(Soort document: Paus Benedictus XVI - Homilie)
Paus Benedictus XVI - 1 december 2006
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
Vanuit documenten: ► Geen documenten gevonden!
Vanuit dossiers: |
| Pagina delen: |
Paus Benedictus XVI - 1 december 2006
Aan het einde van mijn pastorale bezoek aan Turkije, heb ik de vreugde de katholieke gemeenschap van Istanbul te ontmoeten en de Eucharistie met hen te vieren, om de Heer te danken voor al zijn gaven. Ik wil eerst de patriarch van Constantinopel, Zijne Heiligheid Bartholomeus I, begroeten, evenals de Armeense patriarch, Zijne Zaligheid Mesrob II, mijn eerbiedwaardige broeders, die zich bij ons hebben aangesloten voor deze viering. Ik dank hen van harte voor dit broederlijke gebaar, waardoor de hele katholieke gemeenschap geëerd wordt. |
||
|
Dierbare broeders, dierbare zonen en dochters van de katholieke Kerk, bisschoppen, priesters en diakens, religieuzen en leken, behorend tot de verschillende gemeenschappen van de stad en de verscheidene ritussen van de Kerk, vol vreugde begroet ik u allen met de woorden die de heilige Paulus tot de Galaten richtte: “Genade voor u en vrede vanwege God de Vader en onze Heer Jezus Christus” (Gal. 1, 3). Ik wil graag de hier aanwezige burgerlijke overheden danken voor de vriendelijke ontvangst en in het bijzonder al diegenen die deze reis mogelijk hebben gemaakt. Ten slotte dank ik de vertegenwoordigers van de andere kerkelijke gemeenschappen en de andere godsdiensten die bij ons aanwezig hebben willen zijn. Hoe zouden wij niet kunnen denken aan de verschillende gebeurtenissen die juist hier een stempel hebben gedrukt op onze gemeenschappelijke geschiedenis? Tegelijkertijd beschouw ik het als mijn plicht op een bijzondere manier de vele getuigen van het evangelie van Christus in herinnering te roepen, die ons aansporen met elkaar in waarheid en liefde te werken aan de eenheid van al zijn leerlingen.
|
||
|
Hier in de kathedraal van de Heilige Geest wil ik God bovenal danken voor alles wat Hij in de geschiedenis van de mensen tot stand heeft gebracht en ik wil over iedereen de gaven van de Geest van heiligheid afroepen. De heilige Paulus heeft er ons zojuist aan herinnerd dat de heilige Geest de blijvende bron van ons geloof en van onze eenheid is. Hij wekt in ons de ware kennis van Jezus en Hij legt ons het woord van het geloof op de lippen, opdat wij de Heer kunnen belijden. Jezus had al tot Petrus gezegd, na diens geloofsbelijdenis te Caesarea Filippi: "Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is" (Mt. 16, 17). Ja, wij zijn zalig als de heilige Geest ons voor de vreugde van het geloof doet openstaan en als Hij ons binnen laat treden in de grote familie van de christenen, in zijn Kerk, die zoveel veelsoortige gaven, diensten en werkzaamheden kent en tegelijk al één is, want "er is slechts één God, die alles in allen tot stand brengt" (1 Kor. 12, 6). De heilige Paulus voegt daaraan toe: "Aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen" (1 Kor. 12, 7). De Geest openbaren, naar de Geest leven, betekent niet alleen voor zichzelf leven, maar het betekent leren op Jezus Christus te gaan gelijken, door in navolging van Hem de dienaars van onze broeders en zusters te worden. Dat is een heel concrete les voor ieder van ons, bisschoppen, voor ons die door de Heer geroepen zijn om zijn volk te leiden, door dienaren te worden naar zijn voorbeeld. Dit geldt voor allen die de Heer tot zijn dienst heeft geroepen en eveneens voor alle gelovigen. Door het sacrament van het doopsel zijn wij allen ondergedompeld in de dood en de verrijzenis van de Heer, "allen werden wij gedrenkt met één Geest" (1 Kor. 12, 13), en het leven van Christus is ons leven geworden, opdat wij leven zoals Hij, opdat wij onze broeders en zusters zo liefhebben als Hij ons heeft liefgehad 1 .
|
||
|
Het is nu 27 jaar geleden dat mijn voorganger,
de dienaar Gods Johannes Paulus
II, in deze zelfde kathedraal de hoop uitsprak
dat dit nieuwe millennium “zou
mogen aanbreken over een Kerk die haar
volle eenheid heeft hervonden, om temidden
van de verscherpte spanningen van
deze wereld te getuigen van de transcendente
liefde van God, die zich in zijn
Zoon Jezus Christus heeft geopenbaard”.
Deze hoop is nog niet verwezenlijkt, maar
de wens van de paus blijft dezelfde en wij
– wij allen die leerlingen van Christus
zijn en die traag en armoedig voortgaan
op de weg die tot eenheid voert – worden
aangespoord onophoudelijk te handelen
tot het welzijn van allen en, waar het onze
kerkelijke zorgen betreft, absolute prioriteit
te geven aan de oecumenische perspectieven.
Dan zullen wij werkelijk leven
naar de Geest van Jezus, in de dienst aan
het welzijn van allen.
|
||
|
Hoe zouden wij, die hier vanmorgen in
dit aan de Heer gewijde huis van gebed
samen zijn gekomen, niet kunnen denken
aan dat andere mooie beeld, dat de heilige
Paulus gebruikt om over de Kerk te
spreken, het beeld van het bouwwerk,
waarvan alle stenen in elkaar gepast zijn
om één enkel gebouw te vormen en waarvan
de hoeksteen, waarop alles rust,
Christus is? Hij is de bron van het nieuwe
leven, dat ons door de Vader in de heilige
Geest geschonken is. Het evangelie van
Johannes heeft het zojuist verkondigd:
“Stromen van levend water zullen uit zijn
binnenste vloeien"(Joh. 7, 38). Deze opborrelende
bron, dit levende water, dat
Jezus de Samaritaanse vrouw beloofd
heeft, zagen de profeten Zacharia en Ezechiël ontspringen aan de zijde van de
tempel, om het water van de Dode Zee
gezond te maken: een prachtig beeld voor
de belofte van het leven, die God zijn
volk steeds gedaan heeft en die Jezus is
komen vervullen. In een wereld waarin
mensen het zo moeilijk vinden de goederen
van de aarde onder elkaar te verdelen
en waar men zich terecht zorgen begint te
maken over het gebrek aan water, dat zo
kostbaar is voor het leven van het
lichaam, ontdekt de Kerk dat zij een nog
groter goed bezit. Als Lichaam van Christus
heeft ze de opgave gekregen zijn
evangelie te verkondigen tot aan de uiteinden
der aarde 2 , dat wil
zeggen aan de mannen en vrouwen van
onze tijd een Blijde Boodschap te brengen,
die hun leven niet alleen verlicht,
maar het ook verandert, tot aan de overwinning
en de zege op de dood. Deze Blijde
Boodschap is niet slechts een woord,
maar een Persoon, Christus zelf, de Verrezene,
de Levende! Door de genade van de
sacramenten werd het water dat aan het
kruis uit zijn geopende zijde vloeide tot
een opborrelende bron, tot “stromen van
levend water”, een gave die niemand kan
doen ophouden en die opnieuw leven
schenkt. Hoe zouden christenen datgene
wat ze hebben ontvangen voor zich alleen
kunnen houden? Hoe zouden ze deze
schat in beslag kunnen nemen en deze
bron verbergen? De zending van de Kerk
bestaat er niet in macht te verdedigen of
rijkdommen te vergaren. Het is haar zending
Christus te schenken, mensen deel te
laten hebben aan het leven van Christus,
het kostbaarste goed van de mens, dat
God ons zelf in zijn Zoon geeft.
|
||
|
Broeders en zusters, uw gemeenschappen kennen de deemoedige weg van het dagelijks samenleven met hen die ons geloof niet delen, maar verklaren dat zij "aan het geloof van Abraham vasthouden en samen met ons de éne, barmhartige God aanbidden." 3 U weet maar al te goed dat de Kerk niemand iets wil opdringen en dat zij slechts vraagt vrij te mogen leven, om Hem te openbaren die zij niet verbergen kan, Christus Jezus, die ons tot aan zijn dood aan het kruis heeft liefgehad en ons zijn geest heeft geschonken, de levende aanwezigheid van God midden onder ons en in ons binnenste. Sta altijd open voor de Geest van Christus en wijd uw aandacht dus aan hen die dorsten naar gerechtigheid, vrede, waardigheid en respect voor zichzelf en voor hun broeders en zusters. Leef met elkaar volgens het woord van de Heer: “Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart" (Joh. 13, 35).
|
||
|
Broeders en zusters, vertrouwen wij nu onze wens om de Heer te dienen toe aan de Maagd Maria, de Moeder van God en de dienstmaagd des Heren. Zij heeft in de zaal van het Laatste Avondmaal samen met de oergemeente gebeden in afwachting van Pinksteren. Samen met haar bidden wij nu tot Christus, de Heer: Zend uw heilige Geest, Heer, over uw gehele Kerk; moge Hij wonen in ieder lid van de Kerk en hen allen maken tot verkondigers van uw evangelie! Amen.
|
||
Ten slotte wil ik graag de gezamenlijke bevolking van Istanbul en van de andere steden in Turkije danken voor de hartelijke ontvangst die mij overal is bereid. Ik voel een nog grotere en diepere dank als ik bedenk dat mijn aanwezigheid in deze dagen niet weinig problemen voor het verloop van het dagelijks leven van de bevolking met zich heeft meegebracht. Ik dank van harte voor het begrip en het geduld dat men overal voor mij betoond heeft. |
||
| 1 | Vgl. Joh. 13, 34 |
| 2 | Vgl. Mt. 28, 19 |
| 3 | 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 16 |