• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het ware lichaam van Christus

Aangezien het Woord vleesgeworden is door een ware menselijke natuur aan te nemen, was het lichaam van Christus begrensd. Vgl. Synode van Lateranen, Sessio V (31 okt 649), 4. DH 504 Op grond daarvan kan het menselijk gelaat van Jezus "afgebeeld worden" Vgl. Gal. 3, 1 . Op het zevende Oecumenische Concilie 2e Concilie van Nicea, 7e Zitting - De definitie aangaande heilige afbeeldingen, Sessio VII - Definitio de sacris imaginibus (13 okt 787), 0-3 heeft de Kerk erkend dat het gewettigd is Hem voor te stellen in heilige afbeeldingen.

Alinea's in de marge van alinea 476

De sacrale beeldende kunst
De sacrale afbeelding, de liturgische icoon, stelt allereerst Christus voor. Zij kan geen voorstelling maken van de onzichtbare en ondoorgrondelijke God; door de menswording van de Zoon van God hebben de afbeeldingen een nieuwe functie in Gods heilsplan gekregen:
Eertijds kon God, die noch een lichaam noch een gestalte heeft, geenszins door een afbeelding voorgesteld worden. Nu Hij zich echter in het vlees heeft getoond en Hij onder de mensen heeft geleefd, kan ik een afbeelding maken van wat ik van God gezien heb. (...) Met onverhuld gelaat aanschouwen wij de glorie van de Heer. H. Johannes Damascenus, Toespraken ter rechtvaardiging van de verering van heiligenbeelden, De sacris imaginibus orationes. 1,16, vert. uit Gr.
De christelijke iconografie geeft de evangelische boodschap weer met een beeld, zoals de heilige Schrift haar doorgeeft via het woord. Beeld en woord verklaren elkaar wederzijds:
Om het op bondige wijze te belijden: we blijven trouw aan alle schriftelijke en niet-schriftelijke tradities van de kerk die ons onveranderd overgeleverd werden. Eén ervan is de levendige voorstelling van evangelische scènes door de schilderkunst. Dit komt goed overeen met de prediking van het evangelieverhaal, die het geloof verkondigt in het goddelijk Woord dat waarlijk en niet in schijn mens geworden is. Deze overlevering via beelden is ons even nuttig en voordelig, want de dingen die elkaar wederzijds verhelderen, voeren ongetwijfeld ook over en weer tot een duidelijker begrip. Conc. van Nicea II (787): "Terminus" Conciliorum oecumenicorum decreta 135
Alle tekens in de liturgische viering hebben betrekking op Christus: ook de heilige beeltenissen van de Moeder Gods en van de heiligen. Zij duiden inderdaad Christus aan die in hen verheerlijkt is. Zij maken "die menigte getuigen" (Heb. 12, 1) zichtbaar die blijven meewerken aan het heil van de wereld en met wie wij verenigd zijn, vooral in de sacramentele viering. Door middel van de iconen wordt de mens, geschapen "naar het beeld van God" en nu omgevormd naar zijn gelijkenis", Vgl. Rom. 8, 29 Vgl. 1 Joh. 3, 2 aan ons geloof geopenbaard, evenals de engelen, die ook in Christus onder één hoofd zijn gebracht:
Volgens de goddelijk geïnspireerd leer van onze heilige vaderen en de overlevering van de katholieke Kerk, waarvan we weten dat zij de overlevering is van de heilige Geest die in haar woont, bepalen wij in alle zekerheid en nauwkeurigheid dat, net zoals de afbeelding van het kostbaar en levenschenkend kruis, ook de vererenswaardige en heilige beeltenissen, of ze geschilderd zijn of in mozaïek of op welke passende wijze ook vervaardigd, in de heilige kerken van God aangebracht moeten worden, op de heilige vaten of gewaden, op muren en schilderijen, in de huizen en langs de wegen; zowel het beeld van onze Heer, God en Verlosser, Jezus Christus, als van onze ongerepte en heilige Moeder Gods, van de eerbiedwaardige engelen en van alle heiligen en rechtvaardigen. 2e Concilie van Nicea, 7e Zitting - De definitie aangaande heilige afbeeldingen, Sessio VII - Definitio de sacris imaginibus (13 okt 787)
"De schoonheid en de kleur van de beelden sporen mij aan tot gebed. Het is een feest voor mijn ogen, zoals ook het aanschouwen van het landschap mijn hart opwekt om God te verheerlijken". H. Johannes Damascenus, Toespraken ter rechtvaardiging van de verering van heiligenbeelden, De sacris imaginibus orationes. 1,27, vert. uit Gr. De beschouwing van heilige iconen, samen met de overweging van het woord van God en de zang van de liturgische hymnen, vormt een harmonie met de tekens van de viering. Hierdoor wordt het gevierde mysterie in het geheugen van het hart gegrift en komt het vervolgens tot uitdrukking in het nieuwe leven van de gelovigen.
Gods verordening bracht het verbod met zich mee door mensenhand enige afbeelding van God te maken. Het boek Deuteronomium geeft hiervan de verklaring: "Omdat gij geen gestalte gezien hebt, toen Jahwe u bij de Horeb uit het vuur heeft toegesproken, moet gij zorgen u niet te bezondigen door beelden te maken van welke gestalte dan ook..." (Dt. 4, 15-16). Het is de volkomen transcendente God die zich aan Israël heeft geopenbaard. "Hij is alles" maar tegelijkertijd "is Hij groter dan al zijn werken" (Sir. 43, 27-28). Hij is de oorsprong van alle geschapen schoonheid (Wijsh. 13, 3).
Toch heeft God, al in het Oude Testament, het bevel of de toestemming gegeven afbeeldingen te maken, die op symbolische wijze de komst van het mensgeworden Woord zouden voorbereiden: de bronzen slang bijvoorbeeld, Vgl. Num. 21, 4-9 Vgl. Wijsh. 16, 5-14 Vgl. Joh. 3, 14-15 de ark van het verbond en de cherubijnen. Vgl. Ex. 25, 10-22 Vgl. 1 Kon. 6, 23-28 Vgl. 1 Kon. 7, 23-26
Steunend op het mysterie van het mensgeworden Woord heeft het zevende Oecumenisch Concilie, gehouden in Nicea (787), tegen de iconoclasten, de beeldenverering goedgekeurd: van Christus, maar ook van Gods Moeder, van de engelen en van alle heiligen. Want door mens te worden heeft de Zoon van God een nieuwe "ordening" wat betreft beelden ingesteld.
De christelijke beeldenverering is niet in strijd met het eerste gebod dat de afgodenbeelden veroordeelt. Want "de eer die aan het beeld wordt bewezen, is bestemd voor degene die afgebeeld wordt" H. Basilius, Spir. 18,45 en "wie het beeld vereert, vereert daarin de persoon die erin afgebeeld wordt". 2e Concilie van Nicea, 7e Zitting - De definitie aangaande heilige afbeeldingen, Sessio VII - Definitio de sacris imaginibus (13 okt 787), 1 Vgl. Concilie van Trente, 25e Zitting - Decreet over de verering van relikwieën van heiligen en over de afbeeldingen van heiligen, Sessio XXV - De invocatione, veneratione et reliquiis Sanctorum et sacris imaginibus (3 dec 1563) Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 126 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 67 De eer aan de afbeelding van heiligen bewezen is een "respectvolle verering" en geen aanbidding. Die komt alleen aan God toe:
"Gezegd moet worden dat de godsdienstige verering niet bewezen wordt aan de afbeeldingen, voorzover deze op zichzelf als bepaalde dingen beschouwd worden, maar op de afbeeldingen voorzover ze ons leiden naar de mensgeworden God. De beweging echter die naar de afbeelding gaat, voorzover zij afbeelding is, blijft niet staan bij de afbeelding zelf, maar gaat uit naar datgene waarvan ze de afbeelding is". H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. II-II,81,3 ad 3

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 15 december 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam