Bron van christelijk gebed (deel 2)
x
Gebruik de knoppen om door de historische teksten te lopen:
Informatie over dit document
Bron van christelijk gebed (deel 2)
Inleidende catechese over psalmen en kantieken
Paus Johannes Paulus II
4 april 2001
Pauselijke geschriften - Audiënties
2003, Benediktijns Tijdschrift, nr. 1
4 april 2001
26 maart 2015
1253
nl
Referenties naar dit document van thema's en berichten
Open uitgebreid overzichtExtra opties voor dit document
Kopieer document-URL naar klembord Reageer op dit document Deel op social media
1
Alvorens te beginnen met het commentaar op de afzonderlijke psalmen en kantieken, zou ik vandaag de inleidende beschouwing willen afronden die ik in de laatste catechese[1249] begonnen was. Ik wil dat doen door uit te gaan van een aspect dat in de spirituele traditie heel belangrijk is: door het bidden van de psalmen ervaart de christen een zekere overeenstemming tussen de Geest die in de schrift aanwezig is en de Geest die krachtens de doopgenade in hem woont. Meer nog dan door met eigen woorden te bidden, maakt men zich zo in zekere zin tot spreekbuis van de onuitsprekelijke verzuchtingen van de Geest, waarvan Paulus spreekt. (Rom. 8, 26)[b:Rom. 8, 26] Zo zet de Geest van de Heer de gelovige ertoe aan zich aan te sluiten bij Jezus’ zo eigen aanroeping: “Abba, vader!” (Rom. 8, 15; Gal. 4, 6)[b:Rom. 8, 15; Gal. 4, 6] De monniken van vroeger eeuwen waren zozeer doordrongen van deze waarheid, dat zij geen moeite deden om de psalmen in hun eigen moedertaal te zingen. Het was hun voldoende zich als het ware ‘organen’ van de Heilige Geest te weten. Ze waren ervan overtuigd dat hun geloof het hun mogelijk zou maken uit de psalmverzen een bijzondere kracht van de Heilige Geest te putten. Dezelfde overtuiging komt tot uiting in het hun zo eigen gebruik van de psalmen als ‘schietgebed’ - in het Latijn aangeduid met "iaculum". Met dat woord worden heel korte psalmspreuken aangeduid die bijvoorbeeld in het verweer tegen bekoringen, als vurige pijlen kunnen worden afgeschoten. Johannes Cassianus, een schrijver die leefde tussen de vierde en de vijfde eeuw, herinnert ons eraan dat de monniken de werkzame kracht van het korte beginvers van psalm 70 hebben ontdekt: “God, kom mij te hulp. Heer, haast u mij te helpen!” (Ps. 70, 1)[b:Ps. 70, 1]. Van die tijd af is dit vers als het ware de poort geworden die toegang geeft tot de liturgie van het getijdengebed. 1[[[1254]]]
Referenties naar alinea 1: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
2
Een andere belangrijke dimensie, naast de tegenwoordigheid van de Heilige Geest, is het priesterlijk handelen van Christus in zijn bidden, doordat Hij zichzelf verbindt met de kerk als zijn bruid. In dit verband leert het Tweede Vaticaans Concilie met betrekking tot het getijdengebed:
“Jezus Christus, de hogepriester van het nieuwe en eeuwige verbond, schaart de hele mensenfamilie om zich heen om samen met haar de goddelijke lofprijzing te zingen. Hij zet deze priesterlijke taak namelijk voort door zijn kerk. door het vieren van de eucharistie, maar ook in andere vormen van gebed, speciaal door de viering van het getijdengebed, zet de kerk zich ononderbroken in voor de lofprijzing Gods en de voorspraak voor het heil van heel de wereld.” 2[[570|83]]Zo bezit het getijdengebed het karakter van een openbaar gebed, waartoe de kerk zich verplicht weet. Het is verhelderend na te gaan hoe zij geleidelijk gekomen is tot deze bijzondere taak van een over de hele dag verdeeld gebed. Daartoe moeten we teruggaan naar de apostolische gemeenschap in de dagen dat er nog een nauwe band bestond tussen het christelijk gebed en het zogenaamde ‘wettelijke gebed’. Dit is het door de wet van Mozes voorgeschreven gebed, dat op speciale uren van de dag in de tempel van Jeruzalem werd verricht. Uit de Handelingen der apostelen weten we dat de apostelen gewoon waren ‘eensgezind de tempel te bezoeken’ en dat zij ‘op het negende uur naar de tempel opgingen voor het gebed’. 3[[b:Hand. 2, 46; Hand. 3, 1]] We weten ook dat het ‘wettelijk gebed’ bij uitstek het morgen – en avondgebed was.
Referenties naar alinea 2: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
3
Geleidelijk aan kozen de leerlingen van Jezus verschillende psalmen uit die voor bepaalde tijden van de dag, van de week of van het jaar bijzonder geschikt waren, omdat zij daarin een diepe betekenis omtrent het Christusgeheim onderkenden. Een toonaangevend getuige van dit proces is de heilige Cyprianus, die in de eerste helft van de derde eeuw schreef:
“Want in de vroege ochtend moeten we bidden om de opstanding van de Heer in het morgengebed te vieren. Dit duidde de Heilige Geest eertijds aan in de psalmen met de woorden: ‘Gij zijt mijn koning, mijn God: laat mij tot U mogen bidden. Heer, des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens breng ik het vóór U: wachtende zie ik uit.’ (Ps. 5, 3-4)[b:Ps. 5, 3-4] (...) Evenzo moeten we niet nalaten opnieuw te bidden als de zon ondergaat en de dag ten einde loopt, want Christus is de ware Zon en de ware Dag. Als we dus bij de ondergang van de tijdelijke zon en de tijdelijke dag bidden, en vragen dat het licht opnieuw over ons opgaat, dan smeken we tegelijkertijd om de komst van Christus, die ons de genade van het eeuwig licht moge brengen.” 4[[916]]
Referenties naar alinea 3: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
4
De christelijke traditie beperkte zich niet tot het voortzetten van de joodse overlevering, maar ze vernieuwde ook sommige dingen. Daardoor kreeg de gezamenlijk gebedservaring van Jezus’ leerlingen op den duur een eigen karakter. Naast het elke morgen en avond gebeden Onze Vader kozen de christenen de psalmen uit waarmee zij naar eigen keus hun dagelijks gebed vieren. In de loop van de geschiedenis voerde dit proces tot het specifieke gebruik van bepaalde psalmen bij gelegenheid van een bijzonder belangrijk geloofsgegeven. Een bevoorrechte positie kreeg daarbij de nachtwake van de zondag die voorbereidde op de dag des Heren, de zondag waarop het pasen van de opstanding werd gevierd. Een eigen christelijk stempel kreeg het gebed nog door de toevoeging van de trinitaire doxologie op het eind van iedere psalm en ieder kantiek: “Eer zij de heerlijkheid Gods: Vader, Zoon en Heilige Geest...” Zo werd iedere psalm en ieder kantiek in het licht gesteld van Gods volheid.
Referenties naar alinea 4: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
5
Catecheses van de Paus tijdens de wekelijkse Algemene Audienties[d:62]
Het christelijk gebed wordt geboren, gevoed en ontwikkeld vanuit het geloofsgeheim bij uitstek dat Christus’ paasmysterie is. Zo wordt in de morgen en in de avond, bij zonsopgang en zonsondergang, het Pasen van de Heer herdacht: zijn overgang van de dood naar het leven. Het symbool van Christus als ‘het licht der wereld’ kan worden gezien in het licht dat bij de vespers ontstoken wordt, en dat dan ook het lucernarium wordt genoemd. De gebedsuren van overdag wekken weer herinneringen aan de gebeurtenissen rond het lijden van de Heer, en het derde uur bovendien aan de nederdaling van de Heilige Geest op pinksteren. Het nachtgebed ten slotte heeft een eschatologisch karakter, doordat het verwijst naar de waakzaamheid, die Jezus aanbeveelt aan hen die uitzien naar zijn wederkomst. 5[[b:Mc. 13, 35-37]] Door hun gebed zo over de dagen te verdelen beantwoordden de christenen aan de oproep van de Heer om ‘altijd te bidden’. 6[[b:Lc. 18, 1; 1 Tess. 5, 17; Ef. 6, 18]] Maar zonder te vergeten dat hun hele leven, in zekere zin, gebed moest worden. Origines schrijft hierover: “Iemand die het ononderbroken gebed beoefent, is iemand die gebed met werk en werk met gebed laat samengaan." 7[[1255]]
Deze hele achtergrond vormt in zijn totaliteit het natuurlijk milieu van het psalmgebed. Als de psalmen op deze manier worden verstaan en beleefd, dan zal de trinitaire doxologie die elke psalm bekroont voor de christengelovige tot een steeds herhaalde nieuwe onderdompeling worden in het water van de Geest. In gemeenschap met het hele godsvolk wordt hij dan telkens weer ondergedompeld in de oceaan van leven en vrede, waarin hij bij zijn doop voor het eerst werd ondergedompeld, in het geheim namelijk van Vader, Zoon en Heilige Geest.
Deze hele achtergrond vormt in zijn totaliteit het natuurlijk milieu van het psalmgebed. Als de psalmen op deze manier worden verstaan en beleefd, dan zal de trinitaire doxologie die elke psalm bekroont voor de christengelovige tot een steeds herhaalde nieuwe onderdompeling worden in het water van de Geest. In gemeenschap met het hele godsvolk wordt hij dan telkens weer ondergedompeld in de oceaan van leven en vrede, waarin hij bij zijn doop voor het eerst werd ondergedompeld, in het geheim namelijk van Vader, Zoon en Heilige Geest.
Referenties naar alinea 5: 0
Geen referenties naar deze alineaNotities bij deze alinea
Overzicht van catecheses:Catecheses van de Paus tijdens de wekelijkse Algemene Audienties[d:62]