• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
In het Nieuwe Testament wordt de gemeente van Christus "Ekklesia" genoemd, wat letterlijk "bijeenroeping" betekent (van het Griekse ek-kalein, "naar buiten roepen"). Het woord "ekklesia" (Latijn: "ecclesia", Frans: "église") duidt bijeenkomsten van het volk aan, in het algemeen van religieuze aard. Vgl. Hand. 19, 39 Het is een term die in de Griekse vertaling van het Oude Testament vaak gebruikt wordt voor bijeenkomsten van het uitverkoren volk ten overstaan van God, vooral voor de bijeenkomst bij de Sinaï, waar Israël de Wet ontving en door God tot zijn heilige volk gemaakt werd. Vgl. Ex. 19 Door zich "ekklesia" te noemen, erkent de eerste gemeenschap van hen die in Christus geloofden, dat zij de erfgename van deze bijeenkomst is. In de "ekklesia" (kerk) "roept" God zijn volk van alle uithoeken der aarde "bijeen". De term kyriakè waarvan church, Kirche en Kerk afgeleid zijn, betekent "zij die de Heer toebehoort".
In het christelijk taalgebruik betekent het woord "ekklesia" (Kerk) de liturgische bijeenkomst, Vgl. 1 Kor. 11, 18 Vgl. 1 Kor. 14, 19.28.34.35 maar ook de plaatselijke gemeenschap Vgl. 1 Kor. 1, 2 Vgl. 1 Kor. 16, 1 of de hele universele gemeenschap van gelovigen. Vgl. 1 Kor. 15, 9 Vgl. Gal. 1, 13 Vgl. Fil. 3, 6 Deze drie betekenissen zijn inderdaad niet van elkaar te scheiden. "De Kerk" is het volk dat God in de hele wereld verzamelt. Zij bestaat in de plaatselijke gemeenschappen en verwerkelijkt zich als een liturgische, vooral eucharistische bijeenkomst. Zij leeft van het woord en van het lichaam van Christus en wordt zo zelf het lichaam van Christus.
De symbolen van de Kerk
In de heilige Schrift vinden wij een groot aantal samenhangende beelden en voorstellingen, waarin de openbaring over het onuitputtelijk mysterie van de kerk spreekt. De aan het Oude Testament ontleende beelden vormen variaties op een grondgedachte: die van het "volk Gods". In het Nieuwe Testament Vgl. Ef. 1, 22 Vgl. Kol. 1, 18 centreren als deze beelden zich rond een nieuw middelpunt omdat Christus "het hoofd" wordt van dit volk, 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 9 dat sindsdien Zijn lichaam is. Rondom dit middelpunt zijn beelden gegroepeerd "die hetzij aan het herdersleven of de landbouw, hetzij aan de bouwnijverheid of ook aan het gezin of aan het huwelijk ontleend zijn". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 6. vert. uit Lat.
"De kerk is immers de schaapstal waarvan Christus de enige en noodzakelijke toegangsdeur is. Vgl. Joh. 10, 1-10 Zij is ook de kudde waarvan God zelf op voorhand heeft aangekondigd dat Hij de herder zou zijn. Vgl. Jes. 40, 11 Vgl. Ez. 34, 11-31 De schapen van deze kudde worden, ook al staan er menselijke herders aan hun hoofd, toch voortdurend geleid en gevoed door Christus zelf, de Goede Herder en de opperherder, Vgl. Joh. 10, 11 Vgl. 1 Pt. 5, 4 die zijn leven heeft gegeven voor zijn schapen. Vgl. Joh. 10, 11-15 " 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 6
De Kerk is Gods bouwland, Gods akker (1 Kor. 3, 9). Op deze akker groeit de oude olijfboom waarvan de aartsvaders de heilige wortel waren en waarin de verzoening tussen joden en heidenen tot stand komt en tot stand zal komen. Vgl. Rom. 11, 13-26 De Kerk werd door de hemelse wijnbouwer geplant als een uitgelezen wijngaard. Vgl. Mt. 21, 33-43. par. Vgl. Jes. 5, 1-7 De ware wijnstok is Christus: Hij geeft leven en vruchtbaarheid aan de ranken die wij zijn: door de Kerk blijven wij in Hem, zonder wie wij niets kunnen (Joh. 15, 1-5).
Heel vaak wordt de Kerk ook Gods bouwwerk Vgl. 1 Kor. 3, 9 genoemd. De Heer heeft zichzelf vergeleken met de steen die door de bouwlieden is afgekeurd en die de hoeksteen is geworden (Mt. 21, 42, par.). Vgl. Hand. 4, 11 Vgl. 1 Pt. 2, 7 Vgl. Ps. 118, 22 Op dit fundament bouwden de apostelen de Kerk Vgl. 1 Kor. 3, 11 en vanuit dit fundament ontvangt zij hechtheid en samenhang. Dit bouwwerk wordt op verschillende manieren aangeduid: huis Gods Vgl. 1 Tim. 3, 15 , waarin zijn familie woont, de woonstede van God in de Geest Vgl. Ef. 2, 19-22 , Gods woning onder de mensen Vgl. Openb. 21, 3 , en vooral de heilige tempel die, vertegenwoordigd door heiligdommen van steen, het voorwerp is van de lof van de heilige Kerkvaders en in de liturgie terecht vergeleken wordt met de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem. Wij zijn immers in haar hier op aarde als de levende stenen die in de bouw worden ingevoegd Vgl. 1 Pt. 2, 5 . Deze heilige stad ziet Johannes uit de hemel van God neerdalen op het uur dat de wereld zich zal vernieuwen, "gereed als een bruid die zich voor haar man heeft getooid" (Openb. 21, 1-2) 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 6
De Kerk wordt ook nog "het Jeruzalem van omhoog" en "onze moeder" (Gal. 4, 26) genoemd; Vgl. Openb. 12, 17 zij wordt beschreven als de vlekkeloze bruid van het vlekkeloos Lam (Openb. 19, 7)(Openb. 21, 2.9)(Openb. 22, 17) die Christus "heeft liefgehad, voor wie Hij zich heeft overgeleverd om haar te heiligen" (Ef. 5, 25-26), die Hij door een onverbreekbaar verbond aan zich gebonden heeft, die Hij niet ophoudt "te voeden en te koesteren" (Ef. 5, 29). 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 6

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 11 oktober 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam