Inhoudsopgave
- Inhoud
Het messiaanse volk ontvangt van Christus een deelname aan zijn priesterlijk, profetisch en koninklijk ambt, waardoor zijn heilswerk in de wereld gestalte krijgt. De concilievaders leren dat de Heer Jezus, door het nieuwe en eeuwige Verbond, een koninkrijk van priesters heeft opgericht en zijn leerlingen heeft gevormd tot een ‘koninklijk priesterschap’ . Dit gemeenschappelijk priesterschap van de gelovigen wordt geschonken in het doopsel. Het stelt ons in staat God te vereren in geest en waarheid en “voor de mensen het geloof te belijden dat zij van God door de Kerk hebben ontvangen.” Door het sacrament van het vormsel worden alle gedoopten nog nauwer met de Kerk verbonden en schenkt de heilige Geest hun een bijzondere kracht, zodat zij het geloof, met woord en daad, als ware getuigen van Christus kunnen uitdragen en verdedigen. Deze wijding ligt aan de basis van de ene zending die de gewijde bedieningen en de lekengelovigen samen dragen.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
In dit licht merkte paus Franciscus op: “Naar het volk van God kijken betekent dat wij ons voor ogen houden dat wij allen als leken de Kerk binnengaan. Het eerste sacrament, dat onze identiteit blijvend bezegelt en waarop wij trots mogen zijn, is het doopsel. Door het doopsel en door de zalving met de Heilige Geest (worden de gelovigen) ‘gewijd tot een geestelijk huis en een heilig priesterschap’ , zodat allen samen het gelovige heilige volk van God vormen”
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
De uitoefening van het koninklijk priesterschap krijgt op vele manieren vorm en is steeds gericht op onze heiliging, allereerst in de deelname aan de offergave van de eucharistie. In gebed, ascese en concrete naastenliefde wordt zichtbaar hoe het leven vernieuwd wordt door Gods genade. Het Concilie vat dit samen met de woorden: “door de sacramenten en door de beoefening van de deugden wordt de heilige aard en de organische structuur van de priesterlijke gemeenschap werkzaam.”
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
De concilievaders leren vervolgens dat het heilige volk van God ook deelt in de profetische zending van Christus. Hier komt het belangrijke thema ter sprake van het geloofszin van de gelovigen en de overeenstemming van de gelovigen. De doctrinaire commissie van het Concilie verduidelijkte dat deze sensus fidei “als een vermogen van de gehele Kerk is, waardoor zij in haar geloof de overgeleverde openbaring herkent, het ware van het valse onderscheidt in zaken geloof, en tegelijk dieper daarin doordringt en deze vollediger in het leven toepast.” Deze geloofszin behoort dus niet aan de individuele gelovige op zichzelf toe, maar aan het geheel van het volk van God, waarvan iedere gelovige deel uitmaakt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
legt bijzondere nadruk op dit aspect en verbindt het met de onfeilbaarheid van de Kerk, waaraan die van de Romeinse Pontifex eigen is en die daardoor wordt gediend. “Het geheel van de gelovigen, die de zalving van de heilige Geest hebben ontvangen , kan in het geloof niet dwalen. Zij tonen deze bijzondere eigenschap door het bovennatuurlijk geloofsinstinct van het gehele volk, wanneer zij, van de bisschoppen tot aan de laatste van de lekengelovigen, hun algemene overeenstemming in zaken van geloof en zeden laten blijken.” De Kerk, als gemeenschap van gelovigen – met inbegrip van de herders – kan daarom in geloofszaken niet dwalen. De waarheid wordt bewaard door de zalving van de Heilige Geest, die werkzaam is in de bovennatuurlijke geloofszin van het gehele volk van God en zichtbaar wordt in de overeenstemming van de gelovigen. Vanuit deze eenheid, die door het leergezag van de Kerk wordt bewaakt, volgt dat iedere gedoopte een actieve drager van evangelisatie is, geroepen om een samenhangend getuigenis van Christus te geven overeenkomstig de profetische gave die de Heer aan zijn hele Kerk schenkt.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
De Heilige Geest, die tot ons komt vanuit de verrezen Christus, “verdeelt onder de gelovigen van elke rang bijzondere genadegaven. Door deze gaven maakt Hij hen geschikt en bereid om de verschillende taken en diensten op zich te nemen die bijdragen tot de vernieuwing en opbouw van de Kerk.” Een bijzondere uitdrukking van deze charismatische vitaliteit vinden wij in het godgewijde leven, dat voortdurend groeit en tot bloei komt door het werk van de genade. Ook kerkelijke verenigingen tonen op heldere wijze de rijkdom en vruchtbaarheid van de geestelijke gaven, die gegeven worden tot opbouw van het volk van God.
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
https://rkdocumenten.nl/toondocument/9836-4-de-kerk-een-priesterlijk-en-profetisch-volk-nl