Een trouw die toekomst schept
x
Gebruik de knoppen om door de historische teksten te lopen:
Informatie over dit document
Una Fedeltà
Een trouw die toekomst schept
Ter gelegenheid van de 60e verjaardag van de conciliaire decreten Optatam Totius en Presybyterium Ordinis
Paus Leo XIV
8 december 2025
Pauselijke geschriften - Apostolische Brieven
2025, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / SRKK
Vert. uit het Italiaans
Zie de gebruiksvoorwaarden van de documenten
Zie de gebruiksvoorwaarden van de documenten
12 januari 2026
p. M. Lindeijer SJ
13 januari 2026
9790
nl
Referenties naar dit document van thema's en berichten
Open uitgebreid overzichtExtra opties voor dit document
Kopieer document-URL naar klembord Reageer op dit document Deel op social mediaInhoudsopgave
- Inhoud
1
Een trouw die toekomst schept: dat is waar priesters ook vandaag toe zijn geroepen, in het bewustzijn dat volharding in de apostolische zending ons de mogelijkheid biedt om ons te bezinnen op de toekomst van ons dienstwerk en anderen te helpen de vreugde van de priesterroeping te ervaren. De 60e verjaardag van het Tweede Vaticaans Concilie, die in dit Jubeljaar valt, geeft ons de gelegenheid om opnieuw de gave van deze vruchtbare trouw te beschouwen, waarbij we de leer van de decreten Optatam Totius[675] en Presbyterorum Ordinis[704] in herinnering brengen, afgekondigd op respectievelijk 28 oktober en 7 december 1965. Het gaat om twee teksten die voortkomen uit de ene bezieling van de Kerk, die zich geroepen voelt om teken en instrument van eenheid voor alle volkeren te zijn en uitgedaagd om zich te vernieuwen, zich bewust dat "de zo vurig verlangde vernieuwing van de gehele Kerk voor een groot deel afhangt van een priesterlijk dienstwerk dat bezield is met de geest van Christus." n.v.d.v.: aangepaste vertaling[[675|+2]]
Referenties naar alinea 1: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
2
We vieren geen loze verjaardag! Beide documenten zijn immers stevig gegrondvest op het begrip van de Kerk als Volk van God op pelgrimstocht in de geschiedenis en vormen een mijlpaal in het denken over de aard en zending van het herderlijke dienstwerk en de voorbereiding daarop, waarbij ze door de tijd heen een grote frisheid en actualiteit hebben behouden. Ik nodig u dan ook uit om deze teksten binnen de christelijke gemeenschappen te blijven lezen en ze te bestuderen, met name in de seminaries en op alle plekken bestemd voor de voorbereiding op en vorming tot het gewijde dienstwerk.
Referenties naar alinea 2: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
3
De decreten Optatam Totius[675] en Presbyterorum Ordinis[704], die stevig geworteld zijn in de leerstellige Traditie van de Kerk aangaande het wijdingssacrament, brachten de reflectie over het ambtelijke priesterschap onder de aandacht van het Concilie en deden de bekommernis uitkomen die de concilievaders voelden ten aanzien van de priesters. Het was de bedoeling om de noodzakelijke voorwaarden uit te werken voor de vorming van de komende generaties priesters volgens de door het Concilie bevorderde vernieuwing, waarbij men sterk vasthield aan de ambtelijke identiteit en tegelijkertijd nieuwe perspectieven schiep die de eerdere reflectie aanvulden met het oog op een gezonde leerstellige ontwikkeling. vgl: An essay on the development of Christian Doctrine[[[4994]]] vgl: In die zin herinner ik aan de oproep van Optatam totius, 16, ter vernieuwing en bevordering van de kerkelijke studies, die nog altijd gaande is.[[[675|16]]] Het is dus nodig om de herinnering aan deze decreten levend te houden, door gehoor te geven aan de oproep om de opdracht aan de gehele Kerk ter harte te nemen, namelijk het priesterlijke dienstwerk steeds, elke dag opnieuw, te versterken door kracht te putten uit zijn wortel, namelijk de band tussen Christus en de Kerk, teneinde samen met alle gelovigen en in hun dienst missionaire leerlingen te zijn naar zijn Hart.
Referenties naar alinea 3: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
4
Tegelijkertijd heeft de mensheid in de zes decennia die sinds het Concilie zijn verstreken veranderingen doorgemaakt en maakt die nog steeds door, die een constante evaluatie van de afgelegde weg en een coherente actualisering van het conciliaire onderricht vereisen. Tevens is de Kerk de afgelopen jaren door de Heilige Geest geleid om de leer van het Concilie betreffende haar wezen als gemeenschap volgens de synodale en missionaire vorm verder te ontwikkelen. vgl: Voorbereidingsdocument "Voor een synodale Kerk: gemeenschap, participatie en missie" - Bisschoppensynode 2021 - 2023[[[8365]]] vgl: Jezus' blik is het geluk[[[6102]]] Met deze bedoeling richt ik de onderhavige apostolische brief aan het gehele Volk van God, om tezamen de identiteit en functie van het gewijde dienstwerk te heroverwegen in het licht van wat de Heer vandaag van de Kerk vraagt en zo het grote vernieuwingswerk van het Tweede Vaticaans Concilie voort te zetten. Ik stel voor om dit te doen kijkend door de lens van de trouw, die zowel een genade van God is als een voortdurende weg van bekering, teneinde met vreugde te beantwoorden aan de roep van de Heer Jezus. Graag wil ik allereerst mijn dankbaarheid uitspreken voor het getuigenis en de toewijding van de priesters die overal ter wereld hun beste krachten geven, Christus' offer vieren in de Eucharistie, het Woord verkondigen, zonden vergeven en zich dagelijks edelmoedig inzetten voor hun broeders en zusters door hun gemeenschap en eenheid te dienen en met name zorg te dragen voor hen die het meest lijden en in nood zijn.
Referenties naar alinea 4: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
5
Trouw en dienstbaarheid
Elke roeping in de Kerk komt voort uit de persoonlijke ontmoeting met Christus, "die aan ons leven een nieuwe horizon en daarmee zijn definitieve richting gaf". n.v.d.v.: aangepaste vertaling[[715|1]] Voorafgaand aan elke inzet, voorafgaand aan elke goede persoonlijke aspiratie, voorafgaand aan elke dienst, klinkt de stem van de Meester die roept: "Kom, volgt Mij" (Mc. 1, 17)[b:Mc. 1, 17]. De Heer van het leven kent ons en verlicht ons hart met zijn liefdevolle blik. (Mc. 10, 21)[[b:Mc. 10, 21]] Het gaat niet alleen om een innerlijke stem, maar om een geestelijke impuls, die ons vaak bereikt door het voorbeeld van andere leerlingen van de Heer en die vorm krijgt in een moedige levenskeuze. De trouw aan onze roeping, vooral in tijden van beproeving en verleiding, sterkt ons wanneer we die stem niet vergeten, wanneer we ons met passie de klank kunnen herinneren van de stem van de Heer die ons liefheeft, kiest en roept, waarbij we ons ook toevertrouwen aan de onmisbare begeleiding van wie ervaren is in het leven van de Geest. De echo van dat Woord is door de tijd heen het beginsel van de innerlijke eenheid met Christus, die fundamenteel en onontkoombaar blijkt in het apostolische leven.
Elke roeping in de Kerk komt voort uit de persoonlijke ontmoeting met Christus, "die aan ons leven een nieuwe horizon en daarmee zijn definitieve richting gaf". n.v.d.v.: aangepaste vertaling[[715|1]] Voorafgaand aan elke inzet, voorafgaand aan elke goede persoonlijke aspiratie, voorafgaand aan elke dienst, klinkt de stem van de Meester die roept: "Kom, volgt Mij" (Mc. 1, 17)[b:Mc. 1, 17]. De Heer van het leven kent ons en verlicht ons hart met zijn liefdevolle blik. (Mc. 10, 21)[[b:Mc. 10, 21]] Het gaat niet alleen om een innerlijke stem, maar om een geestelijke impuls, die ons vaak bereikt door het voorbeeld van andere leerlingen van de Heer en die vorm krijgt in een moedige levenskeuze. De trouw aan onze roeping, vooral in tijden van beproeving en verleiding, sterkt ons wanneer we die stem niet vergeten, wanneer we ons met passie de klank kunnen herinneren van de stem van de Heer die ons liefheeft, kiest en roept, waarbij we ons ook toevertrouwen aan de onmisbare begeleiding van wie ervaren is in het leven van de Geest. De echo van dat Woord is door de tijd heen het beginsel van de innerlijke eenheid met Christus, die fundamenteel en onontkoombaar blijkt in het apostolische leven.
Referenties naar alinea 5: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
6
De roep tot het gewijde dienstwerk is een gave van God, vrij en om niet. Roeping wil immers geen dwang van de kant van de Heer zijn, maar een liefdevol voorstel tot een levenskeuze vol heil en vrijheid, die we ontvangen wanneer we erkennen, met Gods genade, dat in het middelpunt van ons leven Jezus de Heer staat. Dan groeit de roeping tot het gewijde dienstwerk als een gave van zichzelf aan God en dus aan zijn heilige Volk. De gehele Kerk bidt en verheugt zich over deze gave met een hart vol hoop en dankbaarheid, zoals paus Benedictus XVI het aan het einde van het Jaar van de priester uitdrukte: "We wilden de vreugde doen herleven dat God zo dicht bij ons is en de dankbaarheid voor het feit dat Hij zich aan onze zwakheid toevertrouwt; dat Hij ons dag na dag leidt en steunt. Zo wilden we ook opnieuw aan de jongeren tonen dat deze roeping, deze gemeenschap van dienstbaarheid aan God en met God, bestaat - sterker nog, dat God wacht op ons 'ja'". Aan anderen het leven meedelen[[3603]]
Referenties naar alinea 6: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
7
Elke roeping is een gave van de Vader, die trouw moet worden bewaard in een dynamiek van permanente bekering. De gehoorzaamheid aan de eigen roep van Godswege krijgt elke dag gestalte door het luisteren naar het Woord van God, het vieren van de sacramenten - met name het heilig Offer -, de evangelisatie, de nabijheid bij de minsten en de priesterlijke broederlijkheid, daarbij puttend uit het gebed als voorname bron van ontmoeting met de Heer. Elke dag is het alsof de priester terugkeert naar het meer van Galilea, waar Jezus aan Petrus vroeg: "Hebt ge Mij lief?" (Joh. 21, 15)[b:Joh. 21, 15], teneinde zijn "ja" te hernieuwen. II, 1: SCh 272, Paris 1980, 104, 48-51).: “Toen Hij aan Petrus vroeg of hij Hem liefhad, ondervroeg Hij hem niet uit noodzaak om de liefde van de leerling te kennen, maar vanuit de wens om de grootheid van zijn liefde te tonen.”[[1016]] In die zin begrijpt men wat Optatam totius[675] aangeeft betreffende de priesteropleiding, de wens namelijk dat deze zich niet beperkt tot het seminarie vgl: Optatam Totius Ecclesiae, 22[[[675|22]]], en zo de weg baant voor een voortdurende, permanente vorming, zodat een dynamiek ontstaat van constante menselijke, geestelijke, intellectuele en pastorale vernieuwing.
Referenties naar alinea 7: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
8
Daarom worden alle priesters opgeroepen om altijd zorg te dragen voor hun eigen vorming, om de gave van God levend te houden die zij met het wijdingssacrament hebben ontvangen. (2 Tim. 1, 6)[[b:2 Tim. 1, 6]] De trouw aan Gods roep is dus geen statisch of gesloten begrip, maar een weg van dagelijkse bekering die de ontvangen roeping bevestigt en tot rijping brengt. Vanuit dit oogpunt gezien, is het passend om initiatieven zoals het Congres voor de permanente vorming van priesters te bevorderen, dat van 6 tot 10 februari 2024 in het Vaticaan plaatsvond en waaraan meer dan achthonderd permanente-vormingsverantwoordelijken uit tachtig landen deelnamen. Eerder dan een intellectuele inspanning of pastorale bijscholing, blijft de permanente vorming een levende herinnering aan en een constante actualisering van de eigen roeping op een weg die men samen gaat.
Referenties naar alinea 8: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
9
Vanaf het moment van Gods roep en de eerste vorming worden de schoonheid en de vaste richting van de weg bewaard door de navolging van Christus. Elke herder moet immers nog voordat hij zich aan de leiding van de kudde wijdt, constant bedenken dat hij zelf een leerling van de Meester is, samen met zijn broeders en zusters, want "gedurende het gehele leven is men altijd 'leerling', met het constante verlangen om zich naar Christus te vormen". De gave van de roeping tot priester, (57)[[6547|(57)]] Alleen deze relatie van gehoorzame navolging en trouw leerlingschap kan ons verstand en hart op het rechte pad houden, niettegenstaande de wendingen die het leven kan nemen.
Referenties naar alinea 9: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
10
In de afgelopen decennia heeft de vertrouwenscrisis in de Kerk, veroorzaakt door het beschamende en tot nederigheid manende misbruik door leden van de geestelijkheid, ons nog meer bewust gemaakt van de urgentie van een integrale vorming die de groei en de menselijke rijpheid van de kandidaten voor het priesterschap waarborgt, samen met een rijk en solide geestelijk leven.
Referenties naar alinea 10: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
11
Het thema van de vorming blijkt ook van centraal belang te zijn om het fenomeen aan te pakken van hen die na enkele jaren of zelfs na tientallen jaren het dienstwerk verlaten. Deze pijnlijke realiteit mag namelijk niet alleen juridisch worden bekeken, maar wil worden bezien met aandacht en medeleven voor de geschiedenis van deze broeders en de vele redenen die hen tot zon beslissing hebben kunnen brengen. En het antwoord dat hierop gegeven moet worden, is eerst en vooral een hernieuwde inzet voor de vorming, met als doel "een weg van vertrouwdheid met de Heer die de gehele persoon omvat - hart, verstand en vrijheid - en hem vormt naar het beeld van de Goede Herder". Gelukkige priesters "Ik heb jullie vrienden genoemd" (Joh. 15,15), [[9791|+8]]
Referenties naar alinea 11: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
12
Bijgevolg zou "het seminarie, in welke mogelijke vorm ook, een school van het affect moeten zijn {...}, we moeten leren lief te hebben en dat te doen zoals Jezus". Daarom nodig ik de seminaristen uit tot een innerlijk onderzoek van hun motivaties dat alle aspecten van het leven erbij betrekt: "Er is immers niets van jullie dat moet worden weggegooid, maar alles moet worden opgenomen en omgevormd in de logica van de graankorrel, teneinde gelukkige mensen en priesters te worden, 'bruggen' en geen obstakels voor de ontmoeting met Christus voor allen die jullie benaderen". Heb passie voor het priesterleven, [[9563|+6]] Alleen priesters en religieuzen die menselijk volwassen en geestelijk solide zijn, dat wil zeggen mensen bij wie de menselijke en de geestelijke dimensie goed geïntegreerd zijn en die dus in staat zijn tot authentieke relaties met iedereen, kunnen de verbintenis van het celibaat aangaan en op geloofwaardige wijze het Evangelie van de Verrezene verkondigen.
Referenties naar alinea 12: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
13
Het gaat er dus om de roeping te bewaren en te laten groeien op een constante weg van bekering en hernieuwde trouw, die nooit een louter individueel traject is, maar die ons bindt om zorg te dragen voor elkaar. Deze dynamiek is steeds opnieuw een werk van de genade die onze kwetsbare menselijkheid omarmt en haar geneest van narcisme en egocentrisme. Met geloof, hoop en liefde zijn we geroepen om elke dag de weg van de navolging te bewandelen door al ons vertrouwen te stellen in de Heer. Gemeenschap, synodaliteit en zending kunnen immers niet worden verwezenlijkt als in het hart van de priesters de verleiding tot autoreferentialiteit niet plaats maakt voor de logica van het luisteren en dienen. Zoals Benedictus XVI heeft benadrukt: "De priester is dienaar van Christus, in de zin dat zijn bestaan, ontologisch gevormd naar Christus, een wezenlijk relationeel karakter krijgt: hij is in Christus, voor Christus en met Christus ten dienste van de mensen. Juist omdat hij aan Christus toebehoort, staat de priester radicaal ten dienste van de mensen: hij is dienaar van hun heil, van hun geluk, van hun authentieke bevrijding, en in deze geleidelijke aanvaarding van de wil van Christus rijpt hij in het gebed, in het 'van hart tot hart zijn' met Hem". Over de H. Pastoor van Ars, het "Jaar van de priester" en Paulus, 3[[3009|3]]
Referenties naar alinea 13: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
14
Trouw en broederlijkheid
Het Tweede Vaticaans Concilie heeft de eigen dienst van de priesters geplaatst binnen de gelijkwaardigheid en broederschap van alle gedoopten, zoals het decreet Presbyterorum Ordinis[704] duidelijk getuigt: "Hoewel de priesters van het nieuwe Verbond krachtens het wijdingssacrament in en voor het volk Gods de hoogst belangrijke en noodzakelijke taak van vader en leraar uitoefenen, zijn zij toch, evenals alle gelovigen, leerlingen van de Heer en door Gods genade geroepen om deel te hebben aan zijn Koninkrijk. Want te midden van allen, die door het doopsel zijn herboren, staan de priesters als broeders onder broeders, als ledematen van een en hetzelfde Lichaam van Christus, waarvan de opbouw de plicht is van allen". n.v.d.v.: aangepaste vertaling[[704|9]] Binnen deze fundamentele broederschap, die haar wortels heeft in de doop en die het gehele volk van God verenigt, belicht het Concilie de bijzondere broederlijke band tussen de gewijde dienaren, die geworteld is in het wijdingssacrament zelf: "Omdat de priesters door de wijding zijn opgenomen in de priesterstand, zijn zij allen door een sacramentele broederlijkheid nauw met elkaar verbonden; en met name vormen zij één priestercollege in het diocees, waarvan zij in dienst staan onder de eigen bisschop. {...} Iedere priester is dus met de andere leden van dit priestercollege verbonden door bijzondere banden van apostolische liefde, bediening en broederlijkheid". n.v.d.v.: aangepaste vertaling[[704|8]] Eerder dus dan een taak die moet worden vervuld, is de priesterlijke broederlijkheid een gave die inherent is aan de wijdingsgenade. Men moet erkennen dat deze gave ons voorafgaat: ze komt niet alleen tot stand met goede wil en vereende krachten, maar is een genadegave die ons deelachtig maakt aan het dienstwerk van de bisschop en verwezenlijkt wordt in de gemeenschap met hem en met de medebroeders.
Het Tweede Vaticaans Concilie heeft de eigen dienst van de priesters geplaatst binnen de gelijkwaardigheid en broederschap van alle gedoopten, zoals het decreet Presbyterorum Ordinis[704] duidelijk getuigt: "Hoewel de priesters van het nieuwe Verbond krachtens het wijdingssacrament in en voor het volk Gods de hoogst belangrijke en noodzakelijke taak van vader en leraar uitoefenen, zijn zij toch, evenals alle gelovigen, leerlingen van de Heer en door Gods genade geroepen om deel te hebben aan zijn Koninkrijk. Want te midden van allen, die door het doopsel zijn herboren, staan de priesters als broeders onder broeders, als ledematen van een en hetzelfde Lichaam van Christus, waarvan de opbouw de plicht is van allen". n.v.d.v.: aangepaste vertaling[[704|9]] Binnen deze fundamentele broederschap, die haar wortels heeft in de doop en die het gehele volk van God verenigt, belicht het Concilie de bijzondere broederlijke band tussen de gewijde dienaren, die geworteld is in het wijdingssacrament zelf: "Omdat de priesters door de wijding zijn opgenomen in de priesterstand, zijn zij allen door een sacramentele broederlijkheid nauw met elkaar verbonden; en met name vormen zij één priestercollege in het diocees, waarvan zij in dienst staan onder de eigen bisschop. {...} Iedere priester is dus met de andere leden van dit priestercollege verbonden door bijzondere banden van apostolische liefde, bediening en broederlijkheid". n.v.d.v.: aangepaste vertaling[[704|8]] Eerder dus dan een taak die moet worden vervuld, is de priesterlijke broederlijkheid een gave die inherent is aan de wijdingsgenade. Men moet erkennen dat deze gave ons voorafgaat: ze komt niet alleen tot stand met goede wil en vereende krachten, maar is een genadegave die ons deelachtig maakt aan het dienstwerk van de bisschop en verwezenlijkt wordt in de gemeenschap met hem en met de medebroeders.
Referenties naar alinea 14: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
15
Juist daarom echter zijn de priesters geroepen om te beantwoorden aan de genade van de broederlijkheid, door met hun leven te tonen en te bekrachtigen wat van hen wordt verwacht, niet alleen vanuit de doopgenade, maar ook vanuit het wijdingssacrament. Trouw zijn aan de gemeenschap betekent in de eerste plaats de verleiding van het individualisme overwinnen, dat slecht samengaat met het missionaire en evangeliserende werk dat steeds de Kerk als geheel betreft. Het is geen toeval dat het Tweede Vaticaans Concilie bijna altijd over priesters in het meervoud spreekt: geen enkele herder bestaat op zichzelf! De Heer zelf "stelde er twaalf aan om Hem te vergezellen" (Mc. 3, 14)[b:Mc. 3, 14] "aan wie Hij tevens de naam van apostel gaf" (Lc. 6, 13)[b:Lc. 6, 13]: dit betekent dat er geen dienstwerk kan bestaan dat losstaat van de gemeenschap met Jezus Christus en met zijn lichaam dat de Kerk is. Deze dimensie van relaties en gemeenschap van het gewijde dienstwerk steeds meer zichtbaar maken, in het bewustzijn dat de eenheid van de Kerk voortkomt uit de "eenheid van de Vader, de Zoon en de heilige Geest" 23: CCSL 3A, Turnhout 1976, 105.[[916]], is een van de belangrijkste uitdagingen voor de toekomst, vooral in een wereld die gekenmerkt wordt door oorlogen, verdeeldheid en onenigheid.
Referenties naar alinea 15: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
16
De priesterlijke broederlijkheid moet dus worden beschouwd als een constitutief element van de identiteit van de bedienaars De gave van de roeping tot priester, (87-88)[[6547|(87-88)]], niet alleen als ideaal of slogan, maar als een aspect waarvoor men zich met hernieuwde kracht moet inzetten. In die zin is er veel gedaan door de aanwijzingen toe te passen van Presbyterorum Ordinis[704]. vgl: Presbyterorum Ordinis, 8[[[704|8]]] Er blijft echter nog veel te doen, te beginnen bijvoorbeeld met de economische gelijkstelling tussen hen die arme parochies bedienen en zij die hun dienstwerk verrichten in welvarende gemeenschappen. Bovendien moet worden opgemerkt dat in meerdere landen en bisdommen de noodzakelijke sociale zekerheid in geval van ziekte en ouderdom nog niet is gewaarborgd. De wederzijdse zorg, in het bijzonder de aandacht voor de meest eenzame en geïsoleerde medebroeders, evenals voor de zieken en ouderen, mag niet als minder belangrijk worden beschouwd dan die voor het volk dat ons is toevertrouwd. Dit is een van de fundamentele punten die ik de priesters heb aanbevolen bij gelegenheid van hun recente Jubeljaar[d:550]: "Hoe kunnen wij, als bedienaars, bouwers van levende gemeenschappen zijn, als er niet eerst en vooral onder ons een daadwerkelijke en oprechte broederlijkheid heerst?" Gelukkige priesters "Ik heb jullie vrienden genoemd" (Joh. 15,15), [[9791|+9]]
Referenties naar alinea 16: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
17
In veel contexten - vooral in de westerse - ontstaan nieuwe uitdagingen voor het leven van priesters, die verband houden met de huidige mobiliteit en de fragmentatie van het sociale weefsel. Dit heeft tot gevolg dat priesters niet langer leven in een hechte en gelovige context zoals die hun dienstwerk ondersteunde in het verleden. Daardoor zijn zij meer blootgesteld aan de gevaren van de eenzaamheid die het apostolisch elan doet bekoelen en kan leiden tot een trieste terugtrekking in zichzelf. Ook om deze reden wens ik, in navolging van de aanwijzingen van mijn voorgangers vgl: Pastores Dabo Vobis, 61[[[724|61]]] vgl: Ministrorum institutio[[[4842]]], dat in alle lokale Kerken een hernieuwde inzet ontstaat wat betreft de investering in en bevordering van mogelijke vormen van gemeenschappelijk leven, zodat "de priesters elkaar tot steun zijn in hun geestelijk leven en hun intellectuele ontwikkeling, hun onderlinge samenwerking bevorderen bij de uitoefening van hun bediening, en gevrijwaard blijven tegen eventuele gevaren van de eenzaamheid". n.v.d.v.: aangepaste vertaling[[704|8]]
Referenties naar alinea 17: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
18
Anderzijds moet worden bedacht dat de priesterlijke gemeenschap nooit mag leiden tot een gelijkschakeling van individuen en charismas of talenten die de Heer heeft uitgestort in ieders leven. Het is belangrijk dat in de diocesane priesters, door de onderscheiding van de bisschop, een evenwicht wordt gevonden tussen de valorisatie van deze gaven en het behoud van de gemeenschap. Vanuit dit oogpunt gezien, kan de school van de synodaliteit iedereen helpen om de verwelkoming van de verschillende charismas innerlijk te doen rijpen in een synthese die de gemeenschap van het priestercollege versterkt, trouw aan het Evangelie en de leer van de Kerk. In een tijd van grote kwetsbaarheid zijn alle gewijde dienaren geroepen om de gemeenschap te beleven door terug te keren naar het wezenlijke en dicht bij de mensen te staan, teneinde de hoop te bewaren die gestalte krijgt in het nederige en concrete dienstwerk. In dit perspectief is vooral het dienstwerk van de permanente diaken, gevormd naar het beeld van Christus de Dienaar, een levend teken van een liefde die niet aan de oppervlakte blijft, maar neerbuigt, luistert en zichzelf geeft. De schoonheid van een Kerk bestaande uit priesters en diakens die samenwerken, verenigd door dezelfde passie voor het Evangelie en aandachtig voor de armsten, wordt een stralende getuigenis van gemeenschap. Volgens het woord van Jezus (Joh. 13, 34-35)[[b:Joh. 13, 34-35]] is het deze eenheid, geworteld in de wederzijdse liefde, die de christelijke boodschap geloofwaardigheid en kracht verleent. Daarom is het diaconale dienstwerk - vooral wanneer het wordt beleefd in gemeenschap met het eigen gezin - een gave die moet worden erkend, gewaardeerd en ondersteund. De discrete maar essentiële dienst van mannen die zich wijden aan de naastenliefde herinnert ons eraan dat de zending niet wordt volbracht door grote gebaren, maar verenigd in de passie voor het Koninkrijk en door dagelijkse trouw aan het Evangelie.
Referenties naar alinea 18: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
19
Een mooi en welsprekend beeld van trouw aan de gemeenschap is ongetwijfeld dat wat de heilige Ignatius van Antiochië beschrijft in zijn Brief aan de Efeziërs: "Zo moet u ook leven volgens de wil van de bisschop, maar dat doet u ook. Want uw terecht als goed bekend staand Godwaardig priestercollege is zo harmonieus met de bisschop verbonden, als de snaren met de citer. Zo bezingt u eenstemmig, gelijkgezind in dezelfde liefde Christus' lof. {...} Want het is u tot zegen een vlekkeloze eenheid te zijn, zo immers hebt u altijd deel aan God". Epistula ad Ephesios, [[853|+13]]
Referenties naar alinea 19: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
20
Trouw en synodaliteit
Ik kom nu bij een punt dat mij bijzonder ter harte gaat. Wat betreft de identiteit van de priesters belicht het decreet Presbyterorum Ordinis[704] allereerst de band tussen het priesterschap en de zending van Jezus Christus vgl: Presbyterorum Ordinis, 2[[[704|2]]] en geeft vervolgens drie fundamentele dimensies aan: de band met de bisschop, die in de priesters "aangewezen helpers en raadgevers" vindt met wie hij een broederlijke en vriendschappelijke relatie onderhoudt vgl: Presbyterorum Ordinis, 7[[[704|7]]]; de sacramentele gemeenschap en broederlijke omgang met andere priesters, zodat zij samen bijdragen "aan hetzelfde werk" en "éénzelfde priesterlijke bediening" uitoefenen, waarbij zij allen "voor dezelfde zaak" werken, ook al hebben zij verschillende taken Presbyterorum Ordinis, 8[[704|8]]; de band met de lekengelovigen, met wie de priesters, met hun specifieke taak, op waarlijk broederlijke wijze dezelfde doopwaardigheid delen, "streven naar samenwerking" en "hun ervaring en competentie op de verschillende gebieden van de menselijke activiteit erkennen om samen met hen de tekenen van de tijd te kunnen verstaan". In plaats van de baas te spelen of alle taken naar zich toe te trekken, "moeten zij in een geest van geloof de velerlei genadegaven van de leken, zowel de eenvoudige als de hogere gaven, trachten te ontdekken en deze met vreugde erkennen en met ijver hoger trachten op te voeren." Presbyterorum Ordinis, 9[[704|9]]
Ik kom nu bij een punt dat mij bijzonder ter harte gaat. Wat betreft de identiteit van de priesters belicht het decreet Presbyterorum Ordinis[704] allereerst de band tussen het priesterschap en de zending van Jezus Christus vgl: Presbyterorum Ordinis, 2[[[704|2]]] en geeft vervolgens drie fundamentele dimensies aan: de band met de bisschop, die in de priesters "aangewezen helpers en raadgevers" vindt met wie hij een broederlijke en vriendschappelijke relatie onderhoudt vgl: Presbyterorum Ordinis, 7[[[704|7]]]; de sacramentele gemeenschap en broederlijke omgang met andere priesters, zodat zij samen bijdragen "aan hetzelfde werk" en "éénzelfde priesterlijke bediening" uitoefenen, waarbij zij allen "voor dezelfde zaak" werken, ook al hebben zij verschillende taken Presbyterorum Ordinis, 8[[704|8]]; de band met de lekengelovigen, met wie de priesters, met hun specifieke taak, op waarlijk broederlijke wijze dezelfde doopwaardigheid delen, "streven naar samenwerking" en "hun ervaring en competentie op de verschillende gebieden van de menselijke activiteit erkennen om samen met hen de tekenen van de tijd te kunnen verstaan". In plaats van de baas te spelen of alle taken naar zich toe te trekken, "moeten zij in een geest van geloof de velerlei genadegaven van de leken, zowel de eenvoudige als de hogere gaven, trachten te ontdekken en deze met vreugde erkennen en met ijver hoger trachten op te voeren." Presbyterorum Ordinis, 9[[704|9]]
Referenties naar alinea 20: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
21
Op dit gebied is er nog veel te doen. De impuls van het synodale proces is een krachtige uitnodiging van de Heilige Geest om beslissende stappen in deze richting te zetten. Ik herhaal daarom mijn verlangen om "de priesters {...} uit te nodigen om op de een of andere manier hun hart te openen en deel te nemen aan deze processen" Paus Leo XIV, Toespraak tot...Paus Leo XIV, Toespraak tot de deelnemers aan het Jubeljaar voor de synodale teams en participatie-organismen (24 okt. 2025). die we momenteel doorlopen. In die zin heeft de tweede zitting van de XVIe Synodale vergadering in het slotdocument Slotdocument 2e sessie van de Synode over synodaliteit[[9388]] een bekering wat betreft relaties en processen voorgesteld. Het lijkt van fundamenteel belang dat in alle particuliere Kerken passende initiatieven worden genomen om de priesters vertrouwd te maken met de richtlijnen van dit document en hen de vruchtbaarheid te laten ervaren van een synodale stijl van de Kerk.
Referenties naar alinea 21: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
22
Dit alles vereist een inspanning op elk niveau wat betreft de vorming, met name de eerste en de permanente vorming van de priesters. In een steeds meer synodale en missionaire Kerk verliest het priesterlijke dienstwerk niets van zijn belang en actualiteit, integendeel, het zal zich nog meer kunnen concentreren op zijn eigen typische en specifieke taken. De uitdaging van de synodaliteit - die verschillen niet wegneemt, maar juist valoriseert - blijft een van de belangrijkste kansen voor de priesters van de toekomst. Zoals het genoemde slotdocument herinnert: "Priesters worden geroepen om hun eigen dienst te verrichten in een houding van nabijheid tot de mensen, van gastvrijheid en luisteren naar iedereen, door zich open te stellen voor een synodale stijl." Slotdocument 2e sessie van de Synode over synodaliteit, (72)[[9388|(72)]] Om steeds beter een ecclesiologie van gemeenschap tot stand te kunnen brengen, moet het dienstwerk van de priester het model van exclusief leiderschap overstijgen dat hem tot middelpunt van het pastorale leven maakt en de last van alle verantwoordelijkheden bij hem alleen belegt, en streven naar een steeds meer collegiale leiding, met samenwerking tussen priesters, diakens en heel het Volk van God, in die wederzijdse verrijking die vrucht is van de verscheidenheid aan charismas die door de heilige Geest worden opgewekt. Zoals Evangelii Gaudium[4984] ons herinnert, mogen het ambtelijke priesterschap en de vereenzelviging met Christus de Bruidegom ons niet ertoe brengen de sacramentele macht te identificeren met macht op zich, want "de vereenzelviging van de priester met Christus het Hoofd - dat wil zeggen als hoofdbron van de genade - houdt niet een verheffing in die hem plaatst boven heel de rest. In de Kerk 'geven' de functies 'geen aanleiding tot superioriteit van de één boven de ander'". n.v.d.v.: aangepaste vertaling[[4984|104]]
Referenties naar alinea 22: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
23
Trouw en zending
De identiteit van priesters krijgt vorm rond hun zijn voor en is onlosmakelijk verbonden met hun zending. Wie immers "meent zijn priesterlijke identiteit te vinden door introspectie en navelstaarderij, zou weleens slechts wegwijzers kunnen vinden met 'uitgang' erop: verlaat jezelf, ga op zoek naar God in aanbidding, ga en geef aan je volk wat jou is toevertrouwd, en je volk zal ervoor zorgen dat je voelt en proeft wie je bent, hoe je heet, wat je identiteit is, en het zal je laten genieten van het honderdvoudige dat de Heer zijn dienaren heeft beloofd. Als je jezelf niet verlaat, wordt de olie ranzig en kan de zalving niet vruchtbaar zijn". Gezalfd met de olie van vreugde , 7[[5421|7]] Zoals Johannes Paulus II leerde: "De priesters vertegenwoordigen in de Kerk en voor de Kerk op sacramentele wijze Jezus Christus, Hoofd en Herder, verkondigen met gezag zijn woord, herhalen zijn gebaren van vergeving en van aanbod van heil, vooral door het doopsel, de biecht en de Eucharistie, dragen tot aan de volledige zelfgave zijn liefdevolle zorg voor de kudde, welke zij in eenheid verzamelen en naar de Vader voeren door Christus in de Geest". n.v.d.v.: aangepaste vertaling[[724|15]] Zo ontvouwt de priesterlijke roeping zich temidden van de vreugden en inspanningen van een nederige dienst aan de broeders, die vaak door de wereld miskent wordt, maar waarnaar zij een diepe dorst heeft. Het contact met gelovige en geloofwaardige getuigen van de liefde van God, trouw en barmhartig, is een primaire weg van evangelisatie.
De identiteit van priesters krijgt vorm rond hun zijn voor en is onlosmakelijk verbonden met hun zending. Wie immers "meent zijn priesterlijke identiteit te vinden door introspectie en navelstaarderij, zou weleens slechts wegwijzers kunnen vinden met 'uitgang' erop: verlaat jezelf, ga op zoek naar God in aanbidding, ga en geef aan je volk wat jou is toevertrouwd, en je volk zal ervoor zorgen dat je voelt en proeft wie je bent, hoe je heet, wat je identiteit is, en het zal je laten genieten van het honderdvoudige dat de Heer zijn dienaren heeft beloofd. Als je jezelf niet verlaat, wordt de olie ranzig en kan de zalving niet vruchtbaar zijn". Gezalfd met de olie van vreugde , 7[[5421|7]] Zoals Johannes Paulus II leerde: "De priesters vertegenwoordigen in de Kerk en voor de Kerk op sacramentele wijze Jezus Christus, Hoofd en Herder, verkondigen met gezag zijn woord, herhalen zijn gebaren van vergeving en van aanbod van heil, vooral door het doopsel, de biecht en de Eucharistie, dragen tot aan de volledige zelfgave zijn liefdevolle zorg voor de kudde, welke zij in eenheid verzamelen en naar de Vader voeren door Christus in de Geest". n.v.d.v.: aangepaste vertaling[[724|15]] Zo ontvouwt de priesterlijke roeping zich temidden van de vreugden en inspanningen van een nederige dienst aan de broeders, die vaak door de wereld miskent wordt, maar waarnaar zij een diepe dorst heeft. Het contact met gelovige en geloofwaardige getuigen van de liefde van God, trouw en barmhartig, is een primaire weg van evangelisatie.
Referenties naar alinea 23: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
24
In onze hedendaagse wereld, die gekenmerkt wordt door een hoog tempo en de drang om hyper-verbonden te zijn - wat ons leven vaak hectisch maakt en ons aanzet tot activisme - zijn er minstens twee verleidingen die ons afleiden van de trouw aan deze zending. De eerste is een mentaliteit waarin efficiëntie centraal staat en iemands waarde wordt afgemeten aan zijn prestaties, dat wil zeggen aan de verrichtte hoeveelheid activiteiten en projecten. Volgens deze manier van denken komt wat je doet vóór wat je bent, waardoor de ware hiërarchie van de geestelijke identiteit wordt omgekeerd. De tweede verleiding daarentegen kan worden omschreven als een soort quiëtisme: bang voor de genoemde context trekt men zich in zichzelf terug, weigert men de uitdaging van de evangelisatie aan te gaan en neemt men een luie en defaitistische houding aan. Een vreugdevol en gepassioneerd dienstwerk daarentegen kan en moet - niettegenstaande alle menselijke zwakheden - met ijver de taak op zich nemen om elke dimensie van onze samenleving te evangeliseren, met name de cultuur, de economie en de politiek, opdat alles in Christus onder één hoofd wordt gebracht. (Ef. 1, 10)[[b:Ef. 1, 10]] Om deze twee verleidingen te overwinnen en zijn dienstwerk vreugdevol en vruchtbaar te beleven, moet elke priester trouw blijven aan de zending die hij heeft ontvangen, namelijk de genadegave die hem tijdens zijn priesterwijding door de bisschop is overgedragen. Trouw zijn aan de zending betekent het paradigma overnemen dat Johannes Paulus II ons heeft nagelaten, toen hij iedereen eraan herinnerde dat pastorale naastenliefde het beginsel is dat het leven van de priester samenbindt. vgl: n.v.d.v.: aangepaste vertaling[[[724|23]]] Juist door het vuur levend te houden van de pastorale naastenliefde, dat wil zeggen de liefde van de Goede Herder, kan elke priester een balans vinden in het dagelijks leven en onderscheiden wat opbouwt en wat het eigene van het dienstwerk is, volgens de richtlijnen van de Kerk.
Referenties naar alinea 24: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
25
De harmonie tussen contemplatie en actie wordt niet gevonden door klakkeloos projecten aan te nemen of simpelweg het evenwicht tussen de activiteiten te bewaren, maar door in het dienstwerk de Paasdimensie centraal te stellen. Zich geven zonder voorbehoud kan en mag in geen geval leiden tot het opgeven van gebed, studie en priesterlijke broederlijkheid, maar moet juist de horizon worden die alles omvat in de mate dat het gericht is op de Heer Jezus, die gestorven en verrezen is voor de redding van de wereld. Zo, samen met de onthechting aan materiële zaken, komt men ook de bij de wijding gedane beloften na, die in het hart van de priester een volhardend zoeken naar en aanvaarden van de wil van God tot stand brengen, waardoor Christus zichtbaar wordt in alles wat hij doet. Dit geschiedt bijvoorbeeld wanneer men elke vorm van egotisme en zelfverheerlijking vermijdt, met alle verplichtingen die een publieke rol nu eenmaal met zich meebrengt. Gevormd door het mysterie dat hij viert in de heilige liturgie moet elke priester "verdwijnen opdat Christus blijft, zich klein maken opdat Hij gekend en verheerlijkt wordt, zich ten volle geven opdat niemand de kans mist om Hem te kennen en te beminnen". De heiligheid van haar leden maakt de Kerk tot een baken van licht in de wereld, [[9484|+18]] Daarom moet de blootstelling aan media en het gebruik van sociale netwerken en alle andere middelen die vandaag de dag beschikbaar zijn altijd zorgvuldig worden gevaluteerd, met de dienst aan de evangelisatie als maatstaf voor de onderscheiding. "Alles is mij geoorloofd. Ja, maar niet alles is goed voor mij" (1 Kor. 6, 12)[b:1 Kor. 6, 12].
Referenties naar alinea 25: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
26
In elke situatie zijn priesters geroepen om door het getuigenis van een sober en kuis leven een doeltreffend antwoord te geven op de grote honger naar authentieke en oprechte relaties die in de hedendaagse samenleving aanwezig is, waarbij ze getuigen van een Kerk die "een doeltreffend groeimiddel is voor de banden, de relaties en de broederschap van de menselijke familie", "goed in staat om de relaties te voeden: met de Heer, tussen mannen en vrouwen, in de gezinnen, in de gemeenschappen, tussen alle christenen, tussen sociale groepen, tussen de godsdiensten". Slotdocument 2e sessie van de Synode over synodaliteit, (20,50)[[9388|(20,50)]] Daartoe is het noodzakelijk dat priesters en leken - allen tezamen - een ware en echte missionaire bekering tot stand brengen die de christelijke gemeenschappen, geleid door hun herders, richting geeft "ten dienste van de zending die de gelovigen behartigen binnen de samenleving, in het gezins- en beroepsleven". Zoals de Synode heeft opgemerkt, "zal zo duidelijker worden dat de parochie niet op zichzelf gericht is, maar op de zending, en geroepen is om het werk te ondersteunen van zoveel mensen die op verschillende manieren hun geloof beleven en belijden in hun beroep en hun sociale, culturele en politieke activiteiten". Slotdocument 2e sessie van de Synode over synodaliteit, (59,117)[[9388|(59,117)]]
Referenties naar alinea 26: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
27
Trouw en toekomst
Ik hoop dat de viering van de verjaardag van de twee conciliaire decreten en de weg die we moeten bewandelen om ze uit te voeren en bij de tijd te brengen, kunnen leiden tot een hernieuwd Pinksteren qua roepingen voor de Kerk, met heilige, talrijke en volhardende roepingen tot het ambtelijke priesterschap, zodat er nooit een tekort zal zijn aan arbeiders voor de oogst van de Heer. En moge in ons allen het verlangen ontwaken om ons ten volle in te zetten voor de roepingenpromotie en het constante gebed tot de Heer van de oogst. (Mt. 9, 37-38)[[b:Mt. 9, 37-38]]
Ik hoop dat de viering van de verjaardag van de twee conciliaire decreten en de weg die we moeten bewandelen om ze uit te voeren en bij de tijd te brengen, kunnen leiden tot een hernieuwd Pinksteren qua roepingen voor de Kerk, met heilige, talrijke en volhardende roepingen tot het ambtelijke priesterschap, zodat er nooit een tekort zal zijn aan arbeiders voor de oogst van de Heer. En moge in ons allen het verlangen ontwaken om ons ten volle in te zetten voor de roepingenpromotie en het constante gebed tot de Heer van de oogst. (Mt. 9, 37-38)[[b:Mt. 9, 37-38]]
Referenties naar alinea 27: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
28
Naast het gebed echter vraagt het tekort aan roepingen tot het priesterschap - vooral in bepaalde delen van de wereld - van iedereen om de vruchtbaarheid van de pastorale praktijken van de Kerk te toetsen. Het is waar dat de redenen voor deze crisis vaak divers en veelvoudig kunnen zijn en vooral afhankelijk van de sociaal-culturele context, maar tegelijkertijd moeten we de moed hebben om de jongeren krachtige en bevrijdende levenskeuzes voor te stellen en ervoor te zorgen dat in de particuliere Kerken "omgevingen en vormen van jeugdpastoraal ontstaan die doordrongen zijn van het Evangelie, waar roepingen tot totale zelfgave aan het licht kunnen komen en rijpen". Gelukkige priesters "Ik heb jullie vrienden genoemd" (Joh. 15,15), [[9791|+11]] In de zekerheid dat de Heer nooit ophoudt te roepen (Joh. 11, 28)[[b:Joh. 11, 28]], is het noodzakelijk om in elk pastoraal domein, in het bijzonder in de jeugd- en gezinspastoraal, altijd het perspectief van de roeping voor ogen te houden. Laten we niet vergeten: er is geen toekomst zonder de zorg voor alle roepingen!
Referenties naar alinea 28: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social media
29
Tot slot dank ik de Heer die zijn Volk altijd nabij en met ons op weg is en daarbij onze harten vervult met hoop en vrede, die we mogen doorgeven aan iedereen. "Dit, broeders en zusters, zou ik graag zien als onze eerste grote verlangen: een verenigde Kerk, teken van eenheid en gemeenschap, die zuurdesem wordt voor een verzoende wereld". U hebt ons voor uzelf gemaakt en ons hart heeft geen rust totdat het in u rust, [[9498|+13]] En ik dank jullie allemaal, herders en gelovigen, die je verstand en hart openstellen voor de profetische boodschap van de conciliedecreten Presbyterorum Ordinis[704] en Optatam totius[675] en bereid zijn, gezamenlijk, om daaruit voeding en stimulans te putten voor de weg van de Kerk. Ik vertrouw alle seminaristen, diakens en priesters toe aan de voorspraak van de Onbevlekte Maagd, Moeder van Goede Raad, en aan de heilige Johannes Maria Vianney, patroonheilige van de pastoors en voorbeeld voor alle priesters. Zoals de pastoor van Ars placht te zeggen: "Het priesterschap is de liefde van het Hart van Jezus". “Le Sacerdoce, c’est l’amour du cœur de Jésus”, in Bernard Nodet, Le curé d’Ars. Sa pensée, son cœur, Paris 1995, 98.[[2909]] Een liefde die zo sterk is dat ze de wolken van gewoonte, ontmoediging en eenzaamheid verdrijft, een totale liefde die ons in volheid geschonken wordt in de Eucharistie: een eucharistische liefde, een priesterlijke liefde.
Referenties naar alinea 29: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediaGegeven te Rome, bij de Sint-Pieter, op 8 december, hoogfeest van de Onbevlekte Ontvangenis van de heilige Maagd Maria, in het Jubeljaar 2025, het eerste van mijn pontificaat.
Leo PP. XIV
Referenties naar deze alinea: 0
Geen referenties naar deze alineaExtra opties voor deze alinea
Kopieer alinea-URL naar klembord Reageer op deze alinea Deel op social mediahttps://rkdocumenten.nl/toondocument/9790-una-fedelta-nl