• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het mondgebed is een onontbeerlijk gegeven voor het christelijke leven. Aan de leerlingen, die zich aangetrokken voelden door het gebed in stilte van hun meester, leert Hij een mondgebed: het Onze Vader. Jezus heeft niet alleen de gebeden van de eredienst van de synagoge gebeden, in de evangelies zien wij ook hoe Hij zijn stem verheft om uiting te geven aan zijn persoonlijk gebed, vanaf de uitbundige zegening van de Vader Vgl. Mt. 11, 25-26 tot aan de noodkreet in Getsemane. Vgl. Mc. 14, 36

Alinea's in de marge van alinea 2701

Uit de tijd van het openbare leven van Christus hebben de evangelisten twee meer expliciete gebeden bewaard. Welnu, elk van beide begint met een dankgebed. In het eerste Vgl. Mt. 11, 25-27 Vgl. Lc. 10, 21-22 belijdt Jezus de Vader, erkent Hem en zegent Hem, omdat Hij de geheimen van het koninkrijk verborgen heeft gehouden voor hen die zich wijs achten, en ze heeft geopenbaard aan "kleinen" (de armen uit de Zaligsprekingen). Zijn juichend "Ja, Vader!" komt uit het diepste van zijn hart, uit zij n instemming met het "welgevallen" van de Vader, als een echo van het "fiat" van zijn moeder bij haar ontvangenis en als een voorspel op het "fiat" van Jezus gericht tot zijn Vader tijdens zijn doodstrijd. Het hele gebed van Jezus ligt vervat in deze liefdevolle instemming van zijn menselijke hart met het "geheim raadsbesluit" van de Vader. Vgl. Ef. 1, 9

De doodsangst in Getsemane

De beker van het Nieuwe Verbond waarop Jezus bij het laatste avondmaal vooruitgelopen is door zichzelf aan te bieden Vgl. Lc. 22, 20 , ontvangt Hij vervolgens uit handen van de Vader in zijn doodsangst in Getsemane Vgl. Mt. 26, 42 door "gehoorzaam te worden tot de dood" (Fil. 2, 8). Vgl. Heb. 5, 7-8 Jezus bidt: "Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan..." (Mt. 26, 39). Hij drukt zo de afschuw uit die de dood betekent voor zijn menselijke natuur. Zijn menselijke natuur is immers, evenals de onze, bestemd voor het eeuwige leven; bovendien was zij, anders dan de onze, volkomen vrij van de zonde Vgl. Heb. 4, 15 die de dood veroorzaakt Vgl. Rom. 5, 12 ; maar bovenal is de menselijke natuur van Jezus opgenomen in de goddelijke persoon van de "leidsman ten leven" (Hand. 3, 15), van de "levende". Vgl. Openb. 1, 17 Vgl. Joh. 1, 4 Vgl. Joh. 5, 26 Door met zijn menselijke wil ermee in te stemmen dat de wil van de Vader geschiede Vgl. Mt. 26, 42 , aanvaardt Hij zijn verlossende dood om in zijn eigen lichaam onze zonden op het kruishout te dragen" (1 Pt. 2, 24).

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 11 oktober 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam