• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Op de eerste plaats richt het heilig Concilie zijn aandacht op de katholieken. Op grond van de Heilige Schrift en de Traditie leert het, dat deze Kerk, op pelgrimstocht door de wereld, noodzakelijk is voor het heil. Want de éne Christus is de Middelaar en de weg van het heil, en Hij komt bij ons tegenwoordig in zijn lichaam, de Kerk. Door uitdrukkelijk het geloof en het Doopsel als noodzakelijk te verklaren Vgl. Mc. 16, 16 Vgl. Joh. 3, 5 , heeft Hij tevens de noodzakelijkheid bevestigd van de Kerk, waarin de mensen door de deur van het doopsel binnengaan. Daarom kunnen die mensen niet gered worden, die weten dat de katholieke Kerk door God, door middel van Jezus Christus, gesticht als noodzakelijk en toch weigeren in haar binnen te gaan, of lid van haar te blijven.

Volledig lid van de Kerkgemeenschap zijn zij, die in het bezit van de Geest van Christus haar gehele ordening en al de heilsmiddelen, die zij krachtens instelling heeft, aanvaarden, en in haar zichtbaar organisme met Christus, die haar bestuurt door de paus en de bisschoppen, zijn verbonden, nl. door de banden van de geloofsbelijdenis, van de sacramenten en van het kerkelijk bestuur en de kerkelijke gemeenschap. Maar men ontvangt de redding niet, als men, hoewel lid van de Kerk, niet in de liefde volhardt en zó alleen "met het lichaam" binnen de Kerk blijft, en niet "met het hart". Vgl. H. Augustinus, De doop, De baptismo. V, 28, 39: P.L. 43, 197: "Het is duidelijk dat, als men zegt 'binnen en buiten de Kerk', dit verstaan moet worden: "in het hart, niet in het lichaam". Zie aldaar III, 19, 26: Kol. 152; V, 18, 24: Kol. 189 Vgl. H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. Tr. 61, 2: P.L. 35, 1800, en op meerdere plaatsen elders

Alle kinderen van de Kerk moeten echter goed onthouden, dat zij hun verheven staat niet te danken hebben aan hun eigen verdiensten, maar aan een bijzondere genade van Christus; beantwoorden zij niet hieraan in gedachten, woorden en werken, dan zullen zij een des te strenger vonnis krijgen in plaats van de redding. Vgl. Lc. 12, 48. "Van ieder, aan wie veel is gegeven, zal veel worden geëist". Vgl. Mt. 5, 19-20 Vgl. Mt. 7, 21-22 Vgl. Mt. 25, 41-46 Vgl. Jac. 2, 14

De catechumenen, die, onder de stuwing van de Heilige Geest uitdrukkelijk verlangen, in de Kerk te worden opgenomen, worden door dit verlangen zelf met haar verbonden, zoals ook de Moeder de Kerk hen reeds als haar kinderen met haar liefde en zorg omringt.

De Kerk voelt zich met hen, die gedoopt zijn en de naam van christen dragen, maar niet het volledige geloof belijden of niet in de eenheid van gemeenschap leven onder de opvolger van Petrus, om meerdere redenen verbonden. Vgl. Paus Leo XIII, Apostolische Brief, Praeclara gratulationis publicae (20 juni 1894), 10-13 Velen immers houden de heilige Schrift als norm van geloof en leven hoog in ere, tonen een oprechte religieuze ijver, geloven vol liefde in God, de almachtige Vader, en in Christus, de Zoon Gods, en de Verlosser Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Over de eenheid van de Kerk, Satis Cognitum (29 juni 1886), 129 Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Over de hereniging van Schotland met de Kerk, Caritatis Studium (25 juli 1898) Vgl. Paus Pius XII, Radiotoespraak, Kerstboodschap 1941, Nell'alba (24 dec 1941), 33; zij zijn getekend door het Doopsel, waardoor zij met Christus zijn verbonden, en zij erkennen en ontvangen in hun eigen Kerken of kerkelijke gemeenschappen ook nog andere sacramenten. Verschillenden onder hen hebben ook het episcopaat, vieren de heilige Eucharistie en koesteren een bijzonder godsvrucht jegens de Maagd en Moeder Gods Maria. Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over de promotie van de studies van de Oosterse Kerken, Rerum Orientalium (8 sept 1928). A.A.S. 20 (1928) 287 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over de H. Cyrillus, Patriarch van Alexandrië, Orientalis Ecclesiae (9 apr 1944). A.A.S. 36 (1944) 137 Daarbij komt nog de gemeenschap in het gebed en andere geestelijke goederen, zelfs een echte verbondenheid in de Heilige Geest, die met zijn heiligende kracht ook in hen werkt door gaven en genaden, en die sommigen van hen de kracht heeft geschonken, hun leven te offeren. Zo wekt de Geest in alle leerlingen van Christus het verlangen en het actieve streven naar de vreedzame eenheid van allen, op de door Christus gewilde wijze in één kudde onder één Herder. Vgl. Heilig Officie, Instructie over de intentie van de bedienaar van het Sacrament uit andere christelijke denominaties (28 dec 1949). AAS 42 (1950), p. 142

Voor de verwezenlijking hiervan blijft onze Moeder de Kerk, bidden, hopen werken; en zij spoort haar kinderen aan tot zuivering en vernieuwing om het teken van Christus duidelijker te doen stralen op het gelaat van de Kerk.

Wat tenslotte degenen betreft die het Evangelie nog niet hebben ontvangen: zij staan op verschillende wijze in betrekking tot het volk Gods. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III, q. 8, a. 3, ad 1

Op de eerste plaats dient genoemd te worden het volk, waaraan de verbonden en de beloften werden geschonken en waaruit Christus is voortgekomen naar het vlees Vgl. Rom. 9, 4-5. , het volk, dat bemind blijft krachtens de uitverkiezing, om wille van de aartsvaders: want God kent geen berouw over zijn genadegaven noch over zijn roeping Vgl. Rom. 11, 28-29. .

Maar het heilsplan strekt zich ook uit tot hen, die de Schepper erkennen, onder wie vooral de mohammedanen N.v.d.r.: de Latijnse tekst zegt "Musulmani, in 'Nostrae Aetate, 3 "Muslimi", die beweren N.v.d.r.: de Latijnse tekst zegt "...fidem Abrahae se tenere profitentes..", door Ecclesia Docens als "belijden" vertaald., het geloof van Abraham te bezitten, en die samen met ons de éne en barmhartige God aanbidden, die de mensen op de laatste dag zal oordelen.

Ook is diezelfde God niet ver van hen, die in een afschaduwing en in beelden de onbekende God zoeken, want Hij geeft aan allen leven en adem, ja alles Vgl. Hand. 17, 25-28. , en, als onze Heiland, wil Hij, dat alle mensen gered worden Vgl. 1 Tim. 2, 4. . Want wie zonder schuld het Evangelie van Christus en zijn Kerk niet kent, maar toch eerlijk God zoekt en zijn wil, zoals het geweten hem die voorhoudt, onder de invloed van de genade, in zijn leven tracht te verwezenlijken, kan het eeuwig heil verwerven. Heilig Officie, Aan de Aartsbisschop van Boston (8 aug 1949), 4-8

Ook onthoudt de goddelijke Voorzienigheid de middelen, noodzakelijk voor het heil, niet aan wie zonder schuld nog niet tot een uitdrukkelijke erkenning van God is gekomen, maar toch, niet zonder Gods genade, naar een rechtschapen levenswandel streeft. Want wat zulke mensen aan goeds en waars bezitten, wordt door de Kerk gezien als een voorbereiding op het Evangelie Vgl. H. Eusebius van Caesarea, Voorbereiding op het Evangelie, Praeparatio evangelica. 1, 1: P.G. 21, 28AB., opdat hij tenslotte het leven mag bezitten.

Maar vaak worden de mensen door de Boze bedrogen, vervallen tot ijdele bespiegelingen, en verruilen Gods waarheid voor de leugen en dienen de schepping in plaats van de Schepper Vgl. Rom. 1, 21.25 ; ofwel zij leven en sterven in deze wereld zonder God en worden bedreigd door de uiterste wanhoop. Daarom besteedt de Kerk, gedachtig het bevel van de Heer: "Verkondigt het Evangelie aan heel de schepping" (Mc. 16, 16), grote zorg aan het missiewerk, om zo Gods eer en het heil van al deze mensen te bevorderen.

Document

Naam: LUMEN GENTIUM
Over de Kerk
Soort: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Datum: 21 november 1964
Copyrights: © 1965, Ecclesia Docens nr. 0713. Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 8 januari 2022

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam