• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HOOP 7. - JONA: HOOP EN GEBED
Catechesereeks over de christelijke hoop - Aula Paulus VI

Dierbare broeders en zusters, goedendag!

In de Heilige Schrift is er bij de profeten van Israël een, wat ongewone figuur, een profeet die tracht te weerstaan aan de roeping door de Heer door te weigeren zich ten dienste te stellen van het goddelijk plan van verlossing. Het gaat om de profeet Jonas van wie het verhaal gedaan wordt in een klein boekje van amper vier hoofdstukken, een soort parabel die een grote lering bevat, namelijk die van de barmhartigheid van God die vergiffenis schenkt.

Jonas is een profeet “op uittocht” en ook een profeet op de vlucht! Het is een profeet op uittocht die God naar het randgebied zendt, naar Ninive, om de bewoners van die grote stad te bekeren! Voor een Israëliet, zoals Jonas, was Ninive een bedreiging, de vijand die Jeruzalem dreigde te verwoesten en zeker niet te redden. Daarom, wanneer God Jonas zendt om in die stad te prediken, tracht de profeet, die de goedheid van de Heer kent en zijn verlangen om vergiffenis te schenken, zich te onttrekken aan de opdracht en vlucht.

Tijdens zijn vlucht ontmoet de profeet heidenen, de bemanning van het schip waarop hij ingescheept was om zich aan God en aan zijn zending te onttrekken. Hij wil ver op de vlucht gaan want Ninive lag in de streek van Irak en hij vlucht naar Spanje, Hij is echt op de vlucht. En het is precies dankzij het gedrag van die heidense mannen, zoals later dat van de bewoners van Ninive, dat ons vandaag toelaat een beetje na te denken over de hoop, die met gevaar en dood voor ogen, wordt verwoord in gebed.

Tijdens de zeereis, ontstaat een enorme storm en Jona daalt af in het diepste van het ruim en legt zich daar te slapen. De matrozen, die zich zagen ten ondergaan, riepen “ieder van hen tot zijn eigen god”: het waren heidenen (Jona 1, 5). De kapitein van de boot wekt Jona en zegt: "'Hoe kunt u zo diep slapen? Sta op en bid tot uw god; dan denkt die god misschien aan ons en gaan wij niet te gronde!'” (Jona 1, 6).

De reactie van die “heidenen” is de enige gepaste reactie ten aanzien van de dood en van het gevaar; want dan ervaart een mens ten volle zijn eigen broosheid en zijn nood aan redding. De aangeboren afschuw voor het sterven openbaart de noodzaak om te hopen op de God van het leven. “dan denkt die god misschien aan ons en gaan wij niet te gronde!”: dat zijn woorden van hoop die gebed wordt, deze smeking vol angst ontspringt aan de lippen van een mens voor het nakende doodsgevaar.

Al te gemakkelijk verachten we het zich naar God keren in nood als ware het slechts een gebed uit eigen belang en daardoor onvolmaakt. God echter kent onze zwakheid, Hij weet dat wij aan Hem denken om hulp te vragen en met de glimlach van een vader antwoordt God vol welwillendheid.

Wanneer Jona, bewust van zijn eigen verantwoordelijkheid, zich in zee laat gooien om zijn reisgezellen te redden, gaat de storm liggen. De dreigende dood heeft die heidense mannen tot gebed gebracht, heeft er voor gezorgd dat de profeet, ondanks alles, zijn eigen roeping in dienst van de anderen beleefde door zich voor hen op te offeren en brengt de overlevenden ertoe de ware Heer te erkennen en te loven. De matrozen die in de greep van de angst tot hun goden hadden gebeden, erkennen nu, met echte vreze Gods, de ware God en brengen offers en lossen beloften in. De hoop die hen ertoe had gebracht te bidden om niet te sterven, blijkt nog sterker te zijn en bewerkt een realiteit die verder reikt dan zij hadden gehoopt: niet alleen gaan zij niet ten onder in de storm, maar ze komen tot de erkenning van de ware en enige Heer van hemel en aarde.

Later, zullen ook de inwoners van Ninive, in het vooruitzicht dat ze vernietigd dreigen te worden, bidden, gedreven door de hoop op de vergiffenis van God. Ze zullen boete doen, ze zullen de Heer aanroepen en zich tot Hem bekeren, te beginnen met de koning, die, zoals de kapitein van het schip de hoop verwoordt: “’Wie weet of God dan niet terugkomt op zijn besluit (...) zodat wij niet te gronde gaan!'” (Jona 3, 9). Ook voor hen, zoals voor de bemanning tijdens de storm, brengt de confrontatie met de dood en het eraan ontkomen zijn, hen tot de waarheid. Zo kan de dood, door de goddelijke barmhartigheid en meer nog in het licht van het paasmysterie, zoals voor de heilige Franciscus van Assisi, “onze zuster dood” worden en voor elke mens, en voor ieder van ons de verrassende gelegenheid worden te hopen en de Heer te ontmoeten. Dat de Heer ons helpt die band tussen gebed en hoop te verstaan. Het gebed brengt je tot hoop en wanneer de situatie duisternis wordt, is meer gebed nodig! Dan zal er ook meer hoop zijn. Dankjewel. 

Zie ook:

Voor andere catecheses in deze reeks, zie dossier De christelijke hoop

Document

Naam: HOOP 7. - JONA: HOOP EN GEBED
Catechesereeks over de christelijke hoop - Aula Paulus VI
Soort: Paus Franciscus - Audiëntie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 18 januari 2017
Copyrights: © 2017, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert. uit het Italiaans: Marcel De Pauw MSC; aangevulde vertaling, alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 10 juni 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam