• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

GODS VADERSCHAP

Dierbare broeders en zusters,

Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Het gebed, gave van de Heilige Geest
(16 mei 2012)
heb ik laten zien dat volgens de heilige Paulus, de Heilige Geest de grote meester is van het gebed en hoe hij ons leert ons tot God te richten met de genegen woorden van een kind door Hem “Abba, Vader” te noemen. Dat is wat Jezus gedaan heeft; zelfs op het meest dramatische ogenblik van Zijn aardse leven heeft Hij nooit Zijn vertrouwen in de Vader verloren en heeft Hij Hem steeds aanroepen met de vertrouwelijkheid van de veelgeliefde Zoon. In Getsemane, toen Hij doodsangst voelde, was Zijn gebed: “Abba, Vader, voor U is alles mogelijk; laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet wat Ik maar wat Gij wilt” (Mc. 14, 36).

Sinds het begin van haar weg, heeft de Kerk deze aanroeping opgenomen en zich toegeëigend, vooral in het gebed van het Onze Vader, waarin wij dagelijks zeggen: “Onze Vader … Uw wil geschiede op aarde als in de hemel” (Mt. 6, 9-10). In de Brieven van de heilige Paulus vinden wij het twee keer terug. De apostel - we hebben hem zopas beluisterd - richt zich tot de Galaten met deze woorden: “En het bewijs dat ge zonen zijt: Hij heeft de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba, Vader!” (Gal. 4, 6). En in het midden van dit lied tot de Geest, dat het achtste hoofdstuk is in de Brief aan de Romeinen, zegt de heilige Paulus: “De geest die gij ontvangen hebt, is er niet een van slaafsheid, die u opnieuw vrees zou aanjagen. Gij hebt een geest van kindschap ontvangen, die ons doet uitroepen: Abba, Vader!” (Rom. 8, 15). Het Christendom is geen godsdienst van angst, maar van vertrouwen en liefde voor de Vader die ons bemint. Deze twee compacte uitspraken gaan over de zending en het ontvangen van de Heilige Geest, Gave van de Verrezene, die ons tot zonen maakt in Christus, de enige Zoon, en die ons in een kinderlijke relatie met God brengt, een relatie van diep vertrouwen, zoals dat van kleine kinderen; een kinderlijke relatie zoals die van Jezus, ook al heeft zij een andere oorsprong en diepgang: Jezus is de eeuwige Zoon van God die mens geworden is, maar wij, wij worden zoon in Hem, in de tijd, door het geloof en de Sacramenten van Doopsel en Vormsel; dank zij deze twee sacramenten, worden wij ondergedompeld in het Paasmysterie van Christus. De Heilige Geest is de kostbare en noodzakelijke gave die ons tot kinderen van God maakt, die deze adoptie verwezenlijkt waartoe alle mensen geroepen zijn omdat, zoals de Goddelijke zegen in de Brief aan de Efeziërs zegt, God “ons (heeft) uitverkoren voor de grondlegging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus” (Ef. 1, 4-5).

De mens van vandaag merkt misschien de schoonheid, grootheid en diepe vertroosting niet die bevat liggen in het woord “vader” waarmee we ons in het gebed tot God kunnen richten, omdat de vaderfiguur vandaag dikwijls onvoldoende aanwezig is en in het dagelijks leven ook dikwijls te weinig positief. De afwezigheid van de vader, het probleem van de vader die in het leven van een kind niet aanwezig is, is een groot probleem van onze tijd en het wordt daarom moeilijk diep te begrijpen wat het betekent dat God voor ons een Vader is. Het is van Jezus, van Zijn kinderlijke band met God, dat wij kunnen leren wat het woord “vader” werkelijk betekent, wat de ware natuur is van de Vader in de Hemelen. De godsdienstkritiek was van mening dat spreken over de “Vader”, over God, een projectie van onze eigen vader zou zijn op de hemel. Doch het tegendeel is waar: in het Evangelie toont Christus ons wie vader is en hoe een echte vader is, opdat wij zouden aanvoelen wat echt vaderschap is, en echt vaderschap zouden leren. Denken we aan Jezus’ woorden in de bergrede toen Hij zei: “Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel” (Mt. 5, 44-45). Het is juist de liefde van Jezus, de enige Zoon – die gaat tot Zijn zelfgave op het kruis – die ons de ware aard van de Vader laat zien: Hij is Liefde en ook wij nemen door ons gebed als zoon en dochter, deel aan dit liefdecircuit, de liefde van God die onze verlangens zuivert en ons gedrag dat getekend is door ons geplooid zijn op onszelf, onze zelfvoldaanheid, ons typisch egoïsme van de oude mens.
Ik zou even willen stilstaan bij Gods vaderschap, opdat wij ons hart zouden kunnen laten verwarmen door deze diepe werkelijkheid die Jezus ons helemaal laat kennen en opdat ons gebed zich er aan zou voeden. Wij zouden dus kunnen zeggen dat het feit Vader te zijn, in God twee dimensies heeft. Voor alles, is God onze Vader omdat Hij onze Schepper is. Ieder van ons, iedere man en iedere vrouw is een wonder van God, is door Hem gewild, wordt door Hem persoonlijk gekend. Wanneer in het boek Genesis gezegd wordt dat de mens geschapen is naar Gods beeld Vgl. Gen. 1, 27 , is het juist deze werkelijkheid die men wil uitdrukken: God is onze Vader, voor Hem zijn we geen anonieme, onpersoonlijke wezens, maar hebben wij een naam. Er is een woord in de Psalmen dat me steeds treft wanneer ik het bid: “Mij maakten, mij vormden uw handen” (Ps. 119, 73). Ieder van ons kan in dit mooie beeld zijn persoonlijke relatie met God uitspreken: mij maakten, mij vormden uw handen; Gij hebt mij bedacht en geschapen en gewild. Doch dat is nog niet genoeg. De Geest van Christus opent ons voor een tweede dimensie van Gods vaderschap, die de schepping overstijgt, omdat Jezus de “Zoon” is in de volle zin van het woord, “één in wezen met de Vader”, zoals wij in het Credo belijden. Door mens te worden zoals wij, door Zijn menswording, dood en verrijzenis, heeft Jezus ons op Zijn beurt in Zijn mensheid en Zoon-zijn opgenomen opdat ook wij zouden kunnen intreden in Zijn eigen toebehoren aan God. Zeker, ons kind-van-God-zijn heeft niet de volheid van Jezus: wij moeten het steeds meer worden, gedurende heel ons christenleven, door te groeien in de navolging van Christus, in de gemeenschap met Hem om de liefdesrelatie met God de Vader die ons leven draagt, steeds vertrouwelijker aan te gaan. Het is deze fundamentele werkelijkheid die voor ons ontsluierd wordt wanneer wij ons voor de Heilige Geest openstellen en die ons tot God doet keren, Hem zeggende: “Abba, Vader!”. Meer dan door de schepping, zijn wij met Jezus ingetreden in het kindschap, geadopteerd; wij zijn werkelijk in God verenigde kinderen van een nieuwe wereld, van een nieuwe dimensie.
Maar ik wil nu terugkomen op de twee passages van de heilige Paulus, die wij overwegen en op deze werking van de Heilige Geest in ons gebed; ook hier hebben deze twee passages overeenstemming, zij het elk met een andere nuance. In de Brief aan de Galaten zegt de apostel namelijk dat de Geest in ons“Abba, Vader!” roept; in de Brief aan de Romeinen, zegt hij dat wij het zijn die “Abba, Vader!” roepen. En de heilige Paulus wil ons laten begrijpen dat het christelijk gebed nooit éénrichtingsverkeer is van ons naar God, nooit alleen “onze daad” is maar de uitdrukking van een wederzijdse relatie waarin God als eerste optreedt: het is de Heilige Geest die in ons roept en wij kunnen roepen omdat de impuls uitgaat van de Heilige Geest. Wij zouden niet kunnen bidden indien het verlangen naar God, ons kind Gods zijn, niet in het diepste van ons hart geschreven staat. Sinds Hij bestaat is de “homo sapiens” altijd op zoek naar God, probeert hij met God te spreken, omdat God in ons hart geschreven staat. Daarom komt het eerste initiatief van God en door het doopsel handelt God opnieuw in ons, handelt de Heilige Geest in ons: Hij is de eerste die het gebed begint opdat wij vervolgens werkelijk met God zouden kunnen spreken en “Abba” tot Hem zeggen. Zijn aanwezigheid opent dus ons gebed en ons leven, opent de horizonten van de Drie-eenheid en de Kerk.
Wij begrijpen ook en dat is het tweede punt, dat het gebed van Christus’ Geest in ons en ons gebed in Hem, niet slechts een individuele daad is, maar van de hele Kerk. Door het gebed opent ons hart zich, treden wij in gemeenschap niet alleen met God, maar werkelijk met alle kinderen van God, omdat wij één zijn. Wanneer wij ons in onze binnenkamer tot de Vader richten, in stilte en ingekeerdheid, zijn wij nooit alleen. Wie tot God spreekt, is niet alleen. Wij zijn in het grote gebed van de Kerk, wij maken deel uit van een grote symfonie die de christengemeenschap, die over heel de aarde en alle tijden verspreid is, tot God verheft; zeker de muzikanten en instrumenten verschillen – en dat is een element van rijkdom – maar de melodie van de lofzang is uniek en harmonieus. Telkens wij schrijven en uitroepen “Abba, Vader!”, is het de Kerk, de hele mensengemeenschap in gebed die onze aanroeping draagt, onze aanroeping is die van de Kerk. Dat weerspiegelt zich ook in de rijkdom van de charisma’s, ambten, opdrachten, die wij in de gemeenschap opnemen. De heilige Paulus schrijft aan de Korintiërs: “Er zijn verschillende gaven, maar slechts één Geest. Er zijn vele vormen van dienstverlening, maar slechts één Heer. Er zijn allerlei soorten werk, maar er is slechts één God, die alles in allen tot stand brengt” (1 Kor. 12, 4-6). Het gebed, geleid door de Heilige Geest die ons met Christus en in Christus“Abba, Vader!” doet zeggen, voegt ons in de unieke en grote mozaïek van Gods familie waar ieder een plaats heeft en een belangrijke rol, in diepe eenheid met het geheel.
Een laatste bemerking: wij leren ook “Abba, Vader!” roepen met Maria, de Moeder van Gods Zoon. De vervulling van de volheid der tijden, waarover de heilige Paulus in de Brief aan de Galaten spreekt (Gal. 4, 4), realiseert zich op het ogenblik van het “ja” van Maria, van Haar volledige gehechtheid aan Gods wil: “zie de dienstmaagd des Heren” (Lc. 1, 38).
Dierbare broeders en zusters, leren wij in ons gebed de schoonheid te smaken van vrienden of eerder kinderen van God te zijn, van Hem te kunnen aanroepen met de vertrouwelijkheid en het vertrouwen van een klein kind tegenover zijn ouders die het beminnen. Stellen wij ons gebed open voor de werking van de Heilige Geest opdat Hij in ons zou uitroepen: “Abba, Vader!” en opdat ons gebed ons denken en handelen voortdurend zou transformeren, bekeren zodat ze steeds meer in overeenstemming zouden zijn met die van de Enige Zoon, Jezus Christus.

Document

Naam: GODS VADERSCHAP
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 23 mei 2012
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam