicht bewaart en daarin kan groeien.
Zo treedt de leek ten volle en actief in in de werkelijkheid van de tijdelijke orde en kan hij op efficiënte wijze zij taak vervullen op dit terrein; tevens doet hij, als een levend lidmaat en getuige van de Kerk, haar actief present zijn op het gebied van het tijdelijke. vgl: Lumen Gentium, 33[[[617|33]]]
De vorming tot het apostolaat veronderstelt, dat de leken als mens volledig gevormd zijn volgens ieders aanleg en levensomstandigheden. De leek immers moet goed op de hoogte zijn van de moderne wereld en als lid van zijn eigen gemeenschap op het niveau staan van haar cultuur.
Vooral echter moet de leek leren de zending van Christus en de Kerk te vervullen door te leven uit het geloof in het goddelijk geheim van de schepping en de verlossing en door zich te laten bezielen door de Heilige Geest, die het volks Gods levend maakt, die alle mensen ertoe aandrijft, God de Vader lief te hebben en in Hem de wereld en de mensen. Deze vorming moet beschouwd worden als grondslag en voorwaarde voor elk vruchtbaar apostolaat.
Behalve de geestelijke vorming wordt ook vereist een gedegen doctrinaire opleiding in theologie, ethiek en filosofie, overeenkomstig ieders leeftijd, omstandigheden en talenten. Ook mag men niet vergeten, hoe belangrijk algemene ontwikkeling is, verbonden met een praktische en technische vorming.
In het belang van goede menselijke betrekkingen moet men ook de echt menselijke waarden cultiveren, vooral broederlijke omgangsvormen en samenwerking en de kunst van de dialoog.
Omdat echter de vorming tot het apostolaat niet mag blijven steken in de theorie, moet men de leek vanaf het begin van zijn vorming geleidelijk en verstandig ertoe brengen, alles te zien en te beoordelen in het licht van het geloof en daarnaar te handelen; hij moet leren zichzelf en anderen te vormen en te vervolmaken door zijn activiteit en zo actief dienstbaar te zijn aan de Kerk. vgl: Tot het zevende internationale congres van de Katholieke verkenners, (4)[[[3031|(4)]]] vgl: Mater et Magistra, 240-241[[[90|240-241]]] Vanwege de toenemende rijpheid van de menselijke persoon en het groeien van de problemen moet deze vorming steeds verder vervolmaakt worden; ze eist daarom een steeds grotere verdieping van de kennis en een verdere aanpassing van de activiteit. Bij alles, wat deze vorming vraagt, moet men altijd de eenheid en de gaafheid van de menselijke persoon voor ogen houden, zodat de mens zijn innerlijke harmonie en evenwicht bewaart en daarin kan groeien.
Zo treedt de leek ten volle en actief in in de werkelijkheid van de tijdelijke orde en kan hij op efficiënte wijze zij taak vervullen op dit terrein; tevens doet hij, als een levend lidmaat en getuige van de Kerk, haar actief present zijn op het gebied van het tijdelijke. vgl: Lumen Gentium, 33[[[617|33]]]
Referenties naar alinea 29: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 3 Personen en instanties bij wie deze vorming berust
30
Catechesi Tradendae ->=geentekst=
Optatam Totius Ecclesiae ->=geentekst=
Iuvenescit Ecclesia ->=geentekst=
De vorming tot het apostolaat moet beginnen reeds met de opvoeding van de kinderen. Op bijzondere wijze echter moet men de opgroeiende jeugd en de jonge mensen in het apostolaat inleiden en hen met apostolische geest bezielen. Deze vorming moet het hele leven door worden aangevuld naargelang nieuwe taken dit vereisen. Hieruit volgt dus, dat de christelijke opvoeders ook de plicht hebben, de jonge mensen te vormen tot het apostolaat.
Het is de taak van de ouders om in het gezinsleven hun kinderen vanaf hun eerste jaren ontvankelijk te maken voor het ontdekken van Gods liefde jegens alle mensen, en geleidelijk vooral door hun voorbeeld, oog te leren hebben voor de stoffelijke en geestelijke noden van de naaste. Heel het gezin en het gezinsleven moet dus al het ware een leerschool worden voor apostolaat.
De opvoeding van de kinderen moer erop gericht zijn, dat interesse niet beperkt blijft tot het gezin, maar ook uitgaat naar de gemeenschappen van de Kerk en de wereld. Zij moeten worden opgenomen in de plaatselijke parochiegemeenschappen om daarin tot het besef te komen, dat zij levende en actieve leden zijn van het volk Gods. De priesters moeten bij hun katholieke prediking, bij de geestelijke leiding en bij hun andere pastorale arbeid vorming tot het apostolaat voor ogen houden.
Ook de scholen, de colleges en andere katholieke vormingsinstituten moeten bij de jonge mensen een katholieke mentaliteit en apostolische actie bevorderen. Waar deze vorming ontbreekt, omdat de jongeren moeten de ouders, de zielzorg en de verenigingen voor apostolaat daarna des te meer aandacht schenken. De leraren en opvoeders, die immers krachtens hun roeping door hun ambt een prachtige vorm van lekenapostolaat beoefenen, moet de nodige kennis en pedagogische bekwaamheid bezitten om deze vorming met succes te kunnen geven.
Groeperingen en verenigingen van leken met een apostolische doelstelling of andere bovennatuurlijke doeleinden moeten naargelang van hun opzet en mogelijkheden de vorming tot het apostolaat met ijver en volharding behartigen. vgl: Mater et Magistra, 231-233[[[90|231-233]]] Het lidmaatschap van deze verenigingen is dikwijls de aangewezen weg voor de vorming tot het apostolaat.
Ze bieden immers een doctrinaire, geestelijke en praktische vorming. Hun leden bezinnen zich met hun collega's en vrienden in kleine groepen op de methoden en resultaten van hun apostolische activiteit en toetsen de praktijk van dagelijks leven aan het Evangelie. De opzet van deze vorming moet zo zijn, dat er rekening wordt gehouden met heel de omvang van het lekenapostolaat; dit mag zich immers niet beperken tot de groepen zelf van de verenigingen, maar het moet worden uitgeoefend in alle omstandigheden over heel het terrein van het leven, vooral in het beroep en op sociaal gebied,. Ja, iedereen en bovenal de volwassene, moet zich ijverig voorbereiden op het apostolaat. Want naargelang men ouder wordt, verruimt zich de geest en zo kan iedereen beter de talenten ontdekken, die God hem heeft geschonken, en kan hij met groter resultaat zich bedienen van de gaven, die de Heilige Geest hem heeft verleend tot nut van zijn broeders.
Het is de taak van de ouders om in het gezinsleven hun kinderen vanaf hun eerste jaren ontvankelijk te maken voor het ontdekken van Gods liefde jegens alle mensen, en geleidelijk vooral door hun voorbeeld, oog te leren hebben voor de stoffelijke en geestelijke noden van de naaste. Heel het gezin en het gezinsleven moet dus al het ware een leerschool worden voor apostolaat.
De opvoeding van de kinderen moer erop gericht zijn, dat interesse niet beperkt blijft tot het gezin, maar ook uitgaat naar de gemeenschappen van de Kerk en de wereld. Zij moeten worden opgenomen in de plaatselijke parochiegemeenschappen om daarin tot het besef te komen, dat zij levende en actieve leden zijn van het volk Gods. De priesters moeten bij hun katholieke prediking, bij de geestelijke leiding en bij hun andere pastorale arbeid vorming tot het apostolaat voor ogen houden.
Ook de scholen, de colleges en andere katholieke vormingsinstituten moeten bij de jonge mensen een katholieke mentaliteit en apostolische actie bevorderen. Waar deze vorming ontbreekt, omdat de jongeren moeten de ouders, de zielzorg en de verenigingen voor apostolaat daarna des te meer aandacht schenken. De leraren en opvoeders, die immers krachtens hun roeping door hun ambt een prachtige vorm van lekenapostolaat beoefenen, moet de nodige kennis en pedagogische bekwaamheid bezitten om deze vorming met succes te kunnen geven.
Groeperingen en verenigingen van leken met een apostolische doelstelling of andere bovennatuurlijke doeleinden moeten naargelang van hun opzet en mogelijkheden de vorming tot het apostolaat met ijver en volharding behartigen. vgl: Mater et Magistra, 231-233[[[90|231-233]]] Het lidmaatschap van deze verenigingen is dikwijls de aangewezen weg voor de vorming tot het apostolaat.
Ze bieden immers een doctrinaire, geestelijke en praktische vorming. Hun leden bezinnen zich met hun collega's en vrienden in kleine groepen op de methoden en resultaten van hun apostolische activiteit en toetsen de praktijk van dagelijks leven aan het Evangelie. De opzet van deze vorming moet zo zijn, dat er rekening wordt gehouden met heel de omvang van het lekenapostolaat; dit mag zich immers niet beperken tot de groepen zelf van de verenigingen, maar het moet worden uitgeoefend in alle omstandigheden over heel het terrein van het leven, vooral in het beroep en op sociaal gebied,. Ja, iedereen en bovenal de volwassene, moet zich ijverig voorbereiden op het apostolaat. Want naargelang men ouder wordt, verruimt zich de geest en zo kan iedereen beter de talenten ontdekken, die God hem heeft geschonken, en kan hij met groter resultaat zich bedienen van de gaven, die de Heilige Geest hem heeft verleend tot nut van zijn broeders.
Referenties naar alinea 30: 4
Familiaris Consortio ->=geentekst=Catechesi Tradendae ->=geentekst=
Optatam Totius Ecclesiae ->=geentekst=
Iuvenescit Ecclesia ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 4 De aanpassing van de vorming aan de verschillende soorten van apostolaat
31
De verschillende soorten van apostolaat vereisen ook een speciaal aangepaste vorming.
- Wat het apostolaat betreft van de evangelieprediking en de heiliging van de mensen moeten de leken een bijzondere vorming krijgen om een dialoog te kunnen aangaan met anderen, gelovigen of niet-gelovigen, teneinde aan allen de boodschap van Christus te kunnen brengen. vgl: Sertum Laetitiae[[[1668]]] vgl: t.m. nr. 21[[[3027|(7-16)]]]. En omdat in onze tijd het materialisme in zijn verschillende vormen overal sterk opgang doet, ook onder de katholieken, moeten de leken niet alleen nauwkeurig er op de hoogte zijn van de katholieke leer, vooral in de punten, die worden aangevochten, maar zij moeten ook tegenover elke vorm van materialisme het getuigenis stellen van een evangelisch leven.
- Wat betreft de christelijke vernieuwing van de tijdelijke orde, moeten aan de leken de ware betekenis en waarde van de tijdelijke goederen worden bijgebracht., die deze hebben in zichzelf en met betrekking tot alle doeleinden van de menselijke persoon. Ook moeten zij een juist gebruik leren maken van de dingen en praktijk opdoen in de organisatie van de diverse instellingen, en daarbij altijd bedacht zijn op het algemeen welzijn volgens de beginselen van de moraal en sociale leer van de Kerk. De leken moeten vooral kennis opdoen van de beginselen en toepassingen van de sociale leer om een eigen aandeel te kunnen hebben in de ontwikkeling van deze leer en om haar juist te kunnen toepassen op afzonderlijke gevallen. vgl: Tot het het internationale congres van de wereldfederatie van de Katholieke vrouwelijke jeugd[[[3028]]] vgl: Poco Più, 3-8[[[2645|3-8]]]
- Omdat de werken van Charitas en barmhartigheid het edelste getuigenis zijn van een christelijk leven, moet de apostolaatsvorming ook gericht zijn op de beoefening van deze werken, om de gelovigen van hun jeugd af te leren meeleven met hun broeders en de behoeftige edelmoedig te leren helpen. vgl: Tot het congres van de St. Vincentiusvereniging, (12-14)[[[3030|(12-14)]]]
Referenties naar alinea 31: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 5 De hulpmiddelen
32
De leken, die zich aan het apostolaat wijden hebben reeds de beschikking over talrijke hulpmiddelen, n.l. bijeenkomsten, congressen, recollecties, retraites, veelvuldige ontmoetingen, conferenties, boeken en tijdschriften, waardoor zij zich een diepere kennis kunnen eigen maken van de H. Schrift en de katholieke leer, hun geestelijk leven kunnen verdiepen, op de hoogte kunnen komen van de wereldsituatie en geschikte methodes kunnen vinden en in praktijk brengen. vgl: Mater et Magistra, 222-225[[[90|222-225]]] Bij deze hulpmiddelen wordt rekening gehouden met de verschillende vormen van apostolaat in de milieus, waar het wordt uit geoefend. Tot dit doel zijn ook centra of hogere instituten opgericht, die reeds prachtige vruchten hebben opgeleverd.
Referenties naar alinea 32: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- HOOFDSTUK 7 Aansporing
33
Het heilige Concilie verheugt zich over deze en dergelijke initiatieven, die in bepaalde streken reeds een grote bloei hebben bereikt, en het spreekt de wens uit, dat ze ook elders waar dit nodig is, worden gestimuleerd. Bovendien moeten er voor alle apostolaatsterreinen documentatie - en studiecentra worden opgericht, niet alleen voor theologie, maar ook voor de antropologie, de psychologie, de sociologie, de methodologie, om de leken, mannen en vrouwen, jonge mensen en volwassenen, beter in staat te stellen hun capaciteiten tot ontwikkeling te brengen.
Het heilige Concilie doet daarom in naam van de Heer een dringend beroep op alle leken, om bereidwillig, edelmoedig en met elan gehoor te geven aan de stem van Christus, die hen op dit moment met grote aandrang uitnodigt, en aan de stuwing van de Heilige Geest.
Mogen vooral de jongeren zich bewust zijn, dat deze oproep hen geldt en mogen zij energiek en met heel hun hart er gevolg aangeven. De Heer zelf immers nodigt door deze heilige Synode alle leken opnieuw uit, om zich steeds inniger met Hem te verenigen, om zijn gevoelens tot de hunne te maken. (Fil. 2, 5)[[b:Fil. 2, 5]] en deel te nemen aan zijn heilszending. Hij zendt hen opnieuw naar alle steden en plaatsen, waarheen Hij zelf van pan is te gaan (Lc. 10, 1)[[b:Lc. 10, 1]], opdat zij zijn medewerkers worden in de verschillende vormen en methoden van het éne apostolaat van de Kerk, dat zich voortdurend moet aanpassen aan de nieuwe noden van de tijd. Zo zullen zij altijd voortgaan met het werk des Heren, wetend, dat hun inspanning, dank zij Hem, niet vergeefs is. (1 Kor. 15, 58)[[b:1 Kor. 15, 58]]
Het heilige Concilie doet daarom in naam van de Heer een dringend beroep op alle leken, om bereidwillig, edelmoedig en met elan gehoor te geven aan de stem van Christus, die hen op dit moment met grote aandrang uitnodigt, en aan de stuwing van de Heilige Geest.
Mogen vooral de jongeren zich bewust zijn, dat deze oproep hen geldt en mogen zij energiek en met heel hun hart er gevolg aangeven. De Heer zelf immers nodigt door deze heilige Synode alle leken opnieuw uit, om zich steeds inniger met Hem te verenigen, om zijn gevoelens tot de hunne te maken. (Fil. 2, 5)[[b:Fil. 2, 5]] en deel te nemen aan zijn heilszending. Hij zendt hen opnieuw naar alle steden en plaatsen, waarheen Hij zelf van pan is te gaan (Lc. 10, 1)[[b:Lc. 10, 1]], opdat zij zijn medewerkers worden in de verschillende vormen en methoden van het éne apostolaat van de Kerk, dat zich voortdurend moet aanpassen aan de nieuwe noden van de tijd. Zo zullen zij altijd voortgaan met het werk des Heren, wetend, dat hun inspanning, dank zij Hem, niet vergeefs is. (1 Kor. 15, 58)[[b:1 Kor. 15, 58]]
Referenties naar alinea 33: 1
Christifideles laici ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- HOOFDSTUK 8 Afsluiting
34
Dit alles, tot in alle onderdelen, wat in dit decreet is vastgelegd, heeft de instemming van de Vaders van het heilig Concilie[d:4]. En wij, krachtens het apostolisch gezag, door Christus aan ons verleend, geven, samen met de Concilievaders, de Heilige Geest daaraan onze goedkeuring, bepalen het en stellen het vast, en wij bevelen datgene, wat aldus door de Synode is vastgesteld, tot Gods glorie te promulgeren. Wat betreft de datum van ingang van de wet, die bepaald was op 29 juni
Rome, bij Sint- Pieter, 18 november 1965.
Ik, PAULUS, bisschop van de Katholieke Kerk.
Referenties naar alinea 34: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaReferenties naar dit document: 11
Open uitgebreid overzichthttps://rkdocumenten.nl/toondocument/653-apostolicam-actuositatem-nl