• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In het licht van hetgeen tot hiertoe in overweging is genomen, stel ik vast en bepaal ik hetgeen volgt:

Art. 1

Overeenkomstig Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
en in het bijzonder de voorafgaande 37 artikelen in aanmerking genomen, worden met de promulgatie en de publicatie van onderhavige apostolische constitutie Paus Franciscus - Apostolische Constitutie
Vultum Dei Quaerere
Het gelaat van God zoeken - Over het vrouwelijke contemplatieve leven
(29 juni 2016)
opgeheven:

  1. De canones van de Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    die gedeeltelijk tegengesteld blijken te zijn aan welk artikel dan ook van onderhavige constitutie;
  2. en meer in het bijzonder de artikelen met normen en bepalingen:
    • van de apostolische constitutie Paus Pius XII - Apostolische Constitutie
      Sponsa Christi
      Over het religieuzen leven (21 november 1950)
      van Pius XII uit 1950: Congregatie voor de Religieuzen
      Statuta generalia monialium (21 november 1951)
      ;
    • van de instructie;Congregatie voor de Religieuzen
      Inter Praeclara
      Instructie ter implementatie van Sponsa Christi (23 november 1950)
      van de Congregatie voor de Religieuzen;
    • van de instructie;Congregatie v d Inst v h Gewijde Leven en de Sociëten Apost Leve
      Verbi Sponsa, Ecclesia
      Instructie over het contemplatieve leven en het clausuur van monialen (13 mei 1999)
      , van de Congregatie voor de Instituten van het Gewijde Leven en de Sociëteiten van het Apostolisch Leven, 13 mei 1999, over het contemplatieve leven en de clausuur van de monialen.
Art. 2

§ 1. Deze constitutie is zowel gericht aan de Congregatie voor de Instituten van het Gewijde Leven en de Sociëteiten van het Apostolisch Leven als aan de afzonderlijke vrouwenkloosters van contemplatief of volledig contemplatief leven, wel of niet in federatieverband.

§ 2. De door deze apostolische constitutie geregelde zaken zijn die welke hierboven worden opgesomd onder nr. 12 en worden uitgewerkt onder de nrs. 13-35.

§ 3. De Congregatie voor de Instituten van het Gewijde Leven en de Sociëteiten van het Apostolisch Leven zal - indien noodzakelijk in overeenstemming met de Congregatie voor de Oosterse Kerken of de Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren - de afzonderlijke wijzen van verwezenlijking van deze constitutieve normen regelen overeenkomstig de verschillende monastieke tradities en rekening houdend met de verschillende charismatische families.

Art. 3

§ 1. De kloosters afzonderlijk dienen met bijzondere aandacht door middel van de juiste structuren die in een uitwerking van een plan voor het gemeenschapsleven moeten worden gevonden, te zorgen voor de permanente vorming, die reeds vanaf de initiële vorming als het ware de humus is van iedere fase van de vorming.

§ 2. Om een juiste permanente vorming te garanderen dienen de federaties de samenwerking tussen de kloosters te bevorderen door de uitwisseling van materiaal voor de vorming en de middelen van digitale communicatie, steeds met waarborging van de noodzakelijke discretie.

§ 3. Behalve de zorg bij de keuze van de zusters die als vormsters zijn geroepen om de kandidaten op de weg van persoonlijke rijping te begeleiden, dienen de kloosters afzonderlijk en de federaties de vorming van de vormsters en hun medewerksters te versterken.

§ 4. De zusters die geroepen zijn het delicate dienstwerk van de vorming uit te oefenen, kunnen, servatis de iure servandis, specifieke vormingscursussen volgen, ook buiten het eigen klooster, met handhaving van een passend en met de eisen van het eigen charisma overeenkomend klimaat. De Congregatie voor de Instituten van het Gewijde Leven en de Sociëteiten van het Apostolisch Leven zal in dezen bijzondere normen doen uitgaan.

§ 5. De kloosters zullen bijzondere aandacht schenken aan de onderscheiding op het gebied van spiritualiteit en roeping, zij zullen de kandidaten een op de persoon toegesneden begeleiding garanderen en passende vormingstrajecten bevorderen, steeds voor ogen houdend dat er voor de initiële vorming ruim tijd wordt gereserveerd.

§ 6. Ondanks het feit dat de vorming van internationale en multiculturele gemeenschappen de universaliteit van het charisma laat zien, moet men het werven van kandidaten uit ander landen met als enig doel de overleving van het klooster veilig te stellen absoluut vermijden. Er dienen criteria te worden uitgewerkt om het verwezenlijken hiervan te waarborgen.

§ 7. Om een goede vorming te waarborgen zal men voor verschillende kloosters gemeenschappelijke huizen voor de initiële vorming bevorderen.

Art. 4

§ 1. In aanmerking genomen dat het gebed het hart is van het contemplatieve leven, zal ieder klooster het ritme van de eigen dag onderzoeken om na te gaan of de Heer het middelpunt hiervan is.

§ 2. Men zal de gemeenschappelijke vieringen bezien, zich afvragend of zij werkelijk een levende ontmoeting met de Heer zijn.

Art. 5

§ 1. Gegeven het belang van de lectio divina, dient ieder klooster tijden en wijzen vast te stellen die gepast zijn voor deze eis van lectuur en luisteren, ruminatio, gebed, contemplatie en  delen van de Heilige Schrift.

§ 2. In aanmerking genomen dat het delen van de veranderende ervaring van het Woord met priesters, diakens, andere gewijden en leken een uitdrukking is van ware kerkelijke gemeenschap, zal ieder klooster de modaliteiten dienen te vinden voor deze geestelijke uitstraling ad extra.

Art. 6

§ 1. Ieder klooster dient behalve in een nauwkeurige voorbereiding van de Eucharistievieringen bij de uitwerking van een eigen gemeenschappelijk en broederlijk en zusterlijk plan te voorzien in passende tijden voor de eucharistische Aanbidding, daarbij ook de gelovigen van de lokale Kerk de mogelijkheid biedend daaraan deel te nemen.

§ 2. Men dient bijzondere zorg te besteden aan de keuze van de kapelaan, de biechtvader en de geestelijke leidsman, met inachtneming van de specificiteit van het eigen charisma en de eisen van het broederlijk en zusterlijk leven in gemeenschap.

Art. 7

§ 1. Zij die, behalve dat zij zijn geroepen te zorgen voor de eigen vorming, geroepen zijn om de dienst van het gezag uit te oefenen, dienen te worden geleid door een ware geest van broederschap en dienstbaarheid om een vreugdevol klimaat van vrijheid en verantwoordelijkheid te begunstigen, zodat daardoor de persoonlijke en gemeenschappelijke onderscheiding en de communicatie in de waarheid van hetgeen men doet, denkt en voelt, worden bevorderd.

§ 2. Een gemeenschappelijk plan dient gaarne de uitwisseling van menselijke en geestelijke gaven van iedere zusters te aanvaarden en te bemoedigen voor een wederzijdse verrijking en de groei in de broederlijke en zusterlijke omgang met elkaar.

Art. 8

§ 1. Aan de juridische autonomie moet een ware autonomie van leven beantwoorden, hetgeen betekent: ook een minimum aantal zusters, mits het merendeel niet op vergevorderde leeftijd is; de noodzakelijke vitaliteit bij het beleven en overdragen van het charisma; de werkelijke capaciteit voor vorming en bestuur; de waardigheid en de kwaliteit van het liturgische, broederlijke en zusterlijke en geestelijke leven; de betekenis voor en de invoeging in de lokale Kerk; de mogelijkheid van bestaan; een adequate structuur van het kloostergebouw. Deze criteria dienen in aanmerking te worden genomen in hun globaliteit en in een totaalbeeld.

§ 2. Mochten de vereisten voor een werkelijke autonomie van een klooster niet aanwezig zijn, dan zal de Congregatie voor de Instituten van het Gewijde Leven en de Sociëteiten van het Apostolisch Leven nagaan of het opportuun is een commissie in te stellen, waarin zitting hebben de ordinaris, de voorzitter van de federatie, de federale assistent en de abdis of priorin van het klooster. In elk geval dient een dergelijke interventie ten doel te hebben een proces van begeleiding in gang te zetten ter revitalisering van het klooster, of om het sluiten ervan op te starten.

§ 3. Dit proces zou ook kunnen voorzien in een affiliatie met een ander klooster of het toevertrouwen ervan aan de voorzitter van de federatie met haar raad, als het klooster deel uitmaakt van een federatie. In elk geval komt de uiteindelijke beslissing toe aan de Congregatie voor de Instituten van het Gewijde Leven en de Sociëteiten van het Apostolisch Leven.

Art. 9

§ 1. In eerste instantie zullen alle kloosters deel moeten uitmaken van een federatie. Indien om bijzondere redenen een klooster geen deel kan uitmaken van een federatie, dient men met de stem van het kapittel toestemming te vragen aan de Heilige Stoel, waaraan de passende onderscheiding toekomt om het klooster toe te staan niet te behoren tot een federatie.

§ 2. De federaties zullen niet zozeer en niet alleen kunnen worden gevormd overeenkomstig een geografisch criterium, maar overeenkomstig dat van affiniteit van geest en tradities. De modaliteiten om dit te verwezenlijken zullen door de Congregatie voor de Instituten van het Gewijde Leven en de Sociëteiten van het Apostolisch Leven worden aangegeven.

§ 3. De hulp bij de vorming en de concrete noden zal ook gegarandeerd worden door een uitwisseling van monialen en het delen van materiële goederen, naar de bepaling van de Congregatie voor de Instituten van het Gewijde Leven en de Sociëteiten van het Apostolisch Leven, die bovendien de bevoegdheden van de voorzitter en de raad van de federatie zal vaststellen.

§ 4. Men zal de, ook juridische, samenvoeging van de kloosters met de overeenkomstige mannelijke orde bevorderen. Men zal ook de confederaties en de vorming van internationale commissies van de verschillende ordes bevorderen, met statuten die goedgekeurd zijn door de Congregatie voor de Instituten van het Gewijde Leven en de Sociëteiten van het Apostolisch Leven.

Art. 10

§ 1. Ieder klooster dient na een serieuze onderscheiding en met eerbiediging van de eigen traditie en van hetgeen de constituties vereisen, aan de Heilige Stoel te vragen welke vorm van clausuur zij wil aannemen, mocht er om een andere vorm dan de vigerende worden gevraagd.

§ 2. Wanneer eenmaal een van vormen van clausuur waarin is voorzien, is gekozen en goedgekeurd, dient ieder klooster ervoor te zorgen zich hieraan te houden en te leven volgens hetgeen deze met zich meebrengt.

Art. 11

§ 1. Ook als sommige kloostergemeenschappen inkomsten kunnen hebben in overeenstemming met het eigen recht, dan dient dit hen niet te ontslaan van de plicht om te werken.

§ 2. Voor de gemeenschappen die zich aan de contemplatie wijden, mag de vrucht van het werk niet alleen maar ten doel hebben een fatsoenlijk levensonderhoud te garanderen, maar ook, wanneer dat mogelijk is, tegemoet te komen aan de noden van de armen en de behoeftige kloosters.

Art. 12

Het dagelijkse ritme van ieder klooster dient te voorzien in passende ogenblikken van stilte, zodat een klimaat van gebed en contemplatie wordt bevorderd.

Art. 13

Ieder klooster dient in zijn gemeenschappelijk plan te voorzien in de geschikte middelen waardoor de ascetische verplichting van het kloosterleven tot uitdrukking komt, zodat het profetischer en geloofwaardiger wordt gemaakt.

Art. 14 - Slotbepaling

§ 1. De Congregatie voor de Instituten van het Gewijde Leven en de Sociëteiten van het Apostolisch Leven zal overeenkomstig de geest en de normen van onderhavige apostolische constitutie een nieuwe instructie aangaande de onder nr. 12 vallende onderwerpen doen uitgaan.

§ 2. De artikelen van de constituties of regels van de instituten afzonderlijk zullen, wanneer zij eenmaal zijn aangepast aan de nieuwe bepalingen, onderworpen moeten worden aan de goedkeuring van de Heilige Stoel.

Gegeven te Rome bij Sint Pieter, 29 juni, op het Hoogfeest van de Apostelen Petrus en Paulus, in het jaar 2016, het vierde van mijn pontificaat.

 

Franciscus

Document

Naam: VULTUM DEI QUAERERE
Het gelaat van God zoeken - Over het vrouwelijke contemplatieve leven
Soort: Paus Franciscus - Apostolische Constitutie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 29 juni 2016
Copyrights: © 2016, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vertaling vanuit het Italiaans: drs. H.M.G. Kretzers
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 9 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam