• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Wat wordt er door het zevende gebod geregeld: ‘Steel niet’ (Ex 20:15)?

Het zevende gebod verbiedt niet alleen dat we een ander iets afnemen, het vraagt bovendien van ons het rechtvaardige beheer en de rechtvaardige verdeling van goederen op aarde, het regelt de kwestie van het privé-eigendom en de verdeling van inkomsten uit menselijke arbeid. De oneerlijke verdeling van grondstoffen wordt in dit gebod eveneens aangeklaagd. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2401

Het zevende gebod verbiedt in eerste instantie uitsluitend om zich vreemd eigendom toe te eigenen. Het neemt echter ook het menselijke verlangen op om de wereld sociaal en rechtvaardig in te richten en voor een goede ontwikkeling ervan te zorgen. Het zevende gebod stelt dat wij in het geloof verplicht zijn tot bescherming van de schepping en om in te staan voor het behoud van haar grondstoffen.

Waarom bestaat er geen absoluut recht op privé-eigendom?

Er bestaat geen absoluut, maar wel een relatief recht op eigendom, omdat God de aarde en haar goederen voor alle mensen geschapen heeft. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2402-2406.2452

Voordat delen van de geschapen werkelijkheid het ‘bezit’ van individuele mensen kunnen worden omdat ze legaal zijn verworven, geërfd of geschonken, moeten die bezitters eerst beseffen dat er geen eigendom bestaat zonder sociale verplichting. Tegelijkertijd is de kerk het niet eens met diegenen die uit de sociale verplichting van het eigendom afleiden dat er geen privébezit zou mogen zijn en dat alles algemeen eigendom of het eigendom van staat zou moeten zijn. De bezitter van een privé-eigendom die een goed voor zijn Schepper beheert, onderhoudt en de opbrengsten zo deelt dat ieder het zijne toekomt, handelt zeker in overeenstemming met de goddelijke scheppingsopdracht.

Wat is diefstal en wat valt er onder het zevende gebod?

Diefstal is de wederrechtelijke toe-eigening van goederen van een ander. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2408-2410

Het zich onterecht toe-eigenen van goederen van anderen is ook een overtreding van het zevende gebod, wanneer de daad niet in de wetten van de overheid strafbaar is gesteld. Wat voor God onrecht is, dat is onrecht. Het zevende gebod geldt echter niet alleen voor stelen, maar ook voor het onterecht achterhouden van een verdiende beloning, het niet teruggeven van gevonden voorwerpen en bedrog in het algemeen. Het zevende gebod klaagt ook de volgende punten aan: werknemers onder mensonwaardige omstandigheden laten werken, overeenkomsten die je bent aangegaan niet nakomen, verworven opbrengsten zonder rekening te houden met sociale verplichtingen verbrassen, prijzen kunstmatig hoog of laag maken, de arbeidsplaatsen van toevertrouwde werknemers in gevaar brengen, steekpenningen geven of aanvaarden van corruptie, afhankelijke medewerkers verleiden tot illegale handelingen, slecht werk leveren of onangepaste honoraria verlangen, algemeen eigendom verspillen en verwaarlozen, geld vervalsen, rekeningen en balansen vervalsen of belasting ontduiken.

Welke regels gelden er voor intellectueel eigendom?

Ook de ontvreemding van intellectueel eigendom is diefstal. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2408-2409

Niet alleen plagiaat is diefstal. Diefstal van intellectueel eigendom begint al bij het afkijken op school, maar ook bij het illegaal downloaden van het internet, omvat het maken van illegale kopieën of het maken van illegale kopieën op verschillende media en strekt zich uit tot en met het zakendoen met gestolen concepten en ideeën. Voor elke overname van een intellectueel eigendom van een andere is toestemming vereist en een passende vergoeding of deelname van de geestelijke vader aan de toegevoegde waarde.

Wat wordt er verstaan onder herstellende rechtvaardigheid?

De herstellende rechtvaardigheid regelt de uitwisseling tussen personen met exacte inachtneming van hun rechten. Dit zorgt ervoor dat eigendomsrechten gewaarborgd worden, schulden worden terugbetaald, vrijwillig aangegane verplichtingen worden nagekomen, dat veroorzaakte schade op gepaste wijze wordt vergoed en dat gestolen goederen worden teruggegeven. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2411-2412

Mag je belastingtrucs toepassen?

Handigheid in de omgang met complexe belastingsystemen is in moreel opzicht niet af te keuren. Immoreel zijn echter wel belastingontduiking en belastingfraude, dat wil zeggen het vervalsen, verzwijgen en verbergen van feiten teneinde een correcte belastingaanslag onmogelijk te maken. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2409

Door de betaling van belasting draagt de burger er naar vermogen aan bij dat de overheid haar taken kan vervullen. Daarom is belastingontduiking geen pekelzonde. Belastingen moeten rechtvaardig en proportioneel zijn en ze moeten volgens legale weg worden geheven.

Mag een christen op de beurs of op het internet speculeren?

Een christen kan op de beurs of op het internet speculeren, zolang hij daarbij binnen het kader van normaal, verstandig economisch handelen blijft en met zijn eigen of speciaal daarvoor aan hem toevertrouwd geld speculeert en geen andere morele geboden overtreedt.

Beursspeculatie wordt onzedelijk wanneer daarbij ongeoorloofde middelen (zoals handelen met voorkennis) gebruikt worden, en wanneer de zaken de basisvoorwaarden van het eigen bestaan of dat van anderen in gevaar brengen in plaats van ze juist te sterken, wanneer speculatie net als bij kansspelen op een verslaving begint te lijken.

Hoe moeten we omgaan met algemeen eigendom?
Mag een christen deelnemen aan weddenschappen en kansspelen?

Weddenschappen en kansspelen zijn immoreel en gevaarlijk wanneer de speler zijn levensonderhoud op het spel zet. Nog erger is het wanneer hij de bestaansvoorwaarden van andere mensen in gevaar brengt, al helemaal wanneer het mensen betreft die hem zijn toevertrouwd. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2413

Het is in moreel opzicht uiterst dubieus om grote bedragen in te zetten bij kansspelen, terwijl anderen zelfs het hoogstnoodzakelijke om te overleven ontbreekt. Weddenschappen en kansspelen kunnen bovendien verslavend werken.

Mag je mensen ‘kopen’ en ‘verkopen’?

Geen mens, en ook geen deel van een mens, mag tot handelswaar worden gemaakt en ook mag de mens zichzelf niet tot handelswaar maken. De mens is van God en heeft van Hem zijn vrijheid en waardigheid gekregen. Mensen kopen en verkopen zoals dat tegenwoordig niet alleen in de prostitutie schering en inslag is, is een uiterst verwerpelijke handeling. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2414

In de orgaanhandel, de embryohandel voor de biotechnologie, de kinderhandel voor adoptiedoeleinden, bij de rekrutering van kindsoldaten, in de prostitutie – overal steekt het eeuwenoude onrecht van de mensenhandel en de slavernij opnieuw de kop op. Mensen worden van hun vrijheid, hun waardigheid, hun zelfbestemmingsrecht, ja zelfs van hun leven beroofd. Ze worden gereduceerd tot object waarmee de bezitter zaken kan doen. De praktijken in het betaalde voetbal en andere sporten moeten worden onderscheiden van de mensenhandel in de strikte zin. Ook hier is sprake van ‘kopen’ en ‘verkopen’, maar hier gaat het toch om procedures waarbij de instemming van de spelers een voorwaarde is.

Hoe moeten wij met de schepping omgaan?

Wij vervullen de scheppingsopdracht van God wanneer we de aarde met haar levenswetten, haar vele verschillende soorten, haar natuurlijke schoonheid en haar steeds weer aangroeiende rijkdommen als levensruimte verzorgen en duurzaam behouden, zodat ook toekomstige generaties goed op aarde kunnen leven. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2415

In het boek Genesis staat: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen’ (Gen. 1, 28). Met ‘heersen over de aarde’ wordt niet een absoluut recht bedoeld om willekeurig te beschikken over levende en levenloze natuur, dieren en planten. Naar het evenbeeld van God geschapen zijn betekent dat de mens als herder en hoeder voor Gods schepping zorgt. Er staat namelijk ook: ‘God, de Heer, bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken’ (Gen. 2, 15).

Hoe moeten wij met dieren omgaan?

Dieren zijn onze medeschepsels die we moeten liefhebben en waarover we ons mogen verheugen, zoals God zich verheugt over ons bestaan. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2416-2418.2456-2457

Ook dieren zijn schepsels van God die gevoel hebben. Het is een zonde ze te kwellen, te laten lijden en zinloos te doden. Toch mag een mens zijn dierenliefde nooit belangrijker vinden dan zijn mensenliefde.

Waarom heeft de Kerk een eigen, katholieke sociale leer?

Omdat alle mensen als kinderen van God een unieke waardigheid bezitten, zet de Kerk zich er met haar Sociale leer voor in dat deze menselijke waardigheid ook voor alle mensen wordt verwerkelijkt. Ze wil zich daarbij echter niet bevoogdend opstellen ten opzichte van de politiek of de economie. Overal waar in de politiek of de economie echter de menselijke waardigheid wordt gekwetst, moet de Kerk zich wel inmengen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2419-2420.2422-2423

‘De vreugde en de hoop, het leed en de angst van de hedendaagse mens, vooral van de armen en van alle lijdenden, zijn ook de vreugde en de hoop, het leed en de angst van Christus’ leerlingen’ 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 1. In haar sociale leer maakt de Kerk die uitspraak concreet. Ze vraagt: Hoe kunnen wij de verantwoordelijkheid nemen voor het welzijn en de rechtvaardige behandeling van allen, ook van hen die geen Christenen zijn? Hoe moet een rechtvaardige vormgeving van het menselijke samenleven, van politieke, economische en sociale instellingen eruitzien? In haar inzet voor de gerechtigheid laat de Kerk zich leiden door een liefde die zich richt naar de liefde van Christus voor de mens.

Hoe ontstond de sociale leer van de kerk?

De kerk formuleerde haar katholieke sociale leer als antwoord op het arbeidersvraagstuk in de 19de eeuw. De industrialisatie had weliswaar tot een vergroting van de welvaart geleid, maar daarvan profiteerden vooral de fabriekseigenaren, terwijl veel mensen als vrijwel rechteloze arbeiders een armzalig bestaan leidden. Het communisme trok uit deze ervaring de conclusie dat er een onverzoenlijke tegenstelling bestond tussen arbeid en kapitaal, die door een klassenstrijd beslecht moest worden. De kerk zette zich daarentegen in voor een rechtvaardige verdeling tussen de arbeiders en de fabriekseigenaren. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2421

De kerk zette zich ervoor in dat niet langer slechts enkelen, maar allen konden profiteren van de welvaart die mogelijk was geworden door de industrialisering en de concurrentie. Ze ondersteunde daarom de vorming van vakbonden en gebruikte haar invloed om te zorgen dat de arbeiders door middel van wetten en verzekeringen beschermd werden tegen uitbuiting en dat zij en hun families een verzekerd inkomen hadden in geval van ziekte en andere noodgevallen.

Zijn armoede en onderontwikkeling een onafwendbaar lot?

God heeft ons een rijke aarde toevertrouwd die aan alle mensen voldoende ruimte en voedsel zou moeten kunnen bieden. Toch zijn er grote gebieden, landen en delen van de aarde waar veel mensen nauwelijks het hoogstnoodzakelijke hebben om te kunnen overleven. Deze tweedeling van de wereld heeft complexe historische oorzaken, maar is niet onomkeerbaar. De rijke landen hebben de morele plicht om door ontwikkelingshulp en het tot stand brengen van rechtvaardige economische en handelscondities de onderontwikkelde staten uit de armoede te helpen.

Op onze wereld wonen 1,4 miljard mensen die met minder dan 1 euro per dag moeten rondkomen. Ze hebben gebrek aan voedsel en vaak ook aan schoon drinkwater, ze hebben meestal geen toegang tot scholing en medische zorg. Naar schatting sterven er dagelijks meer dan 25.000 mensen aan ondervoeding. Velen van hen zijn kinderen.

Welke betekenis hebben de armen voor christenen?

De liefde voor de armen moet voor altijd het kenmerk van de christenen zijn. De armen hebben niet slechts recht op willekeurige aalmoezen, ze kunnen aanspraak maken op gerechtigheid. Voor christenen is er een bijzondere plicht om hun goederen te delen. Voorbeeld in de liefde voor de armen is Christus. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2443-2446

‘Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen’ (Mt. 5, 3) – dat is de eerste zin van Jezus’ Bergrede. Er bestaat materiële, psychische, geestelijke en spirituele armoede. Christenen moeten zich met grote aandacht, liefde en vasthoudendheid met de armen van deze aarde engageren. Ze worden namelijk op geen enkel punt zo duidelijk door Christus beoordeeld als op de manier waarop ze met de armen omgaan: ‘Alles wat jullie gedaan hebben voor één van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan’ (Mt. 25, 40).

Wat zijn ‘de lichamelijke werken van barmhartigheid’?

De hongerigen spijzen, de dorstigen laven, de naakten kleden, de vreemdelingen herbergen, de zieken bezoeken en de gevangenen bevrijden, de doden begraven. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2447

Wat zijn ‘de geestelijke werken van barmhartigheid’?

Geestelijke werken van barmhartigheid zijn: onderricht geven, goede raad verstrekken, troost brengen en moed inspreken, evenals vergiffenis schenken en onrecht geduldig verdragen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2447

Document

Naam: YOUCAT
Jongerencatechismus van de Katholieke Kerk - met een woord vooraf door Paus Benedictus XVI
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 29 november 2010
Copyrights: © 2011-2013, 3e Druk - Uitgeverij Lannoo nv (voor de Nederlandse vertaling)
Bewerkt: 6 oktober 2021

Opties

Internetadres
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam