• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In de geschiedenis van de kerk wordt ieder jubileum door de goddelijke Voorzienigheid voorbereid. Dat geldt ook voor het grote Jubileumjaar 2000. In deze overtuiging kijken wij heden dankbaar en met een gevoel van verantwoordelijkheid naar alles wat zich in de geschiedenis van de mensheid heeft afgespeeld sinds Christus' geboorte, en vooral naar de gebeurtenissen tussen de jaren 1000 en 2000. Maar op bijzondere wijze kijken wij met de ogen van het geloof naar onze eeuw en speuren naar hetgeen niet alleen een getuigenis is van de geschiedenis van de mens, maar ook van Gods ingrijpen in wat de mensen meemaken.

Wat dit betreft kan men zeggen dat het Tweede Vaticaans Concilie een providentiële gebeurtenis was waarmee de Kerk de meer onmiddellijke voorbereiding begon op het Jubileum van het jaar 2000. Immers: hoewel het een Concilie was als de daaraan voorafgaande was het toch heel anders. Het was een Concilie dat geconcentreerd was op het geheim van Christus en zijn Kerk, en dat tegelijk open stond naar de wereld. Deze openheid was de evangelische reactie op de moderne ontwikkelingen in de wereld, met de geweldige beroeringen die de twintigste eeuw kenmerkten, een eeuw die de beproevingen moest doormaken van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, van de ervaringen van de concentratiekampen en een eeuw die weerzinwekkende bloedbaden moest aanschouwen. Al die gebeurtenissen tonen overduidelijk aan dat de wereld meer dan ooit behoefte heeft aan loutering, aan bekering. Vaak wordt gezegd dat Vaticanum II een nieuw tijdperk in het leven van de kerk heeft ingeluid. Dat is juist, maar tegelijk kan er moeilijk aan worden voorbij gegaan dat de Concilievergadering in ruime mate gebruik heeft gemaakt van de ervaringen en het denken uit de eraan voorafgaande tijd, met name van het gedachtengoed van Pius XII. In de geschiedenis van de Kerk zijn het 'oude' en het 'nieuwe' steeds innig met elkaar verweven. Het 'nieuwe' komt voort uit het 'oude', het 'oude' vindt in het 'nieuwe' een volkomener vorm. Hetzelfde is het geval met het Tweede Vaticaans Concilie en met hetgeen de pausen hebben gedaan die bij de Concilievergadering betrokken waren. Als eerste was dat Johannes XXIII, vervolgens Paulus VI en Johannes Paulus I, en tenslotte de huidige paus. Het werk dat zij tijdens en na het Concilie verricht hebben ' in het leerambt evenzeer als in de pastorale activiteit van ieder van hen ' heeft een duidelijke bijdrage betekend aan de voorbereiding op een nieuwe lente in het christelijk leven die door het grote Jubileumjaar zichtbaar zal moeten worden, indien de christenen zich willen laten leiden door het werken van de heilige Geest.

Het Concilie heeft weliswaar niet de gestrenge toon gebruikt waarmee Johannes de Doper aan de oever van de Jordaan opriep tot boete en bekering Vgl. Lc. 3, 1-17 , maar het heeft in zich iets van de oude profeet laten blijken door met nieuwe kracht de moderne mens te wijzen op Christus, "het Lam Gods dat wegneemt de zonde der wereld" (Joh. 1, 29), de Verlosser van de mens, de Heer van de geschiedenis. Juist vanuit het verlangen volledig trouw te zijn aan haar Meester heeft de kerk tijdens het Concilie de vraag naar haar eigen wezen gesteld, en opnieuw de diepte ontdekt van haar geheim als lichaam en bruid van Christus. Aandachtig luisterend naar het Woord van God, heeft zij opnieuw bevestigd dat allen tot heiligheid geroepen zijn; ze heeft de hervorming van de liturgie, 'bron en hoogtepunt van haar leven', ter hand genomen; zij gaf de aanzet tot vernieuwing van talrijke aspecten van haar leven zowel op universeel niveau als in de plaatselijke kerken; zij heeft zich ingezet voor het bevorderen van de verschillende soorten van christelijke roeping, de roeping van de leek en die van de religieus, van het ambt van diaken en dat van priester en bisschop; op bijzondere wijze heeft zij weer de bisschoppelijke collegialiteit ontdekt, die bij uitstek de pastorale dienst tot uitdrukking brengt die de bisschoppen in verbondenheid met Petrus' opvolger verrichten. In het kader van deze diep ingrijpende vernieuwing heeft het Concilie zich gewend tot de Christenen van de andere confessies, naar de leden van de andere godsdiensten, naar alle mensen van onze tijd. In geen ander Concilie heeft men met even grote duidelijkheid gesproken over de eenheid van de christenen, over het gesprek met de niet-christelijke godsdiensten, over de heel eigen betekenis van het Oude Verbond en van Israël, over de waardigheid van het persoonlijk geweten, over het beginsel van religieuze vrijheid, over de verschillende culturele tradities waarbinnen de kerk haar missionaire opdracht vervult, over de sociale communicatiemiddelen.

De grote inhoudelijke rijkdom en de tot dan toe onbekende toonzetting waarin de vraagstukken door het Concilie naar voren werden gebracht, zijn als het ware de aankondiging van nieuwe tijden. De Concilievaders hebben de taal gesproken van het evangelie, van de Bergrede en van de Zaligsprekingen. In de boodschap van het Concilie wordt God getoond in zijn absolute heerschappij over alle dingen, maar ook als Degene die de waarborg is voor de waarachtige autonomie van de aardse werkelijkheid. De beste vorm van voorbereiding op het nieuwe millennium zal dus moeten zijn dat met nieuw elan de leer van Vaticanum II zo getrouw mogelijk wordt toegepast op ieders persoonlijk leven en op het leven van de gehele kerk. Met het Concilie is in de ruimste zin van het woord de onmiddellijke voorbereiding begonnen op het grote Jubileumjaar 2000. Als we naar een analogie in de liturgie zoeken, zou men kunnen zeggen dat de jaarlijks terugkerende Adventsliturgie de tijd is die de geest van Concilie het meest benadert. De Advent immers bereidt ons voor op de komst van Hem die was en die is en die komt (Openb. 4, 8).

Tot de voorbereiding op het komende jaar 2000 behoort de reeks Synoden die na Vaticanum II is begonnen: Algemene Synoden en Synoden op continentaal, regionaal, nationaal en diocesaan vlak. Het centrale thema daarvan is de evangelisatie, en zelfs de nieuwe evangelisatie, waarvan de grondslagen zijn gelegd in de door Paulus VI geschreven apostolische exhortatie H. Paus Paulus VI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Evangelii Nuntiandi
Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld
(8 december 1975)
die in 1975 na de derde Algemene Vergadering van de Bisschoppensynode werd gepubliceerd. Die Synoden maken zelf deel uit van de nieuwe evangelisatie: ze vloeien voort uit de visie van het Tweede Vaticaans Concilie op de Kerk. Ze ruimen een grote plaats in voor de deelname van de leken, waarvan zij de heel eigen verantwoordelijkheid in de kerk vaststellen. Zij zijn een uiting van de kracht die Christus aan heel het Godsvolk heeft geschonken, waarbij Hij het liet delen in zijn zending als Messias, profeet, priester en koning. In het tweede hoofdstuk van de Dogmatische Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
staan daarover zeer duidelijke uitspraken. De voorbereiding op het Jubileumjaar 2000 geschiedt zo op het vlak van de gehele Kerk en van de plaatselijke kerk, en de Kerk wordt bezield door een nieuw besef van de heilbrengende zending die zij van Christus heeft ontvangen. Dit besef komt bijzonder duidelijk tot uiting in de postsynodale exhortaties die gewijd zijn aan de H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Christifideles laici
Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk
(30 december 1988)
, de vorming van de H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Pastores Dabo Vobis
Ik zal u herders geven - N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen
(25 maart 1992)
, de H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Catechesi Tradendae
Catechese geven in onze tijd
(16 oktober 1979)
, H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Familiaris Consortio
Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd
(22 november 1981)
, de H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Reconciliatio et paenitentia
Over de verzoening en boete in de zending van de Kerk in deze tijd
(2 december 1984)
in het leven van Kerk en mensheid, en in de exhortatie die binnenkort aan het H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Vita Consecrata
Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld
(25 maart 1996)
zal worden gewijd.

Met betrekking tot het grote Jubileumjaar 2000 heeft het ambt van de bisschop van Rome bijzondere taken en verantwoordelijkheden. Alle pausen uit de nu ten einde lopende eeuw hebben in zekere zin dit Jubileum voorbereid. Pius X heeft met zijn programma dat erop gericht was alle dingen in Christus te vernieuwen, de tragische ontwikkelingen trachten tegen te gaan die voortkwamen uit de internationale situatie van het begin van deze eeuw. De kerk was zich bewust van haar plicht, vastberaden te moeten handelen om de fundamentele waarden van vrede en gerechtigheid te bevorderen en die te verdedigen tegen de daartegenin gaande tendensen die zich in de wereld van die tijd steeds sterker deden gelden. Zo ook hebben de pausen uit de aan het Concilie voorafgaande tijd vastberaden hun krachten gewijd aan de bijzondere problemen waarvoor ze gesteld werden.

  • Benedictus XV werd geconfronteerd met het drama van de Eerste Wereldoorlog;
  • Pius XI moest de strijd aanbinden met de dreiging van totalitaire systemen of van systemen die de menselijke vrijheid niet respecteerden, in Duitsland, Rusland, Italië, Spanje, en daarvoor nog in Mexico.
  • Pius XII kwam in het geweer tegen het grote onrecht van totale minachting voor de menselijke waardigheid ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Hij gaf zeer duidelijke richtlijnen om te komen tot een nieuwe wereldorde na de val van de voorafgaande politieke systemen.

Daarnaast hebben de pausen in deze eeuw, in navolging van Leo XIII, zich regelmatig en systematisch bezig gehouden met onderwerpen uit de katholieke sociale leer, en hebben zij uiteengezet wat de kenmerken zijn van een rechtvaardig systeem op het gebied van de verhoudingen tussen arbeid en kapitaal. Men hoeft slechts te denken aan de encycliek Paus Pius XI - Encycliek
Quadragesimo Anno
Over de aanpassing van de sociale orde
(15 mei 1931)
van Pius XI, aan de talrijke toespraken van Pius XII, aan de encyclieken H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Mater et Magistra
Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen
(15 mei 1961)
en H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Pacem in Terris
Vrede op aarde
(11 april 1963)
van Johannes XXIII, aan H. Paus Paulus VI - Encycliek
Populorum Progressio
Over de ontwikkeling van de volken
(26 maart 1967)
en de Apostolische brief H. Paus Paulus VI - Apostolische Brief
Octogesima Adveniens
Aan Maurice Kardinaal Roy, bij gelegenheid van de 80ste verjaardag van Rerum Novarum
(14 mei 1971)
van Paulus VI. Zelf ben ik heel vaak op dit onderwerp teruggekomen: ik heb de encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Laborem Exercens
Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum
(14 september 1981)
in het bijzonder gewijd aan het belang van de menselijke arbeid, terwijl ik met H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Centesimus Annus
Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum
(1 mei 1991)
, honderd jaar na verschijning, opnieuw de betekenis heb willen bekrachtigen van de leer van Paus Leo XIII - Encycliek
Rerum Novarum
Over kapitaal en arbeid
(15 mei 1891)
. Daaraan voorafgaand had ik, tegen de achtergrond van de tegenstelling tussen het West- en Oostblok en van het gevaar van een kernoorlog, in de encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Sollicitudo Rei Socialis
De ontwikkeling van de mens en de samenlevingTwintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI
(30 december 1987)
opnieuw en systematisch heel de sociale leer van de kerk uiteengezet. In deze tekst zijn de twee elementen van de kerkelijke sociale leer - de bescherming van menselijke waardigheid en rechten in het kader van een juiste verhouding tussen kapitaal en arbeid, en de bevordering van de vrede - terug te vinden en worden zij nauw met elkaar in verband gebracht. Ook de pauselijke Nieuwjaarsboodschappen, waarmee in 1968 onder het pontificaat van Paulus VI begonnen werd, zijn bedoeld om de vrede te dienen.

Reeds bij de publicatie van het allereerste document van mijn pontificaat heb ik expliciet over het grote Jubileumjaar gesproken, en gevraagd de daaraan voorafgaande tijd te beleven als een 'nieuwe advent'. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 1 Vervolgens is dit onderwerp heel vaak opnieuw aan de orde gesteld, en is er uitvoerig over gesproken in de encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Dominum et vivificantem
Over de Heilige Geest in het leven van de Kerk en de wereld
(18 mei 1986)
. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de Heilige Geest in het leven van de Kerk en de wereld, Dominum et vivificantem (18 mei 1986), 49. vv In feite is de voorbereiding op het jaar 2000 als het ware een hermeneutische sleutel geworden voor mijn pontificaat. Natuurlijk is er geen sprake van dat we ons zouden lenen voor een nieuw millennarisme zoals dat op het einde van het eerste millennium hier en daar gebeurde. Integendeel: we willen tot een bijzondere gevoeligheid opwekken voor alles wat de Geest tot de kerken (Openb. 2, 7, vv.), evenzeer als tot de mensen afzonderlijk zegt door de charisma's die ten dienste staan van de gehele gemeenschap. Bedoeld wordt te benadrukken wat de Geest aan de verschillende soorten van gemeenschap ingeeft, vanaf de kleinste gemeenschap, zoals het gezin, tot de grootste toe, zoals volkeren en internationale organisaties, met inbegrip ook van de verschillende soorten van cultuur, beschaving en gezonde tradities. Hoewel de schijn tegen is, blijft de mensheid uitzien naar de openbaring van de kinderen van God, en leeft zij uit die verwachting, zoals een moeder in barensweeën, om het zo sterke beeld te gebruiken van Paulus in zijn Romeinenbrief Vgl. Rom. 8, 19-22 .

De reizen van de Paus zijn een belangrijk onderdeel geworden van het streven om het Tweede Vaticaans Concilie toe te passen. Johannes XXIII is ermee begonnen, toen hij op de vooravond van het Concilie een veelzeggende pelgrimstocht maakte naar Loreto en Assisi (1962). Onder Paulus VI is hun aantal sterk toegenomen: na eerst het Heilig Land te hebben bezocht (1964), maakte hij negen andere grote apostolische reizen, die hem in directe aanraking brachten met de bevolking van de verschillende werelddelen.

Onder het huidige pontificaat is dat programma aanzienlijk uitgebreid, te beginnen met Mexico bij gelegenheid van de derde Algemene Vergadering van de Latijnsamerikaans Bisschoppen te Puebla in 1979. Daarop volgde in hetzelfde jaar de reis naar Polen tijdens de viering van negenhonderdste gedenkdag van de dood van de heilige Stanislaus, bisschop en martelaar.

Het is bekend naar welke plaatsen deze reizen verder hebben gevoerd. De pauselijke reizen hebben een systematisch karakter gekregen, en hebben het mogelijk gemaakt in contact te treden met de particuliere kerken in alle werelddelen, waarbij zorgvuldig aandacht werd besteed aan het ontwikkelen van oecumenische betrekkingen met de Christenen van de verschillende confessies. Wat dit laatste betreft waren van bijzonder belang de reizen naar Turkije (1979), Duitsland (1980), Engeland, Schotland en Wales (1982), Zwitserland (1984), de Scandinavische landen (1989), en kort geleden naar de Baltische staten (1993). Op het ogenblik verlang ik er vurig naar Sarajevo in Bosnië-Herzegovina te bezoeken, alsmede het Nabije Oosten: Libanon, Jeruzalem en het Heilig Land. Het zou van grote betekenis zijn als het in het jaar 2000 mogelijk zou zijn alle plaatsen te bezoeken langs de weg die het Volk van God uit het Oude Verbond is gegaan, te beginnen bij de gebieden waar Abraham en Mozes doorheen zijn getrokken, over Egypte en de berg Sinaï tot naar Damascus, de stad die getuige was van Paulus' bekering.

Bij de voorbereiding van het jaar 2000 komt ook aan de afzonderlijke kerken een eigen rol toe: met hun eigen jubilea vieren ze belangrijke mijlpalen in de heilsgeschiedenis van de verschillende volkeren. Enkele van deze plaatselijke of regionale jubilea zijn heel bijzonder belangrijk geweest: het millennium van het doopsel van Rus in 1988, Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Naar aanleiding van de duizendste verjaardag van de doop van de Rus Kiev, Euntes in Mundum (25 jan 1988) en ook de vijfhonderdste verjaardag van het begin van de evangelisatie op het Amerikaanse continent (1492). Naast deze zo grootse gebeurtenissen moet ook herinnerd worden aan andere, die weliswaar geen wereldwijde betekenis hadden maar daarom niet minder belangrijk waren: bijvoorbeeld het millennium van de christianisering van Polen in 1966 en van Hongarije in 1968, en het 600-jarig jubileum van de christianisering van Litouwen in 1987. Daarnaast wordt binnenkort herdacht dat Clovis, de koning der Franken, 1500 jaar geleden werd gedoopt (496), dat de heilige Augustinus 1400 jaar geleden aankwam in Canterbury (597) wat het begin betekende van de evangelieprediking in de Angelsaksische wereld.

Wat Azië betreft zal het jublileum onze gedachten doen uitgaan naar de apostel Thomas, die volgens de overlevering reeds in het begin van de christelijke jaartelling het evangelie verkondigde in India, waar de missionarissen uit Portugal pas omstreeks 1500 zouden arriveren. Dit jaar is het zevende eeuwfeest van de evangelisering van China (1294), en de voorbereidingen worden getroffen om te gedenken dat de verspreiding van het missiewerk op de Filipijnen begon met de oprichting van de Metropolitane Zetel van Manilla (1595). Ook zullen binnenkort de eerste Japanse martelaars van vierhonderd jaar geleden (1597) worden herdacht.

Ook in Afrika gaat de eerste evangelieverkondiging terug tot de tijd der apostelen. Naast de viering van het 1650-jarig jubileum van de bisschopswijding van de heilige Frumentius (rond 340), de eerste bisschop van de Ethiopiërs, en van het feit dat 500 jaar geleden de evangelisering van Angola in het voormalige koninkrijk Kongo een aanvang nam (1491), wordt in landen als Kameroen, de Centraal Afrikaanse Republiek, Ivoorkust, Burundi en Burkina Faso herdacht dat de eerste missionarissen honderd jaar geleden op hun grondgebied aankwamen. Andere Afrikaanse volkeren hebben eenzelfde eeuwfeest niet lang geleden gevierd.

Vanzelfsprekend moeten ook de Oosterse Kerken genoemd worden, waarvan de oude Patriarchaten zo nauw verbonden zijn met de erfenis van de apostelen, en waarvan de eerbiedwaardige tradities op theologisch, liturgisch en spiritueel gebied een enorme rijkdom vormen die tot het gemeenschappelijk erfgoed van heel de christenheid behoort. De talrijke jubileumvieringen in deze kerken en in de gemeenschappen die hen erkennen als de oorsprong van hun eigen apostoliciteit, herinneren aan Christus' gang door de eeuwen, en monden eveneens uit in het grote Jubileum aan het einde van het tweede millennium. In dit licht gezien lijkt ons heel de christelijke geschiedenis één grote rivier waar talrijke zijrivieren hun wateren naartoe doen vloeien. Het jaar 2000 nodigt ons uit, elkaar met hernieuwde trouw en diepere verbondenheid aan de oevers van deze grote rivier te ontmoeten: de rivier van de Openbaring, van het christendom en van de kerk die haar weg vervolgt door de geschiedenis heen, te beginnen bij wat 2000 jaar geleden geschiedde te Nazaret, vervolgens te Betlehem. Om met de psalmist te spreken: dit is werkelijk het "vlietend water" dat "de stad Gods verblijdt" (Ps. 46, 4).

De vieringen van het Heilig Jaar in het laatste deel van deze eeuw moeten eveneens worden gezien in het licht van de voorbereiding op het jaar 2000. Het Heilig Jaar dat Paulus VI in 1975 H. Paus Paulus VI - Apostolische Brief
Apostolorum Limina
Uitroepen van het Heilig Jaar 1975
(23 mei 1974)
, ligt nog vers in ons geheugen. In dezelfde lijn werd 1983 als het Jaar van de Verlossing gevierd. Nog sterker weerklank kreeg wellicht het Mariajaar 1987-1988: er was met verlangen naar uitgezien en het werd intens beleefd in de plaatselijke kerken, met name in de Maria-heiligdommen van de gehele wereld. De encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Redemptoris Mater
Moeder van de Verlosser
(25 maart 1987)
die bij die gelegenheid werd gepubliceerd, heeft duidelijk de leer van het Concilie uiteengezet over de aanwezigheid van de Moeder Gods in het geheim van Christus en van de kerk: tweeduizend jaar geleden is Gods Zoon uit kracht van de heilige Geest mens geworden en geboren uit de onbevlekte maagd Maria. Het Mariajaar was als het ware een vooruitgrijpen op het Jubileum; het bevatte heel veel elementen die in het jaar 2000 volledig tot gelding zullen moeten komen.

Men kan er moeilijk omheen, op te merken dat het Mariajaar onmiddellijk voorafging aan de gebeurtenissen van 1989. Uiterst verrassend waren deze gebeurtenissen vanwege de schaal waarop en vooral de snelheid waarmee ze plaats vonden. De jaren tachtig waren getekend door een groeiende dreiging tengevolge van de 'koude oorlog'; het jaar 1989 heeft een vreedzame oplossing gebracht, die als het ware de vorm van een 'organische' ontwikkeling aannam. In het licht van deze oplossing krijgt men de neiging om een werkelijk profetische betekenis toe te kennen aan de encycliek Paus Leo XIII - Encycliek
Rerum Novarum
Over kapitaal en arbeid
(15 mei 1891)
wat Leo XIII daarin over het communisme schrijft, werd in deze gebeurtenissen bewaarheid, zoals ik in de encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Centesimus Annus
Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum
(1 mei 1991)
Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 12 heb benadrukt. Overigens kon men in hetgeen gebeurd is, de onzichtbare hand van de Voorzienigheid reeds aanvoelen die met moederlijke zorg aan het werk was: "Zal een vrouw haar zuigeling vergeten?" (Jes. 49, 15).

Maar na 1989 zijn we geconfronteerd met nieuwe gevaren en dreigingen. Na de val van het communisme is er in de landen van het voormalige Oostblok het ernstige gevaar opgedoemd van overdreven nationalisme, zoals dat helaas blijkt uit wat er gaande is op de Balkan en in andere naburige gebieden. Dat dwingt de Europese staten ernstig hun geweten te onderzoeken, waarbij zij moeten erkennen dat er op economisch en politiek gebied historische fouten en vergissingen zijn begaan jegens volkeren waarvan de rechten zowel in de vorige eeuw als in de onze, door imperialistische systemen systematisch werden geschonden.

Als vervolg op het Mariajaar beleven we thans in hetzelfde perspectief het Jaar van het Gezin; inhoudelijk hangt het nauw samen met het geheim van de menswording en de eigen geschiedenis van de mensheid. Men mag dus de hoop koesteren dat het in Nazareth begonnen Jaar van het Gezin evenzeer als het Mariajaar een nieuwe en belangrijke tussenstap zal worden in de voorbereiding op het grote Jubileum.

Met deze bedoeling heb ik een H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Gratissimam sane
Brief aan de Gezinnen - Bij gelegenheid van het Internationaal Jaar van het Gezin
(2 februari 1994)
geschreven, waarin ik opnieuw de kernpunten uiteen heb willen zetten van wat de kerk leert over het gezin, en waarmee ik die leer als het ware heb willen binnenbrengen in ieder huisgezin. Op Vaticanum II heeft de kerk erkend dat een van haar opdrachten was, duidelijk de waardigheid van huwelijk en gezin naar voren te brengen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 47-52 Het Jaar van het Gezin wil ertoe bijdragen, het Concilie op dit punt in de praktijk te brengen. Vandaar dat bij de voorbereiding op het grote Jubileum in zekere zin ieder gezin betrokken dient te worden. Heeft Gods Zoon niet juist door een gezin, het gezin van Nazareth, in de geschiedenis van de mensheid willen binnentreden?

Document

Naam: TERTIO MILLENNIO ADVENIENTE
Nu het derde millennium van de nieuwe tijd nadert
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 10 november 1994
Copyrights: © 1997, SRKK, Utrecht
Vertaling: F. van Voorst tot Voorst s.j.
Bewerkt: 8 januari 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam