• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wij roepen de woorden die Jezus tot Nikodemus gericht heeft, in herinnering: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u; als iemand niet geboren wordt uit water en geest, kan hij het Rijk Gods niet binnengaan” (Joh. 3, 5).

Het heilig Doopsel is dus een nieuwe geboorte, een wedergeboorte.

Het is juist als hij denkt aan dit aspect van de gave van het Doopsel dat de apostel Petrus uitzingt: “Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid deed herboren worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood. Een onvergankelijke, onbederfelijke, onaantastbare erfenis is voor u weggelegd in de hemel” (1 Pt. 1, 3-4). En hij noemt de christenen diegenen “die opnieuw geboren zijn, niet uit een vergankelijk zaad, maar door het onvergankelijke zaad van de levende en eeuwige God” (1 Pt. 1, 23).

Door het heilig Doopsel worden wij kinderen van God in zijn eniggeboren Zoon, Christus Jezus. Iedere christen hoort als hij opstijgt uit het water van de doopvont, opnieuw de stem weerklinken die aan de oever van de Jordaan is gehoord: “Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb Ik mijn behagen gesteld” (Lc. 3, 22); en hij begrijpt dat hij verbonden is met de welbeminde Zoon en aangenomen zoon Vgl. Gal. 4, 4-7 en broeder van Christus wordt. Zo gaat in ieders geschiedenis het eeuwige plan van de Vader in vervulling: “Die Hij te voren heeft gekend, heeft Hij ook te voren bestemd tot gelijkvormigheid met het beeld van zijn Zoon, opdat Deze de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders” (Rom. 8, 29).

Het is de heilige Geest die de gedoopten maakt tot kinderen van God en tegelijk tot ledematen van het lichaam van Christus. Daaraan herinnert Paulus de christenen van Korinte: “Wij allen (...) zijn immers in de kracht van één en dezelfde Geest door de doop één enkel lichaam geworden” (1 Kor. 12, 13); zodat de apostel tot de lekengelovigen kan zeggen: “Welnu, gij zijt het lichaam van Christus en ieder van u is een lid van dit lichaam” (1 Kor. 12, 27); “Het bewijs dat ge zonen zijt: Hij heeft de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden” (Gal. 4, 6) Vgl. Rom. 8, 15-16 .

Document

Naam: CHRISTIFIDELES LAICI
Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 30 december 1988
Copyrights: © 1989, RK Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 30 november 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam