Advent

De komst van de Zoon van God op aarde is een zo overweldigend gebeuren dat God het gedurende eeuwen heeft willen voorbereiden. Door elk jaar de liturgie van de Advent te vieren actualiseert de Kerk deze verwachting van de Messias: door deel te nemen aan de lange voorbereiding van de eerste komst van de Verlosser hernieuwen de gelovigen het vurig verlangen naar zijn tweede komst. (Zie in de Catechismus van de Katholieke Kerk, 522-524).

Met de Advent beginnen we aan de eerste tijd van het nieuwe kerkelijk jaar. Advent staat voor de komst van de Heer. In de realiteit van het heil heeft deze komst meerdere betekenissen, die nauw met elkaar zijn verbonden. Allereerst herdenken wij met vreugde Zijn eerste komst als Godmens, die als persoon geboren werd in de Kerstnacht en daarmee de komst van de verlossing op aarde.

In de tweede betekenis van Zijn komst, die ook Zijn tweede komst wordt genoemd en waaruit de Kerk leeft sinds Zijn hemelvaart, staan de genade en de heilsmiddelen van de sacramenten centraal, de middelen waarin Hij tot ons komt door middel van Zijn mystiek Lichaam, de Kerk, waarin wij als ledematen zijn opgenomen en waardoor wij geheiligd worden.

De derde komst, die wij nog te verwachten hebben, is Zijn komst in grote heerlijkheid en majesteit als Rechter van levenden en doden aan het einde der tijden.

Het Kerstfeest dat wij tegemoet gaan is dus niet een sentimenteel feest van het gevoel, maar in al zijn facetten een realiteit in het goddelijke heilsplan.