Over de Kerk
(Soort document: 2e Vaticaans Concilie - Constitutie)
21 november 1964
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
21 november 1964
| LUMEN GENTIUM Over de Kerk |
|||
| ► | HOOFDSTUK 2 | - | Het Volk Gods |
| ► | ARTIKEL 8 | - | De niet-christenen en hun weg naar het heil |
|
Wat tenslotte degenen betreft die het Evangelie nog niet hebben ontvangen: zij staan op verschillende wijze in betrekking tot het volk Gods. 1 Op de eerste plaats dient genoemd te worden het volk, waaraan de verbonden en de beloften werden geschonken en waaruit Christus is voortgekomen naar het vlees 2 , het volk, dat bemind blijft krachtens de uitverkiezing, om wille van de aartsvaders: want God kent geen berouw over zijn genadegaven noch over zijn roeping 3 . Maar het heilsplan strekt zich ook uit tot hen, die de Schepper erkennen, onder wie vooral de mohammedanen, die belijden, het geloof van Abraham te bezitten, en die samen met ons de éne en barmhartige God aanbidden, die de mensen op de laatste dag zal oordelen. Ook is diezelfde God niet ver van hen, die in een afschaduwing en in beelden de onbekende God zoeken, want Hij geeft aan allen leven en adem, ja alles 4 , en, als onze Heiland, wil Hij, dat alle mensen gered worden 5 . Want wie zonder schuld het Evangelie van Christus en zijn Kerk niet kent, maar toch eerlijk God zoekt en zijn wil, zoals het geweten hem die voorhoudt, onder de invloed van de genade, in zijn leven tracht te verwezenlijken, kan het eeuwig heil verwerven. 6 Ook onthoudt de goddelijke Voorzienigheid de middelen, noodzakelijk voor het heil, niet aan wie zonder schuld nog niet tot een uitdrukkelijke erkenning van God is gekomen, maar toch, niet zonder Gods genade, naar een rechtschapen levenswandel streeft. Want wat zulke mensen aan goeds en waars bezitten, wordt door de Kerk gezien als een voorbereiding op het Evangelie 7 , opdat hij tenslotte het leven mag bezitten. Maar vaak worden de mensen door de Boze bedrogen, vervallen tot ijdele bespiegelingen, en verruilen Gods waarheid voor de leugen en dienen de schepping in plaats van de Schepper 8 ; ofwel zij leven en sterven in deze wereld zonder God en worden bedreigd door de uiterste wanhoop. Daarom besteedt de Kerk, gedachtig het bevel van de Heer: "Verkondigt het Evangelie aan heel de schepping" (Mc. 16, 16), grote zorg aan het missiewerk, om zo Gods eer en het heil van al deze mensen te bevorderen. |
||
| 1 | Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III, q. 8, a. 3, ad 1 |
| 2 | Vgl. Rom. 9, 4-5. |
| 3 | Vgl. Rom. 11, 28-29. |
| 4 | Vgl. Hand. 17, 25-28. |
| 5 | Vgl. 1 Tim. 2, 4. |
| 6 | Heilig Officie, Aan de Aartsbisschop van Boston (8 aug 1949), 4-8 |
| 7 | Vgl. H. Eusebius van Ceasarea, Voorbereiding op het Evangelie, Praeparatio evangelica. 1, 1: P.G. 21, 28AB. |
| 8 | Vgl. Rom. 1, 21 en 25. |