• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE GEDACHTE AAN EEN GEïNTEGREERDE OPLEIDING MOET HERNOMEN WORDEN
Ontmoeting met leden van de academische gemeenschap in de Vladislavzaal van de Praagse Burcht

Meneer de president,
Zeer geëerde rectoren en professoren,
Beste studenten en vrienden!

Onze ontmoeting deze avond biedt mij een welkome gelegenheid uitdrukking te geven aan mijn waardering voor de onvervangbare rol van universiteiten en instellingen van hoger onderwijs in de samenleving. Ik dank de student die mij zo vriendelijk in uw aller naam begroet heeft, de leden van het universiteitskoor voor hun mooie uitvoering en de geachte rector van de Karelsuniversiteit, professor Václav Hampl, voor zijn diepzinnige uiteenzetting.

De dienst van academische instellingen, die de culturele en geestelijke waarden van de samenleving bevorderen en doen toenemen, verrijkt het intellectuele erfgoed van een land en verstevigt de fundamenten van de toekomstige ontwikkeling. De grote veranderingen die de Tsjechische samenleving twintig jaar geleden heeft doorgemaakt werden niet op de laatste plaats in werking gezet door hervormingsbewegingen die hun oorsprong hadden aan de universiteit en in studentenkringen. Dit streven naar vrijheid heeft ook verder het werk geleid van geleerden, wier diakonia van de waarheid onontbeerlijk is voor het welbevinden van iedere natie.

Ik spreek tot u als iemand die zelf hoogleraar is geweest en zich als zodanig heeft ingezet voor het recht op academische vrijheid en de verantwoordelijkheid voor een authentiek gebruik van de rede – en die nu Paus is en in zijn ambt als herder erkend wordt als een stem in de ethische reflectie van de mensheid. Ook al beweren sommigen dat de vragen die worden opgeroepen door godsdienst, geloof en ethiek geen plaats hebben in het kader van de gemeenschappelijke rede, dan nog is dat standpunt geenszins vanzelfsprekend. De vrijheid die ten grondslag ligt aan het gebruik van de rede – of dat nu aan een universiteit of in de Kerk is – heeft een doel: zij is gericht op het streven naar waarheid en belichaamt als zodanig een principe van het christendom, dat in feite de universiteit heeft doen ontstaan. De dorst naar kennis van de mens spoort inderdaad iedere generatie aan het concept van de rede te verbreden en te drinken uit de bronnen van het geloof. Het was juist het rijke erfgoed van de klassieke wijsheid dat, geassimileerd en in dienst van het evangelie gesteld, door de eerste christelijke missionarissen naar deze streken is gebracht. Daardoor werd het fundament gelegd voor een geestelijke en culturele eenheid, die tot op de dag van vandaag voortbestaat. Dezelfde geest heeft mijn voorganger paus Clemens VI ertoe bewogen in het jaar 1347 de beroemde Karelsuniversiteit te stichten, die tot op heden een belangrijke bijdrage levert aan wijdere academische, religieuze en culturele kringen in Europa.

De autonomie van een universiteit – zoals van ieder opleidingsinstituut – heeft zin als zij rekenschap aflegt aan het gezag van de waarheid. Deze autonomie kan echter op velerlei wijzen gedwarsboomd worden. De grote, vormende, voor het transcendente openstaande traditie, waarop de universiteiten in geheel Europa gebaseerd zijn, is in dit land, en ook in andere landen, systematisch ondergraven door de reductieve ideologie van het materialisme, de godsdienstvervolging en de onderdrukking van de menselijke geest. In het jaar 1989 was de wereld echter op dramatische wijze getuige van de ineenstorting van een mislukte totalitaire ideologie en de overwinning van de menselijke geest. Het vurige verlangen naar vrijheid en waarheid is een onvervreemdbaar deel van onze gemeenschappelijke menselijkheid. Het kan nooit uitgedoofd worden; en als het geloochend wordt, dan komt, zoals de geschiedenis heeft aangetoond, de menselijkheid zelf in gevaar. Op dit verlangen proberen het religieuze geloof, de verschillende kunsten, de filosofie, de theologie en andere wetenschappen – ieder met zijn eigen methode – te antwoorden, zowel op het niveau van de systematische reflectie, als ook op het niveau van het juiste handelen.

Zeer geëerde rectoren en professoren, naast uw onderzoek is er nog een wezenlijk aspect van de missie van de universiteit waaraan u meewerkt, namelijk de verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van het verstand en het hart van de jonge mensen van heden. Deze belangrijke plicht is natuurlijk niet nieuw. Sinds de tijd van Plato is opvoeding niet alleen het opeenstapelen van kennis en vaardigheden, maar paideia, menselijke vorming in de schatten van de intellectuele traditie, gericht op een deugdzaam leven. Toen de grote universiteiten, die in de middeleeuwen in geheel Europa ontstaan zijn, met vertrouwen streefden naar het ideaal van een synthese van de totale kennis, deden ze dat steeds in dienst van een authentieke humanitas, de volmaaktheid van het individu in de eenheid van een welgeordende samenleving. Datzelfde geldt ook nu: zodra in jonge mensen het begrip voor de volheid en de eenheid van de waarheid is gewekt, verheugen zij zich over de ontdekking dat de vraag naar datgene wat ze kunnen weten, het grote avontuur opent van wat ze moeten zijn en wat ze moeten doen.

Het idee van een integrale vorming, die gebaseerd is op de eenheid van kennis gegrondvest op de waarheid, moet herwonnen worden. Het dient als tegenwicht voor de in de huidige samenleving zo duidelijke tendens tot fragmentatie van kennis. De massale toename van informatie en technologie brengt de bekoring met zich mee de rede los te maken van het zoeken naar waarheid. Doch afgescheiden van de fundamentele menselijke gerichtheid op de waarheid, begint de rede richting te verliezen: zij verkommert, ofwel onder het mom van bescheidenheid, tevreden met slechts het onvolledige en het voorlopige, ofwel onder het mom van zekerheid, als zij meent dat er gecapituleerd moet worden voor de eisen van hen die bijna alles zonder onderscheid als gelijkwaardig beschouwen. Het daaruit voortvloeiende relativisme vormt een dicht struikgewas, waarachter nieuwe bedreigingen voor de autonomie van de academische instellingen op de loer kunnen liggen. De tijd van ingrijpen van de kant van het politieke totalitarisme mag dan voorbij zijn, maar is het echter niet nog steeds het geval dat over de gehele wereld het gebruik van de rede en het academisch onderzoek dikwijls op subtiele en ook minder subtiele wijze gedwongen worden zich te buigen voor de druk van ideologische belangengroepen en de verlokking van kortstondige utilitaristische en pragmatische doelen? Wat zal er gebeuren als onze cultuur zich alleen baseert op modieuze argumenten met weinig betrekking op een authentieke, historische, intellectuele traditie, of op de standpunten die op de meest luidruchtige wijze worden aangeprezen en waarvoor het meeste geld beschikbaar is? Wat zal er gebeuren als onze cultuur, in haar angstige bezorgdheid om een radicaal secularisme te bewaren, zich afsnijdt van haar levenschenkende wortels? Onze samenlevingen zullen dan niet redelijker, toleranter of flexibeler worden, maar brozer en minder inclusief, en het zal ze steeds zwaarder vallen om te beseffen wat waar, edel en goed is.

Dierbare vrienden, ik wil u aanmoedigen in alles wat u doet het idealisme en de edelmoedigheid van de jonge mensen van vandaag niet alleen tegemoet te treden met studieprogramma’s die hen helpen uit te blinken maar ook met de ervaring van gemeenschappelijke idealen en wederzijdse steun bij de grote opdracht die leren vormt. De vaardigheden die nodig zijn om tot een analyse te komen en om een hypothese op te stellen bieden, in combinatie met de zorgvuldige kunst van de onderscheiding, een effectief tegengif tegen de houding van in zichzelf gekeerd zijn, van terugtrekking en zelfs van vervreemding, die we soms aantreffen in onze welvarende samenlevingen en waardoor jonge mensen in het bijzonder worden getroffen. In deze context van een buitengewoon humanistische kijk op de missie van de universiteit, wil ik graag kort stilstaan bij het herstellen van de breuk tussen wetenschap en godsdienst: een herstel dat mijn voorganger paus Johannes Paulus II bijzonder na aan het hart lag. Hij heeft, zoals u weet, een beter begrip bevorderd van de verhouding tussen geloof en rede, als de beide vleugels waardoor de menselijke geest zich verheft om de waarheid te beschouwen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de verhouding van Geloof en Rede, Fides et Ratio (14 sept 1998), 0-6 Ze ondersteunen elkaar en hebben ieder hun eigen werkterrein Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de verhouding van Geloof en Rede, Fides et Ratio (14 sept 1998), 17, en toch willen sommigen ze van elkaar scheiden. De vertegenwoordigers van deze positivistische uitsluiting van het goddelijke uit de universaliteit van de rede loochenen daarmee niet alleen de diepste overtuigingen van gelovige mensen, maar ze verijdelen ook juist de dialoog van de culturen, die ze zelf voorstellen. Een begrip van de rede dat doof is voor het goddelijke en dat de godsdiensten verwijst naar het rijk van de subculturen, is niet in staat deel te nemen aan de dialoog van de culturen, waar onze wereld zo dringend behoefte aan heeft. Uiteindelijk “(vereist) de trouw aan de mens (...) de trouw aan de waarheid, die de enige garantie is voor de vrijheid” Paus Benedictus XVI, Encycliek, Liefde in Waarheid - Over de integrale ontwikkeling van de mens in liefde en waarheid, Caritas in Veritate (29 juni 2009), 9. Dit vertrouwen in het menselijk vermogen de waarheid te zoeken, de waarheid te vinden en volgens de waarheid te leven, heeft geleid tot de stichting van de grote Europese universiteiten. Dat moeten wij zeker vandaag de dag beklemtonen, opdat wij de intellectuele krachten de moed geven die nodig is voor de ontwikkeling van een toekomst van authentieke menselijke bloei, een toekomst die de mens werkelijk waardig is.

Met deze gedachten, dierbare vrienden, breng ik u mijn, door gebed ondersteunde, goede wensen over voor uw veeleisende werk. Ik bid dat dit altijd geïnspireerd en geleid mag worden door een menselijke wijsheid die werkelijk de waarheid zoekt die vrijmaakt Vgl. Joh. 8, 32 . Over u en uw gezinnen roep ik vreugde, vrede en Gods zegen af.

Document

Naam: DE GEDACHTE AAN EEN GEïNTEGREERDE OPLEIDING MOET HERNOMEN WORDEN
Ontmoeting met leden van de academische gemeenschap in de Vladislavzaal van de Praagse Burcht
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 27 september 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana / SRKK
SRKK, Vert.: Dr. N. Stienstra; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 14 september 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam