• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De initiële vorming is de bevoorrechte tijd waarin de zusters die kandidaat zijn voor het contemplatieve monastieke leven, met een speciale begeleiding van de vormingsverantwoordelijke en van de gemeenschap, in de sequela Christi worden geïnitieerd overeenkomstig het eigen charisma, en geleidelijk hun eigen persoonlijke gaven met de authentieke en karakteristieke waarden van hun roeping opnemen en integreren.

De initiële vorming, voorafgegaan door een aspirantentijd, is in drie opeenvolgende etappes gestructureerd: het postulaat, het noviciaat, en de tijd van de tijdelijke geloften of junioraat; etappes waarin de kandidaten groeien en rijpen tot de definitieve aanname van het monastieke leven in een bepaald Instituut.

Bij de initiële vorming is het van groot belang dat er tussen de verschillende fases harmonie en progressie van inhoud is. Het is evenzeer van belang dat er tussen de initiële vorming en de voortgezette of continue vorming continuïteit en samenhang is, zodat er in de persoon de bereidheid “om zich elke dag van het leven te laten vormen” ontstaat. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996), 69 Congregatie v d Inst v h Gewijde Leven en de Sociëten Apost Leve, Opnieuw van Christus uit vertrekken: een vernieuwde taak van het Godgewijde leven in het derde millennium, Ripartire da Cristo (19 mei 2002), 15

Rekening houdend met het feit dat de persoonlijkheid zeer langzaam wordt opgebouwd, en dat de vorming moet trachten om “de houding van Christus ten opzichte van de Vader” H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996), 65 en de menselijke, christelijke en eigen charismatische waarden in het hart wortel te laten schieten, “moet er voldoende tijd worden uitgetrokken voor de eerste vorming” H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996), 65 , “niet minder dan negen jaar en niet meer dan twaalf”. Paus Franciscus, Apostolische Constitutie, Het gelaat van God zoeken - Over het vrouwelijke contemplatieve leven, Vultum Dei Quaerere (29 juni 2016), 15

Gedurende deze tijd is “een sereen onderscheidingsvermogen vereist, vrij van alle bezorgdheid om het aantal en de doeltreffendheid” Congregatie v d Inst v h Gewijde Leven en de Sociëten Apost Leve, Opnieuw van Christus uit vertrekken: een vernieuwde taak van het Godgewijde leven in het derde millennium, Ripartire da Cristo (19 mei 2002), 18 Bovendien moet in elk klooster bijzondere aandacht worden besteed aan de onderscheiding in het geestelijk leven en van de roeping; de begeleiding moet aangepast zijn aan de persoonlijkheid van de kandidate en er gestreefd worden naar een passend vormingstraject Vgl. Paus Franciscus, Apostolische Constitutie, Het gelaat van God zoeken - Over het vrouwelijke contemplatieve leven, Vultum Dei Quaerere (29 juni 2016), 15; en in het bijzonder moet men ervoor zorgdragen dat de vorming werkelijk integraal is – menselijk, christelijk en charismatisch – en alle dimensies van de persoon raakt.

De oprichting van internationale en multiculturele monastieke gemeenschappen toont de universaliteit van een charisma, maar het opnemen van roepingen die uit andere landen komen, moet het voorwerp zijn van adequaat onderscheidingsvermogen.

Een van de criteria om iemand aan te nemen is het vooruitzicht om in de toekomst het monastieke leven te verspreiden in bepaalde kerken waar deze vorm van navolging van Christus niet aanwezig is.

Het werven van kandidaten vanuit andere landen enkel en alleen terwille van het overleven van een klooster moet absoluut vermeden worden. Vgl. Paus Franciscus, Apostolische Constitutie, Het gelaat van God zoeken - Over het vrouwelijke contemplatieve leven, Vultum Dei Quaerere (29 juni 2016), 41. art. 3, §6

Elk klooster sui iuris is, vanaf het moment van zijn oprichting, de plaats voor het noviciaat en voor initiële, permanente en voortgezette vorming. Vgl. Paus Franciscus, Apostolische Constitutie, Het gelaat van God zoeken - Over het vrouwelijke contemplatieve leven, Vultum Dei Quaerere (29 juni 2016), 41. art. 3, §5

Indien tijdens een canonieke visitatie blijkt dat een bepaald klooster sui iuris geen vorming van goede kwaliteit kan bieden, moet de initiële vorming plaatsvinden in een ander klooster van de Federatie, of in de plaats van vorming die door diverse kloosters gedeeld wordt. Vgl. Paus Franciscus, Apostolische Constitutie, Het gelaat van God zoeken - Over het vrouwelijke contemplatieve leven, Vultum Dei Quaerere (29 juni 2016), 41. art. 3, §7

Een klooster dat is gesticht maar nog niet canoniek is opgericht, en een geaffilieerd klooster zijn alleen de plaats voor permanente en voortgaande vorming.

Een klooster dat is gesticht maar nog niet canoniek is opgericht, kan de plaats zijn voor het noviciaat en de initiële vorming, als aan de voorwaarden voor vorming die zijn uitgewerkt in deze Instructie, is voldaan.

Document

Naam: COR ORANS
Instructie over de implementatie van de Apostolische Constitutie "Vultum Dei Quaerere" over het vrouwelijke contemplatieve leven
Soort: Congregatie v d Inst v h Gewijde Leven en de Sociëten Apost Leve
Auteur: Msgr. José Rodriguez Carballo, ofm
Datum: 1 april 2018
Copyrights: © 2018, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / KNR / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert. uit het Engels: KNR
Bewerkt: 9 mei 2020

Opties

Internetadres
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam