Codex van de canones van de Oosterse Kerken
x
Gebruik de knoppen om door de historische teksten te lopen:
Informatie over dit document
Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium
Codex van de canones van de Oosterse Kerken
Op gezag van Johannes Paulus pp. II afgekondigd
1 oktober 1991
Canoniek Recht - Codices
Vertaling onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse Bisschoppenconferentie
Basisvertaling (inclusief aanpassingen tot 2019) verzorgd door dr. mr. A.P.H. Meijers (oud-hoofddocent canoniek recht, School of Catholic Theology, Tilburg University)
met ondersteuning van een latinisten-comité: dr. J.J. M. Meijers en drs. F.A. van de Roer en de neerlandica drs. A.M.C.B. de Jong.
censor-ad hoc: prof. dr. Philippe Hallein, Pontificio Istituto Orientale (Rome)
Aanpassingen vanaf 2020 zijn verzorgd door prof. dr. Philippe Hallein, Pontificio Istituto Orientale (Rome)
Naar deze Nederlandstalige versie wordt de Latijnse tekst vervangen. Niet in het Nederlands vertaalde gedeelten, zijn vooralsnog in de Latijnse versie gehandhaafd, met name teksten die onderhevig zijn geweest aan wetswijzigingen.
Canonnummers in de titels van de inhoudsopgave: redactie
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten worden ontleend.
Alle onderlinge technische referenties: redactie
Randverwijzingen zijn in principe gebaseerd naar de actuele versie van een canon(gedeelte). Technisch is het (nog) niet mogelijk daar de versieverschillen inzichtelijk te maken.
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Aanwijzingen voor het gebruik van de versie op deze site
De margenummers (blauwe nummers met een link) links van de tekst onder het alineanummer ("canonnummer") zijn door de redactie aangebracht en verwijzen naar die alinea(s) ("canon(es)") waar naar deze betreffende alinea ("canon") verwezen wordt.
Voorts zijn de overige toevoegingen, links e.d. conform de gebruikelijke technieken van deze site.
Successievelijke aanpassingen zijn gedaan conform de onderliggende decreten die verantwoord zijn bij de "Notities bij deze alinea" (klik op de canontekst en in de inschuivende rechterbalk staat de info). Ook aan de vertalingen van deze ingewerkte teksten kunnen geen rechten ontleend worden
Toevoeging van welke canonnummers individuele ingangen van de inhoudsopgave bestrijken is eveneens van de redactie van deze site.
Randverwijzingnummers (door de redactie toegevoegd) worden nog aangepast om te verwijzen naar de laatste versie van de canones (en deze gaan dus niet terug op een eerdere tekstversie van een canon.)
Referenties vanuit andere documenten zijn nog niet allemaal aangepast, maar reflecteren een link naar een canonnummer van ten tijde van het document waaruit naar de Codex verwezen wordt.
Tijdelijke Aanwijzing voor de techniek en redactie:
260205: Eerdere wijzigingen conform [1707] Ad Tuendam moeten nog ingebracht worden.
Canon 256, 1035, 1371 (§§ 3 en 4 vervallen) en 1373 (§§ 3 en 4 afsplitsen) en 574-2743 (1 alinea toevoegen), can. 1443 / 574-3168 (4 extra alinea's toevoegen) en can. 1446 / 574-3172 (4 extra alinea's toevoegen) en can. 1449 (6 extra alinea's toevoegen) moeten nog gesplitst worden.
Zie de gebruiksvoorwaarden van de documenten
Basisvertaling (inclusief aanpassingen tot 2019) verzorgd door dr. mr. A.P.H. Meijers (oud-hoofddocent canoniek recht, School of Catholic Theology, Tilburg University)
met ondersteuning van een latinisten-comité: dr. J.J. M. Meijers en drs. F.A. van de Roer en de neerlandica drs. A.M.C.B. de Jong.
censor-ad hoc: prof. dr. Philippe Hallein, Pontificio Istituto Orientale (Rome)
Aanpassingen vanaf 2020 zijn verzorgd door prof. dr. Philippe Hallein, Pontificio Istituto Orientale (Rome)
Naar deze Nederlandstalige versie wordt de Latijnse tekst vervangen. Niet in het Nederlands vertaalde gedeelten, zijn vooralsnog in de Latijnse versie gehandhaafd, met name teksten die onderhevig zijn geweest aan wetswijzigingen.
Canonnummers in de titels van de inhoudsopgave: redactie
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten worden ontleend.
Alle onderlinge technische referenties: redactie
Randverwijzingen zijn in principe gebaseerd naar de actuele versie van een canon(gedeelte). Technisch is het (nog) niet mogelijk daar de versieverschillen inzichtelijk te maken.
Aan de hier gepubliceerde versie kunnen geen rechten ontleend worden
Aanwijzingen voor het gebruik van de versie op deze site
De margenummers (blauwe nummers met een link) links van de tekst onder het alineanummer ("canonnummer") zijn door de redactie aangebracht en verwijzen naar die alinea(s) ("canon(es)") waar naar deze betreffende alinea ("canon") verwezen wordt.
Voorts zijn de overige toevoegingen, links e.d. conform de gebruikelijke technieken van deze site.
Successievelijke aanpassingen zijn gedaan conform de onderliggende decreten die verantwoord zijn bij de "Notities bij deze alinea" (klik op de canontekst en in de inschuivende rechterbalk staat de info). Ook aan de vertalingen van deze ingewerkte teksten kunnen geen rechten ontleend worden
Toevoeging van welke canonnummers individuele ingangen van de inhoudsopgave bestrijken is eveneens van de redactie van deze site.
Randverwijzingnummers (door de redactie toegevoegd) worden nog aangepast om te verwijzen naar de laatste versie van de canones (en deze gaan dus niet terug op een eerdere tekstversie van een canon.)
Referenties vanuit andere documenten zijn nog niet allemaal aangepast, maar reflecteren een link naar een canonnummer van ten tijde van het document waaruit naar de Codex verwezen wordt.
Tijdelijke Aanwijzing voor de techniek en redactie:
260205: Eerdere wijzigingen conform [1707] Ad Tuendam moeten nog ingebracht worden.
Canon 256, 1035, 1371 (§§ 3 en 4 vervallen) en 1373 (§§ 3 en 4 afsplitsen) en 574-2743 (1 alinea toevoegen), can. 1443 / 574-3168 (4 extra alinea's toevoegen) en can. 1446 / 574-3172 (4 extra alinea's toevoegen) en can. 1449 (6 extra alinea's toevoegen) moeten nog gesplitst worden.
Zie de gebruiksvoorwaarden van de documenten
1 oktober 1991
Dr. mr. A.P.H. Meijers
14-09-2026
574
nl
Taalopties voor dit document
Referenties naar dit document: 176
Open uitgebreid overzichtReferenties naar dit document van thema's en berichten
Open uitgebreid overzichtExtra opties voor dit document
Kopieer document-URL naar klembord Reageer op dit document Deel op social mediaInhoudsopgave
Uitklappen
- INLEIDENDE CANONES (Cann. 1-6)
1
Can. 1
De canones van deze Codex betreffen alle en alleen de katholieke Oosterse Kerken, tenzij, wat de betrekkingen met de Latijnse Kerk betreft, anders uitdrukkelijk wordt bepaald.
De canones van deze Codex betreffen alle en alleen de katholieke Oosterse Kerken, tenzij, wat de betrekkingen met de Latijnse Kerk betreft, anders uitdrukkelijk wordt bepaald.
Referenties naar alinea 1: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
2
Can. 2
De canones van de Codex, waarin meestal het oude recht van de Oosterse Kerken wordt opgenomen of aangepast, moeten in het bijzonder vanuit dat recht worden beoordeeld.
De canones van de Codex, waarin meestal het oude recht van de Oosterse Kerken wordt opgenomen of aangepast, moeten in het bijzonder vanuit dat recht worden beoordeeld.
Referenties naar alinea 2: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
3
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Can. 3
De Codex, ook al verwijst hij dikwijls naar voorschriften van de liturgische boeken, beslist meestal niet over de liturgie; daarom moeten deze voorschriften oprecht in acht genomen worden, tenzij ze met de canones van de Codex strijdig zijn.
De Codex, ook al verwijst hij dikwijls naar voorschriften van de liturgische boeken, beslist meestal niet over de liturgie; daarom moeten deze voorschriften oprecht in acht genomen worden, tenzij ze met de canones van de Codex strijdig zijn.
Referenties naar alinea 3: 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
4
Can. 4
De canones van de Codex heffen de door de Heilige Stoel aangegane dan wel goedgekeurde overeenkomsten met naties of andere politieke gemeenschappen niet op en maken er geen inbreuk op; deze zullen daarom zoals op dit moment blijven gelden niettegenstaande strijdige voorschriften van de Codex.
De canones van de Codex heffen de door de Heilige Stoel aangegane dan wel goedgekeurde overeenkomsten met naties of andere politieke gemeenschappen niet op en maken er geen inbreuk op; deze zullen daarom zoals op dit moment blijven gelden niettegenstaande strijdige voorschriften van de Codex.
Referenties naar alinea 4: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
5
Can. 5
Verworven rechten en ook privileges, die, door de Apostolische Stoel tot op heden aan natuurlijke of rechtspersonen verleend, in gebruik zijn en niet zijn herroepen, blijven onverlet, tenzij ze door de canones van de Codex uitdrukkelijk worden herroepen.
Verworven rechten en ook privileges, die, door de Apostolische Stoel tot op heden aan natuurlijke of rechtspersonen verleend, in gebruik zijn en niet zijn herroepen, blijven onverlet, tenzij ze door de canones van de Codex uitdrukkelijk worden herroepen.
Referenties naar alinea 5: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
6
Can. 6
Bij het van kracht worden van de Codex:
Bij het van kracht worden van de Codex:
Referenties naar alinea 6: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° zijn alle wetten van het gemene recht of het particulier recht opgeheven, die met de canones van de Codex strijdig zijn dan wel die een materie betreffen, die in de Codex opnieuw is geregeld;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° zijn alle gewoonten herroepen, die door de canones van de Codex worden verworpen dan wel die daarmee strijdig zijn en niet honderdjarig of onheuglijk.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL I - Over de christengelovigen en de rechten en de plichten van hen allen (cann. 7-26)
7
Can. 7
§ 1. Christengelovigen zijn zij, die door middel van het doopsel in Christus ingelijfd tot het volk Gods gemaakt zijn en om deze reden op hun wijze deelhebbend aan de priesterlijke, profetische en koninklijke taak van Christus overeenkomstig ieders eigen positie geroepen worden om de zending uit te voeren, die God aan de Kerk ter vervulling in de wereld heeft toevertrouwd.
§ 1. Christengelovigen zijn zij, die door middel van het doopsel in Christus ingelijfd tot het volk Gods gemaakt zijn en om deze reden op hun wijze deelhebbend aan de priesterlijke, profetische en koninklijke taak van Christus overeenkomstig ieders eigen positie geroepen worden om de zending uit te voeren, die God aan de Kerk ter vervulling in de wereld heeft toevertrouwd.
Referenties naar alinea 7: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deze Kerk, in deze wereld als een gemeenschap ingesteld en geordend, bestaat in de katholieke Kerk, door de opvolger van Petrus en door de Bisschoppen in gemeenschap met hem bestuurd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
8
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Can. 8
In volle gemeenschap met de katholieke Kerk hier op aarde zijn die gedoopten, die in haar zichtbare verband met Christus worden verbonden door de banden van de geloofsbelijdenis, van de sacramenten en van het kerkelijk bestuur.
In volle gemeenschap met de katholieke Kerk hier op aarde zijn die gedoopten, die in haar zichtbare verband met Christus worden verbonden door de banden van de geloofsbelijdenis, van de sacramenten en van het kerkelijk bestuur.
Referenties naar alinea 8: 2
Oecumenisch Directorium ->=geentekst=De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
9
Can. 9
§ 1. Op een bijzondere wijze worden met de Kerk verbonden de catechumenen die, door de Heilige Geest bewogen, met expliciete wil nastreven om daarin te worden ingelijfd, en daarom door deze wil zelf en door het leven van geloof, hoop en liefde, dat zij leiden, worden verbonden met de Kerk, die hen reeds als de haren koestert.
§ 1. Op een bijzondere wijze worden met de Kerk verbonden de catechumenen die, door de Heilige Geest bewogen, met expliciete wil nastreven om daarin te worden ingelijfd, en daarom door deze wil zelf en door het leven van geloof, hoop en liefde, dat zij leiden, worden verbonden met de Kerk, die hen reeds als de haren koestert.
Referenties naar alinea 9: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bijzondere zorg voor de catechumenen heeft de Kerk, die, terwijl zij hen uitnodigt tot het leiden van een evangelisch leven en hen inleidt in de deelname aan de Goddelijke Liturgie, de sacramenten en de goddelijke getijden, aan hen reeds verschillende voorrechten verleent, die de christenen eigen zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
10
Can. 10
Het woord Gods aanhangend en aan het levend authentiek leergezag van de Kerk vasthoudend, zijn de christengelovigen gehouden het geloof, tegen een onmetelijke prijs door de voorvaderen beschermd en overgeleverd, onverkort te bewaren en openlijk te belijden en het eveneens zowel door de beoefening beter te begrijpen als ook in werken van caritas vruchtbaar te maken.
Het woord Gods aanhangend en aan het levend authentiek leergezag van de Kerk vasthoudend, zijn de christengelovigen gehouden het geloof, tegen een onmetelijke prijs door de voorvaderen beschermd en overgeleverd, onverkort te bewaren en openlijk te belijden en het eveneens zowel door de beoefening beter te begrijpen als ook in werken van caritas vruchtbaar te maken.
Referenties naar alinea 10: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
11
Can. 11
Tussen alle christengelovigen op grond juist van hun wedergeboorte in Christus geldt een ware gelijkheid met betrekking tot waardigheid en handelen, waardoor zij allen overeenkomstig ieders eigen positie en taak tot de opbouw van het Lichaam van Christus samenwerken.
Tussen alle christengelovigen op grond juist van hun wedergeboorte in Christus geldt een ware gelijkheid met betrekking tot waardigheid en handelen, waardoor zij allen overeenkomstig ieders eigen positie en taak tot de opbouw van het Lichaam van Christus samenwerken.
Referenties naar alinea 11: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
12
Can. 12
§ 1. De Christengelovigen zijn verplicht om in ieders eigen wijze van handelen altijd de gemeenschap met de Kerk te bewaren.
§ 1. De Christengelovigen zijn verplicht om in ieders eigen wijze van handelen altijd de gemeenschap met de Kerk te bewaren.
Referenties naar alinea 12: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Met grote zorgvuldigheid dienen zij de plichten te vervullen, waaraan zij jegens de universele Kerk en de eigen Kerk sui iuris gehouden zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
13
Can. 13
Alle Christengelovigen moeten overeenkomstig ieders eigen positie hun krachten inzetten om een heilig leven te leiden en om de groei van de Kerk en haar voortdurende heiliging te bevorderen.
Alle Christengelovigen moeten overeenkomstig ieders eigen positie hun krachten inzetten om een heilig leven te leiden en om de groei van de Kerk en haar voortdurende heiliging te bevorderen.
Referenties naar alinea 13: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
14
406
406
Can. 14
Alle Christengelovigen hebben het recht en de plicht om zich extra moeite te getroosten, dat de goddelijke heilsboodschap alle mensen van alle tijden en van de gehele wereld meer en meer bereikt.
Alle Christengelovigen hebben het recht en de plicht om zich extra moeite te getroosten, dat de goddelijke heilsboodschap alle mensen van alle tijden en van de gehele wereld meer en meer bereikt.
Referenties naar alinea 14: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
15
Can. 15
§ 1. Hetgeen de Herders van de Kerk, Christus vertegenwoordigend, als leraren van het geloof verklaren dan wel als bestuurders van de Kerk bepalen, zijn de Christengelovigen, zich van hun eigen verantwoordelijkheid bewust, gehouden met christelijke gehoorzaamheid te volgen.
§ 1. Hetgeen de Herders van de Kerk, Christus vertegenwoordigend, als leraren van het geloof verklaren dan wel als bestuurders van de Kerk bepalen, zijn de Christengelovigen, zich van hun eigen verantwoordelijkheid bewust, gehouden met christelijke gehoorzaamheid te volgen.
Referenties naar alinea 15: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Christengelovigen komt het onverkort toe om hun behoeften, vooral de geestelijke, en hun wensen aan de Herders van de Kerk kenbaar te maken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. In overeenstemming met de kennis, de kundigheid en het aanzien, waarover zij beschikken, hebben zij het recht, ja zelfs ook soms de plicht, om hun mening over dat, wat het welzijn van de Kerk aangaat, aan de Herders van de Kerk duidelijk te maken en deze, met behoud van de zuiverheid van het geloof en de zeden en van de eerbied jegens die Herders en gelet op het algemeen nut en de waardigheid van personen, aan de overige Christengelovigen bekend te maken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
16
Can. 16
De Christengelovigen hebben het recht om uit de geestelijke goederen van de Kerk, vooral uit het woord Gods en de sacramenten, hulp van de Herders van de Kerk te ontvangen.
De Christengelovigen hebben het recht om uit de geestelijke goederen van de Kerk, vooral uit het woord Gods en de sacramenten, hulp van de Herders van de Kerk te ontvangen.
Referenties naar alinea 16: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
17
Can. 17
De Christengelovigen hebben het recht om de goddelijke eredienst overeenkomstig de voorschriften van de eigen Kerk sui iuris te vervullen en om een eigen vorm van geestelijk leven te leiden met de leer natuurlijk van de Kerk overeenstemmend.
De Christengelovigen hebben het recht om de goddelijke eredienst overeenkomstig de voorschriften van de eigen Kerk sui iuris te vervullen en om een eigen vorm van geestelijk leven te leiden met de leer natuurlijk van de Kerk overeenstemmend.
Referenties naar alinea 17: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
18
574
574
Can. 18
Het komt de Christengelovigen onverkort toe om vrijelijk verenigingen te stichten en te leiden tot doelen van caritas of vroomheid dan wel ter begunstiging van de christelijke roeping in de wereld en om bijeenkomsten te houden om die doelen gemeenschappelijk na te streven.
Het komt de Christengelovigen onverkort toe om vrijelijk verenigingen te stichten en te leiden tot doelen van caritas of vroomheid dan wel ter begunstiging van de christelijke roeping in de wereld en om bijeenkomsten te houden om die doelen gemeenschappelijk na te streven.
Referenties naar alinea 18: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
19
Can. 19
Alle Christengelovigen, daar zij immers aan de zending van de Kerk deelnemen, hebben het recht om met eigen initiatieven het apostolisch handelen te bevorderen of te ondersteunen overeenkomstig ieders eigen staat en positie; geen enkel initiatief echter mag het predicaat katholiek voor zich opeisen, tenzij met de instemming van het bevoegd kerkelijk gezag.
Alle Christengelovigen, daar zij immers aan de zending van de Kerk deelnemen, hebben het recht om met eigen initiatieven het apostolisch handelen te bevorderen of te ondersteunen overeenkomstig ieders eigen staat en positie; geen enkel initiatief echter mag het predicaat katholiek voor zich opeisen, tenzij met de instemming van het bevoegd kerkelijk gezag.
Referenties naar alinea 19: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
20
Can. 20
De Christengelovigen, daar zij immers door het doopsel worden geroepen om een leven te leiden met de evangelische leer overeenstemmend, hebben recht op een christelijke opvoeding, waarmee zij naar behoren onderricht moeten worden om de rijpheid van de menselijke persoon na te streven en tegelijk om het heilsmysterie te leren kennen en te beleven.
De Christengelovigen, daar zij immers door het doopsel worden geroepen om een leven te leiden met de evangelische leer overeenstemmend, hebben recht op een christelijke opvoeding, waarmee zij naar behoren onderricht moeten worden om de rijpheid van de menselijke persoon na te streven en tegelijk om het heilsmysterie te leren kennen en te beleven.
Referenties naar alinea 20: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
21
Can. 21
Wie zich op de gewijde wetenschappen toeleggen, genieten een rechtmatige vrijheid om onderzoek te doen en eveneens om hun mening met wijsheid kenbaar te maken in die zaken, waarin zij deskundigheid hebben, met inachtneming van de verschuldigde volgzaamheid jegens het leergezag van de Kerk.
Wie zich op de gewijde wetenschappen toeleggen, genieten een rechtmatige vrijheid om onderzoek te doen en eveneens om hun mening met wijsheid kenbaar te maken in die zaken, waarin zij deskundigheid hebben, met inachtneming van de verschuldigde volgzaamheid jegens het leergezag van de Kerk.
Referenties naar alinea 21: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
22
Can. 22
Alle Christengelovigen hebben het recht om van welke dwang dan ook gevrijwaard te zijn in het kiezen van hun levensstaat.
Alle Christengelovigen hebben het recht om van welke dwang dan ook gevrijwaard te zijn in het kiezen van hun levensstaat.
Referenties naar alinea 22: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
23
Can. 23
Niemand is het geoorloofd de goede faam die iemand geniet, onwettig te schaden en evenmin het recht van enige persoon op het beschermen van de eigen levenssfeer te schenden.
Niemand is het geoorloofd de goede faam die iemand geniet, onwettig te schaden en evenmin het recht van enige persoon op het beschermen van de eigen levenssfeer te schenden.
Referenties naar alinea 23: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
24
Can. 24
§ 1. De Christengelovigen komt het toe om de rechten die ze in de Kerk hebben, wettig op te eisen en te verdedigen in het kerkelijk bevoegd bereik volgens de norm van het recht.
§ 1. De Christengelovigen komt het toe om de rechten die ze in de Kerk hebben, wettig op te eisen en te verdedigen in het kerkelijk bevoegd bereik volgens de norm van het recht.
Referenties naar alinea 24: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Christengelovigen hebben ook het recht om, als ze door het bevoegd gezag tot een rechtsgeding worden opgeroepen, te worden berecht met inachtneming van de voorschriften van het recht, die met billijkheid moeten worden toegepast.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Christengelovigen hebben het recht om niet met canonieke straffen te worden gestraft tenzij volgens de norm van de wet.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
25
Can. 25
§ 1. De Christengelovigen zijn verplicht aan de noden van de Kerk tegemoet te komen, opdat deze ter beschikking staat, wat voor de doelen die haar eigen zijn, vooral voor de goddelijke eredienst, voor de werken van apostolaat en caritas en voor het passend onderhoud van de bedienaren, noodzakelijk is.
§ 1. De Christengelovigen zijn verplicht aan de noden van de Kerk tegemoet te komen, opdat deze ter beschikking staat, wat voor de doelen die haar eigen zijn, vooral voor de goddelijke eredienst, voor de werken van apostolaat en caritas en voor het passend onderhoud van de bedienaren, noodzakelijk is.
Referenties naar alinea 25: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Zij zijn ook verplicht de sociale gerechtigheid te bevorderen en eveneens uit eigen inkomsten de armen bij te staan het gebod van de Heer indachtig.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
26
Can. 26
§ 1. Bij het uitoefenen van hun eigen rechten moeten de Christengelovigen, zowel afzonderlijk als ook in verenigingen verzameld, rekening houden met het algemeen welzijn van de Kerk en eveneens met de rechten van anderen en met hun eigen plichten jegens anderen.
§ 1. Bij het uitoefenen van hun eigen rechten moeten de Christengelovigen, zowel afzonderlijk als ook in verenigingen verzameld, rekening houden met het algemeen welzijn van de Kerk en eveneens met de rechten van anderen en met hun eigen plichten jegens anderen.
Referenties naar alinea 26: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het kerkelijk gezag komt het toe om met het oog op het algemeen welzijn de uitoefening van de rechten, die de Christengelovigen eigen zijn, te sturen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL II - Over de Kerken sui iuris en over de ritussen (cann. 27-41)
27
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Can. 27
Een groep van Christengelovigen, door de hiërarchie volgens de norm van het recht verbonden, die het hoogste gezag van de Kerk uitdrukkelijk of stilzwijgend als sui iuris erkent, wordt in deze Codex een Kerk sui iuris genoemd.
Een groep van Christengelovigen, door de hiërarchie volgens de norm van het recht verbonden, die het hoogste gezag van de Kerk uitdrukkelijk of stilzwijgend als sui iuris erkent, wordt in deze Codex een Kerk sui iuris genoemd.
Referenties naar alinea 27: 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
28
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 28
§1. Een ritus is het liturgisch, theologisch, geestelijk en disciplinair erfgoed, door de cultuur en de omstandigheden van de geschiedenis van de volkeren onderscheiden, dat tot uitdrukking wordt gebracht door de wijze van geloofsbeleving aan iedere Kerk sui iuris afzonderlijk eigen.
§1. Een ritus is het liturgisch, theologisch, geestelijk en disciplinair erfgoed, door de cultuur en de omstandigheden van de geschiedenis van de volkeren onderscheiden, dat tot uitdrukking wordt gebracht door de wijze van geloofsbeleving aan iedere Kerk sui iuris afzonderlijk eigen.
Referenties naar alinea 28: 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De ritussen, waarover het in de Codex gaat, zijn, tenzij anders vaststaat, die, welke voortkomen uit de tradities van Alexandrië, Antiochië, Armenië, Chaldea en Constantinopel.
Referenties naar deze alinea: 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk I - Over de opname in enige Kerk sui iuris (cann. 29-38)
29
Can. 29
§ 1. Een kind dat zijn veertiende levensjaar nog niet voltooid heeft, wordt door middel van het Doopsel opgenomen in de Kerk sui iuris, waarin de katholieke vader opgenomen is; als evenwel alleen de moeder katholiek is dan wel als beide ouders met eendrachtige wil erom verzoeken, wordt het opgenomen in de Kerk sui iuris, waartoe de moeder behoort met behoud van het particulier recht door de Apostolische Stoel bepaald.
§ 1. Een kind dat zijn veertiende levensjaar nog niet voltooid heeft, wordt door middel van het Doopsel opgenomen in de Kerk sui iuris, waarin de katholieke vader opgenomen is; als evenwel alleen de moeder katholiek is dan wel als beide ouders met eendrachtige wil erom verzoeken, wordt het opgenomen in de Kerk sui iuris, waartoe de moeder behoort met behoud van het particulier recht door de Apostolische Stoel bepaald.
Referenties naar alinea 29: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als echter een kind dat zijn veertiende levensjaar nog niet voltooid heeft:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° uit een ongehuwde moeder geboren is, wordt het opgenomen in de Kerk sui iuris, waartoe de moeder behoort;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° van onbekende ouders is, wordt het opgenomen in de Kerk sui iuris, waarin degenen opgenomen zijn, aan wier zorg het wettig is toevertrouwd; als het evenwel om een adopterende vader en moeder gaat, dient § 1[574|+45] te worden toegepast;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° van niet-gedoopte ouders is, wordt het opgenomen in de Kerk sui iuris, waartoe diegene behoort, die de opvoeding ervan in het katholieke geloof op zich genomen heeft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
30
588
588
Can. 30
Iedere mogelijke dopeling die het veertiende levensjaar heeft voltooid, kan vrijelijk welke Kerk sui iuris dan ook uitkiezen, waarin hij door middel van het daarin ontvangen Doopsel wordt opgenomen met behoud van het particulier recht door de Apostolische Stoel bepaald.
Iedere mogelijke dopeling die het veertiende levensjaar heeft voltooid, kan vrijelijk welke Kerk sui iuris dan ook uitkiezen, waarin hij door middel van het daarin ontvangen Doopsel wordt opgenomen met behoud van het particulier recht door de Apostolische Stoel bepaald.
Referenties naar alinea 30: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
31
1465
1465
Can. 31
Niemand dient het te wagen welke Christengelovige dan ook tot de overgang naar een andere Kerk sui iuris op enige wijze aan te zetten.
Niemand dient het te wagen welke Christengelovige dan ook tot de overgang naar een andere Kerk sui iuris op enige wijze aan te zetten.
Referenties naar alinea 31: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
32
Can. 32
§ 1. Niemand kan zonder de instemming van de Apostolische Stoel geldig naar een andere Kerk sui iuris overgaan.
§ 1. Niemand kan zonder de instemming van de Apostolische Stoel geldig naar een andere Kerk sui iuris overgaan.
Referenties naar alinea 32: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het evenwel gaat om een Christengelovige van een eparchie van enige Kerk sui iuris, die verzoekt om over te gaan naar een andere Kerk sui iuris die in hetzelfde territorium een eigen eparchie heeft, wordt deze instemming van de Apostolische Stoel verondersteld, mits de Eparchen van beide eparchieën schriftelijk met de overgang instemmen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
33
Can. 33
Het komt de vrouw onverkort toe om naar de Kerk sui iuris van de man over te gaan bij het vieren van het huwelijk of tijdens de duur ervan; nadat het huwelijk echter is ontbonden, kan zij vrijelijk naar de voormalige Kerk sui iuris terugkeren.
Het komt de vrouw onverkort toe om naar de Kerk sui iuris van de man over te gaan bij het vieren van het huwelijk of tijdens de duur ervan; nadat het huwelijk echter is ontbonden, kan zij vrijelijk naar de voormalige Kerk sui iuris terugkeren.
Referenties naar alinea 33: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
34
Can. 34
Als de ouders of in een gemengd huwelijk de katholieke echtgenoot naar een andere Kerk sui iuris overgaan, worden de kinderen beneden het voltooide veertiende levensjaar van rechtswege in die Kerk opgenomen; als evenwel in een huwelijk tussen katholieken slechts één van de ouders naar een andere Kerk sui iuris overgaat, gaan de kinderen alleen maar over, als beide ouders hebben ingestemd; na voltooiing evenwel van het veertiende levensjaar kunnen de kinderen naar de voormalige Kerk sui iuris terugkeren.
Als de ouders of in een gemengd huwelijk de katholieke echtgenoot naar een andere Kerk sui iuris overgaan, worden de kinderen beneden het voltooide veertiende levensjaar van rechtswege in die Kerk opgenomen; als evenwel in een huwelijk tussen katholieken slechts één van de ouders naar een andere Kerk sui iuris overgaat, gaan de kinderen alleen maar over, als beide ouders hebben ingestemd; na voltooiing evenwel van het veertiende levensjaar kunnen de kinderen naar de voormalige Kerk sui iuris terugkeren.
Referenties naar alinea 34: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
35
Can. 35
Niet-katholieke gedoopten die tot volle gemeenschap met de katholieke Kerk komen, dienen de eigen ritus overal ter wereld te behouden en deze in ere te houden en naar vermogen na te leven; derhalve dienen zij in de Kerk sui iuris van dezelfde ritus te worden opgenomen met behoud van het recht om zich tot de Apostolische Stoel te wenden in bijzondere gevallen van personen, gemeenschappen of regio's.
Niet-katholieke gedoopten die tot volle gemeenschap met de katholieke Kerk komen, dienen de eigen ritus overal ter wereld te behouden en deze in ere te houden en naar vermogen na te leven; derhalve dienen zij in de Kerk sui iuris van dezelfde ritus te worden opgenomen met behoud van het recht om zich tot de Apostolische Stoel te wenden in bijzondere gevallen van personen, gemeenschappen of regio's.
Referenties naar alinea 35: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
36
Can. 36
Elke overgang naar een andere Kerk sui iuris is van kracht vanaf het moment dat de verklaring is afgelegd ten overstaan van de plaatselijk Hiërarch van die Kerk of de eigen pastoor dan wel een priester door een van beiden gedelegeerd en twee getuigen, tenzij een rescript van de Apostolische Stoel anders bepaalt.
Elke overgang naar een andere Kerk sui iuris is van kracht vanaf het moment dat de verklaring is afgelegd ten overstaan van de plaatselijk Hiërarch van die Kerk of de eigen pastoor dan wel een priester door een van beiden gedelegeerd en twee getuigen, tenzij een rescript van de Apostolische Stoel anders bepaalt.
Referenties naar alinea 36: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
37
296 §2
296 §2
Can. 37
Elke opname in enige Kerk sui iuris of overgang naar een andere Kerk sui iuris dient in het doopboek van de parochie, ook, als het geval zich voordoet, van de Latijnse Kerk, waar het Doopsel gevierd is, te worden aangetekend; als het evenwel niet mogelijk is, in een ander document dat in het parochiële archief van de eigen pastoor van de Kerk sui iuris, waarin de opname is verricht, moet worden bewaard.
Elke opname in enige Kerk sui iuris of overgang naar een andere Kerk sui iuris dient in het doopboek van de parochie, ook, als het geval zich voordoet, van de Latijnse Kerk, waar het Doopsel gevierd is, te worden aangetekend; als het evenwel niet mogelijk is, in een ander document dat in het parochiële archief van de eigen pastoor van de Kerk sui iuris, waarin de opname is verricht, moet worden bewaard.
Referenties naar alinea 37: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
38
Can. 38
De Christengelovigen van de Oosterse Kerken, ofschoon aan de zorg van een Hiërarch of een pastoor van een andere Kerk sui iuris toevertrouwd, blijven toch in de eigen Kerk sui iuris opgenomen.
De Christengelovigen van de Oosterse Kerken, ofschoon aan de zorg van een Hiërarch of een pastoor van een andere Kerk sui iuris toevertrouwd, blijven toch in de eigen Kerk sui iuris opgenomen.
Referenties naar alinea 38: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over het in acht nemen van de ritussen (cann. 39-41)
39
Can. 39
De ritussen van de oosterse Kerken als erfgoed van de universele Kerk van Christus, waarin die traditie oplicht, die vanaf de Apostelen door tussenkomst van de Vaders bestaat, en dat de goddelijke eenheid in verscheidenheid van het katholieke geloof bevestigt, dienen gewetensvol in acht genomen en bevorderd te worden.
De ritussen van de oosterse Kerken als erfgoed van de universele Kerk van Christus, waarin die traditie oplicht, die vanaf de Apostelen door tussenkomst van de Vaders bestaat, en dat de goddelijke eenheid in verscheidenheid van het katholieke geloof bevestigt, dienen gewetensvol in acht genomen en bevorderd te worden.
Referenties naar alinea 39: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
40
657 §1
880 §2
657 §1
880 §2
Can. 40
§ 1. De Hiërarchen die aan het hoofd van de Kerken sui iuris staan en alle andere Hiërarchen dienen met de grootste ijver voor de getrouwe bescherming en voor de zorgvuldige naleving van de eigen ritus te zorgen en daarin geen wijzigingen toe te staan tenzij om reden van de organische voortgang ervan, voor ogen houdend echter de wederzijdse welwillendheid en eenheid van de Christenen.
§ 1. De Hiërarchen die aan het hoofd van de Kerken sui iuris staan en alle andere Hiërarchen dienen met de grootste ijver voor de getrouwe bescherming en voor de zorgvuldige naleving van de eigen ritus te zorgen en daarin geen wijzigingen toe te staan tenzij om reden van de organische voortgang ervan, voor ogen houdend echter de wederzijdse welwillendheid en eenheid van de Christenen.
Referenties naar alinea 40: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De overige clerici en alle leden van de instituten van gewijd leven zijn gehouden de eigen ritus getrouw na te leven en eveneens van dag tot dag een grotere kennis en een volmaaktere uitoefening ervan te verwerven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Ook de overige Christengelovigen dienen de kennis en de waardering van de eigen ritus te koesteren en zij zijn gehouden die overal na te leven, tenzij door het recht iets uitgezonderd wordt.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
41
Can. 41
De Christengelovigen van welke Kerk sui iuris dan ook, ook van de Latijnse Kerk, die om reden van een ambt, bediening of taak veelvuldige betrekkingen met Christengelovigen van een andere Kerk sui iuris hebben, dienen zorgvuldig te worden onderricht in de kennis en de eredienst van de ritus van die Kerk naargelang de zwaarte van het ambt, de bediening of de taak, die ze vervullen.
De Christengelovigen van welke Kerk sui iuris dan ook, ook van de Latijnse Kerk, die om reden van een ambt, bediening of taak veelvuldige betrekkingen met Christengelovigen van een andere Kerk sui iuris hebben, dienen zorgvuldig te worden onderricht in de kennis en de eredienst van de ritus van die Kerk naargelang de zwaarte van het ambt, de bediening of de taak, die ze vervullen.
Referenties naar alinea 41: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL III - Over het hoogste gezag van de Kerk (cann. 42-54)
42
Can. 42
Zoals op voorschrift van de Heer de heilige Petrus en de overige Apostelen één College vormen, worden op gelijke wijze de Paus, de opvolger van Petrus, en de Bisschoppen, de opvolgers van de Apostelen, onderling verbonden.
Zoals op voorschrift van de Heer de heilige Petrus en de overige Apostelen één College vormen, worden op gelijke wijze de Paus, de opvolger van Petrus, en de Bisschoppen, de opvolgers van de Apostelen, onderling verbonden.
Referenties naar alinea 42: 1
Pastores Gregis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk I - Over de Paus (cann. 43-48)
43
Can. 43
De Bisschop van de Romeinse Kerk, in wie het ambt voortduurt, dat door de Heer bij uitstek aan Petrus, de eerste der Apostelen, is verleend en dat aan zijn opvolgers doorgegeven moet worden, is het hoofd van het College van Bisschoppen, Plaatsbekleder van Christus en Herder van de universele Kerk hier op aarde, die daarom krachtens zijn ambt de hoogste, volledige, onmiddellijke en universele gewone macht in de Kerk geniet, die hij altijd vrijelijk kan uitoefenen.
De Bisschop van de Romeinse Kerk, in wie het ambt voortduurt, dat door de Heer bij uitstek aan Petrus, de eerste der Apostelen, is verleend en dat aan zijn opvolgers doorgegeven moet worden, is het hoofd van het College van Bisschoppen, Plaatsbekleder van Christus en Herder van de universele Kerk hier op aarde, die daarom krachtens zijn ambt de hoogste, volledige, onmiddellijke en universele gewone macht in de Kerk geniet, die hij altijd vrijelijk kan uitoefenen.
Referenties naar alinea 43: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
44
Can. 44
§ 1. De hoogste en volledige macht in de Kerk verkrijgt de Paus door een wettige door hem aanvaarde verkiezing tezamen met de bisschoppelijke wijding; daarom verkrijgt de tot het pausschap gekozene die met het bisschoppelijk merkteken bekleed is, deze macht vanaf het moment van de aanvaarding; als evenwel de gekozene het bisschoppelijk merkteken mist, dient hij terstond tot Bisschop te worden gewijd.
§ 1. De hoogste en volledige macht in de Kerk verkrijgt de Paus door een wettige door hem aanvaarde verkiezing tezamen met de bisschoppelijke wijding; daarom verkrijgt de tot het pausschap gekozene die met het bisschoppelijk merkteken bekleed is, deze macht vanaf het moment van de aanvaarding; als evenwel de gekozene het bisschoppelijk merkteken mist, dient hij terstond tot Bisschop te worden gewijd.
Referenties naar alinea 44: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het gebeurt, dat de Paus van zijn ambt terugtreedt, wordt voor de geldigheid vereist, dat de terugtreding vrijwillig wordt gedaan en naar behoren duidelijk wordt gemaakt, niet evenwel, dat zij door wie dan ook wordt aanvaard.
Referenties naar deze alinea: 1
Universi Dominici Gregis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
45
Can. 45
§ 1. De Paus geniet krachtens zijn ambt niet alleen de macht ten opzichte van de universele Kerk, maar ook bezit hij over alle eparchieën en groeperingen ervan het principaat van de gewone macht, waardoor juist de eigen, gewone en onmiddellijke macht zowel wordt versterkt als ook gehandhaafd, die de Bisschoppen ten opzichte van de aan hun zorg toevertrouwde eparchie hebben.
§ 1. De Paus geniet krachtens zijn ambt niet alleen de macht ten opzichte van de universele Kerk, maar ook bezit hij over alle eparchieën en groeperingen ervan het principaat van de gewone macht, waardoor juist de eigen, gewone en onmiddellijke macht zowel wordt versterkt als ook gehandhaafd, die de Bisschoppen ten opzichte van de aan hun zorg toevertrouwde eparchie hebben.
Referenties naar alinea 45: 1
X. La natura giuridica e l’estensione della «recognitio» della Santa Sede ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Paus is in de vervulling van zijn ambt van hoogste Herder van de universele Kerk altijd door de gemeenschap met de overige Bisschoppen ja zelfs ook met de universele Kerk verbonden; hij heeft echter het recht om overeenkomstig de noden van de Kerk de wijze, hetzij persoonlijk hetzij collegiaal, van uitoefening van dit ambt vast te stellen.
Referenties naar deze alinea: 1
X. La natura giuridica e l’estensione della «recognitio» della Santa Sede ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Tegen een sententie of een decreet van de Paus is geen appel en geen bezwaar mogelijk.
Referenties naar deze alinea: 1
X. La natura giuridica e l’estensione della «recognitio» della Santa Sede ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
46
Can. 46
§ 1. In de uitoefening van zijn ambt staan de Bisschoppen de Paus bij, die hem in samenwerking op verschillende wijzen van dienst kunnen zijn, waaronder de Synode van Bisschoppen; verder bieden hem hulp de Kardinalen, de Romeinse Curie, de pauselijk Legaten en eveneens andere personen en ook verschillende instituten overeenkomstig de behoeften der tijden; al deze personen en instituten vervullen in zijn naam en op zijn gezag de aan hen toevertrouwde taak tot welzijn van alle Kerken overeenkomstig de normen door de Paus zelf bepaald.
§ 1. In de uitoefening van zijn ambt staan de Bisschoppen de Paus bij, die hem in samenwerking op verschillende wijzen van dienst kunnen zijn, waaronder de Synode van Bisschoppen; verder bieden hem hulp de Kardinalen, de Romeinse Curie, de pauselijk Legaten en eveneens andere personen en ook verschillende instituten overeenkomstig de behoeften der tijden; al deze personen en instituten vervullen in zijn naam en op zijn gezag de aan hen toevertrouwde taak tot welzijn van alle Kerken overeenkomstig de normen door de Paus zelf bepaald.
Referenties naar alinea 46: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Van de Patriarchen en de overige Hiërarchen, die aan het hoofd van de Kerken sui iuris staan, wordt de deelname in de Synode van Bisschoppen beheerst door de bijzondere normen door de Paus zelf bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
47
Can. 47
Bij vacatie dan wel gehele verhindering van de Romeinse Stoel dient niets in het bestuur van de universele Kerk te worden vernieuwd; de bijzondere wetten die voor deze omstandigheden zijn uitgevaardigd, dienen echter in acht genomen te worden.
Bij vacatie dan wel gehele verhindering van de Romeinse Stoel dient niets in het bestuur van de universele Kerk te worden vernieuwd; de bijzondere wetten die voor deze omstandigheden zijn uitgevaardigd, dienen echter in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 47: 1
Universi Dominici Gregis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
48
Can. 48
Onder de naam Apostolische Stoel of Heilige Stoel in deze Codex vallen niet alleen de Paus, maar ook, tenzij anders door het recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat, de Dicasteries en de andere instituten van de Romeinse Curie.
Onder de naam Apostolische Stoel of Heilige Stoel in deze Codex vallen niet alleen de Paus, maar ook, tenzij anders door het recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat, de Dicasteries en de andere instituten van de Romeinse Curie.
Referenties naar alinea 48: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over het College van Bisschoppen (cann. 49-54)
49
Can. 49
Het College van Bisschoppen, waarvan het hoofd de Paus is en waarvan de leden de Bisschoppen zijn krachtens sacramentele wijding en door de hiërarchische gemeenschap met het hoofd van het College en met de leden en waarin het apostolisch lichaam bestendig voortduurt, vormt tezamen met zijn hoofd en nooit zonder dit hoofd ook het subject van de hoogste en volledige macht ten opzichte van de universele Kerk.
Het College van Bisschoppen, waarvan het hoofd de Paus is en waarvan de leden de Bisschoppen zijn krachtens sacramentele wijding en door de hiërarchische gemeenschap met het hoofd van het College en met de leden en waarin het apostolisch lichaam bestendig voortduurt, vormt tezamen met zijn hoofd en nooit zonder dit hoofd ook het subject van de hoogste en volledige macht ten opzichte van de universele Kerk.
Referenties naar alinea 49: 1
Pastores Gregis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
50
Can. 50
§ 1. De macht ten opzichte van de universele Kerk oefent het College van Bisschoppen op plechtige wijze uit op een Oecumenisch Concilie.
§ 1. De macht ten opzichte van de universele Kerk oefent het College van Bisschoppen op plechtige wijze uit op een Oecumenisch Concilie.
Referenties naar alinea 50: 1
Pastores Gregis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Dezelfde macht oefent het College van Bisschoppen uit door middel van een verenigde handeling van de over de wereld verspreide Bisschoppen, die als zodanig door de Paus is opgelegd dan wel vrijelijk is aanvaard zo, dat een ware collegiale handeling tot stand wordt gebracht.
Referenties naar deze alinea: 1
Pastores Gregis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Paus is bevoegd overeenkomstig de noden van de Kerk de wijzen uit te kiezen en te bevorderen, waarop het College van Bisschoppen zijn taak ten opzichte van de universele Kerk collegiaal uitoefent.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
51
Can. 51
§ 1. Alleen de Paus is bevoegd een Oecumenisch Concilie bijeen te roepen, dit persoonlijk of door tussenkomst van anderen voor te zitten, eveneens het Concilie te verplaatsen, op te schorten of te ontbinden en de decreten ervan te bekrachtigen.
§ 1. Alleen de Paus is bevoegd een Oecumenisch Concilie bijeen te roepen, dit persoonlijk of door tussenkomst van anderen voor te zitten, eveneens het Concilie te verplaatsen, op te schorten of te ontbinden en de decreten ervan te bekrachtigen.
Referenties naar alinea 51: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deze Paus is bevoegd de op een Oecumenisch Concilie te behandelen zaken vast te stellen en de op dit Concilie in acht te nemen gang van zaken in te richten; aan de door de Paus voorgelegde vraagpunten kunnen de Vaders van het Oecumenisch Concilie andere toevoegen, die door deze Paus moeten worden goedgekeurd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
52
Can. 52
§ 1. Alle en alleen de Bisschoppen die lid zijn van het College van Bisschoppen, hebben het recht en de plicht om bij een Oecumenisch Concilie met beslissend stemrecht aanwezig te zijn.
§ 1. Alle en alleen de Bisschoppen die lid zijn van het College van Bisschoppen, hebben het recht en de plicht om bij een Oecumenisch Concilie met beslissend stemrecht aanwezig te zijn.
Referenties naar alinea 52: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tot een Oecumenisch Concilie kunnen bovendien enkele personen die niet met de bisschoppelijke waardigheid zijn bekleed, worden opgeroepen door het hoogste gezag van de Kerk, dat bevoegd is hun rol op het Concilie vast te stellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
53
Can. 53
Als het gebeurt, dat de Apostolische Stoel tijdens de viering van een Oecumenisch Concilie vacant wordt, wordt dit van rechtswege onderbroken, totdat de nieuwe Paus zal hebben bevolen, dat het Oecumenisch Concilie wordt voortgezet dan wel het zal hebben ontbonden.
Als het gebeurt, dat de Apostolische Stoel tijdens de viering van een Oecumenisch Concilie vacant wordt, wordt dit van rechtswege onderbroken, totdat de nieuwe Paus zal hebben bevolen, dat het Oecumenisch Concilie wordt voortgezet dan wel het zal hebben ontbonden.
Referenties naar alinea 53: 1
Universi Dominici Gregis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
54
Can. 54
§ 1. De decreten van een Oecumenisch Concilie hebben geen bindende kracht, tenzij ze, tezamen met de Vaders van het Concilie door de Paus goedgekeurd, door hem zijn bekrachtigd en op zijn bevel zijn afgekondigd.
§ 1. De decreten van een Oecumenisch Concilie hebben geen bindende kracht, tenzij ze, tezamen met de Vaders van het Concilie door de Paus goedgekeurd, door hem zijn bekrachtigd en op zijn bevel zijn afgekondigd.
Referenties naar alinea 54: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deze bekrachtiging en afkondiging behoeven, om bindende kracht te hebben, ook de decreten die het College van Bisschoppen uitvaardigt, wanneer het een in eigenlijke zin collegiale handeling stelt overeenkomstig een andere door de Paus opgelegde of vrijelijk aanvaarde wijze.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL IV - Over de patriarchale Kerken (cann. 55-154)
55
Can. 55
Overeenkomstig de zeer oude traditie van de Kerk, die reeds vanaf de eerste Oecumenische Concilies is erkend, geldt in de Kerk het patriarchale instituut; daarom moeten de Patriarchen van de Oosterse Kerken, die ieder aan het hoofd van hun patriarchale Kerk als vader en hoofd staan, met bijzondere eer worden bejegend.
Overeenkomstig de zeer oude traditie van de Kerk, die reeds vanaf de eerste Oecumenische Concilies is erkend, geldt in de Kerk het patriarchale instituut; daarom moeten de Patriarchen van de Oosterse Kerken, die ieder aan het hoofd van hun patriarchale Kerk als vader en hoofd staan, met bijzondere eer worden bejegend.
Referenties naar alinea 55: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
56
Can. 56
De Patriarch is een Bisschop, aan wie de macht toekomt ten opzichte van alle Bisschoppen, niet uitgezonderd de Metropolieten, en ten opzichte van de overige Christengelovigen van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, volgens de norm van het recht door het hoogste gezag van de Kerk goedgekeurd.
De Patriarch is een Bisschop, aan wie de macht toekomt ten opzichte van alle Bisschoppen, niet uitgezonderd de Metropolieten, en ten opzichte van de overige Christengelovigen van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, volgens de norm van het recht door het hoogste gezag van de Kerk goedgekeurd.
Referenties naar alinea 56: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
57
Can. 57
§ 1. De oprichting, het herstel, de wijziging en de opheffing van patriarchale Kerken wordt aan het hoogste gezag van de Kerk voorbehouden.
§ 1. De oprichting, het herstel, de wijziging en de opheffing van patriarchale Kerken wordt aan het hoogste gezag van de Kerk voorbehouden.
Referenties naar alinea 57: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De titel die voor iedere patriarchale Kerk afzonderlijk wettig is erkend of eraan is verleend, kan alleen het hoogste gezag van de Kerk wijzigen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De patriarchale Kerk moet binnen de grenzen van het eigen territorium een vaste residentiezetel van de Patriarch hebben, die, als het mogelijk is, gevestigd is in de hoofdstad, waaraan de Patriarch zijn titel ontleent; deze zetel kan niet worden verplaatst tenzij om een zeer zwaarwegende reden, met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk en na de verkregen toestemming van de Paus.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
58
Can. 58
De Patriarchen van de Oosterse Kerken hebben overal ter wereld voorrang boven alle Bisschoppen van welke graad dan ook met behoud van de bijzondere normen over de voorrang door de Paus bepaald.
De Patriarchen van de Oosterse Kerken hebben overal ter wereld voorrang boven alle Bisschoppen van welke graad dan ook met behoud van de bijzondere normen over de voorrang door de Paus bepaald.
Referenties naar alinea 58: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
59
Can. 59
§ 1. De Patriarchen van de oosterse Kerken, ofschoon sommige in tijd jonger dan andere, zijn alle gelijk om reden van de patriarchale waardigheid met behoud onderling van hun voorrang van eer.
§ 1. De Patriarchen van de oosterse Kerken, ofschoon sommige in tijd jonger dan andere, zijn alle gelijk om reden van de patriarchale waardigheid met behoud onderling van hun voorrang van eer.
Referenties naar alinea 59: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De orde van voorrang onder de oude patriarchale Zetels van de Oosterse Kerken is, dat op de eerste plaats de Zetel van Constantinopel komt, vervolgens die van Alexandrië, dan die van Antiochië en tenslotte die van Jeruzalem.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Onder de overige Patriarchen van de Oosterse Kerken wordt de voorrang overeenkomstig de ouderdom van de patriarchale Zetel geregeld.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Onder de Patriarchen van de Oosterse Kerken die één en dezelfde titel hebben, maar aan het hoofd van diverse patriarchale Kerken staan, bezit degene voorrang, die eerder tot de patriarchale waardigheid bevorderd is.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
60
Can. 60
§ 1. De Patriarch heeft in de kerkgebouwen, die bestemd zijn voor de Christengelovigen van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, en in de liturgische vieringen van die Kerk voorrang boven de overige Patriarchen, ook al zijn zij qua titel van Zetel gewichtiger of qua bevordering ouder.
§ 1. De Patriarch heeft in de kerkgebouwen, die bestemd zijn voor de Christengelovigen van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, en in de liturgische vieringen van die Kerk voorrang boven de overige Patriarchen, ook al zijn zij qua titel van Zetel gewichtiger of qua bevordering ouder.
Referenties naar alinea 60: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document62
§ 2. De Patriarch die feitelijk de patriarchale macht bezit, heeft voorrang boven diegenen, die nog steeds de titel van een vroeger bezette patriarchale Zetel behouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
61
Can. 61
De Patriarch kan een procurator bij de Apostolische Stoel hebben, die door hem met de voorafgaande toestemming van de Paus is benoemd.
De Patriarch kan een procurator bij de Apostolische Stoel hebben, die door hem met de voorafgaande toestemming van de Paus is benoemd.
Referenties naar alinea 61: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
62
431 §2 2°
431 §2 2°
Can. 62
De Patriarch die van zijn ambt is teruggetreden, behoudt zijn titel en eerbewijzen vooral in de liturgische vieringen en ook heeft hij het recht, dat hem een waardige woonzetel met zijn instemming wordt toegewezen en dat middelen uit de goederen van de patriarchale Kerk worden verschaft, waarmee in zijn onderhoud passend bij zijn eigen titel kan worden voorzien onverminderd met betrekking tot de voorrang can. 60, § 2[574|+103].
De Patriarch die van zijn ambt is teruggetreden, behoudt zijn titel en eerbewijzen vooral in de liturgische vieringen en ook heeft hij het recht, dat hem een waardige woonzetel met zijn instemming wordt toegewezen en dat middelen uit de goederen van de patriarchale Kerk worden verschaft, waarmee in zijn onderhoud passend bij zijn eigen titel kan worden voorzien onverminderd met betrekking tot de voorrang can. 60, § 2[574|+103].
Referenties naar alinea 62: 1
Mutua Concordia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk I - Over de verkiezing van de Patriarchen (cann. 63-77)
63
153
153
Can. 63
De Patriarch wordt canoniek gekozen in de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk.
De Patriarch wordt canoniek gekozen in de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk.
Referenties naar alinea 63: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
64
153
153
Can. 64
Door het particulier recht dient datgene te worden opgesomd, wat vereist wordt, opdat iemand voor de patriarchale waardigheid geschikt wordt bevonden, altijd met behoud van datgene, wat in can. 180[574|+364 -370] wordt voorgeschreven.
Door het particulier recht dient datgene te worden opgesomd, wat vereist wordt, opdat iemand voor de patriarchale waardigheid geschikt wordt bevonden, altijd met behoud van datgene, wat in can. 180[574|+364 -370] wordt voorgeschreven.
Referenties naar alinea 64: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
65
153
153
Can. 65
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk moet samenkomen in de patriarchale residentie dan wel op een andere plaats die door de Administrator van de patriarchale Kerk met de instemming van de permanente Synode moet worden aangewezen.
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk moet samenkomen in de patriarchale residentie dan wel op een andere plaats die door de Administrator van de patriarchale Kerk met de instemming van de permanente Synode moet worden aangewezen.
Referenties naar alinea 65: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De samenkomst van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk moet binnen een maand te rekenen vanaf de vacatie van de patriarchale Zetel plaatsvinden onverminderd het particulier recht dat een langere tijd, niet langer echter dan twee maanden, bepaalt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
66
153
153
Can. 66
- § 1. Bij de verkiezing van de Patriarch genieten alle en alleen de leden van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk actief stemrecht, onverminderd can. 102, § 3[574|+3403]
Geldig tot 15 mei 2023: § 1. In electione Patriarchae voce activa fruuntur omnia et sola Synodi Episcoporum Ecclesiae patriarchalis membra.
- § 1. Bij de verkiezing van de Patriarch genieten alle en alleen de leden van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk actief stemrecht, onverminderd can. 102, § 3[574|+3403]
Geldig tot 15 mei 2023: § 1. In electione Patriarchae voce activa fruuntur omnia et sola Synodi Episcoporum Ecclesiae patriarchalis membra.
Referenties naar alinea 66: 1
Iam Pridem ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Iam Pridem[8890], d.d. 16-04-2023 van Paus Franciscus van kracht vanaf 15-05-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document153
§ 2. Het is verboden, dat behalve de leden van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk iedere mogelijke andere bij de verkiezing van de Patriarch in de aula aanwezig is met uitzondering van die clerici, die volgens de norm van can. 71, § 1[574|+119] als stemmentellers of als actuaris van de Synode worden aangetrokken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document153
§ 3. Niemand is het geoorloofd zich op enige wijze hetzij vóór de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk hetzij tijdens de duur ervan in de verkiezing van de Patriarch te mengen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
67
153
153
Can. 67
Bij de verkiezing van de Patriarch moeten de cann. 947 - 957[574|947-957] in acht worden genomen met verwerping van een strijdige gewoonte, tenzij anders door het gemene recht is bepaald.
Bij de verkiezing van de Patriarch moeten de cann. 947 - 957[574|947-957] in acht worden genomen met verwerping van een strijdige gewoonte, tenzij anders door het gemene recht is bepaald.
Referenties naar alinea 67: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
68
153
153
Can. 68
§ 1. Alle Bisschoppen, die wettig bijeen zijn geroepen, zijn aan de zwaarwegende plicht gehouden om aanwezig te zijn bij de verkiezing.
§ 1. Alle Bisschoppen, die wettig bijeen zijn geroepen, zijn aan de zwaarwegende plicht gehouden om aanwezig te zijn bij de verkiezing.
Referenties naar alinea 68: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document153
§ 2. Als enige Bisschop van oordeel is, dat hij door een rechtmatig beletsel wordt weerhouden, dient hij schriftelijk zijn redenen aan de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bekend te maken; de Bisschoppen die op de aangewezen plaats bij de aanvang van de zittingen van de Synode aanwezig zijn, zijn bevoegd over de wettigheid van het beletsel te beslissen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
69
107
153
107
153
Can. 69
Nadat de bijeenroeping canoniek is verricht, dient de Synode, als twee derde van de Bisschoppen, die gehouden zijn bij de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk aanwezig te zijn, niet meegerekend degenen, die door een wettig beletsel weerhouden zijn, op de aangewezen plaats aanwezig is, als canoniek te worden verklaard en kan tot de verkiezing worden overgegaan.
Nadat de bijeenroeping canoniek is verricht, dient de Synode, als twee derde van de Bisschoppen, die gehouden zijn bij de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk aanwezig te zijn, niet meegerekend degenen, die door een wettig beletsel weerhouden zijn, op de aangewezen plaats aanwezig is, als canoniek te worden verklaard en kan tot de verkiezing worden overgegaan.
Referenties naar alinea 69: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
70
153
153
Can. 70
Tenzij het particulier recht anders bepaalt, zit hij die onder de aanwezigen in de eerste zitting is gekozen, de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk om de Patriarch te kiezen voor; in de tussentijd wordt het voorzitterschap aan de Administrator van de patriarchale Kerk voorbehouden.
Tenzij het particulier recht anders bepaalt, zit hij die onder de aanwezigen in de eerste zitting is gekozen, de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk om de Patriarch te kiezen voor; in de tussentijd wordt het voorzitterschap aan de Administrator van de patriarchale Kerk voorbehouden.
Referenties naar alinea 70: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
71
66
153
66
153
Can. 71
- § 1. De stemmentellers en de actuaris kunnen volgens de norm van het particulier recht ook uit presbyters en diakens worden aangetrokken.
- § 1. De stemmentellers en de actuaris kunnen volgens de norm van het particulier recht ook uit presbyters en diakens worden aangetrokken.
Referenties naar alinea 71: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document153
§ 2. Met betrekking tot datgene, wat de stemrondes direct of indirect betreft, zijn allen die bij de Synode aanwezig zijn, aan de zwaarwegende plicht tot geheimhouding gehouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
72
107
153
107
153
Can. 72
- § 1. Diegene is gekozen, die twee derde van de stemmen heeft behaald, tenzij door het particulier recht wordt bepaald, dat na een passend aantal, tenminste drie, stemrondes de absolute meerderheid van stemmen volstaat en de verkiezing volgens de norm van can. 183, §§ 3 et 4[574|+377 +378] wordt voltooid.
- § 1. Diegene is gekozen, die twee derde van de stemmen heeft behaald, tenzij door het particulier recht wordt bepaald, dat na een passend aantal, tenminste drie, stemrondes de absolute meerderheid van stemmen volstaat en de verkiezing volgens de norm van can. 183, §§ 3 et 4[574|+377 +378] wordt voltooid.
Referenties naar alinea 72: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document153
§ 2. Als de verkiezing binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de aanvang van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk, niet wordt verricht, vervalt de zaak aan de Paus.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
73
153
153
Can. 73
De verkiezing moet, als de gekozene tenminste een wettig geproclameerde Bisschop is, terstond door de voorzitter of, als de voorzitter gekozen is, door de qua bisschoppelijke wijding oudste Bisschop in naam van de gehele Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk met de formule en op de wijze in de eigen patriarchale Kerk aanvaard aan de gekozene worden betekend; als evenwel de gekozene nog geen wettig geproclameerde Bisschop is, wordt onder geheimhouding door allen, die op welke wijze ook maar de afloop van de verkiezing kennen, ook jegens de gekozene, de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk opgeschort en dient de betekening verricht te worden, als alles wat door de canones voor de bisschoppelijke proclamatie is vereist, verricht is.
De verkiezing moet, als de gekozene tenminste een wettig geproclameerde Bisschop is, terstond door de voorzitter of, als de voorzitter gekozen is, door de qua bisschoppelijke wijding oudste Bisschop in naam van de gehele Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk met de formule en op de wijze in de eigen patriarchale Kerk aanvaard aan de gekozene worden betekend; als evenwel de gekozene nog geen wettig geproclameerde Bisschop is, wordt onder geheimhouding door allen, die op welke wijze ook maar de afloop van de verkiezing kennen, ook jegens de gekozene, de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk opgeschort en dient de betekening verricht te worden, als alles wat door de canones voor de bisschoppelijke proclamatie is vereist, verricht is.
Referenties naar alinea 73: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
74
153
153
Can. 74
De gekozene moet binnen twee nuttige dagen te rekenen vanaf de betekening duidelijk maken, of hij de verkiezing aanvaardt; als hij evenwel haar niet aanvaardt dan wel als hij binnen twee dagen niet antwoordt, verliest hij elk uit de verkiezing verworven recht.
De gekozene moet binnen twee nuttige dagen te rekenen vanaf de betekening duidelijk maken, of hij de verkiezing aanvaardt; als hij evenwel haar niet aanvaardt dan wel als hij binnen twee dagen niet antwoordt, verliest hij elk uit de verkiezing verworven recht.
Referenties naar alinea 74: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
75
Can. 75
Als de gekozene heeft aanvaard en een gewijde Bisschop is, dient de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk over te gaan overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken tot proclamatie en intronisatie van hem als Patriarch; als evenwel de gekozene nog geen gewijde Bisschop is, kan de intronisatie niet geldig verricht worden, voordat de gekozene de bisschoppelijke wijding heeft ontvangen.
Als de gekozene heeft aanvaard en een gewijde Bisschop is, dient de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk over te gaan overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken tot proclamatie en intronisatie van hem als Patriarch; als evenwel de gekozene nog geen gewijde Bisschop is, kan de intronisatie niet geldig verricht worden, voordat de gekozene de bisschoppelijke wijding heeft ontvangen.
Referenties naar alinea 75: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
76
Can. 76
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk dient door middel van een synodale brief de Paus zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van de verkiezing en van de intronisatie, die canoniek zijn verricht, en van de geloofsbelijdenis en van de belofte om zijn ambt getrouw te vervullen, die door de nieuwe Patriarch ten overstaan van de Synode overeenkomstig de goedgekeurde formules zijn afgelegd; de synodale brief over de verrichte verkiezing dient ook aan de Patriarchen van de andere oosterse Kerken te worden gezonden.
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk dient door middel van een synodale brief de Paus zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van de verkiezing en van de intronisatie, die canoniek zijn verricht, en van de geloofsbelijdenis en van de belofte om zijn ambt getrouw te vervullen, die door de nieuwe Patriarch ten overstaan van de Synode overeenkomstig de goedgekeurde formules zijn afgelegd; de synodale brief over de verrichte verkiezing dient ook aan de Patriarchen van de andere oosterse Kerken te worden gezonden.
Referenties naar alinea 76: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De nieuwe Patriarch moet door middel van een eigenhandig ondertekende brief zo spoedig mogelijk de Paus dringend om de kerkelijke gemeenschap verzoeken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
77
Can. 77
§ 1. De canoniek gekozen Patriarch oefent zijn ambt alleen maar geldig uit vanaf de intronisatie, waardoor hij met vol recht het ambt verkrijgt.
§ 1. De canoniek gekozen Patriarch oefent zijn ambt alleen maar geldig uit vanaf de intronisatie, waardoor hij met vol recht het ambt verkrijgt.
Referenties naar alinea 77: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Patriarch mag, voordat hij de kerkelijke gemeenschap van de Paus ontvangen heeft, geen Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bijeenroepen en geen Bisschoppen wijden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de rechten en de plichten van de Patriarchen (cann. 78-101)
78
Can. 78
§ 1. De macht, die de Patriarch volgens de norm van de canones en de wettige gewoonten toekomt ten opzichte van de Bisschoppen en de overige Christengelovigen van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, is gewoon en eigen, maar zo persoonlijk, dat hij niet een Plaatsvervanger voor de gehele patriarchale Kerk kan aanstellen dan wel zijn macht aan iemand voor het geheel van de gevallen delegeren.
§ 1. De macht, die de Patriarch volgens de norm van de canones en de wettige gewoonten toekomt ten opzichte van de Bisschoppen en de overige Christengelovigen van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, is gewoon en eigen, maar zo persoonlijk, dat hij niet een Plaatsvervanger voor de gehele patriarchale Kerk kan aanstellen dan wel zijn macht aan iemand voor het geheel van de gevallen delegeren.
Referenties naar alinea 78: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De macht van de Patriarch kan alleen geldig worden uitgeoefend binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk, tenzij anders vaststaat uit de aard van de zaak dan wel door het gemene of het particulier recht door de Paus goedgekeurd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
79
Can. 79
In alle juridische aangelegenheden van de patriarchale Kerk handelt de Patriarch als haar vertegenwoordiger.
In alle juridische aangelegenheden van de patriarchale Kerk handelt de Patriarch als haar vertegenwoordiger.
Referenties naar alinea 79: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
80
Can. 80
De Patriarch is bevoegd:
De Patriarch is bevoegd:
Referenties naar alinea 80: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de rechten uit te oefenen en de plichten te vervullen van Metropoliet op alle plaatsen, waar geen provincies zijn opgericht;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° nalatigheid van de Metropolieten volgens de norm van het recht aan te vullen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° bij vacatie van een metropolitane zetel de rechten uit te oefenen en de plichten te vervullen van Metropoliet in de gehele provincie;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° de Metropoliet te waarschuwen, die geen econoom volgens de norm van can. 262, § 1[574|+581] heeft benoemd; nadat de waarschuwing vergeefs is gedaan, persoonlijk zelf een econoom te benoemen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
81
Can. 81
De akten van de Paus, die op de patriarchale Kerk betrekking hebben, dienen aan de Eparchen of anderen, die ze aangaan, door tussenkomst van de Patriarch bekendgemaakt te worden, tenzij de Apostolische Stoel in casu direct erin heeft voorzien.
De akten van de Paus, die op de patriarchale Kerk betrekking hebben, dienen aan de Eparchen of anderen, die ze aangaan, door tussenkomst van de Patriarch bekendgemaakt te worden, tenzij de Apostolische Stoel in casu direct erin heeft voorzien.
Referenties naar alinea 81: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
82
Can. 82
§ 1. De Patriarch kan naar eigen recht:
§ 1. De Patriarch kan naar eigen recht:
Referenties naar alinea 82: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° decreten uitvaardigen binnen het bereik van zijn bevoegdheid, waardoor nader de wijzen worden vastgesteld, die bij het toepassen van de wet in acht genomen moeten worden dan wel waardoor op de naleving van wetten aangedrongen wordt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° instructies richten tot de Christengelovigen van de gehele Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, om de gezonde leer uiteen te zetten, de vroomheid te begunstigen, misbruiken te corrigeren en om oefeningen die het geestelijk welzijn van de Christengelovigen moeten begunstigen, goed te keuren en aan te bevelen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° rondzendbrieven geven voor de gehele Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, met betrekking tot vraagpunten de eigen Kerk en ritus betreffende.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Patriarch kan de Bisschoppen en de overige clerici en eveneens de leden van de instituten van gewijd leven van de gehele Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, voorschrijven, dat zijn decreten, instructies en rondzendbrieven in de eigen kerkgebouwen of huizen in het openbaar worden voorgelezen en uiteengezet.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Patriarch moet niet achterwege laten in alles, wat de gehele Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, of de zwaarwegender aangelegenheden betreft de permanente Synode of de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of zelfs de patriarchale assemblee te horen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
83
Can. 83
§ 1. Met behoud van het recht en de plicht van de Eparch om de eigen eparchie canoniek te visiteren, heeft de Patriarch het recht en de plicht om de pastorale visitatie in die eparchie te verrichten op de door het particulier recht bepaalde tijden.
§ 1. Met behoud van het recht en de plicht van de Eparch om de eigen eparchie canoniek te visiteren, heeft de Patriarch het recht en de plicht om de pastorale visitatie in die eparchie te verrichten op de door het particulier recht bepaalde tijden.
Referenties naar alinea 83: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Patriarch kan om een zwaarwegende reden en met de instemming van de permanente Synode een kerkgebouw, stad, eparchie persoonlijk dan wel door tussenkomst van een andere Bisschop visiteren en tijdens deze visitatie alles, wat de Eparch bij een canonieke visitatie toekomt, verrichten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
84
Can. 84
§ 1. Ten zeerste dient de Patriarch ervoor te zorgen, dat hetzij hijzelf hetzij de Eparchen van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, na gezamenlijk overleg, vooral in door het recht voorziene bijeenkomsten, met de Patriarchen en de Eparchen van de andere Kerken sui iuris, die in hetzelfde territorium hun macht uitoefenen, de eenheid van handelen bevorderen tussen hen en de overige Christengelovigen van welke Kerk sui iuris dan ook en met vereende krachten de gemeenschappelijke werken ondersteunen om het welzijn van de religie onbelemmerder te bevorderen, de kerkelijke discipline doeltreffender te beschermen en eveneens de eenheid van alle Christenen eendrachtig te begunstigen.
§ 1. Ten zeerste dient de Patriarch ervoor te zorgen, dat hetzij hijzelf hetzij de Eparchen van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, na gezamenlijk overleg, vooral in door het recht voorziene bijeenkomsten, met de Patriarchen en de Eparchen van de andere Kerken sui iuris, die in hetzelfde territorium hun macht uitoefenen, de eenheid van handelen bevorderen tussen hen en de overige Christengelovigen van welke Kerk sui iuris dan ook en met vereende krachten de gemeenschappelijke werken ondersteunen om het welzijn van de religie onbelemmerder te bevorderen, de kerkelijke discipline doeltreffender te beschermen en eveneens de eenheid van alle Christenen eendrachtig te begunstigen.
Referenties naar alinea 84: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Patriarch dient ook veelvuldige bijeenkomsten tussen de Hiërarchen en de overige Christengelovigen te begunstigen, van wie hij naar zijn inzicht meent, dat ze bijeengeroepen moeten worden, over pastorale zaken en andere aangelegenheden, die hetzij de gehele Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, hetzij enige provincie of regio betreffen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
85
177
177
Can. 85
§ 1. De Patriarch kan om een zwaarwegende reden, met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk en na raadpleging van de Apostolische Stoel, provincies en eparchieën oprichten, anders afbakenen, verenigen, opdelen, opheffen en hun hiërarchische rang wijzigen en de eparchiale zetel verplaatsen.
§ 1. De Patriarch kan om een zwaarwegende reden, met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk en na raadpleging van de Apostolische Stoel, provincies en eparchieën oprichten, anders afbakenen, verenigen, opdelen, opheffen en hun hiërarchische rang wijzigen en de eparchiale zetel verplaatsen.
Referenties naar alinea 85: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het komt de Patriarch met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk toe:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° aan een Eparch een Bisschop-coadiutor of een Hulpbisschop te geven met inachtneming van de cann. 181, § 1[574|+371], 182 - 187[574|182-187] en 212[574|212];
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° om een zwaarwegende reden een Metropoliet of een Eparch dan wel een titulair Bisschop naar een andere metropolitane, eparchiale of titulaire zetel over te plaatsen; als iemand weigert, dient de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk de zaak te beslechten of aan de Paus voor te leggen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document311 §2
§ 3. De Patriarch kan met de instemming van de permanente Synode exarchaten oprichten, wijzigen en opheffen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Van deze beslissingen dient de Patriarch de Apostolische Stoel zo spoedig mogelijk in kennis te stellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document86
Can. 86
§ 1. Het komt de Patriarch toe:
§ 1. Het komt de Patriarch toe:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° een Metropoliet of een Bisschop de patriarchale brief over de canonieke voorziening te geven;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document133
- 2° de Metropolieten persoonlijk te wijden of, als hij verhinderd is, door tussenkomst van andere Bisschoppen en eveneens, als het particulier recht zo bepaalt, ook alle Bisschoppen te wijden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de Metropoliet na de bisschoppelijke wijding te introniseren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Van rechtswege wordt de Patriarch de bevoegdheid gegeven de Metropolieten en de overige Bisschoppen van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, die door de Paus buiten de grenzen van het territorium van die Kerk zijn aangesteld, te wijden en te introniseren, tenzij anders in een bijzonder geval uitdrukkelijk wordt bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De bisschoppelijke wijding en de intronisatie moeten binnen de door het recht bepaalde termijnen worden verricht, de patriarchale brief evenwel over de canonieke voorziening moet binnen tien dagen na de proclamatie van de verkiezing worden gegeven; van de bisschoppelijke wijding en van de intronisatie dient de Apostolische Stoel zo spoedig mogelijk in kennis te worden gesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
87
Can. 87
De Patriarch kan ervoor zorgen, dat in de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk volgens de norm van de cann. 181, § 1[574|+371], 182 - 187[574|182-187] enkele Bisschoppen van de patriarchale curie worden gekozen, mits in hun passend onderhoud is voorzien, maar niet meer dan drie, aan wie hij een ambt met residentie in de patriarchale curie moet verlenen, en hij kan hen wijden, nadat alles verricht is wat voor de bisschoppelijke proclamatie is vereist.
De Patriarch kan ervoor zorgen, dat in de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk volgens de norm van de cann. 181, § 1[574|+371], 182 - 187[574|182-187] enkele Bisschoppen van de patriarchale curie worden gekozen, mits in hun passend onderhoud is voorzien, maar niet meer dan drie, aan wie hij een ambt met residentie in de patriarchale curie moet verlenen, en hij kan hen wijden, nadat alles verricht is wat voor de bisschoppelijke proclamatie is vereist.
Referenties naar alinea 87: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document88
Can. 88
§1. De Bisschoppen van de patriarchale Kerk dienen aan de Patriarch eer en volgzaamheid te betonen en dienen de verschuldigde gehoorzaamheid te betrachten; de Patriarch evenwel dient dezelfde bisschoppen met de gepaste eerbied te bejegenen en met broederlijke caritas te omhelzen.
§1. De Bisschoppen van de patriarchale Kerk dienen aan de Patriarch eer en volgzaamheid te betonen en dienen de verschuldigde gehoorzaamheid te betrachten; de Patriarch evenwel dient dezelfde bisschoppen met de gepaste eerbied te bejegenen en met broederlijke caritas te omhelzen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Patriarch dient ervoor te zorgen, dat geschillen, die wellicht tussen Bisschoppen ontstaan, worden bijgelegd onverminderd het recht om die op ieder mogelijk tijdstip aan de Paus voor te leggen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
89
Can. 89
§ 1. De Patriarch heeft het recht en de plicht om op alle clerici volgens de norm van het recht toe te zien; als iemand een straf lijkt te verdienen, dient hij de Hiërarch, aan wie de clericus rechtstreeks ondergeschikt is, te waarschuwen en, nadat de waarschuwing vergeefs is gedaan, zelf tegen de clericus volgens de norm van het recht op te treden.
§ 1. De Patriarch heeft het recht en de plicht om op alle clerici volgens de norm van het recht toe te zien; als iemand een straf lijkt te verdienen, dient hij de Hiërarch, aan wie de clericus rechtstreeks ondergeschikt is, te waarschuwen en, nadat de waarschuwing vergeefs is gedaan, zelf tegen de clericus volgens de norm van het recht op te treden.
Referenties naar alinea 89: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document431 §1
§ 2. De taak om aangelegenheden af te handelen, die de gehele patriarchale Kerk betreffen, kan de Patriarch aan iedere mogelijke clericus toevertrouwen na raadpleging van diens Eparch of, als het om een lid van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven gaat, van diens hogere Overste, tenzij het particulier recht van de patriarchale Kerk hun instemming vereist; hij kan deze clericus zelfs voor de duur van zijn taak rechtstreeks aan zich ondergeschikt maken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Patriarch kan een waardigheid die binnen de eigen patriarchale Kerk is aanvaard, aan iedere mogelijke clericus verlenen onverminderd can. 430[al:430], mits met de schriftelijk gegeven instemming van de Eparch, aan wie de clericus ondergeschikt is, of, als het om een lid van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven gaat, van diens hogere Overste.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
90
Can. 90
De Patriarch kan om een zwaarwegende reden na raadpleging van de Eparch en met de instemming van de permanente Synode een plaats of een rechtspersoon, die niet tot een religieus instituut behoort, bij de oprichtingsakte zelf aan de macht van de Eparch onttrekken en rechtstreeks aan zich onderwerpen, wat betreft het beheer van de wereldse goederen en eveneens wat betreft de personen die aan die plaats of rechtspersoon toegewezen zijn in al datgene, wat op hun taak of ambt betrekking heeft.
De Patriarch kan om een zwaarwegende reden na raadpleging van de Eparch en met de instemming van de permanente Synode een plaats of een rechtspersoon, die niet tot een religieus instituut behoort, bij de oprichtingsakte zelf aan de macht van de Eparch onttrekken en rechtstreeks aan zich onderwerpen, wat betreft het beheer van de wereldse goederen en eveneens wat betreft de personen die aan die plaats of rechtspersoon toegewezen zijn in al datgene, wat op hun taak of ambt betrekking heeft.
Referenties naar alinea 90: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
91
Can. 91
De Patriarch moet worden herinnerd in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden na de Paus door alle Bisschoppen en de overige clerici overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken.
De Patriarch moet worden herinnerd in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden na de Paus door alle Bisschoppen en de overige clerici overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken.
Referenties naar alinea 91: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
92
Can. 92
§ 1. De Patriarch dient de hiërarchische gemeenschap met de Paus, de opvolger van de heilige Petrus, duidelijk te maken door middel van de getrouwheid, de eerbied en de gehoorzaamheid, die aan de hoogste Herder van de universele Kerk verschuldigd zijn.
§ 1. De Patriarch dient de hiërarchische gemeenschap met de Paus, de opvolger van de heilige Petrus, duidelijk te maken door middel van de getrouwheid, de eerbied en de gehoorzaamheid, die aan de hoogste Herder van de universele Kerk verschuldigd zijn.
Referenties naar alinea 92: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Patriarch moet de herinnering aan de Paus ten teken van volle gemeenschap met hem in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken verrichten en ervoor zorgen, dat zij door alle Bisschoppen en de overige clerici van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, getrouw wordt verricht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Patriarch dient veelvuldige betrekkingen met de Paus te hebben en overeenkomstig de speciaal bepaalde normen het verslag over de stand van zaken van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, aan hem uit te brengen en eveneens binnen een jaar na zijn verkiezing, vervolgens meerdere malen voor de duur van zijn ambt het bezoek aan Rome te verrichten om de graven van de heilige Apostelen Petrus en Paulus te vereren en hij dient zich bij de opvolger van de heilige Petrus in het primaatschap over de universele Kerk te vervoegen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
93
Can. 93
De Patriarch dient te resideren in de zetel van zijn residentie, waarvan hij niet afwezig mag zijn tenzij om een canonieke reden.
De Patriarch dient te resideren in de zetel van zijn residentie, waarvan hij niet afwezig mag zijn tenzij om een canonieke reden.
Referenties naar alinea 93: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
94
Can. 94
De Patriarch moet de Goddelijke Liturgie voor het volk van de gehele Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, vieren op de door het particulier recht bepaalde feestdagen.
De Patriarch moet de Goddelijke Liturgie voor het volk van de gehele Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, vieren op de door het particulier recht bepaalde feestdagen.
Referenties naar alinea 94: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
95
Can. 95
§ 1. De plichten van de Eparchen, als bedoeld in can. 196[574|+409 +410], binden ook de Patriarch onverminderd overigens de plichten van de afzonderlijke Bisschoppen.
§ 1. De plichten van de Eparchen, als bedoeld in can. 196[574|+409 +410], binden ook de Patriarch onverminderd overigens de plichten van de afzonderlijke Bisschoppen.
Referenties naar alinea 95: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Patriarch dient ervoor te zorgen, dat de Eparchen hun pastorale taak getrouw vervullen en in de eparchie, die ze besturen, resideren; hij dient hun ijver aan te moedigen; als zij in enige zaak ernstig aanstoot hebben gegeven, moet hij niet achterwege laten hen te waarschuwen, na raadpleging, tenzij er gevaar in vertraging bestaat, van de permanente Synode en, als de waarschuwingen het gewenste gevolg niet krijgen, dient hij de zaak aan de Paus voor te leggen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
96
Can. 96
Met betrekking tot de gebeden en de oefeningen van vroomheid, mits ze met de eigen ritus overeenstemmen, vermag de Patriarch in de gehele Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, hetzelfde als de plaatselijk Hiërarchen.
Met betrekking tot de gebeden en de oefeningen van vroomheid, mits ze met de eigen ritus overeenstemmen, vermag de Patriarch in de gehele Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, hetzelfde als de plaatselijk Hiërarchen.
Referenties naar alinea 96: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
97
Can. 97
De Patriarch moet zorgvuldig toezien op het juiste beheer van alle kerkelijke goederen onverminderd de primaire plicht van de afzonderlijke Eparchen, als bedoeld in can. 1022, § 1[574|+2238].
De Patriarch moet zorgvuldig toezien op het juiste beheer van alle kerkelijke goederen onverminderd de primaire plicht van de afzonderlijke Eparchen, als bedoeld in can. 1022, § 1[574|+2238].
Referenties naar alinea 97: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
98
Can. 98
De Patriarch kan met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk en met de voorafgaande toestemming van de Paus overeenkomsten die niet strijdig zijn met het recht door de Apostolische Stoel bepaald, aangaan met het burgerlijk gezag; de Patriarch kan deze overeenkomsten echter niet effectueren tenzij na verkregen goedkeuring van de Paus.
De Patriarch kan met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk en met de voorafgaande toestemming van de Paus overeenkomsten die niet strijdig zijn met het recht door de Apostolische Stoel bepaald, aangaan met het burgerlijk gezag; de Patriarch kan deze overeenkomsten echter niet effectueren tenzij na verkregen goedkeuring van de Paus.
Referenties naar alinea 98: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
99
Can. 99
§ 1. De Patriarch dient ervoor te zorgen, dat de personele Statuten in de regio's, waarin ze gelden, door allen in acht worden genomen.
§ 1. De Patriarch dient ervoor te zorgen, dat de personele Statuten in de regio's, waarin ze gelden, door allen in acht worden genomen.
Referenties naar alinea 99: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als meerdere Patriarchen op dezelfde plaats de macht, in de personele Statuten erkend of verleend, gebruiken, is het dienstig, dat zij in aangelegenheden van groter belang na gezamenlijk overleg handelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
100
Can. 100
Aangelegenheden die meerdere eparchieën betreffen en het burgerlijk gezag raken, kan de Patriarch aan zich trekken; hij kan daarover echter niet beslissen tenzij na raadpleging van de Eparchen, in wier belang het is, en met de instemming van de permanente Synode; als evenwel de zaak dringt en de tijd niet toereikend is om de Bisschoppen die lid zijn van de permanente Synode samen te brengen, treden de Bisschoppen van de patriarchale curie, als die er zijn, in casu in hun plaats, anders evenwel de twee qua bisschoppelijke wijding oudste Eparchen.
Aangelegenheden die meerdere eparchieën betreffen en het burgerlijk gezag raken, kan de Patriarch aan zich trekken; hij kan daarover echter niet beslissen tenzij na raadpleging van de Eparchen, in wier belang het is, en met de instemming van de permanente Synode; als evenwel de zaak dringt en de tijd niet toereikend is om de Bisschoppen die lid zijn van de permanente Synode samen te brengen, treden de Bisschoppen van de patriarchale curie, als die er zijn, in casu in hun plaats, anders evenwel de twee qua bisschoppelijke wijding oudste Eparchen.
Referenties naar alinea 100: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
101
916 §5
984 §2
916 §5
984 §2
Can. 101
- De Patriarch heeft in de eigen eparchie, in de stauropegiale kloosters en ook op de plaatsen, waar noch een eparchie noch een exarchaat is opgericht, dezelfde rechten en plichten als de Eparch.
- De Patriarch heeft in de eigen eparchie, in de stauropegiale kloosters en ook op de plaatsen, waar noch een eparchie noch een exarchaat is opgericht, dezelfde rechten en plichten als de Eparch.
Referenties naar alinea 101: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk III - Over de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk (cann. 102-113)
102
Can. 102
§ 1.Tot de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk moeten worden opgeroepen alle en alleen de gewijde Bisschoppen van dezelfde Kerk, waar ze ook maar zijn aangesteld, met uitsluiting van hen, als bedoeld in can. 953, § 1[574|+2087], of van hen, die met canonieke straffen, als bedoeld in de cann. 1433 en 1434[574|+3152 -3156], zijn gestraft.
§ 1.Tot de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk moeten worden opgeroepen alle en alleen de gewijde Bisschoppen van dezelfde Kerk, waar ze ook maar zijn aangesteld, met uitsluiting van hen, als bedoeld in can. 953, § 1[574|+2087], of van hen, die met canonieke straffen, als bedoeld in de cann. 1433 en 1434[574|+3152 -3156], zijn gestraft.
Referenties naar alinea 102: 1
Iam Pridem ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document150
§ 2. Wat betreft de Eparchen die buiten de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn aangesteld en de titulair Bisschoppen, kan het particulier recht hun beslissend stemrecht inperken onverminderd evenwel de canones over de verkiezing van de Patriarch, de Bisschoppen en de kandidaten voor de ambten als bedoeld in can. 149[al:149].
Referenties naar deze alinea: 1
Iam Pridem ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document66 §1
149
183 § 1
§ 3. Met uitzondering van de Patriarchen en de Eparchen nog in functie, verliezen de Bisschoppen na voltooiing van hun tachtigste levensjaar het beslissend stemrecht binnen de Synode van Bisschoppen en ook bij de verkiezing van Patriarchen, Bisschoppen en kandidaten voor de ambten waarover in can. 149[574|149].
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 15 mei 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 15 mei 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Toevoeging conform Motu Proprio Iam Pridem[8890], d.d. 16-04-2023 van Paus Franciscus van kracht vanaf 15-05-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Voor de afhandeling van bepaalde aangelegenheden kunnen door de Patriarch volgens de norm van het particulier recht of met de instemming van de permanente Synode anderen worden uitgenodigd, vooral Hiërarchen die geen Bisschop zijn en deskundigen, om hun meningen aan de Bisschoppen in de Synode verzameld duidelijk te maken onverminderd can. 66, § 2[574|+112].
Geldig tot 15 mei 2023: § 3. Pro certis negotiis expediendis a Patriarcha ad normam iuris particularis vel de consensu Synodi permanentis alii invitari possunt praesertim Hierarchae non Episcopi ac periti ad suas opiniones Episcopis in Synodo congregatis manifestandas firmo can. 66, § 2[574|+112].
Geldig tot 15 mei 2023: § 3. Pro certis negotiis expediendis a Patriarcha ad normam iuris particularis vel de consensu Synodi permanentis alii invitari possunt praesertim Hierarchae non Episcopi ac periti ad suas opiniones Episcopis in Synodo congregatis manifestandas firmo can. 66, § 2[574|+112].
Referenties naar deze alinea: 1
Iam Pridem ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Toevoeging conform Motu Proprio Iam Pridem[8890], d.d. 16-04-2023 van Paus Franciscus van kracht vanaf 15-05-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
103
Can. 103
De Patriarch is bevoegd de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bijeen te roepen en haar voor te zitten.
De Patriarch is bevoegd de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bijeen te roepen en haar voor te zitten.
Referenties naar alinea 103: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
104
Can. 104
§ 1. Alle Bisschoppen, die wettig tot de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk zijn opgeroepen, zijn aan de zwaarwegende plicht gehouden om bij die Synode aanwezig te zijn met uitzondering van hen, die reeds van hun ambt zijn teruggetreden.
§ 1. Alle Bisschoppen, die wettig tot de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk zijn opgeroepen, zijn aan de zwaarwegende plicht gehouden om bij die Synode aanwezig te zijn met uitzondering van hen, die reeds van hun ambt zijn teruggetreden.
Referenties naar alinea 104: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als enige Bisschop van oordeel is, dat hij door een rechtmatig beletsel wordt weerhouden, dient hij schriftelijk zijn redenen aan de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bekend te maken; de Bisschoppen die op de aangewezen plaats bij de aanvang van de zittingen van de Synode aanwezig zijn, zijn bevoegd over de wettigheid van het beletsel te beslissen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
105
Can. 105
Voor de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk kan niemand van de leden van die Synode een procurator in zijn plaats zenden en heeft niemand meerdere stemmen.
Voor de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk kan niemand van de leden van die Synode een procurator in zijn plaats zenden en heeft niemand meerdere stemmen.
Referenties naar alinea 105: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
106
Can. 106
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk moet bijeengeroepen worden, zo vaak als:
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk moet bijeengeroepen worden, zo vaak als:
Referenties naar alinea 106: 1
Mutua Concordia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° aangelegenheden afgehandeld moeten worden, die tot de uitsluitende bevoegdheid van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk behoren dan wel voor de afdoening waarvan de instemming van die Synode wordt vereist;
Referenties naar deze alinea: 1
Mutua Concordia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de Patriarch dit met de instemming van de permanente Synode noodzakelijk oordeelt;
Referenties naar deze alinea: 1
Mutua Concordia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° tenminste een derde deel van de leden voor een gegeven aangelegenheid dit eist, altijd met behoud van de rechten van de Patriarchen, de Bisschoppen en de andere personen door het gemene recht bepaald.
Referenties naar deze alinea: 2
Mutua Concordia ->=geentekst=Mutua Concordia ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk moet bovendien bijeengeroepen worden, als het particulier recht zo bepaalt, op de vastgestelde tijden, zelfs jaarlijks.
- N.v.d.r.: Vanaf 29-08-2026 is een § 3. toegevoegd, die om technische redenen nog niet hier zichtbaar is, zie Mutua Concordia, [9946|+15].
Referenties naar deze alinea: 2
Mutua Concordia ->=geentekst=Mutua Concordia ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
107
Can. 107
§ 1. Tenzij het particulier recht een grotere aanwezigheid eist en onverminderd de cann. 69[al:69], 149[al:149] et 183, § 1[574|+377], is iedere mogelijke zitting van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk canoniek en iedere stemronde afzonderlijk geldig, als de meerderheid van de Bisschoppen, die gehouden zijn die Synode bij te wonen, aanwezig is.
§ 1. Tenzij het particulier recht een grotere aanwezigheid eist en onverminderd de cann. 69[al:69], 149[al:149] et 183, § 1[574|+377], is iedere mogelijke zitting van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk canoniek en iedere stemronde afzonderlijk geldig, als de meerderheid van de Bisschoppen, die gehouden zijn die Synode bij te wonen, aanwezig is.
Referenties naar alinea 107: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Onverminderd de cann. 72[al:72], 149[al:149] et 183, §§ 3 en 4[574|+379 +380] komt het de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk onverkort toe om door uitgevaardigde normen te bepalen, hoeveel stemmen en stemrondes worden vereist, opdat de synodale besluiten rechtskracht verkrijgen; anders moet can. 924[al:924] in acht genomen worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
108
Can. 108
§ 1. De Patriarch is bevoegd de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk te openen en eveneens met de instemming van die Synode te verplaatsen, te verlengen, op te schorten en te ontbinden.
§ 1. De Patriarch is bevoegd de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk te openen en eveneens met de instemming van die Synode te verplaatsen, te verlengen, op te schorten en te ontbinden.
Referenties naar alinea 108: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Patriarch is ook bevoegd, na de leden van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk tevoren te hebben gehoord, de in acht te nemen gang van zaken bij de te onderzoeken vraagpunten voor te bereiden en bij de aanvang van de zittingen aan de goedkeuring van de Synode te onderwerpen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Tijdens de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk kunnen afzonderlijke Bisschoppen aan de voorgelegde vraagpunten andere toevoegen, als tenminste een derde deel van de leden die bij de Synode aanwezig zijn, instemt.
Referenties naar deze alinea: 1
Mutua Concordia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
109
Can. 109
Nadat de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk is begonnen, is het niemand van de Bisschoppen geoorloofd van de zittingen van de Synode weg te gaan tenzij om een rechtmatige reden door de Synode goedgekeurd.
Nadat de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk is begonnen, is het niemand van de Bisschoppen geoorloofd van de zittingen van de Synode weg te gaan tenzij om een rechtmatige reden door de Synode goedgekeurd.
Referenties naar alinea 109: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
110
Can. 110
§ 1. Het komt de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk exclusief toe om wetten voor de gehele patriarchale Kerk uit te vaardigen, die van kracht worden volgens de norm van can. 150, §§ 2 en 3[574|+296 +297].
§ 1. Het komt de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk exclusief toe om wetten voor de gehele patriarchale Kerk uit te vaardigen, die van kracht worden volgens de norm van can. 150, §§ 2 en 3[574|+296 +297].
Referenties naar alinea 110: 1
Apostolos Suos ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk is de rechtbank volgens de norm van can. 1062[574|+2342 -2346].
Referenties naar deze alinea: 1
Apostolos Suos ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk verricht de verkiezing van de Patriarch, de Bisschoppen en de kandidaten voor de ambten, als bedoeld in can. 149[al:149].
Referenties naar deze alinea: 1
Apostolos Suos ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Administratieve beschikkingen komen de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk niet toe, tenzij de Patriarch voor bepaalde beschikkingen anders heeft bepaald dan wel door het gemene recht enige beschikkingen aan die Synode worden voorbehouden en onverminderd de canones die de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk vereisen.
Referenties naar deze alinea: 1
Apostolos Suos ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
111
Can. 111
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk stelt de wijze en het tijdstip van afkondiging van de wetten en van publicatie van de beslissingen vast.
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk stelt de wijze en het tijdstip van afkondiging van de wetten en van publicatie van de beslissingen vast.
Referenties naar alinea 111: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Eveneens moet de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk beslissen over geheimhouding met betrekking tot de akten en de behandelde aangelegenheden met behoud van de plicht tot geheimhouding in de gevallen door het gemene recht bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De akten over de wetten en de beslissingen dienen zo spoedig mogelijk aan de Paus te worden gezonden; bepaalde akten of ook alle dienen naar het oordeel van die Synode aan de overige Patriarchen van de oosterse Kerken te worden medegedeeld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
112
Can. 112
§ 1. De afkondiging van de wetten en de publicatie van de beslissingen van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk komt de Patriarch toe.
§ 1. De afkondiging van de wetten en de publicatie van de beslissingen van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk komt de Patriarch toe.
Referenties naar alinea 112: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De authentieke interpretatie van de wetten van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk komt tot aan de komende Synode de Patriarch toe na raadpleging van de permanente Synode.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
113
Can. 113
De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk dient haar eigen statuten op te stellen, waarin moet worden voorzien in het secretariaat van de Synode, in de voorbereidingscommissies, in de werkwijze en eveneens in de andere middelen die doeltreffender voor het bereiken van het doel kunnen zorgen.
De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk dient haar eigen statuten op te stellen, waarin moet worden voorzien in het secretariaat van de Synode, in de voorbereidingscommissies, in de werkwijze en eveneens in de andere middelen die doeltreffender voor het bereiken van het doel kunnen zorgen.
Referenties naar alinea 113: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk IV - Over de patriarchale curie (cann. 114-125)
114
Can. 114
§ 1. De Patriarch moet bij zijn Zetel een patriarchale curie hebben, van de curie van de eparchie van de Patriarch onderscheiden, die bestaat uit de permanente Synode, de Bisschoppen van de patriarchale curie, de gewone rechtbank van de patriarchale Kerk, de patriarchaal econoom, de patriarchale kanselier, de commissie voor de liturgie en eveneens andere commissies, die door het recht met de patriarchale curie worden verbonden.
§ 1. De Patriarch moet bij zijn Zetel een patriarchale curie hebben, van de curie van de eparchie van de Patriarch onderscheiden, die bestaat uit de permanente Synode, de Bisschoppen van de patriarchale curie, de gewone rechtbank van de patriarchale Kerk, de patriarchaal econoom, de patriarchale kanselier, de commissie voor de liturgie en eveneens andere commissies, die door het recht met de patriarchale curie worden verbonden.
Referenties naar alinea 114: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De personen die tot de patriarchale curie behoren, kunnen door de Patriarch uit de clerici van de gehele Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, worden uitgekozen na raadpleging van hun Eparch of, als het om leden van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven gaat, van hun hogere Overste.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De ambten van beide curies van de Patriarch moeten, voor zover het mogelijk is, niet in dezelfde personen worden verenigd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
115
Can. 115
§ 1. De permanente Synode bestaat uit de Patriarch en vier Bisschoppen voor vijf jaar aangewezen.
§ 1. De permanente Synode bestaat uit de Patriarch en vier Bisschoppen voor vijf jaar aangewezen.
Referenties naar alinea 115: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Van deze Bisschoppen worden drie door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk gekozen, van wie er tenminste twee uit de Eparchen moeten zijn, maar wordt één door de Patriarch benoemd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document116
§ 3. Op dezelfde tijd en wijze dienen, voor zover het mogelijk is, vier Bisschoppen te worden aangewezen, die op de door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk vastgestelde volgorde de verhinderde leden van de permanente Synode beurtelings moeten vervangen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
116
Can. 116
§ 1. De Patriarch is bevoegd de permanente Synode bijeen te roepen en haar voor te zitten.
§ 1. De Patriarch is bevoegd de permanente Synode bijeen te roepen en haar voor te zitten.
Referenties naar alinea 116: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de Patriarch wordt verhinderd om bij de permanente Synode aanwezig te zijn, zit de qua bisschoppelijke wijding oudste Bisschop onder de leden van de Synode de zittingen van de Synode voor, nadat het vijftal volgens de norm van can. 115, § 3[574|+219] weer is aangevuld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als de permanente Synode een aangelegenheid moet beslissen, die de persoon van enige Bisschop, die lid is van die Synode, of diens eparchie dan wel ambt raakt, moet deze weliswaar worden gehoord, maar in de Synode dient in zijn plaats een andere Bisschop te worden gesteld volgens de norm van can. 115, § 3[574|+219].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
117
Can. 117
De voorzitter en alle andere leden van de permanente Synode, die bij de Synode aanwezig zijn geweest, moeten de akten van de Synode ondertekenen.
De voorzitter en alle andere leden van de permanente Synode, die bij de Synode aanwezig zijn geweest, moeten de akten van de Synode ondertekenen.
Referenties naar alinea 117: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
118
Can. 118
De stemmen in de permanente Synode moeten, als het om personen gaat, geheim zijn; in de overige gevallen evenwel, als tenminste één van de leden hierom uitdrukkelijk heeft verzocht.
De stemmen in de permanente Synode moeten, als het om personen gaat, geheim zijn; in de overige gevallen evenwel, als tenminste één van de leden hierom uitdrukkelijk heeft verzocht.
Referenties naar alinea 118: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
119
Can. 119
Als enige aangelegenheid, die tot de bevoegdheid van de permanente Synode behoort, moet worden beslist, terwijl een Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk plaatsvindt, wordt de beslissing over deze aangelegenheid aan de permanente Synode voorbehouden, tenzij de Patriarch met de instemming van de permanente Synode het passend oordeelt om de beslissing aan de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk toe te vertrouwen.
Als enige aangelegenheid, die tot de bevoegdheid van de permanente Synode behoort, moet worden beslist, terwijl een Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk plaatsvindt, wordt de beslissing over deze aangelegenheid aan de permanente Synode voorbehouden, tenzij de Patriarch met de instemming van de permanente Synode het passend oordeelt om de beslissing aan de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk toe te vertrouwen.
Referenties naar alinea 119: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
120
Can. 120
De permanente Synode moet op de vastgestelde tijden bijeengeroepen worden, tenminste tweemaal per jaar, en zo vaak als de Patriarch dit passend oordeelt, en zo vaak als aangelegenheden afgehandeld moeten worden, waarvoor het gemene recht de instemming of het advies van die Synode vereist.
De permanente Synode moet op de vastgestelde tijden bijeengeroepen worden, tenminste tweemaal per jaar, en zo vaak als de Patriarch dit passend oordeelt, en zo vaak als aangelegenheden afgehandeld moeten worden, waarvoor het gemene recht de instemming of het advies van die Synode vereist.
Referenties naar alinea 120: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
121
Can. 121
Als om een zwaarwegende reden naar het oordeel van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk de permanente Synode niet kan worden ingesteld, dient de Apostolische Stoel in kennis te worden gesteld en dient de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk twee Bisschoppen te kiezen, van wie er één uit de Eparchen moet zijn, die met de Patriarch in de plaats van de permanente Synode treden zolang de reden voortduurt.
Als om een zwaarwegende reden naar het oordeel van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk de permanente Synode niet kan worden ingesteld, dient de Apostolische Stoel in kennis te worden gesteld en dient de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk twee Bisschoppen te kiezen, van wie er één uit de Eparchen moet zijn, die met de Patriarch in de plaats van de permanente Synode treden zolang de reden voortduurt.
Referenties naar alinea 121: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
122
Can. 122
§ 1. Voor het beheer van de goederen van de patriarchale Kerk dient de Patriarch met de instemming van de permanente Synode een patriarchaal econoom te benoemen, van de econoom van de eparchie van de Patriarch onderscheiden, die een Christengelovige moet zijn in economische zaken deskundig en in rechtschapenheid uitmuntend met uitsluiting evenwel voor de geldigheid van degene, die met de Patriarch door bloedverwantschap of aanverwantschap tot en met de vierde graad verbonden is.
§ 1. Voor het beheer van de goederen van de patriarchale Kerk dient de Patriarch met de instemming van de permanente Synode een patriarchaal econoom te benoemen, van de econoom van de eparchie van de Patriarch onderscheiden, die een Christengelovige moet zijn in economische zaken deskundig en in rechtschapenheid uitmuntend met uitsluiting evenwel voor de geldigheid van degene, die met de Patriarch door bloedverwantschap of aanverwantschap tot en met de vierde graad verbonden is.
Referenties naar alinea 122: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De patriarchaal econoom wordt benoemd voor een tijd door het particulier recht vastgesteld; voor de duur van zijn taak kan hij niet door de Patriarch verwijderd worden tenzij met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk dan wel, als er gevaar in vertraging bestaat, van de permanente Synode.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De patriarchaal econoom moet aan de permanente Synode jaarlijks schriftelijk verantwoording over het beheer van het aflopend jaar afleggen en eveneens een begroting van inkomsten en uitgaven van het beginnend jaar voorleggen; de verantwoording over het beheer moet ook worden afgelegd, zo vaak als door de permanente Synode erom wordt verzocht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk kan de verantwoording over het beheer en eveneens de begroting van inkomsten en uitgaven bij de patriarchaal econoom opvragen en aan een eigen onderzoek onderwerpen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
123
Can. 123
§1. In de patriarchale curie dient door de Patriarch een presbyter of diaken, boven iedere kritiek verheven, te worden benoemd, die als patriarchale kanselier aan het hoofd staat van de patriarchale kanselarij en het archief van de patriarchale curie, bijgestaan, als het geval zich voordoet, door een plaatsvervanger door de Patriarch benoemd.
§1. In de patriarchale curie dient door de Patriarch een presbyter of diaken, boven iedere kritiek verheven, te worden benoemd, die als patriarchale kanselier aan het hoofd staat van de patriarchale kanselarij en het archief van de patriarchale curie, bijgestaan, als het geval zich voordoet, door een plaatsvervanger door de Patriarch benoemd.
Referenties naar alinea 123: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Behalve de kanselier en zijn plaatsvervanger, die op grond van hun ambt notarissen zijn, kan de Patriarch ook andere notarissen voor de gehele Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, benoemen, op wie allen de cann. 253 et 254[al:253-254] moeten worden toegepast; hij kan deze notarissen ook vrijelijk uit hun ambt verwijderen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Met betrekking tot het archief van de patriarchale curie, dienen de cann. 256 - 260[al:256-260] in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
124
Can. 124
De liturgische commissie, die er in elke patriarchale Kerk moet zijn, en de overige voor de Kerken sui iuris voorgeschreven commissies, worden door de Patriarch opgericht, worden samengesteld uit personen door de Patriarch benoemd en worden eveneens beheerst door de normen door hemzelf bepaald, tenzij anders door het recht wordt geregeld.
De liturgische commissie, die er in elke patriarchale Kerk moet zijn, en de overige voor de Kerken sui iuris voorgeschreven commissies, worden door de Patriarch opgericht, worden samengesteld uit personen door de Patriarch benoemd en worden eveneens beheerst door de normen door hemzelf bepaald, tenzij anders door het recht wordt geregeld.
Referenties naar alinea 124: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
125
Can. 125
De kosten van de patriarchale curie dienen uit de goederen te worden betaald, die de Patriarch tot dit doel kan gebruiken; als deze niet volstaan, dienen de afzonderlijke eparchieën zich te verenigen om de kosten te betalen naar een maat door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk vast te stellen.
De kosten van de patriarchale curie dienen uit de goederen te worden betaald, die de Patriarch tot dit doel kan gebruiken; als deze niet volstaan, dienen de afzonderlijke eparchieën zich te verenigen om de kosten te betalen naar een maat door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk vast te stellen.
Referenties naar alinea 125: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk V - Over de vacante of verhinderde patriarchale Zetel (cann. 126-132)
126
Can. 126
§ 1. De patriarchale Zetel is vacant door de dood dan wel door terugtreding van de Patriarch.
§ 1. De patriarchale Zetel is vacant door de dood dan wel door terugtreding van de Patriarch.
Referenties naar alinea 126: 1
Mutua Concordia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tot aanvaarding van de terugtreding van de Patriarch is de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bevoegd na raadpleging van de Paus, tenzij de Patriarch zich direct tot de Paus heeft gewend.
- N.v.d.r.: Vanaf 29-08-2026 is een § 3 - § 5 toegevoegd, die om technische redenen nog niet hier zichtbaar is, zie Mutua Concordia, [9946|+19-21].
Referenties naar deze alinea: 2
Mutua Concordia ->=geentekst=Mutua Concordia ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
127
Can. 127
Tenzij het particulier recht anders bepaalt, is bij vacatie van de patriarchale Zetel de qua bisschoppelijke wijding oudste Bisschop onder de Bisschoppen van de patriarchale curie of, als zij ontbreken, onder de Bisschoppen die lid zijn van de permanente Synode, de Administrator van de patriarchale Kerk.
Tenzij het particulier recht anders bepaalt, is bij vacatie van de patriarchale Zetel de qua bisschoppelijke wijding oudste Bisschop onder de Bisschoppen van de patriarchale curie of, als zij ontbreken, onder de Bisschoppen die lid zijn van de permanente Synode, de Administrator van de patriarchale Kerk.
Referenties naar alinea 127: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
128
Can. 128
Het is de taak van de Administrator van de patriarchale Kerk om:
Het is de taak van de Administrator van de patriarchale Kerk om:
Referenties naar alinea 128: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de kennis van de vacatie van de patriarchale Zetel terstond aan de Paus en eveneens aan alle Bisschoppen van de patriarchale Kerk mede te delen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de bijzondere normen, die het gemene of het particulier recht dan wel een instructie van de Paus, als er enige is, voorschrijft voor de diverse omstandigheden, waaronder de vacatie van de patriarchale Zetel heeft plaatsgevonden, zorgvuldig uit te voeren of ervoor te zorgen, dat anderen ze uitvoeren;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de Bisschoppen tot de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk om de Patriarch te kiezen bijeen te roepen en al het overige, dat voor die Synode noodzakelijk is, te regelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
129
Can. 129
De Administrator van de patriarchale Kerk heeft in de eparchie van de Patriarch, in de stauropegiale kloosters en ook op de plaatsen, waar noch een eparchie noch een exarchaat is opgericht, dezelfde rechten en plichten als de Administrator van een vacante eparchie.
De Administrator van de patriarchale Kerk heeft in de eparchie van de Patriarch, in de stauropegiale kloosters en ook op de plaatsen, waar noch een eparchie noch een exarchaat is opgericht, dezelfde rechten en plichten als de Administrator van een vacante eparchie.
Referenties naar alinea 129: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
130
132
132
Can. 130
§ 1. Op de Administrator van de patriarchale Kerk gaat de gewone macht van de Patriarch over met uitsluiting van al datgene, wat niet gedaan kan worden tenzij met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk.
§ 1. Op de Administrator van de patriarchale Kerk gaat de gewone macht van de Patriarch over met uitsluiting van al datgene, wat niet gedaan kan worden tenzij met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk.
Referenties naar alinea 130: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Administrator van de patriarchale Kerk kan de Protosyncellus of de Syncelli van de eparchie van de Patriarch niet uit hun ambt verwijderen en niet bij vacatie van de patriarchale Zetel iets vernieuwen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Ook al mist hij de voorrechten van de Patriarch, de Administrator van de patriarchale Kerk heeft voorrang boven alle Bisschoppen van die Kerk, niet echter in de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk om de Patriarch te kiezen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
131
Can. 131
De Administrator van de patriarchale Kerk moet zo spoedig mogelijk verantwoording over zijn beheer aan de nieuwe Patriarch afleggen.
De Administrator van de patriarchale Kerk moet zo spoedig mogelijk verantwoording over zijn beheer aan de nieuwe Patriarch afleggen.
Referenties naar alinea 131: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document132
Can. 132
§ 1. Wanneer de patriarchale Zetel om wat voor reden dan ook zo verhinderd is, dat de Patriarch zelfs niet door middel van een brief met de Eparchen van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, kan communiceren, ligt het bestuur van de patriarchale Kerk volgens de norm van can. 130[574|+246 -248] bij de binnen de grenzen van het territorium van die Kerk qua bisschoppelijke wijding oudste Eparch, die zelf niet verhinderd is, tenzij de Patriarch een andere Bisschop of in geval van uiterste noodzaak zelfs een presbyter heeft aangewezen.
§ 1. Wanneer de patriarchale Zetel om wat voor reden dan ook zo verhinderd is, dat de Patriarch zelfs niet door middel van een brief met de Eparchen van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, kan communiceren, ligt het bestuur van de patriarchale Kerk volgens de norm van can. 130[574|+246 -248] bij de binnen de grenzen van het territorium van die Kerk qua bisschoppelijke wijding oudste Eparch, die zelf niet verhinderd is, tenzij de Patriarch een andere Bisschop of in geval van uiterste noodzaak zelfs een presbyter heeft aangewezen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wanneer de Patriarch zo verhinderd is, dat hij zelfs niet door middel van een brief met de Christengelovigen van de eigen eparchie kan communiceren, ligt het bestuur van die eparchie bij de Protosyncellus; als evenwel ook deze verhinderd is, bij diegene, die de Patriarch of hij, die de patriarchale Kerk in de tussentijd bestuurt, heeft aangewezen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Wie het bestuur in de tussentijd op zich heeft genomen, dient de Paus zo spoedig mogelijk van de verhinderde patriarchale Zetel en van de overname van het bestuur in kennis te stellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk VI - Over de Metropolieten van de patriarchale Kerk (cann. 133-139)
133
Can. 133
§ 1. De Metropoliet, die aan het hoofd staat van enige provincie binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk, is in de eparchieën van deze provincie naast het andere, wat door het gemene recht aan hem wordt toegekend, bevoegd:
§ 1. De Metropoliet, die aan het hoofd staat van enige provincie binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk, is in de eparchieën van deze provincie naast het andere, wat door het gemene recht aan hem wordt toegekend, bevoegd:
Referenties naar alinea 133: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de Bisschoppen van de provincie binnen de door het recht vastgestelde tijd te wijden en te introniseren onverminderd can. can. 86, § 1, n. 2[574|+158];
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document138-139
- 2° de metropolitane Synode op de door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bepaalde tijden bijeen te roepen, de erin te behandelen vraagpunten passend voor te bereiden, de Synode voor te zitten, haar te verplaatsen, te verlengen, op te schorten en te ontbinden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document138-139
- 3° de metropolitane rechtbank op te richten;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document138-139
- 4° erop toe te zien, dat het geloof en de kerkelijke discipline zorgvuldig in acht genomen worden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document138-139
- 5° de canonieke visitatie te verrichten, als de Eparch deze heeft nagelaten;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document138-139
- 6° degene, die wettig voor een ambt is voorgedragen of gekozen, te benoemen of te bevestigen, als de Eparch achterwege gelaten heeft dit binnen de door het recht bepaalde tijd te doen zonder door een rechtmatig beletsel weerhouden te zijn, en ook de eparchiaal econoom te benoemen, als de Eparch, ondanks een waarschuwing, nagelaten heeft deze te benoemen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document138
§ 2. In alle juridische aangelegenheden van de provincie handelt de Metropoliet als haar vertegenwoordiger.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
134
Can. 134
§ 1. De waardigheid van Metropoliet is altijd verbonden met een vastgestelde eparchiale zetel.
§ 1. De waardigheid van Metropoliet is altijd verbonden met een vastgestelde eparchiale zetel.
Referenties naar alinea 134: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Metropoliet heeft in de eigen eparchie dezelfde rechten en plichten als de Eparch in de zijne.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
135
138
138
Can. 135
De Metropoliet moet worden herinnerd door alle Bisschoppen en de overige clerici in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken.
De Metropoliet moet worden herinnerd door alle Bisschoppen en de overige clerici in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken.
Referenties naar alinea 135: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
136
138
138
Can. 136
De Metropoliet die aan het hoofd van een provincie staat, heeft overal voorrang boven een titulair Metropoliet.
De Metropoliet die aan het hoofd van een provincie staat, heeft overal voorrang boven een titulair Metropoliet.
Referenties naar alinea 136: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
137
Can. 137
De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk dient de rechten en plichten van de Metropolieten en de metropolitane Synoden nader vast te stellen overeenkomstig de wettige gewoonten van de eigen patriarchale Kerk en eveneens de omstandigheden van tijden en plaatsen.
De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk dient de rechten en plichten van de Metropolieten en de metropolitane Synoden nader vast te stellen overeenkomstig de wettige gewoonten van de eigen patriarchale Kerk en eveneens de omstandigheden van tijden en plaatsen.
Referenties naar alinea 137: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
138
Can. 138
De rechten en plichten van de Metropoliet die buiten de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk is aangesteld, zijn dezelfde als in can. 133, § 1, nn. 2 - 6 et § 2[574|+256-261] en eveneens in de cann. 135, 136, 160[al:135-136.160] en 1084, § 3[574|+2400] worden voorgeschreven; met betrekking tot de overige rechten en plichten neemt de Metropoliet de bijzondere normen in acht, die door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk zijn voorgelegd en door de Apostolische Stoel zijn goedgekeurd of door deze Stoel zelf zijn bepaald.
De rechten en plichten van de Metropoliet die buiten de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk is aangesteld, zijn dezelfde als in can. 133, § 1, nn. 2 - 6 et § 2[574|+256-261] en eveneens in de cann. 135, 136, 160[al:135-136.160] en 1084, § 3[574|+2400] worden voorgeschreven; met betrekking tot de overige rechten en plichten neemt de Metropoliet de bijzondere normen in acht, die door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk zijn voorgelegd en door de Apostolische Stoel zijn goedgekeurd of door deze Stoel zelf zijn bepaald.
Referenties naar alinea 138: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
139
1064 §2
1064 §2
Can. 139
De Eparch die buiten de grenzen van het territorium van de eigen patriarchale Kerk zijn macht uitoefent en tot geen enkele provincie behoort, dient een Metropoliet aan te wijzen na raadpleging van de Patriarch en met de goedkeuring van de Apostolische Stoel; deze Metropoliet komen de rechten en plichten toe, als bedoeld in can. 133, § 1, nn. 3 - 6[574|+256-260].
De Eparch die buiten de grenzen van het territorium van de eigen patriarchale Kerk zijn macht uitoefent en tot geen enkele provincie behoort, dient een Metropoliet aan te wijzen na raadpleging van de Patriarch en met de goedkeuring van de Apostolische Stoel; deze Metropoliet komen de rechten en plichten toe, als bedoeld in can. 133, § 1, nn. 3 - 6[574|+256-260].
Referenties naar alinea 139: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk VII - Over de patriarchale assemblee (cann. 140-145)
140
172
172
Can. 140
De patriarchale assemblee is een raadgevende vergadering van de gehele Kerk, aan het hoofd waarvan de Patriarch staat, die de Patriarch en de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk ondersteunende hulp verleent bij het behartigen van aangelegenheden van groter belang vooral om vormen en wijzen van apostolaat en eveneens de kerkelijke discipline met de zich voordoende tijdsomstandigheden en het algemeen welzijn van de eigen Kerk passend in overeenstemming te brengen, rekening ook gehouden met het algemeen welzijn van het gehele territorium, waar meerdere Kerken sui iuris bestaan.
De patriarchale assemblee is een raadgevende vergadering van de gehele Kerk, aan het hoofd waarvan de Patriarch staat, die de Patriarch en de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk ondersteunende hulp verleent bij het behartigen van aangelegenheden van groter belang vooral om vormen en wijzen van apostolaat en eveneens de kerkelijke discipline met de zich voordoende tijdsomstandigheden en het algemeen welzijn van de eigen Kerk passend in overeenstemming te brengen, rekening ook gehouden met het algemeen welzijn van het gehele territorium, waar meerdere Kerken sui iuris bestaan.
Referenties naar alinea 140: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
141
172
172
Can. 141
De patriarchale assemblee moet tenminste ieder vijfde jaar bijeengeroepen worden en met de instemming van de permanente Synode dan wel de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk, zo vaak als de Patriarch dit nuttig lijkt.
De patriarchale assemblee moet tenminste ieder vijfde jaar bijeengeroepen worden en met de instemming van de permanente Synode dan wel de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk, zo vaak als de Patriarch dit nuttig lijkt.
Referenties naar alinea 141: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
142
172
172
Can. 142
§ 1. De Patriarch is bevoegd de patriarchale assemblee bijeen te roepen, die voor te zitten en haar te verplaatsen, te verlengen, op te schorten en te ontbinden; de Patriarch zelf dient een vicevoorzitter te benoemen, die bij afwezigheid van de Patriarch de assemblee voorzit.
§ 1. De Patriarch is bevoegd de patriarchale assemblee bijeen te roepen, die voor te zitten en haar te verplaatsen, te verlengen, op te schorten en te ontbinden; de Patriarch zelf dient een vicevoorzitter te benoemen, die bij afwezigheid van de Patriarch de assemblee voorzit.
Referenties naar alinea 142: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document172
§ 2. Bij vacatie van de patriarchale Zetel wordt de patriarchale assemblee van rechtswege opgeschort, totdat de nieuwe Patriarch dienaangaande zal hebben besloten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
143
172
172
Can. 143
§ 1. Tot de patriarchale assemblee moeten bijeengeroepen worden:
§ 1. Tot de patriarchale assemblee moeten bijeengeroepen worden:
Referenties naar alinea 143: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document172
- 1° de Eparchen en de overige plaatselijk Hiërarchen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document172
- 2° de titulair Bisschoppen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document172
- 3° de Praesides van monastieke confederaties, de generaal Oversten van instituten van gewijd leven en de Oversten van kloosters sui iuris;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document172
- 4° de rectoren van katholieke universiteiten en kerkelijke universiteiten en eveneens de decanen van de faculteiten van theologie en canoniek recht, die binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, waarvan de assemblee gehouden wordt, hun zetel hebben;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document172
- 5° de rectoren van grootseminaries;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document172
- 6° uit iedere eparchie afzonderlijk tenminste één van de presbyters die in die eparchie opgenomen zijn, vooral van de pastoors, één van de religieuzen of leden van kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven en eveneens twee leken, tenzij de statuten een groter aantal vaststellen, die allen op de door de Eparch vastgestelde wijze worden aangewezen en in ieder geval, als het om leden van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven gaat, met de instemming van de bevoegde Overste.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document172
§ 2. Allen, die tot de patriarchale assemblee bijeengeroepen moeten worden, moeten daarbij aanwezig zijn, tenzij zij weerhouden worden door een rechtmatig beletsel, waarvan zij gehouden zijn de Patriarch in kennis te stellen; de Eparchen kunnen evenwel in hun plaats een procurator zenden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document172
§ 3. Personen van een andere Kerk sui iuris kunnen tot de patriarchale assemblee worden uitgenodigd en daaraan deelhebben volgens de norm van de statuten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document172
§ 4. Tot de patriarchale assemblee kunnen ook enkele waarnemers uit niet-katholieke Kerken of kerkelijke Gemeenschappen worden uitgenodigd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
144
172
172
Can. 144
§ 1. Onverminderd het recht van iedere mogelijke Christengelovige om bij de Hiërarchen vraagpunten te melden, is alleen de Patriarch of de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bevoegd de in de patriarchale assemblee te behandelen onderwerpen vast te stellen.
§ 1. Onverminderd het recht van iedere mogelijke Christengelovige om bij de Hiërarchen vraagpunten te melden, is alleen de Patriarch of de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bevoegd de in de patriarchale assemblee te behandelen onderwerpen vast te stellen.
Referenties naar alinea 144: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document172
§ 2. Het is de taak van de Patriarch door middel van passende voorbereidingscommissies en raadplegingen ervoor te zorgen, dat alle vraagpunten passend worden voorbereid en op een passend tijdstip aan de leden van de assemblee worden toegezonden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
145
172
172
Can. 145
De patriarchale assemblee dient haar eigen statuten te hebben door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk goedgekeurd, waarin de normen noodzakelijk om het doel van de assemblee te bereiken, moeten worden vervat.
De patriarchale assemblee dient haar eigen statuten te hebben door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk goedgekeurd, waarin de normen noodzakelijk om het doel van de assemblee te bereiken, moeten worden vervat.
Referenties naar alinea 145: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk VIII - Over het territorium van de patriarchale Kerk en over de macht van de Patriarch en van de Synoden buiten dit territorium (cann. 146-150)
146
Can. 146
§ 1. Het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan de Patriarch staat, strekt zich uit tot die regio's, waarin de ritus eigen aan die Kerk in acht genomen wordt en de Patriarch het wettig verworven recht heeft om provincies, eparchieën en eveneens exarchaten op te richten.
§ 1. Het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan de Patriarch staat, strekt zich uit tot die regio's, waarin de ritus eigen aan die Kerk in acht genomen wordt en de Patriarch het wettig verworven recht heeft om provincies, eparchieën en eveneens exarchaten op te richten.
Referenties naar alinea 146: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als enige twijfel over de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk ontstaat dan wel als het om de wijziging van de grenzen gaat, is de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bevoegd de zaak te onderzoeken gehoord het hoger administratief gezag van iedere Kerk sui iuris afzonderlijk, in wier belang het is, en eveneens, nadat de zaak in die Synode is besproken, een passend voorbereid verzoek om de twijfel op te heffen of om de grenzen te wijzigen aan de Paus aan te bieden, die alleen bevoegd is de twijfel authentiek weg te nemen of een decreet over wijziging van de grenzen uit te vaardigen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
147
Can. 147
Binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk wordt de macht van de Patriarch en de Synoden niet alleen over alle in die Kerk opgenomen Christengelovigen uitgeoefend, maar ook over de overige, die geen in hetzelfde territorium aangestelde plaatselijk Hiërarch van de eigen Kerk sui iuris hebben en die, ook al blijven zij in de eigen Kerk opgenomen, aan de zorg van de plaatselijk Hiërarchen van die patriarchale Kerk worden toevertrouwd onverminderd can. 916, § 5[574|+2003].
Binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk wordt de macht van de Patriarch en de Synoden niet alleen over alle in die Kerk opgenomen Christengelovigen uitgeoefend, maar ook over de overige, die geen in hetzelfde territorium aangestelde plaatselijk Hiërarch van de eigen Kerk sui iuris hebben en die, ook al blijven zij in de eigen Kerk opgenomen, aan de zorg van de plaatselijk Hiërarchen van die patriarchale Kerk worden toevertrouwd onverminderd can. 916, § 5[574|+2003].
Referenties naar alinea 147: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
148
Can. 148
§ 1. De Patriarch heeft het recht en de plicht om met betrekking tot de Christengelovigen die buiten de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, verblijven, passende inlichtingen in te winnen, ook door tussenkomst van een Visitator die door hem met de toestemming van de Apostolische Stoel is gezonden.
§ 1. De Patriarch heeft het recht en de plicht om met betrekking tot de Christengelovigen die buiten de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, verblijven, passende inlichtingen in te winnen, ook door tussenkomst van een Visitator die door hem met de toestemming van de Apostolische Stoel is gezonden.
Referenties naar alinea 148: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Voordat hij zijn taak begint, dient de Visitator zich tot de Eparch van deze Christengelovigen te wenden en hem de benoemingsbrief te tonen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Nadat de visitatie is verricht, dient de Visitator een verslag te zenden aan de Patriarch die, nadat de zaak in de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk is besproken, aan de Apostolische Stoel passende middelen kan voorstellen, opdat overal ter wereld wordt voorzien in de bescherming en de groei van het geestelijk welzijn van de Christengelovigen van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, ook door de oprichting van eigen parochies en exarchaten of eparchieën.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
149
102
107
110
181
102
107
110
181
Can. 149
De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk kiest, onverminderd can. 102, § 3[574|+3403], en volgens de norm van de canones over de verkiezingen van Bisschoppen kandidaten, tenminste drie, om het ambt van Eparch, Bisschop-coadiutor of Hulpbisschop buiten de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk te vervullen, draagt ze door tussenkomst van de Patriarch aan de Paus ter benoeming voor onder geheimhouding door allen, die op welke wijze ook maar de afloop van de verkiezing kennen, ook jegens de kandidaten.
Geldig tot 15 mei 2023: Candidatos, saltem tres, ad officium Episcopi eparchialis, Episcopi coadiutoris vel Episcopi auxiliaris extra fines territorii Ecclesiae patriarchalis implendum Synodus Episcoporum Ecclesiae patriarchalis ad normam canonum de electionibus Episcoporum eligit et per Patriarcham Romano Pontifici ad nominationem proponit secreto servato ab omnibus, qui quomodolibet electionis exitum noverunt, etiam erga candidatos.
De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk kiest, onverminderd can. 102, § 3[574|+3403], en volgens de norm van de canones over de verkiezingen van Bisschoppen kandidaten, tenminste drie, om het ambt van Eparch, Bisschop-coadiutor of Hulpbisschop buiten de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk te vervullen, draagt ze door tussenkomst van de Patriarch aan de Paus ter benoeming voor onder geheimhouding door allen, die op welke wijze ook maar de afloop van de verkiezing kennen, ook jegens de kandidaten.
Geldig tot 15 mei 2023: Candidatos, saltem tres, ad officium Episcopi eparchialis, Episcopi coadiutoris vel Episcopi auxiliaris extra fines territorii Ecclesiae patriarchalis implendum Synodus Episcoporum Ecclesiae patriarchalis ad normam canonum de electionibus Episcoporum eligit et per Patriarcham Romano Pontifici ad nominationem proponit secreto servato ab omnibus, qui quomodolibet electionis exitum noverunt, etiam erga candidatos.
Referenties naar alinea 149: 1
Iam Pridem ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
150
Can. 150
§ 1. De Bisschoppen die buiten de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn aangesteld, hebben alle synodale rechten en plichten van de overige Bisschoppen van die Kerk onverminderd can. 102, § 2[574|+186].
§ 1. De Bisschoppen die buiten de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn aangesteld, hebben alle synodale rechten en plichten van de overige Bisschoppen van die Kerk onverminderd can. 102, § 2[574|+186].
Referenties naar alinea 150: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document110
§ 2. De wetten die door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk zijn uitgevaardigd en door de Patriarch zijn afgekondigd, gelden, als zij liturgische wetten zijn, overal ter wereld; als zij evenwel disciplinaire wetten zijn of als het om de overige beslissingen van de Synode gaat, hebben ze rechtskracht binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document110
330 §1
§ 3. De Eparchen die buiten de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn aangesteld, dienen aan de disciplinaire wetten en de overige synodale beslissingen, die hun bevoegdheid niet overstijgen, in de eigen eparchieën rechtskracht te willen toekennen; als evenwel deze wetten of beslissingen door de Apostolische Stoel zijn goedgekeurd, hebben ze overal ter wereld rechtskracht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL V - Over de grootaartsbisschoppelijke Kerken (cann. 151-154)
151
Can. 151
Een Grootaartsbisschop is de Metropoliet van een Zetel door het hoogste gezag van de Kerk vastgesteld of erkend, die aan het hoofd staat van een gehele oosterse Kerk sui iuris die niet met een patriarchale titel is onderscheiden.
Een Grootaartsbisschop is de Metropoliet van een Zetel door het hoogste gezag van de Kerk vastgesteld of erkend, die aan het hoofd staat van een gehele oosterse Kerk sui iuris die niet met een patriarchale titel is onderscheiden.
Referenties naar alinea 151: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
152
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Mutua Concordia ->=geentekst=
Can. 152
Hetgeen in het gemene recht over de patriarchale Kerken of over de Patriarchen wordt gezegd, wordt begrepen te gelden voor de grootaartsbisschoppelijke Kerken of voor de Grootaartsbisschoppen, tenzij anders door het gemene recht uitdrukkelijk wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
Hetgeen in het gemene recht over de patriarchale Kerken of over de Patriarchen wordt gezegd, wordt begrepen te gelden voor de grootaartsbisschoppelijke Kerken of voor de Grootaartsbisschoppen, tenzij anders door het gemene recht uitdrukkelijk wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
Referenties naar alinea 152: 3
Apostolos Suos ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Mutua Concordia ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
153
Can. 153
§ 1. De Grootaartsbisschop wordt volgens de norm van de cann. 63 - 74[al:63-74] gekozen.
§ 1. De Grootaartsbisschop wordt volgens de norm van de cann. 63 - 74[al:63-74] gekozen.
Referenties naar alinea 153: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Na de aanvaarding van de gekozene moet de Synode van Bisschoppen van de grootaartsbisschoppelijke Kerk door middel van een synodale brief de Paus in kennis stellen van de canoniek verrichte verkiezing; zelf evenwel moet de gekozene door middel van een eigenhandig ondertekende brief de Paus dringend om de bevestiging van zijn verkiezing verzoeken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Na de verkregen bevestiging moet de gekozene ten overstaan van de Synode van Bisschoppen van de grootaartsbisschoppelijke Kerk de geloofsbelijdenis en de belofte om zijn ambt getrouw te vervullen, afleggen; vervolgens dient overgegaan te worden tot zijn proclamatie en intronisatie; als evenwel de gekozene nog geen gewijde Bisschop is, kan de intronisatie niet geldig verricht worden, voordat de gekozene de bisschoppelijke wijding heeft ontvangen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Als evenwel de bevestiging wordt geweigerd, dient een nieuwe verkiezing gehouden te worden binnen de door de Paus bepaalde tijd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
154
Can. 154
De Grootaartsbisschoppen bezitten voorrang van eer onmiddellijk na de Patriarchen overeenkomstig de volgorde van verheffing van de Kerk, aan het hoofd waarvan zij staan, tot grootaartsbisschoppelijke Kerk.
De Grootaartsbisschoppen bezitten voorrang van eer onmiddellijk na de Patriarchen overeenkomstig de volgorde van verheffing van de Kerk, aan het hoofd waarvan zij staan, tot grootaartsbisschoppelijke Kerk.
Referenties naar alinea 154: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Titel VI - Over de metropolitane Kerken en de overige Kerken sui iuris (cann. 155-176)
- Hoofdstuk I - Over de metropolitane Kerken sui iuris (cann. 155-173)
155
Can. 155
§ 1. Aan het hoofd van een metropolitane Kerk sui iuris staat de Metropoliet van een vastgestelde zetel, door de Paus benoemd en door de Raad van Hiërarchen volgens de norm van het recht bijgestaan.
§ 1. Aan het hoofd van een metropolitane Kerk sui iuris staat de Metropoliet van een vastgestelde zetel, door de Paus benoemd en door de Raad van Hiërarchen volgens de norm van het recht bijgestaan.
Referenties naar alinea 155: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Alleen het hoogste gezag van de Kerk is bevoegd metropolitane Kerken sui iuris op te richten, te wijzigen en op te heffen en hun territorium met bepaalde grenzen af te bakenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
156
Can. 156
§ 1. Binnen drie maanden te rekenen vanaf de bisschoppelijke wijding of, als hij reeds tot Bisschop is gewijd, vanaf de intronisatie, is de Metropoliet verplicht de Paus om het pallium te verzoeken, dat het teken is van zijn metropolitane macht en van volle gemeenschap van de metropolitane Kerk sui iuris met de Paus.
§ 1. Binnen drie maanden te rekenen vanaf de bisschoppelijke wijding of, als hij reeds tot Bisschop is gewijd, vanaf de intronisatie, is de Metropoliet verplicht de Paus om het pallium te verzoeken, dat het teken is van zijn metropolitane macht en van volle gemeenschap van de metropolitane Kerk sui iuris met de Paus.
Referenties naar alinea 156: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Vóór het opleggen van het pallium kan de Metropoliet niet de Raad van Hiërarchen bijeenroepen en Bisschoppen wijden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
157
Can. 157
§ 1. De macht, die de Metropoliet volgens de norm van het recht toekomt ten opzichte van de Bisschoppen en de overige Christengelovigen van de metropolitane Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, is gewoon en eigen, maar zo persoonlijk, dat hijzelf niet een Plaatsvervanger voor de gehele metropolitane Kerk sui iuris kan aanstellen dan wel zijn macht aan iemand voor het geheel van de gevallen delegeren.
§ 1. De macht, die de Metropoliet volgens de norm van het recht toekomt ten opzichte van de Bisschoppen en de overige Christengelovigen van de metropolitane Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, is gewoon en eigen, maar zo persoonlijk, dat hijzelf niet een Plaatsvervanger voor de gehele metropolitane Kerk sui iuris kan aanstellen dan wel zijn macht aan iemand voor het geheel van de gevallen delegeren.
Referenties naar alinea 157: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De macht van de Metropoliet en de Raad van Hiërarchen wordt alleen maar geldig uitgeoefend binnen de grenzen van het territorium van de metropolitane Kerk sui iuris.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. In alle juridische aangelegenheden van de metropolitane Kerk sui iuris handelt de Metropoliet als haar vertegenwoordiger.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
158
Can. 158
§ 1. De zetel van de metropolitane Kerk sui iuris is in de hoofdstad, waaraan de Metropoliet, die aan het hoofd van deze Kerk staat, zijn titel ontleent.
§ 1. De zetel van de metropolitane Kerk sui iuris is in de hoofdstad, waaraan de Metropoliet, die aan het hoofd van deze Kerk staat, zijn titel ontleent.
Referenties naar alinea 158: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Metropoliet heeft in de aan hem toevertrouwde eparchie dezelfde rechten en plichten als de Eparch in de zijne.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
159
Can. 159
In de metropolitane Kerk sui iuris, aan het hoofd waarvan hij staat, komt het de Metropoliet naast datgene, wat door het gemene recht of door het particulier recht door de Paus bepaald aan hem wordt toegekend, toe:
In de metropolitane Kerk sui iuris, aan het hoofd waarvan hij staat, komt het de Metropoliet naast datgene, wat door het gemene recht of door het particulier recht door de Paus bepaald aan hem wordt toegekend, toe:
Referenties naar alinea 159: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de Bisschoppen van die Kerk binnen de door het recht vastgestelde tijd te wijden en te introniseren;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de Raad van Hiërarchen volgens de norm van het recht bijeen te roepen, de daarin te behandelen vraagpunten passend voor te bereiden, die voor te zitten en hem te verplaatsen, te verlengen, op te schorten en te ontbinden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document175
- 3° de metropolitane rechtbank op te richten;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document175
- 4° erop toe te zien, dat het geloof en de kerkelijke discipline zorgvuldig in acht genomen worden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document175
- 5° de canonieke visitatie in de eparchieën te verrichten, als de Eparch deze heeft nagelaten;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document175
- 6° de Administrator van de eparchie te benoemen in het geval, als bedoeld in can. 221, n. 4[574|+472];
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document175
- 7° degene, die wettig voor een ambt is voorgedragen of gekozen, te benoemen of te bevestigen, als de Eparch achterwege gelaten heeft dit binnen de door het recht bepaalde tijd te doen zonder door een rechtmatig beletsel weerhouden te zijn, en ook de eparchiaal econoom te benoemen, als de Eparch, ondanks een waarschuwing, nagelaten heeft deze te benoemen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document175
- 8° de akten van de Paus aan de Eparchen en anderen, die ze aangaan, mede te delen, tenzij de Apostolische Stoel direct erin heeft voorzien, en voor de getrouwe uitvoering van de voorschriften, die in deze akten worden vervat, te zorgen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
160
138
138
Can. 160
Bij aangelegenheden die buitengewoon zijn of een bijzondere moeilijkheid met zich meebrengen, moeten de Eparchen niet achterwege laten de Metropoliet te horen en de Metropoliet de Eparchen.
Bij aangelegenheden die buitengewoon zijn of een bijzondere moeilijkheid met zich meebrengen, moeten de Eparchen niet achterwege laten de Metropoliet te horen en de Metropoliet de Eparchen.
Referenties naar alinea 160: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
161
Can. 161
De Metropoliet moet worden herinnerd na de Paus door alle Bisschoppen en de overige clerici in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken.
De Metropoliet moet worden herinnerd na de Paus door alle Bisschoppen en de overige clerici in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken.
Referenties naar alinea 161: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
162
Can. 162
De Metropoliet moet de herinnering aan de Paus ten teken van volle gemeenschap met hem in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken verrichten en ervoor zorgen, dat zij door alle Bisschoppen en de overige clerici van de metropolitane Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, getrouw wordt verricht.
De Metropoliet moet de herinnering aan de Paus ten teken van volle gemeenschap met hem in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken verrichten en ervoor zorgen, dat zij door alle Bisschoppen en de overige clerici van de metropolitane Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, getrouw wordt verricht.
Referenties naar alinea 162: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
163
Can. 163
De Metropoliet dient veelvuldige betrekkingen met de Paus te hebben; het bezoek evenwel, dat hij iedere vijf jaar volgens de norm van can. 208, § 2[574|+434] moet verrichten, dient, voor zover het mogelijk is, tezamen met alle Bisschoppen van de metropolitane Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, gedaan te worden.
De Metropoliet dient veelvuldige betrekkingen met de Paus te hebben; het bezoek evenwel, dat hij iedere vijf jaar volgens de norm van can. 208, § 2[574|+434] moet verrichten, dient, voor zover het mogelijk is, tezamen met alle Bisschoppen van de metropolitane Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, gedaan te worden.
Referenties naar alinea 163: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
164
Can. 164
§ 1. Tot de Raad van Hiërarchen moeten worden opgeroepen alle en alleen de gewijde Bisschoppen van dezelfde metropolitane Kerk sui iuris, waar ze ook maar zijn aangesteld, met uitsluiting van hen, als bedoeld in can. 953, § 1[574|+2087], of van hen, die met canonieke straffen, als bedoeld in de cann. 1433 en 1434[574|+3152 -3156], zijn gestraft; de Bisschoppen van een andere Kerk sui iuris kunnen alleen als gasten worden uitgenodigd, als aan de meerderheid van de leden van de Raad van Hiërarchen dit behaagt.
§ 1. Tot de Raad van Hiërarchen moeten worden opgeroepen alle en alleen de gewijde Bisschoppen van dezelfde metropolitane Kerk sui iuris, waar ze ook maar zijn aangesteld, met uitsluiting van hen, als bedoeld in can. 953, § 1[574|+2087], of van hen, die met canonieke straffen, als bedoeld in de cann. 1433 en 1434[574|+3152 -3156], zijn gestraft; de Bisschoppen van een andere Kerk sui iuris kunnen alleen als gasten worden uitgenodigd, als aan de meerderheid van de leden van de Raad van Hiërarchen dit behaagt.
Referenties naar alinea 164: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In de Raad van Hiërarchen hebben de Eparchen en de Bisschoppen-coadiutor beslissend stemrecht; de overige Bisschoppen evenwel van de metropolitane Kerk sui iuris kunnen dit stemrecht hebben, als dit in het particulier recht uitdrukkelijk wordt bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
165
Can. 165
§ 1. Alle Bisschoppen, die wettig tot de Raad van Hiërarchen zijn opgeroepen, zijn aan de zwaarwegende plicht gehouden om bij die Raad aanwezig te zijn met uitzondering van hen, die reeds van hun ambt zijn teruggetreden.
§ 1. Alle Bisschoppen, die wettig tot de Raad van Hiërarchen zijn opgeroepen, zijn aan de zwaarwegende plicht gehouden om bij die Raad aanwezig te zijn met uitzondering van hen, die reeds van hun ambt zijn teruggetreden.
Referenties naar alinea 165: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als enige Bisschop van oordeel is, dat hij door een rechtmatig beletsel wordt weerhouden, dient hij schriftelijk zijn redenen aan de Raad van Hiërarchen bekend te maken; de Bisschoppen die beslissend stemrecht hebben en op de aangewezen plaats bij de aanvang van de zittingen van de Raad aanwezig zijn, zijn bevoegd over de wettigheid van het beletsel te beslissen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Niemand van de leden van de Raad van Hiërarchen kan een procurator in zijn plaats zenden en niemand heeft meerdere stemmen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Nadat de Raad van Hiërarchen is begonnen, is het niemand van degenen, die aanwezig moeten zijn, geoorloofd weg te gaan tenzij om een rechtmatige reden door de voorzitter van de Raad goedgekeurd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
166
Can. 166
§ 1. Tenzij het particulier recht een grotere aanwezigheid eist, is iedere mogelijke zitting van de Raad van Hiërarchen canoniek en iedere stemronde afzonderlijk geldig, als de meerderheid van de Bisschoppen, die gehouden zijn de Raad van Hiërarchen bij te wonen, aanwezig is.
§ 1. Tenzij het particulier recht een grotere aanwezigheid eist, is iedere mogelijke zitting van de Raad van Hiërarchen canoniek en iedere stemronde afzonderlijk geldig, als de meerderheid van de Bisschoppen, die gehouden zijn de Raad van Hiërarchen bij te wonen, aanwezig is.
Referenties naar alinea 166: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Raad van Hiërarchen beslist aangelegenheden bij absolute meerderheid van stemmen van degenen, die beslissend stemrecht hebben en aanwezig zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
167
Can. 167
§ 1. Onverminderd de canones, waarin het uitdrukkelijk gaat over de macht van de Raad van Hiërarchen om wetten en normen uit te vaardigen, kan deze Raad deze ook uitvaardigen in die gevallen, waarin het gemene recht een zaak verwijst naar het particulier recht van een Kerk sui iuris.
§ 1. Onverminderd de canones, waarin het uitdrukkelijk gaat over de macht van de Raad van Hiërarchen om wetten en normen uit te vaardigen, kan deze Raad deze ook uitvaardigen in die gevallen, waarin het gemene recht een zaak verwijst naar het particulier recht van een Kerk sui iuris.
Referenties naar alinea 167: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Metropoliet dient de Apostolische Stoel zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van de door de Raad van Hiërarchen uitgevaardigde wetten en normen en de wetten en normen kunnen niet geldig worden afgekondigd, voordat de Metropoliet het door de Apostolische Stoel schriftelijk gegeven bericht heeft gehad van de ontvangst van de akten van de Raad; ook van de overige in de Raad van Hiërarchen behandelde zaken dient de Metropoliet de Apostolische Stoel in kennis te stellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het is de taak van de Metropoliet te zorgen voor de afkondiging van de wetten en de publicatie van de beslissingen van de Raad van Hiërarchen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Onverminderd de canones, waarin het uitdrukkelijk gaat over de administratieve beschikkingen van de Metropoliet, die aan het hoofd van een metropolitane Kerk sui iuris staat, is het ook zijn taak die administratieve beschikkingen te treffen, die door het gemene recht aan het hoger administratief gezag van de Kerk sui iuris worden toevertrouwd, met de instemming echter van de Raad van Hiërarchen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
168
181
181
Can. 168
Wat de benoeming van de Metropoliet en de Bisschoppen betreft, dient de Raad van Hiërarchen voor ieder geval afzonderlijk een lijst van tenminste drie meer geschikte kandidaten op te stellen en deze onder geheimhouding, ook jegens de kandidaten, aan de Apostolische Stoel te zenden; om deze lijst op te stellen kunnen de leden van de Raad van Hiërarchen, als zij oordelen dat dit dienstig is, over de noden van de Kerk en over de bijzondere gaven van de kandidaat voor het episcopaat de mening vragen van enige presbyters of andere Christengelovigen die in wijsheid uitmunten.
Wat de benoeming van de Metropoliet en de Bisschoppen betreft, dient de Raad van Hiërarchen voor ieder geval afzonderlijk een lijst van tenminste drie meer geschikte kandidaten op te stellen en deze onder geheimhouding, ook jegens de kandidaten, aan de Apostolische Stoel te zenden; om deze lijst op te stellen kunnen de leden van de Raad van Hiërarchen, als zij oordelen dat dit dienstig is, over de noden van de Kerk en over de bijzondere gaven van de kandidaat voor het episcopaat de mening vragen van enige presbyters of andere Christengelovigen die in wijsheid uitmunten.
Referenties naar alinea 168: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
169
Can. 169
De Raad van Hiërarchen dient ervoor te zorgen, dat in de pastorale behoeften van de Christengelovigen wordt voorzien, en hij kan over datgene bepalen, wat voor het bevorderen van de groei van het geloof, voor het begunstigen van het gemeenschappelijke pastorale handelen, voor het sturen van de zeden, voor het in acht nemen van de eigen ritus en eveneens van de gemeenschappelijke kerkelijke discipline passend lijkt te zijn.
De Raad van Hiërarchen dient ervoor te zorgen, dat in de pastorale behoeften van de Christengelovigen wordt voorzien, en hij kan over datgene bepalen, wat voor het bevorderen van de groei van het geloof, voor het begunstigen van het gemeenschappelijke pastorale handelen, voor het sturen van de zeden, voor het in acht nemen van de eigen ritus en eveneens van de gemeenschappelijke kerkelijke discipline passend lijkt te zijn.
Referenties naar alinea 169: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
170
Can. 170
De Raad van Hiërarchen dient tenminste eenmaal per jaar plaats te vinden en zo vaak als de bijzondere omstandigheden dit eisen dan wel aangelegenheden afgehandeld moeten worden, die door het gemene recht aan deze Raad zijn voorbehouden of voor de afdoening waarvan de instemming van dezelfde Raad wordt vereist.
De Raad van Hiërarchen dient tenminste eenmaal per jaar plaats te vinden en zo vaak als de bijzondere omstandigheden dit eisen dan wel aangelegenheden afgehandeld moeten worden, die door het gemene recht aan deze Raad zijn voorbehouden of voor de afdoening waarvan de instemming van dezelfde Raad wordt vereist.
Referenties naar alinea 170: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
171
Can. 171
De Raad van Hiërarchen dient zijn eigen statuten op te stellen, die aan de Apostolische Stoel moeten worden toegezonden, waarin moet worden voorzien in het secretariaat van de Raad, in de voorbereidingscommissies, in de werkwijze en eveneens in de andere middelen die doeltreffender voor het bereiken van het doel kunnen zorgen.
De Raad van Hiërarchen dient zijn eigen statuten op te stellen, die aan de Apostolische Stoel moeten worden toegezonden, waarin moet worden voorzien in het secretariaat van de Raad, in de voorbereidingscommissies, in de werkwijze en eveneens in de andere middelen die doeltreffender voor het bereiken van het doel kunnen zorgen.
Referenties naar alinea 171: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
172
Can. 172
In de metropolitane Kerk sui iuris dient er een assemblee volgens de norm van de cann. 140 - 145[574| +270 -286] te zijn en tenminste ieder vijfde jaar bijeengeroepen te worden; hetgeen aldaar over de Patriarch wordt gezegd, komt de Metropoliet toe.
In de metropolitane Kerk sui iuris dient er een assemblee volgens de norm van de cann. 140 - 145[574| +270 -286] te zijn en tenminste ieder vijfde jaar bijeengeroepen te worden; hetgeen aldaar over de Patriarch wordt gezegd, komt de Metropoliet toe.
Referenties naar alinea 172: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
173
Can. 173
§ 1. Bij vacatie van de metropolitane zetel in de metropolitane Kerken sui iuris:
§ 1. Bij vacatie van de metropolitane zetel in de metropolitane Kerken sui iuris:
Referenties naar alinea 173: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° is Administrator van de metropolitane Kerk sui iuris de qua bisschoppelijke wijding oudste Eparch van die Kerk, die zo spoedig mogelijk de Paus van de vacatie van de metropolitane zetel in kennis moet stellen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2º gaat op de Administrator van de metropolitane Kerk sui iuris de gewone macht van de Metropoliet over met uitsluiting van al datgene, wat niet gedaan kan worden tenzij met de instemming van de Raad van Hiërarchen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3º dient bij vacatie van de metropolitane zetel niets te worden vernieuwd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij verhindering van de metropolitane zetel in deze Kerken dient datgene in acht genomen te worden, wat over de verhinderde patriarchale Zetel in can. 132, § 1[574|+250] is bepaald; hetgeen aldaar over de Patriarch wordt gezegd, komt de Metropoliet toe.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Met betrekking tot de vacante of verhinderde zetel van de eparchie van de Metropoliet dienen de cann. 221 - 233[574|+468 -506] in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de overige Kerken sui iuris (cann. 174-176)
174
Can. 174
Een Kerk sui iuris, die noch patriarchaal noch grootaartsbisschoppelijk noch metropolitaan is, wordt aan een Hiërarch toevertrouwd, die aan het hoofd ervan staat volgens de norm van het gemene recht en het door de Paus bepaalde particulier recht.
Een Kerk sui iuris, die noch patriarchaal noch grootaartsbisschoppelijk noch metropolitaan is, wordt aan een Hiërarch toevertrouwd, die aan het hoofd ervan staat volgens de norm van het gemene recht en het door de Paus bepaalde particulier recht.
Referenties naar alinea 174: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
175
1064 §2
1064 §2
Can. 175
Deze Kerken zijn rechtstreeks van de Apostolische Stoel afhankelijk; de rechten en plichten evenwel, als bedoeld in can. 159, nn. 3 - 8[574|+320 -325], oefent de door de Apostolische Stoel gedelegeerde Hiërarch uit.
Deze Kerken zijn rechtstreeks van de Apostolische Stoel afhankelijk; de rechten en plichten evenwel, als bedoeld in can. 159, nn. 3 - 8[574|+320 -325], oefent de door de Apostolische Stoel gedelegeerde Hiërarch uit.
Referenties naar alinea 175: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
176
Can. 176
Als het gemene recht iets verwijst naar het particulier recht dan wel naar het hoger administratief gezag van de Kerk sui iuris, is het bevoegd gezag in deze Kerken de Hiërarch, die volgens de norm van het recht aan het hoofd ervan staat, met de instemming van de Apostolische Stoel, tenzij anders uitdrukkelijk wordt bepaald.
Als het gemene recht iets verwijst naar het particulier recht dan wel naar het hoger administratief gezag van de Kerk sui iuris, is het bevoegd gezag in deze Kerken de Hiërarch, die volgens de norm van het recht aan het hoofd ervan staat, met de instemming van de Apostolische Stoel, tenzij anders uitdrukkelijk wordt bepaald.
Referenties naar alinea 176: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL VII - Over de eparchieën en over de Bisschoppen (cann. 177-310)
- Hoofdstuk I - Over de Bisschoppen (cann. 177-234)
177
Can. 177
§ 1. Een eparchie is een deel van het volk Gods, dat aan een Bisschop om in samenwerking met het presbyterium te weiden wordt toevertrouwd zo, dat het met zijn Herder verbonden en door hem door middel van het Evangelie en de Eucharistie in de Heilige Geest bijeengebracht een particuliere Kerk vormt, waarin de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk van Christus waarlijk aanwezig en werkzaam is.
§ 1. Een eparchie is een deel van het volk Gods, dat aan een Bisschop om in samenwerking met het presbyterium te weiden wordt toevertrouwd zo, dat het met zijn Herder verbonden en door hem door middel van het Evangelie en de Eucharistie in de Heilige Geest bijeengebracht een particuliere Kerk vormt, waarin de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk van Christus waarlijk aanwezig en werkzaam is.
Referenties naar alinea 177: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij de oprichting, de wijziging en de opheffing van eparchieën binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk moet can. 85, § 1[574|+150] in acht genomen worden; in de overige gevallen komt de oprichting, de wijziging en de opheffing van eparchieën alleen de Apostolische Stoel toe.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
178
Can. 178
De Eparch, aan wie namelijk een eparchie om in eigen naam te weiden is toevertrouwd, bestuurt deze als plaatsbekleder en afgevaardigde van Christus; de macht die hijzelf in naam van Christus persoonlijk uitoefent, is eigen, gewoon en onmiddellijk, ook al wordt de uitoefening van die macht uiteindelijk door het hoogste gezag van de Kerk beheerst en kan ze door bepaalde grenzen met het oog op het nut van de Kerk of van de Christengelovigen worden afgebakend.
De Eparch, aan wie namelijk een eparchie om in eigen naam te weiden is toevertrouwd, bestuurt deze als plaatsbekleder en afgevaardigde van Christus; de macht die hijzelf in naam van Christus persoonlijk uitoefent, is eigen, gewoon en onmiddellijk, ook al wordt de uitoefening van die macht uiteindelijk door het hoogste gezag van de Kerk beheerst en kan ze door bepaalde grenzen met het oog op het nut van de Kerk of van de Christengelovigen worden afgebakend.
Referenties naar alinea 178: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
179
Can. 179
De Bisschoppen, aan wie geen eparchie om in eigen naam te besturen is toevertrouwd, worden, welke andere taak dan ook zij in de Kerk uitoefenen of uitgeoefend hebben, titulair Bisschoppen genoemd.
De Bisschoppen, aan wie geen eparchie om in eigen naam te besturen is toevertrouwd, worden, welke andere taak dan ook zij in de Kerk uitoefenen of uitgeoefend hebben, titulair Bisschoppen genoemd.
Referenties naar alinea 179: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. I - Over de verkiezing van de Bisschoppen (cann. 180-189)
180
64
64
Can. 180
Opdat iemand geschikt voor het episcopaat wordt bevonden, wordt vereist, dat hij:
Opdat iemand geschikt voor het episcopaat wordt bevonden, wordt vereist, dat hij:
Referenties naar alinea 180: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document64
- 1° in sterk geloof, goede zeden, vroomheid, zielenijver en wijsheid uitmuntend is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document64
- 2° een goede achting genietend is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document64
- 3° niet door de band van een huwelijk gebonden is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document64
- 4° tenminste vijfendertig jaar oud is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document64
- 5° tenminste sedert vijf jaar in de orde van het presbyteraat aangesteld is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document64
- 6° in enige gewijde wetenschap doctor of licentiaat of tenminste deskundig is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
181
85
87
314 §1
85
87
314 §1
Can. 181
§ 1. De Bisschoppen binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk worden voor een vacante eparchiale zetel of een andere te vervullen taak aangewezen door een canonieke verkiezing volgens de norm van de cann. 947 - 957[al:947-957], tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld.
§ 1. De Bisschoppen binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk worden voor een vacante eparchiale zetel of een andere te vervullen taak aangewezen door een canonieke verkiezing volgens de norm van de cann. 947 - 957[al:947-957], tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld.
Referenties naar alinea 181: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De overige Bisschoppen worden door de Paus benoemd onverminderd de cann. 149 en 168[574|149.168].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
182
85
87
314 §1
85
87
314 §1
Can. 182
§ 1. Voor het episcopaat geschikte kandidaten kunnen alleen de leden van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk voordragen, die ook bevoegd zijn volgens de norm van het particulier recht inlichtingen en documenten, die noodzakelijk zijn, opdat de geschiktheid van de kandidaten bevestigd wordt, te verzamelen gehoord, als zij het passend vinden, in het geheim en afzonderlijk enige presbyters of ook andere Christengelovigen in wijsheid en christelijk leven uitmuntend.
§ 1. Voor het episcopaat geschikte kandidaten kunnen alleen de leden van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk voordragen, die ook bevoegd zijn volgens de norm van het particulier recht inlichtingen en documenten, die noodzakelijk zijn, opdat de geschiktheid van de kandidaten bevestigd wordt, te verzamelen gehoord, als zij het passend vinden, in het geheim en afzonderlijk enige presbyters of ook andere Christengelovigen in wijsheid en christelijk leven uitmuntend.
Referenties naar alinea 182: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document314 §1
§ 2. De Bisschoppen dienen de Patriarch op een passend tijdstip vóór de bijeenroeping van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk van de inlichtingen in kennis te stellen; de Patriarch evenwel dient met eigen, als het geval zich voordoet, toegevoegde inlichtingen de zaak aan alle leden van de Synode te zenden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document314 §1
§ 3. Tenzij het door de Paus goedgekeurde particulier recht anders bepaalt, dient de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk de namen van de kandidaten te onderzoeken en door een geheime stemronde een lijst van kandidaten op te stellen, die door tussenkomst van de Patriarch aan de Apostolische Stoel moet worden gezonden om de toestemming van de Paus te verkrijgen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document314 §1
§ 4. De eenmaal gegeven toestemming van de Paus geldt voor de afzonderlijke kandidaten, totdat zij expliciet herroepen zal zijn, in welk geval de naam van de kandidaat van de lijst moet worden geschrapt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
183
85
87
107
314 §1
85
87
107
314 §1
Can. 183
§ 1. Onverminderd can. 102, § 3[574|+3403], nadat de bijeenroeping canoniek is verricht, dient de Synode, als twee derde van de Bisschoppen, die gehouden zijn bij de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk aanwezig te zijn, niet meegerekend degenen, die door een wettig beletsel weerhouden zijn, op de aangewezen plaats aanwezig is, als canoniek te worden verklaard en kan tot de verkiezing worden overgegaan.
Geldig tot 15 mei 2023: § 1. Convocatione canonice facta, si duae ex tribus partibus Episcoporum, qui tenentur Synodo Episcoporum Ecclesiae patriarchalis interesse, demptis eis, qui legitimo sunt impedimento detenti, in loco designato praesentes sunt, Synodus canonica declaretur et ad electionem procedi potest.
§ 1. Onverminderd can. 102, § 3[574|+3403], nadat de bijeenroeping canoniek is verricht, dient de Synode, als twee derde van de Bisschoppen, die gehouden zijn bij de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk aanwezig te zijn, niet meegerekend degenen, die door een wettig beletsel weerhouden zijn, op de aangewezen plaats aanwezig is, als canoniek te worden verklaard en kan tot de verkiezing worden overgegaan.
Geldig tot 15 mei 2023: § 1. Convocatione canonice facta, si duae ex tribus partibus Episcoporum, qui tenentur Synodo Episcoporum Ecclesiae patriarchalis interesse, demptis eis, qui legitimo sunt impedimento detenti, in loco designato praesentes sunt, Synodus canonica declaretur et ad electionem procedi potest.
Referenties naar alinea 183: 1
Iam Pridem ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document314 §1
§ 2. De Bisschoppen dienen vrijelijk degene te kiezen, die zij boven de overigen waardig en geschikt ten overstaan van de Heer oordelen.
Referenties naar deze alinea: 1
Iam Pridem ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document314 §1
§ 3. Voor de verkiezing wordt de absolute meerderheid van stemmen vereist van degenen, die aanwezig zijn; na drie resultaatloze stemrondes worden in de vierde stemronde de stemmen uitgebracht op alleen maar die twee kandidaten, die in de derde stemronde de meerderheid van stemmen hebben gekregen.
Referenties naar deze alinea: 1
Iam Pridem ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document314 §1
§ 4. Als in de derde dan wel de vierde stemronde wegens pariteit van stemmen niet vaststaat, wie de kandidaat is voor de nieuwe stemronde of wie gekozen is, dient de pariteit te worden opgeheven ten gunste van degene, die qua presbyterale wijding de oudste is; als niemand qua presbyterale wijding boven de anderen voorrang heeft, degene, die qua leeftijd de oudste is.
Referenties naar deze alinea: 1
Iam Pridem ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
184
85
87
186 § 3
314 §1
85
87
186 § 3
314 §1
Can. 184
§ 1. Als de gekozene komt uit de genoemden op de lijst van kandidaten, waaraan de Paus zijn toestemming reeds gegeven heeft, moet de verrichte verkiezing door de Patriarch in het geheim aan de gekozene worden betekend.
§ 1. Als de gekozene komt uit de genoemden op de lijst van kandidaten, waaraan de Paus zijn toestemming reeds gegeven heeft, moet de verrichte verkiezing door de Patriarch in het geheim aan de gekozene worden betekend.
Referenties naar alinea 184: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document185 § 2
186 § 3
314 §1
§ 2. Als de gekozene de verkiezing heeft aanvaard, dient de Patriarch de Apostolische Stoel van de aanvaarding van de verkiezing en van de dag van de proclamatie terstond in kennis te stellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
185
85
87
186 § 3
314 §1
85
87
186 § 3
314 §1
Can. 185
§ 1. Als de gekozene niet komt uit de genoemden op de lijst van kandidaten, dient de Patriarch de Apostolische Stoel terstond van de verrichte verkiezing in kennis te stellen om de toestemming van de Paus te verkrijgen onder geheimhouding door allen, die op welke wijze ook maar de afloop van de verkiezing kennen, ook jegens de gekozene, totdat het bericht van de toestemming de Patriarch zal hebben bereikt.
§ 1. Als de gekozene niet komt uit de genoemden op de lijst van kandidaten, dient de Patriarch de Apostolische Stoel terstond van de verrichte verkiezing in kennis te stellen om de toestemming van de Paus te verkrijgen onder geheimhouding door allen, die op welke wijze ook maar de afloop van de verkiezing kennen, ook jegens de gekozene, totdat het bericht van de toestemming de Patriarch zal hebben bereikt.
Referenties naar alinea 185: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document186 § 3
314 §1
§ 2. Nadat de toestemming van de Paus is verkregen, dient de Patriarch in het geheim de verkiezing aan de gekozene te betekenen en volgens de norm van can. 184, § 2[574|+382] te handelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
186
85
87
314 §1
85
87
314 §1
Can. 186
§ 1. Als de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk niet verzameld kan worden, dient de Patriarch na raadpleging van de Apostolische Stoel de stemmen van de Bisschoppen door middel van een brief op te vragen; in dat geval moet de Patriarch voor de geldigheid van de handeling gebruikmaken van de hulp van twee Bisschoppen-stemmentellers, die volgens de norm van het particulier recht of, als die ontbreekt, door de Patriarch met de instemming van de permanente Synode moeten worden aangewezen.
§ 1. Als de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk niet verzameld kan worden, dient de Patriarch na raadpleging van de Apostolische Stoel de stemmen van de Bisschoppen door middel van een brief op te vragen; in dat geval moet de Patriarch voor de geldigheid van de handeling gebruikmaken van de hulp van twee Bisschoppen-stemmentellers, die volgens de norm van het particulier recht of, als die ontbreekt, door de Patriarch met de instemming van de permanente Synode moeten worden aangewezen.
Referenties naar alinea 186: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document314 §1
§ 2. De stemmentellers dienen onder geheimhouding de brieven van de Bisschoppen te openen, de stemmen te tellen en tezamen met de Patriarch het schriftelijk gegeven verslag over de voltrokken stemronde te ondertekenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document314 §1
§ 3. Als iemand van de kandidaten in deze enige stemronde de absolute meerderheid van stemmen van de leden van de Synode heeft verkregen, dient hij als gekozen te worden beschouwd en dient de Patriarch volgens de norm van can. 184[574|184] of 185[574|185] voort te gaan; anders dient de Patriarch de zaak aan de Apostolische Stoel voor te leggen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
187
85
87
314 §1
85
87
314 §1
Can. 187
§ 1. Voor iedere mogelijke tot het episcopaat te bevorderen persoon is de canonieke voorziening noodzakelijk, waardoor hij als Eparch van een bepaalde eparchie wordt aangesteld of aan hem een andere vastgestelde taak in de Kerk wordt toevertrouwd.
§ 1. Voor iedere mogelijke tot het episcopaat te bevorderen persoon is de canonieke voorziening noodzakelijk, waardoor hij als Eparch van een bepaalde eparchie wordt aangesteld of aan hem een andere vastgestelde taak in de Kerk wordt toevertrouwd.
Referenties naar alinea 187: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document314 §1
§ 2. Vóór de bisschoppelijke wijding dient de kandidaat de geloofsbelijdenis af te leggen en eveneens de belofte van gehoorzaamheid jegens de Paus en in patriarchale Kerken tevens de belofte van gehoorzaamheid jegens de Patriarch in datgene, waarin hij volgens de norm van het recht aan de Patriarch ondergeschikt is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
188
314 §1
314 §1
Can. 188
§ 1. Tenzij hij door een wettig beletsel weerhouden wordt, moet de tot het episcopaat te bevorderen persoon binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag van de proclamatie, als het om een gekozene gaat, of vanaf de ontvangst van de apostolische brief, als het om een benoemde gaat, de bisschoppelijke wijding ontvangen.
§ 1. Tenzij hij door een wettig beletsel weerhouden wordt, moet de tot het episcopaat te bevorderen persoon binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag van de proclamatie, als het om een gekozene gaat, of vanaf de ontvangst van de apostolische brief, als het om een benoemde gaat, de bisschoppelijke wijding ontvangen.
Referenties naar alinea 188: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document314 §1
§ 2. De Eparch moet binnen vier maanden te rekenen vanaf zijn verkiezing of benoeming de eparchie canoniek in bezit nemen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
189
Can. 189
§ 1. De Eparch neemt de eparchie canoniek in bezit door de wettig verrichte intronisatie zelf, waarbij in het openbaar de apostolische of patriarchale brief over de canonieke voorziening wordt voorgelezen.
§ 1. De Eparch neemt de eparchie canoniek in bezit door de wettig verrichte intronisatie zelf, waarbij in het openbaar de apostolische of patriarchale brief over de canonieke voorziening wordt voorgelezen.
Referenties naar alinea 189: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Van de verrichte intronisatie dient een document te worden opgemaakt, door de Eparch zelf tezamen met de kanselier en tenminste twee getuigen te ondertekenen en in het archief van de eparchiale curie te bewaren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Vóór de intronisatie dient de Bisschop zich noch persoonlijk noch door tussenkomst van anderen en op geen enkele titel in het bestuur van de eparchie te mengen; als hij evenwel enig ambt in de eparchie heeft, kan hij dit behouden en uitoefenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over de rechten en de plichten van de Eparchen (cann. 190-211)
190
Can. 190
In alle juridische aangelegenheden van de eparchie handelt de Eparch als haar vertegenwoordiger.
In alle juridische aangelegenheden van de eparchie handelt de Eparch als haar vertegenwoordiger.
Referenties naar alinea 190: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
191
Can. 191
§ 1. De Eparch is bevoegd de aan hem toevertrouwde eparchie met wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht te besturen.
§ 1. De Eparch is bevoegd de aan hem toevertrouwde eparchie met wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht te besturen.
Referenties naar alinea 191: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De wetgevende macht oefent de Eparch zelf persoonlijk uit; de uitvoerende macht oefent hij hetzij persoonlijk hetzij door tussenkomst van de Protosyncellus of de Syncelli uit; de rechterlijke macht hetzij persoonlijk hetzij door tussenkomst van de Gerechtsvicaris en de rechters.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
192
Can. 192
§ 1. In de uitoefening van zijn pastorale taak dient de Eparch zich bezorgd te tonen jegens alle Christengelovigen, die aan zijn zorg worden toevertrouwd, van welke leeftijd, positie, natie of Kerk sui iuris dan ook zij zijn, zowel die in het territorium van de eparchie wonen als die zich daarin voor een tijd ophouden, de apostolische geest richtend op degenen ook, die wegens hun leefsituatie de gewone pastorale zorg niet voldoende kunnen benutten en eveneens op degenen, die van het praktiseren van de religie afvallig geworden zijn.
§ 1. In de uitoefening van zijn pastorale taak dient de Eparch zich bezorgd te tonen jegens alle Christengelovigen, die aan zijn zorg worden toevertrouwd, van welke leeftijd, positie, natie of Kerk sui iuris dan ook zij zijn, zowel die in het territorium van de eparchie wonen als die zich daarin voor een tijd ophouden, de apostolische geest richtend op degenen ook, die wegens hun leefsituatie de gewone pastorale zorg niet voldoende kunnen benutten en eveneens op degenen, die van het praktiseren van de religie afvallig geworden zijn.
Referenties naar alinea 192: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Op bijzondere wijze dient de Eparch ervoor te zorgen, dat alle aan zijn zorg toevertrouwde Christengelovigen de eenheid onder de Christenen koesteren overeenkomstig de door de Kerk goedgekeurde beginselen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Eparch dient de niet-gedoopten als hem in de Heer aanbevolen te beschouwen en dient ervoor te zorgen, dat ook voor hen uit het getuigenis van de in kerkelijke gemeenschap levende Christengelovigen de caritas van Christus oplicht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De Eparch dient met bijzondere zorg de presbyters te bejegenen, die hij als helpers en raadslieden moet horen, hun rechten te beschermen en ervoor te zorgen, dat zij de plichten eigen aan hun staat vervullen en dat hen de middelen en instituten ter beschikking staan, die ze nodig hebben om hun geestelijk en intellectueel leven te koesteren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 5. De Eparch dient ervoor te zorgen, dat in een passend onderhoud en in een passend pensioen en in de sociale zekerheid en eveneens in de geneeskundige hulp van de clerici en hun gezin, als ze gehuwd zijn, volgens de norm van het recht wordt voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
193
Can. 193
§ 1. De Eparch dient ervoor te zorgen, dat in een passend onderhoud en in een passend pensioen en in de sociale zekerheid en eveneens in de geneeskundige hulp van de clerici en hun gezin, als ze gehuwd zijn, volgens de norm van het recht wordt voorzien.
§ 1. De Eparch dient ervoor te zorgen, dat in een passend onderhoud en in een passend pensioen en in de sociale zekerheid en eveneens in de geneeskundige hulp van de clerici en hun gezin, als ze gehuwd zijn, volgens de norm van het recht wordt voorzien.
Referenties naar alinea 193: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Eparch dient te voorzien in de geestelijke behoeften van deze Christengelovigen, als het mogelijk is, door tussenkomst van presbyters of pastoors van dezelfde Kerk sui iuris als de Christengelovigen dan wel ook door tussenkomst van een voor de zorg voor deze Christengelovigen aangestelde Syncellus.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Eparchen, die dergelijke presbyters, pastoors of Syncelli voor de zorg voor de Christengelovigen van patriarchale Kerken aanstellen, dienen contacten met de Patriarchen, in wier belang het is, aan te gaan en met hun instemming op eigen gezag te handelen, nadat de Apostolische Stoel zo spoedig mogelijk in kennis is gesteld; als evenwel de Patriarchen om wat voor reden dan ook niet instemmen, dient de zaak aan de Apostolische Stoel te worden voorgelegd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
194
Can. 194
De Eparch kan aan de aan hem ondergeschikte clerici, de overigen uitgesloten, waardigheden verlenen volgens de norm echter van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
De Eparch kan aan de aan hem ondergeschikte clerici, de overigen uitgesloten, waardigheden verlenen volgens de norm echter van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
Referenties naar alinea 194: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
195
Can. 195
Roepingen van priesters, van diakens, van monniken en overige leden van instituten van gewijd leven en missionaire roepingen dient de Eparch zoveel mogelijk te begunstigen.
Roepingen van priesters, van diakens, van monniken en overige leden van instituten van gewijd leven en missionaire roepingen dient de Eparch zoveel mogelijk te begunstigen.
Referenties naar alinea 195: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
196
95 § 1
95 § 1
Can. 196
§ 1. De Eparch is gehouden de waarheden van het geloof die geloofd moeten worden en in de zeden moeten worden toegepast, aan de Christengelovigen voor te houden en toe te lichten door persoonlijk zelf veelvuldig te prediken; hij dient er ook voor te zorgen, dat de voorschriften van het recht over de bediening van het woord Gods, over de homilie vooral en de catechetische vorming oprecht zo in acht genomen worden, dat de universele christelijke leer aan allen wordt overgedragen.
§ 1. De Eparch is gehouden de waarheden van het geloof die geloofd moeten worden en in de zeden moeten worden toegepast, aan de Christengelovigen voor te houden en toe te lichten door persoonlijk zelf veelvuldig te prediken; hij dient er ook voor te zorgen, dat de voorschriften van het recht over de bediening van het woord Gods, over de homilie vooral en de catechetische vorming oprecht zo in acht genomen worden, dat de universele christelijke leer aan allen wordt overgedragen.
Referenties naar alinea 196: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document95 § 1
§ 2. De Eparch dient de zuiverheid en eenheid van het geloof standvastig te beschermen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
197
Can. 197
De Eparch dient, omdat hij indachtig is, dat hij verplicht is een voorbeeld van heiligheid te geven in caritas, nederigheid en eenvoud van leven, zich uit alle macht te beijveren de heiligheid van de Christengelovigen overeenkomstig ieders eigen roeping te bevorderen en, omdat hij de belangrijkste uitdeler van de mysteriën Gods is, zich in te spannen, dat de aan zijn zorg toevertrouwde Christengelovigen door de viering van de Sacramenten en vooral door de deelname aan de Goddelijke Eucharistie in genade groeien en het Paasmysterie door en door leren kennen en zo leven, dat ze één Lichaam in de eenheid van de caritas van Christus realiseren.
De Eparch dient, omdat hij indachtig is, dat hij verplicht is een voorbeeld van heiligheid te geven in caritas, nederigheid en eenvoud van leven, zich uit alle macht te beijveren de heiligheid van de Christengelovigen overeenkomstig ieders eigen roeping te bevorderen en, omdat hij de belangrijkste uitdeler van de mysteriën Gods is, zich in te spannen, dat de aan zijn zorg toevertrouwde Christengelovigen door de viering van de Sacramenten en vooral door de deelname aan de Goddelijke Eucharistie in genade groeien en het Paasmysterie door en door leren kennen en zo leven, dat ze één Lichaam in de eenheid van de caritas van Christus realiseren.
Referenties naar alinea 197: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
198
Can. 198
De Eparch dient de Goddelijke Liturgie voor het volk van de aan hem toevertrouwde eparchie veelvuldig te vieren; op de door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris voorgeschreven dagen evenwel moet hij haar vieren.
De Eparch dient de Goddelijke Liturgie voor het volk van de aan hem toevertrouwde eparchie veelvuldig te vieren; op de door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris voorgeschreven dagen evenwel moet hij haar vieren.
Referenties naar alinea 198: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
199
668 § 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
668 § 2
Can. 199
§ 1. De Eparch, immers leidinggevende, bevorderaar en bewaker van het gehele liturgisch leven in de aan hem toevertrouwde eparchie, dient erop toe te zien, dat dat zoveel mogelijk wordt begunstigd en overeenkomstig de voorschriften en eveneens de wettige gewoonten van de eigen Kerk sui iuris wordt geregeld.
§ 1. De Eparch, immers leidinggevende, bevorderaar en bewaker van het gehele liturgisch leven in de aan hem toevertrouwde eparchie, dient erop toe te zien, dat dat zoveel mogelijk wordt begunstigd en overeenkomstig de voorschriften en eveneens de wettige gewoonten van de eigen Kerk sui iuris wordt geregeld.
Referenties naar alinea 199: 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Eparch dient ervoor te zorgen, dat in het eigen kathedrale kerkgebouw tenminste een deel van de goddelijke getijden, ook dagelijks, wordt gevierd overeenkomstig de wettige gewoonten van de eigen Kerk sui iuris; eveneens, dat in iedere mogelijke parochie naar vermogen op zon- en feestdagen en bij bijzondere plechtigheden en op de vooravonden ervan de goddelijke getijden worden gevierd.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Eparch dient veelvuldig voor te gaan in de goddelijke getijden in het kathedrale kerkgebouw of in een ander kerkgebouw vooral op de voorgeschreven feestdagen en bij andere plechtigheden, waaraan een aanzienlijk deel van het volk deelneemt.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
200
Can. 200
De Eparch is bevoegd in de gehele eparchie de gewijde diensten te vieren, die overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken door hemzelf, met alle pontificale eretekenen bekleed, plechtig moeten worden verricht, niet evenwel buiten de grenzen van de eigen eparchie zonder de uitdrukkelijke of tenminste redelijkerwijs veronderstelde instemming van de Eparch.
De Eparch is bevoegd in de gehele eparchie de gewijde diensten te vieren, die overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken door hemzelf, met alle pontificale eretekenen bekleed, plechtig moeten worden verricht, niet evenwel buiten de grenzen van de eigen eparchie zonder de uitdrukkelijke of tenminste redelijkerwijs veronderstelde instemming van de Eparch.
Referenties naar alinea 200: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
201
Can. 201
§ 1. Omdat hij de eenheid van de universele Kerk moet beschermen, is de Eparch gehouden de gemeenschappelijke kerkelijke discipline te bevorderen en eveneens op de naleving van alle kerkelijke wetten en wettige gewoonten aan te dringen.
§ 1. Omdat hij de eenheid van de universele Kerk moet beschermen, is de Eparch gehouden de gemeenschappelijke kerkelijke discipline te bevorderen en eveneens op de naleving van alle kerkelijke wetten en wettige gewoonten aan te dringen.
Referenties naar alinea 201: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Eparch dient erop toe te zien, dat geen misbruiken in de kerkelijke discipline binnensluipen, vooral met betrekking tot de bediening van het woord Gods, de viering van de Sacramenten en de sacramentaliën, de eredienst van God en de Heiligen, de uitvoering van vrome wilsbeschikkingen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
202
Can. 202
De Eparchen van meerdere Kerken sui iuris, die in hetzelfde territorium hun macht uitoefenen, dienen ervoor te zorgen, dat zij na gezamenlijk overleg in periodieke bijeenkomsten de eenheid van handelen begunstigen en met vereende krachten de gemeenschappelijke werken ondersteunen om het welzijn van de religie onbelemmerder te bevorderen en de kerkelijke discipline doeltreffender te beschermen.
De Eparchen van meerdere Kerken sui iuris, die in hetzelfde territorium hun macht uitoefenen, dienen ervoor te zorgen, dat zij na gezamenlijk overleg in periodieke bijeenkomsten de eenheid van handelen begunstigen en met vereende krachten de gemeenschappelijke werken ondersteunen om het welzijn van de religie onbelemmerder te bevorderen en de kerkelijke discipline doeltreffender te beschermen.
Referenties naar alinea 202: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
203
Can. 203
§ 1. De Eparch dient de verschillende vormen van apostolaat in de eparchie te begunstigen en ervoor te zorgen, dat in de gehele eparchie of in aparte districten daarvan alle werken van apostolaat met inachtneming van de eigen aard van ieder afzonderlijk onder zijn leiding worden gecoördineerd.
§ 1. De Eparch dient de verschillende vormen van apostolaat in de eparchie te begunstigen en ervoor te zorgen, dat in de gehele eparchie of in aparte districten daarvan alle werken van apostolaat met inachtneming van de eigen aard van ieder afzonderlijk onder zijn leiding worden gecoördineerd.
Referenties naar alinea 203: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Eparch dient aan te dringen op de plicht, waaraan de Christengelovigen zijn gehouden om het apostolaat ieder naargelang zijn eigen positie en geschiktheid uit te oefenen en hij dient hen aan te sporen, om aan de verschillende werken van apostolaat overeenkomstig de behoeften van plaats en tijd deel te nemen en ondersteuning te verlenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Eparch dient de verenigingen van Christengelovigen, die direct dan wel indirect een geestelijk doel nastreven, te begunstigen door ze, als dit dienstig is, op te richten, goed te keuren, te prijzen of aan te bevelen volgens de norm van het recht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
204
Can. 204
§ 1. De Eparch is, ook al heeft hij een Bisschop-coadiutor of een Hulpbisschop, verplicht in de eigen eparchie te resideren.
§ 1. De Eparch is, ook al heeft hij een Bisschop-coadiutor of een Hulpbisschop, verplicht in de eigen eparchie te resideren.
Referenties naar alinea 204: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Behalve om een reden van plichten, die de afwezigheid van de eigen eparchie wettig vereisen, kan de Eparch jaarlijks om een rechtmatige reden van de eparchie afwezig zijn, niet langer dan een aaneengesloten dan wel onderbroken maand, mits verhoed is, dat door zijn afwezigheid de eparchie enige schade lijdt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Op de dagen evenwel van bijzondere plechtigheden door het particulier recht overeenkomstig de traditie van de eigen Kerk sui iuris bepaald, mag de Eparch van de eigen eparchie niet afwezig zijn tenzij om een zwaarwegende reden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Als de Eparch die binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn macht uitoefent, langer dan zes maanden van de aan hem toevertrouwde eparchie onwettig afwezig is geweest, dient de Patriarch de zaak terstond aan de Paus voor te leggen; in de overige gevallen dient de Metropoliet dit te doen, of, als de Metropoliet zelf onwettig afwezig is geweest, de qua bisschoppelijke wijding oudste aan die Metropoliet ondergeschikte Eparch.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
205
Can. 205
§ 1. De Eparch is verplicht de eparchie jaarlijks of geheel of gedeeltelijk canoniek te visiteren zo, dat hij tenminste iedere vijf jaar de gehele eparchie zelf persoonlijk of, als hij wettig verhinderd is, door tussenkomst van de Bisschop-coadiutor dan wel door tussenkomst van een Hulpbisschop dan wel door tussenkomst van de Protosyncellus of een Syncellus dan wel door tussenkomst van een andere presbyter canoniek visiteert.
§ 1. De Eparch is verplicht de eparchie jaarlijks of geheel of gedeeltelijk canoniek te visiteren zo, dat hij tenminste iedere vijf jaar de gehele eparchie zelf persoonlijk of, als hij wettig verhinderd is, door tussenkomst van de Bisschop-coadiutor dan wel door tussenkomst van een Hulpbisschop dan wel door tussenkomst van de Protosyncellus of een Syncellus dan wel door tussenkomst van een andere presbyter canoniek visiteert.
Referenties naar alinea 205: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Aan de canonieke visitatie van de Eparch zijn onderworpen personen, katholieke instituten, gewijde zaken en plaatsen, die zich binnen de grenzen van de eparchie bevinden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Leden van religieuze instituten en eveneens van kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven van pauselijk of patriarchaal recht en hun huizen kan de Eparch alleen in de door het recht uitgedrukte gevallen visiteren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
206
Can. 206
§ 1. De Eparch die binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn macht uitoefent, is gehouden iedere vijf jaar het verslag voor de Patriarch op te stellen met betrekking tot de stand van zaken van de aan hem toevertrouwde eparchie overeenkomstig de wijze door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bepaald; de Bisschop dient een afschrift van het verslag zo spoedig mogelijk aan de Apostolische Stoel te zenden.
§ 1. De Eparch die binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn macht uitoefent, is gehouden iedere vijf jaar het verslag voor de Patriarch op te stellen met betrekking tot de stand van zaken van de aan hem toevertrouwde eparchie overeenkomstig de wijze door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bepaald; de Bisschop dient een afschrift van het verslag zo spoedig mogelijk aan de Apostolische Stoel te zenden.
Referenties naar alinea 206: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De overige Eparchen moeten iedere vijf jaar hetzelfde verslag voor de Apostolische Stoel opstellen en, als het om Bisschoppen van enige patriarchale Kerk of metropolitane Kerk sui iuris gaat, dienen zij een afschrift van het verslag aan de Patriarch of de Metropoliet zo spoedig mogelijk te zenden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
207
Can. 207
De Eparch van welke Kerk sui iuris dan ook, ook van de Latijnse Kerk, dient de Apostolische Stoel bij gelegenheid van het vijfjaarlijks verslag in kennis te stellen van de stand van zaken en de behoeften van de Christengelovigen, die, ofschoon in een andere Kerk sui iuris opgenomen, aan zijn zorg zijn toevertrouwd.
De Eparch van welke Kerk sui iuris dan ook, ook van de Latijnse Kerk, dient de Apostolische Stoel bij gelegenheid van het vijfjaarlijks verslag in kennis te stellen van de stand van zaken en de behoeften van de Christengelovigen, die, ofschoon in een andere Kerk sui iuris opgenomen, aan zijn zorg zijn toevertrouwd.
Referenties naar alinea 207: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
208
Can. 208
§ 1. De Eparch die binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn macht uitoefent, dient binnen vijf jaar te rekenen vanaf zijn intronisatie het bezoek aan Rome te verrichten, als het mogelijk is tezamen met de Patriarch, om de graven van de heilige Apostelen Petrus en Paulus te vereren en hij dient zich bij de opvolger van de heilige Petrus in het primaatschap over de universele Kerk te vervoegen.
§ 1. De Eparch die binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn macht uitoefent, dient binnen vijf jaar te rekenen vanaf zijn intronisatie het bezoek aan Rome te verrichten, als het mogelijk is tezamen met de Patriarch, om de graven van de heilige Apostelen Petrus en Paulus te vereren en hij dient zich bij de opvolger van de heilige Petrus in het primaatschap over de universele Kerk te vervoegen.
Referenties naar alinea 208: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document163
§ 2. De overige Eparchen moeten iedere vijf jaar persoonlijk of, als ze wettig verhinderd zijn, door tussenkomst van een ander het bezoek aan Rome verrichten; als het evenwel om Bisschoppen van enige patriarchale Kerk gaat, is te wensen, dat het bezoek tenminste enige malen tezamen met de Patriarch wordt gedaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
209
Can. 209
§ 1. De Eparch moet de herinnering aan de Paus vóór allen ten teken van volle gemeenschap met hem in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken verrichten en ervoor zorgen, dat zij door de overige clerici van de eparchie getrouw wordt verricht.
§ 1. De Eparch moet de herinnering aan de Paus vóór allen ten teken van volle gemeenschap met hem in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken verrichten en ervoor zorgen, dat zij door de overige clerici van de eparchie getrouw wordt verricht.
Referenties naar alinea 209: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Eparch moet worden herinnerd door alle clerici in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
210
218
218
Can. 210
§ 1. De Eparch, die zijn vijfenzeventigste levensjaar heeft voltooid dan wel wegens zwakke gezondheid of om een andere zwaarwegende reden voor het vervullen van zijn ambt minder geschikt is geworden, wordt gevraagd, om de terugtreding uit zijn ambt voor te leggen.
§ 1. De Eparch, die zijn vijfenzeventigste levensjaar heeft voltooid dan wel wegens zwakke gezondheid of om een andere zwaarwegende reden voor het vervullen van zijn ambt minder geschikt is geworden, wordt gevraagd, om de terugtreding uit zijn ambt voor te leggen.
Referenties naar alinea 210: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document218
§ 2. De terugtreding uit het ambt van Eparch moet aan de Patriarch worden voorgelegd, als het gaat om een Eparch die binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn macht uitoefent; in de overige gevallen moet de terugtreding aan de Paus worden voorgelegd en bovendien, als de Bisschop tot een patriarchale Kerk behoort, zo spoedig mogelijk aan de Patriarch worden bekendgemaakt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document218
§ 3. Tot aanvaarding van de terugtreding behoeft de Patriarch de instemming van de permanente Synode, tenzij een uitnodiging om terug te treden gedaan door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk is voorafgegaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
211
431 §2 2°
431 §2 2°
Can. 211
§ 1. De Eparch, van wie de terugtreding uit zijn ambt is aanvaard, verkrijgt de titel emeritus-Bisschop van de eparchie, die hij bestuurd heeft, en hij kan een woonzetel in de eparchie zelf behouden, tenzij in bepaalde gevallen wegens bijzondere omstandigheden door de Apostolische Stoel of, als het om een eparchie gelegen binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk gaat, door de Patriarch met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk anders erin wordt voorzien.
§ 1. De Eparch, van wie de terugtreding uit zijn ambt is aanvaard, verkrijgt de titel emeritus-Bisschop van de eparchie, die hij bestuurd heeft, en hij kan een woonzetel in de eparchie zelf behouden, tenzij in bepaalde gevallen wegens bijzondere omstandigheden door de Apostolische Stoel of, als het om een eparchie gelegen binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk gaat, door de Patriarch met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk anders erin wordt voorzien.
Referenties naar alinea 211: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document218
431 §2 2°
§ 2. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of de Raad van Hiërarchen moet ervoor zorgen, dat in een passend en waardig onderhoud van de emeritus-Bisschop wordt voorzien, gelet natuurlijk op de primaire plicht, waaraan de eparchie, die hij gediend heeft, gehouden is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. III - Over de Bisschoppen-coadiutor en over de Hulpbisschoppen (cann. 212-218)
212
85
85
Can. 212
§ 1. Als de pastorale behoeften van de eparchie dit aanbevelen, dienen één of meerdere Hulpbisschoppen op verzoek van de Eparch te worden aangesteld.
§ 1. Als de pastorale behoeften van de eparchie dit aanbevelen, dienen één of meerdere Hulpbisschoppen op verzoek van de Eparch te worden aangesteld.
Referenties naar alinea 212: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij zwaarwegender omstandigheden, ook van persoonlijke aard, kan ambtshalve een Bisschop-coadiutor worden aangesteld met het recht van opvolging van bijzondere machten voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
213
Can. 213
§ 1. De Bisschop-coadiutor heeft behalve de rechten en plichten, die door het gemene recht worden bepaald, ook die, welke in de brief over de canonieke voorziening worden vastgesteld.
§ 1. De Bisschop-coadiutor heeft behalve de rechten en plichten, die door het gemene recht worden bepaald, ook die, welke in de brief over de canonieke voorziening worden vastgesteld.
Referenties naar alinea 213: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De rechten en plichten van de Bisschop-coadiutor die door de Patriarch is aangesteld, stelt de Patriarch zelf vast na raadpleging van de permanente Synode; als het evenwel om het voorzien van een Bisschop-coadiutor van alle rechten en plichten van een Eparch gaat, wordt de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk vereist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De rechten en plichten van de Hulpbisschop zijn die, welke door het gemene recht worden bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
214
Can. 214
§ 1. De Bisschop-coadiutor en de Hulpbisschop moeten, om hun ambt canoniek in bezit te nemen, de brief over de canonieke voorziening aan de Eparch tonen.
§ 1. De Bisschop-coadiutor en de Hulpbisschop moeten, om hun ambt canoniek in bezit te nemen, de brief over de canonieke voorziening aan de Eparch tonen.
Referenties naar alinea 214: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Bisschop-coadiutor moet bovendien de brief over de canonieke voorziening aan het college van eparchiale consultoren tonen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als evenwel de Eparch geheel verhinderd is, volstaat, dat de Bisschop-coadiutor en de Hulpbisschop de brief over de canonieke voorziening aan het college van eparchiale consultoren tonen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Bij het tonen van de brief over de canonieke voorziening moet de kanselier aanwezig zijn, die de zaak in akten moet vastleggen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
215
215 § 2
247 § 1
215 § 2
247 § 1
Can. 215
§ 1. De Bisschop-coadiutor treedt in de plaats van de afwezige of verhinderde Eparch; hij moet tot Protosyncellus worden benoemd en de Eparch dient aan hem boven de anderen datgene toe te vertrouwen, wat op grond van het recht een bijzondere opdracht vereist.
§ 1. De Bisschop-coadiutor treedt in de plaats van de afwezige of verhinderde Eparch; hij moet tot Protosyncellus worden benoemd en de Eparch dient aan hem boven de anderen datgene toe te vertrouwen, wat op grond van het recht een bijzondere opdracht vereist.
Referenties naar alinea 215: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document247 § 1
§ 2. De Eparch dient onverminderd § 1[574|+452] de Hulpbisschop tot Protosyncellus te benoemen; als er toch meerderen zijn, dient hij één van hen tot Protosyncellus te benoemen, de anderen evenwel tot Syncelli.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Eparch dient bij het afwegen van zaken van groter belang, vooral van pastorale aard, de Hulpbisschoppen boven de overigen te raadplegen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De Bisschop-coadiutor en de Hulpbisschop dienen daarom, omdat zij tot deelname aan de zorg van de Eparch geroepen zijn, zo hun ambt uit te oefenen, dat zij in alle aangelegenheden in eensgezinde instemming met hem handelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
216
Can. 216
§ 1. De Bisschop-coadiutor en de Hulpbisschop, die niet door een rechtmatig beletsel weerhouden zijn, moeten zo vaak als zij door de Eparch zijn gevraagd, de diensten op zich nemen, die de Eparch zelf zou moeten voltrekken.
§ 1. De Bisschop-coadiutor en de Hulpbisschop, die niet door een rechtmatig beletsel weerhouden zijn, moeten zo vaak als zij door de Eparch zijn gevraagd, de diensten op zich nemen, die de Eparch zelf zou moeten voltrekken.
Referenties naar alinea 216: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De bisschoppelijke rechten en diensten, die de Bisschop-coadiutor en de Hulpbisschop kunnen en willen uitoefenen, moet de Eparch gewoonlijk niet aan anderen toevertrouwen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
217
Can. 217
De Bisschop-coadiutor en de Hulpbisschop zijn verplicht in de eparchie te resideren, waarvan zij behalve om reden van het vervullen van enige taak buiten de eparchie dan wel wegens vakantie, die niet langer dan een maand mag voortduren, niet mogen weggaan tenzij voor een korte tijd.
De Bisschop-coadiutor en de Hulpbisschop zijn verplicht in de eparchie te resideren, waarvan zij behalve om reden van het vervullen van enige taak buiten de eparchie dan wel wegens vakantie, die niet langer dan een maand mag voortduren, niet mogen weggaan tenzij voor een korte tijd.
Referenties naar alinea 217: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
218
Can. 218
Wat de terugtreding uit het ambt van Bisschop-coadiutor of Hulpbisschop betreft, dienen de cann. 210[574|+437 -439] en 211, § 2[574|+441] te worden toegepast; aan deze Bisschoppen wordt de titel emeritus toegekend van het ambt, dat ze tevoren hebben vervuld.
Wat de terugtreding uit het ambt van Bisschop-coadiutor of Hulpbisschop betreft, dienen de cann. 210[574|+437 -439] en 211, § 2[574|+441] te worden toegepast; aan deze Bisschoppen wordt de titel emeritus toegekend van het ambt, dat ze tevoren hebben vervuld.
Referenties naar alinea 218: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. IV - Over de vacante of verhinderde eparchiale zetel (cann. 219-233)
219
Can. 219
De eparchiale zetel is vacant door de dood van de Eparch, door terugtreding, overplaatsing en ontneming.
De eparchiale zetel is vacant door de dood van de Eparch, door terugtreding, overplaatsing en ontneming.
Referenties naar alinea 219: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
220
221
221
Can. 220
Met betrekking tot vacante eparchiale zetels gelegen binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk, moet behalve de cann. 225 - 232[574|+485 -503] en onverminderd de cann. 222 en 223[574|+474 -478] het volgende in acht genomen worden:
Met betrekking tot vacante eparchiale zetels gelegen binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk, moet behalve de cann. 225 - 232[574|+485 -503] en onverminderd de cann. 222 en 223[574|+474 -478] het volgende in acht genomen worden:
Referenties naar alinea 220: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document221
- 1° de Patriarch dient de Apostolische Stoel zo spoedig mogelijk van de vacatie van de eparchiale zetel in kennis te stellen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document221
- 2° tot aan de benoeming van de Administrator van de eparchie gaat de gewone macht van de Eparch over op de Patriarch, tenzij anders door het particulier recht van de patriarchale Kerk of door de Paus erin is voorzien;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document221
- 3° de Patriarch is bevoegd de Administrator van de eparchie te benoemen binnen een nuttige maand te rekenen vanaf de kennisname van de vacatie van de eparchiale zetel na raadpleging van de Bisschoppen van de patriarchale curie, als die er zijn, anders na raadpleging van de permanente Synode; na het nutteloos verstrijken van de maand, vervalt de benoeming van de Administrator aan de Apostolische Stoel;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document221
- 4° de Administrator van de eparchie verkrijgt door het ten overstaan van de Patriarch afleggen van de geloofsbelijdenis de macht die echter niet uitgeoefend mag worden tenzij na de canonieke inbezitneming van het ambt, die plaatsvindt door de brief van zijn benoeming aan het college van eparchiale consultoren te tonen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document221
- 5° het is de taak van de Patriarch ervoor te zorgen, dat aan een vacante eparchiale zetel zo spoedig mogelijk en niet later dan de door het gemene recht bepaalde termijnen een waardige en geschikte Eparch gegeven wordt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
221
Can. 221
Met uitzondering van vacante eparchiale zetels, als bedoeld in can. 220[574|+462 -467], moet in de overige gevallen bij vacatie van de eparchiale zetel behalve de cann. 225 - 232[574|+485 -503] en onverminderd de cann. 222 en 223[574|+474 -478] het volgende in acht genomen worden:
Met uitzondering van vacante eparchiale zetels, als bedoeld in can. 220[574|+462 -467], moet in de overige gevallen bij vacatie van de eparchiale zetel behalve de cann. 225 - 232[574|+485 -503] en onverminderd de cann. 222 en 223[574|+474 -478] het volgende in acht genomen worden:
Referenties naar alinea 221: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de Metropoliet, anders diegene, die volgens de norm van can. 271, § 5[574|+613] het college van eparchiale consultoren voorzit, dient de Apostolische Stoel en, als het om een eparchie van een patriarchale Kerk gaat, ook de Patriarch zo spoedig mogelijk van de vacatie van de eparchiale zetel in kennis te stellen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° het bestuur van de eparchie gaat, tenzij door de Apostolische Stoel anders erin is voorzien, tot aan de aanstelling van de Administrator van de eparchie over op de Hulpbisschop of, als er meerderen zijn, op de qua bisschoppelijke wijding oudste Hulpbisschop of, als er geen Hulpbisschop is, op het college van eparchiale consultoren; bovengenoemden besturen de eparchie in de tussentijd met de macht, die het gemene recht aan de Protosyncellus toekent;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° het college van eparchiale consultoren moet binnen acht dagen te rekenen vanaf de kennisname van de vacatie van de eparchiale zetel de Administrator van de eparchie kiezen, maar voor de geldigheid van de verkiezing wordt de absolute meerderheid van stemmen van de leden van dat college vereist;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° als binnen acht dagen geen Administrator van de eparchie is gekozen of als de gekozene de in can. 227, § 2[574|+489] voor de geldigheid van de verkiezing vereiste voorwaarden mist, vervalt de benoeming van de Administrator van de eparchie aan de Metropoliet of, als deze ontbreekt of verhinderd is, aan de Apostolische Stoel;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° de wettig gekozen of benoemde Administrator van de eparchie verkrijgt terstond de macht en hij behoeft geen enkele bevestiging; van zijn verkiezing of benoeming van de kant van de Metropoliet dient hij zo spoedig mogelijk de Apostolische Stoel in kennis te stellen en, als hij tot een patriarchale Kerk behoort, ook de Patriarch.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
222
220
221
220
221
Can. 222
De Bisschop-coadiutor wordt, mits hij zijn ambt reeds canoniek in bezit heeft genomen, bij vacatie van de eparchiale zetel van rechtswege Administrator van de eparchie, totdat hij als Eparch geïntroniseerd zal zijn.
De Bisschop-coadiutor wordt, mits hij zijn ambt reeds canoniek in bezit heeft genomen, bij vacatie van de eparchiale zetel van rechtswege Administrator van de eparchie, totdat hij als Eparch geïntroniseerd zal zijn.
Referenties naar alinea 222: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
223
220
221
220
221
Can. 223
In geval van overplaatsing naar een andere eparchiale zetel moet de Bisschop binnen twee maanden te rekenen vanaf de betekening van de overplaatsing de nieuwe eparchie canoniek in bezit nemen; in de tussentijd evenwel in de vorige eparchie:
In geval van overplaatsing naar een andere eparchiale zetel moet de Bisschop binnen twee maanden te rekenen vanaf de betekening van de overplaatsing de nieuwe eparchie canoniek in bezit nemen; in de tussentijd evenwel in de vorige eparchie:
Referenties naar alinea 223: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document220
221
- 1° heeft hij de rechten en plichten van de Administrator van de eparchie;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document220
221
- 2° behoudt hij de ere-privileges van de Eparchen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document220
221
- 3° ontvangt hij de volledige inkomsten van het vorige ambt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
224
251 §2
251 §2
Can. 224
§ 1. De Protosyncellus en de Syncelli verliezen bij vacatie van de eparchiale zetel terstond hun ambt, tenzij zij:
§ 1. De Protosyncellus en de Syncelli verliezen bij vacatie van de eparchiale zetel terstond hun ambt, tenzij zij:
Referenties naar alinea 224: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document251 §2
- 1° gewijde Bisschoppen zijn;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document251 §2
- 2° in de eparchie van de Patriarch zijn aangesteld;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document251 §2
- 3° in een eparchie gelegen binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn aangesteld, totdat de Administrator van de eparchie zijn ambt canoniek in bezit zal hebben genomen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document251 §2
§ 2. Hetgeen door de Protosyncellus en de Syncelli, die bij vacatie van de eparchiale zetel terstond hun ambt verliezen, wettig is gedaan, is, totdat zij het zekere bericht van de vacatie van de eparchiale zetel zullen hebben gekregen, van kracht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document251 §2
§ 3. De Hulpbisschop behoudt bij een vacante eparchiale zetel de door het recht tenminste verleende en onder het gezag van de Administrator van de eparchie uit te oefenen machten, die hij bij de bezette eparchiale zetel als Protosyncellus of Syncellus had, tenzij anders door de Apostolische Stoel of door het particulier recht van de eigen patriarchale Kerk wordt bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
225
Can. 225
§ 1.Er wordt slechts één Administrator van de eparchie gekozen of benoemd met verwerping van een strijdige gewoonte.
§ 1.Er wordt slechts één Administrator van de eparchie gekozen of benoemd met verwerping van een strijdige gewoonte.
Referenties naar alinea 225: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de eparchiaal econoom de Administrator van de eparchie wordt, dient de raad voor economische zaken in de tussentijd een andere eparchiaal econoom te kiezen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
226
Can. 226
Bij het aanstellen van de Administrator van de eparchie kan noch de Patriarch noch het college van eparchiale consultoren enig deel van de macht voor zich behouden en niet voor het bekleden van het ambt een tijd vaststellen of andere beperkingen voorschrijven.
Bij het aanstellen van de Administrator van de eparchie kan noch de Patriarch noch het college van eparchiale consultoren enig deel van de macht voor zich behouden en niet voor het bekleden van het ambt een tijd vaststellen of andere beperkingen voorschrijven.
Referenties naar alinea 226: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
227
Can. 227
§ 1. De Administrator van de eparchie dient in rechtschapenheid, vroomheid, gezonde leer en wijsheid uitmuntend te zijn.
§ 1. De Administrator van de eparchie dient in rechtschapenheid, vroomheid, gezonde leer en wijsheid uitmuntend te zijn.
Referenties naar alinea 227: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document221 4°
§ 2. Geldig voor het ambt van Administrator van de eparchie kan worden gekozen of benoemd alleen een Bisschop dan wel een presbyter, die niet door de band van een huwelijk gebonden is, zijn vijfendertigste levensjaar voltooid heeft en niet reeds voor die vacante eparchiale zetel is gekozen, benoemd of overgeplaatst; als deze voorwaarden veronachtzaamd zijn, zijn de handelingen van diegene, die als Administrator van de eparchie is gekozen of benoemd, van rechtswege nietig.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
228
Can. 228
§ 1. Bij vacatie van de eparchiale zetel dient niets te worden vernieuwd.
§ 1. Bij vacatie van de eparchiale zetel dient niets te worden vernieuwd.
Referenties naar alinea 228: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Aan diegenen, die in de tussentijd het bestuur van de eparchie verzorgen, wordt verboden wat dan ook te doen, wat of aan de eparchie of aan de bisschoppelijke rechten afbreuk kan doen; in het bijzonder wordt aan hen en aan alle anderen verboden om hetzij persoonlijk hetzij door tussenkomst van een ander documenten van de eparchiale curie weg te nemen, te vernietigen of te wijzigen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
229
Can. 229
De Administrator van de eparchie heeft dezelfde rechten en plichten als de Eparch, tenzij anders door het recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
De Administrator van de eparchie heeft dezelfde rechten en plichten als de Eparch, tenzij anders door het recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
Referenties naar alinea 229: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
230
Can. 230
Tenzij anders wettig erin is voorzien:
Tenzij anders wettig erin is voorzien:
Referenties naar alinea 230: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° heeft de Administrator van de eparchie recht op een rechtmatige vergoeding door de wet van het particulier recht te bepalen of door een wettige gewoonte vastgesteld, die uit de goederen van de eparchie moet worden genomen;
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° dienen de overige de Eparch toekomende baten, zolang de eparchiale zetel vacant is, voor de toekomstige Eparch overeenkomstig de behoeften van de eparchie te worden gereserveerd met inachtneming van de voorschriften van het particulier recht, die de wijze vaststellen, waarop de baten moeten worden besteed.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
231
231 §2
231 §2
Can. 231
§ 1. De terugtreding van de Administrator van de eparchie moet aan de Patriarch worden voorgelegd, als hijzelf de Administrator heeft aangewezen, anders aan het college van eparchiale consultoren, in welk geval het niet nodig is, dat deze wordt aanvaard om geldig te zijn.
§ 1. De terugtreding van de Administrator van de eparchie moet aan de Patriarch worden voorgelegd, als hijzelf de Administrator heeft aangewezen, anders aan het college van eparchiale consultoren, in welk geval het niet nodig is, dat deze wordt aanvaard om geldig te zijn.
Referenties naar alinea 231: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document231 §2
§ 2. De verwijdering van de Administrator van een eparchie binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk komt aan de Patriarch toe met de instemming van de permanente Synode; anders evenwel wordt ze aan de Apostolische Stoel voorbehouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Na de dood, de terugtreding of verwijdering van de Administrator van de eparchie dient een nieuwe te worden aangesteld door hetzelfde gezag en op dezelfde wijze als voor de vorige is voorgeschreven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De Administrator van de eparchie verliest zijn ambt nadat door de nieuwe Eparch de eparchie canoniek in bezit is genomen; de nieuwe Eparch kan verantwoording over het beheer van hem verlangen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
232
262 §5
262 §5
Can. 232
§ 1. Bij vacatie van de eparchiale zetel dient de eparchiaal econoom zijn ambt onder het gezag van de Administrator van de eparchie te vervullen; aan de eparchiaal econoom valt het beheer toe van de kerkelijke goederen, die wegens de vacatie van de eparchiale zetel geen beheerder hebben, tenzij de Patriarch dan wel het college van eparchiale consultoren anders erin hebben voorzien.
§ 1. Bij vacatie van de eparchiale zetel dient de eparchiaal econoom zijn ambt onder het gezag van de Administrator van de eparchie te vervullen; aan de eparchiaal econoom valt het beheer toe van de kerkelijke goederen, die wegens de vacatie van de eparchiale zetel geen beheerder hebben, tenzij de Patriarch dan wel het college van eparchiale consultoren anders erin hebben voorzien.
Referenties naar alinea 232: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document262 §5
§ 2. Wat de terugtreding of verwijdering van de eparchiaal econoom bij de vacatie van de eparchiale zetel betreft, moet can. 231, §§ 1 en 2[574|+496 -497] in acht genomen worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document262 §5
§ 3. Bij beëindiging op welke wijze dan ook van het recht van de eparchiaal econoom binnen de grenzen van de patriarchale Kerk komt de verkiezing of benoeming van een nieuwe econoom aan de Patriarch toe na raadpleging van de Bisschoppen van de patriarchale curie, als die er zijn, anders na raadpleging van de permanente Synode; in de overige gevallen wordt de econoom door het college van eparchiale consultoren gekozen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document262 §5
§ 4. De eparchiaal econoom moet aan de nieuwe Eparch verantwoording afleggen over zijn beheer, na aflegging waarvan hij zijn ambt verliest, tenzij hij door deze in zijn ambt wordt bevestigd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
233
Can. 233
§ 1. Wanneer de eparchiale zetel door gevangenschap, verbanning, ballingschap dan wel onbekwaamheid van de Eparch zo verhinderd is, dat hij zelfs niet door middel van een brief met de aan hem toevertrouwde Christengelovigen zelf kan communiceren, ligt het bestuur van de eparchie bij de Bisschop-coadiutor, tenzij de Patriarch met de instemming van de permanente Synode in de eparchieën gelegen binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, dan wel de Apostolische Stoel anders erin heeft voorzien; als evenwel de Bisschop-coadiutor ontbreekt dan wel verhinderd is, bij de Protosyncellus, een Syncellus of een andere door de Eparch aangewezen geschikte priester, aan wie van rechtswege de rechten en plichten van de Protosyncellus toekomen; op een passend tijdstip kan evenwel de Eparch meerderen aanwijzen, die elkaar om beurten in het ambt opvolgen.
§ 1. Wanneer de eparchiale zetel door gevangenschap, verbanning, ballingschap dan wel onbekwaamheid van de Eparch zo verhinderd is, dat hij zelfs niet door middel van een brief met de aan hem toevertrouwde Christengelovigen zelf kan communiceren, ligt het bestuur van de eparchie bij de Bisschop-coadiutor, tenzij de Patriarch met de instemming van de permanente Synode in de eparchieën gelegen binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, dan wel de Apostolische Stoel anders erin heeft voorzien; als evenwel de Bisschop-coadiutor ontbreekt dan wel verhinderd is, bij de Protosyncellus, een Syncellus of een andere door de Eparch aangewezen geschikte priester, aan wie van rechtswege de rechten en plichten van de Protosyncellus toekomen; op een passend tijdstip kan evenwel de Eparch meerderen aanwijzen, die elkaar om beurten in het ambt opvolgen.
Referenties naar alinea 233: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als deze ontbreken dan wel verhinderd zijn om het bestuur van de eparchie over te nemen, is het college van eparchiale consultoren bevoegd een priester te kiezen, die de eparchie moet besturen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Wie het besturen van een eparchie binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk op zich heeft genomen, dient zo spoedig mogelijk de Patriarch in kennis te stellen van de verhinderde eparchiale zetel en van de overname van het ambt; in de overige gevallen dient hij de Apostolische Stoel in kennis te stellen en, als hij tot een patriarchale Kerk behoort, ook de Patriarch.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. V - Over de apostolisch Administrators (can. 234)
234
Can. 234
§ 1. Het bestuur van een eparchie vertrouwt de Paus bij hetzij een bezette hetzij een vacante eparchiale zetel soms om zwaarwegende en bijzondere redenen aan een apostolisch Administrator toe.
§ 1. Het bestuur van een eparchie vertrouwt de Paus bij hetzij een bezette hetzij een vacante eparchiale zetel soms om zwaarwegende en bijzondere redenen aan een apostolisch Administrator toe.
Referenties naar alinea 234: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De rechten, plichten en privileges van de apostolisch Administrator worden aan zijn benoemingsbrief ontleend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de organen die de Eparch in het bestuur van de eparchie bijstaan (cann. 235-278)
- Art. I - Over de eparchiale assemblee (cann. 235-242)
235
Can. 235
De eparchiale assemblee verleent de Eparch ondersteunende hulp in datgene, wat de bijzondere behoeften of het nut van de eparchie betreft.
De eparchiale assemblee verleent de Eparch ondersteunende hulp in datgene, wat de bijzondere behoeften of het nut van de eparchie betreft.
Referenties naar alinea 235: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
236
Can. 236
De eparchiale assemblee dient bijeengeroepen te worden, zo vaak als de omstandigheden dit naar het oordeel van de Eparch en na raadpleging van de presbyterale raad aanbevelen.
De eparchiale assemblee dient bijeengeroepen te worden, zo vaak als de omstandigheden dit naar het oordeel van de Eparch en na raadpleging van de presbyterale raad aanbevelen.
Referenties naar alinea 236: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
237
Can. 237
§ 1. De Eparch is bevoegd de eparchiale assemblee bijeen te roepen, die persoonlijk of door tussenkomst van een ander voor te zitten, haar te verplaatsen, te verlengen, op te schorten en te ontbinden.
§ 1. De Eparch is bevoegd de eparchiale assemblee bijeen te roepen, die persoonlijk of door tussenkomst van een ander voor te zitten, haar te verplaatsen, te verlengen, op te schorten en te ontbinden.
Referenties naar alinea 237: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij vacatie van de eparchiale zetel wordt de eparchiale assemblee van rechtswege opgeschort, totdat de nieuwe Eparch dienaangaande zal hebben besloten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
238
Can. 238
§ 1. Tot de eparchiale assemblee moeten bijeengeroepen worden en ernaar toe moeten gaan
§ 1. Tot de eparchiale assemblee moeten bijeengeroepen worden en ernaar toe moeten gaan
Referenties naar alinea 238: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de Bisschop-coadiutor en de Hulpbisschoppen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de Protosyncellus, de Syncelli, de Gerechtsvicaris en de eparchiaal econoom;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de eparchiale consultoren;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° de rector van het eparchiaal grootseminarie;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° de protopresbyters;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 6° tenminste één pastoor uit ieder district afzonderlijk te kiezen door allen, die daar feitelijk de zielzorg hebben, met de protopresbyter als voorzitter van de verkiezing; eveneens moet een andere presbyter gekozen worden, die wanneer deze verhinderd is, zijn plaats moet innemen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 7° de leden van de presbyterale raad en enkele gedelegeerden van de pastorale raad, als hij bestaat, door deze raad te kiezen op de wijze en voor het aantal door het particulier recht bepaald;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 8° enkele diakens volgens de norm van het particulier recht gekozen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 9° de Oversten van kloosters sui iuris en enkele Oversten van de overige instituten van gewijd leven, die in de eparchie een huis hebben, te kiezen op de wijze en voor het aantal door het particulier recht bepaald;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 10° leken gekozen door de pastorale raad, als hij bestaat, anders op de door de Eparch vastgestelde wijze zo, dat het aantal leken het derde deel van de leden van de eparchiale assemblee niet overstijgt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Eparch kan, als hij het passend oordeelt, ook anderen tot de eparchiale assemblee uitnodigen, niet uitgesloten personen van andere Kerken sui iuris, aan wie allen hij ook het recht om een stem uit te brengen kan verlenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Tot de eparchiale assemblee kunnen ook enkele waarnemers uit niet-katholieke Kerken of kerkelijke Gemeenschappen worden uitgenodigd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
239
Can. 239
Degenen, die naar de eparchiale assemblee toe moeten gaan, kunnen, ook al zijn ze door een wettig beletsel weerhouden, geen procurator zenden, om in hun naam bij de eparchiale assemblee aanwezig te zijn, maar zij dienen de Eparch van het beletsel in kennis te stellen.
Degenen, die naar de eparchiale assemblee toe moeten gaan, kunnen, ook al zijn ze door een wettig beletsel weerhouden, geen procurator zenden, om in hun naam bij de eparchiale assemblee aanwezig te zijn, maar zij dienen de Eparch van het beletsel in kennis te stellen.
Referenties naar alinea 239: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
240
Can. 240
§ 1. Onverminderd het recht van iedere mogelijke Christengelovige om in de eparchiale assemblee te behandelen vraagpunten te melden, is alleen de Eparch bevoegd de in deze assemblee te behandelen onderwerpen te bepalen.
§ 1. Onverminderd het recht van iedere mogelijke Christengelovige om in de eparchiale assemblee te behandelen vraagpunten te melden, is alleen de Eparch bevoegd de in deze assemblee te behandelen onderwerpen te bepalen.
Referenties naar alinea 240: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Eparch dient op een passend tijdstip één of meerdere commissies in te stellen, waarvan het de taak is de in de eparchiale assemblee te behandelen onderwerpen voor te bereiden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Eparch dient op een passend tijdstip één of meerdere commissies in te stellen, waarvan het de taak is de in de eparchiale assemblee te behandelen onderwerpen voor te bereiden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Alle voorgelegde vraagpunten dienen op de zittingen van de eparchiale assemblee aan een vrije gedachtewisseling te worden onderworpen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
241
Can. 241
De enige wetgever in de eparchiale assemblee is de Eparch, terwijl de overigen alleen adviserend stemrecht hebben; alleen hij ondertekent welke beslissingen dan ook, die in de eparchiale assemblee genomen zijn; deze beginnen, als ze in dezelfde assemblee afgekondigd worden, terstond te verplichten, tenzij anders uitdrukkelijk wordt geregeld.
De enige wetgever in de eparchiale assemblee is de Eparch, terwijl de overigen alleen adviserend stemrecht hebben; alleen hij ondertekent welke beslissingen dan ook, die in de eparchiale assemblee genomen zijn; deze beginnen, als ze in dezelfde assemblee afgekondigd worden, terstond te verplichten, tenzij anders uitdrukkelijk wordt geregeld.
Referenties naar alinea 241: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
242
Can. 242
De tekst van de wetten, van de verklaringen en van de decreten, die in de eparchiale assemblee zijn gegeven, dient de Eparch aan het gezag dat het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris heeft vastgesteld, mede te delen.
De tekst van de wetten, van de verklaringen en van de decreten, die in de eparchiale assemblee zijn gegeven, dient de Eparch aan het gezag dat het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris heeft vastgesteld, mede te delen.
Referenties naar alinea 242: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over de eparchiale curie (cann. 243-263)
243
Can. 243
§ 1. De Eparch moet bij zijn zetel een eparchiale curie hebben, die hem helpt in het bestuur van de aan hem toevertrouwde eparchie.
§ 1. De Eparch moet bij zijn zetel een eparchiale curie hebben, die hem helpt in het bestuur van de aan hem toevertrouwde eparchie.
Referenties naar alinea 243: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tot de eparchiale curie behoren de Protosyncellus, de Syncelli, de Gerechtsvicaris, de eparchiaal econoom en de raad voor economische zaken, de kanselier, de eparchiale rechters, de promotor van de gerechtigheid en de verdediger van de band, de notarissen en andere personen, die door de Eparch worden aangetrokken om ambten van de eparchiale curie naar behoren te vervullen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Eparch kan, wanneer de behoeften of het nut van de eparchie het eisen, ook andere ambten in de eparchiale curie instellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
244
Can. 244
§ 1. De benoeming en de verwijdering uit het ambt van degenen, die in de eparchiale curie ambten uitoefenen, komen de Eparch toe.
§ 1. De benoeming en de verwijdering uit het ambt van degenen, die in de eparchiale curie ambten uitoefenen, komen de Eparch toe.
Referenties naar alinea 244: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Allen, die tot ambten in de eparchiale curie worden toegelaten, moeten:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de belofte afleggen hun ambt getrouw te vervullen overeenkomstig de wijze door het recht dan wel door de Eparch vastgesteld;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° het geheim in acht nemen binnen de grenzen en overeenkomstig de wijze door het recht dan wel door de Eparch vastgesteld.
Referenties naar deze alinea: 2
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Rescriptum "ex Audientia SS.mi" - waarmee de Instructie over de geheimhouding bij juridische procedures wordt gepromulgeerd ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° - Over de Protosyncellus en de Syncelli (cann. 245-251)
245
Can. 245
In iedere eparchie afzonderlijk moet een Protosyncellus worden aangesteld, die van plaatsvervangende gewone macht volgens de norm van het gemene recht voorzien de Eparch in het bestuur van de gehele eparchie moet bijstaan.
In iedere eparchie afzonderlijk moet een Protosyncellus worden aangesteld, die van plaatsvervangende gewone macht volgens de norm van het gemene recht voorzien de Eparch in het bestuur van de gehele eparchie moet bijstaan.
Referenties naar alinea 245: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
246
Can. 246
Zo vaak als het juiste bestuur van de eparchie dit vereist, kunnen één dan wel meerdere Syncelli worden aangesteld, die natuurlijk van rechtswege in een vastgesteld deel van de eparchie dan wel in een bepaald soort aangelegenheden dan wel met betrekking tot Christengelovigen in een andere Kerk sui iuris opgenomen of Christengelovigen van een bepaalde groep van personen dezelfde macht hebben als het gemene recht aan de Protosyncellus toekent.
Zo vaak als het juiste bestuur van de eparchie dit vereist, kunnen één dan wel meerdere Syncelli worden aangesteld, die natuurlijk van rechtswege in een vastgesteld deel van de eparchie dan wel in een bepaald soort aangelegenheden dan wel met betrekking tot Christengelovigen in een andere Kerk sui iuris opgenomen of Christengelovigen van een bepaalde groep van personen dezelfde macht hebben als het gemene recht aan de Protosyncellus toekent.
Referenties naar alinea 246: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
247
Can. 247
§ 1. De Protosyncellus en de Syncelli worden door de Eparch vrijelijk benoemd en ze kunnen door hem vrijelijk worden verwijderd onverminderd can. 215, §§ 1 en 2[574|+452 -453].
§ 1. De Protosyncellus en de Syncelli worden door de Eparch vrijelijk benoemd en ze kunnen door hem vrijelijk worden verwijderd onverminderd can. 215, §§ 1 en 2[574|+452 -453].
Referenties naar alinea 247: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Protosyncellus en een Syncellus dienen celibataire priesters te zijn, tenzij het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris anders bepaalt, voor zover het mogelijk is uit de in de eparchie opgenomen clerici, niet jonger dan dertig jaar, in enige gewijde wetenschap doctoren of licentiaten of tenminste deskundig, door gezonde leer, rechtschapenheid, wijsheid en ervaring in het behandelen van zaken aanbevolen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het ambt van Protosyncellus of Syncellus mag niet aan bloedverwanten van de Eparch tot en met de vierde graad worden verleend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De Eparch kan de Protosyncellus en de Syncelli ook uit een andere eparchie of uit een andere Kerk sui iuris aantrekken met de instemming echter van hun Eparch.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
248
Can. 248
§ 1. Tenzij anders door het gemene recht uitdrukkelijk wordt geregeld, komt de Protosyncellus in de gehele eparchie, de Syncelli evenwel binnen het bereik van het aan hen verleende ambt dezelfde uitvoerende bestuursmacht toe als de Eparch met uitzondering van datgene, wat de Eparch aan zich of aan anderen heeft voorbehouden dan wel wat op grond van het recht zijn bijzondere opdracht vereist; en wanneer deze niet is verkregen, is de handeling, waarvoor een dergelijke opdracht wordt vereist, nietig.
§ 1. Tenzij anders door het gemene recht uitdrukkelijk wordt geregeld, komt de Protosyncellus in de gehele eparchie, de Syncelli evenwel binnen het bereik van het aan hen verleende ambt dezelfde uitvoerende bestuursmacht toe als de Eparch met uitzondering van datgene, wat de Eparch aan zich of aan anderen heeft voorbehouden dan wel wat op grond van het recht zijn bijzondere opdracht vereist; en wanneer deze niet is verkregen, is de handeling, waarvoor een dergelijke opdracht wordt vereist, nietig.
Referenties naar alinea 248: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Protosyncellus en de Syncelli komen binnen het bereik van hun bevoegdheid ook de door de Apostolische Stoel aan de Eparch verleende gebruikelijke bevoegdheden toe en eveneens de uitvoering van rescripten van de Apostolische Stoel of van de Patriarch, tenzij anders uitdrukkelijk is geregeld dan wel de toewijding van de persoon van de Eparch gekozen is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
249
Can. 249
De Protosyncellus en de Syncelli moeten de Eparch informeren over belangrijke aangelegenheden zowel die behartigd moeten worden als ook die behartigd zijn en zij dienen nooit tegen zijn wil en geest te handelen.
De Protosyncellus en de Syncelli moeten de Eparch informeren over belangrijke aangelegenheden zowel die behartigd moeten worden als ook die behartigd zijn en zij dienen nooit tegen zijn wil en geest te handelen.
Referenties naar alinea 249: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
250
Can. 250
De presbyter-Protosyncelli en de presbyter-Syncelli hebben voor de duur van hun taak de privileges en eretekenen van de eerste waardigheid na de bisschoppelijke.
De presbyter-Protosyncelli en de presbyter-Syncelli hebben voor de duur van hun taak de privileges en eretekenen van de eerste waardigheid na de bisschoppelijke.
Referenties naar alinea 250: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
251
Can. 251
§ 1. De Protosyncellus en de Syncelli verliezen hun ambt door het verstrijken van de vastgestelde tijd, door terugtreding door de Eparch aanvaard of door verwijdering.
§ 1. De Protosyncellus en de Syncelli verliezen hun ambt door het verstrijken van de vastgestelde tijd, door terugtreding door de Eparch aanvaard of door verwijdering.
Referenties naar alinea 251: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij vacatie van de eparchiale zetel dient met betrekking tot de Protosyncellus en de Syncelli can. 224[574|+479 -484] in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Bij opschorting van het ambt van de Eparch wordt de macht van de Protosyncellus en de Syncelli opgeschort, tenzij zij gewijde Bisschoppen zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° - Over de kanselier en de andere notarissen en over het archief van de eparchiale curie (cann. 252-261)
252
Can. 252
§ 1. In de eparchiale curie dient een kanselier te worden aangesteld, die presbyter of diaken moet zijn, wiens belangrijkste plicht het is, tenzij anders door het particulier recht wordt bepaald, ervoor te zorgen, dat de akten van de curie worden opgesteld en afgehandeld en in het archief van de eparchiale curie worden bewaard.
§ 1. In de eparchiale curie dient een kanselier te worden aangesteld, die presbyter of diaken moet zijn, wiens belangrijkste plicht het is, tenzij anders door het particulier recht wordt bepaald, ervoor te zorgen, dat de akten van de curie worden opgesteld en afgehandeld en in het archief van de eparchiale curie worden bewaard.
Referenties naar alinea 252: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het nodig lijkt, kan de kanselier een helper worden gegeven, die de naam vicekanselier mag hebben.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De kanselier en eveneens de vicekanselier zijn van rechtswege notarissen van de eparchiale curie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
253
123
123
Can. 253
§ 1. Behalve de kanselier kunnen andere notarissen worden aangesteld, wier ondertekening openbare betrouwbaarheid verschaft en wel hetzij wat betreft alle mogelijke akten, hetzij wat betreft enkel gerechtelijke akten, hetzij wat betreft alleen akten van een bepaalde zaak dan wel van een aangelegenheid.
§ 1. Behalve de kanselier kunnen andere notarissen worden aangesteld, wier ondertekening openbare betrouwbaarheid verschaft en wel hetzij wat betreft alle mogelijke akten, hetzij wat betreft enkel gerechtelijke akten, hetzij wat betreft alleen akten van een bepaalde zaak dan wel van een aangelegenheid.
Referenties naar alinea 253: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De notarissen moeten van ongeschonden faam en boven iedere verdenking verheven zijn; in zaken, waardoor de faam van een clericus in het geding kan komen, moet de notaris priester zijn.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
254
123
123
Can. 254
Het is de taak van de notarissen:
Het is de taak van de notarissen:
Referenties naar alinea 254: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de akten en de documenten met betrekking tot decreten, regelingen, verplichtingen of andere zaken, die hun dienst vereisen, samen te stellen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° schriftelijk getrouw vast te leggen datgene, wat behandeld wordt, en de akten over deze zaken met opgave van de plaats, de dag, de maand en het jaar te ondertekenen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de akten of de documenten aan degene die wettig erom verzoekt, over te leggen met inachtneming van het daarvoor bepaalde en afschriften daarvan overeenstemmend met het origineel te verklaren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
255
Can. 255
De kanselier en de andere notarissen kunnen vrijelijk uit hun ambt worden verwijderd door de Eparch, niet echter door de Administrator van de eparchie tenzij met de instemming van het college van eparchiale consultoren.
De kanselier en de andere notarissen kunnen vrijelijk uit hun ambt worden verwijderd door de Eparch, niet echter door de Administrator van de eparchie tenzij met de instemming van het college van eparchiale consultoren.
Referenties naar alinea 255: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
256
123
123
Can. 256
§ 1. De Eparch dient op een veilige plaats het archief van de eparchiale curie in te richten, waarin de documenten, die op de aangelegenheden van de eparchie betrekking hebben, moeten worden bewaard.
§ 2. Met alle zorgvuldigheid en nauwgezetheid dient een inventaris te worden opgemaakt van de documenten, die in het archief van de eparchiale curie worden bewaard, met een korte inhoudsopgave ervan.
§ 1. De Eparch dient op een veilige plaats het archief van de eparchiale curie in te richten, waarin de documenten, die op de aangelegenheden van de eparchie betrekking hebben, moeten worden bewaard.
§ 2. Met alle zorgvuldigheid en nauwgezetheid dient een inventaris te worden opgemaakt van de documenten, die in het archief van de eparchiale curie worden bewaard, met een korte inhoudsopgave ervan.
Referenties naar alinea 256: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
257
123
123
Can. 257
§ 1. Het archief van de eparchiale curie behoort afgesloten te zijn en de sleutel ervan dienen de Eparch en de kanselier te hebben; niemand is het geoorloofd daar binnen te treden zonder het verlof hetzij van alleen de Eparch hetzij van de Protosyncellus tegelijk met dat van de kanselier.
§ 1. Het archief van de eparchiale curie behoort afgesloten te zijn en de sleutel ervan dienen de Eparch en de kanselier te hebben; niemand is het geoorloofd daar binnen te treden zonder het verlof hetzij van alleen de Eparch hetzij van de Protosyncellus tegelijk met dat van de kanselier.
Referenties naar alinea 257: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Degenen, in wier belang het is, hebben het recht om van de documenten, die naar hun aard openbaar zijn en die op de staat van hun persoon betrekking hebben, persoonlijk of door tussenkomst van een procurator een authentiek afschrift te ontvangen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
258
123
123
Can. 258
Het is niet geoorloofd uit het archief van de eparchiale curie documenten mee te nemen tenzij voor een korte tijd alleen en met het verlof hetzij van alleen de Eparch hetzij van de Protosyncellus tegelijk met dat van de kanselier.
Het is niet geoorloofd uit het archief van de eparchiale curie documenten mee te nemen tenzij voor een korte tijd alleen en met het verlof hetzij van alleen de Eparch hetzij van de Protosyncellus tegelijk met dat van de kanselier.
Referenties naar alinea 258: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
259
Can. 259
§ 1. Er dient in de eparchiale curie ook een geheim archief dan wel tenminste in het archief van de eparchiale curie een geheel en al gesloten en afgegrendelde geheime kast te zijn, die niet van zijn plaats verwijderd kan worden, waarin de documenten die geheim gehouden moeten worden, moeten worden bewaard.
§ 1. Er dient in de eparchiale curie ook een geheim archief dan wel tenminste in het archief van de eparchiale curie een geheel en al gesloten en afgegrendelde geheime kast te zijn, die niet van zijn plaats verwijderd kan worden, waarin de documenten die geheim gehouden moeten worden, moeten worden bewaard.
Referenties naar alinea 259: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Ieder jaar dienen de akten van de procedures bij het opleggen van straffen in zedenzaken, waarvan de beschuldigden zijn overleden dan wel die sinds tien jaar afgesloten zijn, te worden vernietigd, met achterhouding van een korte samenvatting van het feit en de tekst van de definitieve sententie of van het decreet.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
260
123
123
Can. 260
§ 1. Alleen de Eparch dient de sleutel van het geheim archief of van de geheime kast te hebben.
§ 1. Alleen de Eparch dient de sleutel van het geheim archief of van de geheime kast te hebben.
Referenties naar alinea 260: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij vacatie van de eparchiale zetel mogen het geheim archief of de geheime kast niet worden geopend tenzij in geval van echte noodzaak door de Administrator zelf van de eparchie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Uit het geheim archief of de geheime kast mogen geen documenten meegenomen worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
261
Can. 261
§ 1. De Eparch dient ervoor te zorgen, dat ook de akten en documenten van de archieven van de kathedrale, de parochiële en de andere binnen de grenzen van het territorium van de eparchie bestaande kerkgebouwen zorgvuldig worden bewaard en dat twee afschriften van de inventaris van de akten en de documenten worden opgemaakt, waarvan het ene in het eigen archief, het andere in het archief van de eparchiale curie moeten worden bewaard.
§ 1. De Eparch dient ervoor te zorgen, dat ook de akten en documenten van de archieven van de kathedrale, de parochiële en de andere binnen de grenzen van het territorium van de eparchie bestaande kerkgebouwen zorgvuldig worden bewaard en dat twee afschriften van de inventaris van de akten en de documenten worden opgemaakt, waarvan het ene in het eigen archief, het andere in het archief van de eparchiale curie moeten worden bewaard.
Referenties naar alinea 261: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Om de akten en de documenten, die tot deze archieven behoren, in te zien dan wel mee te nemen, dienen de normen door de Eparch bepaald in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° - Over de eparchiaal econoom en over de raad voor economische zaken (cann. 262-263)
262
80
80
Can. 262
§ 1. De Eparch dient na raadpleging van het college van eparchiale consultoren en de raad voor economische zaken een eparchiaal econoom te benoemen, die een Christengelovige moet zijn in economische zaken deskundig en in rechtschapenheid uitmuntend.
§ 1. De Eparch dient na raadpleging van het college van eparchiale consultoren en de raad voor economische zaken een eparchiaal econoom te benoemen, die een Christengelovige moet zijn in economische zaken deskundig en in rechtschapenheid uitmuntend.
Referenties naar alinea 262: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De eparchiaal econoom wordt benoemd voor een tijd door het particulier recht vastgesteld; voor de duur van zijn taak mag hij niet verwijderd worden tenzij om een zwaarwegende reden door de Eparch te beoordelen na raadpleging van het college van eparchiale consultoren en de raad voor economische zaken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het is de taak van de eparchiaal econoom onder de macht van de Eparch, die zijn rechten en verhoudingen tot de raad voor economische zaken nader moet vaststellen, de wereldse goederen van de eparchie te beheren, op het beheer van de kerkelijke goederen in de gehele eparchie toe te zien, in het behoud, de bescherming en de groei ervan te voorzien, nalatigheid van de plaatselijke beheerders aan te vullen en de kerkelijke goederen, die een door het recht aangewezen beheerder missen, persoonlijk te beheren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De eparchiaal econoom moet aan de Eparch jaarlijks en zo vaak als door de Bisschop zelf om haar wordt verzocht, verantwoording over het beheer afleggen; de Eparch evenwel dient door middel van de raad voor economische zaken de door de eparchiaal econoom afgelegde verantwoordingen te onderzoeken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 5. Met betrekking tot de plichten van de eparchiaal econoom bij vacatie van de eparchiale zetel moet can. 232[574|+500 -503] in acht genomen worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
263
Can. 263
§ 1. De Eparch dient een raad voor economische zaken op te richten, die moet bestaan uit de voorzitter die de Eparch zelf is, en enkele geschikte personen, ook in het burgerlijk recht, als het mogelijk is, deskundig, die door de Eparch na raadpleging van het college van eparchiale consultoren moeten worden benoemd, tenzij door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris reeds op andere gelijkwaardige wijze erin is voorzien, altijd onverminderd, dat door anderen gekozenen of benoemden de bevestiging van de Eparch behoeven.
§ 1. De Eparch dient een raad voor economische zaken op te richten, die moet bestaan uit de voorzitter die de Eparch zelf is, en enkele geschikte personen, ook in het burgerlijk recht, als het mogelijk is, deskundig, die door de Eparch na raadpleging van het college van eparchiale consultoren moeten worden benoemd, tenzij door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris reeds op andere gelijkwaardige wijze erin is voorzien, altijd onverminderd, dat door anderen gekozenen of benoemden de bevestiging van de Eparch behoeven.
Referenties naar alinea 263: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De eparchiaal econoom is van rechtswege lid van de raad voor economische zaken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Van de raad voor economische zaken worden degenen uitgesloten, die met de Eparch tot en met de vierde graad van bloedverwantschap of aanverwantschap verbonden zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De Eparch moet niet nalaten bij handelingen van groter belang, die economische zaken betreffen, de raad voor economische zaken te horen; de leden hiervan hebben echter alleen adviserend stemrecht, tenzij door het gemene recht in speciaal uitgedrukte gevallen of op grond van een stichtingsakte hun instemming wordt geëist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 5. Behalve de andere aan hem door het gemene recht toevertrouwde taken is het de taak van de raad voor economische zaken jaarlijks een begroting van inkomsten en uitgaven voor te bereiden, die voor het gehele bestuur van de eparchie voor het komend jaar worden voorzien, en eveneens aan het einde van het jaar de rekening van inkomsten en uitgaven goed te keuren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. III - Over de presbyterale raad en over het college van eparchiale consultoren (cann. 264-271)
264
Can. 264
In de eparchie moet een presbyterale raad worden ingesteld, namelijk een groep van priesters het presbyterium vertegenwoordigend, die de Eparch met zijn advies volgens de norm van het recht moet bijstaan in datgene, wat op de behoeften van het pastorale werk en het welzijn van de eparchie betrekking heeft.
In de eparchie moet een presbyterale raad worden ingesteld, namelijk een groep van priesters het presbyterium vertegenwoordigend, die de Eparch met zijn advies volgens de norm van het recht moet bijstaan in datgene, wat op de behoeften van het pastorale werk en het welzijn van de eparchie betrekking heeft.
Referenties naar alinea 264: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
265
Can. 265
De presbyterale raad dient eigen door de Eparch goedgekeurde statuten te hebben onverminderd de normen van het gemene recht en het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
De presbyterale raad dient eigen door de Eparch goedgekeurde statuten te hebben onverminderd de normen van het gemene recht en het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
Referenties naar alinea 265: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
266
Can. 266
Met betrekking tot de instelling van de presbyterale raad dient het volgende in acht genomen te worden:
Met betrekking tot de instelling van de presbyterale raad dient het volgende in acht genomen te worden:
Referenties naar alinea 266: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° een passend deel van de leden dient volgens de norm van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris door de priesters zelf te worden gekozen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° enkele priesters moeten volgens de norm van de statuten statutaire leden zijn, die namelijk om reden van het aan hen opgedragen ambt tot de raad behoren;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de Eparch komt het onverkort toe om enkele leden vrijelijk te benoemen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
267
Can. 267
§ 1. Bij het kiezen van de leden van de presbyterale raad hebben actief en passief stemrecht:
§ 1. Bij het kiezen van de leden van de presbyterale raad hebben actief en passief stemrecht:
Referenties naar alinea 267: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° alle in de eparchie opgenomen presbyters;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de overige priesters, die in de eparchie een woonplaats of quasi-woonplaats hebben en tegelijk tot het welzijn van die eparchie enige taak uitoefenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Voor zover in de statuten erin wordt voorzien, kan actief en passief stemrecht ook aan de andere priesters worden verleend, die een woonplaats of quasi-woonplaats in de eparchie hebben.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
268
Can. 268
De wijze van kiezen van de leden van de presbyterale raad moet door de statuten zo worden vastgesteld, dat, voor zover het mogelijk is, de priesters van het presbyterium worden vertegenwoordigd, rekening gehouden met vooral diverse bedieningen en verschillende districten van de eparchie.
De wijze van kiezen van de leden van de presbyterale raad moet door de statuten zo worden vastgesteld, dat, voor zover het mogelijk is, de priesters van het presbyterium worden vertegenwoordigd, rekening gehouden met vooral diverse bedieningen en verschillende districten van de eparchie.
Referenties naar alinea 268: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
269
Can. 269
§ 1. De Eparch is bevoegd de presbyterale raad bijeen te roepen, die voor te zitten en de daarin te behandelen vraagpunten vast te stellen dan wel de door de leden voorgelegde vraagpunten in ontvangst te nemen.
§ 1. De Eparch is bevoegd de presbyterale raad bijeen te roepen, die voor te zitten en de daarin te behandelen vraagpunten vast te stellen dan wel de door de leden voorgelegde vraagpunten in ontvangst te nemen.
Referenties naar alinea 269: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Eparch dient bij aangelegenheden van groter belang de presbyterale raad te horen en in de door het gemene recht uitgedrukte gevallen moet hij deze raadplegen; de instemming ervan echter behoeft hij alleen maar in de door het gemene recht uitdrukkelijk vastgestelde gevallen, onverminderd het recht van de Patriarch om met betrekking tot de aangelegenheden van de eparchie, die hijzelf bestuurt, ook in deze gevallen de presbyterale raad alleen te raadplegen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De presbyterale raad kan nooit handelen zonder de Eparch, aan wie alleen ook de zorg toekomt datgene bekend te maken, wat in de raad zelf is behandeld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
270
Can. 270
§ 1. De leden van de presbyterale raad dienen voor een in de statuten vast te stellen tijd aangewezen te worden, maar zo, dat de gehele raad of enig deel ervan binnen vijf jaar wordt vernieuwd.
§ 1. De leden van de presbyterale raad dienen voor een in de statuten vast te stellen tijd aangewezen te worden, maar zo, dat de gehele raad of enig deel ervan binnen vijf jaar wordt vernieuwd.
Referenties naar alinea 270: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij vacatie van de eparchiale zetel houdt de presbyterale raad op te bestaan en worden de taken ervan door het college van eparchiale consultoren vervuld; binnen een jaar te rekenen vanaf de canonieke inbezitneming van de eparchie moet de Eparch een nieuwe presbyterale raad instellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als de presbyterale raad de taak die aan hem tot welzijn van de eparchie is toevertrouwd, niet vervult dan wel die ernstig misbruikt, kan de Eparch na raadpleging van de Metropoliet dan wel, als het om de metropolitane zetel zelf gaat, na raadpleging van de qua bisschoppelijke wijding oudste aan die Metropoliet ondergeschikte Eparch deze raad ontbinden, maar moet hij binnen een jaar een nieuwe presbyterale raad instellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
271
Can. 271
§ 1. De Eparch moet een college van eparchiale consultoren instellen, waaraan de door het recht vastgestelde taken toekomen.
§ 1. De Eparch moet een college van eparchiale consultoren instellen, waaraan de door het recht vastgestelde taken toekomen.
Referenties naar alinea 271: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het college van eparchiale consultoren wordt voor vijf jaar ingesteld, na het verstrijken waarvan echter het zijn eigen taken blijft uitoefenen, totdat een nieuw college ingesteld zal zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document319 §2
§ 3. De leden van het college van eparchiale consultoren moeten niet minder dan zes en niet meer dan twaalf in aantal zijn; als om wat voor reden dan ook binnen de vastgestelde vijf jaar het minimale aantal leden van het college er niet meer is, dient de Eparch zo spoedig mogelijk het college door de benoeming van een nieuw lid aan te vullen, anders kan het college niet geldig handelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De leden van het college van eparchiale consultoren worden vrijelijk door de Eparch benoemd uit degenen, die ten tijde van de benoeming leden van de presbyterale raad zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document221 1°
§ 5. De Eparch zit het college van eparchiale consultoren voor; bij vacatie of verhindering van de eparchiale zetel degene, die in de tussentijd de plaats van de Eparch inneemt dan wel, als hij niet is aangesteld, de in dat college qua heilige wijding oudste priester.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 6. Zo vaak als het recht bepaalt, dat de Eparch de instemming van het college van eparchiale consultoren behoeft, volstaat het, dat de Patriarch in aangelegenheden van de eparchie, die hijzelf bestuurt, dit college raadpleegt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. IV - Over de pastorale raad (cann. 272-275)
272
Can. 272
Als de pastorale omstandigheden dit aanbevelen, dient in de eparchie een pastorale raad te worden ingesteld, waarvan het de taak is onder het gezag van de Eparch datgene, wat op de pastorale werken in de eparchie betrekking heeft, te onderzoeken, af te wegen en dienaangaande praktische besluiten voor te stellen.
Als de pastorale omstandigheden dit aanbevelen, dient in de eparchie een pastorale raad te worden ingesteld, waarvan het de taak is onder het gezag van de Eparch datgene, wat op de pastorale werken in de eparchie betrekking heeft, te onderzoeken, af te wegen en dienaangaande praktische besluiten voor te stellen.
Referenties naar alinea 272: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
273
Can. 273
§ 1. De pastorale raad, die alleen een raadgevende vergadering is, bestaat uit clerici, uit religieuzen of leden van kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven en vooral uit leken aangewezen op de door de Eparch vastgestelde wijze.
§ 1. De pastorale raad, die alleen een raadgevende vergadering is, bestaat uit clerici, uit religieuzen of leden van kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven en vooral uit leken aangewezen op de door de Eparch vastgestelde wijze.
Referenties naar alinea 273: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De pastorale raad dient zo ingesteld te worden, dat, voor zover het mogelijk is, de Christengelovigen van de eparchie worden vertegenwoordigd, rekening gehouden met de diverse soorten personen, verenigingen en andere initiatieven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Tezamen met deze Christengelovigen kan de Eparch ook anderen, zelfs van een andere Kerk sui iuris, naargelang de gelegenheid tot de pastorale raad uitnodigen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Voor de pastorale raad mogen alleen Christengelovigen aangewezen worden in vast geloof, goede zeden en wijsheid uitmuntend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
274
Can. 274
§ 1. De pastorale raad wordt ingesteld voor een tijd overeenkomstig de voorschriften van de statuten, die door de Eparch worden gegeven.
§ 1. De pastorale raad wordt ingesteld voor een tijd overeenkomstig de voorschriften van de statuten, die door de Eparch worden gegeven.
Referenties naar alinea 274: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij vacatie van de eparchiale zetel houdt de pastorale raad op te bestaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
587
Can. 275
Alleen aan de Eparch komt toe de pastorale raad overeenkomstig de behoeften van het apostolaat bijeen te roepen, die voor te zitten en datgene, wat daarin behandeld is, openbaar te maken.
Alleen aan de Eparch komt toe de pastorale raad overeenkomstig de behoeften van het apostolaat bijeen te roepen, die voor te zitten en datgene, wat daarin behandeld is, openbaar te maken.
Referenties naar alinea 587: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. V - Over de protopresbyters (cann. 276-278)
276
Can. 276
§ 1. De protopresbyter is een presbyter, die aan het hoofd wordt gesteld van een uit meerdere parochies bestaand district, om aldaar in naam van de Eparch de door het recht vastgestelde taken te vervullen.
§ 1. De protopresbyter is een presbyter, die aan het hoofd wordt gesteld van een uit meerdere parochies bestaand district, om aldaar in naam van de Eparch de door het recht vastgestelde taken te vervullen.
Referenties naar alinea 276: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Dergelijke districten op te richten, te wijzigen en op te heffen overeenkomstig de behoeften van het pastorale handelen, komt aan de Eparch toe na raadpleging van de presbyterale raad.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
277
Can. 277
§ 1. Voor het ambt van protopresbyter, dat met behoud van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris niet duurzaam met het ambt van pastoor van een bepaalde parochie verbonden moet worden, dient de Eparch gehoord, als hij het passend vindt, de pastoors en de parochievicarissen van het district, waarover het gaat, een presbyter te benoemen in leer en apostolische ijver uitmuntend vooral onder de pastoors.
§ 1. Voor het ambt van protopresbyter, dat met behoud van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris niet duurzaam met het ambt van pastoor van een bepaalde parochie verbonden moet worden, dient de Eparch gehoord, als hij het passend vindt, de pastoors en de parochievicarissen van het district, waarover het gaat, een presbyter te benoemen in leer en apostolische ijver uitmuntend vooral onder de pastoors.
Referenties naar alinea 277: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De protopresbyter wordt benoemd voor een tijd door het particulier recht vastgesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Eparch kan de protopresbyter om een rechtmatige reden uit zijn ambt verwijderen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
278
Can. 278
§ 1. De protopresbyter heeft behalve de machten en bevoegdheden door het particulier recht aan hem verleend het recht en de plicht:
§ 1. De protopresbyter heeft behalve de machten en bevoegdheden door het particulier recht aan hem verleend het recht en de plicht:
Referenties naar alinea 278: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° om het gemeenschappelijk pastorale handelen te bevorderen en te coördineren;
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° om ervoor te zorgen, dat de clerici een leven leiden, dat bij de eigen staat passend is, en hun plichten zorgvuldig nakomen;
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° om erin te voorzien, dat de Goddelijke Liturgie en de goddelijke getijden overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken worden gevierd, dat de schoonheid en luister van de kerkgebouwen en het heilig vaatwerk vooral bij de viering van de Goddelijke Liturgie en bij de bewaring van de Goddelijke Eucharistie zorgvuldig in acht genomen worden, dat de parochieboeken naar behoren worden ingevuld en bewaard, dat de kerkelijke goederen met ijver worden beheerd, tenslotte, dat de pastorie met de verschuldigde zorgvuldigheid wordt onderhouden.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In het aan hem toevertrouwde district dient de protopresbyter:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° zich in te spannen, dat de clerici veelvuldig de bijeenkomsten bijwonen, die de plaatselijk Hiërarch passend oordeelt om de gewijde wetenschappen en de pastorale zaken te bevorderen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° ervoor te zorgen, dat de clerici geestelijke ondersteuning ter beschikking staat, en ook ten zeerste bezorgd te zijn voor degenen, die in moeilijkere omstandigheden verkeren dan wel door problemen worden beangstigd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De protopresbyter dient ervoor te zorgen, dat de pastoors, van wie hij weet dat ze ernstig ziek zijn, en hun gezin, als ze gehuwd zijn, niet de geestelijke en materiële hulp missen en dat van degenen, die overleden zijn, de begrafenissen waardig worden gevierd; hij dient ook erin te voorzien, dat bij gelegenheid van ziekte of dood de boeken, de documenten, het heilig vaatwerk en de andere zaken, die aan de Kerk toebehoren, niet verloren gaan dan wel worden weggenomen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De protopresbyter is verplicht overeenkomstig de door de Eparch getroffen bepaling de parochies te visiteren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk III - Over de parochies, over de pastoors en over de parochievicarissen (cann. 279-303)
279
Can. 279
De parochie is een bepaalde gemeenschap van Christengelovigen in een eparchie duurzaam ingesteld, waarvan de pastorale zorg aan een pastoor wordt toevertrouwd.
De parochie is een bepaalde gemeenschap van Christengelovigen in een eparchie duurzaam ingesteld, waarvan de pastorale zorg aan een pastoor wordt toevertrouwd.
Referenties naar alinea 279: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
280
Can. 280
§ 1. Een parochie dient in de regel territoriaal te zijn, die namelijk alle Christengelovigen van een bepaald territorium moet omvatten; als evenwel naar het oordeel van de Eparch na raadpleging van de presbyterale raad dit dienstig is, dienen personele parochies te worden opgericht, die om reden van natie, taal, opname van Christengelovigen in een andere Kerk sui iuris ja zelfs of om een andere bepaalde reden vastgesteld zijn.
§ 1. Een parochie dient in de regel territoriaal te zijn, die namelijk alle Christengelovigen van een bepaald territorium moet omvatten; als evenwel naar het oordeel van de Eparch na raadpleging van de presbyterale raad dit dienstig is, dienen personele parochies te worden opgericht, die om reden van natie, taal, opname van Christengelovigen in een andere Kerk sui iuris ja zelfs of om een andere bepaalde reden vastgesteld zijn.
Referenties naar alinea 280: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tot het oprichten, wijzigen en opheffen van parochies is de Eparch bevoegd na raadpleging van de presbyterale raad.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Een wettig opgerichte parochie is van rechtswege een rechtspersoon.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
281
Can. 281
§ 1. De pastoor is de presbyter, aan wie als belangrijkste medewerker van de Eparch als eigen herder de zielzorg wordt toevertrouwd in een vastgestelde parochie onder het gezag van die Eparch.
§ 1. De pastoor is de presbyter, aan wie als belangrijkste medewerker van de Eparch als eigen herder de zielzorg wordt toevertrouwd in een vastgestelde parochie onder het gezag van die Eparch.
Referenties naar alinea 281: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een rechtspersoon kan niet geldig pastoor zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
282
Can. 282
§ 1. De Eparch, niet evenwel de Administrator van de eparchie, kan na raadpleging van de presbyterale raad en met de instemming van de hogere Overste van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven een parochie oprichten in een kerkgebouw van dat instituut of genootschap onverminderd can. 480[574|+1062].
§ 1. De Eparch, niet evenwel de Administrator van de eparchie, kan na raadpleging van de presbyterale raad en met de instemming van de hogere Overste van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven een parochie oprichten in een kerkgebouw van dat instituut of genootschap onverminderd can. 480[574|+1062].
Referenties naar alinea 282: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deze oprichting moet worden verricht door middel van een schriftelijk gegeven overeenkomst tussen de Eparch en de hogere Overste van het religieus instituut of het kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven, waardoor zorgvuldig moet worden bepaald, wat op het vervullen van de parochiële bediening, op het toewijzen van personen aan de parochie, op de economische zaken betrekking heeft, en welke dan de rechten en plichten van de leden van dat instituut of genootschap in dat kerkgebouw zijn en welke dan die van de pastoor.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
283
Can. 283
De Eparch mag bepaalde groepen van personen, gebouwen en plaatsen, die zich in het territorium van de parochie bevinden en door het recht niet exempt zijn, niet aan de zorg van de pastoor geheel dan wel gedeeltelijk onttrekken tenzij om een zwaarwegende reden.
De Eparch mag bepaalde groepen van personen, gebouwen en plaatsen, die zich in het territorium van de parochie bevinden en door het recht niet exempt zijn, niet aan de zorg van de pastoor geheel dan wel gedeeltelijk onttrekken tenzij om een zwaarwegende reden.
Referenties naar alinea 283: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
284
Can. 284
§ 1. Het recht om pastoors te benoemen komt alleen de Eparch toe, die hen vrijelijk benoemt.
§ 1. Het recht om pastoors te benoemen komt alleen de Eparch toe, die hen vrijelijk benoemt.
Referenties naar alinea 284: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document286 1°
301 §3
§ 2. Om een parochie evenwel aan een lid van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven toe te vertrouwen, draagt de hogere Overste een geschikte presbyter van zijn instituut of genootschap aan de Eparch ter benoeming voor met behoud van de overeenkomsten die zijn aangegaan met de Eparch of met een ander door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris vastgesteld gezag.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De pastoor is duurzaam in zijn ambt, om welke reden hij niet voor een vastgestelde tijd mag worden benoemd tenzij:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° het gaat om een lid van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de kandidaat daarmee schriftelijk heeft ingestemd;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° het gaat om een bijzonder geval, in welk geval de instemming van het college van eparchiale consultoren wordt vereist;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris dit toestaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
285
Can. 285
§ 1. Opdat een presbyter tot pastoor kan worden benoemd, behoort hij te beschikken over goede zeden, gezonde leer, zielenijver, wijsheid en de overige deugden en gaven, die voor het loffelijk vervullen van de parochiële bediening door het recht worden vereist.
§ 1. Opdat een presbyter tot pastoor kan worden benoemd, behoort hij te beschikken over goede zeden, gezonde leer, zielenijver, wijsheid en de overige deugden en gaven, die voor het loffelijk vervullen van de parochiële bediening door het recht worden vereist.
Referenties naar alinea 285: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de presbyter in het huwelijk verbonden is, worden de goede zeden zowel bij de echtgenote als ook bij zijn bij hem verblijvende kinderen vereist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Een vacante parochie dient de Eparch te verlenen aan diegene, die hij alle omstandigheden afgewogen geschikt acht zonder enig aanzien des persoons; om een oordeel over de geschiktheid te vellen, dient hij de protopresbyter te horen en dient hij passende onderzoeken te verrichten gehoord, als hij het passend vindt, ook andere Christengelovigen vooral clerici.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
286
Can. 286
Bij vacatie dan wel verhindering van de eparchiale zetel komt aan de Administrator van de eparchie of aan een ander, die de eparchie in de tussentijd bestuurt, toe:
Bij vacatie dan wel verhindering van de eparchiale zetel komt aan de Administrator van de eparchie of aan een ander, die de eparchie in de tussentijd bestuurt, toe:
Referenties naar alinea 286: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° tot pastoor de presbyter te benoemen, die door de hogere Overste volgens de norm van can. 284, § 2[574|+650] is voorgedragen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° een pastoor uit de andere presbyters te benoemen, als de eparchiale zetel tenminste één jaar vacant is geweest dan wel verhinderd is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
287
Can. 287
§ 1. De pastoor dient de parochiële zorg voor slechts één parochie te hebben; wegens gebrek echter aan presbyters dan wel wegens andere omstandigheden kan de zorg voor meerdere naburige parochies aan dezelfde pastoor worden toevertrouwd.
§ 1. De pastoor dient de parochiële zorg voor slechts één parochie te hebben; wegens gebrek echter aan presbyters dan wel wegens andere omstandigheden kan de zorg voor meerdere naburige parochies aan dezelfde pastoor worden toevertrouwd.
Referenties naar alinea 287: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In dezelfde parochie dient er slechts één pastoor te zijn; als evenwel het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris toestaat, dat een parochie aan meerdere presbyters wordt toevertrouwd, dient hetzelfde particulier recht zorgvuldig vast te stellen, welke dan de rechten en plichten van de leidinggevende zijn, die het gemeenschappelijk handelen moet sturen en die daarover aan de Eparch verantwoording moet afleggen, en welke dan die van de overige presbyters.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
288
Can. 288
De pastoor verkrijgt vanaf de canonieke voorziening de zielzorg, die hij echter niet mag uitoefenen tenzij na de canonieke inbezitneming van de parochie volgens de norm van het particulier recht.
De pastoor verkrijgt vanaf de canonieke voorziening de zielzorg, die hij echter niet mag uitoefenen tenzij na de canonieke inbezitneming van de parochie volgens de norm van het particulier recht.
Referenties naar alinea 288: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
289
Can. 289
§ 1. In het uitoefenen van de taak om te onderwijzen is de pastoor verplicht het woord Gods aan alle Christengelovigen te prediken, opdat dezen in geloof, hoop en liefde geworteld in Christus groeien en opdat de christelijke gemeenschap dat getuigenis van liefde aflegt, dat de Heer heeft aanbevolen; en ook door catechetisch onderricht de Christengelovigen te leiden tot volle kennis van het heilsmysterie aan iedere leeftijd afzonderlijk aangepast; om dit onderricht te geven dient hij niet alleen de hulp te vragen van leden van religieuze instituten of kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven, maar ook de medewerking van leken.
§ 1. In het uitoefenen van de taak om te onderwijzen is de pastoor verplicht het woord Gods aan alle Christengelovigen te prediken, opdat dezen in geloof, hoop en liefde geworteld in Christus groeien en opdat de christelijke gemeenschap dat getuigenis van liefde aflegt, dat de Heer heeft aanbevolen; en ook door catechetisch onderricht de Christengelovigen te leiden tot volle kennis van het heilsmysterie aan iedere leeftijd afzonderlijk aangepast; om dit onderricht te geven dient hij niet alleen de hulp te vragen van leden van religieuze instituten of kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven, maar ook de medewerking van leken.
Referenties naar alinea 289: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In het verrichten van de taak van het heiligen dient de pastoor ervoor te zorgen, dat de viering van de Goddelijke Liturgie het middelpunt en hoogtepunt is van het gehele leven van de christelijke gemeenschap; en ook dient hij zich extra moeite te getroosten, dat de Christengelovigen zich voeden met het geestelijk voedsel door middel van het devoot en veelvuldig ontvangen van de sacramenten en door middel van bewuste en actieve deelname in de goddelijke getijden; de pastoor dient zich ook ervan bewust te zijn, dat het boetesacrament zoveel mogelijk tot het begunstigen van het christelijk leven bijdraagt; daarom dient hij zich bereidwillig te betonen tot het bedienen van dit sacrament, onder oproeping hiertoe, als het nodig is, ook van andere priesters, die verschillende talen beheersen.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. In het vervullen van de taak van het besturen dient de pastoor in de eerste plaats ervoor te zorgen, dat hij zijn eigen kudde leert kennen; aangezien hij echter de dienaar van alle schapen is, dient hij de groei van het christelijk leven te begunstigen zowel bij de afzonderlijke Christengelovigen als bij verenigingen die vooral aan het apostolaat zijn toegewijd als ook bij de gehele parochiële gemeenschap; hij dient daarom huizen en scholen te bezoeken, al naar gelang de pastorale taak dit eist; hij dient ijverig zorg te dragen voor volwassenen en jongeren; hij dient armen en zieken met vaderlijke caritas te bejegenen; bijzondere zorg tenslotte dient hij te hebben voor de werkers en hij dient zich extra moeite te getroosten, dat de Christengelovigen aan werken van apostolaat hulp verlenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
290
Can. 290
§ 1. In alle juridische aangelegenheden van de parochie handelt de pastoor als haar vertegenwoordiger.
§ 1. In alle juridische aangelegenheden van de parochie handelt de pastoor als haar vertegenwoordiger.
Referenties naar alinea 290: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De gewijde diensten van groter belang, zoals bijvoorbeeld de viering van de sacramenten van de christelijke initiatie, de zegening van huwelijken onverminderd can. 302, § 2[574|+694], de kerkelijke uitvaart komen de pastoor zo toe, dat het de parochievicarissen niet is geoorloofd deze te verrichten tenzij met het tenminste verondersteld verlof van de pastoor zelf.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
291
Can. 291
Alle giften met uitzondering van die, als bedoeld in de cann. 715 - 717[574|+1558 -1561], die bij gelegenheid van een verrichte pastorale taak door de pastoor en de overige aan de parochie toegewezen clerici worden ontvangen, moeten aan het parochiële vermogen worden afgedragen, tenzij de tegengestelde wil van de gever vaststaat met betrekking tot geheel vrijwillige giften; het komt de Eparch na raadpleging van de presbyterale raad toe om voorschriften vast te stellen, waarmee in de bestemming van deze giften en eveneens in de rechtmatige vergoeding van de pastoor en de overige clerici van de parochie volgens de norm van can. 390[574|+875 -876] moet worden voorzien.
Alle giften met uitzondering van die, als bedoeld in de cann. 715 - 717[574|+1558 -1561], die bij gelegenheid van een verrichte pastorale taak door de pastoor en de overige aan de parochie toegewezen clerici worden ontvangen, moeten aan het parochiële vermogen worden afgedragen, tenzij de tegengestelde wil van de gever vaststaat met betrekking tot geheel vrijwillige giften; het komt de Eparch na raadpleging van de presbyterale raad toe om voorschriften vast te stellen, waarmee in de bestemming van deze giften en eveneens in de rechtmatige vergoeding van de pastoor en de overige clerici van de parochie volgens de norm van can. 390[574|+875 -876] moet worden voorzien.
Referenties naar alinea 291: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
292
Can. 292
§ 1. De pastoor is verplicht in de pastorie nabij de parochiekerk te resideren; de plaatselijk Hiërarch kan echter om een rechtmatige reden toestaan, dat hij ergens anders verblijft, mits de parochiële bediening geen enkele schade daardoor lijdt.
§ 1. De pastoor is verplicht in de pastorie nabij de parochiekerk te resideren; de plaatselijk Hiërarch kan echter om een rechtmatige reden toestaan, dat hij ergens anders verblijft, mits de parochiële bediening geen enkele schade daardoor lijdt.
Referenties naar alinea 292: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tenzij een zwaarwegende reden in de weg staat, is het de pastoor wegens vakantie geoorloofd jaarlijks van de parochie afwezig te zijn niet langer dan een aaneengesloten dan wel onderbroken maand; tot die vakantietijd worden niet de dagen gerekend, waarop de pastoor eenmaal per jaar voor een geestelijke retraite vrij is; de pastoor is echter, als hij langer dan een week van de parochie afwezig wil zijn, gehouden hiervan de eigen plaatselijk Hiërarch in kennis te stellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Eparch is bevoegd de normen vast te stellen, waardoor ervoor moet worden gezorgd, dat tijdens de afwezigheid van de pastoor in de zorg voor de parochie wordt voorzien door tussenkomst van een priester van de verschuldigde machten en bevoegdheden voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
293
Can. 293
De pastoor dient indachtig te zijn, dat hij door zijn dagelijkse omgang en bekommernis de gedoopten en niet-gedoopten, de katholieken en niet-katholieken, een voorbeeld van waarlijk priesterlijke en pastorale bediening moet tonen en dat hij aan allen een getuigenis van waarheid en leven moet geven en als een goede herder ook diegenen moet zoeken, die, weliswaar in de katholieke Kerk gedoopt, van het ontvangen van de sacramenten afzien of ja zelfs van het geloof zijn afgevallen.
De pastoor dient indachtig te zijn, dat hij door zijn dagelijkse omgang en bekommernis de gedoopten en niet-gedoopten, de katholieken en niet-katholieken, een voorbeeld van waarlijk priesterlijke en pastorale bediening moet tonen en dat hij aan allen een getuigenis van waarheid en leven moet geven en als een goede herder ook diegenen moet zoeken, die, weliswaar in de katholieke Kerk gedoopt, van het ontvangen van de sacramenten afzien of ja zelfs van het geloof zijn afgevallen.
Referenties naar alinea 293: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
294
302 §1
302 §1
Can. 294
De pastoor dient de Goddelijke Liturgie voor het volk van de aan hem toevertrouwde parochie veelvuldig te vieren; op de door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris voorgeschreven dagen evenwel is hij gehouden haar te vieren.
De pastoor dient de Goddelijke Liturgie voor het volk van de aan hem toevertrouwde parochie veelvuldig te vieren; op de door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris voorgeschreven dagen evenwel is hij gehouden haar te vieren.
Referenties naar alinea 294: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
295
Can. 295
In de parochie dienen volgens de norm van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris passende raden te zijn om de pastorale en economische zaken te behandelen.
In de parochie dienen volgens de norm van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris passende raden te zijn om de pastorale en economische zaken te behandelen.
Referenties naar alinea 295: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
296
Can. 296
§ 1. In de parochie dienen parochieboeken te zijn, namelijk het boek van gedoopten, van huwelijken, van overledenen en andere overeenkomstig de normen van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris dan wel, als deze ontbreken, de door de Eparch zelf bepaalde; de pastoor dient ervoor te zorgen, dat de parochieboeken met inachtneming van dezelfde normen naar behoren worden ingevuld en bewaard.
§ 1. In de parochie dienen parochieboeken te zijn, namelijk het boek van gedoopten, van huwelijken, van overledenen en andere overeenkomstig de normen van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris dan wel, als deze ontbreken, de door de Eparch zelf bepaalde; de pastoor dient ervoor te zorgen, dat de parochieboeken met inachtneming van dezelfde normen naar behoren worden ingevuld en bewaard.
Referenties naar alinea 296: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In het boek van gedoopten dienen ook te worden aangetekend de opname van een gedoopte in een bepaalde Kerk sui iuris volgens de norm van can. 37[al:37], de bediening van de heilige myronzalving en eveneens datgene, wat betrekking heeft op de canonieke staat van de Christengelovigen om reden van het huwelijk met behoud echter van can. 840, § 3[574|+1843], om reden van adoptie en ook om reden van de gewijde orde of de eeuwige professie in een religieus instituut; deze aantekeningen dienen in het getuigenis van het doopsel altijd te worden vastgelegd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De getuigenissen, die over de canonieke staat van de Christengelovigen worden gegeven, en alle documenten, die een juridisch belang kunnen hebben, dienen door de pastoor zelf of zijn gedelegeerde te worden ondertekend en van het parochiële zegel te worden voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. In de parochie dient er een archief te zijn, waarin de parochieboeken moeten worden bewaard tezamen met de brieven van de Hiërarchen en andere documenten die wegens de noodzaak of het nut bewaard moeten worden; de pastoor dient zich ervoor te hoeden, dat dit alles dat door de Eparch of zijn gedelegeerde tijdens de canonieke visitatie of op een ander passend tijdstip moet worden ingezien, in handen van buitenstaanders terechtkomt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 5. Ook de oudere parochieboeken dienen volgens de norm van het particulier recht te worden bewaard.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
297
Can. 297
§ 1. De pastoor verliest zijn ambt door terugtreding door de Eparch aanvaard, door het verstrijken van de vastgestelde tijd, door verwijdering of overplaatsing.
§ 1. De pastoor verliest zijn ambt door terugtreding door de Eparch aanvaard, door het verstrijken van de vastgestelde tijd, door verwijdering of overplaatsing.
Referenties naar alinea 297: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De pastoor wordt na voltooiing van zijn vijfenzeventigste levensjaar gevraagd, om de terugtreding uit zijn ambt aan de Eparch voor te leggen, die alle omstandigheden van de persoon en de plaats in beschouwing genomen moet besluiten over het aanvaarden dan wel het uitstellen ervan; in een passend onderhoud van en in een woning voor degene die terugtreedt, moet door de Eparch worden voorzien gelet op de normen van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
298
Can. 298
Als de parochie vacant is dan wel de pastoor om wat voor reden dan ook tot het uitoefenen van de pastorale taak in de parochie wordt verhinderd, dient de Eparch zo spoedig mogelijk enige priester tot administrator van de parochie te benoemen.
Als de parochie vacant is dan wel de pastoor om wat voor reden dan ook tot het uitoefenen van de pastorale taak in de parochie wordt verhinderd, dient de Eparch zo spoedig mogelijk enige priester tot administrator van de parochie te benoemen.
Referenties naar alinea 298: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
299
Can. 299
§ 1. De administrator van de parochie heeft dezelfde rechten en plichten als de pastoor, tenzij door de Eparch anders wordt bepaald.
§ 1. De administrator van de parochie heeft dezelfde rechten en plichten als de pastoor, tenzij door de Eparch anders wordt bepaald.
Referenties naar alinea 299: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De administrator van de parochie is het niet geoorloofd iets te doen, wat aan de rechten van de pastoor afbreuk kan doen dan wel schade kan berokkenen aan de parochiële goederen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De administrator van de parochie dient na de vervulling van zijn taak aan de pastoor verantwoording af te leggen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
300
Can. 300
§ 1. Bij vacatie van de parochie en ook bij algehele verhindering van de pastoor tot het uitoefenen van de pastorale taak dient vóór de benoeming van een administrator van de parochie de parochievicaris de zorg voor de parochie in de tussentijd op zich te nemen en wel, als er meerderen zijn, de qua presbyterale wijding oudste van hen dan wel, als vicarissen ontbreken, de meer naburige pastoor; de Eparch dient echter tijdig vast te stellen, welke dan voor iedere parochie als de meer naburige parochie beschouwd moet worden.
§ 1. Bij vacatie van de parochie en ook bij algehele verhindering van de pastoor tot het uitoefenen van de pastorale taak dient vóór de benoeming van een administrator van de parochie de parochievicaris de zorg voor de parochie in de tussentijd op zich te nemen en wel, als er meerderen zijn, de qua presbyterale wijding oudste van hen dan wel, als vicarissen ontbreken, de meer naburige pastoor; de Eparch dient echter tijdig vast te stellen, welke dan voor iedere parochie als de meer naburige parochie beschouwd moet worden.
Referenties naar alinea 300: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wie in de tussentijd het bestuur van de parochie op zich heeft genomen, dient de Eparch hiervan terstond in kennis te stellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
301
Can. 301
§ 1. Als het voor het verschuldigd vervullen van de pastorale zorg voor de parochie nodig dan wel passend is, kunnen aan de pastoor één of meerdere parochievicarissen worden toegevoegd, die presbyters moeten zijn.
§ 1. Als het voor het verschuldigd vervullen van de pastorale zorg voor de parochie nodig dan wel passend is, kunnen aan de pastoor één of meerdere parochievicarissen worden toegevoegd, die presbyters moeten zijn.
Referenties naar alinea 301: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een parochievicaris kan hetzij voor de gehele parochie hetzij voor een vastgesteld deel van de parochie worden aangesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Eparch benoemt de parochievicaris vrijelijk gehoord, tenzij hij anders in wijsheid oordeelt, de pastoor en, als het om een lid van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven gaat, met inachtneming van can. 284, § 2[574|+650].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
302
Can. 302
§ 1. De rechten en plichten van de parochievicaris dienen aan het gemene en het particulier recht en eveneens aan de brief van de Eparch te worden ontleend en moeten onder het gezag van de pastoor worden uitgeoefend; maar de parochievicaris moet, tenzij anders uitdrukkelijk wordt geregeld en met uitzondering van de plicht, als bedoeld in can. 294[574|294], om reden van zijn ambt de pastoor bijstaan in de gehele parochiële bediening en, als de zaak zich voordoet, de plaats van de pastoor innemen.
§ 1. De rechten en plichten van de parochievicaris dienen aan het gemene en het particulier recht en eveneens aan de brief van de Eparch te worden ontleend en moeten onder het gezag van de pastoor worden uitgeoefend; maar de parochievicaris moet, tenzij anders uitdrukkelijk wordt geregeld en met uitzondering van de plicht, als bedoeld in can. 294[574|294], om reden van zijn ambt de pastoor bijstaan in de gehele parochiële bediening en, als de zaak zich voordoet, de plaats van de pastoor innemen.
Referenties naar alinea 302: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document290 §2
830 §2
§ 2. Om reden echter van zijn ambt is de parochievicaris niet van de bevoegdheid om huwelijken te zegenen voorzien; deze bevoegdheid echter, ook de algemene, kan aan hem behalve de plaatselijk Hiërarch ook de pastoor binnen de grenzen van de parochie verlenen; en deze bevoegdheid kan de parochievicaris, als ze aan hemzelf verleend is, ook aan andere priesters in afzonderlijke gevallen verlenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De parochievicaris dient als medewerker van de pastoor dagelijks zijn uitmuntende en actieve werk aan de pastorale taak te besteden; tussen de pastoor en de parochievicaris dient broederlijke omgang te bestaan, wederzijdse caritas en respect altijd te gelden en dezen dienen elkaar wederzijds door adviezen, hulp en voorbeeld bij te staan, terwijl zij met eendrachtige wil en gemeenschappelijke ijver in de parochiële zorg voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De parochievicaris is verplicht in de parochie te resideren overeenkomstig de voorschriften van de Eparch of de wettige gewoonten; met betrekking tot de vakantietijd evenwel heeft de parochievicaris hetzelfde recht als de pastoor.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
303
Can. 303
De parochievicaris kan door de Eparch om een rechtmatige reden worden verwijderd; als evenwel de parochievicaris een lid is van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven, dient can. 1391, § 2[574|+3062] in acht genomen te worden.
De parochievicaris kan door de Eparch om een rechtmatige reden worden verwijderd; als evenwel de parochievicaris een lid is van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven, dient can. 1391, § 2[574|+3062] in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 303: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk IV - Over de rectoren van kerkgebouwen (cann. 304-310)
304
Can. 304
De rector van een kerkgebouw is de presbyter, aan wie de zorg voor enig kerkgebouw wordt opgedragen, dat noch parochieel is noch met een huis van een instituut van gewijd leven verbonden.
De rector van een kerkgebouw is de presbyter, aan wie de zorg voor enig kerkgebouw wordt opgedragen, dat noch parochieel is noch met een huis van een instituut van gewijd leven verbonden.
Referenties naar alinea 304: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
305
Can. 305
§ 1. De rector van een kerkgebouw wordt door de Eparch benoemd met behoud van het recht van de hogere Overste van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven om een geschikte presbyter van zijn instituut of genootschap ter benoeming voor te dragen.
§ 1. De rector van een kerkgebouw wordt door de Eparch benoemd met behoud van het recht van de hogere Overste van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven om een geschikte presbyter van zijn instituut of genootschap ter benoeming voor te dragen.
Referenties naar alinea 305: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Ook al behoort het kerkgebouw tot enig klerikaal instituut van gewijd leven van pauselijk of patriarchaal recht, komt het de Eparch toe om de door de Overste voorgedragen rector van een kerkgebouw te benoemen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als het kerkgebouw verbonden is met een seminarie of een ander college, dat door presbyters wordt bestuurd, is de rector van het seminarie of het college tegelijk de rector van het kerkgebouw, tenzij de Eparch anders heeft bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
306
Can. 306
§ 1. In het aan hem toevertrouwde kerkgebouw is het de rector van het kerkgebouw niet geoorloofd parochiële diensten te verrichten tenzij met de instemming dan wel, als de zaak zich voordoet, door delegatie van de pastoor en onverminderd can. 336, § 2[574|+762].
§ 1. In het aan hem toevertrouwde kerkgebouw is het de rector van het kerkgebouw niet geoorloofd parochiële diensten te verrichten tenzij met de instemming dan wel, als de zaak zich voordoet, door delegatie van de pastoor en onverminderd can. 336, § 2[574|+762].
Referenties naar alinea 306: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De rector van een kerkgebouw kan aldaar de Goddelijke Liturgie en de goddelijke getijden vieren met behoud van de wettige statuten van de stichting en mits deze naar het oordeel van de plaatselijk Hiërarch op geen enkele wijze aan de parochiële bediening afbreuk doen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
307
Can. 307
Als hij dit passend oordeelt, kan de plaatselijk Hiërarch de rector van het kerkgebouw voorschrijven, dat hij vastgestelde gewijde diensten in het aan hem toevertrouwde kerkgebouw viert, ook parochiële, en eveneens, dat het kerkgebouw voor bepaalde groepen van Christengelovigen openstaat.
Als hij dit passend oordeelt, kan de plaatselijk Hiërarch de rector van het kerkgebouw voorschrijven, dat hij vastgestelde gewijde diensten in het aan hem toevertrouwde kerkgebouw viert, ook parochiële, en eveneens, dat het kerkgebouw voor bepaalde groepen van Christengelovigen openstaat.
Referenties naar alinea 307: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
308
Can. 308
Zonder het tenminste verondersteld verlof van de rector van een kerkgebouw of van het hogere gezag is het niemand geoorloofd in het kerkgebouw de Goddelijke Liturgie of de goddelijke getijden te vieren, de sacramenten te bedienen of andere gewijde diensten te verrichten; dit verlof evenwel moet worden gegeven of geweigerd volgens de norm van het recht.
Zonder het tenminste verondersteld verlof van de rector van een kerkgebouw of van het hogere gezag is het niemand geoorloofd in het kerkgebouw de Goddelijke Liturgie of de goddelijke getijden te vieren, de sacramenten te bedienen of andere gewijde diensten te verrichten; dit verlof evenwel moet worden gegeven of geweigerd volgens de norm van het recht.
Referenties naar alinea 308: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
309
Can. 309
De rector van een kerkgebouw moet onder het gezag van de plaatselijk Hiërarch en met inachtneming van de wettige statuten en de verworven rechten ervoor zorgen, dat de Goddelijke Liturgie, de sacramenten en de goddelijke getijden overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken en van het recht in het kerkgebouw worden gevierd, dat de lasten getrouw worden vervuld, dat de kerkelijke goederen zorgvuldig worden beheerd, dat voorzien wordt in het behoud en de schoonheid van het heilig vaatwerk en de heilige ruimtes en dat niet wat dan ook gebeurt, wat met de heiligheid van de plaats en met de aan het huis Gods verschuldigde eerbied hoe dan ook niet overeenstemt.
De rector van een kerkgebouw moet onder het gezag van de plaatselijk Hiërarch en met inachtneming van de wettige statuten en de verworven rechten ervoor zorgen, dat de Goddelijke Liturgie, de sacramenten en de goddelijke getijden overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken en van het recht in het kerkgebouw worden gevierd, dat de lasten getrouw worden vervuld, dat de kerkelijke goederen zorgvuldig worden beheerd, dat voorzien wordt in het behoud en de schoonheid van het heilig vaatwerk en de heilige ruimtes en dat niet wat dan ook gebeurt, wat met de heiligheid van de plaats en met de aan het huis Gods verschuldigde eerbied hoe dan ook niet overeenstemt.
Referenties naar alinea 309: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
310
Can. 310
De Eparch kan de rector van een kerkgebouw om een rechtmatige reden verwijderen; als evenwel de rector van een kerkgebouw een lid is van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven, dient can. 1391, § 2[574|+3062] in acht genomen te worden.
De Eparch kan de rector van een kerkgebouw om een rechtmatige reden verwijderen; als evenwel de rector van een kerkgebouw een lid is van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven, dient can. 1391, § 2[574|+3062] in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 310: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL VIII - Over de exarchaten en over de Exarchen (cann. 311-321)
311
Can. 311
§ 1. Een exarchaat is een deel van het volk Gods, dat wegens bijzondere omstandigheden niet als een eparchie is opgericht en dat territoriaal of op een andere wijze afgebakend aan een Exarch om te weiden wordt toevertrouwd.
§ 1. Een exarchaat is een deel van het volk Gods, dat wegens bijzondere omstandigheden niet als een eparchie is opgericht en dat territoriaal of op een andere wijze afgebakend aan een Exarch om te weiden wordt toevertrouwd.
Referenties naar alinea 311: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij de oprichting, de wijziging en de opheffing van een exarchaat, dat binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk gelegen is, moet can. 85, § 3[574|+154] in acht genomen worden; de oprichting, de wijziging en de opheffing van overige exarchaten komt alleen de Apostolische Stoel toe.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
312
Can. 312
De Exarch bestuurt het exarchaat hetzij in naam van diegene, door wie hij benoemd is, hetzij in eigen naam; over deze zaak moet bij de oprichting of de wijziging van het exarchaat zekerheid bestaan.
De Exarch bestuurt het exarchaat hetzij in naam van diegene, door wie hij benoemd is, hetzij in eigen naam; over deze zaak moet bij de oprichting of de wijziging van het exarchaat zekerheid bestaan.
Referenties naar alinea 312: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
313
Can. 313
Hetgeen in het recht over de eparchieën of over de Eparchen wordt gezegd, geldt ook voor de exarchaten of voor de Exarchen, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
Hetgeen in het recht over de eparchieën of over de Eparchen wordt gezegd, geldt ook voor de exarchaten of voor de Exarchen, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
Referenties naar alinea 313: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
314
Can. 314
§ 1. Binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk wordt de Exarch door de Patriarch benoemd met de instemming van de permanente Synode en onverminderd de cann. 181 - 188[574|+371 -391], als het om een Exarch gaat, die tot Bisschop gewijd moet worden; in de overige gevallen komt de benoeming van de Exarch alleen de Apostolische Stoel toe.
§ 1. Binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk wordt de Exarch door de Patriarch benoemd met de instemming van de permanente Synode en onverminderd de cann. 181 - 188[574|+371 -391], als het om een Exarch gaat, die tot Bisschop gewijd moet worden; in de overige gevallen komt de benoeming van de Exarch alleen de Apostolische Stoel toe.
Referenties naar alinea 314: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een door de Patriarch benoemde Exarch kan niet uit zijn ambt worden verwijderd tenzij met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Exarch neemt het aan hem toevertrouwde exarchaat canoniek in bezit door het benoemingsdecreet te tonen aan hem, die het exarchaat in de tussentijd bestuurt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
315
Can. 315
§ 1. De Exarch die buiten de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk is aangesteld, kan van de Patriarch geschikte presbyters verlangen, die de pastorale zorg voor de Christengelovigen in het exarchaat op zich moeten nemen; de Patriarch echter dient, voor zover het mogelijk is, aan het verzoek van de Exarch te voldoen.
§ 1. De Exarch die buiten de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk is aangesteld, kan van de Patriarch geschikte presbyters verlangen, die de pastorale zorg voor de Christengelovigen in het exarchaat op zich moeten nemen; de Patriarch echter dient, voor zover het mogelijk is, aan het verzoek van de Exarch te voldoen.
Referenties naar alinea 315: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De presbyters die door de Patriarch voor een vastgestelde dan wel voor een niet vastgestelde tijd naar een exarchaat zijn gezonden, worden beschouwd als aan het exarchaat toegewezen en zijn in alles aan de macht van de Exarch ondergeschikt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
316
Can. 316
Tegen decreten van de Exarch, die in naam van de Paus of de Patriarch het exarchaat bestuurt, wordt bezwaar gemaakt respectievelijk bij de Apostolische Stoel of de Patriarch; tegen decreten van de Exarch, die in eigen naam het exarchaat bestuurt, wordt bezwaar gemaakt volgens de gewone norm van het recht.
Tegen decreten van de Exarch, die in naam van de Paus of de Patriarch het exarchaat bestuurt, wordt bezwaar gemaakt respectievelijk bij de Apostolische Stoel of de Patriarch; tegen decreten van de Exarch, die in eigen naam het exarchaat bestuurt, wordt bezwaar gemaakt volgens de gewone norm van het recht.
Referenties naar alinea 316: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
317
Can. 317
De Exarch is verplicht de graven van de heilige Apostelen Petrus en Paulus te bezoeken volgens de norm van can. 208[574|+435 -436] met uitzondering van Exarchen die in naam van de Patriarch het aan hen toevertrouwde exarchaat besturen.
De Exarch is verplicht de graven van de heilige Apostelen Petrus en Paulus te bezoeken volgens de norm van can. 208[574|+435 -436] met uitzondering van Exarchen die in naam van de Patriarch het aan hen toevertrouwde exarchaat besturen.
Referenties naar alinea 317: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
318
Can. 318
§ 1. De door de Patriarch benoemde Exarch moet ieder vijfde jaar het schriftelijk gegeven verslag over de geestelijke en wereldlijke stand van zaken van het exarchaat aan de Patriarch zenden.
§ 1. De door de Patriarch benoemde Exarch moet ieder vijfde jaar het schriftelijk gegeven verslag over de geestelijke en wereldlijke stand van zaken van het exarchaat aan de Patriarch zenden.
Referenties naar alinea 318: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De door de Paus benoemde Exarch moet hetzelfde verslag iedere vijf jaar voor de Apostolische Stoel opstellen en, als hij tot een patriarchale Kerk behoort, ook aan de Patriarch een afschrift van het verslag zo spoedig mogelijk zenden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
319
Can. 319
§ 1. De Exarch is gehouden aan de wetten over de eparchiale assemblee, over de eparchiale curie, over de presbyterale raad, over het college van eparchiale consultoren en over de pastorale raad, die aan de situatie van plaatsen en personen naar het oordeel van het gezag, dat het exarchaat heeft opgericht of gewijzigd, billijk zijn aangepast.
§ 1. De Exarch is gehouden aan de wetten over de eparchiale assemblee, over de eparchiale curie, over de presbyterale raad, over het college van eparchiale consultoren en over de pastorale raad, die aan de situatie van plaatsen en personen naar het oordeel van het gezag, dat het exarchaat heeft opgericht of gewijzigd, billijk zijn aangepast.
Referenties naar alinea 319: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het college van consultoren volgens de norm van can. 271, § 3[574|+611] niet kan worden ingesteld, dient de Exarch een groep in te stellen van wijzere presbyters niet minder dan drie, voor zover het mogelijk is onder de leden van de presbyterale raad, als deze bestaat, uitgekozen, waarvan hij de instemming of het advies moet vragen, zo vaak als het recht bepaalt, dat de Eparch om te handelen de instemming of het advies van het college van eparchiale consultoren behoeft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
320
Can. 320
§ 1. Het bestuur van een vacant of verhinderd exarchaat gaat over op de Protosyncellus dan wel, als hij ontbreekt, op de qua presbyterale wijding oudste pastoor.
§ 1. Het bestuur van een vacant of verhinderd exarchaat gaat over op de Protosyncellus dan wel, als hij ontbreekt, op de qua presbyterale wijding oudste pastoor.
Referenties naar alinea 320: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Diegene, bij wie in de tussentijd het bestuur van het exarchaat terechtkomt, moet zo spoedig mogelijk het gezag in kennis stellen, dat bevoegd is de Exarch te benoemen, opdat het erin voorziet; in de tussentijd evenwel kan hij alle machten en bevoegdheden hetzij de gewone hetzij de gedelegeerde gebruiken, die de Exarch heeft gehad, tenzij ze aan deze zijn toevertrouwd op grond van de toewijding van de persoon van de Exarch.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
321
Can. 321
§ 1. De Exarch, die geen gewijde Bisschop is, heeft voor de duur van zijn taak de privileges en eretekenen van de eerste waardigheid na de bisschoppelijke.
§ 1. De Exarch, die geen gewijde Bisschop is, heeft voor de duur van zijn taak de privileges en eretekenen van de eerste waardigheid na de bisschoppelijke.
Referenties naar alinea 321: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij het al dan niet behouden van deze privileges en eretekenen na de vervulling van zijn taak, dient het particulier recht in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL IX - Over de assemblees van Hiërarchen van meerdere Kerken sui iuris (can. 322)
322
Can. 322
§ 1. Waar dit naar het oordeel van de Apostolische Stoel passend lijkt, moeten de Patriarchen, de Metropolieten van metropolitane Kerken sui iuris, de Eparchen en, als de statuten zo bepalen, ook de overige plaatselijk Hiërarchen van meerdere Kerken sui iuris, ook van de Latijnse Kerk, die in dezelfde natie of regio hun macht uitoefenen, tot periodieke assemblees op de vastgestelde tijden bijeengeroepen worden door de Patriarch of een ander door de Apostolische Stoel aangewezen gezag, opdat met gedeeld licht van wijsheid en ervaring en na gezamenlijk overleg een heilig samengaan van krachten ontstaat tot algemeen welzijn van de Kerken, zodat daardoor de eenheid van handelen wordt begunstigd, de gemeenschappelijke werken worden ondersteund, het welzijn van de religie onbelemmerder wordt bevorderd en de kerkelijke discipline doeltreffender in acht wordt genomen.
§ 1. Waar dit naar het oordeel van de Apostolische Stoel passend lijkt, moeten de Patriarchen, de Metropolieten van metropolitane Kerken sui iuris, de Eparchen en, als de statuten zo bepalen, ook de overige plaatselijk Hiërarchen van meerdere Kerken sui iuris, ook van de Latijnse Kerk, die in dezelfde natie of regio hun macht uitoefenen, tot periodieke assemblees op de vastgestelde tijden bijeengeroepen worden door de Patriarch of een ander door de Apostolische Stoel aangewezen gezag, opdat met gedeeld licht van wijsheid en ervaring en na gezamenlijk overleg een heilig samengaan van krachten ontstaat tot algemeen welzijn van de Kerken, zodat daardoor de eenheid van handelen wordt begunstigd, de gemeenschappelijke werken worden ondersteund, het welzijn van de religie onbelemmerder wordt bevorderd en de kerkelijke discipline doeltreffender in acht wordt genomen.
Referenties naar alinea 322: 1
Apostolos Suos ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De beslissingen van deze assemblee hebben geen rechtens bindende kracht, tenzij het om die beslissingen gaat, die tot geen enkel nadeel kunnen strekken voor de ritus van iedere Kerk sui iuris afzonderlijk of voor de macht van de Patriarchen, de Synoden, de Metropolieten en de Raden van Hiërarchen en die tegelijk door tenminste twee derde van de stemmen van de leden die beslissend stemrecht hebben, zijn uitgevaardigd en eveneens door de Apostolische Stoel zijn goedgekeurd.
Referenties naar deze alinea: 1
Apostolos Suos ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Een beslissing, ofschoon met unanieme stem genomen, die op welke wijze dan ook de bevoegdheid van deze assemblee overstijgt, mist iedere kracht, totdat zij door de Paus zelf goedgekeurd zal zijn.
Referenties naar deze alinea: 1
Apostolos Suos ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Iedere assemblee afzonderlijk van Hiërarchen van meerdere Kerken sui iuris dient haar eigen statuten op te stellen, waarin, voor zover het mogelijk is, ook de deelname van de Hiërarchen van Kerken die nog niet in volle gemeenschap met de katholieke Kerk zijn, moet worden begunstigd; de statuten moeten, om geldig te zijn, door de Apostolische Stoel worden goedgekeurd.
Referenties naar deze alinea: 1
Apostolos Suos ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL X - Over de clerici (cann. 323-398)
323
Can. 323
§ 1. De clerici, die ook gewijde bedienaren worden genoemd, zijn de Christengelovigen, die door het bevoegd kerkelijk gezag gekozen door middel van de in de heilige wijding ontvangen gave van de Heilige Geest worden bestemd, om deelhebbend aan de zending en de macht van Christus de Herder bedienaren van de Kerk te zijn.
§ 1. De clerici, die ook gewijde bedienaren worden genoemd, zijn de Christengelovigen, die door het bevoegd kerkelijk gezag gekozen door middel van de in de heilige wijding ontvangen gave van de Heilige Geest worden bestemd, om deelhebbend aan de zending en de macht van Christus de Herder bedienaren van de Kerk te zijn.
Referenties naar alinea 323: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Om reden van de heilige wijding worden de clerici op grond van goddelijke instelling onderscheiden van de overige Christengelovigen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
324
Can. 324
De clerici, onderling door hiërarchische gemeenschap verbonden en in verschillende graden aangesteld, nemen op diverse wijze deel aan de ene van Godswege ingestelde kerkelijke bediening.
De clerici, onderling door hiërarchische gemeenschap verbonden en in verschillende graden aangesteld, nemen op diverse wijze deel aan de ene van Godswege ingestelde kerkelijke bediening.
Referenties naar alinea 324: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
325
Can. 325
De clerici worden om reden van de heilige wijding onderscheiden in Bisschoppen, presbyters en diakens.
De clerici worden om reden van de heilige wijding onderscheiden in Bisschoppen, presbyters en diakens.
Referenties naar alinea 325: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
326
Can. 326
De clerici worden in de graden van de orde door de heilige wijding zelf aangesteld; zij kunnen de macht echter niet uitoefenen tenzij volgens de norm van het recht.
De clerici worden in de graden van de orde door de heilige wijding zelf aangesteld; zij kunnen de macht echter niet uitoefenen tenzij volgens de norm van het recht.
Referenties naar alinea 326: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
327
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 327
Als behalve Bisschoppen, presbyters of diakens ook andere bedienaren, in een lagere orde aangesteld en in het algemeen lagere clerici genoemd, tot het dienstwerk van het volk Gods of tot het uitoefenen van diensten van de gewijde liturgie worden toegelaten of worden aangesteld, worden die alleen door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris geregeerd.
Als behalve Bisschoppen, presbyters of diakens ook andere bedienaren, in een lagere orde aangesteld en in het algemeen lagere clerici genoemd, tot het dienstwerk van het volk Gods of tot het uitoefenen van diensten van de gewijde liturgie worden toegelaten of worden aangesteld, worden die alleen door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris geregeerd.
Referenties naar alinea 327: 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk I - Over het onderricht van de clerici (cann. 328-356)
328
Can. 328
De Kerk heeft het eigen recht en de plicht om de clerici en haar andere bedienaren te onderrichten; deze plicht wordt bij uitstek en dringender door het oprichten en het besturen van seminaries uitgeoefend.
De Kerk heeft het eigen recht en de plicht om de clerici en haar andere bedienaren te onderrichten; deze plicht wordt bij uitstek en dringender door het oprichten en het besturen van seminaries uitgeoefend.
Referenties naar alinea 328: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
329
Can. 329
§ 1. Het werk om roepingen vooral tot de gewijde bedieningen te begunstigen komt de gehele christelijke gemeenschap toe, die overeenkomstig haar verantwoordelijkheid bezorgd behoort te zijn voor de noden van de bediening van de universele Kerk:
§ 1. Het werk om roepingen vooral tot de gewijde bedieningen te begunstigen komt de gehele christelijke gemeenschap toe, die overeenkomstig haar verantwoordelijkheid bezorgd behoort te zijn voor de noden van de bediening van de universele Kerk:
Referenties naar alinea 329: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de ouders, de leraren en de andere eerste opvoeders in het christelijk leven dienen ervoor te zorgen, dat, nadat de gezinnen en de scholen met een evangelische geest bezield zijn, de kinderen en jongeren de Heer, die door tussenkomst van de Heilige Geest roept, vrijelijk kunnen aanhoren en hem bereidwillig kunnen antwoorden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de clerici, in de eerste plaats de pastoors, dienen zich te beijveren roepingen hetzij bij jeugdigen hetzij bij anderen, ook van meer gevorderde leeftijd, te onderkennen en te begunstigen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° het is in het bijzonder de taak van de Eparch met verbonden krachten met de andere Hiërarchen bij het bevorderen van roepingen zijn kudde aan te sporen en initiatieven te coördineren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Door het particulier recht dient erin te worden voorzien, dat werken om roepingen te bevorderen hetzij regionale hetzij, voor zover het mogelijk is, eparchiale in alle Kerken worden ingesteld, welke werken open behoren te staan voor de behoeften van de universele Kerk, in het bijzonder de missionaire.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
330
471 §2
536 §2
471 §2
536 §2
Can. 330
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of de Raad van Hiërarchen is bevoegd een regeling van het onderricht van de clerici uit te geven, waarmee het gemene recht nader moet worden uiteengezet voor de seminaries gelegen binnen de grenzen van het territorium van de eigen Kerk; in de overige gevallen evenwel is de Eparch bevoegd een regeling van deze aard te vervaardigen eigen aan zijn eparchie onverminderd can. 150, § 3[574|+297]; die gezagsdragers zijn bevoegd de regeling ook te wijzigen.
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of de Raad van Hiërarchen is bevoegd een regeling van het onderricht van de clerici uit te geven, waarmee het gemene recht nader moet worden uiteengezet voor de seminaries gelegen binnen de grenzen van het territorium van de eigen Kerk; in de overige gevallen evenwel is de Eparch bevoegd een regeling van deze aard te vervaardigen eigen aan zijn eparchie onverminderd can. 150, § 3[574|+297]; die gezagsdragers zijn bevoegd de regeling ook te wijzigen.
Referenties naar alinea 330: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document471 §2
536 §2
§ 2. De regeling van het onderricht van de clerici kan, ook door aangegane overeenkomsten, gemeenschappelijk zijn voor een gehele regio of natie of ja zelfs voor andere Kerken sui iuris, waarbij verhoed is, dat de aard van de ritussen enige schade lijdt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document471 §2
536 §2
§ 3. De regeling van het onderricht van de clerici, het gemene recht getrouw in acht genomen en de traditie van de eigen Kerk sui iuris voor ogen gehouden, dient onder andere de meer bijzondere normen te bevatten met betrekking tot de persoonlijke, de geestelijke, de doctrinaire en de pastorale vorming van de studenten en eveneens met betrekking tot de over te dragen afzonderlijke disciplines en de ordening van cursussen en examens.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. I - Over het oprichten en het besturen van de seminaries (cann. 331-341)
331
Can. 331
§ 1. In een kleinseminarie worden in de eerste plaats degenen onderricht, die tekenen van roeping tot de gewijde bedieningen lijken te tonen, opdat zij deze makkelijker en helderder bij zichzelf kunnen onderkennen en met toegewijde geest kunnen ontwikkelen; volgens de norm van het particulier recht kunnen ook degenen worden onderricht, die, ook al lijken zij niet tot de klerikale staat geroepen, voor het vervullen van enige bedieningen of werken van apostolaat kunnen worden gevormd. Andere instituten evenwel, die op grond van de eigen statuten dezelfde doelen dienen, ook al verschillen ze van naam, worden met een kleinseminarie gelijkgesteld.
§ 1. In een kleinseminarie worden in de eerste plaats degenen onderricht, die tekenen van roeping tot de gewijde bedieningen lijken te tonen, opdat zij deze makkelijker en helderder bij zichzelf kunnen onderkennen en met toegewijde geest kunnen ontwikkelen; volgens de norm van het particulier recht kunnen ook degenen worden onderricht, die, ook al lijken zij niet tot de klerikale staat geroepen, voor het vervullen van enige bedieningen of werken van apostolaat kunnen worden gevormd. Andere instituten evenwel, die op grond van de eigen statuten dezelfde doelen dienen, ook al verschillen ze van naam, worden met een kleinseminarie gelijkgesteld.
Referenties naar alinea 331: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In een grootseminarie wordt de roeping vollediger ontwikkeld, beproefd en bevestigd van degenen, die door zekere tekenen reeds geschikt worden geacht om de gewijde bedieningen duurzaam op zich te nemen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
332
Can. 332
§ 1. Een kleinseminarie dient in iedere eparchie afzonderlijk te worden opgericht, als het welzijn van de Kerk dit eist en de krachten en de middelen het toelaten.
§ 1. Een kleinseminarie dient in iedere eparchie afzonderlijk te worden opgericht, als het welzijn van de Kerk dit eist en de krachten en de middelen het toelaten.
Referenties naar alinea 332: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Er moet een grootseminarie worden opgericht, dat ten dienste moet staan hetzij van één zeer grote eparchie hetzij, indien niet van de gehele Kerk sui iuris, tenminste door aangegane overeenkomsten van meerdere eparchieën van dezelfde Kerk sui iuris, ja zelfs ook van diverse Kerken sui iuris, die in dezelfde regio of natie een eparchie hebben, zo, dat zowel door een passend aantal studenten als door die gepaste hoeveelheid leidinggevenden en goed voorbereide leraren en eveneens door voldoende hulpmiddelen en de beste verbonden krachten wordt voorzien in een onderricht, waaraan niets ontbreekt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
333
Can. 333
Ook al is te wensen, dat een seminarie, in het bijzonder een kleinseminarie, aan de studenten van één Kerk sui iuris wordt voorbehouden, kunnen wegens bijzondere omstandigheden tot hetzelfde seminarie studenten ook van andere Kerken sui iuris worden toegelaten.
Ook al is te wensen, dat een seminarie, in het bijzonder een kleinseminarie, aan de studenten van één Kerk sui iuris wordt voorbehouden, kunnen wegens bijzondere omstandigheden tot hetzelfde seminarie studenten ook van andere Kerken sui iuris worden toegelaten.
Referenties naar alinea 333: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
334
Can. 334
§ 1. Een seminarie voor de eigen eparchie wordt opgericht door de Eparch; een seminarie voor meerdere eparchieën gemeenschappelijk door de Eparchen van die eparchieën of door het hogere gezag met de instemming echter van de Raad van Hiërarchen, als het om de Metropoliet van een metropolitane Kerk sui iuris gaat, dan wel met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk, als het om de Patriarch gaat.
§ 1. Een seminarie voor de eigen eparchie wordt opgericht door de Eparch; een seminarie voor meerdere eparchieën gemeenschappelijk door de Eparchen van die eparchieën of door het hogere gezag met de instemming echter van de Raad van Hiërarchen, als het om de Metropoliet van een metropolitane Kerk sui iuris gaat, dan wel met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk, als het om de Patriarch gaat.
Referenties naar alinea 334: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Eparchen, voor wier ondergeschikten een gemeenschappelijk seminarie is opgericht, kunnen niet geldig een ander seminarie oprichten zonder de instemming van het gezag, dat het gemeenschappelijk seminarie heeft opgericht, dan wel, als het om een door de Eparchen zelf opgericht seminarie gaat, zonder de eensgezinde instemming van de overeenkomende partijen of zonder de instemming van het hogere gezag.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
335
Can. 335
§ 1. Een wettig opgericht seminarie is van rechtswege een rechtspersoon.
§ 1. Een wettig opgericht seminarie is van rechtswege een rechtspersoon.
Referenties naar alinea 335: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In alle juridische aangelegenheden handelt de rector van het seminarie als zijn vertegenwoordiger, tenzij het particulier recht of de statuten van het seminarie anders bepalen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
336
Can. 336
§ 1. Een seminarie voor meerdere eparchieën gemeenschappelijk is onderworpen aan de Hiërarch, aangewezen door degenen, die het seminarie hebben opgericht.
§ 1. Een seminarie voor meerdere eparchieën gemeenschappelijk is onderworpen aan de Hiërarch, aangewezen door degenen, die het seminarie hebben opgericht.
Referenties naar alinea 336: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document306 §1
§ 2. Een seminarie is aan het parochiële bestuur onttrokken; voor allen, die in het seminarie verblijven, dient de rector van het seminarie of zijn gedelegeerde het pastoorsambt te vervullen, uitgezonderd de huwelijksaangelegenheid en onverminderd can. 734[574|+1591 -1601].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
337
Can. 337
§ 1. Een seminarie dient eigen statuten te hebben, waarin in de eerste plaats het bijzondere doel van het seminarie en de bevoegdheid van de gezagsdragers moeten worden vastgesteld; bovendien dienen de wijze van benoeming of verkiezing, de ambtstermijn, de rechten en plichten en de rechtmatige vergoeding van de leidinggevenden, beambten en leraren en raadgevers te worden bepaald en eveneens de regelingen, waarmee zijzelf ja zelfs ook de studenten aan de zorg van de rector bij het in acht nemen vooral van de seminariediscipline moeten deelnemen.
§ 1. Een seminarie dient eigen statuten te hebben, waarin in de eerste plaats het bijzondere doel van het seminarie en de bevoegdheid van de gezagsdragers moeten worden vastgesteld; bovendien dienen de wijze van benoeming of verkiezing, de ambtstermijn, de rechten en plichten en de rechtmatige vergoeding van de leidinggevenden, beambten en leraren en raadgevers te worden bepaald en eveneens de regelingen, waarmee zijzelf ja zelfs ook de studenten aan de zorg van de rector bij het in acht nemen vooral van de seminariediscipline moeten deelnemen.
Referenties naar alinea 337: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een seminarie dient ook een eigen directorium te hebben, waardoor de normen van de regeling van het onderricht van de clerici, aan de bijzondere omstandigheden aangepast, moeten worden geëffectueerd en eveneens de belangrijkere hoofdpunten van de seminariediscipline nader moeten worden vastgesteld, die onverminderd de statuten op het onderricht van de studenten en het dagelijks leven en de gang van zaken van het gehele seminarie betrekking hebben.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De statuten van het seminarie behoeven de goedkeuring van het gezag, dat het seminarie heeft opgericht en waaraan het ook toekomt, als het geval zich voordoet, om ze te wijzigen; deze zaken met betrekking tot het directorium komen het in de statuten vastgesteld gezag toe.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
338
Can. 338
§ 1. In ieder mogelijk seminarie dienen een rector te zijn en, als het geval zich voordoet, een econoom en andere leidinggevenden en beambten.
§ 1. In ieder mogelijk seminarie dienen een rector te zijn en, als het geval zich voordoet, een econoom en andere leidinggevenden en beambten.
Referenties naar alinea 338: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het is de taak van de rector volgens de norm van de statuten voor de algemene leiding van het seminarie te zorgen, op het naleven door allen van de statuten en het directorium van het seminarie aan te dringen, de werkzaamheden van de andere leidinggevenden en beambten te coördineren en de eenheid en samenwerking van het gehele seminarie te begunstigen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
339
Can. 339
§ 1. Er dient ook tenminste één van de rector onderscheiden geestelijk vader te zijn, behalve tot wie de studenten zich tot iedere mogelijke andere door de rector voor hun geestelijke leiding goedgekeurde presbyter vrijelijk kunnen wenden.
§ 1. Er dient ook tenminste één van de rector onderscheiden geestelijk vader te zijn, behalve tot wie de studenten zich tot iedere mogelijke andere door de rector voor hun geestelijke leiding goedgekeurde presbyter vrijelijk kunnen wenden.
Referenties naar alinea 339: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Behalve de gewone biechtvaders dienen ook andere biechtvaders aangewezen of uitgenodigd te zijn, onverkort het recht van de studenten om zich tot iedere mogelijke biechtvader, ook buiten het seminarie, met behoud van de seminariediscipline te wenden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Bij het beoordelen van personen is het niet geoorloofd de mening van de biechtvaders of de geestelijke vaders te vragen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
340
471 §2
536 §2
471 §2
536 §2
Can. 340
§ 1. Als de cursussen van de over te dragen disciplines in het seminarie zelf worden ingesteld, dient er een passend aantal leraren te zijn, passend uitgekozen, ieder in zijn eigen wetenschap waarlijk deskundig, in een grootseminarie in ieder geval met passende academische graden bekleed.
§ 1. Als de cursussen van de over te dragen disciplines in het seminarie zelf worden ingesteld, dient er een passend aantal leraren te zijn, passend uitgekozen, ieder in zijn eigen wetenschap waarlijk deskundig, in een grootseminarie in ieder geval met passende academische graden bekleed.
Referenties naar alinea 340: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Door de eigen van dag tot dag bestendig voortgezette voorbereiding dienen de leraren, onderling en met de leidinggevenden van het seminarie eendrachtig samenwerkend, bij te dragen aan het gehele onderricht van de toekomstige bedienaren van de Kerk, binnen de verscheidenheid van disciplines op de eenheid van het geloof en op de vorming gericht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De leraren in de gewijde wetenschappen dienen ernaar te streven, het voetspoor van de heilige Vaders en van de door de Kerk hooggeprezen Doctores vooral van het Oosten volgend, uit de voortreffelijke door dezen overgedragen schat de leer toe te lichten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
341
Can. 341
§ 1. Het is de taak van het gezag, dat het seminarie heeft opgericht, ervoor te zorgen, dat wordt voorzien in de kosten van het seminarie ook door middel van belastingen of giften, als bedoeld in de cann. 1012[574|+2218 -2219] en 1014[al:1014].
§ 1. Het is de taak van het gezag, dat het seminarie heeft opgericht, ervoor te zorgen, dat wordt voorzien in de kosten van het seminarie ook door middel van belastingen of giften, als bedoeld in de cann. 1012[574|+2218 -2219] en 1014[al:1014].
Referenties naar alinea 341: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Aan de belasting ten behoeve van het seminarie zijn ook de huizen van religieuzen onderhevig, tenzij zij door alleen aalmoezen worden onderhouden dan wel daarin over een studiehuis, als bedoeld in de cann. 471, § 2[574|+1045] en 536, § 2[574|+1201], feitelijk wordt beschikt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over het onderricht tot de bedieningen (cann. 342-356)
342
Can. 342
§ 1. Alleen zij dienen als studenten tot het seminarie te worden toegelaten, van wie uit de volgens de norm van de statuten vereiste documenten aannemelijk wordt gemaakt, dat zij bekwaam zijn.
§ 1. Alleen zij dienen als studenten tot het seminarie te worden toegelaten, van wie uit de volgens de norm van de statuten vereiste documenten aannemelijk wordt gemaakt, dat zij bekwaam zijn.
Referenties naar alinea 342: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Niemand dient te worden opgenomen, tenzij de ontvangst van de sacramenten van het doopsel en de heilige myronzalving zeker vaststaat.
Referenties naar deze alinea: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Wie tevoren in een ander seminarie of in enig religieus instituut of kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven studenten waren, moeten niet toegelaten worden tenzij na een verkregen getuigenis van de rector dan wel van de Overste vooral over de reden van de wegzending of het vertrek.
Referenties naar deze alinea: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
343
Can. 343
De studenten, ofschoon tot een seminarie van een andere Kerk sui iuris of tot een seminarie van meerdere Kerken sui iuris gemeenschappelijk toegelaten, dienen in hun eigen ritus te worden onderricht met verwerping van een strijdige gewoonte.
De studenten, ofschoon tot een seminarie van een andere Kerk sui iuris of tot een seminarie van meerdere Kerken sui iuris gemeenschappelijk toegelaten, dienen in hun eigen ritus te worden onderricht met verwerping van een strijdige gewoonte.
Referenties naar alinea 343: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
344
Can. 344
§ 1. De in een kleinseminarie verblijvende jeugdigen en jongeren dienen de passende omgang te onderhouden met hun eigen families en leeftijdgenoten, die zij nodig hebben voor een gezonde psychologische, vooral affectieve ontwikkeling; oprecht dient echter alles vermeden te worden, wat overeenkomstig de gezonde normen van de psychologie en de pedagogie de vrije keuze van hun staat op welke wijze dan ook kan verzwakken.
§ 1. De in een kleinseminarie verblijvende jeugdigen en jongeren dienen de passende omgang te onderhouden met hun eigen families en leeftijdgenoten, die zij nodig hebben voor een gezonde psychologische, vooral affectieve ontwikkeling; oprecht dient echter alles vermeden te worden, wat overeenkomstig de gezonde normen van de psychologie en de pedagogie de vrije keuze van hun staat op welke wijze dan ook kan verzwakken.
Referenties naar alinea 344: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Door passende geestelijke leiding ondersteund dienen de studenten zich eraan te gewennen persoonlijke en verantwoordelijke beslissingen in het licht van het Evangelie te nemen en hun verschillende gaven van aanleg voortdurend te ontwikkelen zonder weglating van enige bij de menselijke natuur passende deugden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het studiecurriculum van het kleinseminarie dient datgene te bevatten, wat in iedere natie afzonderlijk voor het beginnen met de hogere studies vereist wordt en, voor zover het studiereglement het toestaat, ook datgene, wat vooral voor het op zich nemen van de gewijde bedieningen nuttig is; algemeen dient ervoor gezorgd te worden, dat de studenten een burgerlijk studiediploma behalen en daardoor hun studies ook ergens anders kunnen vervolgen, als er tot die keuze gekomen is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De studenten van meer gevorderde leeftijd dienen te worden onderricht hetzij in een seminarie hetzij in een bijzonder instituut, rekening gehouden met ook de voorafgaande vorming van ieder afzonderlijk.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
345
348 §1
348 §1
Can. 345
Het onderricht van de studenten dient in een grootseminarie te worden voltooid, nadat datgene is aangevuld, wat wellicht in afzonderlijke gevallen aan het onderricht eigen aan het kleinseminarie heeft ontbroken, terwijl de geestelijke, intellectuele en pastorale vorming elkaar zo completeren, dat zij tot bedienaren van Christus midden in de Kerk worden gemaakt, licht en zout van de wereld van deze tijd.
Het onderricht van de studenten dient in een grootseminarie te worden voltooid, nadat datgene is aangevuld, wat wellicht in afzonderlijke gevallen aan het onderricht eigen aan het kleinseminarie heeft ontbroken, terwijl de geestelijke, intellectuele en pastorale vorming elkaar zo completeren, dat zij tot bedienaren van Christus midden in de Kerk worden gemaakt, licht en zout van de wereld van deze tijd.
Referenties naar alinea 345: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
346
Can. 346
§ 1. Als aspiranten voor de gewijde bedieningen dienen zij gevormd te worden om in de Heilige Geest de familiale gemeenschap met Christus te koesteren en in alles God zo te zoeken, dat zij, door de caritas van Christus de Herder bewogen, bekommerd worden gemaakt om door de gave van hun eigen leven alle mensen voor het rijk Gods te winnen.
§ 1. Als aspiranten voor de gewijde bedieningen dienen zij gevormd te worden om in de Heilige Geest de familiale gemeenschap met Christus te koesteren en in alles God zo te zoeken, dat zij, door de caritas van Christus de Herder bewogen, bekommerd worden gemaakt om door de gave van hun eigen leven alle mensen voor het rijk Gods te winnen.
Referenties naar alinea 346: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Uit het woord Gods en de sacramenten in de eerste plaats dienen zij van dag tot dag kracht voor hun geestelijk leven en voor hun apostolisch werk sterkte te putten:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° door de waakzame en bestendige overweging van het woord Gods en door de getrouwe verklaring overeenkomstig de Vaders dienen de studenten zich eraan te gewennen hun leven meer aan het leven van Christus gelijk te maken en in geloof, hoop en liefde bevestigd, zich te oefenen om te leven overeenkomstig het beeld van het Evangelie;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° zij dienen volhardend deel te nemen aan de Goddelijke Liturgie, die ook van het seminarieleven, zoals zij dat van het gehele christelijk leven is, bron en hoogtepunt moet zijn;
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de goddelijke getijden voortdurend te vieren overeenkomstig de eigen ritus dienen zij aan te leren en daaruit hun geestelijk leven te voeden;
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° onder hoogschatting van de geestelijke leiding dienen zij aan te leren hun geweten naar behoren te onderzoeken en het boetesacrament veelvuldig te ontvangen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° de Heilige Maria altijd Maagd, de Moeder Gods, die Christus als Moeder van alle mensen heeft aangesteld, dienen zij met kinderlijke vroomheid te bejegenen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 6° zij dienen ook de oefeningen van vroomheid te koesteren, die tot een geest van gebed en tot sterkte en bescherming van de apostolische roeping leiden, die in de eerste plaats, die door de eerbiedwaardige traditie van de eigen Kerk sui iuris zijn aanbevolen; in elk geval wordt aanbevolen de geestelijke retraite en het onderricht in de gewijde bedieningen, aansporing op de weg van de geest;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 7° tot de sensus Ecclesiae en tot die van het dienstwerk van haar dienen de studenten te worden opgevoed en eveneens tot de deugd van gehoorzaamheid en tot gemeenzame samenwerking met hun broeders;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 8° om ook de overige deugden, die tot hun roeping het meest bijdragen, te ontwikkelen dienen zij geholpen te worden, zoals het onderscheidingsvermogen van de geesten, de kuisheid, de kracht van de ziel; die deugden ook dienen zij te achten en te ontwikkelen, die onder de mensen in hoger aanzien staan en de dienaar van Christus aanbevelen, waartoe behoren de oprechtheid van de ziel, de volhardende zorg voor rechtvaardigheid, de geest van armoede, de in acht genomen trouw bij beloftes, de beschaafdheid in handelen, de met caritas verbonden bescheidenheid in spreken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De disciplinaire normen van het seminarie dienen overeenkomstig de rijpheid van de studenten zo te worden toegepast, dat de studenten, terwijl zij geleidelijk aanleren zich te matigen, zich eraan gewennen hun vrijheid wijs te gebruiken, uit eigen beweging en zorgvuldig te handelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
347
Can. 347
Het doctrinaire onderricht dient daarop gericht te zijn, dat de studenten, ervaren in de algemene cultuur van plaats en tijd en de pogingen en resultaten van de menselijke geest onderzoekend, een brede en degelijke geleerdheid in de gewijde wetenschappen verwerven zo, dat zij met een voller begrip van het geloof opgeleid en bevestigd door het licht van Christus de Leraar de mensen van hun eigen tijd doeltreffender kunnen belichten en de waarheid kunnen dienen.
Het doctrinaire onderricht dient daarop gericht te zijn, dat de studenten, ervaren in de algemene cultuur van plaats en tijd en de pogingen en resultaten van de menselijke geest onderzoekend, een brede en degelijke geleerdheid in de gewijde wetenschappen verwerven zo, dat zij met een voller begrip van het geloof opgeleid en bevestigd door het licht van Christus de Leraar de mensen van hun eigen tijd doeltreffender kunnen belichten en de waarheid kunnen dienen.
Referenties naar alinea 347: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
348
Can. 348
§ 1. Voor degenen, die voor het priesterschap worden bestemd, dienen de studies aan het grootseminarie onverminderd can. 345[al:345] filosofische en theologische cursussen te omvatten, die hetzij na elkaar hetzij in samenhang doorlopen kunnen worden; deze studies dienen tenminste zes volledige jaren te bevatten, en wel zo, dat de tijd aan de filosofische disciplines gewijd aan twee gehele jaren, de tijd evenwel aan de theologische studies aan vier gehele jaren gelijk staat.
§ 1. Voor degenen, die voor het priesterschap worden bestemd, dienen de studies aan het grootseminarie onverminderd can. 345[al:345] filosofische en theologische cursussen te omvatten, die hetzij na elkaar hetzij in samenhang doorlopen kunnen worden; deze studies dienen tenminste zes volledige jaren te bevatten, en wel zo, dat de tijd aan de filosofische disciplines gewijd aan twee gehele jaren, de tijd evenwel aan de theologische studies aan vier gehele jaren gelijk staat.
Referenties naar alinea 348: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De filosofisch-theologische cursussen dienen te beginnen met een inleiding in het mysterie van Christus en in het heilsplan en niet afgesloten te worden, zonder dat, rekening gehouden met de orde of hiërarchie van waarheden van de katholieke leer, de relatie en de samenhangende ordening van alle disciplines onderling wordt getoond.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
349
Can. 349
§ 1. Het filosofisch onderricht dient daarop gericht te zijn, dat het de vorming in de humaniora voltooit; daarom dient, rekening gehouden met de wijsheid zowel van oude als van recente tijd hetzij met die van de universele mensheid hetzij met die vooral van de eigen cultuur, in de eerste plaats het bestendig geldende filosofisch erfgoed te worden gezocht.
§ 1. Het filosofisch onderricht dient daarop gericht te zijn, dat het de vorming in de humaniora voltooit; daarom dient, rekening gehouden met de wijsheid zowel van oude als van recente tijd hetzij met die van de universele mensheid hetzij met die vooral van de eigen cultuur, in de eerste plaats het bestendig geldende filosofisch erfgoed te worden gezocht.
Referenties naar alinea 349: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De historische en systematische cursussen dienen zo gegeven te worden, dat de studenten met scherp intellectueel onderscheidingsvermogen het echte en het valse makkelijker kunnen onderscheiden en met een geest open voor de sprekende God naar behoren theologische onderzoeken kunnen verrichten en geschikter worden gemaakt om de bedieningen op zich te nemen nadat het gesprek is aangegaan met ook ontwikkelde mensen van deze tijd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
350
Can. 350
§ 1. De theologische disciplines dienen in het licht van het geloof zo overgedragen te worden, dat de studenten diep in de katholieke leer, uit de goddelijke Openbaring geput, doordringen en die in hun cultuur tot uitdrukking brengen zo, dat zij zowel voedsel is voor het eigen geestelijk leven als ook een zeer nuttig instrument om de bediening doeltreffender op zich te nemen.
§ 1. De theologische disciplines dienen in het licht van het geloof zo overgedragen te worden, dat de studenten diep in de katholieke leer, uit de goddelijke Openbaring geput, doordringen en die in hun cultuur tot uitdrukking brengen zo, dat zij zowel voedsel is voor het eigen geestelijk leven als ook een zeer nuttig instrument om de bediening doeltreffender op zich te nemen.
Referenties naar alinea 350: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het ware de ziel van de universele theologie behoort de Heilige Schrift te zijn, die alle gewijde disciplines moet vormgeven; daarom dienen behalve een zorgvuldige methode van de exegese de voornaamste hoofdpunten van het heilsplan en eveneens de belangrijkere onderwerpen van de Bijbelse theologie te worden onderwezen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De liturgie dient grondig onderwezen te worden, rekening gehouden met haar bijzonder belang, immers noodzakelijke bron van de leer en van een waarlijk christelijke geest.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Zolang als de eenheid, die Christus voor zijn Kerk wenst, niet geheel wordt gerealiseerd, dient het oecumenisme één van de noodzakelijke aspecten van welke theologische discipline dan ook te zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
351
Can. 351
De leraren in de gewijde wetenschappen dienen, omdat zij in opdracht van het kerkelijk gezag onderwijzen, de leer die erdoor is voorgelegd, getrouw over te dragen en in alles het bestendige leergezag en de leiding van de Kerk nederig te volgen.
De leraren in de gewijde wetenschappen dienen, omdat zij in opdracht van het kerkelijk gezag onderwijzen, de leer die erdoor is voorgelegd, getrouw over te dragen en in alles het bestendige leergezag en de leiding van de Kerk nederig te volgen.
Referenties naar alinea 351: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
352
Can. 352
§ 1. De pastorale vorming moet worden aangepast aan de omstandigheden van plaats en tijd, aan de gaven van de studenten hetzij celibatair hetzij gehuwd en aan de behoeften van de bedieningen, waar ze zich op voorbereiden.
§ 1. De pastorale vorming moet worden aangepast aan de omstandigheden van plaats en tijd, aan de gaven van de studenten hetzij celibatair hetzij gehuwd en aan de behoeften van de bedieningen, waar ze zich op voorbereiden.
Referenties naar alinea 352: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De studenten dienen in de eerste plaats onderricht te worden in de catechetische en homiletische vaardigheid, de liturgische viering, het beheer van de parochie, de dialoog van de evangelisatie met niet-gelovigen of met niet-Christenen of met minder vurige Christengelovigen, het sociale apostolaat en dat van de middelen van sociale communicatie zonder achterstelling van de hulpwetenschappen zoals de pastorale psychologie en sociologie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Ook al bereiden de studenten zich voor op het op zich nemen van de bedieningen in de eigen Kerk sui iuris, dienen ze tot een waarlijk universele geest gevormd te worden, opdat zij daardoor innerlijk bereid zijn overal ter wereld tot het dienstwerk van de zielen aan te treden; ze dienen daarom grondig onderwezen te worden in de noden van de universele Kerk en vooral in het apostolaat van het oecumenisme en van de evangelisatie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
353
Can. 353
Er dienen volgens de norm van het particulier recht oefeningen en toetsen gehouden te worden, die tot het versterken van in het bijzonder de pastorale vorming bijdragen, zoals het sociale of caritatieve dienstwerk, het catechetisch onderricht, vooral evenwel het pastoraal practicum bij het doorlopen van de filosofisch-theologische vorming en het diaconaal practicum vóór de presbyterale wijding.
Er dienen volgens de norm van het particulier recht oefeningen en toetsen gehouden te worden, die tot het versterken van in het bijzonder de pastorale vorming bijdragen, zoals het sociale of caritatieve dienstwerk, het catechetisch onderricht, vooral evenwel het pastoraal practicum bij het doorlopen van de filosofisch-theologische vorming en het diaconaal practicum vóór de presbyterale wijding.
Referenties naar alinea 353: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
354
760 §2
760 §2
Can. 354
Het onderricht eigen aan niet voor het priesterschap bestemde diakens, dient op grond van de boven gegeven normen zo aangepast te worden, dat het studiecurriculum tenminste gedurende drie jaar voortduurt, waarbij de tradities van de eigen Kerk sui iuris over het diaconaat van de liturgie, het woord en de caritas voor ogen worden gehouden.
Het onderricht eigen aan niet voor het priesterschap bestemde diakens, dient op grond van de boven gegeven normen zo aangepast te worden, dat het studiecurriculum tenminste gedurende drie jaar voortduurt, waarbij de tradities van de eigen Kerk sui iuris over het diaconaat van de liturgie, het woord en de caritas voor ogen worden gehouden.
Referenties naar alinea 354: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
355
Can. 355
De wijdelingen dienen verschuldigd grondig onderwezen te worden in de plichten van de clerici en ze dienen ook te worden opgevoed om deze met grote geestdrift op zich te nemen en te vervullen.
De wijdelingen dienen verschuldigd grondig onderwezen te worden in de plichten van de clerici en ze dienen ook te worden opgevoed om deze met grote geestdrift op zich te nemen en te vervullen.
Referenties naar alinea 355: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
356
Can. 356
§ 1. De rector van het seminarie dient ieder jaar het verslag over de voortgang van de vorming van de studenten aan hun Eparch te zenden dan wel, als het geval zich voordoet, aan de hogere Overste; over de stand van zaken van het seminarie echter aan degenen die het seminarie hebben opgericht.
§ 1. De rector van het seminarie dient ieder jaar het verslag over de voortgang van de vorming van de studenten aan hun Eparch te zenden dan wel, als het geval zich voordoet, aan de hogere Overste; over de stand van zaken van het seminarie echter aan degenen die het seminarie hebben opgericht.
Referenties naar alinea 356: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Eparch of de hogere Overste dienen om zorg te dragen voor de vorming van hun studenten het seminarie veelvuldig te bezoeken, vooral als het gaat om tot de gewijde ordes te bevorderen personen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de opname van de clerici in enige eparchie (cann. 357-366)
357
Can. 357
§ 1. Iedere mogelijke clericus moet als clericus opgenomen zijn in hetzij enige eparchie, hetzij een exarchaat, hetzij een religieus instituut, hetzij een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven, hetzij een instituut of een vereniging, die het recht om clerici in zich op te nemen hebben verkregen van de Apostolische Stoel of binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, van de Patriarch met de instemming van de permanente Synode.
§ 1. Iedere mogelijke clericus moet als clericus opgenomen zijn in hetzij enige eparchie, hetzij een exarchaat, hetzij een religieus instituut, hetzij een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven, hetzij een instituut of een vereniging, die het recht om clerici in zich op te nemen hebben verkregen van de Apostolische Stoel of binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, van de Patriarch met de instemming van de permanente Synode.
Referenties naar alinea 357: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Hetgeen over de opname van clerici in enige eparchie en over de wegzending daarvan wordt bepaald, geldt onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden ook voor de andere boven genoemde rechtspersonen en eveneens, wanneer het particulier recht zo bepaalt, voor de patriarchale Kerk zelf, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk is geregeld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
358
Can. 358
Door middel van de diaconale wijding wordt iemand als clericus opgenomen in de eparchie, voor het dienstwerk waarvan hij wordt gewijd, tenzij hij volgens de norm van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris reeds in dezelfde eparchie opgenomen is.
Door middel van de diaconale wijding wordt iemand als clericus opgenomen in de eparchie, voor het dienstwerk waarvan hij wordt gewijd, tenzij hij volgens de norm van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris reeds in dezelfde eparchie opgenomen is.
Referenties naar alinea 358: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
359
Can. 359
Opdat een clericus die reeds in enige eparchie is opgenomen, geldig naar een andere eparchie kan overgaan, moet hij van zijn Eparch een door deze ondertekende wegzendingsbrief verkrijgen en tegelijk van de Eparch van de eparchie, waarin hij wenst te worden opgenomen, een door deze ondertekende opnamebrief.
Opdat een clericus die reeds in enige eparchie is opgenomen, geldig naar een andere eparchie kan overgaan, moet hij van zijn Eparch een door deze ondertekende wegzendingsbrief verkrijgen en tegelijk van de Eparch van de eparchie, waarin hij wenst te worden opgenomen, een door deze ondertekende opnamebrief.
Referenties naar alinea 359: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
360
Can. 360
§ 1. De overstap van een clericus naar een andere eparchie met behoud van de opname wordt gedaan voor een vastgestelde tijd, ook meerdere malen te herhalen, door middel van een schriftelijk opgestelde overeenkomst tussen beide Eparchen, waarmee de rechten en plichten van de clericus of de partijen moeten worden vastgelegd.
§ 1. De overstap van een clericus naar een andere eparchie met behoud van de opname wordt gedaan voor een vastgestelde tijd, ook meerdere malen te herhalen, door middel van een schriftelijk opgestelde overeenkomst tussen beide Eparchen, waarmee de rechten en plichten van de clericus of de partijen moeten worden vastgelegd.
Referenties naar alinea 360: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Na het verstrijken van vijf jaar na een wettige overstap wordt de clericus van rechtswege in de gastvrijheid verlenende eparchie opgenomen, als tegen deze wens van hem, aan beide Eparchen schriftelijk duidelijk gemaakt, zich geen van beide binnen vier maanden schriftelijk heeft verzet.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
361
Can. 361
Aan de clericus die vooral wegens evangelisatie bekommerd is om de universele Kerk, mag de overgang of de overstap naar een andere eparchie die aan een zwaar gebrek aan clerici lijdt, mits hij om de bedieningen daar te verrichten bereid en geschikt is, niet worden geweigerd tenzij wegens echte noodzaak van de eigen eparchie of van de Kerk sui iuris.
Aan de clericus die vooral wegens evangelisatie bekommerd is om de universele Kerk, mag de overgang of de overstap naar een andere eparchie die aan een zwaar gebrek aan clerici lijdt, mits hij om de bedieningen daar te verrichten bereid en geschikt is, niet worden geweigerd tenzij wegens echte noodzaak van de eigen eparchie of van de Kerk sui iuris.
Referenties naar alinea 361: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
362
Can. 362
§ 1. Om een rechtmatige reden kan een clericus van zijn overstap door de eigen Eparch worden teruggeroepen of worden teruggezonden door de gastvrijheid verlenende Eparch met inachtneming van de aangegane overeenkomsten en eveneens de billijkheid.
§ 1. Om een rechtmatige reden kan een clericus van zijn overstap door de eigen Eparch worden teruggeroepen of worden teruggezonden door de gastvrijheid verlenende Eparch met inachtneming van de aangegane overeenkomsten en eveneens de billijkheid.
Referenties naar alinea 362: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Voor de van zijn overstap naar de eigen eparchie wettig terugkerende clericus dienen alle rechten behouden en beschermd te zijn, die hij zou hebben, als hij daarin aan de gewijde bediening was toegewezen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
363
Can. 363
Een clericus in de eparchie opnemen of daarvan wegzenden of aan een clericus het verlof om over te stappen verlenen kunnen niet geldig:
Een clericus in de eparchie opnemen of daarvan wegzenden of aan een clericus het verlof om over te stappen verlenen kunnen niet geldig:
Referenties naar alinea 363: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de Administrator van de patriarchale Kerk zonder de instemming van de permanente Synode; de patriarchale Exarch en de Administrator van een eparchie zonder de instemming van de Patriarch;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° in de overige gevallen de Administrator van de eparchie tenzij na een jaar vanaf de vacatie van de eparchiale zetel en met de instemming van het college van eparchiale consultoren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
364
Can. 364
De opname van een clericus in enige eparchie vervalt niet tenzij door een geldige opname in een andere eparchie of door het verlies van de klerikale staat.
De opname van een clericus in enige eparchie vervalt niet tenzij door een geldige opname in een andere eparchie of door het verlies van de klerikale staat.
Referenties naar alinea 364: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
365
Can. 365
§ 1. Voor een geoorloofde overgang of overstap worden rechtmatige redenen vereist, zoals daar zijn het nut van de Kerk of het welzijn van de clericus zelf; het verlof mag echter niet worden geweigerd tenzij wanneer er zwaarwegende redenen bestaan.
§ 1. Voor een geoorloofde overgang of overstap worden rechtmatige redenen vereist, zoals daar zijn het nut van de Kerk of het welzijn van de clericus zelf; het verlof mag echter niet worden geweigerd tenzij wanneer er zwaarwegende redenen bestaan.
Referenties naar alinea 365: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wanneer het particulier recht van een Kerk sui iuris zo bepaalt, wordt voor de geoorloofde overgang naar een eparchie van een andere Kerk sui iuris ook vereist, dat de Eparch die de clericus wegzendt, de instemming van het door dat particulier recht vastgesteld gezag verkrijgt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
366
Can. 366
§ 1. Een Eparch mag een vreemde clericus niet in zijn eparchie opnemen, tenzij:
§ 1. Een Eparch mag een vreemde clericus niet in zijn eparchie opnemen, tenzij:
Referenties naar alinea 366: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de behoeften of het nut van de eparchie dit eisen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° voor hem de geschiktheid van de clericus om de bedieningen te verrichten vaststaat, vooral als de clericus van een andere Kerk sui iuris komt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° voor hem uit een wettig document de wettige wegzending uit de eparchie vaststaat en hij van de Eparch die wegzendt, passende getuigenissen over de levensloop en de zeden van de clericus heeft, ook, als het nodig is, in het geheim.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° de clericus schriftelijk heeft verklaard zich aan het dienstwerk van de nieuwe eparchie over te geven volgens de norm van het recht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Eparch dient van de verrichte opname van de clericus in zijn eparchie de vorige Eparch zo spoedig mogelijk in kennis te stellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk III - Over de rechten en de plichten van de clerici (cann. 367-393)
367
Can. 367
De clerici hebben als eerste plicht om het Rijk Gods aan allen te verkondigen en de liefde Gods jegens de mensen in de bediening van het woord en de sacramenten, ja zelfs ook met hun gehele leven zo tegenwoordig te stellen, dat allen, elkaar en boven alles God liefhebbend, tot het Lichaam van Christus, dat de Kerk is, worden opgebouwd en groeien.
De clerici hebben als eerste plicht om het Rijk Gods aan allen te verkondigen en de liefde Gods jegens de mensen in de bediening van het woord en de sacramenten, ja zelfs ook met hun gehele leven zo tegenwoordig te stellen, dat allen, elkaar en boven alles God liefhebbend, tot het Lichaam van Christus, dat de Kerk is, worden opgebouwd en groeien.
Referenties naar alinea 367: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
368
Can. 368
Tot de volmaaktheid, die Christus zijn leerlingen voorhoudt, zijn om een bijzondere reden de clerici gehouden, omdat zij aan God door de heilige wijding op een nieuwe wijze zijn gewijd, zodat zij tot het dienstwerk van het volk Gods tot passendere werktuigen van Christus de eeuwige Priester worden gemaakt en zij tegelijk een voorbeeld zijn voor de kudde.
Tot de volmaaktheid, die Christus zijn leerlingen voorhoudt, zijn om een bijzondere reden de clerici gehouden, omdat zij aan God door de heilige wijding op een nieuwe wijze zijn gewijd, zodat zij tot het dienstwerk van het volk Gods tot passendere werktuigen van Christus de eeuwige Priester worden gemaakt en zij tegelijk een voorbeeld zijn voor de kudde.
Referenties naar alinea 368: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
369
Can. 369
§ 1. De clerici dienen zich dagelijks zo op de lezing en overweging van het woord Gods toe te leggen, dat zij, tot getrouwe en oplettende toehoorders van Christus gemaakt, waarachtige bedienaren van de prediking worden; in het gebed, in de liturgische vieringen en vooral in de verering jegens het mysterie van de Eucharistie dienen zij volhardend te zijn; hun geweten dienen zij dagelijks te onderzoeken en het boetesacrament veelvuldig te ontvangen; de Heilige Maria altijd Maagd, de Moeder Gods dienen zij te eren en van haar de genade om zich aan haar Zoon gelijkvormig te maken, af te smeken en zij dienen de andere oefeningen van vroomheid van de eigen Kerk sui iuris te verrichten.
§ 1. De clerici dienen zich dagelijks zo op de lezing en overweging van het woord Gods toe te leggen, dat zij, tot getrouwe en oplettende toehoorders van Christus gemaakt, waarachtige bedienaren van de prediking worden; in het gebed, in de liturgische vieringen en vooral in de verering jegens het mysterie van de Eucharistie dienen zij volhardend te zijn; hun geweten dienen zij dagelijks te onderzoeken en het boetesacrament veelvuldig te ontvangen; de Heilige Maria altijd Maagd, de Moeder Gods dienen zij te eren en van haar de genade om zich aan haar Zoon gelijkvormig te maken, af te smeken en zij dienen de andere oefeningen van vroomheid van de eigen Kerk sui iuris te verrichten.
Referenties naar alinea 369: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Zij dienen de geestelijke leiding hoog te schatten en op de bepaalde tijden overeenkomstig de voorschriften van het particulier recht voor geestelijke retraites vrij te zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
370
Can. 370
De clerici zijn aan de bijzondere plicht gehouden de Paus, de Patriarch en de Eparch eerbied en gehoorzaamheid te betonen.
De clerici zijn aan de bijzondere plicht gehouden de Paus, de Patriarch en de Eparch eerbied en gehoorzaamheid te betonen.
Referenties naar alinea 370: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
371
Can. 371
§1. De clerici hebben het recht om van de eigen Eparch, nadat het door het recht vereiste vooraf is gegaan, enig ambt, enige bediening of taak tot het dienstwerk van de Kerk uit te oefenen, te verkrijgen.
§1. De clerici hebben het recht om van de eigen Eparch, nadat het door het recht vereiste vooraf is gegaan, enig ambt, enige bediening of taak tot het dienstwerk van de Kerk uit te oefenen, te verkrijgen.
Referenties naar alinea 371: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De clerici moeten elk ambt, elke bediening of taak die door het bevoegd gezag aan hen is toevertrouwd, op zich nemen en getrouw vervullen, wanneer ook maar de noden van de Kerk dit naar het oordeel van hetzelfde gezag eisen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Opdat zij evenwel een burgerlijk beroep kunnen uitoefenen, wordt het verlof van de eigen Hiërarch vereist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
372
Can. 372
§ 1. Nadat het onderricht, dat voor de gewijde ordes wordt vereist, is voltooid, moeten de clerici niet ophouden zich op de gewijde wetenschappen toe te leggen, ja zelfs dienen zij moeite te doen een diepere en aan de tijd aangepaste kennis en gebruik ervan te verwerven door middel van door de eigen Hiërarch goedgekeurde vormingscursussen.
§ 1. Nadat het onderricht, dat voor de gewijde ordes wordt vereist, is voltooid, moeten de clerici niet ophouden zich op de gewijde wetenschappen toe te leggen, ja zelfs dienen zij moeite te doen een diepere en aan de tijd aangepaste kennis en gebruik ervan te verwerven door middel van door de eigen Hiërarch goedgekeurde vormingscursussen.
Referenties naar alinea 372: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Zij dienen ook veelvuldig de bijeenkomsten bij te wonen, die de Hiërarch passend heeft geoordeeld om de gewijde wetenschappen en de pastorale zaken te bevorderen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Zij moeten niet nalaten ook van de profane wetenschappen, vooral die welke met de gewijde wetenschappen nauwer samenhangen, voor zich een zodanige rijkdom te verwerven, als het betaamt dat ontwikkelde mensen hebben.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
373
Can. 373
Het celibaat van de clerici, wegens het rijk der hemelen gekozen en zozeer bij het priesterschap passend, moet overal zeer hoog worden geschat, al naar gelang de traditie van de universele Kerk met zich meebrengt; eveneens moet de staat van de in het huwelijk verbonden clerici, die door de praktijk van de vroege Kerk en van de oosterse Kerken door de eeuwen heen is bekrachtigd, voor eervol gehouden worden.
Het celibaat van de clerici, wegens het rijk der hemelen gekozen en zozeer bij het priesterschap passend, moet overal zeer hoog worden geschat, al naar gelang de traditie van de universele Kerk met zich meebrengt; eveneens moet de staat van de in het huwelijk verbonden clerici, die door de praktijk van de vroege Kerk en van de oosterse Kerken door de eeuwen heen is bekrachtigd, voor eervol gehouden worden.
Referenties naar alinea 373: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
374
Can. 374
De celibataire en gehuwde clerici moeten door de schoonheid van de kuisheid schitteren; het is de taak van het particulier recht de passende middelen te bepalen die om dit doel te bereiken aangewend moeten worden.
De celibataire en gehuwde clerici moeten door de schoonheid van de kuisheid schitteren; het is de taak van het particulier recht de passende middelen te bepalen die om dit doel te bereiken aangewend moeten worden.
Referenties naar alinea 374: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
375
Can. 375
In het leiden van het gezinsleven en het opvoeden van de kinderen dienen de gehuwde clerici de overige Christengelovigen een lichtend voorbeeld te geven.
In het leiden van het gezinsleven en het opvoeden van de kinderen dienen de gehuwde clerici de overige Christengelovigen een lichtend voorbeeld te geven.
Referenties naar alinea 375: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
376
Can. 376
Het gemeenschappelijk leven onder celibataire clerici dat prijzenswaardig is, dient, voor zover het mogelijk is, te worden begunstigd, opdat zijzelf in het cultiveren van het geestelijk en intellectueel leven zich wederzijds bijstaan en geschikter in de bediening kunnen samenwerken.
Het gemeenschappelijk leven onder celibataire clerici dat prijzenswaardig is, dient, voor zover het mogelijk is, te worden begunstigd, opdat zijzelf in het cultiveren van het geestelijk en intellectueel leven zich wederzijds bijstaan en geschikter in de bediening kunnen samenwerken.
Referenties naar alinea 376: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
377
Can. 377
Alle clerici moeten de goddelijke getijden vieren overeenkomstig het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
Alle clerici moeten de goddelijke getijden vieren overeenkomstig het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
Referenties naar alinea 377: 1
Verbum Domini ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
378
Can. 378
De clerici dienen de Goddelijke Liturgie veelvuldig volgens de norm van het particulier recht te vieren vooral op zondagen en op de voorgeschreven feestdagen; ja zelfs wordt de dagelijkse viering dringend aanbevolen.
De clerici dienen de Goddelijke Liturgie veelvuldig volgens de norm van het particulier recht te vieren vooral op zondagen en op de voorgeschreven feestdagen; ja zelfs wordt de dagelijkse viering dringend aanbevolen.
Referenties naar alinea 378: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
379
Can. 379
De clerici, met hun medebroeders van iedere mogelijke Kerk sui iuris door de band van caritas verenigd, dienen allen tot het ene samen te werken, tot opbouw immers van het Lichaam van Christus, en derhalve dienen zij, van welke positie zij ook maar zijn, ofschoon diverse ambten uitoefenend, onderling samen te werken en zich wederzijds bij te staan.
De clerici, met hun medebroeders van iedere mogelijke Kerk sui iuris door de band van caritas verenigd, dienen allen tot het ene samen te werken, tot opbouw immers van het Lichaam van Christus, en derhalve dienen zij, van welke positie zij ook maar zijn, ofschoon diverse ambten uitoefenend, onderling samen te werken en zich wederzijds bij te staan.
Referenties naar alinea 379: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
380
Can. 380
Alle clerici dienen zorg te hebben om roepingen tot de gewijde bedieningen en tot het leiden van een leven in instituten van gewijd leven te bevorderen niet alleen door prediking, catechese of andere passende middelen, maar in de eerste plaats door het getuigenis van leven en bediening.
Alle clerici dienen zorg te hebben om roepingen tot de gewijde bedieningen en tot het leiden van een leven in instituten van gewijd leven te bevorderen niet alleen door prediking, catechese of andere passende middelen, maar in de eerste plaats door het getuigenis van leven en bediening.
Referenties naar alinea 380: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
381
Can. 381
§ 1. De clerici brandend van apostolische ijver dienen allen tot voorbeeld te zijn in liefdadigheid en gastvrijheid vooral jegens zieken, gekwelden, vervolging lijdenden, verdrevenen en vluchtelingen.
§ 1. De clerici brandend van apostolische ijver dienen allen tot voorbeeld te zijn in liefdadigheid en gastvrijheid vooral jegens zieken, gekwelden, vervolging lijdenden, verdrevenen en vluchtelingen.
Referenties naar alinea 381: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De clerici zijn verplicht, tenzij zij door een rechtmatig beletsel weerhouden zijn, rijkelijk uit de geestelijke goederen van de Kerk hulp te bieden, van het woord Gods vooral en van de sacramenten, aan de Christengelovigen, die passend erom verzoeken, naar behoren de gesteltenis bezitten en niet door het recht van het ontvangen van de sacramenten worden afgehouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De clerici dienen de waardigheid van de leken en het eigen aandeel, dat zij in de zending van de Kerk hebben, te erkennen en te bevorderen vooral door de veelvormige gaven van de leken goed te keuren en eveneens door hun kundigheid en ervaring op het welzijn van de Kerk te richten in het bijzonder op de wijzen door het recht voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
382
Can. 382
De clerici dienen zich geheel en al van al datgene verre te houden, wat hun staat overeenkomstig de normen nader door het particulier recht vastgesteld, niet betaamt, en zij dienen ook datgene te vermijden, wat daar vreemd aan is.
De clerici dienen zich geheel en al van al datgene verre te houden, wat hun staat overeenkomstig de normen nader door het particulier recht vastgesteld, niet betaamt, en zij dienen ook datgene te vermijden, wat daar vreemd aan is.
Referenties naar alinea 382: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
383
Can. 383
Ook al behoren de clerici niet anders dan de overige burgers burgerlijke en politieke rechten met gelijk recht te hebben, toch:
Ook al behoren de clerici niet anders dan de overige burgers burgerlijke en politieke rechten met gelijk recht te hebben, toch:
Referenties naar alinea 383: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° wordt aan hen verboden openbare ambten aan te nemen, die de deelname in de uitoefening van de burgerlijke macht met zich meebrengen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° mogen zij, omdat de militaire dienst minder met de klerikale staat overeenstemt, die niet vrijwillig aanvaarden tenzij met het verlof van de eigen Hiërarch;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° dienen zij gebruik te maken van de vrijstellingen, die ten gunste van hen de burgerlijke wetten dan wel overeenkomsten of gewoonten verlenen van het uitoefenen van aan de klerikale staat vreemde taken en openbare ambten en eveneens van de militaire dienst.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
384
Can. 384
§ 1. Als bedienaren van de verzoening van allen in de caritas van Christus dienen de clerici moeite te doen de vrede, de eenheid en de op rechtvaardigheid steunende eendracht onder de mensen te begunstigen.
§ 1. Als bedienaren van de verzoening van allen in de caritas van Christus dienen de clerici moeite te doen de vrede, de eenheid en de op rechtvaardigheid steunende eendracht onder de mensen te begunstigen.
Referenties naar alinea 384: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Aan politieke partijen en aan het leiden van vakbonden mogen zij niet actief deelhebben, tenzij naar het oordeel van de Eparch of, wanneer het particulier recht zo bepaalt, van de Patriarch dan wel van een ander gezag de te beschermen rechten van de Kerk dan wel het te bevorderen algemeen welzijn dit vereisen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
385
Can. 385
§ 1. Van de geest van armoede van Christus doordrongen dienen de clerici zich te beijveren door eenvoud van leven ten overstaan van de wereld getuigen te zijn van de hemelse goederen en de wereldse goederen met geestelijk onderscheidingsvermogen voor het juiste gebruik te bestemmen; de goederen echter, die zij bij gelegenheid van de uitoefening van een kerkelijk ambt, kerkelijke bediening of taak voor zich verwerven, dienen zij, nadat daaruit in hun passend onderhoud en in de vervulling van de plichten van de eigen staat is voorzien, aan de werken van apostolaat of caritas te schenken en te geven.
§ 1. Van de geest van armoede van Christus doordrongen dienen de clerici zich te beijveren door eenvoud van leven ten overstaan van de wereld getuigen te zijn van de hemelse goederen en de wereldse goederen met geestelijk onderscheidingsvermogen voor het juiste gebruik te bestemmen; de goederen echter, die zij bij gelegenheid van de uitoefening van een kerkelijk ambt, kerkelijke bediening of taak voor zich verwerven, dienen zij, nadat daaruit in hun passend onderhoud en in de vervulling van de plichten van de eigen staat is voorzien, aan de werken van apostolaat of caritas te schenken en te geven.
Referenties naar alinea 385: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Aan de clerici wordt verboden persoonlijk of door tussenkomst van anderen zaken te doen dan wel handel te drijven hetzij ten eigen bate hetzij ten bate van anderen tenzij met het verlof van het gezag door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris vastgesteld dan wel van de Apostolische Stoel.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Van borgstelling, ook met eigen goederen, wordt de clericus afgehouden tenzij na raadpleging van de eigen Eparch of, als het geval zich voordoet, van de hogere Overste.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
386
Can. 386
§ 1. Ook al hebben de clerici geen residentieel ambt, toch mogen zij niet voor een aanzienlijke door het particulier recht vast te stellen tijd zonder het tenminste verondersteld verlof van de eigen plaatselijk Hiërarch weggaan van hun eparchie.
§ 1. Ook al hebben de clerici geen residentieel ambt, toch mogen zij niet voor een aanzienlijke door het particulier recht vast te stellen tijd zonder het tenminste verondersteld verlof van de eigen plaatselijk Hiërarch weggaan van hun eparchie.
Referenties naar alinea 386: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De clericus, die buiten de eigen eparchie verblijft, is aan de plaatselijk Eparch in datgene ondergeschikt, wat de plichten van de staat van die clericus betreft; als hij daar voor een niet korte tijd zal verblijven, dient hij de plaatselijk Hiërarch zonder uitstel in kennis te stellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
387
Can. 387
Voor zover het de kleding van de clerici betreft, dient het particulier recht in acht genomen te worden.
Voor zover het de kleding van de clerici betreft, dient het particulier recht in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 387: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
388
Can. 388
De clerici kunnen de rechten en eretekenen, die met de aan hen verleende waardigheden verbonden zijn, niet buiten de plaatsen gebruiken, waar het gezag, dat de waardigheid heeft verleend of met de verlening van die waardigheid zonder iets uit te zonderen schriftelijk heeft ingestemd, zijn macht uitoefent, hetzij tenzij zij het gezag, dat de waardigheid heeft verleend, begeleiden of als vertegenwoordiger daarvan optreden hetzij tenzij zij de instemming van de plaatselijk Hiërarch hebben verkregen.
De clerici kunnen de rechten en eretekenen, die met de aan hen verleende waardigheden verbonden zijn, niet buiten de plaatsen gebruiken, waar het gezag, dat de waardigheid heeft verleend of met de verlening van die waardigheid zonder iets uit te zonderen schriftelijk heeft ingestemd, zijn macht uitoefent, hetzij tenzij zij het gezag, dat de waardigheid heeft verleend, begeleiden of als vertegenwoordiger daarvan optreden hetzij tenzij zij de instemming van de plaatselijk Hiërarch hebben verkregen.
Referenties naar alinea 388: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
389
Can. 389
De clerici dienen zich te beijveren alle mogelijke twisten te vermijden; als toch enige twist tussen hen is ontstaan, dient hij aan het bereik van de Kerk te worden voorgelegd en dit, als het mogelijk is, dient ook te gebeuren, als het om twisten tussen clerici en andere Christengelovigen gaat.
De clerici dienen zich te beijveren alle mogelijke twisten te vermijden; als toch enige twist tussen hen is ontstaan, dient hij aan het bereik van de Kerk te worden voorgelegd en dit, als het mogelijk is, dient ook te gebeuren, als het om twisten tussen clerici en andere Christengelovigen gaat.
Referenties naar alinea 389: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
390
291
291
Can. 390
§ 1. De clerici hebben recht op een passend onderhoud en daarom het recht om voor het vervullen van het aan hen toevertrouwde ambt of de taak een rechtmatige vergoeding te ontvangen, die, als het gaat om gehuwde clerici, ook voor het onderhouden van hun gezin moet zorgen, tenzij anders reeds voldoende erin is voorzien.
§ 1. De clerici hebben recht op een passend onderhoud en daarom het recht om voor het vervullen van het aan hen toevertrouwde ambt of de taak een rechtmatige vergoeding te ontvangen, die, als het gaat om gehuwde clerici, ook voor het onderhouden van hun gezin moet zorgen, tenzij anders reeds voldoende erin is voorzien.
Referenties naar alinea 390: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document291
§ 2. Eveneens hebben zij het recht, dat in een passend pensioen en in de sociale zekerheid en eveneens in de geneeskundige hulp van henzelf en hun gezin, als ze gehuwd zijn, wordt voorzien; opdat dit recht geëffectueerd kan worden, zijn de clerici verplicht aan het instituut, als bedoeld in can. 1021, § 2[574|+2235], volgens de norm van het particulier recht voor hun deel bij te dragen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
391
Can. 391
Het komt de clerici onverkort toe om onverminderd can. 578, § 3[574|+1298] zich met anderen te verenigen om doelen te bereiken bij de klerikale staat passend; het komt echter de Eparch toe om over deze gepastheid authentiek te oordelen.
Het komt de clerici onverkort toe om onverminderd can. 578, § 3[574|+1298] zich met anderen te verenigen om doelen te bereiken bij de klerikale staat passend; het komt echter de Eparch toe om over deze gepastheid authentiek te oordelen.
Referenties naar alinea 391: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
392
Can. 392
De clerici hebben recht op een jaarlijks verschuldigde vakantietijd door het particulier recht vast te stellen.
De clerici hebben recht op een jaarlijks verschuldigde vakantietijd door het particulier recht vast te stellen.
Referenties naar alinea 392: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
393
Can. 393
De clerici, van welke positie zij ook maar zijn, dient de zorg voor alle Kerken ter harte te gaan en daarom dienen zij zich bereid te tonen om dienstbaar te zijn waar ook maar de noodzaak dringt en vooral om met toestemming of op aansporing van de eigen Eparch of Overste hun bediening uit te oefenen in missies of in regio’s die aan een gebrek aan clerici lijden.
De clerici, van welke positie zij ook maar zijn, dient de zorg voor alle Kerken ter harte te gaan en daarom dienen zij zich bereid te tonen om dienstbaar te zijn waar ook maar de noodzaak dringt en vooral om met toestemming of op aansporing van de eigen Eparch of Overste hun bediening uit te oefenen in missies of in regio’s die aan een gebrek aan clerici lijden.
Referenties naar alinea 393: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk IV - Over het verlies van de klerikale staat (cann. 394-398)
394
Can. 394
De eenmaal geldig ontvangen heilige wijding wordt nooit nietig; een clericus echter verliest de klerikale staat:
De eenmaal geldig ontvangen heilige wijding wordt nooit nietig; een clericus echter verliest de klerikale staat:
Referenties naar alinea 394: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° door een gerechtelijke sententie dan wel een administratief decreet, waarmee de ongeldigheid van de heilige wijding wordt verklaard;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° door de wettig opgelegde straf van ontzetting;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° door een rescript van de Apostolische Stoel of volgens de norm van can. 397[al:397] van de Patriarch; dit rescript evenwel kan aan diakens zonder zwaarwegende, aan presbyters evenwel zonder zeer zwaarwegende redenen door de Patriarch niet geoorloofd worden verleend en evenmin wordt het door de Apostolische Stoel verleend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
395
Can. 395
De clericus, die de klerikale staat volgens de norm van het recht verliest, verliest daarmee de rechten eigen aan de klerikale staat en is niet meer aan enige verplichtingen van de klerikale staat gehouden onverminderd echter can. 396[al:396]; aan hem wordt verboden de macht van de orde uit te oefenen met behoud van de cann. 725[al:725] en 735, § 2[574|+1603]; van rechtswege worden hem alle ambten, bedieningen, taken en iedere mogelijke gedelegeerde macht ontnomen.
De clericus, die de klerikale staat volgens de norm van het recht verliest, verliest daarmee de rechten eigen aan de klerikale staat en is niet meer aan enige verplichtingen van de klerikale staat gehouden onverminderd echter can. 396[al:396]; aan hem wordt verboden de macht van de orde uit te oefenen met behoud van de cann. 725[al:725] en 735, § 2[574|+1603]; van rechtswege worden hem alle ambten, bedieningen, taken en iedere mogelijke gedelegeerde macht ontnomen.
Referenties naar alinea 395: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
396
395
1433 §2
1538 §2
395
1433 §2
1538 §2
Can. 396
Behalve de gevallen, waarin de ongeldigheid van de heilige wijding is verklaard, brengt het verlies van de klerikale staat geen dispensatie van de celibaatsverplichting met zich mee, die door alleen de Paus wordt verleend.
Behalve de gevallen, waarin de ongeldigheid van de heilige wijding is verklaard, brengt het verlies van de klerikale staat geen dispensatie van de celibaatsverplichting met zich mee, die door alleen de Paus wordt verleend.
Referenties naar alinea 396: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
397
394 3°
394 3°
Can. 397
De Patriarch kan met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of, als er gevaar in vertraging bestaat, van de permanente Synode het verlies van de klerikale staat verlenen aan clerici, een woonplaats of quasi-woonplaats hebbend binnen de grenzen van het territorium van de eigen patriarchale Kerk, die niet aan de celibaatsverplichting gehouden zijn, dan wel, als ze eraan gehouden zijn, niet om dispensatie van deze verplichting verzoeken; in de overige gevallen dient de zaak aan de Apostolische Stoel te worden voorgelegd.
De Patriarch kan met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of, als er gevaar in vertraging bestaat, van de permanente Synode het verlies van de klerikale staat verlenen aan clerici, een woonplaats of quasi-woonplaats hebbend binnen de grenzen van het territorium van de eigen patriarchale Kerk, die niet aan de celibaatsverplichting gehouden zijn, dan wel, als ze eraan gehouden zijn, niet om dispensatie van deze verplichting verzoeken; in de overige gevallen dient de zaak aan de Apostolische Stoel te worden voorgelegd.
Referenties naar alinea 397: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
398
Can. 398
Wie door een rescript van de Apostolische Stoel de klerikale staat verloren heeft, kan door alleen de Apostolische Stoel opnieuw tot de clerici worden toegelaten; wie evenwel van de Patriarch het verlies van de klerikale staat heeft verkregen, kan ook door de Patriarch opnieuw tot de clerici worden toegelaten.
Wie door een rescript van de Apostolische Stoel de klerikale staat verloren heeft, kan door alleen de Apostolische Stoel opnieuw tot de clerici worden toegelaten; wie evenwel van de Patriarch het verlies van de klerikale staat heeft verkregen, kan ook door de Patriarch opnieuw tot de clerici worden toegelaten.
Referenties naar alinea 398: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XI - Over de leken (cann. 399-409)
399
Can. 399
Onder de naam leken worden in deze Codex de Christengelovigen begrepen, aan wie een seculiere aard eigen en bijzonder is en die in de wereld levend aan de zending van de Kerk deelnemen en niet in de gewijde orde zijn aangesteld en niet in de religieuze staat zijn opgenomen.
Onder de naam leken worden in deze Codex de Christengelovigen begrepen, aan wie een seculiere aard eigen en bijzonder is en die in de wereld levend aan de zending van de Kerk deelnemen en niet in de gewijde orde zijn aangesteld en niet in de religieuze staat zijn opgenomen.
Referenties naar alinea 399: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
400
Can. 400
De leken hebben behalve die rechten en plichten, die voor alle Christengelovigen gemeenschappelijk zijn en die, welke in de andere canones worden bepaald, dezelfde rechten en plichten als in de canones van deze titel worden opgesomd.
De leken hebben behalve die rechten en plichten, die voor alle Christengelovigen gemeenschappelijk zijn en die, welke in de andere canones worden bepaald, dezelfde rechten en plichten als in de canones van deze titel worden opgesomd.
Referenties naar alinea 400: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
401
Can. 401
Het is in de eerste plaats de taak van de leken op grond van de eigen roeping door het behandelen en het overeenkomstig God ordenen van de wereldse zaken het Rijk Gods te zoeken en daarom in het private, gezins- en politiek-sociale leven voor Christus getuigen te zijn en hemzelf aan anderen duidelijk te maken, voor rechtmatige wetten in de samenleving te strijden en door geloof, hoop en liefde stralend als zuurdesem aan de heiliging van de wereld bij te dragen.
Het is in de eerste plaats de taak van de leken op grond van de eigen roeping door het behandelen en het overeenkomstig God ordenen van de wereldse zaken het Rijk Gods te zoeken en daarom in het private, gezins- en politiek-sociale leven voor Christus getuigen te zijn en hemzelf aan anderen duidelijk te maken, voor rechtmatige wetten in de samenleving te strijden en door geloof, hoop en liefde stralend als zuurdesem aan de heiliging van de wereld bij te dragen.
Referenties naar alinea 401: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
402
Can. 402
De leken hebben het recht, dat die vrijheid in zaken van de aardse samenleving aan henzelf wordt toegekend, die alle burgers toekomt; bij het gebruiken van dezelfde vrijheid echter dienen zij ervoor te zorgen, dat hun handelingen van de evangelische geest worden doordrongen, en dienen zij zich op de leer te richten door het leergezag van de Kerk voorgehouden, zich ervoor hoedend echter, dat zij in open vraagpunten hun eigen mening als de leer van de Kerk voorhouden.
De leken hebben het recht, dat die vrijheid in zaken van de aardse samenleving aan henzelf wordt toegekend, die alle burgers toekomt; bij het gebruiken van dezelfde vrijheid echter dienen zij ervoor te zorgen, dat hun handelingen van de evangelische geest worden doordrongen, en dienen zij zich op de leer te richten door het leergezag van de Kerk voorgehouden, zich ervoor hoedend echter, dat zij in open vraagpunten hun eigen mening als de leer van de Kerk voorhouden.
Referenties naar alinea 402: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
403
Can. 403
§ 1. Onverminderd het recht en de plicht om overal de eigen ritus in acht te nemen, hebben de leken het recht om actief in de liturgische vieringen van welke Kerk sui iuris dan ook deel te nemen overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken.
§ 1. Onverminderd het recht en de plicht om overal de eigen ritus in acht te nemen, hebben de leken het recht om actief in de liturgische vieringen van welke Kerk sui iuris dan ook deel te nemen overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken.
Referenties naar alinea 403: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de noden of een echt nut van de Kerk dit aanbevelen en gewijde bedienaren ontbreken, kunnen aan de leken enige diensten van de gewijde bedienaren worden toevertrouwd volgens de norm van het recht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
404
Can. 404
§ 1. Behalve het van kindsbeen af te ontvangen catechetisch onderricht hebben de leken het recht en de plicht om een aan de gaven van aanleg van ieder afzonderlijk en aan de positie aangepaste kennis te verwerven van de door Christus geopenbaarde en door het authentiek leergezag van de Kerk overgeleverde leer niet alleen, opdat zij in staat zijn overeenkomstig dezelfde leer te leven, maar ook, opdat zijzelf deze kunnen verkondigen en, als het nodig is, kunnen verdedigen.
§ 1. Behalve het van kindsbeen af te ontvangen catechetisch onderricht hebben de leken het recht en de plicht om een aan de gaven van aanleg van ieder afzonderlijk en aan de positie aangepaste kennis te verwerven van de door Christus geopenbaarde en door het authentiek leergezag van de Kerk overgeleverde leer niet alleen, opdat zij in staat zijn overeenkomstig dezelfde leer te leven, maar ook, opdat zijzelf deze kunnen verkondigen en, als het nodig is, kunnen verdedigen.
Referenties naar alinea 404: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Zij hebben ook het recht om die volledigere kennis in de gewijde wetenschappen te verwerven, die in de kerkelijke universiteiten of faculteiten dan wel in instituten voor religiewetenschappen worden overgedragen, door aldaar colleges te volgen en academische graden te behalen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Eveneens zijn zij met inachtneming van de met betrekking tot de vereiste geschiktheid bepaalde voorschriften bekwaam om van het bevoegd kerkelijk gezag een opdracht te ontvangen om de gewijde disciplines te onderwijzen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
405
Can. 405
Op het liturgisch, theologisch, geestelijk en disciplinair erfgoed dienen ook de leken zich met ijver toe te leggen zo echter, dat wederzijdse welwillendheid en achting en de eenheid van handelen tussen leken van diverse Kerken sui iuris worden begunstigd en de verscheidenheid van ritussen het algemeen welzijn van de samenleving waarin zij leven, niet schaadt, maar veeleer tot hetzelfde welzijn van dag tot dag meer leidt.
Op het liturgisch, theologisch, geestelijk en disciplinair erfgoed dienen ook de leken zich met ijver toe te leggen zo echter, dat wederzijdse welwillendheid en achting en de eenheid van handelen tussen leken van diverse Kerken sui iuris worden begunstigd en de verscheidenheid van ritussen het algemeen welzijn van de samenleving waarin zij leven, niet schaadt, maar veeleer tot hetzelfde welzijn van dag tot dag meer leidt.
Referenties naar alinea 405: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
406
Can. 406
De leken, de plicht indachtig, als bedoeld in can. 14[al:14], dienen te weten, dat die des te meer dringt in die omstandigheden, waarin mensen alleen door henzelf het Evangelie kunnen horen en Christus kunnen leren kennen.
De leken, de plicht indachtig, als bedoeld in can. 14[al:14], dienen te weten, dat die des te meer dringt in die omstandigheden, waarin mensen alleen door henzelf het Evangelie kunnen horen en Christus kunnen leren kennen.
Referenties naar alinea 406: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
407
Can. 407
De leken, die in de echtelijke staat leven, zijn overeenkomstig de eigen roeping aan de bijzondere plicht gehouden zich door middel van het huwelijk en het gezin extra moeite te getroosten tot de opbouw van het volk Gods.
De leken, die in de echtelijke staat leven, zijn overeenkomstig de eigen roeping aan de bijzondere plicht gehouden zich door middel van het huwelijk en het gezin extra moeite te getroosten tot de opbouw van het volk Gods.
Referenties naar alinea 407: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
408
Can. 408
§ 1. In de verschuldigde kennis, ervaring en eerbaarheid uitmuntende leken zijn bekwaam om als deskundigen dan wel consultoren door de kerkelijke gezagsdragers te worden gehoord hetzij afzonderlijk hetzij als leden van verschillende raden en assemblees, zoals parochiële, eparchiale, patriarchale.
§ 1. In de verschuldigde kennis, ervaring en eerbaarheid uitmuntende leken zijn bekwaam om als deskundigen dan wel consultoren door de kerkelijke gezagsdragers te worden gehoord hetzij afzonderlijk hetzij als leden van verschillende raden en assemblees, zoals parochiële, eparchiale, patriarchale.
Referenties naar alinea 408: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Behalve voor kerkelijke taken, waartoe leken door het gemene recht worden toegelaten, kunnen zijzelf door het bevoegd gezag ook voor andere taken worden aangetrokken met uitzondering van die welke de gewijde orde vereisen of welke door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris aan leken uitdrukkelijk worden verboden.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Met betrekking tot de uitoefening van een kerkelijke taak worden leken geheel aan het kerkelijk gezag onderworpen.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
409
Can. 409
§ 1. De leken, die blijvend dan wel voor een tijd aan een bijzonder dienstwerk van de Kerk worden toegewezen, zijn verplicht, om een passende vorming te verwerven die vereist is om hun taak verschuldigd te vervullen en om deze taak bewust, ijverig en zorgvuldig te vervullen.
§ 1. De leken, die blijvend dan wel voor een tijd aan een bijzonder dienstwerk van de Kerk worden toegewezen, zijn verplicht, om een passende vorming te verwerven die vereist is om hun taak verschuldigd te vervullen en om deze taak bewust, ijverig en zorgvuldig te vervullen.
Referenties naar alinea 409: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Zij hebben recht op een rechtmatige vergoeding aangepast aan hun positie, zodat zij daarmee naar behoren, met inachtneming ook van de voorschriften van het burgerlijk recht, in de eigen behoeften en in die van hun gezin kunnen voorzien; en ook hebben zij het recht, dat in een passend pensioen en in de sociale zekerheid en eveneens in de geneeskundige hulp van henzelf en hun gezin wordt voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XII - Over de monniken en de overige religieuzen en over de leden van andere instituten van gewijd leven (cann. 410-571)
- Hoofdstuk I - Over de monniken en de overige religieuzen (cann. 410-553)
- Art. I - Algemene canones (cann. 410-432)
410
Can. 410
De religieuze staat is een duurzame wijze van in gemeenschap leven in enig door de Kerk goedgekeurd instituut, waardoor Christengelovigen, Christus, Leraar en Voorbeeld van Heiligheid, onder de werking van de Heilige Geest nader volgend, op een nieuwe en bijzondere titel worden gewijd door middel van de openbare geloften van gehoorzaamheid, kuisheid en armoede, die onder een wettige Overste volgens de norm van de statuten in acht genomen moeten worden, van de wereld afzien en zich geheel overgeven aan het bereiken van de volmaaktheid van de caritas tot het dienstwerk van het Rijk Gods voor de opbouw van de Kerk en het heil van de wereld, immers als tekenen die de hemelse glorie vooraankondigen.
De religieuze staat is een duurzame wijze van in gemeenschap leven in enig door de Kerk goedgekeurd instituut, waardoor Christengelovigen, Christus, Leraar en Voorbeeld van Heiligheid, onder de werking van de Heilige Geest nader volgend, op een nieuwe en bijzondere titel worden gewijd door middel van de openbare geloften van gehoorzaamheid, kuisheid en armoede, die onder een wettige Overste volgens de norm van de statuten in acht genomen moeten worden, van de wereld afzien en zich geheel overgeven aan het bereiken van de volmaaktheid van de caritas tot het dienstwerk van het Rijk Gods voor de opbouw van de Kerk en het heil van de wereld, immers als tekenen die de hemelse glorie vooraankondigen.
Referenties naar alinea 410: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
411
Can. 411
De religieuze staat moet door allen worden gekoesterd en bevorderd.
De religieuze staat moet door allen worden gekoesterd en bevorderd.
Referenties naar alinea 411: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° - Over de afhankelijkheid van de religieuzen van de Eparch, van de Patriarch, van de Apostolische Stoel (cann. 412-417)
412
Can. 412
§ 1. Alle religieuzen worden aan de Paus als hun hoogste Overste onderworpen, aan wie zij verplicht zijn onderdanig te zijn ook krachtens de gelofte van gehoorzaamheid.
§ 1. Alle religieuzen worden aan de Paus als hun hoogste Overste onderworpen, aan wie zij verplicht zijn onderdanig te zijn ook krachtens de gelofte van gehoorzaamheid.
Referenties naar alinea 412: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Opdat des te beter in het welzijn van de instituten en in de behoeften van het apostolaat wordt voorzien, kan de Paus om reden van zijn primaatschap ten opzichte van de universele Kerk met het oog op het gemeenschappelijk nut instituten van gewijd leven aan het bestuur van de Eparch onttrekken en aan zich alleen of aan een ander kerkelijk gezag onderwerpen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
413
554 §2
554 §2
Can. 413
Wat het intern bestuur en de religieuze discipline betreft, zijn de religieuze instituten, tenzij anders door het recht wordt geregeld, als zij van pauselijk recht zijn, rechtstreeks en exclusief aan de Apostolische Stoel onderworpen; als ze evenwel van patriarchaal of eparchiaal recht zijn, zijn zij rechtstreeks aan de Patriarch of de Eparch onderworpen onverminderd can. 418, § 2[574|+930].
Wat het intern bestuur en de religieuze discipline betreft, zijn de religieuze instituten, tenzij anders door het recht wordt geregeld, als zij van pauselijk recht zijn, rechtstreeks en exclusief aan de Apostolische Stoel onderworpen; als ze evenwel van patriarchaal of eparchiaal recht zijn, zijn zij rechtstreeks aan de Patriarch of de Eparch onderworpen onverminderd can. 418, § 2[574|+930].
Referenties naar alinea 413: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
414
554 §2
566
554 §2
566
Can. 414
§ 1. Wat de kloosters en congregaties van eparchiaal recht betreft, komt het de Eparch toe:
§ 1. Wat de kloosters en congregaties van eparchiaal recht betreft, komt het de Eparch toe:
Referenties naar alinea 414: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document554 §2
566
- 1° de typica van de kloosters en de statuten van de congregaties en de daarin volgens de norm van het recht ingevoerde wijzigingen goed te keuren met behoud van datgene, wat door het hogere gezag is goedgekeurd;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document554 §2
566
- 2° de dispensaties van dezelfde typica of statuten, die de macht van de Oversten van de religieuzen overstijgen en waarom hemzelf wettig wordt verzocht, in afzonderlijke gevallen en bij wijze van beschikking te geven;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document554 §2
566
- 3° de kloosters te visiteren, ook de afhankelijke, en eveneens de afzonderlijke huizen van de congregaties in zijn territorium, zo vaak als hij daar de canonieke visitatie verricht dan wel zo vaak als waarlijk bijzondere redenen naar zijn oordeel dit aanbevelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document554 §2
566
§ 2. Deze rechten komen de Patriarch toe met betrekking tot de ordes en congregaties van patriarchaal recht, die binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, hun voornaamste huis hebben; anders komen die rechten met betrekking tot alle ordes en eveneens met betrekking tot de kloosters en congregaties, die niet van eparchiaal recht zijn, alleen de Apostolische Stoel toe.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document554 §2
566
§ 3. Als een congregatie van eparchiaal recht zich over andere eparchieën uitstrekt, kan niets in de statuten zelf geldig worden gewijzigd tenzij met de instemming van de Eparch van de eparchie, waarin het voornaamste huis gelegen is, na raadpleging echter van de Eparchen, in wier eparchieën de overige huizen gelegen zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
415
554 §2
554 §2
Can. 415
§ 1. Alle religieuzen zijn ondergeschikt aan de macht van de plaatselijk Hiërarch in datgene, wat betrekking heeft op de openbare viering van de goddelijke eredienst, op de aan het volk over te dragen prediking van het woord Gods, op de religieuze en zedelijke opvoeding van de Christengelovigen, vooral van kinderen, op het catechetisch en liturgisch onderricht, op de schoonheid van de klerikale staat en eveneens op de verschillende werken in datgene, wat het apostolaat betreft.
§ 1. Alle religieuzen zijn ondergeschikt aan de macht van de plaatselijk Hiërarch in datgene, wat betrekking heeft op de openbare viering van de goddelijke eredienst, op de aan het volk over te dragen prediking van het woord Gods, op de religieuze en zedelijke opvoeding van de Christengelovigen, vooral van kinderen, op het catechetisch en liturgisch onderricht, op de schoonheid van de klerikale staat en eveneens op de verschillende werken in datgene, wat het apostolaat betreft.
Referenties naar alinea 415: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document554 §2
§ 2. De Eparch heeft het recht en de plicht de afzonderlijke kloosters en de huizen van de ordes en congregaties, die in zijn territorium gelegen zijn, in deze zaken te visiteren, zo vaak als hij daar de canonieke visitatie verricht dan wel zo vaak als zwaarwegende redenen naar zijn oordeel dit aanbevelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document554 §2
§ 3. De Eparch kan alleen met de instemming van de bevoegde Oversten aan religieuzen werken van apostolaat of taken, die aan de eparchie eigen zijn, toevertrouwen onverminderd het gemene recht en met inachtneming van de religieuze discipline, de eigen aard en het specifieke doel van de instituten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document554 §2
§ 4. De religieuzen, die buiten het huis een delict hebben gepleegd en die niet door de eigen Overste, door de plaatselijk Hiërarch vooraf gewaarschuwd, worden gestraft, kunnen door deze worden gestraft, ook al hebben zij het huis wettig verlaten en zijn zij in het huis teruggekeerd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
416
Can. 416
De Patriarchen en eveneens de plaatselijk Hiërarchen dienen bijeenkomsten met de Oversten van de religieuzen te bevorderen, op de vastgestelde tijden en zo vaak als dit passend lijkt, opdat ze ten behoeve van de werken van apostolaat, die door de leden worden uitgeoefend, na gezamenlijk overleg eendrachtig voortgaan.
De Patriarchen en eveneens de plaatselijk Hiërarchen dienen bijeenkomsten met de Oversten van de religieuzen te bevorderen, op de vastgestelde tijden en zo vaak als dit passend lijkt, opdat ze ten behoeve van de werken van apostolaat, die door de leden worden uitgeoefend, na gezamenlijk overleg eendrachtig voortgaan.
Referenties naar alinea 416: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
417
Can. 417
Als in de huizen van de instituten van patriarchaal of pauselijk recht of in kerkgebouwen ervan misbruiken zijn binnengeslopen en de Overste, na door de plaatselijk Hiërarch te zijn gewaarschuwd, nagelaten heeft ernaar om te zien, is dezelfde plaatselijk Hiërarch verplicht de zaak terstond voor te leggen aan het gezag, waaraan het instituut zelf rechtstreeks onderworpen is.
Als in de huizen van de instituten van patriarchaal of pauselijk recht of in kerkgebouwen ervan misbruiken zijn binnengeslopen en de Overste, na door de plaatselijk Hiërarch te zijn gewaarschuwd, nagelaten heeft ernaar om te zien, is dezelfde plaatselijk Hiërarch verplicht de zaak terstond voor te leggen aan het gezag, waaraan het instituut zelf rechtstreeks onderworpen is.
Referenties naar alinea 417: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° - Over de Oversten en over de leden van de religieuze instituten (cann. 418-432)
418
Can. 418
§ 1. Hogere Oversten zijn de Praeses van een monastieke confederatie, de Overste van een klooster sui iuris, de generaal Overste van een orde of congregatie, de provinciaal Overste, hun plaatsvervangers en anderen die macht hebben op de wijze van de provinciaals en ook zij die, als bovengenoemden ontbreken, in de tussentijd wettig in het ambt opvolgen.
§ 1. Hogere Oversten zijn de Praeses van een monastieke confederatie, de Overste van een klooster sui iuris, de generaal Overste van een orde of congregatie, de provinciaal Overste, hun plaatsvervangers en anderen die macht hebben op de wijze van de provinciaals en ook zij die, als bovengenoemden ontbreken, in de tussentijd wettig in het ambt opvolgen.
Referenties naar alinea 418: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document413
554 §2
§ 2. Onder de naam Overste van monniken en van overige religieuzen valt niet de plaatselijk Hiërarch en niet de Patriarch onverminderd de canones die aan de Patriarch of de plaatselijk Hiërarch macht ten opzichte van hen toekennen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
419
554 §2
554 §2
Can. 419
§ 1. De Praeses van een monastieke confederatie, de Overste van een niet-geconfedereerd klooster sui iuris en de generaal Overste van een orde of congregatie moeten het verslag over de stand van zaken van de instituten, aan het hoofd waarvan zij staan, tenminste ieder vijfde jaar zenden aan het gezag, waaraan ze rechtstreeks onderworpen zijn, overeenkomstig de formule door hetzelfde gezag bepaald.
§ 1. De Praeses van een monastieke confederatie, de Overste van een niet-geconfedereerd klooster sui iuris en de generaal Overste van een orde of congregatie moeten het verslag over de stand van zaken van de instituten, aan het hoofd waarvan zij staan, tenminste ieder vijfde jaar zenden aan het gezag, waaraan ze rechtstreeks onderworpen zijn, overeenkomstig de formule door hetzelfde gezag bepaald.
Referenties naar alinea 419: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document554 §2
§ 2. De Oversten van de instituten van eparchiaal of patriarchaal recht dienen een afschrift van het verslag ook aan de Apostolische Stoel te zenden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
420
Can. 420
§ 1. De hogere Oversten, die voor de taak van visitator door het typicon van een klooster dan wel door de statuten van een orde of congregatie worden aangewezen, dienen op de daarin vastgestelde tijden alle aan hen onderworpen huizen persoonlijk of, als ze wettig verhinderd zijn, door tussenkomst van anderen te visiteren.
§ 1. De hogere Oversten, die voor de taak van visitator door het typicon van een klooster dan wel door de statuten van een orde of congregatie worden aangewezen, dienen op de daarin vastgestelde tijden alle aan hen onderworpen huizen persoonlijk of, als ze wettig verhinderd zijn, door tussenkomst van anderen te visiteren.
Referenties naar alinea 420: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De leden dienen met de visitator vertrouwvol om te gaan, aan wie, wanneer hij wettig ondervraagt, zij gehouden zijn te antwoorden overeenkomstig de waarheid in caritas; niemand evenwel is het geoorloofd hoe dan ook de leden van deze plicht af te houden dan wel het doel van de visitatie op een andere wijze te verhinderen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document554 §2
§ 3. De plaatselijk Hiërarch moet alle religieuze huizen visiteren, als de hogere Overste, aan wie de visitatie door het recht toekomt, binnen vijf jaar deze niet heeft gevisiteerd en, na te zijn gewaarschuwd door de plaatselijk Hiërarch, nagelaten heeft ze te visiteren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
421
Can. 421
De Oversten zijn aan de zwaarwegende plicht gehouden ervoor te zorgen, dat de aan hen toevertrouwde leden hun leven overeenkomstig het typicon of de eigen statuten inrichten; de Oversten dienen door voorbeeld en aansporing de leden te helpen bij het bereiken van het doel van de religieuze staat, aan hun persoonlijke behoeften passend tegemoet te komen, de zieken met ijver te verzorgen en te bezoeken, onrustigen te berispen, kleinmoedigen te troosten, geduldig te zijn jegens allen.
De Oversten zijn aan de zwaarwegende plicht gehouden ervoor te zorgen, dat de aan hen toevertrouwde leden hun leven overeenkomstig het typicon of de eigen statuten inrichten; de Oversten dienen door voorbeeld en aansporing de leden te helpen bij het bereiken van het doel van de religieuze staat, aan hun persoonlijke behoeften passend tegemoet te komen, de zieken met ijver te verzorgen en te bezoeken, onrustigen te berispen, kleinmoedigen te troosten, geduldig te zijn jegens allen.
Referenties naar alinea 421: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
422
557
557
Can. 422
§ 1. De Oversten dienen een permanente raad te hebben volgens de norm van het typicon of de statuten ingesteld, waarvan zij de hulp bij het uitoefenen van hun ambt moeten gebruiken; in de door het recht voorgeschreven gevallen zijn zij gehouden de instemming dan wel het advies ervan volgens de norm van can. 934[574|+2046 -2052] te vragen.
§ 1. De Oversten dienen een permanente raad te hebben volgens de norm van het typicon of de statuten ingesteld, waarvan zij de hulp bij het uitoefenen van hun ambt moeten gebruiken; in de door het recht voorgeschreven gevallen zijn zij gehouden de instemming dan wel het advies ervan volgens de norm van can. 934[574|+2046 -2052] te vragen.
Referenties naar alinea 422: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document557
§ 2. Door het particulier recht dient te worden bepaald, of in huizen, waarin minder dan zes leden verblijven, er een raad moet zijn of niet.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
423
558 §1
567 §1
558 §1
567 §1
Can. 423
Een klooster, een monastieke confederatie, een orde en een congregatie en de wettig opgerichte provincies en huizen ervan zijn van rechtswege rechtspersonen; hun mogelijkheid evenwel om wereldse goederen te verwerven, te bezitten, te beheren en te vervreemden kunnen het typicon of de statuten uitsluiten dan wel inperken.
Een klooster, een monastieke confederatie, een orde en een congregatie en de wettig opgerichte provincies en huizen ervan zijn van rechtswege rechtspersonen; hun mogelijkheid evenwel om wereldse goederen te verwerven, te bezitten, te beheren en te vervreemden kunnen het typicon of de statuten uitsluiten dan wel inperken.
Referenties naar alinea 423: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
424
558 §2
567 §2
558 §2
567 §2
Can. 424
In het typicon of de statuten dienen de normen te worden bepaald over het gebruik en het beheer van de goederen om de eigen armoede te begunstigen, tot uitdrukking te brengen en te beschermen.
In het typicon of de statuten dienen de normen te worden bepaald over het gebruik en het beheer van de goederen om de eigen armoede te begunstigen, tot uitdrukking te brengen en te beschermen.
Referenties naar alinea 424: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
425
558 §2
567 §2
558 §2
567 §2
Can. 425
De wereldse goederen van de religieuze instituten worden door de cann. 1007 - 1054[574|+2209] beheerst, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
De wereldse goederen van de religieuze instituten worden door de cann. 1007 - 1054[574|+2209] beheerst, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
Referenties naar alinea 425: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
426
Can. 426
De religieuzen, allen en ieder afzonderlijk, de Oversten net zoals de ondergeschikten, moeten niet alleen de geloften die ze hebben afgelegd, getrouw en onverkort in acht nemen, maar ook overeenkomstig het typicon of de statuten, de geest en de voornemens van de stichter getrouw in acht genomen, hun leven inrichten en zo naar de volmaaktheid van hun staat streven.
De religieuzen, allen en ieder afzonderlijk, de Oversten net zoals de ondergeschikten, moeten niet alleen de geloften die ze hebben afgelegd, getrouw en onverkort in acht nemen, maar ook overeenkomstig het typicon of de statuten, de geest en de voornemens van de stichter getrouw in acht genomen, hun leven inrichten en zo naar de volmaaktheid van hun staat streven.
Referenties naar alinea 426: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
427
Can. 427
De religieuzen, allen en ieder afzonderlijk, zijn aan de plichten gehouden, die door het gemene recht de clerici worden voorgeschreven, tenzij anders door het recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
De religieuzen, allen en ieder afzonderlijk, zijn aan de plichten gehouden, die door het gemene recht de clerici worden voorgeschreven, tenzij anders door het recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
Referenties naar alinea 427: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
428
Can. 428
In een religieus instituut wordt een lid met eeuwige geloften als clericus opgenomen door de diaconale wijding of, in geval van een clericus die reeds in enige eparchie is opgenomen, door de eeuwige professie.
In een religieus instituut wordt een lid met eeuwige geloften als clericus opgenomen door de diaconale wijding of, in geval van een clericus die reeds in enige eparchie is opgenomen, door de eeuwige professie.
Referenties naar alinea 428: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
429
Can. 429
Brieven van de religieuzen aan hun Oversten en eveneens aan de plaatselijk Hiërarch, de Patriarch, de Legaat van de Paus en de Apostolische Stoel gezonden en ook brieven, die zij zelf van dezen ontvangen, zijn aan geen enkele inzage onderhevig.
Brieven van de religieuzen aan hun Oversten en eveneens aan de plaatselijk Hiërarch, de Patriarch, de Legaat van de Paus en de Apostolische Stoel gezonden en ook brieven, die zij zelf van dezen ontvangen, zijn aan geen enkele inzage onderhevig.
Referenties naar alinea 429: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
430
89
89
Can. 430
Het is niet geoorloofd louter eretitels van waardigheden of van ambten aan religieuzen te verlenen, tenzij het gaat, wanneer het typicon of de statuten dit toestaan, om titels van ambten van hogere Oversten, die de religieuzen reeds hebben uitgeoefend.
Het is niet geoorloofd louter eretitels van waardigheden of van ambten aan religieuzen te verlenen, tenzij het gaat, wanneer het typicon of de statuten dit toestaan, om titels van ambten van hogere Oversten, die de religieuzen reeds hebben uitgeoefend.
Referenties naar alinea 430: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
431
Can. 431
§ 1.Een religieus kan vanaf de eerste professie zonder de schriftelijk gegeven instemming van de eigen hogere Overste niet tot een waardigheid of een ambt buiten het eigen instituut worden bevorderd met uitzondering van die welke door middel van een verkiezing door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk verricht, worden verleend, en onverminderd can. 89, § 2[574|+166]; na de vervulling van zijn taak moet hij naar het klooster, de orde of congregatie terugkeren.
§ 1.Een religieus kan vanaf de eerste professie zonder de schriftelijk gegeven instemming van de eigen hogere Overste niet tot een waardigheid of een ambt buiten het eigen instituut worden bevorderd met uitzondering van die welke door middel van een verkiezing door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk verricht, worden verleend, en onverminderd can. 89, § 2[574|+166]; na de vervulling van zijn taak moet hij naar het klooster, de orde of congregatie terugkeren.
Referenties naar alinea 431: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De religieus, die Patriarch, Bisschop of Exarch wordt:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° blijft door de geloften gebonden en is nog steeds gehouden aan de overige plichten van zijn professie met uitzondering van datgene, waarvan hijzelf in wijsheid oordeelt, dat het niet met zijn waardigheid in overeenstemming gebracht kan worden; mist actief en passief stemrecht in zijn eigen klooster, orde of congregatie; wordt aan de macht van de Oversten onttrokken en blijft krachtens de gelofte van gehoorzaamheid aan alleen de Paus onderworpen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° na de vervulling van zijn taak evenwel, kan degene, die naar het klooster, de orde of congregatie onverminderd overigens de cann. 62[al:62] en 211[574|+440 -441] terugkeert, actief en passief stemrecht hebben, als het typicon of de statuten dit toestaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De religieus, die Patriarch, Bisschop of Exarch wordt:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° heeft, als hij door de professie de mogelijkheid om de zeggenschap over goederen te verwerven heeft verloren, van de goederen, die hemzelf ten deel vallen, het gebruik, het vruchtgebruik en het beheer; de eigendom evenwel verwerft de Patriarch, de Eparch, de Exarch voor de patriarchale Kerk, de eparchie, het exarchaat; de overigen voor het klooster of de orde;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° herkrijgt, als hij door de professie de zeggenschap over goederen niet heeft verloren, van de goederen, die hij had, het gebruik, het vruchtgebruik en het beheer; de goederen, die daarna hemzelf ten deel vallen, verwerft hij geheel voor zich;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° moet in beide gevallen over de goederen, die hemzelf niet met het oog op zijn persoon ten deel vallen, overeenkomstig de wil van de gevers een regeling treffen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
432
451
517 §2
451
517 §2
Can. 432
Een afhankelijk klooster, een huis of een provincie van een religieus instituut van welke Kerk sui iuris dan ook, ook van de Latijnse Kerk, dat met de instemming van de Apostolische Stoel in een andere Kerk sui iuris wordt opgenomen, moet het recht van deze Kerk in acht nemen met behoud van de voorschriften van het typicon of de statuten, die het interne bestuur van hetzelfde instituut betreffen, en van de privileges door de Apostolische Stoel verleend.
Een afhankelijk klooster, een huis of een provincie van een religieus instituut van welke Kerk sui iuris dan ook, ook van de Latijnse Kerk, dat met de instemming van de Apostolische Stoel in een andere Kerk sui iuris wordt opgenomen, moet het recht van deze Kerk in acht nemen met behoud van de voorschriften van het typicon of de statuten, die het interne bestuur van hetzelfde instituut betreffen, en van de privileges door de Apostolische Stoel verleend.
Referenties naar alinea 432: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over de kloosters (cann. 433-503)
433
Can. 433
§ 1. Een religieus huis, waarin de leden naar de evangelische volmaaktheid streven met inachtneming van de regels en de tradities van het monastieke leven, wordt klooster genoemd.
§ 1. Een religieus huis, waarin de leden naar de evangelische volmaaktheid streven met inachtneming van de regels en de tradities van het monastieke leven, wordt klooster genoemd.
Referenties naar alinea 433: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een klooster sui iuris is dat, dat niet van een ander klooster afhangt en wordt beheerst door het eigen typicon door het bevoegd gezag goedgekeurd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
934
Can. 434
Een klooster is van pauselijk recht, als het door de Apostolische Stoel is opgericht dan wel door middel van een decreet daarvan als zodanig is erkend; van patriarchaal recht, als het stauropegiaal is; van eparchiaal recht, als het door een Bisschop opgericht het erkenningsdecreet van de Apostolische Stoel niet verkregen heeft.
Een klooster is van pauselijk recht, als het door de Apostolische Stoel is opgericht dan wel door middel van een decreet daarvan als zodanig is erkend; van patriarchaal recht, als het stauropegiaal is; van eparchiaal recht, als het door een Bisschop opgericht het erkenningsdecreet van de Apostolische Stoel niet verkregen heeft.
Referenties naar alinea 934: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° - Over de oprichting en over de opheffing van kloosters (cann. 435-440)
435
Can. 435
§ 1. De Eparch is bevoegd een klooster sui iuris op te richten binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk na voorafgaand schriftelijk verleend verlof van de Patriarch, of in de overige gevallen van de Apostolische Stoel.
Geldig tot 8 december 2020: § 1. Episcopi eparchialis est erigere monasterium sui iuris praevia licentia scripto data intra fines territorii Ecclesiae patriarchalis Patriarchae aut in ceteris casibus Sedis Apostolicae.
§ 1. De Eparch is bevoegd een klooster sui iuris op te richten binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk na voorafgaand schriftelijk verleend verlof van de Patriarch, of in de overige gevallen van de Apostolische Stoel.
Geldig tot 8 december 2020: § 1. Episcopi eparchialis est erigere monasterium sui iuris praevia licentia scripto data intra fines territorii Ecclesiae patriarchalis Patriarchae aut in ceteris casibus Sedis Apostolicae.
Referenties naar alinea 435: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Ab initio[8528], d.d. 21-11-2020 van Paus Franciscus van kracht vanaf 08-12-2020.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Aan de Patriarch wordt de oprichting van een stauropegiaal klooster voorbehouden.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
436
Can. 436
§ 1. Welk klooster sui iuris dan ook kan afhankelijke kloosters hebben, waarvan sommige dochters zijn, als ze op grond van de oprichtingsakte zelf of op grond van een decreet overeenkomstig het typicon uitgevaardigd naar de positie van een klooster sui iuris kunnen streven, andere evenwel subsidiair zijn.
§ 1. Welk klooster sui iuris dan ook kan afhankelijke kloosters hebben, waarvan sommige dochters zijn, als ze op grond van de oprichtingsakte zelf of op grond van een decreet overeenkomstig het typicon uitgevaardigd naar de positie van een klooster sui iuris kunnen streven, andere evenwel subsidiair zijn.
Referenties naar alinea 436: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Om geldig een afhankelijk klooster op te richten wordt de schriftelijk gegeven instemming vereist van het gezag, waaraan het klooster sui iuris onderworpen is, en van de Eparch van de plaats, waar dit klooster wordt opgericht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
437
509 §2
509 §2
Can. 437
§ 1. Het verlof om een klooster, ook een afhankelijk, op te richten, brengt het recht met zich mee om een kerkgebouw te hebben en om de gewijde bedieningen te verrichten en ook om vrome werken, die het klooster volgens de norm van het typicon eigen zijn, uit te oefenen met behoud van wettig toegevoegde clausules.
§ 1. Het verlof om een klooster, ook een afhankelijk, op te richten, brengt het recht met zich mee om een kerkgebouw te hebben en om de gewijde bedieningen te verrichten en ook om vrome werken, die het klooster volgens de norm van het typicon eigen zijn, uit te oefenen met behoud van wettig toegevoegde clausules.
Referenties naar alinea 437: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document509 §2
§ 2. Om een school, een gastenhuis of gelijksoortig gebouw afgescheiden van het klooster te bouwen en te openen, wordt voor welk klooster dan ook de schriftelijk gegeven instemming van de Eparch vereist.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document509 §2
§ 3. Om een klooster in andere toepassingen te veranderen, worden dezelfde vormvoorschriften vereist als voor het oprichten daarvan, tenzij het gaat om een verandering, die enkel het interne bestuur en de religieuze discipline betreft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
438
Can. 438
§ 1. De Patriarch is bevoegd binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, een klooster sui iuris of een dochter van eparchiaal recht of een stauropegiaal klooster om een zwaarwegende reden op te heffen met de instemming van de permanente Synode en op verzoek of na raadpleging van de Eparch, als het een klooster van eparchiaal recht is, en na raadpleging van de Overste van het klooster en de Praeses van de confederatie, als het klooster geconfedereerd is, met behoud van opschortend bezwaar bij de Paus.
§ 1. De Patriarch is bevoegd binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, een klooster sui iuris of een dochter van eparchiaal recht of een stauropegiaal klooster om een zwaarwegende reden op te heffen met de instemming van de permanente Synode en op verzoek of na raadpleging van de Eparch, als het een klooster van eparchiaal recht is, en na raadpleging van de Overste van het klooster en de Praeses van de confederatie, als het klooster geconfedereerd is, met behoud van opschortend bezwaar bij de Paus.
Referenties naar alinea 438: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De overige kloosters sui iuris of dochters kan alleen de Apostolische Stoel opheffen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Een subsidiair klooster kan worden opgeheven door een decreet gegeven door de Overste van het klooster, waarvan het afhankelijk is, volgens de norm van het typicon en met de instemming van de Eparch.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De goederen van een opgeheven klooster sui iuris vervallen aan de confederatie, als het geconfedereerd was; anders aan de eparchie of, als het stauropegiaal was, aan de patriarchale Kerk; de goederen echter van een opgeheven afhankelijk klooster vervallen aan het klooster sui iuris; het beslissen over de goederen evenwel van een opgeheven klooster van pauselijk recht wordt aan de Apostolische Stoel voorbehouden met behoud in elk geval van de wil van de gevers.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
439
440 §1
440 §1
Can. 439
§ 1. Meerdere kloosters sui iuris van dezelfde eparchie, die aan de Eparch onderworpen zijn, kunnen een confederatie aangaan met de schriftelijk gegeven instemming van dezelfde Eparch, die ook bevoegd is de statuten van de confederatie goed te keuren.
§ 1. Meerdere kloosters sui iuris van dezelfde eparchie, die aan de Eparch onderworpen zijn, kunnen een confederatie aangaan met de schriftelijk gegeven instemming van dezelfde Eparch, die ook bevoegd is de statuten van de confederatie goed te keuren.
Referenties naar alinea 439: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document440 §1
§ 2. Een confederatie tussen meerdere kloosters sui iuris van diverse eparchieën of stauropegiale kloosters gelegen binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk kan worden aangegaan na raadpleging van de Eparchen, in wier belang het is, en met de instemming van de Patriarch, aan wie het ook voorbehouden wordt om de statuten van de confederatie goed te keuren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document440
§ 3. In de overige gevallen dient over het aangaan van een confederatie de Apostolische Stoel te worden benaderd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
440
Can. 440
§ 1. De aansluiting van een niet-geconfedereerd klooster sui iuris en de afscheiding van een geconfedereerd van een confederatie wordt aan hetzelfde gezag voorbehouden, als bedoeld in can. 439[574|+972 -974].
§ 1. De aansluiting van een niet-geconfedereerd klooster sui iuris en de afscheiding van een geconfedereerd van een confederatie wordt aan hetzelfde gezag voorbehouden, als bedoeld in can. 439[574|+972 -974].
Referenties naar alinea 440: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een confederatie echter binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk kan niet worden opgeheven tenzij door de Patriarch met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk, na raadpleging van de Eparchen, in wier belang het is, en de Praeses van de confederatie met behoud van opschortend bezwaar bij de Paus; de opheffing van de overige confederaties wordt aan de Apostolische Stoel voorbehouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het beslissen over de goederen, die aan de opgeheven confederatie zelf toebehoren, wordt voorbehouden aan het gezag, dat de confederatie heeft opgeheven, met behoud van de wil van de gevers; de Patriarch behoeft in dit geval de instemming van de permanente Synode.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° Over de Oversten, de Synaxes en de economen van de kloosters (cann. 441-447)
441
995
995
Can. 441
§ 1. In de kloosters hebben de Oversten en de Synaxes die macht, die door het gemene recht en het typicon wordt vastgesteld.
§ 1. In de kloosters hebben de Oversten en de Synaxes die macht, die door het gemene recht en het typicon wordt vastgesteld.
Referenties naar alinea 441: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Oversten in kloosters sui iuris hebben bestuursmacht, voor zover ze aan hen door het recht of door het gezag, waaraan zij onderworpen zijn, uitdrukkelijk wordt verleend, onverminderd can. 979[574|+2155 +2156].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De macht van de Praeses van een monastieke confederatie moet naast datgene, wat door het gemene recht is vastgesteld, in de statuten van dezelfde confederatie worden vastgesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
442
Can. 442
Onverminderd het typicon van een klooster sui iuris, dat meer eist, opdat iemand bekwaam is om het ambt van Overste van een klooster sui iuris op zich te nemen, wordt vereist, dat hij de eeuwige professie heeft afgelegd, tenminste tien jaar geprofest is en veertig jaar heeft voltooid.
Onverminderd het typicon van een klooster sui iuris, dat meer eist, opdat iemand bekwaam is om het ambt van Overste van een klooster sui iuris op zich te nemen, wordt vereist, dat hij de eeuwige professie heeft afgelegd, tenminste tien jaar geprofest is en veertig jaar heeft voltooid.
Referenties naar alinea 442: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
443
Can. 443
§ 1. De Overste van een klooster sui iuris wordt gekozen in de Synaxis volgens de normen van het typicon samengekomen en met inachtneming van de cann. 947 - 960[al:947-960], met behoud van het recht van de Eparch om de Keuze-synaxis persoonlijk of door tussenkomst van een ander voor te zitten.
§ 1. De Overste van een klooster sui iuris wordt gekozen in de Synaxis volgens de normen van het typicon samengekomen en met inachtneming van de cann. 947 - 960[al:947-960], met behoud van het recht van de Eparch om de Keuze-synaxis persoonlijk of door tussenkomst van een ander voor te zitten.
Referenties naar alinea 443: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij de verkiezing evenwel van de Overste van een geconfedereerd klooster sui iuris zit de Praeses van dezelfde confederatie de Keuze-synaxis persoonlijk of door tussenkomst van een ander voor.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
444
Can. 444
§ 1. Het ambt van Overste van een klooster sui iuris wordt verleend voor een niet vastgestelde tijd, tenzij het typicon anders bepaalt.
§ 1. Het ambt van Overste van een klooster sui iuris wordt verleend voor een niet vastgestelde tijd, tenzij het typicon anders bepaalt.
Referenties naar alinea 444: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tenzij het typicon anders voorschrijft, worden de Oversten van afhankelijke kloosters aangesteld voor een in het typicon zelf vastgestelde tijd door de Overste van het klooster sui iuris met de instemming van zijn raad, als het klooster een dochter is, na raadpleging evenwel van dezelfde raad, als het subsidiair is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Oversten evenwel, die hun vijfenzeventigste levensjaar hebben voltooid of die wegens zwakke gezondheid of om een andere zwaarwegende reden voor het vervullen van hun ambt minder geschikt zijn geworden, dienen de terugtreding uit hun ambt aan de Synaxis, die bevoegd is deze te aanvaarden, voor te leggen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
445
515 §3
515 §3
Can. 445
De leden van de Keuze-synaxis dienen moeite te doen diegenen te kiezen, die zij in de Heer als waarlijk waardig en geschikt voor het ambt van Overste erkennen, zich onthoudend van welk misbruik dan ook en vooral van het werven van stemmen zowel voor zichzelf als voor anderen.
De leden van de Keuze-synaxis dienen moeite te doen diegenen te kiezen, die zij in de Heer als waarlijk waardig en geschikt voor het ambt van Overste erkennen, zich onthoudend van welk misbruik dan ook en vooral van het werven van stemmen zowel voor zichzelf als voor anderen.
Referenties naar alinea 445: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
446
Can. 446
De Overste dient in het eigen klooster te resideren en daarvan niet weg te gaan tenzij volgens de norm van het typicon.
De Overste dient in het eigen klooster te resideren en daarvan niet weg te gaan tenzij volgens de norm van het typicon.
Referenties naar alinea 446: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
477
Can. 447
§ 1. Voor het beheer van de wereldse goederen dient in het klooster een econoom te zijn, die zijn ambt onder de leiding van de Overste moet uitoefenen.
§ 1. Voor het beheer van de wereldse goederen dient in het klooster een econoom te zijn, die zijn ambt onder de leiding van de Overste moet uitoefenen.
Referenties naar alinea 477: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Overste van een klooster sui iuris mag niet tegelijk het ambt van econoom van hetzelfde klooster bekleden; het ambt evenwel van econoom van een afhankelijk klooster kan, ook al is het beter om het van het ambt van Overste te onderscheiden, toch daarmee worden gecombineerd, als de noodzaak dit eist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De econoom wordt benoemd door de Overste van het klooster sui iuris met de instemming van zijn raad, tenzij het typicon anders bepaalt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° - Over de toelating tot een klooster sui iuris en over het noviciaat (cann. 448-461)
448
517 §1
517 §1
Can. 448
Opdat iemand tot een klooster sui iuris wordt toegelaten, wordt vereist, dat hij door de juiste intentie wordt bewogen, geschikt is om een monastiek leven te leiden en door geen enkel door het recht bepaald beletsel wordt weerhouden.
Opdat iemand tot een klooster sui iuris wordt toegelaten, wordt vereist, dat hij door de juiste intentie wordt bewogen, geschikt is om een monastiek leven te leiden en door geen enkel door het recht bepaald beletsel wordt weerhouden.
Referenties naar alinea 448: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
449
Can. 449
De kandidaat moet, voordat hij tot het noviciaat wordt toegelaten, voor een in het typicon vastgestelde tijdsduur in het klooster verblijven onder de bijzondere zorg van een beproefd lid.
De kandidaat moet, voordat hij tot het noviciaat wordt toegelaten, voor een in het typicon vastgestelde tijdsduur in het klooster verblijven onder de bijzondere zorg van een beproefd lid.
Referenties naar alinea 449: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
450
517 §1
559 §1
567 §1
517 §1
559 §1
567 §1
Can. 450
Onverminderd de voorschriften van het typicon, die meer eisen, kunnen niet geldig tot het noviciaat worden toegelaten:
Onverminderd de voorschriften van het typicon, die meer eisen, kunnen niet geldig tot het noviciaat worden toegelaten:
Referenties naar alinea 450: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document517 §1
559 §1
567 §1
- 1° niet-katholieken;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document517 §1
559 §1
567 §1
- 2° wie met een canonieke straf gestraft zijn met uitzondering van straffen, als bedoeld in can. 1426, § 1[574|+3138];
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document517 §1
559 §1
567 §1
- 3° degenen, die een zware straf wegens een delict te wachten staat, waarvan zij wettig beschuldigd zijn;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document517 §1
559 §1
567 §1
- 4° wie het achttiende levensjaar nog niet hebben voltooid, tenzij het gaat om een klooster, waarin een tijdelijke professie bestaat, in welk geval de leeftijd van zeventien jaar volstaat;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document517 §1
559 §1
567 §1
- 5° wie in het klooster intreden aangezet door dwang, zware vrees dan wel bedrog of degenen, die de Overste, op dezelfde wijze aangezet, opneemt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document517 §1
559 §1
567 §1
- 6° echtgenoten tijdens hun huwelijk;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document517 §1
559 §1
567 §1
- 7° wie gebonden worden door de band van een religieuze professie of door een andere gewijde band in een instituut van gewijd leven, tenzij het om een wettige overgang gaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
451
559 §1
559 §1
Can. 451
Niemand kan geoorloofd tot het noviciaat van een klooster van een andere Kerk sui iuris worden toegelaten zonder het verlof van de Apostolische Stoel, tenzij het om een kandidaat gaat, die bestemd is voor een afhankelijk klooster, als bedoeld in can. 432[574|432], van de eigen Kerk.
Niemand kan geoorloofd tot het noviciaat van een klooster van een andere Kerk sui iuris worden toegelaten zonder het verlof van de Apostolische Stoel, tenzij het om een kandidaat gaat, die bestemd is voor een afhankelijk klooster, als bedoeld in can. 432[574|432], van de eigen Kerk.
Referenties naar alinea 451: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
452
517 §1
517 §1
Can. 452
§ 1. In een eparchie opgenomen clerici kunnen niet geoorloofd tot het noviciaat worden toegelaten tenzij na raadpleging van de eigen Eparch; en zij kunnen niet geoorloofd worden toegelaten, als de Eparch zich verzet op grond van het feit, dat hun vertrek tot ernstig nadeel voor de zielen leidt, dat anders in het geheel niet kan worden vermeden, dan wel als het om degenen gaat, die, voor de gewijde ordes in het klooster bestemd, door enig door het recht bepaald beletsel worden weerhouden.
§ 1. In een eparchie opgenomen clerici kunnen niet geoorloofd tot het noviciaat worden toegelaten tenzij na raadpleging van de eigen Eparch; en zij kunnen niet geoorloofd worden toegelaten, als de Eparch zich verzet op grond van het feit, dat hun vertrek tot ernstig nadeel voor de zielen leidt, dat anders in het geheel niet kan worden vermeden, dan wel als het om degenen gaat, die, voor de gewijde ordes in het klooster bestemd, door enig door het recht bepaald beletsel worden weerhouden.
Referenties naar alinea 452: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document517 §1
§ 2. Eveneens kunnen niet geoorloofd tot een klooster worden toegelaten de ouders, wier hulp noodzakelijk is om hun kinderen groot te brengen en op te voeden, dan wel de kinderen, die hun vader of moeder, hun grootvader of grootmoeder, die in zware nood verkeren, moeten bijstaan, tenzij het klooster anders in de zaak heeft voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
453
Can. 453
§ 1. De Overste van een klooster sui iuris is bevoegd toe te laten tot het noviciaat na raadpleging van zijn raad.
§ 1. De Overste van een klooster sui iuris is bevoegd toe te laten tot het noviciaat na raadpleging van zijn raad.
Referenties naar alinea 453: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document519
§ 2. Voor de Overste zelf moet onder aanwending van passende middelen zekerheid bestaan over de geschiktheid en over de volle vrijheid van de kandidaat bij het kiezen van de monastieke staat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document519
§ 3. Met betrekking tot de door de kandidaten te leveren documenten en eveneens met betrekking tot het verzamelen van diverse getuigenissen over hun goede zeden en geschiktheid, dienen de voorschriften van het typicon in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
454
516
516
Can. 454
In het typicon moeten de normen worden vastgesteld met betrekking tot de bruidsschat, als zij wordt vereist, die door de kandidaten gegeven moet worden en onder het bijzondere toezicht van de plaatselijk Hiërarch beheerd moet worden en eveneens over de gehele bruidsschat die zonder de reeds gerijpte vruchten om welke reden dan ook aan degene die uit het klooster uittreedt teruggegeven moet worden.
In het typicon moeten de normen worden vastgesteld met betrekking tot de bruidsschat, als zij wordt vereist, die door de kandidaten gegeven moet worden en onder het bijzondere toezicht van de plaatselijk Hiërarch beheerd moet worden en eveneens over de gehele bruidsschat die zonder de reeds gerijpte vruchten om welke reden dan ook aan degene die uit het klooster uittreedt teruggegeven moet worden.
Referenties naar alinea 454: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
455
Can. 455
Het noviciaat begint met de aanvaarding van het kloosterhabijt of op een andere in het typicon voorgeschreven wijze.
Het noviciaat begint met de aanvaarding van het kloosterhabijt of op een andere in het typicon voorgeschreven wijze.
Referenties naar alinea 455: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
456
Can. 456
§ 1. Een klooster sui iuris kan eigen novicen hebben, die in hetzelfde klooster onder de leiding van een geschikt lid in het monastieke leven worden ingevoerd.
§ 1. Een klooster sui iuris kan eigen novicen hebben, die in hetzelfde klooster onder de leiding van een geschikt lid in het monastieke leven worden ingevoerd.
Referenties naar alinea 456: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het noviciaat moet, om geldig te zijn, in het klooster sui iuris zelf worden doorlopen dan wel op grond van een beslissing van de Overste na raadpleging van zijn raad in een ander klooster sui iuris van dezelfde confederatie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als evenwel enig klooster sui iuris hetzij geconfedereerd hetzij niet-geconfedereerd de voorschriften over het onderricht van de novicen niet kan vervullen, is de Overste verplicht de novicen naar een ander klooster te zenden, waarin dezelfde voorschriften gewetensvol in acht genomen worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
457
Can. 457
§ 1. Het noviciaat moet, om geldig te zijn, gedurende drie gehele en aaneengesloten jaren worden doorlopen; in kloosters evenwel, waarin een tijdelijke professie voorafgaat aan de eeuwige professie, volstaat één jaar noviciaat.
§ 1. Het noviciaat moet, om geldig te zijn, gedurende drie gehele en aaneengesloten jaren worden doorlopen; in kloosters evenwel, waarin een tijdelijke professie voorafgaat aan de eeuwige professie, volstaat één jaar noviciaat.
Referenties naar alinea 457: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In ieder jaar afzonderlijk van het noviciaat tast de afwezigheid korter dan drie maanden hetzij aaneengesloten hetzij onderbroken de geldigheid niet aan, maar de ontbrekende tijd moet, als hij vijftien dagen overschrijdt, worden aangevuld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het noviciaat mag zich niet langer dan drie jaar uitstrekken onverminderd can. 461, § 2[574|+1024].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
458
Can. 458
§ 1. Aan het hoofd van het onderricht van de novicen moet als leermeester volgens de norm van het typicon een lid worden gesteld in wijsheid, caritas, vroomheid, kennis en naleving van het monastieke leven uitmuntend, tenminste tien jaar geprofest.
§ 1. Aan het hoofd van het onderricht van de novicen moet als leermeester volgens de norm van het typicon een lid worden gesteld in wijsheid, caritas, vroomheid, kennis en naleving van het monastieke leven uitmuntend, tenminste tien jaar geprofest.
Referenties naar alinea 458: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De rechten en plichten van deze leermeester in datgene vooral, wat op de wijze van het onderricht van de novicen en eveneens op de verhoudingen tot de Synaxis en de Overste van het klooster betrekking heeft, dienen in het typicon te worden vastgesteld
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
459
525 §1
525 §1
Can. 459
§ 1. Tijdens het noviciaat moet men er zich voortdurend op toeleggen, dat onder de leiding van de leermeester de ziel van de novice wordt gevormd door de studie van het typicon, door vrome meditaties en volhardend gebed, door datgene grondig te leren, wat betrekking heeft op de geloften en op de deugden, door oefeningen passend om ondeugden uit te roeien, om hartstochten te bedwingen, om deugden te verwerven.
§ 1. Tijdens het noviciaat moet men er zich voortdurend op toeleggen, dat onder de leiding van de leermeester de ziel van de novice wordt gevormd door de studie van het typicon, door vrome meditaties en volhardend gebed, door datgene grondig te leren, wat betrekking heeft op de geloften en op de deugden, door oefeningen passend om ondeugden uit te roeien, om hartstochten te bedwingen, om deugden te verwerven.
Referenties naar alinea 459: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document525 §1
§ 2. Tijdens het noviciaat mogen de novicen niet bestemd worden voor de meer externe werkzaamheden van het klooster en mogen zij zich niet met toegewijde ijver wijden aan de studies van de letteren, de wetenschappen dan wel de kunsten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
460
525 §1
525 §1
Can. 460
Een novice kan van zijn goederen op welke wijze dan ook niet geldig afstand doen dan wel deze verpanden onverminderd can. 467, § 1[574|+1036].
Een novice kan van zijn goederen op welke wijze dan ook niet geldig afstand doen dan wel deze verpanden onverminderd can. 467, § 1[574|+1036].
Referenties naar alinea 460: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
461
525 §1
525 §1
Can. 461
§ 1. Een novice kan een klooster sui iuris vrijelijk verlaten dan wel door de Overste of door de Synaxis overeenkomstig het typicon om een rechtmatige reden worden weggezonden.
§ 1. Een novice kan een klooster sui iuris vrijelijk verlaten dan wel door de Overste of door de Synaxis overeenkomstig het typicon om een rechtmatige reden worden weggezonden.
Referenties naar alinea 461: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document457 §3
525 §1
§ 2. Na afloop van het noviciaat dient de novice, als hij geschikt wordt geoordeeld, tot de professie te worden toegelaten, anders dient hij weggezonden te worden; als evenwel twijfel overblijft over zijn geschiktheid, kan de tijd van het noviciaat volgens de norm van het typicon worden verlengd, maar niet langer dan een jaar.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° - Over de wijding of de monastieke professie (cann. 462-470)
462
Can. 462
§ 1. De monastieke staat wordt voorgoed aangenomen door de eeuwige professie, waarin de drie eeuwige geloften van gehoorzaamheid, kuisheid en armoede worden bevat.
§ 1. De monastieke staat wordt voorgoed aangenomen door de eeuwige professie, waarin de drie eeuwige geloften van gehoorzaamheid, kuisheid en armoede worden bevat.
Referenties naar alinea 462: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij het afleggen van de professie dienen de voorschriften van het typicon en de liturgische boeken in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
463
Can. 463
Wat betreft de diverse graden van de monastieke professie, moet aan het typicon van het klooster vastgehouden worden met behoud van de rechtskracht van de professie overeenkomstig het gemene recht.
Wat betreft de diverse graden van de monastieke professie, moet aan het typicon van het klooster vastgehouden worden met behoud van de rechtskracht van de professie overeenkomstig het gemene recht.
Referenties naar alinea 463: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
464
532
532
Can. 464
Voor de geldigheid van de monastieke eeuwige professie wordt vereist, dat:
Voor de geldigheid van de monastieke eeuwige professie wordt vereist, dat:
Referenties naar alinea 464: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document532
- 1° het noviciaat geldig doorlopen is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document532
- 2° de novice door de Overste van het eigen klooster sui iuris met de instemming van zijn raad tot de professie wordt toegelaten en eveneens de professie door dezelfde Overste persoonlijk of door tussenkomst van een ander wordt aanvaard;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document532
- 3° de professie is uitgesproken en niet door dwang, zware vrees dan wel bedrog is afgelegd of aanvaard;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document532
- 4° het overige dat voor de geldigheid van de professie in het typicon is vereist, wordt vervuld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
465
Can. 465
Datgene, wat door het gemene recht voor de tijdelijke professie wordt voorgeschreven, geldt ook voor de kloosters, waarin een zodanige professie overeenkomstig het typicon aan de eeuwige professie voorafgaat.
Datgene, wat door het gemene recht voor de tijdelijke professie wordt voorgeschreven, geldt ook voor de kloosters, waarin een zodanige professie overeenkomstig het typicon aan de eeuwige professie voorafgaat.
Referenties naar alinea 465: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
466
533
533
Can. 466
De monastieke eeuwige professie maakt met de geloften strijdige handelingen ongeldig, als de handelingen nietig kunnen worden.
De monastieke eeuwige professie maakt met de geloften strijdige handelingen ongeldig, als de handelingen nietig kunnen worden.
Referenties naar alinea 466: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
467
460
533
460
533
Can. 467
§ 1. De kandidaat voor de monastieke eeuwige professie moet binnen zestig dagen vóór de professie van alle goederen, die hij feitelijk heeft, afstand doen aan wie hij verkiest, onder voorwaarde van de aanstaande professie; een vóór deze tijd gedane afstand is van rechtswege nietig.
§ 1. De kandidaat voor de monastieke eeuwige professie moet binnen zestig dagen vóór de professie van alle goederen, die hij feitelijk heeft, afstand doen aan wie hij verkiest, onder voorwaarde van de aanstaande professie; een vóór deze tijd gedane afstand is van rechtswege nietig.
Referenties naar alinea 467: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document533
§ 2. Nadat de professie is afgelegd, dient al datgene terstond te worden gedaan, wat noodzakelijk is, opdat de afstand ook naar burgerlijk recht gevolg verkrijgt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
468
533
533
Can. 468
§ 1. Welke wereldse goederen dan ook een lid op welke titel dan ook na de eeuwige professie ten deel vallen, worden door het klooster verworven.
§ 1. Welke wereldse goederen dan ook een lid op welke titel dan ook na de eeuwige professie ten deel vallen, worden door het klooster verworven.
Referenties naar alinea 468: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document533
§ 2. Voor de schulden en verplichtingen, die een lid na de eeuwige professie is aangegaan met het verlof van de Overste, moet het klooster aansprakelijk zijn; als hij evenwel zonder het verlof van de Overste schulden is aangegaan, moet het lid zelf aansprakelijk zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document533
§ 3. Van kracht blijft echter, dat tegen degene, in wiens voordeel iets op grond van het aangegane contract is uitgevallen, altijd een eis kan worden ingesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
469
Can. 469
Een lid verliest nadat de eeuwige professie is afgelegd van rechtswege alle mogelijke ambten, als hij enige heeft, en de eigen eparchie en hij wordt met vol recht met het klooster verbonden.
Een lid verliest nadat de eeuwige professie is afgelegd van rechtswege alle mogelijke ambten, als hij enige heeft, en de eigen eparchie en hij wordt met vol recht met het klooster verbonden.
Referenties naar alinea 469: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
470
533
533
Can. 470
Een document van de afgelegde eeuwige professie, ondertekend door het lid zelf en door degene, die de professie, ook op grond van delegatie, heeft aanvaard, dient in het archief van het klooster te worden bewaard; de Overste van het eigen klooster sui iuris moet daarvan zo spoedig mogelijk de pastoor in kennis stellen, bij wie het Doopsel van het lid aangetekend is.
Een document van de afgelegde eeuwige professie, ondertekend door het lid zelf en door degene, die de professie, ook op grond van delegatie, heeft aanvaard, dient in het archief van het klooster te worden bewaard; de Overste van het eigen klooster sui iuris moet daarvan zo spoedig mogelijk de pastoor in kennis stellen, bij wie het Doopsel van het lid aangetekend is.
Referenties naar alinea 470: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° - Over het onderricht van de leden en over de monastieke discipline (cann. 471-480)
471
536 §1
536 §1
Can. 471
§ 1. De wijze van onderricht van de leden dient in het typicon zo te worden vastgesteld, dat zij blijvend worden aangespoord tot een vollediger bereiken van een leven van heiligheid en eveneens dat hun gaven van aanleg worden ontwikkeld door studie van de gewijde leer en door verwerving van menselijke beschaving overeenkomstig de behoeften der tijden en zij zo geschikter worden in de uitoefening van de kunsten en werken, die door het klooster wettig worden ondernomen.
§ 1. De wijze van onderricht van de leden dient in het typicon zo te worden vastgesteld, dat zij blijvend worden aangespoord tot een vollediger bereiken van een leven van heiligheid en eveneens dat hun gaven van aanleg worden ontwikkeld door studie van de gewijde leer en door verwerving van menselijke beschaving overeenkomstig de behoeften der tijden en zij zo geschikter worden in de uitoefening van de kunsten en werken, die door het klooster wettig worden ondernomen.
Referenties naar alinea 471: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het onderricht van de monniken, die voor de gewijde ordes worden bestemd, moet bovendien worden verricht overeenkomstig de regeling van het onderricht van de clerici, als bedoeld in can. 330[574|748-750], in het klooster zelf, als het een studiehuis ingericht volgens de norm van can. 340, § 1[574|+741] heeft, dan wel onder de leiding van een beproefde leidinggevende in een ander seminarie of een instituut voor hogere studies door het kerkelijk gezag goedgekeurd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
472
750
750
Can. 472
De Overste van een klooster sui iuris kan volgens de norm van het typicon voor zijn leden met eeuwige geloften de machtigingsbrief tot de heilige wijding geven; deze brief moet worden gezonden aan de Eparch van de plaats, waar het klooster, ook een afhankelijk, gelegen is of, als het om een stauropegiaal klooster gaat, aan de door de Patriarch aangewezen Bisschop.
De Overste van een klooster sui iuris kan volgens de norm van het typicon voor zijn leden met eeuwige geloften de machtigingsbrief tot de heilige wijding geven; deze brief moet worden gezonden aan de Eparch van de plaats, waar het klooster, ook een afhankelijk, gelegen is of, als het om een stauropegiaal klooster gaat, aan de door de Patriarch aangewezen Bisschop.
Referenties naar alinea 472: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
473
Can. 473
§ 1. In de afzonderlijke kloosters dienen dagelijks de goddelijke getijden te worden gevierd volgens de norm van het typicon en de wettige gewoonten; eveneens dient op alle dagen de Goddelijke Liturgie te worden gevierd met uitzondering van die welke door de voorschriften van de liturgische boeken worden uitgezonderd.
§ 1. In de afzonderlijke kloosters dienen dagelijks de goddelijke getijden te worden gevierd volgens de norm van het typicon en de wettige gewoonten; eveneens dient op alle dagen de Goddelijke Liturgie te worden gevierd met uitzondering van die welke door de voorschriften van de liturgische boeken worden uitgezonderd.
Referenties naar alinea 473: 1
Verbum Domini ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document538 §2
§ 2. De Oversten van de kloosters dienen ervoor te zorgen, dat alle leden volgens de norm van het typicon:
Referenties naar deze alinea: 1
Verbum Domini ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document538 §2
- 1° wanneer ze niet wettig verhinderd zijn, dagelijks aan de goddelijke getijden en de Goddelijke Liturgie, zo vaak als ze gevierd wordt, deelnemen, voor de contemplatie van goddelijke zaken vrij zijn en zich met ijver op de andere oefeningen van vroomheid toeleggen;
Referenties naar deze alinea: 1
Verbum Domini ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document538 §2
- 2° vrijelijk en veelvuldig naar geestelijke vaders en biechtvaders kunnen gaan;
Referenties naar deze alinea: 1
Verbum Domini ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document538 §2
- 3° jaarlijks gedurende enkele dagen voor een geestelijke retraite vrij zijn.
Referenties naar deze alinea: 1
Verbum Domini ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
474
Can. 474
§ 1. De leden van de kloosters dienen veelvuldig volgens de norm van het typicon het Boetesacrament te ontvangen.
§ 1. De leden van de kloosters dienen veelvuldig volgens de norm van het typicon het Boetesacrament te ontvangen.
Referenties naar alinea 474: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document538 §3
§ 2. Onverminderd het typicon, dat de belijdenis bij vaste biechtvaders aanbeveelt, kunnen alle leden van een klooster het Boetesacrament ontvangen van welke priester dan ook van de bevoegdheid om dit sacrament te bedienen voorzien, onverminderd de monastieke discipline.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
475
Can. 475
§ 1. In afzonderlijke kloosters dienen meerdere geestelijke vaders en biechtvaders in verhouding tot het aantal leden te worden aangewezen door de Overste zelf van het klooster, als het om presbytermonniken van hetzelfde klooster gaat, die van de bevoegdheid om het Boetesacrament te bedienen zijn voorzien, anders evenwel door de plaatselijk Hiërarch gehoord de Overste van het klooster sui iuris, die voorafgaand de gemeenschap, in wier belang het is, moet raadplegen.
§ 1. In afzonderlijke kloosters dienen meerdere geestelijke vaders en biechtvaders in verhouding tot het aantal leden te worden aangewezen door de Overste zelf van het klooster, als het om presbytermonniken van hetzelfde klooster gaat, die van de bevoegdheid om het Boetesacrament te bedienen zijn voorzien, anders evenwel door de plaatselijk Hiërarch gehoord de Overste van het klooster sui iuris, die voorafgaand de gemeenschap, in wier belang het is, moet raadplegen.
Referenties naar alinea 475: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Voor de kloosters, waarin geen presbytermonniken zijn, dient de plaatselijk Hiërarch op dezelfde wijze een priester aan te wijzen, wiens taak het is in de regel in het klooster de Goddelijke Liturgie te vieren en het woord Gods te prediken, onverminderd can. 612, § 2[574|+1359].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
476
Can. 476
De leden van een klooster dienen zowel binnen als buiten het klooster het kloosterhabijt te dragen, dat door het eigen typicon is voorgeschreven.
De leden van een klooster dienen zowel binnen als buiten het klooster het kloosterhabijt te dragen, dat door het eigen typicon is voorgeschreven.
Referenties naar alinea 476: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
477
Can. 477
§ 1. In het klooster dient het slot in acht genomen te worden op de in het typicon voorgeschreven wijze, met behoud van het recht van de Overste om bij wijze van beschikking en om een zwaarwegende reden personen van de andere sekse tot de aan het slot onderhevige delen toe te laten behalve diegenen, die overeenkomstig het typicon het slot kunnen binnentreden.
§ 1. In het klooster dient het slot in acht genomen te worden op de in het typicon voorgeschreven wijze, met behoud van het recht van de Overste om bij wijze van beschikking en om een zwaarwegende reden personen van de andere sekse tot de aan het slot onderhevige delen toe te laten behalve diegenen, die overeenkomstig het typicon het slot kunnen binnentreden.
Referenties naar alinea 477: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De aan het slot onderhevige delen van het klooster dienen duidelijk aangegeven te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Overste van een klooster sui iuris is met de instemming van zijn raad en na de Eparch in kennis te hebben gesteld bevoegd zorgvuldig de grenzen van het slot voor te schrijven dan wel om een rechtmatige reden te wijzigen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
478
Can. 478
De Overste van een klooster kan toestaan, dat de leden voor een in het typicon vastgestelde tijd buiten het klooster verblijven; voor een afwezigheid evenwel die één jaar overschrijdt tenzij een reden van studie of ziekte zich voordoet, wordt het verlof van het gezag vereist, waaraan het klooster onderworpen is.
De Overste van een klooster kan toestaan, dat de leden voor een in het typicon vastgestelde tijd buiten het klooster verblijven; voor een afwezigheid evenwel die één jaar overschrijdt tenzij een reden van studie of ziekte zich voordoet, wordt het verlof van het gezag vereist, waaraan het klooster onderworpen is.
Referenties naar alinea 478: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
479
624 §2
624 §2
Can. 479
Als naar het oordeel van de plaatselijk Hiërarch de hulp van de kloosters voor het catechetisch onderricht van het volk noodzakelijk is, moeten alle door dezelfde Hiërarch gevraagde Oversten persoonlijk of door tussenkomst van anderen dat onderricht aan het volk geven in de eigen kerkgebouwen.
Als naar het oordeel van de plaatselijk Hiërarch de hulp van de kloosters voor het catechetisch onderricht van het volk noodzakelijk is, moeten alle door dezelfde Hiërarch gevraagde Oversten persoonlijk of door tussenkomst van anderen dat onderricht aan het volk geven in de eigen kerkgebouwen.
Referenties naar alinea 479: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
480
282
282
Can. 480
In een kerkgebouw van een klooster kan geen parochie worden opgericht en kunnen monniken niet tot pastoors worden benoemd zonder de instemming van de Patriarch binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, dan wel in de overige gevallen van de Apostolische Stoel.
In een kerkgebouw van een klooster kan geen parochie worden opgericht en kunnen monniken niet tot pastoors worden benoemd zonder de instemming van de Patriarch binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, dan wel in de overige gevallen van de Apostolische Stoel.
Referenties naar alinea 480: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 6° Over de kluizenaars (cann. 481-485)
481
Can. 481
Een kluizenaar is een lid van een klooster sui iuris, dat zich geheel aan de contemplatie van het hemelse wijdt en zich van de mensen en de wereld geheel afzondert.
Een kluizenaar is een lid van een klooster sui iuris, dat zich geheel aan de contemplatie van het hemelse wijdt en zich van de mensen en de wereld geheel afzondert.
Referenties naar alinea 481: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
482
Can. 482
Om wettig tot het kluizenaarsleven over te gaan, wordt vereist, dat het lid het verlof van de Overste van het klooster sui iuris, waartoe hij behoort, met de instemming van diens raad heeft verkregen en tenminste zes jaar te rekenen vanaf de dag van de eeuwige professie het leven in het klooster heeft doorgebracht.
Om wettig tot het kluizenaarsleven over te gaan, wordt vereist, dat het lid het verlof van de Overste van het klooster sui iuris, waartoe hij behoort, met de instemming van diens raad heeft verkregen en tenminste zes jaar te rekenen vanaf de dag van de eeuwige professie het leven in het klooster heeft doorgebracht.
Referenties naar alinea 482: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
483
Can. 483
De plaats, waar de kluizenaar leeft, dient door de Overste van het klooster te zijn aangewezen en op bijzondere wijze van de wereld en van de overige delen van het klooster afgezonderd te zijn; als evenwel de plaats zich buiten de omheiningen van het klooster bevindt, wordt bovendien de schriftelijk gegeven instemming van de Eparch vereist.
De plaats, waar de kluizenaar leeft, dient door de Overste van het klooster te zijn aangewezen en op bijzondere wijze van de wereld en van de overige delen van het klooster afgezonderd te zijn; als evenwel de plaats zich buiten de omheiningen van het klooster bevindt, wordt bovendien de schriftelijk gegeven instemming van de Eparch vereist.
Referenties naar alinea 483: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
484
Can. 484
De kluizenaar is van de Overste van het klooster afhankelijk en hij wordt door de canones over de monniken en door het typicon van het klooster gebonden, voor zover zij met het kluizenaarsleven in overeenstemming kunnen worden gebracht.
De kluizenaar is van de Overste van het klooster afhankelijk en hij wordt door de canones over de monniken en door het typicon van het klooster gebonden, voor zover zij met het kluizenaarsleven in overeenstemming kunnen worden gebracht.
Referenties naar alinea 484: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
485
Can. 485
De Overste van een klooster sui iuris kan met de instemming van zijn raad aan het kluizenaarsleven om een rechtmatige reden een einde maken, ook tegen de zin van de kluizenaar.
De Overste van een klooster sui iuris kan met de instemming van zijn raad aan het kluizenaarsleven om een rechtmatige reden een einde maken, ook tegen de zin van de kluizenaar.
Referenties naar alinea 485: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 7° Over het stauropegiale klooster (can. 486)
486
Can. 486
§ 1. De Patriarch kan om een zwaarwegende reden na raadpleging van de Eparch en met de instemming van de permanente Synode bij de oprichtingsakte zelf aan een klooster sui iuris de staat van stauropegiaal klooster verlenen.
§ 1. De Patriarch kan om een zwaarwegende reden na raadpleging van de Eparch en met de instemming van de permanente Synode bij de oprichtingsakte zelf aan een klooster sui iuris de staat van stauropegiaal klooster verlenen.
Referenties naar alinea 486: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een stauropegiaal klooster is rechtstreeks aan de Patriarch onderworpen zo, dat alleen hijzelf dezelfde rechten en plichten heeft als de Eparch met betrekking tot een klooster, de daarin opgenomen leden en eveneens de personen, die dag en nacht in het klooster verblijven; de overige aan het klooster toegewezen personen evenwel worden rechtstreeks en exclusief aan de Patriarch ondergeschikt gemaakt in datgene alleen maar, wat op hun taak of ambt betrekking heeft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 8° Over de overgang naar een ander klooster (cann. 487-488)
487
Can. 487
§ 1. Een lid kan niet van een klooster sui iuris naar een ander van dezelfde confederatie overgaan zonder de schriftelijk gegeven instemming van de Praeses van de confederatie.
§ 1. Een lid kan niet van een klooster sui iuris naar een ander van dezelfde confederatie overgaan zonder de schriftelijk gegeven instemming van de Praeses van de confederatie.
Referenties naar alinea 487: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Voor de overgang van een niet-geconfedereerd klooster naar een ander aan hetzelfde gezag onderworpen klooster wordt de instemming van hetzelfde gezag vereist; als evenwel het klooster, waarnaar de overgang plaatsvindt, aan een ander gezag onderworpen is, wordt ook de instemming van dit gezag vereist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Patriarch, de Eparch en de Praeses van een confederatie kunnen deze instemming niet geven tenzij na raadpleging van de Overste van het klooster sui iuris, waarvandaan de overgang plaatsvindt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Voor de geldigheid van de overgang naar een klooster van een andere Kerk sui iuris wordt bovendien de instemming van de Apostolische Stoel vereist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 5. De overgang vindt plaats door de toelating verleend door de Overste van het nieuwe klooster sui iuris met de instemming van de Synaxis.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
488
Can. 488
§ 1. Hij die overgaat naar een ander klooster sui iuris van dezelfde confederatie doorloopt noch het noviciaat noch legt hij een nieuwe professie af en vanaf de dag van de overgang verliest hij de rechten en wordt hij ontslagen van de plichten van het vorige klooster, neemt hij van het andere de rechten en plichten op zich en wordt hij, als hij clericus is, daarin ook als clericus opgenomen.
§ 1. Hij die overgaat naar een ander klooster sui iuris van dezelfde confederatie doorloopt noch het noviciaat noch legt hij een nieuwe professie af en vanaf de dag van de overgang verliest hij de rechten en wordt hij ontslagen van de plichten van het vorige klooster, neemt hij van het andere de rechten en plichten op zich en wordt hij, als hij clericus is, daarin ook als clericus opgenomen.
Referenties naar alinea 488: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Hij die overgaat van een klooster sui iuris naar een ander klooster sui iuris, dat tot geen enkele of tot een verschillende confederatie behoort, dient de voorschriften van het typicon van het klooster in acht te nemen, waarnaar de overgang plaatsvindt, met betrekking tot de plicht om het noviciaat te doorlopen en de professie af te leggen; als evenwel in het typicon dienaangaande niet een regeling wordt getroffen, doorloopt hij noch het noviciaat noch legt hij een nieuwe professie af, maar de gevolgen van de overgang vinden plaats vanaf de dag, waarop de overgang plaatsvindt, tenzij de Overste van het klooster van hem verlangt, dat hij enige tijd, niet langer dan een jaar, op proef in het klooster doorbrengt; nadat de proeftijd is doorgebracht dient hij hetzij door de Overste met de instemming van zijn raad of van de Synaxis volgens de norm van het typicon duurzaam in het nieuwe klooster te worden opgenomen hetzij naar het voormalige klooster terug te keren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Bij de overgang van een klooster sui iuris naar een orde of congregatie dienen onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden de cann. 544 en 545[574|+1214 -1221] in acht genomen te worden..
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document545 §4
§ 4. Het klooster sui iuris, waaruit een lid uittreedt, behoudt de goederen, die vanwege het lid zelf reeds ervoor verworven zijn; voor zover het de bruidsschat betreft, is deze zonder de reeds gerijpte vruchten vanaf de dag van de overgang verschuldigd aan het klooster, waarnaar de overgang plaatsvindt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 9° Over de exclaustratie en over het uittreden uit een klooster (cann. 489-496)
489
548 §2
548 §2
Can. 489
§ 1. Het gezag, waaraan het klooster onderworpen is, kan gehoord de Overste van het klooster sui iuris tezamen met zijn raad, het indult van de exclaustratie uit een klooster sui iuris alleen aan een lid met eeuwige geloften verlenen op verzoek van het lid zelf.
§ 1. Het gezag, waaraan het klooster onderworpen is, kan gehoord de Overste van het klooster sui iuris tezamen met zijn raad, het indult van de exclaustratie uit een klooster sui iuris alleen aan een lid met eeuwige geloften verlenen op verzoek van het lid zelf.
Referenties naar alinea 489: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document548 §2
§ 2. De Eparch kan dit indult alleen voor vijf jaar verlenen.
Geldig tot 15 februari 2022: § 2. Episcopus eparchialis hoc indultum nonnisi ad triennium concedere potest.
Geldig tot 15 februari 2022: § 2. Episcopus eparchialis hoc indultum nonnisi ad triennium concedere potest.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Competentias quasdam decernere[8527|5] d.d. 11-02-2022 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 15-02-2022.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
490
548 §2
548 §2
Can. 490
Op verzoek van de Overste van een klooster sui iuris met de instemming van zijn raad kan exclaustratie worden opgelegd door het gezag, waaraan het klooster onderworpen is, om een zwaarwegende reden met inachtneming van de billijkheid en de caritas.
Op verzoek van de Overste van een klooster sui iuris met de instemming van zijn raad kan exclaustratie worden opgelegd door het gezag, waaraan het klooster onderworpen is, om een zwaarwegende reden met inachtneming van de billijkheid en de caritas.
Referenties naar alinea 490: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
491
548 §2
548 §2
Can. 491
Een geëxclaustreerd lid blijft door de geloften gebonden en is nog steeds gehouden aan de overige plichten van de monastieke professie, die met zijn staat in overeenstemming gebracht kunnen worden; het kloosterhabijt moet hij afleggen; gedurende de tijd van de exclaustratie mist hij actief en passief stemrecht; aan de Eparch van de plaats, waar hij verblijft, in de plaats tredend van de Overste van het eigen klooster, is hij ondergeschikt ook krachtens de gelofte van gehoorzaamheid.
Een geëxclaustreerd lid blijft door de geloften gebonden en is nog steeds gehouden aan de overige plichten van de monastieke professie, die met zijn staat in overeenstemming gebracht kunnen worden; het kloosterhabijt moet hij afleggen; gedurende de tijd van de exclaustratie mist hij actief en passief stemrecht; aan de Eparch van de plaats, waar hij verblijft, in de plaats tredend van de Overste van het eigen klooster, is hij ondergeschikt ook krachtens de gelofte van gehoorzaamheid.
Referenties naar alinea 491: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
492
Can. 492
§ 1. Een lid met eeuwige geloften mag om het indult om uit het klooster uit te treden en naar het seculiere leven terug te keren niet verzoeken tenzij om zeer zwaarwegende redenen ten overstaan van de Heer afgewogen; hij dient zijn verzoek aan de Overste van het klooster sui iuris voor te leggen, die dit tezamen met zijn mening en die van zijn raad aan de Apostolische Stoel moet zenden.
§ 1. Een lid met eeuwige geloften mag om het indult om uit het klooster uit te treden en naar het seculiere leven terug te keren niet verzoeken tenzij om zeer zwaarwegende redenen ten overstaan van de Heer afgewogen; hij dient zijn verzoek aan de Overste van het klooster sui iuris voor te leggen, die dit tezamen met zijn mening en die van zijn raad aan de Apostolische Stoel moet zenden.
Referenties naar alinea 492: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een dergelijk indult wordt aan de Apostolische Stoel voorbehouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
493
546 §2
549 §3
546 §2
549 §3
Can. 493
§ 1. Het indult om uit het klooster uit te treden en naar het seculiere leven terug te keren wettig verleend en aan het lid betekend brengt, tenzij het bij de handeling van de betekening door het lid zelf is verworpen, van rechtswege de dispensatie van de geloften en eveneens van alle uit de professie ontstane plichten met zich mee, niet evenwel van die welke met de gewijde orde verbonden zijn, als het lid in de gewijde orde is aangesteld.
§ 1. Het indult om uit het klooster uit te treden en naar het seculiere leven terug te keren wettig verleend en aan het lid betekend brengt, tenzij het bij de handeling van de betekening door het lid zelf is verworpen, van rechtswege de dispensatie van de geloften en eveneens van alle uit de professie ontstane plichten met zich mee, niet evenwel van die welke met de gewijde orde verbonden zijn, als het lid in de gewijde orde is aangesteld.
Referenties naar alinea 493: 1
Competentias quasdam decernere ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document546 §2
549 §3
§ 2. Als het lid, dat uit het klooster uitgetreden is en naar het seculiere leven is teruggekeerd, weer in het klooster wordt opgenomen, doet hij opnieuw het noviciaat en de professie, net alsof hij nooit aan het religieuze leven was toegewijd.
Referenties naar deze alinea: 1
Competentias quasdam decernere ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
494
502
549 §3
502
549 §3
Can. 494
§ 1. De monnik met eeuwige geloften en in de gewijde orde aangesteld, kan, als hij het indult om uit het klooster uit te treden en naar de wereld terug te keren heeft verkregen, de gewijde ordes niet uitoefenen, totdat hij een Eparch zal hebben gevonden, die hem welwillend opneemt.
§ 1. De monnik met eeuwige geloften en in de gewijde orde aangesteld, kan, als hij het indult om uit het klooster uit te treden en naar de wereld terug te keren heeft verkregen, de gewijde ordes niet uitoefenen, totdat hij een Eparch zal hebben gevonden, die hem welwillend opneemt.
Referenties naar alinea 494: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document502
549 §3
§ 2. De Eparch kan hem hetzij onvoorwaardelijk hetzij op proef voor vijf jaar aannemen; in het eerste geval is de monnik van rechtswege in de eparchie opgenomen, in het andere evenwel na afloop van vijf jaar, tenzij hij tevoren uitdrukkelijk weggezonden is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
495
Can. 495
Een lid, dat na de afgelegde professie het klooster onwettig heeft verlaten, moet zonder uitstel naar het klooster terugkeren; de Oversten moeten hem met bekommernis zoeken en, als hij door waar berouw bewogen terugkeert, opnemen; anders evenwel dient hij volgens de norm van het recht te worden gestraft of zelfs te worden weggezonden.
Een lid, dat na de afgelegde professie het klooster onwettig heeft verlaten, moet zonder uitstel naar het klooster terugkeren; de Oversten moeten hem met bekommernis zoeken en, als hij door waar berouw bewogen terugkeert, opnemen; anders evenwel dient hij volgens de norm van het recht te worden gestraft of zelfs te worden weggezonden.
Referenties naar alinea 495: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
496
Can. 496
Wie gedurende de tijdelijke professie om een zwaarwegende reden uit het klooster wil uittreden en naar het seculiere leven terugkeren, dient zijn verzoek aan de Overste van het klooster sui iuris voor te leggen, aan wie het toekomt, met de instemming van zijn raad, het indult te verlenen, tenzij het particulier recht dit voor kloosters gelegen binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale kerk aan de Patriarch voorbehoudt.
Geldig tot 15 februari 2022: § 1. Qui perdurante professione temporaria gravi de causa a monasterio discedere et ad vitam saecularem redire vult, petitionem suam Superiori monasterii sui iuris deferat.
Wie gedurende de tijdelijke professie om een zwaarwegende reden uit het klooster wil uittreden en naar het seculiere leven terugkeren, dient zijn verzoek aan de Overste van het klooster sui iuris voor te leggen, aan wie het toekomt, met de instemming van zijn raad, het indult te verlenen, tenzij het particulier recht dit voor kloosters gelegen binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale kerk aan de Patriarch voorbehoudt.
Geldig tot 15 februari 2022: § 1. Qui perdurante professione temporaria gravi de causa a monasterio discedere et ad vitam saecularem redire vult, petitionem suam Superiori monasterii sui iuris deferat.
Referenties naar alinea 496: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Competentias quasdam decernere[8527|6] d.d. 11-02-2022 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 15-02-2022.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
Deze tekst is NIET meer geldig vanaf 15 februari 2022:
§ 2. Superior hanc petitionem una cum voto suo suique consilii ad Episcopum eparchialem mittat, cuius est, etsi de monasteriis iuris pontificii agitur, hoc in casu indultum discedendi a monasterio et ad vitam saecularem redeundi concedere, nisi ius particulare id pro monasteriis intra fines territorii Ecclesiae patriarchalis sitis Patriarchae reservat.
§ 2. Superior hanc petitionem una cum voto suo suique consilii ad Episcopum eparchialem mittat, cuius est, etsi de monasteriis iuris pontificii agitur, hoc in casu indultum discedendi a monasterio et ad vitam saecularem redeundi concedere, nisi ius particulare id pro monasteriis intra fines territorii Ecclesiae patriarchalis sitis Patriarchae reservat.
Referenties naar deze alinea: 1
Competentias quasdam decernere ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Competentias quasdam decernere[8527|6] d.d. 11-02-2022 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 15-02-2022.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 10° Over de wegzending van monniken (cann. 497-503)
497
500 §1
502
551
562 §3
500 §1
502
551
562 §3
Can. 497
§ 1. Als van rechtswege uit een klooster weggezonden moet een lid worden beschouwd, dat:
§ 1. Als van rechtswege uit een klooster weggezonden moet een lid worden beschouwd, dat:
Referenties naar alinea 497: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document500 §1
502
551
562 §3
- 1° het katholieke geloof in het openbaar heeft verworpen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document500 §1
502
551
562 §3
- 2° een huwelijk heeft gevierd of ook burgerlijk alleen heeft geprobeerd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document500 §1
502
551
562 §3
§ 2. In deze gevallen dient de Overste van een klooster sui iuris na raadpleging van zijn raad zonder uitstel, na de bewijzen verzameld te hebben, een verklaring over het gebeurde te doen uitgaan, opdat rechtens zekerheid bestaat over de wegzending, en zo spoedig mogelijk hiervan het gezag, waaraan het klooster rechtstreeks onderworpen is, in kennis te stellen.
Referenties naar deze alinea: 1
Expedit ut iura personarum ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
498
551
562 §3
551
562 §3
Can. 498
§ 1. Het lid, dat oorzaak is van dreigende en zeer zware hetzij externe ergernis hetzij schade jegens het klooster, kan door de Overste van een klooster sui iuris met de instemming van diens raad terstond uit het klooster worden verwijderd, na het terstond afleggen van het kloosterhabijt.
§ 1. Het lid, dat oorzaak is van dreigende en zeer zware hetzij externe ergernis hetzij schade jegens het klooster, kan door de Overste van een klooster sui iuris met de instemming van diens raad terstond uit het klooster worden verwijderd, na het terstond afleggen van het kloosterhabijt.
Referenties naar alinea 498: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document551
562 §3
§ 2. De Overste van een klooster sui iuris dient, als het geval zich voordoet, ervoor te zorgen, dat de procesgang tot wegzending volgens de norm van het recht ingezet wordt, dan wel de zaak aan het gezag, waaraan het klooster onderworpen is, voor te leggen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document551
562 §3
§ 3. Het uit het klooster verwijderde lid, dat in de gewijde orde is aangesteld, wordt van de uitoefening van de gewijde orde afgehouden, tenzij het gezag, waaraan het klooster onderworpen is, anders besluit.
Referenties naar deze alinea: 1
Expedit ut iura personarum ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
499
Expedit ut iura personarum ->=geentekst=
Can. 499
Gedurende de tijdelijke professie, kan een lid door de Overste van een klooster sui iuris met de instemming van zijn raad overeenkomstig can. 552, §§ 2 en 3[574|+1239 -1243] worden weggezonden, maar de wegzending moet, om geldig te zijn, worden bevestigd door de Patriarch, als het particulier recht zo bepaalt voor kloosters gelegen binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk.
Geldig tot 15 februari 2022: Perdurante professione temporaria sodalis dimitti potest a Superiore monasterii sui iuris de consensu eius consilii secundum can. 552, §§ 2 et 3[574|+1239 -1243], sed dimissio, ut valeat, confirmari debet ab Episcopo eparchiali vel, si ius particulare ita fert pro monasteriis intra fines territorii Ecclesiae patriarchalis sitis, a Patriarcha.
Gedurende de tijdelijke professie, kan een lid door de Overste van een klooster sui iuris met de instemming van zijn raad overeenkomstig can. 552, §§ 2 en 3[574|+1239 -1243] worden weggezonden, maar de wegzending moet, om geldig te zijn, worden bevestigd door de Patriarch, als het particulier recht zo bepaalt voor kloosters gelegen binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk.
Geldig tot 15 februari 2022: Perdurante professione temporaria sodalis dimitti potest a Superiore monasterii sui iuris de consensu eius consilii secundum can. 552, §§ 2 et 3[574|+1239 -1243], sed dimissio, ut valeat, confirmari debet ab Episcopo eparchiali vel, si ius particulare ita fert pro monasteriis intra fines territorii Ecclesiae patriarchalis sitis, a Patriarcha.
Referenties naar alinea 499: 2
Competentias quasdam decernere ->=geentekst=Expedit ut iura personarum ->=geentekst=
Notities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Competentias quasdam decernere[8527|7] d.d. 11-02-2022 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 15-02-2022.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
500
500 §3
553
562 §3
500 §3
553
562 §3
Can. 500
§ 1. Om een lid met eeuwige geloften weg te zenden, is onverminderd can. 497[574|+1097 -1100] de Praeses van een monastieke confederatie of de Overste van een niet-geconfedereerd klooster sui iuris bevoegd, elk van beiden met de instemming van zijn raad, die in casu, tezamen met de Overste als voorzitter, voor de geldigheid uit tenminste vijf leden moet bestaan zo, dat, als de gewone raadsleden ontbreken of afwezig zijn, anderen volgens de norm van het typicon of de statuten van de confederatie erbij geroepen worden; de stemming echter moet in het geheim plaatsvinden.
§ 1. Om een lid met eeuwige geloften weg te zenden, is onverminderd can. 497[574|+1097 -1100] de Praeses van een monastieke confederatie of de Overste van een niet-geconfedereerd klooster sui iuris bevoegd, elk van beiden met de instemming van zijn raad, die in casu, tezamen met de Overste als voorzitter, voor de geldigheid uit tenminste vijf leden moet bestaan zo, dat, als de gewone raadsleden ontbreken of afwezig zijn, anderen volgens de norm van het typicon of de statuten van de confederatie erbij geroepen worden; de stemming echter moet in het geheim plaatsvinden.
Referenties naar alinea 500: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document553
562 §3
§ 2. Om geldig tot wegzending te besluiten wordt behalve de andere in het typicon wellicht bepaalde voorwaarden vereist, dat:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document553
562 §3
- 1° de redenen van de wegzending zwaarwegend, verwijtbaar en rechtens bewezen zijn tezamen met het ontbreken van verbetering;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document553
562 §3
- 2° aan de wegzending twee waarschuwingen met formele dreiging van wegzending, die vergeefs zijn geweest, vooraf zijn gegaan, tenzij de aard van de reden van de wegzending dit uitsluit;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document553
562 §3
- 3° de redenen van de wegzending aan het lid schriftelijk duidelijk zijn gemaakt, waarbij hem na de afzonderlijke waarschuwingen de volle gelegenheid is gegeven zich te verdedigen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document553
562 §3
- 4° de in het typicon bepaalde nuttige tijd na de laatste waarschuwing is verstreken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document553
562 §3
§ 3. De schriftelijk gegeven antwoorden van het lid worden aan de akten toegevoegd, die aan degenen, als bedoeld in § 1[574|+1105], moeten worden voorgelegd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document553
562 §3
§ 4. Het decreet van wegzending kan niet tot uitvoering worden opgedragen, tenzij het door het gezag, waaraan het klooster onderworpen is, is goedgekeurd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
501
553
562 §3
553
562 §3
Can. 501
§ 1. Het decreet van wegzending dient zo spoedig mogelijk aan het lid, in wiens belang het is, te worden betekend.
§ 1. Het decreet van wegzending dient zo spoedig mogelijk aan het lid, in wiens belang het is, te worden betekend.
Referenties naar alinea 501: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document553
562 §3
§ 2. Het lid kan evenwel tegen het decreet van wegzending binnen dertig dagen met opschortende werking hetzij bezwaar instellen hetzij verzoeken, dat de zaak langs gerechtelijke weg wordt behandeld.
Geldig tot 7 mei 2023: § 2. Het lid kan evenwel tegen het decreet van wegzending binnen vijftien dagen met opschortende werking hetzij bezwaar instellen hetzij verzoeken, dat de zaak langs gerechtelijke weg wordt behandeld.
Geldig tot 15 februari 2022: § 2. Sodalis vero potest adversus decretum dimissionis intra quindecim dies cum effectu suspensivo sive recursum interponere sive, nisi decretum dimissionis a Sede Apostolica confirmatum est, postulare, ut causa via iudiciali tractetur.
Geldig tot 7 mei 2023: § 2. Het lid kan evenwel tegen het decreet van wegzending binnen vijftien dagen met opschortende werking hetzij bezwaar instellen hetzij verzoeken, dat de zaak langs gerechtelijke weg wordt behandeld.
Geldig tot 15 februari 2022: § 2. Sodalis vero potest adversus decretum dimissionis intra quindecim dies cum effectu suspensivo sive recursum interponere sive, nisi decretum dimissionis a Sede Apostolica confirmatum est, postulare, ut causa via iudiciali tractetur.
Referenties naar deze alinea: 3
Competentias quasdam decernere ->=geentekst=Expedit ut iura personarum ->=geentekst=
Expedit ut iura personarum ->=geentekst=
Notities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Competentias quasdam decernere[8527|7] d.d. 11-02-2022 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 15-02-2022. Tevens wijziging conform Motu Proprio Expedit ut iura personarum, [8980|+9] d.d. 02-04-2023 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 07-05-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document553
562 §3
§ 3. Op het bezwaar tegen het decreet van wegzending ziet de Apostolische Stoel, of, als het om een lid gaat, dat een woonplaats binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk heeft, de Patriarch.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document553
562 §3
§ 4. Als evenwel de zaak langs gerechtelijke weg moet worden behandeld, ziet daarop de rechtbank van het rechtstreeks hogere gezag voor degene, die het decreet van wegzending heeft bevestigd; de Overste evenwel, die het decreet van wegzending heeft uitgevaardigd, dient de ter zake verzamelde akten aan dezelfde rechtbank over te dragen en er dient voortgegaan te worden overeenkomstig de canones over het strafgeding met uitsluiting van appel.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
502
553
562 §3
553
562 §3
Can. 502
Door wettige wegzending, met uitsluiting van die, als bedoeld in can. 497[574|+1097 -1100], vervallen van rechtswege alle banden en eveneens de plichten uit de monastieke professie ontstaan en, als het lid in de gewijde orde is aangesteld, moet can. 494[574|+1091 -1092] in acht genomen worden.
Door wettige wegzending, met uitsluiting van die, als bedoeld in can. 497[574|+1097 -1100], vervallen van rechtswege alle banden en eveneens de plichten uit de monastieke professie ontstaan en, als het lid in de gewijde orde is aangesteld, moet can. 494[574|+1091 -1092] in acht genomen worden.
Referenties naar alinea 502: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
503
553
562 §3
553
562 §3
Can. 503
§ 1. Wie wettig uit een klooster uittreedt of daarvan wettig weggezonden is, kan niets daarvan terugvorderen wegens ieder mogelijk werk daarin verricht.
§ 1. Wie wettig uit een klooster uittreedt of daarvan wettig weggezonden is, kan niets daarvan terugvorderen wegens ieder mogelijk werk daarin verricht.
Referenties naar alinea 503: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document553
562 §3
§ 2. Het klooster echter dient de billijkheid en caritas in acht te nemen jegens het lid, dat daarvan afgescheiden wordt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. III - Over de ordes en congregaties (cann. 504-553)
504
Can. 504
§ 1. Een orde is een gemeenschap door het bevoegd kerkelijk gezag opgericht, waarin de leden, ook al zijn zij geen monniken, een professie afleggen, die met de monastieke professie gelijkgesteld wordt.
§ 1. Een orde is een gemeenschap door het bevoegd kerkelijk gezag opgericht, waarin de leden, ook al zijn zij geen monniken, een professie afleggen, die met de monastieke professie gelijkgesteld wordt.
Referenties naar alinea 504: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een congregatie is een gemeenschap door het bevoegd kerkelijk gezag opgericht, waarin de leden een professie afleggen met de drie openbare geloften van gehoorzaamheid, kuisheid en armoede, die echter niet met de monastieke professie gelijkgesteld wordt, maar een eigen kracht heeft volgens de norm van het recht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
505
Can. 505
§ 1. Een orde is van pauselijk recht, als ze door de Apostolische Stoel is opgericht dan wel door middel van een decreet daarvan als zodanig is erkend; van patriarchaal recht evenwel, als ze door de Patriarch opgericht het erkenningsdecreet van de Apostolische Stoel niet verkregen heeft.
§ 1. Een orde is van pauselijk recht, als ze door de Apostolische Stoel is opgericht dan wel door middel van een decreet daarvan als zodanig is erkend; van patriarchaal recht evenwel, als ze door de Patriarch opgericht het erkenningsdecreet van de Apostolische Stoel niet verkregen heeft.
Referenties naar alinea 505: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document563 §2
§ 2. Een congregatie is:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document563 §2
- 1° van pauselijk recht, als ze door de Apostolische Stoel is opgericht dan wel door middel van een decreet daarvan als zodanig is erkend;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document563 §2
- 2° van patriarchaal recht, als ze door de Patriarch is opgericht dan wel door middel van een decreet van deze als zodanig is erkend en het erkenningsdecreet van de Apostolische Stoel niet verkregen heeft;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document563 §2
- 3° van eparchiaal recht, als ze door een Eparch opgericht het erkenningsdecreet van de Apostolische Stoel of van de Patriarch niet verkregen heeft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document554
§ 3. Een orde of congregatie is klerikaal, als ze om reden van het doel of de door de stichter beoogde bedoeling of krachtens een wettige gewoonte onder de leiding van presbyters staat, de aan de gewijde orde eigen bedieningen op zich neemt en als zodanig door het kerkelijk gezag wordt erkend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° - Over de oprichting en over de opheffing van een orde, congregatie, provincie, huis (cann. 506-510)
506
556
566
556
566
Can. 506
§ 1. De Eparch kan alleen congregaties oprichten; maar hij mag die niet oprichten tenzij na voorafgaand schriftelijk verleend verlof van de Apostolische Stoel en bovendien binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk tenzij na raadpleging van de Patriarch.
Geldig tot 8 december 2020: § 1. Episcopus eparchialis erigere potest tantum congregationes; sed eas ne erigat nisi praevia licentia scripto data Sedis Apostolicae et insuper intra fines territorii Ecclesiae patriarchalis nisi consulto Patriarcha.
§ 1. De Eparch kan alleen congregaties oprichten; maar hij mag die niet oprichten tenzij na voorafgaand schriftelijk verleend verlof van de Apostolische Stoel en bovendien binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk tenzij na raadpleging van de Patriarch.
Geldig tot 8 december 2020: § 1. Episcopus eparchialis erigere potest tantum congregationes; sed eas ne erigat nisi praevia licentia scripto data Sedis Apostolicae et insuper intra fines territorii Ecclesiae patriarchalis nisi consulto Patriarcha.
Referenties naar alinea 506: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Ab initio[8528], d.d. 21-11-2020 van Paus Franciscus van kracht vanaf 08-12-2020.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document556
566
§ 2. De Patriarch kan ordes en congregaties oprichten met de instemming van de permanente Synode en na raadpleging van de Apostolische Stoel.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document556
566
§ 3. Binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk kan een congregatie van eparchiaal recht, die over meerdere eparchieën van hetzelfde territorium verspreid is, van patriarchaal recht worden door een decreet van de Patriarch na raadpleging van degenen, in wier belang het is, en met de instemming van de permanente Synode.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
507
510
556
510
556
Can. 507
§ 1. Een wettig opgerichte orde, ook van patriarchaal recht, kan, ook al bestaat ze uit slechts één huis, niet worden opgeheven tenzij door de Apostolische Stoel, waaraan het ook voorbehouden wordt om over de goederen van de opgeheven orde te beslissen met behoud van de wil van de gevers.
§ 1. Een wettig opgerichte orde, ook van patriarchaal recht, kan, ook al bestaat ze uit slechts één huis, niet worden opgeheven tenzij door de Apostolische Stoel, waaraan het ook voorbehouden wordt om over de goederen van de opgeheven orde te beslissen met behoud van de wil van de gevers.
Referenties naar alinea 507: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document510
556
566
§ 2. Een wettig opgerichte congregatie van patriarchaal of eparchiaal recht opheffen kan, ook al bestaat ze uit slechts één huis, behalve de Apostolische Stoel de Patriarch binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, na raadpleging van degenen, in wier belang het is, en met de instemming van de permanente Synode en eveneens van de Apostolische Stoel.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
508
556
556
Can. 508
§ 1. Een provincie geeft een uit meerdere huizen bestaand deel van dezelfde orde of congregatie aan, dat een hogere Overste rechtstreeks bestuurt.
§ 1. Een provincie geeft een uit meerdere huizen bestaand deel van dezelfde orde of congregatie aan, dat een hogere Overste rechtstreeks bestuurt.
Referenties naar alinea 508: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document556
§ 2. Het opdelen van een orde of congregatie in provincies, het samenvoegen van provincies, het anders afbakenen of opheffen en het oprichten van nieuwe, komt toe aan het gezag door de statuten van de orde of congregatie vastgesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document556
§ 3. Het beslissen over de goederen van een opgeheven provincie met behoud van de gerechtigheid en de wil van de gevers komt, tenzij de statuten anders regelen, de generale Synaxis toe of bij dringende noodzaak de generaal Overste met de instemming van zijn raad.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
509
556
566
556
566
Can. 509
§ 1. Een orde of congregatie kan niet geldig een huis oprichten tenzij met de schriftelijk gegeven instemming van de Eparch; als het gaat om het oprichten van een eerste huis van een orde of congregatie van patriarchaal recht in enige eparchie, wordt binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk de instemming van de Patriarch vereist of in de overige gevallen van de Apostolische Stoel.
§ 1. Een orde of congregatie kan niet geldig een huis oprichten tenzij met de schriftelijk gegeven instemming van de Eparch; als het gaat om het oprichten van een eerste huis van een orde of congregatie van patriarchaal recht in enige eparchie, wordt binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk de instemming van de Patriarch vereist of in de overige gevallen van de Apostolische Stoel.
Referenties naar alinea 509: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document556
566
§ 2. Hetgeen in can. 437[574|+965 -967] wordt gezegd, geldt ook voor de huizen van de ordes en congregaties.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
510
556
566
556
566
Can. 510
Een huis van een orde of congregatie kan niet geldig worden opgeheven tenzij na raadpleging van de Eparch; de opheffing evenwel van het enige huis van een orde of congregatie wordt aan dat gezag voorbehouden, dat overeenkomstig can. 507[574|+1133 -1134] bevoegd is de orde zelf of congregatie op te heffen.
Een huis van een orde of congregatie kan niet geldig worden opgeheven tenzij na raadpleging van de Eparch; de opheffing evenwel van het enige huis van een orde of congregatie wordt aan dat gezag voorbehouden, dat overeenkomstig can. 507[574|+1133 -1134] bevoegd is de orde zelf of congregatie op te heffen.
Referenties naar alinea 510: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° - Over de Oversten, over de Synaxes en over de economen in de ordes en congregaties (cann. 511-516)
511
557
995
557
995
Can. 511
§ 1. In de ordes en congregaties hebben de Oversten en de Synaxes die macht, die door het gemene recht en de statuten wordt vastgesteld.
§ 1. In de ordes en congregaties hebben de Oversten en de Synaxes die macht, die door het gemene recht en de statuten wordt vastgesteld.
Referenties naar alinea 511: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document557
§ 2. In klerikale ordes en congregaties van pauselijk of patriarchaal recht echter hebben de Oversten en de Synaxes bovendien bestuursmacht voor het uitwendig en het inwendig bereik volgens de norm van de statuten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
512
557
557
Can. 512
§ 1. De generale Synaxis, die het hogere gezag volgens de norm van de statuten is, dient zo samengesteld te worden, dat zij de gehele orde of congregatie vertegenwoordigend een waar teken van dezelfde eenheid in caritas wordt.
§ 1. De generale Synaxis, die het hogere gezag volgens de norm van de statuten is, dient zo samengesteld te worden, dat zij de gehele orde of congregatie vertegenwoordigend een waar teken van dezelfde eenheid in caritas wordt.
Referenties naar alinea 512: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document557
§ 2. Niet alleen de provincies en de huizen, maar ook elk lid kan zijn wensen vrijelijk aan de generale Synaxis zenden op de in de statuten vastgestelde wijze.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
513
557
557
Can. 513
§ 1. Opdat de leden geldig in het ambt van Overste worden benoemd dan wel gekozen, wordt een passende door de statuten vast te stellen tijd na de eeuwige professie vereist, die, als het om de hogere Oversten gaat, tenminste tien jaar moet zijn te rekenen vanaf de eerste professie.
§ 1. Opdat de leden geldig in het ambt van Overste worden benoemd dan wel gekozen, wordt een passende door de statuten vast te stellen tijd na de eeuwige professie vereist, die, als het om de hogere Oversten gaat, tenminste tien jaar moet zijn te rekenen vanaf de eerste professie.
Referenties naar alinea 513: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document557
§ 2. Als het om de generaal Overste gaat, wordt bovendien voor de geldigheid vereist, dat hij vijfendertig jaar heeft voltooid.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
514
557
557
Can. 514
§ 1. De Oversten dienen voor een vastgestelde tijd en voor een passende tijdsduur te worden aangesteld, tenzij voor de generaal Overste de statuten anders bepalen.
§ 1. De Oversten dienen voor een vastgestelde tijd en voor een passende tijdsduur te worden aangesteld, tenzij voor de generaal Overste de statuten anders bepalen.
Referenties naar alinea 514: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document557
§ 2. Zij kunnen echter, voordat de vastgestelde tijd verstreken is, uit hun ambt worden verwijderd of naar een ander worden overgeplaatst wegens redenen en overeenkomstig de wijze door de statuten vastgesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document557
§ 3. In de statuten dient door passende normen erin te worden voorzien, dat de leden niet langere tijd zonder onderbreking Oversten zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
515
557
557
Can. 515
§ 1. De generaal Overste dient door een verkiezing te worden aangewezen volgens de norm van de statuten.
§ 1. De generaal Overste dient door een verkiezing te worden aangewezen volgens de norm van de statuten.
Referenties naar alinea 515: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document557
§ 2. De overige Oversten dienen volgens de norm van de statuten te worden aangewezen, zo echter, dat zij, als zij gekozen worden, de bevestiging van de bevoegde hogere Overste behoeven; als zij evenwel worden benoemd, dient een passende raadpleging vooraf te gaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Bij de verkiezingen dienen de cann. 947 - 960[al:947-960] en eveneens can. 445[al:445] oprecht in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
516
558 §2
558 §2
Can. 516
§ 1. Voor het beheer van de wereldse goederen dienen in de ordes en congregaties economen te zijn: de generaal econoom, die de goederen van de gehele orde of congregatie, de provinciaal econoom, die ze van een provincie, de plaatselijk econoom, die ze van afzonderlijke huizen moet beheren; en zij allen dienen hun ambt onder de leiding van de Overste uit te oefenen.
§ 1. Voor het beheer van de wereldse goederen dienen in de ordes en congregaties economen te zijn: de generaal econoom, die de goederen van de gehele orde of congregatie, de provinciaal econoom, die ze van een provincie, de plaatselijk econoom, die ze van afzonderlijke huizen moet beheren; en zij allen dienen hun ambt onder de leiding van de Overste uit te oefenen.
Referenties naar alinea 516: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document558 §2
§ 2. Het ambt van generaal econoom en van provinciaal econoom kan een hogere Overste niet zelf vervullen; het ambt evenwel van plaatselijk econoom kan, ook al is het beter om het van het ambt van Overste te onderscheiden, toch daarmee worden gecombineerd, als de noodzaak dit eist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document558 §2
§ 3. Als de statuten over de wijze om economen aan te wijzen zwijgen, dienen dezen door de hogere Overste met de instemming van zijn raad te worden benoemd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° - Over de toelating tot de ordes en congregaties en over het noviciaat (cann. 517-525)
517
Can. 517
§ 1. De vereiste leeftijd voor de geldige toelating tot het noviciaat van een orde of congregatie is het voltooide zeventiende jaar; met betrekking tot de overige vereisten voor de toelating tot het noviciaat dienen de cann. 448[574|+994], 450[574|+996 -1003], 452[574|+1005 -1006] en 454[574|+1010] in acht genomen te worden.
§ 1. De vereiste leeftijd voor de geldige toelating tot het noviciaat van een orde of congregatie is het voltooide zeventiende jaar; met betrekking tot de overige vereisten voor de toelating tot het noviciaat dienen de cann. 448[574|+994], 450[574|+996 -1003], 452[574|+1005 -1006] en 454[574|+1010] in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 517: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tot het noviciaat van een religieus instituut van een andere Kerk sui iuris kan niemand zonder het verlof van de Apostolische Stoel geoorloofd worden toegelaten, tenzij het om een kandidaat gaat, die bestemd is voor een provincie of een huis, als bedoeld in can. 432[574|432], van de eigen Kerk.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
518
Can. 518
Voordat een kandidaat tot het noviciaat wordt toegelaten, dient hij passend voorbereid te zijn onder de bijzondere zorg van een beproefd lid voor de tijd en overeenkomstig de wijze door de statuten vastgesteld.
Voordat een kandidaat tot het noviciaat wordt toegelaten, dient hij passend voorbereid te zijn onder de bijzondere zorg van een beproefd lid voor de tijd en overeenkomstig de wijze door de statuten vastgesteld.
Referenties naar alinea 518: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
519
Can. 519
Het recht om kandidaten tot het noviciaat toe te laten komt de hogere Oversten toe volgens de norm van de statuten met inachtneming van can. 453, §§ 2 en 3[574|+1008 -1009].
Het recht om kandidaten tot het noviciaat toe te laten komt de hogere Oversten toe volgens de norm van de statuten met inachtneming van can. 453, §§ 2 en 3[574|+1008 -1009].
Referenties naar alinea 519: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
520
Can. 520
Het noviciaat begint op de door de statuten voorgeschreven wijze.
Het noviciaat begint op de door de statuten voorgeschreven wijze.
Referenties naar alinea 520: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
521
Can. 521
De oprichting, de verplaatsing en de opheffing van de zetel van het noviciaat wordt verricht door middel van een decreet van de generaal Overste met de instemming van zijn raad.
De oprichting, de verplaatsing en de opheffing van de zetel van het noviciaat wordt verricht door middel van een decreet van de generaal Overste met de instemming van zijn raad.
Referenties naar alinea 521: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
522
562 §3
562 §3
Can. 522
§ 1. Het noviciaat moet om geldig te zijn, in het huis worden doorlopen, waarin de zetel van het noviciaat is; in bijzondere gevallen en bij wijze van uitzondering op grond van toestemming van de generaal Overste met de instemming van zijn raad kan het noviciaat in een ander huis van dezelfde orde of congregatie worden doorlopen onder de leiding van enig beproefd lid, dat in de plaats van de novicenmeester treedt.
§ 1. Het noviciaat moet om geldig te zijn, in het huis worden doorlopen, waarin de zetel van het noviciaat is; in bijzondere gevallen en bij wijze van uitzondering op grond van toestemming van de generaal Overste met de instemming van zijn raad kan het noviciaat in een ander huis van dezelfde orde of congregatie worden doorlopen onder de leiding van enig beproefd lid, dat in de plaats van de novicenmeester treedt.
Referenties naar alinea 522: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document562 §3
§ 2. De hogere Overste kan toestaan, dat een groep novicen voor een bepaalde tijdsduur in een ander door hem aangewezen huis van de eigen orde of congregatie verblijft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
523
Can. 523
§ 1. Voor de geldigheid van het noviciaat wordt vereist, dat het een geheel en aaneengesloten jaar omvat; de afwezigheid evenwel korter dan drie maanden hetzij aaneengesloten hetzij onderbroken tast de geldigheid niet aan, maar de ontbrekende tijd moet, als hij vijftien dagen overschrijdt, worden aangevuld, ook al was hij aan apostolische oefeningen ter voltooiing van het onderricht van de novicen toegewijd.
§ 1. Voor de geldigheid van het noviciaat wordt vereist, dat het een geheel en aaneengesloten jaar omvat; de afwezigheid evenwel korter dan drie maanden hetzij aaneengesloten hetzij onderbroken tast de geldigheid niet aan, maar de ontbrekende tijd moet, als hij vijftien dagen overschrijdt, worden aangevuld, ook al was hij aan apostolische oefeningen ter voltooiing van het onderricht van de novicen toegewijd.
Referenties naar alinea 523: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als een langere tijd van het noviciaat in de statuten wordt voorgeschreven, wordt die niet vereist, opdat de professie geldt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
524
Can. 524
§ 1. Aan het hoofd van het onderricht van de novicen moet als leermeester volgens de norm van de statuten een lid worden gesteld in wijsheid, caritas, vroomheid, kennis en naleving van de religieuze staat uitmuntend, tenminste tien jaar geprofest en, als het om een klerikale orde of congregatie gaat, in de orde van het presbyteraat aangesteld.
§ 1. Aan het hoofd van het onderricht van de novicen moet als leermeester volgens de norm van de statuten een lid worden gesteld in wijsheid, caritas, vroomheid, kennis en naleving van de religieuze staat uitmuntend, tenminste tien jaar geprofest en, als het om een klerikale orde of congregatie gaat, in de orde van het presbyteraat aangesteld.
Referenties naar alinea 524: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Aan de leermeester dienen, als het nodig is, medewerkers te worden gegeven, die in alles aan hem ondergeschikt moeten zijn met betrekking tot de leiding van het noviciaat en het onderricht van de novicen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Alleen de leermeester is bevoegd voor het onderricht van de novicen te zorgen en alleen hemzelf komt de leiding van het noviciaat toe zo, dat het niemand geoorloofd is onder welk voorwendsel dan ook zich daarin te mengen met uitzondering van die Oversten aan wie dit door de statuten wordt toegestaan, en van de visitators; wat de religieuze discipline evenwel van het gehele huis betreft, is de leermeester, zoals ook de novicen, aan de Overste ondergeschikt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De novice is aan de macht van de leermeester en de Oversten ondergeschikt en is gehouden hen te gehoorzamen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
525
Can. 525
§ 1. Datgene, wat in de cann. cann. 459 - 461[574|+1020 -1024] wordt voorgeschreven, geldt ook voor de ordes en congregaties.
§ 1. Datgene, wat in de cann. cann. 459 - 461[574|+1020 -1024] wordt voorgeschreven, geldt ook voor de ordes en congregaties.
Referenties naar alinea 525: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document529 §4
§ 2. Voordat hij de tijdelijke professie aflegt, moet de novice voor de gehele tijd, waarin hij door die professie gebonden is, het beheer van zijn goederen, die hij feitelijk heeft en die hemzelf wellicht daarna zullen toevallen, afstaan aan wie hij verkiest, en over het gebruik ervan en het vruchtgebruik vrijelijk een regeling treffen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° - Over de professie in de ordes en congregaties (cann. 526-535)
526
532
532
Can. 526
§ 1. De tijdelijke professie dient met de drie geloften van gehoorzaamheid, kuisheid en armoede te worden afgelegd voor de in de statuten vastgestelde tijd.
§ 1. De tijdelijke professie dient met de drie geloften van gehoorzaamheid, kuisheid en armoede te worden afgelegd voor de in de statuten vastgestelde tijd.
Referenties naar alinea 526: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document532
§ 2. Deze professie kan volgens de norm van de statuten meerdere malen worden vernieuwd zo echter, dat zij zich in totaal nooit tot een tijd, die korter dan drie jaar of langer dan zes jaar is, uitstrekt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
527
Can. 527
Voor de geldigheid van de tijdelijke professie wordt vereist, dat:
Voor de geldigheid van de tijdelijke professie wordt vereist, dat:
Referenties naar alinea 527: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° het noviciaat geldig doorlopen is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de novice door de bevoegde Overste overeenkomstig de statuten met de instemming van zijn raad tot de professie wordt toegelaten en eveneens de professie door dezelfde Overste persoonlijk of door tussenkomst van een ander wordt aanvaard;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de professie is uitgesproken en niet door dwang, zware vrees dan wel bedrog is afgelegd of aanvaard;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° het overige dat voor de geldigheid van de professie in de statuten is vereist, wordt vervuld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
528
Can. 528
Een lid met tijdelijke geloften is aan dezelfde plicht gehouden als een lid met eeuwige geloften om de statuten na te leven; hij mist actief en passief stemrecht, tenzij anders in de statuten uitdrukkelijk wordt geregeld.
Een lid met tijdelijke geloften is aan dezelfde plicht gehouden als een lid met eeuwige geloften om de statuten na te leven; hij mist actief en passief stemrecht, tenzij anders in de statuten uitdrukkelijk wordt geregeld.
Referenties naar alinea 528: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
529
534 1°
534 1°
Can. 529
§ 1. De tijdelijke professie maakt met de geloften strijdige handelingen ongeoorloofd, maar niet ongeldig.
§ 1. De tijdelijke professie maakt met de geloften strijdige handelingen ongeoorloofd, maar niet ongeldig.
Referenties naar alinea 529: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document534 1°
§ 2. Deze professie ontneemt een lid niet de eigendom van zijn goederen en niet de mogelijkheid om andere goederen te verwerven; een lid echter is het niet geoorloofd door een handeling onder levenden van de zeggenschap over zijn goederen op begunstigende titel afstand te doen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document534 1°
§ 3. Al wat echter een lid met tijdelijke geloften door zijn toewijding dan wel met het oog op de orde of congregatie verwerft, verwerft hij voor de orde zelf of congregatie; tenzij het tegendeel wettig wordt bewezen, wordt het lid verondersteld te verwerven met het oog op de orde of congregatie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document534 1°
§ 4. De afstand of de regeling, als bedoeld in can. 525, § 2[574|+1173], kan een lid met tijdelijke geloften wijzigen weliswaar niet naar eigen goeddunken, maar met de instemming van de hogere Overste, mits de wijziging althans voor een aanzienlijk deel van de goederen niet verricht wordt ten gunste van de orde of congregatie; door het uittreden echter uit de orde of congregatie houdt de afstand en de regeling van dien aard op van kracht te zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document534 1°
§ 5. Als een lid met tijdelijke geloften schulden en verplichtingen is aangegaan, moet hijzelf aansprakelijk zijn, tenzij hij met het verlof van de Overste een aangelegenheid van de orde of congregatie heeft behartigd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document534 1°
§ 6. Nadat de tijdelijke professie is afgelegd, zijn van rechtswege alle mogelijke ambten van de geprofeste vacant.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
530
Can. 530
In congregaties dient een lid tenminste vóór de eeuwige professie vrijelijk een testament op te stellen, dat ook naar burgerlijk recht geldig moet zijn.
In congregaties dient een lid tenminste vóór de eeuwige professie vrijelijk een testament op te stellen, dat ook naar burgerlijk recht geldig moet zijn.
Referenties naar alinea 530: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
531
Can. 531
Door middel van de eeuwige professie neemt een lid de religieuze staat voorgoed aan, verliest hij de eigen eparchie en wordt hij met de orde of congregatie met vol recht verbonden.
Door middel van de eeuwige professie neemt een lid de religieuze staat voorgoed aan, verliest hij de eigen eparchie en wordt hij met de orde of congregatie met vol recht verbonden.
Referenties naar alinea 531: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit documentCan. 532
Voor de geldigheid van de eeuwige professie wordt behalve de vereisten, als bedoeld in can. 464[574|+1029 -1033], vereist, dat de tijdelijke professie volgens de norm van can. 526[574|+1175 -1176] is voorafgegaan.
Voor de geldigheid van de eeuwige professie wordt behalve de vereisten, als bedoeld in can. 464[574|+1029 -1033], vereist, dat de tijdelijke professie volgens de norm van can. 526[574|+1175 -1176] is voorafgegaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
533
Can. 533
In ordes wordt de eeuwige professie met de monastieke eeuwige professie gelijkgesteld; derhalve gelden daarvoor de cann. 466 - 468[574|+1035 -1039].
In ordes wordt de eeuwige professie met de monastieke eeuwige professie gelijkgesteld; derhalve gelden daarvoor de cann. 466 - 468[574|+1035 -1039].
Referenties naar alinea 533: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
534
Can. 534
In congregaties:
In congregaties:
Referenties naar alinea 534: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° blijven de canonieke gevolgen van de eeuwige professie dezelfde als in can. 529[574|+1183 -1188] over de tijdelijke professie worden vastgesteld, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° kan de hogere Overste met de instemming van zijn raad aan een lid met eeuwige geloften, dat hierom verzoekt, het verlof om zijn goederen af te staan met behoud van de normen van wijsheid verlenen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° is de generale Synaxis bevoegd in de statuten, als het passend lijkt, een bindende verklaring van afstand van het door een lid verworven of te verwerven vermogen in te voeren, die echter vóór de eeuwige professie niet kan worden gedaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
535
Can. 535
§ 1. Bij het afleggen van welke professie dan ook dienen de voorschriften van de statuten in acht genomen te worden.
§ 1. Bij het afleggen van welke professie dan ook dienen de voorschriften van de statuten in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 535: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een document van de afgelegde professie ondertekend door het lid zelf en door degene, die de professie, ook op grond van delegatie, heeft aanvaard, dient in het archief van de orde of congregatie te worden bewaard; als het om de eeuwige professie gaat, moet de hogere Overste daarvan zo spoedig mogelijk de pastoor in kennis stellen, bij wie het doopsel van het lid aangetekend is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° - Over het onderricht van de leden en over de religieuze discipline in de ordes en congregaties (cann. 536-543)
536
Can. 536
§ 1. De wijze van onderricht van de leden wordt met inachtneming van can. 471, § 1[574|+1041] in de statuten vastgesteld.
§ 1. De wijze van onderricht van de leden wordt met inachtneming van can. 471, § 1[574|+1041] in de statuten vastgesteld.
Referenties naar alinea 536: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het onderricht van de leden, die voor de gewijde ordes worden bestemd, moet bovendien worden verricht overeenkomstig de regeling van het onderricht van de clerici, als bedoeld in can. 330[574|+748 -750], in een studiehuis van een orde of congregatie, dat door de generale Synaxis of door de hogere Oversten volgens de norm van de statuten is goedgekeurd; als evenwel over een eigen studiehuis volgens de norm van can. 340, § 1[574|+741] niet kan worden beschikt, moeten de leden onder de leiding van een beproefde leidinggevende worden onderricht in een ander seminarie of een instituut voor hogere studies door het kerkelijk gezag goedgekeurd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
537
750 §1
750 §1
Can. 537
§ 1. De hogere Oversten kunnen volgens de norm van de statuten de machtigingsbrief tot de heilige wijding voor de leden met eeuwige geloften geven.
§ 1. De hogere Oversten kunnen volgens de norm van de statuten de machtigingsbrief tot de heilige wijding voor de leden met eeuwige geloften geven.
Referenties naar alinea 537: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document560 §1
750 §1
§ 2. De Bisschop, aan wie de Overste de machtigingsbrief moet zenden, is de Eparch van de plaats, waar de wijdeling een woonplaats heeft; aan een andere Bisschop evenwel, als de Eparch daartoe verlof heeft gegeven dan wel van een andere Kerk sui iuris dan de wijdeling is dan wel afwezig is dan wel tenslotte, als de eparchiale zetel vacant is en iemand die niet tot Bisschop gewijd is, hem bestuurt; en het is nodig, dat hierover voor de wijdende Bisschop in afzonderlijke gevallen zekerheid bestaat door een authentiek document van de eparchiale curie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
538
Can. 538
§ 1. In de afzonderlijke huizen van de ordes en congregaties dienen de goddelijke getijden volgens de norm van de statuten en de wettige gewoonten te worden gevierd.
§ 1. In de afzonderlijke huizen van de ordes en congregaties dienen de goddelijke getijden volgens de norm van de statuten en de wettige gewoonten te worden gevierd.
Referenties naar alinea 538: 1
Verbum Domini ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Oversten dienen ervoor te zorgen, dat alle leden volgens de norm van de statuten datgene, wat in can. 473, § 2[574|+1048] wordt voorgeschreven, vervullen.
Referenties naar deze alinea: 1
Verbum Domini ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De leden van de ordes en congregaties dienen het boetesacrament veelvuldig te ontvangen en can. 474, § 2[574|+1053] dient in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 1
Verbum Domini ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
539
Can. 539
§ 1. De Oversten dienen ervoor te zorgen, dat de leden geschikte biechtvaders ter beschikking staan.
§ 1. De Oversten dienen ervoor te zorgen, dat de leden geschikte biechtvaders ter beschikking staan.
Referenties naar alinea 539: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In klerikale ordes en congregaties van pauselijk of patriarchaal recht dienen de biechtvaders door de hogere Overste volgens de norm van de statuten te worden aangewezen; in de overige gevallen evenwel door de plaatselijk Hiërarch gehoord de Overste, die voorafgaand de gemeenschap, in wier belang het is, moet raadplegen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
540
Can. 540
Voor zover het het habijt van de leden betreft, moet aan de voorschriften van de statuten vastgehouden worden en buiten de eigen huizen ook aan de normen van de Eparch.
Voor zover het het habijt van de leden betreft, moet aan de voorschriften van de statuten vastgehouden worden en buiten de eigen huizen ook aan de normen van de Eparch.
Referenties naar alinea 540: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
541
Can. 541
De normen met betrekking tot het slot dienen in de statuten van de afzonderlijke ordes en congregaties overeenkomstig de eigen aard vastgesteld te worden onverminderd het recht van de Oversten, ook de plaatselijke, om bij wijze van beschikking en om een rechtmatige reden iets anders toe te staan.
De normen met betrekking tot het slot dienen in de statuten van de afzonderlijke ordes en congregaties overeenkomstig de eigen aard vastgesteld te worden onverminderd het recht van de Oversten, ook de plaatselijke, om bij wijze van beschikking en om een rechtmatige reden iets anders toe te staan.
Referenties naar alinea 541: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
542
624 §2
624 §2
Can. 542
De Oversten dienen ervoor te zorgen, dat de door hen aangewezen leden vooral in de eparchie, waarin zij verblijven, als door de plaatselijk Hiërarch of de pastoor hun hulp wordt gevraagd om voor de behoeften van de Christengelovigen te zorgen, die bereidwillig verschaffen binnen en buiten de eigen kerkgebouwen met behoud van de aard van het instituut en de religieuze discipline.
De Oversten dienen ervoor te zorgen, dat de door hen aangewezen leden vooral in de eparchie, waarin zij verblijven, als door de plaatselijk Hiërarch of de pastoor hun hulp wordt gevraagd om voor de behoeften van de Christengelovigen te zorgen, die bereidwillig verschaffen binnen en buiten de eigen kerkgebouwen met behoud van de aard van het instituut en de religieuze discipline.
Referenties naar alinea 542: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
543
Can. 543
Een lid van een orde of congregatie, dat pastoor is, blijft door de geloften gebonden en is nog steeds gehouden aan de overige plichten van zijn professie en eveneens aan de statuten, voor zover de naleving hiervan met de plichten van zijn ambt kan samengaan; wat de religieuze discipline betreft, is hij aan de Overste ondergeschikt, in datgene evenwel, wat op het pastoorsambt betrekking heeft, heeft hij dezelfde rechten en plichten als de overige pastoors en is hij op dezelfde wijze aan de Eparch ondergeschikt.
Een lid van een orde of congregatie, dat pastoor is, blijft door de geloften gebonden en is nog steeds gehouden aan de overige plichten van zijn professie en eveneens aan de statuten, voor zover de naleving hiervan met de plichten van zijn ambt kan samengaan; wat de religieuze discipline betreft, is hij aan de Overste ondergeschikt, in datgene evenwel, wat op het pastoorsambt betrekking heeft, heeft hij dezelfde rechten en plichten als de overige pastoors en is hij op dezelfde wijze aan de Eparch ondergeschikt.
Referenties naar alinea 543: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 6° - Over de overgang naar een andere orde of congregatie dan wel naar een klooster sui iuris (cann. 544-545)
544
488 §3
488 §3
Can. 544
§ 1. Binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk kan een lid geldig naar een ander religieus instituut overgaan met de schriftelijk gegeven instemming van de Patriarch en met de instemming van de eigen generaal Overste en van de generaal Overste van de orde of congregatie, waarnaar hij wil overgaan, dan wel, als het om de overgang naar een klooster gaat, van de Overste van het klooster sui iuris; om deze instemming te verlenen behoeven de Oversten de voorafgaande instemming van hun raad of, als het om een klooster gaat, van de Synaxis.
§ 1. Binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk kan een lid geldig naar een ander religieus instituut overgaan met de schriftelijk gegeven instemming van de Patriarch en met de instemming van de eigen generaal Overste en van de generaal Overste van de orde of congregatie, waarnaar hij wil overgaan, dan wel, als het om de overgang naar een klooster gaat, van de Overste van het klooster sui iuris; om deze instemming te verlenen behoeven de Oversten de voorafgaande instemming van hun raad of, als het om een klooster gaat, van de Synaxis.
Referenties naar alinea 544: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document488 §3
§ 2. Een lid kan geldig van een congregatie van eparchiaal recht naar een ander religieus instituut van eparchiaal recht overgaan met de schriftelijk gegeven instemming van de Eparch van de plaats, waar het voornaamste huis van het religieus instituut is, waarnaar de overgang plaatsvindt, na raadpleging van de generaal Overste van de congregatie, waarvandaan de overgang plaatsvindt, en met de instemming van de generaal Overste van de congregatie dan wel van de Overste van het klooster sui iuris, waarnaar de overgang plaatsvindt; om deze instemming te verlenen behoeven de Oversten de voorafgaande instemming van hun raad of, als het om een klooster gaat, van de Synaxis.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document488 §3
§ 3. In de overige gevallen kan een lid niet geldig naar een ander religieus instituut overgaan tenzij met de instemming van de Apostolische Stoel.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document488 §3
§ 4. Voor de geldigheid van de overgang naar een religieus instituut van een andere Kerk sui iuris wordt de instemming van de Apostolische Stoel vereist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
545
488 §3
488 §3
Can. 545
§ 1. Hij die overgaat moet het noviciaat geheel doorlopen, tenzij de generaal Overste of de Overste van het klooster sui iuris, elk van beiden met de instemming van zijn raad, de tijd van het noviciaat wegens bijzondere omstandigheden vermindert, maar niet korter dan zes maanden; tijdens het noviciaat zijn bij blijvende geloften de rechten en particuliere plichten, die het lid in de vorige orde of congregatie had, opgeschort en is hijzelf aan de Oversten en de novicenmeester van het nieuwe religieus instituut ondergeschikt ook krachtens de gelofte van gehoorzaamheid.
§ 1. Hij die overgaat moet het noviciaat geheel doorlopen, tenzij de generaal Overste of de Overste van het klooster sui iuris, elk van beiden met de instemming van zijn raad, de tijd van het noviciaat wegens bijzondere omstandigheden vermindert, maar niet korter dan zes maanden; tijdens het noviciaat zijn bij blijvende geloften de rechten en particuliere plichten, die het lid in de vorige orde of congregatie had, opgeschort en is hijzelf aan de Oversten en de novicenmeester van het nieuwe religieus instituut ondergeschikt ook krachtens de gelofte van gehoorzaamheid.
Referenties naar alinea 545: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document488 §3
§ 2. Na het doorlopen noviciaat dient hij die overgaat, die reeds de professie met eeuwige geloften heeft gedaan, in het openbaar de eeuwige professie af te leggen overeenkomstig de voorschriften van de statuten van het nieuwe religieus instituut, door welke professie hij geheel met het nieuwe instituut wordt verbonden en, als hij clericus is, daarin ook als clericus wordt opgenomen; degene evenwel die tot dusverre de professie met tijdelijke geloften heeft gedaan, dient op dezelfde wijze de tijdelijke professie af te leggen, die tenminste gedurende drie jaar zal duren, tenzij hij de gehele drie jaar van het noviciaat in het klooster sui iuris, waarnaar hij overgaat, heeft doorlopen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document488 §3
§ 3. Als het lid in het nieuwe religieus instituut de professie niet aflegt, moet hij naar het voormalige terugkeren, tenzij in de tussentijd de tijd van de professie verstreken is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document488 §3
§ 4. Met betrekking tot de goederen en de bruidsschat dient can. 488, § 4[574|+1081] in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 7° - Over de exclaustratie en over het uittreden uit de orde of congregatie (cann. 546-550)
546
Can. 546
§ 1. Hij die de professie met tijdelijke geloften heeft gedaan, kan na het verstrijken van de tijd van de professie het religieus instituut vrijelijk verlaten.
§ 1. Hij die de professie met tijdelijke geloften heeft gedaan, kan na het verstrijken van de tijd van de professie het religieus instituut vrijelijk verlaten.
Referenties naar alinea 546: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2: Wie gedurende de tijdelijke geloften om een zwaarwegende reden verzoekt, om de orde of congregatie te verlaten, kan van de generaal Overste met de instemming van diens raad het indult verkrijgen om voorgoed uit de orde of congregatie uit te treden en naar het seculiere leven terug te keren met de gevolgen, als bedoeld in can. 493[574|+1089 +1090].
Geldig tot 15 februari 2022: § 2. Qui perdurantibus votis temporariis gravi de causa petit, ut ordinem vel congregationem derelinquat, a Superiore generali de consensu eius consilii consequi potest indultum definitive ab ordine vel congregatione discedendi et ad vitam saecularem redeundi cum effectibus, de quibus in can. 493[574|+1089 +1090]; in congregationibus iuris eparchialis indultum ut valeat confirmari debet ab Episcopo eparchiali loci, ubi est domus princeps eiusdem congregationis.
Geldig tot 15 februari 2022: § 2. Qui perdurantibus votis temporariis gravi de causa petit, ut ordinem vel congregationem derelinquat, a Superiore generali de consensu eius consilii consequi potest indultum definitive ab ordine vel congregatione discedendi et ad vitam saecularem redeundi cum effectibus, de quibus in can. 493[574|+1089 +1090]; in congregationibus iuris eparchialis indultum ut valeat confirmari debet ab Episcopo eparchiali loci, ubi est domus princeps eiusdem congregationis.
Referenties naar deze alinea: 1
Competentias quasdam decernere ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Competentias quasdam decernere[8527|6] d.d. 11-02-2022 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 15-02-2022.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
547
Can. 547
§ 1. De hogere Overste kan om een rechtmatige reden na raadpleging van zijn raad een lid met tijdelijke geloften van het vernieuwen van die geloften of van het afleggen van de eeuwige professie uitsluiten.
§ 1. De hogere Overste kan om een rechtmatige reden na raadpleging van zijn raad een lid met tijdelijke geloften van het vernieuwen van die geloften of van het afleggen van de eeuwige professie uitsluiten.
Referenties naar alinea 547: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een fysieke of psychische ziekte, ook na de tijdelijke professie opgelopen, die naar het oordeel van deskundigen een lid met tijdelijke geloften ongeschikt maakt om een leven in een religieus instituut te leiden, vormt een reden om hem niet toe te laten tot het vernieuwen van de tijdelijke professie of tot het afleggen van de eeuwige professie, tenzij de ziekte wegens nalatigheid van het instituut of wegens in het instituut verricht werk is opgelopen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als evenwel een lid gedurende de tijdelijke geloften geestesziek geworden is, kan hij, ook al kan hij geen nieuwe professie afleggen, toch niet van het instituut worden weggezonden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
548
Can. 548
§ 1. Het indult van exclaustratie kan worden verleend door het gezag, waaraan de orde of congregatie onderworpen is, gehoord de generaal Overste tezamen met zijn raad; de oplegging evenwel van exclaustratie wordt door hetzelfde gezag verricht op verzoek van de generaal Overste met de instemming van zijn raad.
§ 1. Het indult van exclaustratie kan worden verleend door het gezag, waaraan de orde of congregatie onderworpen is, gehoord de generaal Overste tezamen met zijn raad; de oplegging evenwel van exclaustratie wordt door hetzelfde gezag verricht op verzoek van de generaal Overste met de instemming van zijn raad.
Referenties naar alinea 548: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Voor het overige met betrekking tot de exclaustratie dienen de cann. 489 - 491[574|+1083 -1086] in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
549
Can. 549
§ 1. Een lid met eeuwige geloften mag om het indult om uit de orde of congregatie uit te treden en naar het seculiere leven terug te keren niet verzoeken tenzij om zeer zwaarwegende redenen; hij dient zijn verzoek aan de generaal Overste voor te leggen, die dit tezamen met zijn mening en die van zijn raad aan het bevoegd gezag moet zenden.
§ 1. Een lid met eeuwige geloften mag om het indult om uit de orde of congregatie uit te treden en naar het seculiere leven terug te keren niet verzoeken tenzij om zeer zwaarwegende redenen; hij dient zijn verzoek aan de generaal Overste voor te leggen, die dit tezamen met zijn mening en die van zijn raad aan het bevoegd gezag moet zenden.
Referenties naar alinea 549: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een dergelijk indult wordt in de ordes aan de Apostolische Stoel voorbehouden; in de congregaties evenwel kan behalve de Apostolische Stoel dit ook verlenen:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de Patriarch aan alle leden, die hun woonplaats hebben binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, na raadpleging, als het om congregaties van eparchiaal recht gaat, van de Eparch;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de Eparch van de eparchie, waarin het lid een woonplaats heeft, als het gaat om een congregatie van eparchiaal recht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het indult om uit de orde of congregatie uit te treden heeft dezelfde canonieke gevolgen als in can. 493[574|+1089 -1090] worden bepaald; voor een lid evenwel, dat in de gewijde orde is aangesteld, geldt bovendien can. 494[574|+1091 -1092].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
550
Can. 550
Een lid, dat onwettig uit het huis van de eigen orde of congregatie afwezig is met de intentie om zich aan de macht van de Oversten te onttrekken, dient met bekommernis door dezelfde Oversten te worden gezocht; als hij evenwel binnen de door de statuten voorgeschreven tijd niet terugkeert, dient hij volgens de norm van het recht te worden gestraft of zelfs te worden weggezonden.
Een lid, dat onwettig uit het huis van de eigen orde of congregatie afwezig is met de intentie om zich aan de macht van de Oversten te onttrekken, dient met bekommernis door dezelfde Oversten te worden gezocht; als hij evenwel binnen de door de statuten voorgeschreven tijd niet terugkeert, dient hij volgens de norm van het recht te worden gestraft of zelfs te worden weggezonden.
Referenties naar alinea 550: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 8° - Over de wegzending van de orde of congregatie (cann. 551-553)
551
Can. 551
Hetgeen over de wegzending of over de verwijdering in de ccann. 497 en 498[574|+1097 -1103] wordt voorgeschreven, geldt ook voor de leden van ordes of congregaties; het bevoegd gezag evenwel is de hogere Overste na raadpleging van zijn raad dan wel, als het om verwijdering gaat, met de instemming van dezelfde raad; als er gevaar in vertraging bestaat en de tijd niet toereikend is om zich te wenden tot de hogere Overste, kan ook de plaatselijk Overste met de instemming van zijn raad en na de hogere Overste terstond in kennis te hebben gesteld, een lid verwijderen.
Hetgeen over de wegzending of over de verwijdering in de ccann. 497 en 498[574|+1097 -1103] wordt voorgeschreven, geldt ook voor de leden van ordes of congregaties; het bevoegd gezag evenwel is de hogere Overste na raadpleging van zijn raad dan wel, als het om verwijdering gaat, met de instemming van dezelfde raad; als er gevaar in vertraging bestaat en de tijd niet toereikend is om zich te wenden tot de hogere Overste, kan ook de plaatselijk Overste met de instemming van zijn raad en na de hogere Overste terstond in kennis te hebben gesteld, een lid verwijderen.
Referenties naar alinea 551: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
552
562 §3
562 §3
Can. 552
§ 1. Een lid met tijdelijke geloften kan worden weggezonden door de generaal Overste met de instemming van zijn raad.
Geldig tot 15 februari 2022: § 1. Sodalis a votis temporariis dimitti potest a Superiore generali de consensu sui consilii, nisi in statutis dimissio reservatur Episcopo eparchiali vel alii auctoritati, cui ordo vel congregatio subiectus est.
§ 1. Een lid met tijdelijke geloften kan worden weggezonden door de generaal Overste met de instemming van zijn raad.
Geldig tot 15 februari 2022: § 1. Sodalis a votis temporariis dimitti potest a Superiore generali de consensu sui consilii, nisi in statutis dimissio reservatur Episcopo eparchiali vel alii auctoritati, cui ordo vel congregatio subiectus est.
Referenties naar alinea 552: 1
Competentias quasdam decernere ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Competentias quasdam decernere[8527|7] d.d. 11-02-2022 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 15-02-2022.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document499
562 §3
§ 2. ((Bij het besluit tot ontslag moeten eventuele andere wettelijk voorgeschreven voorwaarden in acht worden genomen:)) N.v.d.r.: Voorlopige...N.v.d.r.: Voorlopige vertaling van de redactie
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document499
562 §3
- 1° de redenen van de wegzending moeten zwaarwegend zijn en van de kant van het lid ook uitwendig en verwijtbaar;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document499
562 §3
- 2° het ontbreken van religieuze geest, dat voor anderen tot ergernis kan zijn, vormt een voldoende reden van wegzending, als herhaalde waarschuwing tezamen met heilzame boetedoening vergeefs is geweest;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document499
562 §3
- 3° aan het wegzendende gezag moeten de redenen van de wegzending met zekerheid bekend worden, ook al is het niet nodig, dat deze formeel bewezen worden; maar ze moeten aan het lid altijd duidelijk worden gemaakt, waarbij hem de volle gelegenheid is gegeven zich te verdedigen, en zijn antwoorden dienen aan het wegzendende gezag getrouw te worden voorgelegd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document499
562 §3
§ 3. Het bezwaar tegen een decreet van wegzending heeft opschortende werking.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
553
Can. 553
Om een lid met eeuwige geloften weg te zenden is de generaal Overste bevoegd; voor het overige moeten de cann. 500 - 503[574|+1105 -1119] worden nageleefd.
Om een lid met eeuwige geloften weg te zenden is de generaal Overste bevoegd; voor het overige moeten de cann. 500 - 503[574|+1105 -1119] worden nageleefd.
Referenties naar alinea 553: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven (cann. 554-562)
554
Can. 554
§ 1. Een instituut, waarin de leden de evangelische raden met enige gewijde band, niet evenwel met religieuze geloften belijden en de leefwijze van de religieuze staat navolgen onder het bestuur van Oversten overeenkomstig de statuten, is een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven.
§ 1. Een instituut, waarin de leden de evangelische raden met enige gewijde band, niet evenwel met religieuze geloften belijden en de leefwijze van de religieuze staat navolgen onder het bestuur van Oversten overeenkomstig de statuten, is een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven.
Referenties naar alinea 554: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Dit genootschap is van pauselijk recht, van patriarchaal of van eparchiaal recht volgens de norm van can. 505, § 2[574|+1124 -1127]; het is evenwel klerikaal volgens de norm van can. 505, § 3[574|+1128]; het hangt af van het kerkelijk gezag zoals congregaties volgens de norm van de 413 - 415[574|+915 -925], 419[574|+931-932], 420, § 3[574|+935] en, met behoud van het particulier recht door de Apostolische Stoel bepaald, van can. 418, § 2[574|+930].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De leden van deze genootschappen worden, wat de canonieke gevolgen betreft, met de religieuzen gelijkgesteld, tenzij anders door het recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
555
Can. 555
Alle leden van deze genootschappen worden aan de Paus als hun hoogste Overste onderworpen, aan wie zij verplicht zijn onderdanig te zijn ook krachtens de gewijde band van gehoorzaamheid.
Alle leden van deze genootschappen worden aan de Paus als hun hoogste Overste onderworpen, aan wie zij verplicht zijn onderdanig te zijn ook krachtens de gewijde band van gehoorzaamheid.
Referenties naar alinea 555: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
556
Can. 556
Met betrekking tot de oprichting en de opheffing van een genootschap en van provincies of huizen ervan geldt hetzelfde als hetgeen voor congregaties in de cann. 506 - 510[574|+1130 -1141] is bepaald.
Met betrekking tot de oprichting en de opheffing van een genootschap en van provincies of huizen ervan geldt hetzelfde als hetgeen voor congregaties in de cann. 506 - 510[574|+1130 -1141] is bepaald.
Referenties naar alinea 556: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
557
Can. 557
Het bestuur wordt door de statuten van het genootschap vastgesteld, maar in alles dient, tenzij de aard van de zaak in de weg staat, te worden toegepast, hetgeen voor congregaties in de cann. 422[574|+937 -938] en 511 - 515[574|+1142 -1153] is bepaald.
Het bestuur wordt door de statuten van het genootschap vastgesteld, maar in alles dient, tenzij de aard van de zaak in de weg staat, te worden toegepast, hetgeen voor congregaties in de cann. 422[574|+937 -938] en 511 - 515[574|+1142 -1153] is bepaald.
Referenties naar alinea 557: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
558
Can. 558
§ 1. Het genootschap en de wettig opgerichte provincies en huizen ervan zijn van rechtswege rechtspersonen volgens de norm van can. 423[574|+939].
§ 1. Het genootschap en de wettig opgerichte provincies en huizen ervan zijn van rechtswege rechtspersonen volgens de norm van can. 423[574|+939].
Referenties naar alinea 558: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het beheer van de goederen wordt beheerst door de cann 424, 425[574|+939 -941] en 516[574|+1154 -1157].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Al wat de leden ten deel valt met het oog op het genootschap, wordt voor het genootschap verworven; de overige goederen behouden, verwerven en beheren de leden overeenkomstig de statuten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
559
Can. 559
§ 1. Bij het toelaten van kandidaten tot een genootschap dienen de statuten in acht genomen te worden met behoud van de cann. 450 en 451[574|+996 -1004].
§ 1. Bij het toelaten van kandidaten tot een genootschap dienen de statuten in acht genomen te worden met behoud van de cann. 450 en 451[574|+996 -1004].
Referenties naar alinea 559: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Met betrekking tot het onderricht van de leden dienen eveneens de statuten in acht genomen te worden; bij het onderrichten evenwel van diegenen, die voor de gewijde ordes worden bestemd, dienen bovendien de canones over het onderricht van de clerici in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
560
750 §1
750 §1
Can. 560
§ 1. De hogere Overste van een genootschap kan volgens de norm van de statuten voor zijn voor eeuwig aanvaarde leden de machtigingsbrief tot de heilige wijding geven; deze brief moet worden gezonden aan de Bisschop, als bedoeld in can. 537, § 2[574|+1203].
§ 1. De hogere Overste van een genootschap kan volgens de norm van de statuten voor zijn voor eeuwig aanvaarde leden de machtigingsbrief tot de heilige wijding geven; deze brief moet worden gezonden aan de Bisschop, als bedoeld in can. 537, § 2[574|+1203].
Referenties naar alinea 560: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een voor eeuwig aanvaard lid wordt als clericus in het genootschap opgenomen door de diaconale wijding of, in geval van een clericus die reeds in enige eparchie is opgenomen, door de eeuwige aanvaarding.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
561
Can. 561
De leden van een genootschap zijn gehouden aan de plichten, die de clerici door het gemene recht worden voorgeschreven, tenzij anders door het recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat, onverminderd de rechten en plichten in de statuten vastgesteld.
De leden van een genootschap zijn gehouden aan de plichten, die de clerici door het gemene recht worden voorgeschreven, tenzij anders door het recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat, onverminderd de rechten en plichten in de statuten vastgesteld.
Referenties naar alinea 561: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
562
Can. 562
§ 1. Met betrekking tot de overgang naar een ander kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven of religieus instituut wordt de instemming vereist van de generaal Overste van het genootschap, waarvandaan de overgang plaatsvindt, en, als het om de overgang naar een genootschap of een instituut van een andere Kerk sui iuris gaat, ook de instemming van de Apostolische Stoel.
§ 1. Met betrekking tot de overgang naar een ander kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven of religieus instituut wordt de instemming vereist van de generaal Overste van het genootschap, waarvandaan de overgang plaatsvindt, en, als het om de overgang naar een genootschap of een instituut van een andere Kerk sui iuris gaat, ook de instemming van de Apostolische Stoel.
Referenties naar alinea 562: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een lid, dat overgaat naar een religieus instituut, moet het gehele noviciaat doorlopen en wordt met de overige novicen van hetzelfde instituut gelijkgesteld; met betrekking tot de professie moet aan de statuten van het nieuwe instituut vastgehouden worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Onverminderd de cann. 497[574|+1097 -1100] en 498[574|+1101 -1103] is tot wegzending van een voor eeuwig aanvaard lid de generaal Overste bevoegd met inachtneming voor het overige van de cann. 500 - 503[574|+1105 -1119]; een tijdelijk aanvaard lid evenwel wordt weggezonden volgens de norm van can. 552[574|+1238 -1243].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. In de statuten van het genootschap dient het gezag te worden vastgesteld, dat bevoegd is de gewijde band te ontbinden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk III - Over de seculiere instituten (cann. 563-569)
563
Can. 563
§ 1. Een seculier instituut is een gemeenschap, waarin de leden:
§ 1. Een seculier instituut is een gemeenschap, waarin de leden:
Referenties naar alinea 563: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° ernaar streven zichzelf geheel aan God te wijden door middel van de professie van de drie evangelische raden overeenkomstig de statuten door enige door de Kerk getoetste gewijde band bekrachtigd;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de apostolische werkzaamheid als zuurdesem in de wereld en vanuit de wereld zo beoefenen, dat alles tot sterkte en groei van het Lichaam van Christus van de evangelische geest wordt doordrongen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de leefwijze van de religieuzen niet navolgen, maar een leven van gemeenschap onderling overeenkomstig de eigen statuten leiden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° clerici of leken, wat alle canonieke gevolgen betreft, ieder in hun eigen staat blijven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De seculiere instituten zijn van pauselijk recht, van patriarchaal recht of van eparchiaal recht volgens de norm van can. 505, § 2[574|+1124 -1127].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
564
Can. 564
De leden van de seculiere instituten worden aan de Paus als hun hoogste Overste onderworpen, aan wie zij verplicht zijn onderdanig te zijn ook krachtens de gewijde band van gehoorzaamheid.
De leden van de seculiere instituten worden aan de Paus als hun hoogste Overste onderworpen, aan wie zij verplicht zijn onderdanig te zijn ook krachtens de gewijde band van gehoorzaamheid.
Referenties naar alinea 564: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
565
Can. 565
Een lid van een seculier instituut wordt door middel van de diaconale wijding als clericus opgenomen in de eparchie, voor het dienstwerk waarvan hij gewijd is, tenzij hij krachtens de toestemming van de Apostolische Stoel of, als het om een seculier instituut van patriarchaal recht gaat, van de Patriarch in hetzelfde instituut wordt opgenomen.
Een lid van een seculier instituut wordt door middel van de diaconale wijding als clericus opgenomen in de eparchie, voor het dienstwerk waarvan hij gewijd is, tenzij hij krachtens de toestemming van de Apostolische Stoel of, als het om een seculier instituut van patriarchaal recht gaat, van de Patriarch in hetzelfde instituut wordt opgenomen.
Referenties naar alinea 565: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
566
Can. 566
Met betrekking tot de oprichting en de opheffing van seculiere instituten, hun statuten en eveneens de afhankelijkheid van het kerkelijk gezag dient in acht genomen te worden, hetgeen voor congregaties in de cann. 414[574|+916 -921], 506[574|+1130 -1131], 507, § 2[574|+1134], 509[574|+1138 -1139] en 510[574|+1140 -1141] is bepaald.
Met betrekking tot de oprichting en de opheffing van seculiere instituten, hun statuten en eveneens de afhankelijkheid van het kerkelijk gezag dient in acht genomen te worden, hetgeen voor congregaties in de cann. 414[574|+916 -921], 506[574|+1130 -1131], 507, § 2[574|+1134], 509[574|+1138 -1139] en 510[574|+1140 -1141] is bepaald.
Referenties naar alinea 566: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
567
Can. 567
§ 1. De seculiere instituten en de wettig opgerichte provincies en huizen ervan zijn van rechtswege rechtspersonen volgens de norm van can. 423[574|+939].
§ 1. De seculiere instituten en de wettig opgerichte provincies en huizen ervan zijn van rechtswege rechtspersonen volgens de norm van can. 423[574|+939].
Referenties naar alinea 567: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het beheer van de goederen wordt beheerst door de cann. 424 et 425[574|+940 -941].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
567
Can. 567
§ 1. Bij het toelaten van kandidaten dienen de statuten in acht genomen te worden onverminderd can. 450[574|+996 -1003].
§ 1. Bij het toelaten van kandidaten dienen de statuten in acht genomen te worden onverminderd can. 450[574|+996 -1003].
Referenties naar alinea 567: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een in een seculier instituut voor eeuwig aanvaard lid wordt weggezonden door een decreet volgens de norm van de statuten gegeven, dat tot uitvoering niet kan worden opgedragen, tenzij het door de Eparch of door het bevoegd hoger gezag is goedgekeurd; dezelfde Eparch of hetzelfde gezag is ook bevoegd de gewijde band te ontbinden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
569
Can. 569
Het is de taak van het particulier recht van iedere Kerk sui iuris afzonderlijk nader over de seculiere instituten te bepalen.
Het is de taak van het particulier recht van iedere Kerk sui iuris afzonderlijk nader over de seculiere instituten te bepalen.
Referenties naar alinea 569: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk IV - Over de andere vormen van gewijd leven en over de gemeenschappen van apostolisch leven (cann. 570-572)
570
Can. 570
Door het particulier recht kunnen andere typen van asceten worden ingesteld, die het kluizenaarsleven navolgen, hetzij ze tot instituten van gewijd leven behoren hetzij niet; eveneens kunnen gewijde maagden en weduwen worden ingesteld, die afgezonderd in de wereld de kuisheid door een openbare professie belijden.
Door het particulier recht kunnen andere typen van asceten worden ingesteld, die het kluizenaarsleven navolgen, hetzij ze tot instituten van gewijd leven behoren hetzij niet; eveneens kunnen gewijde maagden en weduwen worden ingesteld, die afgezonderd in de wereld de kuisheid door een openbare professie belijden.
Referenties naar alinea 570: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
571
Can. 571
Het goedkeuren van nieuwe vormen van gewijd leven wordt aan alleen de Apostolische Stoel voorbehouden; de Patriarchen echter en de Eparchen dienen moeite te doen nieuwe gaven van gewijd leven door de Heilige Geest aan de Kerk toevertrouwd te onderscheiden en zij dienen de bevorderaars te helpen, opdat zij des te beter de voornemens tot uitdrukking brengen en met passende statuten beschermen.
Het goedkeuren van nieuwe vormen van gewijd leven wordt aan alleen de Apostolische Stoel voorbehouden; de Patriarchen echter en de Eparchen dienen moeite te doen nieuwe gaven van gewijd leven door de Heilige Geest aan de Kerk toevertrouwd te onderscheiden en zij dienen de bevorderaars te helpen, opdat zij des te beter de voornemens tot uitdrukking brengen en met passende statuten beschermen.
Referenties naar alinea 571: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
572
Can. 572
De gemeenschappen van apostolisch leven, waarvan de leden zonder religieuze geloften het eigen apostolisch doel van de gemeenschap nastreven en, een broederlijk leven in gemeenschap leidend overeenkomstig de eigen levenswijze, door middel van de naleving van de constituties naar de volmaaktheid van de caritas streven, en die bij de instituten van gewijd leven aansluiten, worden beheerst alleen door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris of door het recht door de Apostolische Stoel bepaald.
De gemeenschappen van apostolisch leven, waarvan de leden zonder religieuze geloften het eigen apostolisch doel van de gemeenschap nastreven en, een broederlijk leven in gemeenschap leidend overeenkomstig de eigen levenswijze, door middel van de naleving van de constituties naar de volmaaktheid van de caritas streven, en die bij de instituten van gewijd leven aansluiten, worden beheerst alleen door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris of door het recht door de Apostolische Stoel bepaald.
Referenties naar alinea 572: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XIII - Over de verenigingen van Christengelovigen (cann. 573-583)
573
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Can. 573
§ 1. De verenigingen door het bevoegd kerkelijk gezag opgericht of daardoor door middel van een decreet goedgekeurd zijn rechtspersonen in de Kerk en worden openbare verenigingen genoemd.
§ 1. De verenigingen door het bevoegd kerkelijk gezag opgericht of daardoor door middel van een decreet goedgekeurd zijn rechtspersonen in de Kerk en worden openbare verenigingen genoemd.
Referenties naar alinea 573: 2
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De overige verenigingen, ook al worden ze door het kerkelijk gezag geprezen of aanbevolen, worden private verenigingen genoemd; deze verenigingen worden in de Kerk niet erkend, tenzij de statuten ervan door het bevoegd gezag worden getoetst; voor het overige evenwel worden ze alleen maar door het particulier recht beheerst onverminderd can. 577[574|+1294 -1295].
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
574
Can. 574
Met behoud overigens van can. 18[574|18] is alleen het bevoegd kerkelijk gezag bevoegd verenigingen van Christengelovigen op te richten, die zich voornemen de christelijke leer in naam van de Kerk over te dragen dan wel de openbare eredienst te bevorderen of die andere doelen beogen, waarvan het nastreven naar zijn aard aan hetzelfde kerkelijk gezag wordt voorbehouden.
Met behoud overigens van can. 18[574|18] is alleen het bevoegd kerkelijk gezag bevoegd verenigingen van Christengelovigen op te richten, die zich voornemen de christelijke leer in naam van de Kerk over te dragen dan wel de openbare eredienst te bevorderen of die andere doelen beogen, waarvan het nastreven naar zijn aard aan hetzelfde kerkelijk gezag wordt voorbehouden.
Referenties naar alinea 574: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
575
Can. 575
§ 1. Het gezag bevoegd om verenigingen van Christengelovigen op te richten of goed te keuren is voor verenigingen en confederaties ervan:
§ 1. Het gezag bevoegd om verenigingen van Christengelovigen op te richten of goed te keuren is voor verenigingen en confederaties ervan:
Referenties naar alinea 575: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° voor de eparchiale de Eparch, niet evenwel de Administrator van een eparchie, met uitzondering echter van die verenigingen, waarvan de oprichting op grond van een apostolisch of patriarchaal privilege aan anderen is voorbehouden;
Referenties naar deze alinea: 2
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document579
- 2° voor die, die voor alle Christengelovigen van enige patriarchale of metropolitane Kerk sui iuris openstaan en die hun hoofdzetel binnen de grenzen van het territorium van dezelfde Kerk hebben, de Patriarch na raadpleging van de permanente Synode of de Metropoliet na raadpleging van de twee qua bisschoppelijke wijding oudste Eparchen;
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° voor die van een ander type de Apostolische Stoel.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Voor de oprichting van een afdeling van welke niet-eparchiale vereniging dan ook wordt de schriftelijk gegeven instemming van de Eparch vereist; de door de Eparch verleende instemming echter voor de oprichting van een huis van een religieus instituut geldt ook voor het oprichten in hetzelfde huis of in het daarmee verbonden kerkgebouw van een vereniging, die toebehoort aan dat instituut.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
576
Can. 576
§ 1. Iedere vereniging dient haar statuten te hebben, waarin de naam van de vereniging, het doel, de zetel, het bestuur en de voorwaarden vereist voor de inschrijving worden vastgesteld; bovendien worden in de statuten de wijzen van handelen vastgesteld gelet op de ritus van de eigen Kerk sui iuris, de behoeften van plaats en tijd of het nut.
§ 1. Iedere vereniging dient haar statuten te hebben, waarin de naam van de vereniging, het doel, de zetel, het bestuur en de voorwaarden vereist voor de inschrijving worden vastgesteld; bovendien worden in de statuten de wijzen van handelen vastgesteld gelet op de ritus van de eigen Kerk sui iuris, de behoeften van plaats en tijd of het nut.
Referenties naar alinea 576: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De statuten en de wijziging ervan behoeven de goedkeuring van het kerkelijk gezag, dat de vereniging heeft opgericht of goedgekeurd.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
577
573 §2
573 §2
Can. 577
§ 1. Iedere mogelijke vereniging is onderworpen aan het toezicht van het kerkelijk gezag dat haar heeft opgericht of goedgekeurd; het is de taak van dit gezag ervoor te zorgen, dat binnen haar de zuiverheid van het geloof en de zeden in acht genomen wordt, en er op toe te zien, dat in de kerkelijke discipline geen misbruiken binnensluipen.
§ 1. Iedere mogelijke vereniging is onderworpen aan het toezicht van het kerkelijk gezag dat haar heeft opgericht of goedgekeurd; het is de taak van dit gezag ervoor te zorgen, dat binnen haar de zuiverheid van het geloof en de zeden in acht genomen wordt, en er op toe te zien, dat in de kerkelijke discipline geen misbruiken binnensluipen.
Referenties naar alinea 577: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document573 §2
§ 2. Het is de taak van de Eparch toe te zien op alle verenigingen die in zijn territorium actief zijn en, als het geval zich voordoet, het gezag, dat de vereniging heeft opgericht of goedgekeurd, in kennis te stellen, en bovendien, als het handelen van de vereniging tot zware schade leidt voor de kerkelijke leer of discipline dan wel voor de Christengelovigen tot ergernis is, in de tussentijd passende middelen aan te wenden.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
578
Can. 578
§ 1. Het aannemen van leden dient gedaan te worden volgens de norm van het gemene recht en de statuten van de vereniging.
§ 1. Het aannemen van leden dient gedaan te worden volgens de norm van het gemene recht en de statuten van de vereniging.
Referenties naar alinea 578: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Eenzelfde persoon kan in meerdere verenigingen worden ingeschreven.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document391
§ 3. De leden van religieuze instituten kunnen lid worden van verenigingen volgens de norm van het typicon of de statuten met de instemming van hun Overste.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
579
Can. 579
Geen enkele vereniging van Christengelovigen kan eigen leden als clerici bij zich inschrijven tenzij op grond van bijzondere toestemming gegeven door de Apostolische Stoel of, als het om een vereniging, als bedoeld in can. 575, § 1, n. 2[574|+1289], gaat, door de Patriarch met de instemming van de permanente Synode.
Geen enkele vereniging van Christengelovigen kan eigen leden als clerici bij zich inschrijven tenzij op grond van bijzondere toestemming gegeven door de Apostolische Stoel of, als het om een vereniging, als bedoeld in can. 575, § 1, n. 2[574|+1289], gaat, door de Patriarch met de instemming van de permanente Synode.
Referenties naar alinea 579: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
580
Can. 580
Wie het katholieke geloof in het openbaar heeft verworpen of zich van de gemeenschap met de katholieke Kerk in het openbaar heeft losgemaakt of in een grote excommunicatie gevangen is, kan niet geldig in verenigingen worden aangenomen; als hij evenwel reeds wettig ingeschreven is, dient hij door de plaatselijk Hiërarch van rechtswege als weggezonden te worden verklaard.
Wie het katholieke geloof in het openbaar heeft verworpen of zich van de gemeenschap met de katholieke Kerk in het openbaar heeft losgemaakt of in een grote excommunicatie gevangen is, kan niet geldig in verenigingen worden aangenomen; als hij evenwel reeds wettig ingeschreven is, dient hij door de plaatselijk Hiërarch van rechtswege als weggezonden te worden verklaard.
Referenties naar alinea 580: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
581
Can. 581
Niemand die wettig ingeschreven is, dient van een vereniging te worden weggezonden tenzij om een rechtmatige reden volgens de norm van het gemene recht en de statuten.
Niemand die wettig ingeschreven is, dient van een vereniging te worden weggezonden tenzij om een rechtmatige reden volgens de norm van het gemene recht en de statuten.
Referenties naar alinea 581: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
582
Can. 582
Een wettig opgerichte of goedgekeurde vereniging beheert de wereldse goederen volgens de norm van de cann. 1007 - 1054[574|+2209] en de statuten, onder het toezicht van het gezag, dat haar heeft opgericht of goedgekeurd, waaraan ze jaarlijks verantwoording over het beheer moet afleggen.
Een wettig opgerichte of goedgekeurde vereniging beheert de wereldse goederen volgens de norm van de cann. 1007 - 1054[574|+2209] en de statuten, onder het toezicht van het gezag, dat haar heeft opgericht of goedgekeurd, waaraan ze jaarlijks verantwoording over het beheer moet afleggen.
Referenties naar alinea 582: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
583
Can. 583
§ 1. De verenigingen door de Apostolische Stoel opgericht of goedgekeurd kunnen alleen door deze worden opgeheven.
§ 1. De verenigingen door de Apostolische Stoel opgericht of goedgekeurd kunnen alleen door deze worden opgeheven.
Referenties naar alinea 583: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De overige verenigingen kunnen, onverminderd can. 927, § 2[574|+2033] en met behoud van het recht van opschortend bezwaar volgens de norm van het recht, behalve door de Apostolische Stoel worden opgeheven:
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° door de Patriarch met de instemming van de permanente Synode of door de Metropoliet, die aan het hoofd van een metropolitane Kerk sui iuris staat, met de instemming van de twee qua bisschoppelijke wijding oudste Eparchen;
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° door de Eparch, als ze door hem zijn opgericht of goedgekeurd.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XIV - Over de evangelisatie van de volkeren (cann. 584-594)
584
Can. 584
§ 1. De opdracht van Christus om alle volkeren te evangeliseren volgend en door de genade en caritas van de Heilige Geest bewogen, erkent de Kerk zich als geheel missionair.
§ 1. De opdracht van Christus om alle volkeren te evangeliseren volgend en door de genade en caritas van de Heilige Geest bewogen, erkent de Kerk zich als geheel missionair.
Referenties naar alinea 584: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De evangelisatie van de volkeren dient zo verricht te worden, dat met inachtneming van de zuiverheid van het geloof en de zeden het Evangelie zich in de cultuur van de afzonderlijke volkeren kan uitdrukken, in de catechese namelijk, in de eigen liturgische ritussen, in de gewijde kunst, in het particulier recht en tenslotte in het gehele kerkelijk leven.
Referenties naar deze alinea: 1
Varietates legitimae ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
585
Can. 585
§ 1. Het is de taak van de afzonderlijke Kerken sui iuris voortdurend ervoor te zorgen, dat door tussenkomst van predikers, passend voorbereid en door het bevoegd gezag volgens de norm van het gemene recht gezonden, het Evangelie wordt gepredikt tot de universele wereld onder de leiding van de Paus.
§ 1. Het is de taak van de afzonderlijke Kerken sui iuris voortdurend ervoor te zorgen, dat door tussenkomst van predikers, passend voorbereid en door het bevoegd gezag volgens de norm van het gemene recht gezonden, het Evangelie wordt gepredikt tot de universele wereld onder de leiding van de Paus.
Referenties naar alinea 585: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of de Raad van Hiërarchen dient er een commissie tot het bevorderen van een doeltreffendere samenwerking van alle eparchieën in de missionaire activiteit van de Kerk te zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. In de afzonderlijke eparchieën dient een priester te worden aangewezen om de initiatieven voor de missies doeltreffend te bevorderen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De Christengelovigen dienen de kennis en liefde voor de missies bij zichzelf en bij anderen te koesteren, daarvoor te bidden en roepingen aan te moedigen en die met hun bijdragen vrijgevig te ondersteunen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
586
Can. 586
Ten strengste wordt verboden, dat iemand tot het omhelzen van de Kerk wordt gedwongen of met ongepaste middelen daartoe wordt aangezet dan wel verlokt; alle Christengelovigen evenwel dienen ervoor te zorgen, dat het recht op vrijheid van religie wordt opgeëist, opdat niemand door onbillijke kwellingen afgeschrikt wordt van de Kerk.
Ten strengste wordt verboden, dat iemand tot het omhelzen van de Kerk wordt gedwongen of met ongepaste middelen daartoe wordt aangezet dan wel verlokt; alle Christengelovigen evenwel dienen ervoor te zorgen, dat het recht op vrijheid van religie wordt opgeëist, opdat niemand door onbillijke kwellingen afgeschrikt wordt van de Kerk.
Referenties naar alinea 586: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
587
Can. 587
§ 1. Wie zich met de Kerk willen verbinden, dienen door liturgische plechtigheden te worden toegelaten tot het catechumenaat, dat niet een loutere uiteenzetting van dogma's en regels moet zijn, maar een onderricht van het gehele christelijk leven en een practicum dat de verschuldigde tijd heeft voortgeduurd.
§ 1. Wie zich met de Kerk willen verbinden, dienen door liturgische plechtigheden te worden toegelaten tot het catechumenaat, dat niet een loutere uiteenzetting van dogma's en regels moet zijn, maar een onderricht van het gehele christelijk leven en een practicum dat de verschuldigde tijd heeft voortgeduurd.
Referenties naar alinea 587: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wie in het catechumenaat opgenomen zijn, hebben het recht, dat zij worden toegelaten tot de liturgie van het woord en tot andere liturgische vieringen die niet aan Christengelovigen zijn voorbehouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het is de taak van het particulier recht de normen uit te vaardigen, waarmee het catechumenaat moet worden geregeld door vast te stellen, wat dan door de catechumenen moet worden verricht en welke voorrechten dan aan hen worden toegekend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
588
Can. 588
Het komt de catechumenen onverkort toe om in welke Kerk sui iuris dan ook te worden opgenomen volgens de norm van can. 30[574|30]; er dient echter verhoed te worden, dat aan hen iets aanbevolen wordt, dat hun opname in een Kerk, die met hun cultuur meer in overeenstemming is, in de weg kan staan.
Het komt de catechumenen onverkort toe om in welke Kerk sui iuris dan ook te worden opgenomen volgens de norm van can. 30[574|30]; er dient echter verhoed te worden, dat aan hen iets aanbevolen wordt, dat hun opname in een Kerk, die met hun cultuur meer in overeenstemming is, in de weg kan staan.
Referenties naar alinea 588: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
589
Can. 589
De missionarissen hetzij van buiten hetzij autochtoon dienen door passende gaven en aanleg geschikt te zijn; ze dienen passend onderricht te zijn in de missiologie en in de missionaire spiritualiteit en eveneens onderricht in de geschiedenis en de cultuur van de volkeren, die geëvangeliseerd moeten worden.
De missionarissen hetzij van buiten hetzij autochtoon dienen door passende gaven en aanleg geschikt te zijn; ze dienen passend onderricht te zijn in de missiologie en in de missionaire spiritualiteit en eveneens onderricht in de geschiedenis en de cultuur van de volkeren, die geëvangeliseerd moeten worden.
Referenties naar alinea 589: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
590
Can. 590
In de missionaire activiteit moet ervoor gezorgd worden, dat nieuwe Kerken zo spoedig mogelijk de volwassenheid bereiken en geheel ingericht worden zo, dat ze onder de leiding van de eigen hiërarchie voor zichzelf kunnen zorgen en het werk om te evangeliseren op zich kunnen nemen en kunnen voortzetten.
In de missionaire activiteit moet ervoor gezorgd worden, dat nieuwe Kerken zo spoedig mogelijk de volwassenheid bereiken en geheel ingericht worden zo, dat ze onder de leiding van de eigen hiërarchie voor zichzelf kunnen zorgen en het werk om te evangeliseren op zich kunnen nemen en kunnen voortzetten.
Referenties naar alinea 590: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
591
Can. 591
De missionarissen dienen met ijver ervoor te zorgen, dat:
De missionarissen dienen met ijver ervoor te zorgen, dat:
Referenties naar alinea 591: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° roepingen tot de gewijde bedieningen onder de neofieten met wijsheid worden bevorderd zo, dat de nieuwe Kerken zo spoedig mogelijk van autochtone clerici bloeien;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° catechisten zo worden onderricht, dat zij als gekwalificeerde medewerkers van de gewijde bedienaren hun taak in de evangelisatie en eveneens in het liturgisch handelen zo goed mogelijk kunnen uitvoeren; door het particulier recht dient erin voorzien te worden, dat catechisten een rechtmatige vergoeding hebben.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
592
Can. 592
§ 1. Met bijzondere zorg dienen in de missiegebieden passende vormen van lekenapostolaat te worden begunstigd; de instituten van gewijd leven dienen bevorderd te worden, rekening gehouden met de aanleg en de aard van de afzonderlijke volkeren; scholen en andere dergelijke instituten voor christelijke educatie en culturele vooruitgang dienen, voor zover het nodig is, te worden ingericht.
§ 1. Met bijzondere zorg dienen in de missiegebieden passende vormen van lekenapostolaat te worden begunstigd; de instituten van gewijd leven dienen bevorderd te worden, rekening gehouden met de aanleg en de aard van de afzonderlijke volkeren; scholen en andere dergelijke instituten voor christelijke educatie en culturele vooruitgang dienen, voor zover het nodig is, te worden ingericht.
Referenties naar alinea 592: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Eveneens dienen de dialoog en de samenwerking met de niet-Christenen met ijver en met wijsheid te worden gekoesterd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
593
Can. 593
§ 1. Alle presbyters van welke positie ook maar, die in missiegebieden werk verrichten, immers één presbyterium vormend, dienen vurig in de evangelisatie samen te werken.
§ 1. Alle presbyters van welke positie ook maar, die in missiegebieden werk verrichten, immers één presbyterium vormend, dienen vurig in de evangelisatie samen te werken.
Referenties naar alinea 593: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Zij dienen met de overige christelijke missionarissen bereidwillig samen te werken volgens de norm van can. 908[574|908], opdat zij één getuigenis voor Christus de Heer afleggen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
594
Can. 594
Missiegebieden zijn, welke de Apostolische Stoel als zodanig heeft erkend.
Missiegebieden zijn, welke de Apostolische Stoel als zodanig heeft erkend.
Referenties naar alinea 594: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XV - Over het kerkelijk leergezag (cann. 595-666)
- Hoofdstuk I - Over de taak van de Kerk om te onderwijzen in het algemeen (cann. 595-606)
595
Can. 595
§ 1. De Kerk, waaraan Christus de Heer het geloofsgoed heeft toevertrouwd, opdat zij met de bijstand van de Heilige Geest de geopenbaarde waarheid ongerept bewaarde, door en door onderzocht, getrouw verkondigde en uiteenzette, heeft het grondrecht onafhankelijk van iedere mogelijke menselijke macht en de plicht om aan alle mensen het Evangelie te prediken.
§ 1. De Kerk, waaraan Christus de Heer het geloofsgoed heeft toevertrouwd, opdat zij met de bijstand van de Heilige Geest de geopenbaarde waarheid ongerept bewaarde, door en door onderzocht, getrouw verkondigde en uiteenzette, heeft het grondrecht onafhankelijk van iedere mogelijke menselijke macht en de plicht om aan alle mensen het Evangelie te prediken.
Referenties naar alinea 595: 1
Ad tuendam fidem ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het komt de Kerk toe om altijd en overal de morele beginselen, ook die op de sociale orde betrekking hebben, te verkondigen en eveneens een oordeel te vellen over alle mogelijke menselijke zaken, voor zover de waardigheid van de menselijke persoon en zijn fundamentele rechten dan wel het zielenheil dit eisen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
596
Can. 596
De taak om in naam van de Kerk te onderwijzen komt alleen de Bisschoppen toe; aan dezelfde taak echter hebben volgens de norm van het recht deel hetzij degenen, die door middel van de gewijde orde tot medewerkers van de Bisschoppen zijn gemaakt, hetzij degenen, die, niet in de gewijde orde aangesteld, een opdracht om te onderwijzen hebben ontvangen.
De taak om in naam van de Kerk te onderwijzen komt alleen de Bisschoppen toe; aan dezelfde taak echter hebben volgens de norm van het recht deel hetzij degenen, die door middel van de gewijde orde tot medewerkers van de Bisschoppen zijn gemaakt, hetzij degenen, die, niet in de gewijde orde aangesteld, een opdracht om te onderwijzen hebben ontvangen.
Referenties naar alinea 596: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
597
Can. 597
§ 1. Onfeilbaarheid in het leergezag geniet de Paus krachtens zijn ambt, als hij als hoogste Herder en Leraar van alle Christengelovigen, die bevoegd is zijn broeders in het geloof te bevestigen, de te onderhouden leer over het geloof of over de zeden met een definitieve beschikking afkondigt.
§ 1. Onfeilbaarheid in het leergezag geniet de Paus krachtens zijn ambt, als hij als hoogste Herder en Leraar van alle Christengelovigen, die bevoegd is zijn broeders in het geloof te bevestigen, de te onderhouden leer over het geloof of over de zeden met een definitieve beschikking afkondigt.
Referenties naar alinea 597: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Onfeilbaarheid in het leergezag bezit ook het College van Bisschoppen, als, op een Oecumenisch Concilie samengekomen, de Bisschoppen, die als doctoren en rechters van het geloof en de zeden voor de universele Kerk de als definitief te onderhouden leer over het geloof of over de zeden verklaren, het leergezag uitoefenen dan wel als, over de wereld verspreid, zij, de band van gemeenschap onderling en met de opvolger van de heilige Petrus bewarend tezamen met dezelfde Paus zaken van het geloof of de zeden authentiek onderwijzend, het over één als definitief te onderhouden sententie eens worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als onfeilbaar bepaald wordt geen enkele leer begrepen, tenzij dit duidelijk vaststaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
598
Ad tuendam fidem ->=geentekst=
Leerstellige nota ter verheldering van de laatst vastgestelde formule van de Geloofsbelijdenis ->=geentekst=
Can. 598
§ 1. Met het goddelijke en katholieke geloof moet al datgene worden geloofd, wat door het geschreven of overgeleverde woord Gods, namelijk het ene aan de Kerk toevertrouwde geloofsgoed, wordt omvat en tegelijk als van Godswege geopenbaard wordt voorgehouden hetzij door het plechtig leergezag van de Kerk hetzij door het gewone en universele leergezag ervan, hetgeen namelijk door de gemeenschappelijke aanvaarding van de Christengelovigen onder de leiding van het heilig leergezag duidelijk wordt gemaakt; alle Christengelovigen zijn derhalve gehouden welke daarmee strijdige leren dan ook te vermijden.
§ 2. Standvastig moeten ook alle en de afzonderlijke zaken omarmd en behouden worden, die met betrekking tot de leer over het geloof of de zeden door het leergezag van de Kerk definitief worden voorgehouden, namelijk die vereist worden om hetzelfde geloofsgoed ongerept te bewaren en getrouw uiteen te zetten; en daarom verzet degene, die deze definitief te onderhouden stellingen afwijst, zich tegen de leer van de katholieke Kerk.
Geldig tot 18 mei 1998: Met het goddelijke en katholieke geloof moet al datgene worden geloofd, wat door het geschreven of overgeleverde woord Gods, namelijk het ene aan de Kerk toevertrouwde geloofsgoed, wordt omvat en tegelijk als van Godswege geopenbaard wordt voorgehouden hetzij door het plechtig leergezag van de Kerk hetzij door het gewone en universele leergezag ervan, hetgeen namelijk door de gemeenschappelijke aanvaarding van de Christengelovigen onder de leiding van het heilig leergezag duidelijk wordt gemaakt; alle Christengelovigen zijn derhalve gehouden welke daarmee strijdige leren dan ook te vermijden.
§ 1. Met het goddelijke en katholieke geloof moet al datgene worden geloofd, wat door het geschreven of overgeleverde woord Gods, namelijk het ene aan de Kerk toevertrouwde geloofsgoed, wordt omvat en tegelijk als van Godswege geopenbaard wordt voorgehouden hetzij door het plechtig leergezag van de Kerk hetzij door het gewone en universele leergezag ervan, hetgeen namelijk door de gemeenschappelijke aanvaarding van de Christengelovigen onder de leiding van het heilig leergezag duidelijk wordt gemaakt; alle Christengelovigen zijn derhalve gehouden welke daarmee strijdige leren dan ook te vermijden.
§ 2. Standvastig moeten ook alle en de afzonderlijke zaken omarmd en behouden worden, die met betrekking tot de leer over het geloof of de zeden door het leergezag van de Kerk definitief worden voorgehouden, namelijk die vereist worden om hetzelfde geloofsgoed ongerept te bewaren en getrouw uiteen te zetten; en daarom verzet degene, die deze definitief te onderhouden stellingen afwijst, zich tegen de leer van de katholieke Kerk.
Geldig tot 18 mei 1998: Met het goddelijke en katholieke geloof moet al datgene worden geloofd, wat door het geschreven of overgeleverde woord Gods, namelijk het ene aan de Kerk toevertrouwde geloofsgoed, wordt omvat en tegelijk als van Godswege geopenbaard wordt voorgehouden hetzij door het plechtig leergezag van de Kerk hetzij door het gewone en universele leergezag ervan, hetgeen namelijk door de gemeenschappelijke aanvaarding van de Christengelovigen onder de leiding van het heilig leergezag duidelijk wordt gemaakt; alle Christengelovigen zijn derhalve gehouden welke daarmee strijdige leren dan ook te vermijden.
Referenties naar alinea 598: 3
Ad tuendam fidem ->=geentekst=Ad tuendam fidem ->=geentekst=
Leerstellige nota ter verheldering van de laatst vastgestelde formule van de Geloofsbelijdenis ->=geentekst=
Notities bij deze alinea
Wijzigingen conform Motu Proprio Ad tuendam fidem, [1707|+6] van Paus Johannes Paulus II van 18 mei 1998.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
599
Leerstellige nota ter verheldering van de laatst vastgestelde formule van de Geloofsbelijdenis ->=geentekst=
Can. 599
Weliswaar geen instemming van het geloof, maar religieuze volgzaamheid van intellect en wil moet worden gegeven aan de leer over het geloof en over de zeden, die hetzij de Paus hetzij het College van Bisschoppen verkondigen, wanneer zij hun authentiek leergezag uitoefenen, ook al beogen zij niet die met een definitieve beschikking af te kondigen; de Christengelovigen dienen derhalve ervoor te zorgen, dat zij vermijden, hetgeen daarmee niet overeenstemt.
Weliswaar geen instemming van het geloof, maar religieuze volgzaamheid van intellect en wil moet worden gegeven aan de leer over het geloof en over de zeden, die hetzij de Paus hetzij het College van Bisschoppen verkondigen, wanneer zij hun authentiek leergezag uitoefenen, ook al beogen zij niet die met een definitieve beschikking af te kondigen; de Christengelovigen dienen derhalve ervoor te zorgen, dat zij vermijden, hetgeen daarmee niet overeenstemt.
Referenties naar alinea 599: 2
Ad tuendam fidem ->=geentekst=Leerstellige nota ter verheldering van de laatst vastgestelde formule van de Geloofsbelijdenis ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
600
Can. 600
De Bisschoppen, die in gemeenschap zijn met het hoofd van het College en de leden, hetzij afzonderlijk hetzij in Synoden dan wel op particuliere Concilies verzameld, zijn, ook al bezitten zij de onfeilbaarheid in het onderwijzen niet, van de aan hun zorg toevertrouwde Christengelovigen de authentieke doctoren en leraren van het geloof; aan dit authentiek leergezag van hun Bisschoppen zijn de Christengelovigen gehouden met religieuze volgzaamheid van hun geest vast te houden.
De Bisschoppen, die in gemeenschap zijn met het hoofd van het College en de leden, hetzij afzonderlijk hetzij in Synoden dan wel op particuliere Concilies verzameld, zijn, ook al bezitten zij de onfeilbaarheid in het onderwijzen niet, van de aan hun zorg toevertrouwde Christengelovigen de authentieke doctoren en leraren van het geloof; aan dit authentiek leergezag van hun Bisschoppen zijn de Christengelovigen gehouden met religieuze volgzaamheid van hun geest vast te houden.
Referenties naar alinea 600: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
601
Can. 601
Op de afzonderlijke Kerken drukt de opgave, die in de eerste plaats door de Patriarchen en de Bisschoppen moet worden uitgevoerd, om op een aan iedere generatie afzonderlijk en cultuur aangepaste wijze de bestendige vragen van de mensen over de zin van het leven te beantwoorden en eveneens om voor een christelijke oplossing van de dringendere problemen door in het licht van het Evangelie de tekenen der tijden te onderzoeken zo te zorgen, dat overal meer het licht van Christus schittert, dat alle mensen belicht.
Op de afzonderlijke Kerken drukt de opgave, die in de eerste plaats door de Patriarchen en de Bisschoppen moet worden uitgevoerd, om op een aan iedere generatie afzonderlijk en cultuur aangepaste wijze de bestendige vragen van de mensen over de zin van het leven te beantwoorden en eveneens om voor een christelijke oplossing van de dringendere problemen door in het licht van het Evangelie de tekenen der tijden te onderzoeken zo te zorgen, dat overal meer het licht van Christus schittert, dat alle mensen belicht.
Referenties naar alinea 601: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
602
Can. 602
In de pastorale zorg dienen niet alleen de beginselen van de gewijde wetenschappen, maar ook de vindingen van de andere wetenschappen te worden erkend en zo te worden aangewend, dat de Christengelovigen tot een meer bewust en overwogen geloofsleven worden geleid.
In de pastorale zorg dienen niet alleen de beginselen van de gewijde wetenschappen, maar ook de vindingen van de andere wetenschappen te worden erkend en zo te worden aangewend, dat de Christengelovigen tot een meer bewust en overwogen geloofsleven worden geleid.
Referenties naar alinea 602: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
603
Can. 603
De beoefening van de literatuur en de kunsten dient, vanwege hun kracht om de zin van het geloof met bijzondere doeltreffendheid tot uitdrukking te brengen en te communiceren, bevorderd te worden met erkenning van de rechtmatige vrijheid en culturele diversiteit.
De beoefening van de literatuur en de kunsten dient, vanwege hun kracht om de zin van het geloof met bijzondere doeltreffendheid tot uitdrukking te brengen en te communiceren, bevorderd te worden met erkenning van de rechtmatige vrijheid en culturele diversiteit.
Referenties naar alinea 603: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
604
Can. 604
Het is de taak van in de eerste plaats de Herders van de Kerk met ijver ervoor te zorgen, dat binnen de verscheidenheden van verkondigingen van de leer in de verschillende Kerken dezelfde zin van het geloof in acht genomen wordt en zo bevorderd wordt, dat de zuiverheid en eenheid van het geloof geen schade lijdt, ja zelfs de katholiciteit van de Kerk door de wettige diversiteit in een beter licht wordt gesteld.
Het is de taak van in de eerste plaats de Herders van de Kerk met ijver ervoor te zorgen, dat binnen de verscheidenheden van verkondigingen van de leer in de verschillende Kerken dezelfde zin van het geloof in acht genomen wordt en zo bevorderd wordt, dat de zuiverheid en eenheid van het geloof geen schade lijdt, ja zelfs de katholiciteit van de Kerk door de wettige diversiteit in een beter licht wordt gesteld.
Referenties naar alinea 604: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
605
Can. 605
Aan de Bisschoppen, vooral in Synoden of Raden samengekomen, bij uitstek evenwel aan de Apostolische Stoel komt toe de zuiverheid en eenheid van het geloof en de goede zeden gezagvol te bevorderen, te beschermen en gewetensvol te verdedigen, ook door, voor zover het nodig is, meningen, die met deze strijdig zijn, te verwerpen of door opmerkzaam te maken op die, die deze in gevaar kunnen brengen.
Aan de Bisschoppen, vooral in Synoden of Raden samengekomen, bij uitstek evenwel aan de Apostolische Stoel komt toe de zuiverheid en eenheid van het geloof en de goede zeden gezagvol te bevorderen, te beschermen en gewetensvol te verdedigen, ook door, voor zover het nodig is, meningen, die met deze strijdig zijn, te verwerpen of door opmerkzaam te maken op die, die deze in gevaar kunnen brengen.
Referenties naar alinea 605: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
606
Can. 606
§ 1. Het is de taak van de theologen op grond van hun dieper inzicht in het heilsmysterie en hun deskundigheid in de gewijde en aanverwante wetenschappen en eveneens in nieuwe vraagpunten, getrouw het authentiek leergezag van de Kerk volgend en tegelijk die gepaste vrijheid gebruikend, het geloof van de Kerk toe te lichten en te verdedigen en voor de doctrinaire voortgang te zorgen.
§ 1. Het is de taak van de theologen op grond van hun dieper inzicht in het heilsmysterie en hun deskundigheid in de gewijde en aanverwante wetenschappen en eveneens in nieuwe vraagpunten, getrouw het authentiek leergezag van de Kerk volgend en tegelijk die gepaste vrijheid gebruikend, het geloof van de Kerk toe te lichten en te verdedigen en voor de doctrinaire voortgang te zorgen.
Referenties naar alinea 606: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij het onderzoeken en het tot uitdrukking brengen van theologische waarheden is het hun taak dat zij bekommerd zijn om de gemeenschap van het geloof op te bouwen en dat zij met de Bisschoppen in hun taak om te onderwijzen bedreven samenwerken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Wie zich op de theologische disciplines vooral aan seminaries, universiteiten en faculteiten toeleggen, dienen zich te beijveren met de mensen, die in andere wetenschappen uitblinken, na gezamenlijk overleg en met gezamenlijke krachten samen te werken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de bediening van het woord Gods (cann. 607-626)
607
Can. 607
De bediening van het woord Gods, immers de prediking, de catechese en elk christelijk onderricht, waaronder de liturgische homilie een eminente plaats behoort te hebben, dient door de Heilige Schrift heilzaam te worden gevoed en op de heilige traditie te steunen; de viering van het woord Gods evenwel dient passend te worden begunstigd.
De bediening van het woord Gods, immers de prediking, de catechese en elk christelijk onderricht, waaronder de liturgische homilie een eminente plaats behoort te hebben, dient door de Heilige Schrift heilzaam te worden gevoed en op de heilige traditie te steunen; de viering van het woord Gods evenwel dient passend te worden begunstigd.
Referenties naar alinea 607: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
608
Can. 608
De Bisschoppen, de presbyters en de diakens hebben naargelang ieders eigen graad van de gewijde orde als eersten de taak van de bediening van het woord Gods, die volgens de norm van het recht uitgeoefend moet worden; de overige Christengelovigen evenwel dienen naargelang ieders eigen geschiktheid, levensstaat en ontvangen opdracht bereidwillig aan deze bediening deel te nemen.
De Bisschoppen, de presbyters en de diakens hebben naargelang ieders eigen graad van de gewijde orde als eersten de taak van de bediening van het woord Gods, die volgens de norm van het recht uitgeoefend moet worden; de overige Christengelovigen evenwel dienen naargelang ieders eigen geschiktheid, levensstaat en ontvangen opdracht bereidwillig aan deze bediening deel te nemen.
Referenties naar alinea 608: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. I - Over de prediking van het woord Gods (cann. 609-616)
609
Can. 609
Het sturen van de prediking van het woord Gods in zijn territorium komt de Eparch toe onverminderd het gemene recht.
Het sturen van de prediking van het woord Gods in zijn territorium komt de Eparch toe onverminderd het gemene recht.
Referenties naar alinea 609: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
610
Can. 610
§ 1. De Bisschoppen hebben het recht om het woord Gods overal ter wereld te prediken, tenzij de Eparch in een bijzonder geval het uitdrukkelijk heeft geweigerd.
§ 1. De Bisschoppen hebben het recht om het woord Gods overal ter wereld te prediken, tenzij de Eparch in een bijzonder geval het uitdrukkelijk heeft geweigerd.
Referenties naar alinea 610: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document612
§ 2. De presbyters zijn van de bevoegdheid voorzien om daar te prediken, waarheen zij wettig gezonden of uitgenodigd worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document611
612 §2
§ 3. Van dezelfde bevoegdheid om te prediken zijn ook de diakens voorzien, tenzij het particulier recht anders bepaalt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. In buitengewone omstandigheden voornamelijk om een gebrek aan clerici aan te vullen kan ook aan de overige Christengelovigen door de Eparch een opdracht om te prediken zelfs in een kerkgebouw worden gegeven onverminderd can. 614, § 4[574|+1364].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
611
Can. 611
Krachtens hun ambt zijn van de bevoegdheid om te prediken voorzien allen, aan wie de zielzorg is toevertrouwd; zij kunnen ook om te prediken tot de aan hun zorg toevertrouwden iedere mogelijke presbyter of onverminderd can. 610, § 3[574|+1355] diaken uitnodigen, tenzij het wettig aan hen verboden is.
Krachtens hun ambt zijn van de bevoegdheid om te prediken voorzien allen, aan wie de zielzorg is toevertrouwd; zij kunnen ook om te prediken tot de aan hun zorg toevertrouwden iedere mogelijke presbyter of onverminderd can. 610, § 3[574|+1355] diaken uitnodigen, tenzij het wettig aan hen verboden is.
Referenties naar alinea 611: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
612
Can. 612
§ 1. In klerikale religieuze instituten of kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven van pauselijk of patriarchaal recht komt het sturen van de prediking aan de hogere Oversten toe.
§ 1. In klerikale religieuze instituten of kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven van pauselijk of patriarchaal recht komt het sturen van de prediking aan de hogere Oversten toe.
Referenties naar alinea 612: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document475 §2
§ 2. Alle Oversten, ook de lokale, van ieder mogelijk instituut van gewijd leven kunnen evenwel om te prediken tot de eigen leden iedere mogelijke presbyter of onverminderd can. 610, § 3[574|+1355] diaken uitnodigen, tenzij het wettig aan hen verboden is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
613
Can. 613
Tegen een decreet van de Hiërarch, waardoor aan iemand verboden wordt te prediken, is alleen bezwaar zonder opschortende werking mogelijk, dat zonder uitstel moet worden beslist.
Tegen een decreet van de Hiërarch, waardoor aan iemand verboden wordt te prediken, is alleen bezwaar zonder opschortende werking mogelijk, dat zonder uitstel moet worden beslist.
Referenties naar alinea 613: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
614
Can. 614
§ 1. De homilie, waarmee gedurende de loop van het liturgisch jaar uit de Heilige Schrift de mysteriën van het geloof en de normen van het christelijk leven worden uiteengezet, wordt als deel van de liturgie zelf zeer aanbevolen.
§ 1. De homilie, waarmee gedurende de loop van het liturgisch jaar uit de Heilige Schrift de mysteriën van het geloof en de normen van het christelijk leven worden uiteengezet, wordt als deel van de liturgie zelf zeer aanbevolen.
Referenties naar alinea 614: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Op de pastoors en de rectoren van kerkgebouwen rust de plicht om ervoor te zorgen, dat tenminste op zondagen en op de voorgeschreven feestdagen binnen de Goddelijke Liturgie de homilie wordt gehouden, die niet achterwege mag worden gelaten tenzij om een zwaarwegende reden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De pastoor is het niet geoorloofd de plicht om tot het aan zijn pastorale zorg toevertrouwde volk te prediken gewoonlijk door tussenkomst van een ander te vervullen tenzij om een rechtmatige reden door de plaatselijk Hiërarch goedgekeurd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document612
§ 4. De homilie wordt aan de priester dan wel, volgens de norm van het particulier recht, ook aan de diaken voorbehouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
615
Can. 615
De Eparchen dienen door de gegeven normen ervoor te zorgen, dat op passende tijdstippen voor de geestelijke vernieuwing van het christelijk volk een bijzondere reeks van gewijde prediking wordt gehouden.
De Eparchen dienen door de gegeven normen ervoor te zorgen, dat op passende tijdstippen voor de geestelijke vernieuwing van het christelijk volk een bijzondere reeks van gewijde prediking wordt gehouden.
Referenties naar alinea 615: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
616
Can. 616
§ 1. De predikers van het woord Gods dienen, met weglating van woorden van menselijke wijsheid en duistere argumenten, aan de Christengelovigen het gehele mysterie van Christus te prediken, die is de weg en de waarheid en het leven; zij dienen te tonen dat de aardse zaken en de menselijke instituten overeenkomstig het plan van God de Schepper ook tot heil van de mensen geordend worden en daarom in niet geringe mate aan de opbouw van het Lichaam van Christus kunnen bijdragen.
§ 1. De predikers van het woord Gods dienen, met weglating van woorden van menselijke wijsheid en duistere argumenten, aan de Christengelovigen het gehele mysterie van Christus te prediken, die is de weg en de waarheid en het leven; zij dienen te tonen dat de aardse zaken en de menselijke instituten overeenkomstig het plan van God de Schepper ook tot heil van de mensen geordend worden en daarom in niet geringe mate aan de opbouw van het Lichaam van Christus kunnen bijdragen.
Referenties naar alinea 616: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Zij dienen daarom ook de leer van de Kerk grondig te onderwijzen over de waardigheid van de menselijke persoon en zijn fundamentele rechten, over het gezinsleven, over de burgerlijke en sociale samenleving en eveneens over het in het economisch en werkleven na te streven besef van rechtvaardigheid, dat bijdraagt om de vrede op aarde tot stand te brengen en om de vooruitgang van de volkeren te verkrijgen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over het catechetisch onderricht (cann. 617-626)
617
Can. 617
Van de afzonderlijke Kerken sui iuris, vooral evenwel van hun Bisschoppen, is het de zwaarwegende plicht om catechese te geven, opdat daardoor het geloof tot rijpheid wordt gebracht en de leerling van Christus wordt gevormd door middel van een diepere en meer geordende kennis van de leer van Christus en door middel van een van dag tot dag nauwere verbondenheid met Zijn Persoon.
Van de afzonderlijke Kerken sui iuris, vooral evenwel van hun Bisschoppen, is het de zwaarwegende plicht om catechese te geven, opdat daardoor het geloof tot rijpheid wordt gebracht en de leerling van Christus wordt gevormd door middel van een diepere en meer geordende kennis van de leer van Christus en door middel van een van dag tot dag nauwere verbondenheid met Zijn Persoon.
Referenties naar alinea 617: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
618
Can. 618
De ouders zijn als eersten verplicht door woord en voorbeeld hun kinderen in het geloof en de praktijk van het christelijk leven te vormen; aan een gelijke plicht zijn degenen gehouden, die de plaats van de ouders innemen, en de peetouders.
De ouders zijn als eersten verplicht door woord en voorbeeld hun kinderen in het geloof en de praktijk van het christelijk leven te vormen; aan een gelijke plicht zijn degenen gehouden, die de plaats van de ouders innemen, en de peetouders.
Referenties naar alinea 618: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
619
Can. 619
Behalve het christelijk gezin moeten de parochie zelf en welke kerkelijke gemeenschap dan ook zorgen voor het catechetisch onderricht van hun leden en voor hun integratie binnen de gemeenschap zelf door die omstandigheden te bieden, waarin zij datgene, wat zij hebben geleerd, zo volledig mogelijk kunnen beleven.
Behalve het christelijk gezin moeten de parochie zelf en welke kerkelijke gemeenschap dan ook zorgen voor het catechetisch onderricht van hun leden en voor hun integratie binnen de gemeenschap zelf door die omstandigheden te bieden, waarin zij datgene, wat zij hebben geleerd, zo volledig mogelijk kunnen beleven.
Referenties naar alinea 619: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
620
Can. 620
De verenigingen en bewegingen en kringen van Christengelovigen, hetzij zij zich op doelen van vroomheid en het apostolaat hetzij op werken van caritas en hulp richten, dienen voor de religieuze vorming van hun leden te zorgen onder de leiding van de plaatselijk Hiërarch.
De verenigingen en bewegingen en kringen van Christengelovigen, hetzij zij zich op doelen van vroomheid en het apostolaat hetzij op werken van caritas en hulp richten, dienen voor de religieuze vorming van hun leden te zorgen onder de leiding van de plaatselijk Hiërarch.
Referenties naar alinea 620: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
621
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 621
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of de Raad van Hiërarchen komt het binnen de grenzen van het territorium van de eigen Kerk toe om de normen over het catechetisch onderricht uit te vaardigen, die tot een catechetisch directorium passend samengebracht moeten worden met inachtneming van datgene, wat door het hoogste gezag van de Kerk voorgeschreven is.
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of de Raad van Hiërarchen komt het binnen de grenzen van het territorium van de eigen Kerk toe om de normen over het catechetisch onderricht uit te vaardigen, die tot een catechetisch directorium passend samengebracht moeten worden met inachtneming van datgene, wat door het hoogste gezag van de Kerk voorgeschreven is.
Referenties naar alinea 621: 2
Amoris Laetitia ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In het catechetisch directorium dient zo rekening gehouden te worden met de bijzondere aard van de oosterse Kerken, dat het bijbels en liturgisch belang en eveneens de tradities van de eigen Kerk sui iuris in de patrologie, de hagiografie en de iconografie zelf bij het geven van de catechese oplichten.
Referenties naar deze alinea: 2
Amoris Laetitia ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het is de taak van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of van de Raad van Hiërarchen ervoor te zorgen, dat wordt voorzien in catechismussen, aan verschillende groepen van Christengelovigen aangepast, tegelijk met hulpmiddelen en instrumenten en eveneens, dat de verschillende catechetische initiatieven worden bevorderd en onderling worden afgestemd.
Referenties naar deze alinea: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
622
Can. 622
§ 1. In welke Kerk sui iuris dan ook dient er een commissie voor de catechese te zijn, die ook met andere Kerken sui iuris voor eenzelfde territorium of sociaal-culturele regio kan worden ingesteld.
§ 1. In welke Kerk sui iuris dan ook dient er een commissie voor de catechese te zijn, die ook met andere Kerken sui iuris voor eenzelfde territorium of sociaal-culturele regio kan worden ingesteld.
Referenties naar alinea 622: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De commissie voor de catechese dient ook een catechetisch centrum ter beschikking te staan, waarvan het de taak is dezelfde Kerken tot steun te zijn om de catechetische initiatieven gecoördineerd en doeltreffender uit te voeren en ten dienste te staan van de vorming, zelfs de permanente, van de catechisten.
Referenties naar deze alinea: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
623
Can. 623
§ 1. Het is de taak van de Eparch het catechetisch onderricht in zijn eparchie met de hoogste zorg te bevorderen, te sturen en te leiden.
§ 1. Het is de taak van de Eparch het catechetisch onderricht in zijn eparchie met de hoogste zorg te bevorderen, te sturen en te leiden.
Referenties naar alinea 623: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tot dat doel dient er bij de eparchiale curie een eparchiaal catechetisch centrum te zijn.
Referenties naar deze alinea: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
624
Can. 624
§ 1. De pastoor moet zich ten zeerste inspannen om gelet op de normen door het bevoegd gezag bepaald, catechese te geven aan allen die aan zijn pastorale zorg zijn toevertrouwd, van welke leeftijd of positie zij ook maar zijn.
§ 1. De pastoor moet zich ten zeerste inspannen om gelet op de normen door het bevoegd gezag bepaald, catechese te geven aan allen die aan zijn pastorale zorg zijn toevertrouwd, van welke leeftijd of positie zij ook maar zijn.
Referenties naar alinea 624: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De aan de parochie toegewezen presbyters en diakens zijn gehouden de pastoors ondersteunende hulp te verlenen; de leden evenwel van de religieuze instituten volgens de norm van de cann. 479[574|479] en 542[574|542].
Referenties naar deze alinea: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De andere naar behoren gevormde Christengelovigen dienen bereidwillig hun ondersteunende hulp te bieden voor het geven van catechese.
Referenties naar deze alinea: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
625
Can. 625
De catechese behoort een oecumenisch karakter te hebben door een juist beeld van de andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen te geven; er moet echter geheel en al voor worden gezorgd, dat het juiste karakter van de katholieke catechese veilig wordt gesteld.
De catechese behoort een oecumenisch karakter te hebben door een juist beeld van de andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen te geven; er moet echter geheel en al voor worden gezorgd, dat het juiste karakter van de katholieke catechese veilig wordt gesteld.
Referenties naar alinea 625: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
626
Can. 626
Allen, die ten dienste staan van het geven van catechese, dienen zich ervan bewust te zijn, dat zij de rol van de Kerk vervullen en tot het communiceren van het geopenbaarde woord Gods, niet van het eigen, gezonden zijn; derhalve dienen zij de gehele leer van de Kerk voor te leggen op een wijze die aan wie gecatechiseerd moeten worden weliswaar is aangepast en die aan de eisen van hun cultuur beantwoordt.
Allen, die ten dienste staan van het geven van catechese, dienen zich ervan bewust te zijn, dat zij de rol van de Kerk vervullen en tot het communiceren van het geopenbaarde woord Gods, niet van het eigen, gezonden zijn; derhalve dienen zij de gehele leer van de Kerk voor te leggen op een wijze die aan wie gecatechiseerd moeten worden weliswaar is aangepast en die aan de eisen van hun cultuur beantwoordt.
Referenties naar alinea 626: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk III - Over de katholieke opvoeding (cann. 627-650)
627
Can. 627
§ 1. De zorg om hun kinderen op te voeden komt in de eerste plaats de ouders toe of degenen die hun plaats innemen; daarom is het hun taak in de door het geloof belichte en door wederzijdse liefde bezielde sfeer van het christelijk gezin hun kinderen op te voeden vooral tot vroomheid jegens God en liefde tot de naaste.
§ 1. De zorg om hun kinderen op te voeden komt in de eerste plaats de ouders toe of degenen die hun plaats innemen; daarom is het hun taak in de door het geloof belichte en door wederzijdse liefde bezielde sfeer van het christelijk gezin hun kinderen op te voeden vooral tot vroomheid jegens God en liefde tot de naaste.
Referenties naar alinea 627: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de eigen krachten worden overstegen om voor de gehele opvoeding van de kinderen te zorgen, is het de taak van de ouders ook aan anderen een deel van de opvoedingstaak toe te vertrouwen en eveneens de noodzakelijke of nuttige instrumenten van opvoeding te kiezen.
Referenties naar deze alinea: 2
Amoris Laetitia ->=geentekst=De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De ouders behoren bij het kiezen van de instrumenten van opvoeding een rechtmatige vrijheid te hebben onverminderd can. 633[574|+1398 -1399]; daarom dienen de Christengelovigen zich in te spannen, dat dit recht door de burgerlijke samenleving wordt erkend en overeenkomstig de eisen van de rechtvaardigheid ook met passende hulpmiddelen wordt begunstigd.
Referenties naar deze alinea: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
628
Can. 628
§ 1. Het is de taak van de Kerk, omdat zij nieuwe schepselen door middel van het Doopsel heeft voortgebracht, tezamen met de ouders voor hun katholieke opvoeding te zorgen.
§ 1. Het is de taak van de Kerk, omdat zij nieuwe schepselen door middel van het Doopsel heeft voortgebracht, tezamen met de ouders voor hun katholieke opvoeding te zorgen.
Referenties naar alinea 628: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Allen, aan wie de zielzorg is toevertrouwd, moeten de ouders hulp bieden om hun kinderen op te voeden, hen zich van het eigen recht en de plicht bewustmaken en in de religieuze opvoeding vooral van de jeugd voorzien.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
629
Can. 629
Alle opvoeders dienen ervoor te zorgen, dat zo aan de gehele vorming van de menselijke persoon aandacht wordt geschonken, dat de jongeren, nadat hun fysieke, intellectuele en morele gaven harmonisch zijn ontwikkeld, in christelijke deugden onderricht, gevormd worden om God volmaakter te leren kennen en lief te hebben, om de menselijke en morele waarden met een oprecht geweten te waarderen en met ware vrijheid te omhelzen en tegelijk om met een ontwikkeld besef van rechtvaardigheid en sociale verantwoordelijkheid de broederlijke samenleving met anderen na te streven.
Alle opvoeders dienen ervoor te zorgen, dat zo aan de gehele vorming van de menselijke persoon aandacht wordt geschonken, dat de jongeren, nadat hun fysieke, intellectuele en morele gaven harmonisch zijn ontwikkeld, in christelijke deugden onderricht, gevormd worden om God volmaakter te leren kennen en lief te hebben, om de menselijke en morele waarden met een oprecht geweten te waarderen en met ware vrijheid te omhelzen en tegelijk om met een ontwikkeld besef van rechtvaardigheid en sociale verantwoordelijkheid de broederlijke samenleving met anderen na te streven.
Referenties naar alinea 629: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
630
Can. 630
§ 1. Met grote geestdrift dienen de Christengelovigen zich in te spannen, dat de passende weldaden van de opvoeding en het onderricht zich sneller kunnen uitstrekken tot alle mensen overal ter wereld, waarbij bijzondere zorg is besteed aan diegenen, die minder bedeeld zijn.
§ 1. Met grote geestdrift dienen de Christengelovigen zich in te spannen, dat de passende weldaden van de opvoeding en het onderricht zich sneller kunnen uitstrekken tot alle mensen overal ter wereld, waarbij bijzondere zorg is besteed aan diegenen, die minder bedeeld zijn.
Referenties naar alinea 630: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Alle Christengelovigen dienen de initiatieven van de Kerk te begunstigen, die passend zijn om de opvoeding te bevorderen, in het bijzonder om scholen op te richten, te sturen en te ondersteunen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. I - Over de scholen, vooral de katholieke (cann. 631-639)
631
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Can. 631
§ 1. Onder de verschillende instrumenten van opvoeding moet met bijzondere betrokkenheid de katholieke school worden begunstigd, waarop de bemoeienis van de ouders, van de leraren en eveneens van de kerkelijke gemeenschap gericht behoort te zijn.
§ 1. Onder de verschillende instrumenten van opvoeding moet met bijzondere betrokkenheid de katholieke school worden begunstigd, waarop de bemoeienis van de ouders, van de leraren en eveneens van de kerkelijke gemeenschap gericht behoort te zijn.
Referenties naar alinea 631: 3
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Kerk heeft het recht om scholen van welke soort en graad dan ook op te richten en te leiden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
632
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Can. 632
Een school wordt in rechte niet aangemerkt als katholiek, tenzij ze als zodanig is opgericht door de Eparch of door het hoger kerkelijk gezag dan wel door hen als zodanig is erkend.
Een school wordt in rechte niet aangemerkt als katholiek, tenzij ze als zodanig is opgericht door de Eparch of door het hoger kerkelijk gezag dan wel door hen als zodanig is erkend.
Referenties naar alinea 632: 4
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
633
627 §3
627 §3
Can. 633
§ 1. Het komt de Eparch toe om over alle mogelijke scholen te oordelen en te besluiten, of ze aan de eisen van de christelijke opvoeding beantwoorden of niet; eveneens komt het hem toe om aan de Christengelovigen om een zwaarwegende reden het bezoeken van enige school te verbieden.
§ 1. Het komt de Eparch toe om over alle mogelijke scholen te oordelen en te besluiten, of ze aan de eisen van de christelijke opvoeding beantwoorden of niet; eveneens komt het hem toe om aan de Christengelovigen om een zwaarwegende reden het bezoeken van enige school te verbieden.
Referenties naar alinea 633: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document627 §3
§ 2. De ouders dienen ervoor te zorgen dat hun kinderen onder voor het overige gelijke omstandigheden naar katholieke scholen gestuurd worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
634
Can. 634
§ 1. Het is de eigen plicht van de katholieke school een sfeer van schoolgemeenschap door de evangelische geest van vrijheid en caritas bezield te scheppen, jeugdigen te helpen, opdat zij bij het ontwikkelen van hun eigen persoon tegelijk groeien overeenkomstig het nieuwe schepsel, waartoe zij door middel van het Doopsel gemaakt zijn, en de universele menselijke cultuur naar de heilsboodschap te ordenen zo, dat de kennis, die de studenten over de wereld, het leven en de mens geleidelijk verwerven, door het geloof wordt belicht.
§ 1. Het is de eigen plicht van de katholieke school een sfeer van schoolgemeenschap door de evangelische geest van vrijheid en caritas bezield te scheppen, jeugdigen te helpen, opdat zij bij het ontwikkelen van hun eigen persoon tegelijk groeien overeenkomstig het nieuwe schepsel, waartoe zij door middel van het Doopsel gemaakt zijn, en de universele menselijke cultuur naar de heilsboodschap te ordenen zo, dat de kennis, die de studenten over de wereld, het leven en de mens geleidelijk verwerven, door het geloof wordt belicht.
Referenties naar alinea 634: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het bovenstaande aan de eigen omstandigheden aan te passen onder de leiding van het bevoegd kerkelijk gezag is de taak van de katholieke school zelf, als ze in meerderheid door niet-katholieke studenten wordt bezocht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het is de taak van de katholieke school niet minder dan van andere scholen de culturele doelen en de menselijke en sociale vorming van de jongeren na te streven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
635
Can. 635
Het is de taak van in het bijzonder de Eparch ervoor te zorgen, dat er katholieke scholen zijn, vooral waar andere scholen ontbreken of niet adequaat zijn, ook vak- en technische scholen, voor zover ze naargelang de omstandigheden van plaats en tijd om een bijzondere reden worden vereist.
Het is de taak van in het bijzonder de Eparch ervoor te zorgen, dat er katholieke scholen zijn, vooral waar andere scholen ontbreken of niet adequaat zijn, ook vak- en technische scholen, voor zover ze naargelang de omstandigheden van plaats en tijd om een bijzondere reden worden vereist.
Referenties naar alinea 635: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
636
Can. 636
§ 1. Het catechetisch onderricht in alle mogelijke scholen is aan het gezag en het toezicht van de Eparch onderworpen.
§ 1. Het catechetisch onderricht in alle mogelijke scholen is aan het gezag en het toezicht van de Eparch onderworpen.
Referenties naar alinea 636: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Eparch is ook bevoegd de leraren katholieke religie te benoemen dan wel goed te keuren en ze, als een reden van het geloof of de zeden dit vereist, te verwijderen of te eisen, dat zij worden verwijderd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
637
Can. 637
In de scholen, waarin het katholieke onderricht ontbreekt of naar het oordeel van de Eparch niet voldoet, moet de ware katholieke vorming van alle katholieke studenten worden aangevuld.
In de scholen, waarin het katholieke onderricht ontbreekt of naar het oordeel van de Eparch niet voldoet, moet de ware katholieke vorming van alle katholieke studenten worden aangevuld.
Referenties naar alinea 637: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
638
Can. 638
§ 1. De Eparch komt het recht toe om alle katholieke scholen die in zijn eparchie bestaan canoniek te visiteren met uitzondering van scholen, die uitsluitend openstaan voor de eigen studenten van een instituut van gewijd leven van pauselijk of patriarchaal recht, en met behoud in elk geval van de zelfstandigheid van de instituten van gewijd leven met betrekking tot het leiden van hun eigen scholen.
§ 1. De Eparch komt het recht toe om alle katholieke scholen die in zijn eparchie bestaan canoniek te visiteren met uitzondering van scholen, die uitsluitend openstaan voor de eigen studenten van een instituut van gewijd leven van pauselijk of patriarchaal recht, en met behoud in elk geval van de zelfstandigheid van de instituten van gewijd leven met betrekking tot het leiden van hun eigen scholen.
Referenties naar alinea 638: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Waar meerdere Eparchen zijn, komt het recht om canoniek te visiteren diegene toe, die de school heeft gesticht of heeft goedgekeurd, tenzij anders in de statuten van de stichting dan wel door een tussen hen aangegane bijzondere overeenkomst wordt geregeld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
639
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Can. 639
De leraren moeten, omdat ze het meest de bewerkers zijn, dat de katholieke school haar voornemens en initiatieven kan verwezenlijken, in de leer uitmuntend zijn en door getuigenis van leven voorbeeldig en zij dienen gemeenschappelijk in de eerste plaats met de ouders, maar ook met andere scholen werk te verrichten.
De leraren moeten, omdat ze het meest de bewerkers zijn, dat de katholieke school haar voornemens en initiatieven kan verwezenlijken, in de leer uitmuntend zijn en door getuigenis van leven voorbeeldig en zij dienen gemeenschappelijk in de eerste plaats met de ouders, maar ook met andere scholen werk te verrichten.
Referenties naar alinea 639: 2
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over de katholieke universiteiten (cann. 640-645)
640
Can. 640
§ 1. Een katholieke universiteit streeft dit doel na, dat een openbare, duurzame en universele aanwezigheid van de christelijke geest wordt gerealiseerd in de studie van de gehele te bevorderen hogere cultuur; daarom stelt zij een inrichting van onderzoek, reflectie en onderricht van hogere orde in, waarin door het licht van het Evangelie de veelvormige menselijke kennis moet worden toegelicht.
§ 1. Een katholieke universiteit streeft dit doel na, dat een openbare, duurzame en universele aanwezigheid van de christelijke geest wordt gerealiseerd in de studie van de gehele te bevorderen hogere cultuur; daarom stelt zij een inrichting van onderzoek, reflectie en onderricht van hogere orde in, waarin door het licht van het Evangelie de veelvormige menselijke kennis moet worden toegelicht.
Referenties naar alinea 640: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Andere instituten voor hogere studies of zelfstandige katholieke faculteiten, die hetzelfde doel nastreven, worden met een katholieke universiteit gelijkgesteld, echter niet de kerkelijke universiteiten en faculteiten, als bedoeld in de cann. 646 - 650[574|646-650].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
641
Can. 641
In de katholieke universiteiten dienen de afzonderlijke disciplines met de eigen beginselen, de eigen methode en de eigen vrijheid van wetenschappelijk onderzoek zo te worden beoefend, dat van dag tot dag dieper inzicht in die disciplines wordt verworven en dat, nadat de nieuwe vraagpunten en onderzoeken van de voortschrijdende tijd zeer zorgvuldig zijn beschouwd, dieper ingezien wordt, hoe geloof en rede tot het ene ware samengaan, en dat in de leer waarlijk uitmuntende mensen worden gevormd, bereid om de zwaardere ambten in de samenleving op zich te nemen en als getuigen van het geloof in de wereld.
In de katholieke universiteiten dienen de afzonderlijke disciplines met de eigen beginselen, de eigen methode en de eigen vrijheid van wetenschappelijk onderzoek zo te worden beoefend, dat van dag tot dag dieper inzicht in die disciplines wordt verworven en dat, nadat de nieuwe vraagpunten en onderzoeken van de voortschrijdende tijd zeer zorgvuldig zijn beschouwd, dieper ingezien wordt, hoe geloof en rede tot het ene ware samengaan, en dat in de leer waarlijk uitmuntende mensen worden gevormd, bereid om de zwaardere ambten in de samenleving op zich te nemen en als getuigen van het geloof in de wereld.
Referenties naar alinea 641: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
642
644
649
644
649
Can. 642
§ 1. De katholieke universiteit is een instituut voor hogere studies, dat als zodanig is opgericht dan wel goedgekeurd hetzij door het hoger administratief gezag van een Kerk sui iuris na voorafgaande raadpleging van de Apostolische Stoel hetzij door de Apostolische Stoel zelf; daarover moet zekerheid bestaan door een openbaar document.
§ 1. De katholieke universiteit is een instituut voor hogere studies, dat als zodanig is opgericht dan wel goedgekeurd hetzij door het hoger administratief gezag van een Kerk sui iuris na voorafgaande raadpleging van de Apostolische Stoel hetzij door de Apostolische Stoel zelf; daarover moet zekerheid bestaan door een openbaar document.
Referenties naar alinea 642: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document644
649
§ 2. Binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk is dit hoger gezag de Patriarch met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
643
Can. 643
In de katholieke universiteiten, waarin geen enkele faculteit voor theologie bestaat, dienen tenminste theologische cursussen, aan de studenten van de verschillende faculteiten aangepast, te worden gegeven.
In de katholieke universiteiten, waarin geen enkele faculteit voor theologie bestaat, dienen tenminste theologische cursussen, aan de studenten van de verschillende faculteiten aangepast, te worden gegeven.
Referenties naar alinea 643: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
644
Can. 644
Wie disciplines die op het geloof en de zeden betrekking hebben in de katholieke universiteiten onderwijzen, moeten voorzien zijn van een opdracht van het kerkelijk gezag aangewezen door degenen, als bedoeld in can. 642[574|+1414 -1415]; hetzelfde gezag kan deze opdracht om een zwaarwegende reden ontnemen vooral als de wetenschappelijke of pedagogische geschiktheid, de rechtschapenheid of zuiverheid in de leer ontbreken.
Wie disciplines die op het geloof en de zeden betrekking hebben in de katholieke universiteiten onderwijzen, moeten voorzien zijn van een opdracht van het kerkelijk gezag aangewezen door degenen, als bedoeld in can. 642[574|+1414 -1415]; hetzelfde gezag kan deze opdracht om een zwaarwegende reden ontnemen vooral als de wetenschappelijke of pedagogische geschiktheid, de rechtschapenheid of zuiverheid in de leer ontbreken.
Referenties naar alinea 644: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
645
Can. 645
Het is de taak van de Hiërarchen na gezamenlijk overleg erin te voorzien, dat er ook bij andere universiteiten convicten en katholieke universitaire centra zijn, waarin zorgvuldig uitgekozen en voorbereide Christengelovigen aan de universitaire jeugd blijvende geestelijke en intellectuele ondersteuning moeten verschaffen.
Het is de taak van de Hiërarchen na gezamenlijk overleg erin te voorzien, dat er ook bij andere universiteiten convicten en katholieke universitaire centra zijn, waarin zorgvuldig uitgekozen en voorbereide Christengelovigen aan de universitaire jeugd blijvende geestelijke en intellectuele ondersteuning moeten verschaffen.
Referenties naar alinea 645: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. III - Over de kerkelijke universiteiten en faculteiten (cann. 645-650)
646
640 §2
640 §2
Can. 646
Aanhoudend moeten in de eerste plaats door de Hiërarchen de kerkelijke universiteiten en faculteiten worden bevorderd, natuurlijk die, welke vooral over de goddelijke Openbaring en de daarmee verbonden wetenschappen gaan en daarom met de taak van de Kerk om te evangeliseren nauwer worden verbonden.
Aanhoudend moeten in de eerste plaats door de Hiërarchen de kerkelijke universiteiten en faculteiten worden bevorderd, natuurlijk die, welke vooral over de goddelijke Openbaring en de daarmee verbonden wetenschappen gaan en daarom met de taak van de Kerk om te evangeliseren nauwer worden verbonden.
Referenties naar alinea 646: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
647
640 §2
640 §2
Can. 647
Van een kerkelijke universiteit of faculteit is het doel:
Van een kerkelijke universiteit of faculteit is het doel:
Referenties naar alinea 647: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document640 §2
- 1° de goddelijke Openbaring en datgene, wat daarmee verbonden is, dieper en wetenschappelijk te onderzoeken, de waarheden van de goddelijke Openbaring systematisch te verduidelijken en te ordenen, nieuwe vraagpunten van de voortschrijdende tijd in het licht ervan te beschouwen en aan tijdgenoten op een aan de eigen cultuur aangepaste wijze te presenteren;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document640 §2
- 2° studerenden in de verschillende disciplines overeenkomstig de katholieke leer dieper te onderrichten en hen voor de diverse werken van het apostolaat, de bediening of het leergezag in dezelfde disciplines passend voor te bereiden en de permanente vorming te bevorderen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
648
640 §2
640 §2
Can. 648
De kerkelijke universiteiten en faculteiten zijn die, welke door het bevoegd kerkelijk gezag canoniek opgericht of goedgekeurd, de gewijde wetenschappen en de daarmee verbonden wetenschappen beoefenen en overdragen en van het recht zijn voorzien om academische graden te verlenen, die canonieke gevolgen hebben.
De kerkelijke universiteiten en faculteiten zijn die, welke door het bevoegd kerkelijk gezag canoniek opgericht of goedgekeurd, de gewijde wetenschappen en de daarmee verbonden wetenschappen beoefenen en overdragen en van het recht zijn voorzien om academische graden te verlenen, die canonieke gevolgen hebben.
Referenties naar alinea 648: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
649
640 §2
640 §2
Can. 649
De oprichting of goedkeuring van de kerkelijke universiteiten of faculteiten wordt verricht door de Apostolische Stoel dan wel door het hoger administratief gezag, als bedoeld in can. 642[574|+1414 -1415], tezamen met de Apostolische Stoel.
De oprichting of goedkeuring van de kerkelijke universiteiten of faculteiten wordt verricht door de Apostolische Stoel dan wel door het hoger administratief gezag, als bedoeld in can. 642[574|+1414 -1415], tezamen met de Apostolische Stoel.
Referenties naar alinea 649: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
650
640 §2
640 §2
Can. 650
Met betrekking tot de statuten van een kerkelijke universiteit of faculteit, vooral wat betreft het bestuur, het beheer, de benoeming van de docenten of het verlies van hun ambt, het studiecurriculum en het verlenen van de academische graden, moeten de door de Apostolische Stoel uitgevaardigde normen in acht worden genomen.
Met betrekking tot de statuten van een kerkelijke universiteit of faculteit, vooral wat betreft het bestuur, het beheer, de benoeming van de docenten of het verlies van hun ambt, het studiecurriculum en het verlenen van de academische graden, moeten de door de Apostolische Stoel uitgevaardigde normen in acht worden genomen.
Referenties naar alinea 650: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk IV - Over de middelen van sociale communicatie en in het bijzonder over boeken (cann. 651-666)
651
Can. 651
§ 1. Om de taak om het Evangelie overal ter wereld te verkondigen op zich te nemen is de Kerk gehouden passende middelen te gebruiken en daarom behoort het recht om de middelen van sociale communicatie aan te wenden en in het bijzonder om geschriften vrijelijk in druk uit te geven voor haar overal te worden opgeëist.
§ 1. Om de taak om het Evangelie overal ter wereld te verkondigen op zich te nemen is de Kerk gehouden passende middelen te gebruiken en daarom behoort het recht om de middelen van sociale communicatie aan te wenden en in het bijzonder om geschriften vrijelijk in druk uit te geven voor haar overal te worden opgeëist.
Referenties naar alinea 651: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Alle Christengelovigen dienen voor hun deel in de zo belangrijke zending van de Kerk samen te werken en de initiatieven van dit apostolaat te ondersteunen en te begunstigen; bovendien dienen vooral zij, die in het realiseren en overbrengen van communicatie deskundig zijn, aan het pastorale handelen van de Bisschoppen ondersteunende hulp betrokken te verlenen en zich met alle ijver in te spannen, dat het gebruik van die middelen van de geest van Christus wordt doordrongen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
652
Can. 652
§ 1. De Eparchen dienen ervoor te zorgen, dat met de hulp vooral van instituten voor middelen van sociale communicatie de Christengelovigen grondig worden onderwezen in het kritisch en nuttig gebruik van die middelen; zij dienen de samenwerking tussen deze verschillende instituten te begunstigen; zij dienen in de vorming van deskundigen te voorzien; tenslotte, hetgeen bewerkstelligd kan worden meer dan door slechte initiatieven af te keuren en te veroordelen, dienen zij goede initiatieven te bevorderen door in de eerste plaats goede boeken te loven en te prijzen.
§ 1. De Eparchen dienen ervoor te zorgen, dat met de hulp vooral van instituten voor middelen van sociale communicatie de Christengelovigen grondig worden onderwezen in het kritisch en nuttig gebruik van die middelen; zij dienen de samenwerking tussen deze verschillende instituten te begunstigen; zij dienen in de vorming van deskundigen te voorzien; tenslotte, hetgeen bewerkstelligd kan worden meer dan door slechte initiatieven af te keuren en te veroordelen, dienen zij goede initiatieven te bevorderen door in de eerste plaats goede boeken te loven en te prijzen.
Referenties naar alinea 652: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Om de zuiverheid van het geloof en de zeden te beschermen komt het de Eparch, de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk, de Raad van Hiërarchen en de Apostolische Stoel toe om te verbieden, dat Christengelovigen de middelen van sociale communicatie, voor zover ze voor dezelfde zuiverheid tot nadeel strekken, gebruiken of die met anderen delen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
653
Can. 653
Het is de taak van het particulier recht nader de normen te bepalen over het gebruik van de radio, bioscoop, televisie en dergelijke bij het behandelen van datgene, wat de katholieke leer dan wel de zeden betreft.
Het is de taak van het particulier recht nader de normen te bepalen over het gebruik van de radio, bioscoop, televisie en dergelijke bij het behandelen van datgene, wat de katholieke leer dan wel de zeden betreft.
Referenties naar alinea 653: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
654
Can. 654
De normen van het gemene recht over boeken gelden ook voor alle mogelijke andere geschriften dan wel gesprekken, door middel van technische vindingen op welke wijze ook maar weergegeven en voor openbare bekendmaking bestemd.
De normen van het gemene recht over boeken gelden ook voor alle mogelijke andere geschriften dan wel gesprekken, door middel van technische vindingen op welke wijze ook maar weergegeven en voor openbare bekendmaking bestemd.
Referenties naar alinea 654: 1
In ascolto dello Spirito ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
655
Can. 655
§ 1. Voor de Christengelovigen behoort de toegang tot de Heilige Schrift wijd open te staan; derhalve dienen, waar ze ontbreken, passende en juiste vertalingen van voldoende uitleg voorzien vervaardigd te worden door de zorg van de Eparchen, ja zelfs, voor zover dit passend en nuttig kan gebeuren, in samenwerking met andere Christenen.
§ 1. Voor de Christengelovigen behoort de toegang tot de Heilige Schrift wijd open te staan; derhalve dienen, waar ze ontbreken, passende en juiste vertalingen van voldoende uitleg voorzien vervaardigd te worden door de zorg van de Eparchen, ja zelfs, voor zover dit passend en nuttig kan gebeuren, in samenwerking met andere Christenen.
Referenties naar alinea 655: 1
Liturgiam Authenticam ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Alle Christengelovigen, vooral de zielzorgers, dient het ter harte te gaan om exemplaren van de Heilige Schrift te verspreiden voorzien van passende aantekeningen die aan het gebruik ook van niet-Christenen zijn aangepast.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Voor het liturgisch of catechetisch gebruik dienen alleen die uitgaven van de Heilige Schrift te worden gebruikt, die van een kerkelijke goedkeuring zijn voorzien; de overige uitgaven moeten tenminste van een kerkelijk verlof zijn voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
656
Can. 656
§ 1. In de liturgische vieringen dienen alleen de boeken te worden gebruikt die van een kerkelijke goedkeuring zijn voorzien.
§ 1. In de liturgische vieringen dienen alleen de boeken te worden gebruikt die van een kerkelijke goedkeuring zijn voorzien.
Referenties naar alinea 656: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De gebedenboeken of devotieboeken, bestemd voor het openbaar of privaat gebruik van de Christengelovigen, behoeven een kerkelijk verlof.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
657
668 § 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
X. La natura giuridica e l’estensione della «recognitio» della Santa Sede ->=geentekst=
668 § 2
Can. 657
§ 1. De goedkeuring van de liturgische teksten wordt na voorafgaande toetsing van de Apostolische Stoel in de patriarchale Kerken voorbehouden aan de Patriarch met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk; in metropolitane Kerken sui iuris aan de Metropoliet met de instemming van de Raad van Hiërarchen; in de overige Kerken heeft alleen de Apostolische Stoel dit recht en binnen de grenzen door dezelfde bepaald de Bisschoppen en hun wettig ingestelde groeperingen.
§ 1. De goedkeuring van de liturgische teksten wordt na voorafgaande toetsing van de Apostolische Stoel in de patriarchale Kerken voorbehouden aan de Patriarch met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk; in metropolitane Kerken sui iuris aan de Metropoliet met de instemming van de Raad van Hiërarchen; in de overige Kerken heeft alleen de Apostolische Stoel dit recht en binnen de grenzen door dezelfde bepaald de Bisschoppen en hun wettig ingestelde groeperingen.
Referenties naar alinea 657: 3
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
X. La natura giuridica e l’estensione della «recognitio» della Santa Sede ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document668 § 2
§ 2. Dezelfde gezagsdragers komt ook het recht toe om vertalingen van dezelfde boeken, bestemd voor het liturgisch gebruik, goed te keuren nadat een verslag is opgesteld, als het om patriarchale of metropolitane Kerken sui iuris gaat, voor de Apostolische Stoel.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document668 § 2
§ 3. Voor het opnieuw uitgeven van de liturgische boeken of van de vertalingen ervan in een andere taal, bestemd voor het liturgisch gebruik, of van delen ervan wordt vereist en volstaat, dat zekerheid bestaat over de overeenstemming met de goedgekeurde editie uit een attest van de plaatselijk Hiërarch, als bedoeld in can. 662, § 1[574|+1450].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document668 § 2
§ 4. Bij wijzigingen van de liturgische teksten dient gelet te worden op can. 40, § 1[574|+62].
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
658
Can. 658
§ 1. De catechismussen en eveneens de andere geschriften, bestemd voor het catechetisch onderricht in scholen van elke soort en graad, of de vertalingen ervan behoeven een kerkelijke goedkeuring.
§ 1. De catechismussen en eveneens de andere geschriften, bestemd voor het catechetisch onderricht in scholen van elke soort en graad, of de vertalingen ervan behoeven een kerkelijke goedkeuring.
Referenties naar alinea 658: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Dezelfde norm moet worden toegepast ook op de andere boeken die over het geloof dan wel de zeden handelen, als ze gebruikt worden als tekst, waarop het catechetisch onderricht moet steunen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
659
Can. 659
Het wordt aanbevolen, dat alle mogelijke geschriften, die het katholieke geloof dan wel de zeden toelichten, tenminste van een kerkelijk verlof zijn voorzien met behoud van de voorschriften van de instituten van gewijd leven, die meer eisen.
Het wordt aanbevolen, dat alle mogelijke geschriften, die het katholieke geloof dan wel de zeden toelichten, tenminste van een kerkelijk verlof zijn voorzien met behoud van de voorschriften van de instituten van gewijd leven, die meer eisen.
Referenties naar alinea 659: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
660
Can. 660
In dagbladen, opiniebladen dan wel tijdschriften, die de katholieke religie dan wel de goede zeden duidelijk plegen aan te vallen, mogen de Christengelovigen niets schrijven tenzij om een rechtmatige en zinnige reden; de clerici echter en de leden van de religieuze instituten bovendien alleen met het verlof van degenen, als bedoeld can. 662[574|+1450 -1451].
In dagbladen, opiniebladen dan wel tijdschriften, die de katholieke religie dan wel de goede zeden duidelijk plegen aan te vallen, mogen de Christengelovigen niets schrijven tenzij om een rechtmatige en zinnige reden; de clerici echter en de leden van de religieuze instituten bovendien alleen met het verlof van degenen, als bedoeld can. 662[574|+1450 -1451].
Referenties naar alinea 660: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
661
Can. 661
§ 1. Het kerkelijk verlof met alleen het woord imprimatur tot uitdrukking gebracht betekent, dat het werk van dwalingen met betrekking tot het katholieke geloof en de zeden vrij is.
§ 1. Het kerkelijk verlof met alleen het woord imprimatur tot uitdrukking gebracht betekent, dat het werk van dwalingen met betrekking tot het katholieke geloof en de zeden vrij is.
Referenties naar alinea 661: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De goedkeuring evenwel door het bevoegd gezag verleend toont, dat de tekst door de Kerk is aanvaard dan wel dat het werk met de authentieke leer van de Kerk eensluidend is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als een werk bovendien door de Eparch of door een hoger gezag geloofd of geprezen is, betekent dit, dat dat de authentieke leer van de Kerk goed tot uitdrukking brengt en daarom aan te bevelen is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
662
660
660
Can. 662
§ 1. De goedkeuring of het kerkelijk verlof om boeken uit te geven, kan, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt bepaald, worden verleend hetzij door de eigen plaatselijk Hiërarch van de auteur hetzij door de Hiërarch van de plaats, waar ze worden gepubliceerd, hetzij tenslotte door het hogere gezag, dat over de personen of de plaatsen uitvoerende bestuursmacht uitoefent.
§ 1. De goedkeuring of het kerkelijk verlof om boeken uit te geven, kan, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt bepaald, worden verleend hetzij door de eigen plaatselijk Hiërarch van de auteur hetzij door de Hiërarch van de plaats, waar ze worden gepubliceerd, hetzij tenslotte door het hogere gezag, dat over de personen of de plaatsen uitvoerende bestuursmacht uitoefent.
Referenties naar alinea 662: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document657 §3
660
§ 2. De leden van de religieuze instituten behoeven om geschriften te kunnen uitgeven, die vraagpunten over het katholieke geloof dan wel de zeden behandelen, ook het verlof van hun hogere Overste volgens de norm van het typicon of de statuten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
663
Can. 663
§ 1. Het verlof om enig werk uit te geven dan wel de goedkeuring, lof of lofprijzing van enig werk geldt voor de originele tekst, niet echter voor de nieuwe uitgaven of vertalingen.
§ 1. Het verlof om enig werk uit te geven dan wel de goedkeuring, lof of lofprijzing van enig werk geldt voor de originele tekst, niet echter voor de nieuwe uitgaven of vertalingen.
Referenties naar alinea 663: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het gaat om uitgaven van de Heilige Schrift of om andere boeken, die een kerkelijke goedkeuring volgens de norm van het recht behoeven, volstaat de door één plaatselijk Hiërarch wettig verleende goedkeuring niet, dat deze in een andere eparchie gebruikt kunnen worden, maar wordt de expliciete instemming van de plaatselijk Hiërarch van deze eparchie vereist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
664
Can. 664
§ 1. Het oordeel over boeken kan door de plaatselijk Hiërarch worden toevertrouwd aan censoren uit een lijst door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of door de Raad van Hiërarchen opgemaakt dan wel naar zijn inzicht aan andere personen, in wie hij vertrouwen stelt; tenslotte kan een bijzondere commissie van censoren worden ingesteld, die de plaatselijk Hiërarch, de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of de Raad van Hiërarchen kunnen raadplegen.
§ 1. Het oordeel over boeken kan door de plaatselijk Hiërarch worden toevertrouwd aan censoren uit een lijst door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of door de Raad van Hiërarchen opgemaakt dan wel naar zijn inzicht aan andere personen, in wie hij vertrouwen stelt; tenslotte kan een bijzondere commissie van censoren worden ingesteld, die de plaatselijk Hiërarch, de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of de Raad van Hiërarchen kunnen raadplegen.
Referenties naar alinea 664: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Er dienen censoren te worden uitgekozen in kennis, rechte leer en wijsheid uitmuntend en zij dienen bij het op zich nemen van hun ambt zonder enig aanzien des persoons een oordeel te vellen overeenkomstig de katholieke leer, zoals zij door het authentiek leergezag van de Kerk wordt voorgehouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De censoren moeten hun opvatting schriftelijk geven; als ze gunstig is, dient de Hiërarch naar zijn wijs oordeel het verlof dan wel de goedkeuring te verlenen met vermelding van zijn naam; anders dient hij de redenen van de weigering aan de auteur van het werk mede te delen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
665
665 §3
665 §3
Can. 665
§ 1. De pastoors en de rectoren van kerkgebouwen dienen zich ervoor te hoeden, dat in hun kerkgebouwen aan de echte gewijde kunst vreemde iconen of beelden, dan wel met de christelijke religie of de zeden minder overeenstemmende boeken worden uitgestald, verkocht dan wel uitgedeeld.
§ 1. De pastoors en de rectoren van kerkgebouwen dienen zich ervoor te hoeden, dat in hun kerkgebouwen aan de echte gewijde kunst vreemde iconen of beelden, dan wel met de christelijke religie of de zeden minder overeenstemmende boeken worden uitgestald, verkocht dan wel uitgedeeld.
Referenties naar alinea 665: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Eveneens is het de taak van de pastoors en de rectoren van kerkgebouwen en eveneens van de leidinggevenden van katholieke scholen ervoor te zorgen, dat onder hun hoede uit te voeren voorstellingen van welk type dan ook met een besef van christelijk onderscheidingsvermogen worden uitgekozen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Alle Christengelovigen dienen zich ervoor te hoeden, dat zij door het kopen, verkopen, lezen of met anderen delen van datgene, als bedoeld in § 1[574|+1457], zichzelf of anderen geestelijke schade berokkenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
666
Can. 666
§ 1. Het intellectuele werk van een auteur staat onder rechtsbescherming hetzij voor zover het diens persoon duidelijk maakt hetzij voor zover het een bron van vermogensrechten is.
§ 1. Het intellectuele werk van een auteur staat onder rechtsbescherming hetzij voor zover het diens persoon duidelijk maakt hetzij voor zover het een bron van vermogensrechten is.
Referenties naar alinea 666: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Onder rechtsbescherming staan de teksten van wetten en officiële akten van welk kerkelijk gezag dan ook en de authentieke verzamelingen ervan; en daarom is het niet geoorloofd die opnieuw uit te geven tenzij met het verkregen verlof van hetzelfde of het hogere gezag en met inachtneming van de voorwaarden door dat gezag voorgeschreven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Door het particulier recht van iedere Kerk sui iuris afzonderlijk dienen meer vastgestelde normen hieromtrent te worden uitgevaardigd met inachtneming van de voorschriften van het burgerlijk recht met betrekking tot de rechten van de auteur.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XVI - Over de goddelijke eredienst en vooral over de sacramenten (cann. 667-895)
667
Can. 667
Door middel van de sacramenten, die de Kerk gehouden is uit te delen, om onder een zichtbaar teken de mysteries van Christus te communiceren, heiligt onze Heer Jezus Christus de mensen in de kracht van de Heilige Geest, zodat zij op bijzondere wijze tot ware aanbidders van God de Vader worden gemaakt, en voegt hij hen in zichzelf en in de Kerk, zijn Lichaam, in; daarom dienen alle Christengelovigen, vooral evenwel de gewijde bedienaren, bij het gewetensvol vieren en ontvangen van dezelfde sacramenten de voorschriften van de Kerk zorgvuldig in acht te nemen.
Door middel van de sacramenten, die de Kerk gehouden is uit te delen, om onder een zichtbaar teken de mysteries van Christus te communiceren, heiligt onze Heer Jezus Christus de mensen in de kracht van de Heilige Geest, zodat zij op bijzondere wijze tot ware aanbidders van God de Vader worden gemaakt, en voegt hij hen in zichzelf en in de Kerk, zijn Lichaam, in; daarom dienen alle Christengelovigen, vooral evenwel de gewijde bedienaren, bij het gewetensvol vieren en ontvangen van dezelfde sacramenten de voorschriften van de Kerk zorgvuldig in acht te nemen.
Referenties naar alinea 667: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
668
Can. 668
§ 1. De goddelijke eredienst wordt openbaar genoemd, als ze in naam van de Kerk door wettig hiertoe afgevaardigde personen en door middel van door het kerkelijk gezag goedgekeurde handelingen wordt verricht; anders privaat.
§ 1. De goddelijke eredienst wordt openbaar genoemd, als ze in naam van de Kerk door wettig hiertoe afgevaardigde personen en door middel van door het kerkelijk gezag goedgekeurde handelingen wordt verricht; anders privaat.
Referenties naar alinea 668: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Voor de regeling van de openbare goddelijke eredienst is het bevoegd gezag dat, als bedoeld in can. 657[574|+1439 -1442], onverminderd can. 199, § 1[574|+413]; niemand anders mag iets aan het door dat gezag bepaalde toevoegen, ervan wegnemen dan wel dat wijzigen.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
669
Can. 669
Omdat de sacramenten dezelfde zijn voor de universele Kerk en tot het goddelijk goed behoren, is alleen het hoogste gezag van de Kerk bevoegd goed te keuren of te bepalen, wat voor de geldigheid ervan vereist is.
Omdat de sacramenten dezelfde zijn voor de universele Kerk en tot het goddelijk goed behoren, is alleen het hoogste gezag van de Kerk bevoegd goed te keuren of te bepalen, wat voor de geldigheid ervan vereist is.
Referenties naar alinea 669: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
670
Can. 670
§ 1. De katholieke Christengelovigen kunnen om een rechtmatige reden aanwezig zijn bij de goddelijke eredienst van andere Christenen en daaraan deelhebben met inachtneming van datgene, wat, rekening gehouden met de graad van gemeenschap met de katholieke Kerk, door de Eparch dan wel door het hogere gezag is bepaald.
§ 1. De katholieke Christengelovigen kunnen om een rechtmatige reden aanwezig zijn bij de goddelijke eredienst van andere Christenen en daaraan deelhebben met inachtneming van datgene, wat, rekening gehouden met de graad van gemeenschap met de katholieke Kerk, door de Eparch dan wel door het hogere gezag is bepaald.
Referenties naar alinea 670: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als voor niet-katholieke Christenen plaatsen ontbreken, waar zij de goddelijke eredienst waardig kunnen vieren, kan de Eparch het gebruik van een katholiek gebouw of begraafplaats of kerkgebouw toestaan volgens de norm van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
671
Can. 671
§ 1. De katholieke bedienaren bedienen de sacramenten geoorloofd aan alleen katholieke Christengelovigen, die op gelijke wijze deze van alleen katholieke bedienaren geoorloofd ontvangen.
§ 1. De katholieke bedienaren bedienen de sacramenten geoorloofd aan alleen katholieke Christengelovigen, die op gelijke wijze deze van alleen katholieke bedienaren geoorloofd ontvangen.
Referenties naar alinea 671: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document671 §5
§ 2. Als evenwel de noodzaak dit eist dan wel een echt geestelijk nut dit aanbeveelt en mits gevaar van dwaling of onverschilligheid wordt vermeden, is het katholieke Christengelovigen, voor wie het fysiek dan wel moreel onmogelijk is om naar een katholieke bedienaar te gaan, geoorloofd de Sacramenten van de Boetedoening, de Eucharistie en de Ziekenzalving te ontvangen van niet-katholieke bedienaren, in wier Kerken voornoemde Sacramenten als geldige bestaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document671 §5
§ 3. Eveneens bedienen de katholieke bedienaren geoorloofd de sacramenten van de boetedoening, de Eucharistie en de ziekenzalving aan de Christengelovigen van de oosterse Kerken, die geen volle gemeenschap met de katholieke Kerk hebben, als zij uit eigen beweging hierom verzoeken en naar behoren de gesteltenis bezitten; en dit geldt ook met betrekking tot de Christenengelovigen van de andere Kerken, die naar het oordeel van de Apostolische Stoel, wat de sacramenten betreft, in een gelijke positie als voornoemde oosterse Kerken verkeren.
Referenties naar deze alinea: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document671 §5
§ 4. Als er evenwel stervensgevaar is dan wel naar het oordeel van de Eparch dan wel de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of de Raad van Hiërarchen een andere zwaarwegende noodzaak dringt, bedienen de katholieke bedienaren geoorloofd dezelfde sacramenten aan ook de overige Christenen zonder volle gemeenschap met de katholieke Kerk, die niet naar een bedienaar van de eigen kerkelijke Gemeenschap kunnen gaan en die uit eigen beweging hierom verzoeken, mits zij met betrekking tot dezelfde sacramenten een geloof laten zien overeenstemmend met het geloof van de katholieke Kerk en naar behoren de gesteltenis bezitten.
Referenties naar deze alinea: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 5. Voor de gevallen, als bedoeld in de §§ 2[574|+1471], 3[574|+1472] en 4[574|+1473], mogen normen van het particulier recht niet worden uitgevaardigd tenzij na raadpleging van tenminste het plaatselijk bevoegd gezag van de niet-katholieke Kerk of kerkelijke Gemeenschap, in wier belang het is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
672
Can. 672
§ 1. De sacramenten van het doopsel, de heilige myronzalving en de heilige wijding kunnen niet worden herhaald.
§ 1. De sacramenten van het doopsel, de heilige myronzalving en de heilige wijding kunnen niet worden herhaald.
Referenties naar alinea 672: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als evenwel gerede twijfel bestaat, of ze werkelijk dan wel of ze geldig gevierd zijn, dienen zij, wanneer tenminste de twijfel na een serieus onderzoek blijft, onder voorwaarde te worden bediend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
673
Can. 673
De viering van de sacramenten, in de eerste plaats van de Goddelijke Liturgie, immers een handeling van de Kerk, dient, voor zover het mogelijk is, met actieve deelname van de Christengelovigen verricht te worden.
De viering van de sacramenten, in de eerste plaats van de Goddelijke Liturgie, immers een handeling van de Kerk, dient, voor zover het mogelijk is, met actieve deelname van de Christengelovigen verricht te worden.
Referenties naar alinea 673: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
674
Can. 674
§ 1. Bij het vieren van de sacramenten dient zorgvuldig in acht genomen te worden datgene, wat in de liturgische boeken wordt vervat.
§ 1. Bij het vieren van de sacramenten dient zorgvuldig in acht genomen te worden datgene, wat in de liturgische boeken wordt vervat.
Referenties naar alinea 674: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De bedienaar dient de sacramenten overeenkomstig de liturgische voorschriften van de eigen Kerk sui iuris te vieren, tenzij anders door het recht wordt bepaald of hijzelf een bijzondere bevoegdheid van de Apostolische Stoel verkregen heeft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk I - Over het doopsel (cann. 675-691)
675
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 675
§ 1. In het doopsel wordt de mens door middel van een wassing met natuurlijk water onder aanroeping van de naam van God de Vader en de Zoon en de Heilige Geest van de zonde bevrijd, wordt hij tot een nieuw leven herboren, neemt hij Christus aan en wordt hij in de Kerk, die zijn Lichaam is, ingelijfd.
§ 1. In het doopsel wordt de mens door middel van een wassing met natuurlijk water onder aanroeping van de naam van God de Vader en de Zoon en de Heilige Geest van de zonde bevrijd, wordt hij tot een nieuw leven herboren, neemt hij Christus aan en wordt hij in de Kerk, die zijn Lichaam is, ingelijfd.
Referenties naar alinea 675: 2
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Alleen maar door het feitelijk ontvangen doopsel wordt de mens ontvankelijk gemaakt voor de overige sacramenten.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
676
Can. 676
In geval van dringende noodzaak is het geoorloofd, dat het doopsel wordt bediend door alleen datgene te stellen, wat voor de geldigheid noodzakelijk is.
In geval van dringende noodzaak is het geoorloofd, dat het doopsel wordt bediend door alleen datgene te stellen, wat voor de geldigheid noodzakelijk is.
Referenties naar alinea 676: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
677
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 677
§ 1. Het doopsel wordt in de regel door een priester bediend; maar de bediening ervan komt met behoud van het particulier recht de eigen pastoor van de dopeling toe of een andere priester met het verlof van dezelfde pastoor of de plaatselijk Hiërarch, dat om een zwaarwegende reden wettig wordt verondersteld.
§ 1. Het doopsel wordt in de regel door een priester bediend; maar de bediening ervan komt met behoud van het particulier recht de eigen pastoor van de dopeling toe of een andere priester met het verlof van dezelfde pastoor of de plaatselijk Hiërarch, dat om een zwaarwegende reden wettig wordt verondersteld.
Referenties naar alinea 677: 2
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In geval echter van noodzaak is het een diaken geoorloofd het doopsel te bedienen dan wel, wanneer die afwezig of verhinderd is, een andere clericus, een lid van een instituut van gewijd leven of iedere mogelijke andere Christengelovige; de vader evenwel of de moeder, als een ander, die de wijze van dopen kent, niet beschikbaar is.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
678
Can. 678
§ 1. In andermans territorium is het niemand geoorloofd zonder het verschuldigd verlof het doopsel te bedienen; dit verlof evenwel kan door de pastoor van een verschillende Kerk sui iuris aan een priester van de Kerk sui iuris, waarin de dopeling opgenomen moet worden, niet worden geweigerd.
§ 1. In andermans territorium is het niemand geoorloofd zonder het verschuldigd verlof het doopsel te bedienen; dit verlof evenwel kan door de pastoor van een verschillende Kerk sui iuris aan een priester van de Kerk sui iuris, waarin de dopeling opgenomen moet worden, niet worden geweigerd.
Referenties naar alinea 678: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Op de plaatsen, waar veel Christengelovigen verblijven, die geen pastoor hebben van de Kerk sui iuris, waarin ze opgenomen zijn, dient de Eparch een presbyter van dezelfde Kerk aan te wijzen, als het mogelijk is, die het doopsel moet bedienen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
679
Can. 679
Voor het ontvangen van het doopsel is iedere en alleen een nog niet gedoopte mens ontvankelijk.
Voor het ontvangen van het doopsel is iedere en alleen een nog niet gedoopte mens ontvankelijk.
Referenties naar alinea 679: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
680
Can. 680
Een te vroeg geboren foetus dient, als hij leeft en als dit mogelijk is, te worden gedoopt.
Een te vroeg geboren foetus dient, als hij leeft en als dit mogelijk is, te worden gedoopt.
Referenties naar alinea 680: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
681
Can. 681
§ 1. Opdat een klein kind geoorloofd wordt gedoopt, behoort het:
§ 1. Opdat een klein kind geoorloofd wordt gedoopt, behoort het:
Referenties naar alinea 681: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° dat gegronde hoop bestaat, dat het in het geloof van de katholieke Kerk zal worden opgevoed onverminderd § 5[574|+1496];
Referenties naar deze alinea: 3
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Enkele vragen over de mogelijke deelname aan de sacramenten van doopsel en huwelijk door transseksuele en homoaffectieve personen ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° dat de ouders, tenminste één van hen, dan wel degene, die wettig hun plaats inneemt, instemmen.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een te vondeling gelegd en gevonden klein kind dient, tenzij het doopsel ervan zeker vaststaat, te worden gedoopt.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Zij die van het gebruik van het verstand vanaf hun kindsheid verstoken zijn, moeten als kleine kinderen worden gedoopt.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Een klein kind hetzij van katholieke hetzij ook van niet-katholieke ouders, dat in zo'n levensgevaar verkeert, dat met wijsheid wordt voorzien, dat het zal sterven, voordat het het gebruik van het verstand bereikt, wordt geoorloofd gedoopt.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document681 §1 1°
§ 5. Een klein kind van niet-katholieke Christenen wordt geoorloofd gedoopt, als de ouders dan wel tenminste één van hen dan wel degene, die wettig hun plaats inneemt, hierom verzoeken en als het voor hen fysiek dan wel moreel onmogelijk is om naar de eigen bedienaar te gaan.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
682
Can. 682
§ 1. Opdat degene die de kindsheid is ontgroeid, kan worden gedoopt, wordt vereist, dat hij zijn wil om het doopsel te ontvangen duidelijk maakt, voldoende in de waarheden van het geloof is onderricht en in het christelijk leven beproefd; hij dient ook te worden aangespoord om zijn zonden te betreuren.
§ 1. Opdat degene die de kindsheid is ontgroeid, kan worden gedoopt, wordt vereist, dat hij zijn wil om het doopsel te ontvangen duidelijk maakt, voldoende in de waarheden van het geloof is onderricht en in het christelijk leven beproefd; hij dient ook te worden aangespoord om zijn zonden te betreuren.
Referenties naar alinea 682: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Degene die de kindsheid is ontgroeid, die in stervensgevaar verkeert, kan worden gedoopt, als hij over de belangrijkste waarheden van het geloof enige kennis heeft en op welke wijze dan ook zijn intentie om het doopsel te ontvangen duidelijk heeft gemaakt.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
683
Can. 683
Het doopsel moet worden gevierd overeenkomstig de liturgische voorschriften van de Kerk sui iuris, waarin volgens de norm van het recht de dopeling moet worden opgenomen.
Het doopsel moet worden gevierd overeenkomstig de liturgische voorschriften van de Kerk sui iuris, waarin volgens de norm van het recht de dopeling moet worden opgenomen.
Referenties naar alinea 683: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
684
Can. 684
§ 1. Op grond van een zeer oud gebruik van de Kerken dient de dopeling tenminste één peetouder te hebben.
§ 1. Op grond van een zeer oud gebruik van de Kerken dient de dopeling tenminste één peetouder te hebben.
Referenties naar alinea 684: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het is de taak van de peetouder op grond van de op zich genomen taak de dopeling, die de kindsheid is ontgroeid, bij de christelijke initiatie bij te staan of het kleine kind ten doop aan te bieden en zich in te spannen, dat de gedoopte een bij het doopsel passend christelijk leven leidt en de daarmee samenhangende plichten getrouw vervult.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
685
Can. 685
§ 1. Opdat iemand de taak van peetouder geldig uitoefent, wordt vereist, dat:
§ 1. Opdat iemand de taak van peetouder geldig uitoefent, wordt vereist, dat:
Referenties naar alinea 685: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° hij door de drie sacramenten van het doopsel, de heilige myronzalving en de Eucharistie is geïnitieerd;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° hij tot de katholieke Kerk behoort onverminderd § 3[574|+1510];
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° hij de intentie heeft om deze taak uit te oefenen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° hij door de dopeling zelf dan wel diens ouders of voogden dan wel, als zij ontbreken, door de bedienaar is aangewezen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° hij niet de vader dan wel de moeder dan wel de echtgenoot van de dopeling is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 6° hij niet met de straf van excommunicatie, ook de kleine, schorsing, ontzetting of ontneming van het recht om de taak van peetouder uit te oefenen, gestraft is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Opdat iemand de taak van peetouder geoorloofd uitoefent, wordt bovendien vereist, dat hij de door het particulier recht vereiste leeftijd heeft en een bij het geloof en de op zich te nemen taak passend leven leidt.
Referenties naar deze alinea: 1
Enkele vragen over de mogelijke deelname aan de sacramenten van doopsel en huwelijk door transseksuele en homoaffectieve personen ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document685 §1 2°
§ 3. Om een rechtmatige reden is het geoorloofd een Christengelovige van enige niet-katholieke oosterse Kerk tot de taak van peetouder toe te laten, maar altijd tezamen met een katholieke peetouder.
Referenties naar deze alinea: 1
Oecumenisch Directorium ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
686
Can. 686
§ 1. De ouders zijn verplicht, dat het kleine kind zo spoedig mogelijk overeenkomstig de wettige gewoonte wordt gedoopt.
§ 1. De ouders zijn verplicht, dat het kleine kind zo spoedig mogelijk overeenkomstig de wettige gewoonte wordt gedoopt.
Referenties naar alinea 686: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De pastoor dient ervoor te zorgen, dat de ouders van het te dopen kleine kind en ook zij die de taak van peetouder op zich zullen nemen, in de betekenis van dit sacrament en in de daarmee samenhangende plichten passend grondig worden onderwezen en op de viering van het sacrament passend worden voorbereid.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
687
Can. 687
§ 1. Buiten het geval van noodzaak moet het doopsel in de parochiekerk worden gevierd met behoud van de wettige gewoonten.
§ 1. Buiten het geval van noodzaak moet het doopsel in de parochiekerk worden gevierd met behoud van de wettige gewoonten.
Referenties naar alinea 687: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het doopsel kan echter in private huizen worden bediend volgens de norm van het particulier recht of met het verlof van de plaatselijk Hiërarch.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
688
Can. 688
Wie het doopsel bedient, dient ervoor te zorgen, dat, tenzij de peetouder aanwezig is, er tenminste een getuige is, door wie de viering van het doopsel bewezen kan worden.
Wie het doopsel bedient, dient ervoor te zorgen, dat, tenzij de peetouder aanwezig is, er tenminste een getuige is, door wie de viering van het doopsel bewezen kan worden.
Referenties naar alinea 688: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
689
689 §3
689 §3
Can. 689
§ 1. De pastoor van de plaats, waar het doopsel wordt gevierd, moet de namen van de gedoopten onder vermelding van de bedienaar, de ouders en de peetouders en eveneens, als zij aanwezig zijn, de getuigen, van de plaats en de dag van het doopsel met ijver en zonder uitstel in het doopboek vastleggen, met het tegelijk aangeven van de geboorteplaats en eveneens van de Kerk sui iuris, waarin de gedoopten worden opgenomen.
§ 1. De pastoor van de plaats, waar het doopsel wordt gevierd, moet de namen van de gedoopten onder vermelding van de bedienaar, de ouders en de peetouders en eveneens, als zij aanwezig zijn, de getuigen, van de plaats en de dag van het doopsel met ijver en zonder uitstel in het doopboek vastleggen, met het tegelijk aangeven van de geboorteplaats en eveneens van de Kerk sui iuris, waarin de gedoopten worden opgenomen.
Referenties naar alinea 689: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document689 §3
§ 2. Als het om een kind gaat dat uit een ongehuwde moeder is geboren, moet de naam van de moeder ingevuld worden, als in het openbaar haar moederschap vaststaat dan wel als de moeder hierom uit eigen beweging schriftelijk of ten overstaan van twee getuigen verzoekt; eveneens moet de naam van de vader worden ingevuld, als zijn vaderschap wordt bewezen door enig openbaar document dan wel door zijn verklaring ten overstaan van de pastoor en twee getuigen afgelegd; in de overige gevallen dient de naam van de gedoopte te worden ingeschreven zonder dat enige opgave van de naam van de vader dan wel de ouders gedaan is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als het om een geadopteerd kind gaat, dienen de namen van de adopterenden te worden ingeschreven en eveneens, althans als het zo gebeurt in de burgerlijke stand van de regio, de namen van de natuurlijke ouders volgens de norm van de §§ 1 en 2[574|+1516 -1517] gelet op het particulier recht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
690
Can. 690
Als het doopsel noch door de pastoor noch in zijn aanwezigheid is bediend, moet de bedienaar de plaatselijk pastoor hiervan in kennis stellen.
Als het doopsel noch door de pastoor noch in zijn aanwezigheid is bediend, moet de bedienaar de plaatselijk pastoor hiervan in kennis stellen.
Referenties naar alinea 690: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
691
Can. 691
Om een doopsel te bewijzen volstaat, als voor niemand nadeel ontstaat, de verklaring van één boven iedere kritiek verheven getuige dan wel de op ontwijfelbare argumenten gefundeerde verklaring van de gedoopte zelf, vooral als hijzelf na de kindsheid ontgroeid te zijn, het doopsel heeft ontvangen.
Om een doopsel te bewijzen volstaat, als voor niemand nadeel ontstaat, de verklaring van één boven iedere kritiek verheven getuige dan wel de op ontwijfelbare argumenten gefundeerde verklaring van de gedoopte zelf, vooral als hijzelf na de kindsheid ontgroeid te zijn, het doopsel heeft ontvangen.
Referenties naar alinea 691: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de heilige myronzalving (cann. 692-697)
692
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 692
Het behoort, dat degenen, die gedoopt zijn, met het heilig myron worden gezalfd, opdat zij, met het zegel van de gave van de Heilige Geest getekend, tot geschiktere getuigen en mede-opbouwers van het Koninkrijk van Christus worden gemaakt.
Het behoort, dat degenen, die gedoopt zijn, met het heilig myron worden gezalfd, opdat zij, met het zegel van de gave van de Heilige Geest getekend, tot geschiktere getuigen en mede-opbouwers van het Koninkrijk van Christus worden gemaakt.
Referenties naar alinea 692: 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
693
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 693
Het heilig myron, dat uit olie van olijven dan wel andere planten en uit welriekende kruiden bestaat, wordt door alleen de Bisschop bereid met behoud van het particulier recht, overeenkomstig hetwelk deze macht aan de Patriarch wordt voorbehouden.
Het heilig myron, dat uit olie van olijven dan wel andere planten en uit welriekende kruiden bestaat, wordt door alleen de Bisschop bereid met behoud van het particulier recht, overeenkomstig hetwelk deze macht aan de Patriarch wordt voorbehouden.
Referenties naar alinea 693: 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
694
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 694
Op grond van de traditie van de oosterse Kerken wordt de heilige myronzalving hetzij verbonden met het doopsel hetzij gescheiden ervan door een presbyter bediend.
Op grond van de traditie van de oosterse Kerken wordt de heilige myronzalving hetzij verbonden met het doopsel hetzij gescheiden ervan door een presbyter bediend.
Referenties naar alinea 694: 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
695
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 695
§ 1. De heilige myronzalving moet verbonden met het doopsel worden bediend, met behoud van het geval van echte noodzaak, waarbij echter ervoor gezorgd moet worden, dat zij zo spoedig mogelijk wordt bediend.
§ 1. De heilige myronzalving moet verbonden met het doopsel worden bediend, met behoud van het geval van echte noodzaak, waarbij echter ervoor gezorgd moet worden, dat zij zo spoedig mogelijk wordt bediend.
Referenties naar alinea 695: 3
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de viering van de heilige myronzalving niet tezamen met het doopsel wordt verricht, is de bedienaar gehouden de pastoor van de plaats, waar het doopsel bediend is, daarvan in kennis te stellen.
Referenties naar deze alinea: 3
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
696
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 696
§ 1. Alle presbyters van de Oosterse Kerken kunnen de heilige myronzalving hetzij verbonden met het doopsel hetzij gescheiden ervan geldig bedienen aan alle Christengelovigen van elke Kerk sui iuris, ook van de Latijnse Kerk.
§ 1. Alle presbyters van de Oosterse Kerken kunnen de heilige myronzalving hetzij verbonden met het doopsel hetzij gescheiden ervan geldig bedienen aan alle Christengelovigen van elke Kerk sui iuris, ook van de Latijnse Kerk.
Referenties naar alinea 696: 3
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Christengelovigen van de Oosterse Kerken kunnen de heilige myronzalving geldig ontvangen ook van presbyters van de Latijnse Kerk overeenkomstig de bevoegdheden, waarvan zij zijn voorzien.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Welke presbyter dan ook bedient aan alleen de Christengelovigen van de eigen Kerk sui iuris geoorloofd de heilige myronzalving; wat evenwel de Christengelovigen van andere Kerken sui iuris betreft, gebeurt dit geoorloofd, als het gaat om eigen onderdanen, om degenen, die hij op een andere titel wettig doopt, of om degenen, die in stervensgevaar verkeren, en met behoud altijd van de in deze aangegane overeenkomsten tussen Kerken sui iuris.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
697
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 697
De sacramentele initiatie in het heilsmysterie wordt door het ontvangen van de Goddelijke Eucharistie voltooid, en daarom dient de Goddelijke Eucharistie zo spoedig mogelijk na het doopsel en de heilige myronzalving aan de Christengelovige te worden bediend overeenkomstig de norm van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
De sacramentele initiatie in het heilsmysterie wordt door het ontvangen van de Goddelijke Eucharistie voltooid, en daarom dient de Goddelijke Eucharistie zo spoedig mogelijk na het doopsel en de heilige myronzalving aan de Christengelovige te worden bediend overeenkomstig de norm van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
Referenties naar alinea 697: 3
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk III - Over de Goddelijke Eucharistie (cann. 698-717)
698
Can. 698
In de Goddelijke Liturgie wordt door middel van de bediening van de priester, in de persoon van Christus over de offergave van de Kerk handelend, datgene voortgezet door de kracht van de Heilige Geest, wat de Heer Jezus zelf bij het laatste Avondmaal heeft gedaan, die de leerlingen Zijn Lichaam heeft gegeven, dat op het Kruis voor ons geofferd moet worden en Zijn Bloed, dat voor ons vergoten moet worden, een waar en mystiek offer instellend, waardoor dat bloedig offer van het Kruis onder dankzegging wordt herdacht, tegenwoordig gesteld en waaraan door de Kerk wordt deelgenomen zowel door de offergave als door de gemeenschap om de eenheid van het volk Gods tot opbouw van Zijn Lichaam, dat de Kerk is, aan te duiden en te voltooien.
In de Goddelijke Liturgie wordt door middel van de bediening van de priester, in de persoon van Christus over de offergave van de Kerk handelend, datgene voortgezet door de kracht van de Heilige Geest, wat de Heer Jezus zelf bij het laatste Avondmaal heeft gedaan, die de leerlingen Zijn Lichaam heeft gegeven, dat op het Kruis voor ons geofferd moet worden en Zijn Bloed, dat voor ons vergoten moet worden, een waar en mystiek offer instellend, waardoor dat bloedig offer van het Kruis onder dankzegging wordt herdacht, tegenwoordig gesteld en waaraan door de Kerk wordt deelgenomen zowel door de offergave als door de gemeenschap om de eenheid van het volk Gods tot opbouw van Zijn Lichaam, dat de Kerk is, aan te duiden en te voltooien.
Referenties naar alinea 698: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
699
Can. 699
§ 1. De macht om de Goddelijke Liturgie te vieren hebben alleen de Bisschoppen en de presbyters.
§ 1. De macht om de Goddelijke Liturgie te vieren hebben alleen de Bisschoppen en de presbyters.
Referenties naar alinea 699: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§. 2 De diakens hebben met de Bisschoppen en de presbyters door de eigen bediening overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken nauwer deel aan de viering van de Goddelijke Liturgie.
Referenties naar deze alinea: 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De overige Christengelovigen nemen door de kracht van het doopsel en de heilige myronzalving, tot de viering van de Goddelijke Liturgie samenkomend, op de in de liturgische boeken of door het particulier recht vastgestelde wijze actief deel in het Offer van Christus en zeker vollediger, als zij op grond van dat Offer het Lichaam en het Bloed van de Heer tot zich nemen.
Referenties naar deze alinea: 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
700
Can. 700
§ 1. Voor zover het de wijze van vieren van de Goddelijke Liturgie betreft, of zij afzonderlijk of in concelebratie moet worden verricht, dienen in de eerste plaats de pastorale behoeften van de Christengelovigen voor ogen gehouden te worden.
§ 1. Voor zover het de wijze van vieren van de Goddelijke Liturgie betreft, of zij afzonderlijk of in concelebratie moet worden verricht, dienen in de eerste plaats de pastorale behoeften van de Christengelovigen voor ogen gehouden te worden.
Referenties naar alinea 700: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het toch mogelijk is, dienen de presbyters tezamen met de Bisschop als voorzitter dan wel met een andere presbyter de Goddelijke Liturgie te vieren, omdat zo passend de eenheid van het priesterschap en het offer duidelijk wordt gemaakt; onverlet echter blijft het recht van iedere priester afzonderlijk om de Goddelijke Liturgie afzonderlijk te vieren, echter niet op hetzelfde tijdstip, waarop in hetzelfde kerkgebouw een concelebratie gehouden wordt.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
701
Can. 701
De concelebratie tussen Bisschoppen en presbyters van diverse Kerken sui iuris kan om een rechtmatige reden vooral wegens het koesteren van de caritas en het duidelijk maken van de vereniging tussen de Kerken met het verlof van de Eparch verricht worden, waarbij allen de voorschriften van de liturgische boeken van de hoofdcelebrant volgen, met vermijding van ieder mogelijk liturgisch syncretisme en met behoud bij voorkeur van de liturgische kleding en eretekenen van de eigen Kerk sui iuris.
De concelebratie tussen Bisschoppen en presbyters van diverse Kerken sui iuris kan om een rechtmatige reden vooral wegens het koesteren van de caritas en het duidelijk maken van de vereniging tussen de Kerken met het verlof van de Eparch verricht worden, waarbij allen de voorschriften van de liturgische boeken van de hoofdcelebrant volgen, met vermijding van ieder mogelijk liturgisch syncretisme en met behoud bij voorkeur van de liturgische kleding en eretekenen van de eigen Kerk sui iuris.
Referenties naar alinea 701: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
702
Can. 702
Aan katholieke priesters is verboden tezamen met niet-katholieke priesters of bedienaren de Goddelijke Liturgie te concelebreren.
Aan katholieke priesters is verboden tezamen met niet-katholieke priesters of bedienaren de Goddelijke Liturgie te concelebreren.
Referenties naar alinea 702: 1
Ad exsequendam - De delictis gravioribus ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
703
Can. 703
§ 1. Een vreemde priester dient niet tot het vieren van de Goddelijke Liturgie te worden toegelaten, tenzij hij aan de rector van het kerkgebouw de aanbevelingsbrief van zijn Hiërarch toont dan wel op een andere wijze voor de rector zelf zijn rechtschapenheid voldoende vaststaat.
§ 1. Een vreemde priester dient niet tot het vieren van de Goddelijke Liturgie te worden toegelaten, tenzij hij aan de rector van het kerkgebouw de aanbevelingsbrief van zijn Hiërarch toont dan wel op een andere wijze voor de rector zelf zijn rechtschapenheid voldoende vaststaat.
Referenties naar alinea 703: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het komt de Eparch onverkort toe om hieromtrent meer vastgestelde normen uit te vaardigen, die door alle priesters, ook wanneer ze op welke wijze dan ook exempt zijn, in acht genomen moeten worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
704
Can. 704
De Goddelijke Liturgie kan prijzenswaardig op alle dagen worden gevierd met uitzondering van die welke overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken van de Kerk sui iuris, waarin de priester opgenomen is, worden uitgesloten.
De Goddelijke Liturgie kan prijzenswaardig op alle dagen worden gevierd met uitzondering van die welke overeenkomstig de voorschriften van de liturgische boeken van de Kerk sui iuris, waarin de priester opgenomen is, worden uitgesloten.
Referenties naar alinea 704: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
705
Can. 705
§ 1. Een katholieke priester kan de Goddelijke Liturgie op een altaar van welk katholiek kerkgebouw dan ook vieren.
§ 1. Een katholieke priester kan de Goddelijke Liturgie op een altaar van welk katholiek kerkgebouw dan ook vieren.
Referenties naar alinea 705: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Opdat een priester de Goddelijke Liturgie in een kerkgebouw van niet-katholieken kan vieren, behoeft hij het verlof van de plaatselijk Hiërarch.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
706
Can. 706
In de Goddelijke Liturgie zijn de gewijde gaven, die geofferd worden, louter tarwebrood dat recentelijk zo bereid is, dat er geen enkel gevaar van bederf is, en natuurlijke onbedorven wijn van de loot van de wijnrank.
In de Goddelijke Liturgie zijn de gewijde gaven, die geofferd worden, louter tarwebrood dat recentelijk zo bereid is, dat er geen enkel gevaar van bederf is, en natuurlijke onbedorven wijn van de loot van de wijnrank.
Referenties naar alinea 706: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
707
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 707
§ 1. Met betrekking tot de bereiding van het eucharistisch brood, de door de priesters vóór de viering van de Goddelijke Liturgie te verrichten gebeden, de in acht te nemen eucharistische vasten, de liturgische kleding, de tijd en de plaats van de viering en dergelijke moeten door het particulier recht van iedere Kerk sui iuris afzonderlijk normen zorgvuldig worden bepaald.
§ 1. Met betrekking tot de bereiding van het eucharistisch brood, de door de priesters vóór de viering van de Goddelijke Liturgie te verrichten gebeden, de in acht te nemen eucharistische vasten, de liturgische kleding, de tijd en de plaats van de viering en dergelijke moeten door het particulier recht van iedere Kerk sui iuris afzonderlijk normen zorgvuldig worden bepaald.
Referenties naar alinea 707: 3
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Met vermijding van verwondering van de Christengelovigen is het geoorloofd de liturgische kleding en het brood van een andere Kerk sui iuris te gebruiken, als de liturgische kleding en het brood van de eigen Kerk sui iuris niet beschikbaar zijn.
Referenties naar deze alinea: 2
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
708
Can. 708
De plaatselijk Hiërarchen en de pastoors dienen ervoor te zorgen, dat de Christengelovigen met alle zorgvuldigheid worden onderricht over de plicht om de Goddelijke Eucharistie te ontvangen bij stervensgevaar en eveneens op de door de zeer prijzenswaardige traditie of het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris bepaalde tijden, vooral evenwel in de Paastijd, waarin Christus de Heer de eucharistische mysteriën heeft overgeleverd.
De plaatselijk Hiërarchen en de pastoors dienen ervoor te zorgen, dat de Christengelovigen met alle zorgvuldigheid worden onderricht over de plicht om de Goddelijke Eucharistie te ontvangen bij stervensgevaar en eveneens op de door de zeer prijzenswaardige traditie of het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris bepaalde tijden, vooral evenwel in de Paastijd, waarin Christus de Heer de eucharistische mysteriën heeft overgeleverd.
Referenties naar alinea 708: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
709
Can. 709
§ 1. De priester of, wanneer het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris zo bepaalt, ook de diaken deelt de Goddelijke Eucharistie uit.
§ 1. De priester of, wanneer het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris zo bepaalt, ook de diaken deelt de Goddelijke Eucharistie uit.
Referenties naar alinea 709: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het komt de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of de Raad van Hiërarchen onverkort toe om passende normen te bepalen, overeenkomstig welke ook andere Christengelovigen de Goddelijke Eucharistie kunnen uitdelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
710
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 710
Met betrekking tot de deelname van kleine kinderen in de Goddelijke Eucharistie na het doopsel en de heilige myronzalving dienen onder aanwending van passende waarborgen de voorschriften van de liturgische boeken van de eigen Kerk sui iuris in acht genomen te worden.
Met betrekking tot de deelname van kleine kinderen in de Goddelijke Eucharistie na het doopsel en de heilige myronzalving dienen onder aanwending van passende waarborgen de voorschriften van de liturgische boeken van de eigen Kerk sui iuris in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 710: 2
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
711
Can. 711
Wie zich van een zware zonde bewust is, mag de Goddelijke Liturgie niet vieren en niet de Goddelijke Eucharistie ontvangen, tenzij er een zwaarwegende reden is en de gelegenheid ontbreekt om het boetesacrament te ontvangen; in dat geval moet hij een akte van volmaakt berouw opwekken, die het voornemen insluit om zo spoedig mogelijk dit sacrament te gaan ontvangen.
Wie zich van een zware zonde bewust is, mag de Goddelijke Liturgie niet vieren en niet de Goddelijke Eucharistie ontvangen, tenzij er een zwaarwegende reden is en de gelegenheid ontbreekt om het boetesacrament te ontvangen; in dat geval moet hij een akte van volmaakt berouw opwekken, die het voornemen insluit om zo spoedig mogelijk dit sacrament te gaan ontvangen.
Referenties naar alinea 711: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
712
Can. 712
Afgeweerd moeten worden van het ontvangen van de Goddelijke Eucharistie degenen die in het openbaar onwaardig zijn.
Afgeweerd moeten worden van het ontvangen van de Goddelijke Eucharistie degenen die in het openbaar onwaardig zijn.
Referenties naar alinea 712: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
713
Can. 713
§ 1. De Goddelijke Eucharistie moet worden uitgedeeld binnen de viering van de Goddelijke Liturgie, tenzij een rechtmatige reden anders aanbeveelt.
§ 1. De Goddelijke Eucharistie moet worden uitgedeeld binnen de viering van de Goddelijke Liturgie, tenzij een rechtmatige reden anders aanbeveelt.
Referenties naar alinea 713: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Met betrekking tot de voorbereiding op de deelname aan de Goddelijke Eucharistie door middel van vasten, gebeden en andere werken dienen de Christengelovigen getrouw de normen van de Kerk sui iuris, waarin zij opgenomen zijn, in acht te nemen niet alleen binnen de grenzen van het territorium van dezelfde Kerk, maar, voor zover het mogelijk is, overal ter wereld.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
714
Can. 714
§ 1. In de kerkgebouwen, waar de openbare goddelijke eredienst en tenminste enige malen per maand de Goddelijke Liturgie wordt gevierd, dient de Goddelijke Eucharistie te worden bewaard vooral voor de zieken, de voorschriften van de liturgische boeken van de eigen Kerk sui iuris getrouw in acht genomen, en met de grootste eerbied door de Christengelovigen te worden aanbeden.
§ 1. In de kerkgebouwen, waar de openbare goddelijke eredienst en tenminste enige malen per maand de Goddelijke Liturgie wordt gevierd, dient de Goddelijke Eucharistie te worden bewaard vooral voor de zieken, de voorschriften van de liturgische boeken van de eigen Kerk sui iuris getrouw in acht genomen, en met de grootste eerbied door de Christengelovigen te worden aanbeden.
Referenties naar alinea 714: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De bewaring van de Goddelijke Eucharistie is onderworpen aan het toezicht en de leiding van de plaatselijk Hiërarch.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
715
291
291
Can. 715
§ 1. SHet is priesters geoorloofd giften te ontvangen, die de Christengelovigen overeenkomstig het beproefde gebruik van de Kerk voor de viering van de Goddelijke Liturgie tot hun eigen intenties aan hen aanbieden.
§ 1. SHet is priesters geoorloofd giften te ontvangen, die de Christengelovigen overeenkomstig het beproefde gebruik van de Kerk voor de viering van de Goddelijke Liturgie tot hun eigen intenties aan hen aanbieden.
Referenties naar alinea 715: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document291
§. 2. Het is ook geoorloofd, als de wettige gewoonte zo bepaalt, giften te ontvangen voor de Liturgie van de Voorafgewijde Gaven en voor gedachtenissen in de Goddelijke Liturgie.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
716
291
291
Can. 716
Onverminderd can. 1013[574|+2220 -2221] wordt dringend aanbevolen, dat de Eparchen, voor zover het mogelijk is, de praktijk invoeren, overeenkomstig welke alleen die giften bij gelegenheid van de Goddelijke Liturgie mogen worden ontvangen, die de Christengelovigen uit eigen beweging aanbieden; de afzonderlijke priesters evenwel dienen bereidwillig ook zonder enige gift de Goddelijke Liturgie ter intentie van de Christengelovigen, in het bijzonder de behoeftige, te vieren.
Onverminderd can. 1013[574|+2220 -2221] wordt dringend aanbevolen, dat de Eparchen, voor zover het mogelijk is, de praktijk invoeren, overeenkomstig welke alleen die giften bij gelegenheid van de Goddelijke Liturgie mogen worden ontvangen, die de Christengelovigen uit eigen beweging aanbieden; de afzonderlijke priesters evenwel dienen bereidwillig ook zonder enige gift de Goddelijke Liturgie ter intentie van de Christengelovigen, in het bijzonder de behoeftige, te vieren.
Referenties naar alinea 716: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
717
291
291
Can. 717
De priesters zijn, als zij giften om de Goddelijke Liturgie te vieren van Christengelovigen van een andere Kerk sui iuris ontvangen, aan de zwaarwegende plicht gehouden wat deze giften betreft de normen van die Kerk in acht te nemen, tenzij anders vaststaat van de kant van de gever.
De priesters zijn, als zij giften om de Goddelijke Liturgie te vieren van Christengelovigen van een andere Kerk sui iuris ontvangen, aan de zwaarwegende plicht gehouden wat deze giften betreft de normen van die Kerk in acht te nemen, tenzij anders vaststaat van de kant van de gever.
Referenties naar alinea 717: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk IV - Over het boetesacrament (cann. 718-736)
718
Can. 718
In het boetesacrament verkrijgen de Christengelovigen, die, na het begaan van zonden na het doopsel, door de Heilige Geest gevoerd van harte zich tot God wenden en door smart over de zonden bewogen het voornemen tot een nieuw leven maken, door middel van de bediening van de priester, door belijdenis aan hem gedaan en door aanvaarding van een waardige genoegdoening, vergeving van God en tegelijk worden zij met de Kerk, die zij door te zondigen hebben verwond, verzoend; en op deze wijze draagt dit sacrament zoveel mogelijk bij aan het begunstigen van het christelijk leven en creëert het de gesteltenis om de Goddelijke Eucharistie te ontvangen.
In het boetesacrament verkrijgen de Christengelovigen, die, na het begaan van zonden na het doopsel, door de Heilige Geest gevoerd van harte zich tot God wenden en door smart over de zonden bewogen het voornemen tot een nieuw leven maken, door middel van de bediening van de priester, door belijdenis aan hem gedaan en door aanvaarding van een waardige genoegdoening, vergeving van God en tegelijk worden zij met de Kerk, die zij door te zondigen hebben verwond, verzoend; en op deze wijze draagt dit sacrament zoveel mogelijk bij aan het begunstigen van het christelijk leven en creëert het de gesteltenis om de Goddelijke Eucharistie te ontvangen.
Referenties naar alinea 718: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
719
Can. 719
Wie zich van een zware zonde bewust is, dient, zo spoedig als mogelijk is, het boetesacrament te ontvangen; alle Christengelovigen evenwel wordt dringend aanbevolen, om veelvuldig en vooral op de in de eigen Kerk sui iuris in acht te nemen tijden van vasten en boetedoening dit sacrament te ontvangen.
Wie zich van een zware zonde bewust is, dient, zo spoedig als mogelijk is, het boetesacrament te ontvangen; alle Christengelovigen evenwel wordt dringend aanbevolen, om veelvuldig en vooral op de in de eigen Kerk sui iuris in acht te nemen tijden van vasten en boetedoening dit sacrament te ontvangen.
Referenties naar alinea 719: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
720
Can. 720
§ 1. De individuele en gehele belijdenis en vergeving vormen de enige gewone wijze, waardoor de Christengelovige, zich van een zware zonde bewust, met God en de Kerk wordt verzoend; alleen een fysieke of morele onmogelijkheid ontslaat van een dergelijke belijdenis, in welk geval ook op andere wijzen verzoening kan bestaan.
§ 1. De individuele en gehele belijdenis en vergeving vormen de enige gewone wijze, waardoor de Christengelovige, zich van een zware zonde bewust, met God en de Kerk wordt verzoend; alleen een fysieke of morele onmogelijkheid ontslaat van een dergelijke belijdenis, in welk geval ook op andere wijzen verzoening kan bestaan.
Referenties naar alinea 720: 1
Bepalingen inzake het verkrijgen van de jubileum-aflaat ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De vergeving aan meerdere boetelingen tegelijk zonder voorafgaande individuele belijdenis kan niet op algemene wijze worden geschonken, tenzij:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° stervensgevaar dreigt en voor de priester of de priesters de tijd niet toereikend is om het boetesacrament aan de afzonderlijke boetelingen te bedienen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° er een zwaarwegende noodzaak is, namelijk als gelet op het aantal boetelingen geen voldoende aantal priesters beschikbaar is om aan de afzonderlijke boetelingen het boetesacrament binnen een passende tijd zo te bedienen, dat zij zonder eigen schuld gedwongen worden de sacramentele genade dan wel het ontvangen van de Goddelijke Eucharistie lange tijd te missen; de noodzaak evenwel wordt niet voldoende geacht, wanneer geen biechtvaders beschikbaar kunnen zijn om reden van alleen een grote toeloop van boetelingen, zoals die kan bestaan bij enige grote plechtigheid dan wel pelgrimage.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het besluiten of er een zodanige zwaarwegende noodzaak is, komt de Eparch toe, die na gezamenlijk overleg met de Patriarchen en de Eparchen van de andere Kerken sui iuris, die in hetzelfde territorium hun macht uitoefenen, ook door algemene voorschriften de gevallen van een zodanige noodzaak kan vaststellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
721
Can. 721
§ 1. Opdat een Christengelovige de sacramentele vergeving die tegelijk aan meerderen gegeven is, kan genieten, wordt vereist niet alleen, dat hij naar behoren de gesteltenis bezit, maar ook dat hij zich tegelijk voorneemt om afzonderlijk op het verschuldigde tijdstip de zware zonden te belijden, die hij op dit moment zo niet kan belijden.
§ 1. Opdat een Christengelovige de sacramentele vergeving die tegelijk aan meerderen gegeven is, kan genieten, wordt vereist niet alleen, dat hij naar behoren de gesteltenis bezit, maar ook dat hij zich tegelijk voorneemt om afzonderlijk op het verschuldigde tijdstip de zware zonden te belijden, die hij op dit moment zo niet kan belijden.
Referenties naar alinea 721: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Christengelovigen dienen, voor zover het mogelijk is, in deze vereisten grondig te worden onderwezen en bovendien dienen zij, ook in geval van stervensgevaar, te worden aangespoord, dat ieder afzonderlijk een akte van berouw opwekt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
722
Can. 722
§ 1. Het boetesacrament wordt door alleen de priester bediend.
§ 1. Het boetesacrament wordt door alleen de priester bediend.
Referenties naar alinea 722: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Alle bisschoppen kunnen overal ter wereld het boetesacrament van rechtswege bedienen, tenzij, voor zover het de geoorloofdheid betreft, de Eparch in een bijzonder geval het uitdrukkelijk heeft geweigerd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De presbyters evenwel moeten, opdat zij geldig handelen, bovendien zijn voorzien van de bevoegdheid om het boetesacrament te bedienen, welke bevoegdheid wordt verleend hetzij van rechtswege hetzij door een bijzondere verlening door het bevoegd gezag gedaan.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document726 §§2.3
§ 4. De presbyters, die van de bevoegdheid om het boetesacrament te bedienen zijn voorzien krachtens ambt of krachtens verlening door de plaatselijk Hiërarch van de eparchie, waarin zij opgenomen zijn dan wel waarin zij een woonplaats hebben, kunnen het boetesacrament geldig bedienen overal ter wereld aan alle mogelijke Christengelovigen, tenzij enige plaatselijk Hiërarch in een bijzonder geval het uitdrukkelijk heeft geweigerd; zij gebruiken deze bevoegdheid geoorloofd met inachtneming van de door de Eparch uitgevaardigde normen en eveneens met het tenminste verondersteld verlof van de rector van een kerkgebouw, of, als het om een huis van een instituut van gewijd leven gaat, van de Overste.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
723
Can. 723
§ 1. Krachtens ambt is, ieder naargelang zijn eigen zeggenschap, behalve de plaatselijk Hiërarch ook de pastoor en een ander, die de plaats van de pastoor inneemt, van de bevoegdheid om het boetesacrament te bedienen voorzien.
§ 1. Krachtens ambt is, ieder naargelang zijn eigen zeggenschap, behalve de plaatselijk Hiërarch ook de pastoor en een ander, die de plaats van de pastoor inneemt, van de bevoegdheid om het boetesacrament te bedienen voorzien.
Referenties naar alinea 723: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document724 §2
§ 2. Krachtens ambt is ook elke Overste van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven van pauselijk of patriarchaal recht, als hij priester is, van de bevoegdheid om het boetesacrament te bedienen voorzien jegens de leden van het eigen instituut en eveneens jegens diegenen, die dag en nacht in zijn huis verblijven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
724
Can. 724
§ 1. Alleen de plaatselijk Hiërarch komt het toe om de bevoegdheid om het boetesacrament aan alle mogelijke Christengelovigen te bedienen door een bijzondere verlening aan welke presbyters dan ook te verlenen.
§ 1. Alleen de plaatselijk Hiërarch komt het toe om de bevoegdheid om het boetesacrament aan alle mogelijke Christengelovigen te bedienen door een bijzondere verlening aan welke presbyters dan ook te verlenen.
Referenties naar alinea 724: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Overste van een instituut van gewijd leven, mits hij van uitvoerende bestuursmacht is voorzien, kan de bevoegdheid, als bedoeld in can. 723, § 2[574|+1577], volgens de norm van het typicon of de statuten aan iedere mogelijke presbyter verlenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
725
395
1433 §2
395
1433 §2
Can. 725
Elke priester kan alle mogelijke in stervensgevaar verkerende boetelingen geldig en geoorloofd welke zonden dan ook vergeven, ook al is een andere priester van de bevoegdheid om het boetesacrament te bedienen voorzien, aanwezig.
Elke priester kan alle mogelijke in stervensgevaar verkerende boetelingen geldig en geoorloofd welke zonden dan ook vergeven, ook al is een andere priester van de bevoegdheid om het boetesacrament te bedienen voorzien, aanwezig.
Referenties naar alinea 725: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
726
Can. 726
§ 1. De bevoegdheid om het boetesacrament te bedienen mag niet worden herroepen tenzij om een zwaarwegende reden.
§ 1. De bevoegdheid om het boetesacrament te bedienen mag niet worden herroepen tenzij om een zwaarwegende reden.
Referenties naar alinea 726: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wanneer de bevoegdheid om het boetesacrament te bedienen verleend door de Hiërarch, als bedoeld in can. 722, § 4[574|+1575], is herroepen, verliest de presbyter die overal ter wereld; wanneer zij echter is herroepen door een ander bevoegd gezag verliest hij die alleen binnen de zeggenschap van de herroepende.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Behalve door de herroeping vervalt de bevoegdheid om het boetesacrament te bedienen, als bedoeld in can. 722, § 4[574|+1575], door het verlies van het ambt, van de opname in een eparchie of van de woonplaats.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
727
Can. 727
In sommige gevallen kan het om in het zielenheil te voorzien passend zijn de bevoegdheid om de zonden te vergeven te beperken en aan een vastgesteld gezag voor te behouden; dit kan echter niet gedaan worden tenzij met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of van de Raad van Hiërarchen of van de Apostolische Stoel.
In sommige gevallen kan het om in het zielenheil te voorzien passend zijn de bevoegdheid om de zonden te vergeven te beperken en aan een vastgesteld gezag voor te behouden; dit kan echter niet gedaan worden tenzij met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of van de Raad van Hiërarchen of van de Apostolische Stoel.
Referenties naar alinea 727: 1
Nunc novi Iubilaei est tempus ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
728
Can. 728
§ 1. Aan de Apostolische Stoel wordt het vergeven van de volgende zonden voorbehouden:
§ 1. Aan de Apostolische Stoel wordt het vergeven van de volgende zonden voorbehouden:
Referenties naar alinea 728: 1
Nunc novi Iubilaei est tempus ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1456 §1
- 1° van directe schending van het biechtgeheim;
Referenties naar deze alinea: 2
Vocare peccatores ->=geentekst=Nunc novi Iubilaei est tempus ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1457
- 2° van vergeving van een medeplichtige in een zonde tegen de kuisheid.
Referenties naar deze alinea: 1
Nunc novi Iubilaei est tempus ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1450 §2
§ 2. Aan de Eparch evenwel wordt het vergeven van de zonde van het bewerken van vruchtafdrijving met daadwerkelijk gevolg voorbehouden.
Referenties naar deze alinea: 1
Nunc novi Iubilaei est tempus ->=geentekst=Notities bij deze alinea
N.v.d.vertalers: Deze bepaling is feitelijk komen te vervallen: zie Paus Franciscus, Apostolische Brief Misericordia et Misera, n. 12 van 20 november 2016[6534|12] en eerder voor de periode 8 dec. 2015 tot en met 20 nov. 2016 in Een aflaat wordt verleend aan de gelovigen bij gelegenheid van het Heilig Jaar van Barmhartigheid[6044|6].Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
729
Can. 729
Welk voorbehoud dan ook van de vergeving van een zonde mist elke kracht:
Welk voorbehoud dan ook van de vergeving van een zonde mist elke kracht:
Referenties naar alinea 729: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° als een zieke, die het huis niet verlaten kan, of een verloofde wegens het vieren van een huwelijk de belijdenis aflegt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° als naar het wijs oordeel van de biechtvader het bevoegd gezag om de bevoegdheid om te vergeven niet verzocht kan worden zonder ernstig ongemak voor de boeteling of zonder gevaar van schending van het biechtgeheim;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° buiten de grenzen van het territorium, waarin het voorbehoudende gezag macht uitoefent.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
730
Can. 730
De vergeving van een medeplichtige in een zonde tegen de kuisheid is ongeldig behalve bij stervensgevaar.
De vergeving van een medeplichtige in een zonde tegen de kuisheid is ongeldig behalve bij stervensgevaar.
Referenties naar alinea 730: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
731
1454
1454
Can. 731
Wie belijdt, dat hij een onschuldige biechtvader bij het kerkelijk gezag valselijk heeft aangegeven inzake het delict van aanzetting tot een zonde tegen de kuisheid, mag niet worden vergeven, tenzij hij tevoren de valse aangifte formeel heeft ingetrokken en bereid is de schaden, als er enige zijn, te vergoeden.
Wie belijdt, dat hij een onschuldige biechtvader bij het kerkelijk gezag valselijk heeft aangegeven inzake het delict van aanzetting tot een zonde tegen de kuisheid, mag niet worden vergeven, tenzij hij tevoren de valse aangifte formeel heeft ingetrokken en bereid is de schaden, als er enige zijn, te vergoeden.
Referenties naar alinea 731: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
732
Can. 732
§ 1. Naargelang de aard, de zwaarte en het aantal zonden dient de biechtvader, rekening gehouden met de positie van de boeteling en eveneens met diens gesteltenis tot bekering, een voor de ziekte passend medicijn aan te dragen door passende boetewerken op te leggen.
§ 1. Naargelang de aard, de zwaarte en het aantal zonden dient de biechtvader, rekening gehouden met de positie van de boeteling en eveneens met diens gesteltenis tot bekering, een voor de ziekte passend medicijn aan te dragen door passende boetewerken op te leggen.
Referenties naar alinea 732: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De priester dient zich ervan bewust te zijn, dat hij als bedienaar van de goddelijke rechtvaardigheid en barmhartigheid door God is aangesteld; als geestelijk vader dient hij ook passende raadgevingen te geven, opdat iemand voort kan gaan in zijn roeping tot heiligheid.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
733
Can. 733
§ 1. Het biechtgeheim is onschendbaar; daarom dient de biechtvader zich zorgvuldig ervoor te hoeden, dat hij door woord dan wel teken dan wel op welke andere wijze dan ook en om welke reden dan ook enigermate de boeteling verraadt.
§ 1. Het biechtgeheim is onschendbaar; daarom dient de biechtvader zich zorgvuldig ervoor te hoeden, dat hij door woord dan wel teken dan wel op welke andere wijze dan ook en om welke reden dan ook enigermate de boeteling verraadt.
Referenties naar alinea 733: 1
In ascolto dello Spirito ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Aan de plicht tot geheimhouding zijn ook de tolk, als er een is, gehouden en eveneens alle anderen, die uit de belijdenis kennis van de zonden hoe dan ook heeft bereikt.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
734
336 §2
336 §2
Can. 734
§ 1. Geheel en al wordt aan de biechtvader het gebruik van uit de belijdenis verkregen kennis met bezwaar voor de boeteling verboden, zelfs als welk gevaar dan ook van onthulling uitgesloten is.
§ 1. Geheel en al wordt aan de biechtvader het gebruik van uit de belijdenis verkregen kennis met bezwaar voor de boeteling verboden, zelfs als welk gevaar dan ook van onthulling uitgesloten is.
Referenties naar alinea 734: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document336 §2
§ 2. Wie in het gezag is aangesteld, moet de kennis, die hij van de zonden in een op welk tijdstip dan ook afgenomen belijdenis heeft, op geen enkele wijze voor het uitwendig bestuur gebruiken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document336 §2
§ 3. De leidinggevenden van een instituut voor educatie mogen het boetesacrament in de regel niet aan hun studenten bedienen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
735
Can. 735
§ 1. Ieder, aan wie de zielzorg krachtens zijn taak is opgedragen, is aan de zwaarwegende plicht gehouden erin te voorzien, dat het boetesacrament wordt bediend aan de aan hem toevertrouwde Christengelovigen, die passend hierom verzoeken, en dat hen de gelegenheid wordt geboden om de individuele belijdenis te gaan doen op tot hun gemak bepaalde dagen en uren.
§ 1. Ieder, aan wie de zielzorg krachtens zijn taak is opgedragen, is aan de zwaarwegende plicht gehouden erin te voorzien, dat het boetesacrament wordt bediend aan de aan hem toevertrouwde Christengelovigen, die passend hierom verzoeken, en dat hen de gelegenheid wordt geboden om de individuele belijdenis te gaan doen op tot hun gemak bepaalde dagen en uren.
Referenties naar alinea 735: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document395
§ 2. Bij dringende noodzaak moet elke priester, die van de bevoegdheid om het boetesacrament te bedienen voorzien is, bij stervensgevaar evenwel zelfs iedere mogelijke andere priester, dit sacrament bedienen.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
736
Can. 736
§ 1. De eigenlijke plaats om het boetesacrament te vieren is het kerkgebouw met behoud van het particulier recht.
§ 1. De eigenlijke plaats om het boetesacrament te vieren is het kerkgebouw met behoud van het particulier recht.
Referenties naar alinea 736: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wegens ziekte of om een andere rechtmatige reden kan dit sacrament ook buiten de eigenlijke plaats worden gevierd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk V - Over de ziekenzalving (cann. 737-742)
737
Can. 737
§ 1. Door de sacramentele ziekenzalving, door een priester met gebed verricht, ontvangen de Christengelovigen die door een zware ziekte getroffen en berouwvol van hart zijn, de genade, waardoor zij door de hoop op de eeuwige beloning gesterkt en van de zonden bevrijd tot de gesteltenis worden gebracht tot verbetering van hun leven en worden geholpen om de ziekte te overwinnen of geduldig te verdragen.
§ 1. Door de sacramentele ziekenzalving, door een priester met gebed verricht, ontvangen de Christengelovigen die door een zware ziekte getroffen en berouwvol van hart zijn, de genade, waardoor zij door de hoop op de eeuwige beloning gesterkt en van de zonden bevrijd tot de gesteltenis worden gebracht tot verbetering van hun leven en worden geholpen om de ziekte te overwinnen of geduldig te verdragen.
Referenties naar alinea 737: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In de Kerken, waarin het gebruik is, dat het sacrament van de ziekenzalving door meerdere priesters tegelijk wordt bediend, moet ervoor gezorgd worden, dat, voor zover het mogelijk is, dit gebruik in acht genomen wordt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
738
Can. 738
De Christengelovigen dienen de ziekenzalving bereidwillig te ontvangen, wanneer zij ook maar ernstig ziek zijn; de zielenherders en de naasten van de zieken dienen echter ervoor te zorgen, dat op een passend tijdstip de zieken door dit sacrament worden verlicht.
De Christengelovigen dienen de ziekenzalving bereidwillig te ontvangen, wanneer zij ook maar ernstig ziek zijn; de zielenherders en de naasten van de zieken dienen echter ervoor te zorgen, dat op een passend tijdstip de zieken door dit sacrament worden verlicht.
Referenties naar alinea 738: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
739
Can. 739
§ 1. Alle en alleen priesters bedienen geldig de ziekenzalving.
§ 1. Alle en alleen priesters bedienen geldig de ziekenzalving.
Referenties naar alinea 739: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het bedienen van de ziekenzalving komt toe aan de pastoor, de parochievicaris en aan alle andere priesters met betrekking tot diegenen, wier zorg aan hen ambtshalve is toevertrouwd; met het tenminste verondersteld verlof van bovengenoemden kan iedere mogelijke priester dit sacrament geoorloofd bedienen, in geval van noodzaak evenwel moet hij zelfs.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
740
Can. 740
Ernstig zieke Christengelovigen, die het bewustzijn of het gebruik van het verstand hebben verloren, worden verondersteld te willen, dat aan hen dit sacrament wordt bediend bij stervensgevaar of ook naar het oordeel van de priester op een ander tijdstip.
Ernstig zieke Christengelovigen, die het bewustzijn of het gebruik van het verstand hebben verloren, worden verondersteld te willen, dat aan hen dit sacrament wordt bediend bij stervensgevaar of ook naar het oordeel van de priester op een ander tijdstip.
Referenties naar alinea 740: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
741
Can. 741
De bij het sacrament van de ziekenzalving te gebruiken olie moet gezegend zijn en wel, tenzij het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris anders bepaalt, door de priester zelf, die het sacrament bedient.
De bij het sacrament van de ziekenzalving te gebruiken olie moet gezegend zijn en wel, tenzij het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris anders bepaalt, door de priester zelf, die het sacrament bedient.
Referenties naar alinea 741: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
742
Can. 742
De zalvingen dienen met de woorden, in de volgorde en op de wijze, die in de liturgische boeken voorgeschreven zijn, zorgvuldig te worden verricht; in geval van noodzaak echter volstaat één zalving met de eigen formule.
De zalvingen dienen met de woorden, in de volgorde en op de wijze, die in de liturgische boeken voorgeschreven zijn, zorgvuldig te worden verricht; in geval van noodzaak echter volstaat één zalving met de eigen formule.
Referenties naar alinea 742: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk VI - Over de heilige wijding (cann. 743-775)
743
Can. 743
Door middel van de door de Bisschop verrichte sacramentele wijding worden door de werkende kracht van de Heilige Geest gewijde bedienaren aangesteld, die met de door Christus de Heer aan zijn Apostelen toevertrouwde taak en macht worden verrijkt en deze in verschillende graden benutten om het Evangelie te verkondigen, het volk Gods te weiden en te heiligen.
Door middel van de door de Bisschop verrichte sacramentele wijding worden door de werkende kracht van de Heilige Geest gewijde bedienaren aangesteld, die met de door Christus de Heer aan zijn Apostelen toevertrouwde taak en macht worden verrijkt en deze in verschillende graden benutten om het Evangelie te verkondigen, het volk Gods te weiden en te heiligen.
Referenties naar alinea 743: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. I - Over de bedienaar van de heilige wijding (cann. 744-753)
744
Can. 744
Alleen de Bisschop bedient de heilige wijding geldig door oplegging van de handen en door het door de Kerk voorgeschreven gebed.
Alleen de Bisschop bedient de heilige wijding geldig door oplegging van de handen en door het door de Kerk voorgeschreven gebed.
Referenties naar alinea 744: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
745
Can. 745
De bisschoppelijke wijding wordt volgens de norm van het recht aan de Paus, de Patriarch of de Metropoliet zo voorbehouden, dat het geen enkele Bisschop geoorloofd is iemand tot Bisschop te wijden, tenzij tevoren de wettige opdracht vaststaat.
De bisschoppelijke wijding wordt volgens de norm van het recht aan de Paus, de Patriarch of de Metropoliet zo voorbehouden, dat het geen enkele Bisschop geoorloofd is iemand tot Bisschop te wijden, tenzij tevoren de wettige opdracht vaststaat.
Referenties naar alinea 745: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
746
Can. 746
§ 1. Een Bisschop dient door drie Bisschoppen te worden gewijd uitgezonderd een geval van uiterste noodzaak.
§ 1. Een Bisschop dient door drie Bisschoppen te worden gewijd uitgezonderd een geval van uiterste noodzaak.
Referenties naar alinea 746: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De tweede en derde Bisschop kunnen, als geen Bisschoppen van dezelfde Kerk sui iuris als de eerste wijdende Bisschop aanwezig kunnen zijn, van een andere Kerk sui iuris zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
747
Can. 747
Een kandidaat voor het diaconaat of het presbyteraat dient door de eigen Eparch te worden gewijd dan wel door een andere Bisschop met de wettige machtigingsbrief.
Een kandidaat voor het diaconaat of het presbyteraat dient door de eigen Eparch te worden gewijd dan wel door een andere Bisschop met de wettige machtigingsbrief.
Referenties naar alinea 747: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
748
Can. 748
§ 1. De eigen Eparch is, wat betreft de heilige wijding van degene, die in enige eparchie opgenomen moet worden, de Bisschop van de eparchie, waarin de kandidaat een woonplaats heeft, dan wel van de eparchie, voor het dienstwerk waarvan de kandidaat schriftelijk heeft verklaard zich eraan te willen overgeven; wat betreft de heilige wijding van degene, die reeds in enige eparchie is opgenomen, is het de Bisschop van die eparchie.
§ 1. De eigen Eparch is, wat betreft de heilige wijding van degene, die in enige eparchie opgenomen moet worden, de Bisschop van de eparchie, waarin de kandidaat een woonplaats heeft, dan wel van de eparchie, voor het dienstwerk waarvan de kandidaat schriftelijk heeft verklaard zich eraan te willen overgeven; wat betreft de heilige wijding van degene, die reeds in enige eparchie is opgenomen, is het de Bisschop van die eparchie.
Referenties naar alinea 748: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document752
§ 2. De Eparch kan een aan hem ondergeschikte in een andere Kerk sui iuris opgenomen kandidaat niet wijden tenzij met het verlof van de Apostolische Stoel; als het evenwel om een kandidaat gaat, die in een patriarchale Kerk is opgenomen en die binnen de grenzen van het territorium van dezelfde Kerk een woonplaats of quasi-woonplaats heeft, kan ook de Patriarch dit verlof verlenen.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
749
Can. 749
In andermans eparchie wordt aan de Bisschop verboden zonder het verlof van de Eparch de heilige wijding te vieren, tenzij het particulier recht van de patriarchale Kerk, wat de Patriarch betreft, anders bepaalt.
In andermans eparchie wordt aan de Bisschop verboden zonder het verlof van de Eparch de heilige wijding te vieren, tenzij het particulier recht van de patriarchale Kerk, wat de Patriarch betreft, anders bepaalt.
Referenties naar alinea 749: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
750
Can. 750
§ 1. Onverminderd de cann. 472[574|472], 537[574|+1202 -1203] et 560, § 1[574|+1257] kunnen de machtigingsbrief geven:
§ 1. Onverminderd de cann. 472[574|472], 537[574|+1202 -1203] et 560, § 1[574|+1257] kunnen de machtigingsbrief geven:
Referenties naar alinea 750: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de eigen Eparch;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de Administrator van een patriarchale Kerk en met de instemming van het college van eparchiale consultoren de Administrator van een eparchie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Administrator van een patriarchale Kerk mag de machtigingsbrief niet verlenen aan degenen, die door de Patriarch afgewezen zijn, en de Administrator van een eparchie niet aan degenen, die door de Eparch afgewezen zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
751
Can. 751
De machtigingsbrief mag niet worden verleend tenzij nadat tevoren alle getuigenissen verkregen zijn, die door het recht worden geëist.
De machtigingsbrief mag niet worden verleend tenzij nadat tevoren alle getuigenissen verkregen zijn, die door het recht worden geëist.
Referenties naar alinea 751: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
752
Can. 752
De machtigingsbrief kan door de eigen Eparch aan iedere mogelijke Bisschop van dezelfde Kerk sui iuris worden gezonden, niet echter aan een Bisschop van een andere Kerk dan waarvan de wijdeling is, tenzij met het verlof van degenen, als bedoeld in can. 748, § 2[574|+1624].
De machtigingsbrief kan door de eigen Eparch aan iedere mogelijke Bisschop van dezelfde Kerk sui iuris worden gezonden, niet echter aan een Bisschop van een andere Kerk dan waarvan de wijdeling is, tenzij met het verlof van degenen, als bedoeld in can. 748, § 2[574|+1624].
Referenties naar alinea 752: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
753
Can. 753
De machtigingsbrief kan door de verlener zelf dan wel door zijn opvolger worden ingeperkt dan wel worden herroepen, maar eenmaal verleend vervalt hij niet bij beëindiging van het recht van de verlener.
De machtigingsbrief kan door de verlener zelf dan wel door zijn opvolger worden ingeperkt dan wel worden herroepen, maar eenmaal verleend vervalt hij niet bij beëindiging van het recht van de verlener.
Referenties naar alinea 753: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over het subject van de heilige wijding (754-768)
754
Can. 754
Alleen een gedoopte man kan geldig de heilige wijding ontvangen.
Alleen een gedoopte man kan geldig de heilige wijding ontvangen.
Referenties naar alinea 754: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
755
Can. 755
De Eparch en de hogere Overste kunnen alleen om een zeer zwaarwegende reden, ofschoon verborgen, aan een aan hen ondergeschikte voor het presbyteraat bestemde diaken de opgang tot het presbyteraat zelf verbieden met behoud van het recht van bezwaar volgens de norm van het recht.
De Eparch en de hogere Overste kunnen alleen om een zeer zwaarwegende reden, ofschoon verborgen, aan een aan hen ondergeschikte voor het presbyteraat bestemde diaken de opgang tot het presbyteraat zelf verbieden met behoud van het recht van bezwaar volgens de norm van het recht.
Referenties naar alinea 755: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
756
Can. 756
Het is niet geoorloofd iemand op welke wijze dan ook om iedere mogelijke reden tot het ontvangen van de gewijde ordes te dwingen of een volgens de norm van het recht geschikte persoon van het ontvangen ervan af te houden.
Het is niet geoorloofd iemand op welke wijze dan ook om iedere mogelijke reden tot het ontvangen van de gewijde ordes te dwingen of een volgens de norm van het recht geschikte persoon van het ontvangen ervan af te houden.
Referenties naar alinea 756: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
757
Can. 757
Degene, die een hogere gewijde orde weigert te ontvangen, kan niet afgehouden worden van de uitoefening van de ontvangen gewijde orde, tenzij hij door een canoniek beletsel wordt weerhouden of een andere naar het oordeel van de Eparch of van de hogere Overste zwaarwegende reden in de weg staat.
Degene, die een hogere gewijde orde weigert te ontvangen, kan niet afgehouden worden van de uitoefening van de ontvangen gewijde orde, tenzij hij door een canoniek beletsel wordt weerhouden of een andere naar het oordeel van de Eparch of van de hogere Overste zwaarwegende reden in de weg staat.
Referenties naar alinea 757: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° Over de vereisten voor de kandidaten voor de heilige wijding (758-761)
758
Can. 758
§ 1. Opdat iemand geoorloofd kan worden gewijd, worden vereist:
§ 1. Opdat iemand geoorloofd kan worden gewijd, worden vereist:
Referenties naar alinea 758: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° het ontvangen van de heilige myronzalving;
Referenties naar deze alinea: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de zeden en de fysieke en psychische kwaliteiten passend bij de te ontvangen gewijde orde;
Referenties naar deze alinea: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de door het recht voorgeschreven leeftijd;
Referenties naar deze alinea: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° de verschuldigde kennis;
Referenties naar deze alinea: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° het ontvangen van de lagere ordes volgens de norm van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris;
Referenties naar deze alinea: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 6° de naleving van de door het particulier recht voorgeschreven tussenperioden.
Referenties naar deze alinea: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bovendien wordt vereist, dat de kandidaat niet verhinderd is volgens de norm van can. 762[574|+1654 -1663].
Referenties naar deze alinea: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Met betrekking tot het toelaten van gehuwden tot de gewijde ordes dient in acht genomen te worden het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris of de bijzondere door de Apostolische Stoel bepaalde normen.
Referenties naar deze alinea: 1
Sacramentum Caritatis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
759
Can. 759
§ 1. De leeftijd voorgeschreven voor het diaconaat is het voltooide drieëntwintigste jaar, voor het presbyteraat het voltooide vierentwintigste jaar onverminderd het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris, dat een meer gevorderde leeftijd eist.
§ 1. De leeftijd voorgeschreven voor het diaconaat is het voltooide drieëntwintigste jaar, voor het presbyteraat het voltooide vierentwintigste jaar onverminderd het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris, dat een meer gevorderde leeftijd eist.
Referenties naar alinea 759: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De dispensatie langer dan een jaar van de door het gemene recht voorgeschreven leeftijd wordt aan de Patriarch voorbehouden, als het om een kandidaat gaat, die een woonplaats of quasi-woonplaats binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk heeft; anders aan de Apostolische Stoel.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
760
Can. 760
§ 1. Het wijden tot diaken is geoorloofd alleen na het met succes voltooide vierde jaar van het curriculum van de filosofisch-theologische studies, tenzij de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of de Raad van Hiërarchen anders heeft bepaald.
§ 1. Het wijden tot diaken is geoorloofd alleen na het met succes voltooide vierde jaar van het curriculum van de filosofisch-theologische studies, tenzij de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of de Raad van Hiërarchen anders heeft bepaald.
Referenties naar alinea 760: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het evenwel om een niet voor het priesterschap bestemde kandidaat gaat, is het geoorloofd hem tot diaken te wijden alleen na het met succes voltooide derde jaar van de studies, als bedoeld in can. 354[al:354]; als hij evenwel wellicht voor later tot het priesterschap wordt toegelaten, moet hij tevoren de theologische studies passend aanvullen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
761
769 §1 1o
769 §1 1o
Can. 761
Een kandidaat voor de orde van het diaconaat of het presbyteraat moet, om geoorloofd te worden gewijd, aan de eigen Eparch dan wel aan de hogere Overste een eigenhandig ondertekende verklaring overhandigen, waarmee hij getuigt, dat hij uit eigen beweging en vrijelijk de gewijde orde en de met dezelfde orde verbonden plichten op zich zal nemen en zich voor eeuwig aan de kerkelijke bediening zal overgeven, tegelijk verzoekend, om tot het ontvangen van de gewijde orde te worden toegelaten.
Een kandidaat voor de orde van het diaconaat of het presbyteraat moet, om geoorloofd te worden gewijd, aan de eigen Eparch dan wel aan de hogere Overste een eigenhandig ondertekende verklaring overhandigen, waarmee hij getuigt, dat hij uit eigen beweging en vrijelijk de gewijde orde en de met dezelfde orde verbonden plichten op zich zal nemen en zich voor eeuwig aan de kerkelijke bediening zal overgeven, tegelijk verzoekend, om tot het ontvangen van de gewijde orde te worden toegelaten.
Referenties naar alinea 761: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° Over de beletselen om de gewijde ordes te ontvangen of uit te oefenen (762-768)
762
758 §2
763
758 §2
763
Can. 762
§ 1. Tot het ontvangen van de gewijde ordes is verhinderd:
§ 1. Tot het ontvangen van de gewijde ordes is verhinderd:
Referenties naar alinea 762: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document758
763
- 1° wie aan enige vorm van waanzin of van een andere psychische ziekte lijdt, waardoor hij na raadpleging van deskundigen onbekwaam wordt geoordeeld om de bediening naar behoren te vervullen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document758 §2
763 2°
767 §1 2°
- 2° wie het delict van geloofsafval, ketterij dan wel schisma heeft gepleegd;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document758 §2
763 2°
767 §1 2°
- 3° wie een huwelijk, ook een burgerlijk alleen, heeft geprobeerd, hetzij zelf door een huwelijksband dan wel een gewijde orde dan wel een openbare eeuwige gelofte van kuisheid tot het vieren van een huwelijk verhinderd, hetzij met een door een geldig huwelijk verbonden dan wel door dezelfde gelofte gebonden vrouw;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document758 §2
763 2°
767 §1 2°
768 §1
- 4° wie vrijwillige doodslag heeft gepleegd dan wel vruchtafdrijving heeft bewerkt met daadwerkelijk gevolg en allen die daar positief aan meewerken;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document758 §2
763 2°
- 5° wie zichzelf of een ander ernstig en met voorbedachten rade heeft verminkt of heeft gepoogd zich het leven te ontnemen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document758 §2
763 2°
- 6° wie een handeling van een orde heeft gesteld die aan aangestelden in de orde van het episcopaat of het presbyteraat voorbehouden is, of terwijl hij die mist of terwijl hij van de uitoefening daarvan door enige canonieke straf afgehouden is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document758
- 7° wie een aan clerici verboden ambt of beheer uitoefent, waarover hij verantwoording moet afleggen, totdat hij na het neerleggen van het ambt en het beheer en na het afleggen van verantwoording vrij geworden zal zijn;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document758
- 8° een neofiet, tenzij hij naar het oordeel van de Hiërarch voldoende beproefd is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document758
§ 2. De handelingen, waaruit de beletselen, als bedoeld in § 1, nn. 2 - 6[574|+1656 -1660] kunnen ontstaan, laten die niet ontstaan, tenzij ze zware en uitwendige zonden zijn geweest die na het doopsel zijn begaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
763
Can. 763
Tot het uitoefenen van de gewijde ordes is verhinderd:
Tot het uitoefenen van de gewijde ordes is verhinderd:
Referenties naar alinea 763: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1459 §4
- 1° wie met een beletsel om de gewijde ordes te ontvangen, zolang hij erdoor werd getroffen, onwettig de gewijde ordes heeft ontvangen;
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° wie delicten of handelingen heeft gepleegd, als bedoeld in can. 762, § 1, nn. 2 - 6[574|+1656 -1660];
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° wie door waanzin of een andere psychische ziekte, als bedoeld in can. 762, § 1, n. 1[574|+1655], wordt getroffen, totdat de Hiërarch na raadpleging van een deskundige de uitoefening van dezelfde gewijde orde zal hebben toegestaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
764
Can. 764
Beletselen om de gewijde ordes te ontvangen of uit te oefenen kunnen door het particulier recht niet worden bepaald; een gewoonte evenwel die een nieuw beletsel invoert dan wel met een door het gemene recht bepaald beletsel strijdig is, wordt verworpen.
Beletselen om de gewijde ordes te ontvangen of uit te oefenen kunnen door het particulier recht niet worden bepaald; een gewoonte evenwel die een nieuw beletsel invoert dan wel met een door het gemene recht bepaald beletsel strijdig is, wordt verworpen.
Referenties naar alinea 764: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
765
Can. 765
Onwetendheid omtrent beletselen ontheft van deze niet.
Onwetendheid omtrent beletselen ontheft van deze niet.
Referenties naar alinea 765: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
766
Can. 766
De beletselen worden op grond van hun diverse oorzaken vermeerderd, niet echter op grond van dezelfde herhaalde oorzaak, tenzij het gaat om het beletsel op grond van vrijwillige doodslag dan wel op grond van bewerkte vruchtafdrijving met daadwerkelijk gevolg.
De beletselen worden op grond van hun diverse oorzaken vermeerderd, niet echter op grond van dezelfde herhaalde oorzaak, tenzij het gaat om het beletsel op grond van vrijwillige doodslag dan wel op grond van bewerkte vruchtafdrijving met daadwerkelijk gevolg.
Referenties naar alinea 766: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
767
Can. 767
§ 1. De Eparch of de Hiërarch van een instituut van gewijd leven kan de aan hem ondergeschikten dispenseren van de beletselen om de gewijde ordes te ontvangen of uit te oefenen, de volgende uitgezonderd:
§ 1. De Eparch of de Hiërarch van een instituut van gewijd leven kan de aan hem ondergeschikten dispenseren van de beletselen om de gewijde ordes te ontvangen of uit te oefenen, de volgende uitgezonderd:
Referenties naar alinea 767: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° als het feit, waarop het beletsel steunt, aan het gerechtelijk bereik is voorgelegd;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° van de beletselen, als bedoeld in can. 762, § 1, nn. 2 - 4[574|+1656 -1658].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De dispensatie van deze beletselen wordt aan de Patriarch voorbehouden met betrekking tot de kandidaten of de clerici, die een woonplaats of quasi-woonplaats hebben binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat; anders aan de Apostolische Stoel.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Dezelfde macht om te dispenseren komt iedere mogelijke biechtvader toe in dringender verborgen gevallen, waarin het bevoegd gezag niet kan worden benaderd en gevaar van zware schade of eerloosheid dreigt, maar in zoverre enkel, dat de boetelingen de reeds ontvangen gewijde ordes geoorloofd kunnen uitoefenen onverminderd de last om zich zo spoedig mogelijk te wenden tot hetzelfde gezag.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
768
Can. 768
§ 1. Bij verzoeken om dispensatie te verkrijgen moeten alle beletselen gemeld zijn; een algemene dispensatie evenwel geldt ook voor te goeder trouw verzwegen beletselen met uitzondering van die, als bedoeld in can. 762, § 1, n. 4[574|+1658], of van andere die aan het gerechtelijk bereik zijn voorgelegd, niet echter voor die te kwader trouw verzwegen zijn.
§ 1. Bij verzoeken om dispensatie te verkrijgen moeten alle beletselen gemeld zijn; een algemene dispensatie evenwel geldt ook voor te goeder trouw verzwegen beletselen met uitzondering van die, als bedoeld in can. 762, § 1, n. 4[574|+1658], of van andere die aan het gerechtelijk bereik zijn voorgelegd, niet echter voor die te kwader trouw verzwegen zijn.
Referenties naar alinea 768: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het gaat om het beletsel op grond van vrijwillige doodslag dan wel op grond van bewerkte vruchtafdrijving, moet ook het aantal delicten voor de geldigheid van de dispensatie tot uitdrukking worden gebracht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Een algemene dispensatie van de beletselen om de gewijde ordes te ontvangen geldt voor alle ordes.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. III - Over datgene, wat aan de heilige wijding vooraf moet gaan (769-772)
769
Can. 769
§ 1. Het gezag, dat een kandidaat tot de heilige wijding toelaat, dient te verkrijgen:
§ 1. Het gezag, dat een kandidaat tot de heilige wijding toelaat, dient te verkrijgen:
Referenties naar alinea 769: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° in de verklaring, als bedoeld in can. 761[574|+1652], en eveneens het getuigenis van de laatste heilige wijding dan wel, als het om de eerste heilige wijding gaat, ook het getuigenis van het doopsel en de heilige myronzalving;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° als de kandidaat in het huwelijk verbonden is, het getuigenis van het huwelijk en de schriftelijk gegeven instemming van de echtgenote;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° het getuigenis van de voltooide studies;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° het getuigschrift van de rector van het seminarie of van de Overste van een instituut van gewijd leven dan wel van de presbyter, aan wie de kandidaat buiten het seminarie is aanbevolen, over de goede zeden van dezelfde kandidaat;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° het getuigschrift, als bedoeld in can. 771, § 3[574|+1691];
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 6° het getuigschrift, als het oordeelt dat dit dienstig is, van andere Eparchen of Oversten van instituten van gewijd leven, waar de kandidaat voor enige tijd verbleef, over de kwaliteiten van de kandidaat en over zijn vrij zijn van elk canoniek beletsel.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deze documenten dienen in het archief van hetzelfde gezag bewaard te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
770
Can. 770
De wijdende Bisschop in het bezit van de wettige machtigingsbrief, waarmee wordt verklaard, dat een kandidaat geschikt is om de gewijde orde te ontvangen, kan met dit attest genoegen nemen, maar hij is er niet aan gehouden; als hij evenwel naar zijn geweten van mening is, dat de kandidaat niet geschikt is, mag hij hem niet wijden.
De wijdende Bisschop in het bezit van de wettige machtigingsbrief, waarmee wordt verklaard, dat een kandidaat geschikt is om de gewijde orde te ontvangen, kan met dit attest genoegen nemen, maar hij is er niet aan gehouden; als hij evenwel naar zijn geweten van mening is, dat de kandidaat niet geschikt is, mag hij hem niet wijden.
Referenties naar alinea 770: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
771
Can. 771
§ 1. De namen van de tot de gewijde ordes te bevorderen kandidaten dienen in het openbaar bekend te worden gemaakt in de parochiekerk van iedere kandidaat afzonderlijk volgens de norm van het particulier recht.
§ 1. De namen van de tot de gewijde ordes te bevorderen kandidaten dienen in het openbaar bekend te worden gemaakt in de parochiekerk van iedere kandidaat afzonderlijk volgens de norm van het particulier recht.
Referenties naar alinea 771: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Alle Christengelovigen zijn verplicht beletselen, als ze enige kennen, aan de Eparch of de pastoor vóór de heilige wijding te onthullen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document769 §1 5°
§ 3. Aan de pastoor, die de openbaarmaking verricht, en ook aan een andere presbyter, als dit dienstig lijkt te zijn, dient de Eparch toe te vertrouwen, om over het leven en de zeden van de kandidaten zorgvuldig navraag te doen bij betrouwbare personen en het getuigschrift, dat over dat onderzoek en de openbaarmaking bericht uitbrengt, naar de eparchiale curie te zenden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De Eparch moet niet achterwege laten andere onderzoeken, ook private, als hij het passend vindt, te doen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
772
Can. 772
Iedere tot de heilige wijding te bevorderen kandidaat dient voor een geestelijke retraite vrij te zijn op de wijze door het particulier recht vastgesteld.
Iedere tot de heilige wijding te bevorderen kandidaat dient voor een geestelijke retraite vrij te zijn op de wijze door het particulier recht vastgesteld.
Referenties naar alinea 772: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. IV - Over het tijdstip, de plaats, de aantekening en het getuigenis van de heilige wijding (773-775)
773
Can. 773
De heilige wijdingen dienen met een zo groot mogelijke opkomst van Christengelovigen in een kerkgebouw op een zon- of feestdag te worden gevierd, tenzij een rechtmatige reden anders aanbeveelt.
De heilige wijdingen dienen met een zo groot mogelijke opkomst van Christengelovigen in een kerkgebouw op een zon- of feestdag te worden gevierd, tenzij een rechtmatige reden anders aanbeveelt.
Referenties naar alinea 773: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
774
Can. 774
§ 1. Na de viering van de heilige wijding dienen de namen van de afzonderlijke gewijden en van de wijdende Bisschop, de plaats en de dag van de heilige wijding te worden aangetekend in het speciale boek dat in het archief van de eparchiale curie moet worden bewaard.
§ 1. Na de viering van de heilige wijding dienen de namen van de afzonderlijke gewijden en van de wijdende Bisschop, de plaats en de dag van de heilige wijding te worden aangetekend in het speciale boek dat in het archief van de eparchiale curie moet worden bewaard.
Referenties naar alinea 774: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Aan de afzonderlijke gewijden dient de wijdende Bisschop het authentiek getuigenis van de ontvangen heilige wijding te geven; zij dienen dat, als zij door een Bisschop in het bezit van een machtigingsbrief gewijd zijn, aan de eigen Eparch of de hogere Overste te tonen voor de aantekening van de heilige wijding in het speciale boek dat in het archief moet worden bewaard.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
775
Can. 775
De Eparch dan wel de hogere Overste dient de kennis van de heilige wijding van iedere diaken afzonderlijk te zenden aan de pastoor bij wie het doopsel van de gewijde aangetekend is.
De Eparch dan wel de hogere Overste dient de kennis van de heilige wijding van iedere diaken afzonderlijk te zenden aan de pastoor bij wie het doopsel van de gewijde aangetekend is.
Referenties naar alinea 775: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk VII - Over het huwelijk (776-866)
776
Can. 776
§ 1. Het huwelijksverbond door de Schepper gesticht en van zijn wetten voorzien, waardoor man en vrouw door een onherroepelijke persoonlijke instemming een gemeenschap van het gehele leven onderling vormen, richt zich door zijn natuurlijke aard op het welzijn van de echtgenoten en op het voortbrengen en opvoeden van kinderen.
§ 1. Het huwelijksverbond door de Schepper gesticht en van zijn wetten voorzien, waardoor man en vrouw door een onherroepelijke persoonlijke instemming een gemeenschap van het gehele leven onderling vormen, richt zich door zijn natuurlijke aard op het welzijn van de echtgenoten en op het voortbrengen en opvoeden van kinderen.
Referenties naar alinea 776: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Op grond van de instelling van Christus is het geldige huwelijk tussen gedoopten uit zichzelf een sacrament, waardoor de echtgenoten naar het beeld van de onvergankelijke vereniging van Christus met de Kerk door God worden verenigd en door de sacramentele genade als het ware worden gewijd en gesterkt.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De wezenlijke eigenschappen van het huwelijk zijn de eenheid en de onontbindbaarheid, die in het huwelijk tussen gedoopten een bijzondere bestendigheid verkrijgen om reden van het sacrament.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
777
Can. 777
Uit het huwelijk ontstaan tussen de echtgenoten gelijke rechten en plichten met betrekking tot datgene, wat de gemeenschap van het echtelijk leven betreft.
Uit het huwelijk ontstaan tussen de echtgenoten gelijke rechten en plichten met betrekking tot datgene, wat de gemeenschap van het echtelijk leven betreft.
Referenties naar alinea 777: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
778
Can. 778
Allen kunnen het huwelijk aangaan, aan wie het door het recht niet wordt verboden.
Allen kunnen het huwelijk aangaan, aan wie het door het recht niet wordt verboden.
Referenties naar alinea 778: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
779
803 §2
803 §2
Can. 779
Het huwelijk geniet rechtsbegunstiging; daarom moet bij twijfel worden gekozen voor de geldigheid van het huwelijk, totdat het tegendeel bewezen wordt.
Het huwelijk geniet rechtsbegunstiging; daarom moet bij twijfel worden gekozen voor de geldigheid van het huwelijk, totdat het tegendeel bewezen wordt.
Referenties naar alinea 779: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
780
Can. 780
§ 1. Het huwelijk van katholieken, ook al is slechts één partij katholiek, wordt beheerst door niet alleen het goddelijk, maar ook het canoniek recht met behoud van de bevoegdheid van het burgerlijk gezag met betrekking tot de louter burgerlijke gevolgen van het huwelijk.
§ 1. Het huwelijk van katholieken, ook al is slechts één partij katholiek, wordt beheerst door niet alleen het goddelijk, maar ook het canoniek recht met behoud van de bevoegdheid van het burgerlijk gezag met betrekking tot de louter burgerlijke gevolgen van het huwelijk.
Referenties naar alinea 780: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document781 1°
§ 2. Het huwelijk tussen een katholieke partij en een gedoopte niet-katholieke partij wordt met behoud van het goddelijk recht ook beheerst:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document781 1°
- 1° door het eigen recht van de Kerk of de kerkelijke Gemeenschap, waartoe de niet-katholieke partij behoort, als deze Gemeenschap een eigen huwelijksrecht heeft;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document781 1°
- 2° door het recht, waaraan de niet-katholieke partij gehouden is, als de kerkelijke Gemeenschap, waartoe ze behoort, een eigen huwelijksrecht mist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
781
Can. 781
Als soms de Kerk moet oordelen over de geldigheid van het huwelijk van gedoopte niet-katholieken:
Als soms de Kerk moet oordelen over de geldigheid van het huwelijk van gedoopte niet-katholieken:
Referenties naar alinea 781: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° dient, wat betreft het recht, waaraan de partijen ten tijde van de viering van het huwelijk gehouden waren, can. 780, § 2[574|+1707 -1709] in acht genomen te worden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° erkent de Kerk, wat betreft de vorm van de viering van het huwelijk, iedere mogelijke door het recht voorgeschreven of toegestane vorm, waaraan de partijen ten tijde van de viering van het huwelijk onderworpen waren, mits de instemming tot uitdrukking is gebracht in een openbare vorm en, als tenminste één partij een Christengelovige van enige niet-katholieke Oosterse Kerk is, het huwelijk in een gewijde ritus is gevierd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
782
Can. 782
§ 1. De verloving, die op grond van de zeer oude traditie van de oosterse Kerken prijzenswaardig aan het huwelijk voorafgaat, wordt beheerst door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
§ 1. De verloving, die op grond van de zeer oude traditie van de oosterse Kerken prijzenswaardig aan het huwelijk voorafgaat, wordt beheerst door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
Referenties naar alinea 782: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Op grond van de belofte van het huwelijk is geen eis mogelijk tot het verkrijgen van de viering van het huwelijk; zij is echter mogelijk tot het herstel van de schaden, als enig verschuldigd is..
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. I - Over de pastorale zorg en over datgene, wat aan de viering van het huwelijk vooraf moet gaan (783-789)
783
Voorbereiding op het Sacrament van het Huwelijk ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 783
§ 1. De zielenherders zijn verplicht ervoor te zorgen, dat de Christengelovigen op de huwelijkse staat worden voorbereid:
§ 1. De zielenherders zijn verplicht ervoor te zorgen, dat de Christengelovigen op de huwelijkse staat worden voorbereid:
Referenties naar alinea 783: 3
Voorbereiding op het Sacrament van het Huwelijk ->=geentekst=Voorbereiding op het Sacrament van het Huwelijk ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° door prediking en catechese aangepast aan jongeren en volwassenen, waardoor de Christengelovigen moeten worden onderricht over de betekenis van het christelijk huwelijk, over de plichten van de echtgenoten onderling en eveneens over het primaire recht en de plicht, die de ouders hebben, om naar vermogen voor de fysieke, religieuze, morele, sociale en culturele opvoeding van de kinderen te zorgen;
Referenties naar deze alinea: 3
Voorbereiding op het Sacrament van het Huwelijk ->=geentekst=Voorbereiding op het Sacrament van het Huwelijk ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° door persoonlijk onderricht van de verloofden gericht op het huwelijk, waardoor de verloofden tot de gesteltenis moeten worden gebracht tot de nieuwe staat.
Referenties naar deze alinea: 3
Voorbereiding op het Sacrament van het Huwelijk ->=geentekst=Voorbereiding op het Sacrament van het Huwelijk ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Dringend wordt katholieke verloofden aanbevolen, om bij het vieren van het huwelijk de Goddelijke Eucharistie te ontvangen.
Referenties naar deze alinea: 1
Voorbereiding op het Sacrament van het Huwelijk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Na het vieren van het huwelijk evenwel dienen de zielenherders hulp aan de echtgenoten te bieden, opdat zij het huwelijksverbond getrouw in acht nemend en beschermend tot het leiden van een van dag tot dag heiliger en voller leven in het gezin komen.
Referenties naar deze alinea: 1
Voorbereiding op het Sacrament van het Huwelijk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
784
1372 §2
1372 §2
Can. 784
Door het particulier recht van iedere Kerk sui iuris afzonderlijk dienen, na gezamenlijk overleg met de Eparchen van de andere Kerken sui iuris die in hetzelfde territorium hun macht uitoefenen, normen te worden bepaald over het onderzoek van de verloofden en over de andere middelen tot onderzoeken, in het bijzonder voor zover het het doopsel en de vrije staat betreft, die vóór het huwelijk verricht moeten worden, na zorgvuldig naleven waarvan tot de viering van het huwelijk kan worden overgegaan.
Door het particulier recht van iedere Kerk sui iuris afzonderlijk dienen, na gezamenlijk overleg met de Eparchen van de andere Kerken sui iuris die in hetzelfde territorium hun macht uitoefenen, normen te worden bepaald over het onderzoek van de verloofden en over de andere middelen tot onderzoeken, in het bijzonder voor zover het het doopsel en de vrije staat betreft, die vóór het huwelijk verricht moeten worden, na zorgvuldig naleven waarvan tot de viering van het huwelijk kan worden overgegaan.
Referenties naar alinea 784: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
785
Can. 785
§ 1. De zielenherders zijn verplicht overeenkomstig de behoeften van plaatsen en tijden alle gevaren van het ongeldig en ongeoorloofd vieren van het huwelijk met passende middelen af te weren; daarom moet, voordat het huwelijk wordt gevierd, vaststaan, dat niets de geldige en geoorloofde viering ervan in de weg staat.
§ 1. De zielenherders zijn verplicht overeenkomstig de behoeften van plaatsen en tijden alle gevaren van het ongeldig en ongeoorloofd vieren van het huwelijk met passende middelen af te weren; daarom moet, voordat het huwelijk wordt gevierd, vaststaan, dat niets de geldige en geoorloofde viering ervan in de weg staat.
Referenties naar alinea 785: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij stervensgevaar, als andere bewijzen niet verkregen kunnen worden, volstaat, tenzij er contra-indicaties zijn, de bevestiging van de verloofden, als het geval zich voordoet, ook onder ede, dat ze gedoopt zijn en door geen enkel beletsel worden weerhouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
786
Can. 786
Alle Christengelovigen zijn verplicht beletselen, als ze enige kennen, aan de pastoor dan wel de plaatselijk Hiërarch vóór de viering van het huwelijk te onthullen.
Alle Christengelovigen zijn verplicht beletselen, als ze enige kennen, aan de pastoor dan wel de plaatselijk Hiërarch vóór de viering van het huwelijk te onthullen.
Referenties naar alinea 786: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
787
Can. 787
De pastoor, die de onderzoeken heeft verricht, dient terstond over de afloop daarvan door middel van een authentiek document de pastoor in kennis te stellen, wiens taak het is het huwelijk te zegenen.
De pastoor, die de onderzoeken heeft verricht, dient terstond over de afloop daarvan door middel van een authentiek document de pastoor in kennis te stellen, wiens taak het is het huwelijk te zegenen.
Referenties naar alinea 787: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
788
Can. 788
Als na zorgvuldige onderzoeken nog steeds enige twijfel over het bestaan van een beletsel overblijft, dient de pastoor de zaak aan de plaatselijk Hiërarch voor te leggen.
Als na zorgvuldige onderzoeken nog steeds enige twijfel over het bestaan van een beletsel overblijft, dient de pastoor de zaak aan de plaatselijk Hiërarch voor te leggen.
Referenties naar alinea 788: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
789
Can. 789
Ook al kan het huwelijk overigens geldig worden gevierd, mag de priester behalve de andere door het recht vastgestelde gevallen niet zonder het verlof van de plaatselijk Hiërarch zegenen:
Ook al kan het huwelijk overigens geldig worden gevierd, mag de priester behalve de andere door het recht vastgestelde gevallen niet zonder het verlof van de plaatselijk Hiërarch zegenen:
Referenties naar alinea 789: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° het huwelijk van zwervers;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° het huwelijk, dat volgens de norm van het burgerlijk recht niet kan worden erkend of aangegaan;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° het huwelijk van degene, die aan natuurlijke plichten gehouden is jegens een derde partij of kinderen die zijn voortgekomen uit een voorafgaande vereniging met die partij;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° het huwelijk van een minderjarig kind van een gezin terwijl de ouders onwetend dan wel tegen zijn;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° het huwelijk van degene, aan wie door een kerkelijke sententie wordt verboden tot het nieuwe huwelijk over te gaan, tenzij hij enige voorwaarden vervult;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 6° het huwelijk van degene, die in het openbaar het katholieke geloof heeft verworpen, ook al is hij niet naar een niet-katholieke Kerk of kerkelijke Gemeenschap overgegaan; de plaatselijk Hiërarch evenwel mag in dit geval het verlof niet verlenen tenzij met inachtneming van can. 814[574|+1787 -1790] onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden.
Referenties naar deze alinea: 1
Voorbereiding op het Sacrament van het Huwelijk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over verhinderende beletselen in het algemeen (790-799)
790
Can. 790
§ 1. Een verhinderend beletsel maakt een persoon onbekwaam om het huwelijk geldig te vieren.
§ 1. Een verhinderend beletsel maakt een persoon onbekwaam om het huwelijk geldig te vieren.
Referenties naar alinea 790: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een beletsel maakt, ook al doet het zich alleen bij een van beide partijen voor, het huwelijk toch ongeldig.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
791
Can. 791
Als openbaar wordt een beletsel beschouwd, dat in het uitwendig bereik bewezen kan worden; anders is het verborgen.
Als openbaar wordt een beletsel beschouwd, dat in het uitwendig bereik bewezen kan worden; anders is het verborgen.
Referenties naar alinea 791: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
792
Can. 792
Door het particulier recht van een Kerk sui iuris mogen geen verhinderende beletselen worden bepaald tenzij om een zeer zwaarwegende reden, na gezamenlijk overleg met de Eparchen van de andere Kerken sui iuris, in wier belang het is, en na raadpleging van de Apostolische Stoel; geen enkel lager gezag echter kan nieuwe verhinderende beletselen bepalen.
Door het particulier recht van een Kerk sui iuris mogen geen verhinderende beletselen worden bepaald tenzij om een zeer zwaarwegende reden, na gezamenlijk overleg met de Eparchen van de andere Kerken sui iuris, in wier belang het is, en na raadpleging van de Apostolische Stoel; geen enkel lager gezag echter kan nieuwe verhinderende beletselen bepalen.
Referenties naar alinea 792: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
793
Can. 793
Een gewoonte die een nieuw beletsel invoert dan wel met bestaande beletselen strijdig is, wordt verworpen.
Een gewoonte die een nieuw beletsel invoert dan wel met bestaande beletselen strijdig is, wordt verworpen.
Referenties naar alinea 793: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
794
Can. 794
§ 1. De plaatselijk Hiërarch kan aan de aan hem ondergeschikte Christengelovigen waar zij ook maar verblijven en eveneens aan de overige Christengelovigen van de eigen Kerk sui iuris die binnen de grenzen van het territorium van de eparchie feitelijk verblijven, het huwelijk verbieden in een bijzonder geval, maar voor een tijd alleen, om een zwaarwegende reden en zolang die voortduurt.
§ 1. De plaatselijk Hiërarch kan aan de aan hem ondergeschikte Christengelovigen waar zij ook maar verblijven en eveneens aan de overige Christengelovigen van de eigen Kerk sui iuris die binnen de grenzen van het territorium van de eparchie feitelijk verblijven, het huwelijk verbieden in een bijzonder geval, maar voor een tijd alleen, om een zwaarwegende reden en zolang die voortduurt.
Referenties naar alinea 794: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het om de plaatselijk Hiërarch gaat, die binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn macht uitoefent, kan de Patriarch aan een zodanig verbod een verhinderende clausule toevoegen; in de overige gevallen evenwel alleen de Apostolische Stoel.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
795
Can. 795
§ 1. De plaatselijk Hiërarch kan de aan hem ondergeschikte Christengelovigen waar zij ook maar verblijven en eveneens de overige Christengelovigen die opgenomen zijn in de eigen Kerk sui iuris en binnen de grenzen van het territorium van de eparchie feitelijk verblijven, dispenseren van de beletselen van kerkelijk recht, de volgende uitgezonderd:
§ 1. De plaatselijk Hiërarch kan de aan hem ondergeschikte Christengelovigen waar zij ook maar verblijven en eveneens de overige Christengelovigen die opgenomen zijn in de eigen Kerk sui iuris en binnen de grenzen van het territorium van de eparchie feitelijk verblijven, dispenseren van de beletselen van kerkelijk recht, de volgende uitgezonderd:
Referenties naar alinea 795: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document797 §1
- 1° van de gewijde orde;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document797 §1
- 2° van de openbare eeuwige gelofte van kuisheid in een religieus instituut afgelegd, tenzij het gaat om congregaties van eparchiaal recht;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° van echtgenootdoding.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De dispensatie van deze beletselen wordt aan de Apostolische Stoel voorbehouden; de Patriarch evenwel kan dispenseren van de beletselen van echtgenootdoding en van de openbare eeuwige gelofte van kuisheid in congregaties van welke rechtspositie dan ook afgelegd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Nooit wordt dispensatie gegeven van het beletsel van bloedverwantschap in de rechte lijn dan wel in de tweede graad van de zijlijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
796
Can. 796
§ 1. Bij dringend stervensgevaar kan de plaatselijk Hiërarch de aan hem ondergeschikte Christengelovigen waar zij ook maar verblijven en eveneens de overige Christengelovigen die binnen de grenzen van het territorium van de eparchie feitelijk verblijven, dispenseren van de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk en van alle en de afzonderlijke beletselen van kerkelijk recht hetzij openbare hetzij verborgene uitgezonderd het beletsel van de gewijde orde van het priesterschap.
§ 1. Bij dringend stervensgevaar kan de plaatselijk Hiërarch de aan hem ondergeschikte Christengelovigen waar zij ook maar verblijven en eveneens de overige Christengelovigen die binnen de grenzen van het territorium van de eparchie feitelijk verblijven, dispenseren van de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk en van alle en de afzonderlijke beletselen van kerkelijk recht hetzij openbare hetzij verborgene uitgezonderd het beletsel van de gewijde orde van het priesterschap.
Referenties naar alinea 796: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document797 §1
798
§ 2. In dezelfde omstandigheden en alleen in de gevallen, waarin zelfs de plaatselijk Hiërarch niet kan worden benaderd, hebben de pastoor, een andere priester van de bevoegdheid om het huwelijk te zegenen voorzien en de katholieke priester, als bedoeld in can. 832, § 2[574|+1828], dezelfde macht om te dispenseren; de biechtvader evenwel heeft dezelfde macht, als het gaat om een verborgen beletsel, voor het inwendig bereik hetzij binnen hetzij buiten de handeling van de sacramentele belijdenis.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De plaatselijk Hiërarch wordt geacht niet te kunnen worden benaderd, als dit alleen op een andere wijze dan door middel van een brief of een persoonlijk bezoek mogelijk is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
797
798
798
Can. 797
§ 1. Als een beletsel wordt ontdekt, terwijl reeds alles voorbereid is om het huwelijk te vieren en het huwelijk niet zonder aannemelijk gevaar van ernstig kwaad kan worden uitgesteld, totdat van het bevoegd gezag de dispensatie verkregen zal zijn, hebben de plaatselijk Hiërarch en, mits het geval verborgen is, allen, als bedoeld in can. 796, § 2[574|+1749], met inachtneming van de aldaar voorgeschreven voorwaarden de macht om te dispenseren van alle beletselen, met uitzondering van die, als bedoeld in can. 795, § 1, nn. 1 et 2[574|+1743 +1744].
§ 1. Als een beletsel wordt ontdekt, terwijl reeds alles voorbereid is om het huwelijk te vieren en het huwelijk niet zonder aannemelijk gevaar van ernstig kwaad kan worden uitgesteld, totdat van het bevoegd gezag de dispensatie verkregen zal zijn, hebben de plaatselijk Hiërarch en, mits het geval verborgen is, allen, als bedoeld in can. 796, § 2[574|+1749], met inachtneming van de aldaar voorgeschreven voorwaarden de macht om te dispenseren van alle beletselen, met uitzondering van die, als bedoeld in can. 795, § 1, nn. 1 et 2[574|+1743 +1744].
Referenties naar alinea 797: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deze macht geldt ook om het huwelijk geldig te maken, als hetzelfde gevaar in vertraging bestaat en de tijd niet toereikend is om zich te wenden tot het bevoegd gezag.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
798
Can. 798
De priesters, als bedoeld in de cann. 796, § 2[574|+1749] en 797, § 1[574|+1751], dienen de plaatselijk Hiërarch terstond in kennis te stellen van de verleende dispensatie of de geldigmaking voor het uitwendig bereik en deze dient aangetekend te worden in het huwelijksboek.
De priesters, als bedoeld in de cann. 796, § 2[574|+1749] en 797, § 1[574|+1751], dienen de plaatselijk Hiërarch terstond in kennis te stellen van de verleende dispensatie of de geldigmaking voor het uitwendig bereik en deze dient aangetekend te worden in het huwelijksboek.
Referenties naar alinea 798: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
799
Can. 799
Tenzij een rescript van de Apostolische Stoel dan wel, binnen de grenzen van hun bevoegdheid, van de Patriarch of de plaatselijk Hiërarch anders bepaalt, dient de dispensatie van een verborgen beletsel verleend in het niet-sacramenteel inwendig bereik aangetekend te worden in het geheim archief van de eparchiale curie en is geen andere dispensatie voor het uitwendig bereik noodzakelijk, ook al is daarna het verborgen beletsel openbaar geworden.
Tenzij een rescript van de Apostolische Stoel dan wel, binnen de grenzen van hun bevoegdheid, van de Patriarch of de plaatselijk Hiërarch anders bepaalt, dient de dispensatie van een verborgen beletsel verleend in het niet-sacramenteel inwendig bereik aangetekend te worden in het geheim archief van de eparchiale curie en is geen andere dispensatie voor het uitwendig bereik noodzakelijk, ook al is daarna het verborgen beletsel openbaar geworden.
Referenties naar alinea 799: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. III - Over de beletselen in het bijzonder (800-812)
800
Can. 800
§ 1. Een man kan vóór het voltooide zestiende levensjaar, een vrouw vóór het voltooide veertiende levensjaar niet geldig het huwelijk vieren.
§ 1. Een man kan vóór het voltooide zestiende levensjaar, een vrouw vóór het voltooide veertiende levensjaar niet geldig het huwelijk vieren.
Referenties naar alinea 800: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het komt het particulier recht van een Kerk sui iuris onverkort toe om een hoger levensjaar voor de geoorloofde viering van het huwelijk te bepalen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
801
Can. 801
§ 1. Voorafgaande en blijvende onmacht tot geslachtsgemeenschap hetzij van de kant van de man hetzij van de kant van de vrouw hetzij absoluut hetzij relatief verhindert het huwelijk op grond van de natuur zelf ervan.
§ 1. Voorafgaande en blijvende onmacht tot geslachtsgemeenschap hetzij van de kant van de man hetzij van de kant van de vrouw hetzij absoluut hetzij relatief verhindert het huwelijk op grond van de natuur zelf ervan.
Referenties naar alinea 801: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het beletsel van onmacht twijfelachtig is hetzij door rechtstwijfel hetzij door feitentwijfel, moet het huwelijk niet belet worden en niet, zolang de twijfel bestaat, nietig worden verklaard.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Onvruchtbaarheid noch verbiedt noch verhindert het huwelijk onverminderd can. 821[574|+1803].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
802
Can. 802
§ 1. Hij probeert ongeldig het huwelijk, die aan de band van het vorige huwelijk is gehouden.
§ 1. Hij probeert ongeldig het huwelijk, die aan de band van het vorige huwelijk is gehouden.
Referenties naar alinea 802: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Ook al is het vorige huwelijk om iedere mogelijke reden ongeldig dan wel ontbonden, is het niet geoorloofd het andere huwelijk te vieren, voordat de ongeldigheid dan wel de ontbinding van het vorige wettig en zeker vaststaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
803
Can. 803
§ 1. Het huwelijk met niet-gedoopten kan niet geldig worden gevierd.
§ 1. Het huwelijk met niet-gedoopten kan niet geldig worden gevierd.
Referenties naar alinea 803: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als een partij ten tijde van het gevierde huwelijk algemeen als gedoopt werd beschouwd dan wel als haar doopsel twijfelachtig was, moet volgens de norm van can. 779[574|+1705] de geldigheid van het huwelijk worden verondersteld, totdat zeker bewezen wordt, dat de ene partij gedoopt is, de andere evenwel niet gedoopt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Met betrekking tot de voorwaarden om te dispenseren dient can. 814[574|+1787 -1790] te worden toegepast.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
804
Can. 804
Hij probeert ongeldig het huwelijk, die in de gewijde orde is aangesteld.
Hij probeert ongeldig het huwelijk, die in de gewijde orde is aangesteld.
Referenties naar alinea 804: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
805
Can. 805
Hij probeert ongeldig het huwelijk, die de openbare eeuwige gelofte van kuisheid in een religieus instituut heeft afgelegd.
Hij probeert ongeldig het huwelijk, die de openbare eeuwige gelofte van kuisheid in een religieus instituut heeft afgelegd.
Referenties naar alinea 805: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
806
Can. 806
Met een persoon die ontvoerd of tenminste vastgehouden is met het oog op het vieren van het huwelijk met deze persoon, kan het huwelijk niet geldig worden gevierd, tenzij deze daarna, van de ontvoerder of van degene die vasthoudt afgescheiden en op een veilige en vrije plaats ondergebracht, het huwelijk uit eigen beweging kiest.
Met een persoon die ontvoerd of tenminste vastgehouden is met het oog op het vieren van het huwelijk met deze persoon, kan het huwelijk niet geldig worden gevierd, tenzij deze daarna, van de ontvoerder of van degene die vasthoudt afgescheiden en op een veilige en vrije plaats ondergebracht, het huwelijk uit eigen beweging kiest.
Referenties naar alinea 806: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
807
Can. 807
§ 1. Wie met het oog op het vieren van het huwelijk met een bepaalde persoon diens echtgenoot of de eigen echtgenoot heeft gedood, probeert ongeldig dit huwelijk.
§ 1. Wie met het oog op het vieren van het huwelijk met een bepaalde persoon diens echtgenoot of de eigen echtgenoot heeft gedood, probeert ongeldig dit huwelijk.
Referenties naar alinea 807: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Ongeldig ook proberen het huwelijk onderling, wie door wederzijds fysiek of moreel toedoen een echtgenoot hebben gedood.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
808
Can. 808
§ 1. In de rechte lijn van bloedverwantschap is het huwelijk ongeldig tussen alle voorgangers en nakomelingen.
§ 1. In de rechte lijn van bloedverwantschap is het huwelijk ongeldig tussen alle voorgangers en nakomelingen.
Referenties naar alinea 808: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In de zijlijn is het ongeldig tot en met de vierde graad.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Nooit dient het huwelijk te worden toegestaan, als er enige twijfel is, of de partijen bloedverwant zijn in enige graad van de rechte lijn dan wel in de tweede graad van de zijlijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Het beletsel van bloedverwantschap wordt niet vermeerderd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
809
Can. 809
§ 1. Verwantschap verhindert het huwelijk in iedere mogelijke graad van de rechte lijn en in tweede graad van de zijlijn.
§ 1. Verwantschap verhindert het huwelijk in iedere mogelijke graad van de rechte lijn en in tweede graad van de zijlijn.
Referenties naar alinea 809: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het beletsel van verwantschap wordt niet vermeerderd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
810
Can. 810
§ 1. Het beletsel van openbare eerbaarheid ontstaat:
§ 1. Het beletsel van openbare eerbaarheid ontstaat:
Referenties naar alinea 810: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° op grond van het ongeldige huwelijk na het aangevangen gemeenschappelijk leven;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° op grond van een bekend of openbaar concubinaat;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° op grond van de aanvang van het gemeenschappelijk leven van degenen die, aan de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk gebonden, het huwelijk hebben geprobeerd ten overstaan van een burgerlijk beambte dan wel een niet-katholieke bedienaar.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Dit beletsel verhindert het huwelijk in de eerste graad van de rechte lijn tussen de man en de bloedverwanten van de vrouw en ook tussen de vrouw en de bloedverwanten van de man.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
811
Can. 811
§ 1. Op grond van het doopsel ontstaat tussen de peetouder en de gedoopte en zijn ouders geestelijke verwantschap, die het huwelijk verhindert.
§ 1. Op grond van het doopsel ontstaat tussen de peetouder en de gedoopte en zijn ouders geestelijke verwantschap, die het huwelijk verhindert.
Referenties naar alinea 811: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het doopsel onder voorwaarde wordt herhaald, ontstaat er geen geestelijke verwantschap, tenzij opnieuw dezelfde peetouder ingezet is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
812
Can. 812
Het huwelijk onderling kunnen niet geldig vieren, wie door wettelijke verwantschap uit adoptie ontstaan in de rechte lijn dan wel in de tweede graad van de zijlijn verbonden zijn.
Het huwelijk onderling kunnen niet geldig vieren, wie door wettelijke verwantschap uit adoptie ontstaan in de rechte lijn dan wel in de tweede graad van de zijlijn verbonden zijn.
Referenties naar alinea 812: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. IV - Over de gemengde huwelijken (813-816)
813
Can. 813
Het huwelijk tussen twee gedoopte personen, van wie de ene katholiek is, de andere evenwel niet-katholiek, is zonder het voorafgaand verlof van het bevoegd gezag verboden.
Het huwelijk tussen twee gedoopte personen, van wie de ene katholiek is, de andere evenwel niet-katholiek, is zonder het voorafgaand verlof van het bevoegd gezag verboden.
Referenties naar alinea 813: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
814
789 6°
803 §3
852
789 6°
803 §3
852
Can. 814
Het verlof kan de plaatselijk Hiërarch om een rechtmatige reden verlenen; hij mag dat evenwel niet verlenen tenzij nadat de voorwaarden zijn vervuld, die volgen:
Het verlof kan de plaatselijk Hiërarch om een rechtmatige reden verlenen; hij mag dat evenwel niet verlenen tenzij nadat de voorwaarden zijn vervuld, die volgen:
Referenties naar alinea 814: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document789 6°
803 §3
852
- 1° de katholieke partij dient te verklaren, dat zij bereid is de gevaren om van het geloof af te vallen te vermijden en zij dient de oprechte belofte te geven dat zij alles naar vermogen zal doen, opdat alle kinderen in de katholieke Kerk worden gedoopt en opgevoed;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document789 6°
803 §3
852
- 2° van deze door de katholieke partij te geven beloften dient de andere partij tijdig in kennis te worden gesteld zo, dat vaststaat, dat zij zich waarlijk bewust is van de belofte en de plicht van de katholieke partij;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document789 6°
803 §3
852
- 3° beide partijen dienen grondig onderwezen te worden in de doelen en de wezenlijke eigenschappen van het huwelijk, die door geen van beide verloofden moeten worden uitgesloten.
Referenties naar deze alinea: 1
Voorbereiding op het Sacrament van het Huwelijk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
815
Can. 815
Door het particulier recht van iedere Kerk sui iuris afzonderlijk dient de wijze te worden bepaald, waarop deze verklaringen en beloften, die altijd vereist worden, moeten worden gedaan, en dient de wijze te worden vastgesteld, waarop hierover zowel in het uitwendig bereik zekerheid moet bestaan als ook de niet-katholieke partij in kennis moet worden gesteld.
Door het particulier recht van iedere Kerk sui iuris afzonderlijk dient de wijze te worden bepaald, waarop deze verklaringen en beloften, die altijd vereist worden, moeten worden gedaan, en dient de wijze te worden vastgesteld, waarop hierover zowel in het uitwendig bereik zekerheid moet bestaan als ook de niet-katholieke partij in kennis moet worden gesteld.
Referenties naar alinea 815: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
816
Can. 816
De plaatselijk Hiërarchen en de andere zielenherders dienen ervoor te zorgen, dat voor de katholieke echtgenoot en de uit het gemengde huwelijk geboren kinderen geestelijke hulp niet ontbreekt om hun gewetensplichten te vervullen en zij dienen de echtgenoten te helpen om de eenheid van de gemeenschap van het echtelijk en gezinsleven te koesteren.
De plaatselijk Hiërarchen en de andere zielenherders dienen ervoor te zorgen, dat voor de katholieke echtgenoot en de uit het gemengde huwelijk geboren kinderen geestelijke hulp niet ontbreekt om hun gewetensplichten te vervullen en zij dienen de echtgenoten te helpen om de eenheid van de gemeenschap van het echtelijk en gezinsleven te koesteren.
Referenties naar alinea 816: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. V - Over de huwelijksinstemming (817-827)
817
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 817
§ 1. De huwelijksinstemming is een wilshandeling, waardoor man en vrouw door een onherroepelijk verbond zich wederzijds geven en elkaar aannemen om het huwelijk tot stand te brengen.
§ 1. De huwelijksinstemming is een wilshandeling, waardoor man en vrouw door een onherroepelijk verbond zich wederzijds geven en elkaar aannemen om het huwelijk tot stand te brengen.
Referenties naar alinea 817: 2
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De huwelijksinstemming kan door geen enkele menselijke macht worden aangevuld.
Referenties naar deze alinea: 2
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
818
Can. 818
Zij zijn niet in staat tot het vieren van het huwelijk:
Zij zijn niet in staat tot het vieren van het huwelijk:
Referenties naar alinea 818: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° die het voldoende gebruik van het verstand missen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° die lijden aan het ernstig ontbreken van oordeelsvermogen met betrekking tot de wederzijds over te dragen en te aanvaarden rechten en wezenlijke huwelijksplichten;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° die wegens oorzaken van psychische aard de wezenlijke plichten van het huwelijk niet op zich kunnen nemen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
819
Can. 819
Opdat de huwelijksinstemming verkregen kan worden, is het nodig, dat zij die het huwelijk vieren tenminste niet onwetend zijn, dat het huwelijk een blijvende gemeenschap is tussen man en vrouw gericht op het door enige seksuele samenwerking voortbrengen van kinderen.
Opdat de huwelijksinstemming verkregen kan worden, is het nodig, dat zij die het huwelijk vieren tenminste niet onwetend zijn, dat het huwelijk een blijvende gemeenschap is tussen man en vrouw gericht op het door enige seksuele samenwerking voortbrengen van kinderen.
Referenties naar alinea 819: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
820
Can. 820
§ 1. Dwaling over de persoon maakt het huwelijk ongeldig.
§ 1. Dwaling over de persoon maakt het huwelijk ongeldig.
Referenties naar alinea 820: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Dwaling over een hoedanigheid van de persoon, ook al is ze redengevend voor het huwelijk, verhindert het huwelijk niet, tenzij deze hoedanigheid direct en hoofdzakelijk beoogd wordt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
821
801 §3
801 §3
Can. 821
Wie het huwelijk viert misleid door bedrog, gepleegd om de instemming te verkrijgen, met betrekking tot enige hoedanigheid van de andere partij, die naar haar aard de gemeenschap van het echtelijk leven ernstig kan verstoren, viert ongeldig.
Wie het huwelijk viert misleid door bedrog, gepleegd om de instemming te verkrijgen, met betrekking tot enige hoedanigheid van de andere partij, die naar haar aard de gemeenschap van het echtelijk leven ernstig kan verstoren, viert ongeldig.
Referenties naar alinea 821: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
822
Can. 822
Dwaling met betrekking tot de eenheid of de onontbindbaarheid dan wel de sacramentele waardigheid van het huwelijk tast, mits ze de wil niet bepaalt, de huwelijksinstemming niet aan.
Dwaling met betrekking tot de eenheid of de onontbindbaarheid dan wel de sacramentele waardigheid van het huwelijk tast, mits ze de wil niet bepaalt, de huwelijksinstemming niet aan.
Referenties naar alinea 822: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
823
Can. 823
De kennis dan wel de opvatting over de nietigheid van het huwelijk sluit de huwelijksinstemming niet noodzakelijkerwijs uit.
De kennis dan wel de opvatting over de nietigheid van het huwelijk sluit de huwelijksinstemming niet noodzakelijkerwijs uit.
Referenties naar alinea 823: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
824
Can. 824
§ 1. De inwendige instemming van de geest wordt verondersteld als overeenstemmend met de bij het vieren van het huwelijk gebruikte woorden of tekenen.
§ 1. De inwendige instemming van de geest wordt verondersteld als overeenstemmend met de bij het vieren van het huwelijk gebruikte woorden of tekenen.
Referenties naar alinea 824: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Maar als een van beide of elk van beide partijen met een positieve wilshandeling het huwelijk zelf of van het huwelijk enig wezenlijk element of enige wezenlijke eigenschap uitsluit, viert zij ongeldig het huwelijk.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
825
Can. 825
Ongeldig is het huwelijk dat gevierd is wegens dwang of zware van buitenaf ook onbedoeld aangejaagde vrees, zodat daardoor iemand, om zich daarvan te bevrijden, gedwongen wordt het huwelijk te kiezen.
Ongeldig is het huwelijk dat gevierd is wegens dwang of zware van buitenaf ook onbedoeld aangejaagde vrees, zodat daardoor iemand, om zich daarvan te bevrijden, gedwongen wordt het huwelijk te kiezen.
Referenties naar alinea 825: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
826
Can. 826
Het huwelijk onder voorwaarde kan niet geldig worden gevierd.
Het huwelijk onder voorwaarde kan niet geldig worden gevierd.
Referenties naar alinea 826: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
827
Can. 827
Ook al is het huwelijk ongeldig gevierd om reden van een beletsel of van het ontbreken van de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk, wordt de verleende instemming verondersteld voort te duren, totdat over de herroeping ervan zekerheid zal hebben bestaan.
Ook al is het huwelijk ongeldig gevierd om reden van een beletsel of van het ontbreken van de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk, wordt de verleende instemming verondersteld voort te duren, totdat over de herroeping ervan zekerheid zal hebben bestaan.
Referenties naar alinea 827: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. VI - Over de vorm van de viering van het huwelijk (828-842)
828
Can. 828
§ 1. Alleen die huwelijken zijn geldig, die met een gewijde ritus worden gevierd ten overstaan van de plaatselijk Hiërarch of de plaatselijk pastoor of een priester, aan wie door een van beiden de bevoegdheid om het huwelijk te zegenen is verleend, en van tenminste twee getuigen overeenkomstig echter de voorschriften van de canones, die volgen, en met behoud van de uitzonderingen, als bedoeld in de cann. 832[574|+1825 -1829] en 834, § 2[574|+1726].
§ 1. Alleen die huwelijken zijn geldig, die met een gewijde ritus worden gevierd ten overstaan van de plaatselijk Hiërarch of de plaatselijk pastoor of een priester, aan wie door een van beiden de bevoegdheid om het huwelijk te zegenen is verleend, en van tenminste twee getuigen overeenkomstig echter de voorschriften van de canones, die volgen, en met behoud van de uitzonderingen, als bedoeld in de cann. 832[574|+1825 -1829] en 834, § 2[574|+1726].
Referenties naar alinea 828: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als gewijd wordt deze ritus beschouwd door de interventie zelf van de assisterende en zegenende priester.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
829
Can. 829
§ 1. De plaatselijk Hiërarch en de plaatselijk pastoor zegenen na de canonieke inbezitneming van het ambt, zolang zij wettig hun ambt uitoefenen, overal binnen de grenzen van hun territorium geldig het huwelijk, hetzij de verloofden onderdanen zijn hetzij, mits tenminste een van beide partijen in de eigen Kerk sui iuris opgenomen is, geen onderdanen.
§ 1. De plaatselijk Hiërarch en de plaatselijk pastoor zegenen na de canonieke inbezitneming van het ambt, zolang zij wettig hun ambt uitoefenen, overal binnen de grenzen van hun territorium geldig het huwelijk, hetzij de verloofden onderdanen zijn hetzij, mits tenminste een van beide partijen in de eigen Kerk sui iuris opgenomen is, geen onderdanen.
Referenties naar alinea 829: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een personele Hiërarch en pastoor zegenen krachtens hun ambt het huwelijk alleen maar van degenen, van wie tenminste een van beiden hun onderdaan is, geldig binnen de grenzen van hun zeggenschap.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Patriarch is van rechtswege van de bevoegdheid voorzien met inachtneming van de andere volgens het recht in acht te nemen zaken om de huwelijken persoonlijk zelf te zegenen overal ter wereld, mits tenminste een van beide partijen opgenomen is in de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
830
Can. 830
§ 1. De plaatselijk Hiërarch en de plaatselijk pastoor kunnen, zolang zij wettig hun ambt uitoefenen, aan priesters van welke Kerk sui iuris dan ook, ook van de Latijnse Kerk, de bevoegdheid verlenen om binnen de grenzen van hun territorium het vastgestelde huwelijk te zegenen.
§ 1. De plaatselijk Hiërarch en de plaatselijk pastoor kunnen, zolang zij wettig hun ambt uitoefenen, aan priesters van welke Kerk sui iuris dan ook, ook van de Latijnse Kerk, de bevoegdheid verlenen om binnen de grenzen van hun territorium het vastgestelde huwelijk te zegenen.
Referenties naar alinea 830: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De algemene bevoegdheid evenwel om de huwelijken te zegenen kan alleen de plaatselijk Hiërarch verlenen onverminderd can. 302, § 2[574|+694].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De verlening van de bevoegdheid om de huwelijken te zegenen moet, om geldig te zijn, aan vastgestelde priesters uitdrukkelijk ja zelfs, als het om een algemene bevoegdheid gaat, schriftelijk worden verleend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
831
Can. 831
§ 1. De plaatselijk Hiërarch of de plaatselijk pastoor zegenen het huwelijk geoorloofd:
§ 1. De plaatselijk Hiërarch of de plaatselijk pastoor zegenen het huwelijk geoorloofd:
Referenties naar alinea 831: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° nadat zij zekerheid hebben verkregen over de woonplaats of quasi-woonplaats of het maandelijkse verblijf dan wel, als het om een zwerver gaat, over het feitelijk verblijf van een van beide verloofden op de plaats van het huwelijk;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° nadat, als deze voorwaarden ontbreken, het verlof van de Hiërarch of de pastoor van de woonplaats of quasi-woonplaats van een van beide partijen verkregen is, tenzij een rechtmatige reden verontschuldigt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° ook op een exclusieve plaats van een andere Kerk sui iuris, tenzij de Hiërarch, die op deze plaats zijn macht uitoefent, het uitdrukkelijk heeft geweigerd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het huwelijk dient ten overstaan van de pastoor van de bruidegom te worden gevierd, tenzij of het particulier recht anders bepaalt of een rechtmatige reden verontschuldigt.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
832
828 §1
841 §3
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
828 §1
841 §3
Can. 832
§ 1. Als zonder ernstig ongemak een volgens de norm van het recht bevoegde priester er niet kan zijn of kan worden benaderd, kunnen zij die beogen het ware huwelijk te vieren dit geldig en geoorloofd ten overstaan van alleen de getuigen vieren:
§ 1. Als zonder ernstig ongemak een volgens de norm van het recht bevoegde priester er niet kan zijn of kan worden benaderd, kunnen zij die beogen het ware huwelijk te vieren dit geldig en geoorloofd ten overstaan van alleen de getuigen vieren:
Referenties naar alinea 832: 2
Amoris Laetitia ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document828 §1
841 §3
- 1° bij stervensgevaar;
Referenties naar deze alinea: 2
Amoris Laetitia ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document828 §1
841 §3
- 2° buiten stervensgevaar, mits met wijsheid wordt voorzien, dat die omstandigheid een maand zal duren.
Referenties naar deze alinea: 2
Amoris Laetitia ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document796 §2
828 §1
841 §3
§ 2. In beide gevallen dient, als een andere priester beschikbaar is, die, als het mogelijk is, geroepen te worden, opdat hij het huwelijk zegent met behoud van de geldigheid van het huwelijk ten overstaan van alleen de getuigen; in dezelfde gevallen kan ook een niet-katholieke priester geroepen worden.
Referenties naar deze alinea: 2
Amoris Laetitia ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document828 §1
841 §3
§ 3. Als het huwelijk gevierd is ten overstaan van alleen de getuigen, moeten de echtgenoten niet nalaten zo spoedig mogelijk van een priester de zegening van het huwelijk te ontvangen.
Referenties naar deze alinea: 2
Amoris Laetitia ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
833
Can. 833
§ 1. De plaatselijk Hiërarch kan aan iedere mogelijke katholieke priester de bevoegdheid verlenen om het huwelijk te zegenen van Christengelovigen van enige niet-katholieke oosterse Kerk, die een priester van de eigen Kerk zonder ernstig ongemak niet kunnen benaderen, als zij uit eigen beweging hierom verzoeken en mits niets de geldige of geoorloofde viering van het huwelijk in de weg staat.
§ 1. De plaatselijk Hiërarch kan aan iedere mogelijke katholieke priester de bevoegdheid verlenen om het huwelijk te zegenen van Christengelovigen van enige niet-katholieke oosterse Kerk, die een priester van de eigen Kerk zonder ernstig ongemak niet kunnen benaderen, als zij uit eigen beweging hierom verzoeken en mits niets de geldige of geoorloofde viering van het huwelijk in de weg staat.
Referenties naar alinea 833: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De katholieke priester dient, als het mogelijk is, voordat hij het huwelijk zegent, het bevoegd gezag van die Christengelovigen hiervan in kennis te stellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
834
Can. 834
§ 1. De door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk moet in acht genomen worden, als tenminste een van beide partijen van degenen die het huwelijk vieren in de katholieke Kerk gedoopt of daarin opgenomen is.
§ 1. De door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk moet in acht genomen worden, als tenminste een van beide partijen van degenen die het huwelijk vieren in de katholieke Kerk gedoopt of daarin opgenomen is.
Referenties naar alinea 834: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document828 §1
§ 2. Als evenwel een katholieke partij die in enige oosterse Kerk sui iuris opgenomen is, het huwelijk viert met een partij, die tot een niet-katholieke oosterse Kerk behoort, moet de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk in acht genomen worden alleen voor de geoorloofdheid; voor de geldigheid echter wordt de zegening van een priester vereist met inachtneming van de andere volgens het recht in acht te nemen zaken.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
835
Can. 835
De dispensatie van de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk wordt voorbehouden aan de Apostolische Stoel of de Patriarch die deze niet mag verlenen tenzij om een zeer zwaarwegende reden.
De dispensatie van de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk wordt voorbehouden aan de Apostolische Stoel of de Patriarch die deze niet mag verlenen tenzij om een zeer zwaarwegende reden.
Referenties naar alinea 835: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
836
Can. 836
Buiten het geval van noodzaak dienen bij de viering van het huwelijk de voorschriften van de liturgische boeken en de wettige gewoonten in acht genomen te worden.
Buiten het geval van noodzaak dienen bij de viering van het huwelijk de voorschriften van de liturgische boeken en de wettige gewoonten in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 836: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
837
Can. 837
§ 1. Om het huwelijk geldig te vieren is het nodig, dat de partijen tegelijk aanwezig zijn en de huwelijksinstemming wederzijds tot uitdrukking brengen.
§ 1. Om het huwelijk geldig te vieren is het nodig, dat de partijen tegelijk aanwezig zijn en de huwelijksinstemming wederzijds tot uitdrukking brengen.
Referenties naar alinea 837: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het huwelijk door tussenkomst van een procurator kan niet geldig worden gevierd, tenzij door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris anders wordt bepaald, in welk geval ook in de voorwaarden, waaronder het zodanige huwelijk gevierd kan worden, moet worden voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
838
Can. 838
§ 1. Het huwelijk dient in de parochiekerk te worden gevierd dan wel met het verlof van de plaatselijk Hiërarch of de plaatselijk pastoor op een andere gewijde plaats; op andere plaatsen echter kan het niet worden gevierd tenzij met het verlof van de plaatselijk Hiërarch.
§ 1. Het huwelijk dient in de parochiekerk te worden gevierd dan wel met het verlof van de plaatselijk Hiërarch of de plaatselijk pastoor op een andere gewijde plaats; op andere plaatsen echter kan het niet worden gevierd tenzij met het verlof van de plaatselijk Hiërarch.
Referenties naar alinea 838: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Met betrekking tot het tijdstip van de viering van het huwelijk moeten de normen door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris bepaald in acht genomen worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
839
Can. 839
Vóór of na de canonieke viering is een andere religieuze viering van hetzelfde huwelijk om de huwelijksinstemming te verlenen of te vernieuwen verboden; eveneens is een religieuze viering verboden, waarin zowel een katholieke priester als ook een niet-katholieke bedienaar de instemming van de partijen vragen.
Vóór of na de canonieke viering is een andere religieuze viering van hetzelfde huwelijk om de huwelijksinstemming te verlenen of te vernieuwen verboden; eveneens is een religieuze viering verboden, waarin zowel een katholieke priester als ook een niet-katholieke bedienaar de instemming van de partijen vragen.
Referenties naar alinea 839: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
840
Can. 840
§ 1. De toestemming tot het geheime huwelijk kan door de plaatselijk Hiërarch om een zwaarwegende en dringende reden worden verleend en brengt van de kant van de plaatselijk Hiërarch, de pastoor, de priester van de bevoegdheid om het huwelijk te zegenen voorzien, de getuigen en de ene echtgenoot, wanneer de andere met de bekendmaking niet instemt, de zwaarwegende plicht tot geheimhouding met zich mee.
§ 1. De toestemming tot het geheime huwelijk kan door de plaatselijk Hiërarch om een zwaarwegende en dringende reden worden verleend en brengt van de kant van de plaatselijk Hiërarch, de pastoor, de priester van de bevoegdheid om het huwelijk te zegenen voorzien, de getuigen en de ene echtgenoot, wanneer de andere met de bekendmaking niet instemt, de zwaarwegende plicht tot geheimhouding met zich mee.
Referenties naar alinea 840: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De plicht tot geheimhouding van de kant van de plaatselijk Hiërarch vervalt, als een grote ergernis dan wel een zwaar onrecht jegens de heiligheid van het huwelijk door de naleving van het geheim dreigt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document296 §2
§ 3. Het in het geheim gevierde huwelijk dient in alleen maar een speciaal boek dat in het geheim archief van de eparchiale curie moet worden bewaard, te worden aangetekend, tenzij een zeer zwaarwegende reden in de weg staat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
841
Can. 841
§ 1. Na het vieren van het huwelijk dient de pastoor van de plaats van de viering of hij die in zijn plaats treedt, ook al heeft geen van beiden het huwelijk gezegend, zo spoedig mogelijk in het huwelijksboek aan te tekenen de namen van de echtgenoten, van de zegenende priester en van de getuigen, de plaats en de dag van het gevierde huwelijk, de dispensatie, als het geval zich voordoet, van de vorm van de viering van het huwelijk of van de beletselen en de verlener ervan tezamen met het beletsel en met de graad ervan, de verleende bevoegdheid om het huwelijk te zegenen en de andere zaken overeenkomstig de wijze door de eigen Eparch voorgeschreven.
§ 1. Na het vieren van het huwelijk dient de pastoor van de plaats van de viering of hij die in zijn plaats treedt, ook al heeft geen van beiden het huwelijk gezegend, zo spoedig mogelijk in het huwelijksboek aan te tekenen de namen van de echtgenoten, van de zegenende priester en van de getuigen, de plaats en de dag van het gevierde huwelijk, de dispensatie, als het geval zich voordoet, van de vorm van de viering van het huwelijk of van de beletselen en de verlener ervan tezamen met het beletsel en met de graad ervan, de verleende bevoegdheid om het huwelijk te zegenen en de andere zaken overeenkomstig de wijze door de eigen Eparch voorgeschreven.
Referenties naar alinea 841: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bovendien dient de plaatselijk pastoor in het doopboek aan te tekenen, dat een echtgenoot op de betreffende dag in zijn parochie het huwelijk heeft gevierd; als evenwel een echtgenoot ergens anders is gedoopt, dient de plaatselijk pastoor het getuigenis van het huwelijk te zenden persoonlijk of door middel van de eparchiale curie naar de pastoor, bij wie het doopsel van de echtgenoot aangetekend is, en niet te berusten, totdat hij kennis van de aantekening van het huwelijk in het doopboek zal hebben genomen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als het huwelijk volgens de norm van can. 832[574|+1825 -1829] is gevierd, moeten de priester, als hij dat gezegend heeft, anders de getuigen en de echtgenoten ervoor zorgen, dat de viering van het huwelijk zo spoedig mogelijk in de voorgeschreven boeken wordt aangetekend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
842
Can. 842
Als het huwelijk of voor het uitwendig bereik geldig wordt gemaakt of nietig wordt verklaard of wettig behalve door de dood wordt ontbonden, moet de pastoor van de plaats van de viering van het huwelijk in kennis worden gesteld, opdat de aantekening in de huwelijks- en doopboeken wordt gemaakt.
Als het huwelijk of voor het uitwendig bereik geldig wordt gemaakt of nietig wordt verklaard of wettig behalve door de dood wordt ontbonden, moet de pastoor van de plaats van de viering van het huwelijk in kennis worden gesteld, opdat de aantekening in de huwelijks- en doopboeken wordt gemaakt.
Referenties naar alinea 842: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. VII - Over de geldigmaking van het huwelijk (cann. 843-852)
- 1° - Over de eenvoudige geldigmaking (cann. 843-847)
843
Can. 843
§ 1. Om het wegens een verhinderend beletsel ongeldige huwelijk geldig te maken, wordt vereist, dat het beletsel vervalt of dat daarvan wordt gedispenseerd en dat tenminste de zich van het beletsel bewuste partij de instemming vernieuwt.
§ 1. Om het wegens een verhinderend beletsel ongeldige huwelijk geldig te maken, wordt vereist, dat het beletsel vervalt of dat daarvan wordt gedispenseerd en dat tenminste de zich van het beletsel bewuste partij de instemming vernieuwt.
Referenties naar alinea 843: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deze vernieuwing wordt voor de geldigheid van de geldigmaking vereist, ook al hebben in het begin beide partijen de instemming verleend en daarna niet herroepen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
844
Can. 844
De vernieuwing van de instemming moet een nieuwe wilshandeling tot het huwelijk zijn, waarvan de vernieuwende partij weet dan wel meent, dat het vanaf het begin ongeldig is geweest.
De vernieuwing van de instemming moet een nieuwe wilshandeling tot het huwelijk zijn, waarvan de vernieuwende partij weet dan wel meent, dat het vanaf het begin ongeldig is geweest.
Referenties naar alinea 844: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
845
Can. 845
§ 1. Als het beletsel openbaar is, moet de instemming door beide partijen worden vernieuwd in de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk.
§ 1. Als het beletsel openbaar is, moet de instemming door beide partijen worden vernieuwd in de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk.
Referenties naar alinea 845: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het beletsel verborgen is, is het voldoende, dat de instemming persoonlijk en in het geheim wordt vernieuwd; en wel door de zich van het beletsel bewuste partij, mits de andere in de verleende instemming volhardt, dan wel door beide partijen, als het beletsel aan beide partijen bekend is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
846
Can. 846
§ 1. Het wegens het ontbreken van instemming ongeldige huwelijk wordt geldig gemaakt, als de partij, die niet heeft ingestemd, alsnog instemt, mits de door de andere partij verleende instemming voortduurt.
§ 1. Het wegens het ontbreken van instemming ongeldige huwelijk wordt geldig gemaakt, als de partij, die niet heeft ingestemd, alsnog instemt, mits de door de andere partij verleende instemming voortduurt.
Referenties naar alinea 846: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het ontbreken van instemming niet bewezen kan worden, is het voldoende, dat de partij, die niet heeft ingestemd, persoonlijk en in het geheim de instemming verleent.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als het ontbreken van instemming bewezen kan worden, is het nodig, dat de instemming wordt vernieuwd in de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
847
Can. 847
Het wegens het ontbreken van de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk ongeldige huwelijk moet, opdat het geldig wordt gemaakt, opnieuw in deze vorm worden gevierd.
Het wegens het ontbreken van de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk ongeldige huwelijk moet, opdat het geldig wordt gemaakt, opnieuw in deze vorm worden gevierd.
Referenties naar alinea 847: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° - Over de genezing in de wortel (848-852)
848
Can. 848
§ 1. De genezing in de wortel van het ongeldige huwelijk is de zonder vernieuwing van de instemming door het bevoegd gezag verleende geldigmaking ervan, die met zich meebrengt de dispensatie van een beletsel, als het er is, en van de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk, als zij niet in acht genomen is, en eveneens de terugwerkende kracht van de canonieke gevolgen naar het verleden.
§ 1. De genezing in de wortel van het ongeldige huwelijk is de zonder vernieuwing van de instemming door het bevoegd gezag verleende geldigmaking ervan, die met zich meebrengt de dispensatie van een beletsel, als het er is, en van de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk, als zij niet in acht genomen is, en eveneens de terugwerkende kracht van de canonieke gevolgen naar het verleden.
Referenties naar alinea 848: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De geldigmaking vindt plaats vanaf het moment van de gunstverlening; de terugwerkende kracht evenwel wordt begrepen te hebben plaatsgevonden tot het moment van de viering van het huwelijk, tenzij anders in de verlening uitdrukkelijk wordt geregeld.
Referenties naar deze alinea: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
849
Can. 849
§ 1. De genezing van het huwelijk in de wortel kan geldig worden verleend zelfs buiten weten van een van beide of van elk van beide partijen.
§ 1. De genezing van het huwelijk in de wortel kan geldig worden verleend zelfs buiten weten van een van beide of van elk van beide partijen.
Referenties naar alinea 849: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De genezing in de wortel mag niet worden verleend tenzij om een zwaarwegende reden en tenzij waarschijnlijk is, dat de partijen in de gemeenschap van het echtelijk leven willen volharden.
Referenties naar deze alinea: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
850
Can. 850
§ 1. Het ongeldige huwelijk kan worden genezen, mits de instemming van beide partijen voortduurt.
§ 1. Het ongeldige huwelijk kan worden genezen, mits de instemming van beide partijen voortduurt.
Referenties naar alinea 850: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het wegens een beletsel van goddelijk recht ongeldige huwelijk kan niet geldig worden genezen, tenzij nadat het beletsel vervallen is.
Referenties naar deze alinea: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
851
Can. 851
§ 1. Als bij elk van beide of een van beide partijen de instemming ontbreekt, kan het huwelijk niet geldig in de wortel worden genezen, hetzij de instemming vanaf het begin heeft ontbroken, hetzij vanaf het begin verleend daarna is herroepen.
§ 1. Als bij elk van beide of een van beide partijen de instemming ontbreekt, kan het huwelijk niet geldig in de wortel worden genezen, hetzij de instemming vanaf het begin heeft ontbroken, hetzij vanaf het begin verleend daarna is herroepen.
Referenties naar alinea 851: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als evenwel de instemming vanaf het begin weliswaar heeft ontbroken, maar daarna is verleend, kan de genezing worden verleend vanaf het moment van de verleende instemming.
Referenties naar deze alinea: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
852
Can. 852
De Patriarch en de Eparch kunnen de genezing in de wortel in afzonderlijke gevallen verlenen, als het ontbreken van de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk of enig beletsel, waarvan zij zelf kunnen dispenseren, de geldigheid van het huwelijk in de weg staat, en in de door het recht voorgeschreven gevallen, als de voorwaarden, als bedoeld in can. 814[574|+1787 -1790], zijn vervuld; in de overige gevallen en als het om een beletsel van goddelijk recht gaat, dat reeds vervallen is, kan de genezing in de wortel door alleen de Apostolische Stoel worden verleend.
De Patriarch en de Eparch kunnen de genezing in de wortel in afzonderlijke gevallen verlenen, als het ontbreken van de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk of enig beletsel, waarvan zij zelf kunnen dispenseren, de geldigheid van het huwelijk in de weg staat, en in de door het recht voorgeschreven gevallen, als de voorwaarden, als bedoeld in can. 814[574|+1787 -1790], zijn vervuld; in de overige gevallen en als het om een beletsel van goddelijk recht gaat, dat reeds vervallen is, kan de genezing in de wortel door alleen de Apostolische Stoel worden verleend.
Referenties naar alinea 852: 1
Amoris Laetitia ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. VIII - Over de scheiding van de echtgenoten (cann. 853-866)
- 1° - Over de ontbinding van de band (cann. 853-862)
853
860
Opnieuw bevestigen dat het gesloten en voltrokken huwelijk nooit kan worden ontbonden, zelfs niet door de macht van de Paus ->=geentekst=
860
Can. 853
De sacramentele band van het huwelijk kan na het voltrekken van het huwelijk door geen enkele menselijke macht en door geen enkele oorzaak behalve door de dood worden ontbonden.
De sacramentele band van het huwelijk kan na het voltrekken van het huwelijk door geen enkele menselijke macht en door geen enkele oorzaak behalve door de dood worden ontbonden.
Referenties naar alinea 853: 2
Opnieuw bevestigen dat het gesloten en voltrokken huwelijk nooit kan worden ontbonden, zelfs niet door de macht van de Paus ->=geentekst=Opnieuw bevestigen dat het gesloten en voltrokken huwelijk nooit kan worden ontbonden, zelfs niet door de macht van de Paus ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
854
Can. 854
§ 1. Het door twee niet-gedoopten aangegane huwelijk wordt op grond van het paulinisch privilege ten gunste van het geloof van de partij, die het doopsel heeft ontvangen, van rechtswege ontbonden, als door dezelfde partij het nieuwe huwelijk wordt gevierd, mits de niet-gedoopte partij weggaat.
§ 1. Het door twee niet-gedoopten aangegane huwelijk wordt op grond van het paulinisch privilege ten gunste van het geloof van de partij, die het doopsel heeft ontvangen, van rechtswege ontbonden, als door dezelfde partij het nieuwe huwelijk wordt gevierd, mits de niet-gedoopte partij weggaat.
Referenties naar alinea 854: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De niet-gedoopte partij wordt geacht weg te gaan, als ze niet vreedzaam wil samenwonen met de gedoopte partij zonder krenking van de Schepper, tenzij laatstgenoemde na het ontvangen van het doopsel aan eerstgenoemde een rechtmatige reden om weg te gaan gegeven heeft.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
855
857 3°
857 3°
Can. 855
§ 1. Opdat de gedoopte partij geldig het nieuwe huwelijk viert, moet de niet-gedoopte partij worden ondervraagd, of:
§ 1. Opdat de gedoopte partij geldig het nieuwe huwelijk viert, moet de niet-gedoopte partij worden ondervraagd, of:
Referenties naar alinea 855: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document857 3°
- 1° zij ook zelf het doopsel wil ontvangen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document857 3°
- 2° zij tenminste met de gedoopte partij vreedzaam wil samenwonen zonder krenking van de Schepper.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document857 3°
§ 2. Deze ondervraging moet na het doopsel worden verricht; maar de plaatselijk Hiërarch kan om een zwaarwegende reden toestaan, dat de ondervraging vóór het doopsel wordt verricht, ja zelfs kan hij van de ondervraging dispenseren hetzij vóór hetzij na het doopsel, als door een tenminste beknopte en buitengerechtelijke wijze van procederen vaststaat, dat zij niet kan worden verricht dan wel nutteloos zal zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
856
857 3°
857 3°
Can. 856
§ 1. De ondervraging wordt in de regel verricht op gezag van de plaatselijk Hiërarch van de bekeerde partij, door wie aan de andere echtgenoot een tijdsduur moet worden verleend om te antwoorden, als hij hierom heeft verzocht, nadat deze echter gewaarschuwd is, dat na het nutteloos verstrijken van deze tijdsduur zijn stilzwijgen voor een ontkennend antwoord wordt gehouden.
§ 1. De ondervraging wordt in de regel verricht op gezag van de plaatselijk Hiërarch van de bekeerde partij, door wie aan de andere echtgenoot een tijdsduur moet worden verleend om te antwoorden, als hij hierom heeft verzocht, nadat deze echter gewaarschuwd is, dat na het nutteloos verstrijken van deze tijdsduur zijn stilzwijgen voor een ontkennend antwoord wordt gehouden.
Referenties naar alinea 856: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document857 3°
§ 2. Ook een persoonlijk door de bekeerde partij zelf verrichte ondervraging geldt, ja zelfs is zij geoorloofd, als de hierboven voorgeschreven vorm niet in acht genomen kan worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document857 3°
§ 3. In beide gevallen moet de verrichte ondervraging en de afloop ervan in het uitwendig bereik wettig vaststaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
857
Can. 857
De gedoopte partij heeft het recht om het nieuwe huwelijk te vieren met een katholieke partij als:
De gedoopte partij heeft het recht om het nieuwe huwelijk te vieren met een katholieke partij als:
Referenties naar alinea 857: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de andere partij ontkennend op de ondervraging heeft geantwoord;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de ondervraging wettig achterwege is gelaten;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de niet-gedoopte partij, hetzij reeds ondervraagd hetzij niet, tevoren in het vreedzame samenwonen volhardend daarna zonder een rechtmatige reden is weggegaan; in dat geval evenwel moet de ondervraging volgens de norm van de cann. 855 en 856[574|+1874 -1880] voorafgaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
858
Can. 858
De plaatselijk Hiërarch echter kan om een zwaarwegende reden toestaan, dat de gedoopte partij, gebruikmakend van het paulinisch privilege, het huwelijk viert met een niet-katholieke partij hetzij gedoopt hetzij niet-gedoopt met inachtneming ook van de voorschriften van de canones[574|+1785] over de gemengde huwelijken.
De plaatselijk Hiërarch echter kan om een zwaarwegende reden toestaan, dat de gedoopte partij, gebruikmakend van het paulinisch privilege, het huwelijk viert met een niet-katholieke partij hetzij gedoopt hetzij niet-gedoopt met inachtneming ook van de voorschriften van de canones[574|+1785] over de gemengde huwelijken.
Referenties naar alinea 858: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
859
Can. 859
§ 1. . Een niet-gedoopte man, die meerdere niet-gedoopte vrouwen tegelijk heeft, kan, nadat het doopsel in de katholieke Kerk is ontvangen, als het hem zwaar valt bij de eerste van deze te blijven, één van die behouden nadat de overige weggezonden zijn; hetzelfde geldt voor een niet-gedoopte vrouw, die meerdere niet-gedoopte mannen tegelijk heeft.
§ 1. . Een niet-gedoopte man, die meerdere niet-gedoopte vrouwen tegelijk heeft, kan, nadat het doopsel in de katholieke Kerk is ontvangen, als het hem zwaar valt bij de eerste van deze te blijven, één van die behouden nadat de overige weggezonden zijn; hetzelfde geldt voor een niet-gedoopte vrouw, die meerdere niet-gedoopte mannen tegelijk heeft.
Referenties naar alinea 859: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In dit geval moet het huwelijk in de door het recht voorgeschreven vorm van de viering van het huwelijk worden gevierd met inachtneming ook van de andere volgens het recht in acht te nemen zaken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De plaatselijk Hiërarch dient ervoor te zorgen, de morele, sociale, economische omstandigheid van plaatsen en personen voor ogen gehouden, dat voldoende in de behoeften van hen, die weggezonden zijn, is voorzien overeenkomstig de normen van gerechtigheid, caritas en billijkheid.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
860
Can. 860
Een niet-gedoopte man, die, nadat het doopsel in de katholieke Kerk is ontvangen, met de niet-gedoopte echtgenote om reden van gevangenschap of vervolging het samenwonen niet kan herstellen, is het geoorloofd het andere huwelijk te vieren, ook al heeft de andere partij ondertussen het doopsel ontvangen, onverminderd can. 853[574|853].
Een niet-gedoopte man, die, nadat het doopsel in de katholieke Kerk is ontvangen, met de niet-gedoopte echtgenote om reden van gevangenschap of vervolging het samenwonen niet kan herstellen, is het geoorloofd het andere huwelijk te vieren, ook al heeft de andere partij ondertussen het doopsel ontvangen, onverminderd can. 853[574|853].
Referenties naar alinea 860: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
861
Can. 861
Bij twijfel geniet het geloofsprivilege rechtsbegunstiging.
Bij twijfel geniet het geloofsprivilege rechtsbegunstiging.
Referenties naar alinea 861: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
862
Can. 862
Het niet voltrokken huwelijk kan om een rechtmatige reden door de Paus worden ontbonden op verzoek van elk van beide partijen of van een van beide, ook al is de andere onwillig.
Het niet voltrokken huwelijk kan om een rechtmatige reden door de Paus worden ontbonden op verzoek van elk van beide partijen of van een van beide, ook al is de andere onwillig.
Referenties naar alinea 862: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° - Over de scheiding bij blijvende band (cann. 863-866)
863
Can. 863
§ 1. Dringend wordt aanbevolen, dat de echtgenoot door caritas bewogen en bekommerd om het welzijn van het gezin de vergeving niet weigert aan de overspelige partner en de gemeenschap van het echtelijk leven niet verbreekt; als hij evenwel de schuld van deze uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend niet heeft kwijtgescholden, heeft hij het recht om de gemeenschap van het echtelijk leven te ontbinden, tenzij hij met het overspel heeft ingestemd dan wel daartoe aanleiding heeft gegeven of ook zelf overspel heeft gepleegd.
§ 1. Dringend wordt aanbevolen, dat de echtgenoot door caritas bewogen en bekommerd om het welzijn van het gezin de vergeving niet weigert aan de overspelige partner en de gemeenschap van het echtelijk leven niet verbreekt; als hij evenwel de schuld van deze uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend niet heeft kwijtgescholden, heeft hij het recht om de gemeenschap van het echtelijk leven te ontbinden, tenzij hij met het overspel heeft ingestemd dan wel daartoe aanleiding heeft gegeven of ook zelf overspel heeft gepleegd.
Referenties naar alinea 863: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Van stilzwijgende kwijtschelding is sprake, als de onschuldige echtgenoot, nadat hij van het overspel in kennis is gesteld, uit eigen beweging met de andere echtgenoot in huwelijkse genegenheid omgang heeft gehad; ze wordt evenwel verondersteld, als hij gedurende zes maanden de gemeenschap van het echtelijk leven in stand gehouden heeft en niet zich tot het kerkelijk of burgerlijk gezag dienaangaande heeft gewend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als de onschuldige echtgenoot uit eigen beweging de gemeenschap van het echtelijk leven heeft ontbonden, moet hij binnen zes maanden de reden van de scheiding voorleggen aan het bevoegd gezag, dat alle omstandigheden in beschouwing genomen moet afwegen, of de onschuldige echtgenoot ertoe gebracht kan worden om de schuld kwijt te schelden en de scheiding niet voort te zetten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
864
Can. 864
§ 1. Als een van beide echtgenoten het gemeenschappelijk leven voor de echtgenoot of de kinderen gevaarlijk dan wel te hard maakt, geeft hij aan de andere een wettige reden om weg te gaan met een decreet van de plaatselijk Hiërarch en ook op eigen gezag, als er gevaar in vertraging bestaat.
§ 1. Als een van beide echtgenoten het gemeenschappelijk leven voor de echtgenoot of de kinderen gevaarlijk dan wel te hard maakt, geeft hij aan de andere een wettige reden om weg te gaan met een decreet van de plaatselijk Hiërarch en ook op eigen gezag, als er gevaar in vertraging bestaat.
Referenties naar alinea 864: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Door het particulier recht van een Kerk sui iuris kunnen andere redenen naargelang de zeden van de volkeren en de omstandigheden van de plaatsen worden bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. In alle gevallen moet bij het vervallen van de reden van de scheiding de gemeenschap van het echtelijk leven worden hersteld, tenzij door het bevoegd gezag anders wordt bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
865
Can. 865
Nadat de scheiding van de echtgenoten is verricht moet altijd passend een regeling worden getroffen aangaande het verschuldigd onderhoud en de opvoeding van de kinderen.
Nadat de scheiding van de echtgenoten is verricht moet altijd passend een regeling worden getroffen aangaande het verschuldigd onderhoud en de opvoeding van de kinderen.
Referenties naar alinea 865: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
866
Can. 866
De onschuldige echtgenoot kan prijzenswaardig de andere echtgenoot weer tot de gemeenschap van het echtelijk leven toelaten, in welk geval hij van het recht op scheiding afziet.
De onschuldige echtgenoot kan prijzenswaardig de andere echtgenoot weer tot de gemeenschap van het echtelijk leven toelaten, in welk geval hij van het recht op scheiding afziet.
Referenties naar alinea 866: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk VIII - Over de sacramentaliën, over de gewijde plaatsen en tijden, over de verering van de Heiligen, over de gelofte en over de eed (cann. 876-895)
- Art. I - Over de sacramentaliën (can. 867)
867
Can. 867
§ 1. Door middel van de sacramentaliën, die gewijde tekenen zijn, waardoor naar enige nabootsing van de sacramenten vooral geestelijke uitwerkingen worden aangeduid en op grond van de afsmeking van de Kerk worden verkregen, worden mensen tot de gesteltenis gebracht om de bijzondere uitwerking van de sacramenten te ontvangen en worden verschillende levensomstandigheden geheiligd.
§ 1. Door middel van de sacramentaliën, die gewijde tekenen zijn, waardoor naar enige nabootsing van de sacramenten vooral geestelijke uitwerkingen worden aangeduid en op grond van de afsmeking van de Kerk worden verkregen, worden mensen tot de gesteltenis gebracht om de bijzondere uitwerking van de sacramenten te ontvangen en worden verschillende levensomstandigheden geheiligd.
Referenties naar alinea 867: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Met betrekking tot de sacramentaliën dienen de normen van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over de gewijde plaatsen (cann. 868-879)
868
Can. 868
De gewijde plaatsen, die voor de goddelijke eredienst worden bestemd, kunnen alleen met het verlof van de Eparch worden opgericht, tenzij anders door het gemene recht uitdrukkelijk wordt bepaald.
De gewijde plaatsen, die voor de goddelijke eredienst worden bestemd, kunnen alleen met het verlof van de Eparch worden opgericht, tenzij anders door het gemene recht uitdrukkelijk wordt bepaald.
Referenties naar alinea 868: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1° - Over de kerkgebouwen (cann. 869-873)
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
869
Can. 869
Een kerkgebouw is een huis exclusief aan de goddelijk eredienst gewijd door inwijding of inzegening.
Een kerkgebouw is een huis exclusief aan de goddelijk eredienst gewijd door inwijding of inzegening.
Referenties naar alinea 869: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
870
Can. 870
Geen enkel tot kerkgebouw bestemd huis dient te worden gebouwd zonder de uitdrukkelijke schriftelijk gegeven instemming van de Eparch, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld.
Geen enkel tot kerkgebouw bestemd huis dient te worden gebouwd zonder de uitdrukkelijke schriftelijk gegeven instemming van de Eparch, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld.
Referenties naar alinea 870: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
871
Can. 871
§ 1. Door inwijding dienen kathedrale kerkgebouwen en, als het mogelijk is, parochiële kerkgebouwen, kerkgebouwen van kloosters en met een religieus huis verbonden kerkgebouwen te worden gewijd.
§ 1. Door inwijding dienen kathedrale kerkgebouwen en, als het mogelijk is, parochiële kerkgebouwen, kerkgebouwen van kloosters en met een religieus huis verbonden kerkgebouwen te worden gewijd.
Referenties naar alinea 871: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De inwijding wordt voorbehouden aan de Eparch, die aan een andere Bisschop de bevoegdheid om een kerkgebouw in te wijden kan verlenen; over de verrichte inwijding of inzegening van een kerkgebouw dient een document te worden opgesteld, dat in het archief van de eparchiale curie moet worden bewaard.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
872
Can. 872
§ 1. Afgeweerd moet worden van kerkgebouwen, al wat met de heiligheid van de plaats niet in overeenstemming is.
§ 1. Afgeweerd moet worden van kerkgebouwen, al wat met de heiligheid van de plaats niet in overeenstemming is.
Referenties naar alinea 872: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Allen, die het aangaat, dienen ervoor te zorgen, dat in kerkgebouwen die reinheid in acht genomen wordt, die het huis Gods past, en dat veiligheidsmiddelen worden aangewend om de gewijde en kostbare zaken te beschermen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
873
Can. 873
§ 1. Als enig kerkgebouw op geen enkele wijze langer voor de goddelijke eredienst kan worden aangewend en de mogelijkheid niet wordt gegeven het te herstellen, kan het door de Eparch tot een niet onrein profaan gebruik worden teruggebracht.
§ 1. Als enig kerkgebouw op geen enkele wijze langer voor de goddelijke eredienst kan worden aangewend en de mogelijkheid niet wordt gegeven het te herstellen, kan het door de Eparch tot een niet onrein profaan gebruik worden teruggebracht.
Referenties naar alinea 873: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als andere zwaarwegende redenen aanbevelen, dat enig kerkgebouw niet langer voor de goddelijke eredienst wordt aangewend, kan de Eparch het tot een niet onrein profaan gebruik terugbrengen na raadpleging van de presbyterale raad, met de instemming van degenen die voor zich rechten ten aanzien daarvan wettig opeisen, en mits het zielenheil geen enkele schade daardoor lijdt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document2° - Over de begraafplaatsen en over de kerkelijke uitvaart (cann. 874-879)
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
874
Can. 874
§ 1. De katholieke Kerk heeft het recht om eigen begraafplaatsen te bezitten.
§ 1. De katholieke Kerk heeft het recht om eigen begraafplaatsen te bezitten.
Referenties naar alinea 874: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Er dienen eigen begraafplaatsen van de Kerk, waar het mogelijk is, te zijn of tenminste ruimten op burgerlijke begraafplaatsen bestemd voor overleden Christengelovigen, die beide ingezegend moeten worden; als deze evenwel niet verkregen kunnen worden, dient de grafheuvel bij gelegenheid van de uitvaart ingezegend te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Met verwerping van een strijdige gewoonte mogen in kerkgebouwen geen overledenen worden begraven, tenzij het om die gaat, die Patriarchen, Bisschoppen of Exarchen waren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De parochies, de kloosters en de overige religieuze instituten kunnen eigen begraafplaatsen hebben.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
875
Can. 875
Met een kerkelijke uitvaart, waarmee de Kerk voor de overledenen geestelijke bijstand afsmeekt, hun lichamen eert en tegelijk aan de levenden de troost van de hoop brengt, moeten alle overleden Christengelovigen en catechumenen begiftigd worden, tenzij ze daarvan door het recht uitgesloten zijn.
Met een kerkelijke uitvaart, waarmee de Kerk voor de overledenen geestelijke bijstand afsmeekt, hun lichamen eert en tegelijk aan de levenden de troost van de hoop brengt, moeten alle overleden Christengelovigen en catechumenen begiftigd worden, tenzij ze daarvan door het recht uitgesloten zijn.
Referenties naar alinea 875: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
876
Can. 876
§ 1. Een kerkelijke uitvaart kan worden verleend aan niet-katholieke gedoopten naar het wijs oordeel van de plaatselijk Hiërarch, tenzij hun tegengestelde wil vaststaat en mits er geen eigen bedienaar kan zijn.
§ 1. Een kerkelijke uitvaart kan worden verleend aan niet-katholieke gedoopten naar het wijs oordeel van de plaatselijk Hiërarch, tenzij hun tegengestelde wil vaststaat en mits er geen eigen bedienaar kan zijn.
Referenties naar alinea 876: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Zeer jonge kinderen, die de ouders beoogden te dopen, en anderen, die op enige wijze aan de Kerk verwant leken, maar voordat zij het doopsel hebben ontvangen, overleden zijn, kunnen eveneens naar het wijs oordeel van de plaatselijk Hiërarch met een kerkelijke uitvaart worden begiftigd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Aan diegenen, die de crematie van het eigen lichaam gekozen hebben, moet, tenzij vaststaat, dat zij dit hebben gedaan gedreven door aan het christelijk leven tegengestelde overwegingen, een kerkelijke uitvaart worden verleend op dergelijke wijze echter gevierd, dat niet verborgen blijft, dat de Kerk de voorkeur geeft aan begrafenis van lichamen boven crematie en dat ergernis wordt vermeden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
877
Can. 877
Van de kerkelijke uitvaart moeten, tenzij zij vóór de dood enige tekenen van berouw hebben gegeven, zondaars worden uitgesloten, aan wie deze niet zonder openbare ergernis van de Christengelovigen kan worden verleend.
Van de kerkelijke uitvaart moeten, tenzij zij vóór de dood enige tekenen van berouw hebben gegeven, zondaars worden uitgesloten, aan wie deze niet zonder openbare ergernis van de Christengelovigen kan worden verleend.
Referenties naar alinea 877: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
878
Can. 878
§ 1. Bij de viering van de kerkelijke uitvaart dient ieder aanzien des persoons vermeden te worden.
§ 1. Bij de viering van de kerkelijke uitvaart dient ieder aanzien des persoons vermeden te worden.
Referenties naar alinea 878: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Onverminderd can. 1013[574|+2220 -2221] wordt dringend aanbevolen, dat de Eparchen, voor zover het mogelijk is, de praktijk invoeren, overeenkomstig welke bij gelegenheid van een kerkelijke uitvaart alleen die giften mogen worden ontvangen, die de Christengelovigen uit eigen beweging aanbieden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
879
Can. 879
Na de voltooiing van de graflegging dient in het boek van de overledenen een aantekening te worden gemaakt volgens de norm van het particulier recht.
Na de voltooiing van de graflegging dient in het boek van de overledenen een aantekening te worden gemaakt volgens de norm van het particulier recht.
Referenties naar alinea 879: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. III - Over de feest- en boetedagen (cann. 880-883)
880
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 880
- § 1. Tot het instellen, verplaatsen dan wel afschaffen van feest- en boetedagen, die voor alle oosterse Kerken gemeenschappelijk zijn, is alleen het hoogste gezag van de Kerk bevoegd onverminderd § 3[574|+1932].
- § 1. Tot het instellen, verplaatsen dan wel afschaffen van feest- en boetedagen, die voor alle oosterse Kerken gemeenschappelijk zijn, is alleen het hoogste gezag van de Kerk bevoegd onverminderd § 3[574|+1932].
Referenties naar alinea 880: 3
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het instellen, verplaatsen dan wel afschaffen van feest- en boetedagen eigen aan de afzonderlijke Kerken sui iuris komt ook het gezag toe, dat bevoegd is het particulier recht van dezelfde Kerken te bepalen, verschuldigd rekening gehouden met de andere Kerken sui iuris en onverminderd can. 40, § 1[574|+62].
Referenties naar deze alinea: 2
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document880 §1
§ 3. De voorgeschreven feestdagen, die voor alle oosterse Kerken gemeenschappelijk zijn, zijn behalve de zondagen, de dagen van de Geboorte van Onze Heer Jezus Christus, van Epifanie, van Hemelvaart, van het Ontslapen van de Heilige Maria de Moeder Gods en de dag van de Heilige Apostelen Petrus en Paulus, met behoud van het door de Apostolische Stoel goedgekeurde particulier recht van een Kerk sui iuris, waarmee enige voorgeschreven feestdagen worden afgeschaft of naar een zondag worden verplaatst.
Referenties naar deze alinea: 3
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
881
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Verbum Domini ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 881
- § 1. De Christengelovigen zijn verplicht op zondagen en op de voorgeschreven feestdagen aan de Goddelijke Liturgie deel te nemen dan wel overeenkomstig de voorschriften of de wettige gewoonte van de eigen Kerk sui iuris aan de viering van de goddelijke getijden.
- § 1. De Christengelovigen zijn verplicht op zondagen en op de voorgeschreven feestdagen aan de Goddelijke Liturgie deel te nemen dan wel overeenkomstig de voorschriften of de wettige gewoonte van de eigen Kerk sui iuris aan de viering van de goddelijke getijden.
Referenties naar alinea 881: 5
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Verbum Domini ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Opdat de Christengelovigen deze plicht des te makkelijker kunnen vervullen, wordt bepaald, dat de nuttige tijd loopt vanaf de vespers van de vooravond tot aan het einde van de zondag of van de voorgeschreven feestdag.
Referenties naar deze alinea: 5
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Verbum Domini ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Dringend wordt de Christengelovigen aanbevolen, dat zij op deze dagen ja zelfs vaker of ook dagelijks de Goddelijke Eucharistie ontvangen.
Referenties naar deze alinea: 4
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Verbum Domini ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De Christengelovigen dienen zich op deze dagen van die werkzaamheden en aangelegenheden te onthouden, die de aan God te brengen eredienst, de vreugde eigen aan de dag des Heren dan wel de verschuldigde ontspanning van geest en lichaam verhinderen.
Referenties naar deze alinea: 4
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Verbum Domini ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
882
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 882
Op boetedagen zijn de Christengelovigen verplicht de vasten of de onthouding in acht te nemen op de door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris bepaalde wijze.
Op boetedagen zijn de Christengelovigen verplicht de vasten of de onthouding in acht te nemen op de door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris bepaalde wijze.
Referenties naar alinea 882: 3
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
883
Can. 883
§ 1. De zich buiten de grenzen van het territorium van de eigen Kerk sui iuris ophoudende Christengelovigen kunnen zich met betrekking tot de feest- en boetedagen geheel voegen naar de normen, die gelden op de plaats, waar zij verblijven.
§ 1. De zich buiten de grenzen van het territorium van de eigen Kerk sui iuris ophoudende Christengelovigen kunnen zich met betrekking tot de feest- en boetedagen geheel voegen naar de normen, die gelden op de plaats, waar zij verblijven.
Referenties naar alinea 883: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In de gezinnen, waarin de echtgenoten in diverse Kerken sui iuris opgenomen zijn, is het geoorloofd met betrekking tot de feest- en boetedagen, de voorschriften van de ene of de andere Kerk sui iuris na te leven.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. IV - Over de eredienst van de Heiligen, van de gewijde iconen of beelden en van de relikwieën (cann. 884-888)
884
Can. 884
Om de heiliging van het volk Gods te begunstigen beveelt de Kerk ter bijzondere en kinderlijke verering van de Christengelovigen de Heilige Maria altijd Maagd, de Moeder Gods aan, die Christus tot Moeder van alle mensen heeft aangesteld, en bevordert zij de ware en authentieke eredienst van de andere Heiligen, door wier voorbeeld immers de Christengelovigen worden gesticht en door wier tussenkomst zij worden ondersteund.
Om de heiliging van het volk Gods te begunstigen beveelt de Kerk ter bijzondere en kinderlijke verering van de Christengelovigen de Heilige Maria altijd Maagd, de Moeder Gods aan, die Christus tot Moeder van alle mensen heeft aangesteld, en bevordert zij de ware en authentieke eredienst van de andere Heiligen, door wier voorbeeld immers de Christengelovigen worden gesticht en door wier tussenkomst zij worden ondersteund.
Referenties naar alinea 884: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
885
Can. 885
Het is geoorloofd dat met openbare eredienst alleen die dienaren Gods worden vereerd, die door het gezag van de Kerk tot de Heiligen of de Zaligen zijn gerekend.
Het is geoorloofd dat met openbare eredienst alleen die dienaren Gods worden vereerd, die door het gezag van de Kerk tot de Heiligen of de Zaligen zijn gerekend.
Referenties naar alinea 885: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
886
Can. 886
Bestendig dient de praktijk te blijven om in kerkgebouwen gewijde iconen of beelden ter verering van de Christengelovigen tentoon te stellen op de door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris te bepalen wijze en ordening.
Bestendig dient de praktijk te blijven om in kerkgebouwen gewijde iconen of beelden ter verering van de Christengelovigen tentoon te stellen op de door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris te bepalen wijze en ordening.
Referenties naar alinea 886: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
887
Can. 887
- § 1. De kostbare gewijde iconen of beelden, dat wil zeggen die door oudheid dan wel kunstwaarde uitmuntend in kerkgebouwen ter verering van de Christengelovigen zijn geplaatst, kunnen niet naar een ander kerkgebouw worden verplaatst of worden vervreemd tenzij met de schriftelijk gegeven instemming van de Hiërarch, die over dat kerkgebouw zijn macht uitoefent, onverminderd de cann. 1034 - 1041[574|+2269 -2290].
- § 1. De kostbare gewijde iconen of beelden, dat wil zeggen die door oudheid dan wel kunstwaarde uitmuntend in kerkgebouwen ter verering van de Christengelovigen zijn geplaatst, kunnen niet naar een ander kerkgebouw worden verplaatst of worden vervreemd tenzij met de schriftelijk gegeven instemming van de Hiërarch, die over dat kerkgebouw zijn macht uitoefent, onverminderd de cann. 1034 - 1041[574|+2269 -2290].
Referenties naar alinea 887: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document888 §3
§ 2. De kostbare gewijde iconen of beelden mogen ook niet worden gerestaureerd tenzij met de schriftelijk gegeven instemming van dezelfde Hiërarch die, voordat hij haar verleent, deskundigen moet raadplegen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
888
Can. 888
§ 1. De gewijde relikwieën te verkopen is niet geoorloofd.
§ 1. De gewijde relikwieën te verkopen is niet geoorloofd.
Referenties naar alinea 888: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §2
§ 2. De bijzondere relikwieën, iconen of beelden, die in enig kerkgebouw door grote verering van het volk worden geëerd, kunnen hoe dan ook niet geldig worden vervreemd en niet voor altijd naar een ander kerkgebouw worden verplaatst tenzij met de instemming van de Apostolische Stoel of de Patriarch, die haar niet kan geven tenzij met de instemming van de permanente Synode onverminderd can. 1037[574|+2282 -2285].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Met betrekking tot de restauratie van deze iconen of beelden dient can. 887, § 2[574|+1945] in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. V - Over de gelofte en over de eed (cann. 889-895)
889
Can. 889
§ 1. Een gelofte, namelijk een overwogen en vrije belofte aan God gedaan over een mogelijk en beter welzijn, moet op grond van de kracht van de religie worden vervuld.
§ 1. Een gelofte, namelijk een overwogen en vrije belofte aan God gedaan over een mogelijk en beter welzijn, moet op grond van de kracht van de religie worden vervuld.
Referenties naar alinea 889: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tot een gelofte zijn allen in staat, die het passend gebruik van het verstand hebben, tenzij het aan hen door het recht verboden wordt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Een gelofte op grond van zware en onrechtmatig aangejaagde vrees of op grond van bedrog afgelegd, is van rechtswege nietig.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Een gelofte is openbaar, als ze in naam van de Kerk door de wettige kerkelijke Overste wordt aanvaard; anders is ze privaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
890
Can. 890
Een gelofte verplicht op zich niemand tenzij degene die haar aflegt.
Een gelofte verplicht op zich niemand tenzij degene die haar aflegt.
Referenties naar alinea 890: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
891
Can. 891
Een gelofte vervalt door het verstrijken van de ter beëindiging van de verplichting toegevoegde tijd, door wezenlijke wijziging van de beloofde materie, door het wegvallen van de voorwaarde, waarvan een gelofte afhangt, dan wel van het einddoel ervan, door dispensatie, door verandering.
Een gelofte vervalt door het verstrijken van de ter beëindiging van de verplichting toegevoegde tijd, door wezenlijke wijziging van de beloofde materie, door het wegvallen van de voorwaarde, waarvan een gelofte afhangt, dan wel van het einddoel ervan, door dispensatie, door verandering.
Referenties naar alinea 891: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
892
Can. 892
Wie macht inzake de materie van een gelofte heeft, kan de verplichting van een gelofte zo lang opschorten, als de vervulling van een gelofte hem nadeel toebrengt.
Wie macht inzake de materie van een gelofte heeft, kan de verplichting van een gelofte zo lang opschorten, als de vervulling van een gelofte hem nadeel toebrengt.
Referenties naar alinea 892: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
893
Can. 893
§ 1. Van private geloften kan om een rechtmatige reden dispensatie verlenen, mits de dispensatie de voor anderen verworven rechten niet schendt:
§ 1. Van private geloften kan om een rechtmatige reden dispensatie verlenen, mits de dispensatie de voor anderen verworven rechten niet schendt:
Referenties naar alinea 893: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° aan zijn onderdanen elke Hiërarch, de pastoor en de plaatselijk Overste van een instituut van gewijd leven, die bestuursmacht heeft;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° aan de overige Christengelovigen van de eigen Kerk sui iuris de plaatselijk Hiërarch, mits zij binnen de grenzen van het territorium van de eparchie feitelijk verblijven; en ook de plaatselijk pastoor binnen de grenzen van het territorium van de eigen parochie;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° aan hen, die dag en nacht in een huis van een instituut van gewijd leven verblijven, de plaatselijk Overste, die bestuursmacht heeft, en zijn hogere Overste.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deze dispensatie kan onder dezelfde voorwaarde, maar alleen voor het inwendig bereik verleend worden door iedere mogelijke biechtvader.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
894
Can. 894
Vóór de religieuze professie afgelegde geloften worden opgeschort, zolang degene die de gelofte deed, in een klooster, een orde of een congregatie blijft.
Vóór de religieuze professie afgelegde geloften worden opgeschort, zolang degene die de gelofte deed, in een klooster, een orde of een congregatie blijft.
Referenties naar alinea 894: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
895
Can. 895
Een eed, dat wil zeggen de aanroeping van de goddelijke Naam tot getuige van de waarheid, kan ten overstaan van de Kerk worden afgelegd alleen maar in de door het recht bepaalde gevallen; anders levert hij geen enkel canoniek gevolg op.
Een eed, dat wil zeggen de aanroeping van de goddelijke Naam tot getuige van de waarheid, kan ten overstaan van de Kerk worden afgelegd alleen maar in de door het recht bepaalde gevallen; anders levert hij geen enkel canoniek gevolg op.
Referenties naar alinea 895: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XVII - Over de niet-katholieke gedoopten die tot volle gemeenschap met de katholieke Kerk komen (cann. 896-901)
896
Can. 896
Aan hen, die in niet-katholieke Kerken of kerkelijke Gemeenschappen zijn gedoopt en uit eigen beweging verzoeken om tot volle gemeenschap met de katholieke Kerk te komen, hetzij het gaat om individuen hetzij om groepen, dient verder geen last te worden opgelegd dan datgene, wat noodzakelijk is.
Aan hen, die in niet-katholieke Kerken of kerkelijke Gemeenschappen zijn gedoopt en uit eigen beweging verzoeken om tot volle gemeenschap met de katholieke Kerk te komen, hetzij het gaat om individuen hetzij om groepen, dient verder geen last te worden opgelegd dan datgene, wat noodzakelijk is.
Referenties naar alinea 896: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
897
Can. 897
Een Christengelovige van enige niet-katholieke Oosterse Kerk moet in de katholieke Kerk worden opgenomen met alleen de belijdenis van het katholieke geloof na voorafgegane doctrinaire en geestelijke voorbereiding naargelang ieders eigen positie.
Een Christengelovige van enige niet-katholieke Oosterse Kerk moet in de katholieke Kerk worden opgenomen met alleen de belijdenis van het katholieke geloof na voorafgegane doctrinaire en geestelijke voorbereiding naargelang ieders eigen positie.
Referenties naar alinea 897: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
898
Can. 898
§ 1. Behalve de Paus kan ook een Patriarch met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of een Metropoliet van een metropolitane Kerk sui iuris met de instemming van de Raad van Hiërarchen een Bisschop van enige niet-katholieke oosterse Kerk in de katholieke Kerk opnemen.
§ 1. Behalve de Paus kan ook een Patriarch met de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of een Metropoliet van een metropolitane Kerk sui iuris met de instemming van de Raad van Hiërarchen een Bisschop van enige niet-katholieke oosterse Kerk in de katholieke Kerk opnemen.
Referenties naar alinea 898: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het recht om iedere mogelijke andere in de katholieke Kerk op te nemen, komt de plaatselijk Hiërarch of, als het particulier recht zo bepaalt, ook de Patriarch toe.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het recht om afzonderlijke leken in de katholieke Kerk op te nemen komt ook de pastoor toe, tenzij het door het particulier recht aan hem wordt verboden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
899
Can. 899
Een clericus van enige niet-katholieke Oosterse Kerk die tot volle gemeenschap met de katholieke Kerk komt, kan zijn eigen gewijde orde uitoefenen overeenkomstig de door het bevoegd gezag bepaalde normen; een Bisschop echter kan de bestuursmacht niet geldig uitoefenen tenzij met de toestemming van de Paus, het hoofd van het College van Bisschoppen.
Een clericus van enige niet-katholieke Oosterse Kerk die tot volle gemeenschap met de katholieke Kerk komt, kan zijn eigen gewijde orde uitoefenen overeenkomstig de door het bevoegd gezag bepaalde normen; een Bisschop echter kan de bestuursmacht niet geldig uitoefenen tenzij met de toestemming van de Paus, het hoofd van het College van Bisschoppen.
Referenties naar alinea 899: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
900
Can. 900
§ 1. Wie zijn veertiende levensjaar nog niet heeft voltooid, mag niet worden opgenomen, wanneer de ouders zich verzetten.
§ 1. Wie zijn veertiende levensjaar nog niet heeft voltooid, mag niet worden opgenomen, wanneer de ouders zich verzetten.
Referenties naar alinea 900: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als op grond van diens opname ernstige ongemakken worden voorzien of voor de Kerk of voor hemzelf, dient de opname te worden uitgesteld, tenzij stervensgevaar dreigt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
901
Can. 901
Als niet-katholieken, die niet tot enige oosterse Kerk behoren, in de katholieke Kerk worden opgenomen, moeten de boven gegeven normen onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden in acht worden genomen, mits zij geldig gedoopt zijn.
Als niet-katholieken, die niet tot enige oosterse Kerk behoren, in de katholieke Kerk worden opgenomen, moeten de boven gegeven normen onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden in acht worden genomen, mits zij geldig gedoopt zijn.
Referenties naar alinea 901: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XVIII - Over het oecumenisme of over het begunstigen van de eenheid van de Christenen (cann. 902-908)
902
Aan de Europese Bisschoppen over de betrekkingen tussen Katholieken en Orthodoxen in de ordening van Midden- en Oost-Europa ->=geentekst=
Can. 902
Omdat de zorg om de eenheid van alle Christenen te herstellen de gehele Kerk aangaat, moeten alle Christengelovigen, vooral evenwel de Herders van de Kerk, voor die door de Heer gewenste volheid van eenheid van de Kerk bidden en zich extra moeite getroosten door bedreven deel te nemen aan het door de genade van de Heilige Geest opgewekte oecumenisch werk.
Omdat de zorg om de eenheid van alle Christenen te herstellen de gehele Kerk aangaat, moeten alle Christengelovigen, vooral evenwel de Herders van de Kerk, voor die door de Heer gewenste volheid van eenheid van de Kerk bidden en zich extra moeite getroosten door bedreven deel te nemen aan het door de genade van de Heilige Geest opgewekte oecumenisch werk.
Referenties naar alinea 902: 2
Oecumenisch Directorium ->=geentekst=Aan de Europese Bisschoppen over de betrekkingen tussen Katholieken en Orthodoxen in de ordening van Midden- en Oost-Europa ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
903
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Can. 903
Aan de katholieke Oosterse Kerken komt de bijzondere taak toe om de eenheid onder alle Oosterse Kerken te begunstigen door gebeden in de eerste plaats, voorbeeld van leven, religieuze getrouwheid jegens de aloude tradities van de oosterse Kerken, wederzijdse en betere kennis, samenwerking en broederlijke waardering van zaken en opvattingen.
Aan de katholieke Oosterse Kerken komt de bijzondere taak toe om de eenheid onder alle Oosterse Kerken te begunstigen door gebeden in de eerste plaats, voorbeeld van leven, religieuze getrouwheid jegens de aloude tradities van de oosterse Kerken, wederzijdse en betere kennis, samenwerking en broederlijke waardering van zaken en opvattingen.
Referenties naar alinea 903: 3
Aan de Europese Bisschoppen over de betrekkingen tussen Katholieken en Orthodoxen in de ordening van Midden- en Oost-Europa ->=geentekst=Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
904
Can. 904
§ 1. De initiatieven van de oecumenische beweging dienen in iedere Kerk sui iuris afzonderlijk met ijver bevorderd te worden door de bijzondere normen van het particulier recht, terwijl de Romeinse Apostolische Stoel voor de universele Kerk dezelfde beweging leidt.
§ 1. De initiatieven van de oecumenische beweging dienen in iedere Kerk sui iuris afzonderlijk met ijver bevorderd te worden door de bijzondere normen van het particulier recht, terwijl de Romeinse Apostolische Stoel voor de universele Kerk dezelfde beweging leidt.
Referenties naar alinea 904: 1
Oecumenisch Directorium ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tot dit doel dient er in iedere Kerk sui iuris afzonderlijk een deskundigencommissie voor de oecumene te zijn, die moet worden ingesteld, als de omstandigheden dit aanbevelen, na gezamenlijk overleg met de Patriarchen en Eparchen van de andere Kerken sui iuris, die in hetzelfde territorium hun macht uitoefenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Eveneens dient er bij de Eparchen of ten behoeve van iedere eparchie afzonderlijk of, als het goed leek, ten behoeve van meerdere eparchieën een raad ter bevordering van de oecumenische beweging te zijn; in die eparchieën echter, die geen eigen raad kunnen hebben, dient tenminste één door de Eparch benoemde Christengelovige aanwezig te zijn met de bijzondere taak om deze beweging te bevorderen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
905
Can. 905
Bij het vervullen van het oecumenisch werk vooral door open en vastberaden dialoog en initiatieven met andere Christenen gemeenschappelijk moet de verschuldigde wijsheid in acht genomen worden met vermijding van de gevaren van vals irenisme, onverschilligheid en eveneens onmatige ijver.
Bij het vervullen van het oecumenisch werk vooral door open en vastberaden dialoog en initiatieven met andere Christenen gemeenschappelijk moet de verschuldigde wijsheid in acht genomen worden met vermijding van de gevaren van vals irenisme, onverschilligheid en eveneens onmatige ijver.
Referenties naar alinea 905: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
906
Can. 906
Opdat des te helderder aan de Christengelovigen bekend wordt, wat werkelijk door de katholieke Kerk en door de andere Kerken of kerkelijke Gemeenschappen wordt onderwezen en overgedragen, dienen vooral de predikers van het woord Gods, zij die middelen van sociale communicatie leiden, en allen, die hun krachten inzetten hetzij als leraren hetzij als leidinggevenden in katholieke scholen, vooral echter in de instituten voor hogere studies, zich zorgvuldig in te spannen.
Opdat des te helderder aan de Christengelovigen bekend wordt, wat werkelijk door de katholieke Kerk en door de andere Kerken of kerkelijke Gemeenschappen wordt onderwezen en overgedragen, dienen vooral de predikers van het woord Gods, zij die middelen van sociale communicatie leiden, en allen, die hun krachten inzetten hetzij als leraren hetzij als leidinggevenden in katholieke scholen, vooral echter in de instituten voor hogere studies, zich zorgvuldig in te spannen.
Referenties naar alinea 906: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
907
Can. 907
De leidinggevenden van scholen, ziekenhuizen en overige gelijksoortige katholieke instituten dienen ervoor te zorgen, dat andere Christenen die ze bezoeken of daar verblijven van de eigen bedienaren geestelijke hulp kunnen verkrijgen en de sacramenten kunnen ontvangen.
De leidinggevenden van scholen, ziekenhuizen en overige gelijksoortige katholieke instituten dienen ervoor te zorgen, dat andere Christenen die ze bezoeken of daar verblijven van de eigen bedienaren geestelijke hulp kunnen verkrijgen en de sacramenten kunnen ontvangen.
Referenties naar alinea 907: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
908
593
593
Can. 908
Te wensen is, dat de katholieke Christengelovigen met inachtneming van de normen over de gemeenschap in eredienst welke aangelegenheid dan ook, waarin zij met andere Christenen kunnen samenwerken, niet afzonderlijk maar gemeenschappelijk verrichten, zoals bijvoorbeeld de werken van caritas en sociale gerechtigheid, de verdediging van de waardigheid van de menselijke persoon en zijn fundamentele rechten, de bevordering van de vrede, de gedenkdagen voor het vaderland, de nationale feestdagen.
Te wensen is, dat de katholieke Christengelovigen met inachtneming van de normen over de gemeenschap in eredienst welke aangelegenheid dan ook, waarin zij met andere Christenen kunnen samenwerken, niet afzonderlijk maar gemeenschappelijk verrichten, zoals bijvoorbeeld de werken van caritas en sociale gerechtigheid, de verdediging van de waardigheid van de menselijke persoon en zijn fundamentele rechten, de bevordering van de vrede, de gedenkdagen voor het vaderland, de nationale feestdagen.
Referenties naar alinea 908: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XIX - Over de personen en over de rechtshandelingen (cann. 909-935)
- Hoofdstuk I - Over de personen (cann. 909-930)
- Art. I - Over de natuurlijke personen (cann. 909-919)
909
Can. 909
§ l. Een persoon, die het achttiende levensjaar voltooid heeft, is meerderjarig; beneden deze leeftijd minderjarig.
§ l. Een persoon, die het achttiende levensjaar voltooid heeft, is meerderjarig; beneden deze leeftijd minderjarig.
Referenties naar alinea 909: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een minderjarige wordt vóór het volle zevende jaar een klein kind genoemd en wordt niet toerekeningsvatbaar geacht; nadat echter het zevende jaar is voltooid, wordt hij verondersteld het gebruik van het verstand te hebben.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Wie dan ook het gebruik van het verstand blijvend mist, wordt niet toerekeningsvatbaar geacht en wordt met kleine kinderen gelijkgesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
910
Can. 910
§ 1. Een meerderjarige persoon heeft de volle uitoefening van zijn rechten.
§ 1. Een meerderjarige persoon heeft de volle uitoefening van zijn rechten.
Referenties naar alinea 910: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een minderjarige persoon is in de uitoefening van zijn rechten aan de macht van de ouders of voogden ondergeschikt met uitzondering van die, waarin minderjarigen door het goddelijk of canoniek recht aan hun macht onttrokken zijn; wat de aanstelling van voogden betreft, dienen de voorschriften van het burgerlijk recht in acht genomen te worden, tenzij anders door het gemene recht of door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris wordt geregeld en onverminderd het recht van de Eparch om, als het nodig is, persoonlijk zelf voogden aan te stellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
911
Can. 911
Een persoon wordt een vreemdeling genoemd in een eparchie verschillend van die, waarin hij een woonplaats of quasi-woonplaats heeft; hij wordt evenwel een zwerver genoemd, als hij nergens een woonplaats of quasi-woonplaats heeft.
Een persoon wordt een vreemdeling genoemd in een eparchie verschillend van die, waarin hij een woonplaats of quasi-woonplaats heeft; hij wordt evenwel een zwerver genoemd, als hij nergens een woonplaats of quasi-woonplaats heeft.
Referenties naar alinea 911: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
912
Can. 912
§ 1. Een woonplaats wordt verkregen door dat verblijf in het territorium van enige parochie dan wel tenminste een eparchie, dat hetzij verbonden is met de bedoeling om daar voor altijd te blijven, als niets daarvan wegroept, hetzij vijf volledige jaren werkelijk heeft voortgeduurd.
§ 1. Een woonplaats wordt verkregen door dat verblijf in het territorium van enige parochie dan wel tenminste een eparchie, dat hetzij verbonden is met de bedoeling om daar voor altijd te blijven, als niets daarvan wegroept, hetzij vijf volledige jaren werkelijk heeft voortgeduurd.
Referenties naar alinea 912: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een quasi-woonplaats wordt verkregen door dat verblijf in het territorium van enige parochie dan wel tenminste een eparchie, dat hetzij verbonden is met de bedoeling om daar te blijven tenminste gedurende drie maanden, als niets daarvan wegroept, hetzij drie volledige maanden werkelijk heeft voortgeduurd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
913
917
917
Can. 913
Leden van religieuze instituten en eveneens van kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven verkrijgen een woonplaats in de plaats, waar het huis gelegen is, waarin zij opgenomen worden; een quasi-woonplaats in de plaats, waar hun verblijf tenminste drie maanden heeft voortgeduurd.
Leden van religieuze instituten en eveneens van kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven verkrijgen een woonplaats in de plaats, waar het huis gelegen is, waarin zij opgenomen worden; een quasi-woonplaats in de plaats, waar hun verblijf tenminste drie maanden heeft voortgeduurd.
Referenties naar alinea 913: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
914
Can. 914
De echtgenoten dienen een gemeenschappelijke woonplaats of quasi-woonplaats te hebben; om een rechtmatige reden evenwel kan elk van beiden een eigen woonplaats of quasi-woonplaats hebben.
De echtgenoten dienen een gemeenschappelijke woonplaats of quasi-woonplaats te hebben; om een rechtmatige reden evenwel kan elk van beiden een eigen woonplaats of quasi-woonplaats hebben.
Referenties naar alinea 914: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
915
917
917
Can. 915
§ 1. Een minderjarige behoudt noodzakelijkerwijs de woonplaats en quasi-woonplaats van diegene, aan wiens macht hij ondergeschikt is; de kindsheid ontgroeid kan hij ook een eigen quasi-woonplaats verkrijgen en wettig volgens de norm van het burgerlijk recht zelfstandig geworden zelfs een eigen woonplaats.
§ 1. Een minderjarige behoudt noodzakelijkerwijs de woonplaats en quasi-woonplaats van diegene, aan wiens macht hij ondergeschikt is; de kindsheid ontgroeid kan hij ook een eigen quasi-woonplaats verkrijgen en wettig volgens de norm van het burgerlijk recht zelfstandig geworden zelfs een eigen woonplaats.
Referenties naar alinea 915: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document917
§ 2. Wie dan ook om een andere reden dan minderjarigheid wettig onder voogdij of curatele is gesteld, heeft de woonplaats en quasi-woonplaats van de voogd of de curator.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
916
Can. 916
§ 1. Zowel door middel van een woonplaats als ook door middel van een quasi-woonplaats krijgt ieder zijn eigen plaatselijk Hiërarch en pastoor van de Kerk sui iuris, waarin hij opgenomen is, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld.
§ 1. Zowel door middel van een woonplaats als ook door middel van een quasi-woonplaats krijgt ieder zijn eigen plaatselijk Hiërarch en pastoor van de Kerk sui iuris, waarin hij opgenomen is, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld.
Referenties naar alinea 916: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De eigen pastoor van diegene, die alleen een eparchiale woonplaats of quasi-woonplaats heeft, is de pastoor van de plaats, waar hij feitelijk verblijft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De eigen plaatselijk Hiërarch en pastoor van een zwerver is de pastoor en plaatselijk Hiërarch van die Kerk, waar de zwerver feitelijk verblijft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Als een pastoor ontbreekt voor de Christengelovigen van enige Kerk sui iuris, dient hun Eparch een pastoor van een andere Kerk sui iuris aan te wijzen, die de zorg voor hen als eigen pastoor op zich moet nemen, met de instemming evenwel van de Eparch van de aan te wijzen pastoor.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document147
§ 5. Op de plaatsen, waar zelfs geen exarchaat voor de Christengelovigen van enige Kerk sui iuris is opgericht, moet als eigen Hiërarch van deze Christengelovigen worden beschouwd de plaatselijk Hiërarch van een andere Kerk sui iuris, ook van de Latijnse Kerk, onverminderd can. 101; als er evenwel meerderen zijn, moet die als eigen worden beschouwd, die de Apostolische Stoel heeft aangewezen of, als het om Christengelovigen van enige patriarchale Kerk gaat, de Patriarch met de toestemming van de Apostolische Stoel.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
917
Can. 917
Een woonplaats en quasi-woonplaats worden verloren door het vertrek van de plaats met de bedoeling om niet terug te keren met behoud van de cann. 913[574|+1995] en 915[574|+1997 +1998].
Een woonplaats en quasi-woonplaats worden verloren door het vertrek van de plaats met de bedoeling om niet terug te keren met behoud van de cann. 913[574|+1995] en 915[574|+1997 +1998].
Referenties naar alinea 917: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
918
Can. 918
Bloedverwantschap wordt langs lijnen en graden berekend:
Bloedverwantschap wordt langs lijnen en graden berekend:
Referenties naar alinea 918: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° in de rechte lijn zijn zoveel graden als personen de stamouder niet meegerekend;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° in de zijlijn zijn zoveel graden als personen in de beide lijnen de stamouder niet meegerekend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
919
Can. 919
§ 1. Aanverwantschap ontstaat uit een geldig huwelijk en geldt tussen een van beide echtgenoten en de bloedverwanten van de ander.
§ 1. Aanverwantschap ontstaat uit een geldig huwelijk en geldt tussen een van beide echtgenoten en de bloedverwanten van de ander.
Referenties naar alinea 919: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In welke lijn en in welke graad iemand van een van beide echtgenoten bloedverwant is, is hij van de ander aanverwant.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over de rechtspersonen (cann. 920-930)
920
Can. 920
In de Kerk zijn behalve natuurlijke personen ook rechtspersonen, hetzij zij gehelen van personen hetzij gehelen van zaken zijn, namelijk subjecten in het canoniek recht van de rechten en plichten, die met de aard van deze overeenstemmen.
In de Kerk zijn behalve natuurlijke personen ook rechtspersonen, hetzij zij gehelen van personen hetzij gehelen van zaken zijn, namelijk subjecten in het canoniek recht van de rechten en plichten, die met de aard van deze overeenstemmen.
Referenties naar alinea 920: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
921
Can. 921
§ 1. De rechtspersonen worden ingesteld voor een met de zending van de Kerk overeenstemmend doel hetzij op grond van een voorschrift zelf van het recht hetzij op grond van bijzondere toestemming van het bevoegd kerkelijk gezag door middel van een decreet gegeven.
§ 1. De rechtspersonen worden ingesteld voor een met de zending van de Kerk overeenstemmend doel hetzij op grond van een voorschrift zelf van het recht hetzij op grond van bijzondere toestemming van het bevoegd kerkelijk gezag door middel van een decreet gegeven.
Referenties naar alinea 921: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Van rechtswege zijn rechtspersonen de Kerken sui iuris, de provincies, de eparchieën, de exarchaten, en eveneens andere instituten, waarover dit in het gemene recht uitdrukkelijk wordt bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het bevoegd gezag mag rechtspersoonlijkheid niet verlenen tenzij aan die gehelen van personen dan wel zaken, die een specifiek werkelijk nuttig doel nastreven en die alles afgewogen de middelen hebben, die naar wordt voorzien volstaan om het vastgestelde doel te bereiken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
922
Can. 922
§ 1. Iedere mogelijke op grond van bijzondere toestemming van het bevoegd kerkelijk gezag opgerichte rechtspersoon moet eigen statuten hebben goedgekeurd door het gezag, dat bevoegd is om dezelfde rechtspersoon op te richten.
§ 1. Iedere mogelijke op grond van bijzondere toestemming van het bevoegd kerkelijk gezag opgerichte rechtspersoon moet eigen statuten hebben goedgekeurd door het gezag, dat bevoegd is om dezelfde rechtspersoon op te richten.
Referenties naar alinea 922: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Onverminderd het gemene recht moet in de statuten, opdat ze goedgekeurd kunnen worden, in het volgende nader worden voorzien:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° in het specifieke doel van de rechtspersoon;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° in de aard van de rechtspersoon;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° wie de leiding van de rechtspersoon toekomt en hoe zij moet worden uitgeoefend;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° wie in het kerkelijk en het burgerlijk bereik de rechtspersoon vertegenwoordigt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° wie het toekomt om over de goederen van de rechtspersoon een regeling te treffen en wie dan de uitvoerder is in geval van ontbinding van de rechtspersoon, van verdeling in meerdere rechtspersonen of van samenvoeging met andere rechtspersonen, altijd met inachtneming van de wilsbeschikkingen van de gevers en eveneens van de verworven rechten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Voordat de statuten zijn goedgekeurd, kan een rechtspersoon niet geldig handelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
923
Can. 923
Een geheel van personen kan niet tot rechtspersoon worden opgericht tenzij het tenminste uit drie natuurlijke personen bestaat.
Een geheel van personen kan niet tot rechtspersoon worden opgericht tenzij het tenminste uit drie natuurlijke personen bestaat.
Referenties naar alinea 923: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
924
107
107
Can. 924
Wat de collegiale handelingen betreft, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk is bepaald:
Wat de collegiale handelingen betreft, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk is bepaald:
Referenties naar alinea 924: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document107
- 1° heeft dit rechtskracht, dat bij aanwezigheid van tenminste de meerderheid van degenen, die bijeengeroepen moeten worden, behaagd heeft aan de absolute meerderheid van degenen, die aanwezig zijn; als evenwel de stemmen hebben gestaakt, dient de voorzitter met zijn stem de pariteit op te heffen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document107
- 2° wordt, als evenwel de verworven rechten van individuen worden aangetast, de instemming van ieder van hen afzonderlijk vereist;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document107
- 3° dient met betrekking tot verkiezingen can. 956[al:956] in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
925
Can. 925
Als ook maar één lid van een rechtspersoon over is en deze toch overeenkomstig de statuten niet opgehouden is te bestaan, komt de uitoefening van alle rechten van dezelfde rechtspersoon dat lid toe.
Als ook maar één lid van een rechtspersoon over is en deze toch overeenkomstig de statuten niet opgehouden is te bestaan, komt de uitoefening van alle rechten van dezelfde rechtspersoon dat lid toe.
Referenties naar alinea 925: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
926
926 §3
926 §3
Can. 926
§ 1. Tenzij anders door het recht is geregeld, moeten de goederen en rechten van een rechtspersoon, die geen leden heeft, door de zorg van dat gezag worden behouden, beheerd of uitgeoefend, waaraan het in geval van ontbinding toekomt om daarover te beslissen; dit gezag moet volgens de norm van het recht in een getrouwe vervulling van de lasten, die op die goederen rusten, voorzien en eveneens ervoor zorgen, dat de wil van de stichters of schenkers nauwkeurig in acht genomen wordt.
§ 1. Tenzij anders door het recht is geregeld, moeten de goederen en rechten van een rechtspersoon, die geen leden heeft, door de zorg van dat gezag worden behouden, beheerd of uitgeoefend, waaraan het in geval van ontbinding toekomt om daarover te beslissen; dit gezag moet volgens de norm van het recht in een getrouwe vervulling van de lasten, die op die goederen rusten, voorzien en eveneens ervoor zorgen, dat de wil van de stichters of schenkers nauwkeurig in acht genomen wordt.
Referenties naar alinea 926: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De inschrijving van leden van deze rechtspersoon, met behoud van de normen van het recht, kan en overeenkomstig de gevallen moet worden gedaan door dat gezag, waaraan de rechtstreekse zorg van dezelfde rechtspersoon toekomt; hetzelfde dient in acht genomen te worden, als de leden, die overblijven door het recht niet in staat zijn tot het verrichten van de inschrijving.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De benoeming van de beheerders van een geheel van zaken, als zij volgens de norm van het recht niet kan worden gedaan, vervalt aan het rechtstreeks hogere gezag; op hetzelfde gezag drukt de last van het beheer volgens de norm van § 1[574|+2029], totdat het een geschikte beheerder zal hebben benoemd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
927
Can. 927
§ 1. Een rechtspersoon is naar zijn aard eeuwig; hij wordt echter ontbonden, als hij door het bevoegd gezag wordt opgeheven of als hij feitelijk gedurende een periode van honderd jaar opgehouden is te bestaan.
§ 1. Een rechtspersoon is naar zijn aard eeuwig; hij wordt echter ontbonden, als hij door het bevoegd gezag wordt opgeheven of als hij feitelijk gedurende een periode van honderd jaar opgehouden is te bestaan.
Referenties naar alinea 927: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document583
§ 2. Een rechtspersoon kan alleen om een zwaarwegende reden worden opgeheven na raadpleging van de leidinggevenden ervan en met inachtneming van hetgeen in de statuten over het geval van opheffing wordt voorgeschreven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
928
Can. 928
Met behoud van de door het gemene recht uitgedrukte gevallen:
Met behoud van de door het gemene recht uitgedrukte gevallen:
Referenties naar alinea 928: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° is de Patriarch bevoegd na raadpleging van de permanente Synode door hemzelf opgerichte of goedgekeurde rechtspersonen op te heffen; met de instemming evenwel van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk kan de Patriarch welke rechtspersoon dan ook opheffen met uitzondering van die, welke door de Apostolische Stoel zijn opgericht of goedgekeurd;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° is de Eparch bevoegd na raadpleging van het college van eparchiale consultoren die rechtspersonen op te heffen, die hijzelf heeft opgericht, tenzij ze door een hoger gezag zijn goedgekeurd;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° kan in de overige gevallen, hij die rechtspersonen opricht, deze niet geldig opheffen, tenzij met de instemming van het hogere gezag.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
929
Can. 929
Wanneer het territorium van een rechtspersoon zo verdeeld is, dat of een deel daarvan met een andere rechtspersoon wordt verenigd of een onderscheiden rechtspersoon voor het afgescheiden deel wordt opgericht, moeten ook de gemeenschappelijke goederen, die tot voordeel van het gehele territorium bestemd waren, en de schulden, die voor het gehele territorium waren aangegaan, door het gezag, waaraan de verdeling toekomt, naar redelijkheid en billijkheid worden verdeeld met behoud van alle en de afzonderlijke verplichtingen en ook met behoud van de wilsbeschikkingen van de vrome stichters of schenkers, de verworven rechten en de statuten, waardoor de rechtspersoon wordt geregeerd.
Wanneer het territorium van een rechtspersoon zo verdeeld is, dat of een deel daarvan met een andere rechtspersoon wordt verenigd of een onderscheiden rechtspersoon voor het afgescheiden deel wordt opgericht, moeten ook de gemeenschappelijke goederen, die tot voordeel van het gehele territorium bestemd waren, en de schulden, die voor het gehele territorium waren aangegaan, door het gezag, waaraan de verdeling toekomt, naar redelijkheid en billijkheid worden verdeeld met behoud van alle en de afzonderlijke verplichtingen en ook met behoud van de wilsbeschikkingen van de vrome stichters of schenkers, de verworven rechten en de statuten, waardoor de rechtspersoon wordt geregeerd.
Referenties naar alinea 929: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
930
Can. 930
Nadat een rechtspersoon is ontbonden vallen de goederen ervan aan de rechtstreeks hogere rechtspersoon toe altijd met behoud van de wilsbeschikkingen van de stichters of schenkers, de verworven rechten en de statuten, waardoor de ontbonden rechtspersoon werd geregeerd.
Nadat een rechtspersoon is ontbonden vallen de goederen ervan aan de rechtstreeks hogere rechtspersoon toe altijd met behoud van de wilsbeschikkingen van de stichters of schenkers, de verworven rechten en de statuten, waardoor de ontbonden rechtspersoon werd geregeerd.
Referenties naar alinea 930: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de rechtshandelingen (cann. 931-935)
931
Can. 931
§ 1. Voor de geldigheid van een rechtshandeling wordt vereist, dat ze door een bekwaam en bevoegd persoon is gesteld en dat daarin de zaken aanwezig zijn, die de handeling zelf wezenlijk bepalen, en eveneens de vormvoorschriften en vereisten door het recht voor de geldigheid van de handeling opgelegd.
§ 1. Voor de geldigheid van een rechtshandeling wordt vereist, dat ze door een bekwaam en bevoegd persoon is gesteld en dat daarin de zaken aanwezig zijn, die de handeling zelf wezenlijk bepalen, en eveneens de vormvoorschriften en vereisten door het recht voor de geldigheid van de handeling opgelegd.
Referenties naar alinea 931: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een rechtshandeling met betrekking tot haar uitwendige elementen volgens de norm van het recht gesteld wordt als geldig verondersteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
932
Can. 932
§ 1.Een rechtshandeling gesteld op grond van van buitenaf op een persoon uitgeoefende dwang, waartegen hij op generlei wijze weerstand kan bieden, wordt voor nietig gehouden.
§ 1.Een rechtshandeling gesteld op grond van van buitenaf op een persoon uitgeoefende dwang, waartegen hij op generlei wijze weerstand kan bieden, wordt voor nietig gehouden.
Referenties naar alinea 932: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een rechtshandeling gesteld op grond van een andere dwang of zware en onrechtmatig aangejaagde vrees dan wel op grond van bedrog geldt, tenzij anders door het recht wordt geregeld; maar ze kan door de rechter door middel van een sententie worden vernietigd hetzij op verzoek van een benadeelde partij of haar opvolgers in rechte hetzij ambtshalve.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
933
Can. 933
Een rechtshandeling gesteld uit onwetendheid dan wel op grond van dwaling, die gaat over hetgeen het wezen ervan bepaalt, dan wel die op een condicio sine qua non neerkomt, is nietig; anders geldt ze, tenzij anders door het recht wordt geregeld, maar een rechtshandeling uit onwetendheid dan wel op grond van dwaling gesteld kan gelegenheid geven tot een eis tot vernietiging volgens de norm van het recht.
Een rechtshandeling gesteld uit onwetendheid dan wel op grond van dwaling, die gaat over hetgeen het wezen ervan bepaalt, dan wel die op een condicio sine qua non neerkomt, is nietig; anders geldt ze, tenzij anders door het recht wordt geregeld, maar een rechtshandeling uit onwetendheid dan wel op grond van dwaling gesteld kan gelegenheid geven tot een eis tot vernietiging volgens de norm van het recht.
Referenties naar alinea 933: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
934
422
422
Can. 934
§ 1. Als door het recht wordt bepaald, dat het gezag om een rechtshandeling te stellen de instemming dan wel het advies van enige groep van personen behoeft, moet de groep volgens de norm van can. 948[574|+2079 -2081] bijeengeroepen worden, tenzij anders door het particulier recht wordt geregeld voor door hetzelfde recht bepaalde gevallen, waarin het alleen over het vragen van advies gaat; opdat de rechtshandeling echter geldt, wordt vereist, dat de instemming van de absolute meerderheid van degenen, die aanwezig zijn, wordt verkregen, dan wel dat het advies van allen wordt gevraagd, onverminderd § 2, n. 3[574|+2050].
§ 1. Als door het recht wordt bepaald, dat het gezag om een rechtshandeling te stellen de instemming dan wel het advies van enige groep van personen behoeft, moet de groep volgens de norm van can. 948[574|+2079 -2081] bijeengeroepen worden, tenzij anders door het particulier recht wordt geregeld voor door hetzelfde recht bepaalde gevallen, waarin het alleen over het vragen van advies gaat; opdat de rechtshandeling echter geldt, wordt vereist, dat de instemming van de absolute meerderheid van degenen, die aanwezig zijn, wordt verkregen, dan wel dat het advies van allen wordt gevraagd, onverminderd § 2, n. 3[574|+2050].
Referenties naar alinea 934: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als door het recht wordt bepaald, dat het gezag om een rechtshandeling te stellen de instemming dan wel het advies van enige personen als individuen behoeft:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° is, als de instemming wordt geëist, de rechtshandeling ongeldig van het gezag dat de instemming van die personen niet vraagt dan wel tegen de mening van hen of van iemand handelt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° is, als het advies wordt geëist, de rechtshandeling ongeldig van het gezag dat dezelfde personen niet raadpleegt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document934 §1
- 3° mag het gezag, hoewel het aan geen enkele verplichting gehouden is om met hun advies, ofschoon eensluidend, in te stemmen, toch zonder een overwegende reden, naar zijn oordeel te schatten, van hun advies, vooral een eensluidend, niet afwijken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Aan diegenen, van wie de instemming dan wel het advies wordt vereist, moet het gezag, dat de instemming of het advies behoeft, de noodzakelijke inlichtingen verschaffen en hun vrije meningsuiting op elke wijze beschermen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Allen, van wie de instemming dan wel het advies wordt vereist, zijn verplicht hun mening oprecht naar voren te brengen en het geheim in acht te nemen, op welke plicht uiteraard door het gezag kan worden aangedrongen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
935
Can. 935
Wie dan ook onwettig door een rechtshandeling, ja zelfs door welke andere handeling dan ook met bedrog of schuld gesteld, een ander schade berokkent, is verplicht de berokkende schade te vergoeden.
Wie dan ook onwettig door een rechtshandeling, ja zelfs door welke andere handeling dan ook met bedrog of schuld gesteld, een ander schade berokkent, is verplicht de berokkende schade te vergoeden.
Referenties naar alinea 935: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XX - Over de ambten (cann. 936-978)
936
Can. 936
§ 1. In de Kerk is een ambt iedere mogelijke taak, door de Heer zelf of door het bevoegd gezag duurzaam ingesteld, tot een geestelijk doel uit te oefenen.
§ 1. In de Kerk is een ambt iedere mogelijke taak, door de Heer zelf of door het bevoegd gezag duurzaam ingesteld, tot een geestelijk doel uit te oefenen.
Referenties naar alinea 936: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De rechten en plichten eigen aan de afzonderlijke ambten worden door dat recht vastgesteld, waardoor het ambt wordt ingesteld, of door een decreet van het bevoegd gezag.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het gezag, dat bevoegd is het ambt in te stellen, is ook bevoegd dat te wijzigen, op te heffen en in de canonieke voorziening ervan te voorzien, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
937
Can. 937
§ 1. Wie een ambt opricht, moet ervoor zorgen, dat de middelen noodzakelijk tot vervulling ervan beschikbaar zijn en dat gezorgd wordt voor een rechtmatige vergoeding van degenen, die het ambt uitoefenen.
§ 1. Wie een ambt opricht, moet ervoor zorgen, dat de middelen noodzakelijk tot vervulling ervan beschikbaar zijn en dat gezorgd wordt voor een rechtmatige vergoeding van degenen, die het ambt uitoefenen.
Referenties naar alinea 937: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Door het particulier recht van iedere Kerk sui iuris afzonderlijk dient nader de wijze te worden vastgesteld, waarop deze voorschriften moeten worden geëffectueerd, tenzij in enige door het gemene recht reeds is voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk I - Over de canonieke voorziening van de ambten (cann. 938-964)
938
Can. 938
Een ambt kan zonder canonieke voorziening niet geldig worden verkregen.
Een ambt kan zonder canonieke voorziening niet geldig worden verkregen.
Referenties naar alinea 938: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
939
Can. 939
De canonieke voorziening van een ambt wordt verricht:
De canonieke voorziening van een ambt wordt verricht:
Referenties naar alinea 939: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° door middel van de vrije door het bevoegd gezag gedane verlening;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° als een verkiezing voorafgegaan is, door middel van de bevestiging ervan of, als de verkiezing geen bevestiging behoeft, door middel van de aanvaarding van de gekozene;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° als een verzoek voorafgegaan is, door middel van het toestaan ervan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
940
Can. 940
§ 1. Opdat iemand tot een ambt wordt bevorderd, moet hij geschikt zijn, namelijk van die kwaliteiten voorzien, die door het recht worden vereist.
§ 1. Opdat iemand tot een ambt wordt bevorderd, moet hij geschikt zijn, namelijk van die kwaliteiten voorzien, die door het recht worden vereist.
Referenties naar alinea 940: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Zo vaak als een kandidaat de vereiste kwaliteiten mist, is de voorziening alleen maar nietig, als zo door het recht is geregeld; anders is ze geldig, maar ze kan door middel van een decreet van het bevoegd gezag worden vernietigd met inachtneming van de billijkheid.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
941
Can. 941
De canonieke voorziening, waarvoor door het recht geen enkele termijn is voorgeschreven, dient nooit langer dan zes nuttige maanden te worden uitgesteld te rekenen vanaf de kennisname van de vacatie van het ambt.
De canonieke voorziening, waarvoor door het recht geen enkele termijn is voorgeschreven, dient nooit langer dan zes nuttige maanden te worden uitgesteld te rekenen vanaf de kennisname van de vacatie van het ambt.
Referenties naar alinea 941: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
942
Can. 942
Aan niemand dienen twee of meerdere ambten te worden verleend, die niet tegelijk door dezelfde passend kunnen worden vervuld, tenzij er een echte noodzaak is.
Aan niemand dienen twee of meerdere ambten te worden verleend, die niet tegelijk door dezelfde passend kunnen worden vervuld, tenzij er een echte noodzaak is.
Referenties naar alinea 942: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
943
Can. 943
§ l. De voorziening van een ambt, dat naar het recht niet vacant is, is van rechtswege nietig en wordt niet door de daaropvolgende vacatie van het ambt geldig gemaakt.
§ l. De voorziening van een ambt, dat naar het recht niet vacant is, is van rechtswege nietig en wordt niet door de daaropvolgende vacatie van het ambt geldig gemaakt.
Referenties naar alinea 943: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het evenwel gaat om een ambt, dat naar het recht voor een vastgestelde tijd wordt verleend, kan de canonieke voorziening binnen zes maanden, voordat deze tijd verstreken is, verricht worden en heeft ze gevolg vanaf de dag van de vacatie van het ambt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De belofte van enig ambt, door wie dan ook zij is gedaan, heeft geen enkel canoniek gevolg.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
944
Can. 944
Een naar het recht vacant ambt, dat wellicht door iemand onwettig bezet wordt gehouden, kan worden verleend, mits volgens de norm van het recht verklaard is, dat dit bezet houden niet canoniek is en mits van deze verklaring melding wordt gemaakt in de benoemingsbrief.
Een naar het recht vacant ambt, dat wellicht door iemand onwettig bezet wordt gehouden, kan worden verleend, mits volgens de norm van het recht verklaard is, dat dit bezet houden niet canoniek is en mits van deze verklaring melding wordt gemaakt in de benoemingsbrief.
Referenties naar alinea 944: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
945
Can. 945
Wie als vervanger van een ander die nalatig of verhinderd is, een ambt verleent, verwerft daardoor geen enkele macht over de persoon, aan wie het verleend is, maar diens juridische positie is dezelfde, alsof de canonieke voorziening volgens de gewone norm van het recht verricht was.
Wie als vervanger van een ander die nalatig of verhinderd is, een ambt verleent, verwerft daardoor geen enkele macht over de persoon, aan wie het verleend is, maar diens juridische positie is dezelfde, alsof de canonieke voorziening volgens de gewone norm van het recht verricht was.
Referenties naar alinea 945: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
946
Can. 946
De voorziening van een ambt verricht op grond van zware onrechtmatig aangejaagde vrees, bedrog, substantiële dwaling of op basis van simonie is van rechtswege nietig.
De voorziening van een ambt verricht op grond van zware onrechtmatig aangejaagde vrees, bedrog, substantiële dwaling of op basis van simonie is van rechtswege nietig.
Referenties naar alinea 946: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. I - Over de verkiezing (cann. 947-960)
947
67
181 §1
443 §1
515 §3
67
181 §1
443 §1
515 §3
Can. 947
§ 1. Als enige groep het kiesrecht voor een ambt heeft, dient de verkiezing, tenzij anders door het recht is geregeld, nooit langer dan drie nuttige maanden te worden uitgesteld te rekenen vanaf de kennisname van de vacatie van het ambt; en na het nutteloos verstrijken van deze termijn dient het bevoegd gezag, waaraan het recht om de verkiezing te bevestigen of het recht om successievelijk erin te voorzien toekomt, vrijelijk in het vacante ambt te voorzien.
§ 1. Als enige groep het kiesrecht voor een ambt heeft, dient de verkiezing, tenzij anders door het recht is geregeld, nooit langer dan drie nuttige maanden te worden uitgesteld te rekenen vanaf de kennisname van de vacatie van het ambt; en na het nutteloos verstrijken van deze termijn dient het bevoegd gezag, waaraan het recht om de verkiezing te bevestigen of het recht om successievelijk erin te voorzien toekomt, vrijelijk in het vacante ambt te voorzien.
Referenties naar alinea 947: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
§ 2. Het bevoegd gezag kan vrijelijk in het vacante ambt voorzien ook als de groep het kiesrecht op een andere wijze verloren heeft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
948
67
181 §1
443 §1
515 §3
67
181 §1
443 §1
515 §3
Can. 948
§ 1. Met behoud van het particulier recht dient de voorzitter van de groep de kiezers bijeen te roepen op een voor hen passende plaats en tijd; de bijeenroeping, als ze persoonlijk moet zijn, geldt, als ze of op de plaats van de woonplaats dan wel quasi-woonplaats of op de plaats van verblijf verricht wordt.
§ 1. Met behoud van het particulier recht dient de voorzitter van de groep de kiezers bijeen te roepen op een voor hen passende plaats en tijd; de bijeenroeping, als ze persoonlijk moet zijn, geldt, als ze of op de plaats van de woonplaats dan wel quasi-woonplaats of op de plaats van verblijf verricht wordt.
Referenties naar alinea 948: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
§ 2. Als iemand van de op te roepenen overgeslagen en daarom afwezig is, geldt de verkiezing, maar moet ze op zijn verzoek, na het bewijs van het gepasseerd zijn en van de afwezigheid, door het bevoegd gezag worden vernietigd zelfs na de bevestiging, mits volgens de norm van het recht vaststaat dat het bezwaar tenminste binnen drie dagen te rekenen vanaf de kennisname van de verkiezing, is ingesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
§ 3. Als evenwel meer dan een derde deel van de kiezers is overgeslagen, is de verkiezing van rechtswege nietig, tenzij allen die overgeslagen zijn, werkelijk aanwezig waren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
949
67
181 §1
443 §1
515 §3
67
181 §1
443 §1
515 §3
Can. 949
§ 1. Nadat de bijeenroeping canoniek is verricht, komt het recht om een stem uit te brengen toe aan degenen, die aanwezig zijn op de in de bijeenroeping bepaalde plaats en dag, uitgesloten het recht om geldig stemmen uit te brengen door middel van een brief of een procurator, tenzij anders door het recht wordt geregeld.
§ 1. Nadat de bijeenroeping canoniek is verricht, komt het recht om een stem uit te brengen toe aan degenen, die aanwezig zijn op de in de bijeenroeping bepaalde plaats en dag, uitgesloten het recht om geldig stemmen uit te brengen door middel van een brief of een procurator, tenzij anders door het recht wordt geregeld.
Referenties naar alinea 949: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
§ 2. Als iemand van de kiezers in het huis aanwezig is, waarin de verkiezing gehouden wordt, maar hij wegens zwakke gezondheid bij de verkiezing niet aanwezig kan zijn, dient zijn schriftelijke stem door de stemmentellers te worden gevraagd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
950
67
181 §1
443 §1
515 §3
67
181 §1
443 §1
515 §3
Can. 950
Ook al heeft iemand op meerdere titels het recht om een stem op eigen naam uit te brengen, kan hij alleen één uitbrengen.
Ook al heeft iemand op meerdere titels het recht om een stem op eigen naam uit te brengen, kan hij alleen één uitbrengen.
Referenties naar alinea 950: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
951
67
181 §1
443 §1
515 §3
67
181 §1
443 §1
515 §3
Can. 951
Niemand die voor de groep een buitenstaander is, kan worden toegelaten om een stem uit te brengen; anders is de verkiezing van rechtswege nietig.
Niemand die voor de groep een buitenstaander is, kan worden toegelaten om een stem uit te brengen; anders is de verkiezing van rechtswege nietig.
Referenties naar alinea 951: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
952
67
181 §1
443 §1
515 §3
67
181 §1
443 §1
515 §3
Can. 952
Als de vrijheid bij de verkiezing hoe dan ook verhinderd is, is de verkiezing van rechtswege nietig.
Als de vrijheid bij de verkiezing hoe dan ook verhinderd is, is de verkiezing van rechtswege nietig.
Referenties naar alinea 952: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
953
67
102 §1
164 §1
181 §1
443 §1
515 §3
67
102 §1
164 §1
181 §1
443 §1
515 §3
Can. 953
§ 1. Onbekwaam om een stem uit te brengen is:
§ 1. Onbekwaam om een stem uit te brengen is:
Referenties naar alinea 953: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
102 §1
164 §1
181 §1
443 §1
515 §3
- 1° degene, die niet tot een menselijke handeling in staat is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
102 §1
164 §1
181 §1
443 §1
515 §3
- 2° degene, die actief stemrecht mist;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
102 §1
164 §1
181 §1
443 §1
515 §3
- 3° wie het katholieke geloof in het openbaar heeft verworpen of zich van de gemeenschap met de katholieke Kerk in het openbaar heeft losgemaakt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
§ 2. Als iemand van bovengenoemden wordt toegelaten, is zijn stem nietig, maar de verkiezing geldt, tenzij vaststaat, dat deze niet meegerekend de gekozene het vereiste aantal stemmen niet heeft behaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
954
67
181 §1
443 §1
515 §3
67
181 §1
443 §1
515 §3
Can. 954
§ 1. De stem is nietig, tenzij zij is:
§ 1. De stem is nietig, tenzij zij is:
Referenties naar alinea 954: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
- 1° vrij, en daarom is een stem nietig, als een kiezer door zware vrees dan wel bedrog direct of indirect ertoe is gebracht om een bepaalde persoon dan wel meerdere afzonderlijk te kiezen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
- 2° geheim, zeker, absoluut, vastgesteld met verwerping van een strijdige gewoonte.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
§ 2. Vóór de verkiezing aan een stem toegevoegde voorwaarden worden als niet bijgevoegd beschouwd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
955
67
181 §1
443 §1
515 §3
67
181 §1
443 §1
515 §3
Can. 955
§ 1. Voordat de verkiezing begint, dienen uit het midden van de groep tenminste twee stemmentellers te worden aangewezen.
§ 1. Voordat de verkiezing begint, dienen uit het midden van de groep tenminste twee stemmentellers te worden aangewezen.
Referenties naar alinea 955: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
§ 2. De stemmentellers dienen de stemmen te verzamelen en ten overstaan van de voorzitter van de verkiezing te controleren, of het aantal stembriefjes aan het aantal kiezers beantwoordt, de stemmen zelf te tellen en openbaar te maken, hoeveel ieder heeft behaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
§ 3. Als het aantal stemmen niet met het aantal kiezers overeenkomt, is er niets gedaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
§ 4. De stembriefjes dienen terstond na het voltrekken van iedere stemronde afzonderlijk of na de zitting, als tijdens dezelfde zitting meerdere stemrondes worden gehouden, te worden vernietigd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
§ 5. Alle akten van de verkiezing dienen door degene, die de taak van actuaris uitoefent, zorgvuldig te worden opgemaakt en, nadat ze ten overstaan van de kiezers voorgelezen zijn, tenminste door dezelfde actuaris, de voorzitter en de stemmentellers te worden ondertekend en in het archief van de groep te worden bewaard.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
956
67
181 §1
443 §1
515 §3
924 3°
67
181 §1
443 §1
515 §3
924 3°
Can. 956
§ 1. Bij de verkiezingen heeft, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld, dit rechtskracht, dat bij aanwezigheid van tenminste de meerderheid van degenen, die bijeengeroepen moeten worden, behaagd heeft aan de absolute meerderheid van degenen, die aanwezig zijn, dan wel na twee resultaatloze stemrondes aan de relatieve meerderheid in de derde stemronde; als evenwel de stemmen hebben gestaakt na de derde stemronde, dient als gekozen te worden beschouwd de qua leeftijd oudste, tenzij het gaat om verkiezingen onder alleen clerici of religieuzen, in welke gevallen als gekozen dient te worden beschouwd de qua heilige wijding oudste of onder de religieuzen de qua eerste professie oudste.
§ 1. Bij de verkiezingen heeft, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld, dit rechtskracht, dat bij aanwezigheid van tenminste de meerderheid van degenen, die bijeengeroepen moeten worden, behaagd heeft aan de absolute meerderheid van degenen, die aanwezig zijn, dan wel na twee resultaatloze stemrondes aan de relatieve meerderheid in de derde stemronde; als evenwel de stemmen hebben gestaakt na de derde stemronde, dient als gekozen te worden beschouwd de qua leeftijd oudste, tenzij het gaat om verkiezingen onder alleen clerici of religieuzen, in welke gevallen als gekozen dient te worden beschouwd de qua heilige wijding oudste of onder de religieuzen de qua eerste professie oudste.
Referenties naar alinea 956: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
924 3°
§ 2. De voorzitter van de verkiezing is bevoegd de gekozene uit te roepen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
957
67
181 §1
443 §1
515 §3
67
181 §1
443 §1
515 §3
Can. 957
§ 1. De verkiezing moet schriftelijk of op andere wettige wijze terstond aan de gekozene worden betekend.
§ 1. De verkiezing moet schriftelijk of op andere wettige wijze terstond aan de gekozene worden betekend.
Referenties naar alinea 957: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
964 §2
§ 2. De gekozene moet binnen acht nuttige dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de betekening aan de voorzitter van de groep duidelijk maken, of hij de verkiezing aanvaardt of niet; anders heeft de verkiezing geen gevolg.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document67
181 §1
443 §1
515 §3
964 §2
§ 3. Als de gekozene niet aanvaardt, verliest hij elk uit de verkiezing ontstaan recht en wordt de verkiezing niet door een daaropvolgende aanvaarding geldig gemaakt; hij kan echter weer gekozen worden; de groep moet binnen een maand te rekenen vanaf de kennisneming van de niet aanvaarde verkiezing tot een nieuwe verkiezing overgaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
958
443 §1
515 §3
443 §1
515 §3
Can. 958
De gekozene verkrijgt door de aanvaarding van de verkiezing, als ze geen bevestiging behoeft, terstond het ambt met vol recht, tenzij anders door het recht wordt geregeld; anders verwerft hij alleen het recht om bevestiging van de verkiezing te eisen.
De gekozene verkrijgt door de aanvaarding van de verkiezing, als ze geen bevestiging behoeft, terstond het ambt met vol recht, tenzij anders door het recht wordt geregeld; anders verwerft hij alleen het recht om bevestiging van de verkiezing te eisen.
Referenties naar alinea 958: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
959
443 §1
515 §3
443 §1
515 §3
Can. 959
§ 1. De gekozene moet, als de verkiezing bevestiging behoeft, niet later dan acht dagen te rekenen vanaf de dag van de aanvaarde verkiezing het bevoegd gezag om de bevestiging verzoeken persoonlijk of door tussenkomst van een ander; anders wordt hem elk uit de verkiezing ontstaan recht ontnomen, tenzij hij bewijst, dat hij van het verzoeken om de bevestiging door een rechtmatig beletsel weerhouden is geweest.
§ 1. De gekozene moet, als de verkiezing bevestiging behoeft, niet later dan acht dagen te rekenen vanaf de dag van de aanvaarde verkiezing het bevoegd gezag om de bevestiging verzoeken persoonlijk of door tussenkomst van een ander; anders wordt hem elk uit de verkiezing ontstaan recht ontnomen, tenzij hij bewijst, dat hij van het verzoeken om de bevestiging door een rechtmatig beletsel weerhouden is geweest.
Referenties naar alinea 959: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document443 §1
515 §3
§ 2. Vóór de ontvangst van de bevestiging is het de gekozene niet geoorloofd zich te mengen in het beheer van het ambt en zijn de wellicht door hem gestelde handelingen nietig.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
960
443 §1
515 §3
443 §1
515 §3
Can. 960
§ 1. Het bevoegd gezag is het, als het de gekozene geschikt bevonden heeft en de verkiezing volgens de norm van het recht is verricht, niet geoorloofd de bevestiging te weigeren.
§ 1. Het bevoegd gezag is het, als het de gekozene geschikt bevonden heeft en de verkiezing volgens de norm van het recht is verricht, niet geoorloofd de bevestiging te weigeren.
Referenties naar alinea 960: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document443 §1
515 §3
§ 2. Na de ontvangst van de bevestiging verkrijgt de gekozene met vol recht het ambt, tenzij anders door het recht wordt geregeld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over het verzoek (cann. 961-964)
961
Can. 961
De kiezers kunnen, als een canoniek beletsel, waarvan gedispenseerd kan worden, de verkiezing van diegene, die zij geschikter achten en aan wie zij de voorkeur geven, in de weg staat, met hun stemmen bij het bevoegd gezag om hem verzoeken, tenzij anders door het recht wordt geregeld.
De kiezers kunnen, als een canoniek beletsel, waarvan gedispenseerd kan worden, de verkiezing van diegene, die zij geschikter achten en aan wie zij de voorkeur geven, in de weg staat, met hun stemmen bij het bevoegd gezag om hem verzoeken, tenzij anders door het recht wordt geregeld.
Referenties naar alinea 961: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
962
Can. 962
Opdat het verzoek van kracht is, wordt tenminste twee derde van de stemmen vereist; anders dient tot de verkiezing te worden overgegaan, alsof er niets gedaan is.
Opdat het verzoek van kracht is, wordt tenminste twee derde van de stemmen vereist; anders dient tot de verkiezing te worden overgegaan, alsof er niets gedaan is.
Referenties naar alinea 962: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
963
Can. 963
§ 1. De groep moet het verzoek zo spoedig mogelijk en niet later dan acht dagen naar het bevoegd gezag zenden, waaraan toekomt de verkiezing te bevestigen; dit gezag moet, als het de macht om van het beletsel te dispenseren niet heeft en het verzoek wil toestaan, de dispensatie van het bevoegd gezag verkrijgen; als geen bevestiging wordt vereist, moet het verzoek naar het bevoegd gezag worden gezonden om de dispensatie te verlenen.
§ 1. De groep moet het verzoek zo spoedig mogelijk en niet later dan acht dagen naar het bevoegd gezag zenden, waaraan toekomt de verkiezing te bevestigen; dit gezag moet, als het de macht om van het beletsel te dispenseren niet heeft en het verzoek wil toestaan, de dispensatie van het bevoegd gezag verkrijgen; als geen bevestiging wordt vereist, moet het verzoek naar het bevoegd gezag worden gezonden om de dispensatie te verlenen.
Referenties naar alinea 963: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als binnen de voorgeschreven tijd het verzoek niet is gezonden, is het van rechtswege nietig en verliest de groep voor die keer het kiesrecht, tenzij zij bewijst, dat ze van het zenden van het verzoek door een rechtmatig beletsel weerhouden is geweest.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Voor degene om wie is verzocht, wordt geen enkel recht uit het verzoek verworven; en dit toe te staan is het bevoegd gezag niet verplicht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Een naar het bevoegd gezag gezonden verzoek kunnen de kiezers niet herroepen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
964
Can. 964
§ 1. Wanneer het verzoek door het bevoegd gezag niet is toegestaan, gaat het kiesrecht naar de groep terug.
§ 1. Wanneer het verzoek door het bevoegd gezag niet is toegestaan, gaat het kiesrecht naar de groep terug.
Referenties naar alinea 964: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het toestaan evenwel van het verzoek dient terstond aan degene om wie is verzocht, te worden betekend en can. 957, §§ 2 en 3[574|+2104 -2105] dient in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Wie een toegestaan verzoek aanvaardt, verkrijgt terstond met vol recht het ambt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over het verlies van een ambt (cann. 965-978)
965
Can. 965
§ 1. Behalve de andere door het recht voorgeschreven gevallen wordt een ambt verloren door het verstrijken van de vastgestelde tijd, door het voltooien van de door het recht bepaalde leeftijd, door terugtreding, door overplaatsing, door verwijdering en eveneens door ontneming.
§ 1. Behalve de andere door het recht voorgeschreven gevallen wordt een ambt verloren door het verstrijken van de vastgestelde tijd, door het voltooien van de door het recht bepaalde leeftijd, door terugtreding, door overplaatsing, door verwijdering en eveneens door ontneming.
Referenties naar alinea 965: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij beëindiging op welke wijze dan ook van het recht van het gezag, waardoor het verleend is, wordt een ambt niet verloren, tenzij anders door het recht wordt geregeld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Door het verstrijken van de vastgestelde tijd of door het voltooien van de door het recht bepaalde leeftijd heeft het verlies van een ambt alleen gevolg vanaf het moment, waarop het door het bevoegd gezag schriftelijk is betekend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Aan degene, die wegens het voltooien van de door het recht bepaalde leeftijd dan wel terugtreding een ambt verliest, kan de titel emeritus worden verleend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
966
Can. 966
Het verlies van een ambt, dat gevolg gekregen heeft, dient zo spoedig mogelijk aan allen bekendgemaakt te worden, aan wie enig recht in de canonieke voorziening van het ambt toekomt.
Het verlies van een ambt, dat gevolg gekregen heeft, dient zo spoedig mogelijk aan allen bekendgemaakt te worden, aan wie enig recht in de canonieke voorziening van het ambt toekomt.
Referenties naar alinea 966: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. I - Over de terugtreding (cann. 967-971)
967
Can. 967
Wie toerekeningsvatbaar is, kan om een rechtmatige reden van een ambt terugtreden.
Wie toerekeningsvatbaar is, kan om een rechtmatige reden van een ambt terugtreden.
Referenties naar alinea 967: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
968
Can. 968
De terugtreding gedaan op grond van zware en onrechtmatig aangejaagde vrees, bedrog, substantiële dwaling dan wel op basis van simonie is van rechtswege nietig.
De terugtreding gedaan op grond van zware en onrechtmatig aangejaagde vrees, bedrog, substantiële dwaling dan wel op basis van simonie is van rechtswege nietig.
Referenties naar alinea 968: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
969
Can. 969
De terugtreding moet, om geldig te zijn, schriftelijk of ten overstaan van twee getuigen bij het gezag worden gedaan, waaraan de canonieke voorziening van het ambt, waarover het gaat, toekomt; tenzij ze aanvaarding behoeft, krijgt ze terstond gevolg.
De terugtreding moet, om geldig te zijn, schriftelijk of ten overstaan van twee getuigen bij het gezag worden gedaan, waaraan de canonieke voorziening van het ambt, waarover het gaat, toekomt; tenzij ze aanvaarding behoeft, krijgt ze terstond gevolg.
Referenties naar alinea 969: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
970
Can. 970
§ 1. De terugtreding, die aanvaarding behoeft, krijgt gevolg, nadat de aanvaarding van de terugtreding aan degene die terugtreedt, is betekend; als evenwel binnen drie maanden de aanvaarding van de terugtreding aan degene die terugtreedt, niet is betekend, mist de terugtreding elke kracht.
§ 1. De terugtreding, die aanvaarding behoeft, krijgt gevolg, nadat de aanvaarding van de terugtreding aan degene die terugtreedt, is betekend; als evenwel binnen drie maanden de aanvaarding van de terugtreding aan degene die terugtreedt, niet is betekend, mist de terugtreding elke kracht.
Referenties naar alinea 970: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De terugtreding kan alleen voordat de aanvaarding ervan is betekend, door degene die terugtreedt, worden herroepen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Auctoritas renuntiationem iusta et proportionata causa non innixam ne acceptet.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
971
Can. 971
Hij, die van een ambt is teruggetreden, kan hetzelfde ambt op een andere titel verkrijgen.
Hij, die van een ambt is teruggetreden, kan hetzelfde ambt op een andere titel verkrijgen.
Referenties naar alinea 971: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over de overplaatsing (cann. 972-973)
972
Can. 972
§ 1. Overplaatsing kan alleen door degene worden verricht, die het recht heeft om te voorzien in het ambt, dat verloren wordt, en tegelijk in het ambt, dat verleend wordt.
§ 1. Overplaatsing kan alleen door degene worden verricht, die het recht heeft om te voorzien in het ambt, dat verloren wordt, en tegelijk in het ambt, dat verleend wordt.
Referenties naar alinea 972: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als overplaatsing verricht wordt tegen de zin van degene, die aan zijn ambt vasthoudt, wordt een zwaarwegende reden vereist en dient de door het recht voorgeschreven wijze van procederen in acht genomen te worden met behoud van de normen met betrekking tot leden van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven en altijd onverminderd het recht om de tegengestelde redenen uiteen te zetten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Overplaatsing moet om gevolg te krijgen, schriftelijk worden betekend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
973
Can. 973
§ 1. In geval van overplaatsing is het vorige ambt vacant na de canonieke inbezitneming van het andere ambt, tenzij anders door het recht is geregeld dan wel door het bevoegd gezag is voorgeschreven.
§ 1. In geval van overplaatsing is het vorige ambt vacant na de canonieke inbezitneming van het andere ambt, tenzij anders door het recht is geregeld dan wel door het bevoegd gezag is voorgeschreven.
Referenties naar alinea 973: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De overgeplaatste ontvangt de met het vorige ambt verbonden vergoeding, totdat hij het andere canoniek in bezit zal hebben genomen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. III - Over de verwijdering (cann. 974-977)
974
Can. 974
§ 1. Iemand wordt uit een ambt verwijderd hetzij door een decreet door het bevoegd gezag wettig uitgevaardigd met in achtneming uiteraard van de wellicht op grond van een contract verworven rechten hetzij van rechtswege volgens de norm van can. 976[574|+2146 -2150].
§ 1. Iemand wordt uit een ambt verwijderd hetzij door een decreet door het bevoegd gezag wettig uitgevaardigd met in achtneming uiteraard van de wellicht op grond van een contract verworven rechten hetzij van rechtswege volgens de norm van can. 976[574|+2146 -2150].
Referenties naar alinea 974: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het decreet van verwijdering moet om gevolg te krijgen, schriftelijk worden betekend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
975
Can. 975
§ 1. Tenzij anders door het recht wordt geregeld, kan iemand niet worden verwijderd uit een ambt dat voor een niet vastgestelde tijd wordt verleend, tenzij om een zwaarwegende reden en met inachtneming van de door het recht voorgeschreven wijze; hetzelfde geldt, opdat iemand uit een ambt, dat voor een vastgestelde tijd wordt verleend, kan worden verwijderd voordat die tijd verstreken is.
§ 1. Tenzij anders door het recht wordt geregeld, kan iemand niet worden verwijderd uit een ambt dat voor een niet vastgestelde tijd wordt verleend, tenzij om een zwaarwegende reden en met inachtneming van de door het recht voorgeschreven wijze; hetzelfde geldt, opdat iemand uit een ambt, dat voor een vastgestelde tijd wordt verleend, kan worden verwijderd voordat die tijd verstreken is.
Referenties naar alinea 975: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Uit een ambt, dat overeenkomstig de voorschriften van het recht aan iemand naar het wijze inzicht van het bevoegd gezag wordt verleend, kan iemand worden verwijderd om een rechtmatige reden naar het oordeel van hetzelfde gezag te schatten met inachtneming van de billijkheid.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
976
974 §1
974 §1
Can. 976
§ 1. Van rechtswege wordt uit een ambt verwijderd:
§ 1. Van rechtswege wordt uit een ambt verwijderd:
Referenties naar alinea 976: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document974 §1
- 1° wie de klerikale staat heeft verloren;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document974 §1
976 §2
- 2° wie het katholieke geloof in het openbaar heeft verworpen of zich van de gemeenschap met de katholieke Kerk in het openbaar heeft losgemaakt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document974 §1
976 §2
- 3° een clericus, die een huwelijk, ofschoon een burgerlijk alleen, heeft geprobeerd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document974 §1
§ 2. Op de verwijdering, als bedoeld in § 1, nn. 2 en 3[574|+2148 +2149], kan alleen worden aangedrongen, als die door een verklaring van het bevoegd gezag vaststaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
977
Can. 977
Als iemand weliswaar niet van rechtswege, maar door middel van een decreet van het bevoegd gezag uit een ambt wordt verwijderd, waarmee in zijn onderhoud wordt voorzien, dient hetzelfde gezag ervoor te zorgen, dat voor een passende tijd voor zijn onderhoud wordt gezorgd, tenzij anders erin is voorzien.
Als iemand weliswaar niet van rechtswege, maar door middel van een decreet van het bevoegd gezag uit een ambt wordt verwijderd, waarmee in zijn onderhoud wordt voorzien, dient hetzelfde gezag ervoor te zorgen, dat voor een passende tijd voor zijn onderhoud wordt gezorgd, tenzij anders erin is voorzien.
Referenties naar alinea 977: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. IV - Over de ontneming (can. 978)
978
Can. 978
Ontneming van een ambt kan alleen als straf voor een delict worden opgelegd.
Ontneming van een ambt kan alleen als straf voor een delict worden opgelegd.
Referenties naar alinea 978: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XXI - Over de bestuursmacht (cann. 979-995)
979
441 §2
441 §2
Can. 979
§ 1. Tot de bestuursmacht, die op grond van goddelijke instelling in de Kerk bestaat, zijn volgens de norm van het recht bekwaam, degenen die in de gewijde orde zijn aangesteld.
§ 1. Tot de bestuursmacht, die op grond van goddelijke instelling in de Kerk bestaat, zijn volgens de norm van het recht bekwaam, degenen die in de gewijde orde zijn aangesteld.
Referenties naar alinea 979: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document441 §2
§ 2. In de uitoefening van de bestuursmacht kunnen de overige Christengelovigen volgens de norm van het recht samenwerken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
980
Can. 980
§ 1. De ene bestuursmacht is van het uitwendig bereik, de andere van het inwendig bereik hetzij sacramenteel hetzij niet-sacramenteel.
§ 1. De ene bestuursmacht is van het uitwendig bereik, de andere van het inwendig bereik hetzij sacramenteel hetzij niet-sacramenteel.
Referenties naar alinea 980: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de bestuursmacht voor alleen het inwendig bereik wordt uitgeoefend, worden de gevolgen die de uitoefening ervan van nature heeft voor het uitwendig bereik in dit bereik niet getoetst, tenzij voor zover dit voor vastgestelde gevallen door het recht wordt bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
981
Can. 981
§ 1. De gewone bestuursmacht is die, welke van rechtswege met enig ambt verbonden wordt; gedelegeerde, welke aan een persoon zelf zonder tussenkomst van een ambt wordt verleend.
§ 1. De gewone bestuursmacht is die, welke van rechtswege met enig ambt verbonden wordt; gedelegeerde, welke aan een persoon zelf zonder tussenkomst van een ambt wordt verleend.
Referenties naar alinea 981: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De gewone bestuursmacht kan hetzij eigen hetzij plaatsvervangend zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
982
Can. 982
§ 1. Gebruikelijke bevoegdheden worden door de voorschriften over gedelegeerde macht beheerst.
§ 1. Gebruikelijke bevoegdheden worden door de voorschriften over gedelegeerde macht beheerst.
Referenties naar alinea 982: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een aan een Hiërarch verleende gebruikelijke bevoegdheid evenwel wordt, tenzij bij de verlening ervan anders is geregeld dan wel de toewijding van de persoon gekozen is, niet ingetrokken bij beëindiging van het recht van de Hiërarch, aan wie ze verleend is, maar gaat over op welke Hiërarch dan ook, die hem in het bestuur opvolgt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
983
Can. 983
§ 1. Op hem, die gedelegeerde beweert te zijn, drukt de last om de delegatie te bewijzen.
§ 1. Op hem, die gedelegeerde beweert te zijn, drukt de last om de delegatie te bewijzen.
Referenties naar alinea 983: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De gedelegeerde, die hetzij met betrekking tot zaken hetzij met betrekking tot personen de grenzen van zijn opdracht overschrijdt, handelt nietig.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De gedelegeerde, die op een andere wijze dan in de opdracht wordt vastgesteld, datgene verricht, waartoe hij gedelegeerd is, wordt niet begrepen de grenzen van zijn opdracht te overschrijden tenzij de wijze door de delegerende zelf voor de geldigheid voorgeschreven is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
984
Can. 984
§ 1. Hiërarchen zijn behalve de Paus, in de eerste plaats de Patriarch, de Grootaartsbisschop, de Metropoliet, die aan het hoofd van een metropolitane Kerk sui iuris staat, en de Eparch en eveneens diegenen, die hen in de tussentijd in het bestuur volgens de norm van het recht opvolgen.
§ 1. Hiërarchen zijn behalve de Paus, in de eerste plaats de Patriarch, de Grootaartsbisschop, de Metropoliet, die aan het hoofd van een metropolitane Kerk sui iuris staat, en de Eparch en eveneens diegenen, die hen in de tussentijd in het bestuur volgens de norm van het recht opvolgen.
Referenties naar alinea 984: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Plaatselijk Hiërarchen, behalve de Paus, zijn de Eparch, de Exarch, de apostolisch Administrator, zij die, als bovengenoemden ontbreken, in de tussentijd wettig in het bestuur opvolgen en ook de Protosyncellus en een Syncellus; de Patriarch evenwel, de Grootaartsbisschop, de Metropoliet, die aan het hoofd van een metropolitane Kerk sui iuris staat en eveneens diegenen, die hen in de tussentijd in het bestuur volgens de norm van het recht opvolgen, zijn plaatselijk Hiërarchen alleen met betrekking tot de eparchie, die ze besturen, onverminderd can. 101[574|101].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De hogere Oversten in instituten van gewijd leven, die van gewone bestuursmacht zijn voorzien, zijn ook Hiërarchen, maar geen plaatselijk Hiërarchen.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
985
Can. 985
§ 1. De bestuursmacht wordt onderscheiden in wetgevende, uitvoerende en rechterlijke.
§ 1. De bestuursmacht wordt onderscheiden in wetgevende, uitvoerende en rechterlijke.
Referenties naar alinea 985: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De wetgevende macht moet op de door het recht voorgeschreven wijze worden uitgeoefend en die, welke in de Kerk een wetgever beneden het hoogste gezag van de Kerk heeft, kan niet geldig worden gedelegeerd, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld; door een lagere wetgever kan niet geldig een met het hogere recht strijdige wet worden uitgevaardigd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De rechterlijke macht, die de rechters dan wel rechtscolleges hebben, moet op de door het recht voorgeschreven wijze worden uitgeoefend en kan niet geldig worden gedelegeerd tenzij om handelingen te verrichten, die voorbereidend zijn voor welk decreet dan ook dan wel sententie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
986
Can. 986
De uitvoerende macht kan iemand, ofschoon buiten de grenzen van het territorium zijnde, uitoefenen ten opzichte van onderdanen, ook wanneer ze van het territorium afwezig zijn, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat; ten opzichte van in het territorium feitelijk verblijvende vreemdelingen, als het gaat om te verlenen gunsten dan wel om het tot uitvoering opdragen hetzij van het gemene recht hetzij van het particulier recht, waaraan zij zelf volgens de norm van can. 1491, § 3[574|+3255 -3258] zijn gehouden.
De uitvoerende macht kan iemand, ofschoon buiten de grenzen van het territorium zijnde, uitoefenen ten opzichte van onderdanen, ook wanneer ze van het territorium afwezig zijn, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat; ten opzichte van in het territorium feitelijk verblijvende vreemdelingen, als het gaat om te verlenen gunsten dan wel om het tot uitvoering opdragen hetzij van het gemene recht hetzij van het particulier recht, waaraan zij zelf volgens de norm van can. 1491, § 3[574|+3255 -3258] zijn gehouden.
Referenties naar alinea 986: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
987
Can. 987
Hetgeen door het gemene recht en door het particulier recht van een Kerk sui iuris met name aan de Eparch in het bereik van de uitvoerende bestuursmacht wordt toegekend, wordt begrepen alleen de Eparch en de Exarch toe te komen, uitgesloten de Protosyncellus en de Syncelli tenzij met een bijzondere opdracht.
Hetgeen door het gemene recht en door het particulier recht van een Kerk sui iuris met name aan de Eparch in het bereik van de uitvoerende bestuursmacht wordt toegekend, wordt begrepen alleen de Eparch en de Exarch toe te komen, uitgesloten de Protosyncellus en de Syncelli tenzij met een bijzondere opdracht.
Referenties naar alinea 987: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
988
Can. 988
§ 1. De gewone uitvoerende macht kan hetzij voor een handeling hetzij voor het geheel van de gevallen worden gedelegeerd, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt geregeld.
§ 1. De gewone uitvoerende macht kan hetzij voor een handeling hetzij voor het geheel van de gevallen worden gedelegeerd, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt geregeld.
Referenties naar alinea 988: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De door de Apostolische Stoel of door de Patriarch gedelegeerde uitvoerende macht kan hetzij voor een handeling hetzij voor het geheel van de gevallen worden gesubdelegeerd, tenzij de toewijding van de persoon gekozen is dan wel subdelegatie uitdrukkelijk verboden is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De door een ander gezag dat gewone macht heeft gedelegeerde uitvoerende macht kan, als zij voor het geheel van de gevallen is gedelegeerd, alleen in afzonderlijke gevallen worden gesubdelegeerd; als zij evenwel voor een handeling dan wel voor vastgestelde handelingen is gedelegeerd, kan ze niet geldig worden gesubdelegeerd tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de delegerende.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Geen enkele gesubdelegeerde macht kan opnieuw geldig worden gesubdelegeerd, tenzij dit uitdrukkelijk door de delegerende is toegestaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
989
Can. 989
De gewone uitvoerende macht en eveneens de voor het geheel van de gevallen gedelegeerde macht moet ruim geïnterpreteerd worden, iedere mogelijke andere evenwel strikt; aan wie echter macht gedelegeerd is, wordt ook datgene begrepen verleend te zijn, zonder hetwelk dezelfde macht niet uitgeoefend kan worden.
De gewone uitvoerende macht en eveneens de voor het geheel van de gevallen gedelegeerde macht moet ruim geïnterpreteerd worden, iedere mogelijke andere evenwel strikt; aan wie echter macht gedelegeerd is, wordt ook datgene begrepen verleend te zijn, zonder hetwelk dezelfde macht niet uitgeoefend kan worden.
Referenties naar alinea 989: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
990
Can. 990
§ 1. Aan meerdere personen gedelegeerde uitvoerende macht wordt verondersteld als aan dezen afzonderlijk gedelegeerd.
§ 1. Aan meerdere personen gedelegeerde uitvoerende macht wordt verondersteld als aan dezen afzonderlijk gedelegeerd.
Referenties naar alinea 990: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wanneer meerdere personen afzonderlijk voor de behandeling van dezelfde aangelegenheid zijn gedelegeerd, sluit degene, die eerder begonnen is de aangelegenheid te behandelen, de anderen van de behandeling daarvan uit, tenzij hij daarna verhinderd is dan wel bij de afdoening van de aangelegenheid niet langer heeft willen voortgaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Wanneer meerdere personen collegiaal voor de behandeling van een aangelegenheid zijn gedelegeerd, moeten allen voortgaan overeenkomstig de voor collegiale handelingen bepaalde voorschriften, tenzij in de opdracht anders is geregeld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
991
Can. 991
§ 1. De gewone macht wordt verloren door verlies van het ambt, waarmee zij verbonden is.
§ 1. De gewone macht wordt verloren door verlies van het ambt, waarmee zij verbonden is.
Referenties naar alinea 991: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tenzij anders door het recht wordt geregeld, wordt de gewone macht opgeschort, als tegen ontneming of verwijdering uit een ambt wettig wordt geappelleerd of bezwaar wordt ingesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
992
Can. 992
§ 1. Gedelegeerde macht wordt verloren door de vervulling van de opdracht; door het verstrijken van de tijd van de verlening of door de afhandeling van het aantal gevallen, waarvoor zij is verleend; door het vervallen van het einddoel van de delegatie; door direct aan de gedelegeerde betekende herroeping van de delegerende en eveneens door terugtreding van de gedelegeerde aan de delegerende gedaan en door hem aanvaard; niet echter bij beëindiging van het recht van de delegerende, tenzij dat uit toevoegde clausules blijkt.
§ 1. Gedelegeerde macht wordt verloren door de vervulling van de opdracht; door het verstrijken van de tijd van de verlening of door de afhandeling van het aantal gevallen, waarvoor zij is verleend; door het vervallen van het einddoel van de delegatie; door direct aan de gedelegeerde betekende herroeping van de delegerende en eveneens door terugtreding van de gedelegeerde aan de delegerende gedaan en door hem aanvaard; niet echter bij beëindiging van het recht van de delegerende, tenzij dat uit toevoegde clausules blijkt.
Referenties naar alinea 992: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een handeling evenwel op grond van gedelegeerde macht, die voor alleen het inwendig bereik wordt uitgeoefend, gesteld door onoplettendheid na het verstrijken van de tijd of na de afhandeling van het aantal gevallen, is geldig.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
993
Can. 993
Uitvoerende bestuursmacht wordt niet opgeschort door het instellen van bezwaar, tenzij anders door het gemene recht uitdrukkelijk wordt geregeld.
Uitvoerende bestuursmacht wordt niet opgeschort door het instellen van bezwaar, tenzij anders door het gemene recht uitdrukkelijk wordt geregeld.
Referenties naar alinea 993: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
994
Can. 994
Bij gemeenschappelijke dwaling over een feit dan wel over het recht en ook bij positieve en waarschijnlijke twijfel hetzij aan het recht hetzij aan het feit vult de Kerk voor zowel het uitwendig als ook het inwendig bereik de uitvoerende bestuursmacht aan.
Bij gemeenschappelijke dwaling over een feit dan wel over het recht en ook bij positieve en waarschijnlijke twijfel hetzij aan het recht hetzij aan het feit vult de Kerk voor zowel het uitwendig als ook het inwendig bereik de uitvoerende bestuursmacht aan.
Referenties naar alinea 994: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
995
Can. 995
De voorschriften van het recht over de uitvoerende bestuursmacht gelden, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat, ook voor de macht, als bedoeld in de cann. 441, § 1[574|+979] en 511, § 1[574|+1142] en voor de bevoegdheden, die voor de geldige viering dan wel bediening van de sacramenten door het recht worden vereist.
De voorschriften van het recht over de uitvoerende bestuursmacht gelden, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat, ook voor de macht, als bedoeld in de cann. 441, § 1[574|+979] en 511, § 1[574|+1142] en voor de bevoegdheden, die voor de geldige viering dan wel bediening van de sacramenten door het recht worden vereist.
Referenties naar alinea 995: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XXII - Over de bezwaren tegen administratieve decreten (cann. 996-1006)
996
Can. 996
Hetgeen in de canones van deze titel over decreten wordt bepaald, moet op alle bijzondere administratieve beschikkingen worden toegepast, die in het uitwendig bereik op grond van welke wettige macht dan ook in de Kerk buitengerechtelijk worden getroffen, met uitzondering van die, welke door de Paus of door een Oecumenisch Concilie worden uitgevaardigd.
Hetgeen in de canones van deze titel over decreten wordt bepaald, moet op alle bijzondere administratieve beschikkingen worden toegepast, die in het uitwendig bereik op grond van welke wettige macht dan ook in de Kerk buitengerechtelijk worden getroffen, met uitzondering van die, welke door de Paus of door een Oecumenisch Concilie worden uitgevaardigd.
Referenties naar alinea 996: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
997
Can. 997
§ 1. Wie van mening is, dat hij door een decreet is bezwaard, kan bij het hogere gezag voor degene, die dit decreet heeft uitgevaardigd, volgens de norm van het recht bezwaar maken.
§ 1. Wie van mening is, dat hij door een decreet is bezwaard, kan bij het hogere gezag voor degene, die dit decreet heeft uitgevaardigd, volgens de norm van het recht bezwaar maken.
Referenties naar alinea 997: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document997 §2
§ 2. Het eerste bezwaar tegen decreten van de Protosyncellus of de Syncelli wordt bij de Eparch ingesteld, tegen decreten evenwel van degenen, die op grond van gedelegeerde macht handelen, bij de delegerende.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
998
Can. 998
§ 1. Zeer te wensen is, dat, als iemand zich door een decreet bezwaard acht, tussen hemzelf en de auteur van het decreet geen twist ontstaat, maar dat tussen hen wordt onderhandeld over het zoeken naar een billijke oplossing, met inschakeling wellicht van ook gezaghebbende mensen voor bemiddeling of inzet zo, dat door een vrijwillige herziening van het decreet of door een rechtmatige vereffening of door een andere geschikte weg het geschil wordt beslecht.
§ 1. Zeer te wensen is, dat, als iemand zich door een decreet bezwaard acht, tussen hemzelf en de auteur van het decreet geen twist ontstaat, maar dat tussen hen wordt onderhandeld over het zoeken naar een billijke oplossing, met inschakeling wellicht van ook gezaghebbende mensen voor bemiddeling of inzet zo, dat door een vrijwillige herziening van het decreet of door een rechtmatige vereffening of door een andere geschikte weg het geschil wordt beslecht.
Referenties naar alinea 998: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het hogere gezag dient de partijen dienaangaande aan te sporen, voordat het het bezwaar aanvaardt.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
999
1000 §1
1000 §1
Can. 999
§ 1. Voordat iemand bezwaar instelt, moet hij de auteur van het decreet schriftelijk om herroeping of herziening ervan verzoeken binnen een vervaltermijn van tien dagen te rekenen vanaf de dag van de betekening van het decreet; en met dit gedane verzoek wordt ook de opschorting van de uitvoering van rechtswege begrepen te zijn verzocht.
§ 1. Voordat iemand bezwaar instelt, moet hij de auteur van het decreet schriftelijk om herroeping of herziening ervan verzoeken binnen een vervaltermijn van tien dagen te rekenen vanaf de dag van de betekening van het decreet; en met dit gedane verzoek wordt ook de opschorting van de uitvoering van rechtswege begrepen te zijn verzocht.
Referenties naar alinea 999: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De verplichting om te verzoeken om herroeping of herziening van het decreet dringt niet, als het gaat om het eerste bezwaar tegen decreten, als bedoeld in can. 997, § 2[574|+2192], of als het gaat om verdere bezwaren, uitgezonderd de bezwaren tegen decreten van de Eparch, waardoor over welk eerste bezwaar dan ook is beslist.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1000
Can. 1000
§ 1. In de gevallen, waarin het bezwaar de uitvoering van het decreet opschort, bewerkstelligt ook het verzoek, als bedoeld in can. 999, § 1[574|+2195] hetzelfde.
§ 1. In de gevallen, waarin het bezwaar de uitvoering van het decreet opschort, bewerkstelligt ook het verzoek, als bedoeld in can. 999, § 1[574|+2195] hetzelfde.
Referenties naar alinea 1000: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In de overige gevallen kan, tenzij binnen tien dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek de auteur van het decreet de uitvoering ervan opschort, het hogere gezag om de opschorting in de tussentijd worden verzocht, dat daartoe kan besluiten alleen om een zwaarwegende reden en waarbij verhoed is, dat het zielenheil enige schade lijdt; als daarna bezwaar wordt ingesteld, dient het gezag, dat op het bezwaar ziet, te besluiten, of de opschorting van de uitvoering van het decreet moet worden bevestigd of herroepen.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als geen enkel bezwaar binnen de bepaalde termijn tegen het decreet is ingesteld of als het bezwaar alleen tot het eisen van het herstel van de schaden is ingesteld, vervalt de opschorting van de uitvoering van het decreet van rechtswege.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1001
Can. 1001
§ 1. Het bezwaar moet binnen een vervaltermijn van vijftien dagen worden ingesteld.
§ 1. Het bezwaar moet binnen een vervaltermijn van vijftien dagen worden ingesteld.
Referenties naar alinea 1001: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De termijn van vijftien dagen loopt:
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° in het geval, waarin een verzoek om herroeping of herziening van het decreet vooraf moet gaan, vanaf de dag van de betekening van het decreet, waardoor de auteur het vorige decreet heeft herzien of het verzoek heeft afgewezen, dan wel, als hij niets heeft besloten, vanaf de dertigste dag te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek;
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° in de overige gevallen vanaf de dag, waarop het decreet betekend is.
Referenties naar deze alinea: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1002
Can. 1002
Het hogere gezag moet het decreet, waardoor over het bezwaar wordt beslist, binnen zestig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het bezwaar uitvaardigen, tenzij het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris andere termijnen bepaalt; als dit evenwel niet gedaan is en hij die bezwaar maakt schriftelijk verzoekt, dat dit decreet wordt uitgevaardigd, wordt op de dertigste dag te rekenen vanaf de ontvangst van dit verzoek, als ook dan niets gedaan is, het bezwaar voor verworpen gehouden alsof het op die dag door middel van een decreet zo verworpen is, dat nieuw bezwaar daartegen kan worden ingesteld.
Het hogere gezag moet het decreet, waardoor over het bezwaar wordt beslist, binnen zestig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het bezwaar uitvaardigen, tenzij het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris andere termijnen bepaalt; als dit evenwel niet gedaan is en hij die bezwaar maakt schriftelijk verzoekt, dat dit decreet wordt uitgevaardigd, wordt op de dertigste dag te rekenen vanaf de ontvangst van dit verzoek, als ook dan niets gedaan is, het bezwaar voor verworpen gehouden alsof het op die dag door middel van een decreet zo verworpen is, dat nieuw bezwaar daartegen kan worden ingesteld.
Referenties naar alinea 1002: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1003
Can. 1003
Bij bezwaren tegen administratieve decreten dient can. 1517[574|+3308 +3309] onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden in acht genomen te worden; hij die bezwaar maakt, heeft altijd het recht om een procurator of een advocaat in te zetten met vermijding van nutteloze vertragingen; ja zelfs dient ambtshalve een patroon te worden aangesteld, als hij die bezwaar maakt, een patroon mist en het hogere gezag hem noodzakelijk oordeelt; het hogere gezag kan echter altijd bevelen dat hij die bezwaar maakt, zelf verschijnt om ondervraagd te worden.
Bij bezwaren tegen administratieve decreten dient can. 1517[574|+3308 +3309] onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden in acht genomen te worden; hij die bezwaar maakt, heeft altijd het recht om een procurator of een advocaat in te zetten met vermijding van nutteloze vertragingen; ja zelfs dient ambtshalve een patroon te worden aangesteld, als hij die bezwaar maakt, een patroon mist en het hogere gezag hem noodzakelijk oordeelt; het hogere gezag kan echter altijd bevelen dat hij die bezwaar maakt, zelf verschijnt om ondervraagd te worden.
Referenties naar alinea 1003: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1004
Can. 1004
Het hogere gezag, dat op het bezwaar ziet, kan het decreet niet alleen bekrachtigen of nietig verklaren, maar ook vernietigen en herroepen, evenwel niet herzien, tenzij door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris ook deze macht aan het hogere gezag wordt toegekend.
Het hogere gezag, dat op het bezwaar ziet, kan het decreet niet alleen bekrachtigen of nietig verklaren, maar ook vernietigen en herroepen, evenwel niet herzien, tenzij door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris ook deze macht aan het hogere gezag wordt toegekend.
Referenties naar alinea 1004: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1005
Can. 1005
Ook al is het decreet door het hogere gezag bekrachtigd, nietig verklaard, vernietigd, herroepen of herzien, is voor het herstel van de schaden, als het wellicht verschuldigd is, diegene aansprakelijk, die het eerste decreet heeft uitgevaardigd; het hogere gezag evenwel is in zoverre alleen aansprakelijk, voor zover op grond van zijn decreet schaden zijn ontstaan.
Ook al is het decreet door het hogere gezag bekrachtigd, nietig verklaard, vernietigd, herroepen of herzien, is voor het herstel van de schaden, als het wellicht verschuldigd is, diegene aansprakelijk, die het eerste decreet heeft uitgevaardigd; het hogere gezag evenwel is in zoverre alleen aansprakelijk, voor zover op grond van zijn decreet schaden zijn ontstaan.
Referenties naar alinea 1005: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1006
Can. 1006
Het bezwaar tegen een administratief decreet van de Patriarch, ook al gaat het om een decreet, dat de eparchie van de Patriarch betreft, of om een decreet, waardoor de Patriarch over het bezwaar beslist, wordt bij een bijzondere groep van Bisschoppen gemaakt, die volgens de norm van het particulier recht moet worden ingesteld, tenzij het vraagpunt aan de Apostolische Stoel wordt voorgelegd; tegen de beslissing van deze groep is geen verder bezwaar mogelijk met behoud van beroep bij de Paus zelf.
Het bezwaar tegen een administratief decreet van de Patriarch, ook al gaat het om een decreet, dat de eparchie van de Patriarch betreft, of om een decreet, waardoor de Patriarch over het bezwaar beslist, wordt bij een bijzondere groep van Bisschoppen gemaakt, die volgens de norm van het particulier recht moet worden ingesteld, tenzij het vraagpunt aan de Apostolische Stoel wordt voorgelegd; tegen de beslissing van deze groep is geen verder bezwaar mogelijk met behoud van beroep bij de Paus zelf.
Referenties naar alinea 1006: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XXIII - Over de wereldse goederen van de Kerk (cann. 1007-1054)
1007
Can. 1007
Bij het behartigen van het geestelijk welzijn van de mensen heeft de Kerk wereldse goederen nodig en gebruikt ze, voor zover haar eigen zending dit eist; daarom komt haar het grondrecht toe om die wereldse goederen te verwerven, te bezitten, te beheren en te vervreemden, die voor de doelen die haar eigen zijn, vooral voor de goddelijke eredienst, voor de werken van apostolaat en caritas en voor het passend onderhoud van de bedienaren, noodzakelijk zijn.
Bij het behartigen van het geestelijk welzijn van de mensen heeft de Kerk wereldse goederen nodig en gebruikt ze, voor zover haar eigen zending dit eist; daarom komt haar het grondrecht toe om die wereldse goederen te verwerven, te bezitten, te beheren en te vervreemden, die voor de doelen die haar eigen zijn, vooral voor de goddelijke eredienst, voor de werken van apostolaat en caritas en voor het passend onderhoud van de bedienaren, noodzakelijk zijn.
Referenties naar alinea 1007: 1
De identiteit van de katholieke school voor een cultuur van dialoog ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1008
Can. 1008
§ 1. De Paus is van alle wereldse goederen van de Kerk de hoogste beheerder en rentmeester.
§ 1. De Paus is van alle wereldse goederen van de Kerk de hoogste beheerder en rentmeester.
Referenties naar alinea 1008: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De zeggenschap over de wereldse goederen van de Kerk komt onder het hoogste gezag van de Paus aan die rechtspersoon toe, die de goederen wettig heeft verworven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1009
Can. 1009
§ 1. Een subject in staat om wereldse goederen te verwerven, te bezitten, te beheren en te vervreemden volgens de norm van het canoniek recht is welke rechtspersoon dan ook.
§ 1. Een subject in staat om wereldse goederen te verwerven, te bezitten, te beheren en te vervreemden volgens de norm van het canoniek recht is welke rechtspersoon dan ook.
Referenties naar alinea 1009: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Alle wereldse goederen, die aan rechtspersonen toebehoren, zijn kerkelijke goederen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk I - Over het verwerven van wereldse goederen (cann. 1010-1021)
1010
Can. 1010
De rechtspersonen kunnen wereldse goederen verwerven op alle rechtmatige wijzen, waarop het anderen geoorloofd is.
De rechtspersonen kunnen wereldse goederen verwerven op alle rechtmatige wijzen, waarop het anderen geoorloofd is.
Referenties naar alinea 1010: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1011
Can. 1011
Het bevoegd gezag heeft het recht om van de Christengelovigen te verlangen, wat voor de doelen die de Kerk eigen zijn noodzakelijk is.
Het bevoegd gezag heeft het recht om van de Christengelovigen te verlangen, wat voor de doelen die de Kerk eigen zijn noodzakelijk is.
Referenties naar alinea 1011: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1012
340
340
Can. 1012
§ 1. De Eparch heeft het recht om, voor zover dit noodzakelijk is voor het welzijn van de eparchie, met de instemming van de raad voor economische zaken de aan hem onderworpen rechtspersonen aan de inkomsten van iedere persoon afzonderlijk evenredige belastingen op te leggen; geen enkele belasting evenwel kan worden opgelegd over bij gelegenheid van de viering van de Goddelijke Liturgie ontvangen giften.
§ 1. De Eparch heeft het recht om, voor zover dit noodzakelijk is voor het welzijn van de eparchie, met de instemming van de raad voor economische zaken de aan hem onderworpen rechtspersonen aan de inkomsten van iedere persoon afzonderlijk evenredige belastingen op te leggen; geen enkele belasting evenwel kan worden opgelegd over bij gelegenheid van de viering van de Goddelijke Liturgie ontvangen giften.
Referenties naar alinea 1012: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document340
§ 2. Aan natuurlijke personen kunnen belastingen worden opgelegd alleen maar volgens de norm van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1013
716
878
716
878
Can. 1013
§ 1. De Eparch is bevoegd binnen de grenzen door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris bepaald, de kosten voor de verschillende handelingen van bestuursmacht en de giften bij gelegenheid van de viering van de Goddelijke Liturgie, de sacramenten, de sacramentaliën of welke andere liturgische vieringen dan ook vast te stellen, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld.
§ 1. De Eparch is bevoegd binnen de grenzen door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris bepaald, de kosten voor de verschillende handelingen van bestuursmacht en de giften bij gelegenheid van de viering van de Goddelijke Liturgie, de sacramenten, de sacramentaliën of welke andere liturgische vieringen dan ook vast te stellen, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld.
Referenties naar alinea 1013: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document716
878
§ 2. De Patriarchen en Eparchen van diverse Kerken sui iuris, die in hetzelfde territorium hun macht uitoefenen, dienen ervoor te zorgen, dat na gezamenlijk overleg dezelfde norm voor de kosten en de giften wordt bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1014
Can. 1014
De Eparch kan voorschrijven, dat in alle kerkgebouwen, die gewoonlijk voor de Christengelovigen openstaan, giften worden ingezameld voor vastgestelde initiatieven van de Kerk.
De Eparch kan voorschrijven, dat in alle kerkgebouwen, die gewoonlijk voor de Christengelovigen openstaan, giften worden ingezameld voor vastgestelde initiatieven van de Kerk.
Referenties naar alinea 1014: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1015
Can. 1015
Het is natuurlijke of rechtspersonen niet geoorloofd aalmoezen in te zamelen tenzij met het verlof van het gezag, waaraan zij onderworpen zijn, en met de schriftelijk gegeven instemming van de Hiërarch van de plaats, waar de aalmoezen worden ingezameld.
Het is natuurlijke of rechtspersonen niet geoorloofd aalmoezen in te zamelen tenzij met het verlof van het gezag, waaraan zij onderworpen zijn, en met de schriftelijk gegeven instemming van de Hiërarch van de plaats, waar de aalmoezen worden ingezameld.
Referenties naar alinea 1015: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1016
Can. 1016
§ 1. Tot een bepaald doel gedane giften kunnen alleen tot hetzelfde doel worden bestemd.
§ 1. Tot een bepaald doel gedane giften kunnen alleen tot hetzelfde doel worden bestemd.
Referenties naar alinea 1016: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tenzij het tegendeel vaststaat, worden aan de leidinggevenden of beheerders van welke rechtspersoon dan ook gedane giften verondersteld als aan de rechtspersoon zelf gegeven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Deze giften kunnen niet afgewezen worden tenzij om een rechtmatige reden en bij zaken van groter belang met het verlof van de Hiërarch; het verlof van dezelfde Hiërarch wordt vereist, opdat giften worden aanvaard, die met een gewone last of voorwaarde worden bezwaard onverminderd can. 1042[574|+2291].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1017
Can. 1017
Verjaring volgens de norm van de cann. 1540 - 1542[574|+3357 -3366] aanvaardt de Kerk ook voor wereldse goederen.
Verjaring volgens de norm van de cann. 1540 - 1542[574|+3357 -3366] aanvaardt de Kerk ook voor wereldse goederen.
Referenties naar alinea 1017: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1018
Can. 1018
Gewijde zaken, die namelijk door wijding of inzegening voor de goddelijke eredienst bestemd zijn, kunnen, als ze in eigendom van private personen zijn, door verjaring worden verworven door private personen, maar het is niet geoorloofd ze voor profane gebruiken aan te wenden, tenzij ze de wijding of inzegening hebben verloren; als zij evenwel aan een kerkelijke rechtspersoon toebehoren, kunnen ze alleen door een andere kerkelijke rechtspersoon worden verworven.
Gewijde zaken, die namelijk door wijding of inzegening voor de goddelijke eredienst bestemd zijn, kunnen, als ze in eigendom van private personen zijn, door verjaring worden verworven door private personen, maar het is niet geoorloofd ze voor profane gebruiken aan te wenden, tenzij ze de wijding of inzegening hebben verloren; als zij evenwel aan een kerkelijke rechtspersoon toebehoren, kunnen ze alleen door een andere kerkelijke rechtspersoon worden verworven.
Referenties naar alinea 1018: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1019
Can. 1019
Onroerende zaken, kostbare roerende zaken, die namelijk van groot belang zijn wegens kunst of historie of materiaal, de rechten en vorderingen hetzij persoonlijke hetzij zakelijke, die aan de Apostolische Stoel toebehoren, verjaren door een periode van honderd jaar; die aan enige Kerk sui iuris of eparchie toebehoren, door een periode van vijftig jaar, die evenwel aan een andere rechtspersoon toebehoren, door een periode van dertig jaar.
Onroerende zaken, kostbare roerende zaken, die namelijk van groot belang zijn wegens kunst of historie of materiaal, de rechten en vorderingen hetzij persoonlijke hetzij zakelijke, die aan de Apostolische Stoel toebehoren, verjaren door een periode van honderd jaar; die aan enige Kerk sui iuris of eparchie toebehoren, door een periode van vijftig jaar, die evenwel aan een andere rechtspersoon toebehoren, door een periode van dertig jaar.
Referenties naar alinea 1019: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1020
Can. 1020
§ 1. Elk gezag is aan de zwaarwegende plicht gehouden ervoor te zorgen, dat de voor de Kerk verworven wereldse goederen worden ingeschreven op naam van de rechtspersoon, waaraan ze toebehoren, met inachtneming van alle voorschriften van het burgerlijk recht, die de rechten van de Kerk veiligstellen.
§ 1. Elk gezag is aan de zwaarwegende plicht gehouden ervoor te zorgen, dat de voor de Kerk verworven wereldse goederen worden ingeschreven op naam van de rechtspersoon, waaraan ze toebehoren, met inachtneming van alle voorschriften van het burgerlijk recht, die de rechten van de Kerk veiligstellen.
Referenties naar alinea 1020: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als evenwel door het burgerlijk recht niet wordt toegestaan, dat wereldse goederen op naam van de rechtspersoon worden ingeschreven, dient elk gezag ervoor te zorgen, dat, na deskundigen in het burgerlijk recht en de bevoegde raad te hebben gehoord, de rechten van de Kerk onder aanwending van wijzen die naar het burgerlijk recht geldig zijn, ongeschonden blijven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Deze voorschriften dienen ook in acht genomen te worden met betrekking tot de wereldse goederen die een rechtspersoon wettig bezit, waarvan de verwerving nog niet door documenten is bevestigd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Het rechtstreeks hogere gezag is gehouden op de naleving van deze voorschriften aan te dringen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1021
1047 §2
1047 §2
Can. 1021
§ 1. In de afzonderlijke eparchieën dient volgens de norm van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris een bijzonder instituut te zijn, dat de goederen of de giften moet inzamelen tot dit doel, dat in een passend en eveneens fundamenteel gelijk onderhoud van alle clerici, die ten behoeve van de eparchie het dienstwerk verrichten, passend wordt voorzien, tenzij anders voor hen is gezorgd.
§ 1. In de afzonderlijke eparchieën dient volgens de norm van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris een bijzonder instituut te zijn, dat de goederen of de giften moet inzamelen tot dit doel, dat in een passend en eveneens fundamenteel gelijk onderhoud van alle clerici, die ten behoeve van de eparchie het dienstwerk verrichten, passend wordt voorzien, tenzij anders voor hen is gezorgd.
Referenties naar alinea 1021: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document390 §2
§ 2. Waar het pensioen en de sociale zekerheid en eveneens de geneeskundige hulp ten behoeve van de clerici nog niet passend geregeld zijn, dient door het particulier recht van iedere Kerk sui iuris afzonderlijk erin voorzien te worden, dat instituten worden opgericht, die dit onder het toezicht van de plaatselijk Hiërarch veiligstellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. In de afzonderlijke eparchieën dient, voor zover het nodig is, op de door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris vastgestelde wijze een gemeenschappelijk vermogen te worden ingesteld, waarmee de Eparchen de verplichtingen jegens andere personen die de Kerk ten dienste staan, kunnen nakomen en aan de verschillende behoeften van de eparchie tegemoet kunnen komen en waarmee ook de rijkere eparchieën de armere kunnen helpen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over het beheren van kerkelijke goederen (cann. 1022-1033)
1022
97
97
Can. 1022
§ 1. Het is de taak van de Eparch toe te zien op het beheer van alle kerkelijke goederen die binnen de grenzen van de eparchie zijn en niet aan zijn bestuursmacht onttrokken zijn, met behoud van de wettige titels, die aan hem sterkere rechten toekennen.
§ 1. Het is de taak van de Eparch toe te zien op het beheer van alle kerkelijke goederen die binnen de grenzen van de eparchie zijn en niet aan zijn bestuursmacht onttrokken zijn, met behoud van de wettige titels, die aan hem sterkere rechten toekennen.
Referenties naar alinea 1022: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Rekening gehouden met de rechten, de wettige gewoonten en de omstandigheden, dienen de Hiërarchen door het uitgeven van passende instructies binnen de grenzen van het gemene recht en het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris, ervoor te zorgen, dat het gehele beheer van kerkelijke goederen passend wordt geregeld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1023
Can. 1023
Het beheer van kerkelijke goederen van een rechtspersoon komt degene toe, die deze rechtstreeks bestuurt, tenzij anders door het recht wordt geregeld.
Het beheer van kerkelijke goederen van een rechtspersoon komt degene toe, die deze rechtstreeks bestuurt, tenzij anders door het recht wordt geregeld.
Referenties naar alinea 1023: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1024
Can. 1024
§ 1. De handelingen, die de grenzen en wijze van het gewone beheer overschrijden, kan de beheerder van kerkelijke goederen niet geldig stellen tenzij met de schriftelijk gegeven instemming van het bevoegd gezag.
§ 1. De handelingen, die de grenzen en wijze van het gewone beheer overschrijden, kan de beheerder van kerkelijke goederen niet geldig stellen tenzij met de schriftelijk gegeven instemming van het bevoegd gezag.
Referenties naar alinea 1024: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In de statuten dienen de handelingen te worden vastgesteld, die de grenzen en wijze van het gewone beheer overschrijden; als evenwel hieromtrent de statuten zwijgen, komt het het gezag toe, waaraan de rechtspersoon rechtstreeks onderworpen is, om na raadpleging van de bevoegde raad dergelijke handelingen vast te stellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Tenzij wanneer en voor zover het in zijn voordeel is uitgevallen, is een rechtspersoon niet gehouden aansprakelijk te zijn voor door de beheerders ongeldig gestelde handelingen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1025
Can. 1025
Voordat een beheerder van kerkelijke goederen zijn ambt begint, moet hij:
Voordat een beheerder van kerkelijke goederen zijn ambt begint, moet hij:
Referenties naar alinea 1025: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° ten overstaan van de Hiërarch of diens gedelegeerde de belofte doen, dat hij het eigen ambt getrouw zal vervullen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° een door de Hiërarch getoetste zorgvuldige inventaris van de aan zijn beheer toevertrouwde kerkelijke goederen ondertekenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1026
Can. 1026
Het ene afschrift van de inventaris van kerkelijke goederen dient bewaard te worden in het archief van de rechtspersoon, waaraan ze toebehoren, het andere in het archief van de eparchiale curie; in beide afschriften dient iedere mogelijke wijziging aangetekend te worden, die het vaste vermogen van die rechtspersoon mogelijk ondergaat.
Het ene afschrift van de inventaris van kerkelijke goederen dient bewaard te worden in het archief van de rechtspersoon, waaraan ze toebehoren, het andere in het archief van de eparchiale curie; in beide afschriften dient iedere mogelijke wijziging aangetekend te worden, die het vaste vermogen van die rechtspersoon mogelijk ondergaat.
Referenties naar alinea 1026: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1027
Can. 1027
De gezagsdragers moeten ervoor zorgen, dat de beheerders van kerkelijke goederen passende waarborgen stellen naar het burgerlijk recht geldig, opdat niet de Kerk enige schade lijdt, wanneer dezelfde beheerders sterven of hun ambt verliezen.
De gezagsdragers moeten ervoor zorgen, dat de beheerders van kerkelijke goederen passende waarborgen stellen naar het burgerlijk recht geldig, opdat niet de Kerk enige schade lijdt, wanneer dezelfde beheerders sterven of hun ambt verliezen.
Referenties naar alinea 1027: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1028
Can. 1028
§ 1. Elke beheerder van kerkelijke goederen is gehouden met de zorgvuldigheid van een goed huisvader zijn ambt te vervullen.
§ 1. Elke beheerder van kerkelijke goederen is gehouden met de zorgvuldigheid van een goed huisvader zijn ambt te vervullen.
Referenties naar alinea 1028: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Hij moet daarom in het bijzonder:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° erop toezien, dat aan zijn zorg toevertrouwde kerkelijke goederen hoe dan ook niet verloren gaan en niet enige schade lijden, door tot dit doel, voor zover het nodig is, aangegane verzekeringscontracten;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de normen van het canoniek en burgerlijk recht in acht nemen en eveneens datgene, wat door een stichter of schenker dan wel door het bevoegd gezag is opgelegd, en vooral zich ervoor hoeden, dat door niet-naleving van het burgerlijk recht schade voor de Kerk ontstaat;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de inkomsten van de goederen en de opbrengsten zorgvuldig en op de rechtmatige tijd innen en nadat ze geïnd zijn, veilig bewaren en overeenkomstig de geest van de stichter dan wel de wettige normen besteden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° ervoor zorgen, dat de wegens of een lening of een hypotheek te betalen rente op de bepaalde tijd wordt betaald en dat de hoofdsom van de schuld passend wordt afgelost;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° het geld, dat na de kosten wellicht overblijft en nuttig kan worden belegd, met de instemming van de Hiërarch tot doelen van de Kerk of de rechtspersoon beleggen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 6° de boeken van inkomsten en uitgaven goed ingericht hebben;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 7° aan het einde van ieder jaar afzonderlijk de rekening van het beheer opstellen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 8° de documenten, waarop de rechten van de rechtspersoon op kerkelijke goederen steunen, ordenen en in het archief bewaren, authentieke afschriften ervan evenwel, waar het passend kan gebeuren, in het archief van de eparchiale curie deponeren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Dat door de beheerders van kerkelijke goederen jaarlijks een begroting van inkomsten en uitgaven wordt opgesteld, wordt dringend aanbevolen; het particulier recht echter kan deze voorschrijven en nader de wijze vaststellen, waarop zij moet worden aangeboden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1029
Can. 1029
De beheerder van kerkelijke goederen mag uit de roerende goederen, die niet tot het vaste vermogen behoren, geen schenkingen behalve bescheiden, overeenkomstig de wettige gewoonte, doen tenzij om een rechtmatige reden van vroomheid dan wel caritas.
De beheerder van kerkelijke goederen mag uit de roerende goederen, die niet tot het vaste vermogen behoren, geen schenkingen behalve bescheiden, overeenkomstig de wettige gewoonte, doen tenzij om een rechtmatige reden van vroomheid dan wel caritas.
Referenties naar alinea 1029: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1030
Can. 1030
De beheerder van kerkelijke goederen:
De beheerder van kerkelijke goederen:
Referenties naar alinea 1030: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° dient bij de aanbesteding van werken ook het burgerlijk recht met betrekking tot de arbeid en het sociaal leven nauwkeurig in acht te nemen overeenkomstig de door de Kerk overgedragen beginselen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° dient aan hen, die op grond van een overeenkomst werk verrichten, een rechtmatige vergoeding toe te kennen zo, dat zij passend in hun eigen behoeften en in die van de hunnen kunnen voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1031
1051 §1
1051 §1
Can. 1031
§ 1. Met verwerping van een strijdige gewoonte moet de beheerder van kerkelijke goederen ieder jaar verantwoording over het beheer aan de eigen Hiërarch afleggen.
§ 1. Met verwerping van een strijdige gewoonte moet de beheerder van kerkelijke goederen ieder jaar verantwoording over het beheer aan de eigen Hiërarch afleggen.
Referenties naar alinea 1031: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1051 §1
§ 2. Over wereldse goederen, die aan de Kerk worden aangeboden, dient de beheerder van kerkelijke goederen in het openbaar verantwoording af te leggen overeenkomstig de door het particulier recht bepaalde wijze, tenzij de plaatselijk Hiërarch om een zwaarwegende reden anders heeft bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1032
Can. 1032
De beheerder van kerkelijke goederen mag een proces in naam van de rechtspersoon niet beginnen en niet inleiden in het burgerlijk bereik tenzij met het verlof van de eigen Hiërarch.
De beheerder van kerkelijke goederen mag een proces in naam van de rechtspersoon niet beginnen en niet inleiden in het burgerlijk bereik tenzij met het verlof van de eigen Hiërarch.
Referenties naar alinea 1032: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1033
Can. 1033
De beheerder van kerkelijke goederen, die zijn ambt of taak naar eigen goeddunken heeft neergelegd, is tot herstel gehouden, als door het naar eigen goeddunken neerleggen schade voor de Kerk ontstaat.
De beheerder van kerkelijke goederen, die zijn ambt of taak naar eigen goeddunken heeft neergelegd, is tot herstel gehouden, als door het naar eigen goeddunken neerleggen schade voor de Kerk ontstaat.
Referenties naar alinea 1033: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk III - Over de contracten, vooral over de vervreemdingen (1034-1042)
1034
887 §1
887 §1
Can. 1034
Wat het burgerlijk recht van het territorium, waar een contract wordt aangegaan, bepaalt voor de contracten zowel in het algemeen als in het bijzonder, en voor ontbindingen ervan, hetzelfde dient door het canoniek recht in een zaak, die aan de macht van de Kerk onderworpen is, met dezelfde gevolgen in acht genomen te worden.
Wat het burgerlijk recht van het territorium, waar een contract wordt aangegaan, bepaalt voor de contracten zowel in het algemeen als in het bijzonder, en voor ontbindingen ervan, hetzelfde dient door het canoniek recht in een zaak, die aan de macht van de Kerk onderworpen is, met dezelfde gevolgen in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 1034: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1035
887 §1
1042
887 §1
1042
Can. 1035
§ 1. Voor het vervreemden van kerkelijke goederen, die op grond van wettige toewijzing het vaste vermogen van een rechtspersoon vormen, wordt vereist:
§ 1. Voor het vervreemden van kerkelijke goederen, die op grond van wettige toewijzing het vaste vermogen van een rechtspersoon vormen, wordt vereist:
- 1° een rechtmatige reden zoals een dringende noodzaak, duidelijk nut, vroomheid, caritas of pastorale overweging;
- 2° een door deskundigen schriftelijk gemaakte schatting van de te vervreemden zaak;
- 3° in de door het recht voorgeschreven gevallen de schriftelijk gegeven instemming van het bevoegd gezag, zonder welke de vervreemding ongeldig is.
Referenties naar alinea 1035: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
1042
§ 2. Ook andere door het bevoegd gezag voorgeschreven waarborgen dienen in acht genomen te worden, zodat schade voor de Kerk wordt vermeden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1036
887 §1
1041
1042
887 §1
1041
1042
Can. 1036
§ 1. Als de waarde van kerkelijke goederen, waarvan de vervreemding wordt voorgesteld, zich bevindt binnen de minimale som en de maximale som, die door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of door de Apostolische Stoel is bepaald, wordt de instemming vereist:
§ 1. Als de waarde van kerkelijke goederen, waarvan de vervreemding wordt voorgesteld, zich bevindt binnen de minimale som en de maximale som, die door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of door de Apostolische Stoel is bepaald, wordt de instemming vereist:
Referenties naar alinea 1036: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
1037 1°
1041
1042
- 1° van de raad voor economische zaken en van het college van eparchiale consultoren, als het gaat om goederen van een eparchie;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
1041
1042
- 2° van de Eparch, die in casu de instemming van de raad voor economische zaken en van het college van eparchiale consultoren behoeft, als het gaat om goederen van een aan dezelfde Eparch onderworpen rechtspersoon;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
1041
1042
- 3° van het in het typicon of de statuten vastgesteld gezag, als het gaat om goederen van een niet aan de Eparch onderworpen rechtspersoon.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
1036 §3
1041
1042
§ 2. In de patriarchale Kerken wordt, als de waarde van de goederen de door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bepaalde maximale som overstijgt, maar niet tweemaal, de instemming vereist:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
1036 §3
1041
1042
- 1° van de Patriarch gegeven met de instemming van de permanente Synode, als het gaat om goederen van een binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk gelegen eparchie, tenzij het particulier recht van dezelfde Kerk anders bepaalt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
1036 §3
1041
1042
- 2° van de Eparch en eveneens van de Patriarch gegeven met de instemming van de permanente Synode, als het gaat om goederen van een rechtspersoon onderworpen aan de Eparch, die binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn macht uitoefent;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
1036 §3
1041
1042
- 3° van de Patriarch gegeven met de instemming van de permanente Synode, als het gaat om goederen van een niet aan de Eparch onderworpen rechtspersoon, ofschoon van pauselijk recht, die binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk gelegen zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
1041
1042
§ 3. In de patriarchale Kerken dient, als de waarde van de goederen de door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bepaalde maximale som tweemaal overstijgt en, als het om kostbare of ex voto aan de Kerk geschonken zaken gaat, § 2[574|+2276 -2279] in acht genomen te worden, maar behoeft de Patriarch de instemming van dezelfde Synode.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
1041
1042
§ 4. In de overige gevallen wordt de instemming van de Apostolische Stoel vereist, als de waarde van de goederen de door de Apostolische Stoel zelf bepaalde of goedgekeurde som overstijgt en, als het om kostbare of ex voto aan de Kerk geschonken zaken gaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1037
887 §1
888 §2
1041
1042
887 §1
888 §2
1041
1042
Can. 1037
Om wereldse goederen van een patriarchale Kerk of eparchie van de Patriarch te vervreemden, behoeft de Patriarch:
Om wereldse goederen van een patriarchale Kerk of eparchie van de Patriarch te vervreemden, behoeft de Patriarch:
Referenties naar alinea 1037: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
888 §2
1041
1042
- 1° het advies van de permanente Synode, als de waarde van de goederen zich bevindt binnen de minimale som en de maximale som, die door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk is bepaald en als het om de goederen van een patriarchale Kerk gaat; als het evenwel alleen om de goederen van de eparchie van de Patriarch gaat, moet can. 1036, § 1, n. 1[574|+2273] in acht genomen worden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
888 §2
1041
1042
- 2° de instemming van de permanente Synode, als de waarde van de goederen de door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk bepaalde maximale som overstijgt, maar niet tweemaal;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
888 §2
1041
1042
- 3° de instemming van de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk, als de waarde van de goederen dezelfde som tweemaal overstijgt en als het om kostbare of ex voto aan de Kerk geschonken zaken gaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1038
887 §1
1042
887 §1
1042
Can. 1038
§ 1. Degenen, van wie het advies, de instemming of de bevestiging om kerkelijke goederen te vervreemden door het recht wordt vereist, mogen het advies, de instemming of de bevestiging niet geven, voordat zij precies ingelicht zijn over de economische staat van de rechtspersoon, waarvan de wereldse goederen ter vervreemding worden voorgesteld, en over reeds voltrokken vervreemdingen.
§ 1. Degenen, van wie het advies, de instemming of de bevestiging om kerkelijke goederen te vervreemden door het recht wordt vereist, mogen het advies, de instemming of de bevestiging niet geven, voordat zij precies ingelicht zijn over de economische staat van de rechtspersoon, waarvan de wereldse goederen ter vervreemding worden voorgesteld, en over reeds voltrokken vervreemdingen.
Referenties naar alinea 1038: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document887 §1
1042
§ 2. Het advies, de instemming dan wel de bevestiging worden voor niet gegeven gehouden, tenzij bij het daarom verzoeken de reeds voltrokken vervreemdingen worden aangegeven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1039
887 §1
1042
887 §1
1042
Can. 1039
Voor welke vervreemding dan ook wordt de instemming van degenen vereist, in wier belang het is.
Voor welke vervreemding dan ook wordt de instemming van degenen vereist, in wier belang het is.
Referenties naar alinea 1039: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1040
887 §1
1042
887 §1
1042
Can. 1040
Als kerkelijke goederen in strijd met de voorschriften van het canoniek recht vervreemd zijn, maar de vervreemding naar burgerlijk recht geldig is, dient het hogere gezag van diegene, die een zodanige vervreemding heeft voltrokken, te besluiten alles rijp afgewogen, of en wat voor eis, door wie dan en tegen wie dan moet worden voorgelegd om de rechten van de Kerk op te eisen.
Als kerkelijke goederen in strijd met de voorschriften van het canoniek recht vervreemd zijn, maar de vervreemding naar burgerlijk recht geldig is, dient het hogere gezag van diegene, die een zodanige vervreemding heeft voltrokken, te besluiten alles rijp afgewogen, of en wat voor eis, door wie dan en tegen wie dan moet worden voorgelegd om de rechten van de Kerk op te eisen.
Referenties naar alinea 1040: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1041
887 §1
1042
887 §1
1042
Can. 1041
Tenzij een zaak van zeer gering belang is, moeten kerkelijke goederen niet aan de eigen beheerders en hun verwanten tot aan de vierde graad van bloedverwantschap dan wel aanverwantschap worden verkocht dan wel verhuurd zonder het bijzondere verlof van het gezag, als bedoeld in de cann. 1036[574|+2272 -2281] en 1037[574|+2282 -2285].
Tenzij een zaak van zeer gering belang is, moeten kerkelijke goederen niet aan de eigen beheerders en hun verwanten tot aan de vierde graad van bloedverwantschap dan wel aanverwantschap worden verkocht dan wel verhuurd zonder het bijzondere verlof van het gezag, als bedoeld in de cann. 1036[574|+2272 -2281] en 1037[574|+2282 -2285].
Referenties naar alinea 1041: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1042
1016 §3
1016 §3
Can. 1042
De cann. 1035 - 1041[574|+2270 -2290] moeten in acht genomen worden niet alleen bij vervreemding, maar ook bij iedere mogelijke zaak, waardoor de vermogenspositie van een rechtspersoon slechter kan worden.
De cann. 1035 - 1041[574|+2270 -2290] moeten in acht genomen worden niet alleen bij vervreemding, maar ook bij iedere mogelijke zaak, waardoor de vermogenspositie van een rechtspersoon slechter kan worden.
Referenties naar alinea 1042: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk IV - Over de vrome wilsbeschikkingen en over de vrome stichtingen (1043-1054)
1043
Can. 1043
§ 1. Wie op grond van het natuurrecht of het canoniek recht vrijelijk over zijn goederen kan beslissen, kan ook goederen voor vrome zaken nalaten hetzij door middel van een beschikking onder levenden hetzij door middel van een beschikking bij overlijden.
§ 1. Wie op grond van het natuurrecht of het canoniek recht vrijelijk over zijn goederen kan beslissen, kan ook goederen voor vrome zaken nalaten hetzij door middel van een beschikking onder levenden hetzij door middel van een beschikking bij overlijden.
Referenties naar alinea 1043: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij laatste wilsbeschikkingen ten gunste van de Kerk dienen, als het mogelijk is, de voorschriften van het burgerlijk recht in acht genomen te worden; als ze niet in acht genomen zijn, dienen de erfgenamen opmerkzaam gemaakt te worden op de plicht, waaraan ze gehouden zijn, om de wil van de erflater te vervullen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1044
1051 §1
1051 §1
Can. 1044
De wilsbeschikkingen van de Christengelovigen die hun goederen voor vrome zaken schenken of nalaten hetzij door middel van een beschikking onder levenden hetzij door middel van een beschikking bij overlijden, die wettig zijn aanvaard, dienen zeer zorgvuldig te worden vervuld ook met betrekking tot de wijze van beheer en besteding van de goederen onverminderd can. 1045[574|+2296 -2298].
De wilsbeschikkingen van de Christengelovigen die hun goederen voor vrome zaken schenken of nalaten hetzij door middel van een beschikking onder levenden hetzij door middel van een beschikking bij overlijden, die wettig zijn aanvaard, dienen zeer zorgvuldig te worden vervuld ook met betrekking tot de wijze van beheer en besteding van de goederen onverminderd can. 1045[574|+2296 -2298].
Referenties naar alinea 1044: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1045
1044
1051 §1
1044
1051 §1
Can. 1045
§ 1. De Hiërarch is van alle vrome wilsbeschikkingen zowel bij overlijden als onder levenden de uitvoerder.
§ 1. De Hiërarch is van alle vrome wilsbeschikkingen zowel bij overlijden als onder levenden de uitvoerder.
Referenties naar alinea 1045: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1044
1046 §2
1051 §1
§ 2. Op grond van dit recht kan en moet de Hiërarch ook door middel van visitatie erop toezien, dat de vrome wilsbeschikkingen worden vervuld, en aan hem moeten de overige uitvoerders na voltooiing van hun taak verantwoording afleggen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1044
1051 §1
§ 3. Met dit recht van de Hiërarch strijdige clausules, die aan de laatste wilsbeschikkingen zijn bijgevoegd, worden voor niet toegevoegd gehouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1046
1046 §3
1051 §1
1046 §3
1051 §1
Can. 1046
§ 1. Wie goederen voor vrome zaken hetzij door middel van een beschikking onder levenden hetzij door middel van een beschikking bij overlijden fiduciair heeft ontvangen, moet de eigen Hiërarch in kennis stellen van zijn fiduciair beheer en bij hem alle zodanige goederen met de ermee verbonden lasten melden; als evenwel de schenker dit uitdrukkelijk en geheel en al verboden heeft, mag hij het fiduciair beheer niet aanvaarden.
§ 1. Wie goederen voor vrome zaken hetzij door middel van een beschikking onder levenden hetzij door middel van een beschikking bij overlijden fiduciair heeft ontvangen, moet de eigen Hiërarch in kennis stellen van zijn fiduciair beheer en bij hem alle zodanige goederen met de ermee verbonden lasten melden; als evenwel de schenker dit uitdrukkelijk en geheel en al verboden heeft, mag hij het fiduciair beheer niet aanvaarden.
Referenties naar alinea 1046: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1046 §3
1051 §1
§ 2. De Hiërarch moet eisen, dat de fiduciaire goederen veilig worden belegd, en volgens de norm van can. 1045, § 2[574|+2297] erop toezien, dat de vrome wilsbeschikking wordt geëffectueerd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1051 §1
§ 3. Als het gaat om aan enig lid van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven toevertrouwde fiduciaire goederen, die bestemd zijn voor kerkgebouwen van een plaats of eparchie, voor Christengelovigen, die aldaar een woonplaats hebben, dan wel voor het ondersteunen van vrome zaken, is de Hiërarch, als bedoeld in de §§ 1 en 2[574|+2299 +2300], de plaatselijk Hiërarch.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1047
Can. 1047
§ 1. De vrome stichtingen zijn in rechte:
§ 1. De vrome stichtingen zijn in rechte:
Referenties naar alinea 1047: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1047 §1 2°
- 1° de zelfstandige vrome stichtingen, namelijk gehelen van zaken voor de werken van vroomheid, apostolaat dan wel geestelijke of wereldse caritas bestemd en door het bevoegd gezag als rechtspersoon opgericht;
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de niet-zelfstandige vrome stichtingen, namelijk wereldse goederen hoe dan ook aan enige rechtspersoon gegeven met de last om voor een langdurige tijd, door het particulier recht vast te stellen, uit de jaarlijkse inkomsten de doelen, als bedoeld in n. 1[574|+2303], na te streven.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wereldse goederen van een niet-zelfstandige stichting moeten, als ze aan een aan de Eparch onderworpen rechtspersoon zijn toevertrouwd, na het verstrijken van de vastgestelde tijd voor het instituut, als bedoeld in can. 1021, § 1[574|+2234] worden bestemd, tenzij de uitdrukkelijk geuite wil van de stichter een andere was; anders vervallen ze aan die rechtspersoon.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1048
Can. 1048
§ 1. De zelfstandige vrome stichtingen kunnen alleen door de Eparch of een ander hoger gezag worden opgericht.
§ 1. De zelfstandige vrome stichtingen kunnen alleen door de Eparch of een ander hoger gezag worden opgericht.
Referenties naar alinea 1048: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Opdat een niet-zelfstandige vrome stichting door een rechtspersoon geldig kan worden aanvaard, wordt de schriftelijk gegeven instemming van de eigen Hiërarch vereist; de Hiërarch evenwel mag de instemming niet geven, voordat hij wettig heeft bevonden, dat de rechtspersoon aan de nieuwe op zich te nemen last en aan de reeds op zich genomen lasten kan voldoen; dezelfde Hiërarch dient ook ervoor te zorgen, dat de inkomsten geheel en al beantwoorden aan de ermee verbonden lasten overeenkomstig het gebruik van de eigen Kerk sui iuris.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het is de taak van het particulier recht overige voorwaarden vast te stellen, zonder welke de vrome stichtingen niet kunnen worden opgericht of aanvaard.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1049
Can. 1049
De Hiërarch, die een vrome stichting heeft opgericht of de instemming om een vrome stichting te aanvaarden heeft gegeven, dient terstond een veilige plaats aan te wijzen, waarin het geld en de roerende goederen, onder de naam van schenking toegewezen, moeten worden gedeponeerd tot dit doel, dat dit geld of de waarde van de roerende goederen worden bewaakt en zo spoedig mogelijk behoedzaam en nuttig naar het wijs oordeel van dezelfde Hiërarch na raadpleging zowel van degenen, in wier belang het is, als ook van de bevoegde raad, worden belegd ten gunste van dezelfde stichting met de uitdrukkelijk vastgestelde vermelding van de last.
De Hiërarch, die een vrome stichting heeft opgericht of de instemming om een vrome stichting te aanvaarden heeft gegeven, dient terstond een veilige plaats aan te wijzen, waarin het geld en de roerende goederen, onder de naam van schenking toegewezen, moeten worden gedeponeerd tot dit doel, dat dit geld of de waarde van de roerende goederen worden bewaakt en zo spoedig mogelijk behoedzaam en nuttig naar het wijs oordeel van dezelfde Hiërarch na raadpleging zowel van degenen, in wier belang het is, als ook van de bevoegde raad, worden belegd ten gunste van dezelfde stichting met de uitdrukkelijk vastgestelde vermelding van de last.
Referenties naar alinea 1049: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1050
Can. 1050
Het ene afschrift van het document van de stichting dient in het archief van de eparchiale curie, het andere in het archief van de rechtspersoon te worden bewaard.
Het ene afschrift van het document van de stichting dient in het archief van de eparchiale curie, het andere in het archief van de rechtspersoon te worden bewaard.
Referenties naar alinea 1050: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1051
Can. 1051
§ 1. Met inachtneming van de cann. cann. 1044 - 1046[574|+2295 -2301] en 1031[574|+2264 +2265] dient een lijst van de op grond van de vrome stichtingen drukkende lasten te worden opgemaakt, die op een toegankelijke plaats moet worden getoond, opdat de te vervullen verplichtingen niet in vergetelheid geraken.
§ 1. Met inachtneming van de cann. cann. 1044 - 1046[574|+2295 -2301] en 1031[574|+2264 +2265] dient een lijst van de op grond van de vrome stichtingen drukkende lasten te worden opgemaakt, die op een toegankelijke plaats moet worden getoond, opdat de te vervullen verplichtingen niet in vergetelheid geraken.
Referenties naar alinea 1051: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Er dient een boek te zijn en bij de pastoor of de rector van het kerkgebouw te worden bewaard, waarin de afzonderlijke lasten en de vervulling ervan en de aalmoezen moeten worden aangetekend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1052
1053
1054 §2
1053
1054 §2
Can. 1052
§ 1: De vermindering van de lasten van het vieren van de Goddelijke Liturgie wordt voorbehouden aan de Eparch en aan de hogere Overste van religieuze instituten of van kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven als die klerikaal zijn.
Geldig tot 15 februari 2022: § 1. Reductio onerum Divinam Liturgiam celebrandi reservatur Sedi Apostolicae.
§ 1: De vermindering van de lasten van het vieren van de Goddelijke Liturgie wordt voorbehouden aan de Eparch en aan de hogere Overste van religieuze instituten of van kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven als die klerikaal zijn.
Geldig tot 15 februari 2022: § 1. Reductio onerum Divinam Liturgiam celebrandi reservatur Sedi Apostolicae.
Referenties naar alinea 1052: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Competentias quasdam decernere[8527|8] d.d. 11-02-2022 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 15-02-2022.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1053
1054 §2
Deze tekst is NIET meer geldig vanaf 15 februari 2022:
§ 2. Si in documento fundationis de re expresse cavetur, Hierarcha ob imminutos reditus onera Divinam Liturgiam celebrandi reducere potest.
§ 2. Si in documento fundationis de re expresse cavetur, Hierarcha ob imminutos reditus onera Divinam Liturgiam celebrandi reducere potest.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Competentias quasdam decernere[8527|8] d.d. 11-02-2022 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 15-02-2022.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1052 §5
1052 §6
1053
1054 §2
§ 2. De Eparch komt de macht toe om wegens een afname van de inkomsten, zolang de reden voortduurt, naar rato van de in de eparchie wettig geldende giften het aantal vieringen van de Goddelijke Liturgie te verminderen, mits er niemand is, die verplicht is en nuttig gedwongen kan worden om een toename van de giften te verwezenlijken.
Geldig tot 15 februari 2022: § 3. Episcopo eparchiali competit potestas reducendi ob deminutionem redituum, dum causa perdurat, ad rationem oblationum in eparchia legitime vigentium numerum celebrationum Divinae Liturgiae, dummodo nemo sit, qui obligatione tenetur et utiliter cogi potest ad oblationum augmentum faciendum.
Geldig tot 15 februari 2022: § 3. Episcopo eparchiali competit potestas reducendi ob deminutionem redituum, dum causa perdurat, ad rationem oblationum in eparchia legitime vigentium numerum celebrationum Divinae Liturgiae, dummodo nemo sit, qui obligatione tenetur et utiliter cogi potest ad oblationum augmentum faciendum.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Competentias quasdam decernere[8527|8] d.d. 11-02-2022 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 15-02-2022.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1052 §5
1052 §6
1053
1054 §2
§ 3. De Eparch komt ook de macht toe om de lasten van het vieren van de Goddelijke Liturgie, die op kerkelijke instituten rusten, te verminderen als de inkomsten om datgene te bereiken, wat daaruit ten tijde van de aanvaarding van de lasten verkregen kon worden, ontoereikend zijn geworden.
Geldig tot 15 februari 2022: § 4. Episcopo eparchiali etiam competit potestas reducendi onera Divinam Liturgiam celebrandi, quae instituta ecclesiastica gravant, si reditus ad ea, quae ex eisdem tempore acceptationis onerum obtineri potuerunt, consequenda insufficientes evaserunt.
Geldig tot 15 februari 2022: § 4. Episcopo eparchiali etiam competit potestas reducendi onera Divinam Liturgiam celebrandi, quae instituta ecclesiastica gravant, si reditus ad ea, quae ex eisdem tempore acceptationis onerum obtineri potuerunt, consequenda insufficientes evaserunt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Competentias quasdam decernere[8527|8] d.d. 11-02-2022 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 15-02-2022.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1053
1054 §2
§ 4. De machten, als bedoeld in de §§ 2 en 3[574|+2315 +2316], hebben ook de generaal Oversten van religieuze instituten of kloostergelijke genootschappen van gemeenschappelijk leven als die klerikaal zijn.
Geldig tot 15 februari 2022: § 5. Potestates, de quibus in §§ 3 et 4[574|+2315 +2316], habent etiam Superiores generales institutorum religiosorum vel societatum vitae communis ad instar religiosorum clericalium iuris pontificii vel patriarchalis.
Geldig tot 15 februari 2022: § 5. Potestates, de quibus in §§ 3 et 4[574|+2315 +2316], habent etiam Superiores generales institutorum religiosorum vel societatum vitae communis ad instar religiosorum clericalium iuris pontificii vel patriarchalis.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Competentias quasdam decernere[8527|8] d.d. 11-02-2022 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 15-02-2022.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1053
1054 §2
§ 5. De machten, als bedoeld in de §§ 2 en 3[574|+2315 +2316], kan de Eparch alleen maar delegeren aan de Bisschop-coadiutor, de Hulpbisschop, de Protosyncellus of de Syncelli, iedere subdelegatie uitgesloten.
Geldig tot 15 februari 2022: § 6. Potestates, de quibus in §§ 3 et 4[574|+2315 +2316], Episcopus eparchialis delegare potest tantummodo Episcopo coadiutori, Episcopo auxiliari, Protosyncello vel Syncellis omni subdelegatione exclusa.
Geldig tot 15 februari 2022: § 6. Potestates, de quibus in §§ 3 et 4[574|+2315 +2316], Episcopus eparchialis delegare potest tantummodo Episcopo coadiutori, Episcopo auxiliari, Protosyncello vel Syncellis omni subdelegatione exclusa.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Wijziging conform Motu Proprio Competentias quasdam decernere[8527|8] d.d. 11-02-2022 van Paus Franciscus en van kracht vanaf 15-02-2022.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1053
Can. 1053
Dezelfde gezagsdragers, als bedoeld in can. 1052[574|+2313 -2318], komt bovendien de macht toe om de lasten van het vieren van de Goddelijke Liturgie om een rechtmatige reden te verplaatsen naar dagen of instituten verschillend van die welke bij de stichting zijn bepaald.
Dezelfde gezagsdragers, als bedoeld in can. 1052[574|+2313 -2318], komt bovendien de macht toe om de lasten van het vieren van de Goddelijke Liturgie om een rechtmatige reden te verplaatsen naar dagen of instituten verschillend van die welke bij de stichting zijn bepaald.
Referenties naar alinea 1053: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1054
Can. 1054
§ 1. De vermindering, beperking, verandering van de wilsbeschikkingen van de Christengelovigen die hun goederen voor vrome zaken schenken of nalaten, kunnen door de Hiërarch enkel om een rechtmatige en noodzakelijke reden worden gedaan, na degenen gehoord te hebben, in wier belang het is, en van de competente raad en met inachtneming, zo goed als mogelijk is, van de wil van de stichter.
§ 1. De vermindering, beperking, verandering van de wilsbeschikkingen van de Christengelovigen die hun goederen voor vrome zaken schenken of nalaten, kunnen door de Hiërarch enkel om een rechtmatige en noodzakelijke reden worden gedaan, na degenen gehoord te hebben, in wier belang het is, en van de competente raad en met inachtneming, zo goed als mogelijk is, van de wil van de stichter.
Referenties naar alinea 1054: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document????
§ 2. Si exsecutio onerum impositorum ob imminutos reditus aliave de causa nulla administratorum culpa impossibilis evasit, Hierarcha consultis eis, quorum interest, et consilio competenti atque servata quam optime fundatoris voluntate potest eadem onera aeque imminuere firmo can. 1052[574|+2313 -2318].
§ 2. Si exsecutio onerum impositorum ob imminutos reditus aliave de causa nulla administratorum culpa impossibilis evasit, Hierarcha consultis eis, quorum interest, et consilio competenti atque servata quam optime fundatoris voluntate potest eadem onera aeque imminuere firmo can. 1052[574|+2313 -2318].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. In alle overige gevallen dient dienaangaande de Apostolische Stoel of de Patriarch, die met de instemming van de permanente Synode handelt, te worden benaderd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XXIV - Over de rechtsgedingen in het algemeen (cann. 1055-1184)
1055
Can. 1055
§ 1. Object van een rechtsgeding zijn:
§ 1. Object van een rechtsgeding zijn:
Referenties naar alinea 1055: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° te vorderen dan wel op te eisen rechten van natuurlijke of rechtspersonen of te verklaren rechtsfeiten;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° delicten, voor zover het betreft het opleggen van een straf.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij geschillen evenwel, die zijn ontstaan uit een handeling van de uitvoerende bestuursmacht is alleen maar het hogere gezag bevoegd volgens de norm van de cann. 996 - 1006[574|+2190 -2208].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1056
Can. 1056
In zaken, die aan enig Dicasterie van de Apostolische Stoel worden voorbehouden, behoren de rechtbanken de door hetzelfde Dicasterie uitgegeven normen te volgen.
In zaken, die aan enig Dicasterie van de Apostolische Stoel worden voorbehouden, behoren de rechtbanken de door hetzelfde Dicasterie uitgegeven normen te volgen.
Referenties naar alinea 1056: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1057
Can. 1057
In zaken over de dienaren Gods, opdat ze onder de Heiligen worden gerekend, dienen de door de Paus bepaalde bijzondere normen in acht genomen te worden.
In zaken over de dienaren Gods, opdat ze onder de Heiligen worden gerekend, dienen de door de Paus bepaalde bijzondere normen in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 1057: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk I - Over het bevoegd bereik (cann. 1058-1085)
1058
Can. 1058
De Paus wordt door niemand berecht.
De Paus wordt door niemand berecht.
Referenties naar alinea 1058: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1059
Can. 1059
§ 1. Wegens het primaatschap van de Paus komt het iedere mogelijke Christengelovige onverkort toe om zijn zaak in welke stand en instantie dan ook van het rechtsgeding ter behandeling aan de Paus zelf voor te leggen, die voor de gehele katholieke wereld de hoogste rechter is en die of zelf persoonlijk rechtspreekt of door middel van de rechtbanken van de Apostolische Stoel of door tussenkomst van door hem gedelegeerde rechters.
§ 1. Wegens het primaatschap van de Paus komt het iedere mogelijke Christengelovige onverkort toe om zijn zaak in welke stand en instantie dan ook van het rechtsgeding ter behandeling aan de Paus zelf voor te leggen, die voor de gehele katholieke wereld de hoogste rechter is en die of zelf persoonlijk rechtspreekt of door middel van de rechtbanken van de Apostolische Stoel of door tussenkomst van door hem gedelegeerde rechters.
Referenties naar alinea 1059: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Dit beroep echter bij de Paus ingesteld schort niet, uitgezonderd het geval van appel, de uitoefening van de macht op bij de rechter, die reeds begonnen is de zaak te behandelen en die daarom het rechtsgeding kan voortzetten tot aan de definitieve sententie, tenzij vaststaat, dat de Paus de zaak aan zich getrokken heeft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1060
1072
1072
Can. 1060
§ 1. Alleen de Paus heeft het recht om te berechten:
§ 1. Alleen de Paus heeft het recht om te berechten:
Referenties naar alinea 1060: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1072
- 1° de Patriarchen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1072
- 2° de Bisschoppen in strafzaken;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1072
- 3° degenen, die het hoogste ambt van de staat bekleden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1072
- 4° andere zaken, die hijzelf aan zijn berechting getrokken heeft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1072
§ 2. Uitgezonderd de Bisschoppen die binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk hun macht uitoefenen, worden de overige Bisschoppen in contentieuze zaken door de door de Paus aangewezen rechtbank berecht met behoud van can. 1066, § 2[574|+2360].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1072
§ 3. Een rechter kan op een beschikking of document door de Paus in forma specifica bekrachtigd niet zien, tenzij een opdracht van deze is voorafgegaan.
Referenties naar deze alinea: 1
Rescriptum ex audientia Ss.mi - inzake bevestiging speciale bevoegdheden rond delicta graviora ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1061
1072
1072
Can. 1061
Ten overstaan van de rechtbanken van de Apostolische Stoel moeten de personen worden gedaagd, die geen hoger gezag beneden de Paus hebben, hetzij zij natuurlijke personen zijn, die niet in de orde van het episcopaat zijn aangesteld hetzij zij rechtspersonen zijn met behoud van can. 1063, § 4, nn. 3 en 4[574|+2353 +2354].
Ten overstaan van de rechtbanken van de Apostolische Stoel moeten de personen worden gedaagd, die geen hoger gezag beneden de Paus hebben, hetzij zij natuurlijke personen zijn, die niet in de orde van het episcopaat zijn aangesteld hetzij zij rechtspersonen zijn met behoud van can. 1063, § 4, nn. 3 en 4[574|+2353 +2354].
Referenties naar alinea 1061: 1
Rescriptum ex audientia Ss.mi - inzake bevestiging speciale bevoegdheden rond delicta graviora ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1062
110
110
Can. 1062
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk is, met behoud van de bevoegdheid van de Apostolische Stoel, de hogere rechtbank binnen de grenzen van het territorium van dezelfde Kerk.
§ 1. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk is, met behoud van de bevoegdheid van de Apostolische Stoel, de hogere rechtbank binnen de grenzen van het territorium van dezelfde Kerk.
Referenties naar alinea 1062: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1107 §1
§ 2. De Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk moet door middel van geheime stemmen voor vijf jaar uit haar midden een generaal Moderator van de rechtsbedeling kiezen en eveneens twee Bisschoppen, die met hem als voorzitter de rechtbank vormen; als evenwel één van deze drie Bisschoppen in een zaak betrokken is of niet aanwezig kan zijn, dient de Patriarch met de instemming van de permanente Synode in zijn plaats een andere Bisschop te stellen; eveneens in geval van wraking dient de Patriarch met de instemming van de permanente Synode te bezien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1066 §2
1072
§ 3. Deze rechtbank is bevoegd contentieuze zaken hetzij van eparchieën hetzij van Bisschoppen, ook van titulair Bisschoppen, te berechten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Het appel in deze zaken vindt plaats bij de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk met uitsluiting van verder appel met behoud van can. 1059[574|+2332 +2333].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1107 §1
§ 5. De generaal Moderator van de rechtsbedeling heeft het recht om op alle rechtbanken gelegen binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk toe te zien en eveneens het recht om een beslissing te nemen bij wraking van enige rechter van een gewone rechtbank van een patriarchale Kerk.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1063
Can. 1063
§ 1. De Patriarch moet een gewone rechtbank van de patriarchale Kerk oprichten, van de rechtbank van de eparchie van de Patriarch onderscheiden.
§ 1. De Patriarch moet een gewone rechtbank van de patriarchale Kerk oprichten, van de rechtbank van de eparchie van de Patriarch onderscheiden.
Referenties naar alinea 1063: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deze rechtbank dient een eigen voorzitter, rechters, promotor van de gerechtigheid, verdedigers van de band en andere noodzakelijke beambten te hebben, die door de Patriarch met de instemming van de permanente Synode zijn benoemd; de voorzitter, de rechters, de promotor van de gerechtigheid en eveneens de verdedigers van de band kunnen niet worden verwijderd tenzij door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk, de terugtreding evenwel uit het ambt kan alleen de Patriarch aanvaarden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Deze rechtbank is de rechtbank van appel in de tweede en in de latere instanties van het rechtsgeding met de hulp van rechters, die elkaar om beurten opvolgen, voor in lagere rechtbanken reeds besliste zaken; deze rechtbank komen ook de rechten van een metropolitane rechtbank toe op die plaatsen van het territorium van de patriarchale Kerk, waar geen provincies zijn opgericht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1072
§ 4. Deze rechtbank komt het toe om met de hulp van rechters, die elkaar om beurten opvolgen, in de eerste en in de latere instanties van het rechtsgeding de zaken te berechten:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1072
- 1° van de Exarchen en gedelegeerden van de Patriarch, die geen Bisschop zijn;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1072
- 2° van de natuurlijke of rechtspersonen rechtstreeks aan de Patriarch onderworpen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1061
1072
- 3° van de instituten van gewijd leven van pauselijk recht;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1061
1072
- 4° van de Overste van een instituut van gewijd leven van pauselijk recht, die in hetzelfde instituut geen Overste voorzien van rechterlijke macht heeft;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1072
- 5° die op grond van een voorschrift van het particulier recht aan dezelfde rechtbank voorbehouden zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1064
Can. 1064
§ 1. De metropolitane rechtbank, die niet van de rechtbank van de eparchie van de Metropoliet onderscheiden is, is de rechtbank van appel tegen sententies van de eparchiale rechtbanken.
§ 1. De metropolitane rechtbank, die niet van de rechtbank van de eparchie van de Metropoliet onderscheiden is, is de rechtbank van appel tegen sententies van de eparchiale rechtbanken.
Referenties naar alinea 1064: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tegen zaken die in de eerste instantie van het rechtsgeding behandeld zijn ten overstaan van de Metropoliet of een andere Eparch, die geen hoger gezag beneden de Paus heeft, moet het appel plaatsvinden bij de rechtbank door hemzelf op duurzame wijze met de goedkeuring van de Apostolische Stoel aangewezen onverminderd de cann. 139[574|+268] en 175[574|+355].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1065
Can. 1065
De rechtbank van derde instantie is de Apostolische Stoel, tenzij anders door het gemene recht uitdrukkelijk wordt geregeld.
De rechtbank van derde instantie is de Apostolische Stoel, tenzij anders door het gemene recht uitdrukkelijk wordt geregeld.
Referenties naar alinea 1065: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1066
Can. 1066
§ 1. In iedere eparchie afzonderlijk en voor alle door het recht uitdrukkelijk niet uitgezonderde zaken is de rechter in de eerste instantie van het rechtsgeding de Eparch.
§ 1. In iedere eparchie afzonderlijk en voor alle door het recht uitdrukkelijk niet uitgezonderde zaken is de rechter in de eerste instantie van het rechtsgeding de Eparch.
Referenties naar alinea 1066: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1060 §2
§ 2. Als het evenwel gaat om de rechten dan wel de wereldse goederen van een door de Eparch vertegenwoordigde rechtspersoon, berecht in de eerste instantie van het rechtsgeding de rechtbank van appel onverminderd can. 1062, § 3[574|+2344].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1067
Can. 1067
§ 1. Een rechtbank van eerste instantie kan voor meerdere eparchieën van dezelfde Kerk sui iuris worden opgericht door de Patriarch met de instemming van de Eparchen, in wier belang het is, als het om binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk gelegen eparchieën gaat; in de overige gevallen door de Eparchen zelf, die daarmee hebben ingestemd onder goedkeuring van de Apostolische Stoel.
§ 1. Een rechtbank van eerste instantie kan voor meerdere eparchieën van dezelfde Kerk sui iuris worden opgericht door de Patriarch met de instemming van de Eparchen, in wier belang het is, als het om binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk gelegen eparchieën gaat; in de overige gevallen door de Eparchen zelf, die daarmee hebben ingestemd onder goedkeuring van de Apostolische Stoel.
Referenties naar alinea 1067: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deze rechtbank moet worden opgericht, als de afzonderlijke Eparchen om wat voor reden dan ook geen eigen rechtbank kunnen oprichten; binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk dient, als het geval zich voordoet, deze rechtbank door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk te worden opgericht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. In de eparchieën, waarvoor een zodanige rechtbank is opgericht, kan een collegiale eparchiale rechtbank niet geldig worden opgericht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1067 §5
§ 4. De groep van Eparchen, die met een zodanige rechtbank hebben ingestemd, of de daardoor gekozen Eparch komen de machten toe, die een Eparch met betrekking tot zijn rechtbank heeft; als evenwel deze rechtbank door de Synode van Bisschoppen van de patriarchale Kerk of door de Apostolische Stoel is opgericht, moeten de door de Synode zelf of de Apostolische Stoel bepaalde normen in acht genomen worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 5. Het appel tegen deze rechtbank vindt plaats binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk bij de gewone rechtbank van de patriarchale Kerk; in de overige gevallen evenwel bij de rechtbank op duurzame wijze door de groep van Bisschoppen, als bedoeld in § 4[574|+2364], met de goedkeuring van de Apostolische Stoel of door de Apostolische Stoel zelf aangewezen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1068
Can. 1068
§ 1. De Eparchen van diverse Kerken sui iuris, die in hetzelfde territorium hun macht uitoefenen, kunnen onderling overeenkomen om een gemeenschappelijke rechtbank in te stellen, die hetzij contentieuze zaken hetzij strafzaken van aan enige van dezelfde Eparchen ondergeschikte Christengelovigen moet behandelen.
§ 1. De Eparchen van diverse Kerken sui iuris, die in hetzelfde territorium hun macht uitoefenen, kunnen onderling overeenkomen om een gemeenschappelijke rechtbank in te stellen, die hetzij contentieuze zaken hetzij strafzaken van aan enige van dezelfde Eparchen ondergeschikte Christengelovigen moet behandelen.
Referenties naar alinea 1068: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als geschikte rechters en andere beambten van de rechtbanken ontbreken, dienen de Eparchen ervoor te zorgen, dat een gemeenschappelijke rechtbank wordt ingesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Eparchen, die met een gemeenschappelijke rechtbank hebben ingestemd, moeten één van henzelf aanwijzen, aan wie met betrekking tot deze rechtbank de machten toekomen, die een Eparch met betrekking tot zijn rechtbank heeft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Tegen de sententies van de gemeenschappelijke rechtbank van eerste instantie vindt het appel plaats bij de rechtbank op duurzame wijze door de Apostolische Stoel aangewezen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1069
1340 §3
1340 §3
Can. 1069
§ 1. De geschillen tussen natuurlijke of rechtspersonen van hetzelfde instituut van gewijd leven, de seculiere instituten uitgezonderd, waarin de Oversten van bestuursmacht zijn voorzien, moeten worden beslist bij de rechter of de rechtbank, die in het typicon of de statuten van het instituut is vastgesteld.
§ 1. De geschillen tussen natuurlijke of rechtspersonen van hetzelfde instituut van gewijd leven, de seculiere instituten uitgezonderd, waarin de Oversten van bestuursmacht zijn voorzien, moeten worden beslist bij de rechter of de rechtbank, die in het typicon of de statuten van het instituut is vastgesteld.
Referenties naar alinea 1069: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als een geschil, de seculiere instituten uitgezonderd, ontstaat tussen natuurlijke of rechtspersonen van diverse instituten van gewijd leven dan wel ook van hetzelfde instituut van eparchiaal recht of van een ander, waarin de Oversten niet van bestuursmacht zijn voorzien, dan wel tussen een lid of een rechtspersoon van een instituut van gewijd leven en welke andere natuurlijke of rechtspersoon dan ook, berecht in de eerste instantie van het rechtsgeding de eparchiale rechtbank.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1070
Can. 1070
Het gezag dat welke rechtbank dan ook opricht, dient ervoor te zorgen, dat de rechtbank eigen door hetzelfde gezag goedgekeurde statuten heeft, waarin de wijze van benoeming, de tijd van de taak, de vergoeding van de rechters en de andere beambten en eveneens de andere door het recht vereiste zaken moeten worden vastgesteld.
Het gezag dat welke rechtbank dan ook opricht, dient ervoor te zorgen, dat de rechtbank eigen door hetzelfde gezag goedgekeurde statuten heeft, waarin de wijze van benoeming, de tijd van de taak, de vergoeding van de rechters en de andere beambten en eveneens de andere door het recht vereiste zaken moeten worden vastgesteld.
Referenties naar alinea 1070: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1071
1239 §3
1349 §1
1239 §3
1349 §1
Can. 1071
Iedere mogelijke rechtbank heeft het recht om een andere rechtbank van welke Kerk dan ook te hulp te roepen, om enige processuele handelingen te verrichten met uitzondering echter van die handelingen die beslissingen van de rechters omvatten.
Iedere mogelijke rechtbank heeft het recht om een andere rechtbank van welke Kerk dan ook te hulp te roepen, om enige processuele handelingen te verrichten met uitzondering echter van die handelingen die beslissingen van de rechters omvatten.
Referenties naar alinea 1071: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1072
Can. 1072
In de zaken, als bedoeld in de cann. 1060[574|+2334 -2340], 1061[574|+2341], 1062, § 3[574|+2344] en 1063, § 4[574|+2350] is de onbevoegdheid van de lagere rechters absoluut; eveneens absoluut is de onbevoegdheid van de rechter, als de bevoegdheid, om reden van de instantie van het rechtsgeding bepaald, niet in acht genomen wordt.
In de zaken, als bedoeld in de cann. 1060[574|+2334 -2340], 1061[574|+2341], 1062, § 3[574|+2344] en 1063, § 4[574|+2350] is de onbevoegdheid van de lagere rechters absoluut; eveneens absoluut is de onbevoegdheid van de rechter, als de bevoegdheid, om reden van de instantie van het rechtsgeding bepaald, niet in acht genomen wordt.
Referenties naar alinea 1072: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1073
Can. 1073
§ 1. Niemand kan in de eerste instantie van het rechtsgeding worden gedaagd tenzij ten overstaan van de rechter, die bevoegd is wegens één van de titels, die door het gemene recht worden vastgesteld.
§ 1. Niemand kan in de eerste instantie van het rechtsgeding worden gedaagd tenzij ten overstaan van de rechter, die bevoegd is wegens één van de titels, die door het gemene recht worden vastgesteld.
Referenties naar alinea 1073: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De onbevoegdheid van de rechter, die geen enkele van deze titels steunt, wordt relatief genoemd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt geregeld, volgt de eiser het bereik van de gedaagde partij; als evenwel de gedaagde partij een veelvoudig bereik heeft, wordt de keuze van het bereik aan de eiser verleend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1074
Can. 1074
Wie dan ook kan worden gedaagd ten overstaan van de rechtbank van de woonplaats of quasi-woonplaats.
Wie dan ook kan worden gedaagd ten overstaan van de rechtbank van de woonplaats of quasi-woonplaats.
Referenties naar alinea 1074: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1075
Can. 1075
§ 1. Een zwerver heeft het bereik in de plaats, waar hij feitelijk verblijft.
§ 1. Een zwerver heeft het bereik in de plaats, waar hij feitelijk verblijft.
Referenties naar alinea 1075: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1079 2°
§ 2. Hij, van wie noch de woonplaats dan wel quasi-woonplaats noch de plaats van verblijf bekend zijn, kan worden gedaagd in het bereik van de eiser, mits een ander wettig bereik niet voorhanden is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1076
Can. 1076
Om reden van het zich bevinden van een zaak kan een partij worden gedaagd ten overstaan van de rechtbank van de plaats, waar de betwiste zaak zich bevindt, zo vaak als de eis op de zaak is gericht dan wel het over ontvreemding gaat.
Om reden van het zich bevinden van een zaak kan een partij worden gedaagd ten overstaan van de rechtbank van de plaats, waar de betwiste zaak zich bevindt, zo vaak als de eis op de zaak is gericht dan wel het over ontvreemding gaat.
Referenties naar alinea 1076: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1077
Can. 1077
§ 1. Om reden van een contract kan een partij worden gedaagd ten overstaan van de rechtbank van de plaats, waar het contract is aangegaan of vervuld moet worden, tenzij de partijen eendrachtig een andere rechtbank hebben gekozen.
§ 1. Om reden van een contract kan een partij worden gedaagd ten overstaan van de rechtbank van de plaats, waar het contract is aangegaan of vervuld moet worden, tenzij de partijen eendrachtig een andere rechtbank hebben gekozen.
Referenties naar alinea 1077: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de zaak gaat over verplichtingen, die uit een andere titel voortkomen, kan een partij worden gedaagd ten overstaan van de rechtbank van de plaats, waar de verplichting is ontstaan of moet worden vervuld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1078
Can. 1078
In strafzaken kan de aangeklaagde, ofschoon afwezig, worden gedaagd ten overstaan van de rechtbank van de plaats, waar het delict is gepleegd.
In strafzaken kan de aangeklaagde, ofschoon afwezig, worden gedaagd ten overstaan van de rechtbank van de plaats, waar het delict is gepleegd.
Referenties naar alinea 1078: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1079
Can. 1079
Een partij kan worden gedaagd:
Een partij kan worden gedaagd:
Referenties naar alinea 1079: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° in de zaken, die over het beheer gaan, ten overstaan van de rechtbank van de plaats, waar het beheer is gevoerd;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° in de zaken, die erfenissen of vrome legaten betreffen, ten overstaan van de rechtbank van de laatste woonplaats of quasi-woonplaats of van het verblijf onverminderd can. 1075, § 2[574|+2380] van diegene, over wiens erfenis of vroom legaat het gaat, tenzij het gaat om de loutere uitvoering van het legaat, die bezien moet worden overeenkomstig de gewone normen van de bevoegdheid.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1080
Can. 1080
Als geen enkele van de bovengenoemde titels de rechter steunt en de zaak toch bij hem wordt ingeleid, verkrijgt hijzelf de bevoegdheid, als de partijen en het gezag, waaraan de rechtbank rechtstreeks onderworpen is, instemmen.
Als geen enkele van de bovengenoemde titels de rechter steunt en de zaak toch bij hem wordt ingeleid, verkrijgt hijzelf de bevoegdheid, als de partijen en het gezag, waaraan de rechtbank rechtstreeks onderworpen is, instemmen.
Referenties naar alinea 1080: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1081
Can. 1081
Om reden van verband moeten door één en dezelfde rechtbank en in dezelfde procesgang de onderling verbonden zaken worden behandeld, tenzij een voorschrift van het recht in de weg staat.
Om reden van verband moeten door één en dezelfde rechtbank en in dezelfde procesgang de onderling verbonden zaken worden behandeld, tenzij een voorschrift van het recht in de weg staat.
Referenties naar alinea 1081: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1082
Can. 1082
Om reden van voorrang heeft, als twee of meerdere rechtbanken gelijk bevoegd zijn, die het recht om de zaak te behandelen, die eerder de gedaagde partij wettig heeft gedagvaard.
Om reden van voorrang heeft, als twee of meerdere rechtbanken gelijk bevoegd zijn, die het recht om de zaak te behandelen, die eerder de gedaagde partij wettig heeft gedagvaard.
Referenties naar alinea 1082: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1083
Can. 1083
§ 1. Op strijdigheden tussen rechters, wie toch van hen ten aanzien van enige aangelegenheid bevoegd is, moet worden beslist door de rechtbank van appel van die rechter, ten overstaan van wie de eis het eerst door middel van het inleidend verzoekschrift tot een proces is ingediend.
§ 1. Op strijdigheden tussen rechters, wie toch van hen ten aanzien van enige aangelegenheid bevoegd is, moet worden beslist door de rechtbank van appel van die rechter, ten overstaan van wie de eis het eerst door middel van het inleidend verzoekschrift tot een proces is ingediend.
Referenties naar alinea 1083: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als evenwel een van beide rechtbanken de rechtbank van appel van de andere is, moet op de strijdigheid worden beslist door de rechtbank van derde instantie ten opzichte van de rechtbank, waarin de eis het eerst is ingediend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Tegen de beslissingen in deze strijdigheden wordt niet gelegenheid gegeven tot appel.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1084
1304 1°
1304 1°
Can. 1084
§ 1. Aan een collegiale rechtbank van drie rechters worden voorbehouden:
§ 1. Aan een collegiale rechtbank van drie rechters worden voorbehouden:
Referenties naar alinea 1084: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1304 1°
- 1° de zaken over de band van de heilige wijding;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1304 1°
- 2° de zaken over de band van het huwelijk onverminderd de cann. 1372 - 1374[al:1372-1374];
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1304 1°
- 3° de strafzaken over delicten, die de straf van grote excommunicatie, ontneming van een ambt, terugzetting tot een lagere graad of ontzetting met zich meebrengen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1304 1°
- 4° de zaken vastgesteld door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1304 1°
§ 2. De overige zaken worden door de enkele rechter behandeld, tenzij de Eparch een bepaalde zaak aan een college van drie rechters voorbehoudt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document138
1304 1°
1085 §3
§ 3. In de eerste instantie van het rechtsgeding kan, als een college niet kan worden ingesteld, zolang een dergelijke onmogelijkheid voortduurt, de Patriarch na raadpleging van de permanente Synode toestaan, dat de Eparch de zaken aan de enkele rechter-clericus toevertrouwt, die, als het mogelijk is, een assessor en een auditor voor zich erbij moet halen; hetzelfde kan de Metropoliet, die aan het hoofd van een metropolitane Kerk sui iuris staat, toestaan of ook de Metropoliet van een patriarchale Kerk, die buiten de grenzen van het territorium van dezelfde Kerk is aangesteld, elk van beiden na raadpleging van de twee qua bisschoppelijke wijding oudste Eparchen; in de overige gevallen dient de Apostolische Stoel te worden benaderd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1085
Can. 1085
§ 1. Een collegiale rechtbank moet collegiaal voortgaan en bij meerderheid van stemmen beslissingen nemen, voor de geldigheid namelijk, als het gaat:
§ 1. Een collegiale rechtbank moet collegiaal voortgaan en bij meerderheid van stemmen beslissingen nemen, voor de geldigheid namelijk, als het gaat:
Referenties naar alinea 1085: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° om de afwijzing van een verzoek om een tegeneis of van een incidentele zaak;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° om de beslissing op het bezwaar tegen een decreet van de voorzitter;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° om een sententie, ofschoon interlocutoir, en eveneens om de decreten, die kracht van een definitieve sententie hebben.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De overige processuele handelingen dient de referent te verrichten, tenzij het college enige, niet echter voor de geldigheid, aan zich heeft voorbehouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als een zaak in de eerste instantie van het rechtsgeding collegiaal behandeld is, moet ze ook in de instantie van appel collegiaal en niet door een minder aantal rechters worden beslist; indien evenwel door de enkele rechter, moet ze ook in de instantie van appel door de enkele rechter worden beslist met uitzondering van het geval, als bedoeld in can. 1084, § 3[574|+2400].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de beambten van de rechtbanken (cann. 1086-1102)
- Art. I - Over de Gerechtsvicaris, over de rechters en over de auditoren (cann. 1086-1093)
1086
Can. 1086
§ 1. De Eparch is gehouden een van de Protosyncellus onderscheiden Gerechtsvicaris aan te stellen met gewone rechterlijke macht, tenzij de geringe omvang van de eparchie dan wel het geringe aantal zaken anders aanbeveelt.
§ 1. De Eparch is gehouden een van de Protosyncellus onderscheiden Gerechtsvicaris aan te stellen met gewone rechterlijke macht, tenzij de geringe omvang van de eparchie dan wel het geringe aantal zaken anders aanbeveelt.
Referenties naar alinea 1086: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Gerechtsvicaris vormt één rechtbank met de Eparch, maar hij kan geen zaken berechten, die de Eparch aan zich voorbehouden heeft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Gerechtsvicaris kunnen helpers worden gegeven, die de naam adjunct-Gerechtsvicarissen hebben.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Zowel de Gerechtsvicaris als de adjunct-Gerechtsvicarissen moeten priesters zijn van ongeschonden faam, in canoniek recht doctoren of tenminste licentiaten, door wijsheid en ijver voor gerechtigheid beproefd, niet jonger dan dertig jaar.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1087
Can. 1087
§ 1. In de eparchie dienen door de Eparch eparchiale rechters te worden benoemd, die clerici moeten zijn.
§ 1. In de eparchie dienen door de Eparch eparchiale rechters te worden benoemd, die clerici moeten zijn.
Referenties naar alinea 1087: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Patriarch na raadpleging van de permanente Synode of de Metropoliet, die aan het hoofd van een metropolitane Kerk sui iuris staat, na raadpleging van de twee qua bisschoppelijke wijding oudste Eparchen kan toestaan, dat ook andere Christengelovigen tot rechters worden benoemd, van wie, wanneer de noodzaak het aanbeveelt, één erbij genomen kan worden om een college te vormen; in de overige gevallen dient in deze de Apostolische Stoel te worden benaderd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De rechters dienen van ongeschonden faam te zijn, in canoniek recht doctoren of tenminste licentiaten, door wijsheid en ijver voor gerechtigheid beproefd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1088
Can. 1088
§ 1. De Gerechtsvicaris, een adjunct-Gerechtsvicaris en de overige rechters worden voor een vastgestelde tijd benoemd.
§ 1. De Gerechtsvicaris, een adjunct-Gerechtsvicaris en de overige rechters worden voor een vastgestelde tijd benoemd.
Referenties naar alinea 1088: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de vastgestelde tijd bij vacatie van de eparchiale zetel is verstreken, kunnen dezen niet worden verwijderd, maar blijven in het ambt, totdat de nieuwe Eparch ter zake erin zal hebben voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als de Gerechtsvicaris door de Administrator van de eparchie wordt benoemd, behoeft hij bij de komst van de nieuwe Eparch bevestiging.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1089
Can. 1089
De enkele rechter kan in ieder mogelijk rechtsgeding twee assessoren uit de Christengelovigen van een beproefd leven voor zich als adviseurs erbij halen.
De enkele rechter kan in ieder mogelijk rechtsgeding twee assessoren uit de Christengelovigen van een beproefd leven voor zich als adviseurs erbij halen.
Referenties naar alinea 1089: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1090
Can. 1090
§ 1. De twee rechters, die tezamen met de voorzitter de collegiale rechtbank vormen, dient de Gerechtsvicaris onder de eparchiale rechters op volgorde per toerbeurt aan te wijzen, tenzij de Eparch naar zijn inzicht anders passend heeft geacht.
§ 1. De twee rechters, die tezamen met de voorzitter de collegiale rechtbank vormen, dient de Gerechtsvicaris onder de eparchiale rechters op volgorde per toerbeurt aan te wijzen, tenzij de Eparch naar zijn inzicht anders passend heeft geacht.
Referenties naar alinea 1090: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De eenmaal aangewezen rechters dient de Gerechtsvicaris niet te vervangen tenzij om een zeer zwaarwegende reden die voor de geldigheid in een decreet moet worden uitgedrukt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1091
Can. 1091
§ 1. De Gerechtsvicaris of een adjunct-Gerechtsvicaris zit, als het mogelijk is, een collegiale rechtbank voor.
§ 1. De Gerechtsvicaris of een adjunct-Gerechtsvicaris zit, als het mogelijk is, een collegiale rechtbank voor.
Referenties naar alinea 1091: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De voorzitter van een collegiale rechtbank moet één van de rechters van dezelfde rechtbank als referent aanwijzen, tenzij hijzelf deze taak wil vervullen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Dezelfde voorzitter kan in de plaats van de referent een andere om een rechtmatige reden stellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De referent brengt in de bijeenkomst van de rechters verslag uit van de zaak en hij stelt de sententie schriftelijk op.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1092
Can. 1092
De enkele rechter komen de rechten van de rechtbank en van de voorzitter toe.
De enkele rechter komen de rechten van de rechtbank en van de voorzitter toe.
Referenties naar alinea 1092: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1093
Can. 1093
§ 1. De rechter of de voorzitter van een collegiale rechtbank kunnen een auditor aanwijzen om de instructie van de zaak te verrichten, hem uitkiezend hetzij uit de rechters van de rechtbank hetzij uit de door de Eparch tot dit ambt toegelaten Christengelovigen.
§ 1. De rechter of de voorzitter van een collegiale rechtbank kunnen een auditor aanwijzen om de instructie van de zaak te verrichten, hem uitkiezend hetzij uit de rechters van de rechtbank hetzij uit de door de Eparch tot dit ambt toegelaten Christengelovigen.
Referenties naar alinea 1093: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Eparch kan tot het ambt van auditor Christengelovigen toelaten, die in goede zeden, wijsheid en leer uitmunten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het is de taak van de auditor overeenkomstig de opdracht van de rechter alleen de bewijzen te verzamelen en deze, nadat ze verzameld zijn, aan de rechter over te dragen; hij kan echter, tenzij de opdracht van de rechter in de weg staat, in de tussentijd beslissen, welke en hoe de bewijzen verzameld moeten worden, als wellicht hieromtrent een vraagpunt ontstaat, terwijl hijzelf zijn ambt uitoefent.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over de promotor van de gerechtigheid, over de verdediger van de band en over de notaris (cann. 1094-1101)
1094
Can. 1094
Voor de contentieuze zaken, waarin het openbaar welzijn in het geding kan komen, en voor de strafzaken dient in een eparchie een promotor van de gerechtigheid te worden aangesteld, die verplicht is voor het openbaar welzijn te zorgen.
Voor de contentieuze zaken, waarin het openbaar welzijn in het geding kan komen, en voor de strafzaken dient in een eparchie een promotor van de gerechtigheid te worden aangesteld, die verplicht is voor het openbaar welzijn te zorgen.
Referenties naar alinea 1094: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1095
Can. 1095
§ 1. In de contentieuze zaken is de Eparch bevoegd te oordelen, of het openbaar welzijn in het geding kan komen of niet, tenzij de interventie van de promotor van de gerechtigheid door het recht wordt voorgeschreven of uit de aard van de zaak duidelijk noodzakelijk is.
§ 1. In de contentieuze zaken is de Eparch bevoegd te oordelen, of het openbaar welzijn in het geding kan komen of niet, tenzij de interventie van de promotor van de gerechtigheid door het recht wordt voorgeschreven of uit de aard van de zaak duidelijk noodzakelijk is.
Referenties naar alinea 1095: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als in de voorafgaande instantie van het rechtsgeding de promotor van de gerechtigheid geïntervenieerd heeft, wordt in de latere instantie de interventie van deze als noodzakelijk verondersteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1096
Can. 1096
Voor de zaken, waarin het gaat over de nietigheid van een heilige wijding dan wel over de nietigheid of ontbinding van een huwelijk, dient in een eparchie een verdediger van de band te worden aangesteld, die verplicht is alles voor te leggen en uiteen te zetten, wat redelijkerwijs tegen de nietigheid of ontbinding kan worden aangevoerd.
Voor de zaken, waarin het gaat over de nietigheid van een heilige wijding dan wel over de nietigheid of ontbinding van een huwelijk, dient in een eparchie een verdediger van de band te worden aangesteld, die verplicht is alles voor te leggen en uiteen te zetten, wat redelijkerwijs tegen de nietigheid of ontbinding kan worden aangevoerd.
Referenties naar alinea 1096: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1097
1382
1382
Can. 1097
In de zaken, waarin de aanwezigheid van de promotor van de gerechtigheid dan wel van de verdediger van de band wordt vereist, zijn, wanneer dezen niet gedagvaard zijn, de akten nietig, tenzij zijzelf, ofschoon niet gedagvaard, daadwerkelijk aanwezig zijn geweest dan wel tenminste vóór de sententie, na de akten te hebben ingezien, hun ambt hebben kunnen uitoefenen.
In de zaken, waarin de aanwezigheid van de promotor van de gerechtigheid dan wel van de verdediger van de band wordt vereist, zijn, wanneer dezen niet gedagvaard zijn, de akten nietig, tenzij zijzelf, ofschoon niet gedagvaard, daadwerkelijk aanwezig zijn geweest dan wel tenminste vóór de sententie, na de akten te hebben ingezien, hun ambt hebben kunnen uitoefenen.
Referenties naar alinea 1097: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1098
Can. 1098
Tenzij anders door het gemene recht uitdrukkelijk wordt geregeld:
Tenzij anders door het gemene recht uitdrukkelijk wordt geregeld:
Referenties naar alinea 1098: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° moeten, zo vaak als de wet voorschrijft, dat de rechter de partijen of een ervan hoort, ook de promotor van de gerechtigheid en de verdediger van de band, als ze bij het rechtsgeding aanwezig zijn, worden gehoord;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° heeft, zo vaak als een verzoek van een partij wordt vereist, opdat de rechter iets kan besluiten, een verzoek van de promotor van de gerechtigheid of de verdediger van de band, die bij het rechtsgeding aanwezig zijn, dezelfde kracht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1099
Can. 1099
§ 1. De Eparch is bevoegd de promotor van de gerechtigheid en de verdediger van de band te benoemen; in niet-eparchiale rechtbanken worden dezelfden benoemd volgens de norm van de statuten van de rechtbank, tenzij anders door het recht wordt geregeld.
§ 1. De Eparch is bevoegd de promotor van de gerechtigheid en de verdediger van de band te benoemen; in niet-eparchiale rechtbanken worden dezelfden benoemd volgens de norm van de statuten van de rechtbank, tenzij anders door het recht wordt geregeld.
Referenties naar alinea 1099: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De promotor van de gerechtigheid en de verdediger van de band dienen Christengelovigen te zijn van ongeschonden faam, in canoniek recht doctoren of tenminste licentiaten en door wijsheid en ijver voor gerechtigheid beproefd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1100
Can. 1100
§ 1. Dezelfde persoon kan, niet echter in dezelfde zaak, het ambt van promotor van de gerechtigheid en van verdediger van de band bekleden.
§ 1. Dezelfde persoon kan, niet echter in dezelfde zaak, het ambt van promotor van de gerechtigheid en van verdediger van de band bekleden.
Referenties naar alinea 1100: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De promotor van de gerechtigheid en de verdediger van de band kunnen voor het geheel van de zaken of voor de afzonderlijke zaken worden aangesteld; zij kunnen evenwel door de Eparch om een rechtmatige reden worden verwijderd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1101
Can. 1101
§ 1. Bij iedere mogelijke procesgang dient een notaris aanwezig te zijn zo, dat de akten als nietig worden beschouwd, als ze niet door hem zijn ondertekend.
§ 1. Bij iedere mogelijke procesgang dient een notaris aanwezig te zijn zo, dat de akten als nietig worden beschouwd, als ze niet door hem zijn ondertekend.
Referenties naar alinea 1101: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De akten, die de notarissen opmaken, verschaffen openbare betrouwbaarheid.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. III - Over de uit diverse eparchieën of Kerken sui iuris te betrekken beambten van de rechtbanken (can. 1102)
1102
Can. 1102
§ 1. De rechters en de andere beambten van de rechtbanken kunnen worden betrokken uit iedere mogelijke eparchie of religieus instituut of kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven van de eigen of ook van een andere Kerk sui iuris met evenwel de schriftelijk gegeven instemming van de eigen Eparch of hogere Overste.
§ 1. De rechters en de andere beambten van de rechtbanken kunnen worden betrokken uit iedere mogelijke eparchie of religieus instituut of kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven van de eigen of ook van een andere Kerk sui iuris met evenwel de schriftelijk gegeven instemming van de eigen Eparch of hogere Overste.
Referenties naar alinea 1102: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een gedelegeerde rechter kan, tenzij de opdracht van de delegatie anders bepaalt, gebruikmaken van de hulp van de binnen het territorium van de opdrachtgever verblijvende beambten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk III - Over de uit diverse eparchieën of Kerken sui iuris te betrekken beambten van de rechtbanken (cann. 1103-1116)
1103
Can. 1103
§ 1. De rechters en de andere beambten van de rechtbanken kunnen worden betrokken uit iedere mogelijke eparchie of religieus instituut of kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven van de eigen of ook van een andere Kerk sui iuris met evenwel de schriftelijk gegeven instemming van de eigen Eparch of hogere Overste.
§ 1. De rechters en de andere beambten van de rechtbanken kunnen worden betrokken uit iedere mogelijke eparchie of religieus instituut of kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven van de eigen of ook van een andere Kerk sui iuris met evenwel de schriftelijk gegeven instemming van de eigen Eparch of hogere Overste.
Referenties naar alinea 1103: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1345 §1
§ 2. De rechter moet niet achterwege laten bij het begin van een proces en ook op ieder mogelijk ander moment, zo vaak als hij hoop op een goede afloop bespeurt, de partijen aan te sporen en te helpen, opdat zij voor het zoeken naar een billijke oplossing van het geschil door gezamenlijk overleg zorgen, en hij dient hen wegen aan te wijzen die geschikt zijn om dit voornemen te bereiken met inschakeling van ook gezaghebbende mensen voor bemiddeling.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als evenwel de zaak over het private welzijn van de partijen gaat, dient de rechter te overwegen, of door een schikking of door middel van een compromis met de inzet van scheidsrechters het geschil nuttig kan eindigen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1104
Can. 1104
§ 1. De bevoegde rechter moet aan een wettig verzoekende partij zijn bediening verlenen.
§ 1. De bevoegde rechter moet aan een wettig verzoekende partij zijn bediening verlenen.
Referenties naar alinea 1104: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1303 4°
§ 2. De rechter kan geen enkele zaak behandelen, tenzij het verzoek volgens de norm van de canones is gedaan door degene, in wiens belang het is, of door de promotor van de gerechtigheid.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1105
Can. 1105
Wie bij een zaak aanwezig was als rechter, promotor van de gerechtigheid, verdediger van de band, procurator, advocaat, getuige dan wel deskundige, kan daarna niet geldig dezelfde zaak in een andere instantie van het rechtsgeding als rechter beslissen dan wel daarin de taak van assessor vervullen.
Wie bij een zaak aanwezig was als rechter, promotor van de gerechtigheid, verdediger van de band, procurator, advocaat, getuige dan wel deskundige, kan daarna niet geldig dezelfde zaak in een andere instantie van het rechtsgeding als rechter beslissen dan wel daarin de taak van assessor vervullen.
Referenties naar alinea 1105: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1106
Can. 1106
§ 1. Een rechter moet ter behandeling geen zaak op zich nemen, waarin om reden van bloedverwantschap of aanverwantschap in iedere mogelijke graad van de rechte lijn en tot en met de vierde graad van de zijlijn of om reden van voogdij en curatele, nauwe omgang, grote vijandschap of het behalen van winst dan wel het vermijden van schade, iets in zijn belang is.
§ 1. Een rechter moet ter behandeling geen zaak op zich nemen, waarin om reden van bloedverwantschap of aanverwantschap in iedere mogelijke graad van de rechte lijn en tot en met de vierde graad van de zijlijn of om reden van voogdij en curatele, nauwe omgang, grote vijandschap of het behalen van winst dan wel het vermijden van schade, iets in zijn belang is.
Referenties naar alinea 1106: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In dezelfde omstandigheden moeten de promotor van de gerechtigheid, de verdediger van de band, de assessor en de auditor van hun ambt afzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1107
Can. 1107
§ 1. Als de rechter hetzij in een gewone hetzij in een gedelegeerde rechtbank, ofschoon bevoegd, wordt gewraakt, dient het gezag, waaraan de rechtbank rechtstreeks onderworpen is, op dit verweer te beslissen met behoud van can. 1062, §§ 2 en 5[574|+2343 +2346].
§ 1. Als de rechter hetzij in een gewone hetzij in een gedelegeerde rechtbank, ofschoon bevoegd, wordt gewraakt, dient het gezag, waaraan de rechtbank rechtstreeks onderworpen is, op dit verweer te beslissen met behoud van can. 1062, §§ 2 en 5[574|+2343 +2346].
Referenties naar alinea 1107: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de Eparch de rechter is en tegen hem wraking wordt opgeworpen, dient hij af te zien van het berechten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als wraking wordt opgeworpen tegen overige beambten van de rechtbank, dient de voorzitter in een collegiale rechtbank of de rechter, als hij de enkele rechter is, op dit verweer te zien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1108
1305
1305
Can. 1108
Wanneer de wraking is toegelaten, moeten de personen vervangen worden, niet evenwel de instantie van het rechtsgeding.
Wanneer de wraking is toegelaten, moeten de personen vervangen worden, niet evenwel de instantie van het rechtsgeding.
Referenties naar alinea 1108: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1109
Can. 1109
§ 1. Het vraagpunt van wraking moet ten spoedigste worden beslist gehoord de partijen.
§ 1. Het vraagpunt van wraking moet ten spoedigste worden beslist gehoord de partijen.
Referenties naar alinea 1109: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De door een rechter, voordat hij gewraakt wordt, gestelde handelingen zijn geldig; die echter gesteld zijn na de voorgelegde wraking, moeten worden vernietigd, als een partij erom verzoekt, binnen tien dagen te rekenen vanaf de toegelaten wraking; na de toegelaten wraking zijn ze ongeldig.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1110
1351
1351
Can. 1110
§ 1. In een aangelegenheid, die in het belang van alleen maar private personen is, kan de rechter enkel op het verzoek van een partij voortgaan; wanneer een zaak echter wettig ingeleid is, kan en moet de rechter, ook ambtshalve, voortgaan bij strafzaken en andere zaken, die op het openbaar welzijn van de Kerk dan wel op het zielenheil betrekking hebben.
§ 1. In een aangelegenheid, die in het belang van alleen maar private personen is, kan de rechter enkel op het verzoek van een partij voortgaan; wanneer een zaak echter wettig ingeleid is, kan en moet de rechter, ook ambtshalve, voortgaan bij strafzaken en andere zaken, die op het openbaar welzijn van de Kerk dan wel op het zielenheil betrekking hebben.
Referenties naar alinea 1110: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1351
§ 2. De rechter kan echter bovendien de nalatigheid van de partijen bij het aanvoeren van bewijzen of bij het opwerpen van verweren aanvullen, zo vaak als hij dit noodzakelijk oordeelt om een ernstig wederrechtelijke sententie te vermijden onverminderd can. 1283[574|+2803 -2808].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1111
Can. 1111
De rechters en de rechtbanken dienen ervoor te zorgen, dat zo spoedig mogelijk met behoud van de gerechtigheid alle zaken zo worden beëindigd, dat ze in de eerste instantie van het rechtsgeding niet langer dan een jaar voortduren, in de instantie van appel evenwel niet langer dan zes maanden.
De rechters en de rechtbanken dienen ervoor te zorgen, dat zo spoedig mogelijk met behoud van de gerechtigheid alle zaken zo worden beëindigd, dat ze in de eerste instantie van het rechtsgeding niet langer dan een jaar voortduren, in de instantie van appel evenwel niet langer dan zes maanden.
Referenties naar alinea 1111: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1112
Can. 1112
Allen, die een rechtbank vormen dan wel daaraan hulp bieden, moeten de belofte doen hun taak getrouw te vervullen.
Allen, die een rechtbank vormen dan wel daaraan hulp bieden, moeten de belofte doen hun taak getrouw te vervullen.
Referenties naar alinea 1112: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1113
Can. 1113
§ 1. In een strafgeding altijd, in een contentieus rechtsgeding echter, als uit de onthulling van enige processuele handeling aan partijen nadeel kan overkomen, zijn de rechters en de helpers van de rechtbank gehouden het geheim in acht te nemen.
§ 1. In een strafgeding altijd, in een contentieus rechtsgeding echter, als uit de onthulling van enige processuele handeling aan partijen nadeel kan overkomen, zijn de rechters en de helpers van de rechtbank gehouden het geheim in acht te nemen.
Referenties naar alinea 1113: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Zij zijn ook altijd en jegens allen gehouden om het geheim in acht te nemen over de bespreking, die onder de rechters in een collegiale rechtbank vóór het uitvaardigen van de sententie wordt gehouden, verder ook over de verschillende stemmen en de aldaar naar voren gebrachte meningen; tot dit geheim zijn gehouden ook alle anderen, die kennis van de zaak hoe dan ook heeft bereikt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Ja zelfs, zo vaak als de aard van de zaak of van de bewijzen zodanig is, dat uit de verspreiding van de akten of bewijzen de faam van anderen gevaar loopt of aanleiding gegeven wordt tot onenigheden dan wel ergernis of ander ongemak van deze aard ontstaat, kan de rechter de getuigen, deskundigen, partijen en hun advocaten of procuratoren door een eed verplichten om het geheim in acht te nemen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1114
Can. 1114
Aan de rechter en aan alle andere beambten van de rechtbank wordt verboden bij gelegenheid van de behandeling van een rechtsgeding welke geschenken dan ook te aanvaarden.
Aan de rechter en aan alle andere beambten van de rechtbank wordt verboden bij gelegenheid van de behandeling van een rechtsgeding welke geschenken dan ook te aanvaarden.
Referenties naar alinea 1114: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1115
Can. 1115
§ 1. De rechters die, ook al zijn ze zeker en duidelijk bevoegd, weigeren het recht te verlenen of die zich zonder steun van een enig voorschrift van het recht bevoegd verklaren en zaken behandelen en beslissen of die het door de wet voorgeschreven geheim schenden of die op grond van bedrog dan wel zware nalatigheid partijen andere schade berokkenen, kunnen door het bevoegd gezag met passende straffen worden gestraft, niet uitgesloten ontneming van het ambt.
§ 1. De rechters die, ook al zijn ze zeker en duidelijk bevoegd, weigeren het recht te verlenen of die zich zonder steun van een enig voorschrift van het recht bevoegd verklaren en zaken behandelen en beslissen of die het door de wet voorgeschreven geheim schenden of die op grond van bedrog dan wel zware nalatigheid partijen andere schade berokkenen, kunnen door het bevoegd gezag met passende straffen worden gestraft, niet uitgesloten ontneming van het ambt.
Referenties naar alinea 1115: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Met dezelfde straffen kunnen ook de overige beambten van de rechtbank en de helpers worden gestraft, als zij hun ambt, zoals boven, hebben verwaarloosd; en deze allen kan ook de rechter straffen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1116
Can. 1116
Als de rechter voorziet, dat de eiser de kerkelijke sententie waarschijnlijk zal afwijzen, wanneer deze wellicht voor hem nadelig is, en dat daarom voor de rechten van de gedaagde partij niet voldoende gezorgd zal worden, kan hij op het verzoek van de gedaagde partij of ook ambtshalve de eiser een passende waarborg opleggen tot naleving van de kerkelijke sententie.
Als de rechter voorziet, dat de eiser de kerkelijke sententie waarschijnlijk zal afwijzen, wanneer deze wellicht voor hem nadelig is, en dat daarom voor de rechten van de gedaagde partij niet voldoende gezorgd zal worden, kan hij op het verzoek van de gedaagde partij of ook ambtshalve de eiser een passende waarborg opleggen tot naleving van de kerkelijke sententie.
Referenties naar alinea 1116: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk IV - Over de volgorde van de behandelingen (cann. 1117-1123)
1117
Can. 1117
De zaken moeten in die volgorde worden behandeld, waarin ze voorgelegd en in het register ingeschreven zijn, tenzij enige ervan een boven de overige snelle afhandeling eist, hetgeen tenminste door een bijzonder decreet met redenen ondersteund bepaald moet worden.
De zaken moeten in die volgorde worden behandeld, waarin ze voorgelegd en in het register ingeschreven zijn, tenzij enige ervan een boven de overige snelle afhandeling eist, hetgeen tenminste door een bijzonder decreet met redenen ondersteund bepaald moet worden.
Referenties naar alinea 1117: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1118
1348
1348
Can. 1118
§ 1. Gebreken, waardoor de nietigheid van een sententie kan bestaan, kunnen in iedere mogelijke stand of instantie van het rechtsgeding worden tegengeworpen en ook door de rechter ambtshalve worden verklaard.
§ 1. Gebreken, waardoor de nietigheid van een sententie kan bestaan, kunnen in iedere mogelijke stand of instantie van het rechtsgeding worden tegengeworpen en ook door de rechter ambtshalve worden verklaard.
Referenties naar alinea 1118: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1348
§ 2. Verdagende verweren evenwel vooral die, welke de personen en de wijze van het rechtsgeding betreffen, moeten vóór het inleiden van het proces worden voorgelegd, tenzij ze, nadat het proces reeds is ingeleid, tevoorschijn zijn gekomen, en er moet zo spoedig mogelijk op worden beslist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1119
1348
1348
Can. 1119
§ 1. Als een verweer wordt voorgelegd tegen de bevoegdheid van de rechter, moet de rechter zelf op deze zaak zien.
§ 1. Als een verweer wordt voorgelegd tegen de bevoegdheid van de rechter, moet de rechter zelf op deze zaak zien.
Referenties naar alinea 1119: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1348
§ 2. In geval van verweer over de relatieve onbevoegdheid laat, als de rechter zich bevoegd verklaart, zijn beslissing geen appel toe, maar kan bestreden worden door middel van de klacht van nietigheid, het herstel in de oorspronkelijke staat of het verzet van een derde.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1348
§ 3. Als evenwel de rechter zich onbevoegd verklaart, kan de partij, die zich bezwaard acht, binnen vijftien nuttige dagen bij de rechtbank van appel in beroep gaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1120
Can. 1120
Een rechter die zich in welke stand dan ook van het rechtsgeding als absoluut onbevoegd erkent, moet zijn onbevoegdheid verklaren.
Een rechter die zich in welke stand dan ook van het rechtsgeding als absoluut onbevoegd erkent, moet zijn onbevoegdheid verklaren.
Referenties naar alinea 1120: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1121
1348
1348
Can. 1121
§ 1. De verweren van kracht van gewijsde, van een schikking en andere vervalverweren, die verweren bij beëindigd proces worden genoemd, moeten worden voorgelegd en behandeld vóór het inleiden van het proces; wie deze later heeft opgeworpen, moet niet afgewezen worden, maar moet de gerechtelijke kosten betalen, tenzij hij bewijst dat hij het opwerpen niet kwaadwillig heeft uitgesteld.
§ 1. De verweren van kracht van gewijsde, van een schikking en andere vervalverweren, die verweren bij beëindigd proces worden genoemd, moeten worden voorgelegd en behandeld vóór het inleiden van het proces; wie deze later heeft opgeworpen, moet niet afgewezen worden, maar moet de gerechtelijke kosten betalen, tenzij hij bewijst dat hij het opwerpen niet kwaadwillig heeft uitgesteld.
Referenties naar alinea 1121: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1348
§ 2. Andere vervalverweren dienen te worden voorgelegd bij het inleiden van het proces en moeten te rechter tijd worden behandeld overeenkomstig de normen met betrekking tot incidentele vraagpunten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1122
1348
1348
Can. 1122
§ 1. Tegeneisen kunnen niet geldig worden voorgelegd tenzij binnen dertig dagen te rekenen vanaf het inleiden van het proces.
§ 1. Tegeneisen kunnen niet geldig worden voorgelegd tenzij binnen dertig dagen te rekenen vanaf het inleiden van het proces.
Referenties naar alinea 1122: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1348
§ 2. Tegeneisen dienen echter tegelijk met de hoofdeis te worden behandeld, dat wil zeggen in de daarmee gelijke instantie van het rechtsgeding, tenzij het noodzakelijk is ze apart te behandelen dan wel de rechter dit passender acht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1123
Can. 1123
De vraagpunten over de voor de gerechtelijke kosten te stellen waarborg dan wel over de verlening van kosteloze rechtsbijstand, waar terstond vanaf het begin om is verzocht, en andere dergelijke vraagpunten moeten in de regel worden bezien vóór het inleiden van het proces.
De vraagpunten over de voor de gerechtelijke kosten te stellen waarborg dan wel over de verlening van kosteloze rechtsbijstand, waar terstond vanaf het begin om is verzocht, en andere dergelijke vraagpunten moeten in de regel worden bezien vóór het inleiden van het proces.
Referenties naar alinea 1123: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk V - Over de termijnen, de verdagingen en de plaats van het rechtsgeding (cann. 1124-1128)
1124
Can. 1124
§ 1. Door de wet ingestelde termijnen voor het intrekken van rechten kunnen niet worden verlengd en niet geldig worden ingekort tenzij op verzoek van de partijen.
§ 1. Door de wet ingestelde termijnen voor het intrekken van rechten kunnen niet worden verlengd en niet geldig worden ingekort tenzij op verzoek van de partijen.
Referenties naar alinea 1124: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De overige termijnen echter kunnen, voordat zij verstreken zijn, om een rechtmatige reden door de rechter gehoord de partijen of op verzoek van de partijen worden verlengd, nooit echter geldig worden ingekort tenzij met de instemming van de partijen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De rechter dient zich echter ervoor te hoeden, dat het rechtsgeding te langdurig wordt ten gevolge van de verlenging.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1125
Can. 1125
Als de wet geen termijnen bepaalt om processuele handelingen te verrichten, moet de rechter die vaststellen, rekening gehouden met de aard van iedere handeling afzonderlijk.
Als de wet geen termijnen bepaalt om processuele handelingen te verrichten, moet de rechter die vaststellen, rekening gehouden met de aard van iedere handeling afzonderlijk.
Referenties naar alinea 1125: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1126
Can. 1126
Als op de voor de gerechtelijke handeling opgelegde dag de rechtbank vrij is geweest, wordt de termijn begrepen te zijn verlengd tot de eerste volgende dag die geen feestdag is.
Als op de voor de gerechtelijke handeling opgelegde dag de rechtbank vrij is geweest, wordt de termijn begrepen te zijn verlengd tot de eerste volgende dag die geen feestdag is.
Referenties naar alinea 1126: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1127
Can. 1127
De zetel van de rechtbank dient, als het mogelijk is, een duurzame te zijn, die op bepaalde uren open moet zijn met inachtneming van de normen door het particulier recht hieromtrent bepaald.
De zetel van de rechtbank dient, als het mogelijk is, een duurzame te zijn, die op bepaalde uren open moet zijn met inachtneming van de normen door het particulier recht hieromtrent bepaald.
Referenties naar alinea 1127: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1128
1239 §3
1239 §3
Can. 1128
§ 1. Een rechter die door dwang uit zijn territorium verdreven is of tot het daar uitoefenen van de rechterlijke macht verhinderd is, kan buiten het territorium zijn macht uitoefenen en een sententie uitvaardigen na echter hiervan de Eparch van de plaats in kennis te hebben gesteld.
§ 1. Een rechter die door dwang uit zijn territorium verdreven is of tot het daar uitoefenen van de rechterlijke macht verhinderd is, kan buiten het territorium zijn macht uitoefenen en een sententie uitvaardigen na echter hiervan de Eparch van de plaats in kennis te hebben gesteld.
Referenties naar alinea 1128: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1239 §3
§ 2. Bovendien kan de rechter om een rechtmatige reden en gehoord de partijen zich om bewijzen te verkrijgen ook buiten het eigen territorium begeven met het verlof evenwel van de Eparch van de te bezoeken plaats en op de door hem aangewezen zetel.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk VI - Over de tot de rechtszaal toe te laten personen en over de wijze van het opmaken en bewaren van de akten (cann. 1129-1133)
1129
Can. 1129
§ 1. Tenzij anders door het particulier recht van een Kerk sui iuris uitdrukkelijk wordt geregeld, dienen, terwijl de zaken ten overstaan van de rechtbank worden behandeld, diegenen alleen maar in de rechtszaal aanwezig te zijn, van wie de wet dan wel de rechter heeft bepaald, dat zij voor het afhandelen van de procesgang noodzakelijk zijn.
§ 1. Tenzij anders door het particulier recht van een Kerk sui iuris uitdrukkelijk wordt geregeld, dienen, terwijl de zaken ten overstaan van de rechtbank worden behandeld, diegenen alleen maar in de rechtszaal aanwezig te zijn, van wie de wet dan wel de rechter heeft bepaald, dat zij voor het afhandelen van de procesgang noodzakelijk zijn.
Referenties naar alinea 1129: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Allen die een rechtsgeding bijwonen, die in de aan de rechtbank verschuldigde eerbied en gehoorzaamheid ernstig te kort zijn geschoten, kan de rechter, nadat een waarschuwing vergeefs is gedaan, met passende straffen straffen, de advocaten bovendien en de procuratoren ook van het uitoefenen van hun taak bij kerkelijke rechtbanken schorsen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1130
Can. 1130
Als enige te ondervragen persoon een voor de rechter of partijen onbekende taal gebruikt, dient een door de rechter aangewezen beëdigde tolk te worden ingezet; de verklaringen echter dienen schriftelijk in de oorspronkelijke taal te worden opgesteld en een vertaling dient te worden toegevoegd; een tolk dient ook te worden ingezet, als een dove of een stomme moet worden ondervraagd, tenzij wellicht de rechter verkiest, dat op de door hem gegeven vraagpunten schriftelijk wordt geantwoord.
Als enige te ondervragen persoon een voor de rechter of partijen onbekende taal gebruikt, dient een door de rechter aangewezen beëdigde tolk te worden ingezet; de verklaringen echter dienen schriftelijk in de oorspronkelijke taal te worden opgesteld en een vertaling dient te worden toegevoegd; een tolk dient ook te worden ingezet, als een dove of een stomme moet worden ondervraagd, tenzij wellicht de rechter verkiest, dat op de door hem gegeven vraagpunten schriftelijk wordt geantwoord.
Referenties naar alinea 1130: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1131
Can. 1131
§ 1. Alle gerechtelijke akten hetzij die, die de inhoud van het vraagpunt betreffen, oftewel de akten van de zaak, hetzij die, die op de vorm van voortgaan betrekking hebben, oftewel de akten van de procesgang, moeten schriftelijk zijn opgesteld.
§ 1. Alle gerechtelijke akten hetzij die, die de inhoud van het vraagpunt betreffen, oftewel de akten van de zaak, hetzij die, die op de vorm van voortgaan betrekking hebben, oftewel de akten van de procesgang, moeten schriftelijk zijn opgesteld.
Referenties naar alinea 1131: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De afzonderlijke bladen van de akten dienen te worden genummerd en van een teken van authenticiteit te worden voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1132
Can. 1132
Zo vaak als in de gerechtelijke akten de ondertekening van de partijen dan wel de getuigen wordt vereist, dient, als een partij dan wel een getuige deze niet kan of niet wil ondertekenen, dit in de akten zelf te worden aangetekend en tegelijk dienen de rechter en de notaris te garanderen, dat de akte zelf woord voor woord aan de partij dan wel de getuige is voorgelezen en dat de partij dan wel de getuige die of niet kon of niet wilde ondertekenen.
Zo vaak als in de gerechtelijke akten de ondertekening van de partijen dan wel de getuigen wordt vereist, dient, als een partij dan wel een getuige deze niet kan of niet wil ondertekenen, dit in de akten zelf te worden aangetekend en tegelijk dienen de rechter en de notaris te garanderen, dat de akte zelf woord voor woord aan de partij dan wel de getuige is voorgelezen en dat de partij dan wel de getuige die of niet kon of niet wilde ondertekenen.
Referenties naar alinea 1132: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1133
Can. 1133
§ 1. Na de beëindiging van het rechtsgeding moeten de documenten, die in eigendom van private personen zijn, worden teruggegeven met achterhouding echter van een afschrift ervan.
§ 1. Na de beëindiging van het rechtsgeding moeten de documenten, die in eigendom van private personen zijn, worden teruggegeven met achterhouding echter van een afschrift ervan.
Referenties naar alinea 1133: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Aan de kanselier en aan de notarissen wordt verboden zonder opdracht van de rechter een afschrift te overhandigen van de gerechtelijke akten en documenten, die voor de procesgang verkregen zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Anonieme brieven moeten worden vernietigd en er dient geen melding van gemaakt te worden in de akten; op dezelfde wijze moeten alle mogelijke andere geschriften en ondertekende brieven worden vernietigd, die niets aan de inhoud van de zaak bijdragen of met zekerheid lasterlijk zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk VII - Over de eiser en over de gedaagde partij (cann. 1134-1138)
1134
Can. 1134
Wie dan ook hetzij gedoopt hetzij niet gedoopt kan in een rechtsgeding handelen; de wettig gedaagde partij echter moet antwoorden.
Wie dan ook hetzij gedoopt hetzij niet gedoopt kan in een rechtsgeding handelen; de wettig gedaagde partij echter moet antwoorden.
Referenties naar alinea 1134: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1135
Can. 1135
Ook al heeft de eiser of de gedaagde partij een procurator of een advocaat aangesteld, toch zijn zij altijd gehouden zelf bij het rechtsgeding aanwezig te zijn volgens het voorschrift van het recht of de rechter.
Ook al heeft de eiser of de gedaagde partij een procurator of een advocaat aangesteld, toch zijn zij altijd gehouden zelf bij het rechtsgeding aanwezig te zijn volgens het voorschrift van het recht of de rechter.
Referenties naar alinea 1135: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1136
Can. 1136
§ 1. Minderjarigen en degenen, die van het gebruik van het verstand verstoken zijn, kunnen alleen maar een rechtsgeding voeren door tussenkomst van hun ouders dan wel voogden of curatoren.
§ 1. Minderjarigen en degenen, die van het gebruik van het verstand verstoken zijn, kunnen alleen maar een rechtsgeding voeren door tussenkomst van hun ouders dan wel voogden of curatoren.
Referenties naar alinea 1136: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de rechter van oordeel is, dat de rechten van hen in strijd zijn met de rechten van de ouders of de voogden of de curatoren dan wel dat dezen de rechten van hen niet voldoende kunnen verdedigen, dan dienen zij het rechtsgeding door tussenkomst van een door de rechter aangestelde voogd of curator te voeren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Maar in geestelijke zaken en zaken die met geestelijke zaken verbonden zijn, kunnen minderjarigen, als zij het gebruik van het verstand verkregen hebben, handelen en antwoorden zonder de instemming van de ouders of de voogd en wel persoonlijk zelf, als ze de leeftijd van veertien jaar hebben voltooid; anders door tussenkomst van een door de rechter aangestelde voogd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Zij die onder curatele staan en degenen, die zwakzinnig zijn, kunnen persoonlijk zelf alleen maar een rechtsgeding voeren om over de eigen delicten verantwoording af te leggen dan wel volgens het voorschrift van de rechter; in de overige gevallen moeten zij door tussenkomst van hun curator handelen en antwoorden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1137
Can. 1137
Zo vaak als een door het burgerlijk gezag aangestelde voogd dan wel curator aanwezig is, kan deze door de kerkelijk rechter worden toegelaten gehoord, als het mogelijk is, de Eparch van degene, aan wie hij toegewezen is; als hij evenwel niet aanwezig is dan wel het lijkt dat hij niet moet worden toegelaten, dient de rechter zelf een voogd dan wel curator voor de zaak aan te wijzen.
Zo vaak als een door het burgerlijk gezag aangestelde voogd dan wel curator aanwezig is, kan deze door de kerkelijk rechter worden toegelaten gehoord, als het mogelijk is, de Eparch van degene, aan wie hij toegewezen is; als hij evenwel niet aanwezig is dan wel het lijkt dat hij niet moet worden toegelaten, dient de rechter zelf een voogd dan wel curator voor de zaak aan te wijzen.
Referenties naar alinea 1137: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1138
Can. 1138
§ 1. De rechtspersonen voeren een rechtsgeding door tussenkomst van hun wettige vertegenwoordigers.
§ 1. De rechtspersonen voeren een rechtsgeding door tussenkomst van hun wettige vertegenwoordigers.
Referenties naar alinea 1138: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Zo vaak als goederen in gevaar verkeren, voor de vervreemding waarvan iemands instemming of advies of verlof wordt vereist, wordt eenzelfde instemming of advies of verlof vereist ook om een proces te beginnen of in te leiden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. In geval evenwel van het ontbreken of van nalatigheid van de vertegenwoordiger kan de Hiërarch zelf persoonlijk of door tussenkomst van een ander in naam van de rechtspersonen, die onder zijn macht staan, een rechtsgeding voeren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk VIII - Over de procuratoren voor de processen en over de advocaten (cann. 1139-1148)
1139
1200 §1
1200 §1
Can. 1139
§ 1. Een partij kan vrijelijk een procurator en een advocaat voor zich aanstellen, maar kan ook persoonlijk zelf handelen en antwoorden, tenzij de rechter de dienst van een procurator of advocaat noodzakelijk heeft geacht.
§ 1. Een partij kan vrijelijk een procurator en een advocaat voor zich aanstellen, maar kan ook persoonlijk zelf handelen en antwoorden, tenzij de rechter de dienst van een procurator of advocaat noodzakelijk heeft geacht.
Referenties naar alinea 1139: 1
Wat betreft het recht van partijen om hun eigen advocaat aan te wijzen in rechtszaken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1200 §1
§ 2. In een strafgeding evenwel moet de aangeklaagde altijd hetzij een door hem aangestelde hetzij een door de rechter toegewezen advocaat hebben.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1200 §1
§ 3. In een contentieus rechtsgeding dient de rechter, als het gaat om minderjarigen dan wel om een zaak, waarin het openbaar welzijn in het geding komt, huwelijkszaken evenwel uitgezonderd, ambtshalve een advocaat aan te stellen voor de partij die er geen heeft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1140
Can. 1140
§ 1. Een partij kan één procurator voor zich aanstellen, die niet een andere in zijn plaats kan stellen, tenzij hem dit schriftelijk is toegestaan.
§ 1. Een partij kan één procurator voor zich aanstellen, die niet een andere in zijn plaats kan stellen, tenzij hem dit schriftelijk is toegestaan.
Referenties naar alinea 1140: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als evenwel om een rechtmatige reden meerdere procuratoren door dezelfde partij worden aangesteld, dienen deze zo aangewezen te worden, dat gelegenheid onder hen wordt gegeven tot voorrang.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Advocaten echter kunnen er meerdere tegelijk worden aangesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1141
Can. 1141
De procurator en de advocaat moeten meerderjarig zijn en van goede faam; een advocaat moet bovendien katholiek zijn, tenzij het gezag, waaraan de rechtbank rechtstreeks onderworpen is, anders toestaat, en doctor in canoniek recht of anderszins waarlijk deskundig en door hetzelfde gezag goedgekeurd.
De procurator en de advocaat moeten meerderjarig zijn en van goede faam; een advocaat moet bovendien katholiek zijn, tenzij het gezag, waaraan de rechtbank rechtstreeks onderworpen is, anders toestaat, en doctor in canoniek recht of anderszins waarlijk deskundig en door hetzelfde gezag goedgekeurd.
Referenties naar alinea 1141: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit documentCan. 1142
§ 1. De procurator en de advocaat moeten, voordat ze de taak op zich nemen, een authentieke opdracht bij de rechtbank deponeren.
§ 1. De procurator en de advocaat moeten, voordat ze de taak op zich nemen, een authentieke opdracht bij de rechtbank deponeren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Om echter het tenietgaan van een recht te verhinderen kan de rechter een procurator toelaten ook zonder dat de opdracht is overgelegd, nadat, als de zaak zich voordoet, een passende waarborg is gesteld; de handeling van de rechter echter mist iedere mogelijke kracht, als de procurator binnen een door de rechter te bepalen vervaltermijn de opdracht niet toont.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1143
Can. 1143
Tenzij hij een bijzondere opdracht heeft, kan de procurator niet geldig afzien van de eis, van de behandeling van het proces of van de gerechtelijke akten en niet schikken, een afspraak maken, een compromis met de inzet van scheidsrechters sluiten en in het algemeen die dingen doen, waarvoor het recht een bijzondere opdracht vereist.
Tenzij hij een bijzondere opdracht heeft, kan de procurator niet geldig afzien van de eis, van de behandeling van het proces of van de gerechtelijke akten en niet schikken, een afspraak maken, een compromis met de inzet van scheidsrechters sluiten en in het algemeen die dingen doen, waarvoor het recht een bijzondere opdracht vereist.
Referenties naar alinea 1143: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1144
Can. 1144
§ 1. Opdat de verwijdering van een procurator of advocaat gevolg krijgt, is het nodig, dat zij aan henzelf wordt betekend en dat, als het proces reeds is ingeleid, de rechter en de tegenpartij van de verwijdering in kennis zijn gesteld.
§ 1. Opdat de verwijdering van een procurator of advocaat gevolg krijgt, is het nodig, dat zij aan henzelf wordt betekend en dat, als het proces reeds is ingeleid, de rechter en de tegenpartij van de verwijdering in kennis zijn gesteld.
Referenties naar alinea 1144: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Nadat de definitieve sententie is uitgevaardigd, blijft aan de procurator het recht en de plicht om te appelleren, als de opdrachtgever niet weigert.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1145
Can. 1145
De procurator en de advocaat kunnen door de rechter door een gegeven decreet worden afgewezen hetzij ambtshalve hetzij op het verzoek van een partij om een zwaarwegende reden echter en altijd met behoud van bezwaar bij de rechtbank van appel.
De procurator en de advocaat kunnen door de rechter door een gegeven decreet worden afgewezen hetzij ambtshalve hetzij op het verzoek van een partij om een zwaarwegende reden echter en altijd met behoud van bezwaar bij de rechtbank van appel.
Referenties naar alinea 1145: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1146
Can. 1146
§ 1. Aan de procurator en de advocaat wordt verboden een proces te kopen dan wel voor zich over een bovenmatige vergoeding of een opgeëist deel van de betwiste zaak een afspraak te maken; als zij dit gedaan hebben, is de afspraak nietig en kunnen ze door de rechter met een geldboete worden gestraft; de advocaat kan bovendien van zijn ambt worden geschorst, of ook, als hij recidivist is, door het gezag, waaraan de rechtbank rechtstreeks onderworpen is, worden afgezet en uit het register van advocaten worden geschrapt.
§ 1. Aan de procurator en de advocaat wordt verboden een proces te kopen dan wel voor zich over een bovenmatige vergoeding of een opgeëist deel van de betwiste zaak een afspraak te maken; als zij dit gedaan hebben, is de afspraak nietig en kunnen ze door de rechter met een geldboete worden gestraft; de advocaat kan bovendien van zijn ambt worden geschorst, of ook, als hij recidivist is, door het gezag, waaraan de rechtbank rechtstreeks onderworpen is, worden afgezet en uit het register van advocaten worden geschrapt.
Referenties naar alinea 1146: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Op dezelfde wijze kunnen de procuratoren en de advocaten worden gestraft, die zaken ter ontduiking van de wet aan de bevoegde rechtbanken onttrekken, opdat ze door andere gunstiger worden beslist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1147
Can. 1147
De procuratoren en de advocaten, die wegens geschenken dan wel beloften dan wel iedere mogelijke andere reden hun taak hebben prijsgegeven, dienen van het uitoefenen van rechtsbijstand te worden geschorst en met een geldboete of andere passende straffen te worden gestraft.
De procuratoren en de advocaten, die wegens geschenken dan wel beloften dan wel iedere mogelijke andere reden hun taak hebben prijsgegeven, dienen van het uitoefenen van rechtsbijstand te worden geschorst en met een geldboete of andere passende straffen te worden gestraft.
Referenties naar alinea 1147: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1148
Can. 1148
In iedere rechtbank afzonderlijk dienen, voor zover het mogelijk is, vaste patroons aangesteld te worden, van de rechtbank zelf een vergoeding ontvangend, die de taak van procurator of advocaat vooral in huwelijkszaken moeten uitoefenen voor de partijen, die zouden verkiezen deze uit te kiezen.
In iedere rechtbank afzonderlijk dienen, voor zover het mogelijk is, vaste patroons aangesteld te worden, van de rechtbank zelf een vergoeding ontvangend, die de taak van procurator of advocaat vooral in huwelijkszaken moeten uitoefenen voor de partijen, die zouden verkiezen deze uit te kiezen.
Referenties naar alinea 1148: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk IX - Over de eisen en over de verweren (cann. 1149-1163)
1149
Can. 1149
Ieder mogelijk recht wordt niet alleen met een eis versterkt, tenzij anders uitdrukkelijk is geregeld, maar ook met een verweer, dat altijd toekomt en naar zijn aard eeuwig is.
Ieder mogelijk recht wordt niet alleen met een eis versterkt, tenzij anders uitdrukkelijk is geregeld, maar ook met een verweer, dat altijd toekomt en naar zijn aard eeuwig is.
Referenties naar alinea 1149: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1150
Can. 1150
Welke eis dan ook gaat teniet door verjaring volgens de norm van het recht of op een andere wettige wijze met uitzondering van eisen over de staat van personen, die nooit teniet gaan.
Welke eis dan ook gaat teniet door verjaring volgens de norm van het recht of op een andere wettige wijze met uitzondering van eisen over de staat van personen, die nooit teniet gaan.
Referenties naar alinea 1150: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
151
Can. 1151
De contentieuze eisen gaan, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt geregeld, door verjaring teniet na vijf jaar te rekenen vanaf de dag, waarop de eis voor het eerst kon worden voorgelegd, onverminderd in deze, waar ze gelden, persoonlijke Statuten.
De contentieuze eisen gaan, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt geregeld, door verjaring teniet na vijf jaar te rekenen vanaf de dag, waarop de eis voor het eerst kon worden voorgelegd, onverminderd in deze, waar ze gelden, persoonlijke Statuten.
Referenties naar alinea 151: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1152
1153
1541
1153
1541
Can. 1152
§ 1. Iedere strafeis gaat teniet door de dood van de beschuldigde, door kwijtschelding van het bevoegd gezag en door verjaring.
§ 1. Iedere strafeis gaat teniet door de dood van de beschuldigde, door kwijtschelding van het bevoegd gezag en door verjaring.
Referenties naar alinea 1152: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1153
1541
§ 2. Een strafeis gaat door verjaring teniet na drie jaar, tenzij het gaat:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1153
1541
- 1º om aan de Apostolische Stoel voorbehouden delicten, die aan bijzondere normen onderworpen zijn;
Geldig tot 29 juni 2023: 1° de delictis Sedi Apostolicae reservatis;
Referenties naar deze alinea: 1
Ad exsequendam - De delictis gravioribus ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1153
1541
- 2º onverminderd het voorschrift onder n. 1, om een eis vanwege de delicten, waarover in de cann. 1449, 1450, 1451 en. 1453 §§ 1-4 en 6-7, 1463, 1464, 1466[574|+3177 -3180 +3182 -3184 +3396 +3401 +3402 +3196 -3198 +3200 +3441], die door verjaring van zeven jaar tenietgaan of om die vanwege de delicten waarover in can. 1453 § 5, die na een tijdspanne van twintig jaar verjaren.
Geldig tot 29 juni 2023: 2° de actione ob delicta, de quibus in cann. 1450[574|+3178 -3179] et 1453[574|+3182 -3184], quae praescriptione exstinguitur quinquennio;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1153
1541
- 3° om delicten, die niet door het gemene recht zijn gestraft, als door het particulier recht een andere verjaringstermijn is bepaald.
Referenties naar deze alinea: 1
Ad exsequendam - De delictis gravioribus ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Voor de beschuldigde, die volgens de norm van can. 1474[574|1474] is gedagvaard of op de wijze in can. 1190 § 3[574|+2631] voorzien, in kennis is gesteld van de overhandiging van de aanklacht volgens can. 1472 § 1[574|+3215], wordt de verjaring van de strafeis voor drie jaar opgeschort; nadat deze termijn is verstreken of opgeschort vanwege het stopzetten van de strafprocedure, begint de tijd weer te lopen, die bij de reeds verstreken tijd voor verjaring moet worden opgeteld. Deze opschorting geldt op gelijke wijze, als, met behoud van can. 1486 § 1, n. 1[574|+3240], wordt voortgegaan om een straf door middel van een decreet op te leggen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1153
1541
§ 4. Tenzij een ander recht anders regelt, loopt de verjaring vanaf de dag, waarop het delict is gepleegd, of, als het delict blijvend of gewoonlijk is, vanaf de dag, waarop het opgehouden is te bestaan.
Geldig tot 29 juni 2023: § 3. Praescriptio decurrit ex die, quo delictum patratum est, vel, si delictum est permanens vel habituale, ex die, quo cessavit.
Geldig tot 29 juni 2023: § 3. Praescriptio decurrit ex die, quo delictum patratum est, vel, si delictum est permanens vel habituale, ex die, quo cessavit.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1153
Can. 1153
§ 1. Als binnen de termijnen, als bedoeld in can. 1152[574|+2539 -2544], te rekenen vanaf de dag, waarop de veroordelende sententie in kracht van gewijsde is gegaan, het uitvoeringsdecreet van de rechter niet aan de beschuldigde is betekend, gaat de eis om de straf uit te voeren door verjaring teniet.
§ 1. Als binnen de termijnen, als bedoeld in can. 1152[574|+2539 -2544], te rekenen vanaf de dag, waarop de veroordelende sententie in kracht van gewijsde is gegaan, het uitvoeringsdecreet van de rechter niet aan de beschuldigde is betekend, gaat de eis om de straf uit te voeren door verjaring teniet.
Referenties naar alinea 1153: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Hetzelfde geldt met inachtneming van het daarvoor bepaalde, als de straf door middel van een buitengerechtelijk decreet is opgelegd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1154
Can. 1154
Wanneer een strafeis door verjaring teniet is gegaan:
Wanneer een strafeis door verjaring teniet is gegaan:
Referenties naar alinea 1154: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° is niet juist daardoor de contentieuze eis teniet gegaan, die wellicht uit het delict is ontstaan om de schaden te vergoeden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° kan, als het openbaar welzijn het vereist, de Hiërarch passende administratieve middelen gebruiken, niet uitgesloten de schorsing van de uitoefening van de gewijde bediening of de verwijdering uit het ambt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1155
Can. 1155
De eiser kan met meerdere eisen tegelijk, die echter onderling niet strijdig mogen zijn, hetzij over dezelfde zaak hetzij over diverse, iemand dagen, als ze de bevoegdheid van de benaderde rechtbank niet overstijgen.
De eiser kan met meerdere eisen tegelijk, die echter onderling niet strijdig mogen zijn, hetzij over dezelfde zaak hetzij over diverse, iemand dagen, als ze de bevoegdheid van de benaderde rechtbank niet overstijgen.
Referenties naar alinea 1155: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1156
Can. 1156
§ 1. De gedaagde partij kan ten overstaan van dezelfde rechter in hetzelfde rechtsgeding tegen de eiser een tegeneis voorleggen of wegens het verband van de zaak met de hoofdeis of tot het verwijderen of het afzwakken van het verzoek van de eiser.
§ 1. De gedaagde partij kan ten overstaan van dezelfde rechter in hetzelfde rechtsgeding tegen de eiser een tegeneis voorleggen of wegens het verband van de zaak met de hoofdeis of tot het verwijderen of het afzwakken van het verzoek van de eiser.
Referenties naar alinea 1156: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tegeneis op tegeneis wordt niet toegelaten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1157
Can. 1157
De tegeneis moet worden voorgelegd aan de rechter, ten overstaan van wie de hoofdeis is ingesteld, ofschoon enkel voor één zaak gedelegeerd of anderszins relatief onbevoegd.
De tegeneis moet worden voorgelegd aan de rechter, ten overstaan van wie de hoofdeis is ingesteld, ofschoon enkel voor één zaak gedelegeerd of anderszins relatief onbevoegd.
Referenties naar alinea 1157: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1158
Can. 1158
§ 1. Wie met tenminste waarschijnlijke argumenten aantoont, dat hij een recht heeft ten aanzien van enige door een ander onder zich gehouden zaak en dat hem schade dreigt, tenzij de zaak zelf ter bewaring wordt overgedragen, heeft het recht om van de rechter beslaglegging op dezelfde zaak te verkrijgen.
§ 1. Wie met tenminste waarschijnlijke argumenten aantoont, dat hij een recht heeft ten aanzien van enige door een ander onder zich gehouden zaak en dat hem schade dreigt, tenzij de zaak zelf ter bewaring wordt overgedragen, heeft het recht om van de rechter beslaglegging op dezelfde zaak te verkrijgen.
Referenties naar alinea 1158: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In gelijksoortige omstandigheden kan worden verkregen, dat de uitoefening van een recht aan iemand wordt ontzegd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1159
Can. 1159
§ 1. Tot zekerstelling ook van een schuldvordering wordt beslaglegging op een zaak toegelaten, mits het recht van de schuldeiser voldoende vaststaat.
§ 1. Tot zekerstelling ook van een schuldvordering wordt beslaglegging op een zaak toegelaten, mits het recht van de schuldeiser voldoende vaststaat.
Referenties naar alinea 1159: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Beslaglegging kan zich uitstrekken ook tot zaken van de schuldenaar, die op iedere mogelijke titel bij andere personen worden gevonden, en tot schulden van de schuldenaar.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1160
Can. 1160
Tot beslaglegging op een zaak en ontzegging van de uitoefening van een recht kan geenszins worden besloten, als de schade, die gevreesd wordt, op een andere wijze kan worden vergoed en een passende waarborg om die te vergoeden wordt aangeboden.
Tot beslaglegging op een zaak en ontzegging van de uitoefening van een recht kan geenszins worden besloten, als de schade, die gevreesd wordt, op een andere wijze kan worden vergoed en een passende waarborg om die te vergoeden wordt aangeboden.
Referenties naar alinea 1160: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1161
Can. 1161
De rechter kan degene, aan wie hij beslaglegging op een zaak of ontzegging van de uitoefening van een recht verleent, een voorafgaande waarborg om de schaden te vergoeden opleggen, als hij zijn recht niet bewezen heeft.
De rechter kan degene, aan wie hij beslaglegging op een zaak of ontzegging van de uitoefening van een recht verleent, een voorafgaande waarborg om de schaden te vergoeden opleggen, als hij zijn recht niet bewezen heeft.
Referenties naar alinea 1161: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1162
Can. 1162
Wat de aard en kracht van een bezitseis aangaat, dient het burgerlijk recht in acht genomen te worden van de plaats, waar de zaak, over het bezit waarvan het gaat, zich bevindt.
Wat de aard en kracht van een bezitseis aangaat, dient het burgerlijk recht in acht genomen te worden van de plaats, waar de zaak, over het bezit waarvan het gaat, zich bevindt.
Referenties naar alinea 1162: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1163
Can. 1163
§ 1. Zo vaak als een verzoek is ingediend om een voorziening tot het onderhoud van een mens te verkrijgen, kan de rechter gehoord de partijen door een terstond uit te voeren decreet bepalen, nadat, als de zaak zich voordoet, passende waarborgen zijn voorgeschreven, dat in de tussentijd de noodzakelijke kosten van onderhoud worden verschaft, zonder prejudicie voor het recht dat door middel van de sententie moet worden beslist.
§ 1. Zo vaak als een verzoek is ingediend om een voorziening tot het onderhoud van een mens te verkrijgen, kan de rechter gehoord de partijen door een terstond uit te voeren decreet bepalen, nadat, als de zaak zich voordoet, passende waarborgen zijn voorgeschreven, dat in de tussentijd de noodzakelijke kosten van onderhoud worden verschaft, zonder prejudicie voor het recht dat door middel van de sententie moet worden beslist.
Referenties naar alinea 1163: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Nadat door een partij of door de promotor van de gerechtigheid het verzoek is gedaan om dit decreet te verkrijgen, dient de rechter gehoord de andere partij de zaak ten spoedigste te beslissen, nooit echter later dan tien dagen; en nadat die nutteloos zijn verlopen dan wel het verzoek is afgewezen, staat bezwaar open bij het gezag, waaraan de rechtbank rechtstreeks onderworpen is, mits het zelf niet de rechter is, of, als iemand het verkiest, bij de rechter van appel, die eveneens de zaak ten spoedigste moet beslissen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk X - Over de wijzen om rechtsgedingen te vermijden (cann. 1164-1184)
- Art. I - Over de schikking (cann. 1164-1167)
1164
Can. 1164
Bij een schikking dient het burgerlijk recht in acht genomen te worden van de plaats, waar de schikking wordt aangegaan.
Bij een schikking dient het burgerlijk recht in acht genomen te worden van de plaats, waar de schikking wordt aangegaan.
Referenties naar alinea 1164: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1165
Can. 1165
§ 1. Een schikking kan niet geldig worden getroffen in zaken met betrekking tot die feiten of die rechten, die op het openbaar welzijn betrekking hebben, en met betrekking tot andere dingen, waarover de partijen niet vrijelijk een regeling kunnen treffen.
§ 1. Een schikking kan niet geldig worden getroffen in zaken met betrekking tot die feiten of die rechten, die op het openbaar welzijn betrekking hebben, en met betrekking tot andere dingen, waarover de partijen niet vrijelijk een regeling kunnen treffen.
Referenties naar alinea 1165: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Maar als een vraagpunt ontstaat over kerkelijke wereldse goederen, kan een schikking worden getroffen, met inachtneming echter, als de materie dit eist, van de door het recht bepaalde vormvoorschriften over de vervreemding van kerkelijke goederen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1166
Can. 1166
Van de kosten, die een schikking heeft geëist, dienen, tenzij anders uitdrukkelijk is geregeld, beide partijen de helft te betalen.
Van de kosten, die een schikking heeft geëist, dienen, tenzij anders uitdrukkelijk is geregeld, beide partijen de helft te betalen.
Referenties naar alinea 1166: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1167
Can. 1167
De rechter dient, in de regel tenminste, niet zelf persoonlijk een aangelegenheid van schikking ter behandeling op zich te nemen, maar hij dient die aan een andere in het recht deskundige toe te vertrouwen.
De rechter dient, in de regel tenminste, niet zelf persoonlijk een aangelegenheid van schikking ter behandeling op zich te nemen, maar hij dient die aan een andere in het recht deskundige toe te vertrouwen.
Referenties naar alinea 1167: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over het compromis met de inzet van scheidsrechters (cann. 1168-1184)
1168
Can. 1168
§ 1. Wie onderling een geschil hebben, kunnen schriftelijk overeenkomen, dat dit door scheidsrechters wordt beslecht.
§ 1. Wie onderling een geschil hebben, kunnen schriftelijk overeenkomen, dat dit door scheidsrechters wordt beslecht.
Referenties naar alinea 1168: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1171 4°
§ 2. Hetzelfde kunnen schriftelijk overeenkomen, wie onderling een contract aangaan of zijn aangegaan, wat betreft geschillen die wellicht uit dat contract zullen ontstaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1169
1171 3°
1171 3°
Can. 1169
Niet kan geldig een compromis met de inzet van scheidsrechters gesloten worden over geschillen, waarover het verboden wordt dat een schikking getroffen wordt.
Niet kan geldig een compromis met de inzet van scheidsrechters gesloten worden over geschillen, waarover het verboden wordt dat een schikking getroffen wordt.
Referenties naar alinea 1169: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1170
1171 3°
1171 3°
Can. 1170
§ 1. Eén of meerdere scheidsrechters kunnen worden aangesteld, in een oneven aantal echter.
§ 1. Eén of meerdere scheidsrechters kunnen worden aangesteld, in een oneven aantal echter.
Referenties naar alinea 1170: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1171 3°
§ 2. In het compromis zelf moet, tenzij zij bij naam worden aangewezen, tenminste hun aantal worden vastgesteld en tegelijk de wijze worden bepaald, waarop zij benoemd en vervangen moeten worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1171
Can. 1171
Het compromis is nietig, als:
Het compromis is nietig, als:
Referenties naar alinea 1171: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de normen bepaald voor de geldigheid van contracten, die het gewone beheer overstijgen, niet in acht genomen zijn;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° het niet schriftelijk is vastgelegd;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de procurator zonder bijzondere opdracht een compromis met de inzet van scheidsrechters heeft gesloten dan wel de voorschriften van de cann. 1169[574|1169] of 1170[574|+2574 +2575] geschonden zijn;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° er niet een geschil is dat of is ontstaan of dat uit een bepaald contract zal ontstaan volgens de norm van can. 1168, § 2[574|+2572].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1172
Can. 1172
De taak van scheidsrechter kunnen niet geldig uitoefenen:
De taak van scheidsrechter kunnen niet geldig uitoefenen:
Referenties naar alinea 1172: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° minderjarigen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° met de straf van excommunicatie, ook de kleine, schorsing of ontzetting gestraften;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° leden van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven zonder het verlof van de Overste.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1173
Can. 1173
De benoeming van een scheidsrechter is niet van kracht, tenzij hijzelf schriftelijk de taak aanvaardt.
De benoeming van een scheidsrechter is niet van kracht, tenzij hijzelf schriftelijk de taak aanvaardt.
Referenties naar alinea 1173: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1174
Can. 1174
§ 1. Als de scheidsrechters niet in het compromis zijn aangewezen of als zij ter vervanging gekozen moeten worden en de partijen of anderen, aan wie de aanwijzing is opgedragen, het oneens zijn over alle of sommige uit te kiezen scheidsrechters, kan iedere mogelijke partij dit aan de rechtbank, die bevoegd is om de zaak in de eerste instantie van het rechtsgeding te beslissen, toevertrouwen, tenzij de partijen anders overeengekomen zijn; de rechtbank dient gehoord de overige partijen door een decreet erin te voorzien.
§ 1. Als de scheidsrechters niet in het compromis zijn aangewezen of als zij ter vervanging gekozen moeten worden en de partijen of anderen, aan wie de aanwijzing is opgedragen, het oneens zijn over alle of sommige uit te kiezen scheidsrechters, kan iedere mogelijke partij dit aan de rechtbank, die bevoegd is om de zaak in de eerste instantie van het rechtsgeding te beslissen, toevertrouwen, tenzij de partijen anders overeengekomen zijn; de rechtbank dient gehoord de overige partijen door een decreet erin te voorzien.
Referenties naar alinea 1174: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Dezelfde norm moet in acht genomen worden, als enige partij of een ander nalaat een scheidsrechter aan te wijzen, mits echter de partij, die zich tot de rechtbank heeft gewend, tenminste twintig dagen daarvoor haar scheidsrechters, als zij het wellicht moest, heeft aangewezen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1175
Can. 1175
Op wraking echter van scheidsrechters ziet de rechtbank, als bedoeld in can. 1174, § 1[574|+2586], die gehoord de gewraakte scheidsrechters en partijen door een decreet het vraagpunt moet beslechten; als zij de wraking aanvaardt, dient zij andere scheidsrechters ter vervanging te kiezen, tenzij in het compromis anders is geregeld.
Op wraking echter van scheidsrechters ziet de rechtbank, als bedoeld in can. 1174, § 1[574|+2586], die gehoord de gewraakte scheidsrechters en partijen door een decreet het vraagpunt moet beslechten; als zij de wraking aanvaardt, dient zij andere scheidsrechters ter vervanging te kiezen, tenzij in het compromis anders is geregeld.
Referenties naar alinea 1175: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1176
Can. 1176
§ 1. De plichten van de scheidsrechters moeten in het compromis zelf worden bepaald, ook die welke op geheimhouding betrekking hebben.
§ 1. De plichten van de scheidsrechters moeten in het compromis zelf worden bepaald, ook die welke op geheimhouding betrekking hebben.
Referenties naar alinea 1176: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tenzij de partijen anders hebben bepaald, kiezen de scheidsrechters vrijelijk de wijze van procederen uit; deze echter dient eenvoudig te zijn en de termijnen dienen kort te zijn, de billijkheid in acht genomen en rekening gehouden met de processuele wet.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De scheidsrechters missen welke dwangmacht dan ook; wanneer de noodzaak het eist moeten zij zich wenden tot de rechtbank, die bevoegd is om de zaak te behandelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1177
Can. 1177
§ 1. De incidentele vraagpunten, die wellicht ontstaan, dienen de scheidsrechters zelf door een decreet te beslechten.
§ 1. De incidentele vraagpunten, die wellicht ontstaan, dienen de scheidsrechters zelf door een decreet te beslechten.
Referenties naar alinea 1177: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als evenwel een prejudicieel vraagpunt ontstaat, waarover een compromis met de inzet van scheidsrechters niet kan worden gesloten, moeten de scheidsrechters de procesgang opschorten, totdat over dat vraagpunt de partijen een sententie, die in kracht van gewijsde is gegaan, of, als het vraagpunt gaat over de staat van personen, een sententie, die tot uitvoering kan worden opgedragen, van de rechter zullen hebben verkregen en aan de scheidsrechters zullen hebben bekendgemaakt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1178
Can. 1178
Tenzij de partijen anders hebben bepaald, moet de arbitrale sententie worden uitgevaardigd binnen zes maanden te rekenen vanaf de dag, waarop alle scheidsrechters hun taak hebben aanvaard; de termijn kan door de partijen worden verlengd.
Tenzij de partijen anders hebben bepaald, moet de arbitrale sententie worden uitgevaardigd binnen zes maanden te rekenen vanaf de dag, waarop alle scheidsrechters hun taak hebben aanvaard; de termijn kan door de partijen worden verlengd.
Referenties naar alinea 1178: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1179
Can. 1179
§ 1. De arbitrale sententie wordt bij meerderheid van stemmen uitgevaardigd.
§ 1. De arbitrale sententie wordt bij meerderheid van stemmen uitgevaardigd.
Referenties naar alinea 1179: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de zaak het toelaat, dient de arbitrale sententie door de scheidsrechters zelf op de wijze van een gerechtelijke sententie te worden opgesteld en door de afzonderlijke scheidsrechters te worden ondertekend; voor de geldigheid van deze echter wordt vereist en volstaat, dat de meerderheid van hen deze ondertekent.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1180
Can. 1180
§ 1. Tenzij de arbitrale sententie nietig is wegens zware schuld van de scheidsrechters, hebben de scheidsrechters recht op betaling van hun kosten; daarvoor kunnen zij passende waarborgen eisen.
§ 1. Tenzij de arbitrale sententie nietig is wegens zware schuld van de scheidsrechters, hebben de scheidsrechters recht op betaling van hun kosten; daarvoor kunnen zij passende waarborgen eisen.
Referenties naar alinea 1180: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het wordt aanbevolen, dat de scheidsrechters kosteloos werk verrichten, anders dient in het compromis zelf in de vergoeding te worden voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1181
Can. 1181
§ 1. De gehele tekst van de arbitrale sententie moet binnen vijftien dagen bij de kanselarij van de rechtbank van de eparchie, waar de sententie uitgevaardigd is, worden gedeponeerd; tenzij zeker vaststaat, dat de arbitrale sententie door nietigheid is getroffen, dient de Gerechtsvicaris persoonlijk of door tussenkomst van een ander binnen vijf dagen te rekenen vanaf het depot het bekrachtigingsdecreet uit te vaardigen, dat terstond aan partijen betekend moet worden.
§ 1. De gehele tekst van de arbitrale sententie moet binnen vijftien dagen bij de kanselarij van de rechtbank van de eparchie, waar de sententie uitgevaardigd is, worden gedeponeerd; tenzij zeker vaststaat, dat de arbitrale sententie door nietigheid is getroffen, dient de Gerechtsvicaris persoonlijk of door tussenkomst van een ander binnen vijf dagen te rekenen vanaf het depot het bekrachtigingsdecreet uit te vaardigen, dat terstond aan partijen betekend moet worden.
Referenties naar alinea 1181: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de Gerechtsvicaris weigert dit decreet uit te vaardigen, kan de partij, in wier belang het is, bezwaar maken bij de rechtbank van appel, waardoor het vraagpunt ten spoedigste moet worden beslist; als evenwel de Gerechtsvicaris een aaneengesloten maand zwijgt, kan dezelfde partij erop aandringen, dat hijzelf zijn taak uitoefent; als hij evenwel niettemin zwijgt, kan na het verstrijken van vijf dagen de partij bezwaar instellen bij de rechtbank van appel, die eveneens het vraagpunt ten spoedigste moet beslissen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als zeker vaststaat, dat de arbitrale sententie door nietigheid is getroffen wegens veronachtzaamde voorschriften bepaald voor de geldigheid van het compromis, dient de Gerechtsvicaris de nietigheid te verklaren en zo spoedig mogelijk aan de partijen bekend te maken, met uitsluiting van elk bezwaar tegen deze verklaring.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De arbitrale sententie gaat in kracht van gewijsde zodra als het bekrachtigingsdecreet is uitgevaardigd onverminderd can. 1182[574|+2603 +2604].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1182
1181 §4
1181 §4
Can. 1182
§ 1. Het appel tegen de arbitrale sententie wordt dan alleen toegelaten, als de partijen schriftelijk onderling overeengekomen zijn, dat deze onderworpen zal worden aan dit middel; in dat geval moet het appel worden ingesteld binnen tien dagen te rekenen vanaf de betekening van het bekrachtigingsdecreet ten overstaan van de rechter zelf, die het decreet heeft uitgevaardigd; als evenwel een ander de bevoegde rechter is om het appel te ontvangen, moet het vervolg ten overstaan van hem binnen een maand worden gedaan.
§ 1. Het appel tegen de arbitrale sententie wordt dan alleen toegelaten, als de partijen schriftelijk onderling overeengekomen zijn, dat deze onderworpen zal worden aan dit middel; in dat geval moet het appel worden ingesteld binnen tien dagen te rekenen vanaf de betekening van het bekrachtigingsdecreet ten overstaan van de rechter zelf, die het decreet heeft uitgevaardigd; als evenwel een ander de bevoegde rechter is om het appel te ontvangen, moet het vervolg ten overstaan van hem binnen een maand worden gedaan.
Referenties naar alinea 1182: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1181 §4
§ 2. De arbitrale sententie, waartegen appel wordt toegelaten, gaat in kracht van gewijsde volgens de norm van can. 1322[574|+2904 -2908].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1183
Can. 1183
Op de klacht van nietigheid tegen de arbitrale sententie, die in kracht van gewijsde is gegaan, op het herstel in de oorspronkelijke staat, als de wederrechtelijkheid van dezelfde sententie duidelijk vaststaat, op het verzet van een derde en eveneens op de verbetering van een materiële dwaling van de sententie ziet de rechter, die het bekrachtigingsdecreet heeft uitgevaardigd, volgens de gewone norm van het recht.
Op de klacht van nietigheid tegen de arbitrale sententie, die in kracht van gewijsde is gegaan, op het herstel in de oorspronkelijke staat, als de wederrechtelijkheid van dezelfde sententie duidelijk vaststaat, op het verzet van een derde en eveneens op de verbetering van een materiële dwaling van de sententie ziet de rechter, die het bekrachtigingsdecreet heeft uitgevaardigd, volgens de gewone norm van het recht.
Referenties naar alinea 1183: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1184
Can. 1184
§ 1. De uitvoering van de arbitrale sententie kan verricht worden in dezelfde gevallen, waarin de uitvoering van een gerechtelijke sententie wordt toegelaten.
§ 1. De uitvoering van de arbitrale sententie kan verricht worden in dezelfde gevallen, waarin de uitvoering van een gerechtelijke sententie wordt toegelaten.
Referenties naar alinea 1184: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De arbitrale sententie moet de Eparch van de eparchie, waar zij uitgevaardigd is, persoonlijk of door tussenkomst van een ander tot uitvoering opdragen, tenzij de partijen een andere uitvoerder hebben aangewezen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XXV - Over het contentieus rechtsgeding (cann. 1185-1356)
- Hoofdstuk I - Over het gewoon contentieus rechtsgeding (cann. 1185-1342)
- Art. I - Over het inleidend verzoekschrift tot een proces (cann. 1185-1189)
1185
1472 §1
1472 §1
Can. 1185
Wie iemand wil dagen, moet een inleidend verzoekschrift tot een proces bij de bevoegde rechter indienen, waarin het object van het geschil wordt voorgelegd en de dienst van de rechter wordt gevraagd.
Wie iemand wil dagen, moet een inleidend verzoekschrift tot een proces bij de bevoegde rechter indienen, waarin het object van het geschil wordt voorgelegd en de dienst van de rechter wordt gevraagd.
Referenties naar alinea 1185: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1186
Can. 1186
§ 1. Een mondeling verzoek kan de rechter toelaten, zo vaak als of de eiser wordt verhinderd om een inleidend verzoekschrift tot een proces in te dienen, of de zaak gemakkelijk te onderzoeken en van geringer belang is.
§ 1. Een mondeling verzoek kan de rechter toelaten, zo vaak als of de eiser wordt verhinderd om een inleidend verzoekschrift tot een proces in te dienen, of de zaak gemakkelijk te onderzoeken en van geringer belang is.
Referenties naar alinea 1186: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In beide gevallen echter dient de rechter een notaris op te dragen schriftelijk een akte op te stellen, die ten overstaan van de eiser moet worden voorgelezen en door hem moet worden goedgekeurd en die de plaats inneemt van een door de eiser geschreven inleidend verzoekschrift tot een proces met het oog op alle rechtsgevolgen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1187
1344 §1
1472 §1
1344 §1
1472 §1
Can. 1187
Het inleidend verzoekschrift tot een proces moet:
Het inleidend verzoekschrift tot een proces moet:
Referenties naar alinea 1187: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1188 §2 3°
1344 §1
1472 §1
- 1° uitdrukken, ten overstaan van welke rechter de zaak wordt ingeleid, waarom verzocht wordt en wie erom verzocht wordt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1188 §2 3°
1344
1472
- 2° aangeven, op welk recht de eiser steunt en in het algemeen tenminste op welke feiten en bewijzen om datgene te bewijzen, wat beweerd wordt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1188 §2 3°
1344 §1
1472 §1
- 3° worden ondertekend door de eiser of zijn procurator met toevoeging van de dag, de maand en het jaar en eveneens van de plaats, waar de eiser of zijn procurator wonen dan wel gezegd hebben dat zij verblijf houden ter wille van het ontvangen van de akten;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1344 §1
1472 §1
- 4° aangeven de woonplaats of quasi-woonplaats van de gedaagde partij.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1188
Can. 1188
§ 1. De enkele rechter of de voorzitter van een collegiale rechtbank moet, nadat hij gezien heeft zowel dat de zaak tot zijn bevoegdheid behoort als ook dat de eiser wettig gekwalificeerd is om het rechtsgeding te voeren, door zijn decreet zo spoedig mogelijk het inleidend verzoekschrift tot een proces hetzij toelaten hetzij verwerpen.
§ 1. De enkele rechter of de voorzitter van een collegiale rechtbank moet, nadat hij gezien heeft zowel dat de zaak tot zijn bevoegdheid behoort als ook dat de eiser wettig gekwalificeerd is om het rechtsgeding te voeren, door zijn decreet zo spoedig mogelijk het inleidend verzoekschrift tot een proces hetzij toelaten hetzij verwerpen.
Referenties naar alinea 1188: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het inleidend verzoekschrift tot een proces kan alleen worden verworpen, als:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de rechter of de rechtbank onbevoegd is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° zonder twijfel vaststaat, dat de eiser niet wettig gekwalificeerd is om het rechtsgeding te voeren;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° can. 1187, nn. 1 - 3[574|+2614 -2617] niet in acht genomen is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° zeker blijkt uit het inleidend verzoekschrift tot een proces zelf, dat het verzoek iedere mogelijke grond mist en dat het niet mogelijk is, dat uit de procesgang enige grond tevoorschijn komt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als het inleidend verzoekschrift tot een proces verworpen is wegens gebreken, die hersteld kunnen worden, kan de eiser een herzien verzoekschrift bij dezelfde rechter opnieuw indienen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Tegen de verwerping van een inleidend verzoekschrift tot een proces komt het de partij altijd onverkort toe om binnen een nuttige tijd van tien dagen een met redenen ondersteund bezwaar in te stellen bij de rechtbank van appel of, als het verzoekschrift verworpen is door de voorzitter, bij het college; het vraagpunt echter van verwerping moet ten spoedigste worden beslist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1189
1190 §2
1190 §2
Can. 1189
Als de rechter binnen een maand te rekenen vanaf de indiening van het inleidend verzoekschrift tot een proces het decreet niet heeft uitgegeven, waardoor hij het verzoekschrift toelaat of verwerpt, kan de partij, in wier belang het is, erop aandringen, dat de rechter zijn taak uitoefent; als evenwel de rechter niettemin zwijgt, dient na het nutteloos verstrijken van tien dagen te rekenen vanaf het gedane verzoek het verzoekschrift voor toegelaten gehouden te worden.
Als de rechter binnen een maand te rekenen vanaf de indiening van het inleidend verzoekschrift tot een proces het decreet niet heeft uitgegeven, waardoor hij het verzoekschrift toelaat of verwerpt, kan de partij, in wier belang het is, erop aandringen, dat de rechter zijn taak uitoefent; als evenwel de rechter niettemin zwijgt, dient na het nutteloos verstrijken van tien dagen te rekenen vanaf het gedane verzoek het verzoekschrift voor toegelaten gehouden te worden.
Referenties naar alinea 1189: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over de dagvaarding en over de betekening of bekendmaking van de gerechtelijke akten (cann. 1190-1194)
1190
1272 §1
1272 §1
Can. 1190
§ 1. In het decreet, waardoor het inleidend verzoekschrift tot een proces van de eiser wordt toegelaten, moet de rechter of de voorzitter van de rechtbank de overige partijen tot het rechtsgeding oproepen of dagvaarden om het proces in te leiden, bepalend, of deze schriftelijk moeten antwoorden of zich ten overstaan van hemzelf moeten vervoegen om de twijfels met elkaar in overeenstemming te brengen; als hij evenwel uit de schriftelijk gegeven antwoorden de noodzaak inziet om de partijen bijeen te roepen, kan hij dit door een nieuw decreet bepalen.
§ 1. In het decreet, waardoor het inleidend verzoekschrift tot een proces van de eiser wordt toegelaten, moet de rechter of de voorzitter van de rechtbank de overige partijen tot het rechtsgeding oproepen of dagvaarden om het proces in te leiden, bepalend, of deze schriftelijk moeten antwoorden of zich ten overstaan van hemzelf moeten vervoegen om de twijfels met elkaar in overeenstemming te brengen; als hij evenwel uit de schriftelijk gegeven antwoorden de noodzaak inziet om de partijen bijeen te roepen, kan hij dit door een nieuw decreet bepalen.
Referenties naar alinea 1190: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het inleidend verzoekschrift tot een proces voor toegelaten gehouden wordt volgens de norm van can. 1189[574|1189], moet het decreet tot dagvaarding in het rechtsgeding binnen twintig dagen te rekenen vanaf het gedane verzoek, als bedoeld in die canon, worden gemaakt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1152 §3
§ 3. Als evenwel de partijen zich feitelijk ten overstaan van de rechter vervoegen om de zaak te behandelen, wordt de dagvaarding niet vereist, maar dient een notaris in de akten aan te geven dat de partijen bij het rechtsgeding aanwezig zijn geweest.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1191
1363 § 1
1363 § 1
Can. 1191
§ 1. Het decreet tot dagvaarding in het rechtsgeding moet terstond aan de gedaagde partij worden betekend en tegelijk aan de overigen, die moeten verschijnen, bekend worden gemaakt.
§ 1. Het decreet tot dagvaarding in het rechtsgeding moet terstond aan de gedaagde partij worden betekend en tegelijk aan de overigen, die moeten verschijnen, bekend worden gemaakt.
Referenties naar alinea 1191: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1363 § 1
§ 2. Aan de dagvaarding dient het inleidend verzoekschrift tot een proces te worden toegevoegd, tenzij de rechter om een zwaarwegende reden meent, dat het verzoekschrift niet aan de partij bekendgemaakt moet worden, voordat deze in het rechtsgeding een verklaring heeft afgelegd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1363 § 1
§ 3. Als een eis wordt ingesteld tegen degene, die niet de vrije uitoefening heeft van zijn rechten of het vrije beheer van de zaken, waarover gestreden wordt, moet de dagvaarding worden betekend aan degene, door wiens tussenkomst hij het rechtsgeding moet voeren volgens de norm van het recht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1192
1298
1298
Can. 1192
§ 1. De betekening of bekendmaking van de dagvaardingen, decreten, sententies en andere gerechtelijke akten moet verricht worden door tussenkomst van openbare bodes met bevestiging van ontvangst of op een andere wijze, die zeer veilig is, met inachtneming van de wetten van het particulier recht.
§ 1. De betekening of bekendmaking van de dagvaardingen, decreten, sententies en andere gerechtelijke akten moet verricht worden door tussenkomst van openbare bodes met bevestiging van ontvangst of op een andere wijze, die zeer veilig is, met inachtneming van de wetten van het particulier recht.
Referenties naar alinea 1192: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1298
§ 2. Het feit van de betekening of bekendmaking en de wijze ervan moet vaststaan in de akten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1298
§ 3. De gedaagde partij, die de dagvaarding weigert te ontvangen of die verhindert, dat de dagvaarding haar bereikt, dient als wettig gedagvaard beschouwd te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1193
Can. 1193
Als de dagvaarding niet wettig betekend is, zijn de akten van de procesgang nietig, tenzij de partij niettemin verschenen is om de zaak te behandelen.
Als de dagvaarding niet wettig betekend is, zijn de akten van de procesgang nietig, tenzij de partij niettemin verschenen is om de zaak te behandelen.
Referenties naar alinea 1193: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1194
1345 §2
1345 §2
Can. 1194
Als de dagvaarding wettig betekend is dan wel als de partijen zich ten overstaan van de rechter hebben vervoegd om de zaak te behandelen:
Als de dagvaarding wettig betekend is dan wel als de partijen zich ten overstaan van de rechter hebben vervoegd om de zaak te behandelen:
Referenties naar alinea 1194: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1345 §2
- 1° houdt de zaak op onaangevochten te zijn;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1345 §2
- 2° wordt de zaak een eigen zaak van die overigens bevoegde rechter dan wel rechtbank, ten overstaan van wie de eis is ingesteld;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1345 §2
- 3° wordt bij een gedelegeerde rechter de gedelegeerde macht bestendig gemaakt zo, dat zij niet verloren wordt bij beëindiging van het recht van de delegerende;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1345 §2
- 4° wordt de verjaring onderbroken, tenzij anders is geregeld;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1345 §2
- 5° begint de behandeling van het proces en is daarom terstond het beginsel van toepassing overeenkomstig welk hangende het proces niets vernieuwd mag worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. III - Over het inleiden van het proces (cann. 1195-1198)
1195
Can. 1195
§ 1. Het inleiden van het proces gebeurt, wanneer door middel van een decreet van de rechter het aan de verzoeken en antwoorden van de partijen ontleende object van het geschil wordt bepaald.
§ 1. Het inleiden van het proces gebeurt, wanneer door middel van een decreet van de rechter het aan de verzoeken en antwoorden van de partijen ontleende object van het geschil wordt bepaald.
Referenties naar alinea 1195: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De verzoeken en antwoorden van de partijen kunnen, behalve in het inleidend verzoekschrift tot een proces, of in het antwoord op de dagvaarding worden uitgedrukt of in mondeling ten overstaan van de rechter afgelegde verklaringen; bij ingewikkeldere zaken echter moeten de partijen door de rechter bijeengeroepen worden om de twijfel of de twijfels met elkaar in overeenstemming te brengen, waarop in de sententie geantwoord moet worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het decreet van de rechter moet aan de partijen betekend worden; deze kunnen, tenzij ze reeds hebben ingestemd, binnen tien dagen bij dezelfde rechter bezwaar maken, opdat het decreet gewijzigd wordt; de zaak moet echter ten spoedigste door een decreet van dezelfde rechter worden beslist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1196
Can. 1196
Het object van het geschil, eenmaal bepaald, kan niet geldig worden gewijzigd tenzij door een nieuw decreet, om een zwaarwegende reden, op het verzoek van een partij en gehoord de overige partijen en hun redenen afgewogen.
Het object van het geschil, eenmaal bepaald, kan niet geldig worden gewijzigd tenzij door een nieuw decreet, om een zwaarwegende reden, op het verzoek van een partij en gehoord de overige partijen en hun redenen afgewogen.
Referenties naar alinea 1196: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1197
Can. 1197
Nadat het proces is ingeleid, houdt de bezitter van andermans zaak op te goeder trouw te zijn en daarom moet hij, als hij veroordeeld wordt om de zaak terug te geven, ook de vruchten vanaf de dag van het inleiden van het proces teruggeven en de schaden vergoeden.
Nadat het proces is ingeleid, houdt de bezitter van andermans zaak op te goeder trouw te zijn en daarom moet hij, als hij veroordeeld wordt om de zaak terug te geven, ook de vruchten vanaf de dag van het inleiden van het proces teruggeven en de schaden vergoeden.
Referenties naar alinea 1197: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1198
Can. 1198
Nadat het proces is ingeleid, dient de rechter voor de partijen een passende tijd vast te stellen om de bewijzen voor te leggen en volledig te maken.
Nadat het proces is ingeleid, dient de rechter voor de partijen een passende tijd vast te stellen om de bewijzen voor te leggen en volledig te maken.
Referenties naar alinea 1198: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. IV - Over de opschorting, de stopzetting en het afzien van de behandeling van het proces (cann. 1199-1206)
1199
1361 §2
1361 §2
Can. 1199
Als een partij sterft dan wel haar staat wijzigt dan wel haar ambt verliest, op titel waarvan zij handelt:
Als een partij sterft dan wel haar staat wijzigt dan wel haar ambt verliest, op titel waarvan zij handelt:
Referenties naar alinea 1199: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1361 §2
- 1° wordt bij een nog niet afgesloten zaak de behandeling van het proces opgeschort, totdat de erfgenaam van de overledene dan wel de opvolger dan wel degene, in wiens belang het is, de behandeling van het proces zal hebben hernomen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1361 §2
- 2° moet bij een afgesloten zaak de rechter verder voortgaan na dagvaarding van de procurator, als er een is, anders van de erfgenaam van de overledene of de opvolger.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1200
Can. 1200
§ 1. Als hetzij de voogd of curator hetzij de procurator of advocaat, die volgens de norm van can. 1139[574|+2518 -2520] noodzakelijk zijn, de taak beëindigt, wordt de behandeling van het proces in de tussentijd opgeschort.
§ 1. Als hetzij de voogd of curator hetzij de procurator of advocaat, die volgens de norm van can. 1139[574|+2518 -2520] noodzakelijk zijn, de taak beëindigt, wordt de behandeling van het proces in de tussentijd opgeschort.
Referenties naar alinea 1200: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De rechter dient zo spoedig mogelijk echter een andere voogd of curator aan te stellen; een procurator evenwel voor het proces of een advocaat kan hij aanstellen, als de partij dit heeft nagelaten binnen de door de rechter zelf bepaalde korte termijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1201
Can. 1201
Als, zonder dat enig beletsel in de weg staat, gedurende zes maanden door de partijen geen enkele processuele handeling wordt gesteld, wordt de behandeling van het proces stopgezet.
Als, zonder dat enig beletsel in de weg staat, gedurende zes maanden door de partijen geen enkele processuele handeling wordt gesteld, wordt de behandeling van het proces stopgezet.
Referenties naar alinea 1201: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1202
Can. 1202
De stopzetting heeft gevolg van rechtswege en jegens allen, ook minderjarigen, en moet ook ambtshalve worden verklaard met behoud van het recht om te verzoeken om schadeloosstelling jegens de voogden, curatoren, beheerders, procuratoren, die niet hebben bewezen vrij van schuld te zijn geweest.
De stopzetting heeft gevolg van rechtswege en jegens allen, ook minderjarigen, en moet ook ambtshalve worden verklaard met behoud van het recht om te verzoeken om schadeloosstelling jegens de voogden, curatoren, beheerders, procuratoren, die niet hebben bewezen vrij van schuld te zijn geweest.
Referenties naar alinea 1202: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1203
Can. 1203
De stopzetting doet de akten van de procesgang teniet gaan, niet evenwel de akten van de zaak; ja zelfs kunnen deze van kracht zijn ook in een ander rechtsgeding, mits de zaak tussen dezelfde personen en over dezelfde zaak gaat; maar wat derden betreft, verkrijgen ze geen andere kracht dan die van documenten.
De stopzetting doet de akten van de procesgang teniet gaan, niet evenwel de akten van de zaak; ja zelfs kunnen deze van kracht zijn ook in een ander rechtsgeding, mits de zaak tussen dezelfde personen en over dezelfde zaak gaat; maar wat derden betreft, verkrijgen ze geen andere kracht dan die van documenten.
Referenties naar alinea 1203: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1204
Can. 1204
De kosten van een stopgezet rechtsgeding, die ieder afzonderlijk van de partijen heeft gemaakt, moet zij zelf betalen.
De kosten van een stopgezet rechtsgeding, die ieder afzonderlijk van de partijen heeft gemaakt, moet zij zelf betalen.
Referenties naar alinea 1204: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1205
Can. 1205
§ 1. In iedere mogelijke stand en instantie van het rechtsgeding kan de eiser van de behandeling van het proces afzien; eveneens kunnen zowel de eiser als de gedaagde partij van de handelingen van de procesgang afzien hetzij van alle hetzij van sommige alleen.
§ 1. In iedere mogelijke stand en instantie van het rechtsgeding kan de eiser van de behandeling van het proces afzien; eveneens kunnen zowel de eiser als de gedaagde partij van de handelingen van de procesgang afzien hetzij van alle hetzij van sommige alleen.
Referenties naar alinea 1205: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De voogden en beheerders van rechtspersonen behoeven, om van de behandeling van het proces af te kunnen zien, het advies of de instemming van degenen, van wie de medewerking wordt vereist om handelingen te stellen, die de grenzen van het gewone beheer overschrijden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het afzien moet, om geldig te zijn, schriftelijk worden verricht en moet door dezelfde partij of door haar procurator, van een bijzondere opdracht echter voorzien, worden ondertekend, aan de andere partij worden medegedeeld, en door haar worden aanvaard of niet worden bestreden en door de rechter worden toegelaten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1206
1317 §1
1317 §1
Can. 1206
Het door de rechter toegelaten afzien levert voor de handelingen, waarvan afgezien is, dezelfde gevolgen op als de stopzetting van de behandeling van het proces en ook verplicht het degene die afziet om de kosten van de handelingen, waarvan is afgezien, te betalen.
Het door de rechter toegelaten afzien levert voor de handelingen, waarvan afgezien is, dezelfde gevolgen op als de stopzetting van de behandeling van het proces en ook verplicht het degene die afziet om de kosten van de handelingen, waarvan is afgezien, te betalen.
Referenties naar alinea 1206: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. V - Over de bewijzen (cann. 1207-1266)
1207
Can. 1207
§ 1. De bewijslast drukt op degene, die een bewering doet.
§ 1. De bewijslast drukt op degene, die een bewering doet.
Referenties naar alinea 1207: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Geen bewijs behoeven:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° wat van rechtswege wordt verondersteld;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de feiten door één van de strijdenden beweerd en door de ander toegelaten, tenzij door het recht of door de rechter het bewijs niettemin wordt geëist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1208
Can. 1208
§ 1. Bewijzen van iedere mogelijke soort, die om een zaak te behandelen nuttig lijken en geoorloofd zijn, kunnen worden aangevoerd.
§ 1. Bewijzen van iedere mogelijke soort, die om een zaak te behandelen nuttig lijken en geoorloofd zijn, kunnen worden aangevoerd.
Referenties naar alinea 1208: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als een partij erop aandringt, dat een door de rechter verworpen bewijs wordt toegelaten, dient de rechter zelf de zaak ten spoedigste te beslissen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1209
Can. 1209
Als een partij of een getuige weigeren zich te vervoegen om te antwoorden ten overstaan van de rechter, is het geoorloofd hen te horen door tussenkomst van een door de rechter aangewezen persoon dan wel hun verklaring te vereisen ten overstaan van een openbare notaris of op welke andere wettige wijze dan ook.
Als een partij of een getuige weigeren zich te vervoegen om te antwoorden ten overstaan van de rechter, is het geoorloofd hen te horen door tussenkomst van een door de rechter aangewezen persoon dan wel hun verklaring te vereisen ten overstaan van een openbare notaris of op welke andere wettige wijze dan ook.
Referenties naar alinea 1209: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1210
Can. 1210
De rechter mag tot het verzamelen van de bewijzen niet overgaan vóór het inleiden van het proces tenzij om een zwaarwegende reden.
De rechter mag tot het verzamelen van de bewijzen niet overgaan vóór het inleiden van het proces tenzij om een zwaarwegende reden.
Referenties naar alinea 1210: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° - Over de verklaringen van de partijen (cann. 1211-1219)
1211
Can. 1211
De rechter kan om de waarheid passender te achterhalen de partijen altijd ondervragen, ja zelfs moet hij het op het verzoek van een partij of om een feit te bewijzen, waarvan het van openbaar belang is dat het buiten twijfel wordt gesteld.
De rechter kan om de waarheid passender te achterhalen de partijen altijd ondervragen, ja zelfs moet hij het op het verzoek van een partij of om een feit te bewijzen, waarvan het van openbaar belang is dat het buiten twijfel wordt gesteld.
Referenties naar alinea 1211: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1212
Can. 1212
§ 1. Een wettig ondervraagde partij moet antwoorden en de waarheid geheel bekennen, tenzij door het antwoord een door haar gepleegd delict onthuld wordt.
§ 1. Een wettig ondervraagde partij moet antwoorden en de waarheid geheel bekennen, tenzij door het antwoord een door haar gepleegd delict onthuld wordt.
Referenties naar alinea 1212: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als zij evenwel heeft geweigerd te antwoorden, is het de taak van de rechter te beoordelen, wat tot het bewijs van de feiten daaruit kan worden achterhaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1213
1243 §2
1243 §2
Can. 1213
In de gevallen, waarin het openbaar welzijn in het geding is, dient de rechter de te ondervragen partijen de eed op te leggen over het zeggen van de waarheid dan wel tenminste over de waarheid van het gezegde, tenzij een zwaarwegende reden anders aanbeveelt; in de andere gevallen kan hij het naar zijn inzicht.
In de gevallen, waarin het openbaar welzijn in het geding is, dient de rechter de te ondervragen partijen de eed op te leggen over het zeggen van de waarheid dan wel tenminste over de waarheid van het gezegde, tenzij een zwaarwegende reden anders aanbeveelt; in de andere gevallen kan hij het naar zijn inzicht.
Referenties naar alinea 1213: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1214
Can. 1214
De partijen, de promotor van de gerechtigheid en de verdediger van de band kunnen bij de rechter punten indienen, waarover een partij moet worden ondervraagd.
De partijen, de promotor van de gerechtigheid en de verdediger van de band kunnen bij de rechter punten indienen, waarover een partij moet worden ondervraagd.
Referenties naar alinea 1214: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1215
Can. 1215
Met betrekking tot de ondervragingen van de partijen dienen onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden de canones over de ondervraging van de getuigen in acht genomen te worden.
Met betrekking tot de ondervragingen van de partijen dienen onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden de canones over de ondervraging van de getuigen in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 1215: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1216
Can. 1216
Een bewering over enig feit, die schriftelijk of mondeling ten overstaan van de bevoegde rechter door enige partij tegen zichzelf is gedaan met betrekking tot de materie zelf van een rechtsgeding hetzij uit eigen beweging hetzij bij de ondervraging door de rechter is een gerechtelijke bekentenis.
Een bewering over enig feit, die schriftelijk of mondeling ten overstaan van de bevoegde rechter door enige partij tegen zichzelf is gedaan met betrekking tot de materie zelf van een rechtsgeding hetzij uit eigen beweging hetzij bij de ondervraging door de rechter is een gerechtelijke bekentenis.
Referenties naar alinea 1216: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1217
Can. 1217
§ 1. Een gerechtelijke bekentenis van één partij ontheft, als het gaat om enige private aangelegenheid en het openbaar welzijn niet in het geding is, de overige partijen van de bewijslast.
§ 1. Een gerechtelijke bekentenis van één partij ontheft, als het gaat om enige private aangelegenheid en het openbaar welzijn niet in het geding is, de overige partijen van de bewijslast.
Referenties naar alinea 1217: 1
Annus Internationalis Familiae ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1365
§ 2. In de zaken echter, die op het openbaar welzijn betrekking hebben, kunnen een gerechtelijke bekentenis en de overige verklaringen van de partijen bewijskracht hebben, door de rechter te beoordelen tezamen met de overige omstandigheden van de zaak, maar kracht van vol bewijs kan aan hen niet worden toegekend, tenzij andere elementen erbij komen, die hen geheel en al versterken..
Referenties naar deze alinea: 1
Annus Internationalis Familiae ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1218
Can. 1218
Met betrekking tot een in een rechtsgeding ingebrachte buitengerechtelijke bekentenis is het de taak van de rechter alle omstandigheden afgewogen te beoordelen, hoeveel gewicht eraan gegeven moet worden.
Met betrekking tot een in een rechtsgeding ingebrachte buitengerechtelijke bekentenis is het de taak van de rechter alle omstandigheden afgewogen te beoordelen, hoeveel gewicht eraan gegeven moet worden.
Referenties naar alinea 1218: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1219
Can. 1219
Een bekentenis of welke andere verklaring dan ook van een partij mist iedere mogelijke kracht, als vaststaat, dat die op grond van dwaling omtrent een feit is afgelegd dan wel door dwang of zware vrees is afgedwongen.
Een bekentenis of welke andere verklaring dan ook van een partij mist iedere mogelijke kracht, als vaststaat, dat die op grond van dwaling omtrent een feit is afgelegd dan wel door dwang of zware vrees is afgedwongen.
Referenties naar alinea 1219: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° - Over het bewijs door middel van documenten (cann. 1220-1227)
1220
Can. 1220
In iedere mogelijke soort rechtsgeding wordt het bewijs door middel van zowel openbare als private documenten toegelaten.
In iedere mogelijke soort rechtsgeding wordt het bewijs door middel van zowel openbare als private documenten toegelaten.
Referenties naar alinea 1220: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1221
Can. 1221
§ 1. Kerkelijke openbare documenten zijn die, welke een persoon om reden van zijn openbare taak in de Kerk heeft vervaardigd met inachtneming van de door het recht voorgeschreven vormvoorschriften.
§ 1. Kerkelijke openbare documenten zijn die, welke een persoon om reden van zijn openbare taak in de Kerk heeft vervaardigd met inachtneming van de door het recht voorgeschreven vormvoorschriften.
Referenties naar alinea 1221: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Burgerlijke openbare documenten zijn die, welke overeenkomstig het burgerlijk recht als zodanig worden beschouwd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De overige documenten zijn privaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1222
Can. 1222
Openbare documenten garanderen datgene, wat direct en hoofdzakelijk daarin bevestigd wordt, tenzij door tegengestelde en duidelijke argumenten anders wordt bewezen, onverminderd het plaatselijk burgerlijk recht, dat, voor zover het burgerlijke documenten betreft, anders bepaalt.
Openbare documenten garanderen datgene, wat direct en hoofdzakelijk daarin bevestigd wordt, tenzij door tegengestelde en duidelijke argumenten anders wordt bewezen, onverminderd het plaatselijk burgerlijk recht, dat, voor zover het burgerlijke documenten betreft, anders bepaalt.
Referenties naar alinea 1222: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1223
Can. 1223
Een privaat document hetzij erkend door een partij hetzij getoetst door de rechter heeft jegens de auteur van het document of degene, die het document ondertekend heeft, en degenen, die door hen een zaak hebben, dezelfde bewijskracht als een buitengerechtelijke bekentenis; jegens derden echter kan het bewijskracht hebben, door de rechter te beoordelen tezamen met de overige omstandigheden van de zaak, maar kracht van vol bewijs kan eraan niet worden toegekend, tenzij andere elementen erbij komen, die dit geheel en al versterken.
Een privaat document hetzij erkend door een partij hetzij getoetst door de rechter heeft jegens de auteur van het document of degene, die het document ondertekend heeft, en degenen, die door hen een zaak hebben, dezelfde bewijskracht als een buitengerechtelijke bekentenis; jegens derden echter kan het bewijskracht hebben, door de rechter te beoordelen tezamen met de overige omstandigheden van de zaak, maar kracht van vol bewijs kan eraan niet worden toegekend, tenzij andere elementen erbij komen, die dit geheel en al versterken.
Referenties naar alinea 1223: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1224
Can. 1224
Als documenten afgekrabd, verbeterd, geïnterpoleerd of door een ander gebrek aangetast blijken te zijn, is het de taak van de rechter te beoordelen, of en hoeveel gewicht aan dergelijke documenten gegeven moet worden.
Als documenten afgekrabd, verbeterd, geïnterpoleerd of door een ander gebrek aangetast blijken te zijn, is het de taak van de rechter te beoordelen, of en hoeveel gewicht aan dergelijke documenten gegeven moet worden.
Referenties naar alinea 1224: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1225
Can. 1225
Documenten hebben geen bewijskracht in een rechtsgeding, tenzij ze origineel zijn dan wel in een authentiek afschrift overgelegd en bij de kanselarij van de rechtbank gedeponeerd, om door de rechter en door de partijen te kunnen worden onderzocht.
Documenten hebben geen bewijskracht in een rechtsgeding, tenzij ze origineel zijn dan wel in een authentiek afschrift overgelegd en bij de kanselarij van de rechtbank gedeponeerd, om door de rechter en door de partijen te kunnen worden onderzocht.
Referenties naar alinea 1225: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1226
Can. 1226
De rechter kan voorschrijven, dat een voor beide partijen gemeenschappelijk document wordt overgelegd in het rechtsgeding.
De rechter kan voorschrijven, dat een voor beide partijen gemeenschappelijk document wordt overgelegd in het rechtsgeding.
Referenties naar alinea 1226: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1227
Can. 1227
§ 1. Niemand is gehouden documenten over te leggen, ofschoon gemeenschappelijk, die niet kunnen worden gecommuniceerd zonder gevaar van schade, als bedoeld in can. 1229, § 2, n. 2[574|+2704], dan wel zonder gevaar van schending van de geheimhouding.
§ 1. Niemand is gehouden documenten over te leggen, ofschoon gemeenschappelijk, die niet kunnen worden gecommuniceerd zonder gevaar van schade, als bedoeld in can. 1229, § 2, n. 2[574|+2704], dan wel zonder gevaar van schending van de geheimhouding.
Referenties naar alinea 1227: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als evenwel tenminste enig deel van een document afgeschreven kan worden en in afschrift kan worden overgelegd zonder de vermelde ongemakken, kan de rechter besluiten, dat dit geleverd wordt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° - Over de getuigen en over de getuigenissen (cann. 1228-1254)
1228
Can. 1228
Het bewijs door middel van getuigen wordt in alle mogelijke zaken toegelaten onder de leiding van de rechter.
Het bewijs door middel van getuigen wordt in alle mogelijke zaken toegelaten onder de leiding van de rechter.
Referenties naar alinea 1228: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1229
Can. 1229
§ 1. De getuigen moeten aan de wettig ondervragende rechter de waarheid bekennen.
§ 1. De getuigen moeten aan de wettig ondervragende rechter de waarheid bekennen.
Referenties naar alinea 1229: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Onverminderd can. 1231[574|+2707 -2710] worden van de plicht om te antwoorden uitgezonderd:
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° clerici, wat betreft datgene, wat aan hen om reden van de gewijde bediening onthuld is; magistraten van staten, medici, verloskundigen, advocaten, notarissen en anderen, die het geheim in acht te nemen ook om reden van een verschaft advies gehouden zijn, wat betreft aan een geheim onderhevige aangelegenheden;
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1227 §1
- 2° degenen die vrezen, dat op grond van hun getuigenis hun dan wel hun echtgenoot dan wel naaste bloedverwanten of aanverwanten eerloosheid, gevaarlijke mishandelingen of andere ernstige kwaden ten deel zullen vallen.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- a) - Wie getuigen kunnen zijn (cann. 1230-1231)
1230
Can. 1230
Allen kunnen getuigen zijn, tenzij zij door het recht uitdrukkelijk worden afgewezen of geheel of gedeeltelijk.
Allen kunnen getuigen zijn, tenzij zij door het recht uitdrukkelijk worden afgewezen of geheel of gedeeltelijk.
Referenties naar alinea 1230: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1231
1229 §2
1236
1229 §2
1236
Can. 1231
§ 1. Minderjarigen beneden het veertiende levensjaar en zwakzinnigen mogen niet toegelaten worden tot het afleggen van een getuigenis; gehoord echter kunnen zij worden op grond van een decreet van de rechter, waardoor wordt verklaard dat dit dienstig is.
§ 1. Minderjarigen beneden het veertiende levensjaar en zwakzinnigen mogen niet toegelaten worden tot het afleggen van een getuigenis; gehoord echter kunnen zij worden op grond van een decreet van de rechter, waardoor wordt verklaard dat dit dienstig is.
Referenties naar alinea 1231: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1229 §2
1236
§ 2. Als niet in staat tot het afleggen van een getuigenis worden beschouwd:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1229 §2
1236
- 1° wie partijen zijn in een zaak dan wel in naam van de partijen in een rechtsgeding optreden, de rechter of zijn assistenten, de advocaat en anderen, die de partijen in dezelfde zaak bijstaan of bijgestaan hebben;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1229 §2
1236
- 2° priesters, wat betreft al datgene, wat aan hen uit de sacramentele belijdenis bekend geworden is, ook al heeft de boeteling om onthulling ervan verzocht; ja zelfs hetgeen door wie dan ook en hoe dan ook bij gelegenheid van een sacramentele belijdenis is gehoord, kan zelfs niet als een aanwijzing van de waarheid worden aanvaard.
Referenties naar deze alinea: 1
In ascolto dello Spirito ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- b) - Over het voordragen en uitsluiten van getuigen (cann. 1232-1238)
1232
Can. 1232
Een partij, die een getuige voorgedragen heeft, kan van de ondervraging van hem afzien; maar de tegenpartij kan verzoeken, dat niettemin de getuige wordt ondervraagd.
Een partij, die een getuige voorgedragen heeft, kan van de ondervraging van hem afzien; maar de tegenpartij kan verzoeken, dat niettemin de getuige wordt ondervraagd.
Referenties naar alinea 1232: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1233
Can. 1233
§ 1. Als om het bewijs door middel van getuigen wordt verzocht, dienen hun namen en woonplaats bij de rechtbank te worden gemeld.
§ 1. Als om het bewijs door middel van getuigen wordt verzocht, dienen hun namen en woonplaats bij de rechtbank te worden gemeld.
Referenties naar alinea 1233: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Binnen een door de rechter vastgestelde termijn dienen de punten van de argumenten te worden ingediend, ten aanzien waarvan wordt verzocht om de ondervraging van de getuigen; anders dient het verzoek als opgegeven te worden beschouwd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1234
Can. 1234
De rechter is bevoegd een te grote hoeveelheid getuigen te beperken.
De rechter is bevoegd een te grote hoeveelheid getuigen te beperken.
Referenties naar alinea 1234: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1235
Can. 1235
Voordat de getuigen worden ondervraagd, dienen hun namen aan de partijen te worden medegedeeld; als dit evenwel naar de wijze beoordeling van de rechter niet zonder ernstige moeilijkheid kan worden gedaan, dient het tenminste vóór de openbaarmaking van de getuigenissen te worden gedaan.
Voordat de getuigen worden ondervraagd, dienen hun namen aan de partijen te worden medegedeeld; als dit evenwel naar de wijze beoordeling van de rechter niet zonder ernstige moeilijkheid kan worden gedaan, dient het tenminste vóór de openbaarmaking van de getuigenissen te worden gedaan.
Referenties naar alinea 1235: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1236
Can. 1236
Onverminderd can. 1231[574|+2707 -2710] kan een partij verzoeken, dat een getuige wordt uitgesloten, als een rechtmatige reden wordt aangetoond, voordat de getuige wordt ondervraagd.
Onverminderd can. 1231[574|+2707 -2710] kan een partij verzoeken, dat een getuige wordt uitgesloten, als een rechtmatige reden wordt aangetoond, voordat de getuige wordt ondervraagd.
Referenties naar alinea 1236: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1237
Can. 1237
De dagvaarding van een getuige wordt verricht door een aan de getuige wettig betekend decreet van de rechter.
De dagvaarding van een getuige wordt verricht door een aan de getuige wettig betekend decreet van de rechter.
Referenties naar alinea 1237: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1238
Can. 1238
De volgens de norm van het recht door de rechter gedagvaarde getuige dient te verschijnen dan wel de reden van zijn afwezigheid aan de rechter bekend te maken.
De volgens de norm van het recht door de rechter gedagvaarde getuige dient te verschijnen dan wel de reden van zijn afwezigheid aan de rechter bekend te maken.
Referenties naar alinea 1238: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- c) - Over de ondervraging van de getuigen (cann. 1239-1252)
1239
Can. 1239
§ 1. De getuigen moeten op de zetel van de rechtbank worden ondervraagd, tenzij de rechter anders lijkt.
§ 1. De getuigen moeten op de zetel van de rechtbank worden ondervraagd, tenzij de rechter anders lijkt.
Referenties naar alinea 1239: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Bisschoppen en degenen, die door het recht van hun staat een gelijke gunst genieten, dienen op een door henzelf uitgekozen plaats te worden gehoord.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De rechter dient te besluiten, waar degenen gehoord moeten worden, voor wie het wegens afstand, ziekte of een ander beletsel onmogelijk of moeilijk is om naar de zetel van de rechtbank toe te gaan, onverminderd de cann. 1071[574|+2373] et 1128[574|+2494 +2495].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1240
1364 §1 1°
1364 §1 1°
Can. 1240
De ondervraging van de getuigen kunnen de partijen niet bijwonen, tenzij de rechter, vooral wanneer de zaak gaat over het private welzijn, heeft gemeend, dat ze toegelaten moeten worden; haar bijwonen echter kunnen hun procuratoren of advocaten, tenzij de rechter wegens de omstandigheden van zaken en personen heeft gemeend, dat in het geheim voortgegaan moet worden.
De ondervraging van de getuigen kunnen de partijen niet bijwonen, tenzij de rechter, vooral wanneer de zaak gaat over het private welzijn, heeft gemeend, dat ze toegelaten moeten worden; haar bijwonen echter kunnen hun procuratoren of advocaten, tenzij de rechter wegens de omstandigheden van zaken en personen heeft gemeend, dat in het geheim voortgegaan moet worden.
Referenties naar alinea 1240: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1241
Can. 1241
§ 1. De getuigen moeten ieder afzonderlijk worden ondervraagd.
§ 1. De getuigen moeten ieder afzonderlijk worden ondervraagd.
Referenties naar alinea 1241: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de getuigen het onderling dan wel met een partij in een zwaarwegende zaak oneens zijn, kan de rechter degenen die onderling verschillen bij elkaar brengen met vermijding van, voor zover het mogelijk is, onenigheden en ergernis.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1242
Can. 1242
De ondervraging van een getuige wordt verricht door de rechter of door zijn gedelegeerde dan wel een auditor, die een notaris behoort bij te wonen; daarom dienen de partijen of de promotor van de gerechtigheid of de verdediger van de band of de advocaten, die bij de ondervraging aanwezig zijn, als ze aan de getuige andere vragen te stellen hebben, die niet aan de getuige, maar aan de rechter of zijn plaatsvervanger voor te leggen, opdat hij ze zelf overbrengt, tenzij anders door het particulier recht wordt geregeld.
De ondervraging van een getuige wordt verricht door de rechter of door zijn gedelegeerde dan wel een auditor, die een notaris behoort bij te wonen; daarom dienen de partijen of de promotor van de gerechtigheid of de verdediger van de band of de advocaten, die bij de ondervraging aanwezig zijn, als ze aan de getuige andere vragen te stellen hebben, die niet aan de getuige, maar aan de rechter of zijn plaatsvervanger voor te leggen, opdat hij ze zelf overbrengt, tenzij anders door het particulier recht wordt geregeld.
Referenties naar alinea 1242: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1243
Can. 1243
§ 1. De rechter dient de getuige de zwaarwegende plicht in herinnering te brengen om de gehele en alleen de waarheid te zeggen.
§ 1. De rechter dient de getuige de zwaarwegende plicht in herinnering te brengen om de gehele en alleen de waarheid te zeggen.
Referenties naar alinea 1243: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De rechter dient de getuige de eed op te leggen overeenkomstig can. 1213[574|+2679]; als evenwel de getuige weigert die af te leggen, dient hij onbeëdigd te worden gehoord.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1244
Can. 1244
De rechter dient in de eerste plaats de identiteit van de getuige te bevestigen; hij dient te vragen, welke band toch hij met de partijen heeft en, wanneer hij aan de getuige specifieke vragen met betrekking tot de zaak overbrengt, ook te achterhalen de bronnen van diens kennis en op welke vastgestelde tijd hij datgene, wat hij beweert, te weten is gekomen.
De rechter dient in de eerste plaats de identiteit van de getuige te bevestigen; hij dient te vragen, welke band toch hij met de partijen heeft en, wanneer hij aan de getuige specifieke vragen met betrekking tot de zaak overbrengt, ook te achterhalen de bronnen van diens kennis en op welke vastgestelde tijd hij datgene, wat hij beweert, te weten is gekomen.
Referenties naar alinea 1244: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1245
Can. 1245
De vragen dienen kort te zijn, aangepast aan het bevattingsvermogen van degene die ondervraagd moet worden, niet meerdere zaken tegelijk omvattend, niet misleidend, niet arglistig, niet een antwoord suggererend, verre van belediging van wie dan ook en betrekking hebbend op de zaak, die behandeld wordt.
De vragen dienen kort te zijn, aangepast aan het bevattingsvermogen van degene die ondervraagd moet worden, niet meerdere zaken tegelijk omvattend, niet misleidend, niet arglistig, niet een antwoord suggererend, verre van belediging van wie dan ook en betrekking hebbend op de zaak, die behandeld wordt.
Referenties naar alinea 1245: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1246
Can. 1246
§ 1. De vragen moeten niet tevoren aan de getuigen worden medegedeeld.
§ 1. De vragen moeten niet tevoren aan de getuigen worden medegedeeld.
Referenties naar alinea 1246: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als evenwel datgene, waarover getuigd moet worden, zo uit het geheugen verdwenen is, dat het niet, tenzij het tevoren opnieuw overdacht wordt, zeker kan worden bevestigd, kan de rechter sommige zaken de getuige vooraf in herinnering brengen, als hij meent, dat dit zonder gevaar gedaan kan worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1247
Can. 1247
De getuigen dienen mondeling het getuigenis af te leggen en ze mogen geen geschreven tekst voorlezen, tenzij het om een berekening en om afrekeningen gaat; in dit geval namelijk kunnen zij aantekeningen, die ze met zich meegebracht hebben, raadplegen.
De getuigen dienen mondeling het getuigenis af te leggen en ze mogen geen geschreven tekst voorlezen, tenzij het om een berekening en om afrekeningen gaat; in dit geval namelijk kunnen zij aantekeningen, die ze met zich meegebracht hebben, raadplegen.
Referenties naar alinea 1247: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1248
Can. 1248
§ 1. Het antwoord moet terstond schriftelijk worden vastgelegd door een notaris, die de woorden zelf van het getuigenis moet weergeven, tenminste wat betreft datgene, wat het object van het rechtsgeding direct raakt.
§ 1. Het antwoord moet terstond schriftelijk worden vastgelegd door een notaris, die de woorden zelf van het getuigenis moet weergeven, tenminste wat betreft datgene, wat het object van het rechtsgeding direct raakt.
Referenties naar alinea 1248: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Toegelaten kan worden het gebruik van technische vindingen, waarmee de stemmen weergegeven worden, mits vervolgens de antwoorden schriftelijk worden vastgelegd en worden ondertekend, als het mogelijk is, door degenen, die de antwoorden gegeven hebben.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1249
Can. 1249
De notaris dient in de akten melding te maken van de afgelegde, gedispenseerde dan wel geweigerde eed, van de aanwezigheid van de partijen en van de anderen, van de ambtshalve toegevoegde vragen en in het algemeen van alle vermeldenswaardigheden, die wellicht gebeurd zijn, terwijl de getuigen zijn ondervraagd.
De notaris dient in de akten melding te maken van de afgelegde, gedispenseerde dan wel geweigerde eed, van de aanwezigheid van de partijen en van de anderen, van de ambtshalve toegevoegde vragen en in het algemeen van alle vermeldenswaardigheden, die wellicht gebeurd zijn, terwijl de getuigen zijn ondervraagd.
Referenties naar alinea 1249: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1250
Can. 1250
§ 1. Aan het einde van de ondervraging moet ten overstaan van de getuige worden voorgelezen, hetgeen de notaris van diens antwoorden schriftelijk heeft vastgelegd, of moet men aan de getuige laten horen, hetgeen met de hulp van een technische vinding van diens antwoorden opgenomen is, nadat dezelfde getuige het recht is gegeven om toe te voegen, te verwijderen, te verbeteren, te wijzigen.
§ 1. Aan het einde van de ondervraging moet ten overstaan van de getuige worden voorgelezen, hetgeen de notaris van diens antwoorden schriftelijk heeft vastgelegd, of moet men aan de getuige laten horen, hetgeen met de hulp van een technische vinding van diens antwoorden opgenomen is, nadat dezelfde getuige het recht is gegeven om toe te voegen, te verwijderen, te verbeteren, te wijzigen.
Referenties naar alinea 1250: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Tenslotte moeten de getuige, de rechter en de notaris de akte ondertekenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1251
Can. 1251
De getuigen, ofschoon reeds ondervraagd, kunnen op verzoek van een partij dan wel ambtshalve, voordat de getuigenissen openbaar worden gemaakt, opnieuw tot een ondervraging opgeroepen worden, als de rechter dit noodzakelijk of nuttig vindt, mits echter welk gevaar dan ook van iedere geheime afspraak of omkoping afwezig is.
De getuigen, ofschoon reeds ondervraagd, kunnen op verzoek van een partij dan wel ambtshalve, voordat de getuigenissen openbaar worden gemaakt, opnieuw tot een ondervraging opgeroepen worden, als de rechter dit noodzakelijk of nuttig vindt, mits echter welk gevaar dan ook van iedere geheime afspraak of omkoping afwezig is.
Referenties naar alinea 1251: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1252
Can. 1252
Aan de getuigen moeten overeenkomstig een billijke schatting van de rechter de kosten, die ze gemaakt hebben, en de winst, die ze verloren hebben, wegens het afleggen van het getuigenis worden betaald.
Aan de getuigen moeten overeenkomstig een billijke schatting van de rechter de kosten, die ze gemaakt hebben, en de winst, die ze verloren hebben, wegens het afleggen van het getuigenis worden betaald.
Referenties naar alinea 1252: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- d) - Over de betrouwbaarheid van de getuigenissen (cann. 1253-1254)
1253
Can. 1253
Bij het beoordelen van de getuigenissen dient de rechter, na, als het nodig is, getuigschriften te hebben gevraagd, te overwegen:
Bij het beoordelen van de getuigenissen dient de rechter, na, als het nodig is, getuigschriften te hebben gevraagd, te overwegen:
- 1° welke de positie is van de persoon of welke de eerbaarheid;
Referenties naar alinea 1253: 1
In ascolto dello Spirito ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° of hij uit eigen kennis, vooral van eigen zien en horen getuigt, of uit zijn eigen opvatting, bij geruchte dan wel van horen van anderen;
Referenties naar deze alinea: 1
In ascolto dello Spirito ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° of de getuige bestendig is en standvastig met zichzelf coherent is of veranderlijk, onzeker of zwalkend;
Referenties naar deze alinea: 1
In ascolto dello Spirito ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° of hij medegetuigen van het getuigenis heeft of door andere bewijselementen wordt bevestigd of niet.
Referenties naar deze alinea: 1
In ascolto dello Spirito ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1254
Can. 1254
Het getuigenis van één getuige kan geen volle betrouwbaarheid verschaffen, tenzij het gaat om een gekwalificeerde getuige, die een getuigenis aflegt over ambtshalve behandelde zaken, dan wel de omstandigheden van zaken en personen anders aanbevelen.
Het getuigenis van één getuige kan geen volle betrouwbaarheid verschaffen, tenzij het gaat om een gekwalificeerde getuige, die een getuigenis aflegt over ambtshalve behandelde zaken, dan wel de omstandigheden van zaken en personen anders aanbevelen.
Referenties naar alinea 1254: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° - Over de deskundigen (cann. 1255-1262)
1255
1366
1366
Can. 1255
Van de hulp van deskundigen moet gebruik worden gemaakt, zo vaak als op grond van een voorschrift van het recht of de rechter een onderzoek en een op de regels van het vak of de wetenschap steunende mening worden vereist om enig feit te bevestigen of om de ware aard van enige zaak te onderkennen.
Van de hulp van deskundigen moet gebruik worden gemaakt, zo vaak als op grond van een voorschrift van het recht of de rechter een onderzoek en een op de regels van het vak of de wetenschap steunende mening worden vereist om enig feit te bevestigen of om de ware aard van enige zaak te onderkennen.
Referenties naar alinea 1255: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1256
Can. 1256
De rechter is bevoegd deskundigen te benoemen gehoord of op voordracht van de partijen dan wel, als het geval zich voordoet, verslagen, door andere deskundigen reeds opgesteld, erbij te betrekken.
De rechter is bevoegd deskundigen te benoemen gehoord of op voordracht van de partijen dan wel, als het geval zich voordoet, verslagen, door andere deskundigen reeds opgesteld, erbij te betrekken.
Referenties naar alinea 1256: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1257
Can. 1257
Om dezelfde redenen als een getuige worden ook deskundigen uitgesloten dan wel kunnen zij geweigerd worden.
Om dezelfde redenen als een getuige worden ook deskundigen uitgesloten dan wel kunnen zij geweigerd worden.
Referenties naar alinea 1257: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1258
Can. 1258
§ 1. De rechter dient gelet op datgene, wat aan de partijen wellicht wordt ontleend, door zijn decreet de afzonderlijke hoofdpunten te bepalen, waarover de hulp van een deskundige moet gaan.
§ 1. De rechter dient gelet op datgene, wat aan de partijen wellicht wordt ontleend, door zijn decreet de afzonderlijke hoofdpunten te bepalen, waarover de hulp van een deskundige moet gaan.
Referenties naar alinea 1258: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Aan de deskundige moeten de akten van de zaak en de andere documenten en hulpmiddelen worden overhandigd, die hij nodig kan hebben om zijn taak uit te voeren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De rechter dient gehoord de deskundige zelf de tijd vast te stellen, waarbinnen het onderzoek voltooid moet worden en het verslag gegeven moet worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1259
Can. 1259
§ 1. Deskundigen dienen ieder hun eigen van de overige onderscheiden verslag te maken, tenzij de rechter opdraagt dat er één gemaakt wordt door ieder afzonderlijk te ondertekenen; als dit opgesteld wordt, dienen de diversiteiten van meningen, als er enige waren, zorgvuldig te worden aangetekend.
§ 1. Deskundigen dienen ieder hun eigen van de overige onderscheiden verslag te maken, tenzij de rechter opdraagt dat er één gemaakt wordt door ieder afzonderlijk te ondertekenen; als dit opgesteld wordt, dienen de diversiteiten van meningen, als er enige waren, zorgvuldig te worden aangetekend.
Referenties naar alinea 1259: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deskundigen moeten duidelijk aangeven met welke documenten of op welke andere geschikte wijzen zij in kennis zijn gesteld van de identiteit van de personen of zaken of plaatsen, langs welke weg en op welke wijze zij zijn voortgegaan bij het vervullen van de aan hen opgedragen taak en op welke argumenten boven andere hun conclusies steunen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Een deskundige kan door de rechter worden opgeroepen om uiteenzettingen, die later noodzakelijk lijken, te verschaffen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1260
Can. 1260
§ 1. De rechter dient niet alleen de conclusies van deskundigen, ofschoon eensluidend, maar ook de overige omstandigheden van de zaak nauwlettend af te wegen.
§ 1. De rechter dient niet alleen de conclusies van deskundigen, ofschoon eensluidend, maar ook de overige omstandigheden van de zaak nauwlettend af te wegen.
Referenties naar alinea 1260: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wanneer hij de beslissingsgronden weergeeft, moet hij tot uitdrukking brengen, door welke argumenten bewogen hij de conclusies van deskundigen hetzij toegelaten hetzij verworpen heeft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1261
Can. 1261
Aan deskundigen moeten de kosten en een vergoeding worden betaald door de rechter naar redelijkheid en billijkheid vast te stellen met inachtneming van het particulier recht.
Aan deskundigen moeten de kosten en een vergoeding worden betaald door de rechter naar redelijkheid en billijkheid vast te stellen met inachtneming van het particulier recht.
Referenties naar alinea 1261: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1262
Can. 1262
§ 1. De partijen kunnen door de rechter goed te keuren private deskundigen aanwijzen.
§ 1. De partijen kunnen door de rechter goed te keuren private deskundigen aanwijzen.
Referenties naar alinea 1262: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De private deskundigen kunnen, als de rechter hen toelaat, de akten van de zaak, voor zover het nodig is, inzien, bij de uitoefening van de deskundigheid aanwezig zijn, altijd echter kunnen zij hun verslag uitbrengen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° - Over het bezoek en de gerechtelijke schouw (cann. 1263-1264)
1263
Can. 1263
Als voor de beslissing van een zaak de rechter het passend heeft gevonden naar enige plaats te gaan of enige zaak te bezichtigen, dient hij dit door een decreet vast te stellen, waarmee hij datgene, wat bij het bezoek of bij de gerechtelijke schouw verricht moet worden, gehoord de partijen beknopt moet beschrijven.
Als voor de beslissing van een zaak de rechter het passend heeft gevonden naar enige plaats te gaan of enige zaak te bezichtigen, dient hij dit door een decreet vast te stellen, waarmee hij datgene, wat bij het bezoek of bij de gerechtelijke schouw verricht moet worden, gehoord de partijen beknopt moet beschrijven.
Referenties naar alinea 1263: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1264
Can. 1264
Van het verrichte bezoek of de gerechtelijke schouw dient een document te worden opgemaakt.
Van het verrichte bezoek of de gerechtelijke schouw dient een document te worden opgemaakt.
Referenties naar alinea 1264: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 6° - Over de vooronderstellingen (cann. 1265-1266)
1265
Can. 1265
Vooronderstellingen, die door het recht zelf niet worden bepaald, kan de rechter, om tot een rechtmatige sententie te komen, aannemen, mits dit gebeurt op grond van een zeker en vastgesteld feit, dat met het object van het geschil samenhangt.
Vooronderstellingen, die door het recht zelf niet worden bepaald, kan de rechter, om tot een rechtmatige sententie te komen, aannemen, mits dit gebeurt op grond van een zeker en vastgesteld feit, dat met het object van het geschil samenhangt.
Referenties naar alinea 1265: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1266
Can. 1266
Wie te zijnen gunste datgene heeft, wat door het recht zelf wordt voorondersteld, wordt bevrijd van de bewijslast, die op de tegenpartij overgaat.
Wie te zijnen gunste datgene heeft, wat door het recht zelf wordt voorondersteld, wordt bevrijd van de bewijslast, die op de tegenpartij overgaat.
Referenties naar alinea 1266: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. VI - Over de incidentele zaken (cann. 1267-1280)
1267
Can. 1267
Een zaak wordt als incidenteel beschouwd, zo vaak als na de aanvang van de behandeling van het proces een vraagpunt wordt voorgelegd, dat, ook al wordt het door het inleidend verzoekschrift tot een proces niet uitdrukkelijk omvat, niettemin zo op de zaak betrekking heeft, dat het meestal opgelost moet worden vóór het hoofdvraagpunt.
Een zaak wordt als incidenteel beschouwd, zo vaak als na de aanvang van de behandeling van het proces een vraagpunt wordt voorgelegd, dat, ook al wordt het door het inleidend verzoekschrift tot een proces niet uitdrukkelijk omvat, niettemin zo op de zaak betrekking heeft, dat het meestal opgelost moet worden vóór het hoofdvraagpunt.
Referenties naar alinea 1267: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1268
Can. 1268
Een incidentele zaak wordt schriftelijk of mondeling voorgelegd met het aangeven van het verband, dat zich tussen deze en de hoofdzaak voordoet, ten overstaan van de rechter die bevoegd is om de hoofdzaak te beslissen.
Een incidentele zaak wordt schriftelijk of mondeling voorgelegd met het aangeven van het verband, dat zich tussen deze en de hoofdzaak voordoet, ten overstaan van de rechter die bevoegd is om de hoofdzaak te beslissen.
Referenties naar alinea 1268: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1269
1290
1290
Can. 1269
§ 1. Na ontvangst van het verzoek en gehoord de partijen dient de rechter ten spoedigste te bepalen, of het voorgelegde incidentele vraagpunt grond lijkt te hebben en verband met de hoofdzaak of evenwel bij het begin verworpen moet worden, en, als hij het toelaat, of het van een zodanig gewicht is, dat het opgelost moet worden door middel van een interlocutoire sententie of door middel van een decreet.
§ 1. Na ontvangst van het verzoek en gehoord de partijen dient de rechter ten spoedigste te bepalen, of het voorgelegde incidentele vraagpunt grond lijkt te hebben en verband met de hoofdzaak of evenwel bij het begin verworpen moet worden, en, als hij het toelaat, of het van een zodanig gewicht is, dat het opgelost moet worden door middel van een interlocutoire sententie of door middel van een decreet.
Referenties naar alinea 1269: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wanneer hij evenwel oordeelt, dat het incidentele vraagpunt niet opgelost moet worden vóór de definitieve sententie, dient hij te besluiten, dat daarmee rekening gehouden wordt, wanneer de hoofdzaak zal worden beslist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1270
Can. 1270
§ 1. Als een incidenteel vraagpunt opgelost moet worden door middel van een sententie, dienen de canones over het verkort contentieus[574|+2957] rechtsgeding in acht genomen te worden, tenzij gelet op het gewicht van de zaak de rechter anders lijkt.
§ 1. Als een incidenteel vraagpunt opgelost moet worden door middel van een sententie, dienen de canones over het verkort contentieus[574|+2957] rechtsgeding in acht genomen te worden, tenzij gelet op het gewicht van de zaak de rechter anders lijkt.
Referenties naar alinea 1270: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het evenwel opgelost moet worden door middel van een decreet, kan de rechtbank de zaak aan een auditor of de voorzitter toevertrouwen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1271
Can. 1271
Voordat de hoofdzaak wordt beëindigd, kan de rechter of de rechtbank het decreet of de interlocutoire sententie om een rechtmatige reden herroepen dan wel herzien hetzij op het verzoek van een partij hetzij ambtshalve gehoord de partijen.
Voordat de hoofdzaak wordt beëindigd, kan de rechter of de rechtbank het decreet of de interlocutoire sententie om een rechtmatige reden herroepen dan wel herzien hetzij op het verzoek van een partij hetzij ambtshalve gehoord de partijen.
Referenties naar alinea 1271: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° - Over de partijen die niet verschijnen (cann. 1272-1275)
1272
Can. 1272
§ 1. Als de gedagvaarde gedaagde partij niet verschenen is en niet een passende verontschuldiging voor haar afwezigheid heeft aangevoerd dan wel niet heeft geantwoord volgens de norm van can. 1190, § 1[574|+2629], dient de rechter haar door een decreet van het rechtsgeding afwezig te verklaren en te besluiten, dat de zaak met inachtneming van het daarvoor bepaalde tot aan de definitieve sententie en de uitvoering ervan voortgaat.
§ 1. Als de gedagvaarde gedaagde partij niet verschenen is en niet een passende verontschuldiging voor haar afwezigheid heeft aangevoerd dan wel niet heeft geantwoord volgens de norm van can. 1190, § 1[574|+2629], dient de rechter haar door een decreet van het rechtsgeding afwezig te verklaren en te besluiten, dat de zaak met inachtneming van het daarvoor bepaalde tot aan de definitieve sententie en de uitvoering ervan voortgaat.
Referenties naar alinea 1272: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Voordat dit decreet wordt uitgevaardigd, moet ook door middel van een nieuwe dagvaarding, als het nodig is, vaststaan, dat de wettig verrichte dagvaarding de gedaagde partij op een nuttige tijd heeft bereikt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1273
1274 3°
1274 3°
Can. 1273
§ 1. Als de gedaagde partij vervolgens in het rechtsgeding zich vervoegt dan wel antwoord heeft gegeven vóór de beslissing van de zaak, kan ze conclusies en bewijzen aanvoeren onverminderd can. 1283[574|+2803 -2808]; de rechter dient zich echter ervoor te hoeden, dat het rechtsgeding opzettelijk tot langere en niet noodzakelijke vertragingen wordt gerekt.
§ 1. Als de gedaagde partij vervolgens in het rechtsgeding zich vervoegt dan wel antwoord heeft gegeven vóór de beslissing van de zaak, kan ze conclusies en bewijzen aanvoeren onverminderd can. 1283[574|+2803 -2808]; de rechter dient zich echter ervoor te hoeden, dat het rechtsgeding opzettelijk tot langere en niet noodzakelijke vertragingen wordt gerekt.
Referenties naar alinea 1273: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1274 3°
1304 6°
§ 2. Ook al is de gedaagde partij niet verschenen dan wel heeft geen antwoord gegeven vóór de beslissing van de zaak, kan zij gebruikmaken van de bestrijdingen tegen de sententie; als zij evenwel bewijst dat zij door een wettig beletsel weerhouden is geweest, dat zij zonder haar schuld tevoren niet kon aantonen, kan ze van de klacht van nietigheid gebruikmaken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1274
Can. 1274
Als op de dag en het uur, tot het inleiden van het proces vastgesteld, de eiser noch is verschenen noch een passende verontschuldiging heeft aangevoerd:
Als op de dag en het uur, tot het inleiden van het proces vastgesteld, de eiser noch is verschenen noch een passende verontschuldiging heeft aangevoerd:
Referenties naar alinea 1274: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° dient de rechter hem opnieuw te dagvaarden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° wordt, als de eiser aan de nieuwe dagvaarding geen gevolg gegeven heeft, hij verondersteld van de behandeling van het proces afgezien te hebben;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° dient, als hij evenwel daarna in de procesgang wil interveniëren, can. 1273[574|+2780 +2781] in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1275
Can. 1275
§ 1. De van een rechtsgeding afwezige partij, die een rechtmatig beletsel niet heeft bewezen, is verplicht de gerechtelijke kosten te betalen, die wegens haar afwezigheid gemaakt zijn, en eveneens, als het nodig is, de andere partij schadeloosstelling te verlenen.
§ 1. De van een rechtsgeding afwezige partij, die een rechtmatig beletsel niet heeft bewezen, is verplicht de gerechtelijke kosten te betalen, die wegens haar afwezigheid gemaakt zijn, en eveneens, als het nodig is, de andere partij schadeloosstelling te verlenen.
Referenties naar alinea 1275: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als zowel de eiser als ook de gedaagde partij van het rechtsgeding afwezig zijn geweest, is elk van beiden persoonlijk zelf ervoor aansprakelijk, dat de gehele gerechtelijke kosten worden betaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° - Over de interventie van een derde in een zaak (cann. 1276-1277)
1276
1483 §1
1483 §1
Can. 1276
§ 1. Degene, in wiens belang het is, kan worden toegelaten om te interveniëren in een zaak in iedere mogelijke instantie van het rechtsgeding hetzij als een partij, die een eigen recht verdedigt, hetzij bijkomend om enige partij te helpen.
§ 1. Degene, in wiens belang het is, kan worden toegelaten om te interveniëren in een zaak in iedere mogelijke instantie van het rechtsgeding hetzij als een partij, die een eigen recht verdedigt, hetzij bijkomend om enige partij te helpen.
Referenties naar alinea 1276: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Maar om toegelaten te worden, moet hij vóór de afsluiting in de zaak een verzoekschrift bij de rechter indienen, waarin hij kort zijn recht om te interveniëren moet aantonen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Wie intervenieert in een zaak, moet worden toegelaten in die stand van het rechtsgeding, waarin de zaak zich bevindt, nadat hem een korte en vervallende termijn om zijn bewijzen te leveren is toegewezen, als de zaak in de fase van bewijsvoering is gekomen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1277
Can. 1277
Een derde, wiens interventie noodzakelijk lijkt, moet de rechter gehoord de partijen tot het rechtsgeding oproepen.
Een derde, wiens interventie noodzakelijk lijkt, moet de rechter gehoord de partijen tot het rechtsgeding oproepen.
Referenties naar alinea 1277: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° - Over ingrepen hangende het proces (cann. 1278-1280)
1278
Can. 1278
Een ingreep is een handeling, waardoor, hangende het proces, door één partij tegen de andere of door de rechter tegen een van beide of elk van beide iets wordt vernieuwd ten nadele van een partij en wanneer deze het daarmee oneens is hetzij met betrekking tot de materie van het rechtsgeding hetzij met betrekking tot processuele rechten, tenzij van rechtswege de vernieuwing wordt toegelaten.
Een ingreep is een handeling, waardoor, hangende het proces, door één partij tegen de andere of door de rechter tegen een van beide of elk van beide iets wordt vernieuwd ten nadele van een partij en wanneer deze het daarmee oneens is hetzij met betrekking tot de materie van het rechtsgeding hetzij met betrekking tot processuele rechten, tenzij van rechtswege de vernieuwing wordt toegelaten.
Referenties naar alinea 1278: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1279
1483
1483
Can. 1279
Een ingreep is van rechtswege nietig, om welke reden de rechter tot herroeping ervan moet besluiten; hij wordt echter van rechtswege genezen, als binnen een maand te rekenen vanaf de dag van de verkregen kennis van de ingreep het vraagpunt daarover niet aan de rechter wordt voorgelegd.
Een ingreep is van rechtswege nietig, om welke reden de rechter tot herroeping ervan moet besluiten; hij wordt echter van rechtswege genezen, als binnen een maand te rekenen vanaf de dag van de verkregen kennis van de ingreep het vraagpunt daarover niet aan de rechter wordt voorgelegd.
Referenties naar alinea 1279: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1280
Can. 1280
De vraagpunten over ingrepen moeten ten spoedigste worden beslist door de rechter van de hoofdzaak, als een partij de ingreep heeft gepleegd; als evenwel de rechter zelf de ingreep heeft gepleegd, door de rechtbank van appel.
De vraagpunten over ingrepen moeten ten spoedigste worden beslist door de rechter van de hoofdzaak, als een partij de ingreep heeft gepleegd; als evenwel de rechter zelf de ingreep heeft gepleegd, door de rechtbank van appel.
Referenties naar alinea 1280: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. VII - Over de openbaarmaking van de akten, over de afsluiting in de zaak en over de bespreking van de zaak (cann. 1281-1289)
1281
1281 §2
1283 §3
1281 §2
1283 §3
Can. 1281
§ 1. Nadat de bewijzen verkregen zijn, moet de rechter door een decreet de partijen en hun advocaten toestaan op straffe van nietigheid, dat zij de akten die hun nog niet bekend zijn bij de kanselarij van de rechtbank inzien; ja zelfs kan aan de advocaten die hierom verzoeken een afschrift van de akten worden gegeven; in zaken evenwel, die op het openbaar welzijn betrekking hebben, kan de rechter om zeer ernstige gevaren te vermijden besluiten dat enige akte aan niemand bekend moet worden gemaakt, waarbij echter ervoor gezorgd is, dat het recht van verdediging altijd onverlet blijft.
§ 1. Nadat de bewijzen verkregen zijn, moet de rechter door een decreet de partijen en hun advocaten toestaan op straffe van nietigheid, dat zij de akten die hun nog niet bekend zijn bij de kanselarij van de rechtbank inzien; ja zelfs kan aan de advocaten die hierom verzoeken een afschrift van de akten worden gegeven; in zaken evenwel, die op het openbaar welzijn betrekking hebben, kan de rechter om zeer ernstige gevaren te vermijden besluiten dat enige akte aan niemand bekend moet worden gemaakt, waarbij echter ervoor gezorgd is, dat het recht van verdediging altijd onverlet blijft.
Referenties naar alinea 1281: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Om de bewijzen aan te vullen kunnen de partijen de rechter andere voorleggen; nadat die, als de rechter het noodzakelijk heeft gevonden, verkregen zijn is er opnieuw gelegenheid voor het decreet, als bedoeld in § 1[574|+2798].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1282
Can. 1282
§ 1. Nadat alles is voltooid, wat op het verschaffen van de bewijzen betrekking heeft, wordt tot de afsluiting in de zaak overgegaan.
§ 1. Nadat alles is voltooid, wat op het verschaffen van de bewijzen betrekking heeft, wordt tot de afsluiting in de zaak overgegaan.
Referenties naar alinea 1282: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deze afsluiting ontstaat, zo vaak als hetzij de partijen hebben verklaard, dat ze niets anders toe te voegen hebben hetzij de tijd nuttig om de bewijzen voor te leggen, door de rechter vastgesteld, is verstreken hetzij de rechter heeft verklaard, dat hij een voldoende voorbereide zaak heeft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Over de verrichte afsluiting in de zaak, op welke wijze dan ook die plaatsgevonden heeft, dient de rechter een decreet uit te vaardigen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1283
1110 §2
1273 §1
1292 §5
1320 §2
1110 §2
1273 §1
1292 §5
1320 §2
Can. 1283
§ 1.Na de afsluiting in de zaak kan de rechter nog steeds dezelfde getuigen of andere oproepen dan wel tot andere bewijzen, waarom tevoren niet verzocht is, alleen maar besluiten:
§ 1.Na de afsluiting in de zaak kan de rechter nog steeds dezelfde getuigen of andere oproepen dan wel tot andere bewijzen, waarom tevoren niet verzocht is, alleen maar besluiten:
Referenties naar alinea 1283: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1110 §2
1273 §1
1292 §5
1320 §2
- 1° in de zaken, waarin het gaat over alleen het private welzijn van de partijen, als alle partijen instemmen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1110 §2
1273 §1
1292 §5
1320 §2
- 2° in de overige zaken, gehoord de partijen en mits een zwaarwegende reden bestaat en ook ieder mogelijk gevaar van fraude of heimelijke beïnvloeding vermeden wordt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1110 §2
1273 §1
1292 §5
1320 §2
- 3° in alle zaken, zo vaak als waarschijnlijk is, dat, tenzij nieuw bewijs wordt toegelaten, de sententie wederrechtelijk zal zijn wegens de redenen, als bedoeld in can. 1326, § 2, nn. 1 - 3[574|+2916 -2919].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1110 §2
1273 §1
1292 §5
1320 §2
§ 2. De rechter kan echter opdragen of toestaan, dat een document wordt ingediend, dat wellicht tevoren zonder de schuld van degene, in wiens belang het is, niet kon worden ingediend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1110 §2
1273 §1
1292 §5
1320 §2
§ 3. De nieuwe bewijzen dienen openbaar gemaakt te worden met inachtneming van can. 1281, § 1[574|+2798].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1284
Can. 1284
Nadat de afsluiting in de zaak is gedaan, dient de rechter een passende tijdsduur vast te stellen om de verdedigingen of opmerkingen in te dienen.
Nadat de afsluiting in de zaak is gedaan, dient de rechter een passende tijdsduur vast te stellen om de verdedigingen of opmerkingen in te dienen.
Referenties naar alinea 1284: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1285
1288
1288
Can. 1285
§ 1. De verdedigingen en opmerkingen moeten schriftelijk worden gegeven, tenzij de rechter met de instemming van de partijen meent, dat een debat voor de zittende rechtbank voldoende is.
§ 1. De verdedigingen en opmerkingen moeten schriftelijk worden gegeven, tenzij de rechter met de instemming van de partijen meent, dat een debat voor de zittende rechtbank voldoende is.
Referenties naar alinea 1285: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de verdedigingen met de belangrijkste documenten worden gedrukt, wordt het voorafgaande verlof van de rechter vereist met behoud van de plicht tot geheim, als er enige is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Met betrekking tot de reikwijdte van de verdedigingen, het aantal afschriften en andere dergelijke omstandigheden dienen de statuten van de rechtbank in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1286
Can. 1286
§ 1. Nadat wederzijds de verdedigingen en opmerkingen zijn gecommuniceerd, is het beide partijen geoorloofd antwoorden in te dienen binnen een door de rechter vastgestelde korte tijd.
§ 1. Nadat wederzijds de verdedigingen en opmerkingen zijn gecommuniceerd, is het beide partijen geoorloofd antwoorden in te dienen binnen een door de rechter vastgestelde korte tijd.
Referenties naar alinea 1286: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Dit recht hebben de partijen slechts eenmaal, tenzij de rechter om een zwaarwegende reden lijkt, dat het opnieuw verleend moet worden; dan echter dient de aan de ene partij gedane verlening te worden geacht ook aan de andere te zijn gegeven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De promotor van de gerechtigheid en de verdediger van de band hebben het recht om opnieuw op de antwoorden van de partijen te repliceren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1287
Can. 1287
§ 1. Aan de rechter gegeven inlichtingen van de partijen of van de advocaten of ook van anderen, die buiten de akten van de zaak moeten blijven, worden geheel en al verboden.
§ 1. Aan de rechter gegeven inlichtingen van de partijen of van de advocaten of ook van anderen, die buiten de akten van de zaak moeten blijven, worden geheel en al verboden.
Referenties naar alinea 1287: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1288
§ 2. Als de bespreking van de zaak schriftelijk is verricht, kan de rechter bepalen, dat een beperkt debat mondeling plaatsvindt voor de zittende rechtbank om sommige vraagpunten toe te lichten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1288
Can. 1288
Het mondelinge debat, als bedoeld in de cann. 1285, § 1[574|+2810] et 1287, § 2[574|+2817], dient een notaris bij te wonen, zodat hij, als de rechter het voorschrijft dan wel als een partij erom verzoekt en de rechter ermee instemt, van de strijdpunten en de conclusies terstond schriftelijk verslag kan leggen.
Het mondelinge debat, als bedoeld in de cann. 1285, § 1[574|+2810] et 1287, § 2[574|+2817], dient een notaris bij te wonen, zodat hij, als de rechter het voorschrijft dan wel als een partij erom verzoekt en de rechter ermee instemt, van de strijdpunten en de conclusies terstond schriftelijk verslag kan leggen.
Referenties naar alinea 1288: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1289
Can. 1289
Als de partijen hebben nagelaten in de voor hen vastgestelde nuttige tijd de verdediging voor te bereiden dan wel zich schikken naar de kennis en het geweten van de rechter, kan de rechter, als hij uit de akten en de bewijsstukken de zaak geheel doorzien heeft, terstond de sententie uitspreken, nadat echter de opmerkingen van de promotor van de gerechtigheid en de verdediger van de band zijn gevraagd, als zij bij het rechtsgeding aanwezig zijn.
Als de partijen hebben nagelaten in de voor hen vastgestelde nuttige tijd de verdediging voor te bereiden dan wel zich schikken naar de kennis en het geweten van de rechter, kan de rechter, als hij uit de akten en de bewijsstukken de zaak geheel doorzien heeft, terstond de sententie uitspreken, nadat echter de opmerkingen van de promotor van de gerechtigheid en de verdediger van de band zijn gevraagd, als zij bij het rechtsgeding aanwezig zijn.
Referenties naar alinea 1289: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. VIII - Over de uitspraken van de rechter (cann. 1290-1301)
1290
Can. 1290
Een op gerechtelijke wijze behandelde zaak wordt, als ze een hoofdzaak is, door de rechter door middel van een definitieve sententie beslist; als ze een incidentele is, door middel van een interlocutoire sententie onverminderd can. 1269, § 1[574|+2772].
Een op gerechtelijke wijze behandelde zaak wordt, als ze een hoofdzaak is, door de rechter door middel van een definitieve sententie beslist; als ze een incidentele is, door middel van een interlocutoire sententie onverminderd can. 1269, § 1[574|+2772].
Referenties naar alinea 1290: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1291
1402 §3
1402 §3
Can. 1291
§ 1. Voor de uitspraak van iedere mogelijke sententie wordt in het bewustzijn van de rechter morele zekerheid vereist met betrekking tot de door de sententie te beslissen zaak.
§ 1. Voor de uitspraak van iedere mogelijke sententie wordt in het bewustzijn van de rechter morele zekerheid vereist met betrekking tot de door de sententie te beslissen zaak.
Referenties naar alinea 1291: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1402 §3
§ 2. Deze zekerheid moet de rechter putten uit de akten en bewijsstukken.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1402 §3
§ 3. De bewijzen echter moet de rechter beoordelen op grond van zijn geweten onverminderd de voorschriften van de wet over de doeltreffendheid van enige bewijzen.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1402 §3
§ 4. De rechter, die deze zekerheid niet heeft kunnen verkrijgen, dient uit te spreken, dat over het recht van de eiser geen zekerheid bestaat en dient de gedaagde partij vrijgesproken weg te zenden, tenzij het gaat om een rechtsbegunstiging genietende zaak, in welk geval ten gunste hiervan een uitspraak moet worden gedaan.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1292
Can. 1292
§ 1. In een collegiale rechtbank dient de voorzitter van het college te bepalen, op welke dag en welk uur de rechters om te overleggen bijeenkomen, en, tenzij een bijzondere zaak anders aanbeveelt, dient de bijeenkomst op de zetel zelf van de rechtbank gehouden te worden, waarbij niemand behalve de rechters van het college aanwezig kan zijn.
§ 1. In een collegiale rechtbank dient de voorzitter van het college te bepalen, op welke dag en welk uur de rechters om te overleggen bijeenkomen, en, tenzij een bijzondere zaak anders aanbeveelt, dient de bijeenkomst op de zetel zelf van de rechtbank gehouden te worden, waarbij niemand behalve de rechters van het college aanwezig kan zijn.
Referenties naar alinea 1292: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Op de voor de bijeenkomst toegewezen dag dienen de afzonderlijke rechters schriftelijk, maar anoniem, hun conclusies met betrekking tot de inhoud van de zaak en de redenen zowel in rechte als in feite, waardoor zij tot hun conclusie gekomen zijn, aan te voeren; deze conclusies, die geheim gehouden moeten worden onverminderd § 4[574|+2829], dienen met de door alle rechters ondertekende aantekening over de authenticiteit ervan aan de akten van de zaak te worden toegevoegd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Nadat de conclusies op volgorde van de afzonderlijke rechters overeenkomstig de voorrang, zo echter, dat altijd met de referent van de zaak begonnen wordt, naar voren zijn gebracht, dient een bespreking onder de leiding van de voorzitter van de rechtbank gehouden te worden, vooral opdat zeker gesteld wordt, wat bepaald moet worden in het beslissend deel van de sententie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1292 §2
§ 4. In de bespreking echter is het ieder afzonderlijk geoorloofd op zijn voormalige conclusie terug te komen; de rechter evenwel, die niet met de beslissing van de anderen heeft willen instemmen, kan eisen, dat, als appel plaatsvindt, de conclusies van alle rechters anoniem naar de hogere rechtbank worden gezonden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 5. Als evenwel de rechters in de eerste bespreking tot een sententie hetzij niet willen hetzij niet kunnen komen, kan de beslissing worden uitgesteld tot een nieuwe bijeenkomst, echter niet langer dan een week, tenzij volgens de norm van can. 1283[574|+2803 -2808] de instructie van de zaak aangevuld moet worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1293
Can. 1293
§ 1. Als de rechter de enkele rechter is, stelt hijzelf de sententie op.
§ 1. Als de rechter de enkele rechter is, stelt hijzelf de sententie op.
Referenties naar alinea 1293: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In een collegiale rechtbank moet de sententie worden opgesteld door het ontlenen van de afwegingen aan die, welke de afzonderlijke rechters in de bespreking aangevoerd hebben, tenzij door de meerderheid van de rechters de te prefereren afwegingen zijn bepaald; de sententie moet vervolgens aan de goedkeuring van de afzonderlijke rechters worden onderworpen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De sententie moet niet later dan een maand worden uitgebracht te rekenen vanaf de dag, waarop de zaak is beslist, tenzij in een collegiale rechtbank de rechters om een zwaarwegende reden een langere tijd hebben vastgesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1294
Can. 1294
De sententie moet:
De sententie moet:
Referenties naar alinea 1294: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° beslissen op het ten overstaan van de rechtbank behandelde geschil na een bij de afzonderlijke twijfels passend antwoord te hebben gegeven;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° beslissen, welke de uit het rechtsgeding ontstane verplichtingen van de partijen zijn en hoe ze moeten worden vervuld;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° uiteenzetten de redenen of de afwegingen zowel in rechte als in feite, waarop het beslissend deel van de sententie steunt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° bepalen over de gerechtelijke kosten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1295
Can. 1295
§ 1. De sententie behoort na aanroeping van de goddelijke Naam op volgorde tot uitdrukking te brengen, wie de rechter is dan wel welke de rechtbank, wie de eiser is, de gedaagde partij, de procurator, waarbij de namen en de woonplaatsen zorgvuldig zijn aangegeven, de promotor van de gerechtigheid, de verdediger van de band, als zij aan het rechtsgeding hebben deelgehad.
§ 1. De sententie behoort na aanroeping van de goddelijke Naam op volgorde tot uitdrukking te brengen, wie de rechter is dan wel welke de rechtbank, wie de eiser is, de gedaagde partij, de procurator, waarbij de namen en de woonplaatsen zorgvuldig zijn aangegeven, de promotor van de gerechtigheid, de verdediger van de band, als zij aan het rechtsgeding hebben deelgehad.
Referenties naar alinea 1295: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Daarna moet zij kort verslag uitbrengen over het type feit met de conclusies van de partijen en de formulering van de twijfels.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Hierop dient het beslissend deel van de sententie onmiddellijk te volgen voorafgegaan door de redenen, waarop het steunt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1299 §1
§ 4. Zij dient te worden afgesloten met opgave van de plaats waar en de dag waarop zij uitgevaardigd is, en met ondertekening van de rechter of, als het om een collegiale rechtbank gaat, van alle rechters en de notaris.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1296
Can. 1296
De over een definitieve sententie bepaalde normen gelden onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden ook voor een interlocutoire sententie.
De over een definitieve sententie bepaalde normen gelden onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden ook voor een interlocutoire sententie.
Referenties naar alinea 1296: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
2667
Can. 1297
De sententie dient zo spoedig mogelijk betekend te worden met het aangeven van de termijnen, waarbinnen het appel tegen de sententie kan worden ingesteld, en zij heeft vóór de betekening geen enkele kracht, ook al is het beslissend deel van de sententie met toestemming van de rechter aan de partijen bekendgemaakt.
De sententie dient zo spoedig mogelijk betekend te worden met het aangeven van de termijnen, waarbinnen het appel tegen de sententie kan worden ingesteld, en zij heeft vóór de betekening geen enkele kracht, ook al is het beslissend deel van de sententie met toestemming van de rechter aan de partijen bekendgemaakt.
Referenties naar alinea 2667: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1298
Can. 1298
De betekening van de sententie kan verricht worden of door een afschrift van de sententie aan de partijen of hun procuratoren te overhandigen dan wel door aan dezelfden eenzelfde afschrift te zenden volgens de norm van can. 1192[574|+2635 -2637].
De betekening van de sententie kan verricht worden of door een afschrift van de sententie aan de partijen of hun procuratoren te overhandigen dan wel door aan dezelfden eenzelfde afschrift te zenden volgens de norm van can. 1192[574|+2635 -2637].
Referenties naar alinea 1298: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1299
Can. 1299
§ 1. Als in de tekst van de sententie hetzij een dwaling is binnengeslopen in de berekeningen, hetzij een materiële dwaling is ontstaan bij het overschrijven van het beslissend deel van de sententie of bij het verslag uitbrengen over de feiten of de verzoeken van de partijen, hetzij achterwege gelaten is datgene, wat can. 1295, § 4[574|+2842] vereist, moet de sententie door de rechtbank zelf, die haar uitgevaardigd heeft, worden verbeterd of worden aangevuld hetzij op het verzoek van een partij hetzij ambtshalve, altijd echter gehoord de partijen en met toevoeging van een decreet aan de voet van de sententie.
§ 1. Als in de tekst van de sententie hetzij een dwaling is binnengeslopen in de berekeningen, hetzij een materiële dwaling is ontstaan bij het overschrijven van het beslissend deel van de sententie of bij het verslag uitbrengen over de feiten of de verzoeken van de partijen, hetzij achterwege gelaten is datgene, wat can. 1295, § 4[574|+2842] vereist, moet de sententie door de rechtbank zelf, die haar uitgevaardigd heeft, worden verbeterd of worden aangevuld hetzij op het verzoek van een partij hetzij ambtshalve, altijd echter gehoord de partijen en met toevoeging van een decreet aan de voet van de sententie.
Referenties naar alinea 1299: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als enige partij zich verzet, dient het incidentele vraagpunt door een decreet te worden beslist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1300
Can. 1300
De overige uitspraken van de rechter behalve de sententie zijn decreten, die, als ze niet louter regelend zijn, niet van kracht zijn, tenzij ze tenminste beknopt de afwegingen uitdrukken of naar de in een andere beschikking uitgedrukte afwegingen verwijzen.
De overige uitspraken van de rechter behalve de sententie zijn decreten, die, als ze niet louter regelend zijn, niet van kracht zijn, tenzij ze tenminste beknopt de afwegingen uitdrukken of naar de in een andere beschikking uitgedrukte afwegingen verwijzen.
Referenties naar alinea 1300: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1301
Can. 1301
Een interlocutoire sententie of een decreet hebben kracht van een definitieve sententie, als ze een rechtsgeding verhinderen of aan het rechtsgeding zelf dan wel aan enige instantie daarvan een einde maken, wat betreft tenminste enige partij in de zaak.
Een interlocutoire sententie of een decreet hebben kracht van een definitieve sententie, als ze een rechtsgeding verhinderen of aan het rechtsgeding zelf dan wel aan enige instantie daarvan een einde maken, wat betreft tenminste enige partij in de zaak.
Referenties naar alinea 1301: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. IX - Over de bestrijding van een sententie (cann. 1302-1321)
- 1° - Over de klacht van nietigheid tegen een sententie (cann. 1302-1308)
1302
1304 5°
1304 5°
Can. 1302
Als het gaat om een zaak, die in het belang van alleen maar private personen is, wordt de door het recht bepaalde nietigheid van gerechtelijke handelingen, die, hoewel zij bekend was aan de partij die de klacht van nietigheid voorlegt, niet vóór de sententie bij de rechter aangegeven is, door middel van de sententie zelf genezen onverminderd de cann. 1303[574|+2853 -2862] en 1304[574|+2863 -2870].
Als het gaat om een zaak, die in het belang van alleen maar private personen is, wordt de door het recht bepaalde nietigheid van gerechtelijke handelingen, die, hoewel zij bekend was aan de partij die de klacht van nietigheid voorlegt, niet vóór de sententie bij de rechter aangegeven is, door middel van de sententie zelf genezen onverminderd de cann. 1303[574|+2853 -2862] en 1304[574|+2863 -2870].
Referenties naar alinea 1302: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1303
1302
1341 §2
1302
1341 §2
Can. 1303
§ 1. Een sententie lijdt aan een gebrek van ongeneesbare nietigheid, als:
§ 1. Een sententie lijdt aan een gebrek van ongeneesbare nietigheid, als:
Referenties naar alinea 1303: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 1° zij uitgevaardigd is door een absoluut onbevoegde rechter;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 2° zij uitgevaardigd is door hem, die de macht mist om te berechten in de rechtbank, waarin de zaak beslist is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 3° de rechter door dwang of zware vrees gedreven de sententie uitgevaardigd heeft;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 4° het rechtsgeding gevoerd is zonder gerechtelijk verzoek, als bedoeld in can. 1104, § 2[574|+2453], of niet ingesteld is tegen enige gedaagde partij;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 5° zij uitgevaardigd is tussen partijen, waarvan tenminste de ene de persoon om het rechtsgeding te voeren niet heeft;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 6° iemand in naam van een ander heeft gehandeld zonder wettige opdracht;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 7° het recht van verdediging aan een van beide partijen is geweigerd;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 8° het geschil zelfs niet gedeeltelijk is beslist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1307 §2
1341 §2
§ 2. In deze gevallen kan de klacht van nietigheid worden voorgelegd bij wijze van een verweer voor eeuwig, bij wijze evenwel van een eis ten overstaan van de rechter, die de sententie uitgevaardigd heeft, binnen tien jaar te rekenen vanaf de betekening van de sententie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1304
1302
1341 §2
1302
1341 §2
Can. 1304
§ 1. Een sententie lijdt aan een gebrek van geneesbare nietigheid enkel, als:
§ 1. Een sententie lijdt aan een gebrek van geneesbare nietigheid enkel, als:
Referenties naar alinea 1304: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 1° zij uitgevaardigd is door een niet wettig aantal rechters in strijd met het voorschrift van can. 1084[574|+2394 -2400];
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 2° zij de afwegingen of de beslissingsgronden niet bevat;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 3° zij de door het recht voorgeschreven ondertekeningen mist;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 4° zij niet weergeeft de opgave van de plaats, het jaar, de maand en de dag, waarop zij uitgevaardigd is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 5° zij op een nietige gerechtelijke handeling steunt, waarvan de nietigheid niet volgens de norm van can. 1302[574|+2852] genezen is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1341 §2
- 6° zij uitgevaardigd is tegen een overeenkomstig can. 1273, § 2[574|+2781] wettig afwezige partij. .
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1302
1307 §2
1341 §2
§ 2. In deze gevallen kan de klacht van nietigheid worden voorgelegd binnen drie maanden te rekenen vanaf de betekening van de sententie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1305
Can. 1305
Op de klacht van nietigheid ziet de rechter, die de sententie heeft uitgevaardigd; als evenwel een partij vreest, dat deze rechter een vooringenomen gezindheid heeft, en daarom hem verdacht vindt, kan zij eisen, dat een andere rechter in zijn plaats wordt gesteld volgens de norm van can. 1108[574|+2460].
Op de klacht van nietigheid ziet de rechter, die de sententie heeft uitgevaardigd; als evenwel een partij vreest, dat deze rechter een vooringenomen gezindheid heeft, en daarom hem verdacht vindt, kan zij eisen, dat een andere rechter in zijn plaats wordt gesteld volgens de norm van can. 1108[574|+2460].
Referenties naar alinea 1305: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1306
1310 2°
1310 2°
Can. 1306
De klacht van nietigheid kan tezamen met het appel binnen de voor het appel bepaalde termijn worden voorgelegd.
De klacht van nietigheid kan tezamen met het appel binnen de voor het appel bepaalde termijn worden voorgelegd.
Referenties naar alinea 1306: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1307
Can. 1307
§ 1. De klacht van nietigheid voorleggen kunnen niet alleen de partijen, die zich bezwaard achten, maar ook de promotor van de gerechtigheid dan wel de verdediger van de band, zo vaak als zij het recht om te interveniëren hebben.
§ 1. De klacht van nietigheid voorleggen kunnen niet alleen de partijen, die zich bezwaard achten, maar ook de promotor van de gerechtigheid dan wel de verdediger van de band, zo vaak als zij het recht om te interveniëren hebben.
Referenties naar alinea 1307: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De rechter zelf kan ambtshalve een door hem uitgevaardigde nietige sententie intrekken of herzien binnen de termijnen om te handelen in de cann. 1303, § 2[574|+2862] en 1304, § 2[574|+2870] bepaald, tenzij ondertussen het appel tezamen met de klacht van nietigheid is ingesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1308
Can. 1308
De zaken over de klacht van nietigheid kunnen overeenkomstig de canones over het verkort contentieus rechtsgeding worden behandeld.
De zaken over de klacht van nietigheid kunnen overeenkomstig de canones over het verkort contentieus rechtsgeding worden behandeld.
Referenties naar alinea 1308: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° - Over het appel (cann. 1309-1321)
1309
Can. 1309
Een partij, die zich door enige sententie bezwaard acht, en ook de promotor van de gerechtigheid en de verdediger van de band in zaken, waarin hun aanwezigheid wordt vereist, hebben het recht om tegen een sententie te appelleren bij de hogere rechter met behoud van can. 1310[574|+2878 -2883].
Een partij, die zich door enige sententie bezwaard acht, en ook de promotor van de gerechtigheid en de verdediger van de band in zaken, waarin hun aanwezigheid wordt vereist, hebben het recht om tegen een sententie te appelleren bij de hogere rechter met behoud van can. 1310[574|+2878 -2883].
Referenties naar alinea 1309: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1310
1309
1309
Can. 1310
Geen gelegenheid is er voor appel:
Geen gelegenheid is er voor appel:
Referenties naar alinea 1310: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1309
- 1° tegen een sententie van de Paus zelf of van de Apostolische Signatuur;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1309
- 2° tegen een door een gebrek van nietigheid aangetaste sententie, tenzij het wordt vermeerderd met de klacht van nietigheid volgens de norm van can. 1306[574|+2872];
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1309
- 3° tegen een sententie, die in kracht van gewijsde is gegaan;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1309
- 4° tegen een decreet van de rechter of tegen een interlocutoire sententie, die geen kracht van een definitieve sententie hebben, tenzij het wordt vermeerderd met het appel tegen de definitieve sententie;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1309
- 5° tegen een sententie of tegen een decreet in een zaak, waarover het recht regelt dat de zaak ten spoedigste moet worden beslist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1311
Can. 1311
§ 1. Het appel moet worden ingesteld ten overstaan van de rechter, door wie de sententie uitgevaardigd is, binnen een vervaltermijn van vijftien nuttige dagen te rekenen vanaf de betekening van de sententie.
§ 1. Het appel moet worden ingesteld ten overstaan van de rechter, door wie de sententie uitgevaardigd is, binnen een vervaltermijn van vijftien nuttige dagen te rekenen vanaf de betekening van de sententie.
Referenties naar alinea 1311: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het mondeling plaatsvindt, dient een notaris dit schriftelijk ten overstaan van de appellant zelf vast te leggen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1312
Can. 1312
Door een gedelegeerde is geen appel mogelijk bij de delegerende, maar bij diens rechtstreeks hogere, tenzij de delegerende de Apostolische Stoel zelf is.
Door een gedelegeerde is geen appel mogelijk bij de delegerende, maar bij diens rechtstreeks hogere, tenzij de delegerende de Apostolische Stoel zelf is.
Referenties naar alinea 1312: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1313
Can. 1313
Als een vraagpunt ontstaat over het recht om te appelleren, dient de rechtbank van appel de zaak ten spoedigste te beslissen overeenkomstig de canones over het verkort contentieus rechtsgeding.
Als een vraagpunt ontstaat over het recht om te appelleren, dient de rechtbank van appel de zaak ten spoedigste te beslissen overeenkomstig de canones over het verkort contentieus rechtsgeding.
Referenties naar alinea 1313: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1314
Can. 1314
Het appel moet worden behandeld ten overstaan van de rechter, tot wie het gericht wordt, binnen een maand te rekenen vanaf het instellen ervan, tenzij de rechter, door wie de sententie uitgevaardigd is, voor een partij een langere tijd om het te behandelen heeft vastgesteld.
Het appel moet worden behandeld ten overstaan van de rechter, tot wie het gericht wordt, binnen een maand te rekenen vanaf het instellen ervan, tenzij de rechter, door wie de sententie uitgevaardigd is, voor een partij een langere tijd om het te behandelen heeft vastgesteld.
Referenties naar alinea 1314: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1315
Can. 1315
§ 1. Om het appel te behandelen wordt vereist en volstaat, dat een partij de dienst van de hogere rechter inroept tot herziening van de bestreden sententie met toevoeging van een afschrift van deze sententie en met het aangeven van de redenen van het appel.
§ 1. Om het appel te behandelen wordt vereist en volstaat, dat een partij de dienst van de hogere rechter inroept tot herziening van de bestreden sententie met toevoeging van een afschrift van deze sententie en met het aangeven van de redenen van het appel.
Referenties naar alinea 1315: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Ondertussen moet de rechter, door wie de sententie uitgevaardigd is, een afschrift van de akten, nadat de authenticiteit ervan door een notaris is gegarandeerd, naar de hogere rechtbank zenden; als de akten in een voor de rechtbank van appel onbekende taal geschreven zijn, dienen zij in een andere voor die rechtbank bekende taal te worden vertaald onder aanwending van waarborgen, opdat over een betrouwbare vertaling zekerheid bestaat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1316
Can. 1316
Na het nutteloos verstrijken van de appeltermijnen hetzij ten overstaan van de rechter, door wie de sententie uitgevaardigd is, hetzij ten overstaan van de rechter, tot wie het appel gericht wordt, wordt dit als opgegeven beschouwd.
Na het nutteloos verstrijken van de appeltermijnen hetzij ten overstaan van de rechter, door wie de sententie uitgevaardigd is, hetzij ten overstaan van de rechter, tot wie het appel gericht wordt, wordt dit als opgegeven beschouwd.
Referenties naar alinea 1316: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1317
Can. 1317
§ 1. De appellant kan van het appel afzien met de gevolgen, als bedoeld in can. 1206[574|+2665].
§ 1. De appellant kan van het appel afzien met de gevolgen, als bedoeld in can. 1206[574|+2665].
Referenties naar alinea 1317: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het appel is ingesteld door de verdediger van de band of door de promotor van de gerechtigheid, kan het afzien worden gedaan, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld, door de verdediger van de band of door de promotor van de gerechtigheid van de rechtbank van appel.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1318
Can. 1318
§ 1. Het door de eiser gedane appel is ook ten voordele van de gedaagde partij en omgekeerd.
§ 1. Het door de eiser gedane appel is ook ten voordele van de gedaagde partij en omgekeerd.
Referenties naar alinea 1318: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als er meerdere gedaagde partijen of eisers zijn en door één of tegen slechts één van hen de sententie wordt bestreden, wordt de bestrijding geacht door allen en tegen allen te zijn gedaan, zo vaak als de zaak waarom is verzocht ondeelbaar is dan wel de verplichting allen afzonderlijk bindt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als het wordt ingesteld door één partij over enig hoofdpunt van de sententie, kan de tegenpartij, ook al is de termijn van appel verlopen, over de andere hoofdpunten incidenteel appelleren binnen een vervaltermijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de dag, waarop aan haar het hoofdappel bekendgemaakt is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Tenzij anders vaststaat, wordt het appel verondersteld als gedaan tegen alle hoofdpunten van de sententie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1319
Can. 1319
Het appel schort de uitvoering van de sententie op.
Het appel schort de uitvoering van de sententie op.
Referenties naar alinea 1319: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1320
Can. 1320
§ 1. Met behoud van can. 1369[574|+3015] kan in de instantie van appel geen nieuwe grond tot eisen toegelaten worden, zelfs niet bij wijze van nuttige vermeerdering; en daarom kan het inleiden van het proces alleen daarin bestaan, dat de vorige sententie of wordt bekrachtigd of wordt herzien hetzij geheel hetzij gedeeltelijk.
§ 1. Met behoud van can. 1369[574|+3015] kan in de instantie van appel geen nieuwe grond tot eisen toegelaten worden, zelfs niet bij wijze van nuttige vermeerdering; en daarom kan het inleiden van het proces alleen daarin bestaan, dat de vorige sententie of wordt bekrachtigd of wordt herzien hetzij geheel hetzij gedeeltelijk.
Referenties naar alinea 1320: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Nieuwe bewijzen echter worden toegelaten alleen volgens de norm van can. 1283[574|+2803 -2808].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1321
Can. 1321
In de instantie van appel moet op dezelfde wijze als in de eerste instantie van het rechtsgeding onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden worden voortgegaan; maar, tenzij wellicht de bewijzen aangevuld moeten worden, dient terstond na het inleiden van het proces tot de bespreking van de zaak te worden overgegaan en tot de sententie.
In de instantie van appel moet op dezelfde wijze als in de eerste instantie van het rechtsgeding onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden worden voortgegaan; maar, tenzij wellicht de bewijzen aangevuld moeten worden, dient terstond na het inleiden van het proces tot de bespreking van de zaak te worden overgegaan en tot de sententie.
Referenties naar alinea 1321: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. X - Over kracht van gewijsde, over het herstel in de oorspronkelijke staat en over het verzet van een derde (cann. 1322-1333)
- 1° - Over kracht van gewijsde (cann. 1322-1325)
1322
1182 §2
1182 §2
Can. 1322
Onverminderd can. 1324[574|+2911] is van kracht van gewijsde sprake, als:
Onverminderd can. 1324[574|+2911] is van kracht van gewijsde sprake, als:
Referenties naar alinea 1322: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1182 §2
- 1° zich tussen dezelfde partijen een tweevoudige conforme sententie heeft voorgedaan over hetzelfde verzoek en op dezelfde grond tot eisen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1182 §2
- 2° het appel tegen de sententie niet binnen de nuttige tijd is ingesteld;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1182 §2
- 3° in de instantie van appel de behandeling van het proces is stopgezet of daarvan is afgezien;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1182 §2
- 4° de definitieve sententie uitgevaardigd is, waartegen geen appel mogelijk is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1323
Can. 1323
§ 1. Kracht van gewijsde is door het recht zo bestendig, dat ze alleen bestreden kan worden door middel van de klacht van nietigheid, het herstel in de oorspronkelijke staat of het verzet van een derde.
§ 1. Kracht van gewijsde is door het recht zo bestendig, dat ze alleen bestreden kan worden door middel van de klacht van nietigheid, het herstel in de oorspronkelijke staat of het verzet van een derde.
Referenties naar alinea 1323: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Kracht van gewijsde maakt recht tussen de partijen en maakt mogelijk de eis van gewijsde en het verweer van kracht van gewijsde, dat de rechter ook ambtshalve kan verklaren om een nieuwe inleiding van dezelfde zaak te verhinderen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1324
1322
1322
Can. 1324
Nooit gaan in kracht van gewijsde zaken over de staat van personen, niet uitgezonderd de zaken over de scheiding van echtgenoten.
Nooit gaan in kracht van gewijsde zaken over de staat van personen, niet uitgezonderd de zaken over de scheiding van echtgenoten.
Referenties naar alinea 1324: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1325
1370 §2
1370 §2
Can. 1325
§ 1. Als een tweevoudige conforme sententie in een zaak over de staat van personen is uitgevaardigd, kan op welk tijdstip dan ook bij de rechtbank van appel in beroep worden gegaan nadat nieuwe en wel zwaarwegende bewijzen of argumenten zijn aangevoerd binnen een vervaltermijn van dertig dagen te rekenen vanaf het voorleggen van de bestrijding; de rechtbank van appel echter moet binnen een maand te rekenen vanaf het leveren van de nieuwe bewijzen en argumenten door een decreet bepalen, of de heropening van de zaak moet worden toegelaten of niet.
§ 1. Als een tweevoudige conforme sententie in een zaak over de staat van personen is uitgevaardigd, kan op welk tijdstip dan ook bij de rechtbank van appel in beroep worden gegaan nadat nieuwe en wel zwaarwegende bewijzen of argumenten zijn aangevoerd binnen een vervaltermijn van dertig dagen te rekenen vanaf het voorleggen van de bestrijding; de rechtbank van appel echter moet binnen een maand te rekenen vanaf het leveren van de nieuwe bewijzen en argumenten door een decreet bepalen, of de heropening van de zaak moet worden toegelaten of niet.
Referenties naar alinea 1325: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1370 §2
§ 2. Het beroep bij een hogere rechtbank, om de heropening van de zaak te verkrijgen, schort de uitvoering van de sententie niet op, tenzij anders door het gemene recht wordt geregeld dan wel de rechtbank van appel volgens de norm van can. 1337, § 3[574|+2947] de opschorting beveelt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° - Over het herstel in de oorspronkelijke staat (cann. 1326-1329)
1326
Can. 1326
§ 1. Tegen een sententie, die in kracht van gewijsde is gegaan, is, mits de wederrechtelijkheid ervan duidelijk vaststaat, het herstel in de oorspronkelijk staat mogelijk.
§ 1. Tegen een sententie, die in kracht van gewijsde is gegaan, is, mits de wederrechtelijkheid ervan duidelijk vaststaat, het herstel in de oorspronkelijk staat mogelijk.
Referenties naar alinea 1326: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1283 §1 3°
1327 §1
1341 §2
§ 2. De wederrechtelijkheid echter wordt niet geacht duidelijk vast te staan, tenzij:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1283 §1 3°
1327 §1
1341 §2
- 1° de sententie zo op bewijzen steunt, die daarna vals bevonden zijn, dat zonder die bewijzen het beslissend deel van de sententie niet ondersteund wordt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1283 §1 3°
1327 §1
1341 §2
- 2° daarna documenten zijn ontdekt, die nieuwe en een tegengestelde beslissing eisende feiten ontwijfelbaar bewijzen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1283 §1 3°
1327 §1
1341 §2
- 3° de sententie op grond van bedrog van een partij is uitgevaardigd tot schade van de andere;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1327 §2
1341 §2
- 4° een voorschrift van een niet louter processuele wet duidelijk veronachtzaamd is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1327 §2
1341 §2
- 5° de sententie in strijd is met de voorafgaande beslissing, die in kracht van gewijsde is gegaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1327
Can. 1327
§ 1. Om het herstel in de oorspronkelijke staat wegens de afwegingen, als bedoeld in can. 1326, § 2, nn. 1 - 3[574|+2916 -2919], moet de rechter worden verzocht, die de sententie heeft uitgevaardigd, binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag van kennisneming van dezelfde afwegingen.
§ 1. Om het herstel in de oorspronkelijke staat wegens de afwegingen, als bedoeld in can. 1326, § 2, nn. 1 - 3[574|+2916 -2919], moet de rechter worden verzocht, die de sententie heeft uitgevaardigd, binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag van kennisneming van dezelfde afwegingen.
Referenties naar alinea 1327: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Om het herstel in de oorspronkelijke staat wegens de afwegingen, als bedoeld in can. 1326, § 2, nn. 4 en 5[574|+2916 +2920 +2921], moet de rechtbank van appel worden verzocht binnen drie maanden te rekenen vanaf de betekening van de sententie; als evenwel in het geval, als bedoeld in can. 1326, § 2, n. 5[574|+2916 +2921], de kennis van de voorafgaande beslissing later wordt verkregen, loopt de termijn vanaf deze kennis.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De termijnen, als boven bedoeld, lopen niet, zolang de benadeelde partij minderjarig is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1328
1337 §1
1337 §1
Can. 1328
§ 1. Het verzoek om het herstel in de oorspronkelijke staat schort de nog niet begonnen uitvoering van de sententie op.
§ 1. Het verzoek om het herstel in de oorspronkelijke staat schort de nog niet begonnen uitvoering van de sententie op.
Referenties naar alinea 1328: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1337 §1
§ 2. Als toch op grond van waarschijnlijke aanwijzingen de verdenking bestaat, dat het verzoek gedaan is om vertragingen aan de uitvoering te verbinden, kan de rechter besluiten, dat de sententie tot uitvoering opgedragen wordt, nadat echter degene die om het herstel in de oorspronkelijke staat verzoekt een passende waarborg is toegewezen, dat hij, als het herstel in de oorspronkelijke staat plaatsvindt, schadeloos wordt gesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1329
Can. 1329
Nadat het herstel in de oorspronkelijke staat is verleend moet de rechter uitspraak doen over de inhoud van de zaak.
Nadat het herstel in de oorspronkelijke staat is verleend moet de rechter uitspraak doen over de inhoud van de zaak.
Referenties naar alinea 1329: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° - Over het verzet van een derde (cann. 1330-1333)
1330
Can. 1330
Wie op grond van een tussen anderen uitgevaardigde definitieve sententie, die tot uitvoering opgedragen kan worden, een schending van zijn rechten vreest, kan de sententie zelf vóór de uitvoering ervan bestrijden.
Wie op grond van een tussen anderen uitgevaardigde definitieve sententie, die tot uitvoering opgedragen kan worden, een schending van zijn rechten vreest, kan de sententie zelf vóór de uitvoering ervan bestrijden.
Referenties naar alinea 1330: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1331
Can. 1331
§ 1. Het verzet van een derde kan gedaan worden of door om herziening van de sententie te verzoeken bij de rechtbank, die haar uitgevaardigd heeft, of door in beroep te gaan bij de rechtbank van appel.
§ 1. Het verzet van een derde kan gedaan worden of door om herziening van de sententie te verzoeken bij de rechtbank, die haar uitgevaardigd heeft, of door in beroep te gaan bij de rechtbank van appel.
Referenties naar alinea 1331: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het verzoek is toegelaten en degene die zich verzet handelt in de instantie van appel, is hij aan de voor het appel bepaalde wetten gehouden; indien ten overstaan van de rechtbank, die de sententie uitgevaardigd heeft, moeten de normen gegeven voor gerechtelijk te beslissen incidentele zaken in acht genomen worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1332
Can. 1332
§ 1. Degene die zich verzet moet in ieder mogelijk geval bewijzen dat zijn recht daadwerkelijk geschonden is dan wel geschonden zal worden.
§ 1. Degene die zich verzet moet in ieder mogelijk geval bewijzen dat zijn recht daadwerkelijk geschonden is dan wel geschonden zal worden.
Referenties naar alinea 1332: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De schending echter moet uit de sententie zelf ontstaan, voor zover hetzij zij zelf de oorzaak van de schending is hetzij zij, als ze tot uitvoering opgedragen wordt, degene die zich verzet zwaar nadeel zal berokkenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1333
Can. 1333
Als degene die zich verzet zijn recht bewezen heeft, moet de tevoren uitgevaardigde sententie door de rechtbank worden herzien overeenkomstig het verzoek van degene die zich verzet.
Als degene die zich verzet zijn recht bewezen heeft, moet de tevoren uitgevaardigde sententie door de rechtbank worden herzien overeenkomstig het verzoek van degene die zich verzet.
Referenties naar alinea 1333: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. XI - Over de kosteloze rechtsbijstand en over de gerechtelijke kosten (cann. 1334-1336)
1334
Can. 1334
Armen, die geheel en al niet opgewassen zijn tegen het dragen van de gerechtelijke kosten, hebben recht op kosteloze rechtsbijstand, indien gedeeltelijk alleen, op vermindering van de kosten.
Armen, die geheel en al niet opgewassen zijn tegen het dragen van de gerechtelijke kosten, hebben recht op kosteloze rechtsbijstand, indien gedeeltelijk alleen, op vermindering van de kosten.
Referenties naar alinea 1334: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1335
Can. 1335
De statuten van de rechtbank moeten de normen geven:
De statuten van de rechtbank moeten de normen geven:
Referenties naar alinea 1335: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° dover de door de partijen te betalen of te vereffenen gerechtelijke kosten;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° over de vergoeding van de procuratoren, de advocaten en de tolken en over de schadeloosstelling van de getuigen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° over de te verlenen kosteloze rechtsbijstand of vermindering van de kosten;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° over het herstel van de schaden, dat verschuldigd is door degene, die niet alleen in het rechtsgeding ten onder is gegaan, maar ongegrond een proces heeft aangespannen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° over het depot van geld of de te stellen waarborg met betrekking tot de te betalen kosten en de te vergoeden schaden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1336
Can. 1336
Tegen een uitspraak met betrekking tot de kosten, de vergoedingen en de te vergoeden schaden is geen afzonderlijk appel mogelijk, maar een partij kan bezwaar maken binnen vijftien dagen bij dezelfde rechter, die de schatting kan herzien.
Tegen een uitspraak met betrekking tot de kosten, de vergoedingen en de te vergoeden schaden is geen afzonderlijk appel mogelijk, maar een partij kan bezwaar maken binnen vijftien dagen bij dezelfde rechter, die de schatting kan herzien.
Referenties naar alinea 1336: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. XII - Over de uitvoering van de sententie (cann. 1337-1342)
1337
Can. 1337
§ 1. Een sententie, die in kracht van gewijsde is gegaan, kan tot uitvoering worden opgedragen met behoud van can. 1328[574|+2925 -2926].
§ 1. Een sententie, die in kracht van gewijsde is gegaan, kan tot uitvoering worden opgedragen met behoud van can. 1328[574|+2925 -2926].
Referenties naar alinea 1337: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De rechter, die de sententie heeft uitgevaardigd, en, als appel is ingesteld, ook de rechter van appel kunnen de voorlopige uitvoering van een sententie, die nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, ambtshalve of op het verzoek van een partij opdragen, nadat passende, als het geval zich voordoet, waarborgen zijn gesteld, als het gaat om tot het noodzakelijk onderhoud getroffen voorzieningen of als een andere rechtmatige reden dringt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1325 §2
§ 3. Als evenwel een sententie, die nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, wordt bestreden, kan de rechter, die de bestrijding moet behandelen, als hij ziet, dat deze waarschijnlijk gegrond is en dat onherstelbare schade uit de uitvoering kan ontstaan, of de uitvoering zelf opschorten of haar aan een waarborg onderwerpen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1338
Can. 1338
Niet eerder kan er voor de uitvoering gelegenheid zijn, dan er een uitvoeringsdecreet van de rechter is, waardoor verordend wordt dat de sententie zelf tot uitvoering opgedragen moet worden; dit decreet dient naargelang de verschillende aard van de zaken of in de tekst zelf van de sententie te worden ingesloten of apart te worden uitgegeven.
Niet eerder kan er voor de uitvoering gelegenheid zijn, dan er een uitvoeringsdecreet van de rechter is, waardoor verordend wordt dat de sententie zelf tot uitvoering opgedragen moet worden; dit decreet dient naargelang de verschillende aard van de zaken of in de tekst zelf van de sententie te worden ingesloten of apart te worden uitgegeven.
Referenties naar alinea 1338: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1339
Can. 1339
Als de uitvoering van de sententie een voorafgaande berekening van de kosten eist, is er een incidenteel vraagpunt door die rechter te beslissen, die de tot uitvoering op te dragen sententie heeft uitgevaardigd.
Als de uitvoering van de sententie een voorafgaande berekening van de kosten eist, is er een incidenteel vraagpunt door die rechter te beslissen, die de tot uitvoering op te dragen sententie heeft uitgevaardigd.
Referenties naar alinea 1339: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1340
Can. 1340
§ 1. Tenzij door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris anders wordt bepaald, moet de Eparch van de eparchie, waar de sententie in de eerste instantie van het rechtsgeding is uitgevaardigd persoonlijk of door tussenkomst van een ander de sententie tot uitvoering opdragen.
§ 1. Tenzij door het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris anders wordt bepaald, moet de Eparch van de eparchie, waar de sententie in de eerste instantie van het rechtsgeding is uitgevaardigd persoonlijk of door tussenkomst van een ander de sententie tot uitvoering opdragen.
Referenties naar alinea 1340: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als deze evenwel weigert of nalatig is, komt op verzoek van de partij, in wier belang het is, of ook ambtshalve de uitvoering het gezag toe, waaraan de rechtbank van appel onderworpen is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Bij geschillen, als bedoeld in can. 1069, § 1[574|+2370], komt de uitvoering van de sententie de in het typicon of de statuten vastgestelde Overste toe.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1341
Can. 1341
§ 1. De uitvoerder moet, tenzij iets in de tekst zelf van de sententie aan zijn goeddunken overgelaten is, de sententie overeenkomstig de voor de hand liggende betekenis van de woorden tot uitvoering opdragen.
§ 1. De uitvoerder moet, tenzij iets in de tekst zelf van de sententie aan zijn goeddunken overgelaten is, de sententie overeenkomstig de voor de hand liggende betekenis van de woorden tot uitvoering opdragen.
Referenties naar alinea 1341: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het is hem geoorloofd te zien op de verweren met betrekking tot de wijze en de kracht van de uitvoering, niet echter op de inhoud van de zaak; als hij evenwel anderszins bevonden heeft, dat de sententie nietig of duidelijk wederrechtelijk is volgens de norm van de 1303[574|+2853 -2862], 1304[574|+2863 -2870] en 1326, § 2[574|+2916 -2921], dient hij van de uitvoering af te zien en dient hij de zaak naar de rechtbank, waardoor de sententie uitgevaardigd is, terug te zenden nadat de partijen in kennis zijn gesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1342
Can. 1342
§ 1. Zo vaak als enige zaak aan een eiser is toegewezen, moet deze aan de eiser overgedragen worden zodra als van kracht van gewijsde sprake is.
§ 1. Zo vaak als enige zaak aan een eiser is toegewezen, moet deze aan de eiser overgedragen worden zodra als van kracht van gewijsde sprake is.
Referenties naar alinea 1342: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als een partij veroordeeld is om een roerende zaak te verschaffen of om geld te betalen of om iets anders te geven dan wel te doen, dient de rechter in de tekst zelf van de sententie of de uitvoerder naar zijn goeddunken en inzicht een termijn te bepalen om de verplichting te vervullen, die echter noch korter dan vijftien dagen mag worden ingekort noch zes maanden mag overschrijden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over het verkort contentieus rechtsgeding (cann. 1343-1356)
1343
1270 §2
1270 §2
Can. 1343
§ 1. Met een verkort contentieus rechtsgeding kunnen alle door het recht niet uitgesloten zaken behandeld worden, tenzij een partij om een gewoon contentieus rechtsgeding verzoekt.
§ 1. Met een verkort contentieus rechtsgeding kunnen alle door het recht niet uitgesloten zaken behandeld worden, tenzij een partij om een gewoon contentieus rechtsgeding verzoekt.
Referenties naar alinea 1343: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1270 §2
§ 2. Als het verkort contentieus rechtsgeding wordt aangewend in door het recht uitgesloten zaken, zijn de gerechtelijke handelingen nietig.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1344
1270 §2
1270 §2
Can. 1344
§ 1. Het inleidend verzoekschrift tot een proces moet behalve datgene, wat in can. 1187[574|+2614 -2618] wordt opgesomd:
§ 1. Het inleidend verzoekschrift tot een proces moet behalve datgene, wat in can. 1187[574|+2614 -2618] wordt opgesomd:
Referenties naar alinea 1344: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1270 §2
- 1° de feiten, waarop de verzoeken van de eiser steunen, kort, geheel en duidelijk uiteenzetten;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1270 §2
- 2° de bewijzen, waarmee de eiser de feiten beoogt aan te tonen en die hij niet tegelijk kan aanvoeren, zo aangeven, dat ze terstond door de rechter verzameld kunnen worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1270 §2
§ 2. Met het inleidend verzoekschrift tot een proces moeten de documenten, waarop het verzoek steunt, tenminste in een authentiek afschrift worden verbonden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1345
1270 §2
1347 §1
1270 §2
1347 §1
Can. 1345
§ 1. Als een poging tot verzoening volgens de norm van can. 1103, § 2[574|+2450] nutteloos is geweest, dient de rechter, als hij meent, dat het inleidend verzoekschrift tot een proces op enig fundament steunt, binnen drie dagen door een aan de voet van het verzoekschrift toegevoegd decreet voor te schrijven, dat een afschrift van het verzoek terstond aan de gedaagde partij bekend wordt gemaakt, nadat aan deze het recht gegeven is om binnen vijftien dagen aan de kanselarij van de rechtbank een schriftelijk gegeven antwoord te zenden.
§ 1. Als een poging tot verzoening volgens de norm van can. 1103, § 2[574|+2450] nutteloos is geweest, dient de rechter, als hij meent, dat het inleidend verzoekschrift tot een proces op enig fundament steunt, binnen drie dagen door een aan de voet van het verzoekschrift toegevoegd decreet voor te schrijven, dat een afschrift van het verzoek terstond aan de gedaagde partij bekend wordt gemaakt, nadat aan deze het recht gegeven is om binnen vijftien dagen aan de kanselarij van de rechtbank een schriftelijk gegeven antwoord te zenden.
Referenties naar alinea 1345: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1270 §2
§ 2. Deze bekendmaking heeft de gevolgen van een gerechtelijke dagvaarding, als bedoeld in can. 1194[574|+2639 -2644].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1346
1270 §2
1347 §1
1270 §2
1347 §1
Can. 1346
Als de verweren van de gedaagde partij dit eisen, dient de rechter voor de eiser een termijn om te antwoorden vast te stellen zo, dat hijzelf uit de aangevoerde elementen van beide partijen het object van het geschil doorzien heeft.
Als de verweren van de gedaagde partij dit eisen, dient de rechter voor de eiser een termijn om te antwoorden vast te stellen zo, dat hijzelf uit de aangevoerde elementen van beide partijen het object van het geschil doorzien heeft.
Referenties naar alinea 1346: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1347
1270 §2
1270 §2
Can. 1347
§ 1. Na het verstrijken van de termijnen om te antwoorden, als bedoeld in de cann. 1345, § 1[574|+2964] en 1346[574|+2966], dient de rechter na de akten te hebben ingezien de formulering van de twijfel vast te stellen; vervolgens dient hij tot een niet later dan dertig dagen te houden hoorzitting allen, die daarop aanwezig moeten zijn, te dagvaarden, nadat voor de partijen de formulering van de twijfel is toegevoegd.
§ 1. Na het verstrijken van de termijnen om te antwoorden, als bedoeld in de cann. 1345, § 1[574|+2964] en 1346[574|+2966], dient de rechter na de akten te hebben ingezien de formulering van de twijfel vast te stellen; vervolgens dient hij tot een niet later dan dertig dagen te houden hoorzitting allen, die daarop aanwezig moeten zijn, te dagvaarden, nadat voor de partijen de formulering van de twijfel is toegevoegd.
Referenties naar alinea 1347: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1270 §2
§ 2. In de dagvaarding dienen de partijen in kennis te worden gesteld, dat ze tenminste drie dagen vóór de hoorzitting enig kort schrijven bij de rechtbank kunnen indienen om hun beweringen te staven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1348
1270 §2
1270 §2
Can. 1348
Op de hoorzitting worden eerst de vraagpunten behandeld, als bedoeld in de cann. 1118[574|+2476 +2477], 1119[574|+2478 -2480], 1121[574|2482 +2483] en 1122[574|+2484 +2485].
Op de hoorzitting worden eerst de vraagpunten behandeld, als bedoeld in de cann. 1118[574|+2476 +2477], 1119[574|+2478 -2480], 1121[574|2482 +2483] en 1122[574|+2484 +2485].
Referenties naar alinea 1348: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1349
1270 §2
1270 §2
Can. 1349
§ 1. De bewijzen worden op de hoorzitting verzameld met behoud van can. 1071[574|+2373].
§ 1. De bewijzen worden op de hoorzitting verzameld met behoud van can. 1071[574|+2373].
Referenties naar alinea 1349: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1270 §2
§ 2. Een partij en haar advocaat kunnen de ondervraging van de overige partijen, de getuigen en de deskundigen bijwonen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1350
1270 §2
1270 §2
Can. 1350
De antwoorden van de partijen, van de getuigen, van de deskundigen, de verzoeken en de verweren van de advocaten moeten schriftelijk door een notaris worden vastgelegd, maar beknopt en aangaande datgene alleen maar, wat op het wezen van de betwiste zaak betrekking heeft, en ze moeten door hen worden ondertekend.
De antwoorden van de partijen, van de getuigen, van de deskundigen, de verzoeken en de verweren van de advocaten moeten schriftelijk door een notaris worden vastgelegd, maar beknopt en aangaande datgene alleen maar, wat op het wezen van de betwiste zaak betrekking heeft, en ze moeten door hen worden ondertekend.
Referenties naar alinea 1350: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1351
1270 §2
1270 §2
Can. 1351
De bewijzen, die niet in het verzoek of het antwoord aangevoerd dan wel gevraagd zijn, kan de rechter alleen toelaten volgens de norm van can. 1110[574|+2463 -2464]; nadat echter ook maar één getuige gehoord is, kan de rechter alleen maar volgens de norm van can. 1283[574|+2803 -2808] tot nieuwe bewijzen besluiten.
De bewijzen, die niet in het verzoek of het antwoord aangevoerd dan wel gevraagd zijn, kan de rechter alleen toelaten volgens de norm van can. 1110[574|+2463 -2464]; nadat echter ook maar één getuige gehoord is, kan de rechter alleen maar volgens de norm van can. 1283[574|+2803 -2808] tot nieuwe bewijzen besluiten.
Referenties naar alinea 1351: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1352
1270 §2
1270 §2
Can. 1352
Als op de hoorzitting niet alle bewijzen verzameld konden worden, dient een tweede hoorzitting te worden bepaald.
Als op de hoorzitting niet alle bewijzen verzameld konden worden, dient een tweede hoorzitting te worden bepaald.
Referenties naar alinea 1352: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1353
1270 §2
1270 §2
Can. 1353
Nadat de bewijzen verzameld zijn, wordt op dezelfde hoorzitting de mondelinge bespreking verricht.
Nadat de bewijzen verzameld zijn, wordt op dezelfde hoorzitting de mondelinge bespreking verricht.
Referenties naar alinea 1353: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1354
1270 §2
1270 §2
Can. 1354
§ 1. Tenzij iets op grond van de bespreking bevonden wordt te moeten worden aangevuld in de instructie van de zaak, of iets anders bestaat, dat verhindert, dat een sententie volgens de norm van het recht wordt uitgevaardigd, dient de rechter de zaak na de beëindiging van de hoorzitting terstond te beslissen; het beslissend deel van de sententie dient terstond ten overstaan van de aanwezige partijen te worden voorgelezen.
§ 1. Tenzij iets op grond van de bespreking bevonden wordt te moeten worden aangevuld in de instructie van de zaak, of iets anders bestaat, dat verhindert, dat een sententie volgens de norm van het recht wordt uitgevaardigd, dient de rechter de zaak na de beëindiging van de hoorzitting terstond te beslissen; het beslissend deel van de sententie dient terstond ten overstaan van de aanwezige partijen te worden voorgelezen.
Referenties naar alinea 1354: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1270 §2
§ 2. De rechtbank kan echter wegens de moeilijkheid van de zaak of om een andere rechtmatige reden de beslissing tot aan de vijfde nuttige dag uitstellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1270 §2
§ 3. De gehele tekst van de sententie met de uitdrukking van de afwegingen dient zo spoedig mogelijk en in de regel niet later dan vijftien dagen aan de partijen betekend te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1355
1270 §2
1270 §2
Can. 1355
Als de rechtbank van appel inziet, dat in de lagere instantie van het rechtsgeding in een door het recht uitgesloten zaak het verkort contentieus rechtsgeding is aangewend, moet zij de nietigheid van de sententie verklaren en de zaak aan de rechtbank, die de sententie heeft uitgevaardigd, terugzenden.
Als de rechtbank van appel inziet, dat in de lagere instantie van het rechtsgeding in een door het recht uitgesloten zaak het verkort contentieus rechtsgeding is aangewend, moet zij de nietigheid van de sententie verklaren en de zaak aan de rechtbank, die de sententie heeft uitgevaardigd, terugzenden.
Referenties naar alinea 1355: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1356
1270 §2
1270 §2
Can. 1356
Aangaande het overige, dat de wijze van procederen betreft, dienen de canones over het gewoon contentieus rechtsgeding in acht genomen te worden; de rechtbank echter kan door haar van de afwegingen voorzien decreet de processuele normen, die niet voor de geldigheid zijn bepaald, niet naleven, om met behoud van de gerechtigheid voor snelheid te zorgen.
Aangaande het overige, dat de wijze van procederen betreft, dienen de canones over het gewoon contentieus rechtsgeding in acht genomen te worden; de rechtbank echter kan door haar van de afwegingen voorzien decreet de processuele normen, die niet voor de geldigheid zijn bepaald, niet naleven, om met behoud van de gerechtigheid voor snelheid te zorgen.
Referenties naar alinea 1356: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XXVI - Over enige bijzondere procesgangen (cann. 1357-1400)
- Hoofdstuk I - Over de huwelijksprocesgangen (cann. 1357-1384)
- Art. I - Over de zaken om de nietigheid van het huwelijk te verklaren (cann. 1357-1377)
- 1° - Over het bevoegd bereik en over de rechtbanken (cann. 1357-1359)
1357
Can. 1357
§ 1. Iedere mogelijke huwelijkszaak van een gedoopte komt de Kerk naar eigen recht toe.
Geldig tot 8 december 2015: Quaelibet causa matrimonialis baptizati iure proprio ad Ecclesiam spectat.
§ 1. Iedere mogelijke huwelijkszaak van een gedoopte komt de Kerk naar eigen recht toe.
Geldig tot 8 december 2015: Quaelibet causa matrimonialis baptizati iure proprio ad Ecclesiam spectat.
Referenties naar alinea 1357: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Onverminderd, waar persoonlijke Statuten gelden, komen zaken over de louter burgerlijke gevolgen van een huwelijk, als zij ten principale worden gevoerd, aan de burgerlijke rechter toe, maar zij kunnen, indien incidenteel en bijkomend, ook door de kerkelijke rechter op grond van eigen gezag worden behandeld en beslist.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1358
Can. 1358
In zaken over de nietigheid van een huwelijk, die niet aan de Apostolische Stoel zijn voorbehouden, zijn bevoegd:
Geldig tot 8 december 2015: Firmis, ubi vigent, Statutis personalibus causae de effectibus mere civilibus matrimonii, si principaliter aguntur, pertinent ad iudicem civilem, sed, si incidenter et accessorie, possunt etiam a iudice ecclesiastico ex propria auctoritate cognosci ac definiri.
In zaken over de nietigheid van een huwelijk, die niet aan de Apostolische Stoel zijn voorbehouden, zijn bevoegd:
Geldig tot 8 december 2015: Firmis, ubi vigent, Statutis personalibus causae de effectibus mere civilibus matrimonii, si principaliter aguntur, pertinent ad iudicem civilem, sed, si incidenter et accessorie, possunt etiam a iudice ecclesiastico ex propria auctoritate cognosci ac definiri.
Referenties naar alinea 1358: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de rechtbank van de plaats waarin het huwelijk is gevierd;
Geldig tot 8 december 2015:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de rechtbank van de plaats waar een van beide of elk van beide partijen woonplaats of quasi-woonplaats heeft;
Geldig tot 8 december 2015:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de rechtbank van de plaats waar feitelijk de meeste bewijzen verzameld moeten worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1359
Can. 1359
§ 1. In iedere afzonderlijke eparchie is de rechter van eerste instantie voor zaken van nietigheid van het huwelijk, waarvoor het recht uitdrukkelijk geen uitzondering maakt, de Eparch, die de rechtsmacht persoonlijk zelf kan uitoefenen of door tussenkomst van anderen, volgens de norm van het recht.
Geldig tot 8 december 2015: In causis de matrimonii nullitate, quae non sunt Sedi Apostolicae reservatae, competentia sunt:
§ 1. In iedere afzonderlijke eparchie is de rechter van eerste instantie voor zaken van nietigheid van het huwelijk, waarvoor het recht uitdrukkelijk geen uitzondering maakt, de Eparch, die de rechtsmacht persoonlijk zelf kan uitoefenen of door tussenkomst van anderen, volgens de norm van het recht.
Geldig tot 8 december 2015: In causis de matrimonii nullitate, quae non sunt Sedi Apostolicae reservatae, competentia sunt:
Referenties naar alinea 1359: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Wijziging conform het Motu Proprio Mitis et Misericors Iesus[6049] van Paus Franciscus van 15-08-2015 en geldig vanaf 8-12-2015. Vervallen tekst verplaatst naar can. 1358[574|+2986].Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1380
§ 2. De Bisschop dient voor zijn eigen eparchie een eparchiale rechtbank in te stellen voor zaken van nietigheid van een huwelijk, met behoud van de bevoegdheid van de Bisschop zelf om naar een andere eparchiale of een meer naburige rechtbank voor meerdere eparchieën te gaan.
Geldig tot 8 december 2015: 1° tribunal loci, ubi matrimonium celebratum est;
Geldig tot 8 december 2015: 1° tribunal loci, ubi matrimonium celebratum est;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Wijziging conform het Motu Proprio Mitis et Misericors Iesus[6049] van Paus Franciscus van 15-08-2015 en geldig vanaf 8-12-2015. Vervallen tekst verplaatst naar can. 1358[574|+2986].Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1380
§ 3. De zaken over de nietigheid van een huwelijk worden aan een college van drie rechters voorbehouden. Aan het hoofd daarvan moet een rechter-clericus staan, de overige rechters kunnen ook andere Christengelovigen zijn.
Geldig tot 8 december 2015: 2° tribunal loci, ubi pars conventa domicilium vel quasi-domicilium habet;
Geldig tot 8 december 2015: 2° tribunal loci, ubi pars conventa domicilium vel quasi-domicilium habet;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Wijziging conform het Motu Proprio Mitis et Misericors Iesus[6049] van Paus Franciscus van 15-08-2015 en geldig vanaf 8-12-2015. Vervallen tekst verplaatst naar can. 1358[574|+2986].Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De Bisschop Moderator dient, als een collegiale rechtbank niet kan worden ingesteld in de eparchie of in de meer naburige volgens de norm van § 2[574|+2988] uitgekozen rechtbank, de zaken aan een enkele rechter-clericus toe te vertrouwen, die, waar het mogelijk is, twee assessoren van beproefd leven, deskundig in de juridische of menswetenschappen, door de Bisschop voor deze taak goedgekeurd, voor zich erbij moet halen; aan deze enkele rechter komt, tenzij anders vaststaat, datgene toe wat aan een college, de voorzitter of de referent wordt toegekend.
Geldig tot 8 december 2015: 3° tribunal loci, ubi actor domicilium habet, dummodo utraque pars in territorio eiusdem nationis degat et Vicarius iudicialis domicilii partis conventae ea audita consentiat;
Geldig tot 8 december 2015: 3° tribunal loci, ubi actor domicilium habet, dummodo utraque pars in territorio eiusdem nationis degat et Vicarius iudicialis domicilii partis conventae ea audita consentiat;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 5. De rechtbank van tweede instantie moet voor de geldigheid altijd collegiaal zijn, volgens het voorschrift van de voorgaande § 3[574|+2989].
Geldig tot 8 december 2015: 4° tribunal loci, ubi de facto colligendae sunt pleraeque probationes, dummodo Vicarius iudicialis domicilii partis conventae ea audita consentiat.
Geldig tot 8 december 2015: 4° tribunal loci, ubi de facto colligendae sunt pleraeque probationes, dummodo Vicarius iudicialis domicilii partis conventae ea audita consentiat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Wijziging conform het Motu Proprio Mitis et Misericors Iesus[6049] van Paus Franciscus van 15-08-2015 en geldig vanaf 8-12-2015. Vervallen tekst verplaatst naar can. 1358[574|+2986].Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 6. Tegen de rechtbank van eerste instantie wordt geappelleerd bij de metropolitane rechtbank van tweede instantie, met behoud van de voorschriften van de cann. 1064[574|1064] en 1067, § 5[574|+2364].
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Wijziging conform het Motu Proprio Mitis et Misericors Iesus[6049] van Paus Franciscus van 15-08-2015 en geldig vanaf 8-12-2015.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° - Over het recht om een huwelijk te bestrijden (cann. 1360-1361)
1360
Can. 1360
§ 1. Bekwaam om een huwelijk te bestrijden zijn:
Geldig tot 8 december 2015: Habiles sunt ad matrimonium impugnandum:
§ 1. Bekwaam om een huwelijk te bestrijden zijn:
Geldig tot 8 december 2015: Habiles sunt ad matrimonium impugnandum:
Referenties naar alinea 1360: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de echtgenoten;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de promotor van de gerechtigheid, als de nietigheid reeds algemeen bekend is en het huwelijk niet geldig gemaakt kan worden dan wel als dit niet dienstig is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een huwelijk dat, bij leven van beide echtgenoten, niet is aangeklaagd, kan na de dood van een van beide of van elk van beide echtgenoten niet worden aangeklaagd, tenzij het vraagpunt over de geldigheid prejudicieel is om een ander geschil hetzij in het kerkelijk bereik hetzij in het burgerlijk bereik op te lossen.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als evenwel een echtgenoot hangende de zaak sterft, dient can. 1199[574|1199] in acht genomen te worden. .
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° - Over de inleiding en de instructie van de zaak (cann. 1361-1364)
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
1361
Can. 1361
De rechter moet, voordat hij een zaak aanvaardt, in kennis gesteld worden dat het huwelijk onherstelbaar ten gronde is gegaan, zo dat het huwelijkse samenleven niet hersteld kan worden.
Geldig tot 8 december 2015: § 1. Matrimonium, quod utroque coniuge vivente non est accusatum, post mortem alterutrius vel utriusque coniugis accusari non potest, nisi quaestio de validitate est praeiudicialis ad aliam controversiam sive in foro ecclesiastico sive in foro civili solvendam.
De rechter moet, voordat hij een zaak aanvaardt, in kennis gesteld worden dat het huwelijk onherstelbaar ten gronde is gegaan, zo dat het huwelijkse samenleven niet hersteld kan worden.
Geldig tot 8 december 2015: § 1. Matrimonium, quod utroque coniuge vivente non est accusatum, post mortem alterutrius vel utriusque coniugis accusari non potest, nisi quaestio de validitate est praeiudicialis ad aliam controversiam sive in foro ecclesiastico sive in foro civili solvendam.
Referenties naar alinea 1361: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Tekst vervangen door het vroegere canon 1362 en vervallen tekst is nieuwe tekst van canon 1360 § 2[574|+3409], conform motu prorpio Mitis et Misericors Iesus[6049] van Paus Franciscus geldig vanaf 8-12-2015.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
Deze tekst is NIET meer geldig vanaf 8 december 2015:
§ 2. Als evenwel een echtgenoot hangende de zaak sterft, dient can. 1199[574|+2653 -2655] in acht genomen te worden.
§ 2. Als evenwel een echtgenoot hangende de zaak sterft, dient can. 1199[574|+2653 -2655] in acht genomen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Vervallen tekst wordt nieuwe tekst van canon 1360 § 3[574|+3410], conform motu prorpio Mitis et Misericors Iesus[6049] van Paus Franciscus geldig vanaf 8-12-2015.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Deze tekst is NIET meer geldig vanaf 8 december 2015:
3° - De obligationibus iudicum et tribunalis (cann. 1362-1363)
3° - De obligationibus iudicum et tribunalis (cann. 1362-1363)
1362
Can. 1362
§ 1. Na ontvangst van het verzoekschrift, dient, als de Gerechtsvicaris meent dat het op enig fundament berust, hij het toe te laten en, met toevoeging van een decreet aan de voet van het verzoekschrift zelf, voor te schrijven dat een afschrift bekend gemaakt wordt aan de verdediger van de band en, tenzij het verzoekschrift door elk van beide partijen was ondertekend, aan de gedaagde partij, en deze een termijn van vijftien dagen te geven om haar mening over het verzoek kenbaar te maken.
Geldig tot 8 december 2015: Iudex, antequam causam acceptat et quoties spem boni exitus perspicit, pastoralia media adhibeat, ut coniuges, si fieri potest, ad matrimonium convalidandum et ad consortium vitae coniugalis restaurandum inducantur.
§ 1. Na ontvangst van het verzoekschrift, dient, als de Gerechtsvicaris meent dat het op enig fundament berust, hij het toe te laten en, met toevoeging van een decreet aan de voet van het verzoekschrift zelf, voor te schrijven dat een afschrift bekend gemaakt wordt aan de verdediger van de band en, tenzij het verzoekschrift door elk van beide partijen was ondertekend, aan de gedaagde partij, en deze een termijn van vijftien dagen te geven om haar mening over het verzoek kenbaar te maken.
Geldig tot 8 december 2015: Iudex, antequam causam acceptat et quoties spem boni exitus perspicit, pastoralia media adhibeat, ut coniuges, si fieri potest, ad matrimonium convalidandum et ad consortium vitae coniugalis restaurandum inducantur.
Referenties naar alinea 1362: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Oude tekst verplaatst naar canon 1361 en gewijzigde tekst, beide conform motu prorpio Mitis et Misericors Iesus[6049] van Paus Franciscus geldig vanaf 8-12-2015.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Nadat de voornoemde termijn is verlopen, dient de Gerechtsvicaris, nadat de andere partij, als en voor zover mogelijk, opnieuw eraan herinnerd is om haar mening naar voren te brengen, gehoord de verdediger van de band, in zijn decreet de formulering van het twijfelpunt vast te stellen en te besluiten of de zaak in een gewone procesgang of met een kortere procesgang in de zin van de cann. 1369-1373[574|+3015 -3023] behandeld moet worden. Dit decreet dient terstond aan de partijen en aan de verdediger van de band bekend te worden gemaakt.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als de zaak in een gewone procesgang behandeld moet worden, dient de Gerechtsvicaris, in hetzelfde decreet, de instelling van het college van rechters of van de enkele rechter met twee assessoren volgens can. 1359, § 4[574|+2990] te regelen.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Als echter voor de kortere procesgang besloten is, dient de Gerechtsvicaris te handelen naar de norm van can. 1371[574|1371].
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 5. De formulering van het twijfelpunt vereist niet alleen, of over de nietigheid van een huwelijk in casu zekerheid bestaat, maar moet bepalen, op welk hoofdpunt of op welke hoofdpunten de geldigheid van het huwelijk wordt bestreden.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1363
Can. 1363
§ 1. De verdediger van de band, de patroons van de partijen en, als hij aan het rechtsgeding deelneemt, ook de promotor van de gerechtigheid hebben het recht:
Geldig tot 8 december 2015: § 1. Libello litis introductorio admisso praeses vel ponens procedat ad intimationem decreti citationis ad normam can. 1191[574|+2632 -2634].
§ 1. De verdediger van de band, de patroons van de partijen en, als hij aan het rechtsgeding deelneemt, ook de promotor van de gerechtigheid hebben het recht:
Geldig tot 8 december 2015: § 1. Libello litis introductorio admisso praeses vel ponens procedat ad intimationem decreti citationis ad normam can. 1191[574|+2632 -2634].
Referenties naar alinea 1363: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° om bij de ondervraging van de partijen, de getuigen en de deskundigen aanwezig te zijn met behoud van can. 1240[574|1240];
Geldig tot 8 december 2015: § 2. Transacto termino quindecim dierum ab intimatione computando praeses vel ponens, nisi alterutra pars sessionem ad litem contestandam petiit, intra decem dies formulam dubii vel dubiorum ex officio definiat decreto, quod partibus intimet.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° om de gerechtelijke akten, ook al zijn ze nog niet openbaar gemaakt, in te zien en van de door de partijen geleverde documenten kennis te nemen.
Geldig tot 8 december 2015: § 3. Formula dubii non tantum quaerat, num constet de nullitate matrimonii in casu, sed definire debet, quo capite vel quibus capitibus validitas matrimonii impugnetur.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De ondervraging, als bedoeld in § 1, n. 1[574|+3001], kunnen de partijen niet bijwonen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Deze tekst is NIET meer geldig vanaf 8 december 2015:
4° - De probationibus (cann. 1364-1367)
4° - De probationibus (cann. 1364-1367)
1364
Can. 1364
§ 1. In zaken over de nietigheid van een huwelijk, kunnen een gerechtelijke bekentenis en de verklaringen van de partijen, ondersteund door getuigen over de geloofwaardigheid van de partijen zelf, kracht van volledig bewijs hebben, door de rechter te beoordelen na afweging van alle aanwijzingen en ondersteunende feiten, tenzij andere elementen naar voren treden die ze weerleggen.
Geldig tot 8 december 2015: §1. Defensori vinculi, partium patronis et, si in iudicio est, etiam promotori iustitiae ius est:
§ 1. In zaken over de nietigheid van een huwelijk, kunnen een gerechtelijke bekentenis en de verklaringen van de partijen, ondersteund door getuigen over de geloofwaardigheid van de partijen zelf, kracht van volledig bewijs hebben, door de rechter te beoordelen na afweging van alle aanwijzingen en ondersteunende feiten, tenzij andere elementen naar voren treden die ze weerleggen.
Geldig tot 8 december 2015: §1. Defensori vinculi, partium patronis et, si in iudicio est, etiam promotori iustitiae ius est:
Referenties naar alinea 1364: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1364 §4
§ 2. In dezelfde zaken, kan de verklaring van een enkele getuige volle betrouwbaarheid verschaffen, als het gaat om een gekwalificeerde getuige die een verklaring aflegt over ambtshalve verrichte zaken, dan wel de omstandigheden omtrent zaken en personen dit aanbevelen.
Geldig tot 8 december 2015:
Geldig tot 8 december 2015:
- 1° interrogationi partium, testium et peritorum adesse salvo can. 1240[al:1240];
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. In zaken over impotentie of over het ontbreken van instemming wegens een geestesziekte of een afwijking van psychische aard dient de rechter van de inzet van één deskundige of van meerdere gebruik te maken, tenzij dit op grond van de omstandigheden overduidelijk nutteloos blijkt te zijn; in de overige zaken dient can. 1255[574|1255] in acht genomen te worden.
Geldig tot 8 december 2015:
Geldig tot 8 december 2015:
- 2° acta iudicialia, etsi nondum publicata, invisere et documenta a partibus producta recognoscere.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Als in de instructie van de zaak een zeer waarschijnlijke twijfel is gerezen over het niet voltrokken zijn van een huwelijk, kan de rechtbank, gehoord de partijen, de zaak over de nietigheid van het huwelijk opschorten en de instructie aanvullen om de ontbinding van een niet voltrokken sacramenteel huwelijk te verkrijgen; vervolgens dient ze de akten naar de Apostolische Stoel te zenden tezamen met het verzoek om deze ontbinding gedaan door een van beide of elk van beide echtgenoten en met de mening van de rechtbank en de Eparch.
Geldig tot 8 december 2015: § 2. De ondervraging, als bedoeld in § 1, n. 1[574|+3006], kunnen de partijen niet bijwonen.
Geldig tot 8 december 2015: § 2. De ondervraging, als bedoeld in § 1, n. 1[574|+3006], kunnen de partijen niet bijwonen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° - Over de sententie, over de bestrijdingen daarvan en de uitvoering (cann. 1365-1368)
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
1365
Can. 1365
De sententie, die de nietigheid van een huwelijk voor het eerst heeft verklaard, wordt, na het verstrijken van de in de cann. 1311-1314[574|+2884 -2888] geregelde termijnen, uitvoerbaar.
Geldig tot 8 december 2015: Nisi probationes aliunde plenae habentur, iudex ad partium declarationes, de quibus in can. 1217, § 2[574|+2684], aestimandas testes de ipsarum partium credibilitate, si fieri potest, adhibeat praeter alia indicia et adminicula.
De sententie, die de nietigheid van een huwelijk voor het eerst heeft verklaard, wordt, na het verstrijken van de in de cann. 1311-1314[574|+2884 -2888] geregelde termijnen, uitvoerbaar.
Geldig tot 8 december 2015: Nisi probationes aliunde plenae habentur, iudex ad partium declarationes, de quibus in can. 1217, § 2[574|+2684], aestimandas testes de ipsarum partium credibilitate, si fieri potest, adhibeat praeter alia indicia et adminicula.
Referenties naar alinea 1365: 1
Annus Internationalis Familiae ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1366
Can. 1366
§ 1. Onverlet blijft voor de partij, die zich bezwaard acht, en ook voor de promotor van de gerechtigheid en voor de verdediger van de band om een klacht van nietigheid van de sententie of appel tegen deze sententie in te stellen in de zin van de cann. 1302-1321[574|+2851 +2892].
Geldig tot 8 december 2015: In causis de impotentia vel de defectu consensus propter mentis morbum iudex unius periti vel plurium opera utatur, nisi ex adiunctis inutilis evidenter apparet; in ceteris causis servetur can. 1255[al:1255].
§ 1. Onverlet blijft voor de partij, die zich bezwaard acht, en ook voor de promotor van de gerechtigheid en voor de verdediger van de band om een klacht van nietigheid van de sententie of appel tegen deze sententie in te stellen in de zin van de cann. 1302-1321[574|+2851 +2892].
Geldig tot 8 december 2015: In causis de impotentia vel de defectu consensus propter mentis morbum iudex unius periti vel plurium opera utatur, nisi ex adiunctis inutilis evidenter apparet; in ceteris causis servetur can. 1255[al:1255].
Referenties naar alinea 1366: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Nadat de door het recht voor het appel en de behandeling ervan bepaalde termijnen zijn verstreken en de gerechtelijke akten door de rechtbank van hogere instantie zijn ontvangen, dient een college van rechters te worden ingesteld, dient een verdediger van de band te worden aangewezen en dienen de partijen eraan herinnerd te worden, dat zij hun opmerkingen, binnen de vastgestelde termijn, voorleggen; nadat deze termijn is verstreken dient de collegiale rechtbank, als het appel duidelijk louter vertragend blijkt te zijn, in zijn decreet, de sententie van de eerdere instantie te bevestigen.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als het appel is toegelaten, moet op dezelfde wijze als in de eerste instantie, onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden, worden voortgegaan.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Als in de instantie van appel een nieuw hoofdpunt voor de nietigheid van het huwelijk wordt aangevoerd, kan de rechtbank dat als in de eerste instantie van het rechtsgeding toelaten en daarover oordelen.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1367
Can. 1367
Als de uitvoerbare sententie uitgebracht is, kan op welk tijdstip dan ook bij de rechtbank van derde instantie voor de heropening van de zaak in beroep worden gegaan naar de norm van can. 1325[574|1325], nadat nieuwe en wel zwaarwegende bewijzen of argumenten binnen een vervaltermijn van dertig dagen vanaf het voorleggen van de bestrijding zijn aangevoerd.
Geldig tot 8 december 2015: Si in instructione causae dubium valde probabile emersit de non secuta matrimonii consummatione, tribunal potest partibus consentientibus causam de nullitate matrimonii suspendere et instructionem complere ad obtinendam solutionem matrimonii sacramentalis non consummati; deinde acta ad Sedem Apostolicam mittat una cum petitione huius solutionis ab alterutro vel utroque coniuge facta et cum voto tribunalis et Episcopi eparchialis.
Als de uitvoerbare sententie uitgebracht is, kan op welk tijdstip dan ook bij de rechtbank van derde instantie voor de heropening van de zaak in beroep worden gegaan naar de norm van can. 1325[574|1325], nadat nieuwe en wel zwaarwegende bewijzen of argumenten binnen een vervaltermijn van dertig dagen vanaf het voorleggen van de bestrijding zijn aangevoerd.
Geldig tot 8 december 2015: Si in instructione causae dubium valde probabile emersit de non secuta matrimonii consummatione, tribunal potest partibus consentientibus causam de nullitate matrimonii suspendere et instructionem complere ad obtinendam solutionem matrimonii sacramentalis non consummati; deinde acta ad Sedem Apostolicam mittat una cum petitione huius solutionis ab alterutro vel utroque coniuge facta et cum voto tribunalis et Episcopi eparchialis.
Referenties naar alinea 1367: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Deze tekst is NIET meer geldig vanaf 8 december 2015:
5° - De sententia et de appellatione (cann. 1368-1371)
5° - De sententia et de appellatione (cann. 1368-1371)
1368
Can. 1368
§ 1. Nadat de sententie, die de nietigheid van het huwelijk heeft verklaard, uitvoerbaar is geworden, kunnen de partijen, van wie het huwelijk nietig is verklaard, een nieuw huwelijk vieren, tenzij dit verboden wordt door een verbod aan de sententie zelf toegevoegd of door de plaatselijk Hiërarch bepaald.
Geldig tot 8 december 2015: § 1. Sententia, quae matrimonii nullitatem primum declaravit, una cum appellationibus, si quae sunt, et ceteris actis iudicialibus intra viginti dies ab intimatione sententiae computandos ad tribunal appellationis ex officio mittatur.
§ 1. Nadat de sententie, die de nietigheid van het huwelijk heeft verklaard, uitvoerbaar is geworden, kunnen de partijen, van wie het huwelijk nietig is verklaard, een nieuw huwelijk vieren, tenzij dit verboden wordt door een verbod aan de sententie zelf toegevoegd of door de plaatselijk Hiërarch bepaald.
Geldig tot 8 december 2015: § 1. Sententia, quae matrimonii nullitatem primum declaravit, una cum appellationibus, si quae sunt, et ceteris actis iudicialibus intra viginti dies ab intimatione sententiae computandos ad tribunal appellationis ex officio mittatur.
Referenties naar alinea 1368: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Zodra als de sententie uitvoerbaar is geworden, moet de Gerechtsvicaris deze bekendmaken aan de Hiërarch van de plaats, waar het huwelijk gevierd is; deze Hiërarch evenwel moet ervoor zorgen, dat zo spoedig mogelijk van de verklaarde nietigheid van het huwelijk en de wellicht bepaalde verboden in de huwelijks- en de doopboeken melding wordt gemaakt.
Geldig tot 8 december 2015: § 2. Si sententia pro matrimonii nullitate lata est in primo gradu iudicii, tribunal appellationis perpensis animadversionibus defensoris vinculi et, si quae sunt, etiam partium suo decreto vel decisionem continenter confirmet vel causam ad ordinarium examen secundi gradus iudicii admittat.
Geldig tot 8 december 2015: § 2. Si sententia pro matrimonii nullitate lata est in primo gradu iudicii, tribunal appellationis perpensis animadversionibus defensoris vinculi et, si quae sunt, etiam partium suo decreto vel decisionem continenter confirmet vel causam ad ordinarium examen secundi gradus iudicii admittat.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5° - Over de kortere huwelijksprocesgang ten overstaan van de Bisschop (cann. 1369-1373)
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
1369
1320 §1
1320 §1
Can. 1369
De Eparch zelf komt het toe om zaken over de nietigheid van een huwelijk in een kortere procesgang te beoordelen zo vaak als:
Geldig tot 8 december 2015: Si in gradu appellationis novum nullitatis matrimonii caput affertur, tribunal potest illud tamquam in primo gradu iudicii admittere et de illo iudicare.
De Eparch zelf komt het toe om zaken over de nietigheid van een huwelijk in een kortere procesgang te beoordelen zo vaak als:
Geldig tot 8 december 2015: Si in gradu appellationis novum nullitatis matrimonii caput affertur, tribunal potest illud tamquam in primo gradu iudicii admittere et de illo iudicare.
Referenties naar alinea 1369: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° het verzoek door elk van beide of door een van beide echtgenoten, met de instemming van de andere, wordt voorgelegd;
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° er zich omstandigheden van zaken en personen voordoen, door getuigenissen of middelen ondersteund, die geen zorgvuldiger navraag dan wel onderzoek vereisen, en een duidelijke nietigheid opleveren.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1370
Can. 1370
Het verzoekschrift waarmee de kortere procesgang wordt ingeleid, moet behalve datgene, wat in can. 1187[574|1187] wordt genoemd:
Geldig tot 8 december 2015: § 1. Postquam sententia, quae matrimonii nullitatem primum declaravit, in gradu appellationis confirmata est vel decreto vel altera sententia, ii, quorum matrimonium declaratum est nullum, possunt novum matrimonium celebrare statim ac decretum vel altera sententia ipsis intimata est, nisi id prohibetur vetito ipsi sententiae vel decreto apposito aut ab Hierarcha loci statuto.
Het verzoekschrift waarmee de kortere procesgang wordt ingeleid, moet behalve datgene, wat in can. 1187[574|1187] wordt genoemd:
Geldig tot 8 december 2015: § 1. Postquam sententia, quae matrimonii nullitatem primum declaravit, in gradu appellationis confirmata est vel decreto vel altera sententia, ii, quorum matrimonium declaratum est nullum, possunt novum matrimonium celebrare statim ac decretum vel altera sententia ipsis intimata est, nisi id prohibetur vetito ipsi sententiae vel decreto apposito aut ab Hierarcha loci statuto.
Referenties naar alinea 1370: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de feiten, waarop het verzoek steunt, kort, geheel en duidelijk uiteenzetten;
Geldig tot 8 december 2015: § 2. Can. 1325[574|+2912 -2913] servandus est, etsi sententia, quae matrimonii nullitatem declaravit, non altera sententia, sed decreto confirmata est.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de bewijzen, die terstond door de rechter verzameld kunnen worden, aangeven;
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de documenten waarop het verzoek steunt in een bijlage voorleggen.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1371
Can. 1371
De Gerechtsvicaris dient, in hetzelfde decreet waarmee hij de formulering van de twijfelpunt vaststelt, nadat de instructor en de assessor zijn benoemd, tot een niet later dan dertig dagen volgens can. 1372[574|1372] te houden zitting allen te dagvaarden die daarbij aanwezig moeten zijn.
Geldig tot 8 december 2015: Statim ac sententia facta est exsecutiva, Vicarius iudicialis debet eandem notificare Hierarchae loci, ubi matrimonium celebratum est; hic Hierarcha vero curare debet, ut quam primum de declarata nullitate matrimonii et de vetitis forte statutis in libris matrimoniorum et baptizatorum mentio fiat.
De Gerechtsvicaris dient, in hetzelfde decreet waarmee hij de formulering van de twijfelpunt vaststelt, nadat de instructor en de assessor zijn benoemd, tot een niet later dan dertig dagen volgens can. 1372[574|1372] te houden zitting allen te dagvaarden die daarbij aanwezig moeten zijn.
Geldig tot 8 december 2015: Statim ac sententia facta est exsecutiva, Vicarius iudicialis debet eandem notificare Hierarchae loci, ubi matrimonium celebratum est; hic Hierarcha vero curare debet, ut quam primum de declarata nullitate matrimonii et de vetitis forte statutis in libris matrimoniorum et baptizatorum mentio fiat.
Referenties naar alinea 1371: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit documentGeldig tot 8 december 2015:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit documentGeldig tot 8 december 2015:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit documentGeldig tot 8 december 2015:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Voor techniek: verplaats naar can. 1373Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit documentBovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Voor techniek: verplaats naar can. 1373Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit documentGeldig tot 8 december 2015:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Deze tekst is NIET meer geldig vanaf 8 december 2015:
6° - De processu documentali (cann. 1372-1374)
6° - De processu documentali (cann. 1372-1374)
1372
1084
1373
1084
1373
Can. 1372
De instructor dient in één zitting, voor zover het mogelijk is, de bewijzen te verzamelen en een termijn van vijftien dagen te bepalen om de bemerkingen ten gunste van de band en verdedigingen ten gunste van de partijen, als er enige zijn, voor te leggen.
Geldig tot 8 december 2015: § 1. Admissa petitione Vicarius iudicialis vel iudex ab ipso designatus potest praetermissis sollemnibus ordinarii processus, sed citatis partibus et cum interventu defensoris vinculi matrimonii nullitatem sententia declarare, si ex documento, quod nulli contradictioni vel exceptioni est obnoxium, certo constat de exsistentia impedimenti dirimentis vel de defectu formae celebrationis matrimonii iure praescriptae, dummodo pari certitudine pateat dispensationem datam non esse, aut de defectu validi mandati procuratoris.
De instructor dient in één zitting, voor zover het mogelijk is, de bewijzen te verzamelen en een termijn van vijftien dagen te bepalen om de bemerkingen ten gunste van de band en verdedigingen ten gunste van de partijen, als er enige zijn, voor te leggen.
Geldig tot 8 december 2015: § 1. Admissa petitione Vicarius iudicialis vel iudex ab ipso designatus potest praetermissis sollemnibus ordinarii processus, sed citatis partibus et cum interventu defensoris vinculi matrimonii nullitatem sententia declarare, si ex documento, quod nulli contradictioni vel exceptioni est obnoxium, certo constat de exsistentia impedimenti dirimentis vel de defectu formae celebrationis matrimonii iure praescriptae, dummodo pari certitudine pateat dispensationem datam non esse, aut de defectu validi mandati procuratoris.
Referenties naar alinea 1372: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
Deze tekst is NIET meer geldig vanaf 8 december 2015:
§ 2. Si vero agitur de eo, qui formam celebrationis matrimonii iure praescriptam servare debuit, sed matrimonium attentavit coram officiali civili vel ministro acatholico, sufficit investigatio praematrimonialis, de qua in can. 784[al:784], ad comprobandum eius statum liberum.
§ 2. Si vero agitur de eo, qui formam celebrationis matrimonii iure praescriptam servare debuit, sed matrimonium attentavit coram officiali civili vel ministro acatholico, sufficit investigatio praematrimonialis, de qua in can. 784[al:784], ad comprobandum eius statum liberum.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1373
Can. 1373
§ 1. Na ontvangst van de akten, dient de Eparch, na gezamenlijk overleg met de instructor en de assessor en na afweging van de bemerkingen van de verdediger van de band en, als er enige zijn, de verdedigingen van de partijen, als hij morele zekerheid over de nietigheid van het huwelijk verkrijgt, de sententie uit te vaardigen. Anders dient hij de zaak voor de gewone rechtsgang terug te verwijzen.
Geldig tot 8 december 2015: § 1. A sententia, de qua in can. 1372, § 1[574|+3020], defensor vinculi, si prudenter existimat vel vitia vel dispensationis defectum non esse certa, appellare debet ad iudicem tribunalis secundi gradus, ad quem acta sunt mittenda quique scripto certior faciendus est agi de processu documentali.
§ 1. Na ontvangst van de akten, dient de Eparch, na gezamenlijk overleg met de instructor en de assessor en na afweging van de bemerkingen van de verdediger van de band en, als er enige zijn, de verdedigingen van de partijen, als hij morele zekerheid over de nietigheid van het huwelijk verkrijgt, de sententie uit te vaardigen. Anders dient hij de zaak voor de gewone rechtsgang terug te verwijzen.
Geldig tot 8 december 2015: § 1. A sententia, de qua in can. 1372, § 1[574|+3020], defensor vinculi, si prudenter existimat vel vitia vel dispensationis defectum non esse certa, appellare debet ad iudicem tribunalis secundi gradus, ad quem acta sunt mittenda quique scripto certior faciendus est agi de processu documentali.
Referenties naar alinea 1373: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De gehele tekst van de sententie, waarin de afwegingen zijn weergegeven, dient zo spoedig mogelijk aan de partijen bekendgemaakt te worden.
Geldig tot 8 december 2015: § 2. Integrum manet parti, quae se gravatam putet, ius appellandi.
§ 3. Tegen de sententie van de Bisschop is appel mogelijk bij de Metropoliet of bij de Rota Romana; als echter de sententie door de Metropoliet zelf of door een andere Eparch die geen hoger gezag beneden de Paus heeft is uitgevaardigd, is appel mogelijk bij een door hemzelf duurzaam uitgekozen Bisschop, na raadpleging van de Patriarch of de Hiërarch als bedoeld in can. 175.
§ 4. Als het appel overduidelijk louter vertragend blijkt te zijn, dient de Metropoliet of de Bisschop als bedoeld in § 3, of de Decaan van de Rota Romana, het bij voorbaat in zijn decreet te verwerpen; als het echter toegelaten was, dient de zaak voor de gewone rechtsgang in de tweede instantie terugverwezen te worden.
Geldig tot 8 december 2015: § 2. Integrum manet parti, quae se gravatam putet, ius appellandi.
§ 3. Tegen de sententie van de Bisschop is appel mogelijk bij de Metropoliet of bij de Rota Romana; als echter de sententie door de Metropoliet zelf of door een andere Eparch die geen hoger gezag beneden de Paus heeft is uitgevaardigd, is appel mogelijk bij een door hemzelf duurzaam uitgekozen Bisschop, na raadpleging van de Patriarch of de Hiërarch als bedoeld in can. 175.
§ 4. Als het appel overduidelijk louter vertragend blijkt te zijn, dient de Metropoliet of de Bisschop als bedoeld in § 3, of de Decaan van de Rota Romana, het bij voorbaat in zijn decreet te verwerpen; als het echter toegelaten was, dient de zaak voor de gewone rechtsgang in de tweede instantie terugverwezen te worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 6° - Over de documentaire procesgang (cann. 1374-1376)
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
1374
1375 §1
1375 §1
Can. 1374
Na ontvangst van het naar de norm van can. 1362[574|1362] voorgelegde verzoek, kan de Eparch of de Gerechtsvicaris of de aangewezen rechter, met het achterwege laten van de vormvoorschriften van een gewone procesgang maar na dagvaarding van de partijen en met tussenkomst van de verdediger van de band, de nietigheid van het huwelijk in een sententie verklaren, als uit een document, dat aan geen enkele tegenspraak of verweer onderhevig is, zekerheid bestaat over het bestaan van een verhinderend beletsel of een gebrek in de wettige vorm, mits met gelijke zekerheid blijkt dat er geen dispensatie is verleend, dan wel over het ontbreken van een geldige opdracht van de procurator.
Geldig tot 8 december 2015: Iudex tribunalis secundi gradus cum interventu defensoris vinculi et auditis partibus decernat, utrum sententia sit confirmanda an potius procedendum in causa sit ad ordinariam normam iuris; quo in casu eam remittit ad tribunal primi gradus.
Na ontvangst van het naar de norm van can. 1362[574|1362] voorgelegde verzoek, kan de Eparch of de Gerechtsvicaris of de aangewezen rechter, met het achterwege laten van de vormvoorschriften van een gewone procesgang maar na dagvaarding van de partijen en met tussenkomst van de verdediger van de band, de nietigheid van het huwelijk in een sententie verklaren, als uit een document, dat aan geen enkele tegenspraak of verweer onderhevig is, zekerheid bestaat over het bestaan van een verhinderend beletsel of een gebrek in de wettige vorm, mits met gelijke zekerheid blijkt dat er geen dispensatie is verleend, dan wel over het ontbreken van een geldige opdracht van de procurator.
Geldig tot 8 december 2015: Iudex tribunalis secundi gradus cum interventu defensoris vinculi et auditis partibus decernat, utrum sententia sit confirmanda an potius procedendum in causa sit ad ordinariam normam iuris; quo in casu eam remittit ad tribunal primi gradus.
Referenties naar alinea 1374: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Deze tekst is NIET meer geldig vanaf 8 december 2015:
7° - De Normae generales (cann. 1375-1377)
7° - De Normae generales (cann. 1375-1377)
1375
Can. 1375
Geldig tot 8 december 2015: Causae ad matrimonii nullitatem declarandam non possunt iudicio contentioso summario tractari.
Geldig tot 8 december 2015: Causae ad matrimonii nullitatem declarandam non possunt iudicio contentioso summario tractari.
Referenties naar alinea 1375: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 1. Tegen een sententie, als bedoeld in can. 1374[574|+3024], moet de verdediger van de band, als hij in wijsheid van oordeel is, dat of de gebreken of het ontbreken van dispensatie niet zeker zijn, appelleren bij de rechter van de rechtbank van tweede instantie, aan wie de akten toegezonden moeten worden en die schriftelijk in kennis moet worden gesteld, dat het om een documentaire procesgang gaat.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Onverlet blijft voor de partij, die zich bezwaard acht, het recht om te appelleren.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1376
Can. 1376
De rechter van de rechtbank van tweede instantie dient met tussenkomst van de verdediger van de band en gehoord de partijen te besluiten, of de sententie bekrachtigd moet worden of veeleer voortgegaan moet worden in een zaak volgens de gewone norm van het recht; in dat geval zendt hij haar naar de rechtbank van eerste instantie terug.
De rechter van de rechtbank van tweede instantie dient met tussenkomst van de verdediger van de band en gehoord de partijen te besluiten, of de sententie bekrachtigd moet worden of veeleer voortgegaan moet worden in een zaak volgens de gewone norm van het recht; in dat geval zendt hij haar naar de rechtbank van eerste instantie terug.
Referenties naar alinea 1376: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 7° - Algemene normen (cann. 1377)
1377
Can. 1377
§ 1. In de sententie dienen de partijen herinnerd te worden aan de morele of ook de burgerlijke plichten, waaraan zij wellicht gehouden zijn, de ene jegens de andere en jegens de kinderen om het verschuldigd onderhoud en de opvoeding te verschaffen.
Geldig tot 8 december 2015: In sententia partes moneantur de obligationibus moralibus vel etiam civilibus, quibus forte tenentur, altera erga alteram et erga filios ad debitam sustentationem et educationem praestandas.
§ 1. In de sententie dienen de partijen herinnerd te worden aan de morele of ook de burgerlijke plichten, waaraan zij wellicht gehouden zijn, de ene jegens de andere en jegens de kinderen om het verschuldigd onderhoud en de opvoeding te verschaffen.
Geldig tot 8 december 2015: In sententia partes moneantur de obligationibus moralibus vel etiam civilibus, quibus forte tenentur, altera erga alteram et erga filios ad debitam sustentationem et educationem praestandas.
Referenties naar alinea 1377: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De zaken om de nietigheid van een huwelijk te verklaren kunnen niet in een verkort contentieus rechtsgeding, als bedoeld in de cann. 1343-1356[574|+2947], worden behandeld.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. In het overige, dat de wijze van procederen betreft, moet worden toegepast, tenzij de aard van de zaak in de weg staat, de canones over de rechtsgedingen in het algemeen en over het gewoon contentieus rechtsgeding met inachtneming van de bijzondere normen over de zaken, die op het openbaar welzijn betrekking hebben.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 8 december 2015.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over de zaken van scheiding van de echtgenoten (cann. 1378-1382)
1378
Can. 1378
§ 1. Tot persoonlijke scheiding van de echtgenoten kan, tenzij anders voor aparte plaatsen wettig erin is voorzien, worden besloten door een decreet van de Eparch of een sententie van een rechter.
§ 1. Tot persoonlijke scheiding van de echtgenoten kan, tenzij anders voor aparte plaatsen wettig erin is voorzien, worden besloten door een decreet van de Eparch of een sententie van een rechter.
Referenties naar alinea 1378: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Waar evenwel de kerkelijke beslissing geen burgerlijke gevolgen krijgt of als de burgerlijke sententie naar wordt voorzien niet strijdig is met het goddelijk recht, kan de Eparch van de eparchie van het verblijf van de echtgenoten, de bijzondere omstandigheden afgewogen, het verlof verlenen om zich tot het burgerlijk bereik te wenden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als de zaak gaat ook over de louter burgerlijke gevolgen van het huwelijk, dient de rechter zich in te spannen, dat met het verlof van de Eparch de zaak van het begin af aan het burgerlijk bereik wordt voorgelegd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1379
Can. 1379
§ 1. Tenzij enige partij om een gewoon contentieus rechtsgeding verzoekt, dient het verkort contentieus rechtsgeding te worden aangewend.
§ 1. Tenzij enige partij om een gewoon contentieus rechtsgeding verzoekt, dient het verkort contentieus rechtsgeding te worden aangewend.
Referenties naar alinea 1379: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het gewoon contentieus rechtsgeding is aangewend en appel wordt ingesteld, dient de rechtbank van tweede instantie gehoord de partijen door haar decreet of de beslissing meteen te bekrachtigen of de zaak tot het gewoon onderzoek van de tweede instantie van het rechtsgeding toe te laten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1380
Can. 1380
Wat betreft de bevoegdheid van de rechtbank, dient can. 1359, nn. 2 en 3[574|+2989 -2990] in acht genomen te worden.
Wat betreft de bevoegdheid van de rechtbank, dient can. 1359, nn. 2 en 3[574|+2989 -2990] in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 1380: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1381
Can. 1381
Voordat hij een zaak aanvaardt en zo vaak als hij hoop op een goede afloop bespeurt, dient de rechter pastorale middelen aan te wenden, opdat de echtgenoten worden verzoend en tot het herstellen van de gemeenschap van het echtelijk leven aangezet worden.
Voordat hij een zaak aanvaardt en zo vaak als hij hoop op een goede afloop bespeurt, dient de rechter pastorale middelen aan te wenden, opdat de echtgenoten worden verzoend en tot het herstellen van de gemeenschap van het echtelijk leven aangezet worden.
Referenties naar alinea 1381: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1382
Can. 1382
Bij zaken over de scheiding van de echtgenoten moet de promotor van de gerechtigheid volgens de norm van can. 1097[al:1097] aanwezig zijn.
Bij zaken over de scheiding van de echtgenoten moet de promotor van de gerechtigheid volgens de norm van can. 1097[al:1097] aanwezig zijn.
Referenties naar alinea 1382: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. III - Over de procesgang van de vermeende dood van een echtgenoot (can. 1383)
1383
Can. 1383
§ 1. Zo vaak als de dood van een echtgenoot niet met een authentiek kerkelijk of burgerlijk document kan worden bevestigd, dient de andere echtgenoot niet als van de band van het huwelijk bevrijd te worden beschouwd tenzij na de door de Eparch afgelegde verklaring van de vermeende dood.
§ 1. Zo vaak als de dood van een echtgenoot niet met een authentiek kerkelijk of burgerlijk document kan worden bevestigd, dient de andere echtgenoot niet als van de band van het huwelijk bevrijd te worden beschouwd tenzij na de door de Eparch afgelegde verklaring van de vermeende dood.
Referenties naar alinea 1383: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deze verklaring kan de Eparch alleen maar afleggen, als hij, nadat passende onderzoeken zijn verricht, uit de verklaringen van de getuigen, bij geruchte dan wel uit aanwijzingen de morele zekerheid over de dood van de echtgenoot heeft verkregen; alleen de afwezigheid van de echtgenoot, ofschoon langdurig, volstaat niet.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. In onzekere en ingewikkelde gevallen dient de Eparch die binnen de grenzen van het territorium van de patriarchale Kerk zijn macht uitoefent, de Patriarch te raadplegen; de overige Eparchen evenwel dienen de Apostolische Stoel te raadplegen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. In een procesgang van de vermeende dood van een echtgenoot wordt de interventie van de promotor van de gerechtigheid vereist, niet evenwel van de verdediger van de band.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. IV - Over de wijze van procederen om de ontbinding van het niet voltrokken huwelijk dan wel de ontbinding van het huwelijk ten gunste van het geloof te verkrijgen (can. 1384)
1384
Can. 1384
Om de ontbinding van het niet voltrokken huwelijk dan wel de ontbinding van het huwelijk ten gunste van het geloof te verkrijgen, dienen de door de Apostolische Stoel uitgevaardigde bijzondere normen nauwkeurig in acht genomen te worden.
Om de ontbinding van het niet voltrokken huwelijk dan wel de ontbinding van het huwelijk ten gunste van het geloof te verkrijgen, dienen de door de Apostolische Stoel uitgevaardigde bijzondere normen nauwkeurig in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 1384: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de zaken om de nietigheid van een heilige wijding te verklaren (cann. 1385-1387)
1385
Can. 1385
Hetzij de clericus zelf hetzij de Hiërarch, aan wie de clericus ondergeschikt is of in wiens eparchie hij gewijd is, hebben het recht om de geldigheid van een heilige wijding aan te klagen.
Hetzij de clericus zelf hetzij de Hiërarch, aan wie de clericus ondergeschikt is of in wiens eparchie hij gewijd is, hebben het recht om de geldigheid van een heilige wijding aan te klagen.
Referenties naar alinea 1385: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1386
Can. 1386
§ 1. Het verzoekschrift aangaande het aanklagen van de geldigheid van een heilige wijding moet naar het bevoegd Dicasterie van de Romeinse Curie worden gezonden, dat moet besluiten, of de zaak door het Dicasterie zelf of door een door het Dicasterie aangewezen rechtbank moet worden behandeld.
§ 1. Het verzoekschrift aangaande het aanklagen van de geldigheid van een heilige wijding moet naar het bevoegd Dicasterie van de Romeinse Curie worden gezonden, dat moet besluiten, of de zaak door het Dicasterie zelf of door een door het Dicasterie aangewezen rechtbank moet worden behandeld.
Referenties naar alinea 1386: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het Dicasterie de zaak naar een rechtbank teruggezonden heeft, dienen in acht genomen te worden, tenzij de aard van de zaak in de weg staat, de canones over de rechtsgedingen in het algemeen en over het gewoon contentieus rechtsgeding, niet evenwel de canones over het verkort contentieus rechtsgeding.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Nadat het verzoekschrift gezonden is wordt aan de clericus van rechtswege verboden de gewijde ordes uit te oefenen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1387
Can. 1387
Na de tweede sententie, die de nietigheid van een heilige wijding heeft bekrachtigd, verliest een clericus alle rechten eigen aan de klerikale staat en wordt hij van alle plichten van dezelfde staat bevrijd.
Na de tweede sententie, die de nietigheid van een heilige wijding heeft bekrachtigd, verliest een clericus alle rechten eigen aan de klerikale staat en wordt hij van alle plichten van dezelfde staat bevrijd.
Referenties naar alinea 1387: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk III - Over de procedure bij het verwijderen of overplaatsen van pastoors (cann. 1388-1400)
1388
Can. 1388
Bij de verwijdering of overplaatsing van pastoors moeten de cann. 1389 - 1400[574|+3054 -3080] in acht genomen worden, tenzij door het particulier recht, door de Apostolische Stoel goedgekeurd, anders wordt bepaald.
Bij de verwijdering of overplaatsing van pastoors moeten de cann. 1389 - 1400[574|+3054 -3080] in acht genomen worden, tenzij door het particulier recht, door de Apostolische Stoel goedgekeurd, anders wordt bepaald.
Referenties naar alinea 1388: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. I - Over de wijze van procederen bij de verwijdering van pastoors (cann. 1389-1396)
2851
1388
1388
Can. 1389
Als de bediening van enige pastoor om enige grond, ook buiten zijn zware schuld, schadelijk dan wel tenminste ineffectief is geworden, kan de pastoor door de Eparch uit de parochie worden verwijderd.
Als de bediening van enige pastoor om enige grond, ook buiten zijn zware schuld, schadelijk dan wel tenminste ineffectief is geworden, kan de pastoor door de Eparch uit de parochie worden verwijderd.
Referenties naar alinea 2851: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1390
1388
1388
Can. 1390
De gronden waarop een pastoor wettig uit zijn parochie kan worden verwijderd, zijn vooral deze:
De gronden waarop een pastoor wettig uit zijn parochie kan worden verwijderd, zijn vooral deze:
Referenties naar alinea 1390: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1388
- 1° de wijze van handelen, die de kerkelijke gemeenschap ernstig nadeel of verwarring toebrengt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1388
- 2° ondeskundigheid dan wel blijvende zwakte van geest of lichaam, die de pastoor niet opgewassen maken tegen het nuttig op zich nemen van zijn taken;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1388
- 3° het verlies van de goede achting bij rechtschapen en gezaghebbende parochianen of afkeer jegens de pastoor, die naar wordt voorzien niet op korte termijn zullen ophouden te bestaan;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1388
- 4° 4º ernstige verwaarlozing of schending van de plichten van de pastoor, die na een waarschuwing aanhoudt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1388
- 5° slecht beheer van de wereldse zaken met zware schade voor de Kerk, zo vaak als voor dit kwaad geen ander middel kan worden aangedragen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1391
1388
1394 2°
1399 §1
1388
1394 2°
1399 §1
Can. 1391
§ 1. Als uit de verrichte instructie vaststaat, dat er een grond voor verwijdering is, dient de Eparch de zaak te bespreken met twee pastoors uitgekozen uit de groep van pastoors, die de presbyterale raad op voordracht van de Eparch hiertoe duurzaam heeft gekozen; als hij evenwel vervolgens meent, dat tot de verwijdering moet worden overgegaan, dient hij met het voor de geldigheid aangeven van de grond en de argumenten de pastoor vaderlijk aan te bevelen, dat hij binnen een tijd van vijftien dagen terugtreedt.
§ 1. Als uit de verrichte instructie vaststaat, dat er een grond voor verwijdering is, dient de Eparch de zaak te bespreken met twee pastoors uitgekozen uit de groep van pastoors, die de presbyterale raad op voordracht van de Eparch hiertoe duurzaam heeft gekozen; als hij evenwel vervolgens meent, dat tot de verwijdering moet worden overgegaan, dient hij met het voor de geldigheid aangeven van de grond en de argumenten de pastoor vaderlijk aan te bevelen, dat hij binnen een tijd van vijftien dagen terugtreedt.
Referenties naar alinea 1391: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document303
310
1388
§ 2. De pastoor, die een lid is van een religieus instituut of een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven, kan worden verwijderd op een wenk hetzij van de Eparch nadat de hogere Overste in kennis is gesteld hetzij van de hogere Overste nadat de Eparch in kennis is gesteld zonder dat de instemming van de ander is vereist.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1392
1388
1388
Can. 1392
De terugtreding kan door de pastoor ook onder voorwaarde worden gedaan, mits deze door de Eparch wettig kan worden aanvaard en werkelijk wordt aanvaard.
De terugtreding kan door de pastoor ook onder voorwaarde worden gedaan, mits deze door de Eparch wettig kan worden aanvaard en werkelijk wordt aanvaard.
Referenties naar alinea 1392: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1393
1388
1388
Can. 1393
§ 1. De terugtreding kan door de pastoor ook onder voorwaarde worden gedaan, mits deze door de Eparch wettig kan worden aanvaard en werkelijk wordt aanvaard.
§ 1. De terugtreding kan door de pastoor ook onder voorwaarde worden gedaan, mits deze door de Eparch wettig kan worden aanvaard en werkelijk wordt aanvaard.
Referenties naar alinea 1393: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1388
§ 2. Als voor de Eparch vaststaat, dat de pastoor de tweede uitnodiging heeft ontvangen, maar dat hij niet heeft geantwoord, ofschoon door geen enkel beletsel weerhouden, dan wel als de pastoor de terugtreding zonder afwegingen weigert, dient de Eparch het decreet van de verwijdering uit te vaardigen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1394
1388
1388
Can. 1394
Als evenwel de pastoor de aangevoerde grond en de redenen ervan bestrijdt, afwegingen naar voren brengend, die de Eparch ontoereikend lijken, dient deze, om geldig te handelen:
Als evenwel de pastoor de aangevoerde grond en de redenen ervan bestrijdt, afwegingen naar voren brengend, die de Eparch ontoereikend lijken, dient deze, om geldig te handelen:
Referenties naar alinea 1394: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1388
- 1° hem uit te nodigen om, na de akten te hebben ingezien, zijn bestrijdingen in een schriftelijk te geven verslag te verzamelen, ja zelfs om bewijzen van het tegendeel, als hij enige heeft, aan te voeren;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1388
- 2° vervolgens na aanvulling, als het nodig is, van de instructie, de zaak af te wegen tezamen met dezelfde twee pastoors, als bedoeld in can. 1391, § 1[574|+3061], tenzij andere wegens verhindering van hen aangewezen moeten worden;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1388
- 3° uiteindelijk te bepalen, of de pastoor moet worden verwijderd of niet, en spoedig het decreet dienaangaande uit te vaardigen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1395
1388
1388
Can. 1395
Voor de verwijderde pastoor dient de Eparch te zorgen door de verlening van een ander ambt, als hij daarvoor geschikt is, of door een pensioen, al naar gelang het geval zich voordoet en de omstandigheden het toestaan.
Voor de verwijderde pastoor dient de Eparch te zorgen door de verlening van een ander ambt, als hij daarvoor geschikt is, of door een pensioen, al naar gelang het geval zich voordoet en de omstandigheden het toestaan.
Referenties naar alinea 1395: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1396
1388
1400
1388
1400
Can. 1396
§ 1. De verwijderde pastoor moet van het uitoefenen van het pastoorsambt afzien, zo spoedig mogelijk de pastorie vrij achterlaten en alles, wat aan de parochie toebehoort, aan diegene overdragen, aan wie de Eparch de parochie heeft toevertrouwd.
§ 1. De verwijderde pastoor moet van het uitoefenen van het pastoorsambt afzien, zo spoedig mogelijk de pastorie vrij achterlaten en alles, wat aan de parochie toebehoort, aan diegene overdragen, aan wie de Eparch de parochie heeft toevertrouwd.
Referenties naar alinea 1396: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1388
1400
§ 2. Als het evenwel om een zieke gaat, die niet zonder ongemak van de pastorie naar elders kan worden overgeplaatst, dient de Eparch hem het gebruik van de pastorie over te laten, ook het exclusieve, voor de duur van deze noodzaak.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1388
1400
§ 3. Hangende het bezwaar tegen het decreet van verwijdering kan de Eparch geen nieuwe pastoor benoemen, maar dient hij door tussenkomst van een administrator van de parochie in de tussentijd erin te voorzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over de wijze van procederen bij de overplaatsing van pastoors (cann. 1397-1400)
1397
1388
1388
Can. 1397
Als het zielenheil of de nood dan wel het nut van de Kerk eist, dat een pastoor van zijn eigen parochie, die hij nuttig bestuurt, naar een andere parochie dan wel naar een ander ambt wordt overgeplaatst, dient de Eparch hem de overplaatsing schriftelijk voor te leggen en aan te bevelen, dat hij uit liefde voor God en de zielen instemt.
Als het zielenheil of de nood dan wel het nut van de Kerk eist, dat een pastoor van zijn eigen parochie, die hij nuttig bestuurt, naar een andere parochie dan wel naar een ander ambt wordt overgeplaatst, dient de Eparch hem de overplaatsing schriftelijk voor te leggen en aan te bevelen, dat hij uit liefde voor God en de zielen instemt.
Referenties naar alinea 1397: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1398
1388
1388
Can. 1398
Als de pastoor niet de intentie heeft het advies en de aanbevelingen van de Eparch te volgen, dient hij de redenen schriftelijk uiteen te zetten.
Als de pastoor niet de intentie heeft het advies en de aanbevelingen van de Eparch te volgen, dient hij de redenen schriftelijk uiteen te zetten.
Referenties naar alinea 1398: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1399
1388
1388
Can. 1399
§ 1. De Eparch dient, als hij niettegenstaande de aangevoerde redenen oordeelt, dat op zijn voornemen niet teruggekomen moet worden, met twee pastoors uitgekozen uit de groep, als bedoeld in can. 1391, § 1[574|+3061], de redenen, die de overplaatsing begunstigen of in de weg staan, af te wegen; als hij evenwel vervolgens meent, dat de overplaatsing moet worden verricht, dient hij de vaderlijke aansporingen voor de pastoor te herhalen.
§ 1. De Eparch dient, als hij niettegenstaande de aangevoerde redenen oordeelt, dat op zijn voornemen niet teruggekomen moet worden, met twee pastoors uitgekozen uit de groep, als bedoeld in can. 1391, § 1[574|+3061], de redenen, die de overplaatsing begunstigen of in de weg staan, af te wegen; als hij evenwel vervolgens meent, dat de overplaatsing moet worden verricht, dient hij de vaderlijke aansporingen voor de pastoor te herhalen.
Referenties naar alinea 1399: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1388
§ 2. Nadat dit verricht is, dient, alsnog steeds zowel de pastoor weigert als ook de Eparch meent, dat de overplaatsing gedaan moet worden, deze het decreet van de overplaatsing uit te vaardigen bepalende, dat de parochie na het verstrijken van een vastgestelde dag vacant zal zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1388
§ 3. Na het nutteloos verstrijken van deze dag dient de Eparch de parochie vacant te verklaren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1400
1388
1388
Can. 1400
In geval van overplaatsing dienen can. 1396[574|+3071 -3073], de verworven rechten en de billijkheid in acht genomen te worden.
In geval van overplaatsing dienen can. 1396[574|+3071 -3073], de verworven rechten en de billijkheid in acht genomen te worden.
Referenties naar alinea 1400: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XXVII - Over de strafsancties in de Kerk (cann. 1401-1467)
- Hoofdstuk I - Over de delicten en straffen in het algemeen (cann. 1401-1435)
1401
Can. 1401
Omdat God iedere wijze aangrijpt, om het dwalende schaap terug te brengen, dienen diegenen, die van Hem de macht om te ontbinden en te binden hebben ontvangen, een voor de ziekte van hen, die een delict hebben gepleegd, geschikt medicijn aan te dragen, hen te bekritiseren, te smeken, te verwijten met alle geduld en lering, ja zelfs straffen op te leggen, opdat Hij de door het delict toegebrachte wonden zo geneest, dat noch de delinquenten tot de diepten van de wanhoop worden gedreven noch de teugels tot ontbinding van het leven en minachting van de wet worden gevierd.
Omdat God iedere wijze aangrijpt, om het dwalende schaap terug te brengen, dienen diegenen, die van Hem de macht om te ontbinden en te binden hebben ontvangen, een voor de ziekte van hen, die een delict hebben gepleegd, geschikt medicijn aan te dragen, hen te bekritiseren, te smeken, te verwijten met alle geduld en lering, ja zelfs straffen op te leggen, opdat Hij de door het delict toegebrachte wonden zo geneest, dat noch de delinquenten tot de diepten van de wanhoop worden gedreven noch de teugels tot ontbinding van het leven en minachting van de wet worden gevierd.
Referenties naar alinea 1401: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1402
Can. 1402
§ 1. De Hiërarch moet de procedure om straffen op te leggen aanwenden, wanneer noch afkeuring, noch vermaning, noch berisping afdoende kunnen zijn om de gerechtigheid te herstellen, de beschuldigde tot boetedoening en zelfcorrectie te voeren, het schandaal en de schade te herstellen.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
§ 1. De Hiërarch moet de procedure om straffen op te leggen aanwenden, wanneer noch afkeuring, noch vermaning, noch berisping afdoende kunnen zijn om de gerechtigheid te herstellen, de beschuldigde tot boetedoening en zelfcorrectie te voeren, het schandaal en de schade te herstellen.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar alinea 1402: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+8] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1407 §4
§ 2. Een canonieke straf moet door middel van het in de cann. 1468 - 1482[574|+3205 -3230] voorgeschreven strafgeding worden opgelegd onverminderd de dwangmacht van de rechter in de door het recht uitgedrukte gevallen en met verwerping van een strijdige gewoonte.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Een canonieke straf moet door middel van het in de cann. 1468 - 1482[574|+3205 -3230] voorgeschreven strafgeding worden opgelegd onverminderd de dwangmacht van de rechter in de door het recht uitgedrukte gevallen en met verwerping van een strijdige gewoonte.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Een canonieke straf moet door middel van het in de cann. 1468 - 1482[574|+3205 -3230] voorgeschreven strafgeding worden opgelegd onverminderd de dwangmacht van de rechter in de door het recht uitgedrukte gevallen en met verwerping van een strijdige gewoonte.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+8] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1406 §1
1409 §2
1416 §1
§ 3. Als evenwel naar het oordeel van het gezag, als bedoeld in § 4[574|+3086], zwaarwegende redenen in de weg staan, dat het strafgeding plaatsvindt, en de bewijzen over het delict zeker zijn, kan het delict met inachtneming van can. 1291[574|+2822 -2825] door middel van een buitengerechtelijk decreet volgens de norm van de cann. 1486[574|+3239 -3243] en 1487[574|+3244 -3246] worden gestraft, mits het niet gaat om ontneming van een ambt, titel, eretekenen dan wel om schorsing langer dan een jaar, om terugzetting tot een lagere graad, om ontzetting of om grote excommunicatie.
Geldig tot 29 juni 2023: § 2. Als evenwel naar het oordeel van het gezag, als bedoeld in § 4[574|+3086], zwaarwegende redenen in de weg staan, dat het strafgeding plaatsvindt, en de bewijzen over het delict zeker zijn, kan het delict door middel van een buitengerechtelijk decreet volgens de norm van de cann. 1486[574|+3239 -3243] en 1487[574|+3244 -3246] worden gestraft, mits het niet gaat om ontneming van een ambt, titel, eretekenen dan wel om schorsing langer dan een jaar, om terugzetting tot een lagere graad, om ontzetting of om grote excommunicatie.
Geldig tot 29 juni 2023: § 2. Als evenwel naar het oordeel van het gezag, als bedoeld in § 4[574|+3086], zwaarwegende redenen in de weg staan, dat het strafgeding plaatsvindt, en de bewijzen over het delict zeker zijn, kan het delict door middel van een buitengerechtelijk decreet volgens de norm van de cann. 1486[574|+3239 -3243] en 1487[574|+3244 -3246] worden gestraft, mits het niet gaat om ontneming van een ambt, titel, eretekenen dan wel om schorsing langer dan een jaar, om terugzetting tot een lagere graad, om ontzetting of om grote excommunicatie.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+8] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1402 §3
§ 4. Dit decreet kunnen behalve de Apostolische Stoel binnen de grenzen van hun bevoegdheid de Patriarch, de Grootaartsbisschop, de Eparch en de hogere Overste van een instituut van gewijd leven, die gewone bestuursmacht heeft, uitvaardigen, alle overigen uitgesloten.
Geldig tot 29 juni 2023: § 3. Hoc decretum praeter Sedem Apostolicam ferre possunt intra fines suae competentiae Patriarcha, Archiepiscopus maior, Episcopus eparchialis atque Superior maior instituti vitae consecratae, qui potestatem regiminis ordinariam habet, ceteris omnibus exclusis.
Geldig tot 29 juni 2023: § 3. Hoc decretum praeter Sedem Apostolicam ferre possunt intra fines suae competentiae Patriarcha, Archiepiscopus maior, Episcopus eparchialis atque Superior maior instituti vitae consecratae, qui potestatem regiminis ordinariam habet, ceteris omnibus exclusis.
Referenties naar deze alinea: 4
Vocare peccatores ->=geentekst=Vocare peccatores ->=geentekst=
Vocare peccatores ->=geentekst=
Vocare peccatores ->=geentekst=
Notities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+8] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1403
1469 §1
1469 §1
Can. 1403
§ 1. Ook al gaat het om delicten, die een door het recht bindende straf met zich meebrengen, kan de Hiërarch gehoord de promotor van de gerechtigheid geheel en al afzien van de strafprocedure, ja zelfs van het opleggen van straffen, mits naar het oordeel van de Hiërarch zelf dit alles tegelijk samenloopt: de nog niet voor een rechtsgeding gebrachte delinquent heeft, door oprecht berouw bewogen, zijn delict aan de Hiërarch in het uitwendig bereik bekend en eveneens is in het herstel van de ergernis en de schade passend voorzien.
§ 1. Ook al gaat het om delicten, die een door het recht bindende straf met zich meebrengen, kan de Hiërarch gehoord de promotor van de gerechtigheid geheel en al afzien van de strafprocedure, ja zelfs van het opleggen van straffen, mits naar het oordeel van de Hiërarch zelf dit alles tegelijk samenloopt: de nog niet voor een rechtsgeding gebrachte delinquent heeft, door oprecht berouw bewogen, zijn delict aan de Hiërarch in het uitwendig bereik bekend en eveneens is in het herstel van de ergernis en de schade passend voorzien.
Referenties naar alinea 1403: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1469 §1
§ 2. Dit evenwel kan de Hiërarch niet doen, als het om een delict gaat, dat een straf met zich meebrengt, waarvan de kwijtschelding aan een hoger gezag is voorbehouden, totdat hij het verlof van dat gezag zal hebben verkregen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1404
Can. 1404
§ 1. Bij straffen moet de gunstigere interpretatie worden toegepast.
§ 1. Bij straffen moet de gunstigere interpretatie worden toegepast.
Referenties naar alinea 1404: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het is niet geoorloofd een straf van persoon tot persoon of van geval tot geval over te dragen, ook al is de verrekening gelijk, ja zelfs zwaarder.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1405
Can. 1405
§ 1. Wie wetgevende macht heeft, kan, voor zover het waarlijk noodzakelijk is om passender voor de kerkelijke discipline te zorgen, ook strafwetten uitvaardigen en eveneens met zijn wetten zelfs een goddelijke dan wel een door het hogere gezag uitgevaardigde kerkelijke wet met een passende straf versterken met inachtneming van de grenzen van zijn bevoegdheid om reden van het territorium of de personen.
§ 1. Wie wetgevende macht heeft, kan, voor zover het waarlijk noodzakelijk is om passender voor de kerkelijke discipline te zorgen, ook strafwetten uitvaardigen en eveneens met zijn wetten zelfs een goddelijke dan wel een door het hogere gezag uitgevaardigde kerkelijke wet met een passende straf versterken met inachtneming van de grenzen van zijn bevoegdheid om reden van het territorium of de personen.
Referenties naar alinea 1405: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Aan de door het gemene recht voor enig delict bepaalde straffen kunnen door het particulier recht andere straffen worden toegevoegd; dit mag echter niet gebeuren tenzij om een zeer zwaarwegende reden; als evenwel door het gemene recht een niet vastgestelde of facultatieve straf wordt bepaald, kan door het particulier recht in de plaats ervan een vastgestelde of bindende straf worden bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De Patriarchen en Eparchen dienen ervoor te zorgen, dat de strafwetten van het particulier recht in hetzelfde territorium, voor zover het mogelijk is, eenvormig zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1406
Can. 1406
§ 1. Voor zover iemand voorschriften kan opleggen volgens de voorschriften van cann. 1510 – 1520[574|1510-1520], in zoverre kan hij, de zaak rijp afgewogen en met de grootste gematigdheid, dreigen met vastgestelde straffen door middel van een voorschrift met uitzondering van die, welke in can. 1402, § 3[574|+3085] worden opgesomd; de Patriarch evenwel kan met de instemming van de permanente Synode ook met deze straffen door middel van een voorschrift dreigen.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Voor zover iemand voorschriften kan opleggen, in zoverre kan hij, de zaak rijp afgewogen en met de grootste gematigdheid, dreigen met vastgestelde straffen door middel van een voorschrift met uitzondering van die, welke in can. 1402, § 2[574|+3085] worden opgesomd; de Patriarch evenwel kan met de instemming van de permanente Synode ook met deze straffen door middel van een voorschrift dreigen.
§ 1. Voor zover iemand voorschriften kan opleggen volgens de voorschriften van cann. 1510 – 1520[574|1510-1520], in zoverre kan hij, de zaak rijp afgewogen en met de grootste gematigdheid, dreigen met vastgestelde straffen door middel van een voorschrift met uitzondering van die, welke in can. 1402, § 3[574|+3085] worden opgesomd; de Patriarch evenwel kan met de instemming van de permanente Synode ook met deze straffen door middel van een voorschrift dreigen.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Voor zover iemand voorschriften kan opleggen, in zoverre kan hij, de zaak rijp afgewogen en met de grootste gematigdheid, dreigen met vastgestelde straffen door middel van een voorschrift met uitzondering van die, welke in can. 1402, § 2[574|+3085] worden opgesomd; de Patriarch evenwel kan met de instemming van de permanente Synode ook met deze straffen door middel van een voorschrift dreigen.
Referenties naar alinea 1406: 1
In ascolto dello Spirito ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+13] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1407 §4
1409 §2
§ 2. Een waarschuwing met dreiging van straffen, waarmee een Hiërarch een niet-strafwet in bijzondere gevallen dringend maakt, wordt met een strafvoorschrift gelijkgesteld.
Referenties naar deze alinea: 3
Vocare peccatores ->=geentekst=Vocare peccatores ->=geentekst=
In ascolto dello Spirito ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1407
Can. 1407
§ 1. Als naar het oordeel van de Hiërarch, die een straf kan opleggen, de aard van het delict dit toelaat, kan een straf niet worden opgelegd, tenzij de delinquent tevoren tenminste eenmaal gewaarschuwd is om van het delict af te zien, nadat tijd passend tot inkeer is gegeven.
§ 1. Als naar het oordeel van de Hiërarch, die een straf kan opleggen, de aard van het delict dit toelaat, kan een straf niet worden opgelegd, tenzij de delinquent tevoren tenminste eenmaal gewaarschuwd is om van het delict af te zien, nadat tijd passend tot inkeer is gegeven.
Referenties naar alinea 1407: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Van een delict te hebben afgezien moet degene worden genoemd, die over het delict oprecht berouw heeft gehad en die bovendien een passend herstel van de ergernis en de schade heeft gegeven of tenminste in ernst heeft beloofd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Indien waarschuwingen of berispingen tevergeefs aan iemand zijn gegeven, moet de Hiërarch een strafvoorschrift uitvaardigen, waarin hij nauwkeurig voorschrijft wat er gedaan of vermeden moet worden.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores[8865] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Een strafwaarschuwing evenwel, als bedoeld in can. 1406, § 2[574|+3095], is voldoende, dat een straf kan worden opgelegd.
Geldig tot 29 juni 2023: § 3. Een strafwaarschuwing evenwel, als bedoeld in can. 1406, § 2[574|+3095], is voldoende, dat een straf kan worden opgelegd.
Geldig tot 29 juni 2023: § 3. Een strafwaarschuwing evenwel, als bedoeld in can. 1406, § 2[574|+3095], is voldoende, dat een straf kan worden opgelegd.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+16] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1408
Can. 1408
Een straf bindt de beschuldigde niet, tenzij nadat ze door een sententie of decreet is opgelegd, met behoud van het recht van de Paus of een Oecumenisch Concilie om anders te bepalen.
Een straf bindt de beschuldigde niet, tenzij nadat ze door een sententie of decreet is opgelegd, met behoud van het recht van de Paus of een Oecumenisch Concilie om anders te bepalen.
Referenties naar alinea 1408: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1409
1481 §1
1481 §1
Can. 1409
§ 1. Bij het toepassen van een strafwet kan de rechter, ook al gebruikt de wet voorschrijvende woorden, naar zijn geweten en inzicht:
§ 1. Bij het toepassen van een strafwet kan de rechter, ook al gebruikt de wet voorschrijvende woorden, naar zijn geweten en inzicht:
Referenties naar alinea 1409: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1481 §1
- 1° de oplegging van een straf naar een meer passend tijdstip uitstellen, als uit de overhaaste bestraffing van de beschuldigde naar wordt voorzien grotere kwaden zullen voortkomen, tenzij de noodzaak zich opdringt het schandaal te herstellen;
Geldig tot 29 juni 2023: 1° de oplegging van een straf naar een meer passend tijdstip uitstellen, als uit de overhaaste bestraffing van de beschuldigde naar wordt voorzien grotere kwaden zullen voortkomen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+23] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1481 §1
- 2° van het opleggen van een straf afzien of een mildere straf opleggen, als de beschuldigde zich verbeterd heeft en eveneens in het herstel van de ergernis en de schade passend is voorzien dan wel als de beschuldigde zelf voldoende door het burgerlijk gezag gestraft is dan wel naar wordt voorzien gestraft zal worden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1481 §1
- 3° de straffen binnen billijke grenzen matigen, als de beschuldigde meerdere delicten heeft gepleegd en de opeenhoping van straffen te groot lijkt;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1481 §1
- 4° de verplichting om een straf in acht te nemen opschorten ten gunste van degene, die, tot dusver door een gehele rechtschapenheid van leven aanbevolen, voor het eerst een delict heeft gepleegd, mits de te herstellen ergernis niet dringt; de opgeschorte straf vervalt geheel en al, als binnen de door de rechter vastgestelde tijd de beschuldigde niet opnieuw een delict heeft gepleegd, anders dient hij als schuldenaar van beide delicten zwaarder te worden gestraft, tenzij in de tussentijd de strafeis voor het vorige delict teniet is gegaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de straf niet vastgesteld is en de wet niet anders regelt, kiest de rechter bij het bepalen van de straffen deze die tot het veroorzaakte schandaal de ernst van de schade in verhouding staan; hij kan echter de in can. 1402, § 3[574|+3086] opgesomde straffen niet opleggen.
Geldig tot 29 juni 2023: § 2. Als de straf niet vastgesteld is kan de in can. 1402, § 3[574|+3086] opgesomde straffen niet opgelegd worden.
Geldig tot 29 juni 2023: § 2. Als de straf niet vastgesteld is kan de in can. 1402, § 3[574|+3086] opgesomde straffen niet opgelegd worden.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+27] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1410
Vocare peccatores ->=geentekst=
Can. 1410
Bij het opleggen van straffen aan een clericus moet voor hem behouden blijven, hetgeen voor het passend onderhoud noodzakelijk is, tenzij het gaat om een ontzetting, in welk geval de Hiërarch ervoor moet zorgen, dat voor de ontzette, die wegens een straf waarlijk gebrek lijdt, op de best mogelijke wijze wordt gezorgd, met uitsluiting evenwel van de toekenning van een ambt, een bediening of taak, en altijd met behoud van de ontstane rechten met betrekking tot het pensioen en de sociale zekerheid en eveneens de geneeskundige hulp ten behoeve van hem en zijn gezin, als hij gehuwd is.
Geldig tot 29 juni 2023: Bij het opleggen van straffen aan een clericus moet voor hem behouden blijven, hetgeen voor het passend onderhoud noodzakelijk is, tenzij het gaat om een ontzetting, in welk geval de Hiërarch ervoor moet zorgen, dat voor de ontzette, die wegens een straf waarlijk gebrek lijdt, op de best mogelijke wijze wordt gezorgd, altijd met behoud van de ontstane rechten met betrekking tot het pensioen en de sociale zekerheid en eveneens de geneeskundige hulp ten behoeve van hem en zijn gezin, als hij gehuwd is.
Bij het opleggen van straffen aan een clericus moet voor hem behouden blijven, hetgeen voor het passend onderhoud noodzakelijk is, tenzij het gaat om een ontzetting, in welk geval de Hiërarch ervoor moet zorgen, dat voor de ontzette, die wegens een straf waarlijk gebrek lijdt, op de best mogelijke wijze wordt gezorgd, met uitsluiting evenwel van de toekenning van een ambt, een bediening of taak, en altijd met behoud van de ontstane rechten met betrekking tot het pensioen en de sociale zekerheid en eveneens de geneeskundige hulp ten behoeve van hem en zijn gezin, als hij gehuwd is.
Geldig tot 29 juni 2023: Bij het opleggen van straffen aan een clericus moet voor hem behouden blijven, hetgeen voor het passend onderhoud noodzakelijk is, tenzij het gaat om een ontzetting, in welk geval de Hiërarch ervoor moet zorgen, dat voor de ontzette, die wegens een straf waarlijk gebrek lijdt, op de best mogelijke wijze wordt gezorgd, altijd met behoud van de ontstane rechten met betrekking tot het pensioen en de sociale zekerheid en eveneens de geneeskundige hulp ten behoeve van hem en zijn gezin, als hij gehuwd is.
Referenties naar alinea 1410: 2
Vocare peccatores ->=geentekst=Vocare peccatores ->=geentekst=
Notities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven en aangepast conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+29] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1411
1469 §1
1469 §1
Can. 1411
Geen enkele straf kan worden opgelegd, nadat de strafeis teniet is gegaan.
Geen enkele straf kan worden opgelegd, nadat de strafeis teniet is gegaan.
Referenties naar alinea 1411: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1412
Can. 1412
§ 1. Wie aan een wet dan wel voorschrift is gehouden, is aan de daarmee ook verbonden straf onderworpen.
§ 1. Wie aan een wet dan wel voorschrift is gehouden, is aan de daarmee ook verbonden straf onderworpen.
Referenties naar alinea 1412: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als, nadat het delict is gepleegd, de wet gewijzigd wordt, moet de voor de beschuldigde gunstigere wet worden toegepast.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als evenwel een latere wet een wet of tenminste een straf opheft, vervalt deze terstond, op welke wijze dan ook ze was opgelegd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Een straf bindt de beschuldigde overal ook bij beëindiging van het recht van degene, die de straf heeft opgelegd, tenzij anders door het gemene recht uitdrukkelijk wordt geregeld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1413
Can. 1413
§ 1. Aan geen enkele straf is onderworpen, wie het veertiende levensjaar niet voltooid heeft.
§ 1. Aan geen enkele straf is onderworpen, wie het veertiende levensjaar niet voltooid heeft.
Referenties naar alinea 1413: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wie evenwel tussen het veertiende en achttiende levensjaar een delict heeft gepleegd, kan gestraft worden alleen maar met straffen, die ontneming van enig goed niet insluiten, tenzij de Eparch of de rechter in bijzondere gevallen meent, dat voor de verbetering van deze op een andere wijze beter kan worden gezorgd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit documentCan. 1414
§ 1. Elkeen wordt onschuldig beschouwd, totdat het tegendeel bewezen is.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
§ 1. Elkeen wordt onschuldig beschouwd, totdat het tegendeel bewezen is.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+30] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1414
§ 2. Aan straffen wordt alleen degene onderworpen, die een strafwet of strafvoorschrift heeft geschonden hetzij weloverwogen, hetzij uit ernstig verwijtbare nalatigheid van de verschuldigde zorgvuldigheid, hetzij uit ernstig verwijtbare onwetendheid omtrent een wet of voorschrift.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Aan straffen wordt alleen degene onderworpen, die een strafwet of strafvoorschrift heeft geschonden hetzij weloverwogen, hetzij uit ernstig verwijtbare nalatigheid van de verschuldigde zorgvuldigheid, hetzij uit ernstig verwijtbare onwetendheid omtrent een wet of voorschrift.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Aan straffen wordt alleen degene onderworpen, die een strafwet of strafvoorschrift heeft geschonden hetzij weloverwogen, hetzij uit ernstig verwijtbare nalatigheid van de verschuldigde zorgvuldigheid, hetzij uit ernstig verwijtbare onwetendheid omtrent een wet of voorschrift.
Referenties naar alinea 1414: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Wanneer een uitwendige schending van een strafwet of strafvoorschrift gepleegd is, wordt verondersteld, dat deze weloverwogen is begaan, totdat het tegendeel bewezen wordt; bij de overige wetten of voorschriften wordt dit verondersteld alleen maar, als een wet of voorschrift na een strafwaarschuwing opnieuw wordt geschonden.
Geldig tot 29 juni 2023: § 2. Wanneer een uitwendige schending van een strafwet of strafvoorschrift gepleegd is, wordt verondersteld, dat deze weloverwogen is begaan, totdat het tegendeel bewezen wordt; bij de overige wetten of voorschriften wordt dit verondersteld alleen maar, als een wet of voorschrift na een strafwaarschuwing opnieuw wordt geschonden.
Geldig tot 29 juni 2023: § 2. Wanneer een uitwendige schending van een strafwet of strafvoorschrift gepleegd is, wordt verondersteld, dat deze weloverwogen is begaan, totdat het tegendeel bewezen wordt; bij de overige wetten of voorschriften wordt dit verondersteld alleen maar, als een wet of voorschrift na een strafwaarschuwing opnieuw wordt geschonden.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1415
1481 §1
1481 §1
Can. 1415
Als enige overeenkomstig de gemene praktijk en de canonieke leer verzachtende omstandigheid aanwezig is, moet de rechter, mits toch van een delict nog steeds sprake is, de door een wet of voorschrift bepaalde straf matigen; ja zelfs naar zijn inzicht kan hij, als hij meent, dat op een andere wijze beter gezorgd kan worden voor de verbetering van de beschuldigde en voor het herstel van de ergernis en de schade, ook van het opleggen van een straf afzien.
Als enige overeenkomstig de gemene praktijk en de canonieke leer verzachtende omstandigheid aanwezig is, moet de rechter, mits toch van een delict nog steeds sprake is, de door een wet of voorschrift bepaalde straf matigen; ja zelfs naar zijn inzicht kan hij, als hij meent, dat op een andere wijze beter gezorgd kan worden voor de verbetering van de beschuldigde en voor het herstel van de ergernis en de schade, ook van het opleggen van een straf afzien.
Referenties naar alinea 1415: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1416
Can. 1416
§ 1. Als een delict door een recidivist is gepleegd of door iemand die in staat van dronkenschap of een andere psychische stoornis verkeert, die opgezocht zijn om het delict te plegen of met opzet te verontschuldigen, of door iemand die uit vrijwillig opgewekte of gevoede hartstocht handelt of als een andere overeenkomstig de gemene praktijk en de canonieke leer verzwarende omstandigheid aanwezig is, moet de rechter de beschuldigde zwaarder straffen dan een wet of voorschrift bepaalt, niet uitgesloten de in can. 1402, § 3[574|+3086] opgesomde straffen.
Geldig tot 29 juni 2023: Als een delict door een recidivist is gepleegd of als een andere overeenkomstig de gemene praktijk en de canonieke leer verzwarende omstandigheid aanwezig is, kan de rechter de beschuldigde zwaarder straffen dan een wet of voorschrift bepaalt, niet uitgesloten de in can. 1402, § 2[574|+3085] opgesomde straffen.
§ 1. Als een delict door een recidivist is gepleegd of door iemand die in staat van dronkenschap of een andere psychische stoornis verkeert, die opgezocht zijn om het delict te plegen of met opzet te verontschuldigen, of door iemand die uit vrijwillig opgewekte of gevoede hartstocht handelt of als een andere overeenkomstig de gemene praktijk en de canonieke leer verzwarende omstandigheid aanwezig is, moet de rechter de beschuldigde zwaarder straffen dan een wet of voorschrift bepaalt, niet uitgesloten de in can. 1402, § 3[574|+3086] opgesomde straffen.
Geldig tot 29 juni 2023: Als een delict door een recidivist is gepleegd of als een andere overeenkomstig de gemene praktijk en de canonieke leer verzwarende omstandigheid aanwezig is, kan de rechter de beschuldigde zwaarder straffen dan een wet of voorschrift bepaalt, niet uitgesloten de in can. 1402, § 2[574|+3085] opgesomde straffen.
Referenties naar alinea 1416: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven en aangepast conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+34] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In dezelfde gevallen, als de straf facultatief is vastgesteld, wordt ze verplicht.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+36] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1417
Can. 1417
Wie in gemeenschappelijk voornemen om een delict te plegen tot een delict samenspannen en niet in een wet of voorschrift uitdrukkelijk worden genoemd, kunnen met dezelfde straffen als de hoofdpleger of volgens het inzicht van de rechter met andere straffen van dezelfde of van mindere zwaarte worden gestraft.
Wie in gemeenschappelijk voornemen om een delict te plegen tot een delict samenspannen en niet in een wet of voorschrift uitdrukkelijk worden genoemd, kunnen met dezelfde straffen als de hoofdpleger of volgens het inzicht van de rechter met andere straffen van dezelfde of van mindere zwaarte worden gestraft.
Referenties naar alinea 1417: 1
Evangelium Vitae ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1418
Can. 1418
§ 1. Wie om een delict te plegen iets gedaan of achterwege gelaten heeft en toch buiten zijn wil het delict niet heeft voltooid, is aan de voor het voltooide delict bepaalde straf niet gehouden, tenzij een wet of voorschrift anders regelt.
§ 1. Wie om een delict te plegen iets gedaan of achterwege gelaten heeft en toch buiten zijn wil het delict niet heeft voltooid, is aan de voor het voltooide delict bepaalde straf niet gehouden, tenzij een wet of voorschrift anders regelt.
Referenties naar alinea 1418: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als evenwel handelingen of nalatigheden naar hun aard tot de uitvoering van een delict leiden, dient de pleger met een passende straf gestraft te worden, vooral als ergernis of andere zware schade is ontstaan, met een lichtere straf echter dan die, welke voor het voltooide delict is ingesteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Van elke straf wordt bevrijd, wie uit eigen beweging van de begonnen uitvoering van een delict heeft afgezien, als uit de poging geen enkele schade dan wel ergernis is ontstaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1419
Can. 1419
§ 1. Wie van een strafwet kan dispenseren of van een strafvoorschrift ontheffen, kan ook een krachtens dezelfde wet of voorschrift opgelegde straf kwijtschelden.
§ 1. Wie van een strafwet kan dispenseren of van een strafvoorschrift ontheffen, kan ook een krachtens dezelfde wet of voorschrift opgelegde straf kwijtschelden.
Referenties naar alinea 1419: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bovendien kan door een wet of strafvoorschrift ook aan anderen de macht om straffen kwijt te schelden worden verleend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1420
Can. 1420
§ 1. . Een krachtens het gemene recht opgelegde straf kan kwijtschelden:
§ 1. . Een krachtens het gemene recht opgelegde straf kan kwijtschelden:
Referenties naar alinea 1420: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document2°
- 1° de Hiërarch, die het strafgeding heeft ingezet of door een decreet de straf heeft opgelegd;
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de Hiërarch van de plaats, waar de beschuldigde feitelijk verblijft, na raadpleging evenwel van de Hiërarch, als bedoeld in n. 1[574|+3125].
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Deze normen gelden ook met betrekking tot krachtens het particulier recht of een strafvoorschrift opgelegde straffen, tenzij anders door het particulier recht van een Kerk sui iuris wordt geregeld.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Een evenwel door de Apostolische Stoel opgelegde straf kan alleen de Apostolische Stoel kwijtschelden, tenzij aan de Patriarch of aan anderen de kwijtschelding van de straf wordt gedelegeerd.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1421
Can. 1421
Een door dwang dan wel zware vrees dan wel bedrog afgedwongen kwijtschelding van een straf is van rechtswege nietig.
Een door dwang dan wel zware vrees dan wel bedrog afgedwongen kwijtschelding van een straf is van rechtswege nietig.
Referenties naar alinea 1421: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1422
Can. 1422
§ 1. De kwijtschelding van een straf kan worden gegeven zelfs buiten weten van de beschuldigde of onder voorwaarde.
§ 1. De kwijtschelding van een straf kan worden gegeven zelfs buiten weten van de beschuldigde of onder voorwaarde.
Referenties naar alinea 1422: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De kwijtschelding van een straf moet schriftelijk worden gegeven, tenzij een zwaarwegende reden anders aanbeveelt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Er dient verhoed te worden, dat een verzoek om kwijtschelding van een straf of de kwijtschelding zelf bekendgemaakt wordt, tenzij voor zover dit of nuttig is om de faam van de beschuldigde te beschermen of noodzakelijk om de ergernis te herstellen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1423
Can. 1423
§ 1. Met behoud van het recht van de Paus om kwijtschelding van welke straf dan ook aan zich of anderen voor te behouden, kan de Synode van Bisschoppen van de patriarchale of grootaartsbisschoppelijke Kerk door een wegens zwaarwegende omstandigheden uitgevaardigde wet de kwijtschelding van straffen aan de Patriarch of de Grootaartsbisschop voorbehouden ten aanzien van de onderdanen, die binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, een woonplaats of quasi-woonplaats hebben; niemand anders kan geldig aan zich of anderen de kwijtschelding van door het gemene recht bepaalde straffen voorbehouden tenzij met de instemming van de Apostolische Stoel.
§ 1. Met behoud van het recht van de Paus om kwijtschelding van welke straf dan ook aan zich of anderen voor te behouden, kan de Synode van Bisschoppen van de patriarchale of grootaartsbisschoppelijke Kerk door een wegens zwaarwegende omstandigheden uitgevaardigde wet de kwijtschelding van straffen aan de Patriarch of de Grootaartsbisschop voorbehouden ten aanzien van de onderdanen, die binnen de grenzen van het territorium van de Kerk, aan het hoofd waarvan hij staat, een woonplaats of quasi-woonplaats hebben; niemand anders kan geldig aan zich of anderen de kwijtschelding van door het gemene recht bepaalde straffen voorbehouden tenzij met de instemming van de Apostolische Stoel.
Referenties naar alinea 1423: 1
Algemeen decreet met betrekking het delict van een poging de heilige Wijding toe te dienen aan een vrouw ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Ieder voorbehoud moet strikt worden geïnterpreteerd.
Referenties naar deze alinea: 1
Algemeen decreet met betrekking het delict van een poging de heilige Wijding toe te dienen aan een vrouw ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1424
Can. 1424
§ 1. De kwijtschelding van een straf kan niet worden gegeven, tenzij de beschuldigde over het gepleegde delict oprecht berouw heeft gehad en eveneens in het herstel van de ergernis en de schade passend is voorzien; tot herstel of teruggave kan de beschuldigde door andere passende straffen worden gedwongen.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. De kwijtschelding van een straf kan niet worden gegeven, tenzij de beschuldigde over het gepleegde delict oprecht berouw heeft gehad en eveneens in het herstel van de ergernis en de schade passend is voorzien.
§ 1. De kwijtschelding van een straf kan niet worden gegeven, tenzij de beschuldigde over het gepleegde delict oprecht berouw heeft gehad en eveneens in het herstel van de ergernis en de schade passend is voorzien; tot herstel of teruggave kan de beschuldigde door andere passende straffen worden gedwongen.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. De kwijtschelding van een straf kan niet worden gegeven, tenzij de beschuldigde over het gepleegde delict oprecht berouw heeft gehad en eveneens in het herstel van de ergernis en de schade passend is voorzien.
Referenties naar alinea 1424: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+38] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als evenwel naar het oordeel van diegene, aan wie de kwijtschelding van een straf toekomt, deze voorwaarden zijn vervuld, mag de kwijtschelding, voor zover het gezien de aard van de straf mogelijk is, niet worden geweigerd.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1425
Can. 1425
Als iemand door meerdere straffen wordt gebonden, geldt de kwijtschelding alleen maar voor de daarin uitgedrukte straffen; een algemene kwijtschelding echter heft alle straffen op met uitzondering van die, welke de beschuldigde in het verzoek te kwader trouw heeft verzwegen.
Als iemand door meerdere straffen wordt gebonden, geldt de kwijtschelding alleen maar voor de daarin uitgedrukte straffen; een algemene kwijtschelding echter heft alle straffen op met uitzondering van die, welke de beschuldigde in het verzoek te kwader trouw heeft verzwegen.
Referenties naar alinea 1425: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1426
450
1486 §2
450
1486 §2
Can. 1426
§ 1. Tenzij een andere straf door het recht is vastgesteld, kunnen overeenkomstig de aloude tradities van de oosterse Kerken straffen worden opgelegd, waardoor enig te verrichten zwaar werk van religie of vroomheid of caritas wordt opgedragen zoals vastgestelde gebeden, een vrome pelgrimage, een bijzondere vasten, aalmoezen, geestelijke retraites.
§ 1. Tenzij een andere straf door het recht is vastgesteld, kunnen overeenkomstig de aloude tradities van de oosterse Kerken straffen worden opgelegd, waardoor enig te verrichten zwaar werk van religie of vroomheid of caritas wordt opgedragen zoals vastgestelde gebeden, een vrome pelgrimage, een bijzondere vasten, aalmoezen, geestelijke retraites.
Referenties naar alinea 1426: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1486 §2
§ 2. Aan diegene, die niet de gesteltenis bezit om deze straffen te aanvaarden, dienen andere straffen te worden opgelegd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1427
Can. 1427
§ 1. Met behoud van het particulier recht gebeurt een openbare berisping ten overstaan van een notaris of twee getuigen dan wel door middel van een brief, zo echter, dat over de ontvangst en de tekst van de brief uit enig document zekerheid bestaat.
§ 1. Met behoud van het particulier recht gebeurt een openbare berisping ten overstaan van een notaris of twee getuigen dan wel door middel van een brief, zo echter, dat over de ontvangst en de tekst van de brief uit enig document zekerheid bestaat.
Referenties naar alinea 1427: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Er moet verhoed worden, dat door een openbare berisping zelf gelegenheid wordt gegeven tot grotere eerloosheid van de beschuldigde dan gepast is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1428
Can. 1428
Als de zwaarte van het geval het met zich brengt en in het bijzonder als het gaat om recidivisten, kan de Hiërarch ook, behalve de door middel van een sententie volgens de norm van het recht opgelegde straffen, de beschuldigde onder toezicht stellen op de wijze door middel van een administratief decreet vastgesteld.
Als de zwaarte van het geval het met zich brengt en in het bijzonder als het gaat om recidivisten, kan de Hiërarch ook, behalve de door middel van een sententie volgens de norm van het recht opgelegde straffen, de beschuldigde onder toezicht stellen op de wijze door middel van een administratief decreet vastgesteld.
Referenties naar alinea 1428: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit documentCan. 1429
§ 1. Een verbod kan worden gegeven:
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
§ 1. Een verbod kan worden gegeven:
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+40+41] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° om op een bepaalde plaats of in een bepaald territorium te verblijven;
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+40+42] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° om overal of op een bepaalde plaats of in een bepaald territorium of daarbuiten, tot de uitoefening van alle of bepaalde ambten, taken of bedieningen of van alleen sommige handelingen die aan ambten of taken inherent zijn;
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+40+43] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3º om alle of sommige handelingen van de wijdingsmacht te stellen;
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+40+44] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4º om alle of sommige handelingen van bestuursmacht te stellen;
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+40+45] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 5º om een enig recht of privilege te gebruiken dan wel een ereteken of een titel te gebruiken;
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+40+46] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 6º om actief of passief stemrecht te gebruiken bij canonieke verkiezingen of met stemrecht deel te nemen in kerkelijke raden of colleges;
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+40+47] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 7º voor het dragen van kerkelijke of religieuze kleding.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+40+48] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een voorschrift kan worden gegeven:
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+40+49] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° om op een bepaalde plaats of in een bepaald territorium te verblijven;
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+40+50] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° om een bepaald geldbedrag te voldoen voor de doelen van de Kerk, volgens de in het particulier recht vastgestelde bedragen.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+40+51] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Het verbod om op een bepaalde plaats of in een bepaald territorium te verblijven kan alleen clerici of religieuzen of leden van een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven treffen, het voorschrift evenwel om op een bepaalde plaats of in een bepaald territorium te verblijven alleen de in een eparchie opgenomen clerici met behoud van het recht van de instituten van gewijd leven.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Het verbod om op een bepaalde plaats of in een bepaald territorium te verblijven kan alleen clerici of religieuzen of leden van een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven treffen, het voorschrift evenwel om op een bepaalde plaats of in een bepaald territorium te verblijven alleen de in een eparchie opgenomen clerici met behoud van het recht van de instituten van gewijd leven.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Het verbod om op een bepaalde plaats of in een bepaald territorium te verblijven kan alleen clerici of religieuzen of leden van een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven treffen, het voorschrift evenwel om op een bepaalde plaats of in een bepaald territorium te verblijven alleen de in een eparchie opgenomen clerici met behoud van het recht van de instituten van gewijd leven.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+40+52] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Om het voorschrift om op een bepaalde plaats of in een bepaald territorium te verblijven op te leggen, wordt de instemming van de plaatselijk Hiërarch vereist, tenzij het gaat of om een huis van een instituut van gewijd leven van pauselijk of patriarchaal recht, in welk geval de instemming van de bevoegde Overste wordt vereist, of om een huis bestemd voor clerici van meerdere eparchieën, die berouw hebben of zich moeten verbeteren.
Geldig tot 29 juni 2023: § 2. Om het voorschrift om op een bepaalde plaats of in een bepaald territorium te verblijven op te leggen, wordt de instemming van de plaatselijk Hiërarch vereist, tenzij het gaat of om een huis van een instituut van gewijd leven van pauselijk of patriarchaal recht, in welk geval de instemming van de bevoegde Overste wordt vereist, of om een huis bestemd voor clerici van meerdere eparchieën, die berouw hebben of zich moeten verbeteren.
Geldig tot 29 juni 2023: § 2. Om het voorschrift om op een bepaalde plaats of in een bepaald territorium te verblijven op te leggen, wordt de instemming van de plaatselijk Hiërarch vereist, tenzij het gaat of om een huis van een instituut van gewijd leven van pauselijk of patriarchaal recht, in welk geval de instemming van de bevoegde Overste wordt vereist, of om een huis bestemd voor clerici van meerdere eparchieën, die berouw hebben of zich moeten verbeteren.
Referenties naar deze alinea: 5
Vocare peccatores ->=geentekst=Vocare peccatores ->=geentekst=
Vocare peccatores ->=geentekst=
Vocare peccatores ->=geentekst=
Vocare peccatores ->=geentekst=
Notities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+40+53] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1430
Can. 1430
§ 1. Strafontnemingen kunnen zowel alle of bepaalde machten, ambten, bedieningen, taken, rechten, privileges, bevoegdheden, gunsten, titels, eretekenen treffen, als slechts sommige handelingen die aan ambten dan wel taken inherent zijn, die vallen onder de macht van het gezag dat de straf instelt of van de Hiërarch, die het strafgeding heeft ingezet of door een decreet haar oplegt; hetzelfde geldt voor een strafoverplaatsing naar een ander ambt.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Strafontnemingen kunnen alleen betrekking hebben op bepaalde machten, ambten, bedieningen, taken, rechten, privileges, bevoegdheden, gunsten, titels, eretekenen treffen, die vallen onder de macht van het gezag dat de straf instelt of van de Hiërarch, die het strafgeding heeft ingezet of door een decreet haar oplegt; hetzelfde geldt voor een strafoverplaatsing naar een ander ambt.
§ 1. Strafontnemingen kunnen zowel alle of bepaalde machten, ambten, bedieningen, taken, rechten, privileges, bevoegdheden, gunsten, titels, eretekenen treffen, als slechts sommige handelingen die aan ambten dan wel taken inherent zijn, die vallen onder de macht van het gezag dat de straf instelt of van de Hiërarch, die het strafgeding heeft ingezet of door een decreet haar oplegt; hetzelfde geldt voor een strafoverplaatsing naar een ander ambt.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Strafontnemingen kunnen alleen betrekking hebben op bepaalde machten, ambten, bedieningen, taken, rechten, privileges, bevoegdheden, gunsten, titels, eretekenen treffen, die vallen onder de macht van het gezag dat de straf instelt of van de Hiërarch, die het strafgeding heeft ingezet of door een decreet haar oplegt; hetzelfde geldt voor een strafoverplaatsing naar een ander ambt.
Referenties naar alinea 1430: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+54+55] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Ontneming van de macht van de gewijde orde kan niet mogelijk zijn, maar alleen het verbod om alle of enige handelingen ervan uit te oefenen volgens de norm van het gemene recht; eveneens kan niet mogelijk zijn ontneming van academische graden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Een ontneming kan ook worden gegeven:
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+54+57] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1º wat betreft de bevoegdheid om de biecht af te nemen of te preken;
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+54+58] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2º wat betreft gedelegeerde bestuursmacht;
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+54+59] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3º wat betreft de gehele of gedeeltelijke kerkelijke vergoeding, overeenkomstig het particulier recht vastgesteld, ook met behoud van het voorschrift van can. 1410[574|+3106].
Referenties naar deze alinea: 5
Vocare peccatores ->=geentekst=Vocare peccatores ->=geentekst=
Vocare peccatores ->=geentekst=
Vocare peccatores ->=geentekst=
Vocare peccatores ->=geentekst=
Notities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en de bestaande leden zijn opgeschoven conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+54+60] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1431
1434 §1
1434 §1
Can. 1431
- § 1. De met de kleine excommunicatie gestraften wordt de ontvangst van de Goddelijke Eucharistie ontnomen; ze kunnen bovendien van de deelname in de Goddelijke Liturgie worden uitgesloten, ja zelfs ook van de toegang tot een kerkgebouw, als daarin de goddelijke eredienst in het openbaar wordt gevierd.
- § 1. De met de kleine excommunicatie gestraften wordt de ontvangst van de Goddelijke Eucharistie ontnomen; ze kunnen bovendien van de deelname in de Goddelijke Liturgie worden uitgesloten, ja zelfs ook van de toegang tot een kerkgebouw, als daarin de goddelijke eredienst in het openbaar wordt gevierd.
Referenties naar alinea 1431: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Door de sententie zelf of het decreet, waarmee deze straf wordt opgelegd, moet de reikwijdte van deze straf worden bepaald en, als het geval zich voordoet, de duur.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1432
Can. 1432
§ 1. Een schorsing kan zijn of van alle of enige handelingen van de wijdings- dan wel bestuursmacht, van alle of enige handelingen of rechten met een ambt, bediening of taak verbonden; de reikwijdte daarvan evenwel dient door de sententie zelf of het decreet, waarmee de straf wordt opgelegd, te worden bepaald, tenzij ze door het recht reeds is vastgesteld.
§ 1. Een schorsing kan zijn of van alle of enige handelingen van de wijdings- dan wel bestuursmacht, van alle of enige handelingen of rechten met een ambt, bediening of taak verbonden; de reikwijdte daarvan evenwel dient door de sententie zelf of het decreet, waarmee de straf wordt opgelegd, te worden bepaald, tenzij ze door het recht reeds is vastgesteld.
Referenties naar alinea 1432: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Niemand kan worden geschorst tenzij van handelingen, die vallen onder de macht van het gezag dat de straf instelt of van de Hiërarch, die het strafgeding inzet of door een decreet de schorsing oplegt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Een schorsing treft nooit de geldigheid van handelingen en niet het woonrecht, als de beschuldigde enig heeft om reden van een ambt, bediening of taak; een schorsing evenwel die verbiedt de vruchten, vergoedingen, pensioenen of iets anders te ontvangen, brengt de verplichting met zich mee om terug te geven, al wat onwettig, ofschoon te goeder trouw, is ontvangen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1433
102
164
102
164
Can. 1433
§ 1. Aan een tot een lagere graad teruggezette clericus wordt verboden die handelingen van de wijdings- en bestuursmacht uit te oefenen, die niet met deze graad in overeenstemming zijn.
§ 1. Aan een tot een lagere graad teruggezette clericus wordt verboden die handelingen van de wijdings- en bestuursmacht uit te oefenen, die niet met deze graad in overeenstemming zijn.
Referenties naar alinea 1433: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een uit de klerikale staat ontzette clericus evenwel worden alle ambten, bedieningen of andere taken, kerkelijke pensioenen en iedere mogelijke gedelegeerde macht ontnomen; hij wordt daartoe onbekwaam; de wijdingsmacht uit te oefenen wordt aan hem verboden; hij kan niet tot de hogere gewijde ordes worden bevorderd en wordt met de leken, wat de canonieke gevolgen betreft, gelijkgesteld onverminderd de cann. 396[574|+886] en 725[574|+1580].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1434
102
164
102
164
Can. 1434
§ 1. De grote excommunicatie verbiedt behalve al datgene, als bedoeld in can. 1431, § 1[574|+3147], ook de andere sacramenten te ontvangen, de sacramenten en de sacramentaliën te bedienen, ambten, bedieningen of alle mogelijke taken uit te oefenen, bestuurshandelingen te stellen, die, als ze toch gesteld worden, van rechtswege nietig zijn.
§ 1. De grote excommunicatie verbiedt behalve al datgene, als bedoeld in can. 1431, § 1[574|+3147], ook de andere sacramenten te ontvangen, de sacramenten en de sacramentaliën te bedienen, ambten, bedieningen of alle mogelijke taken uit te oefenen, bestuurshandelingen te stellen, die, als ze toch gesteld worden, van rechtswege nietig zijn.
Referenties naar alinea 1434: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De met de grote excommunicatie gestrafte moet van de deelname in de Goddelijke Liturgie en in alle mogelijke andere openbare vieringen van de goddelijke eredienst worden afgeweerd.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Aan de met de grote excommunicatie gestrafte wordt verboden de tevoren aan hem verleende privileges te genieten; hij kan niet geldig een waardigheid, ambt, bediening of andere taak in de Kerk of pensioen verkrijgen en maakt de daarmee verbonden vruchten niet tot de zijne; hij mist ook actief en passief stemrecht.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1435
Can. 1435
§ 1: Als een straf verbiedt de sacramenten of de sacramentaliën te ontvangen, wordt het verbod opgeschort, zolang de beschuldigde in stervensgevaar verkeert.
§ 1: Als een straf verbiedt de sacramenten of de sacramentaliën te ontvangen, wordt het verbod opgeschort, zolang de beschuldigde in stervensgevaar verkeert.
Referenties naar alinea 1435: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als een straf verbiedt de sacramenten of de sacramentaliën te bedienen of een bestuurshandeling te stellen, wordt het verbod opgeschort, zo vaak als dit noodzakelijk is om te zorgen voor Christengelovigen die zich in stervensgevaar bevinden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de straffen voor afzonderlijke delicten (cann. 1436-1467)
1436
Can. 1436
§ 1. Wie enige waarheid, die met het goddelijk en katholiek geloof geloofd moet worden, ontkent of haar in twijfel trekt dan wel het christelijk geloof geheel afwijst en, na wettig gewaarschuwd te zijn, niet tot inkeer komt, dient als ketter dan wel afvallige met de grote excommunicatie te worden gestraft; een clericus kan bovendien met andere straffen worden gestraft de ontzetting niet uitgesloten.
§ 1. Wie enige waarheid, die met het goddelijk en katholiek geloof geloofd moet worden, ontkent of haar in twijfel trekt dan wel het christelijk geloof geheel afwijst en, na wettig gewaarschuwd te zijn, niet tot inkeer komt, dient als ketter dan wel afvallige met de grote excommunicatie te worden gestraft; een clericus kan bovendien met andere straffen worden gestraft de ontzetting niet uitgesloten.
Referenties naar alinea 1436: 1
Leerstellige nota ter verheldering van de laatst vastgestelde formule van de Geloofsbelijdenis ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Behalve deze gevallen, dient wie hardnekkig een leer verwerpt, die door de Paus of het College van Bisschoppen bij de uitoefening van het authentiek leergezag als definitief te onderhouden wordt voorgehouden, of een leer ondersteunt, die als dwalend veroordeeld is, en niet, na wettig gewaarschuwd te zijn, tot inkeer komt, met een passende straf te worden gestraft.
Referenties naar deze alinea: 2
Ad tuendam fidem ->=geentekst=Leerstellige nota ter verheldering van de laatst vastgestelde formule van de Geloofsbelijdenis ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Wie tegen een handeling van de Paus bij het College van Bisschoppen beroep instelt dient met een passende straf te worden gestraft.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 2
Ad tuendam fidem ->=geentekst=Vocare peccatores ->=geentekst=
Notities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+61+64] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1437
Can. 1437
Wie de onderwerping aan het hoogste gezag van de Kerk dan wel de gemeenschap met de daaraan onderworpen Christengelovigen weigert en, na wettig gewaarschuwd te zijn, geen gehoorzaamheid betoont, dient als schismaticus met de grote excommunicatie te worden gestraft.
Wie de onderwerping aan het hoogste gezag van de Kerk dan wel de gemeenschap met de daaraan onderworpen Christengelovigen weigert en, na wettig gewaarschuwd te zijn, geen gehoorzaamheid betoont, dient als schismaticus met de grote excommunicatie te worden gestraft.
Referenties naar alinea 1437: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1438
Can. 1438
Wie met opzet de in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden door het recht voorgeschreven herinnering aan de Hiërarch achterwege laat, dient, als hij, na wettig gewaarschuwd te zijn, niet tot inkeer komt, met een passende straf te worden gestraft de grote excommunicatie niet uitgesloten.
Wie met opzet de in de Goddelijke Liturgie en in de goddelijke getijden door het recht voorgeschreven herinnering aan de Hiërarch achterwege laat, dient, als hij, na wettig gewaarschuwd te zijn, niet tot inkeer komt, met een passende straf te worden gestraft de grote excommunicatie niet uitgesloten.
Referenties naar alinea 1438: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1439
Can. 1439
De ouders of degenen, die de plaats van de ouders innemen, die de kinderen in een niet-katholieke religie laten dopen of opvoeden, dienen met een passende straf te worden gestraft.
De ouders of degenen, die de plaats van de ouders innemen, die de kinderen in een niet-katholieke religie laten dopen of opvoeden, dienen met een passende straf te worden gestraft.
Referenties naar alinea 1439: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1440
Can. 1440
Wie de rechtsnormen over de gemeenschap in eredienst schendt, kan met een passende straf worden gestraft.
Wie de rechtsnormen over de gemeenschap in eredienst schendt, kan met een passende straf worden gestraft.
Referenties naar alinea 1440: 1
Ad exsequendam - De delictis gravioribus ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1441
Can. 1441
Wie gewijde zaken tot een profaan gebruik of tot een slecht doel aanwendt, dient geschorst te worden of van het ontvangen van de Goddelijke Eucharistie te worden afgehouden.
Wie gewijde zaken tot een profaan gebruik of tot een slecht doel aanwendt, dient geschorst te worden of van het ontvangen van de Goddelijke Eucharistie te worden afgehouden.
Referenties naar alinea 1441: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1442
Utrum verbum "abicere" ->=geentekst=
Can. 1442
§ 1. Wie de Goddelijke Eucharistie heeft weggeworpen dan wel voor een heiligschennend doel heeft weggenomen of achtergehouden, dient met de grote excommunicatie te worden gestraft en, als hij clericus is, ook met andere straffen de ontzetting niet uitgesloten.
Geldig tot 29 juni 2023: Wie de Goddelijke Eucharistie heeft weggeworpen dan wel voor een heiligschennend doel heeft weggenomen of achtergehouden, dient met de grote excommunicatie te worden gestraft en, als hij clericus is, ook met andere straffen de ontzetting niet uitgesloten.
§ 1. Wie de Goddelijke Eucharistie heeft weggeworpen dan wel voor een heiligschennend doel heeft weggenomen of achtergehouden, dient met de grote excommunicatie te worden gestraft en, als hij clericus is, ook met andere straffen de ontzetting niet uitgesloten.
Geldig tot 29 juni 2023: Wie de Goddelijke Eucharistie heeft weggeworpen dan wel voor een heiligschennend doel heeft weggenomen of achtergehouden, dient met de grote excommunicatie te worden gestraft en, als hij clericus is, ook met andere straffen de ontzetting niet uitgesloten.
Referenties naar alinea 1442: 2
Ad exsequendam - De delictis gravioribus ->=geentekst=Utrum verbum "abicere" ->=geentekst=
Notities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd en dit lid is hernummerd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+65+66] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De beschuldigde van het wijden tot een heiligschennend doel van beide heilige gaven of van één ervan bij de viering van de Goddelijke Liturgie of daarbuiten, dient naar de ernst van het delict te worden gestraft de ontzetting niet uitgesloten.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 2
Ad exsequendam - De delictis gravioribus ->=geentekst=Vocare peccatores ->=geentekst=
Notities bij deze alinea
Nieuw lid toegevoegd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+65+67] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1443
Ad exsequendam - De delictis gravioribus ->=geentekst=
Vocare peccatores ->=geentekst=
Can. 1443
§ 1. Met een passende straf dient te worden gestraft, de grote excommunicatie niet uitgesloten:
Geldig tot 15 mei 2023: Qui Divinae Liturgiae vel aliorum sacramentorum celebrationem simulavit, congrua poena puniatur non exclusa excommunicatione maiore.
§ 1. Met een passende straf dient te worden gestraft, de grote excommunicatie niet uitgesloten:
- 1º wie de viering van de Goddelijke Liturgie of de andere sacramenten heeft voorgewend;
- 2º wie niet tot de priesterlijke orde is verheven heeft getracht de Goddelijke Liturgie te vieren;
- 3º wie, buiten het geval als bedoeld in can. 1457[574|+3189], alhoewel niet in staat om de sacramentele vergeving geldig te geven, getracht heeft die op te leggen, of de sacramentele belijdenis heeft gehoord.
Geldig tot 15 mei 2023: Qui Divinae Liturgiae vel aliorum sacramentorum celebrationem simulavit, congrua poena puniatur non exclusa excommunicatione maiore.
Referenties naar alinea 1443: 3
Algemeen decreet met betrekking het delict van een poging de heilige Wijding toe te dienen aan een vrouw ->=geentekst=Ad exsequendam - De delictis gravioribus ->=geentekst=
Vocare peccatores ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1444
Can. 1444
Wie meineed heeft gepleegd ten overstaan van het kerkelijk gezag dan wel wie, ofschoon onbeëdigd, aan een wettig ondervragende rechter bewust een onwaarheid heeft bevestigd dan wel de waarheid heeft verborgen dan wel wie tot deze delicten heeft aangezet, dient met een passende straf te worden gestraft.
Wie meineed heeft gepleegd ten overstaan van het kerkelijk gezag dan wel wie, ofschoon onbeëdigd, aan een wettig ondervragende rechter bewust een onwaarheid heeft bevestigd dan wel de waarheid heeft verborgen dan wel wie tot deze delicten heeft aangezet, dient met een passende straf te worden gestraft.
Referenties naar alinea 1444: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1445
Can. 1445
§ 1. Wie fysiek geweld tegen een Bisschop heeft aangewend of een ander zwaar onrecht tegen hem heeft begaan, dient met een passende straf te worden gestraft de ontzetting, als hij clericus is, niet uitgesloten; als evenwel hetzelfde delict tegen een Metropoliet, Patriarch of ja zelfs de Paus is gepleegd, dient de beschuldigde te worden gestraft met de grote excommunicatie, waarvan de kwijtschelding in het laatste geval aan de Paus zelf is voorbehouden.
§ 1. Wie fysiek geweld tegen een Bisschop heeft aangewend of een ander zwaar onrecht tegen hem heeft begaan, dient met een passende straf te worden gestraft de ontzetting, als hij clericus is, niet uitgesloten; als evenwel hetzelfde delict tegen een Metropoliet, Patriarch of ja zelfs de Paus is gepleegd, dient de beschuldigde te worden gestraft met de grote excommunicatie, waarvan de kwijtschelding in het laatste geval aan de Paus zelf is voorbehouden.
Referenties naar alinea 1445: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wie dit gedaan heeft tegen een andere clericus, een religieus, een lid van een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven of tegen een leek die feitelijk een kerkelijke taak uitoefent, dient met een passende straf te worden gestraft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1446
Can. 1446
§ 1. Wie de verplichting om het pauselijk geheim te bewaren schendt, dient met de straffen te worden gestraft, waarover in de
§ 2. Wie de verplichting om het pauselijk geheim te bewaren schendt, dient met de straffen te worden gestraft, waarover in de cann. 1429 en 1430[574|+3379 -3383 +3143 -3146 +3390 -3393], puniatur.
§ 3. Wie de taak niet voldoet om een uitvoerbaar sententie of een decreet uit te voeren, waarin een straf wordt opgelegd, dient met een passende straf te worden gestraft, de kleine excommunicatie en de suspensie niet uitgesloten.
§ 4. Wie de kennis van een delict nalaat mede te delen, terwijl hij daartoe volgens het canoniek recht is gehouden, dient volgens de norm van de cann. 1429 en 1430[574|+3379 -3383 +3143 -3146 +3390 -3393] te worden gestraft, ook met toevoeging van andere straffen naar de ernst van het delict.
§ 5. Een clericus die de gewijde bedieningen vrijwillig en onrechtmatig heeft verlaten, gedurende zes opeenvolgende maanden, met de intentie om zich aan het bevoegd gezag van de Kerk te onttrekken, dient naar de ernst van het delict met een suspensie of ook met de in de cann. 1429 en 1430[574|+3379 -3383 +3143 -3146 +3390 -3393] bepaalde straffen te worden gestraft, en in ernstigere gevallen met ontzetting.
Geldig tot 29 juni 2023: Qui proprio Hierarchae legitime praecipienti vel prohibenti non obtemperat et post monitionem in inoboedientia persistit, ut delinquens congrua poena puniatur.
§ 1. Wie de verplichting om het pauselijk geheim te bewaren schendt, dient met de straffen te worden gestraft, waarover in de
§ 2. Wie de verplichting om het pauselijk geheim te bewaren schendt, dient met de straffen te worden gestraft, waarover in de cann. 1429 en 1430[574|+3379 -3383 +3143 -3146 +3390 -3393], puniatur.
§ 3. Wie de taak niet voldoet om een uitvoerbaar sententie of een decreet uit te voeren, waarin een straf wordt opgelegd, dient met een passende straf te worden gestraft, de kleine excommunicatie en de suspensie niet uitgesloten.
§ 4. Wie de kennis van een delict nalaat mede te delen, terwijl hij daartoe volgens het canoniek recht is gehouden, dient volgens de norm van de cann. 1429 en 1430[574|+3379 -3383 +3143 -3146 +3390 -3393] te worden gestraft, ook met toevoeging van andere straffen naar de ernst van het delict.
§ 5. Een clericus die de gewijde bedieningen vrijwillig en onrechtmatig heeft verlaten, gedurende zes opeenvolgende maanden, met de intentie om zich aan het bevoegd gezag van de Kerk te onttrekken, dient naar de ernst van het delict met een suspensie of ook met de in de cann. 1429 en 1430[574|+3379 -3383 +3143 -3146 +3390 -3393] bepaalde straffen te worden gestraft, en in ernstigere gevallen met ontzetting.
Geldig tot 29 juni 2023: Qui proprio Hierarchae legitime praecipienti vel prohibenti non obtemperat et post monitionem in inoboedientia persistit, ut delinquens congrua poena puniatur.
Referenties naar alinea 1446: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1447
Can. 1447
§ 1. Wie tweespalt of haat jegens welke Hiërarch dan ook aanwakkert dan wel onderdanen tot ongehoorzaamheid tegen hem uitdaagt, dient met een passende straf te worden gestraft de grote excommunicatie niet uitgesloten, vooral als dit delict jegens een Patriarch of ja zelfs jegens de Paus is gepleegd.
§ 1. Wie tweespalt of haat jegens welke Hiërarch dan ook aanwakkert dan wel onderdanen tot ongehoorzaamheid tegen hem uitdaagt, dient met een passende straf te worden gestraft de grote excommunicatie niet uitgesloten, vooral als dit delict jegens een Patriarch of ja zelfs jegens de Paus is gepleegd.
Referenties naar alinea 1447: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wie de vrijheid van bediening of van verkiezing of van kerkelijke macht dan wel het wettig gebruik van wereldse goederen van de Kerk heeft verhinderd dan wel een kiezer of degene, die een macht of bediening uitoefent, vrees heeft aangejaagd, dient met een passende straf te worden gestraft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1448
Can. 1448
§ 1. Wie of door een openbare voorstelling of een toespraak of in een in het openbaar verspreid geschrift of op een andere wijze de middelen van sociale communicatie gebruikend een godslastering naar voren brengt dan wel de goede zeden ernstig schaadt dan wel tegen de religie of de Kerk beledigingen uit of haat of minachting opwekt, dient met een passende straf te worden gestraft.
§ 1. Wie of door een openbare voorstelling of een toespraak of in een in het openbaar verspreid geschrift of op een andere wijze de middelen van sociale communicatie gebruikend een godslastering naar voren brengt dan wel de goede zeden ernstig schaadt dan wel tegen de religie of de Kerk beledigingen uit of haat of minachting opwekt, dient met een passende straf te worden gestraft.
Referenties naar alinea 1448: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Wie lid wordt van een vereniging die tegen de Kerk samenspant, dient met een passende straf te worden gestraft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1449
1152 §2 2º
1152 §2 2º
Can. 1449
§ 1. Met de straffen, waarover in de cann. 1429 en 1430[574|+3379 -3383 +3143 -3146 +3390 -3393], dient te worden gestraft, onverminderd de plicht om de schade te herstellen:
Geldig tot 29 juni 2023: Wie kerkelijk eigendom vervreemdt zonder de voorgeschreven toestemming of vergunning, zal worden bestraft met een passende straf.
§ 1. Met de straffen, waarover in de cann. 1429 en 1430[574|+3379 -3383 +3143 -3146 +3390 -3393], dient te worden gestraft, onverminderd de plicht om de schade te herstellen:
- 1º wie kerkelijke goederen wegneemt of verhindert dat de opbrengsten ervan worden ontvangen;
- 2º wie zonder voorgeschreven raadpleging, instemming of verlof dan wel zonder een andere volgens het recht voor de geldigheid of de geoorloofdheid opgelegd vereiste kerkelijke goederen vervreemd of daaromtrent een administratieve handeling stelt;
- wie onrechtmatig voordeel haalt uit giften, waarover in can. 715, voor de viering van de Goddelijke Liturgie of voor de Liturgie van de Voorafgewijde Gaven of voor de gedachtenissen in de Goddelijke Liturgie.
- 1º wie op grond van zijn zwaar verwijtbaar nalaten van de verschuldigde zorgvuldigheid of op grond van ernstig verwijtbare onwetendheid over de wet of een voorschrift, het delict waarover in § 1, n. 2 pleegt;
- 2º wie ernstig nalatig in het beheer van kerkelijke goederen is gebleken.
Geldig tot 29 juni 2023: Wie kerkelijk eigendom vervreemdt zonder de voorgeschreven toestemming of vergunning, zal worden bestraft met een passende straf.
Referenties naar alinea 1449: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1450
1152 §2 2º
1152 §2 2º
Can. 1450
§ 1. Wie doodslag heeft gepleegd, dient te worden gestraft met de grote excommunicatie; een clericus bovendien dient met andere straffen te worden gestraft de ontzetting niet uitgesloten.
§ 1. Wie doodslag heeft gepleegd, dient te worden gestraft met de grote excommunicatie; een clericus bovendien dient met andere straffen te worden gestraft de ontzetting niet uitgesloten.
Referenties naar alinea 1450: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1152 §2 2º
§ 2. Op dezelfde wijze dient te worden gestraft, wie vruchtafdrijving heeft bewerkt met daadwerkelijk gevolg, onverminderd can. 728, § 2[574|+1588].
Referenties naar deze alinea: 2
Evangelium Vitae ->=geentekst=Dignitas Personae ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1451
1152 §2 2º
1152 §2 2º
Can. 1451
Wie een mens heeft ontvoerd dan wel onrechtmatig vasthoudt, ernstig heeft verwond of verminkt, hem fysieke of psychische marteling heeft aangedaan, dient met een passende straf te worden gestraft de grote excommunicatie niet uitgesloten.
Wie een mens heeft ontvoerd dan wel onrechtmatig vasthoudt, ernstig heeft verwond of verminkt, hem fysieke of psychische marteling heeft aangedaan, dient met een passende straf te worden gestraft de grote excommunicatie niet uitgesloten.
Referenties naar alinea 1451: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1452
Can. 1452
Wie iemand een zwaar onrecht heeft aangedaan of zijn goede faam door middel van laster ernstig heeft geschaad, dient gedwongen te worden om passende genoegdoening te verschaffen; als hij evenwel heeft geweigerd, dient hij met de kleine excommunicatie of met een schorsing te worden gestraft.
Wie iemand een zwaar onrecht heeft aangedaan of zijn goede faam door middel van laster ernstig heeft geschaad, dient gedwongen te worden om passende genoegdoening te verschaffen; als hij evenwel heeft geweigerd, dient hij met de kleine excommunicatie of met een schorsing te worden gestraft.
Referenties naar alinea 1452: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1453
1152 §2 2º
1152 §2 2º
Can. 1453
§ 1. Een in concubinaat levende of op een andere wijze in uitwendige zonde tegen de kuisheid met ergernis volhardende clericus dient met een schorsing te worden gestraft, waaraan bij voortduring van het delict andere straffen geleidelijk kunnen worden toegevoegd tot aan de ontzetting.
§ 1. Een in concubinaat levende of op een andere wijze in uitwendige zonde tegen de kuisheid met ergernis volhardende clericus dient met een schorsing te worden gestraft, waaraan bij voortduring van het delict andere straffen geleidelijk kunnen worden toegevoegd tot aan de ontzetting.
Referenties naar alinea 1453: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1152 §2 2º
§ 2. De clericus, die een verboden huwelijk heeft geprobeerd, dient te worden ontzet.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1152 §2 2º
§ 3. Een clericus die zich op andere wijze in strijd met de kuisheid schuldig maakt, wanneer dit delict althans in het openbaar gepleegd is, dient met passende straffen te worden gestraft, de ontzetting, als de zaak dit vereist, niet uitgesloten.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Oude tekst verplaatst naar can. 1453 § 6 en nieuwe tekst toegevoegd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1152 §2 2º
§ 4. Met dezelfde straf, waarover in § 3[574|+3184], dient een clericus te worden gestraft die met geweld, bedreiging of misbruik van zijn gezag een delict tegen de kuisheid heeft gepleegd dan wel iemand heeft gedwongen om seksuele handelingen te verrichten of te ondergaan.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Nieuwe tekst toegevoegd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 5. Met de ontneming van een ambt of met andere passende straffen, de ontzetting niet uitgezonderd, als de zaak dat met zich meebrengt, dient een clericus te worden gestraft:
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Nieuwe tekst toegevoegd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1º die een delict heeft gepleegd tegen de kuisheid met een minderjarige of met een persoon die gewoonlijk het gebruik van het verstand mist of aan wie het recht dezelfde bescherming biedt;
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Nieuwe tekst toegevoegd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2º die een minderjarige dan wel een persoon die gewoonlijk het gebruik van het verstand mist dan wel een persoon aan wie het recht dezelfde bescherming biedt, voor zich ertoe aanzet dan wel verleidt, om zich op pornografische wijze te tonen of aan pornografische vertoningen, zowel echte als gesimuleerde, te laten deelnemen;
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Nieuwe tekst toegevoegd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3º die in strijd met de goede zeden voor zichzelf verwerft, bewaart, vertoont of verspreid, op welke wijze en met welke middelen dan ook, pornografische beelden van minderjarigen of van personen die gewoonlijk het gebruik van het verstand missen.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Nieuwe tekst toegevoegd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1152 §2 2º
§ 6. Een religieus, die de openbare eeuwige gelofte van kuisheid heeft afgelegd en niet in de gewijde orde is aangesteld, die de delicten pleegt waarover in de §§ 1 en 2[574|+3182 +3183] dient met een passende straf te worden gestraft.
Geldig tot 29 juni 2023: § 3. Religiosus, qui votum publicum perpetuum castitatis emisit et non est in ordine sacro constitutus, haec delicta committens congrua poena puniatur.
Geldig tot 29 juni 2023: § 3. Religiosus, qui votum publicum perpetuum castitatis emisit et non est in ordine sacro constitutus, haec delicta committens congrua poena puniatur.
Referenties naar deze alinea: 1
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Tekst overgenomen van vorige can. 1453 § 3 conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1152 §2 2º
§ 7. Een religieus of een lid van een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven en welke leek dan ook die een bepaalde waardigheid geniet dan wel een ambt of een taak in de Kerk uitoefent, dient als hij het delict heeft gepleegd waarover in de §§ 3-5[574|+3184 +3396 -3400], naar de ernst van het delict met een passende straf te worden gestraft.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 2
Vos Estis Lux Mundi (ad experimentum) ->=geentekst=Vocare peccatores ->=geentekst=
Notities bij deze alinea
Nieuwe tekst toegevoegd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1454
Can. 1454
Wie valselijk iemand inzake welk delict dan ook heeft aangegeven, dient met een passende straf te worden gestraft, de grote excommunicatie niet uitgesloten, vooral als een biechtvader, Hiërarch, clericus, religieus, lid van een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven dan wel een leek die in een kerkelijke taak is aangesteld, wordt aangegeven onverminderd can. 731[574|731].
Wie valselijk iemand inzake welk delict dan ook heeft aangegeven, dient met een passende straf te worden gestraft, de grote excommunicatie niet uitgesloten, vooral als een biechtvader, Hiërarch, clericus, religieus, lid van een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven dan wel een leek die in een kerkelijke taak is aangesteld, wordt aangegeven onverminderd can. 731[574|731].
Referenties naar alinea 1454: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1455
Can. 1455
Wie een kerkelijk document als vals heeft vervaardigd dan wel daarin een onwaarheid heeft beweerd dan wel wie ieder mogelijk vals of gewijzigd document bewust heeft gebruikt in een kerkelijke zaak dan wel een echt document heeft gewijzigd, vernield of verduisterd, dient met een passende straf te worden gestraft.
Wie een kerkelijk document als vals heeft vervaardigd dan wel daarin een onwaarheid heeft beweerd dan wel wie ieder mogelijk vals of gewijzigd document bewust heeft gebruikt in een kerkelijke zaak dan wel een echt document heeft gewijzigd, vernield of verduisterd, dient met een passende straf te worden gestraft.
Referenties naar alinea 1455: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1456
1456 §3
Ad exsequendam - De delictis gravioribus ->=geentekst=
1456 §3
Can. 1456
§ 1. De biechtvader, die het biechtgeheim direct heeft geschonden, dient met de grote excommunicatie te worden gestraft onverminderd can. 728, § 1, n. 1[574|+1586]; als hij evenwel op een andere wijze dit geheim heeft verbroken, dient hij met een passende straf te worden gestraft.
§ 1. De biechtvader, die het biechtgeheim direct heeft geschonden, dient met de grote excommunicatie te worden gestraft onverminderd can. 728, § 1, n. 1[574|+1586]; als hij evenwel op een andere wijze dit geheim heeft verbroken, dient hij met een passende straf te worden gestraft.
Referenties naar alinea 1456: 2
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Ad exsequendam - De delictis gravioribus ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1456 §3
De tolk en anderen waarover in can. 733, § 2[574|733], die het geheim hebben geschonden, en ook zij die informatie uit de biecht hebben verkregen op welke wijze ook, dienen met een passende straf te worden gestraft, de kleine excommunicatie of de suspensie niet uitgesloten.
Geldig tot 29 juni 2023: § 2. Qui notitias ex confessione habere quoquo modo conatus est vel illas iam habitas aliis transmisit, excommunicatione minore aut suspensione puniatur.
Geldig tot 29 juni 2023: § 2. Qui notitias ex confessione habere quoquo modo conatus est vel illas iam habitas aliis transmisit, excommunicatione minore aut suspensione puniatur.
Referenties naar deze alinea: 1
Catechismus van de Katholieke Kerk ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Gewijzigde tekst conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Onverminderd de voorschriften van de §§ 1 en 2[574|+3187 -3188], dient wie dan ook die met welk technisch middel dan ook vastlegt dan wel kwaadwillig in de sociale communicatiemedia dan wel op andere wijze verspreidt, wat in de sacramentele belijdenis, zowel als fictief, door de biechtvader of de boeteling werd gezegd, naar de ernst van het delict te worden gestraft, de ontzetting, als het om een clericus gaat, niet uitgesloten.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Nieuwe tekst toegevoegd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1457
Vocare peccatores ->=geentekst=
Can. 1457
Een priester, die een medeplichtige in een zonde tegen de kuisheid heeft vergeven, dient met de grote excommunicatie te worden gestraft onverminderd can. 728, § 1, n. 2[574|+1587].
Een priester, die een medeplichtige in een zonde tegen de kuisheid heeft vergeven, dient met de grote excommunicatie te worden gestraft onverminderd can. 728, § 1, n. 2[574|+1587].
Referenties naar alinea 1457: 2
Ad exsequendam - De delictis gravioribus ->=geentekst=Vocare peccatores ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1458
Can. 1458
Een priester, die in de handeling of bij gelegenheid of onder voorwendsel van een biecht een boeteling tot een zonde tegen de kuisheid heeft aangezet, dient met een passende straf te worden gestraft de ontzetting niet uitgesloten.
Een priester, die in de handeling of bij gelegenheid of onder voorwendsel van een biecht een boeteling tot een zonde tegen de kuisheid heeft aangezet, dient met een passende straf te worden gestraft de ontzetting niet uitgesloten.
Referenties naar alinea 1458: 1
Ad exsequendam - De delictis gravioribus ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1459
Can. 1459
§ 1. De Bisschoppen, die iemand zonder opdracht van het bevoegd gezag de bisschoppelijke wijding hebben bediend, en hij, die van dezen op deze wijze de wijding heeft ontvangen, dienen met de grote excommunicatie te worden gestraft.
§ 1. De Bisschoppen, die iemand zonder opdracht van het bevoegd gezag de bisschoppelijke wijding hebben bediend, en hij, die van dezen op deze wijze de wijding heeft ontvangen, dienen met de grote excommunicatie te worden gestraft.
Referenties naar alinea 1459: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een Bisschop, die iemand de diaconale of presbyterale wijding in strijd met de voorschriften van de canones heeft bediend, dient met een passende straf te worden gestraft.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Zowel wie poogt de sacramentele wijding aan een vrouw te bedienen, als de vrouw die probeert de heilige wijding te ontvangen, dient met de grote excommunicatie, gereserveerd aan de Apostolische Stoel, te worden gestraft; een clericus kan daarnaast met de ontzetting worden gestraft.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Nieuwe tekst toegevoegd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Wie tot de heilige wijding toetreedt, terwijl hij gebonden is door de doelbewust verzwegen straf van de grote of de kleine excommunicatie of door een beletsel, dient naast datgene dat in can. 763, n. 1[574|+1665] wordt bepaald, van de ontvangen heilige wijding worden gesuspendeerd.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Nieuwe tekst toegevoegd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1460
Can. 1460
Wie zich tot het burgerlijk gezag direct of indirect heeft gewend, opdat hij op verzoek daarvan een heilige wijding, ambt, bediening of andere taak in de Kerk verkreeg, dient met een passende straf te worden gestraft de grote excommunicatie niet uitgesloten en, als het om een clericus gaat, ook de ontzetting.
Wie zich tot het burgerlijk gezag direct of indirect heeft gewend, opdat hij op verzoek daarvan een heilige wijding, ambt, bediening of andere taak in de Kerk verkreeg, dient met een passende straf te worden gestraft de grote excommunicatie niet uitgesloten en, als het om een clericus gaat, ook de ontzetting.
Referenties naar alinea 1460: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1461
Can. 1461
Wie een heilige wijding op basis van simonie heeft bediend of ontvangen, dient te worden ontzet; wie evenwel de andere sacramenten op basis van simonie heeft bediend of ontvangen, dient met een passende straf te worden gestraft de grote excommunicatie niet uitgesloten.
Wie een heilige wijding op basis van simonie heeft bediend of ontvangen, dient te worden ontzet; wie evenwel de andere sacramenten op basis van simonie heeft bediend of ontvangen, dient met een passende straf te worden gestraft de grote excommunicatie niet uitgesloten.
Referenties naar alinea 1461: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1462
Can. 1462
Wie een ambt, bediening of andere taak in de Kerk op basis van simonie heeft verkregen, heeft verleend dan wel zich op welke wijze dan ook heeft toegeëigend dan wel onwettig behoudt of aan anderen heeft overgedragen of uitvoert, dient met een passende straf te worden gestraft de grote excommunicatie niet uitgesloten.
Wie een ambt, bediening of andere taak in de Kerk op basis van simonie heeft verkregen, heeft verleend dan wel zich op welke wijze dan ook heeft toegeëigend dan wel onwettig behoudt of aan anderen heeft overgedragen of uitvoert, dient met een passende straf te worden gestraft de grote excommunicatie niet uitgesloten.
Referenties naar alinea 1462: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1463
1152 §2 2º
1152 §2 2º
Can. 1463
Wie wat dan ook geschonken of beloofd heeft, opdat iemand in de uitoefening van een ambt, bediening of andere taak in de Kerk onwettig iets deed of achterwege liet, dient met een passende straf te worden gestraft; eveneens, wie deze geschenken of beloften heeft aanvaard. Onverminderd de plicht om in beide gevallen de schade te herstellen.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Qui quidvis donavit vel pollicitus est, ut aliquis officium, ministerium vel aliud munus in Ecclesia exercens illegitime aliquid ageret vel omitteret, congrua poena puniatur; item, qui ea dona vel pollicitationes acceptavit.
Wie wat dan ook geschonken of beloofd heeft, opdat iemand in de uitoefening van een ambt, bediening of andere taak in de Kerk onwettig iets deed of achterwege liet, dient met een passende straf te worden gestraft; eveneens, wie deze geschenken of beloften heeft aanvaard. Onverminderd de plicht om in beide gevallen de schade te herstellen.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Qui quidvis donavit vel pollicitus est, ut aliquis officium, ministerium vel aliud munus in Ecclesia exercens illegitime aliquid ageret vel omitteret, congrua poena puniatur; item, qui ea dona vel pollicitationes acceptavit.
Referenties naar alinea 1463: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Gewijzigde tekst conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1152 §2 2º
§ 2. Wie in de uitoefening van een ambt, een bediening of een taak een vergoeding hoger dan is vastgesteld dan wel aanvullende bedragen dan wel iets voor eigen gewin verlangt, dient met een passende geldboete of met andere straffen, de ontneming van een ambt niet uitgesloten, worden gestraft, onverminderd de plicht om de schade te herstellen.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Nieuwe tekst toegevoegd conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1464
1152 §2 2º
1152 §2 2º
Can. 1464
§ 1. Wie behalve de door het recht reeds voorziene gevallen een macht, ambt, bediening of andere taak in de Kerk door middel van een handeling of het achterwege laten heeft misbruikt, dient met een passende straf te worden gestraft de ontneming daarvan niet uitgesloten, tenzij voor dit misbruik een andere straf door een wet of voorschrift is bepaald, onverminderd de plicht om de schade te herstellen.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Wie behalve de door het recht reeds voorziene gevallen een macht, ambt, bediening of andere taak in de Kerk door middel van een handeling of het achterwege laten heeft misbruikt, dient met een passende straf te worden gestraft de ontneming daarvan niet uitgesloten, tenzij voor dit misbruik een andere straf door een wet of voorschrift is bepaald.
§ 1. Wie behalve de door het recht reeds voorziene gevallen een macht, ambt, bediening of andere taak in de Kerk door middel van een handeling of het achterwege laten heeft misbruikt, dient met een passende straf te worden gestraft de ontneming daarvan niet uitgesloten, tenzij voor dit misbruik een andere straf door een wet of voorschrift is bepaald, onverminderd de plicht om de schade te herstellen.
Geldig tot 29 juni 2023: § 1. Wie behalve de door het recht reeds voorziene gevallen een macht, ambt, bediening of andere taak in de Kerk door middel van een handeling of het achterwege laten heeft misbruikt, dient met een passende straf te worden gestraft de ontneming daarvan niet uitgesloten, tenzij voor dit misbruik een andere straf door een wet of voorschrift is bepaald.
Referenties naar alinea 1464: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Gewijzigde tekst conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1152 §2 2º
§ 2. Wie evenwel uit verwijtbare nalatigheid een handeling van een macht, ambt, bediening of andere taak in de Kerk onwettig met schade voor een ander heeft gesteld of achterwege gelaten, dient met een passende straf te worden gestraft, onverminderd de plicht om de schade te herstellen.
Geldig tot 29 juni 2023: § 2. Wie evenwel uit verwijtbare nalatigheid een handeling van een macht, ambt, bediening of andere taak in de Kerk onwettig met schade voor een ander heeft gesteld of achterwege gelaten, dient met een passende straf te worden gestraft.
Geldig tot 29 juni 2023: § 2. Wie evenwel uit verwijtbare nalatigheid een handeling van een macht, ambt, bediening of andere taak in de Kerk onwettig met schade voor een ander heeft gesteld of achterwege gelaten, dient met een passende straf te worden gestraft.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Gewijzigde tekst conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1465
Can. 1465
Wie in de uitoefening van een ambt, bediening of andere taak in de Kerk, in welke Kerk sui iuris dan ook, ook in de Latijnse Kerk, hij opgenomen is, het heeft gewaagd welke Christengelovige dan ook in strijd met can. 31[al:31] tot de overgang naar een andere Kerk sui iuris op welke wijze dan ook aan te zetten, dient met een passende straf te worden gestraft.
Wie in de uitoefening van een ambt, bediening of andere taak in de Kerk, in welke Kerk sui iuris dan ook, ook in de Latijnse Kerk, hij opgenomen is, het heeft gewaagd welke Christengelovige dan ook in strijd met can. 31[al:31] tot de overgang naar een andere Kerk sui iuris op welke wijze dan ook aan te zetten, dient met een passende straf te worden gestraft.
Referenties naar alinea 1465: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1466
1152 §2 2º
1152 §2 2º
Can. 1466
§ 1. Een clericus, religieus of lid van een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven, die zaken doet dan wel handel drijft in strijd met de voorschriften van de canones, dient met een passende straf te worden gestraft.
Geldig tot 29 juni 2023: Een clericus, religieus of lid van een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven, die zaken doet dan wel handel drijft in strijd met de voorschriften van de canones, dient met een passende straf te worden gestraft.
§ 1. Een clericus, religieus of lid van een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven, die zaken doet dan wel handel drijft in strijd met de voorschriften van de canones, dient met een passende straf te worden gestraft.
Geldig tot 29 juni 2023: Een clericus, religieus of lid van een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven, die zaken doet dan wel handel drijft in strijd met de voorschriften van de canones, dient met een passende straf te worden gestraft.
Referenties naar alinea 1466: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Gewijzigde tekst conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1152 §2 2º
§ 2. Een clericus, religieus of lid van een kloostergelijk genootschap van gemeenschappelijk leven, die, naast de gevallen waarin in het recht reeds heeft voorzien, in economische zaken een delict pleegt, of de voorschriften waarover in can. 385 § 3[574|+869] ernstig schendt, dient met een passende straf te worden gestraft, onverminderd de plicht om de schade te herstellen.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Bovenstaande tekst is geldig vanaf 29 juni 2023.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Nieuwe tekst conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1467
Can. 1467
Wie de hem op grond van een straf opgelegde verplichtingen schendt, dient met andere toegevoegde straffen te worden gestraft.
Geldig tot 29 juni 2023: Wie de hem op grond van een straf opgelegde verplichtingen schendt, kan worden bestraft met een zwaardere straf.
Wie de hem op grond van een straf opgelegde verplichtingen schendt, dient met andere toegevoegde straffen te worden gestraft.
Geldig tot 29 juni 2023: Wie de hem op grond van een straf opgelegde verplichtingen schendt, kan worden bestraft met een zwaardere straf.
Referenties naar alinea 1467: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Notities bij deze alinea
Gewijzigde tekst conform Motu Proprio Vocare peccatores, [8865|+88] van Paus Franciscus, d.d. 20-03-2023, en van kracht vanaf 29-06-2023.Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XXVIII - Over de procedure bij het opleggen van straffen (cann. 1468-1487)
- Hoofdstuk I - Over het strafgeding (cann. 1468-1485)
- Art. I - Over het vooronderzoek (cann. 1468-1470)
1468
Can. 1468
§ 1. Zo vaak als de Hiërarch tenminste waarschijnlijke kennis heeft van een delict, dient hij behoedzaam onderzoek te doen persoonlijk of door tussenkomst van een andere geschikte persoon met betrekking tot de feiten en omstandigheden, tenzij dit onderzoek geheel en al overbodig lijkt.
§ 1. Zo vaak als de Hiërarch tenminste waarschijnlijke kennis heeft van een delict, dient hij behoedzaam onderzoek te doen persoonlijk of door tussenkomst van een andere geschikte persoon met betrekking tot de feiten en omstandigheden, tenzij dit onderzoek geheel en al overbodig lijkt.
Referenties naar alinea 1468: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Er moet verhoed worden, dat op grond van dit onderzoek de goede naam van iemand in het geding komt.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Wie het onderzoek verricht, heeft in de procesgang dezelfde machten en plichten als een auditor; en hij kan niet, als daarna het strafgeding wordt ingezet, daarin als rechter optreden.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1469
Can. 1469
§ 1. Onverminderd de cann. 1403[574|+3087 -3088] en 1411[574|1411] dient de Hiërarch, als het onderzoek voldoende voorbereid lijkt te zijn, te beslissen, of de procedure bij het opleggen van straffen moet worden ingezet, en, als hij bevestigend beslist, of door middel van een strafgeding of door middel van een buitengerechtelijk decreet moet worden gehandeld.
§ 1. Onverminderd de cann. 1403[574|+3087 -3088] en 1411[574|1411] dient de Hiërarch, als het onderzoek voldoende voorbereid lijkt te zijn, te beslissen, of de procedure bij het opleggen van straffen moet worden ingezet, en, als hij bevestigend beslist, of door middel van een strafgeding of door middel van een buitengerechtelijk decreet moet worden gehandeld.
Referenties naar alinea 1469: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De Hiërarch dient zijn besluit te herroepen of te wijzigen, zo vaak als uit nieuwe feiten en omstandigheden hem lijkt dat iets anders besloten moet worden.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Voordat hij iets ter zake besluit, dient de Hiërarch de van het delict aangeklaagde en de promotor van de gerechtigheid en, als hijzelf het wijs oordeelt, twee rechters of andere rechtskundigen te horen; de Hiërarch dient ook te overwegen, of het om nutteloze rechtsgedingen te vermijden dienstig is, dat met de instemming van de partijen hijzelf of een onderzoeker het vraagpunt over de schaden naar redelijkheid en billijkheid beslecht.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1470
Can. 1470
De akten van het onderzoek en de decreten van de Hiërarch, waarmee het onderzoek wordt begonnen of afgesloten, en al datgene, wat aan het onderzoek voorafgaat, dienen, als ze niet noodzakelijk zijn voor de procedure bij het opleggen van straffen, in het geheim archief van de curie te worden bewaard.
De akten van het onderzoek en de decreten van de Hiërarch, waarmee het onderzoek wordt begonnen of afgesloten, en al datgene, wat aan het onderzoek voorafgaat, dienen, als ze niet noodzakelijk zijn voor de procedure bij het opleggen van straffen, in het geheim archief van de curie te worden bewaard.
Referenties naar alinea 1470: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over het verloop van het strafgeding (cann. 1471-1482)
1471
Can. 1471
§ 1. Met behoud van de canones van deze titel moeten in een strafgeding toegepast worden, tenzij de aard van de zaak in de weg staat, de canones over de rechtsgedingen in het algemeen en over het gewoon contentieus rechtsgeding en eveneens de bijzondere normen over de zaken, die op het openbaar welzijn betrekking hebben, niet evenwel de canones over het verkort contentieus rechtsgeding.
§ 1. Met behoud van de canones van deze titel moeten in een strafgeding toegepast worden, tenzij de aard van de zaak in de weg staat, de canones over de rechtsgedingen in het algemeen en over het gewoon contentieus rechtsgeding en eveneens de bijzondere normen over de zaken, die op het openbaar welzijn betrekking hebben, niet evenwel de canones over het verkort contentieus rechtsgeding.
Referenties naar alinea 1471: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De aangeklaagde is niet gehouden om het delict te bekennen en hem kan de eed niet worden opgelegd.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1472
1152 §3
Vocare peccatores ->=geentekst=
1152 §3
Can. 1472
§ 1. Als de Hiërarch besloten heeft, dat een strafgeding begonnen moet worden, dient hij de akten van het onderzoek aan de promotor van de gerechtigheid over te dragen, die de aanklacht volgens de norm van de cann. 1185[574|1185] en 1187[574|+2614 -2618] aan de rechter moet voorleggen.
§ 1. Als de Hiërarch besloten heeft, dat een strafgeding begonnen moet worden, dient hij de akten van het onderzoek aan de promotor van de gerechtigheid over te dragen, die de aanklacht volgens de norm van de cann. 1185[574|1185] en 1187[574|+2614 -2618] aan de rechter moet voorleggen.
Referenties naar alinea 1472: 2
Vocare peccatores ->=geentekst=Vocare peccatores ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Ten overstaan van een hogere rechtbank vervult de bij die rechtbank aangestelde promotor van de gerechtigheid de rol van eiser.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1473
Can. 1473
Om ergernissen te voorkomen, om de vrijheid van de getuigen te beschermen en om de loop van de gerechtigheid te bewaren, kan de Hiërarch gehoord de promotor van de gerechtigheid en na dagvaarding van de aangeklaagde zelf in iedere mogelijke stand en instantie van het strafgeding de aangeklaagde van de uitoefening van de gewijde orde, een ambt, bediening of andere taak afweren, hem het verblijf op enige plaats of in enig territorium opleggen of verbieden, of ook het openbaar ontvangen van de Goddelijke Eucharistie verbieden; dit alles moet worden herroepen bij het vervallen van de grond en eindigt van rechtswege bij het vervallen van het strafgeding.
Om ergernissen te voorkomen, om de vrijheid van de getuigen te beschermen en om de loop van de gerechtigheid te bewaren, kan de Hiërarch gehoord de promotor van de gerechtigheid en na dagvaarding van de aangeklaagde zelf in iedere mogelijke stand en instantie van het strafgeding de aangeklaagde van de uitoefening van de gewijde orde, een ambt, bediening of andere taak afweren, hem het verblijf op enige plaats of in enig territorium opleggen of verbieden, of ook het openbaar ontvangen van de Goddelijke Eucharistie verbieden; dit alles moet worden herroepen bij het vervallen van de grond en eindigt van rechtswege bij het vervallen van het strafgeding.
Referenties naar alinea 1473: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1474
1152 §3
Vocare peccatores ->=geentekst=
1152 §3
Can. 1474
De rechter moet bij het dagvaarden van de aangeklaagde hem uitnodigen om een advocaat te kiezen binnen een vastgestelde tijd; en na het nutteloos verstrijken daarvan dient dezelfde rechter ambtshalve een advocaat voor de aangeklaagde aan te stellen, die zo lang in functie zal blijven, als de aangeklaagde voor zich geen advocaat zal hebben aangesteld.
De rechter moet bij het dagvaarden van de aangeklaagde hem uitnodigen om een advocaat te kiezen binnen een vastgestelde tijd; en na het nutteloos verstrijken daarvan dient dezelfde rechter ambtshalve een advocaat voor de aangeklaagde aan te stellen, die zo lang in functie zal blijven, als de aangeklaagde voor zich geen advocaat zal hebben aangesteld.
Referenties naar alinea 1474: 2
Vocare peccatores ->=geentekst=Vocare peccatores ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1475
Can. 1475
§ 1. In iedere mogelijke instantie van het rechtsgeding kan het afzien van de behandeling van het proces door de promotor van de gerechtigheid worden gedaan in opdracht of met de instemming van de Hiërarch, op wiens overweging het rechtsgeding is ingezet.
§ 1. In iedere mogelijke instantie van het rechtsgeding kan het afzien van de behandeling van het proces door de promotor van de gerechtigheid worden gedaan in opdracht of met de instemming van de Hiërarch, op wiens overweging het rechtsgeding is ingezet.
Referenties naar alinea 1475: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het afzien moet, om geldig te zijn, door de aangeklaagde worden aanvaard, tenzij deze van het rechtsgeding afwezig is verklaard.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1476
Can. 1476
Behalve de schriftelijk gegeven verdedigingen en opmerkingen, als er enige waren, moet de bespreking van de zaak mondeling worden verricht.
Behalve de schriftelijk gegeven verdedigingen en opmerkingen, als er enige waren, moet de bespreking van de zaak mondeling worden verricht.
Referenties naar alinea 1476: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1477
Can. 1477
§ 1. De bespreking wonen bij de promotor van de gerechtigheid, de aangeklaagde en zijn advocaat, de benadeelde partij, als bedoeld in can. 1483, § 1[574|+3232] en haar advocaat.
§ 1. De bespreking wonen bij de promotor van de gerechtigheid, de aangeklaagde en zijn advocaat, de benadeelde partij, als bedoeld in can. 1483, § 1[574|+3232] en haar advocaat.
Referenties naar alinea 1477: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De rechtbank is bevoegd deskundigen, die werk in de zaak hebben verricht, tot de bespreking op te roepen, opdat zij hun deskundigheden uiteen kunnen zetten.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1478
Can. 1478
In de bespreking van de zaak heeft de aangeklaagde altijd het recht, dat of hijzelf of zijn advocaat als laatste spreekt.
In de bespreking van de zaak heeft de aangeklaagde altijd het recht, dat of hijzelf of zijn advocaat als laatste spreekt.
Referenties naar alinea 1478: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1479
Can. 1479
§ 1. Nadat de bespreking is voltooid, dient de rechtbank de sententie uit te vaardigen.
§ 1. Nadat de bespreking is voltooid, dient de rechtbank de sententie uit te vaardigen.
Referenties naar alinea 1479: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als uit de bespreking de noodzaak tevoorschijn is gekomen om nieuwe bewijzen te verzamelen, dient de rechtbank met uitstel van de beslissing van de zaak de nieuwe bewijzen te verzamelen.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1480
Can. 1480
Het beslissend deel van de sententie moet terstond openbaar worden gemaakt, tenzij de rechtbank om een zwaarwegende reden besluit, dat de beslissing geheim gehouden moet worden tot aan de formele betekening van de sententie, die nooit langer dan een maand te rekenen vanaf de dag, waarop de strafzaak is beslist, kan worden uitgesteld.
Het beslissend deel van de sententie moet terstond openbaar worden gemaakt, tenzij de rechtbank om een zwaarwegende reden besluit, dat de beslissing geheim gehouden moet worden tot aan de formele betekening van de sententie, die nooit langer dan een maand te rekenen vanaf de dag, waarop de strafzaak is beslist, kan worden uitgesteld.
Referenties naar alinea 1480: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1481
Can. 1481
§ 1. De beschuldigde kan appel instellen, ook al zond de rechter hem vrijgesproken alleen daarom weg, omdat de straf facultatief was of omdat de rechter de macht gebruikt heeft, als bedoeld in de cann. 1409, § 1[574|+3100] en 1415[al:1415].
§ 1. De beschuldigde kan appel instellen, ook al zond de rechter hem vrijgesproken alleen daarom weg, omdat de straf facultatief was of omdat de rechter de macht gebruikt heeft, als bedoeld in de cann. 1409, § 1[574|+3100] en 1415[al:1415].
Referenties naar alinea 1481: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De promotor van de gerechtigheid kan appelleren, als hij meent, dat in het herstel van de ergernis of in het herstel van de gerechtigheid niet voldoende is voorzien.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1482
Can. 1482
In iedere mogelijke stand en instantie van het strafgeding moet de rechter, als duidelijk vaststaat, dat het delict niet door de aangeklaagde is gepleegd, dit door een sententie verklaren en de aangeklaagde vrijspreken, ook al staat tegelijk vast dat de strafeis teniet is gegaan.
In iedere mogelijke stand en instantie van het strafgeding moet de rechter, als duidelijk vaststaat, dat het delict niet door de aangeklaagde is gepleegd, dit door een sententie verklaren en de aangeklaagde vrijspreken, ook al staat tegelijk vast dat de strafeis teniet is gegaan.
Referenties naar alinea 1482: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. III - Over de eis om schaden te vergoeden (cann. 1483-1485)
1483
1477 §1
1485
1477 §1
1485
Can. 1483
§ 1. Een benadeelde partij kan een contentieuze eis om de schaden te vergoeden op grond van een delict haar berokkend in het strafgeding zelf uitoefenen volgens de norm van can. 1276[574|+2789 -2791].
§ 1. Een benadeelde partij kan een contentieuze eis om de schaden te vergoeden op grond van een delict haar berokkend in het strafgeding zelf uitoefenen volgens de norm van can. 1276[574|+2789 -2791].
Referenties naar alinea 1483: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1485
§ 2. De interventie van een benadeelde partij wordt niet meer toegelaten, als ze niet in de eerste instantie van het strafgeding is gedaan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1485
§ 3. Het appel in een zaak over de schaden vindt plaats volgens de norm van de cann. 1309-1321, ook al kan het appel in het strafgeding niet plaatsvinden; als evenwel beide appels, ofschoon door diverse partijen, worden ingesteld, dient een enkel geding van appel plaats te vinden met behoud van can. 1484[574|+3235 -3236].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1484
1483 §3
1483 §3
Can. 1484
§ 1. Om te grote vertragingen van het strafgeding te vermijden, kan de rechter het rechtsgeding over de schaden uitstellen, totdat hij de definitieve sententie in het strafgeding zal hebben uitgevaardigd.
§ 1. Om te grote vertragingen van het strafgeding te vermijden, kan de rechter het rechtsgeding over de schaden uitstellen, totdat hij de definitieve sententie in het strafgeding zal hebben uitgevaardigd.
Referenties naar alinea 1484: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1483 §3
§ 2. De rechter, die zo heeft gehandeld, moet, nadat hij de sententie in het strafgeding heeft uitgevaardigd, de schaden behandelen, ook al is het strafgeding wegens een ingestelde bestrijding nog steeds hangende of is de aangeklaagde vrijgesproken wegens een grond, die de verplichting om de schaden te vergoeden niet wegneemt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1485
Can. 1485
Een in een strafgeding uitgevaardigde sententie maakt, ook al is zij in kracht van gewijsde gegaan, op geen enkele wijze recht jegens een benadeelde partij, tenzij deze heeft geïntervenieerd volgens de norm van can. 1483[574|+3232 -3234].
Een in een strafgeding uitgevaardigde sententie maakt, ook al is zij in kracht van gewijsde gegaan, op geen enkele wijze recht jegens een benadeelde partij, tenzij deze heeft geïntervenieerd volgens de norm van can. 1483[574|+3232 -3234].
Referenties naar alinea 1485: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de oplegging van straffen door middel van een buitengerechtelijk decreet (cann. 1486-1487)
1486
1402
1402
Can. 1486
§ 1. Voor de geldigheid van een decreet, waarmee een straf wordt opgelegd, wordt vereist, dat:
§ 1. Voor de geldigheid van een decreet, waarmee een straf wordt opgelegd, wordt vereist, dat:
Referenties naar alinea 1486: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1152 §3
1402
- 1° de aangeklaagde van de aanklacht en de bewijzen in kennis wordt gesteld, waarbij hem de gelegenheid is gegeven het recht tot zijn verdediging geheel uit te oefenen, tenzij hij, gedagvaard volgens de norm van het recht, nagelaten heeft te verschijnen;
Referenties naar deze alinea: 2
Vocare peccatores ->=geentekst=Vocare peccatores ->=geentekst=
Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1402
- 2° een mondelinge bespreking tussen de Hiërarch of zijn gedelegeerde en de aangeklaagde gehouden wordt in aanwezigheid van de promotor van de gerechtigheid en een notaris;
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° in het decreet zelf wordt uiteengezet, op welke redenen in feite en in rechte de bestraffing steunt.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1402
§ 2. De straffen echter, als bedoeld in can. 1426, § 1[574|+3138], kunnen zonder deze procedure worden opgelegd, mits de aanvaarding ervan van de kant van de beschuldigde schriftelijk vaststaat.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1487
1402
1402
Can. 1487
§ 1. Het bezwaar tegen een decreet, waarmee een straf wordt opgelegd, kan binnen tien nuttige dagen, nadat het betekend is, bij het bevoegd hoger gezag worden ingesteld.
§ 1. Het bezwaar tegen een decreet, waarmee een straf wordt opgelegd, kan binnen tien nuttige dagen, nadat het betekend is, bij het bevoegd hoger gezag worden ingesteld.
Referenties naar alinea 1487: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1402
§ 2. Dit bezwaar schort de kracht van het decreet op.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1402
§ 3. Tegen de beslissing van het hogere gezag is geen verder bezwaar mogelijk.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XXIX - Over de wet, over de gewoonte en over de administratieve beschikkingen (cann. 1488-1539)
- Hoofdstuk I - Over de kerkelijke wetten (cann. 1488-1505)
1488
Can. 1488
Wetten worden ingesteld door afkondiging.
Wetten worden ingesteld door afkondiging.
Referenties naar alinea 1488: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1489
Can. 1489
§ 1. Door de Apostolische Stoel uitgevaardigde wetten worden afgekondigd door middel van de uitgave in het officiële periodiek Acta Sedis Apostolicae, tenzij in bijzondere gevallen een andere wijze van afkondigen voorgeschreven is; zij beginnen te verplichten na het verstrijken van drie maanden te rekenen vanaf de dag, die aan het nummer van de Acta toegevoegd is, tenzij ze uit de aard van de zaak terstond verplichten dan wel een kortere of langere vacatie uitdrukkelijk is bepaald.
§ 1. Door de Apostolische Stoel uitgevaardigde wetten worden afgekondigd door middel van de uitgave in het officiële periodiek Acta Sedis Apostolicae, tenzij in bijzondere gevallen een andere wijze van afkondigen voorgeschreven is; zij beginnen te verplichten na het verstrijken van drie maanden te rekenen vanaf de dag, die aan het nummer van de Acta toegevoegd is, tenzij ze uit de aard van de zaak terstond verplichten dan wel een kortere of langere vacatie uitdrukkelijk is bepaald.
Referenties naar alinea 1489: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Door andere wetgevers uitgevaardigde wetten worden afgekondigd op de door deze wetgevers vastgestelde wijze en beginnen te verplichten vanaf de dag door dezelfden bepaald.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1490
Can. 1490
Aan louter kerkelijke wetten zijn gehouden de gedoopten in de katholieke Kerk of degenen die daarin opgenomen zijn, en die het voldoende gebruik van het verstand hebben en, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt geregeld, het zevende levensjaar hebben voltooid.
Aan louter kerkelijke wetten zijn gehouden de gedoopten in de katholieke Kerk of degenen die daarin opgenomen zijn, en die het voldoende gebruik van het verstand hebben en, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt geregeld, het zevende levensjaar hebben voltooid.
Referenties naar alinea 1490: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1491
Can. 1491
§ 1. Aan de door het hoogste gezag van de Kerk uitgevaardigde wetten zijn allen gehouden, voor wie ze gegeven zijn overal ter wereld, tenzij ze voor een vastgesteld territorium zijn opgesteld; de overige wetten zijn van kracht alleen maar in het territorium, waarin het gezag dat de wetten heeft afgekondigd, bestuursmacht uitoefent, tenzij anders door het recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
§ 1. Aan de door het hoogste gezag van de Kerk uitgevaardigde wetten zijn allen gehouden, voor wie ze gegeven zijn overal ter wereld, tenzij ze voor een vastgesteld territorium zijn opgesteld; de overige wetten zijn van kracht alleen maar in het territorium, waarin het gezag dat de wetten heeft afgekondigd, bestuursmacht uitoefent, tenzij anders door het recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
Referenties naar alinea 1491: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Aan de voor een vastgesteld territorium uitgevaardigde wetten worden degenen onderworpen, voor wie ze gegeven zijn en die aldaar een woonplaats of quasi-woonplaats hebben en tegelijk feitelijk verblijven onverminderd § 3, n. 1[574|+3256].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document986
§ 3. Vreemdelingen:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document986
1491 §2
- 1° worden niet gebonden door de wetten van het particulier recht van hun territorium, zolang zij daarvan afwezig zijn, tenzij hetzij de overtreding ervan in het eigen territorium schaadt hetzij de wetten persoonlijk zijn;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document986
- 2° worden ook niet gebonden door de wetten van het particulier recht van het territorium, waarin zij zich ophouden met uitzondering van die, welke voor de openbare orde zorgen dan wel vormvoorschriften van handelingen vaststellen dan wel in het territorium gelegen onroerende goederen betreffen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document986
- 3° maar zij worden gebonden door de wetten van het gemene recht en door de wetten van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris, ook al gelden ze niet, wat de wetten van hetzelfde particulier recht betreft, in hun territorium, niet evenwel, als ze op de plaats, waar zij zich ophouden, niet verplichten.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Zwervers worden gebonden door alle wetten, die gelden op de plaats, waar zij zich ophouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1492
Can. 1492
De door het hoogste gezag van de Kerk uitgevaardigde wetten, waarin het onderworpen subject uitdrukkelijk niet wordt aangegeven, betreffen de Christengelovigen van de oosterse Kerken alleen maar, voor zover het om zaken van het geloof of de zeden dan wel om de verklaring van een goddelijke wet gaat of expliciet over deze Christengelovigen in deze wetten een regeling wordt getroffen dan wel het om gunstige zaken gaat, die niets dat met de oosterse ritussen strijdig is, bevatten.
De door het hoogste gezag van de Kerk uitgevaardigde wetten, waarin het onderworpen subject uitdrukkelijk niet wordt aangegeven, betreffen de Christengelovigen van de oosterse Kerken alleen maar, voor zover het om zaken van het geloof of de zeden dan wel om de verklaring van een goddelijke wet gaat of expliciet over deze Christengelovigen in deze wetten een regeling wordt getroffen dan wel het om gunstige zaken gaat, die niets dat met de oosterse ritussen strijdig is, bevatten.
Referenties naar alinea 1492: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1493
Can. 1493
§ 1. Onder de naam gemene recht in deze Codex vallen behalve de wetten en de wettige gewoonten van de universele Kerk ook de wetten en de wettige gewoonten, die voor alle oosterse Kerken gemeenschappelijk zijn.
§ 1. Onder de naam gemene recht in deze Codex vallen behalve de wetten en de wettige gewoonten van de universele Kerk ook de wetten en de wettige gewoonten, die voor alle oosterse Kerken gemeenschappelijk zijn.
Referenties naar alinea 1493: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Onder de naam evenwel particulier recht vallen alle wetten, wettige gewoonten, statuten en andere rechtsnormen, die noch voor de universele Kerk noch voor alle oosterse Kerken gemeenschappelijk zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1494
Can. 1494
Wetten betreffen de toekomst, niet het verleden, tenzij uitdrukkelijk daarin aangaande het verleden een regeling wordt getroffen.
Wetten betreffen de toekomst, niet het verleden, tenzij uitdrukkelijk daarin aangaande het verleden een regeling wordt getroffen.
Referenties naar alinea 1494: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1495
Can. 1495
Als nietig- dan wel onbekwaammakend moeten alleen die wetten worden beschouwd, waarin uitdrukkelijk wordt bepaald, dat een handeling nietig dan wel een persoon onbekwaam is.
Als nietig- dan wel onbekwaammakend moeten alleen die wetten worden beschouwd, waarin uitdrukkelijk wordt bepaald, dat een handeling nietig dan wel een persoon onbekwaam is.
Referenties naar alinea 1495: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1496
Can. 1496
Wetten, ook nietig- dan wel onbekwaammakende, dringen bij rechtstwijfel niet; bij feitentwijfel echter kunnen de Hiërarchen daarvan dispenseren, mits de dispensatie, als ze voorbehouden is, gewoonlijk wordt verleend door het gezag, waaraan ze voorbehouden wordt.
Wetten, ook nietig- dan wel onbekwaammakende, dringen bij rechtstwijfel niet; bij feitentwijfel echter kunnen de Hiërarchen daarvan dispenseren, mits de dispensatie, als ze voorbehouden is, gewoonlijk wordt verleend door het gezag, waaraan ze voorbehouden wordt.
Referenties naar alinea 1496: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1497
Can. 1497
§ 1. Onwetendheid of dwaling met betrekking tot nietig- dan wel onbekwaammakende wetten verhinderen het gevolg ervan niet, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt bepaald.
§ 1. Onwetendheid of dwaling met betrekking tot nietig- dan wel onbekwaammakende wetten verhinderen het gevolg ervan niet, tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt bepaald.
Referenties naar alinea 1497: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Onwetendheid of dwaling met betrekking tot een wet dan wel een straf dan wel met betrekking tot een eigen daad dan wel met betrekking tot andermans bekende daad wordt niet verondersteld; met betrekking tot andermans niet bekende daad wordt ze verondersteld, totdat het tegendeel bewezen wordt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1498
Can. 1498
§ 1. Wetten interpreteert authentiek de wetgever en degene, aan wie de macht om authentiek te interpreteren door dezelfde is verleend.
§ 1. Wetten interpreteert authentiek de wetgever en degene, aan wie de macht om authentiek te interpreteren door dezelfde is verleend.
Referenties naar alinea 1498: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een authentieke interpretatie gegeven bij wijze van wet heeft dezelfde kracht als de wet zelf en moet afgekondigd worden; als ze op zich duidelijke woorden alleen verklaart, geldt ze met terugwerkende kracht; als ze een wet inperkt of verruimt dan wel een twijfelachtige wet uitlegt, heeft ze geen terugwerkende kracht.
Referenties naar deze alinea: 1
Utrum verbum "abicere" ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Een interpretatie echter gegeven bij wijze van gerechtelijke sententie dan wel administratieve beschikking in een bijzondere zaak heeft geen kracht van wet en verplicht alleen de personen en treft de zaken, waarvoor ze gegeven is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1499
Can. 1499
Wetten moeten worden begrepen overeenkomstig de eigen betekenis van de woorden in hun tekst en context beschouwd; en als deze twijfelachtig en duister is gebleven, overeenkomstig de parallelle plaatsen, als er enige zijn, het doel en de omstandigheden van de wet en de geest van de wetgever.
Wetten moeten worden begrepen overeenkomstig de eigen betekenis van de woorden in hun tekst en context beschouwd; en als deze twijfelachtig en duister is gebleven, overeenkomstig de parallelle plaatsen, als er enige zijn, het doel en de omstandigheden van de wet en de geest van de wetgever.
Referenties naar alinea 1499: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1500
Can. 1500
Wetten, die een straf bepalen dan wel de vrije uitoefening van rechten inperken dan wel een uitzondering op een wet bevatten, zijn aan strikte interpretatie onderworpen.
Wetten, die een straf bepalen dan wel de vrije uitoefening van rechten inperken dan wel een uitzondering op een wet bevatten, zijn aan strikte interpretatie onderworpen.
Referenties naar alinea 1500: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1501
Can. 1501
Als over een bepaalde zaak een uitdrukkelijk wetsvoorschrift ontbreekt, moet de zaak, tenzij zij een strafzaak is, worden beslecht overeenkomstig de canones van de Synoden en de heilige Vaders, de wettige gewoonte, de algemene beginselen van het canoniek recht met billijkheid in acht genomen, de kerkelijke jurisprudentie, de gemeenschappelijke en bestendige canonieke leer.
Als over een bepaalde zaak een uitdrukkelijk wetsvoorschrift ontbreekt, moet de zaak, tenzij zij een strafzaak is, worden beslecht overeenkomstig de canones van de Synoden en de heilige Vaders, de wettige gewoonte, de algemene beginselen van het canoniek recht met billijkheid in acht genomen, de kerkelijke jurisprudentie, de gemeenschappelijke en bestendige canonieke leer.
Referenties naar alinea 1501: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1502
Can. 1502
§ 1. Een latere wet heft een vorige op dan wel maakt er inbreuk op, als hij dit uitdrukkelijk verordent dan wel als hij daarmee direct strijdig is dan wel de gehele materie van een vorige wet opnieuw regelt.
§ 1. Een latere wet heft een vorige op dan wel maakt er inbreuk op, als hij dit uitdrukkelijk verordent dan wel als hij daarmee direct strijdig is dan wel de gehele materie van een vorige wet opnieuw regelt.
Referenties naar alinea 1502: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1509
§ 2. Een wet van het gemene recht evenwel, tenzij anders in de wet zelf uitdrukkelijk wordt geregeld, maakt geen inbreuk op een wet van het particulier recht en een voor enige Kerk sui iuris uitgevaardigde wet van het particulier recht maakt geen inbreuk op het in dezelfde Kerk geldende meer particulier recht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1503
Can. 1503
Bij twijfel wordt de herroeping van een van tevoren bestaande wet niet verondersteld, maar de latere wetten moeten op de vorige betrokken worden en daarmee, voor zover het mogelijk is, in overeenstemming worden gebracht.
Bij twijfel wordt de herroeping van een van tevoren bestaande wet niet verondersteld, maar de latere wetten moeten op de vorige betrokken worden en daarmee, voor zover het mogelijk is, in overeenstemming worden gebracht.
Referenties naar alinea 1503: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1504
Can. 1504
Het burgerlijk recht, waarnaar het recht van de Kerk verwijst, dient in het canoniek recht met dezelfde gevolgen in acht genomen te worden, voor zover het met het goddelijk recht niet strijdig is en tenzij anders door het canoniek recht wordt geregeld.
Het burgerlijk recht, waarnaar het recht van de Kerk verwijst, dient in het canoniek recht met dezelfde gevolgen in acht genomen te worden, voor zover het met het goddelijk recht niet strijdig is en tenzij anders door het canoniek recht wordt geregeld.
Referenties naar alinea 1504: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1505
Can. 1505
De uitdrukking van de taal in het mannelijk geslacht betreft ook het vrouwelijk geslacht, tenzij anders door het recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
De uitdrukking van de taal in het mannelijk geslacht betreft ook het vrouwelijk geslacht, tenzij anders door het recht wordt geregeld of uit de aard van de zaak vaststaat.
Referenties naar alinea 1505: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de gewoonte (cann. 1506-1509)
1506
Can. 1506
§ 1. Een gewoonte van een christelijke gemeenschap kan, voor zover ze aan de werkzaamheid van de Heilige Geest in het kerkelijk lichaam beantwoordt, rechtskracht verkrijgen.
§ 1. Een gewoonte van een christelijke gemeenschap kan, voor zover ze aan de werkzaamheid van de Heilige Geest in het kerkelijk lichaam beantwoordt, rechtskracht verkrijgen.
Referenties naar alinea 1506: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Op het goddelijk recht kan geen enkele gewoonte op enige wijze inbreuk maken.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1507
Can. 1507
§ 1. Alleen die gewoonte kan rechtskracht hebben, die redelijk is en door een gemeenschap, tot het tenminste ontvangen van een wet in staat, met een aaneengesloten en vreedzame praktijk ingevoerd is en eveneens gedurende een door het recht bepaalde tijd voorgeschreven is.
§ 1. Alleen die gewoonte kan rechtskracht hebben, die redelijk is en door een gemeenschap, tot het tenminste ontvangen van een wet in staat, met een aaneengesloten en vreedzame praktijk ingevoerd is en eveneens gedurende een door het recht bepaalde tijd voorgeschreven is.
Referenties naar alinea 1507: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een gewoonte, die door het recht uitdrukkelijk wordt verworpen, is niet redelijk.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Een met het geldend canoniek recht strijdige gewoonte dan wel een, die buiten de canonieke wet staat, verkrijgt alleen rechtskracht, als ze wettig gedurende dertig aaneengesloten en volledige jaren in acht genomen is; bij strijdigheid met een canonieke wet evenwel, die een clausule bevat die toekomstige gewoonten verbiedt, kan alleen een honderdjarige of onheuglijke gewoonte voorrang hebben.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. De bevoegde wetgever kan een gewoonte met zijn tenminste stilzwijgende instemming ook vóór deze tijd als wettig goedkeuren.
Referenties naar deze alinea: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1508
Can. 1508
De gewoonte is de beste uitlegger van wetten.
De gewoonte is de beste uitlegger van wetten.
Referenties naar alinea 1508: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1509
Can. 1509
- Een gewoonte hetzij in strijd met hetzij buiten de wet wordt door middel van een strijdige gewoonte dan wel wet herroepen; maar tenzij hij een uitdrukkelijke melding van deze maakt, herroept een wet niet honderdjarige of onheuglijke gewoonten; wat de overige gewoonten betreft, geldt can. 1502, § 2[574|+3275].
- Een gewoonte hetzij in strijd met hetzij buiten de wet wordt door middel van een strijdige gewoonte dan wel wet herroepen; maar tenzij hij een uitdrukkelijke melding van deze maakt, herroept een wet niet honderdjarige of onheuglijke gewoonten; wat de overige gewoonten betreft, geldt can. 1502, § 2[574|+3275].
Referenties naar alinea 1509: 1
Instructie over de toepassing van de liturgische voorschriften uit Canoniek wetboek van de Oosterse Kerken ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk III - Over de administratieve beschikkingen (cann. 1510-1539)
1510
Can. 1510
§ 1. Administratieve beschikkingen kunnen worden getroffen door degenen, die uitvoerende bestuursmacht hebben, binnen de grenzen van hun bevoegdheid en eveneens door diegenen, aan wie deze macht expliciet of impliciet toekomt hetzij van rechtswege hetzij krachtens wettige delegatie.
§ 1. Administratieve beschikkingen kunnen worden getroffen door degenen, die uitvoerende bestuursmacht hebben, binnen de grenzen van hun bevoegdheid en eveneens door diegenen, aan wie deze macht expliciet of impliciet toekomt hetzij van rechtswege hetzij krachtens wettige delegatie.
Referenties naar alinea 1510: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Administratieve beschikkingen zijn vooral:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° de decreten, waardoor voor een bijzonder geval een beslissing wordt gegeven dan wel een canonieke voorziening wordt verricht;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° de bijzondere voorschriften, waardoor een persoon dan wel vastgestelde personen iets te doen dan wel achterwege te laten direct en wettig wordt opgelegd vooral om op de naleving van een wet aan te dringen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° de rescripten, waardoor een privilege, dispensatie, verlof of andere gunst wordt verleend.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1511
Can. 1511
Een administratieve beschikking heeft gevolg vanaf het moment, waarop ze betekend wordt, of bij de rescripten vanaf het moment, waarop de brief gegeven is; als evenwel de toepassing van een administratieve beschikking aan een uitvoerder wordt toevertrouwd, heeft ze gevolg vanaf het moment van de uitvoering.
Een administratieve beschikking heeft gevolg vanaf het moment, waarop ze betekend wordt, of bij de rescripten vanaf het moment, waarop de brief gegeven is; als evenwel de toepassing van een administratieve beschikking aan een uitvoerder wordt toevertrouwd, heeft ze gevolg vanaf het moment van de uitvoering.
Referenties naar alinea 1511: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1512
Can. 1512
§ 1. Een administratieve beschikking moet worden begrepen overeenkomstig de eigen betekenis van de woorden en het algemene spraakgebruik en zij moet zich niet uitstrekken tot andere gevallen behalve de uitgedrukte.
§ 1. Een administratieve beschikking moet worden begrepen overeenkomstig de eigen betekenis van de woorden en het algemene spraakgebruik en zij moet zich niet uitstrekken tot andere gevallen behalve de uitgedrukte.
Referenties naar alinea 1512: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Bij twijfel krijgt een administratieve beschikking, die processen betreft, het dreigen met of het opleggen van straffen betreft, de rechten van een persoon inperkt, de voor anderen verworven rechten schendt dan wel in strijd is met een wet ten voordele van private personen, een strikte interpretatie; anders evenwel een ruime.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Bij de privileges moet altijd een zodanige interpretatie worden aangewend, dat diegene, aan wie het privilege is verleend, daadwerkelijk enige gunst verkrijgt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Niet alleen een dispensatie, maar de macht zelf om te dispenseren, die voor een bepaald geval is verleend, is aan een strikte interpretatie onderworpen.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1513
Can. 1513
§ 1. Door middel van een strijdige wet wordt geen enkele administratieve beschikking herroepen, tenzij anders in de wet zelf wordt geregeld dan wel de wet uitgevaardigd is door het hogere gezag voor degene, die de administratieve beschikking heeft doen uitgaan.
§ 1. Door middel van een strijdige wet wordt geen enkele administratieve beschikking herroepen, tenzij anders in de wet zelf wordt geregeld dan wel de wet uitgevaardigd is door het hogere gezag voor degene, die de administratieve beschikking heeft doen uitgaan.
Referenties naar alinea 1513: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een administratieve beschikking vervalt niet bij beëindiging van het recht van degene, die haar heeft getroffen, tenzij anders uitdrukkelijk wordt geregeld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. De herroeping van een administratieve beschikking door middel van een andere administratieve beschikking van het bevoegd gezag verkrijgt alleen maar gevolg vanaf het moment, waarop ze betekend wordt aan de persoon, voor wie ze gegeven is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 4. Een dispensatie, die een vervolgtraject heeft, vervalt ook bij het zekere en gehele verval van de beweegreden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 5. Een decreet of een bijzonder voorschrift houdt ook op van kracht te zijn bij het vervallen van de wet, tot uitvoering waarvan het gegeven is; een bijzonder voorschrift vervalt ook bij beëindiging van het recht van degene die voorschrijft, tenzij het door een wettig document is opgelegd.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1514
Can. 1514
Een administratieve beschikking, die het uitwendig bereik betreft, moet onverminderd de cann. 1520, § 2[574|+3314] en 1527[574|+3325 -3326] schriftelijk worden vastgelegd; eveneens, als ze in de vorm van een opdracht wordt gedaan, de beschikking tot uitvoering daarvan.
Een administratieve beschikking, die het uitwendig bereik betreft, moet onverminderd de cann. 1520, § 2[574|+3314] en 1527[574|+3325 -3326] schriftelijk worden vastgelegd; eveneens, als ze in de vorm van een opdracht wordt gedaan, de beschikking tot uitvoering daarvan.
Referenties naar alinea 1514: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1515
Can. 1515
Een administratieve beschikking, ook als het gaat om een motu proprio gegeven rescript, mist gevolg, voor zover ze de voor anderen verworven rechten schendt dan wel met een wet of een wettige gewoonte strijdig is, tenzij het bevoegd gezag uitdrukkelijk een inbreukmakende clausule heeft toegevoegd.
Een administratieve beschikking, ook als het gaat om een motu proprio gegeven rescript, mist gevolg, voor zover ze de voor anderen verworven rechten schendt dan wel met een wet of een wettige gewoonte strijdig is, tenzij het bevoegd gezag uitdrukkelijk een inbreukmakende clausule heeft toegevoegd.
Referenties naar alinea 1515: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1516
Can. 1516
Voorwaarden in administratieve beschikkingen worden dan alleen geacht voor de geldigheid te zijn toegevoegd, zo vaak als ze door middel van de partikels si, nisi, dummodo, of in de volkstaal door middel van een ander partikel met dezelfde betekenis worden uitgedrukt.
Voorwaarden in administratieve beschikkingen worden dan alleen geacht voor de geldigheid te zijn toegevoegd, zo vaak als ze door middel van de partikels si, nisi, dummodo, of in de volkstaal door middel van een ander partikel met dezelfde betekenis worden uitgedrukt.
Referenties naar alinea 1516: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. I - Over de procedure bij het uitvaardigen van buitengerechtelijke decreten (cann. 1517-1520)
1517
1003
1003
Can. 1517
§ 1. Voordat het een buitengerechtelijk decreet uitvaardigt, dient het gezag de noodzakelijke kennis en bewijzen in te winnen; hen die rechtens gehoord of geraadpleegd moeten worden, dient het te horen of te raadplegen; degenen, die het decreet direct raakt en vooral degenen, wier rechten geschonden kunnen worden, dient het te horen.
§ 1. Voordat het een buitengerechtelijk decreet uitvaardigt, dient het gezag de noodzakelijke kennis en bewijzen in te winnen; hen die rechtens gehoord of geraadpleegd moeten worden, dient het te horen of te raadplegen; degenen, die het decreet direct raakt en vooral degenen, wier rechten geschonden kunnen worden, dient het te horen.
Referenties naar alinea 1517: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1003
§ 2. Aan de verzoeker en ook aan degene die zich wettig verzet, dient het gezag de kennis en bewijzen kenbaar te maken, die zonder gevaar van openbare of private schade vernomen kunnen worden, en het dient de wellicht tegengestelde redenen te tonen, waarbij hun de gelegenheid is gegeven te antwoorden, ook door tussenkomst van een patroon, binnen een door het gezag zelf vastgestelde termijn.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1518
Can. 1518
Het gezag dient het decreet binnen zestig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek om een decreet te verkrijgen uit te vaardigen, tenzij het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris andere termijnen bepaalt; als dit evenwel niet gedaan is en de verzoeker opnieuw schriftelijk om het decreet verzoekt, wordt op de dertigste dag te rekenen vanaf de ontvangst van dit verzoek, als ook dan niets gedaan is, het verzoek voor afgewezen gehouden alsof op die dag de afwijzing door middel van een decreet zo verricht is, dat bezwaar daartegen kan worden ingesteld.
Het gezag dient het decreet binnen zestig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek om een decreet te verkrijgen uit te vaardigen, tenzij het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris andere termijnen bepaalt; als dit evenwel niet gedaan is en de verzoeker opnieuw schriftelijk om het decreet verzoekt, wordt op de dertigste dag te rekenen vanaf de ontvangst van dit verzoek, als ook dan niets gedaan is, het verzoek voor afgewezen gehouden alsof op die dag de afwijzing door middel van een decreet zo verricht is, dat bezwaar daartegen kan worden ingesteld.
Referenties naar alinea 1518: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1519
Can. 1519
§ 1. Wie een decreet uitvaardigt, dient dit voor ogen te houden en te beogen, dat voor het zielenheil en het openbaar welzijn het meest bevorderlijk lijkt te zijn, met inachtneming uiteraard van de wetten en de wettige gewoonten, de gerechtigheid en de billijkheid.
§ 1. Wie een decreet uitvaardigt, dient dit voor ogen te houden en te beogen, dat voor het zielenheil en het openbaar welzijn het meest bevorderlijk lijkt te zijn, met inachtneming uiteraard van de wetten en de wettige gewoonten, de gerechtigheid en de billijkheid.
Referenties naar alinea 1519: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. In het decreet dienen tenminste beknopt de afwegingen te worden uitgedrukt; als evenwel gevaar van openbare of private schade in de weg staat, dat de afwegingen kenbaar worden gemaakt, dienen deze in een geheim boek te worden uitgedrukt en aan degene, die op het wellicht tegen het decreet ingesteld bezwaar ziet, te worden getoond, als hijzelf erom verzoekt.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1520
Can. 1520
§ 1. Een decreet heeft rechtskracht, nadat het aan degene, voor wie het bestemd wordt, is betekend op de wijze, die overeenkomstig de wetten en omstandigheden van de plaatsen het veiligst is.
§ 1. Een decreet heeft rechtskracht, nadat het aan degene, voor wie het bestemd wordt, is betekend op de wijze, die overeenkomstig de wetten en omstandigheden van de plaatsen het veiligst is.
Referenties naar alinea 1520: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1514
§ 2. Als gevaar van openbare of private schade in de weg staat, dat de tekst van het decreet schriftelijk kan worden overhandigd, kan het kerkelijk gezag bevelen, dat het decreet aan degene, voor wie het bestemd wordt, ten overstaan van twee getuigen of ten overstaan van een notaris voorgelezen wordt, waarbij een proces-verbaal wordt opgesteld door alle aanwezigen te ondertekenen; nadat dit verricht is, wordt het decreet voor betekend gehouden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Als evenwel degene, voor wie het decreet bestemd wordt, de betekening heeft geweigerd of, na volgens de norm van het recht te zijn geroepen om het decreet in ontvangst te nemen of aan te horen, zonder een rechtmatige reden, af te wegen door de auteur van het decreet, niet is verschenen of heeft geweigerd het proces verbaal te ondertekenen, wordt het decreet voor betekend gehouden.
Referenties naar deze alinea: 1
Vocare peccatores ->=geentekst=Extra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. II - Over de uitvoering van de administratieve beschikkingen (cann. 1521-1526)
1521
Can. 1521
Een uitvoerder van een administratieve beschikking oefent ongeldig zijn taak uit, voordat hij de schriftelijk gegeven opdracht heeft ontvangen en hij de authenticiteit en de ongereptheid ervan heeft onderzocht, tenzij het gezag, dat deze beschikking heeft getroffen, de voorafgaande kennis met betrekking tot de opdracht aan hem heeft medegedeeld.
Een uitvoerder van een administratieve beschikking oefent ongeldig zijn taak uit, voordat hij de schriftelijk gegeven opdracht heeft ontvangen en hij de authenticiteit en de ongereptheid ervan heeft onderzocht, tenzij het gezag, dat deze beschikking heeft getroffen, de voorafgaande kennis met betrekking tot de opdracht aan hem heeft medegedeeld.
Referenties naar alinea 1521: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1522
Can. 1522
§ 1. Een uitvoerder van een administratieve beschikking, aan wie de loutere uitvoering van deze beschikking wordt toevertrouwd, kan deze uitvoering niet weigeren, tenzij duidelijk vaststaat, dat deze beschikking nietig is dan wel om een andere zwaarwegende reden niet kan worden ondersteund dan wel de aan de administratieve beschikking toegevoegde voorwaarden niet zijn vervuld; als evenwel de uitvoering van een administratieve beschikking om reden van de omstandigheden van de persoon dan wel de plaats niet passend lijkt, dient de uitvoerder de uitvoering te onderbreken en terstond het gezag, dat de beschikking heeft getroffen, in kennis te stellen.
§ 1. Een uitvoerder van een administratieve beschikking, aan wie de loutere uitvoering van deze beschikking wordt toevertrouwd, kan deze uitvoering niet weigeren, tenzij duidelijk vaststaat, dat deze beschikking nietig is dan wel om een andere zwaarwegende reden niet kan worden ondersteund dan wel de aan de administratieve beschikking toegevoegde voorwaarden niet zijn vervuld; als evenwel de uitvoering van een administratieve beschikking om reden van de omstandigheden van de persoon dan wel de plaats niet passend lijkt, dient de uitvoerder de uitvoering te onderbreken en terstond het gezag, dat de beschikking heeft getroffen, in kennis te stellen.
Referenties naar alinea 1522: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als in een rescript de verlening van een gunst aan een uitvoerder wordt toevertrouwd, is hij bevoegd naar zijn wijs oordeel en geweten de gunst te verlenen of te weigeren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1523
Can. 1523
Een uitvoerder van een administratieve beschikking moet volgens de norm van de opdracht voortgaan; als hij de voor de geldigheid van de beschikking aan de opdracht toegevoegde voorwaarden niet heeft vervuld of een wezenlijke vorm van voortgaan niet in acht heeft genomen, is de uitvoering nietig.
Een uitvoerder van een administratieve beschikking moet volgens de norm van de opdracht voortgaan; als hij de voor de geldigheid van de beschikking aan de opdracht toegevoegde voorwaarden niet heeft vervuld of een wezenlijke vorm van voortgaan niet in acht heeft genomen, is de uitvoering nietig.
Referenties naar alinea 1523: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1524
Can. 1524
Een uitvoerder van een administratieve beschikking kan een ander naar zijn wijs oordeel in zijn plaats stellen, tenzij vervanging verboden is dan wel de toewijding van de persoon gekozen is dan wel de persoon van de vervanger is vastgesteld; in deze gevallen evenwel is het een uitvoerder geoorloofd aan een ander de voorbereidende handelingen toe te vertrouwen.
Een uitvoerder van een administratieve beschikking kan een ander naar zijn wijs oordeel in zijn plaats stellen, tenzij vervanging verboden is dan wel de toewijding van de persoon gekozen is dan wel de persoon van de vervanger is vastgesteld; in deze gevallen evenwel is het een uitvoerder geoorloofd aan een ander de voorbereidende handelingen toe te vertrouwen.
Referenties naar alinea 1524: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1525
Can. 1525
Een administratieve beschikking kan ook door de ambtsopvolger van een uitvoerder tot uitvoering worden opgedragen, tenzij de toewijding van de persoon gekozen is.
Een administratieve beschikking kan ook door de ambtsopvolger van een uitvoerder tot uitvoering worden opgedragen, tenzij de toewijding van de persoon gekozen is.
Referenties naar alinea 1525: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1526
Can. 1526
Een uitvoerder is het geoorloofd een administratieve beschikking opnieuw tot uitvoering op te dragen, als hij zich hoe dan ook bij de uitvoering van deze beschikking heeft vergist.
Een uitvoerder is het geoorloofd een administratieve beschikking opnieuw tot uitvoering op te dragen, als hij zich hoe dan ook bij de uitvoering van deze beschikking heeft vergist.
Referenties naar alinea 1526: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Art. III - Over de rescripten (cann. 1527-1539)
1527
1514
1514
Can. 1527
§ 1. Hetgeen in de canones over de rescripten wordt bepaald, geldt ook voor de verleningen van gunsten bij mondelinge uitspraak, tenzij anders duidelijk vaststaat.
§ 1. Hetgeen in de canones over de rescripten wordt bepaald, geldt ook voor de verleningen van gunsten bij mondelinge uitspraak, tenzij anders duidelijk vaststaat.
Referenties naar alinea 1527: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1514
§ 2. Iemand is gehouden een mondeling verleende gunst te bewijzen, zo vaak als hem hierom wettig wordt verzocht.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1528
Can. 1528
Een rescript kan voor een ander worden verkregen, ook buiten zijn toestemming, en geldt vóór de aanvaarding ervan, tenzij anders uit de toegevoegde clausules blijkt.
Een rescript kan voor een ander worden verkregen, ook buiten zijn toestemming, en geldt vóór de aanvaarding ervan, tenzij anders uit de toegevoegde clausules blijkt.
Referenties naar alinea 1528: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1529
Can. 1529
§ 1. Het verzwijgen van de waarheid bij verzoeken staat niet in de weg, dat een rescript van kracht is, mits uitgedrukt is, hetgeen voor de geldigheid uitgedrukt moet worden overeenkomstig de stijl van de curie van de Hiërarch, die het rescript verleent.
§ 1. Het verzwijgen van de waarheid bij verzoeken staat niet in de weg, dat een rescript van kracht is, mits uitgedrukt is, hetgeen voor de geldigheid uitgedrukt moet worden overeenkomstig de stijl van de curie van de Hiërarch, die het rescript verleent.
Referenties naar alinea 1529: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Ook staat niet in de weg de uiteenzetting van een onwaarheid, mits tenminste één voorgelegde beweegreden waar is.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1530
Can. 1530
§ 1. Een door het hogere gezag geweigerde gunst kan niet door een lager gezag geldig worden verleend, tenzij het hogere gezag uitdrukkelijk heeft ingestemd.
§ 1. Een door het hogere gezag geweigerde gunst kan niet door een lager gezag geldig worden verleend, tenzij het hogere gezag uitdrukkelijk heeft ingestemd.
Referenties naar alinea 1530: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een door enig gezag geweigerde gunst kan niet geldig door een ander gelijk bevoegd gezag dan wel door een hoger gezag worden verleend, zonder enige vermelding in het verzoek van de weigering.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° - Over de privileges (cann. 1531-1535)
1531
Can. 1531
§ 1. Een privilege, namelijk een gunst ten behoeve van zekere natuurlijke of rechtspersonen door middel van een bijzondere beschikking gedaan, kan worden verleend door de wetgever en door degene, aan wie de wetgever deze macht heeft verleend.
§ 1. Een privilege, namelijk een gunst ten behoeve van zekere natuurlijke of rechtspersonen door middel van een bijzondere beschikking gedaan, kan worden verleend door de wetgever en door degene, aan wie de wetgever deze macht heeft verleend.
Referenties naar alinea 1531: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een honderdjarig of onheuglijk bezit leidt tot de veronderstelling van een verleend privilege.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1532
Can. 1532
§ 1. Een privilege wordt als eeuwig verondersteld.
§ 1. Een privilege wordt als eeuwig verondersteld.
Referenties naar alinea 1532: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Een privilege vervalt:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 1° als het persoonlijk is, door middel van het ophouden te bestaan van de persoon, aan wie het is verleend;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° als het zakelijk of plaatselijk is, door middel van de absolute ondergang van de zaak of plaats;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 3° na het verstrijken van de tijd of na de voltooiing van het aantal gevallen, waarvoor het verleend is;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 4° als door de voortgang van de tijd de omstandigheden naar het oordeel van het bevoegd gezag zo veranderen, dat het schadelijk is geworden dan wel het gebruik ervan ongeoorloofd wordt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Een plaatselijk privilege herleeft, als de plaats binnen vijftig jaar wordt hersteld.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1533
Can. 1533
§ 1. Geen enkel privilege vervalt door middel van het afzien ervan, tenzij dit door het bevoegd gezag is aanvaard.
§ 1. Geen enkel privilege vervalt door middel van het afzien ervan, tenzij dit door het bevoegd gezag is aanvaard.
Referenties naar alinea 1533: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Van een ten gunste enkel van hem verleend privilege kan welke natuurlijke persoon dan ook afzien.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Van een privilege verleend aan enige rechtspersoon dan wel om reden van de waardigheid van de plaats of zaak kan een natuurlijke persoon niet geldig afzien; en niet komt het de rechtspersoon zelf onverkort toe om van een aan hem verleend privilege af te zien, als het afzien ervan tot nadeel van de Kerk of van anderen leidt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1534
Can. 1534
Door middel van het niet gebruiken of door middel van een strijdig gebruik vervalt een privilege dat voor anderen niet belastend is, niet; als evenwel een privilege tot bezwaar voor anderen leidt, wordt het verloren, als wettige verjaring dan wel stilzwijgend afzien erbij komt.
Door middel van het niet gebruiken of door middel van een strijdig gebruik vervalt een privilege dat voor anderen niet belastend is, niet; als evenwel een privilege tot bezwaar voor anderen leidt, wordt het verloren, als wettige verjaring dan wel stilzwijgend afzien erbij komt.
Referenties naar alinea 1534: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1535
Can. 1535
Wie een aan hem op grond van een privilege gegeven macht misbruikt, dient door de Hiërarch te worden gewaarschuwd; degene die ernstig misbruik maakt en tevergeefs is gewaarschuwd dient de Hiërarch een privilege, dat hijzelf verleend heeft, te ontnemen; als evenwel een privilege door een hoger gezag is verleend, is de Hiërarch gehouden dit in kennis te stellen.
Wie een aan hem op grond van een privilege gegeven macht misbruikt, dient door de Hiërarch te worden gewaarschuwd; degene die ernstig misbruik maakt en tevergeefs is gewaarschuwd dient de Hiërarch een privilege, dat hijzelf verleend heeft, te ontnemen; als evenwel een privilege door een hoger gezag is verleend, is de Hiërarch gehouden dit in kennis te stellen.
Referenties naar alinea 1535: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- 2° - Over de dispensaties (cann. 1536-1539)
1536
Can. 1536
§ 1. Een dispensatie, namelijk een matiging van een louter kerkelijke wet in een bijzonder geval, kan alleen om een rechtmatige en zinnige reden worden verleend, rekening gehouden met de omstandigheden van het geval en de zwaarte van de wet, waarvan gedispenseerd wordt; anders is een dispensatie ongeoorloofd en, tenzij zij door de wetgever zelf dan wel door een hoger gezag is gegeven, ook ongeldig.
§ 1. Een dispensatie, namelijk een matiging van een louter kerkelijke wet in een bijzonder geval, kan alleen om een rechtmatige en zinnige reden worden verleend, rekening gehouden met de omstandigheden van het geval en de zwaarte van de wet, waarvan gedispenseerd wordt; anders is een dispensatie ongeoorloofd en, tenzij zij door de wetgever zelf dan wel door een hoger gezag is gegeven, ook ongeldig.
Referenties naar alinea 1536: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Het geestelijk welzijn van de Christengelovigen is een rechtmatige en zinnige reden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 3. Bij twijfel over de toereikendheid van de reden wordt de dispensatie geoorloofd en geldig verleend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1537
Can. 1537
Niet aan dispensatie onderhevig zijn wetten, voor zover ze datgene vaststellen, wat wezenlijk bepalend is voor instituten dan wel voor rechtshandelingen, en niet processuele en strafwetten.
Niet aan dispensatie onderhevig zijn wetten, voor zover ze datgene vaststellen, wat wezenlijk bepalend is voor instituten dan wel voor rechtshandelingen, en niet processuele en strafwetten.
Referenties naar alinea 1537: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1538
Can. 1538
§ 1. De Eparch kan zowel van wetten van het gemene recht als van wetten van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris in een bijzonder geval de Christengelovigen dispenseren, ten opzichte van wie hij volgens de norm van het recht zijn macht uitoefent, zo vaak als hij oordeelt, dat dit aan hun geestelijk welzijn bijdraagt, tenzij door het gezag, dat de wetten heeft uitgevaardigd, een voorbehoud is gemaakt.
§ 1. De Eparch kan zowel van wetten van het gemene recht als van wetten van het particulier recht van de eigen Kerk sui iuris in een bijzonder geval de Christengelovigen dispenseren, ten opzichte van wie hij volgens de norm van het recht zijn macht uitoefent, zo vaak als hij oordeelt, dat dit aan hun geestelijk welzijn bijdraagt, tenzij door het gezag, dat de wetten heeft uitgevaardigd, een voorbehoud is gemaakt.
Referenties naar alinea 1538: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als het moeilijk is om zich te wenden tot het gezag, waaraan de dispensatie voorbehouden is, en tegelijk er in vertraging gevaar van zware schade bestaat, kan elke Hiërarch in een bijzonder geval de Christengelovigen dispenseren, ten opzichte van wie hij volgens de norm van het recht zijn macht uitoefent, mits het gaat om een dispensatie, die hetzelfde gezag in dezelfde omstandigheden verleent onverminderd can. 396[574|+886].
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1539
Can. 1539
Wie de macht om te dispenseren heeft, kan die uitoefenen, ook buiten het territorium zijnde, ten opzichte van onderdanen, ofschoon van het territorium afwezig, en, tenzij het tegendeel uitdrukkelijk wordt bepaald, ook ten opzichte van in het territorium feitelijk verblijvende vreemdelingen en eveneens jegens zichzelf.
Wie de macht om te dispenseren heeft, kan die uitoefenen, ook buiten het territorium zijnde, ten opzichte van onderdanen, ofschoon van het territorium afwezig, en, tenzij het tegendeel uitdrukkelijk wordt bepaald, ook ten opzichte van in het territorium feitelijk verblijvende vreemdelingen en eveneens jegens zichzelf.
Referenties naar alinea 1539: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- TITEL XXX - Over de verjaring en over de tijdsberekening (cann. 1540-1546)
- Hoofdstuk I - Over de verjaring (cann. 1540-1542)
1540
1017
1017
Can. 1540
Verjaring als wijze van verwerven of verliezen van een subjectief recht en eveneens van zich bevrijden van verplichtingen aanvaardt de Kerk, al naar gelang ze in het burgerlijk recht voorkomt, tenzij anders door het gemene recht wordt bepaald.
Verjaring als wijze van verwerven of verliezen van een subjectief recht en eveneens van zich bevrijden van verplichtingen aanvaardt de Kerk, al naar gelang ze in het burgerlijk recht voorkomt, tenzij anders door het gemene recht wordt bepaald.
Referenties naar alinea 1540: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1541
1017
1017
Can. 1541
Geen enkele verjaring geldt, tenzij ze op goede trouw steunt, niet alleen in het begin, maar gedurende het gehele verloop van de tijd voor de verjaring vereist met behoud van can. 1152[574|+2539 -2544].
Geen enkele verjaring geldt, tenzij ze op goede trouw steunt, niet alleen in het begin, maar gedurende het gehele verloop van de tijd voor de verjaring vereist met behoud van can. 1152[574|+2539 -2544].
Referenties naar alinea 1541: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1542
1017
1017
Can. 1542
Aan verjaring onderhevig zijn niet:
Aan verjaring onderhevig zijn niet:
Referenties naar alinea 1542: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1017
- 1° de rechten en plichten, die van een goddelijke wet zijn;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1017
- 2° de rechten, die verkregen kunnen worden op grond van alleen een apostolisch privilege;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1017
- 3° de rechten en plichten, die het geestelijk leven van de Christengelovigen direct betreffen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1017
- 4° de zekere en ontwijfelbare grenzen van kerkelijke afbakeningen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1017
- 5° de plichten en lasten, die de viering van de Goddelijke Liturgie betreffen;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1017
- 6° de canonieke voorziening van een ambt, dat volgens de norm van het recht de uitoefening van de gewijde orde vereist;
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document1017
- 7° het visitatierecht en de gehoorzaamheidsplicht zo, dat personen in de Kerk door geen enkel kerkelijk gezag kunnen worden gevisiteerd en aan geen enkel gezag meer onderworpen zijn.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document- Hoofdstuk II - Over de tijdsberekening (cann. 1543-1546)
1543
Can. 1543
Tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt geregeld, dient de tijd berekend te worden volgens de norm van de canones, die volgen.
Tenzij anders door het recht uitdrukkelijk wordt geregeld, dient de tijd berekend te worden volgens de norm van de canones, die volgen.
Referenties naar alinea 1543: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1544
Can. 1544
§ 1. Aaneengesloten tijd wordt begrepen als een, die geen enkele onderbreking toelaat.
§ 1. Aaneengesloten tijd wordt begrepen als een, die geen enkele onderbreking toelaat.
Referenties naar alinea 1544: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Nuttige tijd wordt begrepen als een, die iemand die zijn recht uitoefent dan wel vordert zo toekomt, dat hij voor de onwetende dan wel voor diegene, die niet handelen kan, niet loopt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1545
Can. 1545
§ 1. In het recht wordt dag begrepen als een duur bestaande uit 24 aaneengesloten te berekenen uren en hij begint vanaf middernacht; week als een duur van 7 dagen; maand als een duur van 30 dagen, jaar als een duur van 365 dagen, tenzij gezegd wordt dat maand en jaar moeten worden genomen, al naar gelang ze in de kalender staan.
§ 1. In het recht wordt dag begrepen als een duur bestaande uit 24 aaneengesloten te berekenen uren en hij begint vanaf middernacht; week als een duur van 7 dagen; maand als een duur van 30 dagen, jaar als een duur van 365 dagen, tenzij gezegd wordt dat maand en jaar moeten worden genomen, al naar gelang ze in de kalender staan.
Referenties naar alinea 1545: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. Als de tijd aaneengesloten is, moeten maand en jaar altijd worden genomen, al naar gelang ze in de kalender staan.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document
1546
Can. 1546
§ 1. De dag, van waaraf de telling begint, wordt niet berekend in de termijn, tenzij het begin daarvan met het begin van de dag samenvalt dan wel anders uitdrukkelijk door het recht wordt geregeld.
§ 1. De dag, van waaraf de telling begint, wordt niet berekend in de termijn, tenzij het begin daarvan met het begin van de dag samenvalt dan wel anders uitdrukkelijk door het recht wordt geregeld.
Referenties naar alinea 1546: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit document§ 2. De dag, tot waaraan de telling zich uitstrekt, wordt berekend in de termijn, die, als de tijd bestaat uit één of meerdere maanden dan wel jaren, uit één of meerdere weken, eindigt na het verstrijken van de laatste dag van dat getal dan wel, als de maand de dag van dat getal mist, na het verstrijken van de laatste dag van de maand.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media Printen niet mogelijk voor dit documentReferenties naar dit document: 176
Open uitgebreid overzichthttps://rkdocumenten.nl/toondocument/574-codex-canonum-ecclesiarum-orientalium-nl