• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Kan een christen een pure individualist zijn?

Nee, een christen kan nooit een pure individualist zijn, want de mens is van nature op gemeenschap ingesteld. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1877-1880.1890-1891

Ieder mens heeft een moeder en een vader; hij krijgt hulp van anderen en is verplicht anderen te helpen en zijn talenten te ontplooien tot nut van allen. Omdat de mens ‘evenbeeld’ van God is, weerspiegelt hij in zekere zin God, die in diepste wezen niet eenzaam, maar drievuldig is (en daarmee leven, liefde, dialoog en uitwisseling). Uiteindelijk is het de liefde, het centrale gebod voor alle christenen, waardoor wij ten diepste bij elkaar horen en fundamenteel op elkaar aangewezen zijn: ‘Heb uw naaste lief als uzelf’ (Mt. 22, 39).

Wat is belangrijker: de samenleving of het individu?

Voor God is ieder individueel mens belangrijk, eerst als persoon en pas dan als gemeenschapswezen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1881.1892

De samenleving kan nooit belangrijker zijn dan de individuele mens. Mensen mogen nooit middel voor een maatschappelijk doel zijn. Niettemin zijn sociale instellingen als staat en gezin nodig voor het individu; ze beantwoorden zelfs aan zijn natuur.

Hoe kan de individuele mens zo in de samenleving geïntegreerd zijn dat hij zich toch vrij kan ontplooien?

Het individu kan zich alleen vrij in de samenleving ontplooien als het ‘subsidiariteitsbeginsel’ in acht wordt genomen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1883-1885.1894

Het door de katholieke sociale leer ontwikkelde subsidiariteitsbeginsel houdt in: wat de enkeling zelf en op eigen kracht kan doen, mag hem niet door een hogere instantie worden afgenomen. Een hogere sociale instelling mag niet de taken van een lagere overnemen en haar bevoegdheden ontzeggen, maar moet subsidiair (dus ondersteunend) ingrijpen als een taak voor het individu of lagere instelling te zwaar is.

Op welke principes is een samenleving gebouwd?

Iedere samenleving is gebaseerd op een waardeordening gebaseerd op gerechtigheid en liefde. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1886-1889.1895-1896

Een samenleving heeft geen duurzaam bestaan zonder het fundament van duidelijke waarden, die rechtvaardige verhoudingen en een actieve bevordering van die rechtvaardigheid weerspiegelen. Zo mag de mens nooit het middel worden om het doel van maatschappelijk handelen te bereiken. Iedere samenleving heeft voortdurende bekering uit onrechtvaardige structuren nodig. Uiteindelijk lukt dat alleen door de liefde, het grootste sociale gebod. Zij heeft oog voor de anderen. Zij bevordert rechtvaardigheid. Zij maakt bekering uit onrechtvaardige verhoudingen mogelijk.

Waarop is gezag in de samenleving gebaseerd?

Elke samenleving is erop aangewezen dat haar ordening, haar samenhang en haar ontwikkeling worden gestimuleerd en bestuurd door een legitiem gezag. Het is in overeenstemming met de menselijke natuur dat de mens zich laat leiden door legitiem gezag. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1897-1902.1918-1919.1922

Uiteraard moet het gezag in de samenleving niet aan zichzelf ontleend zijn, maar moet het rechtmatig zijn. Wie regeert en welke grondwettelijke staatsvorm passend is, hangt af van de wil van de burgers. De Kerk legt zich niet vast op een bepaalde staatsvorm, maar zegt alleen dat ze niet in tegenspraak mag zijn met het algemeen welzijn.

Wanneer handelt een gezag rechtmatig?

Een gezag handelt rechtmatig als het in dienst van het algemeen welzijn werkt en hierbij de rechtmatige middelen gebruikt. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1903-1904.1921

De mensen in een staat moeten erop kunnen vertrouwen dat ze in een ‘rechtsstaat’ leven, waarin voor iedereen bindende regels gelden. Niemand hoeft zich te houden aan wetten die willekeurig en onrechtvaardig zijn of die in tegenspraak zijn met de natuurlijke morele orde. Dan bestaat er een recht, in bepaalde situaties zelfs plicht tot verzet.

Wat is nodig om het algemeen welzijn te stimuleren?

Het algemeen welzijn ontstaat daar waar fundamentele mensenrechten worden gerespecteerd en waar mensen zich geestelijk en religieus vrij kunnen ontplooien. Algemeen welzijn betekent dat de mensen in vrijheid, vrede en sociale veiligheid kunnen leven. In de tijd van de globalisering moet het algemeen welzijn een wereldwijde omvang hebben en gaat het om de rechten en plichten van de hele menselijke gemeenschap. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1907-1912.1925.1927

Het algemeen welzijn is het beste gediend waar het welzijn van de individuele mens en de kleinere cellen van de samenleving (bijvoorbeeld het gezin) in het middelpunt staan. Het individu en de kleinere sociale eenheid moeten worden beschermd en bevorderd door de sterkere kracht van de staatsinstellingen.

Wat kan de enkeling bijdragen aan het algemeen welzijn?

Werken voor het algemeen welzijn betekent verantwoordelijkheid nemen voor anderen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1913-1917.1926

Het algemeen welzijn moet ieders zaak zijn. Dit gebeurt in eerste instantie doordat mensen zich in hun concrete leefomgeving – familie, buurt, beroep – inzetten en verantwoordelijkheid nemen. Ook sociale en politieke verantwoordelijkheid is belangrijk. Maar wie verantwoordelijkheid neemt, oefent ook macht uit en loopt ook altijd het risico de macht te misbruiken. Daarom wordt ieder die verantwoordelijkheid draagt, opgeroepen tot een voortdurend proces van bekering, zodat hij de zorg voor anderen in gerechtigheid en liefde kan uitoefenen.

Waardoor ontstaat in een samenleving sociale rechtvaardigheid?

Sociale rechtvaardigheid ontstaat daar waar je de onvervreemdbare waarde van ieder mens respecteert en de daaruit volgende rechten zonder beperking handhaaft en uitvoert. Daarbij hoort ook het recht op actieve deelname aan het politieke, economische en culturele leven in de samenleving. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1928-1933.1943-1944

De basis van alle rechtvaardigheid is de achting voor de onvervreemdbare waarde van de mens, ‘waarvan de verdediging en de bevordering ons door de Schepper zijn toevertrouwd en waartoe de mannen en vrouwen in ieder tijdsgewricht van de geschiedenis op strikte en verantwoordelijke wijze verplichtH. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De ontwikkeling van de mens en de samenleving
Twintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI, Sollicitudo Rei Socialis (30 dec 1987), 47
. Uit de menselijke waarde volgen menselijke rechten, die geen staat kan afschaffen of veranderen. Staten en autoriteiten die zulke rechten met de voeten treden, zijn onrechtmatige regimes en verliezen hun gezag. Voltooiing vindt een samenleving echter niet in wetten, maar in de naastenliefde, die ‘alle naasten zonder uitzondering beschouwt als een ander ik2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 27. 1.

In hoeverre zijn voor God alle mensen gelijk?

Voor God zijn alle mensen gelijk omdat ze allemaal dezelfde Schepper hebben, allemaal zijn begiftigd met eenzelfde redelijke ziel en allen dezelfde Verlosser hebben. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1934-1935.1945

Omdat voor God alle mensen gelijk zijn, bezit ieder mens dezelfde waarde en heeft aanspraak op dezelfde rechten als mens. Daarom is iedere sociale, racistische, seksistische, culturele of religieuze minachting voor de mens een onaanvaardbaar onrecht.

Waarom bestaat er toch ongelijkheid onder de mensen?

Alle mensen hebben dezelfde waarde, maar niet allen hebben dezelfde levensvoorwaarden. Waar ongelijkheid door mensen gemaakt is, is dat in tegenspraak met het evangelie. Waar mensen van God verschillende gaven en talenten hebben gekregen, zijn wij, volgens Gods plan, op elkaar aangewezen: de één moet in liefde aanvullen wat de ander ontbreekt. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1936-1938.1946-1947

Er bestaat een ongelijkheid onder de mensen die niet van God komt, maar het gevolg is van maatschappelijke verhoudingen, vooral door de wereldwijde onrechtvaardige verdeling van grondstoffen, bezit en kapitaal. God verplicht ons alles af te schaffen wat in duidelijke tegenspraak met het Evangelie is en de waarde van de mens veronachtzaamt. Maar er is ook een ongelijkheid onder mensen die wel overeenstemt met Gods wil: ongelijkheid in gaven, uitgangsposities en mogelijkheden. Daarin zit een aanwijzing voor ons dat mens-zijn betekent elkaar in liefde helpen, te delen en leven mogelijk te maken.

Waaruit blijkt de solidariteit van christenen met andere mensen?

Christenen zetten zich in voor maatschappelijke structuren. Daar hoort bij dat alle mensen toegang hebben tot de materiële en geestelijke goederen van deze aarde. Christenen zien er ook op toe dat de waarde van de menselijke arbeid in acht wordt genomen, waarbij een rechtvaardig loon hoort. Ook het geloof doorgeven is een daad van solidariteit met alle mensen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1939-1942.1948

Solidariteit is het praktische kenmerk van christenen. Solidair zijn is namelijk meer dan alleen maar een redelijk gebod. Jezus Christus, onze Heer, heeft zich volledig geïdentificeerd met de armen en onaanzienlijken (Mt. 25, 40). Aan hen solidariteit weigeren betekent Christus afwijzen.

Bestaat er een natuurlijke, voor allen herkenbare morele wet?

Om het goede te doen en het kwade te mijden, moet het onderscheid tussen wat goed en kwaad is, in het binnenste van de mens geschreven zijn. Er bestaat inderdaad zo’n ‘natuurwet’, die ieder mens met zijn verstand fundamenteel kan onderkennen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1949-1960.1975.1978-1979

De natuurlijke morele wet geldt voor alle mensen. Hij zegt de mens welke fundamentele rechten en plichten hij heeft en vormt zo de eigenlijke basis voor het samenleven in het gezin, de samenleving en de staat. Omdat het natuurlijke inzicht vaak door de zonde en menselijke zwakheid wordt vertroebeld, kan de mens niet zonder de hulp van God en zijn Openbaring om op de goede weg te blijven.

Welk verband bestaat er tussen de ‘natuurlijke morele wet’ en de wet van het Oude Verbond?

De wet van het Oude Verbond brengt waarheden tot uiting die op natuurlijke wijze toegankelijk zijn voor de rede, maar nu als wet van God worden geopenbaard en bekrachtigd. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1961-1963.1981

Welke betekenis heeft de ‘wet’ van het Oude Verbond?

In de ‘wet’ (de Thora) en het hart daarvan, de Tien Geboden (de decaloog), toont de wil van God zich aan het volk Israël; het gehoorzamen aan de Thora is voor Israël de centrale weg naar het heil. Christenen weten dat je door de wet weet wat je moet doen. Maar ze weten ook dat het niet de ‘wet’ is die verlost. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1963-1964.1981-1982

Ieder mens heeft de ervaring dat je iets goeds als het ware ‘voorgeschreven’ vindt. Maar we hebben geen kracht om het te volbrengen, het is te zwaar, we voelen ons er ‘niet toe in staat’ Vgl. Rom. 8, 3 Vgl. Rom. 7, 14-25 . We zien de ‘wet’ en voelen ons overgeleverd aan de zonde. Zo wordt juist door de ‘wet’ duidelijk hoe dringend wij zijn aangewezen op de innerlijke kracht om de wet te vervullen. Daarom is de ‘wet’, hoe goed en belangrijk hij ook is, alleen maar een voorbereiding op het geloof in de reddende God.

Hoe gaat Jezus om met de ‘wet’ van het Oude Verbond?

‘Denk niet’, zegt Jezus in de Bergrede, ‘dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen’ (Mt. 5, 17). Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1965-1972.1977.1983-1985

Jezus leefde als gelovige Jood helemaal volgens de ethische opvattingen en regels van zijn tijd. Maar in een aantal kwesties week Hij af van een letterlijke, puur formele interpretatie van de wet.

Hoe worden wij verlost?

Geen mens kan zichzelf verlossen. Christenen geloven dat ze door God verlost zijn, die daartoe zijn Zoon Jezus Christus naar de wereld heeft gestuurd. Verlossing betekent voor ons dat we door de Heilige Geest bevrijd zijn van de macht van de zonde en uit de doodszone zijn teruggekeerd naar een leven zonder einde, een leven voor het aangezicht van God. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1987-1995.2017-2020

Paulus stelt vast: ‘Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God’ (Rom. 3, 23). De zonde kan voor God, die door en door gerechtigheid en goedheid is, niet bestaan. Als de zonde alleen maar goed is voor het niets, hoe is het dan met de zondaar? In zijn liefde heeft God een weg gevonden om de zonde te vernietigen, maar de zondaar te redden. Hij maakt hem weer ‘recht’ – of rechtvaardig. Daarom heet verlossing van oudsher ook rechtvaardiging. Rechtvaardig worden wij niet uit eigen kracht. Een mens kan zichzelf niet de zonde vergeven, noch zichzelf ontrukken aan de dood. Daartoe moet God aan ons handelen, en wel uit barmhartigheid, niet omdat wij het zouden kunnen verdienen. God schenkt in de doop ‘vrijspraak aan allen die in Jezus Christus geloven’ (Rom. 3, 22). Door de Heilige Geest, die in onze harten is uitgestort, worden wij opgenomen in het sterven en de verrijzenis van Christus – wij sterven voor de zonde en worden geboren voor een nieuw leven in God. Door Gods toedoen worden we gegrepen door geloof, hoop en liefde en zijn we in staat om te leven in het licht en volgens Gods wil.

Wat is genade?

Onder genade verstaan wij de vrije, liefdevolle toewending van God naar ons, zijn helpende goedheid, de levenskracht die van Hem komt. Door kruis en verrijzenis wendt God zich helemaal tot ons en deelt zich aan ons mee in de genade. Genade is alles wat God ons geeft, zonder dat wij het ook maar in het minst verdienen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1996-1998.2005.2021

‘Genade’, zegt Paus Benedictus XVI, is ‘aangekeken worden door God en aangeraakt worden door zijn liefde.’ Paus Benedictus XVI, Toespraak, Bij het begin van de diocesane viering van de Wereld Jongeren Dag 2010, Gesprek met de jeugd van Rome (25 mrt 2010), 5-6 Genade is geen ding, maar het meedelen van zichzelf van God aan de mensen. God geeft nooit minder dan zichzelf. In de genade zijn wij in God.

Wat doet de genade van God met ons?

De genade van God neemt ons op in het innerlijke leven van de drievuldige God, in de uitwisseling van liefde tussen Vader, Zoon en Heilige Geest. Ze stelt ons in staat te leven in de liefde van God en vanuit deze liefde te handelen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1999-2000.2003-2004.2023-2024

De genade is van boven over ons uitgestort en niet te verklaren vanuit oorzaken van deze wereld (bovennatuurlijke genade). Ze maakt ons – vooral door de doop – tot kinderen van God en erfgenamen van de hemel (heiligmakende of vergoddelijkende genade). Ze schenkt ons een blijvende innerlijke neiging tot het goede (habituele genade). De genade helpt ons alles te onderscheiden, te willen en te doen wat ons leidt naar het goede, naar God en de hemel (actuele genade of genade van bijstand). Genade voltrekt zich op bijzondere wijze in de Sacramenten, die naar de wil van onze Verlosser de ontmoetingsplaatsen met God zijn (sacramentele genade). Genade manifesteert zich ook in bijzondere genadegaven die aan individuele christenen gegeven zijn (charismata) of in bijzondere krachten die beloofd zijn aan de staat van het huwelijk, het religieus leven en de geestelijke stand (genade van staat).

Hoe verhoudt de genade van God zich tot onze vrijheid?

Gods genade komt de mens in vrijheid tegemoet en zoekt hem en vordert hem op in zijn volledige vrijheid. Genade dwingt niet. De liefde van God wil onze vrije instemming. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2001-2002.2022

Je kunt ook nee zeggen tegen het aanbod van genade. Maar de genade is ons mensen niet vreemd of iets van buiten; ze beantwoordt aan de diepste verlangens van de menselijke vrijheid. God werkt in ons met zijn genade en bereidt ons daardoor voor op ons vrije antwoord.

Kun je door goede werken de hemel verdienen?

Nee. Geen mens kan de hemel op eigen kracht verdienen. Dat wij verlost zijn, is pure genade van God, waarvoor wel de vrije medewerking van de mens vereist is. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2006-2011.2025-2027

Zozeer het de genade en het geloof zijn waardoor wij gered worden, zozeer moet toch uit onze goede werken de liefde blijken die Gods handelen in ons opwekt.

Moeten wij allemaal ‘heiligen’ worden?

Ja. De bedoeling van ons leven is dat wij ons geheel in liefde met God verenigen, en geheel beantwoorden aan zijn wensen. Wij moeten God toestaan ‘zijn leven in ons te leven’ (Moeder Teresa). Dat betekent ‘heilig’ zijn. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2012-2016.2028-2029

Ieder mens vraagt zich af: wie ben ik, waarom ben ik hier en hoe kom ik tot mezelf? Het geloof antwoordt: pas in de heiligheid wordt de mens dat waartoe God hem heeft geschapen. Pas in de heiligheid vindt de mens werkelijke harmonie met zichzelf en met zijn Schepper. Heiligheid is echter geen zelfgemaakte perfectie, maar vereniging met de mensgeworden liefde, die Christus is. Wie zo nieuw leven vindt, vindt zichzelf en wordt heilig.

Document

Naam: YOUCAT
Jongerencatechismus van de Katholieke Kerk - met een woord vooraf door Paus Benedictus XVI
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 29 november 2010
Copyrights: © 2011-2013, 3e Druk - Uitgeverij Lannoo nv (voor de Nederlandse vertaling)
Bewerkt: 6 oktober 2021

Opties

Internetadres
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam