Brief aan de bisschoppen van de R.-K. Kerk over het ontvangen van de communie door hertrouwd gescheiden gelovigen
(Soort document: Congregatie voor de Geloofsleer)
Joseph Kardinaal Ratzinger - 14 september 1994
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
Vanuit documenten:
Vanuit dossiers: ► Geen dossiers gevonden!
|
| Pagina delen: |
Joseph Kardinaal Ratzinger - 14 september 1994
Het Internationaal Jaar van het Gezin biedt een bijzonder belangrijke gelegenheid om opnieuw de getuigenissen te ontdekken van de liefde en de zorg van de kerk voor het gezin 1 en om tegelijkertijd nog eens de onschatbare rijkdommen voor te stellen van het christelijk huwelijk dat de basis van het gezin vormt. |
||
|
Bijzondere aandacht verdienen in deze context de moeilijkheden en het lijden van de gelovigen die zich in een onregelmatige huwelijks situatie bevinden. 2 De herders worden ertoe opgeroepen de liefde van Christus en de moederlijke nabijheid van de kerk voelbaar te maken; ze moeten deze mensen met liefde opvangen, hen aansporen op Gods barmhartigheid te vertrouwen en hun bedachtzaam en tactvol wegen van bekering en deelname aan het leven van de kerkelijke gemeenschap tonen. 3 4 5 |
||
|
Omdat ze zich er echter van bewust zijn dat echt begrip en ware barmhartigheid nooit los staan van de waarheid, 6 7 8 hebben de herders de plicht deze gelovigen te herinneren aan de kerkelijke leer aangaande de viering van de sacramenten en in het bijzonder het ontvangen van de communie. Op dit punt werden de laatste jaren in de verschillende streken verscheidene pastorale oplossingen voorgesteld: volgens die oplossingen zou weliswaar een algemene toelating van hertrouwde gescheidenen tot de communie niet mogelijk zijn, maar zij zouden tot de heilige Tafel mogen naderen in bepaalde gevallen, als zij dat volgens hun geweten menen te mogen doen. In het geval bijvoorbeeld dat zij geheel ten onrechte in de steek zijn gelaten, ondanks oprechte pogingen om het eerste huwelijk te redden, of in het geval dat ze overtuigd zijn van de ongeldigheid van het eerste huwelijk zonder dat voor de buitenwereld te kunnen bewijzen, of als ze al een lange weg van bezinning en boete hebben afgelegd, of ook als ze om ernstige morele redenen de verplichting om uit elkaar te gaan niet kunnen nakomen. Volgens bepaalde opvattingen zouden die hertrouwde gescheidenen een gesprek moeten aangaan met een wijs en ervaren priester om tot een objectief oordeel over hun daadwerkelijke situatie te komen. Die priester zou echter hun eventuele gewetens beslissing om de eucharistie te ontvangen moeten respecteren, zonder dat dit een officiële goedkeuring zou betekenen. In dit geval en in andere dergelijke gevallen zou het om een tolerante en welwillende pastorale oplossing gaan die recht probeert te doen aan de verschillende situaties van hertrouwde gescheidenen. |
||
|
Hoewel bekend is dat dergelijke pastorale oplossingen door sommige kerkvaders zijn voorgesteld en tot op zekere hoogte ook in de praktijk zijn toegepast, werden ze nooit eenstemmig door alle vaders aanvaard en hebben ze op geen enkele wijze de gemeenschappelijke leer van de kerk gevormd of de kerkelijke discipline bepaald. Het komt het universele leergezag toe, trouw aan de heilige Schrift en aan de traditie, het geloofsgoed te verkondigen en er de authentieke uitleg van te geven. Met de bovenvermelde nieuwe pastorale oplossingen voor ogen rekent deze congregatie het dus tot haar plicht de kerkelijke leer en discipline in deze materie in herinnering te roepen. Trouw aan Jezus' woord 9 bevestigt zij dat zij een nieuwe verbintenis niet als geldig kan erkennen, als het vorige huwelijk geldig was. Als uit de echt gescheiden personen een nieuw burgerlijk huwelijk zijn aangegaan, bevinden zij zich in een situatie die objectief tegen Gods wet ingaat. Zolang die situatie duurt, mogen zij daarom niet te communie gaan. 10 11 Deze norm heeft geenszins de aard van een strafmaatregel tegen of van wat voor discriminatie van de hertrouwde gescheidenen dan ook, maar geeft eerder uitdrukking aan een objectieve situatie die als dusdanig het naderen tot de heilige communie onmogelijk maakt: "Zij zijn er zelf de oorzaak van dat zij niet toegelaten kunnen worden, aangezien hun levensstaat en -conditie objectief in tegenspraak zijn met de liefdesgemeenschap tussen Christus en de kerk, die door de Eucharistie betekend en verwerkelijkt wordt. Er is bovendien nog een andere, speciaal pastorale reden: als men deze personen tot de communie toeliet, zouden de gelovigen in dwaling en verwarring gebracht worden omtrent de leer van de kerk over de onontbindbaarheid van het huwelijk." 12 Voor de gelovigen die in een dergelijke huwelijkse staat leven, wordt de weg tot de heilige communie alleen geopend door de sacramentele absolutie die "alleen kan worden verleend aan degenen die er berouw over hebben dat zij het teken van het verbond en de trouw aan Christus geschonden hebben en die oprecht bereid zijn een vorm van leven te leiden die niet meer in tegenspraak is met de onontbindbaarheid van het huwelijk. Dit brengt concreet mee dat de man en de vrouw 'de verplichting op zich nemen in volledige onthouding te leven, dat wil zeggen zich van de eigenlijke huwelijksdaad te onthouden', wanneer zij om serieuze redenen - zoals bijvoorbeeld de opvoeding van kinderen _ niet kunnen voldoen aan de verplichting uit elkaar te gaan." 13 14 In dit geval kunnen zij te communie gaan, waarbij de verplichting om een schandaal te voorkomen overeind blijft. |
||
|
De leer en de discipline van de Kerk op dit gebied zijn in de tijd na het Concilie uitvoerig uiteengezet in de apostolische exhortatie Familiaris Consortio. Deze exhortatie herinnert de herders er onder andere aan dat zij uit liefde voor de waarheid verplicht zijn de situaties goed te onderscheiden; zij spoort hen aan de hertrouwde gescheidenen te stimuleren om aan verschillende momenten van het kerkelijk leven deel te nemen. Tegelijkertijd bevestigt zij de constante en universele "op de heilige Schrift gebaseerde praktijk, de hertrouwde gescheidenen niet tot de communie toe te laten" 15 en geeft zij de redenen daarvan aan. De structuur van de exhortatie en de teneur van haar bewoordingen laten duidelijk zien dat deze praktijk, die als bindend wordt voorgesteld, niet kan worden gewijzigd al naar gelang de situatie verschilt. |
||
|
De gelovigen die als man en vrouw samenleven met een ander dan hun wettige echtgeno(o)t(e), mogen de heilige communie niet ontvangen. In het geval dat de gelovige in kwestie dat wel mogelijk acht, hebben de herders en de biechtvaders, zowel vanwege de ernst van de materie als de vereisten van het welzijn van de betreffende persoon 16 en het algemeen welzijn van de kerk, de ernstige verplichting hem of haar te waarschuwen dat een dergelijk gewetens oordeel duidelijk in tegenspraak is met de leer van de Kerk. 17 Zij moeten ook alle gelovigen die aan hen zijn toevertrouwd aan deze leer herinneren. Dat betekent echter niet dat de situatie van deze gelovigen, die overigens niet van de kerkelijke gemeenschap worden uitgesloten, de Kerk niet ter harte gaat. De Kerk draagt zorg voor hun pastorale begeleiding en nodigt hen uit deel te nemen aan het kerkelijk leven voor zover dat verenigbaar is met de voorschriften van het goddelijk recht, waarvoor de kerk niet over dispensatiemacht beschikt. 18 Anderzijds is het nodig de betrokken gelovigen duidelijk te maken dat ze niet moeten denken dat de deelname aan het kerkelijk leven zich uitsluitend beperkt tot de kwestie van het ontvangen van de communie. Men moet de gelovigen helpen een dieper inzicht te krijgen in de waarde van hun deelname aan het offer van Christus in de eucharistie, van de geestelijke communie, 19 20 21 het gebed, de overweging van het Woord Gods, de werken van naastenliefde en de initiatieven voor gerechtigheid. 22 |
||
|
De onjuiste opvatting van hertrouwde gescheidenen dat ze te communie mogen gaan, vooronderstelt normaal gesproken dat men aan het persoonlijk geweten de macht toeschrijft om in laatste instantie op grond van de eigen overtuiging 23 te oordelen over het al dan niet bestaan van het vorig huwelijk en over de waarde van de nieuwe verbintenis. Een dergelijke opvatting is echter onaanvaardbaar. 24 Als beeld van de bruidsverhouding tussen Christus en zijn Kerk, en als oercel en belangrijk element van de burgerlijke samenleving, is het huwelijk immers wezenlijk een openbare aangelegenheid.
|
||
|
Het is waar dat het oordeel over de eigen gesteldheid om te communie te mogen gaan door een goed gevormd geweten moet worden getroffen. Maar het is even waar dat de consensus waarmee een huwelijk tot stand wordt gebracht niet enkel een privébeslissing is, want ze heeft voor iedere partner afzonderlijk en voor het echtpaar een specifiek kerkelijke en maatschappelijke situatie tot gevolg. Daarom heeft het gewetensoordeel over de eigen huwelijkssituatie niet enkel te maken met de directe relatie tussen de mens en God, alsof men het zou kunnen stellen zonder de kerkelijke bemiddeling die ook de in geweten bindende canonieke normen insluit. Dit wezenlijke aspect over het hoofd zien zou erop neerkomen dat men het bestaan van het huwelijk als kerkelijke realiteit, dat wil zeggen als sacrament, wordt ontkend. |
||
|
Wanneer de apostolische exhortatie Familiaris Consortio de herders uitnodigt de verschillende situaties van de hertrouwde gescheidenen goed te onderscheiden, vermeldt ze ook het geval van degenen die in geweten overtuigd zijn dat het vorige, onherstelbaar vernielde huwelijk nooit geldig is geweest. [[2Familiaris Consortio, 84]] In elk geval moet langs de weg van het door de Kerk ingestelde uitwendig rechtsbereik worden onderzocht of het objectief om een ongeldig huwelijk gaat. Hoewel de kerkelijke discipline de exclusieve bevoegdheid van de kerkelijke rechtbanken inzake het onderzoek naar de geldigheid van het huwelijk bevestigt, biedt zij ook nieuwe wegen aan om de nietigheid van de vorige verbintenis te bewijzen, en dat met de bedoeling zoveel mogelijk elke tegenstrijdigheid uit te sluiten tussen de waarheid die in het proces kan worden aangetoond en de objectieve, door het eerlijk geweten gekende waarheid. 25 26 Het is werkelijk in het belang van het geestelijk welzijn van de betrokken gelovigen dat zij vasthouden aan het oordeel van de Kerk en de bestaande discipline naleven betreffende de verplichte canonieke vorm die vereist is voor een geldig huwelijk onder katholieken. De Kerk is namelijk het Lichaam van Christus, en leven in de kerkelijke gemeenschap is leven in het Lichaam van Christus en zich voeden met het Lichaam van Christus. Bij het ontvangen van het sacrament van de Eucharistie kan de gemeenschap met Christus, het Hoofd, nooit worden losgemaakt van de gemeenschap met zijn leden, dat wil zeggen met zijn Kerk. Daarom is het sacrament van onze vereniging met Christus ook het sacrament van de eenheid van de Kerk. Het ontvangen van de communie op een wijze die niet overeenstemt met de normen van de kerkelijk gemeenschap, is een tegenstrijdigheid. De sacramentele gemeenschap met Christus impliceert en veronderstelt het naleven van de regels van de kerkelijke gemeenschap, zelfs wanneer dat soms moeilijk is; ze kan ook niet eerlijk en vruchtbaar tot stand komen als de gelovige die regels niet aanvaardt omdat hij rechtstreeks tot Christus wil naderen. |
||
|
In overeenstemming met hetgeen hierboven uiteengezet is, moet men zonder beperkingen tegemoet komen aan de wens die door de bisschoppensynode is geuit, die paus Johannes Paulus II tot de zijne heeft gemaakt en waar bisschoppen, priesters, religieuzen en leken met inzet en lofwaardige initiatieven werk van hebben gemaakt: namelijk met een voorkomende liefde alles te doen wat de gelovigen die zich in een onregelmatige huwelijkssituatie bevinden, kan sterken in de liefde tot Christus en tot de Kerk. Enkel zo kunnen zij de boodschap van het christelijk huwelijk ten volle aanvaarden en in geloof het lijden doorstaan dat met hun situatie samenhangt. In het pastorale werk moet alles in het werk gesteld worden om duidelijk te maken dat het hier niet om discriminatie gaat maar enkel om absolute trouw aan de wil van Christus die ons de onverbreekbaarheid van het huwelijk opnieuw als gave van de Schepper heeft gegeven en toevertrouwd. Het medevoelen en de liefde van de herders en de gemeenschap van de gelovigen is onontbeerlijk, opdat de betrokkenen ook in hun moeilijke situatie kunnen gewaarworden dat het juk van Jezus zacht en zijn last licht is. 27 Hun last is niet zacht en licht omdat hij klein en onbeduidend is, maar hij wordt licht omdat de Heer - en heel de Kerk met Hem - die last mede draagt. Het is de opdracht van de pastoraal om deze hulp, die zowel in de waarheid als in de liefde wortelt, vol overgave te bieden. Met u verbonden in het collegiale ambt om de waarheid van Jezus Christus te laten stralen in leven en in praxis van de kerk, groet ik u van harte, toegewijd in de Heer,
|
||