• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De Kerk heeft tot taak om, door de verbreking van het rijk van Christus over de gehele aarde tot verheerlijking van God de Vader, alle mensen deelachtig te maken aan de heilbrengende verlossing Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over de Katholieke Missie, Rerum Ecclesiae (28 feb 1926), 65 en door hen heel de wereld daadwerkelijk op Christus te oriënteren. Alle activiteit van het Mystieke Lichaam, die op dit doel is gericht, heet apostolaat, en de Kerk oefent dit uit door al haar leden, zij het op verschillende wijzen; de roeping tot het christendom immers is van nature ook een roeping tot het apostolaat. Gelijk er in een levend lichaam geen enkel lidmaat is, dat zich louter passief houdt, maar ieder lidmaat deelt niet alleen in het leven van het lichaam, maar ook in zijn werkzaamheid, zo is het ook in het lichaam van Christus, de kerk, waar heel het lichaam "door de werking die ieder deel is toegemeten, de lichaamsgroei voltrekt" (Ef. 4, 16) Ja, in dit lichaam zijn de ledematen zo sterk samengevoegd en samengehouden Vgl. Ef. 4, 16 , dat een lid, hetwelk niet actief bijdraagt tot de groei van het lichaam volgens zijn eigen functie, als nutteloos moet worden beschouwd zowel voor de Kerk als voor zichzelf. Er is in de Kerk verscheidenheid van bedieningen, maar slechts één zending. De apostelen en hun opvolgers hebben van Christus de opdracht ontvangen om te onderwijzen, te heiligen en te besturen in zijn naam en met zijn gezag. Maar de leken, die deelachtig zijn aan Christus' priesterlijk, profetisch en koninklijk ambt, hebben in de zending van het gehele volk Gods hun eigen taak te vervullen voor de Kerk en voor de wereld. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 31 Zij oefenen in feite het apostolaat uit door hun werk voor de evangelisatie en de heiliging van de mensen en door de orde van het tijdelijke te doordringen en te vervolmaken met de geest van de Evangelie, zodat hun activiteit op dit gebied een duidelijk getuigenis is van Christus en ten dienste staat van het heil van de mensen. Omdat het typisch eigene van de leken is, midden in de wereld te leven en te midden van de wereldse aangelegenheden, worden juist zij door God geroepen om met een vurige christelijke geest als een zuurdeeg hun apostolaat in de wereld uit te oefenen.

De leken ontlenen de plicht en het recht van apostolaat aan hun eenheid zelf met Christus, het Hoofd. Want, omdat zij door het Doopsel zijn ingelijfd in het mystieke lichaam van Christus, en in het Vormsel worden zij door de Heer zelf bestemd voor het apostolaat. Zij worden gewijd tot een koninklijk priesterschap en een heilig volk Vgl. 1 Pt. 2, 4-10 om zo al hun werken te maken tot geestelijke offers en overal ter wereld getuigenis af te leggen voor Christus. In de sacramenten, vooral in de Eucharistie, wordt de liefde geschonken en versterkt, die de ziel is van heel het apostolaat. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 33.10

Het apostolaat wordt uitgeoefend in het geloof, de hoop en de liefde, deugden, die de Heilige Geest uitstort in de harten van alle leden der kerk. Ja, het gebod van de liefde, het grootste gebod van de Heer, dringt alle gelovigen ertoe, de glorie van God te bevorderen door de komst van zijn rijk te verwezenlijken en te zorgen, dat alle mensen het eeuwig leven verwerven, doordat zij de enige ware God leren kennen en Hem, die Hij gezonden heeft, Jezus Christus Vgl. Joh. 17, 3 .

Alle christenen hebben dus de edele taak, zich er voor in te zetten, dat de goddelijke heilsboodschap door alle mensen over de gehele wereld wordt gekend en aanvaard.
Voor de uitoefening van dit apostolaat schenkt de Heilige Geest, die de heiligen van het volk Gods tot stand brengt door het heilig dienstwerk en de sacramenten, bovendien de gelovigen bijzondere gaven Vgl. 1 Kor. 12, 7 , die "Hij aan iedereen uitdeelt, zoals Hij het wil" (1 Kor. 12, 11), opdat "allen, elkaar dienend met de gaven, zoals ieder die heeft ontvangen", ook zelf, als "goede beheerders van Gods veelsoortige genade" (1 Pt. 4, 10), mogen bijdragen tot de opbouw van het gehele lichaam in de liefde Vgl. Ef. 4, 16 . Door het ontvangen van deze gaven, ook de meer eenvoudige, krijgt ieder gelovige het recht en plicht, deze te besteden, in de Kerk en in de wereld, tot welzijn van de mensen en tot opbouw van de Kerk. Zij moeten dit doen met de vrijheid van de Heilige Geest, die "waait waar Hij wil" (Joh. 3, 8), en tegelijk in gemeenschap met hun broeders in Christus, vooral met hun herders, die hebben te oordelen over de echtheid en het goede gebruik van deze gaven, niet om de Geest uit te blussen, maar om alles te keuren, op zijn waarde te schatten en het goede te behouden. Vgl. 1 Tess. 5, 12.19.21 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 12

Uit het feit dat Christus, gezonden door de Vader, de bron en oorsprong is van heel het apostolaat van de Kerk, volgt, dat de vruchtbaarheid van het apostolaat van de leken afhangt van hun levensverbondenheid met Christus, volgens het woord van de heer: "Wie in Mij blijft, terwijl Ik blijf in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets" (Joh. 15, 5). Dit leven van innerlijke verbondenheid met Christus wordt in de Kerk gevoed door geestelijke hulpmiddelen, die aan alle gelovigen ter beschikking staan, vooral door de actieve deelname aan de heilige liturgie. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 11 De leken moeten deze middelen zó gebruiken, dat zij bij het correct vervullen van hun wereldlijke taken in het gewone leven, de verbondenheid met Christus niet losmaken van hun leven, maar door het verrichten van hun werkzaamheden volgens de wil van God juist groeien in die verbondenheid. Op deze wijze moeten de leken met elan en blijmoedigheid vooruitgaan in de heiligheid en daarbij de moeilijkheden met verstand en geduld trachten te boven te komen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 32.40-41 Noch de zorgen voor het gezin noch andere tijdelijke aangelegenheden morgen staan buiten de sfeer van hun geestelijk leven, volgens het woord van de Apostel: "Al wat gij doet in woord of wek, doet alles in de naam van Jezus de Heer, God de Vader dankend door Hem" (Kol. 3, 17).

Zulk een leven vraagt een voortdurende beoefening van geloof, hoop en liefde.

Slechts door het licht van het geloof en door de overweging van het woord Gods kan men altijd en overal God ontdekken, door wie "wij het leven hebben, ons bewegen en zijn" (Hand. 17, 28), kan men in alles wat gebeurt, Gods wil zoeken, Christus zien in alle mensen, hetzij zij ons na staan of vreemd voor ons zijn, kan men een juist oordeel vormen over de ware betekenis en de waarde die de tijdelijke dingen hebben op zichzelf en met betrekking tot het einddoel van de mens.

Wie dit geloof bezitten, leven in de hoop op de openbaring van de kinderen van Gods, gedachtig het kruis en de verrijzenis van de Heer.

Op de Pelgrimstocht van dit leven zijn zij met Christus verborgen in God en vrij van de slavernij van de rijkdom. Zij richten zich op de eeuwige goederen en wijden zich edelmoedig met al hun krachten aan de uitbreiding van het koninklijk Gods en aan hun taak, de orde van het tijdelijke te bezielen en te vervolmaken met de christelijke geest. Bij de moeilijkheden van dit leven putten zij kracht in de hoop en in de overtuiging, dat "het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, waarvan ons de openbaring te wachten staat" (Rom. 8, 18).

Gedreven door de liefde, die uit God is, doen zij goed aan allen, vooral aan de geloofsgenoten Vgl. Gal. 6, 10 , waarbij zij "alle boosheid en alle bedrog afleggen en zich onthouden van alle veinzerij, afgunst en kwaad spreken" (1 Petr. 2, 1); zo brengen zij de mensen tot Christus. De liefde van god, die "in ons hart is uitgestort door de Heilige Geest, die ons werd geschonken" (Rom. 5, 5), stelt de leken in staat, de geest van de zaligsprekingen werkelijk tot uitdrukking te brengen in hun leven. Jezus volgend in zijn armoede laten zij zich niet neerdrukken door gebrek en worden zij niet trots bij overvloed. Christus navolgend in zijn nederigheid zoeken zij geen ijdele roem Vgl. Gal. 5, 26 , maar trachten zij meer aan God te behagen dan aan de mensen. Steeds zijn zij bereid alles te verlaten omwille van Christus Vgl. Lc. 14, 26 en vervolging te verduren om de gerechtigheid Vgl. Mt. 5, 10 , met het woord van de Heer voor ogen: "wie mijn volgeling wil, moet mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen" (Mt. 16, 24). In onderlinge christelijke vriendschap komen zij elkaar in iedere nood te hulp.

Deze spiritualiteit van de leken moet een bijzonder stempel krijgen vanuit hun leven in huwelijk en gezin, in celibaat of weduwstaat, vanuit ziekte, beroepsarbeid en sociale activiteit. Laten zij dus de hun geschonken kwaliteiten en gaven, die op deze omstandigheden zijn berekend, voortdurend ontwikkelen en de persoonlijke gaven benutten, die zij van de Heilige Geest hebben ontvangen.

Bovendien zullen de leken, die op de grond van hun speciale roeping zich hebben aangesloten bij een door de Kerk goedkeurende vereniging of instituut, er eerlijk naar streven zich ook de bijzondere spiritualiteit van dergelijke instituten eigen te maken. Zij moeten ook grote waarde hechten aan beroepsbekwaamheid, familiegeest, burgerzin en alle maatschappelijke deugden, zoals rechtschapenheid, zin voor rechtvaardigheid, oprechtheid, voorkomendheid, moed, allemaal deugden, zonder welke zelfs geen echte christelijke leven mogelijk is.

Het volmaakt model van zulk een geestelijk en apostolisch leven is de heilige maagd Maria, de koningin der apostelen. Zij leidde weliswaar op aarde een leven gelijk alle anderen, gevuld met zorgen voor het gezin en met arbeid, maar toch bleef zij altijd verenigd met haar zoon en nam zij op unieke wijze deel aan het werk van de Verlosser. En nu zij in de hemel is opgenomen, "draagt zij met haar moederlijke liefde zorg voor de broeders van haar Zoon, die nog op aardse pelgrimstocht zijn te midden van gevaren en lijden, totdat zij binnentreden in het gelukkige vaderland". Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 62.65 Allen moeten haar met godsvrucht vereren en hun leven en apostolaat aan haar moederlijke zorg toevertrouwen.

De zending van de Kerk beoogt het heil van de mensen, dat zij moeten bereiken door het geloof in Christus en door zijn genade. Het apostolaat van de Kerk en van al haar leden heeft daarom als eerste doel, de boodschap van Christus door woord en daad aan de wereld bekend te maken en haar zijn genade mee te delen. Dit gebeurt voornamelijk door de bediening van het woord en de sacramenten. Dit is de bijzondere taak van de geestelijkheid, maar de leken hebben hierin ook een belangrijke rol te spelen, en hierdoor worden zij "medewerkers van de waarheid" (3 Joh. 8). Vooral op dit gebied vullen lekenapostolaat en pastoraal dienstnetwerk elkaar aan.

Ontelbare wegen staan voor de leken open om hun apostolaat van evangelisatie en heiliging uit te oefenen. Reeds het getuigenis van een christelijk leven en de goede werken, verricht in het bovennatuurlijke geest, bezitten de kracht, de mensen tot het geloof en tot God te brengen. De Heer zegt immers. "Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is" (Mt. 5, 16).

Dit apostolaat bestaat echter niet alleen in het getuigenis van het leven. De ware apostel zoekt naar wegen om Christus ook door zijn woord te verkondigen, hetzij aan de niet-gelovigen om hen tot het geloof te brengen, hetzij aan de gelovigen om hen te onderrichten, te versterken en tot een vuriger leven op te wekken, "want de liefde van Christus laat ons geen rust" (2 Kor. 5, 14), en in ieders hart moeten de woorden van de apostel doorklinken: "Wee mij, als ik het Evangelie niet verkondig!" (1 Kor. 9, 16) Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over de vrede van Christus in het Koninkrijk van Christus, Ubi Arcano Dei Concilio (23 dec 1922), 55 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de eenheid van de menselijke maatschappij, Summi Pontificatus (20 okt 1939), 74

Omdat zich nu in onze tijd nieuwe problemen voordoen en ernstige dwalingen zich verbreiden die de godsdienst, die de zedelijke orde en zelfs de maatschappij in de wortel driegen aan te tasten, richt het heilig Concilie een dringende aansporing tot de leken om ieder volgens zijn eigen talenten en ontwikkeling en in de Geest van de Kerk nog meer activiteit te ontplooien bij de uiteenzetting en verdediging van de Christelijke beginselen en bij de juiste toepassing ervan op de problemen van onze tijd.

Hoewel iedere apostolaatsbeoefening zijn oorsprong en zijn kracht moet ontlenen aan de liefde, zijn toch bepaalde werken van nature meer geëigend, om deze liefde op markant wijze tot uitdrukking te brengen, en zulke werken heeft Christus, de Heer, gewild als teken van zijn messiaanse zending. Vgl. Mt. 11, 4-5

Het voornaamste gebod in de wet is, God lief te hebben met geheel zijn hart en de naaste gelijk zichzelf. Vgl. Mt. 22, 37-40 Dit gebod nu van de naastenliefde heeft Christus gemaakt tot zijn gebod en er een nieuwe betekenis aan gegeven door zichzelf op één lijn te stellen met zijn broeders als voorwerp van de liefde met de woorden: "Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan" (Mt. 25, 40). Want door de menselijke natuur aan te nemen heeft Hij de gehele mensheid door een band van bovennatuurlijke solidariteit als een gezin met zich verbonden, en Hij heeft de liefde gegeven als kenteken van zijn leerlingen, toen Hij zei: "Hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart" (Joh. 13, 35). Maar gelijk de Kerk in haar eerste tijd de "agape" verbond met de Eucharistie en daardoor bewees, dat zij geheel rondom Christus verenigd was door de band van de liefde, zo kon men haar in alle tijden herkennen aan dit teken van de liefde; en hoe zij zich ook verheugt over de initiatieven van anderen, toch maakt zij aanspraak op de liefdewerken als haar onvervreemdbare plicht en haar onvervreemdbaar recht. Daarom worden de barmhartigheid en de werken van charitas en onderling hulpbetoon tot leniging van alle soort van menselijke nood door de Kerk hoog in ere gehouden. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen, Mater et Magistra (15 mei 1961), 3-4

Deze activiteiten en werken zijn in onze tijd nog veel meer urgent en universeel geworden, nu de communicatiemiddelen zo snel werken, nu er bijna geen afstanden meer bestaan en de bewoners van de gehele wereld als het ware één groot gezin zijn gaan vormen. De charitatieve actie kan en moet zich tegenwoordig uitstrekken tot alle mensen zonder uitzondering en tot alle noden. Overal waar mensen zijn, die gebrek hebben aan eten en drinken, aan kleding, huisvesting, geneesmiddelen, werk onderwijs of aan de middelen, die noodzakelijk zijn om een echt menswaardig leven te kunnen leiden, mensen, die gedrukt gaan onder lijden of ziekte, die in ballingschap of gevangenschap zijn, daar moet de christelijke liefde hen zoeken en weten te vinden, hun leed met alle zorg verzachten en hen met daadwerkelijke hulp steunen. En deze plicht rust allereerst op de individuen en de volken, die welvaart genieten. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen, Mater et Magistra (15 mei 1961), 164-168

Wil deze beoefening van de liefde boven alle verdenking verheven zijn en niet de minste aanleiding geven tot verdenking, dan moet men in de naaste het beeld van God zien, waarnaar hij geschapen is, en Christus de Heer, aan wie men in werkelijkheid schenkt, wat men aan de noodlijdenden geeft. De vrijheid en waardigheid van de persoon, die men helpt, moeten met grote tact worden geëerbiedigd. De zuivere bedoeling mag door geen zoeken van eigen voordeel en door geen heerszucht worden aangetast. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen, Mater et Magistra (15 mei 1961), 87-88 Men moet allereerst voldoen aan de eisen van de rechtvaardigheid om niet als een gift van liefde aan te bieden, wat men reeds uit rechtvaardigheid verschuldigd is. Men moet niet alleen de gevolgen van het kwaad wegnemen, maar ook de oorzaken ervan. De hulpverlening moet zo worden geregeld, dat degenen, die ze ontvangen, geleidelijk onafhankelijk worden van vreemden en voor zichzelf kunnen zorgen.

De leken moeten dus hun waardering en naar vermogen ook hun steun schenken aan de werken van charitas en aan de initiatieven voor sociale bijstand, die uitgaan van particulieren of van publieke en ook van internationale instanties en waardoor noodlijdende individuen en volken daadwerkelijk worden geholpen, en zij moeten hierbij samenwerken met alle mensen van goede wil. Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot de Pax Romana M.J.J.C. (25 apr 1957), 9-11 Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Toespraak, Tot de vergadering van de "Food and Agriculture Organisation" (F.A.O.) (10 nov 1959). A.A.S. 51 (1959) 856-866

Doordat de leken delen in het priesterlijk, profetisch en koninklijk ambt van Christus, hebben zij een actieve taak te vervullen in het leven en het werken van de Kerk. Binnen de gemeenschappen in de Kerk is hun activiteit zo onontbeerlijk, dat de herders zelf zonder de medewerking van de leken meestal hun eigen apostolaat niet met volledig succes kunnen uitoefenen. Want leken met een echte apostolische geest, zoals de mannen en vrouwen waren, die Paulus bij de prediking van het Evangelie hielpen Vgl. Hand. 18, 18-26 Vgl. Rom. 16, 3 , vullen het tekort van hun broeders aan en geven nieuwe bezieling aan de herders en aan de andere leden van het volk Gods Vgl. 1 Kor. 16, 17-18 . Want gesterkt door een actieve deelname aan het liturgisch leven van hun eigen gemeenschap, werken zij ijverig mee aan haar apostolaatsarbeid; zij brengen mensen tot de Kerk, die misschien ver van haar verwijderd leven; zij spelen, vooral door catechetisch onderricht, een grote rol bij het doorgeven van Gods woord; door de inzet van hun deskundigheid helpen zij mee om de zielzorg en ook de administratie van de kerkelijke goederen doelmatiger in te richten.

De parochie is een markant voorbeeld van een gemeenschapsapostolaat, omdat ze alles wat daar aan menselijke verscheidenheid bestaat, samenbrengt en inschakelt in de universaliteit van de van de Kerk. Vgl. H. Paus Pius X, Apostolische Brief, Creationis duarum novarum paroeciarum (1 juni 1905). A.S.S. 38 (1905) 65-67 Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot de parochianen van S. Saba (11 jan 1953), 39-45 Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Toespraak, Castel Gandolfo, Tot de clerus en gelovigen van het diocees Albano (26 aug 1962). AAS 54 (1962), pp. 656-660 De leken moeten leren om in de parochie nauw samen te werken met hun priesters; Vgl. Paus Leo XIII, Toespraak, Toespraak (28 jan 1894). Acta 14 (1894) 424-425 zij moeten hun eigen problemen en die van de wereld en de vragen, die het heil van de mensen betreffen, onder de aandacht brengen van de kerkgemeenschap om deze in gezamenlijk overleg te bestuderen en op te lossen. Zij moeten tenslotte ieder apostolisch en missionair initiatief van hun eigen kerkgemeenschap naar vermogen steunen.

Laten zij intens meeleven met het diocees, waarvan de parochie als het ware een cel is, steeds bereid om op verzoek van hun bisschop hun krachten te wijden aan de diocesane initiatieven. Om tegemoet te komen aan de noden van de grote steden en het platteland Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot de pastoors en vastenpredikers, Ancora Sotto Il Peso (6 feb 1951), 22-26 Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot de pastoors en vastenpredikers (8 mrt 1952). Discorsi e Radiomessaggi di S.S. Pio XII, 5-10 Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot de pastoors en vastenpredikers (27 mrt 1953) Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot de pastoors en vastenpredikers (28 feb 1954) zullen zij hun medewerking niet beperken tot de parochie of het bisdom, maar deze ook uitstrekken tot het interparochiële, het interdiocesane, het nationale of internationale vlak. Dit is des te meer noodzakelijk, omdat de steeds toenemende migratie van de mensen, het groeiende onderlinge contact en de gemakkelijkheid van communicatie het niet veroorloven, dat een of ander deel van de samenleving zich in zichzelf opsluit. Zij moeten zorg hebben voor de belangen van het volk Gods over heel de wereld. Vooral moeten zij hart hebben voor het missiewerk door het verlenen van stoffelijke en ook van persoonlijke hulp. Want het is voor de christenen een plicht en een eer, aan God een gedeelte terug te geven van de goederen, die zij van Hem ontvangen.

Omdat de Schepper het huwelijk heeft gemaakt tot oorsprong en grondslag van de menselijke samenleving en het door zijn genade heeft verheven tot een groot geheim in Christus en in de Kerk Vgl. Ef. 5, 32 , heeft het apostolaat van de echtgenoten en de gezinnen een bijzondere betekenis zowel voor de Kerk als voor de maatschappij. De christelijke echtgenoten zijn voor elkaar, voor hun kinderen en hun andere huisgenoten werktuigen van de genade en getuigen van het geloof. Voor hun kinderen zijn zij de eerst aangewezenen om hun het geloof te verkondigen en hen daarin op te voeden. Door woord en voorbeeld vormen zij hen tot een christelijk en apostolisch leven; bij de keuze van hun levensstaat staan zij hen met wijsheid ter zijde en als zij bij hen een geestelijke roeping menen te ontdekken, zullen zij deze met alle zorg omgeven.

Altijd was het de plicht van de echtgenoten, en het is thans het voornaamste onderdeel van hun apostolaat: de onontbindbaarheid en heiligheid van het huwelijk door hun leven uit te drukken en aan te tonen; moedig op te komen voor het natuurlijk recht en de natuurlijke plicht van ouders en voogden om de kinderen christelijk op te voeden; de waardigheid en de wettige autonomie van het gezin te verdedigen. Laten dus zij en de andere gelovigen samenwerken met de mensen van goede wil om deze rechten in de burgerlijke wetgeving gewaarborgd te krijgen; om te bereiken, dat in het regeringsbeleid rekening wordt gehouden met de belangen van het gezin met betrekking tot de huisvesting, de opvoeding van de kinderen, de arbeidsvoorwaarden, de sociale voorzieningen en de belastingen; om bij het regelen van de emigratie waarborgen te verkrijgen, dat het gezinsleven intact blijft. Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het Christelijk huwelijk, met inachtneming der in gezin en maatschappij heersende toestanden, noden, dwalingen en misbruiken, Casti Connubii (31 dec 1930), 47-48 Vgl. Paus Pius XII, Radiotoespraak, Op het Hoogfeest van Pinksteren ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Rerum Novarum, La Solennità (1 juni 1941), 26. A.A.S. 33 (1941) 203 (Eccl. Doc. 0144, blz 83-84, n. 26) Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot het congres van de internationale Bond voor het gezin (20 sept 1949), 4-5. A.A.S. 41 (1949) 552 (Eccl. Doc. 0757, blz. 86-87, nn. 4-5) Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Un pèlerinage de pères de famille (18 sept 1951), 7. A.A.S. 43 (1951) 731 (Eccl. Doc. 0189, blz. 97-98, n. 7) Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Over de depersonalisatie van de mens - Kersttoespraak 1952, Levate Capita Vestra (24 dec 1952), 20-21. A.A.S. 45 (1953) 41 (Eccl. Doc. 21, blz. 35-36, nn. 20-21) Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen, Mater et Magistra (15 mei 1961), 45.71

Juist het gezin heeft van God de zending ontvangen, de eerste levenscel te zijn van de samenleving. Wil het deze zending vervullen, dan moet het door onderlinge liefde van de leden en door gemeenschappelijk gebed zich als het ware het familie-heiligdom tonen van de Kerk; dan moet het gehele gezin deelnemen aan de liturgische eredienst van de Kerk; dan moet het metterdaad de gastvrijheid beoefenen en zich inzetten voor de rechtvaardigheid en voor andere goede werken ten bate van alle noodlijdende medemensen. Onder de verschillende werken van het gezinsapostolaat willen wij de volgende noemen: het adopteren van verlaten kinderen, het liefdevol opnemen van vreemdelingen, bijdragen tot een goede leiding van de scholen, jonge mensen helpen met raad en materiële steun, de verloofden ter zijde staan in een goede voorbereiding op het huwelijk, het catechetisch onderricht bevorderen, gehuwden en gezinnen, die in materiële of morele nood verkeren, bijstaan, aan de ouden van dagen niet alleen het noodzakelijke levensonderhoud verstrekken, maar hen ook op billijke wijze laten profiteren van de vruchten van de economische vooruitgang. De christelijke gezinnen, die in alles consequent het Evangelie beleven en het voorbeeld geven van een christelijk huwelijk, leggen in de wereld een waardevol getuigenis af voor Christus, altijd en overal, maar heel bijzonder in streken, waar het Evangelie voor het eerst wordt verkondigd of waar de Kerk nog maar in een beginstadium is of in een ernstig gevaar verkeert. Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de bevordering van de Christelijke missie, Evangelii Praecones (2 juni 1951), 37-40. A.A.S. 43 (1951) 514 (Eccl. Doc. 0186, nn. 37-40). Om de doeleinden van hun apostolaat gemakkelijker te kunnen verwezenlijken kan het zijn nut hebben, dat de gezinnen zich in verenigingen organiseren. Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot het congres van de internationale Bond voor het gezin (20 sept 1949), 4-5. A.A.S. 41 (1949) 552 (Eccl. Doc. 0757, blz. 86-87, nn. 4-5)

Het individueel apostolaat, dat als een krachtige stroom voortkomt uit de bron van een echt christelijk leven Vgl. Joh. 4, 14 , is het begin en de voorwaarde voor alle lekenapostolaat, ook voor dat in groepsverband, en het is onmisbaar.

Dit apostolaat, dat altijd en overal nuttig is, is in bepaalde omstandigheden het enig aangewezene en mogelijke; alle leken van elke stand hebben de roeping en de plicht tot dit apostolaat, ook waar zij niet de gelegenheid hebben of in staat zijn, zich bij een vereniging aan te sluiten.

Er bestaan veel vormen van apostolaat, waardoor de leken kunnen werken aan de opbouw van de Kerk en de wereld kunnen heiligen en haar van de geest van Christus kunnen doordringen.

Een bijzondere vorm van lekenapostolaat, die ook onze tijd ten zeerste aanspreekt, doordat ze laat zien, hoe Christus leeft in zijn gelovigen, is het getuigenis van heel het leven van de leek als gebaseerd op geloof, hoop en liefde. Verder is er het apostolaat van het woord, dat in bepaalde omstandigheden absoluut noodzakelijk is; hierdoor verkondigen de leken Christus, verklaren en verbreiden zij zijn leer, ieder volgens zijn situatie en bekwaamheid, en tonen zij zich getrouwe belijders van deze leer.

Bovendien spelen de leken als burgers van deze wereld een rol bij de opbouw en instandhouding van de tijdelijke orde; in deze hoedanigheid moeten zij, verlicht door het geloof, zich in het gezinsleven, het beroepsleven, het culturele en het sociale leven steeds laten leiden door hogere motieven en deze, waar de gelegenheid zich voordoet, ook laten blijken tegenover anderen, in de overtuiging,, dat zij aldus medewerkers worden van God, de Schepper, Verlosser en Heiligmaker, en Hem eer brengen.

Tenslotte moeten de leken aan hun leven de bezieling geven van de liefde en hiervan naar vermogen getuigen door hun daden.

Laten allen eraan denken, dat ze door de publieke eredienst en het gebed door boetvaardigheid en het bereidwillig aanvaarden van de lasten en het lijden van dit leven, waardoor zij gelijkvormig worden aan de lijdende Christus Vgl. 2 Kor. 4, 10 Vgl. Kol. 1, 24 , alle mensen kunnen bereiken en kunnen bijdragen tot het heil van de gehele wereld.

Dit individueel apostolaat is zeer urgent in landen, waar de Kerk in haar vrijheid ernstig wordt belemmerd. In deze uiterst moeilijke omstandigheden nemen de leken naar vermogen de plaats in van de priesters; met gevaar voor hun vrijheid en soms voor hun leven onderrichten zij de mensen in hun omgeving in de christelijke leer, vormen hen tot een godsdienstig leven en tot een katholiek denken en brengen hen tot een veelvuldig ontvangen van de sacramenten en tot godsvrucht, vooral tot eucharistische godsvrucht. Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot het eerste internationale congres voor lekenopostolaat, De quelle consolation (14 okt 1951), 11-12 Het heilig Concilie brengt innige dank aan God, die ook aan onze tijd leken blijft schenken met een heldhaftige moed te midden van de vervolgingen en het betuigt aan deze mensen zijn vaderlijke liefde en erkentelijkheid.

Het individueel apostolaat heeft een bijzonder arbeidsterrein in gebieden waar slechts weinig katholieken wonen, over grote afstanden verspreid. De leken, die daar alleen een individueel apostolaat kunnen uitoefenen om de bovengenoemde redenen of om speciale redenen, tengevolge ook van hun beroepsarbeid, zullen er hoed aan doen om af en toe voor een gesprek bijeen te komen in kleinere groepen zonder nu juist een instituut of organisatie te vormen; zó zal altijd het teken van de gemeenschap van de Kerk voor de anderen zichtbaar zijn als een waarachtig getuigenis van liefde. Op deze wijze helpen zij elkaar op geestelijk gebied door hun vriendschap en de uitwisseling van hun ervaringen en doen zij nieuwe kracht op om de moeilijkheden van een te geïsoleerd leven en werken te boven te komen en overvloediger vruchten van apostolaat voort te brengen.

De hiërarchie behoort het lekenapostolaat te stimuleren, beginselen te formuleren en geestelijke steun te verlenen, de uitoefening van het apostolaat te richten op het algemeen welzijn van de Kerk en de leer en de juiste verhouding te doen eerbiedigen.

De betrekkingen van het lekenapostolaat tot de hiërarchie kunnen verschillend zijn naargelang van de verschillende vormen en objecten van het apostolaat zelf.

Er zijn immers in de Kerk zeer vele apostolische initiatieven, die tot stand komen door een spontane keuze van de leken en verstandig door hen worden geleid. Door deze initiatieven kan de Kerk in bepaalde omstandigheden haar zending beter vervullen, en daarom worden ze niet zelden door de hiërarchie geprezen of aanbevolen. Vgl. Congregatie van het Concilie, Resolutie voor het aartsbisdom Corrientes, Resolutio Corrienten. (13 nov 1920). A.A.S. 13 (1921) 137-140 Geen enkel initiatief echter mag aanspraak maken op de naam "Katholiek" zonder de goedkeuring van het wettig kerkelijk gezag.

Sommige vormen van lekenapostolaat worden door de hiërarchie uitdrukkelijk erkend, en wel op verschillende wijzen.

Bovendien kan het kerkelijk gezag, omwille van het algemeen welzijn van de Kerk, uit de vereniging en apostolische initiatieven, die een rechtstreeks geestelijk doel beogen, er sommige uitkiezen en meer speciaal begunstigen, waardoor het dan een bijzondere verantwoordelijkheid op zich neemt. Zo verbindt de hiërarchie, bij een regeling van het apostolaat volgens de omstandigheden, de een of andere vorm hiervan nauwer met haar eigen apostolische zending, met eerbiediging echter van beider eigen aard en onderscheid en zonder dus aan de leken de zo noodzakelijke vrijheid te ontzeggen om uit eigen beweging iets te ondernemen. Deze daad van de hiërarchie wordt in diverse kerkelijke documenten "mandaat" genoemd.

Tenslotte vertrouwt de hiërarchie aan de leken enkele taken toe, die nauwer verbonden zijn met de werkzaamheden van de priesters, zoals bij het onderricht in de christelijke leer, bij sommige liturgische handelingen, in de zielzorg. Krachtens deze zending zijn de leken in de uitoefening van hun opdracht volledig afhankelijk van de hogere kerkelijke leiding.

Wat betreft de werken en instellingen van de tijdelijke orde, is het de taak van de kerkelijke hiërarchie, de morele beginselen aangaande de tijdelijke zaken te leren en authentiek te verklaren; zij kan ook, na alles goed te hebben overwogen en met behulp van deskundigen, haar oordeel uitspreken over de vraag, of deze werken en instellingen in overeenstemming zijn met de morele beginselen, en beslissen, wat noodzakelijk is voor het behoud en de bevordering van de bovennatuurlijke waarden.

Document

Naam: APOSTOLICAM ACTUOSITATEM
Over het lekenapostolaat
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Datum: 18 november 1965
Copyrights: © 1967, Ecclesia Docens 0820, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: Dr. M. Mulders C.ss.R. en Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam