• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
   Dit is een werkvertaling

ANTIQUUM MINISTERIUM
Waarmee de dienst van catechist ingesteld wordt

De dienst van catechist in de Kerk is zeer oud. Onder theologen wordt algemeen aangenomen dat de eerste voorbeelden reeds te vinden zijn in de geschriften van het Nieuwe Testament. De dienst van de catecheet vindt zijn eerste kiem in de "leraars" naar wie de apostel verwijst in zijn schrijven aan de gemeenschap van Korinthe: "Nu heeft God in de kerk allerlei mensen aangesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars; voorts zijn er wonderkrachten, dan gaven van genezing, hulpbetoon, bestuur en velerlei taal. Zijn soms allen apostelen, allen profeten, allen leraars, allen wonderdoeners? Hebben allen gaven van genezing? Spreken allen in vervoering? Kunnen allen uitleg geven? Gij moet naar de hoogste gaven streven. Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles." (1 Kor. 12, 28-31).

Lucas zelf opent zijn Evangelie met de volgende woorden: "Vandaar, edele Teófilus, dat ook ik besloot – na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht, – voor u een ordelijk verslag te schrijven, met de bedoeling u te doen zien, hoe betrouwbaar de leer is waarin gij onderwezen zijt." (Lc. 1, 3-4). De evangelist schijnt er zich terdege van bewust te zijn dat hij met zijn geschriften een specifieke vorm van onderricht geeft, die zekerheid kan geven aan hen die reeds het doopsel hebben ontvangen. De apostel Paulus komt op dit onderwerp terug wanneer hij de Galaten aanbeveelt: "Wie onderricht ontvangt in het woord van God, moet zijn leermeester laten delen in alle goeds dat hij bezit." b:Gal. 6, 6]. Zoals men kan zien, voegt de tekst een fundamentele bijzonderheid toe: de gemeenschap van het leven als kenmerk van de vruchtbaarheid van de waarachtige ontvangen catechese.

Vanaf het begin kende de christelijke gemeenschap een wijdverbreide vorm van dienst, die concreet is geworden in de dienst van mannen en vrouwen die, gehoorzaam aan de werking van de Heilige Geest, hun leven hebben gewijd aan de opbouw van de Kerk. De charismatische gaven die de Geest steeds weer over de gedoopten uitstortte, vonden op sommige momenten een zichtbare en tastbare vorm van directe dienst aan de christelijke gemeenschap in haar vele uitingen, zozeer zelfs dat zij erkend werden als een onmisbare "diakonia" voor de gemeenschap. De apostel Paulus is een gezaghebbend vertolker hiervan wanneer hij zegt: "Er zijn verschillende gaven, maar slechts een Geest. Er zijn vele vormen van dienstverlening, maar slechts een Heer. Er zijn allerlei soorten werk, maar er is slechts een God, die alles in allen tot stand brengt. Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen. Aan de een wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven, aan een ander een woord van kennis krachtens dezelfde Geest, aan een derde door dezelfde Geest het geloof, aan weer anderen schenkt de ene Geest gaven om ziekten te genezen, om wonderen te doen, de gave van de profetie, de onderscheiding van geesten, velerlei taal of de vertolking ervan. Maar alles is het werk van een en dezelfde Geest, die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil" (1 Kor. 12, 4-11).

Binnen de grote charismatische traditie van het Nieuwe Testament is het dus mogelijk de actieve aanwezigheid te erkennen van gedoopte personen die de dienst uitoefenden om de leer van de apostelen en evangelisten in een meer organische en permanente vorm, verbonden met de verschillende levensomstandigheden, over te dragen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 8 De Kerk heeft deze dienst willen erkennen als een concrete uitdrukking van het persoonlijk charisma dat de uitoefening van haar evangelisatieopdracht zeer ten goede is gekomen. Een blik op het leven van de eerste Christengemeenschappen die zich inzetten voor de verspreiding en de ontwikkeling van het Evangelie, spoort ook de Kerk van vandaag aan om te begrijpen wat de nieuwe uitdrukkingen zouden kunnen zijn waarmee we trouw kunnen blijven aan het Woord van de Heer om ervoor te zorgen dat zijn Evangelie elk schepsel bereikt.

De hele geschiedenis van de evangelisatie in deze twee millennia toont zeer duidelijk aan hoe doeltreffend de zending van catechisten is geweest. Bisschoppen, priesters en diakens, samen met vele mannen en vrouwen van het Godgewijde leven, hebben hun leven gewijd aan het catechetisch onderricht opdat het geloof een dargende steun zou zijn in het persoonlijk bestaan van ieder mens. Sommigen verzamelden ook andere broeders en zusters om zich heen die, hetzelfde charisma delend, religieuze gemeenschappen vormden ten dienste van de catechese.

Wij mogen de ontelbare aantallen lekenmannen en -vrouwen niet vergeten, die door middel van catechetisch onderricht rechtstreeks hebbenbijgedargen aan de verspreiding van het Evangelie. Mannen en vrouwen die, bezield door een diep geloof en als authentieke getuigen van heiligheid, in sommige gevallen ook parochies hebben gesticht en zelfs hun leven hebben gegeven. Talrijke bekwame en standvastige catechisten leiden ook in onze tijd parochies in verschillende streken van de wereld en oefenen een onvervangbare opdracht uit in de overdracht en de verdieping van het geloof. De grote menigte van gezegende, heilige en als martelaar gestorven catechisten heeft de zending van de Kerk getekend: het is de moeite waard hen te kennen, want zij zijn een vruchtbare bron, niet alleen voor de catechese, maar ook voor de geschiedenis van de christelijke spiritualiteit in haar geheel.

Sinds het Tweede Oecumenische Concilie heeft de Kerk met hernieuwd bewustzijn het belang ingezien van de inzet van leken in het evangelisatiewerk. De concilievaders hebben herhaaldelijk benadrukt hoe noodzakelijk de directe betrokkenheid van lekengelovigen, in de verschillende vormen waarin hun charisma tot uitdrukking kan komen, is voor de "plantatio Ecclesiae" en de ontwikkeling van de christelijke gemeenschap. "Met eer moet ook vermeld worden de schare van hen, die zulke grote verdiensten hebben voor de heidenmissie, nl. de schare van mannelijke en vrouwelijke catechisten, die in een apostolische geest een moeizame, voortreffelijke en zo noodzakelijke bijdrage leveren voor de uitbreiding van geloof en Kerk. Nu er in onze tijd zulk een gebrek is aan geestelijken voor de Evangelieprediking aan die enorme massa mensen en voor het herderlijk dienstwerk, is de taak van de catechisten van de hoogste betekenis." 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 17

Naast de rijke leer van het Concilie moet gewezen worden op de voortdurende belangstelling van de pausen, de bisschoppensynoden, de bisschoppelijke conferenties en individuele herders, die in de loop van de afgelopen decennia een opmerkelijke vernieuwing van de catechese tot stand hebben gebracht. De Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
, de Apostolische Exhortatie H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Catechesi Tradendae
Catechese geven in onze tijd
(16 oktober 1979)
, het Congregatie voor de Clerus
Algemeen directorium voor de catechese
(15 augustus 1997)
en het onlangs verschenen Pauselijke Raad tot Bevordering van de Nieuwe Evangelisatie
Directorium voor de catechese (25 juni 2020)
, samen met de vele nationale, regionale en diocesane catechismen, zijn een uitdrukking van het centrale belang van catechetisch onderwijs, dat sterk de nadruk legt op onderwijs, vorming, en voortdurende vorming van de gelovigen.

Zonder afbreuk te doen aan de eigen opdracht van de bisschop om, samen met het presbyteraat in dezelfde pastorale zorg, de eerste catecheet in zijn bisdom te zijn, noch aan de bijzondere verantwoordelijkheid van de ouders met betrekking tot de christelijke opvoeding van hun kinderen Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 774. §2 Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 618, is het noodzakelijk de aanwezigheid te erkennen van leken die zich, krachtens hun Doopsel, geroepen voelen om mee te werken aan inde dienst van de catechese. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 225 Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 401.406 Deze aanwezigheid is in onze tijd nog dringender vanwege het hernieuwde besef van evangelisatie in de wereld van vandaag Vgl. Paus Franciscus, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie, Evangelii Gaudium (24 nov 2013), 163-168 en de overheersing van een geglobaliseerde cultuur Vgl. Paus Franciscus, Encycliek, Alle mensen - Over broederschap en sociale vriendschap, Fratelli tutti (4 okt 2020), 100.138, die een authentieke ontmoeting met de jongere generaties vereist. Tegelijkertijd mogen we niet vergeten dat er creatieve methoden en middelen nodig zijn om de verkondiging van het Evangelie te verzoenen met de missionaire heroriëntatie die de Kerk in gang heeft gezet. Trouw aan het verleden en verantwoordelijkheid voor het heden zijn de onontbeerlijke voorwaarden voor de Kerk om haar zending in de wereld te vervullen.

Om het persoonlijk enthousiasme van iedere gedoopte weer aan te wakkeren en het bewustzijn levend te maken dat men geroepen is zijn zending in de Kerk te vervullen, moet men luisteren naar de stem van de Heilige Geest, die nooit zijn vruchtbare aanwezigheid mist. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 774. §1 Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 617 De Geest roept ook vandaag mannen en vrouwen op om de velen te ontmoeten die wachten om de schoonheid, de goedheid en de waarheid van het christelijk geloof te leren kennen. Het is de taak van pastores om deze reis te ondersteunen en het leven van de christelijke gemeenschap te verrijken door de bedieningen van leken te erkennen die in staat zijn bij te dragen tot de transformatie van de samenleving door "het doordringen van christelijke waarden in de sociale, politieke en economische wereld". Vgl. Paus Franciscus, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie, Evangelii Gaudium (24 nov 2013), 102

Het apostolaat van de leken heeft een onbetwistbare waarde voor de wereld. Het vraagt van hen "het koninkrijk Gods te zoeken door zich met het tijdelijke bezig te houden en hierover volgens Gods wil te beschikken." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 31 Hun dagelijks leven is verweven met familiale en sociale relaties, waaruit blijkt hoe zij "de bijzondere roeping om de Kerk tegenwoordig te stellen en werkzaam te doen zijn op die plaatsen en in die omstandigheden, waar zij alleen door hen het zout der aarde kan worden" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 33 Het is goed eraan te herinneren dat naast dit apostolaat de leken "op verschillende manieren worden geroepen tot een meer rechtstreekse samenwerking met het hiërarchische apostolaat, naar het voorbeeld van de mannen en vrouwen, die de apostel Paulus ter zijde stonden in de prediking van het Evangelie en zich veel moeite gaven voor de Heer" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 33

De bijzondere taak die de catechist uitoefent, krijgt echter zijn eigen specificiteit in de context van de andere bedieningen die in de christelijke gemeenschap aanwezig zijn. In feite is de catechist in de eerste plaats geroepen om zijn bekwaamheid tot uitdrukking te brengen in de pastorale dienst van overdracht van het geloof, dat zich in verschillende fasen ontwikkelt: van de eerste verkondiging, die het kerygma inleidt, via het onderricht, dat de kennis van het nieuwe leven in Christus vergroot en vooral voorbereidt op de Sacramenten van de christelijke initiatie, tot de voortgezette vorming, die iedere gedoopte in staat stelt altijd bereid te zijn "tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft." (1 Pt. 3, 15). De catechist is tegelijk een getuige van het geloof, een leraar en een mystagoog, alsook een metgezel en een leraar, die onderricht geeft in naam van de Kerk. Deze identiteit kan zich alleen op samenhangende en verantwoordelijke wijze ontwikkelen door gebed, studie en directe deelname aan het leven van de gemeenschap. Vgl. Pauselijke Raad tot Bevordering van de Nieuwe Evangelisatie, Directorium voor de catechese (25 juni 2020), 113

Met vooruitziende blik gaf Paulus VI de Apostolische Brief H. Paus Paulus VI - Apostolische Brief
Ministeria quaedam
Ordening met betrekking tot de eerste tonsuur, de lagere wijdingen en het subdiaconaat in de Latijnse Kerk wordt vernieuwd
(15 augustus 1972)
uit, niet alleen met de bedoeling om het ambt van lector en acoliet aan te passen aan de veranderde omstandigheden van de tijd Vgl. Paus Franciscus, Motu Proprio, De Geest van de Heer - over aanpassing van Canon 230 § 1 waardoor aanstelling van vrouwen tot lector en acoliet toegestaan wordt, Spiritus Domini (10 jan 2021), maar ook om de bisschoppenconferenties aan te moedigen andere bedieningen te bevorderen, waaronder die van de catechist: "is er niets op tegen, dat de bisschoppenconferenties nog andere aanvragen bij de Heilige Stoel waarvan zij de instelling in hun eigen gebied om speciale redenen noodzakelijk of zeer nuttig oordelen. Hiertoe behoren bijvoorbeeld de functies van koster, exorcist en catechist." Dezelfde indringende uitnodiging keert terug in de Apostolische Exhortatie H. Paus Paulus VI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Evangelii Nuntiandi
Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld
(8 december 1975)
met het verzoek om de huidige noden van de christelijke gemeenschap te interpreteren in getrouwe continuïteit met haar oorsprong en om nieuwe vormen van bediening te vinden voor een vernieuwd pastoraat: "Dergelijke bedieningen, ogenschijnlijk nieuw maar nauw verbonden met ervaringen die de Kerk in de loop van haar bestaan heeft opgedaan - zoals die van catecheet [...] - zijn kostbaar voor de "plantatio", de inplanting van de Kerk, voor haar leven en haar groei, en om haar in staat te stellen tot meer uitstraling naar haar omgeving en naar hen die veraf staan." H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 73.

Het is dus niet te ontkennen: "Het bewustzijn van de identiteit en de zending van de leek in de Kerk is gegroeid. Wij beschikken over een talrijke, hoewel niet voldoende lekenstand met een diepgeworteld gemeenschapsgevoel en een grote trouw aan de inzet voor de naastenliefde, de catechese, de viering van het geloof." Paus Franciscus, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie, Evangelii Gaudium (24 nov 2013), 102 Hieruit volgt dat de aanvaarding van een lekendienst zoals dat van catechist het missionaire engagement onderstreept dat elke gedoopte eigen is. Dit moet echter gebeuren in een volledig de leken eigen (seculiere) vorm, zonder te vervallen in enige uiting van clericalisering.

Deze dienst vertoont sterke trekken van een soort roeping die de nodige onderscheiding van de bisschop vereist en die wordt benadrukt door het ritueel van de opdracht. Het gaat immers om een permanente dienst aan de plaatselijke Kerk, overeenkomstig de pastorale behoeften die door de plaatselijke Ordinaris worden vastgesteld, maar die op een laïcale wijze wordt verricht, zoals de aard van deze dienst vereist. Het is goed als mannen en vrouwen met een diep geloof en menselijke rijpheid tot deze catechetische dienst worden geroepen. Zij moeten actief deelnemen aan het leven van de christelijke gemeenschap, in staat zijn mensen te aanvaarden, edelmoedig zijn en in staat tot broederlijke verbondenheid. Zij moeten de nodige Bijbelse, theologische, pastorale en pedagogische vorming krijgen om aandachtige verkondigers van de geloofswaarheden te zijn, en zij moeten voorafgaande ervaring in de catechese hebben Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het herderlijk ambt van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus (28 okt 1965), 14 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 231. §1 Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 409. §1 Zij worden verondersteld trouwe medewerkers te zijn van priesters en diakens, bereid om hun dienst uit te oefenen waar nodig en bezield door ware apostolische ijver.

Na rijpe overwegingen en op grond van apostolisch gezag.

stel ik in

de lekendienst van de catechist

De Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Discipline van de Sacramenten zal binnenkort de ritus van de aanstelling tot de laïcale dienst van catechist publiceren.

Ik nodig de bisschoppenconferenties uit om de dienst van catechist in praktijk te brengen door de noodzakelijke vormingstrajecten en normen en criteria voor de toegang tot deze dienst vast te stellen. Daarbij moeten zij, in overeenstemming met wat in dit apostolische schrijven is gezegd, passende vormen vinden voor de dienst dat de catechist geroepen is te vervullen.

De Synoden van de Oosterse Kerken of de Vergaderingen van de Hiërarchen kunnen hetgeen hier voor hun respectieve Kerken sui iuris is vastgesteld, overnemen op grond van hun eigen bijzondere wet.

De herders moeten zich de volgende vermaning van de concilievaders eigen blijven maken: "weten, dat zij niet door Christus zijn geroepen om alléén heel de heilszending van de Kerk voor de wereld op zich te nemen, maar dat zij de verheven taak hebben, de gelovigen zó te leiden en zich zulk een oordeel te vormen over hun bediening en geestelijke gaven, dat allen, op hun eigen wijze, eensgezind kunnen samenwerken tot het gemeenschappelijk doel." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 30 Moge de onderscheiding van de gaven, waaraan de Heilige Geest het in zijn Kerk nooit laat ontbreken, voor haar de juiste steun zijn om het dienst van de catechist in praktijk te brengen voor de groei van haar gemeenschappen.

Ik beveel dat alles wat in deze apostolische vermaning, die in de vorm van een "Motu Proprio" is uitgegeven, is bepaald, onverkort en permanent van kracht zal worden, niettegenstaande andersluidende bepalingen, zelfs indien deze een speciale vermelding verdienen, en ik beveel dat zij door publicatie in L'Osservatore Romano zal worden afgekondigd en op dezelfde dag van kracht zal worden, en later ook in de officiële publicatie Acta Apostolicae Sedis zal worden uitgegeven.

Gegeven te Rome, in de St. Johannes Lateranen, op 10 mei van het jaar 2021, liturgische feestdag van de heilige Johannes van Avila, priester en Kerkleraar van de Kerk, in het negende jaar van mijn pontificaat.

Franciscus

Document

Naam: ANTIQUUM MINISTERIUM
Waarmee de dienst van catechist ingesteld wordt
Soort: Paus Franciscus - Motu Proprio
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 10 mei 2021
Copyrights: © 2021, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Voorlopige werkvertaling: redactie
Bewerkt: 11 mei 2021

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam