• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Gewetensconflicten van de Katholieke jurist

De onoplosbare tegenstellingen tussen de hoge opvatting van de mens en van het recht volgens de christelijke beginselen, die wij kort hebben trachten uiteen et zetten, enerzijds, en het juridisch positivisme anderzijds, kunnen in uw beroepsleven een bron zijn van bitter verdriet. Wij weten zeer goed, beminde zonen, hoe in het hart van de katholieke jurist, die trouw wil blijven aan de christelijke opvatting van het recht, niet zelden gewetensconflicten ontstaan, vooral wanneer hij een wet moet toepassen, die het geweten zelf als onrechtvaardig veroordeelt. Goddank is uw taak hier niet weinig verlicht alleen reeds door het feit, dat in Italië de echtscheiding (bron van zoveel zielskwelling ook voor de magistraat, die de wet moet uitvoeren) geen burgerrecht heeft. Feitelijk echter hebben zich sedert het eind van de 18e eeuw vooral in de landen waar kerkvervolging heerste, talrijke gevallen voorgedaan, waarin katholieke magistraten zich geplaatst zagen tegenover het pijnlijke probleem, onrechtvaardige wetten te moeten toepassen. Daarom benutten wij de gelegenheid van uw samenkomst bij ons, om het geweten van de katholieke juristen voor te lichten door het uiteenzetten van enkele fundamentele normen.

Verantwoordelijkheid van de rechter

1.

Voor iedere uitspraak geldt het beginsel, dat de rechter niet zonder meer de verantwoordelijkheid voor zijn uitspraak kan afwijzen om haar geheel af te schuiven op de wet en de makers er van. Deze zijn zeker het meest verantwoordelijk voor de gevolgen van de wet. Maar de rechter, die door zijn uitspraak de wet op een bepaald geval toepast, is mede-oorzaak en dus ook mede-verantwoordelijk voor die gevolgen.

De rechter mag nooit verplichten tot een immorele daad

2.

De rechter mag nooit door zijn uitspraak iemand verplichten tot een intrinsiek immorele daad, d.w.z. een daad, die uit haar aard is strijd is met de wet van God of van de Kerk.

Hij mag geen onrechtvaardige wet goedkeuren

3.

Hij mag in geen enkel geval uitdrukkelijk een onrechtvaardige wet erkennen en goedkeuren; (overigens kan zulk een wet nooit de grondslag vormen voor een uitspraak, die in geweten en voor God bindend is). Daarom mag hij geen strafvonnis uitspreken, dat gelijk zou staan met zulk een goedkeuring. Zijn verantwoordelijkheid zou nog zwaarder worden, als zijn vonnis publieke ergernis zou verwekken.

Toepassing van een onrechtvaardige wet is soms ongeoorloofd

4.

Toch staat niet iedere toepassing van een onrechtvaardige wet gelijk met de erkenning of de goedkeuring er van. In dit geval mag de rechter – en moet hij misschien soms – de onrechtvaardige wet haar loop laten, wanneer dit het enige middel is om een groter kwaad te voortkomen. Hij mag een straf opleggen voor de overtreding van een onrechtvaardige wet, als deze straf van die aard is, dat degene, die er door getroffen wordt, redelijkerwijze bereid is, haar te ondergaan om dat groter kwaad te vermijden of om een veel groter goed verkrijgen, en als de rechter weet of veilig mag veronderstellen, dat die straf door de overtreder gewillig zal worden aanvaard uit hogere motieven. In tijden van vervolging hebben priesters en leken zich vaak zonder tegenstand ook door katholieke rechters laten veroordelen tot boete of tot gevangenisstraf wegens het overtreden van onrechtvaardige wetten, wanneer man aldus voor het volk een goede magistratuur kon behouden en de Kerk en de gelovigen voor veel ergere onheilen kon bewaren.

Het spreekt vanzelf: hoe ernstiger de gevolgen zijn van het gerechtelijk vonnis, des te belangrijker en algemener moet ook het goed zijn, dat men wil veilig stellen of het kwaad, dat men wenste te vermijden. Er zijn echter gevallen, waarin het beginsel van compensatie door het bereiken van hogere goederen of het afwenden van groter nadelen niet toegepast kan worden, zoals bij het doodvonnis. In het bijzonder mag de katholieke rechter alleen om zeer gewichtige redenen de burgerlijke echtscheiding uitspreken (waar deze door de wet erkend is) in een huwelijk, dat voor God en de Kerk geldig is. Hij mag niet vergeten, dat zulk een uitspraak praktisch niet alleen de burgerlijke gevolgen van het huwelijk raakt, maar feitelijk veeleer toe leidt, dat men de bestaande band ten onrechte als verbroken gaat beschouwen en de nieuwe als geldig en verplichtend.

Document

Naam: CON FELICE PENSIERO
Tot de vereniging van Italiaanse Katholieke juristen
Soort: Paus Pius XII - Toespraak
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 6 november 1949
Copyrights: © 1950, Ecclesia Docens, 0758 Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam