Wij geloven in God de Vader … en in zijn Zoon … en in de Heilige Geest, Heer en Levenschenker, die uit de Vader voorkomt, en die met de Vader en de Zoon te vereren en te verheerlijken is: Drie-eenheid in eenheid en eenheid in Drie-eenheid, en weliswaar eenheid van wezen, maar Drie-eenheid van personen of hypostasen; wij belijden God de Vader, God de Zoon, God de Heilige Geest; niet drie goden maar één God, Vader, Zoon en Heilige Geest; niet de hypostase van drie namen maar één substantie van drie hypostasen; van welke één wezen of substantie of natuur, dat wil zeggen, één godheid, één eeuwigheid, één macht, één heerschappij, één heerlijkheid, één aanbidding, één wezenlijke wil en werkzaamheid van dezelfde heilige en ondeelbare Drie-eenheid, die alles geschapen heeft, ordent en omvat.
Wij belijden echter dat één van dezelfde heilige wezensgelijke Drie-eenheid, God het Woord, die vóór de eeuwen uit de Vader geboren is, in de laatste tijden der wereld voor ons en ons heil uit de hemel is nedergedaald en vlees geworden is uit de Heilige Geest en de Heilige onbevlekte glorierijke altijd Maagd Maria, onze heerseres, ware en eigenlijk moeder Gods, naar het vlees namelijk uit haar geboren en waarlijk mens geworden, en dezelfde is waarlijk God en waarlijk mens, God weliswaar uit God de Vader, mens echter uit de moeder Maagd, vleesgeworden uit dat vlees dat een rationele en intellectuele geest heeft; dezelfde is wezensgelijk aan God de Vader volgens de godheid en dezelfde ook wezensgelijk aan ons volgens de mensheid en in alles gelijk aan ons behalve alleen de zonde, die gekruisigd is voor ons onder Pontius Pilatus, geleden heeft en begraven is en weer verrezen …
Wij erkennen immers dat een en dezelfde Jezus Christus, onze Heer, eniggeboren Zoon van God, bestaat uit en in twee substanties, onvermengd, onveranderlijk, ongedeeld en ondeelbaar, terwijl nergens het verschil van de naturen is weggenomen wegens de vereniging, maar liever de eigenheid van elk van beide naturen behouden is en in één persoon en één hypostase samenkomen, en niet in een tweeheid van personen opgedeeld, noch in één samengestelde natuur vermengd is; maar wij erkennen een en dezelfde eniggeboren Zoon, God het Woord, onze Heer Jezus Christus, noch een in een ander, noch een en een ander, maar precies dezelfde in twee naturen, dat is in godheid en menselijkheid, en dat ook na de hypostatische vereniging: omdat noch het Woord in de natuur van het vlees is overgegaan, noch het vlees in de natuur van het woord is veranderd; want elk van beide blijft wat het van nature was. Wij erkennen immers het verschil van de in Hem verenigde naturen, waaruit Hij onvermengd, ondeelbaar en onveranderlijk is samengesteld, alleen met de overdenking: immers één uit beide en door één beide, omdat en de hoogheid van de godheid en de nederigheid van het vlees tegelijk zijn, terwijl elk van beide naturen ook na de vereniging zonder defect zijn eigenheid bewaart en “terwijl elk van beide vormen in gemeenschap met de ander bewerkt wat hem eigen is: het Woord bewerkt wat van het Woord is, het vlees voert uit wat eigen aan het vlees is. Een van hen schittert door wonderen, de ander bezwijkt door vernederingen.” DH 294[[401|+12]]
Daarvandaan belijden wij aldus dat Hij, zoals Hij waarlijk twee naturen of substanties, dat is de goddelijkheid en menselijkheid, onvermengd, ongedeeld, onveranderlijk heeft, zo ook twee natuurlijke willen en werkzaamheden heeft, aangezien de regel van de vroomheid ons leert dat een en dezelfde Heer Jezus Christus volmaakt God en volmaakt mens is vgl: Sessio V[[[1003]]], omdat ons wordt getoond dat de apostolische en de evangelische traditie en het leergezag van de Heilige Vaders, die de heilige en apostolische en katholieke Kerk en de eerbiedwaardige synodes aanvaarden, dit hebben ingesteld.
Om RK Documenten te kunnen verbeteren is uw reactie zeer waardevol. Heeft u aanmerkingen of suggesties voor verbeteringen of bent u een fout tegen gekomen? Laat het ons weten.