• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"IK GELOOF IN GOD, DE ALMACHTIGE VADER"
15e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Aula Paulus VI

Dierbare broeders en zusters,

In de Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Credo- Ik geloof in God
14e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Aula Paulus VI
(23 januari 2013)
, hebben wij stil gestaan bij de eerste woorden van het Credo: “Ik geloof in God”. Maar de geloofsbelijdenis preciseert deze belijdenis: God is de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde. Ik zou dus nu met u willen nadenken over de eerste definitie van God die het Credo ons geeft en die fundamenteel is: God is Vader.

Het is vandaag niet altijd gemakkelijk over vaderschap te spreken. Vooral in de Westerse wereld maken ontwrichte gezinnen, steeds meer in beslag nemende beroepsverplichtingen, zorgen en dikwijls de moeilijkheid om het gezinsbudget in evenwicht te houden, de opdringerige aanwezigheid in het dagelijks leven van de massa media met hun verstrooiingen, deel uit van de vele factoren die een serene en constructieve band tussen ouders en kinderen kunnen verhinderen. De communicatie verloopt soms moeilijk, het vertrouwen neemt af en de band met de vaderfiguur kan problematisch worden; en het wordt evenzeer problematisch om zich zonder juiste referentiemodellen, God voor te stellen als vader. Voor wie de ervaring opgedaan hebben van een te autoritaire of onbuigzame vader, onverschillig of weinig affectief, of gewoon afwezig, is het niet gemakkelijk sereen aan God te denken als aan een vader en zich in vertrouwen aan Hem over te geven.

Doch de openbaring van de Bijbel helpt deze moeilijkheid te overstijgen door ons over een God te spreken die ons toont wat het betekent echt “vader” te zijn; en vooral het Evangelie laat ons dit gelaat van God kennen als een Vader die zodanig bemint dat Hij Zijn eigen Zoon geeft voor het heil van de mensheid. De verwijzing naar de vaderfiguur helpt dus om iets te begrijpen van Gods liefde die oneindig groter, trouwer, omvattender is dan die van eender welke man. “Is er wel iemand onder u, zegt Jezus om aan de leerlingen het gelaat van de Vader te tonen, die zijn zoon een steen zal geven als hij om brood vraagt? Of een slang wanneer hij vraagt om een vis? Als gij dus, ofschoon gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal dan uw Vader die in de hemel is,het goede geven aan wie Hem daarom vragen” (Mt. 7, 9-11). Vgl. Lc. 11, 11-13 God is onze Vader omdat Hij ons gezegend en uitgekozen heeft voor de schepping van de wereld Vgl. Ef. 1, 3-6 en Hij heeft ons in Jezus werkelijk tot zonen gemaakt. Vgl. 1 Joh. 3, 1 En als Vader, begeleidt God ons bestaan met liefde door ons Zijn Woord te geven, Zijn onderricht, Zijn genade en Zijn Geest.

Zoals Jezus het openbaart, is Hij de Vader die de vogels in de lucht voedt zonder dat zij zelf moeten zaaien en maaien, is Hij degene die de veldbloemen met heerlijke kleuren bekleedt, mooier dan de gewaden van koning Salomo Vgl. Mt. 6, 26-32 Vgl. Lc. 12, 24-28 ; en wij, voegt Jezus eraan toe, wij zijn heel wat meer waard dan bloemen en dan vogels in de lucht! En als Hij zo goed is dat Hij “de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen” (Mt. 5, 45), zullen wij ons altijd zonder vrees en met een totaal vertrouwen, aan Zijn vaderlijke vergeving kunnen toevertrouwen wanneer wij verkeerde wegen gegaan zijn. God is een goede Vader die de verloren zoon opneemt en omhelst wanneer hij berouw getoond heeft Vgl. Lc. 15, 11. e.v. , die belangeloos geeft aan wie vraagt Vgl. Mt. 18, 19 Vgl. Mc. 11, 24 Vgl. Joh. 16, 23 en die het brood uit de hemel en levend water geeft als leven voor de eeuwigheid. Vgl. Joh. 6, 32.51.58

Daarom kan de schrijver van Psalm 27, door vijanden omringd, door mensen met slechte bedoelingen en door kwaadsprekers aangevallen, maar die in zijn gebed de hulp zoekt van de Heer en Hem aanroept, vol geloof getuigen: “Al begaven mijn vader en moeder, de Heer nam mij aan als de zijne” (Ps. 27, 10). God is een Vader die Zijn kinderen nooit in de steek laat, een Vader vol liefde die ondersteunt, helpt, opvangt, vergeeft, redt, met een trouw die deze van de mensen onmetelijk overstijgt, die openstaat voor een oneindigheidsdimensie. “Tot in eeuwigheid is zijn genade”, herhaalt Psalm 136 na elk vers, als een litanie die opnieuw de hele heilsgeschiedenis doorloopt. De liefde van God onze Vader neemt nooit af, wordt ons niet moe: het is een liefde die zich ten einde toe geeft, tot en met het offer van Zijn Zoon. Het geloof geeft ons deze zekerheid die een vaste rots wordt waarop wij ons leven kunnen bouwen: wij kunnen alle moeilijke en gevaarlijke ogenblikken het hoofd bieden, het duister ervaren van crisisperiodes en tijden van verdriet, gedragen door vertrouwen in God die ons niet alleen laat en altijd nabij is om ons te redden en naar het eeuwige leven te leiden.

In de liefde van de Heer Jezus toont zich het welwillende gelaat van de Vader in de hemel ten volle. Door Jezus te kennen, kunnen wij ook de Vader kennen Vgl. Joh. 8, 19 Vgl. Joh. 14, 7 , door Hem te zien kunnen wij de Vader zien omdat Hij in de Vader is en de Vader in Hem. Vgl. Joh. 14, 9-11 Hij is “het beeld van de onzichtbare God”, zoals de hymne in de Brief aan de Kolossenzen Hem noemt, “de eerstgeborene van heel de schepping … de eerste die van de dood is opgestaan ... om door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed aan het kruis vergoten, om alles in de hemelen en op de aarde te verzoenen, door Hem alleen” (Kol. 1, 13-20).

Geloof in God de Vader vraagt in de Zoon te geloven door de werking van de Geest, door in het verlossende Kruis de definitieve onthulling van de Goddelijke liefde te erkennen. God is onze Vader door ons Zijn Zoon te geven: God is onze Vader door ons onze zonde te vergeven en door ons levensvreugde te geven door de verrijzenis; God is onze Vader door ons de Geest te geven die ons tot Zijn kinderen maakt en ons toelaat Hem “Abba, Vader” te noemen. Vgl. Rom. 8, 15 Daarom, als Hij ons leert bidden, nodigt Jezus ons uit “Onze Vader” te zeggen (Mt. 6, 9-13). Vgl. Lc. 11, 2-4

Gods vaderschap is dan de oneindige liefde, tederheid die zich buigt over ons – Zijn kinderen, die zwak zijn en alles nodig hebben. Psalm 103, de grote lofzang op de Goddelijke barmhartigheid, verkondigt: “Een vader zich over zijn kinderen ontfermend, zo ontfermt zich de Heer over wie Hem wil vrezen: Hij immers weet van ons maaksel, Hij gedenkt dat wij stof zijn” (Ps. 103, 13-14). Het is precies onze kleinheid, onze zwakke menselijke natuur, onze broosheid, die een oproep wordt tot de barmhartigheid van de Heer opdat Hij Zijn grootheid en vaderlijke tederheid zou tonen door ons te helpen, te vergeven en te redden.

En God beantwoordt onze oproep door Zijn Zoon te zenden, die voor ons sterft en verrijst; Hij komt binnen in onze broosheid en doet wat de mens alleen nooit zou kunnen: Hij neemt de zonde van de wereld op zich, Hij, het onschuldig lam, en opent voor ons opnieuw de weg die naar gemeenschap leidt met God, Hij maakt van ons echte kinderen van God. Daar, in het Paasmysterie, openbaart zich het definitieve gelaat van God, in heel zijn glans. En daar, op het glorierijke kruis, manifesteert zich Gods grootheid als “almachtige Vader” in heel haar volheid.

Maar wij zouden ons kunnen afvragen: hoe is het mogelijk aan een almachtige God te denken als we naar het kruis van Christus kijken, naar die macht van het kwaad die erin lukt de Zoon van God te doden? Wij zien zeker liever een Goddelijke almacht volgens onze eigen denkschema’s en verlangens: een “almachtige” God die de problemen oplost, die tussenkomt om voor ons de moeilijkheden uit de weg te ruimen, die vijandige krachten overwint, die de loop van de gebeurtenissen wijzigt en het lijden afschaft. Zo komt het dat sommige theologen vandaag zeggen dat God niet almachtig kan zijn, anders was er niet zoveel leed, niet zoveel kwaad in de wereld. Eigenlijk wordt het ten overstaan van kwaad en leed voor velen, voor ons, problematisch of moeilijk in God de Vader te geloven en te geloven dat Hij almachtig is; sommigen zoeken hun toevlucht in afgoden en geven toe aan de bekoring een antwoord te vinden in een veronderstelde “magische” almacht en haar illusoire beloften.
Maar een geloof in de almachtige God zet ons aan heel andere paden te bewandelen: leren dat Gods gedachte van de onze verschilt, dat Gods wegen anders zijn dan de onze Vgl. Jes. 55, 8 en ook dat Zijn almacht anders is: zij uit zich niet als een automatische en willekeurige kracht, maar is getekend door een liefdevolle en vaderlijke vrijheid. In werkelijkheid heeft God door vrije schepselen te maken en vrijheid te geven, afstand gedaan van een deel van Zijn macht, door ons de macht van onze vrijheid te laten. Het is op die manier dat Hij bemint en dat Hij onze vrijheid om Zijn oproep uit liefde te beantwoorden, respecteert. Als Vader verlangt God dat wij Zijn kinderen worden en dat wij als zodanig in Zijn Zoon zouden leven, in gemeenschap, in volledige vertrouwelijkheid met Hem. Zijn almacht uit zich niet in geweld, in de vernietiging van iedere vijandige macht, zoals wij het zouden wensen, maar in liefde, barmhartigheid, vergeving, in de aanvaarding van onze vrijheid en in een niet aflatende uitnodiging tot de bekering des harten, in een schijnbaar zwakke houding – God lijkt zwak, als wij aan Jezus Christus denken die bidt, die zich laat doden. Het is een houding die zwak lijkt, die bestaat uit geduld, zachtmoedigheid en liefde, die laat zien dat dit de echte manier is om machtig te zijn. Dat is Gods kracht! En die kracht zal overwinnen! De wijze van het Boek der Wijsheid richt zich aldus tot God: “Maar Gij ontfermt u over allen, omdat Gij alles vermoogt en Gij telt de zonden van de mensen niet, om hen tot inkeer te laten komen. Want alles wat bestaat hebt Gij lief ... Gij spaart echter alles, omdat het van U is, Gij Heer, die al wat leeft bemint” (Wijsh. 11, 23-24a.26).

Alleen wie echt machtig is, kan het kwaad verdragen en zich medelijdend tonen; alleen wie echt machtig is kan de kracht van de liefde ten volle uitoefenen. En God, aan wie alle dingen toebehoren omdat alles door Hem gemaakt is, openbaart Zijn kracht door ieder ding en elke persoon lief te hebben, geduldig wachtend op de bekering van de mensen, die Hij tot Zijn kinderen wil maken. God wacht op onze bekering. De almachtige liefde van God kent geen grenzen, “Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd” (Rom. 8, 32). De almacht van de liefde is niet de macht van de wereld, maar van de totale gave en Jezus, Gods Zoon, openbaart de wereld de ware almacht van de Vader door voor ons, zondaars, Zijn leven te geven. Dat is de ware, authentieke en volmaakte almacht van God: het kwaad beantwoorden, niet door het kwaad maar door het goede, beledigingen door vergeving, moorddadige haart door liefde die doet leven. Zo wordt het kwaad werkelijk overwonnen, omdat het gewassen wordt in Gods liefde; dan is de dood definitief vernietigd omdat zij getransformeerd wordt tot gave van leven. God de Vader wekt Zijn Zoon op: de dood, de grote vijand Vgl. 1 Kor. 15, 26 wordt verslonden en van haar gif ontdaan Vgl. 1 Kor. 15, 54-55 en wij, van de zonde bevrijd, wij hebben toegang tot onze werkelijkheid als kind van God.

Wanneer wij zeggen “ik geloof in God de almachtige Vader”, drukken wij ons geloof uit in de macht van Gods liefde die in Zijn gestorven en verrezen Zoon, overwinnaar is van de haat, van kwaad en zonde en die ons openstelt voor het eeuwige leven, dat van kinderen die voor altijd in het “huis van de Vader” verlangen te zijn. Zeggen “ik geloof in God de almachtige Vader”, in Zijn macht, in Zijn manier van vader zijn, is altijd een akte van geloof, van bekering, van transformatie van onze manier van denken, van al onze affecties, van heel onze levenswijze.
Dierbare broeders en zusters, vragen wij de Heer ons geloof te ondersteunen, ons te helpen om het geloof echt te vinden, ons de kracht te geven de gekruisigde en verrezen Christus te verkondigen en van Hem te getuigen door onze liefde voor God en de naaste. En verlene God ons dat wij de gave van ons kindschap aanvaarden, om de werkelijkheden van het Credo ten volle te beleven, in vertrouwvolle overgave aan de liefde van de Vader en aan Zijn almachtige barmhartigheid die de ware almacht is en die ons redt.

Document

Naam: "IK GELOOF IN GOD, DE ALMACHTIGE VADER"
15e catechese in de reeks n.a.v. het Jaar van het Geloof - Aula Paulus VI
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 30 januari 2013
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam