Homilia in Dormitionem B.M.V. II
x
Gebruik de knoppen om door de historische teksten te lopen:
Informatie over dit document
Homilia in Dormitionem B.M.V. II
Maria Tenhemelopneming
Johannes Damascenus
749
Kerkelijke schrijvers - Homilieën
Datering onzeker
Vert. op basis van de Latijnse vertaling van preek XII in de Codex Augiensis 80 die een vertaling uit het Grieks is. (PG 96, 721-753 / CPG 8062 / P. Voulet, Saint Jean Damascene SC 80 pp. 122-177 / B. Kotter, Johannes von Damaskos V, pp. 516-540)
Verwerken van de Bijbelreferenties tot en met paragraaf 0 gereed.
Zie de gebruiksvoorwaarden van de documenten
Vert. op basis van de Latijnse vertaling van preek XII in de Codex Augiensis 80 die een vertaling uit het Grieks is. (PG 96, 721-753 / CPG 8062 / P. Voulet, Saint Jean Damascene SC 80 pp. 122-177 / B. Kotter, Johannes von Damaskos V, pp. 516-540)
Verwerken van de Bijbelreferenties tot en met paragraaf 0 gereed.
Zie de gebruiksvoorwaarden van de documenten
1988
W.M.M. Cruts-Sauren
28 juli 2026
9924
nl
Referenties naar dit document van thema's en berichten
Open uitgebreid overzichtExtra opties voor dit document
Kopieer document-URL naar klembord Reageer op dit document Deel op social mediaInhoudsopgave
- Inhoud
Van dezelfde de tweede lof op de lof op de vererenswaardige inslaping van onze zeer roemrijke vrouwe , moeder van God en altijd maagd Maria
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
1
1.
Er is niemand die de heilige dood van de moeder van God waardig zou kunnen prijzen, zelfs niet als hij tienduizend tongen en evenveel monden had. Maar zelfs niet als alle tongen van de mensen die veelvuldig zijn verspreid, samenkomen, zullen zij passende lofprijzingen bemerken. Want zij gaat alle wetten van lofprijzingen te boven, omdat waarlijk bij God welgevallig is wat naar vermogen, uit verlangen en ijver en welwillend voornemen aangeboden wordt. En aan de moeder van God zijn die dingen welgevallig die voor haar Zoon beminnelijk en welgevallig zijn. Welaan, laten wij de lofredes weer opnemen, gehoorzamend aan Uw bevelen, beste en God zeer welgevallige herders, terwijl we het Woord te hulp roepen, Vgl: Ps. 81, 11 [[b:Ps. 81, 11]] dat uit haar vleesgeworden is en elke mond vult, die nader hem geopend wordt, en dat voor haar alleen voldoende is zowel tot eerbewijs als tot zeer roemrijke lof, terwijl we weten dat als wij met haar verheerlijkingen beginnen, wij ongetwijfeld de plicht vervullen, zó dat de plicht altijd begonnen blijft en geenszins vervuld.
Er is niemand die de heilige dood van de moeder van God waardig zou kunnen prijzen, zelfs niet als hij tienduizend tongen en evenveel monden had. Maar zelfs niet als alle tongen van de mensen die veelvuldig zijn verspreid, samenkomen, zullen zij passende lofprijzingen bemerken. Want zij gaat alle wetten van lofprijzingen te boven, omdat waarlijk bij God welgevallig is wat naar vermogen, uit verlangen en ijver en welwillend voornemen aangeboden wordt. En aan de moeder van God zijn die dingen welgevallig die voor haar Zoon beminnelijk en welgevallig zijn. Welaan, laten wij de lofredes weer opnemen, gehoorzamend aan Uw bevelen, beste en God zeer welgevallige herders, terwijl we het Woord te hulp roepen, Vgl: Ps. 81, 11 [[b:Ps. 81, 11]] dat uit haar vleesgeworden is en elke mond vult, die nader hem geopend wordt, en dat voor haar alleen voldoende is zowel tot eerbewijs als tot zeer roemrijke lof, terwijl we weten dat als wij met haar verheerlijkingen beginnen, wij ongetwijfeld de plicht vervullen, zó dat de plicht altijd begonnen blijft en geenszins vervuld.
Referenties naar alinea 1: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaMoge de aangename nu door ons aangenaam geprezen zij die boven alle schepselen uitsteekt en over de schepping heerst, voor zoverre zij moeder van God die de schepper en maker is en alles overheerst.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaMoge ook echter U vergiffenis schenken, schare die er aandacht aan schenkt te luisteren naar de goddelijke woorden, en neemt mijn welwillendheid aan en ondersteunt het verlangen, maar hebt mededogen met de zwakheid van het woord. Want zoals wanneer iemand de keizer, en wel hem die van Godswege de leiding over zijn landgenoten heeft en een volle tafel, overvloedig aan verschillende spijzen, heeft, zelfs een paleis betoverend door de geuren van kostbare zalven bezit, buiten het seizoen een viooltje, in kleur gelijk aan purper, brengt of een roos, de zoetste loot van de doornstruik, die verse kelken heeft, waaruit een dubbele kleur voortkomt en bij het uitbotten tot een schitterende roodheid komt en zich ontwikkeld tot een vrucht van een vruchtboom, zoeter dan honing, deze dan toch niet de geringe waarde van het geschenk, maar het buitengewone en zeldzame toelaat en bewondert, terwijl hij het hoog inschat en goed weet, de kweker met overvloedige en zo aangenaam mogelijke geschenken te belonen, zo ook worden wij steeds meer opgenomen, terwijl we in de winter bloemen van liederen naar de koningin brengen en onze ouder en bot wordende spraak wapenen voor de wedstrijden in lofredes en ons verlangen als met het ijzer wrijven, of de geest die verhalen voortbrengt als een onrijpe druif persen een of ander donker vonkje en de most van onze toespraak aan U, die toegewijd bent en filologen bent en graag luistert, schenken. wat immers dan het woord moet men geven aan de moeder van het Woord? Het gelijke verheugt zich immers met het gelijke en laat het met vreugde toe. Laten wij derhalve nu, terwijl we het terrein van de toespraken openen en de teugels een beetje laten vieren, onze toespraak als een paard naar de race sturen. Maar wees zelf mijn medestrijder, Woord van God. En omdat U het Woord bent, maak ook mijn onvruchtbare geest vruchtbaar en maak met het woord het pad effen en leidt de race naar Uw welgevallen, waarnaar elk woord en elke gedachte van de wijze geleid wordt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
2
2.
Vandaag wordt de heilige en enkel maagd naar de bovenwereldlijke en hemelse tempel gebracht, zij die alleen de maagdelijkheid verlangde, opdat zij door haar als door een zeer rein vuur ontvlamd werd. Elke maagd immers beëindigd bij het baren de maagdelijkheid. Zij echter bleef vóór het baren, tijdens het baren en na het baren maagd.
Vandaag wordt de heilige en enkel maagd naar de bovenwereldlijke en hemelse tempel gebracht, zij die alleen de maagdelijkheid verlangde, opdat zij door haar als door een zeer rein vuur ontvlamd werd. Elke maagd immers beëindigd bij het baren de maagdelijkheid. Zij echter bleef vóór het baren, tijdens het baren en na het baren maagd.
Referenties naar alinea 2: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaVandaag rust de heilige en bezielde ark van de levende God, Vgl: Ps. 132, 8 [[b:Ps. 132, 8]] die haar maker binnen zich heeft, in de tempel van de Heer die zonder handen gemaakt is. Vgl: 2 Sam. 6, 14, 2 Sam, 6, 14 vv. [[b:2 Sam. 6, 14]] Vgl: 1 Kron. 15, 25 [[b:1 Kron. 15, 25]] En David jubelt, haar stamvader en voorvader van God, en met (hem) leiden de engelen de koren en brengen de aartsengelen hulde en verheerlijken de machten, juichen de hegemonieën, zijn de krachten blij en verheugen de heerschappijen zich in vervoering, vieren de tronen feest, zingt de cherubim hymnen, roemt de seraphim, maar worden zij vooral geroemd wanneer zij eer brengen aan de roem van de moeder.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaVandaag vond de zeer heilige duif, de eenvoudige nl. en onschuldige ziel en gewijd aan de goddelijke geest, wegvliegend van de ark van het levengevende lichaam dat God ontving Vgl: Gen. 8, 9 [[b:Gen. 8, 9]], rust voor haar voeten, en zij is vertrokken naar de onzichtbare wereld en rust in de onbevlekte aarde van de hemelse erfenis.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaVandaag ontvangt het Eden van de nieuwe Adam het geestelijk paradijs, waarin de veroordeling vernietigd is, waarin de boom des levens geplant is en waarin onze naaktheid verdween. Vgl: Gen. 2, 8.25 [[b:Gen. 2, 8.25]] Wij zullen immers nooit meer naakt en ontkleed zijn, Vgl: Hoogl. 5, 3; Gen. 3, 1 [[b:Hoogl. 5, 3; Gen. 3, 1]] ofwel zonder de helderheid van het goddelijk beeld te dragen, ofwel zonder het bezit van de overvloedige genade van de geest in stand te houden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaNiet meer zullen wij, terwijl we de oude naaktheid bezingen, zeggen: "Ik heb mijn kleed uitgetrokken; hoe zal ik het aantrekken?" Vgl: Ps. 49, 13 [[b:Ps. 49, 13]] In dit kon de slang immers niet binnensluipen. Wij zullen niet vergeleken worden met onverstandige lastdieren, die de bedriegelijke goddelijkheid nastreven. De eniggeboren Zoon zelf van God immers heeft zichzelf, hoewel hij God was en één met de Vader, een mens gevormd uit deze maagd als uit een zeer reine aarde. En ook ik ben mens, die God is geworden, waarlijk van sterfelijk ben ik onsterfelijk geworden. want de vergankelijkheid heb ik afgelegd en ik ben bek leed met onvergankelijkheid door de martel van de goddelijkheid.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaVandaag is die onbezoedelde maagd, die op geen enkele wijze deelhad aan aardse gemoedsaandoeningen, maar die gevoed is met goddelijke gedachten, niet naar de aarde teruggekeerd, maar waarlijk tot een bezielde hemel gemaakt en in de hemelse tabernakels geplaatst. Wie immers, die haar hemel noemt, zou afkerig zijn van de waarheid, tenzij hij die zegt, omdat hij het goed weet, dat zij ook de hemelen met onvergelijkbare verhevenheden overschreden heeft? Want Hij die de hemelen schiep en in zich bevat en de bouwheer is van de hele wereldlijke en bovenwereldlijke, zichtbare en onzichtbare schepping, is geen plaats van alles wat bestaat, als in zoverre dat wat bevat, wat verenigd samen bestaat, als plaats gedefinieerd kan worden. In haar is hij door zichzelf zonder zaad als kind geschapen en haar maakte hij tot een ruim verblijf, door alles wat bestaat te vervullen met zijn gehele unieke en onbegrensde goddelijkheid, geheel zonder lijden in haar samengevat en geheel binnen blijvend en haarzelf als een oneindige ruimte bezittend.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaVandaag wordt de schatkamer van het leven, de afgrond van de genade, ik weet niet hoe ik het met mijn stoutmoedige en niet trillende lippen moet zeggen, door de levendmakende dood bedekt en tot deze nadert zij die diens vernietiger zonder stichting baarde, ook al moet haar zeer heilig en levendmakend verscheiden dood genoemd worden. Want hoe kan zij, die voor allen het ware leven verspreid heeft, onderworpen zijn aan de dood?
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaMaar zij stuitte op de wetgeving van haar eigen bevalling, en als dochter ondergaat zij de vaderlijke schuld van de oude Adam. Want haar Zoon, die in eigenlijke zin het leven is, weigerde deze ook niet, maar als moeder van de levende God wordt zij op waardige wijze naar hem gebracht. Als God immers heeft gezegd: "Opdat niet soms de eerste mens, die zijn hand uitstrekte en van de boom des levens nam en proefde, leeft in eeuwigheid", hoe zou zij, die het leven zelf, 8o dat geen begin en geen einde heeft, heeft ontvangen, die niet onderworpen is aan de grenzen van begin en einde, niet in de eeuwigheid, die geen einde kent, leven?
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
3
3.
Eens heeft de Heer God hen, die de eerste waren van het menselijk geslacht en verzadigd waren door de onvermengde wijn van de ongehoorzaamheid en wegens de dronkenschap van de overtreding sliepen met het oog van het hart en door de roes van de zonde wat de ogen van de geest betreft verzwaard waren en door de slaap de dood in sliepen, uit het paradijs van Eden als ballingen verdreven. Maar neemt nu het paradijs niet haar op, die de misleiding van elke gemoedsaandoening heeft uitgedreven en de vrucht van de gehoorzaamheid aan God en de Vader heeft voortgebracht en elk geslacht het begin van het leven heeft geschonken? Zal de hemel niet verheugd de poorten wijd openzetten? Zij zal ze in elk geval wijd openzetten. Aangezien Eva, die haar oor leent aan de boodschap van de slang en luistert naar de aansporing van de boosaardige vijand en verleid wordt door het voorstel van het bedrieglijke en verleidelijke genot, de gewaarwording van droefheid en het vonnis van kwelling ondergaat en barenspijnen verdraagt en met Adam tot de dood veroordeeld wordt en in de schuilplaatsen van de hel woont, hoe zou de dood haar echter verzwelgen, die waarlijk gelukzalig is, die haar oor gewend heeft naar het Woord van God en vervuld is van de werking van de geest en door toedoen van de aartsengel zwanger geraakt is door de wil van de Vader en zonder het de wil van een man en zonder gemeenschap de persoon van het Woord van God ontving, dat alles vervult, zij die bovennatuurlijk zonder pijnen baarde en geheel één is met God? Hoe zou de hel haar ontvangen? Hoe zou het verderf de strijd durven aanbinden met het lichaam dat God ontvangen heeft? Deze dingen zijn onverenigbaar met en helemaal vreemd aan een goddragende geest en lichaam. De dood vreest haar wanneer hij naar haar kijkt. want samengekomen met haar Zoon heeft zij uit dat wat zij geleden heeft geleerd en door de ervaring lerend is zij beter 35 gemaakt. Voor haar zijn de wegen van de afschuwelijke hel onbegaanbaar. Maar er is een rechte en zeer gemakkelijke wieg naar de hemelen bereid. Want als Christus, die het leven en de waarheid is, zegt: "Waar ik ben, daar is ook mijn dienaar", hoe zal dan niet veeleer zijn moeder bij hem verblijven? Vóór de pijnen baarde zij, zonder pijnen gebeurde ook haar verscheiden. De dood van de zondaars is zeer erg, maar hoe zullen wij hem bij haar, in wie de angel van de dood, nl. de zonde, afgestorven is noemen tenzij begin van het oneindige en betere leven? Waarlijk kostbaar is de dood van de heiligen van de Heer de God van de machten, maar verhevener is het verscheiden van de moeder van God.
Eens heeft de Heer God hen, die de eerste waren van het menselijk geslacht en verzadigd waren door de onvermengde wijn van de ongehoorzaamheid en wegens de dronkenschap van de overtreding sliepen met het oog van het hart en door de roes van de zonde wat de ogen van de geest betreft verzwaard waren en door de slaap de dood in sliepen, uit het paradijs van Eden als ballingen verdreven. Maar neemt nu het paradijs niet haar op, die de misleiding van elke gemoedsaandoening heeft uitgedreven en de vrucht van de gehoorzaamheid aan God en de Vader heeft voortgebracht en elk geslacht het begin van het leven heeft geschonken? Zal de hemel niet verheugd de poorten wijd openzetten? Zij zal ze in elk geval wijd openzetten. Aangezien Eva, die haar oor leent aan de boodschap van de slang en luistert naar de aansporing van de boosaardige vijand en verleid wordt door het voorstel van het bedrieglijke en verleidelijke genot, de gewaarwording van droefheid en het vonnis van kwelling ondergaat en barenspijnen verdraagt en met Adam tot de dood veroordeeld wordt en in de schuilplaatsen van de hel woont, hoe zou de dood haar echter verzwelgen, die waarlijk gelukzalig is, die haar oor gewend heeft naar het Woord van God en vervuld is van de werking van de geest en door toedoen van de aartsengel zwanger geraakt is door de wil van de Vader en zonder het de wil van een man en zonder gemeenschap de persoon van het Woord van God ontving, dat alles vervult, zij die bovennatuurlijk zonder pijnen baarde en geheel één is met God? Hoe zou de hel haar ontvangen? Hoe zou het verderf de strijd durven aanbinden met het lichaam dat God ontvangen heeft? Deze dingen zijn onverenigbaar met en helemaal vreemd aan een goddragende geest en lichaam. De dood vreest haar wanneer hij naar haar kijkt. want samengekomen met haar Zoon heeft zij uit dat wat zij geleden heeft geleerd en door de ervaring lerend is zij beter 35 gemaakt. Voor haar zijn de wegen van de afschuwelijke hel onbegaanbaar. Maar er is een rechte en zeer gemakkelijke wieg naar de hemelen bereid. Want als Christus, die het leven en de waarheid is, zegt: "Waar ik ben, daar is ook mijn dienaar", hoe zal dan niet veeleer zijn moeder bij hem verblijven? Vóór de pijnen baarde zij, zonder pijnen gebeurde ook haar verscheiden. De dood van de zondaars is zeer erg, maar hoe zullen wij hem bij haar, in wie de angel van de dood, nl. de zonde, afgestorven is noemen tenzij begin van het oneindige en betere leven? Waarlijk kostbaar is de dood van de heiligen van de Heer de God van de machten, maar verhevener is het verscheiden van de moeder van God.
Referenties naar alinea 3: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDat nu de hemelen blij zijn en de engelen juichen. Dat de aarde jubelt en de mensen vergenoegd zijn. Dat nu de lucht verheugd weerklinkt van gezangen en de duistere nacht de droevige en weerzinwekkende duisternis aflegt en dat zij helder de glans van de dag a.h.w. nabootst, zeer schitterend uit beelden van vuur. Want de levende stad van de Heer de God van de machten is in de hoogte verheven en de koningen brengen een eervol geschenk vanaf de tempel van de Heer van het bewonderenswaardige Sion naar het verheven Jeruzalem, hun moeder, die vrij is; zij nl. die door Christus als leiders van de gehele wereld aangesteld zijn, de apostelen bedoel ik, en de moeder van God, de altijd maagd.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
4
4.
Verder schijnt het mij niet ongepast om met woord, voor zover het mogelijk is, de wensen aangaande deze heilige moeder van God vervuld zijn beschrijven en uit te leggen en er een beeld van vormen, die wij gewoon en zeer opmerkelijk, om het zo zeggen, als zonen hebben krijgen overgeleverd van vader.
Verder schijnt het mij niet ongepast om met woord, voor zover het mogelijk is, de wensen aangaande deze heilige moeder van God vervuld zijn beschrijven en uit te leggen en er een beeld van vormen, die wij gewoon en zeer opmerkelijk, om het zo zeggen, als zonen hebben krijgen overgeleverd van vader.
Referenties naar alinea 4: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaWant het schijnt mij toe dat zij heiliger dan de heiligen, gewijder dan de gewijden en rechtvaardiger dan de rechtvaardigen is, die de zoete urn van het manna is, ja zelfs, opdat het waarachtiger gezegd wordt, de bron die achteroverleunt op een rustbed in de goddelijke en beroemde stad van David, nl. dat bewonderenswaardige en bekende Sion, waarin de wet van de letter vervuld is en de wet van de geest ingediend is, waarin Christus de wetgever het figuurlijke Pasen vierde en de God van het Nieuwe en Oude Testament het ware Pasen overleverde, in welke het lam Gods dat de zonden der wereld draagt voor zijn leerlingen het mystieke maal offerde en zichzelf voor hen als het vetgemeste kalf slachtte en als de druif van het ware wijnrank zich in de wijnpers met de voeten uitperste; waarin Christus voor de apostelen verschijnt, uit de doden herrezen, en Thomas en door hem de uiteinden van de aarde gelovig maakt, dat hij God en Heer is, twee naturen in zichzelf dragend, zelfs na zijn terugkeer naar het leven uit de doden, en de twee energieën, die met deze overeenkomen, (en twee) willen met eigen vermogen en machtig tot vrije keuze, die altijd voortduren gedurende de oneindige eeuwigheid. Zij is de burcht van de kerken, zij is het toevluchtsoord van de apostelen. In haar is de veelvuldige klank van de zeer heilige geest en de vuur vormige komst van de vele tongen over de apostelen uitgestort. In haar verschafte de Godsspreker Johannes, na de moeder van God te hebben opgenomen, de noodzakelijke dingen. Deze moeder van de kerken van de gehele aarde bleek de woning te zijn van de moeder van God, spoedig na de terugkeer van de Zoon uit de doden. In deze dus lag de gelukzalige maagd op een zeer kostbaar rustbed.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
5
5.
Maar nu ik aan dit punt kom om mijn eigen gemoedsaandoening uit te spreken, ontstoken door een zeer warm en hevig vuur van liefde, word ik ervan weerhouden door een zekere vrees en door vreugdetranen, terwijl ik dat gelukkige en verheven rustbed a.h.w. omhels, dat vol wonderen is, dat het levengevende lichaam ontving en door het neer leggen ervan de gloed van heiligheid afstraalde. En hierdoor dacht ik dat heilige en allerheiligste en God waardige tabernakel met mijn eigen handen te dragen, en ik meende mijn ogen, lippen, hoofd, nek en wangen a.h.w. tegen haar ledematen te leggen en ik voelde de aanraking alsof deze van een aanwezig lichaam was. En terwijl ik het in ogenschouw nam, kon ik niet zien wat ik verlangde te zien, daar immers het op verhevener wijze naar de hemelse basilieken gebracht was. En laat dit nu zo zijn.
Maar nu ik aan dit punt kom om mijn eigen gemoedsaandoening uit te spreken, ontstoken door een zeer warm en hevig vuur van liefde, word ik ervan weerhouden door een zekere vrees en door vreugdetranen, terwijl ik dat gelukkige en verheven rustbed a.h.w. omhels, dat vol wonderen is, dat het levengevende lichaam ontving en door het neer leggen ervan de gloed van heiligheid afstraalde. En hierdoor dacht ik dat heilige en allerheiligste en God waardige tabernakel met mijn eigen handen te dragen, en ik meende mijn ogen, lippen, hoofd, nek en wangen a.h.w. tegen haar ledematen te leggen en ik voelde de aanraking alsof deze van een aanwezig lichaam was. En terwijl ik het in ogenschouw nam, kon ik niet zien wat ik verlangde te zien, daar immers het op verhevener wijze naar de hemelse basilieken gebracht was. En laat dit nu zo zijn.
Referenties naar alinea 5: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
6
6.
Welke eerbewijzen nu waren het, die toen aan haar bewezen zijn door hem die plechtig verordende de ouders te eren? Laten wij het zeggen. Hen immers, die overal over de gehele aarde verspreid waren om mensen te vissen en op deze manier de mensen vingen met de verschillende talen die door de geest verbonden waren en met het net van het woord, hen van de afgrond van de dwaling naar de geestelijke en hemelse tafel van het mystieke maal en van het heilige feestmaal en van de geestelijke bruiloft van de hemelse bruidegom hadden getrokken, met wie ook de Vader met zijn Zoon, die gelijke macht heeft en van dezelfde natuur is, prachtig, verheven en met veel vorstelijke pracht dineert, hen nu beveelt God, gelijkend op een net, om zich op een wolk te haasten van de uiteinden van de aarde naar Jeruzalem; als waren zij adelaars drijft hij hen samen en verzamelt hij hen. "Want waar het lichaam is, daar worden ook de adelaars verzameld", zegt de waarheid. Want ook al is dit voorspeld over zijn tweede grote en schitterende komst vanuit de hemel, omdat hijzelf dit zegt, toch is het niet ongepast als het ook hier als een vreugde van de uiteenzetting op te vatten. Derhalve waren ook zij aanwezig die het zelf gezien hadden, naar verplichting dienaren van het Woord, die zijn moeder dienden en het ambt als een dierbaar en kostbare genade van haar zegening verkregen. Want wie is er onzeker van dat zij de bron van zegening en de overvloed van alle goeds is?
Welke eerbewijzen nu waren het, die toen aan haar bewezen zijn door hem die plechtig verordende de ouders te eren? Laten wij het zeggen. Hen immers, die overal over de gehele aarde verspreid waren om mensen te vissen en op deze manier de mensen vingen met de verschillende talen die door de geest verbonden waren en met het net van het woord, hen van de afgrond van de dwaling naar de geestelijke en hemelse tafel van het mystieke maal en van het heilige feestmaal en van de geestelijke bruiloft van de hemelse bruidegom hadden getrokken, met wie ook de Vader met zijn Zoon, die gelijke macht heeft en van dezelfde natuur is, prachtig, verheven en met veel vorstelijke pracht dineert, hen nu beveelt God, gelijkend op een net, om zich op een wolk te haasten van de uiteinden van de aarde naar Jeruzalem; als waren zij adelaars drijft hij hen samen en verzamelt hij hen. "Want waar het lichaam is, daar worden ook de adelaars verzameld", zegt de waarheid. Want ook al is dit voorspeld over zijn tweede grote en schitterende komst vanuit de hemel, omdat hijzelf dit zegt, toch is het niet ongepast als het ook hier als een vreugde van de uiteenzetting op te vatten. Derhalve waren ook zij aanwezig die het zelf gezien hadden, naar verplichting dienaren van het Woord, die zijn moeder dienden en het ambt als een dierbaar en kostbare genade van haar zegening verkregen. Want wie is er onzeker van dat zij de bron van zegening en de overvloed van alle goeds is?
Referenties naar alinea 6: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaOok waren zij aanwezig, die hun volgelingen en opvolgers waren en die evenzeer deel hadden aan de dienst als aan de zegening. Want hun inspanning was gemeenschappelijk en het vruchtgebruik gelijk. Ook aanwezig nu was een talrijke schare, die van Godswege was uitverkoren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaHet paste evenwel dat ook de voornaamsten van de oude rechtvaardigen en profeten aanwezig waren, die deelnamen aan deze heilige gedienstigheid, nl. zij die de geboorte van het Woord Gods uit haar voorspeld hadden, (de geboorte) die jegens ons in het vlees en uit medelijden zou gebeuren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaMaar ook de toekijkende schare engelen was niet buitengesloten, tenminste zij die onderworpen waren aan de wil van de koning, en hierdoor zijn eerwaardige aanwezigheid waardig waren, die daarom ook moesten gehoorzamen aan zijn moeder naar het vlees, de waarlijk heerlijke en gelukzalige, die voortreffelijker is dan alle geslachten en de hele schepping. Bij haar die uitblinkt door de verlichting van de geest en schittert door de flikkeringen stonden allen, terwijl ze met eerbied, vrees en onwankelbaar verlangen het reine en geestelijke oog op haar vestigden.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
7
7.
Hier waren woorden van Godswege ingegeven en door God uitgesproken. Daar waren hymnen die God waardig waren en een begrafenis van Godswege aangenaam. Want aangaande dit moet men ook de meer dan oneindige goedheid, de meer dan grote grootheid en de opperheerschappij van de oneindige macht van God prijzen en die nederigheid van hem naar ons toe gebogen, die verhevener is dan elke hoogte en grootheid, en ook de rijkdom van zijn onbegrijpelijke goedheid en de diepe afgrond van zijn liefde; men moet prijzen hoe hij die niet afweek van zijn eigen verhevenheid door de wil van de Vader en van de geest afdaalde tot de menselijke vernedering en lediging; men moet prijzen hoe hij ook, hoewel hij bovenwezenlijk was, uit de schoot van vrouw bovenwezenlijk wezenlijk geworden is: hoe hij hoewel hij God was en is, mens geworden is, en in zichzelf blijft, terwijl hij beiden is; hoe hij niet uit het wezen van de goddelijkheid gegaan is en op gelijke wijze met ons verkeerd heeft in vlees en bloed: hoe hij de alles vervult en boven alles is en het heelal draagt door het woord van zijn eigen mond, een nauwe plaats heeft bewoond; hoe het verterende vuur van de goddelijkheid het onreine en strooien lichaam van deze edele opnam, dat als zeer zuiver goud onverteerbaar bleef, omdat God het wilde, op wiens wenk dit alles gemaakt is. Want als God het wil, is alles mogelijk, als hij het niet wil echter onmogelijk.
Hier waren woorden van Godswege ingegeven en door God uitgesproken. Daar waren hymnen die God waardig waren en een begrafenis van Godswege aangenaam. Want aangaande dit moet men ook de meer dan oneindige goedheid, de meer dan grote grootheid en de opperheerschappij van de oneindige macht van God prijzen en die nederigheid van hem naar ons toe gebogen, die verhevener is dan elke hoogte en grootheid, en ook de rijkdom van zijn onbegrijpelijke goedheid en de diepe afgrond van zijn liefde; men moet prijzen hoe hij die niet afweek van zijn eigen verhevenheid door de wil van de Vader en van de geest afdaalde tot de menselijke vernedering en lediging; men moet prijzen hoe hij ook, hoewel hij bovenwezenlijk was, uit de schoot van vrouw bovenwezenlijk wezenlijk geworden is: hoe hij hoewel hij God was en is, mens geworden is, en in zichzelf blijft, terwijl hij beiden is; hoe hij niet uit het wezen van de goddelijkheid gegaan is en op gelijke wijze met ons verkeerd heeft in vlees en bloed: hoe hij de alles vervult en boven alles is en het heelal draagt door het woord van zijn eigen mond, een nauwe plaats heeft bewoond; hoe het verterende vuur van de goddelijkheid het onreine en strooien lichaam van deze edele opnam, dat als zeer zuiver goud onverteerbaar bleef, omdat God het wilde, op wiens wenk dit alles gemaakt is. Want als God het wil, is alles mogelijk, als hij het niet wil echter onmogelijk.
Referenties naar alinea 7: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaOmdat evenwel een debat over deze zaken en woorden gaande is, laat de een er niet naar streven om de ander te overwinnen, want dit is de gedachte aan ijdele roem 30 en ver van de wil van God, maar opdat ieder afzonderlijk zich erop toelegt niet minder ijver en geestelijke kracht te hebben dan anderen, terwijl ze God onvermoeid prijzen en de moeder van God eerbiedig eren.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
8
8.
Toen dan, toen riepen Adam en Eva, de stamouders van ons geslacht, jubelend met hun lippen, en verheven uit: "U bent de gelukzalige dochter, die voor ons de straf voor de overtreding hebt opgeheven. Hoewel U van ons het vergankelijke lichaam verkregen hebt, hebt U voor ons het omhulsel van de onvergankelijkheid ter wereld gebracht. U hebt uit onze lendenen het bestaan genomen, en zo het goedzijn aan ons teruggegeven, de pijnen opgeheven, de bakermat van de dood verscheurd, ons de oude woning teruggegeven. Wij hebben het paradijs gesloten, U hebt de weg voor de boom des levens ontgrendeld. Door ons kwamen uit de aangename dingen droeve dingen, door U keerden voor ons uit de droeve dingen meer aangename terug. En hoe hebt Gij van de dood geproefd, onbevlekte? Voor U werd de dood de brug naar het leven, de ladder naar de hemel en de stroom naar de onsterfelijkheid. Waarlijk gelukzalig bent U, zeer gelukzalige. Wat (anders) immers moet U aangeboden worden dan het Woord, dat geleden heeft wat het op zich genomen had te doen?"
Toen dan, toen riepen Adam en Eva, de stamouders van ons geslacht, jubelend met hun lippen, en verheven uit: "U bent de gelukzalige dochter, die voor ons de straf voor de overtreding hebt opgeheven. Hoewel U van ons het vergankelijke lichaam verkregen hebt, hebt U voor ons het omhulsel van de onvergankelijkheid ter wereld gebracht. U hebt uit onze lendenen het bestaan genomen, en zo het goedzijn aan ons teruggegeven, de pijnen opgeheven, de bakermat van de dood verscheurd, ons de oude woning teruggegeven. Wij hebben het paradijs gesloten, U hebt de weg voor de boom des levens ontgrendeld. Door ons kwamen uit de aangename dingen droeve dingen, door U keerden voor ons uit de droeve dingen meer aangename terug. En hoe hebt Gij van de dood geproefd, onbevlekte? Voor U werd de dood de brug naar het leven, de ladder naar de hemel en de stroom naar de onsterfelijkheid. Waarlijk gelukzalig bent U, zeer gelukzalige. Wat (anders) immers moet U aangeboden worden dan het Woord, dat geleden heeft wat het op zich genomen had te doen?"
Referenties naar alinea 8: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaEn het hele koor van de heiligen juichte en zei: "U hebt onze profetieën vervuld. U hebt ons de verwachte blijdschap gebracht. Door U immers werden wij bevrijd van de boeien van de dood. Kom naar ons, goddelijke schatkamer en draagster van het leven. Kom naar ons die naar U verlangen, U die ons verlangen met voltooiingen hebt volmaakt." Maar weer zei met niet minder woorden de menigte heiligen, die nog in het lichaam leefden: "8lijf bij ons, onze troost, die voor ons op aarde de enige troost bent. Laat ons niet als wezen achter, moeder van een medelijdende Zoon, (verlaat ons niet), die wegens hem beproefd worden. Dat wij U hebben als rustplaats voor onze pijnen en als aangeroepen verkwikking voor onze inspanningen. Als U wilt blijven, hebt U daartoe terstond de mogelijkheid, en als U van plan bent weg te gaan is er geen enkel beletsel. Als U weggaat, U die het tabernakel van God bent, zullen ook wij met U weggaan, wij, die wegens Uw Zoon Uw volk genoemd worden. U hebben wij als enig overgebleven troost op aarde. Het is gelukzalig met u, als U leeft, te leven en met U, als U sterft, te sterven. Waarlijk, wat noemen wij "sterven", terwijl er voor U een beter leven is en U dit leven overschrijdt met onvergelijkelijke vergelijkingen? Maar hoe is het leven voor ons levend, als wij geenszins U als gesprekspartner hebben?"
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
9
9.
Zulke woorden, denk ik, hebben de apostelen met de hele volheid van de Kerk tot de gelukzalige maagd gesproken. Maar omdat zij diezelfde moeder van God zich zagen haasten en streven naar het verscheiden, gingen zij over op begrafenishymnen, vervuld van de goddelijke genade, en terwijl ze hun mond aan de geest toevertrouwden en verder uit het vlees uitstegen en ernaar verlangden om met de moeder van God, die vertrok, te vertrekken en voorzover zij konden door de kracht van hun voornemen vooropgingen. Omdat allen hun liefde en verplichting tegelijk wijdden en uit vele bloemen en verschillende heilige hymnen een kroon vlechtten, ontvingen zij de zegen als een van Godswege gegeven geschonken schat, terwijl ze afscheids- en begrafeniswensen en woorden van het laatste uur uitspraken. Dit nu waren, naar het mij toeschijnt, woorden die het vergaan van het huidige leven en de gemakkelijke transitus verkondigden en die de verborgen heilige geheimen van het toekomstig goed aan de openbaarheid brachten.
Zulke woorden, denk ik, hebben de apostelen met de hele volheid van de Kerk tot de gelukzalige maagd gesproken. Maar omdat zij diezelfde moeder van God zich zagen haasten en streven naar het verscheiden, gingen zij over op begrafenishymnen, vervuld van de goddelijke genade, en terwijl ze hun mond aan de geest toevertrouwden en verder uit het vlees uitstegen en ernaar verlangden om met de moeder van God, die vertrok, te vertrekken en voorzover zij konden door de kracht van hun voornemen vooropgingen. Omdat allen hun liefde en verplichting tegelijk wijdden en uit vele bloemen en verschillende heilige hymnen een kroon vlechtten, ontvingen zij de zegen als een van Godswege gegeven geschonken schat, terwijl ze afscheids- en begrafeniswensen en woorden van het laatste uur uitspraken. Dit nu waren, naar het mij toeschijnt, woorden die het vergaan van het huidige leven en de gemakkelijke transitus verkondigden en die de verborgen heilige geheimen van het toekomstig goed aan de openbaarheid brachten.
Referenties naar alinea 9: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
10
10.
Vervolgens schijnt het dat enkele dingen, die daarmee overeenstemden en er uit volgden, gebeurd zijn, naar ikzelf vermoed, toen nl. de komst van de koning zich aan zijn eigen moeder toonde, terwijl hij haar heilige en zuivere en onbevlekte ziel met zijn goddelijke en reine handen opnam. En zij heeft misschien dergelijke woorden gesproken: "In Uw handen, mijn Zoon, beveel ik mijn geest. Ontvang mijn ziel, die U lief is, die U zonder smet hebt bewaard. Aan U en niet aan de aarde lever ik mijn lichaam over. Bewaar het ongeschonden, waarin het U behaagde te wonen en dat U bij de geboorte ongeschonden hebt gelaten. Breng mij naar U, opdat waar U bent, vrucht van mijn schoot, ook ik ben, als gast met U. Naar U immers haast ik mij, die ondeelbaar naar mij bent gekomen. Wordt U voor mijn beminde kinderen, die U zich waardig bevonden hebt broeders te noemen, de troost voor min dood. Leg zegen op hun zegen door de oplegging van mijn handen." Vervolgens zegende zij misschien zo met opgeheven handen hen die bijeen waren. En toen zij met dergelijke woorden gesproken had, hoorde zij terstond: "En kom, mijn gezegende moeder, naar Uw rustplaats. Sta op, kon, mijn geliefde, mooi onder de vrouwen, want zie de winter is voorbij, de tijd van het snoeien nadert. Mooi is mijn geliefde en er rust geen smet op . De geur van Uw zalven gaat boven alle welriekende kruiden." Toen de heilige dit gehoord had, beval ze haar geest in de handen van haar Zoon.
Vervolgens schijnt het dat enkele dingen, die daarmee overeenstemden en er uit volgden, gebeurd zijn, naar ikzelf vermoed, toen nl. de komst van de koning zich aan zijn eigen moeder toonde, terwijl hij haar heilige en zuivere en onbevlekte ziel met zijn goddelijke en reine handen opnam. En zij heeft misschien dergelijke woorden gesproken: "In Uw handen, mijn Zoon, beveel ik mijn geest. Ontvang mijn ziel, die U lief is, die U zonder smet hebt bewaard. Aan U en niet aan de aarde lever ik mijn lichaam over. Bewaar het ongeschonden, waarin het U behaagde te wonen en dat U bij de geboorte ongeschonden hebt gelaten. Breng mij naar U, opdat waar U bent, vrucht van mijn schoot, ook ik ben, als gast met U. Naar U immers haast ik mij, die ondeelbaar naar mij bent gekomen. Wordt U voor mijn beminde kinderen, die U zich waardig bevonden hebt broeders te noemen, de troost voor min dood. Leg zegen op hun zegen door de oplegging van mijn handen." Vervolgens zegende zij misschien zo met opgeheven handen hen die bijeen waren. En toen zij met dergelijke woorden gesproken had, hoorde zij terstond: "En kom, mijn gezegende moeder, naar Uw rustplaats. Sta op, kon, mijn geliefde, mooi onder de vrouwen, want zie de winter is voorbij, de tijd van het snoeien nadert. Mooi is mijn geliefde en er rust geen smet op . De geur van Uw zalven gaat boven alle welriekende kruiden." Toen de heilige dit gehoord had, beval ze haar geest in de handen van haar Zoon.
Referenties naar alinea 10: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
11
11.
Én wat gebeurde er? Er waren bewegingen en veranderingen van de elementen, naar ik meen, en stemmen en lawaai en waardige hymnen van de engelen, de vooropliepen, begeleidden en volgden; terwijl sommigen hun dienst aan de onbevlekte en zeer heilige ziel vervulden, en met haar die naar de hemel opsteeg opstegen totdat ze de koningin bij de koningstroon gebracht hadden; anderen omringden het goddelijke en heilige lichaam en prezen met engelenzang de moeder van God. Verder omarmden degenen, die bij het zeer heilige en gewijde lichaam stonden, het lichaam, dat zij met vrees, liefde en tranen van vreugde als een goddelijk en heerlijk tabernakel omringden, kusten het en reikten alle ledematen naar het lichaam, opdat zij door de aanraking vervuld werden met heiligheid en zegen. Toen dan verdwenen de ziektes, vluchtten de scharen demonen, verdreven naar de eenzame hel, werden de lucht, de aether en de hemel geheiligd door het opstijgen van de geest, de aarde door het ter ruste leggen van het lichaam. Maar ook de natuur van het water werd niet van de zegening uitgesloten; zij werd immers met water gewassen, niet opdat het haar reinigde, maar veeleer opdat zij het heiligde. Toen werd aan de doven het gehoor gegeven, voor de kreupelen werden de voeten voltooid, voor de blinden werd het gezicht vernieuwd, voor de zondaars, die met geloot naderden, werden de schuldbekentenissen vernietigd. Wat nog meer? Het reine lichaam werd in reine doeken gewikkeld en de koningin werd op een rustbed gelegd. Verder waren er fakkels en zalven en processiehymnen, terwijl de engelen in hun eigen taal zongen en zijzelf zeer verheven prezen, maar de apostelen en de Goddragende vaderen liederen zongen die God welgevallig waren en juichten door de geest.
Én wat gebeurde er? Er waren bewegingen en veranderingen van de elementen, naar ik meen, en stemmen en lawaai en waardige hymnen van de engelen, de vooropliepen, begeleidden en volgden; terwijl sommigen hun dienst aan de onbevlekte en zeer heilige ziel vervulden, en met haar die naar de hemel opsteeg opstegen totdat ze de koningin bij de koningstroon gebracht hadden; anderen omringden het goddelijke en heilige lichaam en prezen met engelenzang de moeder van God. Verder omarmden degenen, die bij het zeer heilige en gewijde lichaam stonden, het lichaam, dat zij met vrees, liefde en tranen van vreugde als een goddelijk en heerlijk tabernakel omringden, kusten het en reikten alle ledematen naar het lichaam, opdat zij door de aanraking vervuld werden met heiligheid en zegen. Toen dan verdwenen de ziektes, vluchtten de scharen demonen, verdreven naar de eenzame hel, werden de lucht, de aether en de hemel geheiligd door het opstijgen van de geest, de aarde door het ter ruste leggen van het lichaam. Maar ook de natuur van het water werd niet van de zegening uitgesloten; zij werd immers met water gewassen, niet opdat het haar reinigde, maar veeleer opdat zij het heiligde. Toen werd aan de doven het gehoor gegeven, voor de kreupelen werden de voeten voltooid, voor de blinden werd het gezicht vernieuwd, voor de zondaars, die met geloot naderden, werden de schuldbekentenissen vernietigd. Wat nog meer? Het reine lichaam werd in reine doeken gewikkeld en de koningin werd op een rustbed gelegd. Verder waren er fakkels en zalven en processiehymnen, terwijl de engelen in hun eigen taal zongen en zijzelf zeer verheven prezen, maar de apostelen en de Goddragende vaderen liederen zongen die God welgevallig waren en juichten door de geest.
Referenties naar alinea 11: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
12
12.
Toen dan, toen is de ark van God vanaf de berg Sion vertrokken, gedragen op de roemrijke schouders van de apostelen naar de hemelse tempel en werd zij middels het graf gebracht, en eerst werd zij midden door de stad gedragen als een zeer mooie bruid, gesierd met een onbereikbare glans van de geest en zo werd zij naar het zeer heilige landgoed van Gethsemane gebracht, terwijl de engelen vooropliepen, volgden en haar bedekten met hun vleugels, en de hele volheid van de Kerk (sc. volgde). En zoals koning Salomon om de ark in de tempel van de Heer te plaatsen, die hijzelf gebouwd had, alle ouderlingen van Israël in Sion verzameld had om de ark van het verbond van de Heer uit de stad van David, welke Sion is, te dragen, en de priesters de ark droegen en de tent van het verbond, en de priesters en de Levieten die dingen droegen, en de koning en geheel het volk voor de ark uitliepen, terwijl ze talloze runderen en schapen offerden, en de priesters de ark van het verbond van de Heer naar haar plaats droegen, naar het huis van Dabir, naar het heilige der heilige, onder de vleugels van de Cherubimn, zo roept dan heden die nieuwe Salomon, die koning van de vrede en maker van het heelal, voor de plaatsing van de geestelijke ark, niet van het verbond van de Heer, maar van de persoon van het Woord van God zelf, de bovenwereldlijke gelederen van de hemelse zielen en van het Nieuwe Testament, de apostelen bedoel ik, met de gehele schare heiligen die in Jeruzalem is, en hij plaatst de ziel d.m.v. de engelen in het heilige der heiligen, nl. in de voornaamste en ware hemel se verblijven, op de vleugels zelf van de viervormige dieren, en hij laat haar staan bij zijn eigen troon in het binnenste deel van de voorhang, waar de voorloper zelf, Christus, lichamelijk binnengegaan is. Het lichaam echter wordt door de handen van de apostelen gedragen, terwijl de koning der koningen het bedekt met de glans van de onzichtbare goddelijkheid en terwijl de hele schare heiligen vooroploopt en zeer heilige uitspraken doet en offers van lof offert, totdat het, zoals in een bruidsvertrek, in het graf gelegd wordt en door dit in de genoegens van Eden en in de hemelse tabernakels.
Toen dan, toen is de ark van God vanaf de berg Sion vertrokken, gedragen op de roemrijke schouders van de apostelen naar de hemelse tempel en werd zij middels het graf gebracht, en eerst werd zij midden door de stad gedragen als een zeer mooie bruid, gesierd met een onbereikbare glans van de geest en zo werd zij naar het zeer heilige landgoed van Gethsemane gebracht, terwijl de engelen vooropliepen, volgden en haar bedekten met hun vleugels, en de hele volheid van de Kerk (sc. volgde). En zoals koning Salomon om de ark in de tempel van de Heer te plaatsen, die hijzelf gebouwd had, alle ouderlingen van Israël in Sion verzameld had om de ark van het verbond van de Heer uit de stad van David, welke Sion is, te dragen, en de priesters de ark droegen en de tent van het verbond, en de priesters en de Levieten die dingen droegen, en de koning en geheel het volk voor de ark uitliepen, terwijl ze talloze runderen en schapen offerden, en de priesters de ark van het verbond van de Heer naar haar plaats droegen, naar het huis van Dabir, naar het heilige der heilige, onder de vleugels van de Cherubimn, zo roept dan heden die nieuwe Salomon, die koning van de vrede en maker van het heelal, voor de plaatsing van de geestelijke ark, niet van het verbond van de Heer, maar van de persoon van het Woord van God zelf, de bovenwereldlijke gelederen van de hemelse zielen en van het Nieuwe Testament, de apostelen bedoel ik, met de gehele schare heiligen die in Jeruzalem is, en hij plaatst de ziel d.m.v. de engelen in het heilige der heiligen, nl. in de voornaamste en ware hemel se verblijven, op de vleugels zelf van de viervormige dieren, en hij laat haar staan bij zijn eigen troon in het binnenste deel van de voorhang, waar de voorloper zelf, Christus, lichamelijk binnengegaan is. Het lichaam echter wordt door de handen van de apostelen gedragen, terwijl de koning der koningen het bedekt met de glans van de onzichtbare goddelijkheid en terwijl de hele schare heiligen vooroploopt en zeer heilige uitspraken doet en offers van lof offert, totdat het, zoals in een bruidsvertrek, in het graf gelegd wordt en door dit in de genoegens van Eden en in de hemelse tabernakels.
Referenties naar alinea 12: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
13
13.
Verder waren er misschien ook enkele Hebreeërs, die niet erg ondankbaar waren. Het is waarlijk niet misplaatst om, zoals een gekruide spijs, in het verhaal in te voegen wat door de mond van velen rondverteld wordt. Ze zeggen immers dat, toen zij, die het gelukzalige lichaam van de moeder van God droegen, bij de afdaling van de berg gekomen waren, er een Hebreeër, een slaaf van de zonde en met het verbond van de dwaling verenigd, in navolging van de slaaf van Caiphas, die het koninklijk en goddelijk gelaat van Christus God een oorveeg had gegeven, en die een werktuig van de duivel geworden was, met een onbezonnen beweging en door de redeloze aandrang van de kwade demoon op dat zeer heilige tabernakel, waar naartoe de engelen zelf angstig snelden, gesprongen was en het bed waanzinnig en buiten zijn verstand met beide handen gegrepen had en het naar de grond getrokken had. Want immers wegens de afgunst van de oude vijand gebeurde ook deze aandrang door alles heen. Maar de vrucht ging aan de inspanning vooraf en hij oogstte een zure druif, die zijn eigen voornemen waardig was. Want ze zeggen dat zijn handen waren afgevallen en dat hij, die op verkeerde wijze en stoutmoedig gebruik gemaakt had van zijn handen, plotseling zonder handen was, totdat hij zijn geest keerde tot geloof en berouw. Want weldra bleven zij, die het rustbed droegen, staan. Maar die ongelukkige, die zijn handen had verloren, werd weer gezond toen zijn handen op dat levengevend tabernakel, dat op wonderbaarlijke wijze gebaard had, gelegd waren. Want het gebrek weet zoals vele dingen ook wijze en heilzame beslissingen voort te brengen. Maar laten wij terugkeren naar ons onderwerp.
Verder waren er misschien ook enkele Hebreeërs, die niet erg ondankbaar waren. Het is waarlijk niet misplaatst om, zoals een gekruide spijs, in het verhaal in te voegen wat door de mond van velen rondverteld wordt. Ze zeggen immers dat, toen zij, die het gelukzalige lichaam van de moeder van God droegen, bij de afdaling van de berg gekomen waren, er een Hebreeër, een slaaf van de zonde en met het verbond van de dwaling verenigd, in navolging van de slaaf van Caiphas, die het koninklijk en goddelijk gelaat van Christus God een oorveeg had gegeven, en die een werktuig van de duivel geworden was, met een onbezonnen beweging en door de redeloze aandrang van de kwade demoon op dat zeer heilige tabernakel, waar naartoe de engelen zelf angstig snelden, gesprongen was en het bed waanzinnig en buiten zijn verstand met beide handen gegrepen had en het naar de grond getrokken had. Want immers wegens de afgunst van de oude vijand gebeurde ook deze aandrang door alles heen. Maar de vrucht ging aan de inspanning vooraf en hij oogstte een zure druif, die zijn eigen voornemen waardig was. Want ze zeggen dat zijn handen waren afgevallen en dat hij, die op verkeerde wijze en stoutmoedig gebruik gemaakt had van zijn handen, plotseling zonder handen was, totdat hij zijn geest keerde tot geloof en berouw. Want weldra bleven zij, die het rustbed droegen, staan. Maar die ongelukkige, die zijn handen had verloren, werd weer gezond toen zijn handen op dat levengevend tabernakel, dat op wonderbaarlijke wijze gebaard had, gelegd waren. Want het gebrek weet zoals vele dingen ook wijze en heilzame beslissingen voort te brengen. Maar laten wij terugkeren naar ons onderwerp.
Referenties naar alinea 13: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
14
14.
Vandaar wordt zij naar het zeer heilige Gethsemane gebracht. En weer zijn er begroetingen, omarmingen en weer lofredes, heilige hymnen en te ruste leggingen, en tranen wegens de dood en uit verlangen, terwijl ook beekjes zweet rondom stroomden. Het scheen dat zweet en tranen om strijd naar beneden stroomden. En zo werd het zeer heilige lichaam in het zeer roemrijke en verheven graf bijgezet. En vervolgen werd zij op de derde dag naar de hemelse banen gebracht.
Vandaar wordt zij naar het zeer heilige Gethsemane gebracht. En weer zijn er begroetingen, omarmingen en weer lofredes, heilige hymnen en te ruste leggingen, en tranen wegens de dood en uit verlangen, terwijl ook beekjes zweet rondom stroomden. Het scheen dat zweet en tranen om strijd naar beneden stroomden. En zo werd het zeer heilige lichaam in het zeer roemrijke en verheven graf bijgezet. En vervolgen werd zij op de derde dag naar de hemelse banen gebracht.
Referenties naar alinea 14: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaHet was immers gepast dat deze God waardige verblijfplaats, de niet uitgegraven bron van het water van de vergiffenis, het land van het hemels brood dat niet met de ploeg geploegd en opengebroken is, de onbesproeide wijnrank van de goddelijke wijn, de altijdbloeiende en goede vrucht dragende olijfboom van de vaderlijke barmhartigheid geenszins in de afgronden van de aarde opgesloten werd, maar dat zoals het heilige en onvergankelijke lichaam, dat uit haarzelf in God het Woord substantie geworden was, op de derde dag heilig en onvergankelijk uit het graf herrezen is, zo ook zij aan het graf ontnomen werd en zo ook de moeder naar de Zoon gebracht werd, en dat, zoals hijzelf naar haar afgedaald was, zo ook deze zeer beminde naar hem gebracht werd, naar het grotere en volmaaktste tabernakel, nl. naar de hemel zelf.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaHet was gepast dat het lichaam van haar, die God het Woord gastvrij in haar eigen schoot ontvangen heeft, in de goddelijke tabernakels van haar Zoon geplaatst werd en, zoals de Heer heeft gezegd, dat zij daarin moet zijn wat van zijn Vader is. En het past ook dat de moeder in het paleis van haar Zoon verblijft, nl. in het huis van de Heer en in de binnenplaatsen van het huis van onze God. Als immers in hem het verblijf van allen die blij zijn is, waar is dan, behalve bij hem, de oorzaak van de blijdschap?
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaHet was gepast dat het lichaam van haar, die bij het baren de maagdelijkheid ongeschonden bewaard heeft, ook na de dood onverdorven bewaard werd. Het was gepast dat zij, die in haar schoot de schepper als kind gedragen heeft, in de goddelijke tabernakels woont. Het was gepast dat de bruid, die de Vader getrouwd heeft, voor de hemelse bruidsvertrekken bestemd is. Het was gepast dat zij, die haar Zoon aan het kruis zag, na het zwaard van de pijn, die zij bij het baren ontvlucht is, in het hart ontvangen te hebben, hem naast de Vader ziet zitten. Het was gepast dat de moeder van God datgene wat van haar Zoon is, bezit en door de hele schepping als moeder van God en dienstmaagd vereerd wordt. Want altijd gaat het lot van de ouders over op de kinderen. Nu echter, zoals een wijs man zei, stijgen de bronnen van de heilige zonen naar boven op. De Zoon onderwerpt immers de hele schepping in dienstbaarheid aan zijn moeder.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
15
15.
Komt dan en laten wij heden het begrafenisfeest voor de moeder van God vieren, zonder fluiten en corybanten bij ons te hebben, zonder de heilige handelingen waarmee van de moeder van de valse goden geëerd wordt, en die zij zelf in hun praatjes mysteriën noemen, van die zij, omdat zij stom zijn, in hun fabelpraat verzinnen dat zij de moeder van vele zonen is, maar van die echter het woord van de waarheid aantoont dat zij zonder zonen is. Dit zijn immners demonen en schaduwbeelden, omdat zij niets dan verzinsels zijn, hoewel zij die zoiets verzinnen de waanzin van de dwalenden als hulp hebben. Want hoe brengt het onlichamelijke uit een verbinding voort? Of hoe wordt het vermengd? En hoe is dat God wat van te voren niet geweest is, maar het voortbrengt tot het ontstaan? Dat evenwel het geslacht van de demonen onlichamelijk is, vinden ook zij, die met hun geestelijke ogen blind zijn. Want Homerus zegt in een van zijn redevoeringen, waar hij spreekt over de migratio van zijn goden die het waard zijn: "Ze eten geen tarwe, ze drinken geen gekruide wijn. Daarom zijn ze zonder bloed en worden ze onsterfelijk genoemd." Hij zegt: "Ze eten geen tarwe , ze drinken geen warmmakende wijn. Daarom zijn ze bloedeloos", d.w.z. hebben ze geen bloed en worden ze onsterfelijk genoemd. En waarlijk terecht zei hij "worden ze genoemd". Want ze worden onsterfelijk genoemd. Ze zijn echter niet wat ze genoemd worden; ze zijn immers gestorven door de dood van het kwaad.
Komt dan en laten wij heden het begrafenisfeest voor de moeder van God vieren, zonder fluiten en corybanten bij ons te hebben, zonder de heilige handelingen waarmee van de moeder van de valse goden geëerd wordt, en die zij zelf in hun praatjes mysteriën noemen, van die zij, omdat zij stom zijn, in hun fabelpraat verzinnen dat zij de moeder van vele zonen is, maar van die echter het woord van de waarheid aantoont dat zij zonder zonen is. Dit zijn immners demonen en schaduwbeelden, omdat zij niets dan verzinsels zijn, hoewel zij die zoiets verzinnen de waanzin van de dwalenden als hulp hebben. Want hoe brengt het onlichamelijke uit een verbinding voort? Of hoe wordt het vermengd? En hoe is dat God wat van te voren niet geweest is, maar het voortbrengt tot het ontstaan? Dat evenwel het geslacht van de demonen onlichamelijk is, vinden ook zij, die met hun geestelijke ogen blind zijn. Want Homerus zegt in een van zijn redevoeringen, waar hij spreekt over de migratio van zijn goden die het waard zijn: "Ze eten geen tarwe, ze drinken geen gekruide wijn. Daarom zijn ze zonder bloed en worden ze onsterfelijk genoemd." Hij zegt: "Ze eten geen tarwe , ze drinken geen warmmakende wijn. Daarom zijn ze bloedeloos", d.w.z. hebben ze geen bloed en worden ze onsterfelijk genoemd. En waarlijk terecht zei hij "worden ze genoemd". Want ze worden onsterfelijk genoemd. Ze zijn echter niet wat ze genoemd worden; ze zijn immers gestorven door de dood van het kwaad.
Referenties naar alinea 15: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaWij echter, voor wie dat wat vereerd wordt de Ware God is, de God die niet uit nietzijnde dingen voortkomt opdat Hij zou zijn, maar die altijd bestaat, uit het altijdbestaande, die boven oorzaak, woord en gedachte, zowel van tijd als van natuur is, wij eren en vereren de moeder van God, zonder de geboorte, die zonder tijd is, van zijn goddelijkheid uit haar (aan haar) toe te schrijven. Immers de geboorte van God het Woord uit God is zonder tijd en eeuwig met de vader. Wij belijden evenwel een tweede geboorte door de vrijwillige vleeswording, waarvan wij de reden kennen en bevestigen. Hij is immers vleesgeworden, die eeuwig onlichamelijk is, vanwege ons en vanwege ons heil, opdat het gelijke door 40 het gelijke gered werd. En vleesgeworden werd Hij uit deze heilige maagd geboren zonder gemeenschap. Terwijl Hijzelf geheel God was is Hij geheel mens geworden. Hij is geheel God met zijn vlees en geheel mens met zijn goddelijkheid, die bovengoddelijk is. Zo vieren wij die deze maagd als moeder van God kennen, feestelijk de inslaping van haar omdat wij haar niet als godin belasteren - verre zij dit! Want dit zijn fabeltjes van de heidense praatzucht. Immers wij berichten ook haar dood, maar haar kennen als moeder van de vleesgeworden God.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
16
16.
Laten wij haar vandaag met heilige gezangen prijzen, wij die het volk van Christus zijn en het zijn en genoemd worden om verrijkt te worden om het te zijn. Laten wij haar in nachtelijke staties eren. Laten wij haar door de kuisheid van onze ziel en ons lichaam verheugen, haar die waarlijk kuis is boven allen na God. Het gelijke moet immers met het gelijke overeenstemmen. Laten wij haar door barmhartigheid en medelijden met hen die gebrek lijden gunstig stemmen. Als God immers verzoend wordt door niets dan door barmhartigheid, wie zoud an tegenspreken op dat wij Zijn moeder niet vieren met gelijke eerbewijzen? Zij toonde de onuitsprekelijke diepte van Gods liefde jegens ons.
Laten wij haar vandaag met heilige gezangen prijzen, wij die het volk van Christus zijn en het zijn en genoemd worden om verrijkt te worden om het te zijn. Laten wij haar in nachtelijke staties eren. Laten wij haar door de kuisheid van onze ziel en ons lichaam verheugen, haar die waarlijk kuis is boven allen na God. Het gelijke moet immers met het gelijke overeenstemmen. Laten wij haar door barmhartigheid en medelijden met hen die gebrek lijden gunstig stemmen. Als God immers verzoend wordt door niets dan door barmhartigheid, wie zoud an tegenspreken op dat wij Zijn moeder niet vieren met gelijke eerbewijzen? Zij toonde de onuitsprekelijke diepte van Gods liefde jegens ons.
Referenties naar alinea 16: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaDoor haar is voor ons de oorlog opgeheven, die gedurende lange tijd tegen de schepper woedde. Door haar is voor ons de verzoening met Hem tot stand gekomen en de genade en de vrede gegeven, en met de engelen dansen de mensen in koor en wij die eerst onaanzienlijk waren, zij Zonen van God geworden. Uit haar hebben wij de druif van het leven geoogst. Uit haar hebben wij de loot van de onvergankelijkheid geplukt. Zij is voor ons de raadgeefster van alle goeds geworden. In haar is God mens en de mens God geworden. En wat is roemrijker dan dit of wat gelukzaliger? Ik wordt duizelig van angst, vrezend wat gezegd wordt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaLaten wij samen met Maria de profetes, jonge harten, met tamboerijnen dansen, terwijl we onze ledematen die op aarde zijn doen sterven. Dit immers betekent de mystieke tamboerijn. Laten wij juichen over de ark van de Heer God met het gejuich van de ziel, en de muren van Jericho zullen instorten, d.w.z. de ongelukkige versterkingen tegen de vijandige machten. Laten we met David in de geest dansen, want de ark van God is vandaag gaan rusten. Laten we met Gabriel, de leider van de engelen, roepen: "Gegroet, vol van genade, de Heer is met U. Gegroet, onuitputtelijke zee van vreugde. Gegroet, die alleen de droefheid hebt vernietigd. Gegroet, heilbrengend geneesmiddel voor geheel het hart. Gegroet, door wie de dood voorbijging en het leven binnengeleid is."
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
17
17.
U echter, heiligste graf van de heiligen, althans na het levengevend graf van de Heer, dat de bron van de herrijzenis is, U dan spreek ik aan als ware U bezield. Waar is dat zeer zuivere goud, dat de handen van de apostelen in U hebben geborgen? Waar is die onuitputtelijke rijkdom? Waar is het vat dat God ontving? Waar is de bezielde tafel? Waar waarin God het Woord onuitsprekelijk zonder (menselijke) hand beschreven is? Waar is de afgrond van de genade? Waar de zee van genezingen? Waar de bron die het leven voortbrengt? Waar het zeer begeerlijke en zeer beminnelijke lichaam van de Moeder Gods?
U echter, heiligste graf van de heiligen, althans na het levengevend graf van de Heer, dat de bron van de herrijzenis is, U dan spreek ik aan als ware U bezield. Waar is dat zeer zuivere goud, dat de handen van de apostelen in U hebben geborgen? Waar is die onuitputtelijke rijkdom? Waar is het vat dat God ontving? Waar is de bezielde tafel? Waar waarin God het Woord onuitsprekelijk zonder (menselijke) hand beschreven is? Waar is de afgrond van de genade? Waar de zee van genezingen? Waar de bron die het leven voortbrengt? Waar het zeer begeerlijke en zeer beminnelijke lichaam van de Moeder Gods?
Referenties naar alinea 17: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaWaarom zoeken jullie haar in het graf, die naar de hemelse tabernakels gebracht is? Waarom eisen jullie van mij de straf voor het verderf op? Ik heb niet de macht om goddelijke geboden te weerstreven. Want het heilige en goddelijke lichaam is onplunderbaar weggegaan onder begeleiding van de engelen, aartsengelen en alle hemelse machten, met achterlating van de doeken, toen het mij de heiliging geschonken had en gevuld had met welriekende zalf en tot een goddelijke tempel gemaakt had. Nu bewaken de engelen mij. Nu woont in mij de goddelijke genade.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaIk ben een medicijn voor de zieken, dat pijnen geneest, gebleken. Ik ben een altijddurende bron voor genezingen. Ik ben een afweer tegen demonen. Ik ben de stad van het toevluchtsoord voor de vluchtenden. Nadert, volkeren, met geloof, en schept gelijk aan stromen de genadegaven. Gij die geen geveinsd geloof hebt, nadert. "Wie dorst hebben, gaat naar de wateren", beveelt Jesaias, "en wie geen geld hebben, komt en koopt zonder geld". Ik heb tot allen volgens het Evangelie geroepen: 'Hij die dorst naar de genezing van de ziektes, de verlossing van de aandoeningen van de ziel, de vergeving van de zonden, het ophouden van alle aandrangen, laat hij met geloof naar mij toekomen en laat hij de stroom van genade scheppen, van veel macht en mildheid". Zoals immers de werking van water, hoewel zij enkelvoudig en een is, van de aarde en lucht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . wordt veranderd in overeenkomst met de natuur, en in de wijnrank (het water) wijn wordt en in de olijfboom olie, zo ook geeft de genade, hoewel ze enkelvoudig en een is, op een verschillende en ongelijke manier naar de behoefte van een ieder goede dingen aan de deelhebbers. Zo bezit ook ik zelfs niet uit mijn eigen natuur de genade. Want elk graf is vol met stank en de oorzaak van veel verdriet en de vijand van blijdschap. Ik ben echter getoond als kostbare zalf en ik heb de zoetheid van welriekendheid verkregen. En de zalf is zo zoet en zo krachtdadig, dat zij door een licht contact een niet weg te nemen deelname geeft. Want waarlijk zonder berouw zijn de goddelijke genadegaven. Ik heb de bron van blijdschap gastvrij ontvangen en ik ben begiftigd met de uitstroming van deze altijddurende.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
18
18.
U ziet, geliefde vaderen en broeders, wat het roemrijke graf ons zegt.
U ziet, geliefde vaderen en broeders, wat het roemrijke graf ons zegt.
- (En dat dit zo is, is Historia Euthymniaca, in de derde verhandeling, 40, zo met de volgende woorden geschreven: "In het bovenstaande is gezegd, dat Pulcheria zaliger bij Constantinopel veel kerken voor Christus gebouwd heeft, waarvan er een is die in Blachernes gebouwd is, aan het begin van de regering van Marcianus zaliger. Zij nu zochten, nadat daar de beroemde kerk van de meer dan prijzenswaardige en zeer heilige en altijd maagd Maria was gebouwd, overal haar heilig lichaam dat God ontvangen had. En na Juvenalis, de aartsbisschop van Jeruzalem en de bisschoppen uit Palestina, die toen in de hoofdstad verbleven i.v.m. een synode, die toen in Chalcedon gehouden werd ontboden te hebben, zeiden ze tot hen: "Wij horen dat in Jeruzalem de eerste en voornaamste basiliek is van de allerheiligste Moeder Gods en altijd maagd Maria en wel op het landgoed met de naam Gethsemane, waar haar lichaam, drager van het leven, in een grafheuvel gelegd is. Wij willen het lichaam hierheen brengen voor de bescherming van deze hoofdstad". Juvenalis nu sprak ten antwoord: "In de heilige en van Godswege geïnspireerde Schrift wordt niets gezegd wat er rond het sterven van de moeder Gods Maria gebeurd is. Uit de oude en zeer ware overlevering evenwel vernemen wij, dat op het tijdstip van haar roemrijke inslaping, toen alle heilige apostelen door de wereld trokken om de heidenen te redden, zij in een ogenblik tijds in de hoogte werden geheven en in Jeruzalem samenkwamen. En toen zij daar waren, kregen zij een visioen zoals de engelen dat krijgen en hoorden zij het goddelijk lofliederen zingen van de machtige krachten. En zo, met een goddelijke en hemelse luister, beval zij haar heilige ziel in de handen van God op een onuitsprekelijke wijze. Maar haar lichaam, dat God ontvangen had, werd met gezang van de engelen en de apostelen naar de grafheuvel bij Gethsemane gebracht en het werd bijgezet en begraven. Op deze plaats nu bleef gedurende drie dagen zonder ophouden een wacht van het koor der engelen.
Referenties naar alinea 18: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Toen na drie dagen het zingen van de engelen ophield, openden de apostelen, die aanwezig waren, het graf, omdat een van hen afwezig geweest was en na de derde dag gekomen was en het lichaam, dat God ontvangen had, wilde vereren, en zij konden het lofwaardige lichaam op geen enkele manier vinden. Toen zij alleen de begrafenisgewaden gevonden hadden en vervuld waren met gene onuitsprekelijke geur van zoetheid, sloten zij het graf. En ontdaan overeenkomstig het wonder van het mysterie konden zij alleen dit overwegen, dat Hij, die in zijn wezen vlees wilde worden en mens uit haar en geboren worden naar het vlees, God het Woord en de Heer van de verhevenheid, zowel ook na de geboorte haar maagdelijkheid ongerept wilde bewaren, als na haar verscheiden van hier haar reine en onbevlekte lichaam met onvergankelijkheid en overbrenging eren, zelfs voor de algemene en universele herrijzenis.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Nu waren toen met de apostelen de zeer heilige Timotheus, apostel en eerste bisschop van de Efeziërs, en Dionysius de Areopagiet aanwezig, zoals dezelfde grote Dionysius getuigt, omdat hijzelf ook toen aanwezig was, in de verhandelingen, die hij aan de eerder genoemde apostel Timotheus schreef, over de zalige Hierotheus, terwijl hij als volgt sprak:
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- Want ook bij onze hoge door God aangenomen priesters, toen ook wij, zoals je weet, en hijzelf en velen van onze heilige broeders bijeengekomen waren om het levengevend lichaam, dat God ontvangen had, te zien. Aanwezig nu was ook Jakobus, de broeder van God, en Petrus, het buitengewone en grootste hoogtepunt van de Godssprekers. Toen besloot men dat alle hogepriesters na het schouwen een lofzang zouden zingen, voor zover eenieder hiertoe in staat was, op de goedheid van de geweldige kracht van de levendmakende zwakheid. Hij stak, zoals je weet, boven alle andere heilige leraren na de Godssprekers uit, omdat hij geheel uit zichzelf trad en gemeenschap had met datgene wat verheerlijkt werd en (zo) werd hij ook door allen, die hem hoorden, zagen, kenden en niet kenden, voor iemand die door God is aangenomen en een goddelijke hymnnen zanger is aangezien. En wat denk je dat ik jou zeg over datgene, wat daar theologisch gezegd is? Inderdaad, als ik me niet vergis, weet ik dat ik dikwijls van jou enkele gedeelten van de goddelijke hymnen gehoord heb."
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media- En toen de monarchen dit gehoord hadden, vroegen zij dezelfde aartsbisschop Juvenalis om het heilige kistje met de gewaden, die erin waren, van de roemrijke en zeer heilige moeder Gods Maria, zorgvuldig verzegel naar hen te brengen. Toen dit gebracht was, zetten zij het bij de Blachernes in het heiligdom van de heilige moeder Gods dat nog afgewerkt moest worden.")
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
19
19.
Maar wat moeten wij daarentegen tot het graf zeggen? Uw genade is onuitputtelijk en eeuwig, maar de goddelijke macht wordt niet ingesloten door ruimtes en niet in het grafmonument alleen van de moeder van God verblijven de weldaden. Als zij immers enkel door het graf werden afgebakend, zou de schenking stellig weinigen overschaduwen. Nu wordt zij echter in delen van de hele wereld verdeeld.
Maar wat moeten wij daarentegen tot het graf zeggen? Uw genade is onuitputtelijk en eeuwig, maar de goddelijke macht wordt niet ingesloten door ruimtes en niet in het grafmonument alleen van de moeder van God verblijven de weldaden. Als zij immers enkel door het graf werden afgebakend, zou de schenking stellig weinigen overschaduwen. Nu wordt zij echter in delen van de hele wereld verdeeld.
Referenties naar alinea 19: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaLaten wij derhalve onze geest uitrusten als een kamer voor de moeder Gods. Hoe zal dit nu gebeuren? Deze is maagd en liefhebster van de maagdelijkheid, zij is kuis en vriendin van de kuisheid. Als wij dan met het lichaam ook de geest zuiveren, zullen wij ook de daarmee verbonden genade bezitten. Zij ontvlucht immers alle vuil en slechte ondeugden, ze verafschuwt vraatzucht, ze bestrijdt de hartstochten van de zeer verderfelijke ontucht, waarvan ze de schandelijke gedachten ontvlucht als slangengebroed. Schandelijke en platvloerse praatjes weert ze af en liedjes, ze verwerpt zalven die publieke vrouwen gebruiken, ze haat de vervoeringen van de razernij, onmenselijkheid, afgunst en strijdtonelen laat zij niet toe. Ijdele roem, die een ijdele inspanning is, weert ze af. Als een vijand biedt ze tegenstand tegen de druk van de hoogmoed. Ze haat het aandenken aan het kwaad, dat een vijand is van het heil. Alle kwaad ziet zij als een doodbrengend vergif.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaZe verheugt zich echter over hun tegengestelde. Tegengestelde dingen zijn immers de remedie voor tegengestelde dingen. Zij schept genoegen in vasten, onthouding en het zingen van psalmen. Zij wordt gevoed met kuisheid, maagdelijkheid en nuchterheid, en tot deze dingen brengt zij een altijddurende vrede, terwijl ze welwillend de vrede en vriendelijkheid omarmt en de schranderheid, de liefde, de barmhartigheid en de nederigheid als haar eigen voedsters opneemt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaEn opdat ik het kort en bondig zeg; over elk kwaad lijdt zij verdriet en ergernis. Over elke deugd echter juicht zij als bij een kenteken. Als wij dan de eerstgenoemde zaken met geduld uit de weg gaan en de deugd met alle ijver hoogachten en deze als bondgenoot hebben, moge zij dan herhaaldelijk naar haar dienaren komen, terwijl ze de schare van alle goeds met zich meeneemt en terwijl ze Christus, haar Zoon en Koning van alles en Heer, die in ons hart komt wonen, aanneemt, aan wie de roem is, de eer, heerschappij, hoog aanzien en de luister, met de Vader, die zonder begin is, en met de zeer heilige en levendmakende geest, u en altijd en tot in de oneindige eeuwen der eeuwen. Amen
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediahttps://rkdocumenten.nl/toondocument/9924-homilia-in-dormitionem-b-m-v-ii-nl