• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Uit de grond van het hart komt de vraag, die de rijke jongeling aan Jezus van Nazareth richt, een vraag, die voor het leven van iedere mens essentieel en onontkoombaar is: want zij betreft het zedelijk goede, dat in het eigen handelen volbracht moet worden, en het eeuwige leven. De gesprekspartner van Jezus vermoedt, dat er een samenhang bestaat tussen het zedelijk goede en de volledige vervulling van de eigen bestemming. Hij is een vrome jood, die zogezegd in de schaduw van de wet des Heren is opgegroeid. Wanneer hij Jezus deze vraag stelt, mogen wij aannemen, dat hij dat niet daarom doet, omdat hij het in de wet besloten antwoord niet kent. Waarschijnlijker is, dat de uitstraling van de Persoon van Jezus in hem nieuwe vragen over het zedelijk goede deed opkomen. Hij merkt de behoefte om Hem te ontmoeten die zijn verkondigingswerk met deze, nieuwe aankondiging begonnen is: 'De tijd is vervuld, het Rijk Gods is nabij. Bekeert u en gelooft in het evangelie!' (Mc. 1, 15).

De mens van vandaag moet zich opnieuw tot Christus wenden, om van Hem het antwoord te krijgen op de vraag, wat goed en wat slecht is. Hij is de Meester, de Verrezene, die het leven in zich heeft en die in zijn Kerk en in de wereld altijd aanwezig is. Hij ontsluit voor de gelovigen het boek van de Schrift en leert door de volle openbaring van de wil van de Vader de waarheid over het zedelijk handelen. Aan de oorsprong en op het hoogtepunt van het heilsplan, van de Alpha en de Omega der menselijke geschiedenis Vgl. Openb. 1, 8 Vgl. Openb. 21, 6 Vgl. Openb. 22, 13 , onthult Christus de toestand van de mens en zijn volle roeping. Daarom moet 'de mens die zichzelf ten diepste wil begrijpen - en niet alleen volgens bepaalde overhaaste, onvolledige, dikwijls oppervlakkige en vaak zelfs louter schijnbare maatstaven en betekenissen van zijn leven - moet zich met zijn angst en onzekerheid, met zijn zwakheid en zondigheid, met zijn leven en dood tot Christus wenden. Hij moet als het ware met alles wat hij is in Hem binnengaan; hij moet om zichzelf te vinden, zich de hele werkelijkheid van de menswording en verlossing 'eigen maken' en in zich opnemen. Als dat innerlijk proces zich diep in hem voltrekt, brengt de mens vruchten voort niet alleen door God te aanbidden maar tevens in diepe verwondering over zichzelf'. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 10

Als wij dus binnendringen in het binnenste van de moraal van het evangelie en haar diepe en onveranderlijke inhoud willen bevatten, moeten we zorgvuldig de zin van de door de rijke jongeling van het evangelie gestelde vraag en meer nog de zin van het antwoord van Jezus onderzoeken, waarbij wij ons door Hem laten leiden. Jezus antwoordt namelijk met pedagogisch invoelingsvermogen en behoedzaamheid, terwijl Hij de jongeman als het ware bij de hand neemt en stap voor stap naar de waarheid voert.

Document

Naam: VERITATIS SPLENDOR
Over kerkelijke moraalleer
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 6 augustus 1993
Copyrights: © 1995, Katholiek Nieuwsblad
Bewerkt: 29 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam