• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Wat betekent: ‘Ik ben de Heer, uw God’ (Ex. 20, 2)?

Omdat de Almachtige zich aan ons getoond heeft als God en Heer, mogen wij niets boven Hem stellen, niets belangrijker vinden en geen andere zaak of persoon voorrang geven op Hem. God erkennen, Hem dienen, Hem aanbidden – dat heeft absolute prioriteit in het leven. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2083-2094.2133-2134

God verwacht dat wij Hem ons hele geloof schenken. Wij moeten onze hele hoop en alle krachten van de liefde op Hem richten. Het gebod van de liefde voor God is het belangrijkste van alle geboden en de sleutel tot alle andere. Daarom is dit het eerste van de Tien Geboden.

Waarom aanbidden wij God?

Wij aanbidden God omdat Hij bestaat en omdat eerbied en aanbidding het gepaste antwoord zijn op zijn verschijning en zijn tegenwoordigheid. ‘Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem’ (Mt. 4, 10). Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2095-2105.2135-2136

De aanbidding van God dient echter ook de mens, want ze bevrijdt hem van de dienst aan de machten van die wereld. Waar God niet langer aanbeden wordt, waar Hij niet langer Heer over leven en dood mag zijn, werpen anderen zich hiervoor op en zetten ze de menselijke waardigheid op het spel.

Kun je mensen dwingen in God te geloven?

Nee. Niemand mag anderen, ook de eigen kinderen niet, tot een geloof dwingen, zoals ook geen mens tot ongeloof mag worden gedwongen. De mens kan alleen in volledige vrijheid voor het geloof kiezen. Christenen zijn echter geroepen om in woord en daad andere mensen te helpen de weg naar het geloof te vinden. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2104-2109.2137

Paus Johannes Paulus II zei: ‘Als de verkondiging en het getuigenis van Christus met eerbied voor de gewetens geschieden, schenden zij de vrijheid niet. Het geloof vraagt om de vrije instemming van de mens, maar moet aangeboden worden.’ H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 8

Wat betekent ‘Vereer naast mij geen andere goden’?

Dit gebod verbiedt ons:

  • andere goden en afgoden te vereren, een aardse afgod te aanbidden of zich geheel over te geven aan een aards goed (geld, invloed, succes, schoonheid, jeugd, enz.);
  • bijgelovig te zijn, dus in plaats van in de macht, de sturing en zegen van God te geloven, esoterische, magische of occulte praktijken aan te hangen of zich met waarzeggerij of spiritisme bezig te houden;
  • God in woorden of daden uit te dagen;
  • heiligschennis te begaan;
  • geestelijke macht te verwerven door corruptie en het heilige door handel te ontwijden (simonie).

Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2110-2128.2138-2140

Is esoterie verenigbaar met het christelijke geloof?

Nee. Esoterie gaat voorbij aan de werkelijkheid van God. God is een persoonlijk wezen. Hij is de liefde en de oorspong van het leven, niet een koude kosmische energie. De mens is door God gewild en geschapen, is echter zelf niet goddelijk, maar een door de zonde gekwetst, door de dood bedreigd schepsel dat behoefte heeft aan verlossing. Terwijl esoterici er meestal van uitgaan dat de mens zichzelf kan verlossen, geloven christenen dat alleen Jezus Christus en de genade Gods hen verlost. Ook de natuur en de kosmos zijn niet God (pantheïsme). Veeleer is Hij de Schepper, in alle liefde voor ons oneindig veel groter en anders dan alles wat Hij geschapen heeft. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2110-2128

Veel mensen beoefenen om gezondheidsredenen yoga, nemen deel aan meditatiecursussen (meditatie) om stil en gefocust te worden, of ze organiseren dansworkshops om een nieuwe lichaamservaring op te doen. Die technieken zijn niet altijd ongevaarlijk. Soms zijn ze het vehikel voor een leer die vreemd is aan het Christendom: de esoterie. Geen verstandig mens hoeft dit wereldbeeld te delen, waarin het wemelt van de geesten, kobolden en (esoterische) engelen, waarin in tovenarij wordt geloofd en waarin ‘ingewijden’ over geheime kennis beschikken die aan het ‘domme volk’ onthouden wordt. Al in het oude Israël werd het geloof in goden en geesten van de omringende volkeren ontmaskerd. God alleen is de Heer, er is geen andere God dan Hij. Er is ook geen (tover)techniek waarmee je ‘het goddelijke’ aan banden kunt leggen, je eigen wensen aan het universum kunt opleggen of jezelf kunt verlossen. Veel aspecten van de esoterie zijn vanuit een christelijk perspectief bijgeloof of occultisme.

Is atheïsme altijd een zonde tegen het eerste gebod?

Atheïsme is geen zonde wanneer een mens niet weet van God of de godsvraag in zijn geweten heeft gewogen en niet kan geloven. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2127-2128

De grens tussen niet kunnen geloven en niet willen geloven is niet zo duidelijk. De houding waarbij het geloof domweg als onbelangrijk wordt afgedaan zonder nader onderzoek, is vaak erger dan een weloverwogen atheïsme.

Waarom verbiedt het Oude Testament godsbeelden en waarom houden wij christenen ons daar vandaag de dag niet meer aan?

Om het geheim van God te beschermen en zich te onderscheiden van heidense afgodenbeelden, stelde het eerste gebod: ‘Maak geen godenbeelden’ (Ex. 20, 4). Aangezien God zelf echter in Jezus Christus een menselijk gelaat heeft aangenomen, werd het beeldverbod in het Christendom opgeheven. In de Oosterse Kerken zijn iconen zelfs heilig. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2129-2132.2141

Wat vaders van het volk Israël reeds wisten, dat God alles overstijgt (transcendentie) en veel groter is dan alles in de wereld, leeft nog altijd voort in het jodendom en in de islam, waarin nog altijd geen afbeelding van God mag worden gemaakt. In het christendom is het beeldverbod vanwege Christus vanaf de 4de eeuw minder streng geworden en werd het tijdens het 2e Concilie van Nicea
Sessio VII - Definitio de sacris imaginibus
7e Zitting - De definitie aangaande heilige afbeeldingen
(13 oktober 787)
(787) afgeschaft. Door zijn menswording is God niet langer de absoluut onvoorstelbare. Sinds Jezus mogen we ons een beeld van zijn wezen vormen: ‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’ (Joh. 14, 9).

Document

Naam: YOUCAT
Jongerencatechismus van de Katholieke Kerk - met een woord vooraf door Paus Benedictus XVI
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 29 november 2010
Copyrights: © 2011-2013, 3e Druk - Uitgeverij Lannoo nv (voor de Nederlandse vertaling)
Bewerkt: 6 oktober 2021

Opties

Internetadres
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam