Het Sacrament van het Huwelijk
x
Gebruik de knoppen om door de historische teksten te lopen:
Informatie over dit document
Het Sacrament van het Huwelijk
Bijdragen 1 tot en met 6
Mgr. André-Joseph Léonard
1 mei 2011
Overige auteurs - Bijdragen
2011-2012, Pastoralia, uitg. Aartsbisdom Mechelen - Brussel
1 mei 2011
7 november 2022
4324
nl
Referenties naar dit document van thema's en berichten
Open uitgebreid overzichtExtra opties voor dit document
Kopieer document-URL naar klembord Reageer op dit document Deel op social mediaInhoudsopgave
Uitklappen
- Inhoud
In de volgende artikelenreeks wil ik het, in voorbereiding op het tweede pastorale jaar gewijd aan de Sacramenten, hebben we over het Sacrament van het Huwelijk. Omdat dit Sacrament zo nauw verbonden is met het menselijk lichaam, evenzeer als met het hart en de geest, wil ik allereerst in herinnering brengen hoe sterk het christelijk geloof een positieve theologie van de menselijke lichamelijkheid biedt.
Hetzelfde geldt voor de seksuele dimensie van onze persoon en de menselijke liefde. Dat is het onderwerp van onze tweede bijdrage. In dit derde deel zullen we het hebben over het gevoelige thema van de onverbreekbaarheid van het huwelijksverbond. Daarbij zullen we achtereenvolgens het pijnlijke probleem van de echtscheiding en de netelige kwestie van de burgerlijke hertrouw van gescheiden personen behandelen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 1 Grootsheid en tragiek van het lichaam (Pastoralia, nr. 5, mei 2011)
- Paragraaf 1 Ons heerlijk lichaam: grootsheid en tragiek van het lichaam
1
Als werkinstrument in de wereld is ons lichaam vooral communicatiegericht. Een knikje of een fronsje, een aanmoedigende glimlach of een knipoog van verstandhouding, een stevige handdruk of een liefdevolle streling: het lichaam spreekt. Uiteraard en op de eerste plaats met de stem in het gesproken woord, maar eveneens onuitgesproken vanuit zichzelf. Er bestaat immers zoiets als lichaamstaal.
Ons lichaam maakt het ons mogelijk te handelen en de wereld te veranderen. Maar het stelt ons ook bloot aan pijn en ziekte, en leidt ons onverbiddelijk naar de beproeving van de dood. Er komt gewis een dag dat onze krachten zullen afnemen en ons lichaam het laat afweten. Het lichaam staat voor levendige activiteit, maar evenzeer voor lijdzame passiviteit.
Maar in het instinct schuilen ook een blind geweld en een ongeordende drift, die iets woest en dierlijks oproepen en die ook een mogelijke doodsbedreiging verhullen.
En toch, het is precies dit lichaam dat God, volgens het christelijk geloof, voorbestemt voor de heerlijkheid. Hij geeft het nu reeds een weergaloze waardigheid, tot in zijn seksuele dimensie toe. Zozeer zelfs dat we over het christendom kunnen spreken als een ‘godsdienst van het lichaam’.
Een belichaamde geest
Sommige mensen zijn bijzonder gevoelig voor de schoonheid van het menselijk lichaam. Anderen voor zijn kwetsbaarheid. Nochtans komen we het gemakkelijkst onder de indruk van zijn grootsheid. Wat een wonderbaarlijke complexiteit! Wat een functionaliteit! Het menselijk lichaam is het voortdurende wonder van een belichaamde geest. Ik woon in mijn ogen, in mijn stem, in mijn handen. Zonder me ertoe te beperken, ben ik als het ware mijn lichaam zelf. We zeggen dan ook niet: ‘Mijn lichaam heeft het warm’, maar: ‘Ik heb het warm’. Door mijn lichaam dringt het meest geestelijke in mij door in het hart van de materie, en werkt het van binnenuit in op de wereld. Het lichaam is als een geestelijk paard van Troje in de fysische wereld...Als werkinstrument in de wereld is ons lichaam vooral communicatiegericht. Een knikje of een fronsje, een aanmoedigende glimlach of een knipoog van verstandhouding, een stevige handdruk of een liefdevolle streling: het lichaam spreekt. Uiteraard en op de eerste plaats met de stem in het gesproken woord, maar eveneens onuitgesproken vanuit zichzelf. Er bestaat immers zoiets als lichaamstaal.
De taal van de seksualiteit
Binnen deze lichaamstaal speelt de seksualiteit ongetwijfeld een relatieve, maar soms ook een doorslaggevende rol. Door hun structuur en werking houden de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen een belofte tot communicatie en een waarborg tot vruchtbaarheid in. Ze laten toe een mogelijke omhelzing van lichaam en hart aan te voelen. Ze dragen de kiem in zich van het leven dat daaruit kan voortkomen. Deze twee aspecten zijn trouwens nauw met elkaar verbonden: de seksualiteit als ruimte van fysieke en geestelijke communicatie en de seksualiteit als genitaal vermogen tot voortplanting. De menselijke geslachtsorganen zijn er zo op ingesteld dat ze oproepen tot de vleselijke eenwording van man en vrouw ‘van aangezicht tot aangezicht’, wat uitzonderlijk is in de dierenwereld. Uit zichzelf lenen ze zich tot het persoonlijke intersubjectieve taalgebruik. Maar tegelijkertijd is de menselijke seksualiteit objectief gericht op de voortplanting. Het gehele productieproces van de spermatozoïden, de gehele vrouwelijke cyclus met zijn arsenaal aan hormonen en het complexe mechanisme van de ovulatie, en tenslotte de gehele fysiologie van de geslachtsdaad, dat alles geeft uitdrukking aan de volhardende vindingrijkheid van de natuur om de biologische bevruchting toe te laten en het doorgeven van het leven te verzekeren. Dit objectief taalgebruik van de organen en hun ontmoeting is een onmiskenbaar onderdeel van de menselijke seksualiteit. In staat zijn te verwekken én tegelijkertijd tederheid en vreugde kunnen delen: daaruit spreekt de grootsheid en de waardigheid van het lichaam als zetel van communicatie.Zwaarwichtigheid en ondoorzichtigheid van het lichaam
Maar het kan niet geloochend worden dat het lichaam ook zijn lasten en tragiek kent. In zijn gerichtheid op communicatie en uitwisseling is het lichaam ook een factor van afzondering en ondoorzichtigheid. Iedereen is door zijn lichaam in zekere zin in zichzelf opgesloten. Ik ben ik. En jij bent jij. Op onoverbrugbare ‘lichaamsafstand’ van elkaar. Wat gaat er schuil achter dat aangezicht? Welke leugen ligt misschien verdoken onder dat woord of gebaar? Zelfs in de seksuele eenwording kunnen partners totaal vreemden blijven voor elkaar.Ons lichaam maakt het ons mogelijk te handelen en de wereld te veranderen. Maar het stelt ons ook bloot aan pijn en ziekte, en leidt ons onverbiddelijk naar de beproeving van de dood. Er komt gewis een dag dat onze krachten zullen afnemen en ons lichaam het laat afweten. Het lichaam staat voor levendige activiteit, maar evenzeer voor lijdzame passiviteit.
De anarchie van het seksuele instinct
Mensen raken bovendien in verwarring door het falen van het lichaam: ongeneeslijke ziekten, ernstige lichamelijke of geestelijke handicaps enzovoort. Armzalig lichaam... Zelfs in het liefhebbende, vreugdevolle en levengevende vermogen dat de seksualiteit is, schuilen sombere aspecten die de dood oproepen. In de seksuele drift uit zich een kracht die - gelukkig maar - voorbijgaat aan de helderheid van het geweten. Dit laat de seksuele liefde toe om levensbelangrijke liefkozing te zijn, een extase van hart en lichaam.Maar in het instinct schuilen ook een blind geweld en een ongeordende drift, die iets woest en dierlijks oproepen en die ook een mogelijke doodsbedreiging verhullen.
Tussen de aftakeling en de heerlijkheid: ons huidig lichaam
Een christen kan niet onverschillig blijven tegenover deze dubbelzinnigheid van het lichaam. Hij weet dat het lichaam, zoals hij het nu ervaart, niet aan zijn uiteindelijke waarheid toe is. We zijn slechts een schim van wat we zullen zijn bij de opstanding. Bovendien behoren wij in alles wat we zijn, met inbegrip van ons lichaam, tot een gebroken wereld, tot een schepping ‘onderworpen aan een zinloos bestaan’, zoals Paulus het uitdrukt (Rom. 8, 20)[b:Rom. 8, 20]. We zijn vervreemd van de integriteit van de prille schepping, en kennen de pracht van de nieuwe wereld nog niet. Het lichaam en het seksuele onderscheid tussen man en vrouw maken deel uit van het initiële scheppingsplan van God, en zullen nooit kunnen worden weggecijferd. Wij zijn wezens van vlees en bloed, mannen en vrouwen voor de eeuwigheid. Maar in onze huidige lichamelijke toestand en in onze beleving van de seksualiteit merken we aspecten die betrekking hebben op de gevallen wereld waarin we ons bevinden. Zij zullen verdwijnen op de dag van de verrijzenis en wellicht behoorden zij niet tot het menselijke bestaan vóór de zonde. Zegt Jezus, wanneer Hij het heeft over de nieuwe wereld van de verrijzenis, niet zelf: ‘Die waardig zijn gekeurd deel te krijgen aan de andere wereld en aan de verrijzenis uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk gegeven. Zij kunnen immers niet meer sterven, omdat zij gelijk engelen zijn’ (Lc. 20, 35-36a)[b:Lc. 20, 35-36a]. Dit betekent niet dat we in het eeuwig leven geen lichaam meer zullen hebben en niet langer man of vrouw zullen zijn, maar wel dat we, niet meer bedreigd door de dood, deze laatste niet hoeven te bezweren door de seksuele voortplanting. Kortom, een volgeling van Jezus is bijzonder gevoelig voor het feit dat in deze wereld het lichaam en de seksualiteit, hoewel fundamenteel goed, getekend zijn door een zekere dubbelzinnigheid. Grootsheid en tragiek van het lichaam.En toch, het is precies dit lichaam dat God, volgens het christelijk geloof, voorbestemt voor de heerlijkheid. Hij geeft het nu reeds een weergaloze waardigheid, tot in zijn seksuele dimensie toe. Zozeer zelfs dat we over het christendom kunnen spreken als een ‘godsdienst van het lichaam’.
Referenties naar alinea 1: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Paragraaf 2 Het christendom: een godsdienst van het lichaam
2
De christelijke verheerlijking van het lichaam
De Kerk wordt er wel eens van beschuldigd het lichaam te geringschatten en de seksualiteit te misprijzen. Natuurlijk zijn misvattingen altijd mogelijk en het kan dat pessimistische geesten van de huidige dubbelzinnigheid van het lichaam en de seksualiteit enkel de negatieve signalen onthouden. Maar in de gehele mensengeschiedenis vertolkt Jezus’ Kerk in essentie de meest positieve boodschap over de menselijke lichamelijkheid. God heeft een lichaam en een vrouw is de moeder van het vleesgeworden WoordAls christenen belijden we dat God zelf voor eeuwig is belichaamd in Jezus. Want Hij is de vleesgeworden Zoon van God in onze geschiedenis. Jezus’ lichaam is dus werkelijk Gods lichaam. Dat is het geladen waagstuk in de godsdienst van de incarnatie die het christelijk geloof is: een menselijk lichaam, het lichaam van Jezus, is in vlees en bloed het lichaam van de goddelijke Persoon! Zoals elk menselijk lichaam is Jezus’ lichaam geboren uit een vrouw, Maria van Nazareth, verloofde van Jozef. Zeker, Maria is maagd, vermits Jezus, als waarlijk mens, geboren moet worden uit een vrouw, maar, als waarlijk God, geen andere vader kan hebben dan God zelf, die Hij trouwens op unieke wijze ‘zijn Vader’ noemt. Maar het blijft even waar dat de Kerk Maria vereert als echte moeder van Jezus, en dus — vermits Jezus waarlijk God is — als moeder Gods. Er is met andere woorden een vrouw uit ons mensengeslacht die het fysieke lichaam van God in haar werkelijk maagdelijke moederschoot heeft gedragen en aldus het geïncarneerde Woord, de vleesgeworden Zoon van God heeft gebaard.Jezus’ genezende, vernederde en verheerlijkte lichaam
Omdat Jezus’ lichaam het menselijk lichaam van God is, is het een bron van genezing en heil voor de gehele mensheid. De opdringende menigte die Hem trachtte aan te raken, omdat er een kracht van Hem uitging die hen allen genas (cf. Lc. 8,46), had het niet verkeerd. Is het niet door zijn lichaam van vlees en bloed - bespuwd, gegeseld, gekruisigd en doorboord - dat Jezus, zoals Petrus het schrijft, onze zonden op het kruishout heeft gedragen en dat wij door zijn striemen zijn genezen, opdat we, verlost van de zonden, zouden gaan leven voor de gerechtigheid (1 Pt. 2, 24)[[b:1 Pt. 2, 24]]? En is het ook niet dat lichaam van Jezus, geboren uit de Maagd Maria en geslachtofferd op het kruis, dat de Vaderde derde dag heeft opgewekt, om de uiteindelijke bestemming van de mens, namelijk de verheerlijking te openbaren? Ook dat is een waagstuk van de christelijke incarnatiegodsdienst: in zijn gekruisigde lichaam heeft Jezus, de mensgeworden Zoon van God, het gewicht van onze zonden en onze dood gedragen — in zijn verheerlijkte lichaam heeft Hij gezegevierd en het onvergankelijke leven van de nieuwe wereld geopenbaard!Werkelijk aanwezig lichaam in de Eucharistie
Laten we vooral niet geloven dat sinds de verrijzenis en de Hemelvaart Jezus’ lichaam, totaal vervreemd aan onze huidige toestand, ergens rondzweeft in het hemelrijk. Neen! Terwijl het geheel toebehoort aan de nieuwe wereld van de opstanding, blijft Jezus’ lichaam voor ons toegankelijk in de Eucharistie die de Kerk ons biedt. Wanneer we de geconsacreerde hostie nuttigen, nemen we Gods lichaam tot ons en hebben we deel aan het lichaam van Hem die onze zonden gedragen heeft op het kruis. Wanneer we drinken van de geconsacreerde wijn, ontvangen wij Jezus’ bloed dat uit zijn handen, zijn voeten en zijn doorboorde zijde is gevloeid. Wanneer wij de Eucharistie krijgen, ontvangen wij het verheerlijkte lichaam van onze verrezen Heer. En bij de verering van het Heilig Sacrament aanbidden we het allerheiligste lichaam van de Eerstgeborene onder de doden, van Hem die ons op een dag zal verwelkomen in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die op Pasen door hem zijn aangebroken.De heerlijkheid van ons lichaam
Maar er is nog meer. Sinds ons Doopsel zijn wij ingelijfd in Jezus’ leven en voorbestemd voor dezelfde transformatie. Nu reeds is ons lichaam van vlees en bloed een tempel die bewoond wordt door de drie goddelijke Personen. Dat is de prachtige waardigheid van ons lichaam, zelfs in zijn bescheidenheid en huidige dubbelzinnigheid! Ons lichaam dat de Geest van de Vader en Jezus tot zijn huis maakt; ons lichaam dat gevoed wordt door het verrezen Lichaam van de Heer; ons lichaam geschapen tot heerlijkheid... Want de opstanding is ons toegezegd, Jezus’ verrijzenis achterna. God heeft ons lichaam niet gemaakt om te vergaan in een graf of om weer te keren tot stof en as. Neen, Hij maakte je lichaam tot het jouwe, tot je unieke lichaam, voor het leven zonder einde. Wie anders buiten de Kerk houdt er een zo gewaagd taalgebruik op na over de oneindige waardigheid en de eeuwige bestemming van het menselijke lichaam?Referenties naar alinea 2: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 2 De seksuele dimensie van onze persoon en de menselijke liefde (Pastoralia nr. 6, juni 2011)
- Paragraaf 1 De grootsheid van de menselijke liefde
3
‘Ik ben van mijn lief;
naar mij gaat zijn verlangen uit.
Kom, mijn lief laten wij naar buiten gaan,
laten we overnachten in de dorpen.
Dan trekken we ‘s ochtends vroeg
de wijngaarden in
om te zien of de wijnstok al uitbot,
of de knoppen zijn opengebroken
en de granaatbomen al bloeien.
Dan zal ik je met liefkozingen overstelpen! (Hoogl. 7, 11-13)[b:Hoogl. 7, 11-13]
Is dat niet de poëtische duiding van wat het boek Genesis al verwoordde: ‘Zo komt het dat een man zijn vader en zijn moeder verlaat en zich zo aan zijn vrouw hecht, dat zij volkomen één worden’ (Gen. 2, 24)[b:Gen. 2, 24]?
Voor een goed begrip: Jezus is ongehuwd gebleven. En Maria-Magdalena was niet zijn geliefde! Het tegendeel zou trouwens ondenkbaar zijn. Hoe zou de mensgeworden Zoon van God, neergedaald voor het heil van allen, zich exclusief hebben kunnen binden aan één welbepaalde persoon? Het is juist de liefde waarin Jezus zich wegschenkt aan de gehele mensheid, die door het Nieuwe Testament als een waar huwelijksverbond wordt beschouwd.
Het is niet toevallig dat Jezus, Zoon van God - een man dus - in deze wereld is gekomen en dat de Kerk in wezen vrouwelijk is (de geliefde, de bruid, de moeder) en in haar geheel wordt verpersoonlijkt door een vrouw, Maria! Niet voor niets schiep God hen ‘in het begin’ als man en vrouw. Dat alles betekent dat de menselijke liefde ingeschreven is in het hart van de Schepper zelf en dat de echtelijke vereniging van man en vrouw onlosmakelijk verbonden is met de grootste liefdesdaad uit de geschiedenis: de liefde van Jezus die op het kruis zijn bloed vergiet tot heil van de mensheid.
Nu rest ons nog de belangrijkste kenmerken te benadrukken van dit liefdesverbond russen Hem die de theologen wel eens ‘de Nieuwe Adam’ noemen - te weten Jezus en haar die ze aanduiden als ‘de Nieuwe Eva’ - namelijk de Kerk, verpersoonlijkt door Maria.
‘Man en vrouw schiep Hij hen’
De hele Bijbel spreekt ons over de zegen die rust op de menselijke liefde en bijgevolg ook op de seksualiteit. Staat er in het boek Genesis niet reeds te lezen: ‘God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen’ (Gen. 1, 27)[b:Gen. 1, 27]. Het seksuele onderscheid tussen man en vrouw wordt dus in verband gebracht met de schepping zelf van de mens naar het beeld van God! Dit geeft aan dat man en vrouw, doorheen hun menselijke liefde en haar vruchtbare gerichtheid op een kind, een gemeenschap beleven die wonderbaarlijk op deze van God als drie-eenheid gelijkt.Een liefdeslied in de Bijbel
Een Oudtestamentisch boek is volledig gewijd aan het bezingen van de hartstochtelijke liefde die man en vrouw verenigt. Dat liefdeslied waarin ruim aandacht wordt besteed aan een welbegrepen erotiek, maakt dus deel uit van de Bijbelse openbaring, het Woord Gods aan de mensheid. Het gaat om het Hooglied, waarvan volgende verzen het bekendste zijn:‘Ik ben van mijn lief;
naar mij gaat zijn verlangen uit.
Kom, mijn lief laten wij naar buiten gaan,
laten we overnachten in de dorpen.
Dan trekken we ‘s ochtends vroeg
de wijngaarden in
om te zien of de wijnstok al uitbot,
of de knoppen zijn opengebroken
en de granaatbomen al bloeien.
Dan zal ik je met liefkozingen overstelpen! (Hoogl. 7, 11-13)[b:Hoogl. 7, 11-13]
Is dat niet de poëtische duiding van wat het boek Genesis al verwoordde: ‘Zo komt het dat een man zijn vader en zijn moeder verlaat en zich zo aan zijn vrouw hecht, dat zij volkomen één worden’ (Gen. 2, 24)[b:Gen. 2, 24]?
Het liefdeshuwelijk van Jezus
Jezus zelf heeft de echtelijke liefde gezegend. Niet enkel door zijn aanwezigheid op de bruiloft te Kana (Joh. 2, 1-12)[[b:Joh. 2, 1-12]] en zijn uitdrukkelijke afwijzing van echtscheiding en hertrouw (Mc. 10, 1-12)[[b:Mc. 10, 1-12]], maar door zelf het grootste liefdeshuwelijk van de hele mensengeschiedenis aan te gaan.Voor een goed begrip: Jezus is ongehuwd gebleven. En Maria-Magdalena was niet zijn geliefde! Het tegendeel zou trouwens ondenkbaar zijn. Hoe zou de mensgeworden Zoon van God, neergedaald voor het heil van allen, zich exclusief hebben kunnen binden aan één welbepaalde persoon? Het is juist de liefde waarin Jezus zich wegschenkt aan de gehele mensheid, die door het Nieuwe Testament als een waar huwelijksverbond wordt beschouwd.
‘Ik neem u als mijn bruid, voor altijd’
Het Oude Testament had de liefde van de Heer voor zijn volk al verwoord in termen van een echtelijke verbintenis tussen man en vrouw: ‘Ik neem u als mijn bruid, voor altijd, als mijn bruid, in recht en gerechtigheid, in goedheid en mededogen, als mijn bruid, in trouw: dan zult u de Heer leren kennen’ (Hos. 2, 21-22)[b:Hos. 2, 21-22]. In lijn met deze traditie begreep ook Sint-Paulus op dezelfde wijze de liefde van Christus voor zijn Kerk. Zo schrijft hij: ‘Mannen, heb uw vrouw lief, zoals ook Christus de Kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft overgeleverd om haar heilig en rein te maken, door het waterbad en het woord, om haar tot zich te voeren in haar luister, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, maar heilig en onbesmet’ (Ef. 5, 25-27)[b:Ef. 5, 25-27].De Kerk is Iemand!
Om de betekenis van deze tekst ten volle te vatten, moet men begrijpen dat voor Jezus de Kerk niet datgene is waarvoor men ze soms houdt, namelijk een organisatie, een anoniem instituut of een of ander verbazingwekkend ‘apparaat’. Voor Jezus is de Kerk Iemand. De Kerk, dat zijn wij allen. In Jezus’ ogen is de Kerk dat deel van de mensheid, dat zich van zijn liefde laat doordringen en die liefde ook beantwoordt. Voor Jezus is de Kerk, in zijn tedere liefde voor alle schepselen, de uitverkoren partner. Vandaar dat de Kerk in haar diepste wezen gesymboliseerd wordt door een levende persoon, een vrouw, de Maagd Maria.De Kerk, bruid van Christus
In dit perspectief zijn de woorden van Paulus bijzonder veelzeggend. Christus hield en houdt van de Kerk zoals een persoon een ander kan liefhebben, zoals een man kan houden van een vrouw. Hij heeft zichzelf voor haar overgeleverd aan het kruis. Doorheen de geschiedenis heeft Hij haar gezuiverd en geheiligd door het doopwater. Telkens over een nieuw kind van God de rituele woorden: ‘Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’ worden uitgesproken, onttrekt Jezus opnieuw een mensenkind aan de macht van het kwade. Hij neemt het op in zijn teerbeminde bruid, van wie Hij wenst dat ze heilig en onbevlekt is, met name de Kerk.Het grote mysterie van de liefde en de seksualiteit
Christenen worden uitgenodigd om de ultieme draagwijdte van de liefde tussen man en vrouw te plaatsen binnen deze liefde van Christus voor zijn bruid, en uiteindelijk ook de diepe betekenis van de seksualiteit te kaderen in dit huwelijksverbond tussen Jezus en ons die zijn Kerk uitmaken. Verwijzend naar de mysterievolle grootsheid van de menselijke liefde, benadrukt Paulus dan ook wat verder in zijn brief ‘Dit geheim is groot. Ikzelf betrek het op Christus en de Kerk’ (Ef. 5, 32)[b:Ef. 5, 32].Het is niet toevallig dat Jezus, Zoon van God - een man dus - in deze wereld is gekomen en dat de Kerk in wezen vrouwelijk is (de geliefde, de bruid, de moeder) en in haar geheel wordt verpersoonlijkt door een vrouw, Maria! Niet voor niets schiep God hen ‘in het begin’ als man en vrouw. Dat alles betekent dat de menselijke liefde ingeschreven is in het hart van de Schepper zelf en dat de echtelijke vereniging van man en vrouw onlosmakelijk verbonden is met de grootste liefdesdaad uit de geschiedenis: de liefde van Jezus die op het kruis zijn bloed vergiet tot heil van de mensheid.
Nu rest ons nog de belangrijkste kenmerken te benadrukken van dit liefdesverbond russen Hem die de theologen wel eens ‘de Nieuwe Adam’ noemen - te weten Jezus en haar die ze aanduiden als ‘de Nieuwe Eva’ - namelijk de Kerk, verpersoonlijkt door Maria.
Referenties naar alinea 3: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Paragraaf 2 Hie heeft Jezus Zijn bruid lief?
4
Het liefdesverbond tussen Jezus en ons, zijn Kerk, heeft vier bijzondere kenmerken. Ze geven een aanzet om het wezenlijke van het christelijke seksualiteitsbegrip (dat uiteraard ook vatbaar is voor een filosofische reflectie) op het spoor te komen. Ze zullen ons ook toelaten verder in te gaan op enkele aspecten van het christelijke huwelijk.
Een authentieke zelfgave
De liefde van Jezus toont zich allereerst in een waar verbond, dat echter meteen ook een zichzelf wegschenken aan een ander in zich draagt. Jezus’ liefde is niet narcistisch, niet op zichzelf gericht. Naar het beeld van de eeuwige God - liefdeseenheid tussen de drie goddelijke personen — cijfert Jezus’ liefde zichzelf in overgave weg. ‘Christus heeft de Kerk liefgehad en heeft zich voor haar overgeleverd’ (Ef. 5, 25)[b:Ef. 5, 25]. En Paulus voegt eraan toe: ‘Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij’ (Gal. 2, 20)[b:Gal. 2, 20].Een liefde van hart en lichaam, die uitmondt in het bruiloftsmaal van de Eucharistie
Dit verbond is tegelijk spiritueel en lichamelijk. Het eerste spreekt voor zich: Jezus bemint ons met heel zijn verstand, heel zijn wil en heel zijn hart — dus op authentiek spirituele wijze. Maar - en dat is minstens even belangrijk - Hij bemint ons ook op een manier die we met enige omzichtigheid ‘lichamelijk’ kunnen noemen. Want inderdaad, om ons helemaal te redden, om het Lichaam van zijn Kerk te vrijwaren, stemde Hij ermee in zijn lichaam van vlees en bloed voor haar te offeren. Is dat niet de ware lichamelijke liefde? Maar er is meer. Het christelijke geloof durft het aan een diepe gelijkenis te zien tussen Jezus’ liefde voor de Kerk - liefde die ons wordt aangeboden in de Eucharistie - en de lichamelijke liefde tussen man en vrouw. In de seksuele ontmoeting komt, na de dialoog en het liefdesspel, het moment dat de man zijn zaad, vanuit zijn meest intiemste ik, toevertrouwt aan de schoot van de vrouw. Het is het moment van stilzwijgende eenwording, van gedeeld welbehagen, gewoonlijk gevolgd door enkele ogenblikken van rust, van louter samenzijn in gemeenschappelijke dankbaarheid voor de voldoening en de vreugde, die werd gegeven en ontvangen. Mits de nodige omzettingen en zonder verschillende taalregisters te verwarren, kan hetzelfde gezegd worden over het eucharistische bruidsmaal tussen de Christus-Bruidegom en zijn Kerk-Bruid. Na een moment van luisterbereidheid - de dienst van het Woord - en na een moment van wederzijdse aanwezigheid - de eucharistische dienst - , komt het moment van de communie. In een grootse beweging van liefde schenkt de Heer daarbij vanuit zijn diepste menselijkheid het levenszaad, zijn eucharistisch Lichaam: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt.’ Dat levenszaad vertrouwt Hij toe aan ons vlees, legt Hij in de schoot van zijn Kerk. Het is het moment van stilzwijgende eenwording (communio), van wederzijds welbehagen waarbij de Kerk - dat wil zeggen: elk van ons - zoals de bruid uit het Hooglied zachtjes kan fluisteren: ‘Ik ben van mijn lief en mijn lief is van mij’ (Hoogl. 6, 3)[b:Hoogl. 6, 3]. Daarna volgt een moment van dankzegging en gemeenschappelijke rust. Jezus vindt rust in ons en wij vinden rust in Jezus. Hierbij zijn we hem dankbaar om zijn aanwezigheid en trachten wij zijn liefde voor ons te beantwoorden met onze liefde voor hem.‘Met eeuwige liefde ontferm Ik mij over u’
Het huwelijksverbond tussen Christus en zijn Kerk is ook een onverbrekelijk verbond. Onverbrekelijk omdat, ongeacht onze ontrouw of zelfs ons verraad, de Heer ons eeuwig trouw blijft. Eenmaal gesloten kan het verbond - tenminste vanuit zijn kant — niet verbroken worden. ‘Al wijken de bergen en wankelen de heuvels, mijn gunst wijkt niet van u, en mijn vredesverbond wankelt nooit,’ zegt de Heer (Jes. 54, 10)[b:Jes. 54, 10]. Dat is ook wat Jezus ons wou duidelijk maken doorheen zijn hele lijdensverhaal, zijn gegeseld lichaam, zijn vergoten bloed en zijn doorboorde hart: ‘Met eeuwige liefde ontferm Ik mij over u’ (Jes. 54, 8)[b:Jes. 54, 8]; ‘tot het uiterste gaat mijn liefde’ (Joh. 13, 1)[[b:Joh. 13, 1]].Een mateloze en vruchtbare liefde
Het onverbrekelijke en trouwe verbond van Christus en de Kerk is ten slotte vruchtbaar: het is een bron van leven. Vanuit deze liefde zijn wij als christenen geboren voor het nieuwe leven in het rijk Gods. We noemen de Kerk ook dikwijls ‘onze moeder de heilige Kerk’, waarin wordt uitgedrukt dat de ontelbare gedoopten allen kinderen zijn van deze liefde. Ze zijn de mateloze vrucht van het huwelijk tussen Jezus en zijn Kerk, ingezegend op het Kruis en voltrokken in de Eucharistie. Dat alles opent enkele perspectieven…Referenties naar alinea 4: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 3 De onverbreekbaarheid van het huwelijksverbond (Pastoralia nr. 7, september 2011)
- Paragraaf 1 De onverbreekbaarheid van het huwelijksverbond
5
Het pijnlijke probleem van de echtscheiding
De tragiek van de echtscheiding is zo ingrijpend omdat we te maken hebben met een essentiële dimensie van de menselijke liefde in het algemeen en van het christelijk huwelijk in het bijzonder, met name de exclusieve, trouwe en onomkeerbare verbintenis tussen een man en een vrouw.Een exclusief, trouw en onomkeerbaar verbond
Het enige huwelijksverbond naar het beeld van Christus’ liefde voor zijn Kerk is er een van exclusiviteit, dat wil zeggen monogaam (verwerping van polygamie), trouw (afwijzing van overspel) en onomkeerbaar, met andere woorden onverbrekelijk (weigering van de echtscheiding gevolgd door een hertrouw). Het eerste punt de monogamie is meer en meer de norm in alle culturen. Het geven van zichzelf, zowel geestelijk als lichamelijk, kan — zich spiegelend aan Jezus die Zich wegschenkt aan zijn bruid - niet ten volle beleefd worden tenzij op een exclusieve manier: jij en jij alleen, tot de dood ons scheidt. Zelfs vanuit louter filosofisch oogpunt vraagt de waardigheid van de menselijke persoon om deze exclusiviteit. Men kan zich niet voluit met lichaam en geest wegschenken aan meerdere personen tegelijkertijd. Vandaar dat polygamie en overspel zowel louter menselijk als christelijk onaanvaardbaar zijn.Kan men zich binden voor altijd?
De kwestie van de onverbreekbaarheid van het huwelijk ligt minder voor de hand. Hoe kan ik vandaag een engagement voor het leven aangaan, als ik geen zicht heb op een groot deel van mijn verdere levensloop, noch op die van mijn partner? De vraag wordt nog moeilijker binnen de hedendaagse cultuur die gericht is op het onmiddellijke en die, door steeds nieuwe ‘recycling’- mogelijkheden aan te bieden, een engagement op lange termijn beknot. Nochtans, enkel het onherroepelijk engagement binnen de huwelijksband is werkelijk in overeenstemming met de waardigheid van personen, die wel in de tijd - met al zijn wisselvalligheden - leven, maar precies in hun spiritualiteit de tijdgeest het hoofd bieden en zich er niet door laten meesleuren. Zich slechts tijdelijk - en afhankelijk van de grillen van het leven - tegenover de ander engageren in liefde van hart en lichaam, is noch mezelf, noch de ander waardig. Op zulke wijze liefhebben is niet langer zich in liefde toevertrouwen aan de ander als persoon, aan diens diepste ‘jij’, maar enkel aan een gedeeltelijke en tijdelijke dimensie van diens mens-zijn. Dat is geen liefhebben in de sterke zin van het woord.De radicaliteit van Jezus’ woorden
Vanuit christelijk perspectief zijn de woorden van Jezus van een helderheid zonder weerga: ‘Maar vanaf het begin van de schepping heeft Hij hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw en die twee zullen één zijn. Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus: wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden.’‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt echtbreuk tegenover haar, en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij echtbreuk.’ (Mc. 10, 6-12)[b:Mc. 10, 6-12] Deze formele verklaring van Jezus is zeer veeleisend, maar ligt volledig in de lijn van het verbond waarin Jezus christenen die huwen betrekt, namelijk zijn eigen liefdesverbond met zijn Kerk.Naar het beeld van Christus trouw aan de ander, wat er ook moge gebeuren
Hoe bemint God zijn volk, hoe bemint Christus zijn Bruid? Vanuit een liefde die zich totaal aan ons geeft, ondanks ons verraad en onze ontrouw. Niemand is verplicht om een christelijk huwelijk aan te gaan. Maar als men er zich toe verbindt, is het enige verbond dat zich werkelijk spiegelt aan het beeld van Christus, dát waarbij elke partner zich tegenover de ander engageert met de belofte trouw te zijn ondanks mogelijke ontrouw. Dat kan gek klinken, en dat is het ook enigszins. Maar alleen die dwaasheid getuigt van de mateloze liefde van God. Dat is ook de reden waarom de Kerk, in overeenstemming met het Evangelie, sterk vasthoudt aan het feit dat een op een geldige wijze voltrokken huwelijk tussen gedoopten absoluut onverbrekelijk is, eens het is geconsumeerd door de seksuele vereniging. Dat toont ook het grote belang dat het christelijk geloof toekent aan het lichaam. Om een huwelijk onverbrekelijk te maken, volstaat niet enkel de viering van het sacrament, maar dient de verbintenis ook lichamelijk bezegeld te worden.Referenties naar alinea 5: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Paragraaf 2 En de mislukkingen?
6
Hoe moet men zich opstellen tegenover de pijnlijke problemen die rijzen als huwelijken mislukken?
(Even terzijde: Veel christenen zijn geschokt en ik begrijp hen dat de Kerk zich niet het recht toe-eigent om een huwelijk dat is spaak gelopen te ontbinden, terwijl ze soms priesters die niet trouw zijn aan hun celibaat toelaat van hun engagementen te worden ontheven en christelijk te huwen. Dit wekt de ongelukkige indruk dat de Kerk onverbiddelijk is tegenover de leken, terwijl de priesters het onder elkaar regelen . In feite is de situatie heel anders. Wat betreft de onontbindbaarheid van het huwelijk dient de Kerk zich te houden aan de natuur van de dingen en aan de uitdrukkelijke wil van de Heer zelf, terwijl het celibaat niet noodzakelijk verbonden is met het priesterschap en afhangt van een beslissing van de Kerk zelf. De barmhartigheid van de Kerk geniet in dit laatste geval een vrijheid die haar niet is toegekend in het eerste. Niettemin blijft het een schandaal dat een vrijwillig aangegane verbintenis vervolgens verbroken wordt. We kunnen ons erover verheugen dat Rome in de afgelopen jaren nog slechts zeer uitzonderlijk dergelijke dispensaties verleent.)
Omdat ze zich niet verlaten op de middelen die de Heer ons rijkelijk schenkt, omdat ze die niet psychologisch laten doorwerken door de nodige tijd te nemen om samen te zijn en met elkaar te praten, overwegen al te veel koppels, van zodra de eerste ernstige crisis zich voordoet, dadelijk uit elkaar te gaan. Hoeveel scheidingen, met alle dramatische gevolgen voor de kinderen, zouden kunnen vermeden zijn dankzij een leven van een intensere christelijke spiritualiteit?
Het geval van een nietig huwelijk
Er zijn een aantal gevallen waarbij de Kerk, na een grondig onderzoek, kan besluiten dat een beletsel of een ernstige fout bij de instemming tot het huwelijk dat ongeldig maakt en dat er dus geen huwelijk heeft plaatsgehad. In een dergelijk geval ontbindt de Kerk een geldig gesloten huwelijk niet, maar erkent enkel de nietigheid van een huwelijk dat eigenlijk niet geldig was. Voor het overige eigent de katholieke Kerk, geplaatst voor een realiteit die haar overstijgt, zich niet de bevoegdheid toe om een huwelijk te ontbinden dat tussen twee gedoopten geldig is gesloten en lichamelijk is geconsumeerd.(Even terzijde: Veel christenen zijn geschokt en ik begrijp hen dat de Kerk zich niet het recht toe-eigent om een huwelijk dat is spaak gelopen te ontbinden, terwijl ze soms priesters die niet trouw zijn aan hun celibaat toelaat van hun engagementen te worden ontheven en christelijk te huwen. Dit wekt de ongelukkige indruk dat de Kerk onverbiddelijk is tegenover de leken, terwijl de priesters het onder elkaar regelen . In feite is de situatie heel anders. Wat betreft de onontbindbaarheid van het huwelijk dient de Kerk zich te houden aan de natuur van de dingen en aan de uitdrukkelijke wil van de Heer zelf, terwijl het celibaat niet noodzakelijk verbonden is met het priesterschap en afhangt van een beslissing van de Kerk zelf. De barmhartigheid van de Kerk geniet in dit laatste geval een vrijheid die haar niet is toegekend in het eerste. Niettemin blijft het een schandaal dat een vrijwillig aangegane verbintenis vervolgens verbroken wordt. We kunnen ons erover verheugen dat Rome in de afgelopen jaren nog slechts zeer uitzonderlijk dergelijke dispensaties verleent.)
Het christelijk huwelijk vereist een ernstige voorbereiding
Wat de talrijke mislukkingen van christelijke huwelijken betreft, moet er eerst en vooral herinnerd worden aan het belang van een goede voorbereiding op de viering van dit sacrament. Veel christenen hebben er geen moeite mee dat twee of drie jaar noviciaat nodig zijn om zich voor te bereiden op het religieuze leven, terwijl ze vinden dat men wel inderhaast kan huwen zonder een degelijke voorbereidingstijd. Is het huwelijksengagement dan minder belangrijk dan het religieuze of het priesterlijke engagement? Wanneer een huwelijksinzegening amper meer betekent dan een fraaie ceremonie in een mooie kerk, hoeft het niet te verwonderen dat de genade van dit sacrament niet werkzaam blijkt!Zich actief verlaten op de genademiddelen
Na een adequate huwelijksvoorbereiding moeten partners ook voortdurend inspanningen leveren om te leven van de genade die uit de viering van het sacrament voortvloeit. Door te trouwen voor de Kerk (zoals men dat vaak uitdrukt) vragen twee christenen aan Christus om met de liefde waarmee Hij zijn Kerk heeft bemind - liefde die tot het kruis reikt en zich wegschenkt in de eucharistie - borg te staan voor hun liefde. Hierop doordenkend moet men dan ook besluiten dat een christelijk huwelijk geen stand kan houden tenzij de liefde van de gehuwden zich voortdurend voedt en versterkt met Christus in het gebed, de geregelde biecht en de frequente communie van het Lichaam van de Heer. Wanneer men geen gebruikmaakt van de middelen die de Heer aanreikt om het verbond dat Hij met ons wil aangaan te beleven, hoe kan men dan staande blijven doorheen beproevingen en stormen? En hoe kan men dan de tand des tijds weerstaan?Omdat ze zich niet verlaten op de middelen die de Heer ons rijkelijk schenkt, omdat ze die niet psychologisch laten doorwerken door de nodige tijd te nemen om samen te zijn en met elkaar te praten, overwegen al te veel koppels, van zodra de eerste ernstige crisis zich voordoet, dadelijk uit elkaar te gaan. Hoeveel scheidingen, met alle dramatische gevolgen voor de kinderen, zouden kunnen vermeden zijn dankzij een leven van een intensere christelijke spiritualiteit?
Niet alle echtelijke mislukkingen over dezelfde kam scheren
Wat te doen en hoe te reageren wanneer, ondanks alles, gehuwde christenen de facto uit elkaar zijn gegaan en zelfs burgerlijk scheiden? Het is allereerst van belang het nodige onderscheid te maken en niet alle gevallen over dezelfde kam te scheren. Johannes-Paulus II zelf drong daarop aan in zijn apostolische exhortatie over het christelijke gezin (Familiaris Consortio[267]) uit 1981:‘De herders moeten weten dat zij, uit liefde voor de waarheid, verplicht zijn de situaties goed te onderscheiden. Er is immers verschil tussen degenen die zich oprecht ingespannen hebben om hun eerste huwelijk te redden, maar op volkomen onrechtvaardige wijze in de steek gelaten zijn, en degenen die door hun eigen zware schuld een kerkrechtelijk geldig huwelijk stukgemaakt hebben. Ten slotte zijn er degenen die een nieuwe verbintenis zijn aangegaan met het oog op de opvoeding van de kinderen en die soms in geweten overtuigd zijn dat het vorige huwelijk, dat onherstelbaar verbroken is, nooit geldig is geweest.’ Familiaris Consortio, 2[[267|2]]
Zij die gebukt gaan onder verlatenheid bemoedigen
Wij allen moeten echtgenoten die ten onrechte verlaten werden en vaak ook tot een scheiding gedwongen werden, terwijl ze - vanuit het volle bewustzijn van de onverbreekbaarheid van het huwelijk en ondanks de breuk - hun echtgeno(o)t(e) willen trouw blijven en een nieuw burgerlijk huwelijk weigeren te overwegen, omringen met veel sympathie. In tegenstelling tot de wijdverbreide misvatting moet men weten dat deze personen, zolang ze geen nieuwe verbintenis aangaan, te communie mogen gaan en volwaardig kunnen deelnemen aan het leven van de Kerk. Ze zijn trouwens goed geplaatst om innig deel te hebben aan het mysterie van Christus, die zelf ook door de zijnen verraden werd.Referenties naar alinea 6: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 4 Het probleem van gescheiden hertrouwden (Pastoralia nr. 8, oktober 2011)
7
Het meest gevoelige probleem is uiteraard de deelname aan het Sacrament van de Eucharistie. De Kerk vraagt inderdaad dat gescheiden hertrouwden de Mis bijwonen, maar dat ze zich onthouden van het ontvangen van het Lichaam van de Heer. De reden hiervan is welbekend: de situatie van gescheiden hertrouwden betekent een feitelijke breuk met het nieuwe en eeuwige verbond vervat in het Huwelijkssacrament. Hoe kunnen zij immers, zonder in tegenspraak te komen met zichzelf, dit nieuwe en eeuwige verbond belijden bij het ontvangen van het eucharistische Lichaam van de Heer?
Men zou kunnen opwerpen dat er best nog andere gevallen zijn waar christenen het verbond met de Heer met de voeten treden en beter niet zouden communiceren. Dat is zeker waar. Velen nemen er met reden aanstoot aan wanneer ze gedoopten, bekend om hun bedenkelijke morele, sociale, economische of politieke levenswandel, te communie zien gaan. Het betreft bijvoorbeeld personen die openlijk ongehuwd samenleven of oneerlijke zakenmensen, enzovoort. De Kerk moet het geweten van deze mensen uitzuiveren en hen wijzen op de noodzaak van de bekering en de biecht alvorens het Lichaam van Christus te ontvangen. Christus schenkt Zichzelf immers weg aan zondaars, maar niet zonder een voorafgaande innerlijke ommekeer. Laten we ook niet vergeten dat de communie geen religieuze privéaangelegenheid is die enkel het eigen geweten aanbelangt, maar een openbare daad, onderhevig aan welbepaalde voorschriften van de kerkelijke leer.
Ikzelf ben meermaals getuige geweest van de vruchten van heiligheid van gescheiden hertrouwde mensen die tijdens de Mis, op het moment van de communie, naar voor treden om gezegend te worden en die weliswaar de Hostie niet ontvangen, maar wel innig spiritueel deelhebben aan de Heer.
Met deze overwegingen besluiten we de problematiek rond de onverbreekbaarheid van het huwelijksverbond. Resten ons enkel nog de vraagstukken betreffende de vruchtbaarheid binnen het huwelijk.
Gescheiden hertrouwden helpen
Ook al zorgt een mislukt huwelijk vaak voor veel verdriet, de problematiek van hertrouwde gescheiden mensen is zo mogelijk nog pijnlijker. Wat ook de subjectieve redenen zijn (soms zo begrijpelijk) die hen ertoe gebracht hebben om burgerlijk een nieuwe verbintenis aan te gaan, het blijft zo dat hun situatie objectief gezien de onverbreekbaarheid tegenspreekt van het door Christus gewilde verbond. In het spoor van de evangelische barmhartigheid nodigt de Kerk niettemin uit om hertrouwde gescheiden mensen te helpen en hen te omringen met veel liefde, zodat ze zich niet door de Kerk verlaten zouden weten. In zijn apostolische exhortatie over het christelijk gezin[267], was Johannes Paulus II hierover zeer duidelijk:‘De Kerk moet voor hen bidden, hen bemoedigen, zich een barmhartige moeder tonen en hen zo steunen in het geloof en de hoop’. 3[[267|84]].
Zij kunnen en moeten deelnemen aan het kerkelijk leven
Net als alle andere gedoopten mogen en moeten gescheiden hertrouwden deelnemen aan het kerkelijke leven in al zijn aspecten. Zij zijn dus geenszins geëxcommuniceerd. Ze moeten echter vermijden taken op zich te nemen die hen in een delicate of moeilijke positie zouden brengen, zoals bijvoorbeeld: het godsdienstonderricht of een directiefunctie binnen het katholiek onderwijs.Het meest gevoelige probleem is uiteraard de deelname aan het Sacrament van de Eucharistie. De Kerk vraagt inderdaad dat gescheiden hertrouwden de Mis bijwonen, maar dat ze zich onthouden van het ontvangen van het Lichaam van de Heer. De reden hiervan is welbekend: de situatie van gescheiden hertrouwden betekent een feitelijke breuk met het nieuwe en eeuwige verbond vervat in het Huwelijkssacrament. Hoe kunnen zij immers, zonder in tegenspraak te komen met zichzelf, dit nieuwe en eeuwige verbond belijden bij het ontvangen van het eucharistische Lichaam van de Heer?
Naar een objectief standpunt
Misschien is dit op het eerste gezicht schokkend. Het is niet makkelijk om in de hedendaagse mentaliteit een ‘objectief’ standpunt in te nemen. De Kerk kent haar kinderen. Zij is er zich terdege van bewust dat de subjectieve overwegingen van gescheiden hertrouwden zeer waardevol kunnen zijn, zelfs edelmoediger dan deze van sommige andere koppels. Maar wat zou er gebeuren indien de Kerk, op grond van deze lovenswaardige subjectieve intenties, zou voorbijgaan aan de objectieve tegenspraak tussen herhertrouwen na een echtscheiding en de eucharistie? Dat zou Christus’ boodschap over de onverbreekbaarheid van het huwelijk onbegrijpelijk en inhoudsloos maken, en ook christenen ontmoedigen die zich inzetten om, ondanks groot leed en zelfs pijnlijk overspel, trouw te blijven aan hun huwelijksverbond. En de andere situaties waarin het communiceren een schande is?Men zou kunnen opwerpen dat er best nog andere gevallen zijn waar christenen het verbond met de Heer met de voeten treden en beter niet zouden communiceren. Dat is zeker waar. Velen nemen er met reden aanstoot aan wanneer ze gedoopten, bekend om hun bedenkelijke morele, sociale, economische of politieke levenswandel, te communie zien gaan. Het betreft bijvoorbeeld personen die openlijk ongehuwd samenleven of oneerlijke zakenmensen, enzovoort. De Kerk moet het geweten van deze mensen uitzuiveren en hen wijzen op de noodzaak van de bekering en de biecht alvorens het Lichaam van Christus te ontvangen. Christus schenkt Zichzelf immers weg aan zondaars, maar niet zonder een voorafgaande innerlijke ommekeer. Laten we ook niet vergeten dat de communie geen religieuze privéaangelegenheid is die enkel het eigen geweten aanbelangt, maar een openbare daad, onderhevig aan welbepaalde voorschriften van de kerkelijke leer.
Een ‘gedrag’ of een ‘situatie’
Er dient evenwel een onderscheid te worden gemaakt tussen de gescheiden hertrouwden en de gevallen die we opsomden. Er is namelijk een verschil tussen een objectieve blijvende toestand en een gedrag. De Kerk kan niet beginnen met ieders gedrag te beoordelen en een uitspraak te doen in de zin van ‘Jij mag communiceren en jij niet’. Ze doet er goed aan om zich hier te verlaten op ieders persoonlijke geweten, en dat vervolgens trachten uit te klaren. Wie weet of iemand in tussentijd zijn zogenaamd ‘slecht’ gedrag niet heeft bijgestuurd en van levenswandel is veranderd? In het geval van gescheiden hertrouwden gaat het niet om een ‘gedrag’ dat men van de ene dag op de andere kan veranderen; het gaat om een feitelijke situatie die veelal blijvend is. Bovendien gaat het om een situatie die als geen ander in strijd is met het mysterie van het verbond. Als de Kerk aan de gescheiden hertrouwden vraagt om niet te communiceren, spreekt zij zich niet uit over hun innerlijke gesteldheid (die zeer goed kan zijn), maar beroept ze zich op de onuitwisbare tegenspraak tussen hun verbroken verbintenis en het eucharistisch sacrament van het huwelijksverbond. Het is kortom onmogelijk openlijk het eucharistisch vetbond te belijden, terwijl men het daadwerkelijk ontkent door de ontrouw aan het huwelijksverbond zoals Jezus het wil.Geen discriminerende sanctie
Merk op dat deze onthouding van de communie niet moet begrepen worden als een sanctie van de Kerk. Door zich burgerlijk of in een samenlevingsverband te binden (wat in tegenspraak is met de onverbreekbaarheid van het huwelijk), stellen echtgescheiden christenen zelf zich onverzoenbaar op tegenover de communie met het Lichaam van Christus. Door het sacramentele huwelijk hebben ze zich ertoe verbonden elkaar trouw te blijven in goede en kwade dagen en hebben ze de onverbreekbaarheid van het christelijke huwelijk in al zijn consequenties aanvaard. Wie ondanks alles burgerlijk hertrouwt (of gaat samenleven) na een echtscheiding, of als vrijgezel een gescheiden persoon huwt, maakt dus zelf de keuze om blijvend verstoken te zijn van de communie met het eucharistische verbond.Een andere manier om te communiceren
Wil dit dan zeggen dat aan hertrouwde gescheiden mensen de genade van de Heer ontzegd wordt? Op geen enkele wijze. De eucharistische communie is de gebruikelijke manier om hier op aarde deel te hebben aan Jezus’ liefde voor ons. Maar God is niet de gevangene van de sacramenten van Zijn liefde. Er zijn ook andere manieren om te delen in de liefde van de gekruisigde Heer en te participeren aan de vrucht van zijn leven. Hertrouwde gescheiden mensen worden uitgenodigd tot deze deelname, door juist niet aan de communie deel te nemen. Tot deze christenen, vaak diep getroffen door het mislukken van hun eerste huwelijk, zegt Jezus: ‘Jij, mijn broeder, jij, mijn zuster, zal door de onthouding van de communie deelhebben aan mijn kruis en mijn verrijzenis. Aanvaard deze pijn uit liefde voor Mij en uit respect voor mijn liefdesverbond, en Ik, uw Heer en uw God, zal wel de middelen vinden om u te troosten en u op een andere manier vreugde te schenken. Vertrouw op Mij en mijn Kerk.’Ikzelf ben meermaals getuige geweest van de vruchten van heiligheid van gescheiden hertrouwde mensen die tijdens de Mis, op het moment van de communie, naar voor treden om gezegend te worden en die weliswaar de Hostie niet ontvangen, maar wel innig spiritueel deelhebben aan de Heer.
De genadebronnen
Hetzelfde geldt voor het sacrament van de verzoening. Dat kan niet toegediend worden aan hertrouwde gescheiden mensen, tenzij ze berouw voelen omwille van hun verbondsbreuk en bereid zijn om een leven te leiden dat niet in tegenspraak is met de onverbreekbaarheid van het huwelijk. Vermits in veel gevallen de hertrouwde gescheiden mensen, omwille van de kinderen, niet kunnen scheiden, betekent dit dat ze besluiten voortaan te leven als broer en zus en zich onthouden van de handelingen eigen aan het echtelijk verbond. Het is duidelijk dat enkel zeer gemotiveerde christenen met een doorleefde spiritualiteit deze veeleisende weg aankunnen. De anderen (de overgrote meerderheid) blijven evenwel niet verstoken van Gods genade. Want hier opnieuw: God is niet de gevangene van de sacramenten. De biecht is uiteraard de normale weg tot verzoening, maar voor hen die dit sacrament niet kunnen vragen omwille van hun foute huwelijksstaat, voorziet de Heer in andere bronnen van vergiffenis, voor zover hun hart ruim openstaat voor zijn genade. Wanneer ik deze broeders en zusters tijdens biechtvieringen mag onthalen, plaats ik me, samen met hen, voor de Heer en bid ik met deze woorden:‘Heer, u weet dat mijn broeder (mijn zuster) op dit ogenblik de absolutie die de volle hereniging met de Kerk herstelt, niet kan ontvangen. Maar uw hart is groter dan alles en laat zich aan niets binden. Ik bid u: voltooi in mijn broeder (mijn zuster) zoals in mezelf het werk van onze bekering. Schenk mijn broeder (mijn zuster) de volle genade van de vergiffenis die hem (haar) vandaag toekomt. Laat hem (haar) proeven van de weldaad van uw barmhartige liefde, en leid hem (haar), zoals ook mezelf, naar de volle bekering. Amen.’Ook hier leert de ervaring me dat dit soort onthaal, in volle eerbied voor het sacrament van vergeving en zonder er afbreuk aan te doen, de boetelingen grote vrede brengt en hen helpt zich in geweten en naar waarheid te verzoenen met hun situatie.
Veel zachtaardigheid en geduld
Ik heb dit alles noodgedwongen wat snel uitgewerkt. In mijn boek L’Église vous aime. Un chemin d’espérance pour les séparés, divorcés, remariés (Parijs, Éditions de l’Emmanuel, 2010) heb ik deze thema’s uitgebreider behandeld. Het spreekt voor zich dat in een verhelderend gesprek over deze onderwerpen met betrokken mensen een grenzeloos respect en veel zachtaardigheid aan de dag moet worden gelegd en de nodige tijd moet worden uitgetrokken, zodat het woord van de Heer niet wordt geloochend: ‘Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem mijn juk op en kom bij Mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart, en u zult rust vinden voor uw ziel’ (Mt. 11, 28-29)[b:Mt. 11, 28-29].Met deze overwegingen besluiten we de problematiek rond de onverbreekbaarheid van het huwelijksverbond. Resten ons enkel nog de vraagstukken betreffende de vruchtbaarheid binnen het huwelijk.
Referenties naar alinea 7: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 5 De vruchtbaarheid van het verbond, deel I (Pastoralia nr. 9, november 2011)
8
Al deze bezwaren tegen contraceptie zijn belangrijk, en toch raken ze niet aan de essentie. Men kan immers opwerpen dat het om ‘onrechtmatig’ gebruik van contraceptie gaat. De hoger genoemde bezwaren geven dus geen afdoende argumenten tegen het gematigd gebruik in een concrete situatie. Ook het groeiend wantrouwen tegenover de pil om ecologische redenen raakt niet aan de kern van de zaak. We kunnen ons er wel over verheugen dat door deze verschuiving de profetische waarschuwing van Paulus VI uit 1968 tegen contraceptie voortaan beter aanvaard wordt in sommige milieus, die met reden bezorgd zijn omdat contraceptie (vooral de hormonale) permanent de diepste fysiologische en psychologische mechanismen van de mens aantast. Maar dit zijn ‘hygiënische’ beschouwingen die, hoe belangrijk ook, toch niet de kern behandelen van het morele probleem dat door contraceptie gesteld wordt.
In deze bijdrage zal ik enkel het delicate probleem van de band tussen de echtelijke liefde en de gave van het leven aanraken, en daarbij ook het verantwoord ouderschap belichten. De meer concrete vragen bewaar ik voor het laatste artikel gewijd aan het huwelijkssacrament.
De liefde, bron van leven
Het verbond tussen Christus en de Kerk is een bron van leven. Het is immers in hun wederzijdse vereniging dat de Heer en zijn Bruid ons allen in het nieuwe leven van het Rijk roepen. Daarom spreken we van de Kerk als ‘onze Moeder’. Een christelijke echtelijke liefde zal dus maar authentiek zijn als ze ook in de seksuele vereniging van de echtgenoten de huwelijksvruchtbaarheid weerspiegelt tussen Jezus en zijn Kerk, die op het kruis werd bezegeld.De onderlinge verbondenheid tussen liefde en vruchtbaarheid
Deze diepe band tussen huwelijksvereniging en vruchtbaarheid blijkt niet alleen vanuit een christelijk perspectief dat nadenkt over de ultieme betekenis van de menselijke seksualiteit. Ook een zuiver filosofische of psychologische benadering brengt deze aan het licht. Het is immers veelbetekenend dat de liefde van man en vrouw haar bekroning vindt in een daad (de geslachtsgemeenschap) die door haar eigen logica openstaat voor het verwekken van een nieuw leven en die zelfs structureel hierop gericht is. Moeten we dit niet zien als een heel concreet teken, in ons lichaam zelf geschreven, van een essentiële band tussen de liefde en de openheid naar nieuw leven? Jazeker, zowel vanuit het standpunt van de rede als met de ogen van het geloof is er een onlosmakelijke band tussen seksuele liefde en openheid voor het leven.Een verantwoorde voortplanting
Het morele vraagstuk van de anticonceptie stelt zich omdat de structurele band tussen liefde en vruchtbaarheid is toevertrouwd aan de vrijheid van de mens. In de dierenwereld volgt voortplanting bij wijze van spreken automatisch uit de blinde drift van het instinct. Bij de mens daarentegen hangt de openheid van de liefde voor het doorgeven van het leven af van de verantwoordelijkheid van de echtgenoten, al is ze ingeschreven in de diepe logica van de seksualiteit. Zo komen we tot de notie van verantwoord ouderschap: het is door tegelijk rekening houden met het ware welzijn van het koppel, het verhoopte geluk van kinderen, de economische en sociale situatie van het gezin en ook met morele eisen van het openstaan voor de gave van God, dat ouders het leven moeten doorgeven en het aantal kinderen bepalen dat ze zullen ontvangen.De verkeerde idealen van de consumptiemaatschappij
Van de standpunten van de Kerk op dit vlak heeft men vaak een karikatuur gemaakt. Alsof ze echtgenoten zou aanraden om het grootst mogelijk aantal kinderen te krijgen dat biologisch haalbaar is voor het koppel! Niets is minder waar. De Kerk nodigt uiteraard uit tot een edelmoedige vruchtbaarheid, maar wel gecontroleerd — dit wil zeggen: met aandacht voor de verschillende aanwezige factoren. Maar het is waar de Kerk, door te hameren op de essentiële openheid van de liefde voor de vruchtbaarheid, de idealen van de consumptiemaatschappij in vraag stelt (zeker vandaag de dag). Die maatschappij beweert met klem dat jonge koppels voor hun eigen geluk en dat van de kinderen die zullen komen, eerst de tijd moeten nemen om met twee gelukkig te zijn, om hun financieel inkomen en hun huiselijk comfort te verzekeren, waarna dan eventueel een kind kan komen. Ons laag geboortecijfer, ver onder wat nodig is voor een loutere vervanging van de vorige generatie, wijst op dergelijke mentaliteit. De gevolgen zijn ernstig: een toenemende vergrijzing met alle gevreesde sociaaleconomische problemen van dien, wat onmiskenbaar kan leiden tot de ondergang van onze maatschappij.De middelen voor geboorteregeling
Bij de morele vraag naar een juiste geboorteregeling hangt veel af van de aard van de gebruikte middelen. Zoals steeds in de moraal, volstaan goede bedoelingen niet; men moet immers ook kijken naar de handelwijze waarmee die bedoelingen in de praktijk worden gebracht. Daarom verwerpt het christelijke denken om vanzelfsprekende redenen radicaal abortus als een middel van geboorteregeling. Het is eveneens radicaal tegen vrijwillige sterilisatie, of die nu tijdelijk is dan wel definitief. Sterilisatie drukt inderdaad de weloverwogen wil uit om op lange termijn de seksuele liefde los te maken van elke openheid, ja zelfs gewoon de mogelijkheid tot vruchtbaarheid.Natuurlijke ne kunstmatige methodes
Het debat is moeilijker wanneer het gaat over andere de meest voorkomende methodes voor geboorteregeling. Het struikelblok in de discussie is het onderscheid dat de Kerk maakt tussen kunstmatige of contraceptieve methodes enerzijds en natuurlijke methodes anderzijds. De Kerk keurt de eerste af, terwijl ze het gebruik van de tweede billijkt.Enkele verduidelijkingen over de termen
Laten we eerst enkele taalkundige kwesties verduidelijken.- Onder ‘kunstmatige’ of ‘contraceptieve’ methodes worden alle methodes verstaan die actief tussenkomen in het verloop van de geslachtsdaad — hetzij ervoor, tijdens of erna - met als bedoeling deze onvruchtbaar te maken. Het gaat hierbij om fysieke, technische, chemische of hormonale middelen.
- Onder ‘natuurlijke’ methodes verstaan we methodes die de onvruchtbare en vruchtbare periodes in de vrouwelijke cyclus trachten te kennen om zo de seksuele betrekkingen te beperken tot de onvruchtbare periodes. Het gaat hier vandaag vooral om observatiemethodes op basis van gecombineerde indicatoren, die zeer betrouwbaar zijn wanneer ze goed onderwezen en toegepast worden. Deze observatiemethodes zijn doeltreffend om een ongewenste geboorte te voorkomen, maar ook zeer aangewezen voor het tegenovergestelde doel, namelijk om de kansen op een gewenst kind te vergroten.
Doel en middelen
De kunstmatige methodes onderscheiden zich van de natuurlijke door de aard van de gebruikte middelen (in het eerste geval een directe ingreep, in het tweede een waarneming), terwijl het beoogde doel in beide gevallen hetzelfde is: namelijk het in de tijd spreiden van geboortes of zelfs het niet krijgen van een kind. Dit herinnert er ons nogmaals aan dat de hele discussie over geboorteregeling essentieel afhangt van de objectieve morele waarde van de gebruikte middelen. Bovendien, als een doel ‘zelfs een goed doel, zoals verantwoord ouderschap’ niet voldoende is om het gebruik van om het even welk middel te rechtvaardigen, volstaat het omgekeerd evenmin om objectief correcte middelen te gebruiken om automatisch op moreel vlak ‘in orde’ te zijn! Een koppel dat vanuit een egoïstische bedoeling hoegenaamd geen kinderen wenst en voortdurend teruggrijpt naar natuurlijke methodes om de vruchtbaarheid te controleren, zou ernstig in tegenspraak zijn met het ideaal van de menselijke en christelijke liefde. Dit gezegd zijnde stelt zich de vraag waarom de katholieke Kerk zich zo vastberaden verzet tegen kunstmatige methodes of contraceptiva als geboorteregeling. Hier moeten we een duidelijk onderscheid maken tussen wat er echt op het spel staat en de bijkomstigheden.Bijkomende bezwaren
Men kan bijvoorbeeld - overigens veer terecht - bezorgd zijn over de erg zware morele gevolgen van een veralgemeend gebruik van contraceptiva, zowel op sociaal als op individueel vlak. Het is namelijk duidelijk dat het systematisch en uiteindelijk gebanaliseerd gebruik van contraceptiva de zedelijke ontaarding aanmoedigt. Het versterkt de mannelijke onverantwoordelijkheid (‘Ze moet maar de pil nemen!’) én de vrouwelijke (‘Met de pil loop ik geen enkel risico!’). Het ondermijnt bovendien de positieve ingesteldheid tegenover het kind (het wordt in de eerste plaats als een bedreiging beschouwd) en het maakt mensen welwillend tegenover abortus (als oplossing wanneer contraceptie tekortschiet), en ga zo maar door. Bovendien is het op politiek vlak voor rijke landen jammer genoeg gemakkelijker en meer winstgevend om arme landen sterilisatieprogramma’s en contraceptiva op te leggen, dan op een positieve wijze mee te werken aan hun economische ontwikkeling. Daarenboven is het bij al deze programma’s zo dat de staat de plaats van de ouders inneemt en hen haar opvatting over kind en gezin voorschrijft.Al deze bezwaren tegen contraceptie zijn belangrijk, en toch raken ze niet aan de essentie. Men kan immers opwerpen dat het om ‘onrechtmatig’ gebruik van contraceptie gaat. De hoger genoemde bezwaren geven dus geen afdoende argumenten tegen het gematigd gebruik in een concrete situatie. Ook het groeiend wantrouwen tegenover de pil om ecologische redenen raakt niet aan de kern van de zaak. We kunnen ons er wel over verheugen dat door deze verschuiving de profetische waarschuwing van Paulus VI uit 1968 tegen contraceptie voortaan beter aanvaard wordt in sommige milieus, die met reden bezorgd zijn omdat contraceptie (vooral de hormonale) permanent de diepste fysiologische en psychologische mechanismen van de mens aantast. Maar dit zijn ‘hygiënische’ beschouwingen die, hoe belangrijk ook, toch niet de kern behandelen van het morele probleem dat door contraceptie gesteld wordt.
De kern van de zaak is niet biologisch
Wat is dan de voornaamste reden waarom de Katholieke Kerk kunstmatige contraceptie afkeurt, terwijl ze natuurlijke methodes voor geboorteregeling wel aanvaardt? Ook al wekt de woordkeuze de verkeerde schijn, het gaat er niet simpelweg om dat de eerste ‘kunstmatig’ en de tweede ‘natuurlijk’ zijn, in de zin van ‘met respect voor de biologische orde’. Iets ‘kunstmatigs’ is op zich immers niet verwerpelijk! Heel onze cultuur en knowhow berusten op ‘kunstmatigheden’, op ingrepen van de mens in het ‘natuurlijke’ verloop van de dingen. Overigens zijn ook de zogenaamde ‘natuurlijke’ methodes op hun beurt ‘kunstmatig’, omdat men teruggrijpt naar thermometers, naar nauwkeurig onderzoek, enzovoort. Wat de biologische natuur betreft: zij is als dusdanig geen absoluut respect verschuldigd. Integendeel, men zou zelfs kunnen zeggen dat heel de beschaving gebouwd is op het overstijgen van de primitieve eisen van de biologische orde. Eten bijvoorbeeld is voor de mens veel meer dan het opnemen van proteïnen of calorieën...Het gaat om een geestelijk probleem
Vanuit het oogpunt van het geloof net als in het licht van een welbegrepen filosofie is de inzet van contraceptie van geestelijke orde. Bij een probleem met evident biologische aspecten (engelen hebben, zoals men weet, geen contraceptieve bekommernissen), gaat het uiteindelijk om de houding van de persoon ten opzichte van de huwelijkspartner, ten opzichte van het mysterie van het leven en de gave van God. Hier zullen we het uitgebreider over hebben in de volgende bijdrage.Referenties naar alinea 8: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Artikel 6 De vruchtbaarheid van het verbond, deel II (Pastoralia nr. 1, januari 2012)
9
Vanuit het oogpunt van het geloof— zoals in het licht van een welbegrepen filosofie - is de kwestie van het verantwoord ouderschap van geestelijke orde. Bij een problematiek met evident biologische aspecten, gaat het uiteindelijk om de houding van de persoon ten opzichte van de huwelijkspartner, ten opzichte van het mysterie van het leven en de gave van God. Ik behandelde dit vraagstuk reeds in mijn artikel van het novembernummer en verwijs er graag naar terug. In dit artikel zal ik trachten aan te tonen waarom de katholieke Kerk zich zo vastberaden verzet tegen contraceptie, terwijl ze de natuurlijke methodes aanmoedigt. Hierbij legt de Kerk niemand iets op. Hoe zou ze dat ook kunnen? Evenmin veroordeelt ze iemand, vermits enkel God in het hart van mensen kan kijken en de particuliere levensomstandigheden van elk echtpaar kent. De Kerk biedt ieders geweten enkel een ideaal aan.
Door het gebruik van natuurlijke methodes ontvangen man en vrouw elkaar wederzijds en geven ze zichzelf aan elkaar met respect voor hun hele wezen, dat tegelijk geestelijk en lichamelijk is. De vrouw verwelkomt de man met zijn concrete seksualiteit, de man aanvaardt de vrouw met haar karakteristieke ritme. Gezamenlijk ontvangen man en vrouw elkaar, terwijl ze wel vermijden om een nieuw leven te verwekken, maar zonder deze weigering in te schrijven in de structuur zelf van de echtelijke daad die ze stellen.
Het ‘neen’ tegenover het leven niet in het hart van de seksualiteit plaatsen Zij proberen inderdaad door middel van natuurlijke methodes een onvruchtbare seksuele betrekking te hebben, maar zonder de vruchtbaarheid uit het geheel van hun echtelijk leven te bannen en vooral precies dit is doorslaggevend zonder dat deze tijdelijke (en soms blijvende) uitsluiting van het kind de natuur zelf van de seksuele daad, als gezamenlijke uitdrukking van de gave van de partners en van de openheid voor het leven, verstoort. Anders gezegd: wat moreel negatief is, is het vrijwillig plaatsen van het ‘neen’ tegenover het leven binnen de structuur zelf van de mannelijke of vrouwelijke seksualiteit, en niet het hebben van fysieke betrekkingen die, om aannemelijke redenen, feitelijk onvruchtbaar zijn. Anders zou men moeten besluiten dat bejaarde of onvruchtbare koppels geen authentieke seksuele betrekkingen mogen hebben!
Uitgaande van deze overwegingen die de kern van de problematiek raken, is het mogelijk om andere morele elementen te bekijken, die van belang zijn bij de keuze tussen de kunstmatige contraceptie en de natuurlijke methodes.
De Heer vraagt ons door zijn Kerk om liefde en vruchtbaarheid niet radicaal los te koppelen, maar wanneer er geen liefde is en de vrouw bij wijze van spreken verkracht wordt (al is het door haar man), is ze er vanzelfsprekend niet toe gehouden om haar vruchtbaarheid te vrijwaren. Het is de band tussen vruchtbaarheid en liefde die moet gerespecteerd worden, niet die tussen vruchtbaarheid en alcohol of de blinde brutaliteit van het instinct! Voor een meer gedetailleerde behandeling van al deze problematieken verwijs ik graag naar mijn boek ‘Ton corps pour aimer’.
Zijn wij de meesters van het goddelijke plan?
Bij kunstmatige contraceptie plaatsen man en vrouw zich eigenlijk boven de structurele en heel diepe band tussen liefde en vruchtbaarheid. Ze stellen zich op als meesters van deze band, die ze naar eigen believen willen beheersen door vrijwillig de twee betekenissen van seksualiteit los te koppelen. En terwijl ze zich aldus als scheidsrechters gedragen inzake de ultieme betekenis van de seksualiteit, houden de echtgenoten op elkaar te aanvaarden en zich wederzijds te geven naar de volle waarheid van hun tegelijk lichamelijk en geestelijk mens-zijn. De vrouw ontvangt de man, terwijl ze daarbij zijn daad van voortplanting weigert; de man ontvangt de vrouw, terwijl hij de dynamiek van de vrouwelijke seksualiteit ontkent. Gezamenlijk ontvangen man en vrouw elkaar met uitsluiting van elke openheid op, of zelfs maar de mogelijkheid van, de komst van een kind.Of zijn we er de verantwoordelijke beheerders van?
De geestelijke houding die men aanneemt bij het gebruik van de natuurlijke methodes is daarentegen helemaal anders. Ook hier proberen de echtgenoten uiteraard een geboorte te vermijden, maar de morele draagwijdte van de methode die ze aanwenden, is van een totaal andere orde. Ze kiezen er eenvoudigweg voor om zich alleen maar te verenigen op het moment dat de structurele band tussen liefde en vruchtbaarheid onafhankelijk van hun wil opgeheven en zonder uitwerking is. Door dit te doen stellen ze zich niet op als meesters van deze band, maar gedragen ze zich veeleer als bedachtzame dienaren, als verantwoordelijke beheerders van deze band tussen de wederzijdse overgave en de openheid naar het leven toe, die in het diepste wezen van de partners staat geschreven.Door het gebruik van natuurlijke methodes ontvangen man en vrouw elkaar wederzijds en geven ze zichzelf aan elkaar met respect voor hun hele wezen, dat tegelijk geestelijk en lichamelijk is. De vrouw verwelkomt de man met zijn concrete seksualiteit, de man aanvaardt de vrouw met haar karakteristieke ritme. Gezamenlijk ontvangen man en vrouw elkaar, terwijl ze wel vermijden om een nieuw leven te verwekken, maar zonder deze weigering in te schrijven in de structuur zelf van de echtelijke daad die ze stellen.
Het ‘neen’ tegenover het leven niet in het hart van de seksualiteit plaatsen Zij proberen inderdaad door middel van natuurlijke methodes een onvruchtbare seksuele betrekking te hebben, maar zonder de vruchtbaarheid uit het geheel van hun echtelijk leven te bannen en vooral precies dit is doorslaggevend zonder dat deze tijdelijke (en soms blijvende) uitsluiting van het kind de natuur zelf van de seksuele daad, als gezamenlijke uitdrukking van de gave van de partners en van de openheid voor het leven, verstoort. Anders gezegd: wat moreel negatief is, is het vrijwillig plaatsen van het ‘neen’ tegenover het leven binnen de structuur zelf van de mannelijke of vrouwelijke seksualiteit, en niet het hebben van fysieke betrekkingen die, om aannemelijke redenen, feitelijk onvruchtbaar zijn. Anders zou men moeten besluiten dat bejaarde of onvruchtbare koppels geen authentieke seksuele betrekkingen mogen hebben!
Uitgaande van deze overwegingen die de kern van de problematiek raken, is het mogelijk om andere morele elementen te bekijken, die van belang zijn bij de keuze tussen de kunstmatige contraceptie en de natuurlijke methodes.
Verantwoordelijkheid niet gelijkstellen met overheersing!
Door een technische mentaliteit zijn we gewoon om verantwoordelijkheid en overheersing met elkaar gelijk te stellen. Alsof het vrij zijn in het gebruik van de dingen zou bestaan in de heerschappij ervan. We beginnen stilaan in te zien tot welke problemen een dergelijke opvatting van vrijheid leidt. Ook als het om de fysieke natuur gaat, begrijpen we eindelijk dat verantwoordelijkheid ook respect betekent. Als we doorgaan met het mismeesteren van ons milieu, zal dat ons uiteindelijk doden. Dit geldt a fortiori wanneer het gaat over de geestelijke natuur van de mens en de seksualiteit! Bij contraceptie drukt het verantwoord ouderschap zich eenzijdig uit door beheersing. Bij natuurlijke methodes drukt ze zich ook - en zelfs in de eerste plaats - uit door luisterbereidheid en beschikbaarheid.Waarin bestaat de echte vrijheid?
Om het hoogst menselijke en morele probleem van de geboorteregeling op te lossen, wentelt contraceptie de verantwoordelijkheid van de vrijheid af op een voorwerp of een chemisch product. Natuurlijke methodes vragen een waar engagement van de vrijheid, omdat die een zekere zelfbeheersing vergen, die juist veel verrijkender is dan het innemen van een pil. Anders gezegd: door de natuurlijke methodes beheren de echtgenoten op een echt persoonlijke en menselijke wijze hun totale seksualiteit, in haar dubbel opzicht van liefde en vruchtbaarheid. Bij contraceptie daarentegen stellen ze zich tevreden met het controleren van de biologische gevolgen van hun seksuele daden.Een oprecht engagement van de twee echtgenoten
Vanuit het oogpunt van de harmonie en de eenheid binnen het koppel werkt contraceptie veelal in één richting. Het is de vrouw die gedurende jaren onder hormonale voogdij geplaatst wordt. Zij moet de gekende en ongekende bijwerkingen dragen, terwijl de man vrij is van elke bekommernis. Het volstaat dat hij erover waakt dat zijn partner zich houdt aan haar contraceptieve methode. Aanvankelijk opgevat om de vrouw te bevrijden, leidt de pil tot een nieuwe en meer subtiele afhankelijkheid. De natuurlijke methodes vergen daarentegen overleg van beide echtgenoten. De beide partners moeten hun eigen lichaam en dat van de ander leren kennen in wederzijdse ontvankelijkheid en respect. Beiden dragen samen de permanente zorg om hun liefde het meest adequaat uit te drukken en om hun vruchtbaarheid te beheren. De getuigenissen van koppels die natuurlijke geboorteregelingsmethodes toepassen, zijn sprekend en vaak zelfs aangrijpend: het gebruik van deze methodes heeft hun liefde verruimd en hun seksuele leven verdiept. Onder de vormingsinitiatieven...Onder de vormingsinitiatieven rond de natuurlijke methodes vermeld ik, onder meer: N.F.P. Natural Family Planning) Vlaanderen - www.nfp.be - info@nfp.beWaarom ziet men nog steeds op tegen natuurlijke methodes?
Hoewel de kennis en het gebruik van natuurlijke methodes er in het Westen op vooruitgaan, ziet men er in heel wat medische en zelfs kerkelijke milieus tegen op. Men kan dit tot op zekere hoogte begrijpen. Eerst en vooral is het voor sommigen lastig om toe te geven dat de Kerk op dit punt echt profetisch was, terwijl men haar er net van beschuldigde ouderwets te zijn. Vervolgens is het op korte termijn altijd gemakkelijker om met een voorschrift naar een apotheker te gaan, liever dan zich vertrouwd te maken met een methode die een beroep doet op het verstand en de wil. Tenslotte mogen we niet vergeten dat bij chemische contraceptie grote financiële belangen in het geding zijn, terwijl natuurlijke methodes op een levenswijsheid berusten die, ver van elke medisch-farmaceutische bevoogding, van koppel op koppel, van vrouw op vrouw, van moeder op dochter doorgegeven wordt, waarbij men leert verantwoordelijk te zijn voor zichzelf en verantwoordelijkheid op te nemen voor de ander.Enkele gangbare bezwaren
Men kan opwerpen dat de natuurlijke methodes niet voldoende zeker en te ingewikkeld zijn. Daarbij miskent men de hoge betrouwbaarheid van de recente methodes, als ze correct aangeleerd en gebruikt worden, én de talrijke mislukkingen van de contraceptieve technieken, met inbegrip van de hormonale. Men vergeet daarbij ook dat natuurlijke methodes met succes ingang vinden, zelfs bij weinig ontwikkelde bevolkingsgroepen en mensen met een lage levensstandaard. Men oppert ook wel eens dat natuurlijke methodes ondoelmatig zijn voor koppels die absoluut niet klaar zijn voor enige vorm van zelfbeheersing. Het klopt dat heel wat jongeren, al dan niet door hun schuld, helemaal niets afweten van de kuisheid, dit wil zeggen het menselijke en op een verantwoorde manier beheren van het seksuele verlangen. Ze zijn een onmiddellijke en anarchistische seksualiteit gewoon, of men heeft hen hieraan gewoon gemaakt. In deze menselijkerwijze betreurenswaardige situaties, die zeer vaak voorkomen, zou de oplossing van contraceptie, in heel wat gevallen, subjectief gezien ‘een minder kwaad’ kunnen lijken, in vergelijking met echtelijke ontrouw, het uit elkaar vallen van het koppel, te veel kinderen of abortus. Maar contraceptie blijft, zelfs dan, een objectief ‘kwaad’ waarvan men zich door een gepaste opvoeding kan bevrijden.Noodsituaties
Resten nog de noodsituaties. Ik denk hier in het bijzonder aan vrouwen die her slachtoffer zijn van een onverantwoordelijke echtgenoot (alcoholist, losbandig) die hen niet respecteert en die er, omwille van het genot, niet voor terugdeinst hen een zwangerschap te bezorgen die duidelijk niet gewenst is. In deze gevallen is het wel duidelijk dat de vrouw zich - als ik de uitdrukking mag gebruiken - in een staat van wettige zelfverdediging bevindt, en dat contraceptie haar rechtmatige vrijheid kan en moet garanderen. Eigenlijk gaat het in dit geval niet langer over contraceptie, want deze laat zich niet louter definiëren als het innemen van een pil, maar ook als het vrijwillig loskoppelen van de band tussen seksuele liefde en openheid voor het leven. Hier echter gaat om een bescherming tegen de band tussen geweld en vruchtbaarheid, wat iets heel wat anders is, en dus niet langer over anticonceptie in strikte zin.De Heer vraagt ons door zijn Kerk om liefde en vruchtbaarheid niet radicaal los te koppelen, maar wanneer er geen liefde is en de vrouw bij wijze van spreken verkracht wordt (al is het door haar man), is ze er vanzelfsprekend niet toe gehouden om haar vruchtbaarheid te vrijwaren. Het is de band tussen vruchtbaarheid en liefde die moet gerespecteerd worden, niet die tussen vruchtbaarheid en alcohol of de blinde brutaliteit van het instinct! Voor een meer gedetailleerde behandeling van al deze problematieken verwijs ik graag naar mijn boek ‘Ton corps pour aimer’.
Referenties naar alinea 9: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediahttps://rkdocumenten.nl/toondocument/4324-het-sacrament-van-het-huwelijk-nl