• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
3

Wij zullen bidden voor allen die werken voor de vrede, van het kleinste dorp tot de grootste internationale organismen. Behalve onze bemoediging en onze erkentelijkheid, hebben zij ook recht op ons gebed. «Hoe welkom zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede meldt, van de vreugdebode met goed bericht die een boodschap van heil laat horen» (Jes. 52, 7).

- Laten we bidden dat overal de roeping tot arbeiders van de vrede mag weerklinken, de werkers van de saamhorigheid en de verzoening tussen de mensen en volkeren. Bidden we opdat uit de harten, eerst uit onze harten, het sektarisme en racisme, de haat en wreedheid worden uitgeroeid, dat zijn de bronnen waaruit oorlog en verdeeldheid steeds opnieuw stromen. Want waar het kwaad machtig is, daar is de genade machtiger.

- Bidden we tot Hem die gestorven is voor onze zonden om «de verstrooide kinderen van God samen te brengen» (Joh. 11, 52). Bidden we opdat onder alle kinderen van de Kerk een klimaat gevestigd wordt van wederzijds respect en vertrouwen, van dialoog en van wederzijdse welwillendheid. Bidden we opdat, met de erkenning van ons onderscheiden zijn, allen zich complementair weten, in de waarheid en de liefde van Christus, naar de aansporing van de grote apostel Paulus: «Leeft voor zover het van u afhangt met alle mensen in vrede ... Laten wij dus voortaan elkander niet veroordelen ... Het koninkrijk van God is ... gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest. Wij streven dus naar dat wat de vrede en de opbouw van onze gemeenschap bevordert» (Rom. 12, 18)(Rom. 14, 13.17.19).

1

Wijzelf, geëerde broeders en beminde kinderen, zullen niet staken te werken en te bidden voor de vrede, want wij zijn de Plaatsvervanger van « [Hem die] is onze vrede, Hij die in zijn vlees de vijandschap heeft vernietigd en heeft de vrede verkondigd. Vgl. Ef. 2, 14-15 Met de apostel Paulus, achter wiens naam wij onze kleinheid hebben willen schuil doen gaan, wij manen «u met aandrang: leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping die gij van God ontvangen hebt, in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend. Beijvert u de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede» (Ef. 4, 1-3).

2

Laat de regelmatige overweging van de mysteries van ons heil u maken tot arbeiders van vrede, overeenkomstig het beeld van Christus, naar het voorbeeld van Maria. Moge de Rozenkrans in de vorm die is vastgesteld door heilige Pius V – zowel als in de andere meer recente vormen die haar met instemming van het wettig gezag hebben aangepast aan de huidige behoeften – werkelijk zijn, overeenkomstig het verlangen van Onze beminde voorganger Johannes XXIII «een groot publiek en universeel gebed in het aangezicht van de gewone en buitengewone noden van de heilige Kerk, van de naties en van de gehele wereld». H. Paus Johannes XXIII, Apostolische Brief, Het bidden van de Rozenkrans voor de vrede onder de volkeren, Il Religioso Convegno (29 sept 1961), 13. AAS 53, 1961, blz. 646 Deze Rozenkrans die is «als een samenvatting van het Evangelie» kard. J. Saliège, Voilà ta Mère, pages mariales recuellies et présentées par Mgr Garrone, Toulouse, Apostolat de la prière, 1958, blz. 40, en is «reeds een devotie van de Kerk». H. Paus Paulus VI, Toespraak, Tot de deelnemers aan het Congres van de PP. Dominicanen over de H. Rozenkrans (13 juli 1963). Insegnamenti di Paolo VI, I, 1963, blz. 464

3

Middels dit gebed tot Maria, allerheiligste Moeder van God en onze Moeder, dragen Wij bij aan de vervulling van de wens van het Concilie: «Laten alle gelovigen de moeder van God en de moeder van de mensen dringend erom smeken, dat zij, die de beginnende Kerk met haar gebed heeft bijgestaan, ook nu zij in de hemel boven alle gelukzaligen en engelen verheven is, in de gemeenschap van alle heiligen bij haar Zoon ten beste zal spreken, totdat alle volkerenfamilies, zowel zij die de erenaam van christenen dragen als zij die hun Verlosser nog niet kennen, in vrede en eensgezindheid tot een enkel volk van God gelukkig verenigd worden, tot glorie van de allerheiligste en onverdeelde Drie-eenheid». 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 69

Met deze intentie, geëerde broeders en beminde kinderen, en de uitnodiging vurig de heilige Rozenkrans te bidden gedurende de maand oktober, zenden Wij u van ganser harte Onze apostolische zegen.

Gegeven te Rome bij de Sint-Pieter,
op 7 oktober 1969, het zevende van Ons pontificaat.

Paulus PP. VI

Document

Naam: RECURRENS MENSIS OCTOBER
Aanroepen van de H. Maagd in de Rozenkrans in de maand oktober tot verzoening in de geesten en harten van de mensen en ter bevordering van de vrede
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 7 oktober 1969
Copyrights: © 1969, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
© 2019, Vert. uit het Italiaans: W.J.G.A. Veth pr,; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 4 februari 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam