Op het Hoogfeest van het Heilig Lichaam en Bloed van Onze Heer Jezus Christus - Sacramentsdag 2011, St. Jan van Lateranen
(Soort document: Paus Benedictus XVI - Homilie)
Paus Benedictus XVI - 23 juni 2011
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
Vanuit documenten: ► Geen documenten gevonden!
Vanuit dossiers: |
| Pagina delen: |
Paus Benedictus XVI - 23 juni 2011
|
Beste broeders en zusters! Het Feest van Corpus Domini is onafscheidelijk van de Mis in Caena Domini, 1 op Witte Donderdag, waarin de instelling van de Eucharistie ook word gevierd. Terwijl we op de avond van Witte Donderdag het mysterie herleven van de Heer die zichzelf aan ons aanbiedt in het gebroken brood en de uitgeschonken wijn, wordt ditzelfde mysterie vandaag, bij het vieren van Corpus Domini, voorgehouden ter aanbidding en bezinning door het volk van God, en het Allerheiligste Sacrament wordt in processie door de straten van dorpen en steden gedragen, om te laten zien dat de verrezen Christus onder ons aanwezig is en ons naar het hemels koninkrijk leidt. Vandaag laten we openlijk zien wat Jezus ons heeft gegeven in de intimiteit van het Laatste Avondmaal, omdat de liefde van Christus niet beperkt is tot weinigen, maar bedoeld is voor iedereen. Dit jaar, tijdens de Mis in Caena Domini op Witte Donderdag, heb ik uitgelegd dat de Eucharistie de gedaanteverandering is van de gaven van deze aarde – het brood en de wijn – bedoeld om onze levens te veranderen en de verandering van de wereld in te leiden. Vanavond zou ik op dit punt willen terugkeren. |
||
|
Alles begint, zo kan men zeggen, vanuit het hart van Christus, die, bij het Laatste Avondmaal op de vooravond van Zijn lijden, de Heer dankte en prees en daarmee met de kracht van Zijn liefde de betekenis van de dood, die Hij op het punt stond te ontmoeten, veranderende. Het feit dat het Sacrament van het altaar de naam ‘Eucharistie’, ‘dankzegging’, heeft gekregen, drukt dit uit: dat de verandering van de substantie van het brood en de wijn in het Lichaam en Bloed van Christus de vrucht is van de gave die Christus van zichzelf heeft gemaakt, een gave die sterker is dan de dood, goddelijke liefde die Hem uit de doden deed opstaan. Daarom is de Eucharistie het voedsel van eeuwig leven, het Brood des levens. Vanuit het hart van Christus, vanuit dit ‘Eucharistisch Gebed’, op de vooravond van Zijn lijden, vloeit de dynamiek die de realiteit verandert in zijn kosmische, menselijke en historische dimensies. Alles komt voort uit God, uit de almacht van Zijn Ene en Drie-ene liefde, mensgeworden in Jezus. Het hart van Christus is verzonken in deze liefde; daarom weet Hij hoe God te denken en te prijzen, zelfs ten aanzien van verraad en geweld, en zo verandert Hij dingen, mensen en de wereld.
|
||
|
Deze verandering is mogelijk dankzij een eenheid die sterker is dan verdeling, de eenheid van God zelf. Het woord ‘Communie’, dat we gebruiken om de Eucharistie aan te duiden, vat de verticale en horizontale dimensie van de gave van Christus samen. De prachtige en welsprekende uitdrukking ‘communie ontvangen’ verwijst naar de handeling van het eten van het brood van de Eucharistie. In feite, als we deze handeling uitvoeren, treden we binnen in de eenheid met het leven zelf van Jezus, in de dynamiek van dit leven dat aan ons en voor ons is gegeven. Van God, door Jezus, aan ons: een unieke eenheid wordt in de Heilige Eucharistie doorgegeven. Dit hebben we gehoord in de tweede lezing van de woorden van de apostel Paulus aan de Christenen van Korinthe: “De beker van de zegening, die wij zegenen, geeft ons gemeenschap met het bloed van Christus. En het brood dat wij breken, geeft ons gemeenschap met het lichaam van Christus” (1 Kor. 10, 16). |
||
|
Sint Augustinus helpt ons de dynamiek van de heilige Communie te begrijpen door te verwijzen naar een soort visioen dat hij heeft gehad, waarin Jezus hem zei: “Ik ben het voedsel van de volgroeiden: daarom, groei, en je zult mij eten. Je zult mij niet in jezelf veranderen zoals lichamelijk voedsel, maar je zult in mij worden verandert” 2 . Daarom, terwijl lichamelijk voedsel wordt opgenomen door het lichaam en bijdraagt aan het onderhoud ervan, is de Eucharistie een ander brood: we nemen het niet op, maar het neemt ons op in zichzelf, zodat we één worden met Christus en delen van Zijn lichaam, één met Hem. Dit is een bepalende passage. Juist omdat het Christus is die ons, in de Eucharistische communie, in zichzelf verandert, wordt onze individualiteit in deze ontmoeting geopend, bevrijd van zijn egocentrisme en geplaatst in de Persoon van Jezus, die op Zijn beurt opgenomen is in de Drie-ene communie of eenheid. Daarom, terwijl de Eucharistie ons met Christus verenigd, openen we onszelf naar anderen, maken elkaar deelgenoten van elkaar: we zijn niet langer verdeeld, maar één in Hem. De Eucharistische communie verenigd mij met de persoon naast me, en met degene met wie ik misschien niet eens een goede relatie heb, maar ook met mijn broeders en zusters die ver weg zijn, in elke hoek van de wereld. Zo is de diepste betekenis van de sociale aanwezigheid van de Kerk afgeleid van de Eucharistie, zoals evident in de grote sociale heiligen, die altijd grote Eucharistische zielen zijn geweest. Zij die Jezus herkennen in het Allerheiligste Sacrament, herkennen hun broeder die lijdt, die hongerig en dorstig is, een vreemde is, naakt, ziek, gevangen, en zij hebben aandacht voor ieder persoon. Zijn wijden zich op concrete wijze toe aan hen die in nood zijn.
Dus vanuit de gave van de liefde van Christus komt onze speciale verantwoordelijkheid als Christenen voort om te bouwen aan een samenhangende, rechtvaardige en broederlijke maatschappij. Met name in onze tijd, waarin globalisatie ons steeds afhankelijker maakt van elkaar, kan en moet het Christendom verzekeren dat deze eenheid niet zonder God, zonder ware liefde, wordt gebouwd. Dit zou plaatsmaken voor verwarring en individualisme, de onderdrukking van sommigen tegen anderen. Het Evangelie heeft zich altijd gericht op de eenheid van de menselijke familie, een eenheid die niet van boven is opgedrongen, of door ideologische of economische belangen, maar vanuit een gevoel van verantwoordelijkheid voor elkaar, omdat we onszelf identificeren als leden van hetzelfde lichaam, het lichaam van Christus, omdat we van het Sacrament van het altaar hebben geleerd en nog steeds leren dat eenheid, liefde de weg van de ware gerechtigheid is. |
||
|
|
||
|
Zonder illusies, zonder ideologische utopieën, lopen we door de straten van de wereld, in ons het Lichaam van de Heer meebrengend, zoals de Maagd Maria in het mysterie van de Aankondiging. Met het nederig bewustzijn dat we slechts simpele graankorrels zijn, koesteren we de vaste overtuiging dat de liefde van God, mensgeworden in Christus, sterker is dan het kwaad, geweld en de dood. We weten dat God voor alle mensen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde bouwt, waarin vrede en gerechtigheid zullen overwinnen – en door het geloof vangen we een glimp op van de nieuwe wereld, ons ware thuis. Ook deze avond, terwijl de zon ondergaat over onze geliefde stad Rome, gaan we verder op deze weg: met ons is Jezus in de Eucharistie, de Verrezene, die zei: “Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld” (Mt. 28, 20). Dank u, Heer Jezus! Dank u voor uw trouw die onze hoop onderhoudt. Blijf bij ons, want de nacht valt. “Jezus, goede Herder en waarlijk Brood, wees ons genadig: voedt ons en bewaak ons. Geef dat wij geluk mogen vinden in het land der levenden”.
Amen. |
||
| 1 | van het Laatste Avondmaal van Onze Heer |
| 2 | H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. VII, 10, 18 |