• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Hieruit volgt, dat het nodig is, dat door de biechtelingen, alle doodzonden (omnia peccata mortalia), welke men zich na zorgvuldig gewetensvol zelfonderzoek bewust is, in de belijdenis ingebracht moeten worden, zelfs diegene die geheel in het verborgene begaan zijn, of alleen maar verstoten hebben tegen de laatste twee van de tien geboden. Vgl. Ex. 20, 17 Vgl. Deut. 5, 21 Vgl. Mt. 5, 28 Soms verwonden zij de ziel meer en zijn gevaarlijker, dan diegene die in het openbaar zijn begaan. Want de dagelijkse zonden (venialia), waardoor wij niet van Gods genade worden uitgesloten, en in welke wij dikwijls vallen, worden evenwel terecht, nuttig en zonder enige vermetelheid uitgesproken, wat het gebruik door godsvruchtige mensen laat zien. Zij kunnen echter, zonder schuld, verzwegen worden Canon 7 en door vele andere redmiddelen uitgeboet worden. Omdat doodzonden, zelfs gedachten van mensen, die hen tot "kinderen van de toorn" (Ef. 2, 3) en tot vijanden van God maken, is het werkelijk noodzakelijk, voor alle (doodzonden), in een open en met schaamte vervulde belijdenis voor God, om vergeving te vragen.

Indien christengelovigen zich toeleggen op het belijden van alle zonden welke hen in gedachten komen, worden zij zonder twijfel aan de goddelijke barmhartigheid voorgelegd, om allen vergeven te worden. Canon 7 Wie werkelijk anders handelt en wezenlijk iets achterhoudt, legt aan de goddelijke goedheid niets voor, wat door de priester vergeven moet worden. "Zoals immers de zieke, die zich schaamt voor een dokter om zijn wond te laten zien, zo kan de dokter niet genezen, wat hij niet kent." H. Hieronymus, Commentarii in Ecclesiasten. (over hoofdstuk 10, 11) (PL 23 1865, 1152A

Alinea's in de marge van alinea 14

Canon 7
Als iemand zegt:

  • in het sacrament van de Biecht is het bij de vergeving van zonden naar goddelijk recht niet noodzakelijk te belijden, alle en afzonderlijke doodzonden, welke men na degelijk gewetensonderzoek, en na zorgvuldige overweging zich herinnert, ook de verborgene en welke in strijd zijn met de laatste twee geboden van de tien geboden, ook de omstandigheden die de aard van de zonde veranderen.
  • Maar deze belijdenis is alleen nuttig tot opbouw en vertroosting van de biechteling en is eertijds een gebruik geweest, alleen maar opgelegd tot canonieke genoegdoening.
  • Of wie zegt: zij die zich toeleggen om alle zonden te belijden, zouden aan de goddelijke barmhartigheid niets willen overlaten om te laten vergeven, of tenslotte: het is niet gepast om dagelijkse zonden te belijden Vgl. M. Luhter, Confitendi ratio (1520) (Weimarer Ausg. 6, 163v) vgl. ook de Parijse censuur van het artikel van Luther (1521), Titel III over de Biecht, leden 5-6 (Weimarer Ausg. 8, 278v) ,

hij zij verdoemd. vgl. Leerstellig deel van dit document <a href="content.php?id=260" target="content">Hoofdstuk 5, Over de belijdenis</a>

Document

Naam: SESSIO XIV - DOCTRINA DE SACRAMENTO POENITENTIAE
14e Zitting - De leer over het Sacrament van de Biecht
Soort: Concilie van Trente
Datum: 25 november 1551
Copyrights: © 2005, Stg. InterKerk, Wassenaar
(Werkvertaling) Letterlijk uit het Latijn
Bewerkt: 30 november 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam